is 2021-12-08 Raad van state deskundigenverslag voetbalcomplex Eadh.pdf
Tekst van het document
gecorrigeerd/aangevuld moet worden
Onderbouwing van uw reactie
Ten aanzien van het tenniscomplex wijzen wij erop dat de haag moet leiden tot een driftreductie van 759ĥ. Ten onrechte wordt er in de redenering ervan uitgegaan dat die haag niets zal tegen houden voor tribunes die hoger dan 2,5 meter zouden worden
STAB-41247 | 24 november 2021 | 82
gebouwd. Het gaat hier om gewasbestrijding die naar beneden is gericht (veldbespuitingen). Verder verwijzen wij naar onze reactie op pag. 30, 2 alinea. e
Reactie STAB
In het STAB-verslag is niet vermeld dat een haag geen driftreducerende werking zat hebben. Op gemerkt is dat niet duidelijk is of de driftreducerende werking afdoende zal zijn.
Hoofdstuk/paragraaf/bladzijde
Verblijfsklimaat sportvelden, pag. 27, 2 alinea
Tekstdeel dat volgens u
Adromi heeft in haar berekeningen de driftreductie van windhagen niet meegenomen omdat het met het EFSA-model niet mogelijk is een haag of scherm te modelleren
gecorrigeerd/aangevuld moet worden
e
Onderbouwing van uw reactie
We hebben navraag gedaan bij Adromi en daaruit blijkt dat de drift gemodelleerd is via Efsa, dus er bestaat op basis van die modellering inzicht in de driftbelasting die door de haag uit voorzorg zal worden gereduceerd. De conclusie van de StAB is dus
Reactie STAB
In het STAB-verslag is aangegeven wat in het rapport van Adromi is vermeld over het modelleren van een driftreducerende haag.
Hoofdstuk/paragraaf/bladzijde
Verblijfsklimaat sportvelden, pag. 27, 2 alinea.
Tekstdeel dat volgens u gecorrigeerd/aangevuld moet worden
De middelen die Adromi in zijn berekeningen heeft opgenomen zijn volgens het rapport PRI 610 minder toxisch (zie tabel 10, blz.
onjuist.
e
23 PRI-rapport 610). Dit betekent dat Adromi niet uitgaat van de meest toxische gewasbeschermingsmiddelen (een worstcasescenario) die in de bloembollenteelt zijn toegelaten. Onderbouwing van uw reactie
We kunnen de opmerking niet goed plaatsen, nu PRI 610 gaat over het gebruik van een veldspuit in de akkerbouw en de fruitteelt. Bollen- en sierteelt valt hier in principe niet onder. Verder zegt tabel 10 uit het rapport PRI, waar de StAB naar verwijst, niet direct iets over de hoogste toxiciteit als zodanig (dus evenmin iets over toxiciteit in de akkerbouw). De tabel heeft betrekking op stoffen waarvoor de dermale blootstelling het grootste risico is (de dermale depositie is afgezet tegen de dermale AEL-grenswaarde en maximaal toelaatbare dosis met integratie van dermale absorptie e.d.; PRI geeft zelfs uitdrukkelijk aan dat de toxiciteit van de middelen met hoge dermale opname sterk kan verschillen). Los hiervan is dermale blootstelling maar één van de blootstellingsrisico's; verderop in het rapport gaat PRI verder met de beoordeling van de inhalatoire risico's. Tot slot is relevant dat en significant aantal van de in deze tabel opgenomen middelen niet meer toegelaten zijn cq. uit de aard der zaak niet toegelaten zijn in de bollenteelt. We verwijzen naar onderstaande tabel 1 waarin hiervan een overzicht wordt gegeven.
Reactie STAB
Bij de vaststelling van het bestemmingsplan op 29 september 2020 zijn de afstanden en maatregelen gebaseerd op het SP A-WNP rapport. Adromi is in april 2021 gevraagd voor een second opinion. De rapportage van Adromi ligt niet ten grondslag aan het besluit. SPA heeft destijds haar rapportage met de PRI 610 onderbouwd en haar conclusies en aanbevelingen gedaan. Het rapport van SP A-
STAB-41247 ļ 24 november 2021 | 83
WNP is uit 2016 en is gebaseerd op het maatgevende gewasbeschermingsmiddel (Glufosinaat-ammonium; de meest risicovolte werkzame stof) dat later uit de handel is genomen. Mogelijk is daardoor de beoordeling door SPA strenger is dan wanneer van andere middelen zou zijn
uitgegaan.
