CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Beleid Circulaire Economie 2023-2026 + Uitvoeringsprogramma 2023-2024.pdf

Gemeenteraad 30 maart 2023, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 6: Voorstel betreft het vaststellen van het beleid circulaire economie 2023-202617.553 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

• Netwerk met vrijwilligers/stagiairs en experts ingericht rondom lesmodule wol/textiel. • Presentatie lesmodules wol/textiel en fietsen repareren aan alle basisscholen BUCH. • Uitrol lesmodule naar andere scholen.

23

6 Bouw en infrastructuur 6.1 Nu en de toekomst: kansen en uitdagingen Om te kunnen bouwen hebben we talloze materialen nodig. Bouwmaterialen worden echter steeds schaarser en de bouw is op dit moment volledig afhankelijk van eindige grondstoffen. Tot 2030 gaat ongeveer 50% van alle grondstoffen11 die we in ons land gebruiken naar de bouwsector. Dat komt neer op ongeveer 1 miljard ton. Eén derde daarvan kan met de huidige technieken uit hergebruik van materialen en afvalstoffen worden gehaald, maar dit gebeurt nog weinig. De rest van de grondstoffen moet nieuw gewonnen worden en dat heeft desastreuze gevolgen voor de water-, lucht- en bodemkwaliteit. Het veroorzaakt op grote schaal biodiversiteitsverlies en een enorme hoeveelheid CO2 uitstoot. De gebouwde omgeving plus de bouwsector wereldwijd is verantwoordelijk voor bijna 40% van de CO2 uitstoot12. Daar komt bij dat de Nederlandse bouw met de huidige groei in 2050 zo’n 40% van ons jaarlijkse energieverbruik en 30% van het totale jaarlijkse waterverbruik 13 in ons land voor zijn rekening neemt. In de bouw en infrastructuur gaan veel materialen om en er is sprake van veel (zware) transportbewegingen. Met een circulaire economie is een hoop winst te behalen in de bouw en infrastructuur. Circulair bouwen gaat over gebruiken van materialen die opnieuw winbaar zijn en die geen negatieve impact op het milieu en gezondheid hebben.

Dit geldt voor huizen en gebouwen, maar ook voor onze infrastructuur. Daarnaast is het zaak om een gebouw of object zo te ontwerpen dat het later makkelijk aangepast kan worden. Een voorbeeld is modulair bouwen, zodat bij herbestemming de onderdelen in hun oorspronkelijke vorm opnieuw kunnen worden ingezet. Circulaire bouw gaat ook over bestaande bouw. We klimmen hoger op de R-Ladder als bestaande gebouwen of wegen goed worden onderhouden, niet gesloopt worden, een andere bestemming krijgen of gerepareerd worden. Thema’s als renovatie en onderhoud zijn vaak vergeten circulaire strategieën, maar hebben het meeste impact. Het doel is om circulariteit op te nemen in bouw, sloop en infrastructuur projecten. 6.2 Context Om ervoor te zorgen dat er in 2030 50% minder materialen worden gebruikt bij bouw- en infrastructuurprojecten in de gemeente, moeten er flinke stappen gezet worden. Veruit de meeste bouwprojecten van huizen en/of gebouwen in de gemeente Bergen wordt niet in opdracht van de gemeente uitgevoerd. Veelal wordt er gebouwd in opdracht van particulieren, projectontwikkelaars en woningbouwverenigingen. Daarmee is de BUCH werkorganisatie vaak afhankelijk van externe partijen. Het is de uitdaging om al deze partijen mee te nemen in de transitie en hiervoor is het essentieel dat de gemeenten het goede voorbeeld laten zien.

Bijvoorbeeld met gebouwen die een publieke functie hebben, dit zijn vaak grote projecten waar verschillende disciplines14 en domeinen15 samen komen en er integraal samengewerkt moet worden. Enkele voorbeelden zijn; zwembad De Beeck in Bergen, zwembad Castricum in ontwikkeling, wegen met civiele kunstwerken voor de A9 in

11

bijlage-1-nederland-circulair-in-2050.pdf (overheid.nl) pag 60 20-9464_Executive_Summary_for_Buildings_report_A4 (1).pdf - Google Drive 13 bijlage-1-nederland-circulair-in-2050.pdf (overheid.nl) pag 60 14 energietransitie, klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit, duurzame bedrijfsvoering, groen 15 Afdelingen Beheer Openbare Ruimte (BOR), Ruimtelijke Ontwikkeling (RO), Bedrijfsvoering, Samenleven, Inwoners & Ondernemers 12

24

Heiloo, het centrumplan Uitgeest met een nieuwe (houtbouw) sportzaal en het Binnenmeer school project. De grootste opgave voor gemeenten voor al deze projecten is de infrastructuur. Binnen het team Projecten van de afdeling Beheer Openbare Ruimte werkt men aan meer dan vijftig projecten en groot onderhoud, exclusief het onderhoud elementenverhardingen en asfalt (zie bijlage 6.1). In de BUCH werkorganisatie zijn de eerste stappen gezet door circulariteitseisen op te nemen in onderhoudscontracten. Daarnaast zijn bij diverse nieuwe infrastructuurprojecten (bijvoorbeeld de Koog in Uitgeest en de Oranjelaan in Castricum) circulair beton en afvalt innovaties toegepast. 6.3 Doelstellingen  Eind 2023 zijn door de BUCH werkorganisatie criteria ontwikkeld hoe circulariteit wordt meegenomen in alle fases van circulaire bouw, sloop en infrastructuur projecten die in opdracht van de gemeente worden uitgevoerd16.  Eind 2025 wordt bij alle bouw, sloop en infrastructuurprojecten in opdracht van de gemeente circulariteit meegenomen in alle fases van een project.  Vanaf 2024 worden bij gronduitgifte door de gemeente circulaire criteria opgenomen in de voorwaarden voor toekomstige plannen of projecten.

 In 2024 bestaat er een (lokaal) koplopernetwerk van projectontwikkelaars, bouwpartijen, ingenieursbureaus en andere sympathisanten die met hun bedrijfsvoering actief de circulaire economie stimuleren. 6.4 Aanpak In hoofdstuk drie is gesproken over de ‘circulaire mindset’, als fundament voor de transitie naar een circulaire economie. De gemeenten starten hiermee bij de bouw- en sloopprojecten die in opdracht van de gemeenten uitgevoerd worden. Dit zijn veelal gebouwen met sociale functies zoals zwembaden of scholen, maar ook de inrichting en het onderhoud van de openbare ruimte zoals wegen, verlichting, civiele kunstwerken en het riool. Binnen deze projecten kan de gemeente zelf criteria bepalen en circulariteit meenemen in de uitvraag. Daarmee is de gemeente direct ook aanjager van de circulaire economie in de omgeving. Het vergroot draagvlak én de kans voor bouwbedrijven en leveranciers om te investeren in andere materialen en bouwmethoden. Hiervoor gaat de gemeente aan de slag met de onderstaande vier actierichtingen (6.4.1 tot en met 6.4.4). 6.4.1 Kennisontwikkeling De circulaire economie vergt nieuwe kennis en een andere manier van denken. Dit geldt voor medewerkers door de gehele organisatie. Managers en financieel specialisten moeten bijvoorbeeld op zoek naar ‘financiële oplossingen’ voor de circulaire doelstellingen die gesteld zijn.

Soms heb je hiervoor een extra investeringsbedrag nodig. Het belangrijkste is dat er dan verder gekeken wordt dan alleen de initiële aanschafkosten van een gebouw, weg of object. In de begroting moeten kosten voor het gebruik, onderhoud en reparatie meegenomen worden. En er moet rekening mee worden gehouden dat de materialen een restwaarde hebben nadat iets is afgeschreven, de TCO (Total Cost of Ownership) van een project. Als dit wordt toegepast is een circulair project vaak financieel aantrekkelijker dan de traditionele vorm. De gemeente wil ervoor zorgen dat door middel van cursussen de werknemers op dit gebied worden opgeleid. Alle nieuwe werknemers van de BUCH

16

Zie project fases in bijlage 6.2

25

werkorganisatie volgen inmiddels een training duurzaamheid. Ook worden er, naast theoretische kennisontwikkeling, projecten gestart om ervaring op te doen in de praktijk. 6.4.2 Integrale leerervaringen Vanuit dit beleidsvoorstel hebben we de ambitie om eind 2025 alle bouw-, sloop- en infrastructuurprojecten in opdracht van de gemeente circulair uit te vragen. Op dit moment worden in enkele projecten circulaire principes (zie figuur 2.1 en 6.1) meegenomen in de uitvraag. Bijvoorbeeld de asfalt innovatie in de Oranjelaan in Castricum, bamboe verkeersborden en circulair beton bij de Koog in Uitgeest.

