CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Handreiking+decentraal+enqueterecht.pdf

Gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 11: Voorstel betreft Actualisatie verordening recht van onderzoek ex 155a GW22.566 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

8

ECLI:NL:RBMNE:2017:5979.

43 | Handreiking enquêterecht

7 Het verkrijgen van mondelinge informatie 7.1 Inleiding Het lokale enquêterecht staat het meest bekend om de bevoegdheid van de enquêtecommissie getuigen openbaar te verhoren. Het is de meest vergaande bevoegdheid die de enquêtecommissie heeft om aan informatie te komen. Het is vergaand, omdat getuigen in de openbaarheid onder ede worden gehoord. Die openbaarheid kan vergaande gevolgen hebben voor getuigen aangezien zij worden blootgesteld aan de ogen van derden zoals de burgers en de pers. Toch zijn openbare verhoren niet de enige manier voor de enquêtecommissie om mondeling informatie te vergaren. Openbare verhoren zijn in het kader van het proportioneel gebruiken van de bevoegdheden het laatste middel. Welke mogelijkheden de enquêtecommissie nog meer heeft en wanneer ze van de mogelijkheden gebruik kan maken wordt in dit hoofdstuk beschreven.

7.2 Voorgesprekken Ȫ Regelgeving De Gemeentewet regelt alleen dat getuigen verplicht zijn mee te werken als zij worden opgeroepen gehoord te worden door de enquêtecommissie. ɟ Uitwerking De enquêtecommissie kan op nog een andere manier aan mondelinge informatie komen en dat is door het voeren van voorgesprekken. Voorgesprekken zijn gewone gesprekken tussen (een afvaardiging van) de enquêtecommissie en bijvoorbeeld getuigen. In die gesprekken kan de enquêtecommissie alles bespreken met getuigen wat ze wil.

Voorgesprekken worden bijvoorbeeld gebruikt voor: • Het krijgen van meer achtergrondinformatie • De informatie beter in chronologische volgorde te kunnen plaatsen • Het inhoudelijk opdoen van kennis • Het verkrijgen van informatie van getuigen • Getuigen voorbereiden op de verhoren

Getuigen zijn niet verplicht mee te werken aan voorgesprekken. Desondanks blijkt uit onderzoek dat getuigen tijdens de voorgesprekken de meeste informatie geven. Dit komt door de besloten en meer vertrouwelijke setting waarin de voorgesprekken vaak gevoerd worden. Dat de voorgesprekken niet in de Gemeentewet zijn geregeld maakt dat de enquêtecommissie van tevoren goed moet nadenken op welke manier zij voorgesprekken wil voeren, bijvoorbeeld besloten of openbaar, en op welke manier zij met de informatie uit de voorgesprekken om wil gaan. Deze keuzes hebben namelijk gevolgen voor de manier waarop de informatie verder in het onderzoek kan en mag worden gebruikt.

De manier waarop voorgespreken georganiseerd worden en de wijze waarop de informatie gebruikt wordt in het vervolgonderzoek kan worden geregeld in de verordening of in een plan van aanpak.

Onderzoek laat zien dat getuigen in een vertrouwelijke setting de meeste informatie geven. Vaak gaan zij ervan uit dat de informatie die zij daar geven niet gebruikt wordt of in ieder geval niet herleidbaar is tot de persoon in het openbare eindrapport. Mocht de enquêtecommissie de informatie wel letterlijk of tot de persoon herleidbaar willen gebruiken dan dient zij dat in het kader van proportionaliteit aan de getuige duidelijk te maken.

44 | Handreiking enquêterecht

De getuige kan dan de informatie die hij of zij wil geven daarop afstemmen, een getuige is immers niet verlicht tijdens voorgesprekken informatie te geven.

