CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Nota beantwoording zienswijzen.pdf

Gemeenteraad 25 mei 2023, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 11: Voorstel betreft de nota beantwoording zienswijzen en de nota Omgevingskwaliteit vast te stellen ter vervanging van de welstandsnota13.257 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Tekst wordt aangepast zoals voorgesteld.

Ja

No.

PAGINA

DEELREACTIE

BEANTWOORDING GEMEENTE

AANPASSING

Terechte correctie. Tekst wordt aangepast zoals voorgesteld.

Ja

Terechte nuancering. Tekst wordt aangepast zoals voorgesteld.

Ja

Terechte nuancering. Tekst wordt aangepast zoals

Ja

zorggebouwen gerealiseerd en zijn enkele paviljoens uit de beginperiode gesloopt. Toelichting: De modernisering en uitbreiding van Duin en Bosch vond plaats omdat patiënten uit Medemblik in Bakkum werden ondergebracht. De instelling in Medemblik werd gesloten. Dit gebeurde in het begin van de jaren zestig. 55

p.45

De tekst kan op de onderstaande wijze geactualiseerd worden. Naar aanleiding van het vernieuwen en uitbreiden van de zorgactiviteiten van Parnassia Bavo Groep is het gebied herontwikkeld. Duin en Bosch heeft een totale kwaliteitsverbetering door een samenhangend geheel van zorggebouwen, behoud van monumenten, landschap en wonen. Het westelijk deel heeft zijn zorgfunctie behouden. Er zijn honderden woningen bijgebouwd. De stedenbouwkundige opzet en architectuur is gebaseerd op een eenduidige overkoepelende visie op het gebied en geënt op de cultuurhistorische betekenis en de oorspronkelijke landschappelijke en architectonische kwaliteiten.

56

p.52

Deze tekst kan geactualiseerd worden. De herontwikkeling van het stationsgebied is nog in een pril stadium. Het stationsgebied is gelegen tussen het dorp en het duingebied. Het gebied leent zich bij uitstek voor publieksfuncties in de sfeer van recreatieve, sociaal/culturele, educatieve en op de locatie afgestemde commerciële voorzieningen. Het station kent een lange geschiedenis vanaf 1867. Het stationsgebouw uit 1969 is in 2021 vervangen.

57

p.56

In de tekst onder dit kopje op p. 58 willen we graag ok verwijzen naar de

No.

PAGINA

DEELREACTIE

BEANTWOORDING GEMEENTE

oeverwallen. Daarom het voorstel de koptekst als volgt aan te passen.

voorgesteld.

AANPASSING

Strand- en oeverwallen en strandvlakten

58

p.58

De oudste strandwallen liggen het meest oostelijk. Hierop zijn nu de lintdorpen van Limmen en Akersloot gelegen. Bebouwing op deze noord-zuid gericht strandwallen zorgen samen met opgaande begroeiing voor verdichting waardoor het contrast tussen strandwallen en strandvlakten wordt vergroot. Oeverwallen ontstonden in de Oer-IJ delta aan de randen van de zijtak van de Rijn die hier in zee stroomde. Op zo’n oost-west gerichte oeverwal is het dorp Castricum ontstaan.

Terechte nuancering. Tekst wordt aangepast zoals voorgesteld.

Ja

Terechte nuancering. Tekst wordt aangepast zoals voorgesteld.

Ja

Terechte aanvulling. Tekst wordt aangepast zoals

Ja

Toelichting: Strandwallen en oeverwallen hebben beide in belangrijke mate bijgedragen aan de ontwikkeling in dit gebied. 59

p.58

Het eerste deel van deze tekst kan vollediger gemaakt worden. Zie tekstvoorstel. Tussen de strandwallen liggen de relatief laag gelegen strandvlakten en de uitlopers van het Oer-IJ landschap. Het open weidelandschap hier ten zuiden van de strandwallen geldt als een van de meest gave polderlandschappen van Noord-Holland, waar op de achtergrond de duinen de horizon vormen. Een groot deel van het gebied is in het verleden bebouwd voor uitbreiding van Castricum.

60

p.58

Door hun relatief lage ligging zijn het natte gebieden die als weilanden

No.