Figuur 6.1 -Asfalt innovatie Oranjelaan in Castricum (zie bijlage 6.3)

Deze incidentele voorbeelden komen meestal vanuit een intrinsiek gemotiveerde projectleider of beheerder. Voor opschaling naar alle projecten moet er een breed draagvlak komen in de organisatie. Hiervoor worden er per gemeente een aantal projecten aangewezen, waarbij meerdere disciplines (gebouwen, wegen, kunstwerken, verlichting) aan bod komen. Bij deze projecten gaan verschillende ambtenaren (projectleiders, toezichthouders, juristen, business controllers, inkopers) en marktpartijen samenwerken om leerervaringen op te doen met circulaire bouw. Eind 2023 is er vanuit deze projecten per discipline een set aan circulaire criteria gekomen die de gemeenten kan toepassen bij het uitvragen van bouw-, sloop- en infrastructuurprojecten. Dit betekent echter niet dat er eind 2023 een aantal universele criteria zijn ontwikkeld die voor alle disciplines (gebouwen, wegen, kunstwerken, verlichting) gelden. De disciplines verschillen veel van elkaar. Voor nieuwe gebouwen is bijvoorbeeld een losmaakbaarheidsindex zeer belangrijk en bij wegen wordt er meer gekeken naar de samenstelling van beton of asfalt. De mate van circulariteit verschilt ook heel erg per materiaalsoort of discipline, dit is sterk afhankelijk van technologische mogelijkheden en ontwikkeling per markt. Daarnaast zijn er vaak meerdere goede opties mogelijk.

Het idee is om de juiste vragen te formuleren waardoor de markt zelf met mogelijkheden kan komen. Als theoretische basis en leidraad gebruiken de gemeenten de circulaire ontwerpprincipes van Rijkswaterstaat en de R-Ladder (zie hoofdstuk twee). De voorbeelden bij deze ontwerpprincipes zijn met name toegespitst op grond-, weg-, en waterbouw en lenen zich ook goed voor gebouwen.

26

Figuur 6.2 - Circulaire ontwerpprincipes (bijlage 6.4)

Het is aan de werkgroep en de specialisten om per project (al in de denkfase) te bepalen welke principes toegepast moeten en kunnen worden. Hulpmiddelen als omgevingswijzer17 en ambitieweb18 kunnen door een projectteam worden ingezet om circulariteit concreet te maken. 6.4.3 Aanjagen circulaire bouw Om de circulaire bouw te stimuleren heeft de gemeenten een aantal instrumenten, bijvoorbeeld in de uitvraag van opdrachten. We beginnen met enkele projecten in 2023 en bouwen dit op naar alle projecten (in opdracht van de gemeenten) in 2025. Het borgen van de circulaire economie in de volgende documenten zal ook bijdragen aan circulaire bouw:  Omgevingsvisies van alle gemeenten, hierin zijn de eerste stappen gezet.  Beleid van andere disciplines, bijvoorbeeld klimaat (klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit, duurzame bedrijfsvoering, energietransitie), Besluit Omgevingsrecht, Ruimtelijke Ordening en in de toekomst ook het Sociaal Domein. Bij ieder herzien of nieuw beleid moet onderzocht worden op wat voor manier dat beleid bij kan dragen aan de circulaire economie.  In (raam)contracten met leveranciers en bouwpartijen. In de ‘raamovereenkomst onderhoud elementenverhardingen’ voor Heiloo en Uitgeest zijn al circulaire principes opgenomen.  Het Handboek Inrichting Openbare Ruimte wordt op dit moment nieuw ontwikkeld voor alle vier de gemeenten.

In dit dynamische digitale document kunnen eisen gesteld worden aan (circulair) materiaalgebruik of er kan verwezen worden naar opties voor (circulair) materiaalgebruik. Zoals bijvoorbeeld gerecycled PVC voor rioolbuizen of gerecycled beton bij stoeptegels.

17 18

Home - Omgevingswijzer Ambitieweb - Werken aan Duurzaamheid

27

Veruit de meeste grond waar op gebouwd wordt is in het bezit van particulieren of projectontwikkelaars. Voor gronduitgifte van grond in gemeentelijk bezit moeten vanaf 2024 circulaire criteria worden opgenomen in de voorwaarden voor toekomstige plannen of projecten. Zo kan de gemeente bijvoorbeeld een minimale GPR score eisen voor woning- en utiliteitsbouw. Een onderzoek naar de exacte invulling hiervan start in 2023. Circulaire economie vraagt om systeemdenken: bedrijven en organisaties moeten niet langer gefocust zijn op persoonlijk financieel gewin, maar op het optimaliseren van het gehele systeem. Door ketensamenwerking worden verschillende bedrijven met elkaar verbonden en daarom starten we met het opzetten van een (lokaal) koploper netwerk van projectontwikkelaars, bouwpartijen, ingenieursbureaus en andere sympathisanten die met hun bedrijfsvoering actief de circulaire economie stimuleren. Ook wordt onderzocht in welke mate de gemeenten (via omgevingsvisies en beleid) circulaire bouw, renovatie en sloop kan afdwingen. Tenslotte onderzoeken de vier gemeenten de mogelijkheden om aan te sluiten bij verschillende convenanten en akkoorden. Uitgeest heeft in 2021 het MRA Green Deal Houtbouw Convenant19 al ondertekend. Overige interessante convenanten en akkoorden zijn: Het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw20, Het Betonakkoord21 en Het Nieuwe Normaal22.

Dit kan ervoor zorgen dat de verschillende bouwpartijen beter kunnen inspelen op de wensen van opdrachtgevers, omdat er uniform wordt uitgevraagd. 6.4.4 Meten is weten Om de projecten objectief te kunnen beoordelen op circulariteit worden prestaties in de bouw en infrastructuur gemeten. Met handige rekentools kan je circulariteit meetbaar, toetsbaar en transparant maken. Zo kun je als BUCH werkorganisatie nu en in de toekomst gewogen keuzes te maken tussen processen, producten en bedrijven. Vanaf 2023 krijgen alle nieuwe gebouwen die in opdracht van de gemeenten worden gebouwd een materialenpaspoort. Dit paspoort bevat informatie over het soort materiaal, de hoeveelheden, de wijze van montage en de locatie van objecten. Ook worden aanpassingen aan het object tijdens de gebruiksfase erin geregistreerd en kan informatie over kwaliteit en (financiële) waarde eraan worden gekoppeld. Dit biedt voordelen bij sloop of renovatie van een gebouw, maar het geeft ook inzicht in het bezit aan grondstoffen van de gemeente. Als indicator van de milieubelasting zal de MPG (Milieu Prestatie Gebouwen) in een gebouw worden ingezet. Een MPG-score is al verplicht bij een omgevingsvergunning en per 1 juli 2021 geldt een landelijke grenswaarde van maximaal 0,80 voor nieuwe woningen en gebouwen groter dan 100 m2.

Deze norm wordt aangescherpt tot 0,50 in 2030, maar er wordt vanuit het ministerie van BKZ onderzocht om dit te versnellen naar 0,50 in 2025 en 0,20 in 2030. Mede hierdoor worden nieuw te bouwen gebouwen in opdracht van de gemeente vanaf 2024 onder de wettelijke MPG norm van 0.8 uitgevraagd. Per project kan dan bekeken worden welke ambitieniveau (brons, zilver of goud) er aan gekoppeld wordt.

19

MRA-Convenant-Houtbouw-finale-versie-21-10-2021.pdf (metropoolregioamsterdam.nl) Duurzaam, goedkoper en sneller bouwen | toekomstbestendigbouwen.nl 21 Samen maken we de betonsector duurzamer - Betonakkoord 22 Samen Versnellen: 'Het Nieuwe Normaal' - Cirkelstad 20

28

Figuur 6.3 – Milieu Prestatie Gebouwen (MPG)

Voor de grond-, weg- en waterbouw (GWW) heeft Rijkswaterstaat DuboCalc ontwikkeld, een softwaretool waarmee de milieukosten van aanbestedingen in de GWW kunnen worden berekend. Hier wordt momenteel ervaring mee opgedaan. De aankomende jaren wordt onderzocht welke meetmethodes eventueel nog meer geschikt zijn voor de gemeenten, zoals BCI (Building Circular Index), GPR (Gemeentelijke Praktijk Richtlijn) en Breeam. De verschillende rekentools kunnen worden uitgedrukt in een MKI (Milieu Kosten Indicator) score. Dit is een schaduwprijs die de kosten weergeven die je zou moeten maken om de negatieve milieu-invloeden van de productie van een product, gebouw of GWW werk te compenseren. Deze prijs hoeft niet daadwerkelijk te worden betaald, maar maakt inzichtelijk of bijvoorbeeld bij een betonproduct duurzaam wordt geproduceerd ten opzichte van andere betonproducten en alternatieven. Met deze MKI waarde is het als opdrachtgever mogelijk om de milieuprestaties van verschillende aannemers objectief te kunnen vergelijken.

