CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Nota Omgevingskwaliteit Bergen.pdf

Algemene Raadscommissie 17 mei 2023, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 5: Voorstel betreft de nota beantwoording zienswijze en de nota Omgevingskwaliteit vast te stellen ter vervanging van de welstandsnota18.707 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

nota OMGEVINGSKWALITEIT gemeente BERGEN, concept september 2022

1

Inhoud

Omgevingskwaliteit Deel A is het kaderstellende beleid met een algemene toelichting over omgevingskwaliteit, een ruimtelijke analyse, een gebiedsindeling, de regieniveaus, de gebiedskwaliteiten en de basisprincipes voor een goede omgevingskwaliteit. Direct naar: - een uitleg over deze nota - de kaart met gebiedsindeling

Uiterlijk van bouwwerken Deel B is een uitwerking met criteria voor het uiterlijk van bouwwerken en vervangt de ‘Welstandsnota 2004’. Direct naar: - het schema voor beoordeling uiterlijk van bouwwerken - de criteria voor kleine (ver)bouwplannen - de criteria voor specifieke bouwplannen - de criteria voor grote bouwplannen

Klik op een knop om direct naar het betreffende deel te gaan.

2

Voorwoord Veiligheid, gezondheid en welbevinden hebben een plek in elk partij- en regeerprogramma. Niemand zal tegenspreken dat de belevingskwaliteit van de gebouwde omgeving daarop een belangrijke invloed heeft. Die kwaliteit ligt in een balans tussen enerzijds samenhang, en anderzijds variatie. De vrijheid om naar wens te bouwen levert variatie. De bandbreedte van vrijheid wordt bepaald door samenhang. Juist een sterke samenhang geeft veel vrijheid. In deze editie wordt – in de geest van de Omgevingswet – meer de nadruk gelegd op de omschrijving van de samenhang dan op regels die op voorhand de vrijheid afbakenen. Dat betekent dat er meer ruimte is voor maatwerk; meer ‘ja mits’, en minder ‘nee tenzij’. Tegenover de mogelijk grotere vrijheid voor de planvorming staat voor de initiatiefnemer wel het huiswerk om zich de context van de omgeving eigen te maken, en deze nota geeft daarvoor meer informatie. De omgeving wordt meer integraal belicht, met een sterker accent op landschap en erfgoed. Ook zijn er duurzaamheidsaspecten opgenomen. De voormalige ‘welstandsnota’ heet nu dan ook ‘nota omgevingskwaliteit’. De nota zal op een nader te bepalen manier worden opgenomen in het omgevingsplan, dat nog veel meer aspecten zal omvatten. Om die reden is voor deze nota omgevingskwaliteit gestreefd naar een beleidsneutrale opzet met een ongewijzigde ambitie.

Wel is het format aangepast, enerzijds als voorbereiding op de Omgevingswet, maar anderzijds ook om de bruikbaarheid te vergroten. Eventuele toekomstige beleidswijzigingen worden doorgevoerd in het omgevingsplan. Dat zal ook het moment zijn voor een brede participatie. Deze opzet heeft geleid tot een aanzienlijk dunnere nota, die niettemin meer informatie bevat. Ik verwacht daarom dat deze nota omgevingskwaliteit nog minder een toetsings-, maar meer een inspiratiedocument zal zijn.

college van burgemeester en wethouders

Terug naar vorige weergave Terug naar het hoofdmenu.

3

DEEL A OMGEVINGSKWALITEIT Dit deel bevat het kaderstellende beleid met een algemene toelichting, een ruimtelijke analyse, een gebiedsindeling, de regieniveaus, de gebiedskwaliteiten en de basisprincipes voor een goede omgevingskwaliteit.

1. INLEIDING 1.1. Wat is omgevingskwaliteit? ............................................................. 6 1.2. Waarom een nota omgevingskwaliteit?......................................... 6 1.3. Wie gaat over omgevingskwaliteit? ............................................... 7 1.4. Juridische status ............................................................................. 9 2. RUIMTELIJKE CONTEXT 2.1. Landschappelijke en stedenbouwkundige ontwikkeling ............... 10 2.2. Cultureel erfgoed........................................................................... 22 2.3. Ruimtelijke identiteit .................................................................... 28 3. GEBIEDSGERICHT BELEID 3.1. Gebiedstypering en regieniveaus .................................................. 30 3.1.1. Gebiedstypering............................................................. 30 3.1.2. Regieniveaus .................................................................. 34 3.1.3. Randen en overgangsgebieden ..................................... 40 3.2. Gebiedskwaliteiten ........................................................................ 40 3.2.1. Dorpskernen .................................................................. 40 3.2.2. Lintstructuren ................................................................ 48 3.2.3.

Woongebieden .............................................................. 52 3.2.4. Bedrijventerreinen......................................................... 59 3.2.5. Sport- en recreatieterreinen.......................................... 60 3.2.6. Buitengebieden.............................................................. 61 4. BASISPRINCIPES 4.1. Inpassing op basis van aanwezige gebiedskwaliteiten .................. 69 4.2. Samenhangende benadering......................................................... 69 4.3. Dynamiek van kwaliteit ................................................................. 69 4.4. Betrokkenheid omgeving............................................................... 71 4.5. Duurzaamheid als vanzelfsprekende ontwerpopgave .................. 71

Klik op een hoofdstuk of paragraaf om verder te lezen.

4

Karakteristieke villabebouwing aan de Eeuwigelaan in Bergen.

5

1. INLEIDING Iedereen wil prettig wonen, winkelen, werken of wandelen. We moeten onze leefomgeving kunnen gebruiken en het geheel moet duurzaam, gezond en veilig zijn. Daarnaast willen we er ook van kunnen genieten. Een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving verhoogt de recreatieve en economische waarde en versterkt het vestigings- en woonklimaat. Met deze nota zijn wij als gemeente ervan overtuigd dat de kwaliteit op een goede manier wordt meegewogen bij ruimtelijke ingrepen in de fysieke leefomgeving. Deze nota vervangt de ‘Welstandsnota Bergen 2004’.

1.1. Wat is omgevingskwaliteit? Met de Omgevingswet is een nieuwe term geïntroduceerd; ‘omgevingskwaliteit’. Net als een veilige en gezonde leefomgeving is ook het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit een maatschappelijke doelstelling van de Omgevingswet. Het is een plicht van ons allemaal om zorg te dragen voor een goede omgevingskwaliteit. Omgevingskwaliteit gaat over het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Omgevingskwaliteit gaat over de identiteit en gebiedskwaliteiten van een plek en hoe wij dit ervaren, waarbij ook culturele en sociale factoren van invloed kunnen zijn. Deze nota richt zich op het publieke belang van de ruimtelijk visuele aspecten van cultureel erfgoed, landschap, stedenbouw en het uiterlijk van bouwwerken.

1.2. Waarom een nota omgevingskwaliteit? Wij willen als gemeente graag een waardevolle en aantrekkelijke omgeving creeren waar mensen graag willen wonen, ondernemers zich willen vestigen en bezoekers kunnen genieten. Wat van waarde is willen we mooi houden en nieuwe ontwikkelingen moeten passen in de ‘couleur locale’ van onze gemeente. Het doel van deze nota is het behouden en stimuleren van een goede omgevingskwaliteit ten behoeve van de identiteit van een plek of gebied.

6

1.3. Wie gaat over omgevingskwaliteit? Er is niks beters dan kwaliteit die ontstaat vanuit de omgeving zelf. Ontwikkelingen met een brede betrokkenheid leveren bijna altijd een meerwaarde aan omgevingskwaliteit. Maar niet in alle gevallen is voldoende aandacht voor kwaliteit. Als gemeente nemen we de verantwoordelijkheid om waar nodig de regie te voeren over het publieke belang van omgevingskwaliteit. Dat betekent niet dat we ontwikkelingen gaan tegenhouden, maar wel dat we zorg dragen voor een goed proces waarbij omgevingskwaliteit een evenredige rol krijgt bij de planvorming. Wij voeren daarbij de regie, die zwaarder zal zijn naarmate de ingreep en de specifieke kwaliteiten van het gebied daarom vragen. Van ‘nee, tenzij …’ naar ‘ja, mits …’ Bij de beoordeling van ingrepen in de fysieke leefomgeving verschuiven we onze focus van verbieden (‘nee, tenzij …’) naar mogelijkheden bieden (‘ja, mits ….’). Op basis van ervaringen is namelijk gebleken dat het bieden van ruimte en het aangaan van de dialoog tot betere resultaten leidt. Daarbij is meer mogelijk als u in een vroeg stadium het gesprek met ons aangaat. Een goed plan is immers niet altijd te vatten in regels maar zal eerder tot stand komen door het gesprek aan te gaan.