PAGINA

DEELREACTIE

BEANTWOORDING GEMEENTE

worden gebruikt. In de weilanden is veel microreliëf aanwezig. Restgeulen van het Oer-IJ bleven bestaan als laagten in het landschap, en werden soms als watergangen benut als onderdeel van waterverbindingen. De Schulpvaart en de Hendriksloot zijn voorbeelden van restanten van deze oude waterlopen. Naarmate het dit landschap meer bewoond werd groeide de strijd tegen het water. Uit deze vroege fase zijn nog vele dijkje terug te vinden in het landschap. Ze dienden zowel om water tegen te houden en tegelijk voor verbindingswegen tussen de woongebieden. Voorbeeld is de Korendijk tussen Castricum en Heemskerk, die in de twaalfde eeuw is aangelegd.

voorgesteld.

AANPASSING

Toelichting: Een belangrijk aspect van het buitengebied wordt in de nota niet genoemd: de eeuwenoude dijkjes die in het buitengebied te vinden zijn. Deze verdienen een hoog beschermingsregiem. Zie ook de aanpassing op p. 28. 61

p.58

Correctie: Bij de (stolp)boerderijen treffen we ook grootschalige schuren en bollenschuren aan, bestaand uit groene wanden en grijze daken.

Terechte correctie. Tekst wordt aangepast zoals voorgesteld.

Ja

62

p.61

Strandwallen en -vlakten met Oer-IJ landschap In deze opsomming past ook de karakteristieke oost-west georiënteerde oeverwallen, zoals het Oosterbuurt lint in Castricum. Daarom onderstaande aanpassing van de bullet tekst. Ook in deze opsomming de oude dijkjes opgenomen. Zie ook de voorgestelde aanpassing van p. 28 en p. 58.

Terechte aanvulling. Tekst wordt aangepast zoals voorgesteld.

Ja

Strand- en oeverwallen en strandvlakten met Oer-IJ landschap o Noord-zuid richting van doorgaande wegen op de strandwallen.

Duinrellen vormen zeer karakteristieke landschapselementen, met cultuurhistorische waarde en een natuurwaarde omdat het kwelwater zoet, voedselarm en helder is.

o

Oost-west georiënteerde oeverwallen met dezelfde functies.

Op basis van opmerking 31 worden ook de duinrellen als gebiedskwaliteit genoemd.

No.

63

PAGINA

p.62

DEELREACTIE o

De onregelmatige verkavelingspatronen van de strandvlakten.

o

Oude dijkjes die ook als verbindingswegen fungeerden.

o

Karakteristieke geesten

o

De loop van het Oer-IJ is in het landschap nog herkenbaar in de grillige

o

kavelpatronen en restanten van geulen en kreken. De Schulpvaart en de Hendriksloot volgen oude geulen van het Oer-IJ. Tussen Limmen en Castricum de noordelijke zijtak van het Oer-IJ.

Graag de in de bullet tekst de in rood aangegeven sleutel-elementen van het landschap toevoegen. -

Ruimtelijke ontwikkelingen dragen bij aan: o het respecteren en zichtbaar en herkenbaar houden van de

o -

-

landschappelijke karakteristiek van de verschillende landschapstypen. het versterken van (de beleving van) openheid van de strandvlakten.

Terughoudend omgaan met toevoegingen. Behouden van het contrast tussen de open strandvlakten en het meer besloten karakter van de strandwal. Behouden van zichtlijnen op het duingebied. Behouden van de specifieke aspecten van het Oer-IJ landschap, zoals kreken, historische dijkjes oever- en strandwallen. Behouden en versterken van het duinlandschap met grote natuur- en recreatieve waarden. Behouden variëteit en versterken samenhang van de binnenduinrand. De herkenbaarheid en doorlopend karakter van de Herenweg als ruimtelijke drager versterken. Behouden open strandvlakten en droogmakerijen met hoge en gave cultuur-historische waarden en het agrarisch gebruik als belangrijkste identiteitsdrager.

BEANTWOORDING GEMEENTE

AANPASSING

Terechte aanvulling. Tekst wordt aangepast zoals voorgesteld.

Ja

No.

PAGINA

DEELREACTIE

BEANTWOORDING GEMEENTE

AANPASSING

64

p.63

Het streven naar een goede omgevingskwaliteit hangt samen met een aantal basisprincipes. Door toepassing van deze principes worden bestaande gebiedskwaliteiten gerespecteerd en is er ruimte voor toevoegen van nieuwe kwaliteiten. De gemeente houdt bij de beoordeling van elke ingreep in de fysieke leefomgeving proportioneel rekening met deze principes en we verwachten dat haar inwoners dat ook doet.