Drie punten om te onthouden:  Vanaf 2023 krijgen alle nieuwe gebouwen die in opdracht van de gemeente worden gebouwd een materialenpaspoort.  Nieuw te bouwen gebouwen in opdracht van de gemeente vanaf 2024 onder de wettelijke MPG norm van 0.8 uitgevraagd.  De circulaire economie wordt onderdeel van bouw-, sloop- en infrastructuurprojecten die plaats vinden in opdracht van de gemeente. Mogelijke ambities voor de toekomst:  Materialenbalans ontwikkelen van infrastructuur en gemeentelijk vastgoed.  Vanuit deze balans kunnen we een inschatting maken wat voor percentage aan materialen we zelf kunnen hergebruiken.  Pilots met inkooprechten voor virgin materialen (grondstoffen budgetten).  Korting op bouwleges voor bouwaanvragen met circulaire principes.  Minimaal 50 % van gemeentelijke grondstoffen / materiaalstromen worden opnieuw gebruikt.  Alle projecten in opdracht van de gemeente hebben grondstoffenplan en budget.  MPG norm naar 0.5 of lager.  Circulariteit is opgenomen in alle bouw-, sloop- en infrastructuurprojecten

29

7 Bedrijven 7.1 Nu en de toekomst: kansen en uitdagingen De urgentie voor bedrijven om met circulaire economie aan de slag te gaan wordt steeds groter (zie bijlage 7.1). Klanten vinden het steeds belangrijker en verwachten dat bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen. Materialen en grondstoffen worden schaarser en duurder, regelgeving wordt steeds strenger. De gemeente heeft een groot belang bij een circulair bedrijfsleven, want het biedt volop kansen voor een gezonde regionale economie, werkgelegenheid en het milieu. Financieel biedt een circulair bedrijfsmodel nu al voordelen; leningen worden voordeliger omdat banken hun geld vooral in toekomstbestendige bedrijven willen stoppen. Banken zien dat bedrijven die serieus inzetten op een circulaire economie minder afhankelijk zijn van haperende leveringen. Ook zijn ze rendabeler. Circulaire bedrijven zorgen ervoor dat burgers kunnen blijven werken in de regio en in sommige gevallen kan er zelfs extra werkgelegenheid gecreëerd worden. Het doel voor de gemeente Bergen is om bedrijven mee te nemen in transitie naar een circulaire economie.

‘Zie in dat circulair de standaard is en lineair het minder aantrekkelijke alternatief. Als je innoveert op basis van passie, dan ben je op tijd. Als je innoveert op basis van urgentie, dan ben je zeker te laat.’ Michiel Baars, directeur van urban miner New Horizon, herbruikbare materialen 'oogst' uit slooppanden.

7.2 Context De gemeente streeft ernaar om haar ondernemers zo goed mogelijk voor te bereiden op de toekomst. De regio blinkt uit in water, agri en food, (duurzame) energie en toerisme. De afdeling Economische Zaken (EZ) is samen met regio Alkmaar betrokken bij de ontwikkeling van de economische agenda voor Noord-Holland-Noord (NHN). Dit heeft als doel om de economische groei aan te jagen en te zorgen voor een duurzame en sterke economische structuur. De circulaire economie is in deze agenda onderdeel van meerdere thema’s; energietransitie, digitaal/IT, innovatie/incubatie en bedrijventerreinen. Deze opdracht wordt uitgevoerd door het Ontwikkelingsbedrijf NHN en de planning is om de economische agenda NHN eind 2022 vast te stellen. Ook vanuit het klimaatprogramma streeft de gemeente ernaar om haar ondernemers zo goed mogelijk voor te bereiden op de veranderingen die een nieuwe duurzame wereld met zich mee gaan brengen. Vanuit het thema energietransitie wordt de verduurzaming van individuele bedrijven en bedrijventerreinen binnen de BUCH gemeenten gefaciliteerd. Zo wordt met de regio Alkmaar verkend hoe de verduurzaming van bedrijventerreinen op regionaal niveau kan worden vormgegeven. West-Friesland23 is daarbij een mooi voorbeeld. 7.3 Drie sectoren met prioriteit Voor Bergen zijn er twee sectoren waar de eerste jaren de aandacht naar toe gaat: ● toerisme

23

Home - Duurzaam Ondernemersloket

30

● textiel Om te bedrijven te activeren ligt de focus voor alle drie de sectoren op: 1. Het creëren van een netwerk om lokale bedrijven te bereiken met circulaire kennis. 2. Koplopers zichtbaar maken. 3. Prijzen voor circulaire bedrijven. 4. Bedrijven de weg wijzen. Het creëren van een netwerk om lokale bedrijven te bereiken met circulaire kennis Ondernemersverenigingen, omgevingsdiensten, ontwikkelingsmaatschappijen, regionale brancheverenigingen, investeringsmaatschappijen en regionale banken staan allemaal in contact met lokale bedrijven. Bij de bestaande bijeenkomsten van deze partijen (gericht op toerisme, bedrijventerrein en kledingwinkels) zal de gemeente aansluiten en kennissessies aanbieden. Daarnaast bieden deze momenten de gelegenheid voor het in kaart brengen van behoeften, kansen en knelpunten. De aanpak wordt hierbij afgestemd met pijlers uit het klimaatprogramma. Koplopers zichtbaar maken Succesverhalen van koplopers worden ingezet ter inspiratie en door middel van kennissessies kunnen bedrijven met hun in contact worden gebracht. Succesverhalen worden gepromoot op de communicatie kanalen van de gemeenten en bestuurders gaan op bezoek gaan bij koplopers. Prijzen voor circulaire bedrijven Circulaire bedrijven kunnen worden beloond met een mooie prijs. Ook worden binnen de BUCH gemeenten een aantal awards uitgereikt aan circulaire ondernemers.

Dit is onderdeel van de ‘plus ambitie24. Bedrijven de weg wijzen Hiervoor zijn verschillende opties, bijvoorbeeld opleidingen, kennissessies, informatie over subsidies en informatie over wet- en regelgeving. Hieronder wordt het belang per sector verder toegelicht inclusief een voorstel van doelstellingen en actierichtingen. 7.4 Sector toerisme De toeristische sector is van essentiële waarde voor de inwoners, ondernemers en bezoekers van de BUCH gemeenten. De sector is goed zichtbaar en imagobepalend voor de gemeenten. Het biedt daarmee ook een mooie kans voor ‘het zien van circulariteit in de praktijk’. 7.4.1 Context Een belangrijk aandachtspunt in de ontwikkeling van recreatie en toerisme is de balans tussen (de groei van) het toerisme en de draagkracht van de leefomgeving. De gemeente Bergen heeft meer dan 1,5 miljoen toeristische overnachtingen per jaar, maar ook de andere gemeente hebben uitdagingen om recreatie en toerisme toekomstbestendig te maken. De BUCH gemeenten zijn aangesloten bij een taskforce onder leiding van ontwikkelbedrijf NHN voor een ‘bovenregionale samenwerking verblijfsrecreatie’ van achttien gemeenten, de provincie en drie regio’s (Alkmaar,

24

Ambitiedocument Programma Klimaat pag 53

31

West-Friesland, de Kop). Binnen het beleid circulaire economie richten we ons met name op toerisme en recreatie op bedrijfsniveau. 7.4.2 Doelstellingen Toerisme 1. In 2023 hebben we 15% van de restaurants en logiesverstrekkende bedrijven bereikt met informatie over de kansen van de circulaire economie. 2. In 2023 bestaat er een koplopernetwerk van ondernemers die in hun bedrijfsvoering aan de slag gaan met lokaal- en seizoensgebonden voeding, voedselverspilling, verminderen verpakkingsmateriaal. 3. Eind 2025 hebben we 25% van de toerisme bedrijven bereikt met informatie over de kansen van de circulaire economie. 7.4.3 Aanpak Om een goede start te maken met de koplopers is het belangrijk om te kijken waar de energie zit om verandering te bewerkstelligen. Welke ervaringen zijn er opgedaan in de regio? Wat past in lijn met programma’s van het Rijk en de provincie Noord-Holland? Op dit moment ligt de focus vooral op horecabedrijven. Buurgemeenten hebben deze projecten al en voorbeelden hiervan zijn; plasticvrije terrassen, voorkomen van voedselverspilling (zie bijlage 7.2) en uitgebreide circulaire scans. Vanuit horeca kan het breder in de toerismebranche ingezet worden. Daarnaast kunnen we het linken aan landbouw door ondernemers te inspireren om meer lokaal in te kopen.

