Kaders mooi bergen 2.0.pdf
Tekst van het document
Structuurvisie Mooi Bergen 2.0 (vastgesteld)
Structuurvisie Mooi Bergen 2.0 (vastgesteld) Projectnummer 022.00.02.34.00 29 januari 2015
Inhoud 1
Inleiding
5
2
Analyse
7
2.1
Historie
7
2.2
Huidige ruimtelijke situatie
9
2.3
Huidige functionele situatie
10
3
4
5
6
Beleid
11
3.1
Rijksbeleid
11
3.2
Provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid
11
3.3
Thematisch beleid
12
3.4
Sectorale wet- en regelgeving
18
3.5
PlanMER en vormvrije m.e.r.-beoordeling
18
Trends en doelen
19
4.1
Trends en ontwikkelingen
19
4.2
Het profiel van Bergen
20
4.3
Doelen voor de structuurvisie
20
Visie
21
5.1
Verkeer, verblijf en parkeren
21
5.2
Functioneel streefbeeld
22
5.3
Ruimtelijk streefbeeld
26
5.4
Duurzaamheid
26
Uitvoering
29
Inleiding 1
1
Plangebied en probleem Bergen is nationaal bekend als kunstenaarsdorp met toonaangevende archi-
Daarnaast is in het Masterplan 2.0 Mooi Bergen, opgesteld door Aad Trom-
tectuur. In het centrum van Bergen is nog steeds veel van deze sfeer aanwe-
pert1, onderzocht vanuit welke vormgevende principes gewerkt zou kunnen
zig maar de allure is onder druk komen te staan. Dit is vooral te merken in
worden om de modellen op passende wijze te ontwikkelen.
het gebied dat onderwerp van deze structuurvisie is. Heel kort gezegd: het Plein heeft geen duidelijk gezicht en is hard toe aan een opknapbeurt.
Op basis van de Ontwikkelingsvisie Mooi Bergen 2.0 en het Masterplan 2.0 Mooi Bergen, wordt in deze structuurvisie gewerkt aan het volgende pro-
Voortraject
gramma:
De raad heeft op 27 september 2011 een eerste versie van de structuurvisie
-
Maximaal toegevoegd programma aan centrumfuncties2 met inbegrip van een supermarkt, tot circa 3000 - 3200 m2 .
vastgesteld gebaseerd op het Masterplan Bergen 1.0. In de navolgende uitvoeringsfase werd duidelijk dat de vastgestelde ambities mede als gevolg van
-
Maximaal toevoeging woningbouwprogramma van circa 70 woningen.
de economische situatie niet konden worden gerealiseerd.
-
Minimaal in samenhang met de opgenomen uitbreiding en verplaatsing van centrumfuncties sluitende parkeerbalans conform de CROW dan
Het blijft nodig om het centrum van Bergen te verbeteren en daarom is een
wel in overeenstemming met de gemeentelijke parkeernormen (vast-
aangepaste structuurvisie opgesteld. Voorliggende structuurvisie is een herij-
gesteld 17 juli 2014) voor de centrumfuncties.
king van de ambities gebaseerd op een geactualiseerd marktonderzoek zoals
-
Een sluitende parkeerbalans conform de CROW dan wel in overeen-
vastgelegd in de Ontwikkelingsvisie Mooi Bergen 2.0. (7 juli 2014, opgesteld
stemming met de gemeentelijke parkeernormen (vastgesteld 17 juli
door het bureau Droogh Trommelen en Partners). Wat ontwikkeling betreft,
2014) voor de te realiseren woningen.
onderbouwt het rapport de behoefte aan een aantrekkelijke verblijfsruimte, een logische routing voor winkelend publiek en passend programma centrum-
Dit komt overeen met het maximaal te behalen programma Basismodel + uit
functies. Een supermarkt wordt daarbij als belangrijke trekker beschouwd.
de Ontwikkelingsvisie Mooi Bergen 2.0.
De ontwikkelingsvisie presenteert een gefaseerde ontwikkeling van deelgebieden die volledig onafhankelijk van elkaar en flexibel kunnen worden uitgewerkt maar wel passen in een overkoepelend plan met hoge kwaliteit. Dat is uitgewerkt naar een ruimtelijk-functioneel basismodel en een basismodel+.
1
Masterplan 2.0 Mooi Bergen 2014 is opgenomen als bijlage
2
Winkels/dienstverlening/horeca I.
5
Doel
Inhoud van de structuurvisie
De gemeente Bergen legt met de structuurvisie Mooi Bergen 2.0 de basis voor
In deze structuurvisie wordt achtereenvolgens ingegaan op de analyse
een herontwikkeling van de omgeving van het Plein. Daarbij gaat het om het
(hoofdstuk 2), het bestaande beleid (hoofdstuk 3), de trends en de doelen
creëren van een levendiger en meer samenhangend centrum, verbetering van
die met de structuurvisie worden nagestreefd (hoofdstuk 4), het hoofdstuk
de entree van het centrum en van het winkelcircuit, het realiseren van meer
visie (hoofdstuk 5) zelf en het uitvoeringshoofdstuk tot slot. In de bijlagen bij
ruimte voor wonen in het centrum en verbetering van de verkeerssituatie en
de structuurvisie is behalve het Masterplan 2.0 Mooi Bergen ook een weerga-
het parkeren.
ve van de milieu- en omgevingsaspecten opgenomen.
Functie van de structuurvisie De structuurvisie geeft aan waar de gemeente zich voor inzet in de komende periode en welke plannen zij uit zal gaan werken. Dit betreft bijvoorbeeld de plannen voor de openbare ruimte. Tevens geeft de structuurvisie duidelijkheid over het afwegingskader voor plannen van particulieren. Naast de Structuurvisie is een bijbehorend beeldkwaliteitskader opgesteld dat tezamen met de Structuurvisie zal worden vastgesteld. De Structuurvisie zal worden opgevolgd door één of meer bestemmingsplanherzieningen.
Historische kaart uit rapport M&dM met daarop zichtbaar het spoortracé
6
2.1
Analyse 3
Historie
Voor het plangebied is een Cultuurhistorische Verkenning gemaakt (Bureau
De ontwikkeling van deze spoorlijn, in 1905 aangelegd tot aan Bergen en in
M&DM). In deze studie wordt de ontstaansgeschiedenis van de omgeving rond
1909 verlengd tot aan Bergen aan Zee, is nauw verbonden met de betekenis
het Plein op inzichtelijke wijze duidelijk gemaakt. Daaruit blijkt dat de hui-
van Bergen als kunstenaarsdorp en de opkomst van het toerisme. In 1960
dige stedenbouwkundige structuur in belangrijke mate is bepaald door de
reed de trein, met de naam Bello, voor de laatste keer en werd de lijn geslo-
opkomst en ondergang van de stoomtram Alkmaar-Bergen-Bergen aan Zee.
ten. In de daarop volgende jaren werd het gebied deels herontwikkeld naar toen geldende moderne opvattingen. Er ontstond een winkelcentrum met daarboven woningen naar ontwerp van het bureau Van den Broek en Bakema. Ten opzichte van de omringende dorpse bebouwing was het een duidelijke trendbreuk. Door de jaren heen liep, mede door de vele verbouwingen en aanpassingen, de belevingswaarde van dit complex terug. Het plangebied heeft ook in de meer recente periode diverse veranderingen ondergaan. Naast uitbreidingen en verbouwingen zijn het vooral ook de grotere bouwprojecten die de aandacht opeisen. Duidelijk is dat er een geleidelijke verdichting is ontstaan doordat op de bouwkavels een zwaarder programma werd ondergebracht. Het is dan de kunst om tot een goede inpassing te komen zodat de bouwwerken en functies passen bij de sfeer van het dorp.
Stationslocatie (overgenomen uit rapport M&dM)
3
Ten behoeve van Bergen centrum is een cultuurhistorische verkenning gemaakt door bureau M&dM. De resultaten van dit onderzoek zijn in dit hoofdstuk verwerkt.
7
2
2
Samenvatting Cultuurhistorische Verkenning Na een uitvoerige analyse besluit de Cultuurhistorische Verkenning met de hierna volgende samenvatting. “Het gebied rond het Plein is gelegen op de lager gelegen poldergronden, ingesloten door hoger gelegen zandgronden. Dit onderscheid wordt gevolgd in de inrichting en de bebouwing. Het Plein is van oudsher buiten de bebouwde kom van het dorp gelegen. Rond 1900 wordt het gebied echter ingebed doordat ook aan de noordkant woonwijken ontstaan, aanvankelijk aarzelend, maar door de aanleg van de spoortram uiteindelijk onstuitbaar. De stoomtram verdween ook weer, waardoor tamelijk abrupt een der grootste bouwopgaves van Bergen in de afgelopen eeuwen ontstond. Hoe dit enorme gat tussen de bevolkte gebieden te dichten?