Het Adromi-rapport leidt er niet toe dat kortere afstanden en/of stringentere maatregelen nodig zouden zijn. Adromi onderschrijft
in
die zin de conclusies van SPA -WNP. De bijlage die bij de reactie op het conceptverslag is gevoegd is opgenomen als bijlage STAB-6 bij het verslag. Hoofdstuk/paragraaf/bladzijde
Verblijfsklimaat sportvelden, pag. 27 laatste alinea.
Tekstdeel dat volgens u gecorrigeerd/aangevuld moet worden
In het rapport van SPA Ingenieurs is, zo merken appellanten terecht op, ook aan de zuidwestzijde van het voetbalcomplex een driftwerende haag aangegeven (zie afbeelding 2 in bijlage 13 van de plantoelichting). Die gronden hebben in het bestemmingsplan de bestemming "Natuur" gekregen en zijn niet voorzien van een functieaanduiding voor een windhaag. Aangezien de gronden waarop bollen geteeld kunnen worden hier niet direct grenzen aan gronden met de bestemming "Sport" (de afstand is minimaal ongeveer 4 meter), is daar klaarblijkelijk geen driftwerende haag nodig geacht.
Onderbouwing van uw reactie
Hier is een driftwerende haag inderdaad niet nodig, omdat achter de strook een woonbestemming ligt en hier geen bollenvelden liggen. Een driftwerende voorziening is dus om die reden niet nodig.
Reactie STAB
Hef verslag is aangevuld met deze opvatting van verweerder.
Hoofdstuk/paragraaf/bladzijde
Verblijfsklimaat sportvelden, pag. 28 onderaan.
Tekstdeel dat volgens u
Uit de voorwaardelijke verplichting en de verbeelding volgt dat op grond van het voorliggende plan alleen aan de oostzijde van het tenniscomplex een driftreductie van 75X is verzekerd. Aan de overige zijden van het tenniscomplex is op grond van het voorliggende plan geen enkele driftreductie gewaarborgd. Met het plan is niet verzekerd dat ter plaatse van het tenniscomplex sprake
gecorrigeerd/aangevuld moet worden
zal zijn van een goed (gezond) sportverblijfsklimaat. Onderbouwing van uw reactie
De meest overheersende windrichting in Nederland is de zuidwestelijke richting. In onderhavige omgeving bij het dichtstbijzijnde weerstation Egmond aan den Hoef is echter de noordelijke en noordoostelijke windrichting de overheersende windrichting, zoals op pag. 28 (van welk rapport?) ook wordt benoemd. De nieuwe bollenvelden worden voor het overgrote deel juist aan zuidoostzijde van het tennis complex gerealiseerd, waar de haag moet worden gerealiseerd die een driftreductie van 7536 dient te hebben alvorens de bollengronden in gebruik genomen mogen worden (zie artikel 3.2.2 van de planregels). De gezondheid van de gebruikers van het tenniscomplex is hiermee verzekerd.
STAB-41247 | 24 november 2021 | 84
We verwijzen hierbij (opnieuw) naar de uitspraak van de Afdeling van 3 november 2021 ECLI :NL:RVS:2021:2432) waaruit volgt dat een driftreductie van 75^! in het kader van Activiteitenbesluit voldoende wordt geacht (zie artikel 2.80 van het Activiteitenbesluit waaronder ook bloembollen en bloemknollen valt). Reactie STAB
Deze reactie word t voor kennisgeving aangenomen. Het gegeven dat d e overheersende wind richting in Egmond aan d e Hoef voornamelijk (noord )oostelijk is, neemt niet weg d at d e wind ook uit andere wind richtingen kan waaien. In d ie gevallen ontbreekt d an een driftreducerende voorziening.
Tekstdeel dat volgens u
De zinnen 'Het plan maakt (..) mogelijkheid niet uit
gecorrigeerd/aangevuld moet worden Onderbouwing van uw reactie
Het is onduidelijk wat met deze laatste zinnen bedoeld wordt. Temeer nu hiervoor wordt ingegaan op het feit dat buiten het bouwvlak alleen een kleine onoverdekte tribune mogelijk is. Zie
Reactie STAB
De laatste zin is verduidelijkt en luidt nu: "Desalniettemin plan d e mogelijkheid van een kleine tribune niet uit."