7.3 Verhoren 7.3.1 Keuze verhoren Ȫ Regelgeving De enquêtecommissie is bevoegd degene die verplicht zijn tot medewerking op te roepen voor een (al dan niet openbaar en onder ede) verhoor. ɟ Uitwerking De bevoegdheid getuigen te horen is het ultimum remedium waarmee de enquêtecommissie benodigde informatie kan krijgen en kan verifiëren of de verkregen informatie volledig en juist is. Er zijn drie redenen getuigen te verhoren

Redenen om getuigen te verhoren zijn: • Het verkrijgen van nog ontbrekende informatie • Het verifiëren dat verkregen informatie juist is • Controleren of de verkregen informatie compleet is

Ontbrekende informatie kan achterhaald worden door getuigen onder ede te horen, zodat zij als ze kennis hebben van die informatie die moeten geven. Informatie kan op juistheid worden geverifieerd door getuigen onder ede opnieuw naar de gegeven informatie te vragen of de verhalen van getuigen met elkaar te vergelijken. Dat getuigen verplicht zijn informatie mondeling te geven kan ervoor zorgen dat informatie die niet op bescheiden staat alsnog achterhaald kan worden en getuigen bevraagd kunnen worden op de compleetheid van de al aanwezige informatie. Uit onderzoek blijkt dat verhoren vaak worden gebruikt als verkapt verantwoordingsproces. Enquêtecommissies gebruiken dan de verhoren om in het openbaar getuigen te laten vertellen welke rol zij hebben gespeeld en ze daarover verantwoording te laten afleggen. Daarvoor is de bevoegdheid getuigen te verhoren echter niet bedoeld. Uit onderzoek blijkt dat bij dergelijk gebruik van verhoren de persoonlijke levenssfeer van getuigen vaak wordt geschaad. De verantwoordelijkheid schuift daarmee vaak naar bijvoorbeeld ambtenaren, terwijl wethouders of gedeputeerden formeel verantwoordelijk zijn. Er zijn voorbeelden van ambtenaren die negatief in de pers werden neergezet of zelfs verbaal in hun privéleven werden belaagd.

Ook blijkt uit onderzoek dat getuigen geneigd zijn minder informatie te geven of informatie te vergeten bij verhoren waarin een grote druk wordt opgelegd. Voor de informatievoorziening heeft dergelijk gebruik van de bevoegdheid dus zelfs een negatief gevolg. Van de bevoegdheid getuigen te verhoren dient dus secuur en proportioneel gebruik te worden gemaakt.

7.3.2 Het oproepen van getuigen en deskundigen Ȫ Regelgeving Getuigen die verplicht zijn mee te werken moeten ook verschijnen voor de enquêtecommissie als zij worden opgeroepen voor het verhoor. De oproep van de enquêtecommissie activeert dus een wettelijke plicht voor getuigen. Getuigen zijn verplicht tijdens het verhoor vragen te beantwoorden die nodig zijn voor het doen van het onderzoek. Als getuigen geen gehoor geven aan de oproep te verschijnen voor een verhoor of weigeren vragen te beantwoorden dan kunnen zij strafrechtelijk worden vervolgd op grond van artikel 192 Sr. De enquêtecommissie zal hiervan aangifte kunnen doen. De wet maakt onderscheid tussen het oproepen van getuigen voor verhoor en het oproepen van deskundigen. De enquêtecommissie kan naast informatie over wat er is gebeurd ook behoefte hebben aan inhoudelijke

45 | Handreiking enquêterecht

deskundige informatie, bijvoorbeeld informatie van een controller. Deskundigen zijn verplicht mee te werken aan een oproep voor verhoor op het moment dat zij vallen onder de voornoemde groepen die verplicht zijn mee te werken. Externe private deskundigen zijn niet verplicht mee te werken, maar kunnen wel vrijwillig meewerken. ɟ Uitwerking Het is belangrijk dat de enquêtecommissie duidelijk maakt aan getuigen wat de oproep inhoudt. Als de enquêtecommissie getuigen oproept voor verhoor is het daarom van belang het volgende in de oproep te vermelden:

Vermeld in de oproep van getuigen voor verhoor: • Dat het gaat om een officiële oproep om als getuige te verschijnen voor de enquêtecommissie. • De verplichting van getuigen op het verhoor te verschijnen. • De verplichting van getuigen te antwoorden op vragen van de enquêtecommissie binnen het kader van het onderzoek. • De onderzoeksvraag/deelvragen waarop de getuigen bevraagd kan gaan worden. • Dat het niet verschijnen of niet beantwoorden van vragen tijdens het verhoor strafrechtelijk vervolgd kan worden op grond van artikel 192 Sr. • Praktische informatie over de datum, het tijdstip, de plaats, wie bij het verhoor aanwezig zijn, etc. • De mogelijkheid bezwaar en beroep in te stellen tegen de oproep (zie par. 8.3) • De oproep moet aangetekend worden verzonden of tegen gedagtekend ontvangstbewijs worden uitgereikt aan de getuige.