Het centrum van Bergen met daarin de oude en de nieuwe dorpskern tegen elkaar aan gelegen. In donker oranje het gebied van het Plein e.o. De middelste tekening geeft de huidige verkeersstroom aan, terwijl de derde tekening de geografische onderlegger toont, in geel de zandgronden en in groen de polder.
De gekozen oplossing was geheel in de geest van de wederopbouw, functioneel en totaal afwijkend ten opzichte van de omringende bebouwing. Daarnaast is het oorspronkelijk concept niet meer goed beleefbaar. Half geslaagd is in stedenbouwkundige termen geheel mislukt, vandaar dat een halve eeuw na dato opnieuw bezien wordt hoe om te gaan met het Plein en omgeving”. In de analyse van het centrumgebied is een kaartbeeld opgenomen waarop enkele belangrijke typeringen zijn weergegeven. Het betreft de ligging van het plangebied ten opzichte van het oude dorpscentrum (beschermd dorpsgezicht); de hoofdroute binnen het dorp en biedt tevens informatie over de landschappelijke onderlegger van het plangebied.
8
Huidige ruimtelijke situatie
2
2.2
Kaartbeeld met weergave van de huidige ruimtelijke structuur en het bebouwingsbeeld (bron: Masterplan Mooi Bergen 2.0, Aad Trompert)
9
2.3
Huidige functionele situatie
Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Karel de Grotelaan
2
en aan de westzijde door de Breelaan. Aan de noordzijde bevindt zich de Jan Oldenburglaan en aan de oostzijde vormen het nieuwbouwproject op het voormalige Texaco-terrein de begrenzing. De straten de Dreef – Plein – Breelaan – Stationsstraat vormen een belangrijke route die door het centrum van Bergen loopt. Deze route is ook van belang voor het openbaar vervoer. Hieraan gerelateerd zijn de overige straten zoals de Jan Oldenburglaan en de Karel de Grotelaan. Naast de verkeersfunctie, wordt het gebied in belangrijke mate gebruikt voor typische centrumfuncties. Winkels, horeca en voorzieningen (maatschappelijke en zakelijke dienstverlening) komen hier voor naast woningbouw (appartementen). Binnen het plangebied zijn wel enkele accentverschillen. Op bijgaande afbeelding is dat voor het hele centrumgebied in beeld gebracht. Zo ligt aan de westkant (omgeving Breelaan, Plein), het accent wat zwaarder op horeca terwijl de Jan Oldenburglaan meer het karakter van een dorpse winkelstraat heeft. De oostkant (omgeving van de Dreef, Plein) biedt in verhouding meer ruimte voor voorzieningen zoals bibliotheek, bankgebouw en bushalte. De herontwikkeling van het Texaco-terrein heeft het accent doen opschuiven naar de detailhandel in combinatie met wonen. Spreiding voorzieningen in centrum Bergen (Bron: Droogh Trommelen en Partners)
Het zuidelijk deel van het Plein toont zich als een wat diffuus gebied waar diverse functies zijn te vinden (garage, brandweer, de Harmonie).
10
3
Beleid
De gemeente, de provincie en het Rijk beschikken over een groot aantal
Met uitzondering van regels met betrekking tot radarverstoring (die vrijwel in
beleidsstukken betreffende een diversiteit aan onderwerpen die betrekking
het gehele land van toepassing zijn) gelden geen nadrukkelijk voorgeschre-
hebben op het gebied van voorliggende structuurvisie. In het hiernavolgende
ven nationale belangen in het structuurvisiegebied. In dit licht bezien wordt
is een overzicht gegeven van de belangrijkste beleidsdocumenten die in meer
het Rijksbeleid dan verder ook niet uitvoerig behandeld.
of mindere mate van toepassing zijn met betrekking tot deze structuurvisie.
Provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid
3
3.2 3.1
Rijksbeleid
-
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, 2012);
der paragraaf 3.3. wordt inhoudelijk, aan de hand van thema’s, op het be-
-
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 2013);
leid ingegaan.
-
Nationaal Waterplan 2009-2015 (NWP, 2009);
-
Nationaal Milieubeleidsplan 4 (NMP4, 2008).
Voor het landelijk beleid geldt als hoofddoel van de SVIR het vergroten van
In het navolgende worden alle relevante beleidsdocumenten opgesomd. On-
Provinciaal beleid -
Structuurvisie Noord-Holland 2040 (2010, en aanpassingen);
-
Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie (PRVS, 2010 en aanpassingen);
de concurrentiekracht door versterking van de ruimtelijk-economische structuur, het verbeteren van de bereikbaarheid en het zorgen voor een leefbare
-
Provinciale Woonvisie 2010-2020 (2010);
en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden.
-
Detailhandel en Leisurevisie Noord-Holland (2009);
De rijksoverheid gaat in haar structuurvisie uit van een dertiental nationale
-
Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan 2007-2013 (PVVP, 2013);
belangen die gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor diverse
-
Provinciaal Milieubeleidsplan 2009-2013 (PMP, 2009);
te onderscheiden regio’s. Dit is vastgelegd in het Barro. Buiten deze nationa-
-
Waterplan 2010-2015 (2009).
le belangen geldt een grote mate van beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening voor decentrale overheden. Het Kabinet is van mening
Regionaal beleid
dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie
-
Regionale Woonvisie Regio Alkmaar 2013-2020 (2013);
in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor
-
Regionaal Actie Programma Wonen 2012-2015 (RAP, 2011);
beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn.
-
Regionaal Waterplan Bergen, Castricum, Heiloo (2012).
11
Gemeentelijk beleid
Buiten bestaand bebouwd gebied mogen in principe geen ontwikkelingen van
-
Detailhandelsstructuurvisie 2006 (2007);
stedelijke functies plaatsvinden. Zoals te zien is in de bijgevoegde afbeelding
-
Woonbeleidsnota van Woonwens tot maatwerk (2005);
valt het plangebied geheel in het Bestaand Bebouwd Gebied.
-
Visie op toerisme en recreatie (2005);
-
Horecanota Gastvrij Bergen (2010);
Winkelhart en supermarkt
-
Cultuurhistorische Nota Bergen 2009-2018 (2009);
De provinciale detailhandel en leisurevisie is gericht op het streven naar een
-
Notitie Ruimtelijk Parkeerbeleid (2009);
vitale, dynamische, concurrerende, kwalitatief goede en onderscheidende
-
Wegcategorisering gemeente Bergen NH (2005);
detailhandel- en leisurestructuur in Noord-Holland, waarmee leegstand en
-
Gastvrij parkeerbeleid (2013);
verpaupering voorkomen dient te worden.
-
Groenstructuurplan (1994);
-
Klimaatbeleidsplan Gemeente Bergen 2009-2012 (2009);
De provincie heeft een aantal beleidsdoelstellingen geformuleerd en wat er
-
Routekaart Klimaatneutraal Bergen (2008);
voor nodig is om die te bereiken. In de provinciale visie ligt de nadruk op het
-
Duurzaamheidsbeleid 2012-2016 (Natuurlijk Duurzaam Bergen, 2011);
vinden van de juiste balans tussen het accommoderen van vernieuwingsim-
-
Ruimtelijke visie op hotels en pensions (2008).
pulsen (marktdynamiek) en het behouden van dat wat al sterk is, in het bijzonder de bestaande centrumgebieden.
Het gemeentelijk beleid is in vrijwel alle gevallen specifiek van toepassing op het structuurvisiegebied.
Bij het ontwikkelen van detailhandelsbeleid zitten overheden vaak met een dilemma. Aan de ene kant is er de wens om de bestaande fijnmazige struc-
3.3
Thematisch beleid
tuur te behouden en overaanbod te voorkomen die leegstand en verpaupe-
Bestaand Bebouwd Gebied
ring kan veroorzaken. Aan de andere kant moet de dynamiek van de markt
De in de provinciale structuurvisie gedefinieerde provinciale belangen zijn
de ruimte krijgen, om zo nieuwe impulsen een kans te geven. Nieuwe impul-
vastgelegd in de PRVS. Hierin zijn verschillende regels omtrent de inhoud van
sen zijn nodig om te voorkomen dat een winkelgebied juist verpaupert omdat
ruimtelijke plannen opgenomen. Dit betreft onder meer de ruimtelijke ont-
het te statisch is, en de winkeliers in het gebied onvoldoende in staat zijn in
wikkelingsmogelijkheden binnen en buiten bestaand bebouwd gebied. In het
te spelen op veranderende wensen en gedrag van de consument. In de pro-
bestaand bebouwd gebied bestaat een grotere mate van beleidsvrijheid wat
vinciale visie gaat het om de juiste balans tussen het accommoderen van
betreft de ruimtelijke ordening dan hierbuiten.
vernieuwingsimpulsen (marktdynamiek) aan de ene kant, en het behouden van dat wat al sterk is, met name de centrumgebieden.