Hoofdstuk/paragraaf/bladzijde
Verblijfsklimaat sportvelden, pagina 30, tweede alinea
Tekstdeel dat volgens u
De zinnen "Die hoogte geld t wel voor overige bouwwerken (...) aan drift van gewasbeschermingsmi dd elen."
ook onze reactie op pag. 30, tweede alinea.
gecorrigeerd/aangevuld moet worden Onderbouwing van uw reactie
sluit het
Ook een eventuele tribune met een hoogte van 7 meter is aan de achterkant gesloten en kan worden voorzien van één of meer wanden. De gesloten kanten zullen dan richting de bollengronden opgericht worden gelet ook op de ligging van de tennisvelden. Overigens lijkt voor een dergelijke tribune niet veel ruimte aanwezig te zijn, gezien de reeds gerealiseerde tennisbanen, zoals volgt uit de luchtfoto van ruimtelijkeplannen.nl. Dit geldt temeer omdat het maximale bebouwingspercentage slechts 49į bedraagt. Hierbij merken wij op dat de haag een driftreductie van 75/Ū moet hebben, anders kunnen de aangrenzende gronden niet worden gebruikt (art. 3.3.2 bestemmingsplan). Het gaat hier bovendien om gewasbestrijding die naar beneden is gericht (veldbespuitingen). Het ligt niet in de lijn der verwachting dat drift van neerwaarts spuiten zich zo ver in de hoogte zal verspreiden dat de afscherming geen meerwaarde heeft. Uitgaande van de 'neerslag' die plaatsvindt van drift en het effect van een haag ligt niet in lijn der verwachting dat drift ver over een afscherming heen zal verspreiden.
Reactie STAB
Deze reactie word t voor kennisgeving aangenomen. In het verslag is naar aanleid ing van d eze reactie vermeld d at het bebouwingspercentage op d e gronden van het tenniscomplex 4 is.
Hoofdstuk/paragraaf/bladzijde
Transferium, pagina 32, laatste alinea van par 4.1.
Tekstdeel dat volgens u gecorrigeerd/aangevuld moet worden
In het verweerschrift is niet afzonderlijk ingegaan op deze bezwaren van LTO Noord.
Onderbouwing van uw reactie
Hieruit lijkt te volgen dat de raad niet op de bezwaren van LTO is ingegaan. Dat is onjuist. I n het verweerschrift is voor wat betreft
STAB-41247 | 24 november 2021 | 85
die stellingen van LTO verwezen naar hetgeen onder paragraaf 1.5 van het verweerschrift is uiteengezet. Reactie STAB
Het verslag is aangevuld met een verwijzing naar paragraaf het verweerschrift.
7.5 in
Hoofdstuk/paragraaf/bladzijde
Bemesting bollenvelden, pagina 46, derde alinea
Tekstdeel dat volgens u gecorrigeerd/aangevuld moet worden
In dat rapport staat dat de emissie is afgeleid uit de bemestingsnormen voor bollenteelt uit het Mestbeleid 2014-2017. Daarbij is in het rapport een fractie van 2*36 emissie naar de lucht gebruikt. In het rapport staat niet waarop dit percentage is gebaseerd...
Onderbouwing van uw reactie
Het percentage dat naar de lucht emitteert is afhankelijk van de wijze van bemesten. In het onderzoek stikstofdepositie dat ten grondslag ligt aan de passende beoordeling en het planMER is gebruik gemaakt van het rapport Ammonia emissions from animal manure and inorganic fertilisers (Wageningen University 8d Research, 2012). Hierin is 2X opgenomen als ondergrens (zie navolgende tabel). Met de keuze voor het laagste percentage als uitgangspunt voor de verschilberekening is sprake van een worstcasebenadering. fable 2.12
Emission factors of manure application flt of TAN) 2009j
Emission factor Shallow tnjeclion Partly injection, partly narrow band Trailinq shoe and -hose Surface spreadinq {grassland! Surface spreadinq (arable land) Deep placement (aiable land) Surface incorporation in one track Surface incorporation in two tracks
Reactie STAB
19
22 5 26 74 69 2 22 46
In het definitieve verslag is vermeld dat verweerder in reactie op het conceptverslag aangeeft dat dit percentage is gebaseerd op genoemd rapport.
Hoofdstuk/paragraaf/bladzijde
Bemesting bollenvelden, pagina 47 bovenaan.