In 2023 en 2024 wordt hiervoor een start gemaakt in Castricum en Bergen, met een toekomstige uitrol naar Uitgeest en Heiloo. 7.5 Sector bedrijventerreinen De BUCH gemeenten hebben aantal belangrijke bedrijventerreinen, denk hierbij bijvoorbeeld aan bedrijventerrein Uitgeest-Noord, de Castricummer Werf en Boekelermeer in Heiloo. Op de bedrijventerreinen bevindt zich ongeveer 30% van de werkgelegenheid en is dus een zeer belangrijk onderdeel van de economie. Op bedrijventerreinen vinden veel materiaal- en grondstofstromen plaats. Er is fysieke ruimte voor logistieke processen rondom terugname, hergebruik en recycling van afvalstromen. Er zijn veel bedrijven op één plek, waardoor er gemakkelijk een netwerk met samenwerkingen op het gebied van kennis en deeleconomie kan ontstaan. De nieuwe ontwikkelingen in de markt, de vraag vanuit de consument en de strengere wetgeving voor de maakindustrie vanuit Europa (zie bijlage 7.1) zullen grote impact hebben op het ondernemerschap op bedrijventerreinen. Bedrijventerreinen in Bergen zijn vrij klein en daarmee minder impactvol, waardoor de keuze is gemaakt om voor Bergen te focussen op toerisme en textiel. 7.5.1 Context Het belang van bedrijventerreinen wordt ook erkend door provincie Noord-Holland, die subsidies verleent voor het verbeteren en verduurzamen van bedrijventerreinen.

De gemeente is actief bezig met de toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen. Economische Zaken zet zich in voor een kwalitatieve match tussen vraag en aanbod. De pijler energietransitie heeft in samenwerking met CALorie een programma opgezet om bedrijventerreinen, waaronder de Castricummerwerf, te begeleiden in de energietransitie. Bedrijventerreinen moeten klimaatadaptief worden. Verharding zorgt voor wateroverlast bij hevige regenval en hittestress bij warme dagen. Doordat meerdere afdelingen en pijlers van het klimaatprogramma zich richten of gaan richten op bedrijventerreinen is het essentieel dat er een integraal plan van aanpak ontwikkeld wordt. 32

Greenbizz IJmond heeft vanuit het ‘upcycle your waste’ programma Stimular ingezet om maatwerkadvies te geven over hoe bedrijven om kunnen gaan met hun restproducten. Ton Scholten en P.C. van der Horst (bedrijventerrein Uitgeest-Noord) hebben een afvalscan gedaan en SMART2LED is onderdeel van de werkgroep circulair. Er is een uitdaging om deze groep te vergroten. 7.5.2 Doelstellingen bedrijventerreinen Het thema bedrijventerreinen is onderdeel van de ‘Plus Ambitie’25. 1. Eind 2024 zijn alle bedrijventerreinen geïnformeerd over de kansen van de circulaire economie. 2. Vanaf 2026 worden op bedrijventerreinen gereedschap, machines en voertuigen van elkaar geleend en gedeeld door middel van een deelplatform. 7.5.3 Aanpak Begin 2023 wordt een start gemaakt met bedrijventerrein Uitgeest-Noord. Hier zijn meer dan 150 bedrijven gevestigd en is daarmee van groot belang voor de economie en werkgelegenheid van Uitgeest. Uitgeest is aangesloten bij Greenbizz IJmond, een organisatie die zich inzet voor verduurzaming van bedrijven in de IJmond. Samen met de Greenbizz gaat de gemeente de bedrijventerreinen informeren en kennissessies organiseren met een focus op bewustwording en inspiratie. De gemeente heeft de ambitie dat op alle bedrijventerreinen actief spullen met elkaar gedeeld gaan worden.

Een platform zoals FLOOW226 voor bedrijven is al een bewezen concept waar de bedrijven gemakkelijk gebruik van kunnen maken. Geleerde lessen kunnen vervolgens in 2024 uitgerold worden naar Castricum en Heiloo (vanaf 2025 wellicht ook naar Bergen). 7.6 Sector textiel Volgens Emy Demkes van de Correspondent worden over de mode-industrie al jaren verkeerde cijfers verspreid. Toch kan geconcludeerd worden dat de mode-industrie een grote impact op onze leefwereld heeft. In de industrie worden veel energie, grondstoffen, water en land gebruikt. De productie is de afgelopen decennia enorm toegenomen en de kwaliteit van kleding is gemiddeld achteruit gegaan. In april 2022 heeft de Europese commissie een strategie voor de textielindustrie gepresenteerd. Textiel moet duurzamer, gemakkelijk herstelbaar, herbruikbaar en recyclebaar gemaakt worden. Andere uitgangspunten zijn; snelle mode aanpakken, textielafval vermijden en de vernietiging van onverkocht textiel voorkomen. Ook moeten sociale rechten bij de productie van textiel worden gerespecteerd. 7.6.1 Context De hoeveelheid kleding en schoenen dat wordt afgedankt is enorm, exacte cijfers binnen de BUCH gemeenten ontbreken maar bekend is dat er jaarlijks ongeveer 36,5 Kton textiel de MRA regio ingaat, waarvan grofweg een derde wordt apart ingezameld en twee derde wordt als restafval verwerkt.

Door inzet van het DIFTAR27 systeem in de gemeente, willen we dat textiel en schoenen de aankomende jaren zoveel mogelijk uit het restafval zullen verdwijnen. Hiermee zet de gemeente in op recycling. Uitgeest heeft zich ook al gecommitteerd aan de Green Deal textiel (zie bijlage 7.3). Hierbij wordt kwalitatief hoogwaardige textielinzameling nagestreefd, met minimaal 7 kilogram per

25

Ambitiedocument Programma Klimaat pag 53 https://www.floow2.com/deelmarktplaats.html 27 Diftar - Wikipedia 26

33

inwoner per jaar in 2025 en/of inzet op inzameling van specifieke textielstromen. In zowel Uitgeest, Castricum als Heiloo vinden inzamelacties plaats. In alle vier gemeenten staan textielbakken. De modebedrijven in de gemeente zijn voor het overgrote deel in handen van lokale ondernemers, grote ketens hebben zich nog niet gevestigd in het winkelgebied. Aangezien de EU en het Rijk speciale programma’s oprichten voor de mode-industrie gaan er veranderingen aankomen voor de lokale modebedrijven. Zo gaat in 2023 de Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV) van kracht. Dit betekent dat kledingproducenten uit Nederland de plicht krijgen om ook kleding in te nemen. Het thema circulaire economie is bij de meeste lokale modebedrijven nog geen onderwerp van gesprek. Vanuit eerste gesprekken blijkt dat de urgentie ontbreekt, er is een constant gebrek aan tijd en men mist handelingsperspectief om de bedrijfsvoering circulair in te richten. De aanpak voor de kledingwinkels zal ongeveer gelijk zijn als de thema’s toerisme en bedrijventerreinen. 7.6.2 Doelstellingen textiel 1. In 2024 hebben we 25% van alle kledingwinkels geïnformeerd over circulaire kansen voor de kledingbranche. 2. In 2025 bestaat er een koplopernetwerk van ondernemers die in hun bedrijfsvoering aan de slag gaan met meer circulair merkenaanbod, tweedehandskleding, kledinginname en/of reparatie mogelijkheid.

