CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij Toelichting na zienswijze Heereweg 128 Schoorl.pdf

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 8: Voorstel betreft het Bestemmingsplan Heereweg 128 Schoorl vast te stellen21.565 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TOELICHTING HEEREWEG 128, SCHOORL

TOELICHTING HEEREWEG 128, SCHOORL

Projectnummer: Projecttype: Status: Datum:

NL.IMRO.0373.BPG04017Heerewg128B001 Bestemmingsplan Vastgesteld 09-05-2024

2

Inleidin 1.1 1.2 1. 1.

Aanleiding en doe Ligging plangebie Geldend bestemmingspla Leeswijze

5 6 6

Huidige situati 2. 2. 2.

Inleidin Landschappelijke en ruimtelijke kenmerken van de omgevin Ruimtelijke en functionele structuur van het plangebie

7 7 7

Planbeschrijvin 3. 3. 3.

4. 4.

Planbeschrijvin Beoordelingskade Beeldkwaliteitsplan (BKP

1 11

Belei

1

Inleidin Rijksbelei

15 15

4.2.

1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordenin Besluit algemene regels ruimtelijke ordenin Ladder voor duurzame verstedelijkin Visie Erfgoed en Ruimt

4.2. 4.2. 4.2. 4.

4.

4.

4.

1

4.3. 4.3. 4.3. 4.3.

1 1 2 2

Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Omgevingsverordening NH202 Leidraad Landschap & Cultuurhistori Provinciale Woonagenda 2020-202

Regionaal belei

2

4.4. 4.4.

28 2

Regionaal Actie Programma regio Alkmaa Woningbouwafspraken en programmering regio Alkmaa Regionale woonvisie Regio Alkmaar 2013 - 202

3

4.5. 4.5. 4.5. 4.5. 4.5.

3 3 3 3 3

Woonvisie 2015 - 202 Groenbeleidsplan Gemeente Bergen 2021 - 203 Cultuurhistorische nota 2009 - 201 Nota Parkeernormen Bergen 202 Nota Omgevingskwaliteit 202

Conclusie beleidskade

3

5

4

4

3

2

1

1

9

8

8

6

4

9

8

8

5

5

1

9

9

7

5

5

g

1

0

d

g

r

e

g

g

8

5

0

0

3

e

0

d

n

)

r

d

r

l

d

g

r

d

e

g

r

d

g

g

g

d

5

4

3

2

1

3

2

1

4

3

2

1

4

3

2

1

6

5

4

3

2

1

3

2

1

3

2

1

2

Gemeentelijk belei

3

4

16 16 17

Provinciaal en regionaal belei

4.4.

3

4

3

2

1

Inhoud

3

5. 5. 5. 5. 5.

Algemee Wate Bode Archeologi Natuu

36 36 39 40 4

5.5. 5.5.

4 4

5.5. 5.5. 5.5. 5. 5. 5. 5. 5.1 5.1 5.1 5.1 5.1 5.1

7

Verkennend onderzoek natuu Vervolgonderzoek inventarisatie beschermd soorten in het kader van de natuurwetgevin Gebiedsbescherming en overige natuurwetgevin Zorgplicht Aanbevelingen ter bevordering van natuu

Stiksto Verkeer en parkere Geluid wegverkee Luchtkwalitei Externe veilighei Bedrijven en milieuzonerin Spuitzonerin Duurzaamhei Vormvrije m.e.r.-beoordelin Conclusie milieu- en omgevingsfactore

61 6 62

Algemee Verbeelding en bestemmingsplanregel Handhaafbaarhei

Financiële uitvoerbaarhei

63

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6

8. 8. 8.

6 6 6

Participati Vooroverle Zienswijze en vaststellin

64 Beeldkwaliteitspla Watertoet Verkennend bodemonderzoe Verkennend onderzoek natuu Vervolgonderzoek inventarisatie beschermde soorte Stikstofberekenin Akoestisch onderzoe Aanmeldnotitie m.e.r. Locatie Heereweg 128, Schoor

3

3

3

3

1

1

5

2

8

6

6

5

3

1

1

6

l

n

e

g

r

s

n

r

r

k

g

g

g

g

n

k

g

d

n

g

n

d

r

d

d

t

g

g

e

s

e

n

n

f

r

m

r

5

4

3

2

1

n

I

5

4

3

2

1

0

I

3

2

1

2

1

9

8

7

6

5

4

3

2

1

I

I

V

4

V

4 50 51 5 54 5 56 58 60 60

6. 6. 6.3

V VI VII

I

4 4

6

I II I

I

4

Juridische planbeschrijvin

Bijlage

9

8

6

5

Milieu- en omgevingsaspecte

1.1

Aanleiding en doe

De aanleiding voor het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is het voornemen om een horecabestemming op het perceel Heereweg 128 te Schoorl om te zetten naar een woonbestemming, waarbij de bestaande stolp blijft gehandhaafd, de voormalige groepsaccommodatie een nieuwe invulling krijgt en enkele nieuwbouwwoningen worden toegevoegd De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een nieuw planologisch juridisch kader van kracht, waarmee de geplande woningbouw binnen het plangebied planologisch mogelijk wordt gemaakt 1.2

Ligging plangebie

Het perceel (hierna : plangebied) ligt aan de Heereweg 128 in Schoorl. Het plangebied omvat de gronden van de ter plaatse geldende Horecabestemming (zie afbeelding I) De locatie aan de Heereweg 128 heeft in de huidige situatie twee stolpen met daarachter een samengesteld gebouw. De begrenzing van het plangebied is weergegeven middels een luchtfoto op afbeelding I middels.

Afbeelding I : luchtfoto van het plangebied met in het rood de begrenzing (bron: google earth)

.

.

d

l

.

g

5

1

Inleidin

1.

Geldend bestemmingspla

Voor het plangebied geldt het vigerend bestemmingsplan Schoorl-Kernen en buurtschappen. Dit bestemmingsplan is op 23 juni 2009 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Bergen (NH.) De gronden hebben in dit bestemmingsplan de enkelbestemming ‘Horeca’. Tevens is voor de gronden een dubbelbestemming opgenomen ter bescherming van archeologische waarden (Waarde - Archeologie 3) In het kader van het planologisch intern salderen, zie onderbouwing stikstof onder paragraaf 5.6 van deze Toelichting, is van belang dat op 25 november 2009 een bouwvergunning is verleend voor het geheel oprichten en gebruiken van een groepsaccommodatie voor (zwaar) lichamelijk- en meervoudig gehandicapten, op het perceel Heereweg 128 te SchoorI, kadastraal bekend SchoorI, sectie B, nummer 657. Deze groepsaccommodatie diende voor vakantiedoeleinden voor groepen. Het gebouw had een maximumcapaciteit van 25 mensen met de daarbij een grote centrale gaarkeuken om voor groepen te kunnen koken. Omdat bij deze bebouwing sprake was van een zekere uitstoot van stikstof wordt deze gerekend tot ‘bestaande planologische situatie en gebruik’ en kan de jaarlijkse uitstoot hiervan worden afgetrokken van de nieuwe uitstoot. Deze verrekening heet ‘saldering’.

Verder geldt per besluit van 30 januari 2020 een vergunning om ‘het pand Heereweg 128 in strijd met de vigerende bestemming te gebruiken voor wonen’ De voorgenomen ontwikkeling krijgt een nieuw planologisch kader welke middels een bestemmingsplanprocedure wordt vastgesteld 1.