Terechte nuancering. Tekst wordt aangepast in: ‘De gemeente houdt bij de beoordeling van elke ingreep in de fysieke leefomgeving proportioneel rekening met deze principes en de gemeente verwacht dat haar inwoners en initiatiefnemers dat ook doen.’

Ja, alle nota’s

Terechte aanvulling. Tekst wordt aangepast zoals voorgesteld.

Ja

In het overgangsrecht behorende bij de Omgevingswet is aangegeven dat een welstandsnota als bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet die van kracht is, geldt als een beleidsregel als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. In artikel 14.9 Ow is bewust gekozen voor de benaming ‘beleidsregel voor het uiterlijk van bouwwerken’. Vandaar dat in deze verwijzing niet wordt gesproken over ‘plaatsing’.

Nee

Toelichting: Het is onduidelijk wie met de woorden ‘wij’ en ‘u’ worden aangeduid. Mogelijk de inwoners van de gemeente. 65

p.65

Uitgangspunt is dat behalve eigenaren, initiatiefnemers en ontwerpers in ieder geval ook de directe omwonenden en relevante belangenorganisaties betrokken worden bij ontwikkelingen en planvorming. Toelichting: Hier moeten ook ‘belanghebbende organisaties’ worden genoemd. Zie aangepaste tekst.

66

p.68

Als de Omgevingswet in werking treedt wordt de vastgestelde welstandsnota automatisch een beleidsregel voor het uiterlijk en plaatsing van bouwwerken (overgangsrecht, zie artikel 4.114 Invoeringswet). De gemeenteraad hoeft dan geen nieuwe nota vast te stellen. Om hierop vooruit te lopen is deze uitwerking alvast betiteld als ‘Beleidsregel voor het uiterlijk van bouwwerken’ in plaats van ‘Welstandsnota’. Toelichting: Er is een (juridische) discussie of de plaatsing van bouwwerken (naast uiterlijk) wel of geen onderdeel is van het kwaliteitsbeleid onder de Omgevingswet. Voor niet-monumenten met cultuurhistorische waarde zou het goed zijn als de plaatsing wel onderdeel is van het beleid.

Dat neemt niet weg dat de wettelijke plicht tot het stellen van beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken in geen enkel opzicht de vrijheid om ook over andere in regels vastgelegde onderwerpen beleidsregels vast te stellen wordt

No.

PAGINA

DEELREACTIE

BEANTWOORDING GEMEENTE

AANPASSING

tegengehouden/beperkt. De criteria in de nota (deel B) hebben daarom nog steeds betrekking op zowel het uiterlijk als de plaatsing van bouwwerken.

67

p.71

In de opsomming van klassen van beschermde monumenten ontbreken de 14 gemeentelijke landschappelijke monumenten. Hieronder toegevoegd in de tekst. 1.4 Monumenten De gemeente Castricum telt 44 rijksmonumenten, 3 provinciale monumenten en 135 gemeentelijke monumenten, waaronder 14 gemeentelijke landschappelijke monumenten. Daarnaast telt de gemeente 3 provinciale archeologische monumenten en 4 archeologische rijksmonumenten, die verwijzen naar de archeologische potentie van de gemeente. De lijsten met alle monumenten zijn te vinden op de gemeentelijke website. Ingrepen aan, op of bij een beschermd monument worden altijd voor advies voorgelegd aan de commissie.

Voor een actueel overzicht van de monumenten wordt in de nota verwezen naar de gemeentelijke website. De beschermde monumenten zijn opgenomen in het gemeentelijke erfgoedregister van juni 2022. In dit erfgoedregister zijn de landschappelijke monumenten niet (meer) apart benoemd. De aantallen op p. 24 en p. 72 worden in de tekst aangepast.

Ja

68

p.71

pagina 71, foto Svp in het onderschrift vermelden: (foto Ernst Mooij)

Terechte aanvulling. Tekst wordt toegevoegd.

Ja

69

p.81

Zoals voor pagina 28 is voorgesteld, ook hier Limmen toevoegen aan de benoemde historische dorpskernen.