Deskundige advisering Om een goede afweging te maken over omgevingskwaliteit vragen wij advies aan de gemeentelijke adviescommissie (hierna commissie) die hiervoor door de gemeenteraad is ingesteld. De commissie baseert haar advies op de beleidsregels zoals opgenomen in deze nota. Na het in werking treden van de Omgevingswet zal de commissie haar advies ook baseren op de omgevingsvisie en het omgevingsplan. De rol van de commissie is om minder oordelend maar vooral ook om oplossingsgericht en inspirerend te zijn. Daarbij is meer mogelijk als er sprake is van een goed ontwerp. Er ligt dus ook een verantwoordelijkheid bij u als initiatiefnemer. U bent er zelf het meeste bij gebaat dat een ingreep als totaal een geheel vormt en past in de directe omgeving. Deze nota kan daarbij helpen.

7

Omgevingsvisie (art. 3.1 en 3.2 Ow) ambities en beleidsdoelen Omgevingsplan (art. 2.4 Ow) - beoordelingsgrondslag (beoordelingsregel met uitwerking in beleidsregels) - advisering adviescommissie (procesregels > wanneer advies)

Nota omgevingskwaliteit Integraal beleid met betrekking tot het streven naar een goede omgevingskwaliteit.

Deel A: Omgevingskwaliteit - Ruimtelijk kader - Gebiedsgericht beleid * kwaliteiten * regieniveaus

Deel B: Beleidsregels Uitwerking voor het uiterlijk van bouwwerken (welstand). Eventueel aan te vullen met andere beleidsregels.

De Nota Omgevingskwaliteit in relatie tot instrumenten van de Omgevingswet. De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit is geregeld in de artikelen 1.3, 1.6 en 1.7 van de Omgevingswet. Dit maatschappelijke doel van de wet wordt verder toegelicht in de Memorie van Toelichting Omgevingswet, 2014.

8

Gemeentelijke adviescommissie (art. 16.15a en 17.9 Ow) - verordening - benoeming leden

1.4. Juridische status Deze nota vormt een kaderstellend beleid met beleidsregels als bedoeld in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Vaststelling door gemeenteraad of college van aanvullende beleidsregels kan afhankelijk zijn van daarvoor van toepassing zijnde wettelijke voorschriften. Zo is in artikel 4.19 Ow bepaald dat de gemeenteraad beleidsregels vaststelt voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken bij een aanvraag om een omgevingsvergunning (deel B). De wettelijke grond is dat beleidsregels niet rechtstreeks bindend zijn voor burgers maar wel voor de gemeente zelf. Normaal gesproken wijkt het college van burgemeester en wethouders niet af van de gestelde beleidsregels. Burgers en bedrijven weten dan waar ze aan toe zijn (rechtszekerheid). In bijzondere situaties mag het college wel afwijken (inherente afwijkingsbevoegdheid). Dat is bepaald in artikel 4:84 Awb. Afwijken van beleidsregels Er kan van een bijzondere situatie sprake zijn als de gestelde beleidsregels ontoereikend zijn voor situaties die we nu niet kunnen voorzien. Bijvoorbeeld als er sprake is van een uitzonderlijke hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit. Ook wanneer een ingreep voldoet aan de gestelde beleidsregels, maar de kwaliteit zo onder de maat blijft dat het op den duur zijn omgeving negatief zal beïnvloeden, kan afgeweken worden.

In deze gevallen kan het college van burgemeester en wethouders, na schriftelijk en gemotiveerd advies van de commissie, afwijken van de beleidsregels. Afwijken van het advies Het college van burgemeester en wethouders volgt in zijn oordeel in principe het advies van de commissie. Het college kan afwijken van het advies op inhoudelijke gronden of om andere redenen, bijvoorbeeld van economisch of maatschappelijk belang. Indien het college afwijkt van het advies wordt dit in de beslissing op de aanvraag van de vergunning gemotiveerd. De commissie wordt hiervan op de hoogte gesteld. Het college is uiterst terughoudend met het gebruik van deze mogelijkheid.

9

2. RUIMTELIJKE CONTEXT De kwaliteit van de omgeving van Bergen bestaat uit verschillende tijdslagen, ontstaan door eeuwenlange ontwikkelingen. De vorming en ontginning van het landschap, de geschiedenis van de dorpen en het buitengebied vormen op verschillende schaalniveaus de ruimtelijke identiteit.

2.1. Landschappelijke en stedenbouwkundige ontwikkeling Zeegat van Bergen en strandwallen De gemeente Bergen ligt in een regio die bekend staat als Kennemerland. De kustvorming van Kennemerland heeft geleid tot noord-zuid georiënteerde duinen, strandwallen en strandvlakten, in ouderdom oplopend van west naar oost. Uitzondering hierop zijn de oost-west gerichte haakduinen bij Bergen, die ontstonden langs het voormalig zeegat van Bergen waar dagelijks zeewater naar binnen en buiten stroomde. Tussen de strandwallen ontstonden lager gelegen strandvlakten. In het binnenland kwam in de loop der eeuwen een uitgestrekt veenmoeras tot ontwikkeling, slechts onderbroken door smalle veenstroompjes. De veenstroompjes ter hoogte van Schoorl en Groet waterden richting het noorden via de Rekere uit op de Zijpe. Het gebied ten zuiden van Bergen, met de Egmonden, waterde af op het Oer-IJ die rond het begin van de jaartelling op de Zuiderzee uitmondde. Rond 1200 ontstonden de duinen zoals we die nu kennen. Deze liggen deels op de oude strandwallen, zeker waar de huidige duinenrij heel breed is, tot zo’n vijf kilometer bij Bergen. De enorme dynamiek van de duinen en het oprukken van de zee leidde tot aanhoudende problemen, zo stortte de voormalige kerk van Egmond aan Zee in 1741 in zee. De nieuwe kerk (huidige kerk) werd aan de oostkant van het dorp - verder landinwaarts - gebouwd.

De huidige boulevard loopt dwars over het oude Egmond aan Zee. Eerste bewoning en grondgebruik Het landschap van strandwallen en -vlakten bood goede vestigingsmogelijkheden. Op de strandwallen lagen de bouwlanden. De ontgonnen hoger gelegen zandgronden worden ‘geesten’ genoemd. De Bergense woonwijk Zanegeest verwijst hier nog naar. De aanvankelijk individuele akkertjes groeiden aaneen tot grote akkercomplexen.

10

Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans 2018: Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam (Prometheus).

11

Langs de randen van de strandwallen - op de overgang van hoog naar laag – vond bewoning plaats. In de aangrenzende lager gelegen strandvlakten lagen de hooien weilanden. Camperduin, Groet, Catrijp, Schoorl en Wimmenum ontstonden allemaal bij zo’n geest. Bergen is gegroeid op de eerder genoemde haakwal en vanuit vier buurschappen: Oudburgh, Westdorp, Oostdorp, Zanegeest. Geleidelijk werden ook de minder geschikte moerasachtige veengronden ontgonnen. Om de veengronden geschikt te maken voor landbouw groef men langgerekte sloten om het overtollige water af te voeren. De opstrekkende smalle verkaveling tussen Catrijp en Schoorl en ter hoogte van Aagtdorp herinneren hier nog aan. De jonge duinen werden vanaf de Middeleeuwen vooral gebruikt voor de jacht en de stroperij. De lage duinen in de binnenduinrand, grenzend aan de polder, gebruikte men als graslanden (het mientenlandschap). De relatief vochtige duinvalleien bij Egmond leenden zich voor de bijna mozaïekachtige aanleg van kleine, verdiept gelegen akkers omgeven door zandruggen (zeedorpenlandschap). Sommige van deze akkertjes zijn nog als volkstuin in gebruik. Strijd tegen het water; bedijking en droogmakerijen De veenontginningen leidden tot oxidatie van het veen en bodemdaling. Hierdoor won de zee in het binnenland aan terrein. Het Zijper zeegat kwam vanuit het noorden steeds dichterbij.