Leeswijze

In hoofdstuk 2 van dit bestemmingsplan is een beschrijving van de huidige ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied gegeven. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de ruimtelijke, juridische en milieu beleidskaders. De planbeschrijving van de ontwikkeling in het plangebied is in hoofdstuk 3 toegelicht. In hoofdstuk 4 is ingegaan op het beleidskader op verschillende overheidsniveaus. De verschillende milieuaspecten die van invloed kunnen zijn op ruimtelijke ontwikkelingen komen aan bod in hoofdstuk 5. Een toelichting op de juridische aspecten van dit bestemmingsplan is gegeven in hoofdstuk 6. Vervolgens is in hoofdstuk 7 ingegaan op de nanciële uitvoerbaarheid en is ten slotte in hoofdstuk 8 de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de procedure beschreven. In hoofdstuk 9 zijn alle relevante bijlagen opgenomen

fi

.

.

n

.

r

.

4

3

6

2.

Inleidin

In dit hoofdstuk is de bestaande situatie van het plangebied beschreven. Er wordt ingegaan op het landschap en de ruimtelijke opbouw van de binnenduinrand, de ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en de cultuurhistorische waarde van structuren, landschap en stolpenlint 2.

Landschappelijke en ruimtelijke kenmerken van de omgevin

Het plangebied is gelegen in de binnenduinrand tussen Schoorl en Groet en is onderdeel van het Bijzonder Provinciaal Landschap van de provincie NoordHolland. De binnenduinrand ligt op oude strandwallen en vormt de overgangszone tussen de jonge duinen en het polderlandschap. De duinen zijn het jongste landschap, van oorsprong een wild stuifzandgebied dat min of meer is vastgelegd door aanplant. Het wordt gekenmerkt door een sterk reli f en een natuurlijke uitstraling. De binnenduinrand is de oude onderlaag, met een zandige ondergrond en veel minder reli f. Op enkele plaatsen zijn in de binnenduinrand nog restanten van de Oude Duinen te vinden (Schoorl). Het landschap van de binnenduinrand is kleinschalig. Het is opgebouwd uit een dorpspatroon, gemengd met (restanten) van een agrarisch landschap. Het bebouwingspatroon op de binnenduinrand heeft een binnenkant (het lint van de Heereweg) en twee buitenkanten/achterkanten: 1) naar de duinen en 2) naar de polder. Het is zeer groen, zowel door tuinen als door beplantingen in de openbare ruimte De polder heeft een ruim en open agrarisch landschap. Het heeft een duidelijke ori ntatie, bepaald door de richtingen van de binnenduinrand en het Noordhollands Kanaal De overgang van het landschap van de binnenduinrand naar het landschap van de polder is niet scherp en heeft de kenmerken van "zwaluwstaarten": zij grijpen in elkaar.

Hierdoor ontstaat een afwisseling van kleine en grotere landschappelijke ruimte met hier en daar weidse uitzichten. De ligging (aan de achterkant) en de kleine maten maken deze overgang kwetsbaar De hoge ligging van de Heereweg maakte het al vroeg een belangrijke doorgaande route in de binnenduinrand. De weg vormt de aanleiding voor het ontstaan van de dorpskernen op de hoger gelegen oudere strandwallen 2.

Ruimtelijke en functionele structuur van het plangebie

De kavel ligt aan een T-splitsing van de Heereweg en de Voorweg en ligt tussen de Smeerlaan en Idenslaan. De aanwezig stolp vormt een ruimtelijke structuur in het open en weide landschap. De stolp is onderdeel van het provinciaal stolpenlint. De Voorweg loopt van oost naar west en gaat over in de Heereweg. Deze richting is de toegangsweg naar de noord-westelijk gelegen en aangrenzende dorpen Bregtdorp, Catrijp, Groet en Camperduin. De Smeerlaan en Idenslaan lopen in noord-oostelijk richting mee in de verkavelingsvorm van de kavel en zijn de toegangswegen naar het achterland Vanaf de toegangsweg (er nrit) is goed zicht op zowel de voorzijde als de achterzijde van de kavel. Op het perceel staan momenteel verschillende opstallen, waaronder twee stolpen met daarachter een samengesteld gebouw. In het zijerf staat een vrijstaande schuur verscholen tussen begroeiing

.

g

.

.

d

.

ë

.

fi

.

e

.

g

ë

3

ë

2

7

1

2

Huidige situati

Directe omgeving Het perceel is gelegen aan het provinciaal stolpenlint van de Heereweg, gecentreerd in het gebied tussen Schoorl en Catrijp / Bregtdorp. Het ritme van het lint wordt hier wijder, de kavels worden breder en dieper. De openheid van het landschap begint direct ten noord-oosten van het plangebied. Het perceel, en de omliggende gronden, zijn onderdeel van het Bijzonder Provinciaal Landschap. Zie afbeelding II voor een luchtfoto van het plangebied en de ligging van het plangebied in de directe omgeving.

Afbeelding II : luchtfoto van het plangebied en de ligging van het plangebied in de directe omgeving

Bestaande bebouwin Aan de voorzijde van de kavel, direct aan de Heereweg, staat een stolpboerderij. Het betreft een enkele stolp gebouwd in 1887 welke verbouwd is tot groepsaccommodatie. Gekoppeld aan deze stolp staat een meer moderne woning, ook in de vorm van een stolp. Meer achterop de kavel staat een samengesteld gebouw dat functioneerde als groepsaccommodatie voor lichamelijk gehandicapten. Het betreft een jong gebouw met een landelijke uitstraling en traditionele architectuur. De samenstelling bestaat uit 3 aan elkaar geschakelde bouwdelen met een zadeldak of schilddak, waarvan 1 in lengterichting en 2 in dwarsrichting. De schakeling tussen de samenstelling is middels een plat dak gerealiseerd Samenvattend bestaat de huidige bebouwingssituatie dus uit een grote klassieke stolp, een kleiner en veel recenter stolpvorming gebouw dat via een tussenbouw met de klassieke stolp is verbonden en een samengesteld gebouw bedoeld als groepsaccommodatie. Alle drie deze gebouwen mogen voor bewoning worden gebruikt. Daarnaast bevindt zich op het perceel een royale schuur

.

g

.

8

3.

Planbeschrijvin

Het voorgenomen plan aan de Heereweg 128 is middels een zogenaamde concept aanvraag als vooroverleg bij de gemeente Bergen (NH.) ingebracht. In overleg met de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van Stichting Mooi-Holland (CRK) is een integraal ontwerp voor het plangebied tot stand gekomen welke voorziet in een ruimtelijke kwaliteitswinst als gevolg van het creëren van een woonerf (boerenerf) waarbij de identiteit van van de plek behouden blijft en versterkt wordt. Door de beoogde ontwikkeling aan te laten sluiten bij de kernkwaliteiten van het landschap wordt nieuwe ruimtelijke kwaliteit bewerkstelligt. Vanuit de visie om meer woningen te creëren, de beoogde doelgroep en hergebruik van bestaande opstallen staat de gemeente positief tegenover dit initiatief Op grond van het aangehaalde beleid zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd De inrit is de belangrijkste zichtlijn Een erf bestaat niet alleen uit bestrating De stolp blijft behouden en krijgt een prominente plek aan een nieuw erf Alle bebouwing staat op, aan of nabij het erf Bebouwing dient vergezeld te gaan van groene elemente De inrit kan visueel worden versterkt door er incidenteel bomen langs aan te planten Op die manier ontstaat een samenhangend ensemble Het plan gaat enerzijds uit van het opsplitsen van de voormalige groepsaccommodatie, 128C, in vijf wooneenheden.