Uitgangspunt bij het opstellen van de nota was om geen structurele of grote beleidswijzigingen op te nemen. De regieniveaus zijn daarom beleidsneutraal overgenomen uit de huidige welstandsnota van Castricum (p.12 en verder, welstandsniveaus). Het betreffende gebiedje aan de Zuiderkerklaan wordt in de huidige welstandsnota gekarakteriseerd als ‘buitengebied’ met een ‘regulier

Nee

-

Historische dorpskernen (Bakkum, Castricum, Akersloot, Limmen, De Woude)

No.

PAGINA

DEELREACTIE

BEANTWOORDING GEMEENTE

AANPASSING

welstandsniveau’. Deze reactie wordt meegenomen in een eerstvolgende evaluatie en eventuele herziening van de nota. 70

p.81

Onder de bullet Buitengebied horen ook het Oer-IJ landschap en de oude dijkjes genoemd te worden. -

Buitengebied o Strand o

Jonge duinen

o

Strandwallen en -vlakten

o

Leesbaar Oer-IJ landschap

o

Oude dijkjes

Veenontginningen

De opsomming op p.81 is een overzicht van gebiedstypering ter differentiatie van het buitengebied en geen opsomming van herkenbare karakteristieke elementen. De toevoeging van ‘oeverwallen’ is een goede aanvulling als gebiedstypering (zie ook opmerking 44). De tekst op p. 81 wordt als volgt aangepast: -

Buitengebied o Strand o

Jonge duinen

o

Strand- en oeverwallen en strandvlakten

o

Droogmakerijen

o

Veenontginningen

Het is juist dat de genoemde elementen (oude dijkjes, Oer-IJ elementen) karakteristiek zijn voor het landschap. Daarom worden deze benoemd in de uitwerking van het buitengebied op pagina 61 (zie ook opmerking no. 62).

Ja

2.3. Reclamant 3 Samenvatting De zienswijzen heeft betrekking op het concept van de Nota Omgevingskwaliteit van de gemeente Bergen. Om het verduurzamen van woningen zo eenvoudig mogelijk te maken wordt gepleit om externe isolatie vergunningsvrij te maken. Als er geen vergunning aangevraagd hoeft te worden, bespaart dit tijd en geld. Zienswijze en reactie gemeente per onderdeel NO. 71

PAGIN A p.88

DEELREACTIE

BEANTWOORDING GEMEENTE

AANPASSING

Gezien het belang van verduurzaming, waarbij isolatie van woningen een noodzakelijk hulpmiddel is, bepleit ik het vergunningsvrij mogelijk maken van gevelisolatie aan de buitenkant van de gevel van vrijstaande woningen met de daarbij benodigde aanpassingen aan kozijnen, dak en goot. Gebleken is dat bij een aantal woningen spouwisolatie niet mogelijk of voldoende is. Als er geen vergunning aangevraagd hoeft te worden, bespaart dit tijd en geld. Ik verzoek daarom aanpassing van paragraaf 2.2.4

Vergunningsvrijheid is vooralsnog landelijke regelgeving. In het kader van de Nota Omgevingskwaliteit zou het kunnen gaan om ‘welstandsvrijheid’ (geen beoordeling aan redelijke eisen van welstand).

Nee

Aan de orde is hier externe isolatie. Bij die werkwijze is een veelheid van afwerkmaterialen mogelijk. Het al dan niet passen daarvan in de omgeving en bij het bouwwerk zelf vraagt een welstandsbeoordeling, waarbij het onder paragraaf 4.5 gestelde ‘Duurzaamheid als vanzelfsprekendheid’ een positief beoordelingskader geeft.