In het zuiden kwam bij storm het water uit het IJ op zetten. Om zich tegen overstromingen te beschermen werden kaden en dijken aangelegd die de strandwallen verbonden en de lage strandvlakten beschermden. Vele zijn waarschijnlijk aangelegd op last van de Abdij van Egmond. Bij Schoorl werd de Oudendijk opgeworpen en volgde in 1250 de Evendijk om het water van de Rekere buiten te houden. Ten zuiden van Bergen lagen de Nesdijk en het Wiertdijkje die het dorp beschermden tegen het Bergermeer. Parallel aan de strandwal van Wimmenum, Egmond aan den Hoef en Egmond-Binnen werd de Krommedijk-Kromme Hogedijk-Hogedijk aangelegd. De meren die hier en daar waren ontstaan, werden vanaf de 16de eeuw van klein naar groot drooggelegd. Dit zijn de oudste droogmakerijen van ons land. Na het succes van de droogmakerij van het Achtermeer bij Alkmaar in 1533, volgde de toentertijd grootschalige drooglegging van het Berger- en Egmondermeer in 1566. Een deel van de molens langs de Bergerringvaart herinneren aan dit verleden. De molens, die met zichtlijnen onderling verbonden zijn, verrijken de kwaliteit en identiteit van het landschap.

12

Landschapstypen Noord-Kennemerland (BUCH-gemeenten) Strand Jonge duinen Strandvlakten Strandwallen

Droogmakerijen Veenontginningen Water Bebouwde kom

Spoorwegen Rijkswegen Provinciale wegen Hoogspanningsnet

13

Kloosters, kastelen en elite In het begin van de tiende eeuw werd de Abdij van Egmond (Sint-Adelbertabdij) gesticht en is daarmee de oudste abdij van Holland. De abdij groeide in de navolgende eeuwen uit tot één van de grotere kloosters van Nederland. Door schenkingen van de graven van Holland werden zij grootgrondbezitters. Naast de abdij ontwikkelde zich de nederzetting Egmond-Binnen. De abdij liet in de 10de eeuw aan de kust huizen voor de pachters bouwen voor de visvangst, Egmond aan Zee. In de 13de eeuw werd langs de Herenweg het kasteel van de invloedrijke graven Van Egmond gesticht. Ook hier ontwikkelde zich langs de Herenweg een kleine nederzetting met huizen van landarbeiders en horigen. Tijdens de Nederlandse Opstand tegen de Spanjaarden werd een groot deel van de dorpen, kerken, en ook de abdij en het kasteel van Egmond verwoest. De plek van de oude abdij van Egmond is nu een archeologisch monument; alleen een oude muur is nog bovengronds aanwezig. Het klooster zelf kreeg een nieuwe start in de twintigste eeuw met een nieuw gebouw in de stijl van de Delftse School. In de zeventiende en achttiende eeuw bouwde men – veelal stedelijke elite uit Amsterdam en Haarlem – buitenplaatsen, zoals ’t Oude Hof in Bergen, Rampenbosch en het kasteel van Jan van Bergen.

Veel van deze cultuurhistorisch waardevolle kastelen, landgoederen en buitenplaatsen bepalen nog steeds het landschapsbeeld. Infrastructuur en groei Van oudsher liggen de meeste doorgaande wegen op de hoger gelegen strandwallen waardoor ze een noord-zuid oriëntatie hebben, zoals de Herenweg. De oude strandvlaktedijken, zoals de Kogendijk, vormen van ouds de Oost-westverbindingen, maar veel dorpen hadden ook een stet (haventje). Na droogmaking van het Egmonder- en Bergermeer kwamen er nieuwe wegverbindingen bij zoals de Hoeverweg en de Bergerweg. In de 19de eeuw verbeterde de bereikbaarheid per tram en over de weg. Door de sterk verbeterde verbindingen met de grote steden kreeg het wonen buiten de steden een grote impuls.

14

Uitsnede topografische kaart van Bergen, 1915, blad 19W, bron: Kadaster.

15

Het dorp Bergen groeide uit tot een welvarend dorp met villawijken in een groene omgeving, zoals het Van Reenenpark. Tegelijkertijd ontwikkelde Bergen zich tot een kunstenaarsdorp. De Bergense School ontleent er zijn naam aan. Ook werden trambanen aangelegd naar de badplaatsen. De Bergense familie Van Reenen nam begin twintigste eeuw het initiatief voor de ontwikkeling van Bergen aan Zee. In Egmond aan Zee nam het aantal toeristen toe en langzaam transformeerde het vissersdorp tot een toeristenplaats. Toenemende verdichting Vanaf 1900 vond binnen het bebouwde gebied en langs de linten verdichting plaats. De bouwstijl is kenmerkend voor de architectuur in het interbellum. In Egmond aan den Hoef, Egmond-Binnen en de buurschappen Rinnegom en Wimmenum nam de bebouwing als gevolg van toerisme en van de lucratieve bloembollenteelt toe. Hiertoe werden de geestgronden afgegraven. De bebouwing was niet langer geconcentreerd langs het lint. Uitbreidingen waren mogelijk op de akkers die hun agrarische functie verloren. Dit zien we vooral in Schoorl, Aagtdorp en Hargen. Gedurende de Tweede Wereldoorlog had de aanleg van de Atlantikwall grote invloed op de inrichting van de gemeente. In de duinen werden zo’n honderd bunkers gebouwd.

Bij Bergen kwam een vliegveld met concentraties van bunkers en ter bescherming van de twee radarstations ten zuidwesten van Schoorl werden er een tankgracht en tankmuren gebouwd. Delen van Egmond aan Zee en Bergen aan Zee werden door de bezetter afgebroken. De meeste bebouwing in de dorpen dateert dan ook van na 1945, al is het stratenpatroon grotendeels ongewijzigd. Na de Tweede Wereldoorlog nam het aantal inwoners sterk toe, evenals het toerisme; niet langer was het strandtoerisme weggelegd voor de welvarende bevolking, maar voor iedereen. Bergen aan Zee heeft enkele kenmerkende panden in wederopbouwstijl. Egmond aan Zee werd een toeristische badplaats, met moderne appartementengebouwen aan de boulevard. Op veel plekken verrezen er campings en vakantieparken, zoals in Schoorl, Wimmenum en Camperduin.

16

Bouwjaar panden (Bergen) 2020 2015 2000 1975 1950 1925 1900 1850 1800 1750 tot 1700

Tussen 1940-1970 was er nog steeds sprake van verdichting van de linten, maar typerend voor deze periode is met name de ontwikkeling van planmatige uitbreidingswijken op de strandvlakten achter de linten. In Schoorl zijn daardoor vele doorzichten op het open landschap te verdwenen. In het deel tussen Camperduin en Schoorl was deze ontwikkeling minder sterk en is de agrarische karakteristiek van de dorpen nog goed te herkennen in de agrarische bebouwing van stolpboerderijen en landarbeiderswoningen en in de deels nog aanwezige weilanden en akkers in en rondom de dorpen. De verdichting zette na 1970 door, mede onder invloed van het groeikernenbeleid (Alkmaar) en de aanleg van de A9. Los van de linten kwamen grootschalige uitbreidingswijken tot stand met een verscheidenheid aan woningtypen en architectuur.

Bron: www.parallel.co.uk/netherlands, Data: 3D BAG by 3D Geoinformation Group, TU Delft, januari 2020.

17

Markante gebouwen De stedenbouwkundige ontwikkeling van de verschillende gebieden wordt mede herkend aan de aanwezigheid van typische en markante gebouwen. Deze gebouwen zijn deels beschermd als monument. Ze vormen vaak identiteitsbepalende bakens in het landschap en geven betekenis aan plekken in de dorpskernen. Voorbeelden zijn de kerktorens, stolpboerderijen, molens en vuurtorens. Kerktorens en vuurtorens vormen letterlijk door hun hoogte herkenningspunten. Vaak markeren ze bijzondere plekken met een belangrijke historische oorsprong en daarmee betekenis. De Ruïnekerk in Bergen bijvoorbeeld is een rijksmonument en een belangrijk beeldmerk van de gemeente. Vooral de stolpboerderijen zijn karakteristiek voor het landschap. In de gemeente Bergen staan nog circa 280 stolpen (bron: kaartviewer Steunpunt Monumenten & Archeologie Noord-Holland). Deze typische boerderijvorm heeft een zodanig herkenbare verschijningsvorm dat ze het agrarisch verleden van het landschap in beeld brengen en verrijken.