Deze worden ingericht als nul-treden woningen en zijn bedoeld voor senioren. De voormalige groepsaccommodatie, straks appartementengebouw, moet ruimtelijk een geheel gaan vormen met de bestaande bebouwing en twee nieuw toe te voegen bouwvlakken voor vrijstaande woningen. Het geheel moet leiden tot een goede landschappelijke en ruimtelijke inrichting van het perceel Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is het verder verdichten van het lint langs de weg niet toegestaan. De bestaande doorzichten naar achteren moeten behouden blijven Het gaat qua volume om een bestaande situatie : een stolpboerderij met daarachter een samengesteld gebouw. In een landelijke omgeving als deze moet voorkomen worden dat er onsamenhangende ‘plukjes’ woningen ontstaan. Een logisch ruimtelijk ordeningsprincipe is in dit geval de (boeren)erfvorm: een relatief compacte con guratie van gebouwen met een agrarische uitstraling om een gezamenlijke buitenruimte. Een echt erf is de totaalsituatie op dit moment niet : de beide stolpen vormen een eenheid en het samengestelde gebouw daarachter een andere. De opsplitsing van de groepsaccomodatie in 5 appartementen betekent voor dit gebouw een vermeerdering van één naar vijf woningen, dus een toevoeging van vier woningen. Samen met de nieuw toe te voegen 2 vrijstaande woningen ontstaan er ten opzichte van de huidige situatie op het perceel dus 6 extra woningen.

.

.

n

.

.

.

fi

.

g

g

.

.

.

:

9

1

7

6

5

4

3

2

1

3

Planbeschrijvin

Ervenhandboek Berge In de nieuwe erfopzet wordt gebruik gemaakt van het ervenhandboek, opgesteld door Landschap Noord-Holland in samenwerking met Mooi NoordHolland. De gemeente Bergen (NH.) vindt dat voor eigen grondgebied een dergelijk ervenhandboek van waarde is. De gemeente Bergen (NH.) wil niet alleen dat erven centraal stonden, maar ook dat aan de agrarische gebouwen op de erven aandacht werd besteed In het landschap van de gemeente Bergen zijn (voormalige) boerenerven markante elementen. Dit landschap met zijn strandwallen en strandvlakten heeft een grote invloed gehad op de opbouw en vormgeving van de erven. Erven kennen een traditionele indeling. Bebouwing en beplanting van het erf hadden vanouds een praktische functie. Daarbij hield men vast aan de gewoonten van de streek. Zo kregen de erven het streekeigen karakter dat we nu zo mooi vinden. De landelijke bebouwing in de gemeente Bergen kenmerkt zich door haar ligging. Erven liggen als eilandjes in een open landschap aan de polderwegen en landerijen. Ze staan meestal op enige afstand van de weg. De meest kenmerkende landelijke bebouwing is de stolpboerderij. De beplanting rondom he erf draagt bij aan samenhang, waardoor het boerenerf ook als eenheid herkenbaar is in het landscha Een kenmerk van het boerenerf in de gemeente Bergen is de onregelmatige blokvorm of rechthoekige vorm.

De erven liggen willekeurig in de verkaveling en zijn geori nteerd op de weg. Van oudsher bestaat er op het boerenerf een traditionele er ndeling in het voor- en achtererf. Het voorerf en de voorkant van de stolp, met woongedeelte, vormen het representatieve deel van het erf. Het voorerf is het visitekaartje, netjes en gecultiveerd. Vaak was er alleen maar een eenvoudig graslandje, waarop men grazend jongvee of zieke dieren in de gaten hield. Wie het zich kon permitteren had een siertuin, soms weelderig ingericht met fraaie sierperken en enkele exotische planten. Ook hagen, moestuin, bleekveld en boomgaard horen thuis op het voorerf. Op de erven in de binnenduinrand staan de hagen langs de voorzijde van het voorerf en scheiden het voorerf van de weg; dat komt in de strandvlakte minder vaak voor Het achtererf wordt veel minder intensief onderhouden en is vooral praktisch en naar eigen behoefte ingericht. Hier staan de bedrijfsgebouwen, dit is meer de werk- of priv omgeving. De beplanting is functioneel en inheems. Bomen en struiken dienen als windsingels, leveren hout, houden de oevers vast en dragen bessen en andere vruchten. Houtstapeltjes en andere groene ruimten op het achtererf bieden veel schuilplekken en voedsel aan insecten, vogels en andere dieren De stappen in het handboek in overleg met Stedenbouw zorgvuldig doorlopen.

Daarbij is geconstateerd dat het initiatief in lijn is met het handboek waarin het boerenerf staat benoemd Planopze Op het voorerf staat de hoofdbebouwing van het geheel, de stolpen met daar aan toegevoegd een bouwvlak in het zijerf. De nieuwe bebouwing in het voorerf heeft een duidelijke terugligging ten opzichte van het naastgelegen woonhuis zodat er een associatie met een doorgezette lintbebouwing niet aanwezig is. De ontsluiting van deze woning is mogelijk aan de noordkant van de woning, wat een riante tuin overlaat aan de zuidkant. Dit is weliswaar de straatkant, maar een beschut terras tussen de woning en de kopkant van de schuur is goed mogelijk

.

.

p

.

.

n

é

.

fi

ë

t

t

10

Parkeren wordt voor het voorerf in een enkele rij op een mandelig (eigen terrein) stuk grond opgelost. Voor het toekomstige appartementengebouw en het extra bouwvlak voor wonen is parkeerruimte gecreëerd in een dubbelzijdige parkeerkoffer welke wordt voorzien van erfbeplanting middels haagjes De woonkwaliteit voor zowel de beide stolpen als voor het toekomstige appartementengebouw daarachter en de twee nieuw te bouwen woningen worden in stand gehouden. In de nieuwe erfopzet is sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het totaal vormt een geheel met een goede landschappelijke inpassing en inrichting. Dit in samenhang met begroeiing. In de ruimtelijke kwaliteit blijven eigendomsgrenzen duidelijk zichtbaar en krijgt iedere wooneenheid voldoende buitenruimte, parkeergelegenheid en een toegangsweg Het plan is hiërarchisch van opzet, een boerenerf aan de Heereweg met enkele nieuwe woningen die qua goot- en nokhoogte vergelijkbaar zijn met de andere woningen aan de Heereweg. De locatie is uniek en levert daarom geen precedent voor extra woningen op andere percelen in de omgeving. Omdat er een duidelijk gemeenschappelijk erf wordt gecreëerd en de nieuwe woningen zich ook richten naar gezamenlijke erf, is er geen sprake van wonen achter wonen. 3.

Beoordelingskade

Het plangebied heeft momenteel een Horeca bestemming. Het vigerend bestemmingsplan kent geen wijzigingsregeling die de beoogde bestemming voor nieuwe woningen mogelijk maakt. Een wijziging naar een woonbestemming en aanverwante groen, tuin en verkeersbestemming kan enkel via een bestemmingsplanprocedure plaats vinden 3.

Beeldkwaliteitsplan (BKP

Voorliggend planvoornemen kan mogelijk gemaakt worden middels een bestemmingsplanprocedure. In de uitwerking van het planvoornemen wordt er een aantoonbare en duurzame verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijke gebied behaald. Door de locatie her in te richten valt ruimtelijke winst te behalen. Het Bijzonder Provinciaal Landschap, een beschermingsregime binnen de Omgevingsverordening NH2020 van de Provincie Noord-Holland, omschrijft ruimtelijke kwaliteit aan de hand van zogenaamde ‘kernkwaliteiten van het landschap’. Deze kernkwaliteiten zijn ingedeeld in drie lagen Aardkundige waarden, archeologische waarden en tijdsdiepte (tezamen ‘Ondergrond’ Historische structuurlijnen, cultuurhistorische objecten, openheid en stilte en donkerte (tezamen ‘Landschaps-DNA’ De occupatie ofwel het ‘Dorps-DNA

.

:

.

)

’

)

r

)

.

3

11

2

3

2

1

Op het achtererf, achter de stolpen en de bestaande schuur, staan de overige gebouwen waaraan nieuwe bebouwing wordt toegevoegd. In de nieuwe erfopzet worden twee nieuwe bouwvlakken voor een bijgebouw en schuurwoning in het achtererf toegevoegd. De bebouwing op het achtererf is met de voorgevel naar een gemeenschappelijke open ruimte gericht.