7.3.3 Niet verschijnen van een getuigen of deskundige Ȫ Regelgeving Als een getuige of deskundige niet verschijnt op het verhoor, terwijl die er wel voor is opgeroepen dan kan de enquêtecommissie bevelen de getuige of deskundige door de openbare macht voor haar te laten brengen om alsnog te kunnen worden verhoord. Voordat de enquêtecommissie de openbare macht inzet moet zij de getuige of deskundige schriftelijk alsnog de mogelijkheid geven voor verhoor te verschijnen en mededelen dat de openbare macht wordt ingezet als wederom niet aan de oproep wordt voldaan op grond van artikel 155d, tweede lid Gemeentewet of artikel 151d, tweede lid Provinciewet. ɟ Uitwerking Uit de wet blijkt niet wie wordt verstaan onder de openbare macht of op welke manier de enquêtecommissie de openbare macht kan bevelen. Het inzetten van de openbare macht is een inbreuk op de lichamelijke integriteit van getuigen of deskundigen. De huidige wettelijke bepaling is te weinig specifiek geformuleerd en voldoet niet aan de eisen van artikel 8 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden. Het is dus af te raden de openbare macht te gebruiken tegen weigerachtige getuigen en deskundigen.

7.3.4 Het inrichten van de verhoren Ȫ Regelgeving De Gemeentewet stelt als enige eis dat er tenminste drie leden van de enquêtecommissie aanwezig moeten zijn bij het uitoefenen van de bevoegdheden van de enquêtecommissie. ɟ Uitwerking Praktisch gezien staat het de enquêtecommissie dus vrij om de verhoren zelf ‘in te richten.’ Het is aan te raden de verhoren niet een hele formele uitstraling te geven. Het inrichten van de verhoren als een soort strafrechtelijke verhoren, waarbij de enquêtecommissie tegenover de getuigen zit, blijkt in de praktijk minder effectief te zijn. Een formele setting heeft tot gevolg dat getuigen zich sneller onder druk voelen staan en daardoor geneigd zijn minder informatie te geven of zelfs te onthouden, terwijl een informele setting, zoals bij voorgesprekken, maakt dat getuigen zich op hun gemak voelen en dan spraakzamer zijn.

46 | Handreiking enquêterecht

7.3.5 Openbare of besloten verhoren Ȫ Regelgeving De enquêtecommissie heeft de mogelijkheid verhoren besloten te houden. Dat betekent dat getuigen wel onder ede – kunnen – worden gehoord, maar daarbij geen derden aanwezig mogen zijn.

Verhoren van getuigen zijn in principe openbaar, tenzij de enquêtecommissie gewichtige redenen heeft het verhoor, of een gedeelte daarvan, niet in het openbaar af te nemen. Er rust geheimhouding op dat wat wordt gezegd tijdens een besloten verhoor.

De wet geeft niet aan wat onder gewichtige redenen moet worden verstaan. Gedacht kan worden aan verhoren die de persoonlijke levenssfeer van getuigen kunnen schaden, doordat bijvoorbeeld gevraagd wordt naar gevoelige persoonlijke informatie, informatie over de relatie met anderen welke die relatie kan schenden of informatie die een private partij kan schaden. In het kader van het gebruik van de bevoegdheid als ultimum remedium is het voor de enquêtecommissie altijd belangrijk na te gaan welke informatie zij hoopt te krijgen bij een verhoor, in hoeverre die informatie schadelijk kan zijn als deze in de openbaarheid wordt gegeven en het openbaar verkrijgen van de informatie noodzakelijk is voor het onderzoek.

7.3.6 Het afnemen van de eed Ȫ Regelgeving De enquêtecommissie heeft de mogelijkheid getuigen onder ede te horen. Getuigen die de eed hebben afgelegd zijn verplicht de waarheid te spreken. Doen zij dat niet dan kunnen zij strafrechtelijk vervolgd worden voor meineed. De verklaring die een getuige aflegt tijdens een verhoor kan niet in andere gerechtelijke procedures als bewijs tegen hem of haar worden gebruikt. Het is geen verplichting getuigen onder ede te horen.