12
De provincie benoemt de volgende beleidsdoelstellingen:
In de Ontwikkelingsvisie Mooi Bergen 2.0 is een geactualiseerde verkenning
1.
Een vitale, dynamische en concurrerende detailhandels- en leisure-
gedaan naar de ruimte voor detailhandel. Daaruit blijkt dat er ruimte is voor
structuur naar behoefte, met behoud van de economische functie
twee sporen:
(koopkracht).
1.
Behouden wat sterk is: prioriteit voor hoofdwinkelgebieden.
die de bijzondere positie van het centrum van Bergen kunnen verster-
3.
Optimale regionale afstemming.
ken en mogelijk kansrijk zijn voor de invulling van het project Mooi
4.
Meer kwaliteit en onderscheidend vermogen.
Bergen 2.0. Vooralsnog kan gedacht worden aan een relatief beschei-
5.
Voorkomen van uitholling primaire detailhandel in kleine kernen.
den programma van circa 4 à 6 winkelbedrijven (indicatief 1.000 à
6.
Geen weidewinkels,
1.500 m² winkel vloer oppervlak). Hiervoor is wel een passend vesti-
en de daarbij behorende randvoorwaarden: a.
Mobiliteit en bereikbaarheid: goed bereikbaar en voldoende parkeergelegenheid.
b. Geen duurzame ontwrichting: langdurige leegstand en verpaupering c.
voldoende passantenstromen. 2.
Voor het centrum van Bergen is het van groot belang dat supermarkten op een goede manier worden gefaciliteerd. Uit onderzoek is gebleken
voorkomen.
dat de supermarkten belangrijke publiekstrekkers zijn waar andere
Bundeling van detailhandelsvestigingen: krachtig door efficiënt ruimte-
nabijgelegen winkels van kunnen profiteren. Ondanks de bijzondere
gebruik, samenhang en optimaal beheer en onderhoud.
(recreatieve) positie van het centrum geldt dit ook voor Bergen. Ook
d. Strikte toepassing locatiebeleid: specifieke detailhandel en leisure inbestemmen. e. Afhaalpunten alleen voor opslag en distributie: inspelen op de groei van f.
gingsklimaat (compact en attractief) nodig met courant vastgoed en
op een doorsnee dinsdag in november zorgt een supermarkt voor voldoende publiek in het centrum. Door supermarkten op een goede manier te faciliteren (omvang, parkeren, bereikbaarheid) en te koppelen
e-commerce.
aan de rest van het centrumgebied (loopafstanden, zichtrelaties)
Eerlijke concurrentieomstandigheden: gelijke ontwikkelingsmogelijkhe-
wordt voldoende oriëntatie op het centrum van Bergen gegarandeerd.
den voor detailhandel en leisurebedrijven.
Het project Mooi Bergen 2.0 biedt kansen om de supermarkten in het centrum op een betere wijze te faciliteren zodat zij hun publiekstrek-
Het voorliggende plan voegt zich goed naar deze hoofdlijnen van provinciaal
kende rol goed kunnen vervullen. Er kan circa 1.700 m² toegevoegd
beleid. Vooral doordat ingezet wordt op verbetering en versterking van de
worden.
bestaande winkelkern. Tevens wordt sterk ingezet op de verbetering van de mobiliteit en parkeersituatie ten gunste van de leefbaarheid en het bewinkelen van het centrum van Bergen.
13
3
Het gaat met name om winkelbedrijven in het hogere marktsegment
2.
Wonen en zorg Uitgangspunt in de provinciale woonvisie is dat de woningvoorraad voldoende
De prognoses van de provincie Noord-Holland van 2010 geven aan dat de
toegerust is op de wensen van de bevolking. De provinciale woonvisie gaat in
regio in ieder geval tot 2040 in aantal huishoudens zal blijven groeien. De
op een betere afstemming van het woningaanbod op de behoeften. Als doel-
grootste groei vindt plaats tot 2020/2025. De totale woningbouwproductie
stelling geldt het streven naar voldoende woningen in een aantrekkelijk
die in de regio Alkmaar gepland staat in de periode tot 2020 ligt tussen de
woonmilieu met een passende kwaliteit in het jaar 2020. Op basis hiervan
13.000 en 14.000 woningen. Tot 2020 moeten 14.260 woningen in de plan-
zijn drie speerpunten voor het woonbeleid geformuleerd. Uitgegaan wordt
ning worden opgenomen om de door de provincie geprognosticeerde regiona-
van het verbeteren van ten eerste de afstemming tussen vraag en aanbod
le huishoudenontwikkeling te faciliteren. In de regio Alkmaar is dus geen
voor alle doelgroepen, ten tweede de mate waarin voorzieningen in de
sprake van overcapaciteit, maar zelfs van een klein tekort. Met betrekking
woonomgeving aansluiten bij de vraag en ten derde de duurzaamheid van het
tot Bergen geldt de constatering dat de gemeente behoorlijk op zichzelf
woningaanbod en de woonomgeving. In de woonvisie komt verder naar voren
staat in de regio (eigen sfeer met eigen voorzieningenniveau, zeer geliefd
dat jongeren en starters een moeilijke positie op de woningmarkt innemen
woonmilieu, regionale aantrekkingskracht).
omdat het beschikbare woningaanbod vaak te duur is. Wat betreft het regionale woonbeleid is de gemeente Bergen betrokken in
Samengevat is in de regionale woonvisie geconcludeerd dat er momenteel
het gemeentelijk samenwerkingsverband van de regio Alkmaar4. In dit ver-
geen grote knelpunten in de regio zijn. Op termijn kan echter wel schaarste
band is woonbeleid in een regionale woonvisie vastgelegd. De regionale
ontstaan in de goedkope voorraad en krijgt de regio met vergrijzing te ma-
woonvisie dient als kader voor lokale gemeentelijke woonvisies en om rich-
ken. Wonen in combinatie met zorg wordt dan ook als belangrijk thema voor-
ting te geven voor afspraken met marktpartijen, waarbij voldoende ruimte
zien. Thans is sprake van een beperkte doorstroming in zowel de koop- als
wordt gelaten om op de lokale behoefte in te spelen. In de regionale woonvi-
huurmarkt. Ten behoeve van een goede marktwerking en de toekomstige
sie is voor de gemeente Bergen in een vergelijk met de regio geconstateerd
balans in woningaantallen geldt voor de regio Alkmaar als aanbeveling om
dat er relatief meer duurdere woningen (zowel koop als huur) staan en min-
slim en verstandig om te gaan met de huidige voorraad en het toevoegen van
der woningen van de middencategorie.
nieuwe woningen, waarbij de betaalbaarheid in ogenschouw wordt gehouden. Derhalve maakt de regio Alkmaar in het kader van de RAP afspraken over de woningbouwproductie in de regio.
4
De gemeente Bergen maakt hier samen met de gemeenten Alkmaar, Castricum, Graft-de Rijp, Heerhugowaard, Heiloo, Langedijk en Schermer deel van uit.
14
Het RAP biedt een meer realistische benadering van de woningmarkt dan in het verleden en een betere afstemming van de woningvraag en -aanbod in de regio tot 2020 met daarvan afgeleid een reële woningplanning tot 2020. Er gelden regionale productieafspraken over ontwikkeling van locaties, gewens-
3
te kwantiteiten en kwaliteiten en nadere fasering. In het RAP is voor Bergen ruimte opgenomen waarin ook het woningbouwprogramma van voorliggende structuurvisie past. Deze structuurvisie is dan ook in lijn met het RAP. Bergen beschikt zelf ook over woonbeleid op het lokale niveau. Met de enigszins verouderde gemeentelijke woonbeleidsnota van 2005 wordt er op toegezien dat de druk op de woningmarkt en de voorzieningen in goede banen wordt geleid. Het gemeentelijk beleid richt zich op de drie inhoudelijke thema’s doelgroepen, voorraadbeleid en welzijn en zorg. Wat betreft het thema doelgroepen speelt de gemeente kwalitatief en kwantitatief in op de lokale behoefte. Voor Bergen is de verwachting dat tot 2040 er een geringe afname van het aantal inwoners zal optreden. Wat betreft de huishoudenontwikkeling in de
Bevolkingsopbouw Bergen Binnen (Bron: I&O Research)
gemeente kan er vanuit worden gegaan dat tot 2020 nog circa 300 woningen nodig zullen zijn. De woningbehoefte in het daaropvolgende decennium neemt vervolgens af naar gemiddeld 15 woningen per jaar. Na 2030 lijkt de woningbehoefte verder terug te lopen. Uit bijgaande grafiek blijkt dat er daarnaast, en in dit geval zichtbaar gemaakt voor Bergen Binnen, een verschuiving valt te verwachten naar meer oudere inwoners.