Met betrekking tot het planvoornemen is een beeldkwaliteitsplan (BKP) opgesteld. Het BKP is opgenomen in bijlage I van deze toelichting. De beeldkwaliteit is zorgvuldig opgesteld in samenwerking met de vakgroepen Stedenbouw en Erfgoed van de gemeente Bergen (NH.) en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van de Stichting Mooi-Holland (CRK) met als doel om de nieuwe woningen zorgvuldig in te passen in het plangebied waarbij rekening wordt gehouden met de kernkwaliteiten. Het planvoornemen geeft inzicht in de ruimtelijke kwaliteitswinst als gevolg van de herinrichting van het plangebied en de inpassing van de nieuwe woning(en). Door nieuwe ontwikkelingen goed aan te laten sluiten bij de kernkwaliteiten van het landschap wordt nieuwe kwaliteit bereikt en wordt de identiteit van de plek behouden en versterkt In de beeldkwaliteit is aan de hand van de ontwikkelingsgeschiedenis, de huidige situatie en de kwaliteiten van het landschap een aantal uitgangspunten voor de herontwikkeling geformuleerd.

Hieronder wordt aan de hand van de nieuwe hoofdindeling, bebouwing op de kavel, bebouwing in relatie tot het landschap, ontsluiting en erfbeplanting de beoogde beeldkwaliteit besproken Hoofdindelin Het plan voorziet in het behouden de stolpboerderij, het verbouwen van de voormalige groepsaccommodatie naar appartementen en het verbeteren van de erfstructuur door het zorgvuldig inpassen van nieuwbouw. Door de zorgvuldige inpassing van nieuwe bebouwing ontstaat er een ruimtelijke en landschappelijke kwaliteitsverbetering. Deze kwaliteitsverbetering wordt versterkt door het verfraaien van de bestaande bebouwing en het toevoegen van twee woningen en een berging ten behoeve van het wonen. De samenstelling van oude en nieuwe bebouwing vormen een harmonieus geheel op het erf. Een groot deel van de grond blijft onbebouwd (zie afbeelding III voor de verbeterde erfstructuur). Als gevolg van de herstructurering ontstaat een nieuwe er nrichting waarbij enkele nieuwe woningen in het bestaande dorpslint worden gesitueerd en de horeca bestemming compleet verdwijnt. Het aanwezige cultureel erfgoed in de vorm van de karakteristieke stolp blijft in zijn geheel behouden Bebouwing op de kavel en in relatie tot het landscha Bij de herinrichting van het plangebied is sprake van een verwijzing naar de traditionele opbouw van een boerenerf.

De stolpboerderij staat tezamen met de daaraan gekoppelde bestaande woning in het voorerf van het plangebied gepositioneerd. In het zijerf, terug gelegen van de hoofdbebouwing, wordt een bouwvlak voor een kapbergwoning toegevoegd. Deze nieuwe bebouwing in het voorerf heeft een duidelijke terugligging ten opzichte van het naastgelegen woonhuis zodat er een associatie met een doorgezette lintbebouwing niet aanwezig is. De ontsluiting van deze woning komt aan de noordkant van de woning, wat een riante tuin overlaat aan de zuidkant Op het achtererf, achter de stolpen en de bestaande schuur, staan de overige gebouwen waaraan nieuwe bebouwing wordt toegevoegd. In nieuwe erfopzet worden in het achtererf twee nieuwe bouwvlakken voor een bijgebouw en schuurwoning toegevoegd. De bebouwing op het achtererf is met de voorgevel naar een gemeenschappelijke open ruimte gericht. Met de nieuw te bouwen woningen wordt in het erf ensemble verwezen naar agrarische bijgebouwen. De nieuwe bebouwing wordt uitgevoerd in moderne architectuur welke verwijst naar de karakteristieke vormgeving en materialen behorend bij het boerenerf

.

p

.

.

.

.

g

fi

12

Uitgangspunten van het ensembl Nieuwe ontwikkelingen in het boeren-erf kenmerken zich tot een samenhangend ensemble in massavorming, uitstraling, materialisering, kleur en materiaalgebruik. Waarbij de bestaande bebouwing een variatie aan massa, detaillering en kleur- en materiaal gebruik kent, dienen nieuwe ontwikkelingen juist in rust en harmonie voor een logische invulling te zorgen. De bestaande stolpboerderij is de referentie en cultuurhistorische drager. Nieuwe toevoegingen streven in het ensemble een zekere rust na. De afwerking van de nieuwe toevoegingen is niet dwingend, maar moet wel op elkaar zijn afgestemd en zorgen voor rust en eenheid in een boerenerf-achtige opzet. Het ensemble van de verschillende gebouwen is op een vanzelfsprekende wijze in het landschap ingebed Ontsluiting en erfbeplantin Het toekomstige plangebied wordt aan de Heereweg ontsloten via een gezamenlijke oprit welke wordt gedeeld met de bestaande stolpboerderij en groepsaccommodatie. Het idee is om de ontsluiting aan te laten sluiten op het landelijke karakter door straatstenen of elementverharding toe te passen. Parkeren wordt op eigen terrein, maar goed en deugdelijk landschappelijk ingepast. Het plangebied wordt omzoomd door een bestaande bomenrij en wordt versterkt als eigenschap van het boerenerf.

Het voorerf, met stolpboerderij, krijgt een eenvoudig, onbebouwd maar groen en representatief graslandje en/of siertuin als blikvanger van het erf. Via een rechte lijn vanaf de weg loopt over de inrit een zichtlijn over het erfpad, met aan één zijde (laan)beplanting. Deze zichtlijn verwijst naar het weiland achter het erf. Het achtererf is meer de werk- en priv -omgeving met kenmerkende beplanting. De beplanting is functioneel en inheems.

é

e

g

.

13

Huisvuil Gezien vanaf de Heereweg en rechts van de inrit wordt een opstelplaats voor 11 rolcontainers gesitueerd. Daarbij is uitgegaan van zijbelading. Om de doorgang van het voetpad niet te blokkeren staan de bakken in een rij met de achterkant naar de erfgrens (door de bakken achter tegen de erfgrens te plaatsen ontstaat er uitzicht) en wordt het voetpad met twee tegels verbreed. Met deze verbreding wordt een vrije ruimte van 0,3m gecreëerd tussen de fysieke erfgrens en de achterkant van de bakken. Hier wordt een deel tuin voor opgeofferd. Omdat het zicht vanuit de inrit belangrijk is wordt aangegeven dat de haag ter plaatse van de inrit laag wordt gehouden (max 0.80 m). Om de oplossing duurzaam voor de toekomst te laten blijven, wordt de benodigde grond overgedragen aan de gemeente.

Afbeelding III : plan met nieuwe (boeren)erfopzet

14

4.

Inleidin

In het beleidskader wordt getoetst of de plannen passend zijn binnen het vigerend planologisch kader, en binnen het ruimtelijke beleid van de verschillende overheidslagen. Hieronder volgt een overzicht van het van toepassing zijnde beleid. De beleidsinkadering dient een compleet beeld te geven van de ruimtelijke overwegingen en het relevante planologisch beleid. De belangrijkste kaders van het Rijk, de provincie Noord-Holland, de regio en de gemeente Bergen (NH.), en de relatie met de beoogde bestemming, worden in dit hoofdstuk kort weergegeven 4.

Rijksbelei

4.2.

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordenin

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), vastgesteld op 13 maart 2012, heeft het rijk de lijnen uitgezet voor haar beleid op het gebied van ruimtelijke ordening en infrastructuur. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke- en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR drie Rijksdoelen geformuleerd: Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Voor alle nationale opgaven worden rijksinstrumenten ingezet, waarbij nanciering slechts n van de instrumenten is.