18

De Provincie Noord-Holland heeft een Leidraad Landschap en Cultuurhistorie opgesteld. Onderdeel daarvan is de leidraad voor stolpenstructuren en ook landschappelijke bakens zoals kerktorens. Bron: leidraadlc.noord-holland.nl (2018)

Overzichtskaart stedenbouwkundige ontwikkeling Oorspronkelijke nederzetting tot ca. 1850 Organisch gegroeide structuren na ca. 1850 Planmatige ontwikkeling 1900 - 1940 Planmatige ontwikkeling 1940 – 1975 Planmatige ontwikkeling 1975 - 1990 Planmatige ontwikkeling 1990 - 2020 Historisch groen Camperduin Groet

Catrijp

Bregtdorp

Schoor Schoorl

Aagtdorp

Bergen

Bergen aan Zee

Deelka

Egmond aan den Hoef Egmond aan Zee

Egmond Binnen Deelkaart 2

19

Deelkaart 1 stedenbouwkundige ontwikkeling Oorspronkelijke nederzetting tot ca. 1850 Organisch gegroeide structuren na ca. 1850 Planmatige ontwikkeling 1900 - 1940 Planmatige ontwikkeling 1940 – 1975 Planmatige ontwikkeling 1975 - 1990 Planmatige ontwikkeling 1990 - 2020 Historisch groen Kerken Buitenplaatsen Stolpboerderijen Molens Vuurtorens

20

Deelkaart 2 stedenbouwkundige ontwikkeling Oorspronkelijke nederzetting tot ca. 1850 Organisch gegroeide structuren na ca. 1850 Planmatige ontwikkeling 1900 - 1940 Planmatige ontwikkeling 1940 – 1975 Planmatige ontwikkeling 1975 - 1990 Planmatige ontwikkeling 1990 - 2020 Historisch groen Kerken Buitenplaatsen Stolpboerderijen Molens Vuurtorens

21

2.2. Cultureel erfgoed De gemeente Bergen is rijk aan erfgoed en mede hierom een gewilde gemeente om te wonen, te werken en te recreëren. De monumenten, beschermde gezichten en cultuurlandschappen vormen met hun historische betekenis, de verschijningsvorm en de ontstaansgeschiedenis belangrijke dragers voor de identiteit van de gemeente. Het erfgoedbeleid is er dan ook op gericht om de hoge kwaliteit van het aanwezige erfgoed te behouden en waar mogelijk te versterken. De omgang met archeologische waarden, rijksmonumenten en de van rijkswege beschermde dorpsgezichten, is geregeld in de Erfgoedwet. Voor provinciale monumenten is de provinciale erfgoedverordening van kracht. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in cultuurhistorisch waardevol buitengebied is de Provinciale omgevingsverordening van belang, waarin ook de juridische doorwerking in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 verankerd is. Op gemeentelijk niveau is de omgang met erfgoed geregeld in de beleidsnota cultuurhistorie 2009, de subsidieverordening gemeentelijke monumenten 2010 en de erfgoedverordening 2012. In het raadsakkoord van 2019 wordt voorgesteld een proactief erfgoedbeleid op te stellen en uit te voeren met uitbreiding van de huidige monumentenlijst. Monumenten en karakteristieke panden In de gemeente Bergen zijn circa 132 Rijksmonumenten, 29 provinciale en 82 gemeentelijke monumenten aangewezen.

Daarnaast is er een lijst met ruim 500 karakteristieke panden. De lijst van karakteristieke panden heeft nog geen juridische, maar een informatieve status. De lijsten met alle monumenten en karakteristieke panden zijn te vinden op de gemeentelijke website. Beschermde dorpsgezichten Een rijksbeschermd dorpsgezicht is een gebied dat vanwege de ruimtelijke of cultuurhistorische waarde door de Minister is aangewezen tot beschermd gebied krachtens de Erfgoedwet (voorheen Monumentenwet). De gemeente kent drie van beschermde dorpsgezichten: Bergen centrum (rond de Ruïnekerk), Egmond aan den Hoef (rond de Slotruïne) en Bergen Park Meerwijk (Amsterdamse Schoolwijk). Door de beschermde status blijft het historische karakter en de historische structuur behouden van gebieden die van algemeen belang zijn door hun cultuurhistorische waarde. De dorpsgezichten worden beschermd met het bestemmingsplan en na het in werking treden van de Omgevingswet met het omgevingsplan.

22

Overzichtskaart cultureel erfgoed Rijksmonument Provinciaal monument Gemeentelijk monument Beschermde dorpsgezichten Buitenplaatsen / landgoederen Attentiezone (bufferzone) Hollandse Waterlinies

Camperduin Groet

Catrijp

Bregtdorp

Schoorldam Schoorl

Aagtdorp

Bergen aan Zee

Deelkaart 1

Egmond aan den Hoef Egmond aan Zee

Egmond Binnen Deelkaart 2

23

Deelkaart 1 cultureel erfgoed Rijksmonument Provinciaal monument Gemeentelijk monument Beschermde dorpsgezichten Buitenplaatsen / landgoederen

24

Deelkaart 2 cultureel erfgoed Rijksmonument Provinciaal monument Gemeentelijk monument Beschermde dorpsgezichten Buitenplaatsen / landgoederen

25

Buitenplaatsen en landgoederen De stedelijke elite, vooral uit Amsterdam en Haarlem, ontdekte in de 17e en 18e eeuw het natuurschoon van Kennemerland en liet hier in de duinzoom en op de oude strandwallen landgoederen en buitenplaatsen bouwen. Buitenplaatsen en landgoederen hebben een ruimtelijke opbouw die naar situering verschilt. Er is een duidelijke relatie met het omliggende landschap met bijvoorbeeld bosgebieden en zichtlijnen naar open ruimten en duinen (‘buitenplaats-habitat’). In de gemeente zijn twee landgoederen aanwezig, namelijk het Oude Hof te Bergen en het kleine Schuylenburg in Wimmenum (Egmond aan den Hoef). Het Oude Hof werd tussen 1643 en 1660 gebouwd. Behalve aan de gebouwen, werd ook veel aandacht besteed aan de omliggende tuinen en parken. Zo is 't Oude Hof het oudste Noord-Hollandse voorbeeld van een park in Franse geometrische stijl. De individueel als rijksmonument aangewezen onderdelen van de buitenplaats maken deel uit van de grotere structuur. Het Oude Hof is daarom van rijkswege aangewezen als historische buitenplaats. Egmond aan den Hoef heeft veel kleine buitens gekend, de meeste zijn verdwenen. Markant door zijn ligging en eclectische bouwtrant is het nog bestaande Koningshof. De kloostergebouwen van de Liobastichting en de Karmel zijn eveneens van belang.

UNESCO Werelderfgoed (alleen attentiezone Stelling van Amsterdam) De Stelling van Amsterdam heeft sinds 1996 de status van Unesco Werelderfgoed. In 2021 is het beschermd gebied van de stelling uitgebreid en vormt de Stelling van Amsterdam samen met de Nieuwe Hollandse Waterlinie één werelderfgoed onder de naam Nederlandse waterverdedigingslinie. Een deel van deze zone ligt binnen de gemeentegrenzen van Bergen. Binnen de begrenzing van de Hollandse Waterlinies liggen alle elementen, zoals militaire en waterstaatkundige werken, die de unieke universele waarde van het werelderfgoed bepalen. Daaromheen is sprake van een ‘attentiezone’ (bufferzone). Deze zone is van belang voor de ondersteuning en bescherming van waardevolle elementen, zoals belangrijke visuele en fysieke relaties. Voor het werelderfgoed inclusief de attentiezone geldt dat iedere initiatiefnemer aan moet geven dat ontwikkeling géén negatieve gevolgen heeft voor de uitzonderlijke universele waarde.

26

Monumentale kapel en slotruïne in Egmond aan den Hoef.

27

2.3. Ruimtelijke identiteit De voorgaande beschrijvingen van de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en cultureel erfgoed vormen een belangrijke basis voor de ruimtelijke identiteit van Bergen. De ruimtelijke identiteit – ook wel ‘couleur locale’ genoemd – wordt ‘gedragen’ door bestaande ruimtelijke structuren, erfgoed en markante gebouwen en plekken. Het is belangrijk om juist deze identiteitsdragers te erkennen, te behouden en waar nodig te versterken. Bij elke ruimtelijke ingreep biedt de identiteit een basis voor fundamentele keuzes in behoud, transformatie of herstel. Hiermee kan ook voor de langere termijn de identiteit geborgd worden.