Het thema Textiel is onderdeel van de ‘Plus Ambitie’. De gemeente Uitgeest wordt hierin niet meegenomen omdat het aanbod kledingwinkels te gering is. 7.6.3 Aanpak De retailers zijn een belangrijke schakel in een transitie naar meer circulair textiel:  Retailers kunnen de mogelijkheid bieden om circulaire producten te kopen/gebruiken.  Informeren en inspireren van winkelend publiek.  Winkelen blijft een belangrijk toeristische ‘attractie’.  Retailers kunnen druk zetten bij de merken door middel van hun inkoopbeleid. In 2022 zijn de eerste gesprekken gestart met retailers in Schoorl en Bergen. In 2023 wordt de verkenning voortgezet. In deze gesprekken staan de volgende vragen centraal: Wat is de huidige situatie op het gebied van duurzaam/circulair ondernemen? Wat leeft er bij de ondernemers? Waar is behoefte aan? Welke retailers staan open voor verandering? Daarnaast wordt in 2023 onderzocht wat er in Nederland al gedaan is aan projecten met kledingwinkels rondom de circulaire economie. Antwoorden op bovenstaande vragen, de succesverhalen en leerpunten uit het land worden gebruikt voor de toekomstige strategie en projecten. Mogelijke ambities voor de toekomst bij bedrijven:  Circulaire verplichtingen bij vergunningen en subsidies.  (Een deel van de) supermarkten hebben een voedselverspilling programma.

 50% van de restaurants en logiesverstrekkende bedrijven in de toerismebranche zijn via de gemeente in contact gekomen met het circulaire lokale voedselsysteem. Met focus op: korte ketens, voedselverspilling, meer plantaardige voeding, afvalreductie, minder gebruik verpakkingsmateriaal, lokaal gezamenlijk inkopen.  In 2030 zijn alle bedrijven in de gemeente actief benaderd en hebben ze de kans gehad deel te nemen aan opleidingen, netwerkevents, kennissessies en financiële ondersteuning. 34

 De gemeente heeft bedrijven geholpen aan externe financiering voor circulaire transitie opgave.

8 Monitoring en evaluatie Om zicht te krijgen op de ontwikkeling van de transitie en het bereiken van de gestelde ambitie voor 2030 en 2050 is monitoring en evaluatie nodig. De transitie naar een circulaire economie is een samenspel van alle betrokken partijen; inwoners, bedrijven, overheden, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen. Het is hierdoor onmogelijk om de exacte impact van de gemeente op deze doelen meetbaar te maken. De snelheid van veranderingen op het gebied van duurzaamheid en circulariteit is op dit moment groot, daarom is gekozen om te werken met een uitvoeringsagenda van twee jaar. De voortgang op de ambitie wordt gemonitord en geëvalueerd aan de hand de inzet van de gemeenten zelf. Er komt een jaarlijkse evaluatie van de uitgevoerde acties en projecten, hierbij worden de resultaten en ervaringen in beeld gebracht en leerervaringen geïnventariseerd. Op basis van deze informatie wordt, waar nodig, de koers aangepast en invulling gegeven aan de daaropvolgende uitvoeringsagenda. De raden, colleges en de werkorganisatie van de BUCH gemeenten worden vroegtijdig bij de ontwikkelingen betrokken. De evaluaties worden waar mogelijk kwantitatief uitgevoerd, maar gezien de aard van de acties zal een groot deel ook kwalitatief uitgevoerd gaan worden.

9 Planning en financiën 9.1 Verantwoording Onderzoek28 laat zien dat te laat en te zacht ingrijpen ten aanzien van het klimaat vijf tot zeven keer grotere schade oplevert voor de generaties na ons, in vergelijking met de financiële pijn die we nu moeten absorberen. Ook laat internationaal onderzoek zien dat veel vormen van klimaatbeleid zichzelf terugverdienen. Hoe hoger de opwarming, hoe groter de schade aan natuurlijke systemen en uiteindelijk ook aan de wereldeconomie, zo concludeert het onderzoeksteam in wetenschapsblad Science29. Als 85% van de klimaatdoelen30 behaald moet worden uit een omschakeling van een lineaire naar een circulaire economie, dan is duidelijk dat ook de gemeente Bergen gelden beschikbaar moeten stellen om de ambitie 50% circulair in 2030 te halen. Deze transitie zal veel gevolgen met zich meebrengen voor inwoners, ondernemers en de eigen organisatie. De verwachting is dat vooral het MKB (de lokale ondernemers) deze gevolgen gaan ervaren. Denk hierbij aan strengere wet- en regelgeving (UPV, CO2 belasting), een veranderende omgeving en schaarste aan materialen. De uitvoering van dit beleid zal ook bijdragen aan de ambitie om in 2025 tot 30 kilogram restafval per inwoner per jaar te komen.

28

IMF Working Papers Volume 2019 Issue 215: Long-Term Macroeconomic Effects of Climate Change: A CrossCountry Analysis (2019) 29 The human imperative of stabilizing global climate change at 1.5°C | Science 30 CGR 2021 (circularity-gap.world)

35

Vanuit de doelstellingen en aanpak zoals omschreven in de hoofdstukken vier tot en met zeven is een uitvoeringsagenda opgesteld. Om de doelstellingen van dit beleid te realiseren is er geld en extra inspanning nodig. De uitvoeringsagenda met daarbij de financiële middelen voor het beleid circulaire economie is opgesteld voor de jaren 2023 en 2024. Alle kosten die zijn beraamd om de projecten en acties uit te voeren zijn incidentele kosten. De dekking voor deze kosten komen uit de middelen die beschikbaar gesteld zijn door het Rijk om het klimaatakkoord uit te voeren. Voor het thema consumptiegoederen zijn al subsidies beschikbaar gesteld en voor de andere drie thema’s worden ook subsidies aangeschreven. De kosten in het overzicht zijn de totale kosten van een project of actie. Een eventuele subsidie kan een deel van de kosten dekken. Net als voor het Programma Klimaat wordt er gewerkt met twee niveaus; het basisniveau waarbij de vier verschillende gemeenten de verplichte doelstellingen realiseren en het plusniveau waarbij de gemeenten extra ambitieuze doelen realiseren. In de loop van het jaar 2024 wordt, op basis van evaluatie 2023, een uitvoeringsagenda voor 2025 opgesteld. Zo kunnen de financiële middelen opgenomen worden in de begroting voor 2025.

9.2 Overzichten verantwoording Bergen gaat gelijk op in tempo en focus met Uitgeest, Castricum en Heiloo wat betreft de thema’s consumptiegoederen en bouw & infrastructuur. Gezien de omvang van de transitie naar een circulaire economie en de beperkte mogelijkheden qua structureel personele inzet is gekozen om voor de thema’s landbouw en bedrijven een ander tempo en focus te kiezen. 1. Landbouw: Bergen start projecten 2023. Geleerde lessen van 2023 in de gemeente Bergen worden vanaf 2024 ingezet voor UCH gemeenten. Hiervoor ontvangt Bergen een subsidie van €65.000,- vanuit Voedselvisie van de provincie Noord-Holland. 2. Bedrijven: - Toerisme; In 2023 en 2024 alleen focus in gemeente Bergen en Castricum. Vanaf 2024 kan de gemeenteraad, naast de basisambitie, kiezen voor plusambitie projecten. Zie daarvoor uitvoeringsagenda in hoofdstuk 9.2. - Textiel; Bergen start projecten in 2024. Vooronderzoek in 2023 en projecten vanaf 2024. Sector textiel valt voor Bergen onder de plusambitie. - Bedrijventerreinen; Voorlopig geen focus voor Bergen. Geleerde lessen in 2023 in Uitgeest samen met Greenbiz IJmond worden vanaf 2024 ingezet voor Heiloo en Castricum. 9.1.1 Totaaloverzicht Geel = Plus ambitie

36

9.1.3 Overzichten per Thema

37

9.2 Uitvoeringsagenda en tijdlijn 9.2.1 Landbouw

Dekking; CE = Circulaire Economie

38

9.2.2 Consumptiegoederen

Dekking; CE = Circulaire Economie

39

9.2.3 Bouw en infrastructuur

40

Dekking; DB = Duurzame Bedrijfsvoering, CE = Circulaire Economie, PNH = Provincie Noord-Holland

41

9.2.4 Bedrijven toerisme

Dekking; CE = Circulaire Economie, PNH = Provincie Noord-Holland

42

9.2.5 Bedrijven bedrijventerreinen

Dekking; CE = Circulaire Economie

43

9.2.6 Bedrijven textiel

Dekking; CE = Circulaire Economie, PNH = Provincie Noord-Holland

44

Bijlage Hoofdstuk 1 1.1 Grondstofschaarste

Bron: How much is left - Vlaanderen Circulair (vlaanderen-circulair.be)