3. Motie gemeenteraad Uitgeest De motie heeft betrekking op het concept van de Nota Omgevingskwaliteit van de gemeente Uitgeest. De motie, aangenomen op 15 december 2022 in de raad van Uitgeest, behelst enerzijds het versterken van duurzaamheidsmaatregelen maar anderzijds nadere regulering ten aanzien van de aanleg van warmtepompen om verrommeling van de openbare ruimt en gebouwde omgeving tegen te gaan. De motie geeft het volgende daarover aan: overwegende dat:  Verduurzamen van onze wereld, land en dus onze gemeente voortvarend moet worden aangepakt.  Verduurzamen realistisch, haalbaar en betaalbaar moet zijn.  Het particulier initiatief daarbij essentieel is en niet zomaar door de Overheid tegengehouden zou moeten worden, tenzij er een ander zwaarwegend belang is.  Tegelijk moeten we ook oog blijven houden op het tegengaan van verrommeling van de openbare ruimte en de gebouwde omgeving.  Verduurzamingsmaatregelen een impact kunnen hebben op het aanzicht in de bebouwde omgeving.  Nu niet overzichtelijk is op welke criteria hun plan (bijvoorbeeld de plaatsing vaan een warmtepomp) worden getoetst. verzoekt het College: 1. Bij de eerstvolgende herziening van de welstandsnota onder de criteria voor kleine plannen (hoofdstuk 6 in de huidige versie) een paragraaf op te nemen over de criteria voor de plaatsing van Warmtepompen.

Bij het opstellen van deze criteria zowel het belang van de energie- en warmtetransitie als het belang van een niet verrommelde openbare ruimte en gebouwde omgeving mee te nemen. 2. Bij het opstellen van de criteria de belangen van de transities sterker mee te laten wegen, zonder het belang van de openbare ruimte en gebouwde omgeving uit het oog te verliezen. 3. Hierbij te onderzoeken of en hoe er ook (aanvullende) kaders meegenomen kunnen worden over de geluidsproductie van warmtepompen.

Beantwoording en wijzigingen In de nieuwe Nota Omgevingskwaliteit is het onderwerp duurzaamheid al op verschillende plekken ingebed. De Nota bestaat uit een kaderstellend deel A en een deel B met beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken als toetsingskader voor bouwplannen. Ad 1. Het plaatsen van een buitenunit van en warmtepomp is in de meeste gevallen vergunningsvrij, maar niet altijd. Zo is de plaatsing tegen een voorgevel wel vergunningsplichtig. Alleen bij een vergunningaanvraag is wel sprake van welstandstoetsing. Voor kleine, eenvoudige vergunningsplichtige bouwplannen zijn er eenduidige sneltoetscriteria vastgesteld die ambtelijke afhandeling mogelijk maken. Naar aanleiding van deze motie wordt het de tekst aangepast zoals in rood is aangegeven: a.

onder hoofdstuk 4. Grote bouwplannen, paragraaf 4.3. Beoordelingscriteria. Dit gaat over nieuwe gebouwen of substantiële verbouwingen (p.97 e.v.), in alle nota’s, toevoegen van:

Duurzaamheid - Het thema duurzaamheid dient als ontwerpuitdaging te worden gehanteerd, zowel stedenbouwkundig of landschappelijk op gebiedsniveau als architectonisch op gebouwniveau. Bij individuele nieuwbouw van een woning of pand kan duurzaamheid ook de basis zijn voor de algehele vormgeving. - Er is op verschillende niveaus nagedacht over duurzaamheid, waaronder bestendigheid, energie- en klimaatbeheer, materiaalgebruik, afvalstromen, mobiliteit, ecologie en natuur etc. - Bij de toepassing van voorzieningen t.b.v. duurzaamheid zoals zonnecollectoren/ -panelen, groene gevels/daken, installatie-elementen zoals warmtepompen, isolatiemaatregelen of dergelijke, passen deze binnen het architectonische concept van het gebouw en/of de stedenbouwkundige of landschappelijk context. - Voorzieningen t.b.v. duurzaamheid (zoals zonnepanelen of warmtepompen incl. bijbehorende technische onderdelen zoals leidingen e.d.) zijn bij nieuwbouw integraal mee ontworpen. - Voorzieningen t.b.v. verduurzaming van monumenten of karakteristieke panden zijn met uiterste zorg en respect voor de cultuurhistorische waarde vormgeven, in beginsel niet zichtbaar vanaf de openbare weg.

b.

onder hoofdstuk 2. Kleine (ver)bouwplannen, paragraaf 2.2 Sneltoetscriteria (p.82 e.v.), in de nota’s van Bergen, Uitgeest en Heiloo, toevoegen van: 2.2.6 Installatietechniek In het zicht komende elementen als warmtepompen, airco-units e.d. Plaatsing en maatvoering - hoogte tegen de voor- en zijgevel (voor zover vergunningsplichtig) maximaal 1 meter boven maaiveld. Materiaal, kleur en detaillering - kleur van het element en zijn leidingwerk als het betreffende gevelvlak.