Tekstdeel dat volgens u gecorrigeerd/aangevuld moet worden
Wisselteelt op bollenvelden kan daarom van invloed zijn op de langjarige gemiddelde hoogte van de emissie vanwege bemesting, een en ander afhankelijk van de hoogte van de bemestingsnorm die voor de wisselteelt geldt, en de frequentie waarmee wisselteelt
Onderbouwing van uw reactie
Voor bollenvelden is het gebruikelijk (ter beperking van plantziekten) eens in een aantal seizoenen een ander gewas dan bollen te telen. Dit gebeurt echter dusdanig beperkt, dat er van de gebruikelijke situatie uit is gegaan, namelijk: bollenteelt. Bovendien wordt opgemerkt dat wisselteelt minder intensiever zal
plaatsvindt.
zijn als bollenteelt. Hierbij merken wij op dat bovenstaande niet alleen geldt voor de compensatiegronden, maar ook voor de bestaande bollengronden op de fusielocatie. Andere bemestingsnormen zullen geen relevante gevolgen hebben voor de resultaten van de verschilberekening.
STAB-41247 | 24 november 2021 | 86
Reactie STAB
Deze reactie wordt voor kennisgeving aangenomen en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het verslag.
Hoofdstuk/paragraaf/bladzijde
Bemesting bollenvelden, pagina 47, 3e alinea
Tekstdeel dat volgens u
Het plan staat niet in de weg aan het voornemen om drie kunstgras- en twee natuurgrasvelden aan te leggen, maar sluit
gecorrigeerd/aangevuld moet worden
evenmin uit dat (in het slechtst denkbare geval) vijf natuurgrasvelden worden gerealiseerd. Onderbouwing van uw reactie
In de referentiesituatie zijn er 8 natuurgrasvelden (trainingsvelden niet meegenomen) en in de beoogde situatie komen er 2 natuurgrasvelden (en 3 kunstgrasvelden). Gezien het intensieve gebruik van het sportcomplex en het grote aantal trainingen is een groter aantal natuurgrasvelden niet mogelijk. Ten opzichte van de referentiesituatie zal er dus een afname zijn van 6 natuurgrasvelden. In de beoogde situatie zal de bemesting van de sportvelden dus aanzienlijk afnemen. Daarnaast zal de bemesting van 2 natuurvelden op de fusielocatie veel minder emissies genereren dan de bemesting van de bestaande 8 ha bollegrond op die locatie. De bemesting van de sportvelden zal dan ook geen negatieve invloed hebben op de berekening.
Reactie STAB
In het definitieve verslag is vermeld dat in de bestaande situatie sprake is van acht velden (op drie voetbalcomplexen) die bemest kunnen worden.
Hoofdstuk/paragraaf/bladzijde
Aanlegfase, pagina 48, 3e alinea.
Tekstdeel dat volgens u gecorrigeerd/aangevuld moet worden
De vertegenwoordigers van verweerder hebben desgevraagd aangegeven dat de bijdrage aan de depositie op het Natura 2000gebied van het bemesten van de bestaande bollengronden dermate groot is, dat de bijdrage van de werkzaamheden ten behoeve van het teeltrijp maken van de gronden ter plaatse van Zeevogels en Sint Adelbert daartegen naar verwachting niet opwegen (zie ook de beantwoording van vragen van STAB in bijlage STAB-1).
Onderbouwing van uw reactie
Het gaat niet alleen om de bijdrage van de bemesting van de bestaande bollengronden, maar ook om de bijdrage van de bemesting van de compensatiegronden in de beoogde situatie (zie ook de beantwoording van de vragen in bijlage 1 bij het verslag). In de beoogde situatie is de gebruiksfase zonder meer maatgevend. M.a.w. de bemesting van de bollengronden ter plaatse van de compensatiegronden zal per jaar meer emissies genereren (en daarmee een grotere bijdrage leveren aan de stikstofdepositie binnen Natura 2000) dan de werkzaamheden in verband met de sloop van de clubgebouwen en het gereed maken van de gronden voor bollenteelt.
Reactie STAB
Het standpunt van verweerder is in het definitieve verslag aangevuld door ook de compensatiebollengronden te noemen.
Hoofdstuk/paragraaf/bladzijde
Aanlegfase, pagina 49 tweede alinea.