15
Verkeer en parkeren In het PVVP heeft de provincie haar beleid ten aanzien verkeer en vervoer in
In het regionale waterplan staat de watervisie en de hoofdlijnen op het ge-
de provincie ontvouwd. De uitgangspunten zijn samen te vatten in de begrip-
bied van waterbeheer en allerlei waterfacetten in de periode tot en met
pen ‘benutten, beprijzen en bouwen’. Omdat uitbreiding van de wegcapaci-
2016 centraal, met een doorkijk naar 2050. De hoofddoelstelling is het stre-
teit niet voldoende soelaas biedt, zet de provincie in op het beter in balans
ven naar een goed functionerend, veilig en ecologisch gezond watersysteem
brengen van het gebruik van verschillende vervoersmogelijkheden. Voor Ber-
dat aansluit bij de identiteit van de unieke landschappen binnen het
gen is vooral de doelstelling in het PVVP betreffende het ‘verbeteren van de
werkingsgebied. Daarbij wordt gestreefd naar het vergroten van de bele-
bereikbaarheid van de kust’ van belang, waarmee wordt beoogd op zomerse
vingswaarde en het creëren van voldoende plaats voor natuur en recreatie.
dagen meer reisalternatieven te bieden naar en langs de kust. In de provinci-
Belangrijke onderdelen uit het waterplan zijn verder het aansluiten bij de
ale structuurvisie is verder sprake van een fietsnetwerk in en langs het struc-
identiteit van het landschap en het meer zichtbaar maken van water waar-
tuurvisiegebied.
mee de beleving van water wordt vergroot. Binnen het plangebied wordt met name gewerkt aan het verbeteren van de groenstructuur.
Bergen beschikt verder over een nota ruimtelijk parkeerbeleid, waarin onder meer is aangegeven op welke wijze de heersende parkeerproblematiek in de
Recreatie en horeca
gemeente kan worden aangepakt. Bij grote plannen bestaat op basis hiervan
De provincie Noord-Holland heeft onderzoek uitgevoerd naar de wensen en
de mogelijkheid om een deel van de parkeerplaatsen in de openbare ruimte
behoeften op het gebied van vrijetijdsbesteding van zowel inwoners als be-
aan te leggen. De notitie ruimtelijk parkeerbeleid 2009 en de gemeentelijke
zoekers. Dit onderzoek is in een leefstijlatlas vormgegeven. Hierin zijn de-
parkeernormen vastgesteld op 17 juli 2014 zijn richtinggevend bij het bepa-
mografische gegevens aan interesses, wensen en behoeften op het gebied
len van het aantal benodigde parkeerplaatsen in geval van ruimtelijke ont-
van de vrijetijdsbesteding gekoppeld. Dit heeft geleid tot een indeling in
wikkelingen.
zeven segmenten. De twee meest van toepassing zijnde segmenten op Bergen zijn:
Natuur, landschap en water
-
Gezellig lime (27%): “Even lekker weg met elkaar”. Recreanten uit
Het gemeentelijk groenstructuurplan vormt in Bergen nog steeds een ver-
deze belevingswereld zijn gewone, gezellige mensen die recreëren om
trekpunt voor planvorming. Het spreekt zich uit over groen en cultuurhisto-
even weg te zijn van de dagelijkse beslommeringen.
rie. In dit geval is de in analyse (hoofdstuk 2) genoemde cultuurhistorische verkenning echter gedetailleerder want specifiek voor Bergen.
-
Ingetogen aqua (20%): “Brede interesse, ruimdenkend en engagement”. Recreanten uit deze belevingswereld zijn bedachtzaam, breed geïnteresseerd in cultuur en denken na over wat zij kunnen betekenen voor de maatschappij.
16
Duurzaamheid
beleid en de uit te voeren uitwerkingspunten voor dit beleidsveld weergege-
In de provinciale structuurvisie is een aantal provinciale belangen aangewe-
ven. Als belangrijkste doelstellingen gelden onder meer het verhogen van de
zen, waarbij de hoofdbelangen ruimtelijke kwaliteit, duurzaam ruimtege-
kwaliteit betreffende mobiliteit, ruimtelijke ordening, openbare ruimte,
bruik en klimaatbestendigheid gezamenlijk de hoofddoelstelling vormen. De
cultuurhistorische beleving en natuur en de verlenging van het toeristisch-
gemeente streeft naar een CO2-neutrale gemeente in 2030. De weg hiernaar-
recreatieve seizoen. Tevens wordt ingezet op een meer regionale benade-
toe bestaat uit zowel energiebesparing als het toepassen van duurzame
ring, afstemming van activiteiten op andere sectoren, streven naar meer
energievormen (zoals zonnepanelen). Daarnaast word in het gemeentelijk
bestedingen van de toerist en het behoud en/of versterking van de toeristi-
duurzaamheidsbeleid ingezet op duurzame ruimtelijke ontwikkeling, maat-
sche potentie van de verschillende kernen in de gemeente.
schappelijk verantwoord ondernemen en duurzame mobiliteit.
De structuurvisie bouwt hierop door en wil een bijdrage leveren aan een voor
Sinds 2010 is Bergen een zogeheten Millennium Gemeente wat inhoudt dat de
toerisme en horeca aantrekkelijk gebied.
gemeente op lokale schaal aan de Millenniumdoelen van de Verenigde Naties werkt. De gemeente streeft er hiermee onder meer naar om bij te dragen
In de gemeentelijke horecanota wordt met name ingegaan op de voorwaar-
aan een duurzaam5 leefmilieu (Millenniumdoel 7). Bergen is daarnaast ook
den waaraan de exploitatie van horecagelegenheden dient te voldoen met
Fairtrade Gemeente. Door gezamenlijk in te zetten op duurzaam toerisme,
betrekking tot bijvoorbeeld de sluitingstijden en de voorwaarden voor het
kan de gemeente zich hiermee niet alleen profileren als aantrekkelijke kust-
houden van terrassen. Daarnaast zijn uitgaansgebieden gedefinieerd waar-
gemeente, maar ook als duurzame kustgemeente. Intussen richt de gemeen-
binnen uitbreiding van horecabedrijven is toegestaan.
te zich al op duurzaam inkopen waarmee als lokale overheid het goede
Voor de ontwikkelingsmogelijkheden van Mooi Bergen 2.0 wordt uitgegaan
voorbeeld wordt gegeven.
van toevoeging van horecacategorie 1 en voor zover aangegeven tevens voor horecacategorie 2.
De gemeente heeft verder in haar klimaatbeleidsplan de algemene klimaatdoelstellingen van het Rijk afgeleid. Speerpunten hieruit zijn 2% energiebesparing per jaar ten opzichte van 1990, 100% inkoop van groene stroom in 2010 en 30% CO2-reductie in 2020. 5
De gemeente Bergen verstaat onder duurzaamheid een wijze van plannen, bestemmen, ontwerpen, bouwen, inrichten en beheren van projecten (in zijn algemeenheid) die is gericht op het bevorderen van een aantrekkelijke en leefbare omgeving om in te wonen, werken en recreëren voor nu en in de toekomst.
17
3
In de gemeentelijke visie op toerisme en recreatie is het te ontwikkelen
In het klimaatbeleidsplan heeft Bergen vastgelegd dat de grootste inzet is gericht op de eigen gemeentelijke bedrijfsvoering en op woningbouw. Bij alle projecten is de eerste focus gericht op het terugdringen van de energievraag, daarna voor de resterende vraag zo mogelijk het toepassen van duurzame energietechnieken en in laatste instantie op efficiënte wijze fossiele brandstoffen inzetten. In 2008 heeft de gemeente een klimaatovereenkomst getekend met de provincie Noord-Holland waarin klimaatafspraken zijn vastgelegd.
3.4
Sectorale wet- en regelgeving
Wet- en regelgeving met betrekking tot sectoraal beleid is van toepassing op verschillende specifieke milieuaspecten. In de bijlage bij deze structuurvisie is hierop betreffende de uitvoering van deze structuurvisie in de paragraaf omgevingsaspecten nader ingegaan.
3.5
PlanMER en vormvrije m.e.r.-beoordeling
Tevens is in de bijlage omtrent uitvoering van deze structuurvisie ingegaan op de mogelijke verplichting om een PlanMER op te stellen en is ingegaan op de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Geconcludeerd is dat geen PlanMER noodzakelijk is. Ten aanzien van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is geconcludeerd dat de in de structuurvisie opgenomen voornemens geen belangrijke negatieve gevolgen zullen hebben voor het milieu dan wel nog als onderzoeksopgave zijn geformuleerd waarbij het onderzoek naar milieuaspecten nadrukkelijk dient te worden meegenomen in de verdere planvorming.