Ad 2. In deel A van de nota is hiervoor het volgende opgenomen: 4.5. Duurzaamheid als vanzelfsprekendheid Klimaatadaptie en energietransitie zijn noodzakelijke veranderingen die van grote invloed zijn op de fysieke leefomgeving. Elke ingreep zou in de basis bij moeten dragen aan deze transities en in ieder geval een geïntegreerd onderdeel moeten zijn in het ontwikkel- en ontwerpproces. Daarbij speelt ook zorgvuldig ruimtegebruik en vergroening van de bebouwde omgeving een belangrijke rol. Niet alleen om een betere verblijfskwaliteit te creëren, maar ook ten behoeve van de biodiversiteit en het beperken van hittestress en wateroverlast. Uitgangspunt is dat de thema’s klimaatadaptie en duurzaamheid als ontwerp-uitdaging worden gezien, zowel stedenbouwkundig als landschappelijk, en zowel op gebiedsniveau als op gebouwniveau. Daarbij kan op verschillende niveaus nagedacht worden over duurzaamheid, waaronder toekomstbestendigheid, klimaatadaptie, energie- en klimaatbeheer, materiaalgebruik, afvalstromen, mobiliteit, vergroening, ecologie en natuur etc. Ad 3. De bepalingsmethode voor de nieuwe geluidseisen van warmtepompen is vastgelegd in de Regeling Bouwbesluit 2012 (Staatscourant 2020, 62676). Hierop heeft de gemeente geen invloed. Het is geen kwestie voor de APV en ook

geen Europese regelgeving. Daarnaast is het geen onderwerp voor deel B van de Nota Omgevingskwaliteit, die gaat over het uiterlijk van bouwwerken.

4. Ambtelijke wijzigingen Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen heeft gereageerd op het concept van de Nota Omgevingskwaliteit van de gemeente Bergen. De opmerkingen zijn besproken op 8 november 2022 met het college en ambtelijke projectleider. De opmerkingen, beantwoording en eventuele wijzigingen voor de nota zijn hieronder weergegeven. Aangezien de opmerkingen voor alle gemeenten van belang zijn en gelijkvormigheid in de nota’s wordt nagestreefd, worden de voorgestelde wijzigingen in alle vier nota’s verwerkt. Het geheel ontbreken van het aspect klimaatadaptatie/waterberging, terwijl wij (in Bergen) op het laagste punt van NHN met hele slechte afwatering wonen. Ruimtelijke plannen kunnen (bijvoorbeeld door verstening) de problematiek vergroten.

Beantwoording De opmerking heeft betrekking op tuinen en niet op de openbare ruimte. Daarin voorziet het ‘Programma van Eisen Openbare Ruimte’. Aangezien er uitgangspunten voor de gebouwen en voor de erfscheidingen worden gegeven is het niet onlogisch om ook onder ‘duurzaamheid’ een criterium voor klimaatadaptieve uitgangspunten daarvoor op te nemen. Weliswaar is de inrichting van tuinen vergunningsvrij, maar een vermelding in de nota zet de kwestie bij welstandsbeoordelingen op de agenda om het daarmee bespreekbaar te maken met de initiatiefnemer.

Wijziging Op blz. 101 onder het kopje ‘Duurzaamheid’ wordt de tekst gewijzigd in: ‘Er is op verschillende niveaus nagedacht over duurzaamheid, waaronder bestendigheid, energie- en klimaatbeheer, materiaalgebruik, afvalstromen, mobiliteit, ecologie, natuur, klimaatadaptieve inrichting van tuinen, etc.’

Het stuk mist (zie o.a. paragraaf 1.3) een goede balans met oog op participatie omwonenden - rol adviescommissie - rol college. Beslissingsbevoegdheid commissie heel zwaar aangezet, wat in een tijd van 'samen' tot werkbare oplossingen komen niet meer echt passend is.