Tekstdeel dat volgens u gecorrigeerd/aangevuld moet worden
Voor wat betreft het bezwaar van appellanten Wullems e.a. dat geen rekening is gehouden met een periode van overlap op het moment dat de sportlocaties tijdens de aanlegfase nog in gebruik
STAB-41247 | 24 november 2021 | 87
ŭďŬBfl
mÏÏmî
zijn, merk ik op dat uit de stikstofnotitie inderdaad blijkt dat dat niet geval is. Onderbouwing van uw reactie
Het is inderdaad niet uitgesloten dat op de bestaande locaties nog wordt gevoetbald op het moment dat ter plaatse van de fusielocatie wordt gestart met de aanlegfase. Die tijdelijke situatie is per saldo positief voor de stikstofdepositie binnen het Natura 2000-gebied. Op dat moment is immers geen sprake meer van bemesting van bollengronden op de fusielocatie en nog geen sprake van bemesting van bollengronden ter plaatse van de bestaande sportcomplexen. Op de fusielocatie zelf is sprake van een groot positief saldo. De bijdrage aan de stikstofdepositie door het bestaand gebruik is vele malen groter dan de bijdrage van de werkzaamheden tijdens de aanlegfase (ook als deze binnen één jaar worden uitgevoerd).
ffeocf/e STAB
Het standpunt van ve rwe e rde r is in he t de finitie ve aangevuld.
Hoofdstuk/paragraaf/bladzijde
Positie clubgebouw, pagina 50, 3e alinea
Tekstdeel dat volgens u
Uit de uitsnede zelf blijkt dat de betreffende activiteiten gemodelleerd zijn op een locatie die ongeveer 35 meter ten oosten van het bouwvlak ten behoeve van het clubgebouw ligt, en dus op grotere afstand van het Natura 2000-gebied "Noordhollands Duinreservaat" dan genoemd bouwvlak. Gezien de korte afstand tot het Natura 2000-gebied, betwijfel ik echter of
gecorrigeerd/aangevuld moet worden
ve rslag
een en ander aanzienlijke gevolgen heeft voor de hoogte van de berekende stikstofdepositie in dat gebied. Onderbouwing van uw reactie
Het klopt dat de oppervlaktebron voor de realisatie van het clubgebouw niet helemaal op de juiste plek is gemodelleerd. De gevolgen voor de uitkomsten van de berekeningen zijn verwaarloosbaar. Daarnaast is zoals aangegeven op de fusielocatie (door het wegvallen van de bemesting van de bestaande bollengronden) sprake van een groot positief saldo. Het is uitgesloten dat wijzigingen in de uitgangspunten voor de aanlegfase leiden tot een berekende depositiebijdrage.
Reactie STAB
Deze reactie wordt voor ke nnisge ving aange nome n e n geeft ge e n aanleiding tot aanpassing van he t ve rslag.
Hoofdstuk/paragraaf/bladzijde
Verstoring vanwege geluid, pagina 51 tweede alinea.
Tekstdeel dat volgens u gecorrigeerd/aangevuld moet worden
Ik stel vast dat niet is uitgesloten dat het plan leidt tot negatieve effecten op broedvogels die thans nabij het beoogde sportcomplex voorkomen.
Onderbouwing van uw reactie
Het ecologisch veldonderzoek geeft inzicht in de vogelsoorten binnen het plangebied en in directe omgeving daarvan (zie bijlagenrapport planMER en update in bijlage 20 bij de plantoelichting). De binnenduinrand ter hoogte van het sportcomplex wordt in de bestaande situatie reeds verstoord door het verkeer op de Egmonderstraatweg (circa 14.000 mvt/etm op een weekenddag) en recreatief medegebruik. Enige toename van verstoring is niet uitgesloten (zie ook de passende beoordeling in bijlage 1 bij het planMER), maar zal ten opzichte van de bestaande
STAB-41247 | 24 november 2021 | 88
situatie beperkt zijn. Aanvullend wordt opgemerkt dat de aanwezige soorten die zijn aangetroffen tijdens het veldonderzoek over het algemeen een gunstige staat van instandhouding kennen op landelijk en provinciaal niveau. Reactie STAB
Het definitieve verslag is aangevuld door te verwijzen naar de genoemde rapporten. Voor wat betreft de relatie tussen verkeersgeluid en het geluid vanwege het voetbalcomptex, verwijs ik naar het verslag.
Hoofdstuk/paragraaf/bladzijde
Gebruik scheidsrechtersfluit bij trainingen, pagina 58 laatste alinea.
Tekstdeel dat volgens u
Het uitgangspunt is echter niet vastgelegd in de planregels. In het
gecorrigeerd/aangevuld moet worden
verweerschrift staat wel dat in het planvormingstraject met de voetbalclubs is afgesproken dat de scheidsrechtersfluit tijdens trainingen niet mag worden gebruikt en dat de clubs daarmee akkoord zijn. Verweerder heeft desgevraagd het betreffende gespreksverslag uit 2016 met de voetbalclubs overgelegd (zie bijlage STAB-3).