Leesbaarheid van landschap en cultuurhistorie De Bergense identiteit is zichtbaar in het afwisselende landschap en het gebouwde erfgoed. Het vertelt het verhaal van de gemeente Bergen, gemaakt door een wisselwerking van natuurlijke processen en menselijke inspanningen. De gemeente Bergen ontleent een groot deel van haar identiteit aan de herkenbaar gebleven cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken: oude - soms middeleeuwse - structuren van dorpen en buurtschappen, historische landschapsstructuren en polderpatronen, unieke bollenteelt, duingebied met de badplaatsen, lintbebouwing en markante bebouwing zoals kerken, stolpboerderijen, buitenplaatsen, kloosters en molens. Het landschap kent een duidelijke herkenbare zonering met het reliëfrijke duingebied, de smalle en meer besloten binnenduinrand en de meer open vlakke weidegebied op de strandvlakten. Het bijzondere landschap, met de kenmerkende hoogteverschillen en een afwisseling tussen open en besloten delen, heeft ook veel natuurwaarden. Deze waarden zijn zowel in de drogere milieus te zien (duinen) als in de nattere milieus (weidegebied).

28

Diversiteit aan dorpen en landschappen Onze bijzondere gemeente kent een verscheidenheid aan karakteristieke dorpskernen. De kernen staan niet los van het landschap maar zijn daarin opgenomen. Zo heeft het historische Egmond-Binnen een ander karakter dan bijvoorbeeld Schoorl. Datzelfde geldt voor de landschappen. De grote contrasten tussen de ruige besloten duinen en de lagere weidse droogmakerijen van Egmonder- en Bergermeerpolder zijn illustrerend voor de diversiteit aan landschappen. De silhouetten van de duinen en de markante bakens van kerktorens en molens langs de dijken van de droogmakerijen versterken dat beeld. De verschillen geven elke kern of landschap een eigen herkenbare identiteit en vormen samen de identiteit van de gemeente Bergen.

Dorpse schaal De dorpen zijn ontstaan aan de kust of op de strandwallen als lintbebouwing. De bescheiden schaal van de dorpen en linten is bewaard gebleven. Daarbij is van oudsher een duidelijk relatie aanwezig tussen de bebouwde kern en omliggend landschap door bijvoorbeeld zichtlijnen en ‘zachte’ overgangen. Veel straten hebben in plaats van trottoirs grasbermen en er is veel openbaar en publiek groen, wat bijdraagt tot de bijzondere dorpse uitstraling. De dorpse schaal komt in het algemeen tot uiting in de bebouwing door een kleinschalige korrelgrootte, een gevarieerd dakenlandschap, één of twee bouwlagen met een kap en een traditionele - vaak voorname - ‘baksteenarchitectuur’. De meer planmatige woonwijken hebben een vergelijkbare schaal maar een meer samenhangend bebouwingsbeeld passend bij de bouwperiode.

29

3. GEBIEDSGERICHT BELEID Elk gebied heeft zijn eigen gebruikers, functies, uitstraling en ontwikkeling en daarmee ook een eigen omgevingskwaliteit. De gemeente streeft dan ook naar gebiedsgerichte aanpak afgestemd op de kwaliteiten van het gebied.

3.1. Gebiedstypering en regieniveaus 3.1.1. Gebiedstypering Op basis van de ruimtelijke context is onderscheid gemaakt in de volgende verschillende gebiedstypen: -

(Historische) dorpskernen Lintstructuren Woongebieden Bedrijventerreinen Sport- en recreatieterreinen Buitengebied o Strand o Jonge duinen o Strandwallen en -vlakten o Droogmakerijen

De indeling is vooral gebaseerd op de cultuurhistorische en de landschappelijke betekenis en de ruimtelijk-functionele eenheid van een gebied. Een gebiedstype omvat meerdere deelgebieden.

30

Overzichtskaart gebiedstypering Dorpskernen Lintstructuren Woongebieden Bedrijventerreinen Sport- en recreatieterreinen Buitengebieden Jonge duinen Strandwallen en -vlakten Droogmakerijen Strand

Camperduin Groet

Catrijp

Bregtdorp

Schoorldam Schoorl

Aagtdorp

Bergen aan Zee

Deelkaart 1

Egmond aan den Hoef Egmond aan Zee

Egmond Binnen Deelkaart 2

31

Deelkaart 1 gebiedstypering Dorpskernen Lintstructuren Woongebieden* Bedrijventerreinen Sport- en recreatieterreinen Buitengebieden Jonge duinen Strandwallen en -vlakten Droogmakerijen Strand

32

* de letters verwijzen naar een opsomming van de woongebieden op pag. 38 en 39

Deelkaart 2 gebiedstypering Dorpskernen Lintstructuren Woongebieden Bedrijventerreinen Sport- en recreatieterreinen Buitengebieden Jonge duinen Strandwallen en -vlakten Droogmakerijen Strand * de letters verwijzen naar een opsomming van de woongebieden op pag. 38 en 39

33

3.1.2. Regieniveaus De verschillende niveaus geven richting aan de mate aan kwaliteitszorg en benodigde regie. Die varieert: sommige situaties vragen meer betrokkenheid van de gemeente dan andere. Het gaat niet om het kwaliteitsniveau maar om de mate aan kwaliteitstoezicht die nodig wordt geacht. Oftewel: hoe hoog ligt de lat en hoe intensief is de betrokkenheid van de gemeente als regisseur van omgevingskwaliteit. Alle niveaus bieden ruimte voor vernieuwing, mits in de aangegeven mate rekening wordt gehouden met de aanwezige kwaliteiten. Beschermd beoordelingsniveau Voor alle beschermde dorpsgezichten en aangewezen monumenten is een beschermd beoordelingsniveau van toepassing met de nadruk op bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Nieuwe ontwikkelingen zijn mogelijk, mits ze de te beschermen waarden ondersteunen. Bijzonder beoordelingsniveau Voor deze gebieden en alle aangewezen karakteristieke panden is extra aandacht nodig voor omgevingskwaliteit. In deze gebieden moet de ruimtelijke samenhang worden behouden, hersteld of zelfs versterkt. Bij veranderingen en ontwikkelingen op plekken die karakteristiek en bepalend voor de identiteit zijn voor de gemeente, is de regie gericht op het accentueren van deze bijzonderheid. Basis beoordelingsniveau Voor deze gebieden en objecten is het beleid gericht op het behouden of herstellen van de basiskwaliteit.

Bij veranderingen of ontwikkelingen is de regie er op gericht dat een ingreep moet ‘passen’ in de omgeving en op het voorkomen van ingrepen die afbreuk doen aan de aanwezige omgevingskwaliteit.

34

Overzichtskaart regieniveaus Beschermd Bijzonder (buitengebied/bebouwde kom) Basis

Camperduin Groet

Catrijp

Bregtdorp

Schoorldam Schoorl

Aagtdorp

Bergen aan Zee

Deelkaart 1

Egmond aan den Hoef Egmond aan Zee

Egmond Binnen Deelkaart 2

35

Deelkaart 1 regieniveaus Beschermd Bijzonder (buitengebied/bebouwde kom) Basis

36

* de letters verwijzen naar een opsomming van de woongebieden op pag. 38 en 39

Deelkaart 2 regieniveaus Beschermd Bijzonder (buitengebied/bebouwde kom) Basis * de letters verwijzen naar een opsomming van de woongebieden op pag. 38 en 39

37

(Historische) dorpskernen Dorpscentra vaak rond het dorpsplein en de kerk. Veelal de oorspronkelijke plek van waaruit het dorp is ontstaan. Bergen Bergen aan Zee Egmond aan den Hoef Egmond-Binnen Egmond aan Zee Groet

Centrum Overige dorpskern Kerkstraat e.o. Slotweg e.o. Herenweg e.o. Voorstraat e.o. Kerkbrink

Beschermd Bijzonder Bijzonder Beschermd Bijzonder Bijzonder Bijzonder

Lintstructuren Organisch gegroeide structuren met bebouwing aan één of twee zijden van een weg. De Herenweg vormt een belangrijke structuur waarlangs meerdere bebouwingslinten zijn ontstaan. Bergen Egmond aan den Hoef Egmond-Binnen Egmond aan Zee Schoorl Schoorl-Groet-Hargen

Landweg-Koninginneweg, Bergerweg e.o., Breelaan-Dreef e.o. Herenweg Herenweg Voorstraat (invalsweg) Schoorldam en Laanweg Heereweg-Duinweg-Voorweg

Bijzonder Bijzonder Bijzonder Basis Basis Bijzonder

Woongebieden Samenhangende gebieden met vooral een woonfunctie en eigen karakteristiek passend bij het tijdsbeeld van de bouwperiode. Bergen

38

a. Park Meerwijk b. Geestbuurt c. Tuindorp d. Westdorp e. Van Reenenpark f. De Negen Nessen g. Noordelijke, Oostelijke en Zuidelijke uitbreidingen

Beschermd Bijzonder Bijzonder Bijzonder Bijzonder Bijzonder Basis

Vervolg woongebieden Bergen aan Zee Egmond aan den Hoef Egmond-Binnen

Egmond aan Zee Schoorl-Groet-Hargen

Catrijp Camperduin

h. Alle woongebieden i. Plan Slot j. Plan Mosselaan k. Dom Huybenlaan e.o. l. Noordelijke, Westelijk en Zuidelijke uitbreiding m. Boulevard n. Overige woongebieden o. Scorlewald (buitengebied) p. Groetinke 1 en 2 q. Overige woongebieden r. Jan van Scorelpark s. Alle woongebieden

Basis Basis Basis Bijzonder Basis Bijzonder Basis Bijzonder Basis Basis Basis Basis

Bedrijventerreinen Duidelijk functionele gebieden gericht op bedrijfsmatig gebruik en als zodanig ingericht. Klik op een gebiedstype om direct naar de uitwerking te gaan.