Ook decentrale overheden en marktpartijen dragen bij aan de realisatie van nationale opgaven Betekenis voor het planvoorneme De provincies en gemeenten krijgen in het nieuwe ruimtelijke- en mobiliteitsbeleid meer bevoegdheden. Bijvoorbeeld op het gebied van landschappen, verstedelijking en het behoud van groene ruimte. Provincies en gemeenten zijn volgens het kabinet beter op de hoogte van de situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Daardoor kunnen zij beter afwegen wat er in een gebied moet gebeuren. Daarmee vormt het rijksbeleid geen belemmering voor dit bestemmingsplan en kan worden geconcludeerd dat een wijziging van de bestemming naar een woon- en verblijfsfunctie in het plangebied Heereweg 128 te Schoorl de nationale belangen niet zal schaden

.

é

.

é

n

fi

.

.

g

.

d

g

d

1

2

15

1

3

2

1

4

Belei

Besluit algemene regels ruimtelijke ordenin

De wetgever heeft in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), vastgesteld op 20 oktober 2006, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en in de periode tot en met 28 september 2020 op onderdelen aangevuld Betekenis voor het planvoornemen De voorgenomen ontwikkeling valt niet binnen één van de projecten aangewezen in het Barro. Daarnaast is de ontwikkeling dusdanig klein van schaal dat het niet direct van nationaal belang is. Vanuit het Barro zijn er dan ook geen speci eke randvoorwaarden voor dit plan. 4.2.

Ladder voor duurzame verstedelijkin

De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor ef ciënt ruimtegebruik. De ladder is opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het is een verplichte motivering die moet worden opgenomen bij ieder plan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Deze ontwikkeling telt de toevoeging van 4 nieuwe woningen door aanpassing van een bestaand (woon)gebouw en 2 bouwvlakken voor 2 nieuwe vrijstaande woningen binnen het plangebied. Een totaal van 6. Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Ten aanzien van woningbouw volgt echter uit jurisprudentie dat er sprake is van een stedelijke ontwikkeling vanaf twaalf woningen. Nu dit planvoornemen niet in zulks aantal voorziet, is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is Betekenis voor het planvoorneme Gelet op het aantal nieuw toe te voegen woningen dat het plan mogelijk maakt, voorziet het plan niet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, Bro is dan ook niet van toepassing.

Daarmee is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (NSO) en hoeft deze ontwikkeling niet te worden getoetst worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

fi

g

g

.

n

.

fi

3

16

2

 

4.2.

4.2.

Visie Erfgoed en Ruimt

De Visie erfgoed en Ruimte (VER) geeft aan hoe het rijk het onroerend cultureel erfgoed borgt in de ruimtelijke ordening, welke prioriteiten het kabinet daarbij stelt en hoe het wil samenwerken met publieke en private partijen. Vanuit een brede erfgoedvisie wordt ingezoomd op de meest actuele en urgente opgaven van nationaal belang. De visie is complementair aan de Structuurvisie infrastructuur en ruimte De verankering van cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening vraagt om twee zaken. In de eerste plaats dient het belang van het cultureel erfgoed volwaardig mee te worden genomen in de integrale afweging van belangen die plaatsvindt ten behoeve van het goed functioneren van de ruimte. De visie zet overheden, initiatiefnemers, eigenaren, ontwikkelaars en ruimtelijk ontwerpers er toe aan om de waarde van het cultureel erfgoed in te zetten bij de ontwikkeling van gebieden. In de tweede plaats dient cultureel erfgoed dat van bijzondere betekenis is, te worden benoemd.

Zo kan er op voorhand rekening mee worden gehouden in ruimtelijke plannen en ontwikkelingsprocessen Daarnaast is in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangegeven dat in het bestemmingsplan een beschrijving moet worden opgenomen van de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden Betekenis voor het planvoorneme In hoofdstuk 2 is een beschrijving gegeven van de cultuurhistorische waarde van het plangebied en in hoofdstuk 3 en 4 is beschreven op welke wijze hier bij de ontwikkeling van de locatie rekening mee wordt gehouden.

.

.

.

n

e

4

17

Provinciaal en regionaal belei

4.3.

Omgevingsvisie Noord-Holland 2050

Op 19 november 2018 is door Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Provincie Noord-Holland wil dat iedereen die hier woont, werkt en op bezoek komt een prettige leefomgeving aantreft. Nu, maar ook in de toekomst. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. De hoofdambitie binnen de Omgevingsvisie is om de leefomgeving af te stemmen op de economische groei. Er wordt uitgegaan van de sturings loso e ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’. Belangrijk hierbij zijn de ambities voor: Een gezonde- en veilige basiskwaliteit van de leefomgeving Het faciliteren van ruimtelijke ontwikkelingen onder voorwaarde van behoud en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit. Volledig klimaatneutraal in 2050, gebaseerd op een maximale inzet of opwekking van hernieuwbare energie. Het noordelijk deel van Noord-Holland beschikt daarnaast over bijzondere eigen kenmerken en kwaliteiten. Zoals (meer) rust, ruimte, groen, natuur en (gezonde) lucht.

Die kwaliteiten zijn het waard om te koesteren. Niet alleen voor de inwoners van die gebieden zelf, voor toeristen, maar ook voor de inwoners in het drukke zuidelijke deel van de provincie Noord-Holland die op zijn tijd een meer landelijke omgeving willen bezoeken. Om daar rust en ruimte te kunnen ervaren of een ander type woonmilieu te zoeken. Om deze kwaliteiten te waarborgen is dynamiek en ontwikkeling in Noord-Holland Noord nodig. Verstedelijking nabij knooppunten van openbaar vervoer en in de omgeving van historische binnensteden en de nodige voorzieningen komt daarvoor het meest in aanmerking Betekenis voor het planvoorneme Het voorgenomen plan betreft het herbestemmen van een horecabestemming naar een woonbestemming. Hiermee wordt een nieuwe functie gegeven aan het plangebied en wordt de uitstraling verbeterd ten opzicht van de huidige situatie. Dit wordt bereikt door het aanwezige cultureel erfgoed in de vorm van de karakteristieke stolp te behouden, bestaande opstallen te verfraaien en hergebruiken en het geheel op te laten gaan in een logisch ruimtelijke ordeningsprincipe. In dit geval een erfvorm : een boerenerf in een relatief compacte con guratie van gebouwen met een agrarische uitstraling om een gezamenlijke buitenruimte.

De nieuwe ruimtelijke kwaliteitswinst die wordt behaalt door beoogde ontwikkeling ontstaat door het geheel aan te laten sluiten bij de kernkwaliteiten van het landschap De beoogde ontwikkeling heeft geen negatief effect op de hoofdpunten voor het landelijk gebied van Schoorl, namelijk het behoud en de ontwikkeling van cultuurlandschappen, natuurgebieden en groen, de bescherming van cultuurhistorische waarden en de bescherming van aardkundige waarden en monumenten

.

.

fi

fi

d

n

.

fi

.

1

18

3

3

2

1

4.

4.3.

Omgevingsverordening NH202

Provinciale Staten van Noord-Holland hebben op 22 oktober 2020 de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn de eerste stappen gezet om de ambities, ontwikkelprincipes en sturings loso e uit de Omgevingsvisie vorm te geven en wordt er een start gemaakt met werken in de geest van de Omgevingswet. Echter valt de Omgevingsverordening NH2020 nog onder de huidige wet- en regelgeving In de Omgevingsverordening NH2020 zijn alle regels van de provincie die gaan over de fysieke leefomgeving samengevoegd. Het merendeel van de regels in deze verordening zijn vrijwel ongewijzigd gebleven ten opzichte van de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2010. Echter zijn een aantal onderdelen wel gewijzigd of nieuw. Belangrijke gewijzigde en nieuwe onderdelen zijn het Landelijk gebied, Bijzonder provinciaal landschap, de mogelijkheden voor kleinschalige woningbouw in landelijk gebied en de ruimte voor windenergie in de MRA regio. De omgevingsverordening heeft de volgende doelstellingen Het bereiken van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit te bereiken Het behoud en herstel van de biologische diversiteit Het in standhouden en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.