Onderbouwing van uw reactie
Het gebruik van de fluit is inderdaad besproken met de voetbalclubs. Uit de berekeningen van Rho blijkt dat het gebruik van een stille fluit ook niet nodig is om te kunnen voldoen aan de geluidgrenswaarden voor het LAr,LT (zie ook conceptverslag StAB pag. 59). Net als bij de wedstrijden, is de gemeente voornemens om privaatrechtelijk te borgen dat de scheidsrechtersfluit niet tijdens de trainingen wordt gebruikt.
Reactie STAB
In het verslag is aan de betreffende alinea toegevoegd dat de gemeente voornemens is om privaatrechtelijk te borgen dat de scheidsrechtersfluit niet tijdens de trainingen wordt gebruikt. De samenvatting
is overeenkomstig
aangevuld.
STAB-41247 | 24 november 2021 | 89
•:: STAB GERECHTELHKE OMGEVINGSDESKUNDIGEN
Bijlagen bij het verslag STAB-41247
T +31 70 315 01 50
Bezuidenhoutseuueg 60
Postbus 95928
IBAN NL33 INCB0005008021
E
2594 AW Den Haag
2509 CX Den Haag
Kult Den Haag 41159871
info@stab.nl
W stab.nl
Voetbalcomplex Agrarisch 7.
Wat is de netto oppervlakte van de gronden die als compensatiegronden voor de bollenteelt zijn aangemerkt (exclusief de gronden die zijn aangeduid als windhaag). Er zijn kaarten in omloop waar gronden die in het plan zijn aangemerkt als bollenconcentratiegebied niet als zodanig zijn aangeduid, bijvoorbeeld de parkeerterreinen bij het terrein van Zeevogels en de tennisvereniging).
Reactie De digitale verbeelding is leidend, deze is ook juridisch bindend en geeft de compensatiegronden weer. De oppervlakte van de compensatie op de Locatie Zeevogels is ca. 7 ha. en op St. Adelbert ca. 1 ha. De StAB heeft bij beroep het tegen het bestemmingsplan uit 2017 destijds al gekeken naar de oppervlakte en heeft geoordeeld dat de oppervlakte aan gronden, dat niet meer kan worden gebruikt voor bollenteelt na realisatie van het voetbalcomplex, overeenkomt met het oppervlak aan gronden waaraan de bestemming "Agrarisch Bollenconcentratiegebied" is toegekend (zie pagina ų van de samenvatting van het rapport van de StAB van 15 januari 2019). Die gronden zijn niet gewijzigd in het reparatieplan. 8.
Waar gaat het parkeren voor de tennisvereniging plaatsvinden als de gronden zijn omgezet in bollengrond?
Reactie Voor wat betreft het parkeerterrein geldt dat die gronden niet bestemd zijn voor een parkeerterrein en de tennisvelden geen onderdeel van voorliggend plan zijn. Voor zover nodig worden nieuwe parkeerplaatsen aangelegd op en rond het tennispark. 9.
Moeten er bomen of groenstroken rondom het voetbalterrein van Zeevogels worden gerooid?
Reactie Ja, de bomen op het perceel van het voetbalcomplex worden gerooid. Voor bomen met een omtrek kleiner dan 63 cm is overigens geen kapvergunning noodzakelijk en dit staat de uitvoering niet in de weg. De bomen langs de wegen en rondom het tennispark blijven staan en maken ook geen onderdeel uit van het plan.
10. Wat is de volgtijdelijkheid van de verschillende projecten. Krijgt de inrichting van het voetbalcomplex voorrang op het gereed maken van de vrijkomende voetbalvelden voorde bollentelers of andersom? Reactie Het voetbalcomplex zal eerst worden gerealiseerd en in gebruik worden genomen, voordat de vrijkomende velden worden omgezet. De huidige teler op de locatie van het nieuwe complex heeft een tijdelijk pachtcontract. 11. Appellanten gaven aan dat er (andere)plannen (woningbouw?) voor de vrijkomende locatie Sint Adelbert worden ontwikkeld. Kunt u daar iets over mededelen? Reactie Andere plannen op de locatie Sint Adelbert maken geen onderdeel uit van dit plan. Indien er plannen voor deze locatie worden ontwikkeld, dan wordt op basis van de dan geldende provinciale regelgeving onderzocht of compensatie nodig is. Geluid 12. In het verweerschrift staat dat in het planvormingstraject met de voetbalclubs is afgesproken dat het gebruik van de scheidsrechterfluit tijdens trainingen niet mogelijk is en dat de clubs daarmee akkoord zijn. Graag ontvangen wij de correspondentie hierover. Reactie Het verslag van het overleg van de gemeente met de voetbalclubs is bij deze beantwoording gevoegd.