Egmond aan den Hoef Egmond aan Zee Schoorl

Mosselaan e.o. Pieter Schotsmanstraat Damweg

Basis Basis Basis

Sport- en recreatieterreinen Grotere terreinen met vaak meerdere sportvoorzieningen zoals sportvelden, kleedkamers en kantines maar ook recreatieparken met campings, vakantiehuisjes et cetera. Alle sport- en recreatieterreinen

Basis

Buitengebieden Verzameling van kenmerkende landschappen met een eigen ontstaan, gebruik, karakteristiek en uitstraling. Strand Jonge duinen Strandwallen en -vlakten Droogmakerijen (Egmonder- en Bergermeerpolder)

Bijzonder Bijzonder Bijzonder Bijzonder

39

3.1.3. Randen en overgangsgebieden De kwaliteiten van de verschillende gebieden ontmoeten elkaar in de overgangsgebieden aan de randen. Het buitengebied heeft bijvoorbeeld andere kwaliteiten dan een bedrijventerrein. Op de grenzen tussen gebieden mag worden verwacht dat de aanwezige uitstraling van een gebied geen nadelige invloed heeft op het naastgelegen gebied. Dat betekent dat hogere eisen gesteld kunnen worden aan de uitstraling van ingrepen aan randen die grenzen aan gebieden met een hoger regieniveau.

3.2. Gebiedskwaliteiten In de volgende paragrafen zijn per gebiedstype een beschrijving, de gebiedskwaliteiten en de ambities uitgewerkt. De ambities zijn bepaald op basis van bestaande beleidsdocumenten. Ze worden gebruikt bij de beoordeling van ruimtelijke ingrepen en ontwikkelingen waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. De beoordelingsgrondslag en gebiedsgerichte kwaliteiten en ambities kunnen met het omgevingsplan bekrachtigd worden.

3.2.1. Dorpskernen De gemeente Bergen kent meerdere dorpen. Elk met een eigen oorsprong, verschijningsvorm en karakter. Er is onderscheid te maken in de meer van oorsprong agrarische dorpen in de binnenduinrand en de badplaatsen aan de kust. Met uitzondering van Schoorl heeft elk dorp een herkenbaar dorpshart. Vaak met een bewaard gebleven historische structuur en karakteristiek en/of een samenhangende openbare functie. Gemeenschappelijk is de diversiteit aan voorzieningen, varierend van maatschappelijke voorzieningen, horeca, toeristische voorzieningen en publieke gebouwen tot winkels en woningen. De oorspronkelijke schaal, structuur en stratenpatroon is veelal bewaard gebleven. Op sommige plekken worden oude structuren doorbroken vanwege verkeerskundige ingrepen of nieuwbouw. De bebouwing heeft een dorpse schaal met overwegend gebouwen van één tot twee bouwlagen met een kap. In de gemeente Bergen komen ook grotere gebouwen voor. De diversiteit in hoofdvormen en bouwstijlen is groot, maar de traditionele architectuur overheerst met gemetselde gevels en met rode of donkergrijze pannen bedekte kappen. De kapvorm en -richting varieert.

40

Bergen (deels beschermd dorpsgezicht) Bergen heeft een rijke historie en is van oorsprong een agrarisch dorp, maar na 1900 vestigden zich in het dorp ook renteniers, forenzen en in mindere mate ook kunstenaars. Het groeide uit tot de grootste en meest diverse plaats in de gemeente Bergen. Een deel van de dorpskern (de ‘Kerkbuurt’) is in 1990 van rijkswege aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Dit betreft het centrumdeel met de Ruïnekerk en directe omgeving. Er is sprake van een typische kerkringstructuur met lintbebouwing die naar het centrum toe langzaam verdicht en in schaal verkleind. In het centrum neemt het aantal centrumvoorzieningen toe met een grote variatie aan functies met winkels, horeca en woningen. De bebouwing is dicht op elkaar en dicht op de weg gebouwd. Hierdoor ontstaat een besloten karakter. De openbare ruimte kent een groen karakter door bomen en plantsoenen. De vorm en schaal van gebouwen variëren sterk. De oudere bebouwing heeft één of twee lagen met kap. Nieuwere toevoegingen kunnen soms tot vijf lagen zijn. Er is geen sprake van één overwegende kapvorm of -richting. De vormentaal, het kleur- en materiaalgebruik en de detaillering variëren sterk. In het algemeen overheerst een traditionele baksteenarchitectuur met veel variatie daarin. In het beschermd gezicht is de bebouwing over het algemeen oorspronkelijker en rijker gedetailleerd.

Gebiedskwaliteiten Bergen - Ligging in binnenduinrand op de overgang van de hogere zandgronden naar de lager gelegen gronden herkenbaar aan het stratenpatroon. - De ruimtelijke structuur van het oude kerkringdorp inclusief de bebouwingslinten in samenhang met de nog aanwezige historische (lint)bebouwing, schaal en uitstraling. - De aanwezige architectonische en cultuurhistorische waarde van de historische gebouwen in het algemeen en de Ruïnekerk in het bijzonder. - Overheersend kleinschaligheid en gevarieerd karakter van bebouwing met een gevarieerd daklandschap, een dorpse korrelgrootte, subtiele verspringende rooilijnen en een sterke oriëntatie op de weg. - Traditioneel bebouwingsbeeld met vooral typische baksteenarchitectuur. - Groene uitstraling door bomen(rijen) en plantsoenen en samenhangend straatmeubilair.

41

Ambities Bergen - Behouden en herstellen van de bestaande karakteristieken in het beschermde dorpsgezicht. - Nieuwe toevoegingen dienen in de hoofdstructuur te worden ingepast en zonodig de structuur te versterken. - Eigentijdse interpretaties zijn goed mogelijk. Zij passen in het gevarieerde bebouwingsbeeld van het levendige dorp. - Hoogwaardige samenhangende en groene inrichting van de openbare ruimte behouden en waar mogelijk versterken.

Karakteristieke dorpsbebouwing in beschermd dorpsgezicht Bergen

42

Bergen aan Zee Bergen aan Zee is rond 1905 naar ontwerp van Leonard A. Springer ontworpen als villapark in een Engelse landschapsstijl rond een centraal gelegen smalle strook aan de Zeeweg. Voor deze strook ontwierp H.P. Berlage een compact centrum, compleet met dorpskerk en plein. Een deel van het ontwerp waaronder het Vredeskerkje (1918) is gerealiseerd, maar het centrum niet. Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelt het dorp zich vooral als badplaats. Het dorpshart verplaatste zich meer naar het uiteinde van de Zeeweg (van der Wijckplein). De kern kent nu gemengde functies met de nadruk op wonen en verblijfsrecreatie. Opvallend is de hoeveelheid openbare ruimte die voor een groot deel als parkeerruimte en groenvoorzieningen in gebruik is. Door de aanwezige groenvoorzieningen is de ligging in het duingebied duidelijk herkenbaar. Bergen aan Zee voegt zich daardoor op een prettige manier in het landschap. De bebouwing in de kern bestaat naast het kerkje uit hotels, appartementen, rijwoningen en incidenteel vrijstaande woningen. Er is een rijk en divers scala aan architectuurstijlen uit verschillende perioden en met verschillend kleur- en materiaalgebruik. Gebiedskwaliteiten Bergen aan Zee - Ligging aan de kust midden in de waardevolle natuur van het reliëfrijke duinlandschap. - Doorgaande toegangsweg (Zeeweg) tot aan de kust.