Daarnaast is het doel om de provinciale regels in meer samenhang en op een meer overzichtelijke manier kenbaar te maken Artikel 6.10 Noord-Holland Noord landelijk gebied In artikel 6.10 onder lid 1 is aangegeven dat een ruimtelijk plan kan ter plaatse van het werkingsgebied Noord-Holland Noord landelijk gebied uitsluitend voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling in of aan de kern als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Betekenis voor het planvoorneme De ontwikkeling voorziet in een kleinschalige ontwikkeling die in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken

.

:

.

.

.

.

0

n

 

fi

fi

19

2

3

2

1

 

Door de toevoeging van 4 nieuwe woningen door aanpassing van een bestaand (woon)gebouw en 2 bouwvlakken voor 2 nieuwe vrijstaande woningen in het plangebied vindt een toekomstgerichte ontwikkeling plaats en geeft daarmee invulling aan de provinciale woonvisie 2010-2020. De provinciale woonvisie is conform het coalitieakkoord opgegaan in de Omgevingsvisie NH2050. De nieuw te bouwen woningen zijn dichtbij voorzieningen gelegen en wordt stedenbouwkundig- en landschappelijk ingepast in het bebouwingslint langs de Heereweg. Geconcludeerd kan worden dat het planvoornemen in overeenstemming is met de Omgevingsvisie.

Artikel 6.46 Bijzonder provinciaal landscha Het perceel ligt in het recent aangewezen Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) Noord Kennemerland. Binnen de grenzen van het Bijzonder Provinciaal Landschap is kleinschalige woningbouw tot 11 woningen toegestaan aan de dorpsrand en binnen het lint. Het plan is dus niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling en tast de voorkomende kernkwaliteiten van het BPL niet aan. Hieronder wordt beschreven hoe het plan zich tot de kernkwaliteiten van Noord Kennemerland verhoud De kernkwaliteiten van het Bijzonder provinciaal landschap zijn 1

Aardkundige en landschappelijke karakteristiek - Geometrische opzet en verkavelingspatroo

1

Verdichte kleinschalige strandwalle

Het karakteristieke landschap van Noord-Kennemerland met afwisseling van strandvlakten en strandwallen, is onder invloed van de zee en het Oer-IJ in duizenden jaren is ontstaan. De strandwallen en de strandvlakten zijn van hoge tot zeer hoge cultuurhistorische en landschappelijke waarde. Ruimtelijke ontwikkelingen die een inbreuk zijn op het kleinschalige of bosrijke karakter van de strandwal en duinzoom, zijn een aantasting van deze kernkwaliteit. Ruimtelijke ontwikkelingen die doorzichten verkleinen of blokkeren zijn ook een aantasting van de kernkwaliteit. Daarnaast moet de karakteristieke overgang van duinzoom/strandwal naar de lager gelegen strandvlakten in stand worden gehouden en herkenbaar blijven. Met name oude landgoederen en bosgroeiplaatsen zijn onvervangbaar Onderbouwin De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling heeft als uitgangspunt: behoud van zoveel mogelijk groen en bomen. Door een Groen bestemming te combineren met een functieaanduiding voor een groensingel aan de randen van het plangebied wordt het bosrijke karakter gewaarborgd en zal daardoor geen inbreuk zijn op het kleinschalige of bosrijke karakter. In het beeldkwaliteitsplan zijn alle bestaande bomen zorgvuldig in kaart gebracht zodat nieuwe bebouwing ten opzichte van het groen gunstig kunnen worden gepositioneerd zonder dat er kap van bomen plaats vindt.

De nieuwe bebouwing wordt dusdanig gunstig in het plangebied gepositioneerd dat de overgang van duinen naar de strandvlakte blijven gewaarborgd. Ook worden bestaande doorzichten van de strandwal en duinzoom niet verkleind of geblokkeerd door geen nieuwe bebouwing in bestaande zichtlijnen te plaatsen 1

Grillige verkaveling strandvlakten, duinrellen, kreken en dijke

Het karakteristieke landschap van Noord-Kennemerland met afwisseling van strandvlakten en strandwallen is onder invloed van de zee en het Oer-IJ in duizenden jaren ontstaan. In de strandvlakten is sinds de late middeleeuwen de aanwezigheid van duinrellen, kreken (of dieën), dijken en het verkavelingspatroon veelal onveranderd gebleven. Dat maakt deze polders van hoge tot zeer hoge cultuurhistorische en landschappelijke waarde. Ruimtelijke ontwikkelingen die de waterlopen, dijken of het kavelpatroon signi cant wijzigen, zijn in ieder geval een aantasting van de kernkwaliteit.

n

fi

:

.

p

n

.

n

.

g

b

a

20

In voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling blijft het bestaande verkavelingspatroon in stand doordat het plan uitgaat van de bestaande hiërarchie. De kavel past in het patroon van haaks op de Heereweg staande percelen. Door bestemmingen zonder bebouwingsmogelijkheden op te nemen, wordt op bepaalde delen in het plangebied bebouwing uitgesloten en daarmee blijft het verkavelingspatroon intact. Er zijn geen waterlopen en/of dijken aanwezig. Er is met voorgenomen plan dan ook geen sprake van signi cante wijzigingen daarvan. 1

Aardkundige waarde; duinzoom Egmond-Binne

De aardkundige kernkwaliteit in de zone ten westen van Egmond-Binnen is van zeer hoge waarde en onvervangbaar. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk indien de leesbaarheid van de aardkundige kernkwaliteit in stand blijft. Dit betekent dat het bodempro el en reliëf (bijv. door activiteiten als heien, graven en egaliseren) niet signi cant mogen worden aangetast. Bij ruimtelijke ontwikkelingen die beroering tot niet meer dan een diepte van 1 m onder maaiveld vergen is in beginsel geen sprake van aantasting van de aardkundige kernkwaliteit Onderbouwin In voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling blijven de werkzaamheden buiten de invloedsfeer van voornoemde kernkwaliteit waardoor er geen negatief effect is op deze kernkwaliteit. In voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling wordt bij het bouwen voor een funderingsmethodiek gekozen die beroering dieper dan 1 m uitsluit en daarmee is er geen sprake van aantasting van de aardkundige kwaliteit. Openheid en ruimtebelevin 2

Open strandvlakten en contrast met meer besloten strandwalle

Het contrast tussen open strandvlakten en meer besloten strandwallen en duinzoom is een bijzondere waarde in Noord-Kennemerland. De beslotenheid in met name de duinzoom en de bospercelen op de strandwallen, evenals doorzichten en zichtlijnen naar de open strandvlakten, moeten intact blijven. De openheid en vergezichten in de strandvlakten en de vergezichten vanaf de strandwallen, A9, N9 en langs het Noordhollandsch Kanaal zijn onvervangbaar. Ruimtelijke ontwikkelingen in de strandvlakten of (verdere) verdichting door nieuwe bebouwing in de strandvlakten of langs de N9 of ten westen van het Noordhollandsch Kanaal zijn een aantasting van deze kernkwaliteit. Een uitzondering hierop zijn bijv. etspaden, omdat deze niet van invloed zijn op de openheid. Onderbouwin Het plan komt de openheid en vergezichten van Noord Kennemerland ten goede doordat de zichtlijn langs de stolpboerderij naar het land achter het perceel behouden blijft en de oppervlakte van de bestrating vermindert. Bebouwing op de openheid, vergezichten en/of zichtlijn(en) worden uitgesloten door de zorgvuldige inpassing van de nieuwe bouwvlakken. Het erf met bebouwing en beplanting ligt als losse groene eenheid langs het lint. Hierdoor is de openheid vrijwel overal goed zichtbaar en is de bestaand aanwezige ruimte goed te beleven.

n

fi

n

g

fi

fi

fi

g

g

g

.