45

Bijlagen Hoofdstuk 2 2.1 R-Ladder toegelicht met voorbeelden

1. Refuse: Iets niet doen. Niet kopen of niet bouwen. 2. Reduce: De deeleconomie (delen van gereedschap met je buren via peerby, deelauto’s, etc). 3. Redesign: Slimmer omgaan met materialen door product anders te ontwerpen. 4. Re-use: De tweedehandsmarkt zoals Marktplaats of Vinted. 5. Repair: Reparatie van kleding of andere goederen. 6. Refurbish: Van bijvoorbeeld een telefoon door een nieuw onderdeel toe te passen. 7. Remanufacture: Van onderdelen van verschillende fietsen een nieuwe fiets maken. 8. Re-purpose: Van oude houten pallets een bank maken (zelfde materiaal maar nieuwe functie). 9. Reycle: Liefst hoogwaardig (dus oude broek wordt een nieuwe broek) anders laagwaardig (oude broek wordt opvulling isolatie) 10. Recover: Als allerlaatste redmiddel (aangezien je dit maar 1x kan doen) , energie terugwinnen uit verbranding. 2.2 Op naar 30kg restafval Met alleen afval scheiden is het onmogelijk om onderstaande ambitie te realiseren. ‘De landelijke overheid heeft gemeenten opdracht gegeven om in 2025 nog maar 30 kilogram restafval per inwoner per jaar over te houden.’ In hoofdstuk vijf consumptiegoederen wordt de aanpak verder toegelicht, onderstaand enkele voorbeelden van oplossingsrichtingen:  Voorkomen van afval. Burgers bewuster laten inkopen, delen, repareren.  Inzichtelijk maken waar je duurzaam kunt inkopen voor burgers.

 Inzetten op het voorkomen van voedselverspilling, GFT heeft namelijk zeer groot aandeel in restafval.  Afspraken maken met afvalverwerker/ inzamelaar (cyclus) om grondstoffen meer her te gebruiken, minder te recyclen en jaarlijks verbeterpunten te onderzoeken.  Milieustraat (of een circulair ambachtscentrum) waar kringloopwinkel, een reparatiewerkplaats en een onderwijsinstelling met elkaar zijn verbonden om onnodig weggooien van grondstoffen en materialen te voorkomen. 46

Bijlage Hoofdstuk 3 3.1 Toelichting rollen voor de gemeente per thema Voor het thema consumptiegoederen is er een grote verandering in denken en doen nodig bij inwoners. De gemeente kan gedragsverandering bij consumenten stimuleren door te beginnen met goed informeren en het onder de aandacht brengen van circulaire alternatieven. Veel inwoners zien de noodzaak van een verandering in en willen wel veranderen (kijk naar de groeiende populariteit van deelplatforms en kringloopwinkels). Zij weten alleen vaak nog niet hoe of waar ze moeten beginnen. Daarbij willen ze niet de enige zijn die actie ondernemen. Zij willen zien dat de (lokale) overheid verantwoordelijkheid neemt, net als producenten. Wanneer gemeente (samen met ondernemers) de kaders veranderen, is het voor de consument makkelijker om hun gedrag aan te passen. Het is dus de taak van de gemeente om een situatie te creëren waarin duurzame koopkeuzes en circulair gedrag het nieuwe normaal is. Maak als gemeente bijvoorbeeld inzichtelijk wat de consument allemaal zelf kan doen op de treden van de R-ladder op thema’s als mobiliteit, water, voedsel en biodiversiteit. Burgers zijn over het algemeen goed te bereiken met campagnes en gemeenten hebben veel communicatiekanalen tot hun beschikking, dus daar zit de winst. De gemeente is ook een belangrijke schakel met betrekking tot burgerinitiatieven.

Mensen nemen graag het heft in eigen handen, maar hebben soms wat hulp nodig. De gemeente kan ondersteunen door het delen van kennis en ervaring, door mensen en organisaties aan elkaar te verbinden, door burgerinitiatieven zichtbaar te maken en die te ondersteunen met faciliteiten en communicatie. Door te praten met inwoners en hun wensen en behoeften inzichtelijk te maken, is echte samenwerking met inwoners mogelijk. Circulaire economie is een op maat economie en functioneert dus bij uitstek goed op wijkniveau. Denk aan deel- en leeninitatieven, repair café's, urban farms en ecowijken of -dorpen. Deze bieden ook kansen voor samenwerking met onderwijs en het sociaal domein. De wijkgerichte benadering komt ook de sociale cohesie in een wijk ten goede. Naast nieuwe initiatieven, kan je als gemeente ook de ‘oude bekenden’ als fietsenmakers en schoenmakers zichtbaar maken om circulaire economie in de wijk te bevorderen. Belangrijk is daarom dat gemeenten inwonersinitiatieven op dit gebied faciliteren en stimuleren. Dit kan door de communicatiekanalen van de gemeente tot de beschikking te stellen. In het draagvlakbeleid van Team Klimaat zal uiteen worden gezet hoe de gemeente deze rol kan invullen. Bij bouw en infrastructuur kan de gemeente het goede voorbeeld geven bij de ontwikkeling en renovatie van gemeentelijk vastgoed zoals dorpshuizen, sportcomplexen en gemeentehuizen.

Omdat je als gemeente de regie op het hele proces hebt, kan je hier pionieren en experimenteren. Denk aan gebouwen die volledig zelfvoorzienend zijn in energie of volledig circulair in materiaalgebruik. Daarnaast kan de gemeente de markt uitdagen om te innoveren en de markt stimuleren door haar eigen inkoop circulair te maken. Door circulaire eisen te stellen in aanbestedingen en door kritische vragen te stellen gaan marktpartijen zelf zoeken naar innovatieve oplossingen voor circulaire producten. De mate van invloed is hier ook het grootst voor de gemeente. Door ruimte te maken voor nieuwe woonvormen en eigenbouw waarbij gebruik wordt gemaakt van circulaire bouwconcepten, kan de gemeente de circulaire bouw stimuleren. Als gemeente kan je veel mogelijk maken voor bedrijven en ondernemers, zowel voor de circulaire koplopers als ondernemers die nog aan het begin staan. De circulaire starters willen weten waar ze moeten beginnen. Als gemeente help je deze ondernemers met kennis, netwerk en het rondkrijgen 47

van een circulair businessmodel. Door gezamenlijk op te trekken en ondernemers met elkaar en met andere organisaties te verbinden, kan je eenvoudiger ketens sluiten en mensen meekrijgen. Hierbij zet je de lokale circulaire koplopers op een podium: dit inspireert andere ondernemers en het creëert een koplopernetwerk. Door communicatie in te zetten (persberichten, filmpjes) en events te organiseren, kunnen deze vooruitstrevende ondernemers ook buiten de zakelijke netwerken de kansen van een circulaire economie laten zien. Samenwerkingen smeden kan je als gemeente het beste doen vanuit wat al bestaat. Een bedrijventerrein is bijvoorbeeld een goede plek om te starten. Door bedrijven samen te brengen in een innovatieve samenwerking kan je als gemeente de processen in beweging zetten, waarbij het afval van de ene partij als grondstof voor de andere partij ingezet kan worden. De gemeente kan ook met andere decentrale overheden gezamenlijk lobbyen bij het Rijk voor nationale en regionale stimulerende regels die ervoor gaan zorgen dat de circulaire economie rendabel wordt. Zo is het nodig dat beperkende wet- en regelgeving aangepast wordt, zodat de massa ook mee kan. Banken vinden investeren in startups (met nog geen bewezen succes) risicovol. Ook hier kan je als gemeente meer mogelijk maken.

Ook met beperkte middelen kan je startende ondernemers meenemen door bijvoorbeeld challenges of opleiding te organiseren. Bij investeringen of financiële steun vanuit de gemeente kan je circulaire eisen stellen.