18
4.1
Trends en doelen
Trends en ontwikkelingen
Krimp, vergrijzing en veranderingen in de zorg Zoals in het hoofdstuk beleid is geformuleerd is de gemeente Bergen een gemeente met een hoog aandeel ouderen. Voor de regio zijn ten aanzien van de bevolkingsontwikkeling vergrijzing en ontgroening belangrijkere trends dan krimp. Door de enorme aantrekkingskracht van het kustgebied is de kans op onderdruk op de woningmarkt klein. Zoals in het beleidshoofdstuk 3 aangegeven, wordt krimp van het aantal huishoudens pas na 2030 verwacht. Zeker voor een gemeente en kern met een hoog aandeel ouderen zijn de actuele veranderingen in de zorg in Nederland van belang. Ouderen blijven zolang mogelijk thuis wonen; zorg wordt steeds minder in de vorm van verzorgingshuizen aangeboden maar wordt aan huis geleverd. Verwacht mag worden dat samenwerkende burgers en de markt nieuwe concepten zullen ontwikkelen voor ouderenhuisvesting, van aangepaste zelfstandige woningen, tot mantelzorgwoningen, kangoeroewoningen en woonconcepten voor meerdere ouderen in een complex of in menging met andere functies. De structuurvisie biedt ruimte aan aantrekkelijke woonconcepten nabij goede voorzieningen in een goed vormgegeven omgeving. Woon-, leef- en recreatiewensen Nog nooit zijn keuzemogelijkheden voor consumenten zo groot en zo zichtbaar geweest.
Of het nu om de woningmarkt gaat of om verblijfs- of dagrecreatieve voorzieningen, alles is op internet zichtbaar en vergelijkbaar.
Afgezien van de economische crisis die maakt dat ook prijs belangrijker is geworden, is in de 21e eeuw cruciaal hoe een bepaald woningaanbod, of recreatief aanbod zich onderscheidt. Sfeer, eigenheid en identiteit zijn daarin cruciale factoren. Door internet wordt de wereld groter, als reactie daarop ontstaat juist een grote belangstelling voor het eigen karakter van een plek.
4
4
Ook voor voorzieningen is de komst van het internet een grote kentering. Boodschappen halen, moet een ieder nog doen, maar voor winkelen geldt dat dit steeds minder als solistische activiteit bestaat. De totale beleving van een centrum bepaalt in combinatie met de bereikbaarheid en toegankelijkheid hoe veel publiek een voorzieningencentrum trekt. Juist de combinatie met een aantrekkelijke omgeving is daarbij een belangrijke troef. Daar zet de structuurvisie met name op in: condities bieden voor detailhandel in een aantrekkelijk gebied. Duurzaamheid De 21e eeuw is een tijdperk van herbezinning. Duurzaamheid in de zin van zorgvuldig omgaan met water, energie en afvalstoffen en verantwoorde keuzes ten aanzien van voeding- en leefwijze wordt door overheden beleden maar ook door een toenemend aantal burgers en marktpartijen. Duurzaamheid is daarmee een belangrijke factor om rekening mee te houden maar ook een factor om je als gemeente, en als kern mee te profileren.
19
4.2
Het profiel van Bergen
4.3
Doelen voor de structuurvisie
De trends voor het centrum van Bergen komen nadrukkelijk aan de orde in de
Afgestemd op het profiel van Bergen en gebaseerd op kwaliteiten, knelpun-
Ontwikkelingsvisie Mooi Bergen 2.0. Heel duidelijk blijkt de behoefte aan
ten, trends en ontwikkelingen richt de structuurvisie zich op de volgende
sfeer en passende kwaliteit voor het centrum van Bergen. Tegelijkertijd
beleidsdoelen:
maakt de visie duidelijk dat een bescheidener programma beter past bij de huidige marktvraag.
-
creëren van een levendiger en meer samenhangend centrum;
-
verbetering van de entree naar het centrum;
De inzet is op het behouden en versterken van het profiel van Bergen. Dat
-
verbetering van het winkelcircuit;
betekent dat nadruk ligt op de kwaliteit van het dorp nabij kust en natuur,
-
combineren van centrumvoorzieningen met wonen;
het imago van kunstenaarsdorp, de gevarieerde en onderscheidende archi-
-
verbetering verkeerssituatie/parkeren;
tectuur en goede kwaliteit van voorzieningen. Ten opzichte van andere re-
-
verbetering kwaliteit openbaar gebied.
creatiekernen
kan
juist
sterker
ingezet
worden
op
passende
kwaliteitsniveaus: een beetje exclusief én toegankelijk voor ieder.
Onderscheidend aanbod; mode hoger segment. Supermarkt belangrijk als publiekstrekker Nieuwbouw op voormalige Texaco-locatie
20
Visie
De Structuurvisie Mooi Bergen 2.0 gaat uit van een verbetering van het cen-
Verblijf
trum en de daarin gelegen functies. Het betreft verbeteringen van de ver-
Bij de herinrichting wordt nadrukkelijk ingezet op een aantrekkelijk ver-
keersstructuur en de inrichting van de openbare ruimte. Ook wordt ruimte
blijfsgebied voor fietsers, wandelend publiek en voor de bezoekers die graag
gegeven aan passende kwalitatieve stedelijke voorzieningen zoals winkels,
even ergens zitten. Het plan voorziet dan ook in ruimten waar de verkeers-
horeca en woningen. De inzet is om stimulerende kaders te bieden zodat
functie in combinatie met voldoende verblijfsgebied kan worden gereali-
initiatiefnemers mee kunnen doen. Dat betekent ook dat naast duidelijke
seerd. Aan de oostkant is dat in de vorm van een soort brinkruimte met
regie op de hoofdkoers, er voldoende flexibiliteit moet zijn zodat er speel-
bomen. Aan de westkant wordt een plein ingericht met een meer open ka-
ruimte ontstaat voor de uitwerking. De visie wordt toegelicht aan de hand
rakter. De feitelijke inrichting wordt kwalitatief hoogwaardig uitgewerkt en
van:
zal bijdragen tot een aantrekkelijke verblijfsruimte. De pleinruimte kan ook
1.
Verkeer, verblijf en parkeren.
benut worden voor evenementen en markten.
2.
Functioneel streefbeeld.
3.
Ruimtelijk streefbeeld.
Om de kwaliteit van de openbare ruimte zo goed mogelijk te borgen, wordt
4.
Duurzaamheid.
de bevoorrading van de commerciële functies vooral via de achterzijde geregeld. Hiervoor worden via de Jan Oldenburglaan mogelijkheden gecreëerd.
5.1
Verkeer, verblijf en parkeren
Hoofdroute In de structuurvisie wordt voorzien dat de belangrijkste route door het centrum heen blijft gaan, maar dan met een meer passende inrichting. Belangrijk is daarbij dat vanaf de Dreef naar het centrum het 30 km/u gebied begint. De hoofdroute blijft maar zal door een zorgvuldige inrichting met onder meer opgaande beplanting, visueel onderdeel uitmaken van de pleinruimten. Aan de oostzijde komt een bushalte in verband met de lijndienst Heerhugowaard-Bergen. Deze wordt ingepast in een pleinruimte met boombeplanting. De Breelaan wordt heringericht zodat de zichtas van deze cultuurhistorisch belangrijke noordzuid-lijn beter beleefbaar wordt.
Alleen bij de Rustende Jager zal de bevoorrading van winkels via de verlengde Dreef plaatsvinden. Daarbij wordt gedacht aan een inpandige laad- en losruimte ter hoogte van de huidige inrit naar de parkeergarage. Parkeren Eén van de essentiële aspecten uit het plan is de inzet om ondergrondse parkeerplaatsen aan te leggen. Dit zal de aantrekkelijkheid vergroten en ten goede komen aan een goed functionerend centrumgebied. De visie gaat uit van ondergronds parkeren aan de zuidzijde van de Dreef (Harmonielocatie). Aan de noordzijde van de Dreef is ondergronds parkeren het streven. Realisering is afhankelijk van bereidheid van particulier initiatief.