a

21

c

2

Onderbouwin

Habitat voor weidevogel

Het ideale habitat voor weidevogels heeft een combinatie van de volgende ruimtelijke sleutelfactoren: omvangrijke aaneengesloten gebieden gekenmerkt door openheid, het ontbreken van verstoring (door opgaande elementen, zoals bebouwing, beplanting en masten en door infrastructuur en activiteiten die geluid en onrust veroorzaken), de aanwezigheid van micro-reliëf, graslandareaal en een relatief hoog waterpeil. De aanwezigheid van deze combinatie van factoren in dit BPL is onvervangbaar. Kwetsbare weidevogelsoorten keren bij verstoring doorgaans niet terug. Ruimtelijke ontwikkelingen die het habitat voor de weidevogels verkleinen zijn in beginsel een aantasting. Verstoring of het toevoegen van opgaande elementen die leiden tot een verkleining van het habitat, of ruimtelijke ontwikkelingen die een verlaging van het waterpeil tot gevolg hebben zijn eveneens een aantasting van deze kernkwaliteit. Ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot verstoring, maar waarbij de verstoring valt binnen de verstoringszone van bestaande elementen zoals bijvoorbeeld gebouwen en wegen, verkleinen het habitat niet. Ze worden daarom niet als aantasting van de kernkwaliteit beschouwd. Onderbouwin Het voorliggende plan kent een zeer beperkte mate van verstoring. Het toevoegen van 2 nieuwe bouwvlakken voor het wonen heeft nauwelijks impact op de omgeving.

De ruimtelijke ontwikkeling valt binnen de verstoringszone van bestaande elementen en verkleint daarmee het habitat van de weidevogels niet. Ook is er bij voorliggende ruimtelijke ontwikkeling geen sprake van een verlaging van het waterpeil. Aantasting van voornoemde kernkwaliteiten zijn dan ook uit te sluiten Ruimtelijke drager 3

Doorgaande noord-zuid georiënteerde wegen op strandwallen en oost-west georiënteerde wegen in strandvlakten

De historische wegen met bebouwing op de strandwallen zijn belangrijke structurerende elementen. Met name het doorgaande karakter van de wegen en de afwisselende beleving van en uitzichten over het landschap zijn van waarde. De wegen in de strandvlakten zijn veelal van hoge cultuurhistorische en, in combinatie met de openheid eromheen, landschappelijke waarde. Ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen bij het (historische) karakter van de weg of de beleving van de openheid of beslotenheid vanaf de weg verminderen zijn een aantasting van de kernkwaliteit. Onderbouwin Het historische karakter van de Heereweg wordt niet aangetast. Er vindt juist een versterking plaats doordat het plangebied, gelegen langs de Heereweg, zijn oorspronkelijke en hiërarchische opzet van het boerenerf, die behoort bij de aanwezige stolpboerderij, weer terugkrijgt. Door de zorgvuldige inpassing van nieuwe bebouwing en verfraaiing van bestaande bebouwing ontstaat er een ruimtelijke en landschappelijke kwaliteitsverbetering. De samenstelling van oude en nieuwe bebouwing vormen een harmonieus geheel op het erf. Een groot deel van de grond blijft onbebouwd.

Als gevolg van de herstructurering ontstaat weliswaar een nieuwe er nrichting waarbij enkele nieuwe woningen in het bestaande dorpslint worden gesitueerd, maar dit gebeurt zonder dat er een wijziging plaatsvindt van het historische karakter van de weg of de beleving van de openheid of beslotenheid van de weg. Het doorgaande karakter van de Heereweg en de afwisselende beleving van de uitzichten over het landschap worden niet aangetast. Het aanwezige cultureel erfgoed in de vorm van de karakteristieke stolp blijft in zijn geheel behouden. Een aantasting van voornoemde kernkwaliteit is dan ook niet aan de orde

.

fi

s

s

.

g

g

a

22

b

3

2

3

Stelsel Hondsbossche Zeewering - Oude Hargervaart - Slaperdijk Nieuwe Hargervaar

3

Oude dijken en kades langs ringsloten, tochten en vaarte

3

Noordhollandsch Kanaa

Betekenis voor het planvoorneme De onderdelen 3b, 3c en 3d zijn niet van toepassing op het planvoornemen. In voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling blijven werkzaamheden buiten de invloedsfeer van deze kernkwaliteiten waardoor aantasting van deze kernkwaliteiten direct valt uit te sluiten 3

Stolpenstructure

Stolpenstructuren zijn kenmerkend en uniek voor Noord-Holland. Verstoringen van de onderlinge visuele samenhang binnen de stolpenstructuur en de relatie met het erf en het landschap zijn een aantasting van de kernkwaliteit Betekenis voor het planvoorneme Voorliggende ruimtelijke ontwikkeling is voorgekomen uit de bestaand aanwezige stolpenstructuur. De aanwezige stolp is de cultuurhistorische drager waar het gehele plan op is gebaseerd. In de nieuwe erfopzet wordt gebruik gemaakt van het ervenhandboek, opgesteld door Landschap Noord-Holland in samenwerking met Mooi Noord-Holland Een kenmerk van het boerenerf in de gemeente Bergen is de onregelmatige blokvorm of rechthoekige vorm. De erven liggen willekeurig in de verkaveling en zijn geori nteerd op de weg. Van oudsher bestaat er op het boerenerf een traditionele er ndeling in het voor- en achtererf. Het voorerf en de voorkant van de stolp, met woongedeelte, vormen het representatieve deel van het erf. Het voorerf is het visitekaartje, netjes en gecultiveerd. Vaak was er alleen maar een eenvoudig graslandje, waarop men grazend jongvee of zieke dieren in de gaten hield. Wie het zich kon permitteren had een siertuin, soms weelderig ingericht met fraaie sierperken en enkele exotische planten. Ook hagen, moestuin, bleekveld en boomgaard horen thuis op het voorerf.

Op de erven in de binnenduinrand staan de hagen langs de voorzijde van het voorerf en scheiden het voorerf van de weg; dat komt in de strandvlakte minder vaak voor Het achtererf wordt veel minder intensief onderhouden en is vooral praktisch en naar eigen behoefte ingericht. Hier staan de bedrijfsgebouwen, dit is meer de werk- of priv omgeving. De beplanting is functioneel en inheems. Bomen en struiken dienen als windsingels, leveren hout, houden de oevers vast en dragen bessen en andere vruchten. Houtstapeltjes en andere groene ruimten op het achtererf bieden veel schuilplekken en voedsel aan insecten, vogels en andere dieren Bij de herinrichting van het plangebied is sprake van een verwijzing naar de traditionele opbouw van een boerenerf. De stolpboerderij staat tezamen met de daaraan gekoppelde bestaande woning in het voorerf van het plangebied gepositioneerd. In het zijerf, terug gelegen van de hoofdbebouwing, wordt een bouwvlak voor een kapbergwoning toegevoegd. Deze nieuwe bebouwing in het voorerf heeft een duidelijke terugligging ten opzichte van het naastgelegen woonhuis zodat er een associatie met een doorgezette lintbebouwing niet aanwezig is. De ontsluiting van deze woning komt aan de noordkant van de woning, wat een riante tuin overlaat aan de zuidkant

.

.

n

.

.