- Ruimtelijkheid door relatief brede wegprofielen en openbare ruimten. - Groene inrichting met veelal inheemse duinbeplanting. Ook in privétuinen. - Monumentale Vredeskerkje op een voorname plek met zichtas van de Kerkstraat. - Koloniehoek met monumentale koloniehuizen waaronder ‘Het Zeehuis’. Ambities Bergen aan zee - Behoud en versterking van het onderscheidende profiel van Bergen aan Zee als aantrekkelijke woonplaats en als bijzondere toeristische recreatieve plaats. - Verbeteren van de stedenbouwkundige, architectonische en ruimtelijke kwaliteiten en handhaven van de cultuurhistorische elementen - Behouden van de landschappelijke setting en de structuur van de toegangsweg (Zeeweg) die eindigt in dorpshart met aan de noord- en zuidzijde groene woonenclaves. - Samenhangende inrichting van de openbare ruimte. - Vergroten zichtbaarheid van en relatie met de zee en het strand.

43

-

Verbeteren van samenhangende schaal en uitstraling van bebouwing (voorkomen van seriematige/eenvormige bouw). Bebouwing van meer dan twee bouwlagen concentreren in de omgeving van het dorpshart. Uitgangspunt is de bestaande bouwhoogte.

Egmond aan den Hoef (beschermd dorpsgezicht) Het van oorsprong agrarische dorp Egmond aan den Hoef heeft geen duidelijk afgebakend dorpscentrum. De centrumvoorzieningen liggen verspreid en vooral aan de Hereweg. Het historische deel van de dorpskern ligt rond het kasteel van Egmond. Dit gebied is in 1970 van rijkswege aangewezen als beschermd stadsgezicht. De ruïne en het nabijgelegen park heeft een belangrijke maatschappelijke, culturele, recreatieve en toeristische functie. De groene inrichting van het park, de bomenrijen langs de Slotweg en het open weiland tussen de Slotweg en Hoevervaart (Lamoraal) zijn naast de monumentale bebouwing bepalend voor het historische dorpsbeeld. Over het algemeen is sprake van gevarieerde en historische bebouwing waarbij de agrarische, de ambachtelijke en de woonbestemming het karakter bepalen. De bebouwing heeft verschillende maatvoeringen variërend van kleine arbeiderswoningen, vrijstaande villa’s tot grotere (stolp)boerderijen en schuren. De bebouwing is zorgvuldig vormgegeven en de historische en ambachtelijke detaillering van gebouwen is grotendeels bewaard gebleven. Gebiedskwaliteiten Egmond aan den Hoef - De monumentaliteit van de ruïne van Egmond en de groene parkachtige omgeving zijn van grote waarde voor het karakter en beeld van het dorp. - De aanwezige architectonische en cultuurhistorische waarde van de historische gebouwen.

- Inrichting openbare ruimte met veel groenvoorzieningen zoals bomen en hagen. - Openheid weilandje (Lamoraal) tussen Slotweg en Hoevervaart. Ambities Egmond aan den Hoef - Bescherming van cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarde. - Behouden en waar nodig versterken van relatie tussen omgeving slotruïne en dorp. - Alle ingrepen dienen bij te dragen aan de historische sfeer en het samenhangende beeld van het gebied met behoud van de eigenheid van de individuele gebouwen.

44

Egmond aan Zee Egmond aan Zee is een oorspronkelijk vissersdorp (ontstaan in de 10de eeuw), met een kleinschalig karakter, met stegen met en zonder stoepen, en met meerdere binnenplaatsjes waar vroeger viswerkzaamheden werden uitgevoerd. Zowel de kleinschaligheid als het stratenpatroon van het visserdorp is nog redelijk gaaf. De bebouwing staat dicht op elkaar en er is sprake van een besloten karakter. In het gebied is nauwelijks groen aanwezig. Van de oude bebouwing is alleen nog de Nederlands-Hervormde kerk uit 1745 bewaard gebleven. De huidige bebouwing stamt voor een groot gedeelte uit de periode 1850-1940 afgewisseld met nieuwere bebouwing van afgelopen decennia. Er is sprake van typische dorpsbebouwing met een diverse functies behorende bij een levendige badplaats: wonen (boven winkels), winkels, horeca en andere recreatieve voorzieningen. De diversiteit in functies, bebouwing en architectuur is groot. De bebouwing bestaat uit één of twee lagen met of zonder kap. Opvallend is de regelmatig wit of in een lichte kleur geschilderde gevels. Gebiedskwaliteiten Egmond aan Zee - Oorspronkelijke stratenpatroon inclusief steegjes en binnenplaatsjes zijn kenmerkend voor het karakteristieke vissersdorp. - Doorgaande toegangsweg (Voorstraat) met lintbebouwing tot aan het Pompplein en de boulevardzone.

- Besloten karakter met dicht op elkaar gebouwde kleinschalige bebouwing en smalle wegprofielen met doorlopende rooilijnen. Ambities Egmond aan Zee - Verbeteren van de relatie met de boulevardzone. - Respecteren van schaal bebouwing en beslotenheid met kleine binnenplaatsen en pleinvormige ruimten. - Voorkomen van abrupte schaalsprongen in de bebouwing. - Voorkomen van verrommeling door reclame, terrassen, uitstallingen.

45

46

Kerk als oriëntatiepunt aan de Voorstraat in Egmond aan Zee.

Egmond-Binnen Oorspronkelijk is Egmond-Binnen een langwerpig geestdorp. De kern is in de 9de eeuw langs twee wegen ontstaan: de Herenweg en de Abdijlaan / St. Adelbertusweg. Aan het eind van de Abdijlaan aan de oostkant van het gebied ligt de karakteristieke in traditionele stijl gebouwde St. Adelbertusabdij (1934-1955). Deze is gebouwd op de plaats van de oude abdij. Het klooster vormt nog steeds een markant gebouw en plek aan de rand van het dorp. De dorpskern bestaat uit woningen, winkels en een kerk. Grotendeels in de 19de en 20ste eeuw gebouwd. Er is een gevarieerd bebouwingsbeeld met bebouwing uit verschillende perioden. Doordat de bebouwing dicht op elkaar staat is er sprake van een besloten karakter. De bomen langs met name de Abdijlaan zijn zeer beeldbepalend voor het gebied. Kenmerkend is de bouwtraditie van vrijstaande huizen, wat aan het dorp een specifieke uitstraling geeft. De bebouwing bestaat overwegend uit één laag met kap. Gebiedskwaliteiten Egmond-Binnen - Ligging op een ovaalvormige hoger gelegen geestgronden. - Structuur van kruisende bebouwingslinten Herenweg en Abdijlaan. - Besloten karakter met dicht op elkaar gebouwde kleinschalige bebouwing en smalle wegprofielen. - Bomenrijen van de Abdijlaan die eindigt in de as van de protestantse Buurkerk op het Kloosterterrein. - De monumentale Abdij en Buurkerk met de omringende groene setting.

Ambities Egmond-Binnen - Beschermen van cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarde. - Behoud van het bebouwings- en verkavelingspatroon ten behoeve van de karakteristieke ruimtelijke hoofdstructuur. - Behouden van bomenlaan en waar nodig versterken relatie met kloosterterrein.

47

Groet De kern van Groet is klein en heeft een kleinschalig dorps karakter. Het karakteristieke witte kerkje op de Kerkbrink neemt een centrale plaats in. Verder bestaat het gebied uit woonbebouwing rondom de Kerkbrink. De stedenbouwkundige opzet van het gebied geeft op sommige plaatsen de mogelijkheid tot doorzichten richting de duinen. Wat verder opvalt, is het smalle wegprofiel zonder stoep. Het karakter van de bebouwing is kleinschalig en dorps: één woonlaag met kap. Gebiedskwaliteiten Groet - Eigenheid door kerkringstructuur met centraal het witte kerkje op een verhoogd terrein omringd door bomen. - De kleinschaligheid en de historische bebouwing, waaronder de monumentale kerk. - Groene inrichting en smalle wegprofielen zonder verhoogde stoepen. Ambities Groet - Beschermen van cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarde. - Behouden van kleine schaal en architectuur van de bebouwing en groene inrichting van de (openbare) ruimte.