Beantwoording Paragraaf 1.3 begint met: ‘Er is niks beters dan kwaliteit die ontstaat vanuit de omgeving zelf. Ontwikkelingen met een brede betrokkenheid leveren bijna altijd meerwaarde aan omgevingskwaliteit.’ Dit geeft aan dat de Nota uitgaat van participatie als belangrijke drijfveer voor kwaliteit. De nota geeft daaraan geen verder uitwerking. Daarvoor is de verplichte participatieverordening het juiste instrument. In de Nota staat nergens dat de adviescommissie een beslissingsbevoegdheid heeft. De commissie adviseert het college, dat de uiteindelijke afweging maakt. Daarnaast kan de commissie ook initiatiefnemers adviseren en meedenken in oplossingen. In paragraaf 1.3 staat namelijk de volgende zin: ‘De rol van de commissie is om minder oordelend maar vooral ook om oplossingsgericht en inspirerend te zijn.’. Dit in navolging van een aangenomen motie van de tweede kamer bij vaststelling van de Omgevingswet waarin een vroege, brede rol voor de adviescommissie wordt bepleit. (Motie Veldman en Albert De Vries, Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 33 962, nr. 120). Met de Omgevingswet ligt er overigens de grootste verantwoordelijkheid bij de initiatiefnemer voor participatie om de buurt te betrekken.

De gemeente kan daarin stimuleren en alleen bij door de gemeenteraad aan te wijzen buitenplanse activiteiten (plannen die niet passen in omgevingsplan) de initiatiefnemer verplichten.

Wijziging Er is afgesproken nog een zin te wijden aan de relatie tussen participatie en de welstandsbeoordeling. In paragraaf 1.3 onder het kopje ‘Van ‘nee, tenzij …’ naar ‘ja, mits …’’: Bij de beoordeling van ingrepen in de fysieke leefomgeving verschuiven we onze focus van verbieden (‘nee, tenzij …’) naar mogelijkheden bieden (‘ja, mits ….’). Op basis van ervaringen is namelijk gebleken dat het bieden van ruimte en het aangaan van de dialoog tot betere resultaten leidt. Daarbij is meer mogelijk als u participeert in de beoordeling door in een vroeg stadium het gesprek met ons aan te gaan. Een goed plan is immers niet altijd te vatten in regels maar zal eerder tot stand komen door het gesprek aan te gaan. In de definitieve beoordeling voor de omgevingsvergunning zal altijd het plan aan de orde zijn waarin de participatie van omwonenden is verwerkt.

Sommige 'kaderstelling' is wel erg detaillistisch: op hoeveel meter vlaggenmasten van een lantaarnpaal moeten staan, de bijpassendheid van reclame op een bedrijfspand.

Beantwoording Dit is vooral politieke keuze over balans tussen ruimte geven en reguleren. De huidige welstandsnota is samen met de gemeente geëvalueerd. Daaruit is geconcludeerd dat de oorspronkelijke welstandsnota te regulerend was en weinig ruimte was om te bewegen. De nieuwe nota laat op veel vlakken meer ruimte voor ontwerp en maatwerk. Maatwerk is overigens altijd mogelijk. Het zijn namelijk beleidsregels waarvan je beargumenteerd kan afwijken in het advies, maar ook in de afweging door college. Zie paragraaf 1.4. Het ‘detaillistische’ deel van de bepalingen valt onder de sneltoetscriteria voor kleinere (ver)bouwplannen. Deze zijn geformuleerd om ambtelijk af te kunnen handelen, dus zonder verdere welstandsadvisering van de adviescommissie. Dat betekent dat er geen ruimte is voor interpretatie. En dat vraagt om gedetailleerde omschrijvingen. Ook daarin is overigens wel een nadere afweging en maatwerk mogelijk: als een aanvraag niet past in de sneltoetscriteria kan deze in een ruimer kader door de volledige commissie worden besproken.

Wijziging Ten aanzien aanzien van deze opmerking zijn geen verdere aanpassingen nodig in de Nota omgevingskwaliteit. Het onderdeel circulariteit wordt gemist.

Beantwoording Zie ook eerste punt. Circulariteit komt terug als onderdeel van duurzaamheid in de vorm van bestendigheid, materiaalgebruik en afvalstromen, in: -

Basisprincipe (deel A) onder ‘Duurzaamheid als vanzelfsprekendheid (paragraaf 4.5.). Hierin wordt het uitgangspunt aangegeven dat bij ontwerpen (gebouwen en openbare ruimte) Beoordelingskader (deel B) voor bouwplannen onder kopje ‘duurzaamheid’