Er mag echter geen onderscheid worden gemaakt tussen getuigen als het gaat over het afleggen van de eed.

Het besluit getuigen onder ede te horen moet formeel worden genomen en is een besluit waartegen bezwaar en beroep openstaat (zie par. 9.3). Getuigen zijn daarnaast tijdens het verhoor verplicht een getuigenis af te leggen. Als een getuigen weigert een getuigenis af te leggen dan kunnen zij niet vervolgd worden voor meineed, omdat zij geen onwaarheden spreken. Zij kunnen echter wel vervolgd worden op grond van artikel 192 Sr, omdat zij niet meewerken aan een wettelijke plicht. ɟ Uitwerking De eed kan worden afgelegd voorafgaande aan het verhoor tegenover de enquêtecommissie. Het is belangrijk dat aan de getuige uitgelegd wordt dat de afgelegde eed inhoudt dat de getuige de waarheid dient te spreken en dat de getuige strafrechtelijk vervolgd kan worden voor meineed als hieraan niet wordt voldaan.

Afleggen eed: Bij de eed moet de getuige twee vingers opstreken van zijn rechterhand. De voorzitter zegt: Geachte <…> belooft u de waarheid te spreken en niets dan de waarheid. Wilt u mij de volgende tekst nazeggen: zo waarlijk helpe mij God almachtig/ dat verklaar en beloof ik. Getuige: zo waarlijk helpe mij God almachtig/ dat verklaar en beloof ik.

47 | Handreiking enquêterecht

7.3.7 Recht op bijstand getuigen Ȫ Regelgeving Getuigen hebben het recht zich bij te laten staan. Die bijstand kan door eenieder worden verleend. Een getuige kan de hulp inroepen van bijvoorbeeld een advocaat, een inhoudelijke deskundige of een bekende. Een enquêtecommissie kan bijstand aan een getuige niet zonder meer weigeren, dat mag alleen als ze daarvoor gewichtige redenen heeft. De wet maakt niet duidelijk wanneer sprake is van gewichtige redenen. Gedacht kan worden aan degene die bijstand verleent zelf optreedt als getuige in het onderzoek. De enquêtecommissie kan hiervoor ook te rade gaan bij de redenen voor het weigeren van bijstand van getuigen in andere juridische processen.

7.3.8 Het beschermen van de persoonlijke levenssfeer van getuigen Ȫ Regelgeving De enquêtecommissie dient haar bevoegdheden proportioneel te gebruiken. Dat betekent dat ze het belang van het gebruik van de bevoegdheden en de informatie die zij daar mogelijk mee krijgt moet afwegen tegen de mogelijke inbreuk die dat maakt op de persoonlijke levenssfeer van getuigen. De enquêtecommissie is niet bevoegd getuigen te bevragen op feiten of informatie die buiten de reikwijdte van het onderzoek vallen. Als ze dat wel doet zijn getuigen niet verplicht antwoord te geven. Bij een verschil van inzicht tussen de enquêtecommissie en een getuige of gevraagde feiten of informatie wel of niet buiten de reikwijdte van het onderzoek valt zal een getuige weigeren informatie te geven tijdens het verhoor of zelfs niet op het verhoor verschijnen. In dat geval kan de enquêtecommissie aangifte doen van het niet meewerken aan een wettelijke plicht. De strafrechter zal dan uiteindelijk een definitief oordeel vellen. ɟ Uitwerking Als gezegd is bij het openbaar verhoren van getuigen de kans het grootst dat diens persoonlijke levenssfeer wordt geschaad. De openbaarheid en de aanwezige pers vergroten die kans. De enquêtecommissie zal dus niet alleen moeten afwegen of ze getuigen wil verhoren, maar ook hoe ze die openbare verhoren inricht.

Ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van getuigen kan de enquêtecommissie bij het verhoren ervoor kiezen: • Een getuige (gedeeltelijk) besloten te verhoren • Het verhoor digitaal uit te zenden, maar de pers uit de zaal te weren • Publiek uit de zaal te weren

48 | Handreiking enquêterecht

8 De positie van getuigen en deskundigen 8.1 Inleiding In het vorige hoofdstuk is al beschreven op welke manier de enquêtecommissie getuigen en soms ook deskundigen kan dwingen mee te werken. Daarbij is ook aandacht besteed aan de beperkingen van de bevoegdheden van de enquêtecommissie als het gaat om de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van getuigen bij: • De reikwijdte van het onderzoek waarbij een getuige niet hoeft mee te werken aan het geven van informatie die buiten de reikwijdte valt (par. 4.4, 5.3, 6.4 en 6.6); • Het vorderen van informatie, waarbij alleen een officiële vordering getuigen een verplichting oplegt (par. 6.3); • Het recht op bijstand van getuigen tijdens verhoren (par. 7.3.6). • Immuniteit verklaringen getuigen (par. 7.3.5). Naast deze meer impliciete beschermingsmogelijkheden regelt de wet(gever) twee specifieke beschermings­ wijzen. In de wet zijn namelijk verschoningsgronden opgenomen en de wetgever heeft zelf aangegeven dat bepaalde besluiten vatbaar zijn voor bezwaar en beroep.

8.2 Verschoningsgronden Ȫ Regelgeving De wet geeft de mogelijkheid voor getuigen zich te verschonen van de medewerkingsplicht. Dat betekent dat zij in bepaalde gevallen uitgezonderd worden van de medewerkingsplicht. Er zijn twee zogenaamde verschoningsgronden in de wet opgenomen: x 1. Personen die op grond van hun ambt, beroep of betrekking verplicht zijn tot geheimhouding kunnen zich, met betrekking tot de informatie die onder geheimhouding aan hen is verteld, verschonen van de plicht mee te werken. Bij deze verschoningsgrond gaat het niet om geheimhouding opgelegd door het college, anders zou het college bewust informatie aan een lokale enquête kunnen onttrekken door geheimhouding op te leggen. Het gaat hierbij vooral om bijvoorbeeld artsen of notarissen die op grond van hun beroep tot geheimhouding verplicht zijn. Dat betekent dat deze verschoningsgrond vooral van toepassing zal zijn op private partijen die toch al niet verplicht zijn mee te werken. De verschoningsgrond lijkt wat overbodig, maar toch kan het voor deskundigen die over het algemeen bereid zijn mee te werken prettig zijn zich formeel te beroepen op hun beroepsgeheim. Zo kunnen zij hun bereidwilligheid mee te werken laten zien zonder hun professionaliteit te verliezen. x 2.

De (oud)burgemeesters, (oud)wethouders, (oud)leden van een door het college of de burgemeester ingestelde commissie of (oud) ambtenaren zijn niet verplicht schriftelijk of mondeling informatie te geven als dat in strijd is met het openbaar belang. De wet maakt niet duidelijk wat wordt verstaan onder het ‘openbaar belang.’ Wel heeft de wetgever duidelijk gemaakt dat slechts in uitzonderingssituaties een beroep op deze verschoningsgrond kan worden gedaan. Informatie uit het collegeberaad, informatie die de gemeente financieel kan schaden of die kan leiden tot ongewenste juridische procedures vallen hier niet onder.

49 | Handreiking enquêterecht

8.3 Bezwaar en beroep Ȫ Regelgeving De wetgever heeft bepaalde besluiten aangemerkt als besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dat betekent dat er voor belanghebbende bezwaar en/of beroep openstaat tegen deze besluiten.

De volgende besluiten heeft de wetgever aangemerkt als besluiten in de zin van de Awb waartegen bezwaar en beroep ingediend kan worden: • Het besluit een lokale enquête te houden • Het besluit de omschrijving van het onderzoek te wijzigen • Het vorderen van bescheiden Tegen de volgende besluiten staat rechtstreeks beroep open: • Het oproepen van getuigen voor verhoor • Het besluit dat getuigen alleen worden verhoord na het afleggen van de eed of belofte

ɟ Uitwerking Als de gemeenteraad, de provinciale staten of de enquêtecommissie deze besluiten neemt dan moet zij deze voorzien van een bezwaarclausule. Als een belanghebbende bezwaar indient tegen een van deze besluiten zal het bezwaarschrift afgehandeld moeten worden zoals normaliter bezwaarschriften tegen besluiten van de gemeenteraad of provinciale staten worden afgehandeld.