.

n

n

l

t

n

é

.

fi

ë

e

d

c

b

23

Op het achtererf, achter de stolpen en de bestaande schuur, staan de overige gebouwen waaraan nieuwe bebouwing wordt toegevoegd. In nieuwe erfopzet worden in het achtererf twee nieuwe bouwvlakken voor een bijgebouw en schuurwoning toegevoegd. De bebouwing op het achtererf is met de voorgevel naar een gemeenschappelijke open ruimte gericht. Met de nieuw te bouwen woningen wordt in het erf ensemble verwezen naar agrarische bijgebouwen. Het plan zorgt voor herstel van de stolp en een versterking van de visuele samenhang binnen de stolpenstructuur en de relatie met het erf en het landschap. Deze ruimtelijke kwaliteitsimpuls is een versterking van voornoemde kernkwaliteit en vormt daarmee geen aantasting maar juist een verbetering Artikel 6.59 Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied Dit artikel regelt de juridische doorwerking van de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. De Leidraad is een van de provinciale instrumenten om te kunnen sturen op Ruimtelijke kwaliteit, een provinciaal hoofdbelang zoals benoemd in de Omgevingsvisie 2050. In paragraaf 4.3.3 van deze toelichting is het plan getoetst aan de leidraad.

Betekenis voor het planvoorneme Het plan voldoet aan de leidraad Verder zijn er geen relevante aanvullende eisen ten aanzien van het voorgenomen plan vanuit de Omgevingsverordening NH2020 waarmee gesteld kan worden dat het plan in overeenstemming is met het provinciale ruimtelijke beleid 4.3.

Leidraad Landschap & Cultuurhistori

De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie, die voor het laatst is vastgesteld op 10 april 2018, is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap. De Leidraad geeft gebiedsgerichte én ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. De provincie beoogt met deze Leidraad om samen met bijvoorbeeld gemeenten, ontwikkelaars en initiatiefnemers te werken aan het behouden en versterken van de kwaliteit van het landschap en de cultuurhistorie. In de Leidraad zijn een aantal onderwerpen opgenomen die van belang zijn voor de ruimtelijke kwaliteit van Noord-Holland, te weten aardkundige waarden, openheid, stilte en donkerte en dorps-DNA De Provincie Noord-Holland omschrijft ruimtelijke kwaliteit aan de hand van kernkwaliteiten van het landschap. Natuurlijke omstandigheden en vooral ook menselijk handelen, hebben in ieder landschap hun eigen sporen nagelaten. Nieuwe ontwikkelingen moeten zich tot deze karakteristieken verhouden. Elk landschapstype heeft zijn eigen speci eke kernkwaliteiten die gebieden een eigen karakter en identiteit geven.

De voornaamste kernkwaliteiten zijn: archeologie en tijdsdiepte (tezamen 'ondergrond'), aardkundige waarden, historische structuurlijnen, cultuurhistorische objecten en openheid, duisternis en stilte (tezamen landschaps-DNA) en dorps-DNA. De Provincie beschermt ook de ondergrond van de bijzondere landschappen. Noord-Holland is onderverdeeld in 20 gebieden, de zogenaamde ensembles, en 10 provinciale structuren. Bij het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied moet rekening worden gehouden met de ambities en ontwikkelprincipes die staan beschreven bij de afzonderlijke ensembles en structuren

.

e

fi

n

.

.

.

.

3

24

Bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek Bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid Helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers Aantoonbare en duurzame verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijke gebied wordt bereikt door bij een bestemmingswijziging van het plangebied, de betrokken gronden te ontwikkelen naar een woonfunctie met hoge beeldkwaliteit, passend in zijn omgeving, en waarbij de bestaande uitstraling verbetert als gevolg van de nieuwe situatie. In het plan wordt dit bereikt door het aanwezige cultureel erfgoed in de vorm van de karakteristieke stolp te behouden, bestaande opstallen te verfraaien en hergebruiken en het geheel op te laten gaan in een logisch ruimtelijke ordeningsprincipe. In dit geval een erfvorm : een boerenerf in een relatief compacte con guratie van gebouwen met een agrarische uitstraling om een gezamenlijke buitenruimte. De ruimtelijke kwaliteitswinst die wordt behaalt door beoogde ontwikkeling ontstaat door het geheel aan te laten sluiten bij de kernkwaliteiten van het landschap Een beeldkwaliteitsplan is opgezet volgens de analysemethode die de provincie Noord-Holland voorstelt in hun Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Dit gaat uit van een analyse van de vier aspecten programma, grondvorm, ruimtevorm en beeldstructuur.

Hierin komen ook de criteria voor beeldkwaliteit uit de Omgevingsverordening terug. Dit zijn - de aandacht voor de ontwikkelingsgeschiedenis, - aansluiting bij de ordeningsprincipes, - aansluiting bij de bebouwingskarakteristiek, - inpassing van het plangebied in de wijdere omgeving en - aandacht voor de bestaande kwaliteiten van het gebied. Aan de hand van de analyse formuleert het beeldkwaliteitsplan een concept voor de inpassing dat vervolgens in het laatste hoofdstuk wordt uitgewerkt tot concrete regels Betekenis voor het planvoorneme De beeldkwaliteit is in overleg met de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van Mooi Noord-Holland (CRK) tot stand gekomen waarin alle criteria voor beeldkwaliteit uit de Omgevingsverordening samen zijn gekomen. Het planvoornemen voorziet in een initiatief waarbij de karakteristieke stolp blijft behouden, bestaande opstallen worden verfraaid en 2 nieuwe woningen worden toegevoegd waarbij het geheel op gaat in een logisch ruimtelijke ordeningsprincipe. In dit geval een erfvorm : een boerenerf in een relatief compacte con guratie van gebouwen met een agrarische uitstraling om een gezamenlijke buitenruimt Op perceel wordt met bebouwing aansluiting gezocht bij de bebouwingskarakteristiek en heringericht op basis van het de ordeningsprincipes van een oorspronkelijk erf.

Hierin krijgt de stolp een solitaire positie en het voorerf de aanblik van het erf bepaalt met een representatieve uitstraling. Het erf van het plangebied past in de wijdere omgeving waarbij rekening is gehouden met de bestaande kwaliteiten van het gebied Alle uitgangspunten komen samen in een planvoornemen aan de bestaande lintbebouwing waar zo een horecabestemming kan worden gewijzigd naar een woonfunctie. De functiewijziging is ruimtelijk gezien gunstig. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in lijn is met de Leidraad Landschap & Cultuurhistorie

.

.

.

.

fi

:

:

.

n

e

.

fi

25

.

3

2

1

De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen

Provinciale Woonagenda 2020-202

De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland voor de komende vijf jaar. De Woonagenda volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord ‘Duurzaam doorpakken’. Vanuit het provinciaal én regionaal belang dat de woningmarkt goed functioneert en het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van Noord-Holland, maakt deze agenda de inzet en bijdrage van de provincie daaraan concreet. De Woonagenda bestaat uit drie delen die samen, binnen de kaders van de Omgevingsvisie, de uitvoeringsagenda voor de komende vijf jaar bevat Actieagenda 2020 - 2025 De ambitie, doelstelling, rol en ruimtelijke uitgangspunte Speerpunten provincie en richtinggevende principes voor het woonbelei Hieronder staan de 8 concrete actiepunten en kaders voor de uitvoering van de Woonagenda. Dit deel van de Woonagenda wordt jaarlijks geactualiseerd, waarbij actiepunten kunnen worden toegevoegd of afgevoerd. Provinciale Staten worden jaarlijks schriftelijk geïnformeerd over de voortgang.

Het vastleggen van maatwerkafspraken in regionale woonakkoorden Het bieden van kennis, meedenkkracht en hulp Het versnellen van de woningbouwproductie Samenwerking stimuleren Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen Meer exibiliteit in de woningmarkt Stimuleren circulair bouwen Leveren van informatie en monitoring De provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Daarbij hanteert de provincie Noord-Holland de volgende ruimtelijke uitgangspunten Wonen is onderdeel van een integrale verstedelijkingsopgave. We geven ruimte voor woningbouw, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik. We versterken de rol van de kernen en steden in het regionale netwerk, leidend tot keuzes voor woningbouw- en economische ontwikkeling en het voorzieningenniveau in de regio. We geven invulling aan onze ambities door aan de hand van deze Woonagenda ruimte te bieden voor maatwerk en te sturen op regionale samenwerking.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/5108/documents/40954