48

Bijlagen Hoofdstuk 4 4.1 Gezonde bodem Agrarische productie staat of valt met een gezond bodemleven en een goede bodemstructuur. Hoe gezond de bodem is, hangt af van het leven in de bodem. Een kwart van de biodiversiteit op aarde bevindt zich in de grond, deze biodiversiteit heeft het leven op land mogelijk gemaakt en staat nu onder druk. In één theelepel gezonde aarde zitten meer (micro)-organismen dan er mensen op aarde zijn. 70% van het land in Europa is gedegradeerd, in termen van aanwezigheid van bodemleven, organisch materiaal en mineralen. Planten en bomen leggen CO2 vast, ook in de bodem. Een groot deel van de geproduceerde suikers van planten gaat de bodem in om bodemleven te voeden. In ruil daarvoor maken micro-organismen mineralen en voedingsstoffen vrij voor planten. Ook wisselen planten via het netwerk van schimmels in de bodem en voedingsstoffen informatie uit, bijvoorbeeld over plagen. Het bodemleven zorgt er ook voor de bodemstructuur als het ware poreus wordt, zodat water als een spons opgenomen kan worden. Ook draagt een gezonde bodem bij aan klimaatregulatie. Een gezonde bodem zorgt zo voor meer biodiversiteit, betere waterhuishouding, een hogere productie, natuurlijke plaagbestrijding en meer voedingswaarde in de gewassen. Daarnaast slaat een gezonde bodem CO2 en stikstof op en heeft het minder tot geen externe input zoals mest en pesticiden nodig.

Daarom is een gezonde bodem het uitgangspunt voor kringlooplandbouw of natuurinclusieve kringlooplandbouw. Een gezonde bodem past goed bij de ambities uit het reeds vastgestelde ambitiedocument programma klimaat en de doelstellingen uit het Klimaatakkoord. 4.2 Wat doen andere gemeenten? Veel gemeenten zijn al bezig hun rol in te nemen in het op gang brengen van de transitie naar meer duurzaam buitengebied of voedselvoorziening. Een aantal voorbeelden zijn: Brummen: https://www.natuurinclusievelandbouwgelderland.nl/projecten/natuur-inclusievelandbouw-brummen/ Apeldoorn: https://www.apeldoorn.nl/natuurinclusieve-landbouw Rotterdam: https://www.natuurmonumenten.nl/rotterdam-de-boer-op/de-aanpak-wat-gaan-wedoen Sint Anthonis: https://www.sintanthonis.nl/inwoners/natuurinclusievelandbouw_42347?pk_campaign=Redirects&pk_kwd=natuurinclusievelandbouw Hardenberg: https://www.hardenberg.nl/inwoners/wonen/wonenvervolg/biodiversiteit/natuurinclusieve-landbouw Voorst: https://www.voorst.nl/nieuws/artikel/start-traject-natuurinclusieve-landbouw Ede: https://www.edestad.nl/lokaal/overig/351847/gemeente-ede-doet-mee-aan-plannatuurinclusieve-landbouw-710903 Westerwolde: https://www.regiodealnatuurinclusievelandbouw.nl/gebieden/westerwolde Midden Delfland: https://agrarischwaterbeheer.nl/content/duurzaam-boer-blijven-midden-delfland Wageningen:

https://www.cleantechregio.nl/nieuws/1236-boeren-enthousiast-overnatuurinclusieve-landbouw Rol die gemeenten kunnen spelen: https://www.nmu.nl/wp-content/uploads/sites/2/2020/12/10puntenplan-Kringlooplandbouw-NMU-1.pdf 49

4.3 Voorbeelden landschapsfondsen https://www.omropfryslan.nl/nl/nieuws/1151863/nieuwe-grondcooperatie-rijkdom-moetnatuurvriendelijker-werken-stimulere https://www.rijkeweidevogelfonds.nl/ https://agrarischnatuurfondsfryslan.nl/over-ons/ https://www.landbouwmetnatuur.nl/

50

Bijlagen Hoofdstuk 5 5.1 Afdanken door korte levensduur van producten Naast dat mensen producten zelf te snel afdanken blijkt dat de levensduur van producten steeds korter is geworden. Dit is een onderzoek van Connie Bakker, TU Delft: producten afgelopen 20 jaar in Nederland. De lamp is het enige wat een iets langere levensduur heeft.

5.2 Huidige stand van zaken: geleerde lessen Het onderzoek en de experimenten van de afgelopen jaren hebben we gericht op: het vormen van een netwerk, het onderwijs én inwoners. Het realiseren van een lokale economie gericht op hergebruik en reparatie valt of staat bij of inwoners dit omarmen. Zij zullen namelijk hun normgedrag moeten veranderen en een andere kijk op de aanschaf, reparatie en hergebruik van producten moeten krijgen. 5.3 Netwerk We hebben geïnvesteerd in het sociaal economisch ontwerp door het bijeenbrengen van het circulaire ambachtsnetwerk in de vier gemeenten (met verschillende kernen). Dit bestaat uit milieustraten/afvalbeheer, kringloopwinkels, repair café’s, circulair ondernemers (waaronder ontwerpers/makers), betrokken inwoners, sociaal domein (waaronder ggz-instellingen) en het onderwijs (po, vo, mbo, hbo en wo). Zowel het inzamelen van herbruikbare goederen als een netwerk dat deze goederen kan afnemen, upcyclen en weer verkopen is van groot belang voor het slagen van het circulair ambachtscentrum. Inzichten Zonder netwerk rondom het circulair ambachtscentrum dat sociaal-economische activiteiten gaat ontplooien op het gebied van upcyclen, hergebruik en reparatie van goederen kunnen we de 51

ingezamelde goederen geen tweede leven geven. We hebben daarom onderzocht en inzichten opgedaan hoe we een dergelijk netwerk van lokale partijen kunnen opbouwen. We hebben op verschillende manieren en via lokale media gevraagd om mee te denken. Hieruit is een groot netwerk van een dertigtal deelnemers ontstaan. Met dit netwerk hebben we gekeken welke bouwstenen voor upcycling business cases (zie model se.lab) aanwezig zijn in de gemeente(n) en regio. Van ontwerp, bronmaterialen, demontage & productie -met de bouwstenen middelen en arbeid- tot marketing & verkoop en aftersales & terugwinnen. In pilots wordt onderzocht welke samenwerkingen kans van slagen hebben en welke verdienmodellen er zijn. In (online) werksessies hebben we samen met se.lab en een masterstudent van het ParticipatoryCcity Making Lab onderstaande gedaan. 1. Partijen uit de regio bij elkaar gebracht die hergebruik en reparatie naar een hoger niveau willen tillen. 2. Capaciteiten, ambities en belemmeringen van de partijen in kaart gebracht. 3. Matchmaking gefaciliteerd en actieplannen opgesteld. 4. Gestart met inspiratie (upcycling workshop en product presentaties) en experimenten van upcycling met restmaterialen. 5.

Gestart met het doorrekenen van circulaire businesscases – mede met inzet van vierdejaars studenten finance van Hogeschool Inholland- en het ontwerp van een platform (voor kennisdeling) en label voor een upcycling productlijn uit de BUCH (‘Het mag er zijn’). Op 3-11-2021 hebben we in co-creatie met 35 stakeholders (inwoners, vrijwilligersinformatiepunt, gebiedsmanagers, vertegenwoordigers dorpsraad, repair café, kringloopwinkels, ggz, onderwijs (mbo, hbo en wo), circulair ontwerpers/makers, afvalinzameling gemeente en wethouder) vervolg ontwerpstappen gezet die tevens richting geven aan dit nieuwe projectplan.

52

5.4 Inwoners De transitie naar een circulaire economie, waar consuminderen, hergebruik en reparatie de norm is, komt alleen tot stand als ook inwoners dit gedrag omarmen. Een essentieel onderdeel van een circulair ambachtscentrum is daarom naast fysieke faciliteiten en een netwerk dat producten upcycled, ook bewustwording en verandering van normgedrag bij inwoners. We hebben een nulmeting onder inwoners uitgevoerd met betrekking tot hergebruik en reparatie, een inwonerspanel opgericht en inwoners laten meedenken over de realisatie van het circulair centrum. Inzichten Van cruciaal belang voor het slagen van een circulaire economie is de bewustwording bij, en actieve participatie van, inwoners in het proces. Daarom zijn we gestart met een inventarisatie onder inwoners naar de beoogde doelen en effecten die betrekking hebben op o.a. hun motivatie, betrokkenheid, gedrag, draagvlak voor hergebruik en reparatie (bijvoorbeeld bereidheid om lokale upcycling producten te kopen). Het doel van deze inventarisatie onder de bewoners van de drie gemeenten is drieledig: 1. Nulmeting op het gebied van hergebruik en reparatie. Deze info is nodig om beleid te kunnen valideren. Neemt straks de gedragsverandering toe? Gaat men meer hergebruiken en repareren en minder zomaar weggooien? 2. Een zaadje planten bij mensen welke faciliteiten bij kunnen dragen aan meer repareren en hergebruik. 3.

Hieraan koppelen we een integraal impacttraject met meetdoelen: hoe kunnen we de transitie naar een hergebruik en reparatie economie in de BUCH versnellen?