50 | Handreiking enquêterecht

9 De afronding van het onderzoek 9.1 Inleiding De enquêtecommissie rondt haar onderzoek af als zij de onderzoeksvraag kan beantwoorden of als zij van oordeel is dat er niet meer informatie kan worden verkregen (omdat bepaalde informatie niet terug te vinden is) of moet worden verkregen (bijvoorbeeld ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van getuigen). Daarmee heeft de enquêtecommissie haar taak volbracht en heeft zij voorzien in de informatie over het gevoerde bestuur. De wet regelt niet op welke manier de verkregen informatie aan de gemeenteraad of provinciale staten moet worden gegeven.

9.2 Het opstellen van het eindrapport  Veelal wordt de verkregen informatie door de enquêtecommissie in een rapport verwerkt. In dat rapport wordt dan de onderzoeksvraag beantwoord. Enquêtecommissies staan vaak langere tijd stil bij het opstellen van het rapport, zo blijkt uit onderzoek. Meestal wordt in het rapport eerst feitelijk weergegeven welke informatie de enquêtecommissie heeft gevonden. Het meeste tijd kost het formuleren van de conclusies en aanbevelingen.

Het is voor de enquêtecommissie zaak de uitkomsten feitelijk en objectief te formuleren. Uit onderzoek blijkt dat dit veel tijd vraagt van enquêtecommissies.

Reden daarvoor is dat aan het einde van het onderzoek ook de politieke gevolgen van de uitkomsten van het onderzoek duidelijk worden, wat het objectief formuleren van de conclusies en aanbevelingen voor de leden van de enquêtecommissie kan bemoeilijken. Het is echter niet aan de enquêtecommissie een politiek oordeel te verwerken in haar rapport. Het politiek oordeel moet voorbehouden blijven aan de (gehele) volks­vertegenwoordiging.

9.3 Ambtelijk en bestuurlijk wederhoor De enquêtecommissie is niet verplicht het rapport aan de ambtelijke organisatie voor te leggen voor wederhoor. Ditzelfde geldt voor bestuurlijk wederhoor.

Het voorleggen van het rapport voor ambtelijk en bestuurlijk wederhoor kan voor- en nadelen hebben. Een voordeel is dat de enquêtecommissie het rapport kan laten controleren op feitelijke onjuistheden. Het nadeel is dat bestuurlijk en ambtelijk wederhoor ervoor kan zorgen dat door anderen dan de leden van de enquêtecommissie inhoudelijk aan het rapport veranderingen kunnen worden aangebracht. Het is aan de enquêtecommissie te bepalen hoe groot het belang van wederhoor voor het onderzoek is.

9.4 Het presenteren van het eindrapport Het is aan de enquêtecommissie te bepalen op welke manier zij de informatie uit het onderzoek wil aanbieden aan de gemeenteraad of provinciale staten. De vorm waarin dat gebeurt is niet wettelijk vastgesteld. Het meest gebruikelijke is dat dit gebeurt in een rapport waarin de enquêtecommissie de onderzoeksvraag beantwoord.

51 | Handreiking enquêterecht

Het aanbieden van de informatie is niet het enige waar de enquêtecommissie over na moet denken. Als de enquêtecommissie tijdens het onderzoek geheimhouding heeft opgelegd op bepaalde onderdelen van het onderzoeksdossier dan is het aan de gemeenteraad of provinciale staten om al dan niet die geheimhouding te bekrachtigen.

De enquêtecommissie kan bij het aanbieden van de informatie in een rapport een raadsvoorstel meesturen waarin de opgelegde geheimhouding (deels) bekrachtigd wordt.

52 | Handreiking enquêterecht

10 De gemeenschappelijke regeling 10.1 Inleiding Gemeenteraden en provinciale staten kunnen, samen met overige deelnemers aan een gemeenschappelijke regeling waaraan zij deelnemen, een lokale enquête starten naar het in de gemeenschappelijke regeling gevoerde bestuur. De bevoegdheid gezamenlijk als gemeenteraden en/of provinciale staten onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling is ingevoerd bij de wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen (en enige ander wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen). Deze wijziging heeft tot doel de controlemogelijkheden van gemeenteraden op gemeenschappelijke regelingen te versterken. De onderzoeksbevoegdheid die is geregeld in de artikelen 155g en 155h Gemeentewet is in grote mate hetzelfde als het lokale enquêterecht van individuele gemeenteraden en provinciale staten. De belangrijkste verschillen betreffen de besluitvorming, het samenstellen van de onderzoekscommissie en de omvang van degenen die verplicht zijn mee te werken.