21
5
5
Het aantal parkeerplaatsen wordt berekend op basis van het programma voor woningbouw en centrumvoorzieningen. Uitgangspunt is dat op basis van de vastgestelde normeringen, sprake is van een evenwichtige parkeerbalans. De parkeerplaatsen zijn bedoeld voor bewoners en voor bezoekers. Voor
5.2
De inzet van de visie is om de kwaliteit van het centrumgebied te vergroten en daarvoor wordt het volgende gedaan aan functionele ontwikkelingen: -
nemen. Voor de overige bewoners geldt dat niet als een verplichting. Zij
toegevoegd kunnen worden. -
zullen circa 70 woningen toegevoegd worden. Daarbij wordt de verhouding 30-10-60 zoals dat in het kader van het woonbeleid is vastge-
Voor de parkeergarage en voor het centrumgebied zullen passende tarieven
steld als toetsingskader gehanteerd6.
worden geheven. Daarbij geldt het principe dat het tarief in de garage lager aangemoedigd dat men zal gaan kiezen voor de parkeergarage. Besluitvorming over het wijzigen van het parkeerregime van de parkeerterreinen achter de bibliotheek en achter de Breelaan/Smallepad naar (uitsluitend) vergunninghouders, vindt plaats na uitvoering van het, in de uitvoeringsparagraaf beschreven parkeeronderzoek. De visie zet in op de mogelijkheid van een nieuwe ontsluiting van de parkeergarage. Deze komt alsdan te liggen aan het ‘Brinklaantje’. Daarnaast wordt uitgegaan van eventueel behoud van een gedeelte van de huidige entree aan de Dreefzijde. Dit wordt nader onderzocht. Vanuit de garage(s) zijn er toegangen voor voetgangers naar het winkelgebied en naar de woondek-
Het wonen in het centrum wordt versterkt door de vervanging van bestaande en toevoeging van nieuwe woningen/appartementen. Er
komen in aanmerking voor een parkeervergunning op maaiveldniveau.
komt te liggen dan bij de winkelstraten op straatniveau. Daardoor wordt
Er komt een hoogwaardige invulling voor winkels, voorzieningen en horeca. In totaal zal circa 3000-3200 m² extra commerciële ruimte
deze voorziening worden kosten doorberekend. Het is de bedoeling dat ten minste de bewoners uit het dure woningsegment een parkeerplaats af gaan
Functioneel streefbeeld
Harmonielocatie De Harmonielocatie wordt ontwikkeld op een parkeergarage. Hier wordt de begane vloer benut voor centrumvoorzieningen (met name winkels en ook een supermarkt) en bestaat de mogelijkheid voor het inpassen van een gebouw voor muziekvereniging Harmonie. Op deze functies worden woningen gebouwd. Essentieel is dat de gebouwen een duidelijke geleding krijgen die verwijzen naar de dorpse maat. Ook zullen duidelijke kapvormen een belangrijke beelddrager worden. Vanuit het ‘Brinklaantje’ is de mogelijkheid geboden om de parkeergarage te ontsluiten. Op de hoek met de Karel de Grotelaan komen zo mogelijk woningen in combinatie met de entree naar de parkeergarage.
ken op de winkels. 6
30% categorie 1 (goedkopere woningen), 10% categorie 2 (middeldure woningen) en 60% categorie 3 en 4 (vrije sector huur of koop boven de € 225.000,00).
22
5 23
Er wordt een zorgvuldige aansluiting op de Rustende Jager gemaakt waarbij
Onder deze zone wordt, eveneens in overleg met ondernemers/investeerders
er een voor de winkels gezamenlijk te gebruiken inpandig laad- en losstation
gekeken naar de mogelijkheden om een parkeergarage te ontwikkelen. De
voor de bevoorrading zal ontstaan.
ingang van deze garage zal gevonden worden aan de oostkant ter hoogte van het pleintje met de bushalte.
Noordzijde Verlengde Dreef De noordzijde van de Verlengde Dreef biedt ruimte voor commerciële func-
Breelaan - hoek Jan Oldenburglaan
ties waarbij ook horeca categorie 1 functies mogelijk zijn. Toevoeging van
De visie zet in de op mogelijkheid om bij het kruispunt van de Stationsstraat,
horecacategorie 2 (café, bar, restaurant) kan alleen in de op de kaart aange-
de Breelaan en de Jan Oldenburglaan een nieuw (los of aangebouwd) gebouw
geven zones. De bevoorrading van de commerciële functies wordt zoveel
te realiseren. Dit is stedenbouwkundig gezien een interessante plek die uit-
mogelijk vanaf de achterzijde geregeld (zoals aangegeven op het kaartbeeld
nodigt voor verdere verbijzondering. Dat spreekt ook al uit de naamgeving
verkeer, verblijf en parkeren).
het Signaal (dit is overigens een verwijzing naar het kunsttijdschrift van de
De visie houdt rekening met een groeiscenario waarbij de panden bij her-
Bergense School).
ontwikkeling kunnen uitbreiden in de richting van de Verlengde Dreef. Met de ondernemers/investeerders zullen hiervoor afspraken gemaakt worden
Voor deze locatie is het mogelijk om op de commerciële grondlaag (met de
zodat dit wel leidt tot een samenhangend functioneel en stedenbouwkundig
mogelijkheid voor horecacategorie 2), drie bouwlagen te ontwikkelen die
beeld. Bij ontwikkeling van commerciële functies wordt ruimte geboden om
geïntegreerd zijn in een rijzige kapvorm. Het gebouw vormt een steden-
op de verdieping wonen te realiseren. Ook is denkbaar dat er een markthal-
bouwkundig baken in het centrum van Bergen en krijgt een sterk alzijdig
concept met daarboven hotelruimte ontstaat.
karakter.
Het nieuwe winkelhart biedt ook kansen voor ontwikkeling aan de Jan Oldenburglaan. Het gaat daarbij om vergroting in combinatie met verbetering van het bebouwingsbeeld. Bij toevoeging van functioneel programma zal er op toegezien worden dat de bijbehorende parkeernorm eveneens gehaald wordt.
24
5 25
Ruimtelijk streefbeeld
Voor het ruimtelijk streefbeeld wordt gewerkt aan: -
straat- en pleinwanden te ontwikkelen met een aantrekkelijke, representatieve en voor Bergen passende uitstraling;
-
een zorgvuldige massa-opbouw te kiezen met een verantwoorde onderlinge samenhang en een goed afstemming op de omliggende bebouwing;
-
in de uitwerking van de bebouwingsmassa’s nadrukkelijk te werken aan een Bergense identiteit waarbij dominante kapvormen het beeld bepalen.
Openbare ruimte De openbare ruimte binnen het plangebied wordt met grote zorg uitgewerkt waarbij een dorps en groen karakter essentieel zijn. Het groen wordt ver-
Dorps met kappen Essentieel is dat de gebouwen een duidelijke geleding krijgen die verwijzen naar de dorpse maat. Om te voorkomen dat er gesloten gevelwanden ontstaan, zullen de volumes op het dak een bepaalde tussenruimte moeten houden. Ook hier zullen de kappen een belangrijke beelddrager gaan vormen, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de rijke verscheidenheid aan kapvormen in het dorp. De verdere nuancering van het ruimtelijk streefbeeld is in een separaat beeldkwaliteitskader vastgelegd en gelijktijdig met de structuurvisie vastgesteld.
5.4
5
5.3
Duurzaamheid
sterkt met een pleinruimte aan de oostkant. Deze ruimte vormt de westelij-
In paragraaf 4.2 is aangegeven dat duurzaamheid nadrukkelijk aandacht ver-
ke entree van het centrumgebied. Een deel van deze ruimte wordt benut
dient. De extra aandacht voor aanplant van bomen past daarbij. In de verde-
voor een keerlus van de bus.
re uitwerking van plannen zal ook gekeken worden naar duurzame materiaalkeuzes en duurzame energiemaatregelen.
In westelijke richting wordt de doorgaande straat opnieuw geprofileerd waarbij bomen zorgen voor geleidelijke overgang naar de pleinruimten. Deze
Bij alle door derden te ontwikkelen plannen wordt een onderbouwing ver-
straat, aangeduid als Verlengde Dreef, krijgt aan weerszijden wandelstroken.
langd ten aanzien van de aandacht die aan het aspect duurzaamheid is be-
In geval de ontwikkeling van het basis scenario realiteit wordt, zal gestreefd
steed.
worden naar toevoeging van groen (idee van een groene plint). Aan de westkant ter hoogte van het nieuwe plein (Stationsplein) zal een veel opener karakter ontstaan. De open pleinruimten bieden een aantrekkelijke dorpse sfeer en kunnen ook gebruikt worden voor evenementen en markten.
26
5 27
6
Uitvoering
Plandeel Harmonie 1.
2.
Nadere uitwerking van schetsplannen geschiedt in samenspraak met het
7.