De Raad van State heeft bij haar uitspraak van n september 2019 over dit punt gesproken (rechtsoverweging 12.1): "Verder is de gemeente eigenaar van de gronden en kan zij aldus ook nog via privaatrechtelijke weg afdwingen dat fluitjes met een bronvermogen van maximaal 116dB(A) worden gebruikt. Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de maximale piekgeluidbelasting vanwege scheidsrechterfluitjes niet zal worden geborgd." 13. In het verweerschrift staat dat het gebruik van een stille fluit wordt geborgd met een maatwerkvoorschrift. Is er al een besluit genomen? En acht u een dergelijk voorschrift mogelijk nu op grond van artikel 2.18, lid 3, onder b, van het Activiteitenbesluit het L m a x vanwege sportactiviteiten niet getoetst hoeft te A
worden?
Reactie De Omgevingsdienst heeft hierover het volgende aangegeven. De voetbalverenigingen kunnen in hun melding (Activiteitenbesluit) opnemen dat er geen fluitje wordt gebruikt tijdens de trainingen en een stille fluit wordt gebruikt bij de wedstrijden, zodat het onderdeel uitmaakt van de melding. Terecht wordt opgemerkt dat het gebruik van de scheidsrechterfluit, waar het gaat om de piekniveaus, buiten beschouwing mag worden gelaten bij de toetsing aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Het gebruik van de scheidsrechterfluit dient echter wel te worden betrokken bij de toetsing aan de grenswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Aangezien het gebruik van de 'stille' fluit uitgangspunt is in het akoestisch onderzoek en de beoogde representatieve bedrijfssituatie, zien wij geen belemmeringen voor het opnemen van een maatwerkvoorschrift (ondanks dat de scheidsrechterfluit niet hoeft te worden betrokken bij de toetsing aan de grenswaarden voor de piekniveaus). Voor de volledigheid merken wij op dat de Raad van State zich in de uitspraak van 11 september 2019 over dit punt heeft uitgesproken (rechtsoverweging 12.1) en geoordeeld dat niet voor een onaanvaardbare geluidhinder behoeft te worden gevreesd.
De Afdeling heeft daarbij voor het geluid als gevolg van de scheidsrechterfluitjes in overweging genomen dat de raad voldoende gemotiveerd heeft toegelicht dat een maatwerkvoorschrift wordt genomen dan wel dat de gemeente eigenaar is van de gronden en dus ook via privaatrechtelijke weg kan borgen dat bepaalde fluitjes worden gebruikt. Mochten er nu twijfels zijn over de juridische mogelijkheden voor het opleggen van een maatwerkvoorschrift, wordt het gebruik van de 'stille' scheidsrechterfluit ook privaatrechtelijk worden vastgelegd. Veldbehoefte 14. In de toelichting staat dat bij de berekening is uitgegaan van 60 teams, dit is het aantal bij de KNVB ingeschreven teams voor seizoen 2020-2021. Appellanten Wullems e.a. stellen dat er maar 51 teams zijn ingeschreven. Het verschil is te verklaren omdat hier een deel van de jeugdteams niet bij zitten. Deze spelen geen competitie. Kunt u toelichten waar die 60 teams op zijn gebaseerd en reageren op dit beroepspunt? Reactie De veldbehoefte is berekend in overleg met de KNVB. Bij de veldbehoefteberekening is uitgegaan van het aantal teams dat is ingeschreven bij de KNVB waarbij ook de teams van de JO7 zijn meegenomen, omdat de jeugdteams ook spelen op de velden en daarmee rekening dient te worden gehouden in de veldbehoefteberekening. Vervolgens is met het
rekenprogramma van de KNVB berekend wat de veldbehoefte is. In de uitspraak van 11 september 2019 is in het kader van het eerdere bestemmingsplan reeds geoordeeld dat die rekenmethode toegepast kan worden c.q. niet onzorgvuldig is (zie rechtsoverweging 9.2). Transferium 15. Is er al een inrichtingsplan voor het transferium? Reactie Op pag. 19 van de toelichting van bestemmingsplan is het stedenbouwkundig plan opgenomen. Het Definitief Ontwerp is bij deze beantwoording gevoegd. 16. Hoe worden de 50 extra parkeerplekken voor het transferium afgescheiden van het parkeren voor het voetbal? Reactie De 50 extra parkeerplaatsen worden niet van afgescheiden van de overige parkeerplaatsen. 17. Komen er (permanente) verkeersborden die naar het transferium verwijzen? Reactie Het transferium is bedoeld vooroverloopdagen. Hiervoor worden mobiele matrixborden gebruikt. Overigens worden nu ook matrixborden in de gemeente gebruikt om het verkeer op drukke dagen in goede banen te leiden. Het gaat hier verder om uitvoeringsmaatregelen die niet in het bestemmingsplan geregeld hoeven te worden en niet aan de uitvoering van het plan in de weg staan (zie in dit verband ook de uitspraak van de Afdeling van 6 augustus 2014, ECLI:NL:RVS.20i4:2929, r.o. 12.3). 18. Kunt u iets meer onderbouwen waarom uitgegaan wordt van maximaal 12 dagen per jaar dat het transferium in gebruik zal zijn.