10.2 Gezamenlijke lokale enquête Besluit tot een gezamenlijke lokale enquête Het besluit tot het houden van een lokale enquête moet unaniem genomen worden door alle deelnemende gemeenteraden gezamenlijk. Dat betekent dat alle gemeenteraden moeten instemmen met het houden van een lokale enquête. Dat betekent niet dat alle raadsleden voor het onderzoek hoeven te stemmen, wel moet in alle gemeenteraden een meerderheid voor de lokale enquête zijn. Dat betekent ook dat alle gemeenteraden het gezamenlijk eens worden over de doelstelling van het onderzoek Het tweede lid bepaalt dat er geen mogelijkheid is een lokale enquête te houden als het gaat om een regeling die getroffen is of mede getroffen is door de gemeenteraad of gemeenteraden of provinciale staten en dus niet onder de samenwerkingsverbanden valt, zoals genoemd in het eerste lid van dit artikel. Net als bij een individuele lokale enquête geldt dat de geformuleerde onderzoeksdoelstelling de reikwijdte van het onderzoek bepaalt waarbinnen de enquêtecommissie haar bevoegdheden mag uitoefenen en de genoemde verplichtingen gelden. De onderzoekscommissie De gemeenteraden zullen gezamenlijk een onderzoekscommissie moeten instellen en kunnen dat alleen doen als alle gemeenteraden met de instelling van de onderzoekscommissie instemt.

Ook moeten alle gemeenteraden aan de enquêtecommissie kunnen deelnemen, omdat de lokale enquête alle deelnemers raakt en ook alle gemeenteraden hebben moeten instemmen met het instellen van een gemeenschappelijk orgaan. Dat hoeft niet te betekenen dat uit elke gemeenteraad een raadslid afgevaardigd hoeft te worden. Er zal sprake zijn van een evenwichtige vertegenwoordiging als alle deelnemende gemeenteraden zich vertegenwoordigd voelen. De enquêtecommissie zal moeten bestaan uit minimaal drie leden. Zij kan namelijk haar bevoegdheden alleen uitoefenen als tenminste drie van haar leden daarbij aanwezig zijn. Op de werkzaamheden van de enquêtecommissie zijn artikel 22 Provincie en Gemeentewet (immuniteit) en artikel 86, eerste lid Gemeentewet of artikel 91, eerste lid Provinciewet (geheimhouding) van toepassing. Aftredende gemeenteraden hebben geen schorsende werking op de werkzaamheden van de enquêtecommissie. De onderzoeksregeling Als gemeenteraden de werkzaamheden van de enquêtecommissie willen regelen dan kunnen zij daarvoor gezamenlijk een regeling opstellen. In die regeling moet in ieder geval de ambtelijke bijstand aan de enquêtecommissie geregeld worden. Voor het overige staat het gemeenteraden vrij te bepalen wat zij verder regelen. Verplichte medewerking De groep personen die verplicht zijn mee te werken aan een lokale enquête is logischerwijs een andere dan die

53 | Handreiking enquêterecht

bij een individuele lokale enquête. Bij een lokale enquête naar een gemeenschappelijke regeling zijn bijvoorbeeld ook bestuursleden van de gemeenschappelijke regeling verplicht mee te werken. De verplichtingen voor deze kring personen zijn wel dezelfde als bij een individuele lokale enquête. Overige bepalingen Voor het overige verwijst de Gemeentewet naar de regeling van het individuele lokale enquêterecht. Dat betekent dat inhoudelijk een lokale enquête naar een gemeenschappelijke regeling op dezelfde manier is geregeld. Wel moeten in bepaalde gevallen artikelen aangepast gelezen worden. Die wijzigingen hebben echter geen betrekking op de inhoud of omvang van de bevoegdheden. Voor de uitleg van de bevoegdheden wordt daarom verwezen naar de eerder in deze handleiding gegeven toelichting.