Q-team. De uitkomsten worden besproken met de klankbordgroep Mooi
hal wordt tot 1 september 2015 de mogelijkheid geboden om, in overleg
Bergen;
met de betreffende eigenaren van de panden in dit plangebied de haal-
Alle mogelijke varianten voor het laden en lossen ten behoeve van de
baarheid van het concept te onderzoeken. Dit laat onverlet dat andere
supermarkten worden nader onderzocht in samenspraak met werkgroep
initiatieven binnen de kaders de structuurvisie ook mogelijk zijn, op
verkeer. De uitkomst(en) worden besproken met de klankbordgroep Mooi
voorwaarde dat dit in overleg met de betreffende eigenaren plaats vindt.
Bergen en direct omwonenden; 3.
De initiatiefnemers van het alternatieve plan Het Centrum Park – Markt-
Exacte locatie en vormgeving/uitstraling van de entree parkeergarage
8.
De raad wordt over de uitkomsten van het/de onderzoek(en) gerapporteerd bij de herijking van de grex in het eerste kwartaal van 2016;
uitwerken in samenspraak met Q-team en werkgroep Verkeer. De uitkomsten worden besproken met klankbordgroep Mooi Bergen en direct
Signaal 9.
Openbaar gebied 4.
Op basis van het Beeldkwaliteitkader wordt door initiatiefnemer(s) in samenspraak met het Q-team twee à drie architectonische uitwerkingen
De exacte locatie van de bushalte wordt bepaald bij de uitwerking van
gemaakt, waarna definitieve besluitvorming door de raad plaatsvindt;
het openbaar gebied in samenspraak met Connexxion en werkgroep ver-
10. Het college komt in dit kader met een voorstel over een burgerparticipa-
keer. De uitkomsten worden besproken met de klankbordgroep Mooi
tie proces.
Bergen, de bewoners boven ‘Hartje Bergen’ en de bewoners boven de bibliotheek; 5.
In 2015 wordt overleg aangegaan met Connexxion over de route en bushalte van de lijndienst Alkmaar-Bergen. De raad wordt over de uitkomst van het gesprek gerapporteerd;
Parkeren 11. Parkeeronderzoek in de kern Bergen laten uitvoeren. Exacte begrenzing onderzoeksgebied moet nog worden bepaald; 12. Inrichtingsvoorstellen over invulling, vormgeving en uitstraling voor het Binnenhof laten maken zodat dit openbare parkeergebied kan worden
Winkelhart 6.
betrokken bij de parkeeropgave als gevolg van Mooi Bergen 2.0.;
Indien de bebouwing in plandeel Winkelhart conform de huidige rooilijn blijft, wordt nader onderzocht of de inrichting van de openbare ruimte
Algemeen
volgens het concept idee van het plan “Centrum Park – Markt Hal” (een
Uitwerking plannen naar passende juridische planologische kaders.
park strip) haalbaar is;
29
6
omwonenden;
30
Bijlage 1: Programmastudie Mooi Bergen 2.0 van 5 december 2014
masterplan 2.0
mooi bergen p r o g r a m m a d e e lg e b i e d e n schaal 1:500
in opdracht van de gemeente bergen ontwerp aad trompert 5 december 2014
plandelen masterplan mooi bergen 2.0
Breelaan
Jan Oldenburglaan
signaal
Dorpsplein
J.old.ln.
J.old.ln.
winkelhart west winkelhart oost
Parkje
Hartje Bergen
Verlengde Dreef Brink
harmonie
Rustende Jager
Karel de Grotelaan
progr amma masterplan 2.0 - 5 december 2014
legenda plandelen
harmonie
winkelhart oost
winkelhart west
signaal
Jan Oldenburglaan
grens basis en basis +
te slopen oppervlakken masterplan mooi bergen 2.0 te slopen
signaal
Jan Oldenburg laan
winkelhart west
winkelhart oost
harmonie
brandweer harmonie garage totaal
276 m2 bvo 142 m2 bvo 110 m2 bvo 528 m2 bvo
winkelhart oost
abn horeca winkel totaal
511 m2 bvo 120 m2 bvo 168 m2 bvo 799 m2 bvo
winkelhart west
winkel totaal
417 m2 bvo 417 m2 bvo
signaal
kiosken kunst vvv totaal
100 m2 bvo 240 m2 bvo 108 m2 bvo 448 m2 bvo
Jan Oldenburgln
winkel totaal
513 m2 bvo 513 m2 bvo
totaal plangebied 2.723 m2 bvo voorzieningen 14 woningen signaal 4 a 6 wooneenheden jan oldenburglaan
harmonie Rustende Jager
progr amma masterplan 2.0 - 5 december 2014
p r o g r a m m a - s c h e t s . b e g a n e g r o n d h a r m o n i e - lo k at i e . s c h a a l 1 : 5 0 0 legenda
winkels
bevoorrading
wonen
programma winkels/supermarkt winkels bevoorrading
ca. 1.700 m2 bvo ca. 340 m2 bvo
4 x beganegrond woningen/appart.
harmonie
progr amma masterplan 2.0 - 5 december 2014
p r o g r a m m a - s c h e t s . v e r d i e p i n g h a r m o n i e - lo k at i e . s c h a a l 1 : 5 0 0 legenda
woningen
deels groene daken
nieuwe harmonie
programma wonen/voorzieningen 21 appartementen in een tot twee lagen + kap op winkels oppervlak gemiddeld 100 m2 bvo 2 rugzakwoningen op entree parkeergarage in twee lagen + kap oppervlak ca. 125 m2 bvo nieuwe harmonie
harmonie
progr amma masterplan 2.0 - 5 december 2014
p r o g r a m m a - s c h e t s . pa r k e e r k e l d e r h a r m o n i e - lo k at i e . s c h a a l 1 : 5 0 0 legenda parkeren nieuw programma parkeren 90 p.pl. onder Harmonie-lok. 104 p.pl. onder Deen 13 garages onder Deen 207 parkeerplaatsen totaal
harmonie
progr amma masterplan 2.0 - 5 december 2014
programma-schets . beganegrond noord . schaal 1:500 legenda
entree woningen
winkels/horeca
programma winkels/horeca in basis variant
02 signaal
winkelhart oost ca. winkelhart west ca. signaal 01 ca. signaal 02 ca. j.oldenburgln 03 ca. j.oldenburgln 04 ca. j.oldenburgln 05 ca.
Jan Oldenburglaan 03
04 05
01
winkelhart west
progr amma masterplan 2.0 - 5 december 2014
winkelhart oost
totaal commercieel
965 m2 bvo 470 m2 190 m2 260 m2 255 m2 220 m2 290 m2
ca. 2.650 m2 bvo
programma-schets . verdieping noord . schaal 1:500 legenda
woningen
deels groene daken
programma wonen in basis variant op winkelhart oost 14 woningen in een tot twee lagen + kap op winkels oppervlak gemiddeld 100 m2 bvo
02
03
signaal
j.oldenburgln
04
05 j.oldenburgln
op winkelhart west 8 appartementen in een of twee lagen + kap op winkels oppervlak ca. 100 m2 signaal 01, 5 appartementen in twee lagen + kap oppervlak gemiddeld 100 m2 bvo
01 winkelhart west
winkelhart oost
signaal 02, 7 appartementen in twee tot drie lagen + kap op winkels oppervlak 100 tot 140 m2 bvo jan oldenburglaan 03, bestaand jan oldenburglaan 04, 4 appartementen in een laag + kap op winkels oppervlak gemiddeld 100 m2 bvo jan oldenburglaan 05, 4 appartementen in een laag +kap op winkels oppervlak gemiddels 100 m2 bvo
progr amma masterplan 2.0 - 5 december 2014
programma-schets . beganegrond noord . schaal 1:500 legenda
entree woningen
winkels/horeca
programma winkels/horeca in basis+ variant
02 signaal
Jan Oldenburg laan 04 03 05
01 winkelhart west
winkelhart oost
progr amma masterplan 2.0 - 5 december 2014
winkelhart oost ca. winkelhart west ca. signaal 01 ca. signaal 02 ca. j.oldenburgln 03 ca. j.oldenburgln 04 ca. j.oldenburgln 05 ca. totaal commercieel
1.135 m2 bvo 830 m2 190 m2 260 m2 255 m2 220 m2 290 m2
ca. 3.180 m2 bvo
programma-schets . verdieping noord . schaal 1:500 legenda
woningen
programma wonen in basis variant +
02 signaal
03
04
j.oldenburgln
05 j.oldenburgln
op winkelhart oost 14 woningen in een tot twee lagen + kap op winkels oppervlak gemiddeld 105 m2 bvo op winkelhart west 10 woningen in een of twee lagen + kap op winkels oppervlak gemiddels 110 m2 bvo signaal 01, 5 appartementen in twee lagen + kap oppervlak gemiddeld 100 m2 bvo
01
signaal 02, 7 appartementen in twee tot drie lagen + kap op winkels oppervlak 100 tot 140 m2 bvo
winkelhart west
winkelhart oost
j.oldenburgln 03, bestaand j.oldenburgln 04, 4 appartementen in een laag + kap op winkels oppervlak gemiddeld 100 m2 bvo j.oldenburgln 05, 4 appartementen in een laag +kap op winkels oppervlak gemiddels 100 m2 bvo
progr amma masterplan 2.0 - 5 december 2014
p ro g r a m ma- s c h ets . pa r k e e r k e l d e r . s c ha a l 1 : 5 0 0 legenda
parkeren nieuw
maximaal programma parkeren in basis variant +
signaal
26 28 10 64
j.oldenburgln j.oldenburgln
winkelhart west
progr amma masterplan 2.0 - 5 december 2014
winkelhart oost
p.pl. onder winkelhart oost p.pl. onder winkelhart west p.pl. onder lokatie signaal p.pl. totaal
Bijlage 2: Omgevingsaspecten
Bijlage 2: Omgevingsaspecten 1.