5.5 Onderwijs De bewustwording en vaardigheden voor een circulaire economie begint bij kinderen en jongeren. We hebben een grid opgezet om lesmodules voor circulair maakonderwijs voor alle basisscholen van Heiloo, Bergen en Uitgeest op te zetten. Dit wordt regulier onderwijs. De modules richten zich op reparatie en maken met de volgende materiaalstromen: textiel/wol, metaal, hout en elektrische apparaten. Kinderen leren zo niet alleen vaardigheden voor de circulaire economie, maar worden ook van consument weer maker. Ze leren over de waarde van grondstoffen en producten en kunnen 53

deze kennis ook doorgeven aan ouders en grootouders. We hebben afgelopen jaren verschillende ontwerpopdrachten gedaan met het technasium Bonhoeffer college. Hierdoor zijn een paar honderd leerlingen in aanraking gekomen met de circulaire economie en een circulair ambachtscentrum. Daarnaast zijn vier groepen hbo-studenten van Inholland circulaire businesscases aan het doorrekenen. We hebben een intensieve samenwerking met het Participatory Design Lab van de TU Delft. Binnen de bachelor van Industrieel Ontwerpen zijn een aantal ontwerpen gemaakt voor circulaire producten die de GGZ in productie wil nemen. We gaan op alle basisscholen in Heiloo, Uitgeest en Bergen reguliere lesmodules voor circulair maakonderwijs in het curriculum inbedden. Inzichten Onderwijs kan op verschillende niveaus een belangrijke rol spelen in het leren van vaardigheden voor hergebruik en reparatie en bewustwording over de spullen die we kopen en de circulaire economie. Het belangrijkste inzicht is dat het onderwijs niet alleen een olievlek kan zijn voor bewustwording voor hergebruik en reparatie maar dat er ook ontzettend veel interesse is vanuit het onderwijs om de circulaire ambachten vorm te laten krijgen op alle niveaus van het onderwijs. Het is vooral belangrijk bij de wensen en het curriculum van elke individuele school aan te sluiten.

Betrokken partners lesmodules maakonderwijs De volgende partijen zijn betrokken bij het opstellen en uitvoeren van dit beleidsplan: 1. Kringloopwinkels: Noppes (Heiloo), Dorcas (Heiloo), Keer op Keer (Limmen), Mutatahra (Castricum) 2. Milieustraat (nieuwe milieustraat als circulair ambachtscentrum) (huidige zes milieustraten betrokken via manager afvalinzameling BUCH naast eigen milieustraten van GGZ NHN en Reakt) (Natrufied Architecture, Antea Groep, GP Groot, Circulairinbedrijf) 3. Sociaal-maatschappelijke instelling (GGZ-instellingen met eigen upcycling werkplaatsen: Scorlewald (17 ambachtelijke werkplaatsen), GGZ Noord-Holland Noord (MindsZ upcycling werkplaats, Maatwerk Hout) en Reakt: atelier anders bekeken) 4. Reparatiewerkplaats of repair café (repair café’s in Schoorl, Uitgeest, Heiloo en Egmond) 5. Onderwijs (basisscholen in alle gemeenten, Technasium Bonhoeffercollege, mbo: Horizon College, Hogeschool Inholland, TU Delft Faculteit Industrieel ontwerpen/Participatory City Making Lab 6. Werkplaats en/of makersplaats: van circulair ontwerpers/makers Studio Hoed, Wouda’s Workshop, Neighbourwood, Lijfeigenheid, Boomkisten, Studio Maakman/Stadsfabriek, naast de werk- en makersplaatsen van Scorlewald, GGZ Noord-Holland Noord en Reakt. 7.

Actieve participatie van burgers/bewoners, die geïnspireerd worden door de mogelijkheden van de circulaire economie en bewustgemaakt van wat zij hieraan zelf kunnen bijdragen (Dorpsraad Uitgeest, vrijwilligers Informatiepunt Heiloo, klimaatpanels, gebiedsregisseurs).

54

Bijlagen Hoofdstuk 6 6.1 Toelichting wegennetwerk BUCH gemeenten Het wegennetwerk, met ruim 5 miljoen vierkante meter aan wegen in de BUCH gemeenten, creëert ook een grote milieu druk. Voor het produceren en implementeren van asfalt en beton is veel energie nodig en komt veel CO2 vrij (beton is b.v. verantwoordelijk voor 5% van wereldwijde CO2 uitstoot). Het netwerk bestaat uit asfalt (35%) en elementen (65%, met name beton), dit vertegenwoordigt een kapitaal van ongeveer 330 miljoen (vervangingswaarde) waarbij ongeveer 10% aan vervanging toe is (voor exacte cijfers per gemeente zie wegen beleidsplannen). Circulair asfalteren kan de CO2-uitstoot nu al tot 75% verminderen. 6.2 Projectfases Ruimtelijke Ordening (RO) & Beheer Openbare Ruimte BUCH gemeenten (BOR) Neem circulariteit vanaf initiatief fase mee in een project voor optimaal resultaat. Daarnaast worden op manier verassingen geminimaliseerd en loopt het project geen vertraging op. PROJECTFASE

ACTIVITEITEN EN PRODUCTEN

Initiatief (idee)

Bepalen van kaders en randvoorwaarden

Definitie (wat)

 Plan van aanpak Inventariseren en stakeholdersanalyse

Ontwerp (hoe)

Voorbereiding (hoe te maken)

STATUS/VERWACHTE AFRONDING

 Opstellen programma van eisen Ontwerp opstellen en participatie omwonende  Voorlopig ontwerp  Definitief ontwerp Ontwerp bestek gereed maken

Aanbesteding

 Bestek31  Vergunningen Bestek op de markt zetten

Uitvoering

 Opdracht aannemer Uitvoering fysieke werkzaamheden

Nazorg

Oplevering en garantieperiode

In 2023 worden door de BUCH werkorganisatie criteria ontwikkeld over hoe circulariteit wordt meegenomen in alle bovenstaande fases. Om leerervaringen op te doen worden per gemeente enkele projecten uitgekozen, waarbij meerdere disciplines (gebouwen, wegen, kunstwerken, verlichting, etc.) aan bod komen en meerdere typen ambtenaren (projectleiders, toezichthouders, juristen, business controllers, etc.) en marktpartijen samenwerken. Eind 2025 wordt bij alle bouw,

31

Bestek (bouwkunde) - Wikipedia

55

sloop en infrastructuurprojecten in opdracht van de gemeente circulariteit meegenomen in alle fases van een project. Voor projecten die aangevraagd worden door externe partijen (anders dan gemeente zelf) worden wettelijke procedures gevolgd; bestemmingsplan, omgevingsvergunning. Vanaf 1 januari 2023 met de nieuwe Omgevingswet, komt een conceptaanvraag binnen via omgevingsloket en kan circulariteit direct bij de omgevingstafels opgenomen worden als de aanvrager hiervoor open staat. 6.3 Duurzaam rood asfalt op de oranjelaan

Vol trots tonen Dennis en Ron een uniek stukje asfalt. Na zes weken hard werken is de herinrichting een feit. Dennis Pardon, uitvoerder van Ballast Nedam: ’Duurzaamheid speelt een hoofdrol in dit project. De gemeente greep de kans om onze asfaltinnovaties in te zetten. Sterkere asfaltmengsels en zoveel mogelijk hergebruik van oud asfalt. In de rijbaan een dikte van 12 cm in plaats van 17 cm, een besparing van grondstoffen. In het fietspad hergebruik van oud rood asfalt in de deklaag, een primeur in Nederland! De milieubelasting en C02 uitstoot is hiermee met meer dan 50% verminderd.’ De kleur van het fietspad is meer bruin dan rood. Dat heeft enerzijds te maken met het oude asfalt wat is doorgemengd, anderzijds met het zwarte bindmiddel. Op plekken waar fietsers het autoverkeer passeren is in verband met de veiligheid wel felrood toegepast, zoals op de rotonde. In dit rode asfalt zit een blank bindmiddel en veel rood pigment. Beiden zijn helaas minder duurzaam. Ron Zonneveld, toezichthouder van de gemeente: ’Op andere vlakken hebben we ook gekeken naar duurzaamheid. De fietspaden zijn verbreed voor de verkeersveiligheid en een stimulans om vaker op de fiets te springen  duurzame mobiliteit. In overleg met Connexxion is de haltehaven opgeheven. De bus stopt nu op de weg. De ruimte die vrijkomt, is toegevoegd aan de groenstrook.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4861/documents/36353