3.2.2. Lintstructuren De Herenweg loopt vanaf Bakkum (gemeente Castricum) tot aan Camperduin. Vanaf Bergen heet het Duinweg en Heereweg. Deze noord-zuid route is ontstaan op de strandwal die zich uitstrekt langs de binnenduinrand. De route volgt min of meer de aanwezige hoogtelijnen van de strandwal. Vandaar dat ze vaak lichte krommingen vertonen. Vooral de laatste eeuw heeft verdichting plaatsgevonden in en nabij de dorpskernen en buurtschappen. Hierdoor zijn in de loop van de tijd bebouwingslinten gevormd. Tussen de bebouwing van de linten door - vooral in het buitengebied - is de begroeide en reliëfrijke duinrand goed zichtbaar. De lintbebouwing kenmerkt zich door één- en tweezijdig bebouwde wegen met voornamelijk woon- en centrumfuncties in de dorpen en agrarische en recreatieve functies in het buitengebied. De openbare ruimte bestaat uit een rijbaan die afhankelijk van de verkeersfunctie varieert in breedte. Soms zijn er stoepen maar overwegend is er sprake van een gelijkvloers profiel of alleen een rijbaan en grasbermen. De wegen worden op meerdere plekken begeleidt door bomenrijen.

48

In de dorpslinten staat de bebouwing relatief dicht op de straat met licht verspringende rooilijnen. De voorgevels staan gericht op de straat. Het merendeel van de bebouwing bestaat uit één of twee bouwlaag met een kap. Af en toe is sprake van een groter complex. Op een enkele plek zijn tussen de bebouwing nog doorzichten te vinden naar het achterliggende duin- of polderlandschap. Naarmate je meer in het buitengebied komt is meer sprake van een open karakter met soms grootschaligere agrarische of recreatieve bebouwing zoals een manege. De meeste gebouwen zijn vrijstaand, veelal kleinschalig maar met een variërende grootte. In de dorpen is de bebouwing dichter op elkaar en ook dichter op de weg gebouwd. De bebouwingswanden hebben dan een meer gesloten karakter. Voor het overige is de bebouwing op enige afstand van elkaar en van de weg gebouwd, soms met voortuinen of (boeren)erven. Er is een grote variatie in de verschijningsvorm van bebouwing variërend van stolpen tot relatief nieuwe rijwoningen. De stolpboerderijen vormen bijzondere elementen doordat ze in massa en vormgeving afwijken van de overige bebouwing. De architectuur is zorgvuldig, traditioneel en met een dorpse, ambachtelijke en soms agrarische uitstraling. De individuele panden hebben overwegend één of twee bouwlagen, een pannendak met de nokrichting haaks of evenwijdig op de weg. Het kleurgebruik is wisselend.

De oudere bebouwing heeft vaak een zorgvuldige en fijne detaillering. De nieuwere bebouwing heeft een sobere en grove detaillering. In de binnenduinrand liggen ook meerdere buurtschappen. Deze zijn veelal ontstaan en gelegen op een geest. Camperduin, Hargen, Catrijp, Bregtdorp en Aagtdorp zijn uitgegroeid tot bebouwingslinten. Wimmenum is een kleine nederzetting gebleven met agrarische bedrijven langs de Herenweg en de Zandweg. Na 1945 hebben er grote veranderingen plaatsgevonden en zijn er campings en bungalowparken aan de zuidzijde verrezen, langs de Wimmenummergeest. Rinnegom is een buurtschap met een divers karakter met verspreide bebouwing en verschillende functies. Het Woud is nog altijd hoofdzakelijk agrarisch. Opvallend is de ligging direct aan de dicht begroeide bosrand van het duingebied. Een opvallende buurtschap is Schoorldam gelegen op de rand van de polder in plaats van de hoger gelegen strandwal. Het ligt langs het Noordhollandsch Kanaal rond de (vlot)bruggen en bestaat uit lintbebouwing langs en gericht op het kanaal. Nog steeds is de oorspronkelijke bebouwingsstructuur langs de Rijksweg en langs de tegenoverliggend kade goed herkenbaar.

49

50

Lintbebouwing met diversiteit aan bouwstijlen in Egmond-Binnen.

Gebiedskwaliteiten lintstructuren - Oorspronkelijke (landschappelijke) meanderende structuur van de Herenweg volgend aan de strandwal/binnenduinrand. - Aanwezige doorzichten tussen bebouwing (vooral in buitengebied). - Visuele relatie met bos- en reliëfrijke duinlandschap. - Kleinschaligheid en gevarieerd karakter van bebouwing. - Een overwegend traditionele architectuur met gemetselde gevels, verticale gevel openingen, hellende daken en toepassing van baksteen, gebakken dakpannen, hout en natuursteen. - Aanwezigheid van: o Herkenbare oriëntatiepunten en onderbrekingen van de linten zoals kerken, stolpboerderijen en andere unieke panden of plekken. o De stolpboerderijen met herkenbare hoofdvorm van een lage vierkante begane grondlaag en piramidevormig kap. o Overige cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aangewezen als monument. Ambities lintstructuren - Behouden en waar nodig versterken van de typerende cultuurhistorische, landschappelijke en architectonische karakteristieken van het gebied. - Per bebouwingslint respecteren van de individuele eigenheid in structuur en karakteristiek. - Behoud van bestaande verkavelingsstructuur, korrelgrootte, schaal en oriëntatie gericht naar de openbare weg als ook de samenhangende massa, detaillering, materiaal- en kleurgebruik van het individuele pand.

- Voorkomen van grote schaalsprongen, alleen op stedenbouwkundig geëigende plekken en/of wanneer sprake is van een bijzondere publieke functie (school, kerk, theater, etc.). - Behouden van de doorzichten tussen de bebouwing. - Voorkomen van een te grote scheiding tussen privé en openbaar gebied.

51

3.2.3. Woongebieden De verschillende woongebieden zijn ontstaan in verschillende perioden. In deze perioden werd verschillend gedacht over stedenbouw en architectuur, wat vaak voortkwam uit maatschappelijke ontwikkelingen en gedachten over de inrichting van de samenleving. De uitgangspunten op basis waarvan gebieden zijn gegroeid en opgebouwd vormen een cultuurhistorische waarde op zich. In Bergen zijn meerdere wijktypologieën te beschrijven. 1900-heden: villabebouwing in duinen (diverse stijlen) Vooral aan het begin van de 20ste eeuw ontstonden meerdere villawijken aan de kust en in de binnenduinrandzone. Het onderscheid zich van andere wijken door de lage woningdichtheid en typologie met vrijstaande grotere statige herenhuizen en villabebouwing met grote tuinen. De verweving met het landschap is groot. In de duinen sluiten de tuinen door beplanting en reliëf goed aan op de natuurlijke omgeving van het duinlandschap en in de binnenduinrand speelt de bebossing een grote rol in het karakter van de wijken. De openbare ruimte is beperkt tot smalle soms slingerende straten. Over het algemeen zonder trottoir, maar met groene bermen. Voorbeelden zijn de woongebieden in Bergen aan Zee, Westdorp, Van Reenenpark, Park Meerwijk, Cornelis van Foreestlaan e.o. en ook Huismanweg e.o. in Schoorl.

Grote vrijstaande villa’s in verschillende bouwstijlen in villawijken zoals Westdorp te Bergen.

52

De diversiteit aan bouwstijlen is groot en varieert van traditioneel tot modern. Een groot deel van de bebouwing – vooral uit begin 20ste eeuw – wordt gekenmerkt door de meer vooroorlogse traditionele bakstenenarchitectuur / Amsterdamse School stijl (bijv. Park Meerwijk). 1900-1940: eerste planmatige dorpsuitbreidingen (traditionalisme) De ontwikkelingen vanaf begin 20ste eeuw bestond uit verdichting van bebouwingslinten. Rond de oorspronkelijke dorpskernen vond ook kleinschalige planmatige woningbouw plaats, soms zelfs seriematig. Hierdoor ontstond samenhang op straat- en buurtniveau. Een karakteristiek voorbeeld is het in samenhang ontworpen plan ‘Tuindorp Oostbuurt’. Andere voorbeelden zijn delen van Geesterbuurt zoals de Stroomerlaan en het buurtje rond Dom Huybenlaan in Egmond-Binnen. De bebouwingsdichtheid is hoger dan in de villawijken en de woningen zijn vaak kleiner. Desondanks hebben veel straten een groen karakter door de tuinen, de toepassing van straatbomen in de grasbermen en het ontbreken van trottoirs. De bebouwing wordt gekenmerkt door twee-onder-één-kap en vrijstaande woningen van één of twee bouwlagen met kap. De hoofdvorm van de woningen is veelal eenvoudig, maar gedetailleerd in vormgeving. De architectuur is veelal traditioneel met gevels opgetrokken uit baksteen met verticale openingen en hellende daken met pannen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4871/documents/36647