Inleiding
Een structuurvisie is een strategisch beleidsdocument met een uitvoerings-
In het hiernavolgende is daarop nader ingegaan, alsook de relatie tussen de
pakket, waarin de gemeente haar beleid vastlegt, waar zij zich aan verbindt
structuurvisie en eventuele planMER(beoordelings)plicht.
en waarbij tevens inzicht wordt geboden in de wijze waarop zij haar voornemens denkt te realiseren. Daarbij horen uitvoeringsmaatregelen die be-
2.
Omgevingsaspecten
2.1
Water
staan uit een mix van technische, bestuurlijke en juridische maatregelen met de daarbij behorende uitvoeringshandelingen en besluiten.
Het plan toont dat er ten opzichte van de huidige situatie weinig verhard Een structuurvisie beschrijft de hoofdlijnen van voorgenomen ontwikkelin-
oppervlakte toegevoegd gaat worden. Dat levert op zich geen aanleiding tot
gen, alsmede de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijke
het treffen van extra waterbergingscapaciteit. Wel zal door het aanpassen
beleid. Hiermee worden aanknopingspunten voor het al of niet toestaan van
van het rioolstelsel in het centrum van Bergen (afkoppelen) gekeken moeten
bepaalde functies op daarvoor aangewezen plekken geboden, maar tegelij-
worden of het watersysteem deze extra belasting kan verwerken. Een aspect
kertijd functioneert een structuurvisie ook als een beleidsdocument dat de
wat daarbij bekeken kan worden is of er mogelijkheden zijn voor infiltratie
realisatie van nieuwe ontwikkelingen stimuleert. Voorliggende structuurvisie
in het gebied zodat water vertraagd afgevoerd kan worden.
geeft de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid aan. Daarnaast geeft het Hoogheemraadschap vaak aanwijzingen over de waterDe Wet ruimtelijke ordening (Wro) vereist dat in een structuurvisie ook
kwaliteit waarbij als uitgangspunt geldt dat bij nieuwe ontwikkelingen een
wordt aangegeven op welke manier de gemeenteraad zich voorstelt de voor-
gescheiden rioolstelsel wordt aangelegd met (eventueel) zuiverende rand-
genomen ontwikkelingen ‘te doen verwezenlijken’. Het bieden van inzicht
voorzieningen voor de lozingspunten van het hemelwaterriool.
inzake de uitvoerbaarheid van die hoofdlijnen en hoofdzaken biedt zekerheid over de uitvoering zowel in de richting van het gemeentebestuur als in de
Met het oog op de parkeergarage(s) heeft het Hoogheemraadschap eerder
richting van belanghebbenden. Vele factoren bepalen in hoeverre de voorge-
advies gegeven ten aanzien van grondwaterstanden en grondwaterstroming.
stelde projecten haalbaar zijn of niet. De mate waarin voorstellen voor pro-
Tijdens de aanleg zal bronbemaling nodig zijn en daarvoor dient, gelet op de
jecten worden opgepakt, heeft te maken met omgevingsaspecten, de
verwachte bouwperiode van meer dan 6 maand, het Hoogheemraadschap een
ruimtelijke inpasbaarheid en juridische haalbaarheid, de financiële haal-
zogenaamde onttrekkingsvergunning af te geven. Hierover wordt vooroverleg
baarheid en capaciteit van het gemeentelijke apparaat.
wenselijk geacht waarbij een bemalingsadvies kan worden besproken. In de eindfase zal op grond van eerdere modelstudies (uitgevoerd door Tauw) de grondwaterstand slechts enkele centimeters wijzigen. Gezien de diepte van de grondwaterstand ten opzichte van het maaiveld vallen daarom geen problemen te verwachten. In dit stadium is nog geen sprake van een situatie waarvoor watervergunning afgegeven kan worden. Wel kan, rekening houdend met de gemaakte opmerkingen, daar aan gewerkt worden. In het kader van het voorliggende plan is de uitvoerbaarheid voldoende onderzocht. 2.2
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie De gemeente Bergen beschikt over een beleidskaart Archeologie. Op deze kaart wordt aangegeven wanneer archeologisch onderzoek vereist is indien graafwerkzaamheden (bodemroering) worden uitgevoerd. Het terrein rond het Plein ligt voor het overgrote deel in het gebied waar archeologisch onderzoek nodig is bij plannen groter dan 500 m² en dieper dan 40 cm. Een klein deel van het terrein rondom het Plein ligt in een gebied
Figuur 11. Detail van de beleidskaart archeologie, centrum Be rgen
waar archeologisch onderzoek al nodig is bij ingrepen groter dan 50 m² en dieper dan 35 cm. Bij de concrete planontwikkeling in het gebied rondom het
Cultuurhistorie
Plein in Bergen zal een verkennend archeologisch bodemonderzoek uitge-
Voor deze ontwikkeling is een uitvoerige cultuurhistorische verkenning opge-
voerd moeten worden.
steld (rapport M&dM). Daaruit wordt duidelijk welke ontwikkeling dit plangebied heeft doorgemaakt. Tot 1900 was Bergen een kleine agrarische kern met de Ruïnekerk als hart, daarna droeg de aanleg van de spoorlijn in 1905 bij aan de opkomst van het dorp als kunstenaarsdorp en centrum voor toerisme. Na de opheffing van de spoorlijn kreeg het centrumgebied een inrichting die
in de jaren ‘60 van de vorige eeuw modern en vooruitstrevend werd geacht,
den of aanwezigheid van beschermde soorten aan de orde is en zal, indien
maar die inmiddels ernstige tekenen van slijtage vertoont. De conclusie is
daartoe aanleiding ontstaat, een eventuele ontheffingsprocedure gevolgd
dat het gebied behoefte heeft aan een nieuwe invulling.
moeten worden. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer blijkt dat er vleermuizen, gierzwaluwen of huismussen verblijven in de te slopen panden.
Bij de toekomstige invulling moet rekening worden gehouden met de aanwe-
Op grond van vergelijkbare situaties in centrumgebieden is het reëel om op
zigheid van twee monumenten: het pand Jan Oldenburglaan 4 (rijksmonu-
dit moment het plan als uitvoerbaar te duiden in de wetenschap dat nader
ment) en het wooncomplex aan de Karel de Grotelaan 11-17 (gemeentelijk
onderzoek gedaan zal worden in het kader van het bestemmingsplan.
monument). Bij de planvorming in het gebied zal rekening worden gehouden met de monumentale waarde van deze panden.
2.4
Milieuhinder van bedrijven en voorzieningen
Binnen de structuurvisie wordt ruimte geboden voor centrumvoorzieningen Ook de Bakemaflat weerspiegelt een bepaalde periode in de architectuur,
waaronder ook horeca geschaard mag worden. Met name deze categorie
die is geïnspireerd door Le Corbusier. Niettemin is het gebouw naar de huidi-
functies kan hinder veroorzaken. Daarbij gaat het vooral om geluidhinder,
ge inzichten gedateerd en minder passend binnen de stedenbouwkundige
geurhinder en lichthinder (lichtreclame, terreinverlichting). Deze functies
structuur van het centrum van Bergen. Blijft het staan, dan zal opwaardering
zijn met name aan de westkant van het plangebied gedacht. Gezien de reeds
zinvol zijn, gaat er een herontwikkeling plaatsvinden dan is sloop aan de
aanwezige horecaondernemingen in die omgeving zal de omvang van deze
orde.
potentiële hinder naar verwachting minimaal zijn. In de uitwerking van de plannen zal dit aspect verdere aandacht vragen. Dit betreft vooral de feite-
2.3
Ecologie
lijke situering en bouwkundige uitwerking van specifieke detail- en horeca-
Relevante wet- en regelgeving op het gebied van de natuurbescherming is de
functies
(supermarkten/muziekcafé’s).