Reactie Voor de aanname van 12 dagen is er vanuit gegaan dat er gedurende de zomer (als er niet wordt gevoetbald) 12 dagen per jaar zijn met mooi weer waarop het transferium in gebruik zal zijn. Echter, in de berekeningen is er vanuit gegaan dat het hele parkeerterrein het hele jaar wordt gebruikt. De gemeente is eigenaar van de gronden van het sportcomplex en de parkeerplaatsen heeft het dan ook in haar macht om dit zelf te regelen en te beperken.
Uit de uitgevoerde onderzoeken volgt dat ook bij meer piekdagen dan 12 of als de parkeerplaatsen 2 keer per piekdag worden gebruikt geen sprake is van onaanvaardbare milieugevolgen. Dit is ook toegelicht in het verweerschrift (punt 2.4). Stikstof 19. Appellanten Wullems e.a. voeren aan dat het voor bollenteelt geschikt maken van de vrijkomende sportcomplexen niet is betrokken in de berekening van de stikstofdepositie vanwege het plan. Graag uw reactie op dit punt. Reactie Het geschikt maken van de gronden voor bollenteelt ter plaatse van de vrijkomende sportcomplexen is niet meegenomen in de berekeningen. Ter plaatse van de bestaande sportcomplexen / toekomstige compensatiegronden is de gebruiksfase maatgevend. De bemesting van de toekomstige bollengronden (en de daarmee samenhangende NH3 emissies) genereert een veel hogere stikstofdepositie dan de emissies (NOx) door de inzet van materieel voor het geschikt maken van de vrijkomende sportcomplexen voor bollenteelt. Aangezien voor de gebruiksfase sprake is van een verschilberekening zonder depositietoename, zal dat ook voor de aanlegfase gelden . 20. In het verweerschrift staat dat ook indien de duur van de aanlegfase in AERIUS wordt teruggebracht tot ïjaar, geen sprake is van een toename van depositie. Is die berekening beschikbaar? Reactie Het complex kan binnen een jaar worden aangelegd.
De Aeriusberekening is als bijlage bijgevoegd. 2a. In het verweerschrift staat dat voor het bepalen van de emissies in de referentiesituatie gebruik is gemaakt van algemeen geaccepteerde kentallen. Ik neem aan dat hiermee (ook) wordt gedoeld op kentallen voor emissies vanwege bemesting van landbouwgrond. Klopt dat? Dienaangaande staat op blz. 12 in het stikstofrapport het volgende: "Op basis van mestaanwending kengetallen uit de AERIUS-calculator blijkt dat er sprake is van 3,1 kg/jr NH3 is ten gevolge van 1 hectare bollengrond." Ik kan dit kengetal niet direct terugvinden in AERIUS Calculator en ook niet in de Instructie gegevensinvoer. Graag een nadere toelichting waar dit kengetal op gebaseerd is. Reactie Het PlanMER en passende beoordeling (met onderzoek stikstofdepositie) zijn opgenomen in bijlage 4 bij de plantoelichting, op pagina 141 van de pdf zijn de kengetallen opgenomen.
Voor de kentallen is gebruik gemaakt van de stikstofgebruiksnormen (Mestbeleid 20142017). 22. Wat was ten tijde van de vaststelling van het plan het feitelijke gebruik van de bollenvelden waarop het sportcomplex is voorzien? Werden deze gronden geheel bedrijfsmatig benut voor bollenteelt? Werden zij bemest? Reactie Ja, de nog bestaande bollenvelden worden bemest. Aanvullende vraag In de stikstofnotitie is uitgegaan van een referentiesituatie in 2004. Is een één-op-ééninpassing van een Wnb-vergunning beoogd? Reactie Nee, er is geen i - o p - i inpassing van een Wnb-vergunning beoogd.