54 | Handreiking enquêterecht

Index Algemene wet bestuursrecht, 56 Argumenten, 2, 22 belangafweging, 21 bescheiden, 3, 12, 44, 45, 46, 47, 48, 50 besloten, 8, 11, 13, 24, 26, 27, 28, 33, 36, 38, 41, 49, 50, 53 besloten vergadering, 11, 38 bezwaar en beroep, 13, 27, 30, 35, 53, 55 Bezwaar en beroep, 3, 8, 56 coalitie, 2, 24 communicatie, 6, 12, 42 controlerende rol, 14, 15, 17, 22 derden, 3, 6, 8, 12, 13, 38, 40, 42, 49, 53 deskundigen, 3, 12, 44, 51, 52, 55 doestelling, 11 dossier, 12, 33, 42 dualisering, 14 eed, 8, 12, 53, 54 escalatieladder, 20 externen, 11, 24 geheimhouding, 6, 11, 13, 27, 38, 39, 40, 43, 55, 57, 59 Geheimhouding, 3, 7, 11, 38 geld, 10, 24, 25, 26 gemeenschappelijke regeling, 4, 13, 58, 59 getuigen, 3, 5, 6, 8, 9, 10, 12, 13, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 29, 30, 31, 32, 33, 35, 37, 39, 40, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 54, 55 immuniteit, 38, 59 informatieachterstand, 14, 24 kosten, 6, 11, 20, 22, 24, 25, 26, 28, 35, 36, 37 Kosten, 2, 7, 24 meerderheid, 13, 16, 17, 24, 28, 33, 35, 58 meineed, 12, 47, 53, 54 onder ede, 12, 17, 46, 49, 50, 53 ondersteuning, 2, 3, 6, 11, 14, 25, 26, 27, 28, 34, 35, 37 onderzoeksbevoegdheden, 2, 3, 6, 8, 12, 43, 47 onderzoeksdoelstelling, 6, 11, 30, 31, 32, 36, 37, 47, 58 onderzoeksdossier, 12, 40, 42, 43, 57 onderzoeksregeling, 59 onderzoeksverordening, 2, 6, 10, 26, 28, 34, 36, 38 onderzoeksvraag, 2, 3, 7, 11, 13, 22, 28, 29, 30,

31, 32, 36, 37, 43, 47, 56, 57 openbaar, 11, 12, 17, 19, 21, 38, 39, 40, 48, 49, 50, 51, 53, 54, 56 openbare macht, 16, 52 parlementaire enquêterecht, 14, 15, 17, 38 passieve informatieplicht, 15

persoonlijke levenssfeer, 9, 10, 12, 13, 16, 19, 20, 21, 22, 31, 39, 40, 47, 48, 51, 53, 54, 55 plan van aanpak, 2, 3, 6, 7, 11, 26, 29, 34, 36, 38 Politiek, 23 private partijen, 12, 55 Private partijen, 44 proportioneel, 9, 10, 17, 19, 20, 22, 24, 35, 40, 45, 47, 49, 51, 54, 55 rapport, 13, 30, 35, 53, 57 recht op bijstand, 13, 55 reikwijdte, 7, 11, 13, 22, 31, 32, 47, 55, 58 Rijk, 44 samenstellen van de enquêtecommissie, 3, 11, 33 samenstelling van de enquêtecommissie, 6 strafbaar, 16, 48 Strafrechtelijke vervolging, 3, 8, 19, 48 ultimum remedium, 19, 20, 50, 53 verantwoording, 18, 19, 23, 51 verantwoordingsproces, 18, 23, 51 Vergaderen, 3, 7, 38 verhoren, 8, 12, 18, 21, 30, 35, 41, 43, 49, 50, 51, 52, 53, 54, 55 verordening, 10, 11, 22, 26, 27, 28, 29, 34, 38, 39, 42 Verplichte medewerking, 3, 8, 43, 59 verschoningsgronden, 13, 55 voorbereidingscommissie, 2, 11, 28, 29, 36 voorgesprekken, 12, 30, 35, 43, 49, 50 vorderen, 3, 8, 12, 17, 18, 32, 44, 45, 46, 47, 48, 55 vordering, 12, 33, 45, 46, 48, 49, 55 Waarheidsvinding, 2, 7, 17 wederhoor, 4, 13, 30, 57

55 | Handreiking enquêterecht

Dit rapport is een uitgave van: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties Postbus 20011 | 2500 EA Den Haag januari 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4878/documents/37538