Wijziging Duurzaamheid in brede zin en daarbinnen circulariteit zal in het omgevingsplan een belangrijke rol krijgen. Op dit moment zijn geen verdere aanpassingen nodig in de Nota omgevingskwaliteit. Een aanpassing in de tekst wenselijk over de mogelijkheid van het college om af te wijken van het advies van de commissie. Het voorstel voor wijziging betreft het schrappen van het woord ‘uiterst’ in de volgende alinea op pag. 9 en 75: Afwijken van het advies. Het college van burgemeester en wethouders volgt in zijn oordeel in principe het advies van de commissie. Het college kan afwijken van het advies op inhoudelijke gronden of om andere redenen, bijvoorbeeld van economisch of maatschappelijk belang. Indien het college afwijkt van het advies wordt dit in de beslissing op de aanvraag van de vergunning gemotiveerd. De commissie wordt hiervan op de hoogte gesteld. Het college is uiterst terughoudend met het gebruik van deze mogelijkheid. Vanuit participatie gedachte is de behoefte om meer (juridische) speelruimte te creëren voor het college en de gemeenteraad zonder de meerwaarde van de advisering van de adviescommissie teniet te doen. Dat kan door o.a. het woordje ‘uiterst’ te schrappen uit de 1ste bovenstaande zin die op meerdere pagina’s in het document terugkomt.

Beantwoording Deze mogelijkheid is overgenomen uit de bouwverordening, waarin als bijlage 9 het reglement van orde voor de welstandscommissie is opgenomen. Hierin staat: Artikel 8.6 lid 3: Afwijken om andere redenen Het bevoegd gezag zal uiterst terughoudend zijn met het gebruik van deze mogelijkheid omdat de ruimtelijke kwaliteit niet snel ondergeschikt wordt geacht aan economische of maatschappelijke belangen. Wijziging Het college hecht waarde aan de genoemde nuancering in de tekst van de nota ten opzichte van het reglement van orde. In de nota wordt zoals voorgesteld het woord ‘uiterst’ in de betreffende alinea verwijderd.

Een aanpassing in de tekst is wenselijk over de rol van het college bij het aanwijzen van trendsetters. Het is wenselijk de ‘bevoegdheden’ van de commissie i.r.t. college en gemeenteraad helder te blijven benoemen. Dat betekent op pagina 80 de volgende wijziging in de tekst: ‘De commissie stelt, na goedkeuring door het college, de trendsetter vast.’

Beantwoording Het vaststellen van een trendsetter is geen ‘zware‘ maatregel; een trendsetter wordt nooit verplicht. Afwijking blijft altijd mogelijk, maar dan komt het bouwplan weer ter toetsing bij de commissie of de gemandateerde. De trendsetter is tegelijk een middel om eenvormigheid in een wijk te bevorderen en een dienstbaarheid aan de initiatiefnemer om gebruik te kunnen maken van een bestaande plan via een lichtere procedure. Als het college invloed wil uitoefenen op het vaststellen van de trendsetter zijn er drie regelingen denkbaar, van ‘zwaar naar licht’: 1.

De commissie draagt een bouwplan voor als trendsetter aan het college. Het college stelt de trendsetter vast. (middels een college-advies). Het lijkt een wat te gedetailleerde kwestie voor een formeel collegebesluit. De formulering wordt dan: De commissie draagt een trendsetter voor en het college stelt deze vast.

2.

De commissie draagt een bouwplan voor als trendsetter, bespreekt dit met het college (al dan niet gemandateerd aan de portefeuillewethouder), en de commissie stelt bij akkoord de trendsetter vast. Dit kan meer informeel gebeuren, de ambtelijke toelichter kan dit inbrengen in het stafoverleg van de portefeuillewethouder, de uitspraak wordt genotuleerd en de goedkeuring wordt teruggenomen naar de commissie ter vaststelling van de trendsetter. De formulering wordt dan: De adviescommissie draagt een trendsetter voor, bespreekt deze met het college, en stelt bij akkoord de trendsetter vast.

3.

De commissie stelt een trendsetter vast en informeert het college daarover. (al dan niet gemandateerd aan de portefeuillewethouder). De ambtelijke toelichter informeert de wethouder in het stafoverleg, of hij doet dat schriftelijk. De formulering wordt dan: De commissie stelt een trendsetter vast en informeert het college.

Wijziging Er is gekozen voor optie 3 en de tekst op pagina 80 te wijzigen in: ‘De commissie stelt een trendsetter vast en informeert het college.’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4872/documents/36712