CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij Bestemmingsplan Lijtweg 54 e.o. met bijlagen.pdf

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 6: Voorstel betreft het bestemmingsplan Lijtweg 54 Bergen vast te stellen25.538 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Als een van de eerste stappen is afgesproken dat de waterschappen in beeld brengen hoeveel waterberging er nodig is om aan de zogenaamde werknormen te kunnen voldoen. Voor stedelijk gebied houdt dit bijvoorbeeld in, de hoeveelheid wateroppervlak die nodig is om te zorgen dat bij neerslag het waterpeil maar eens in de 100 jaar tot aan het maaiveld kan stijgen. Nationaal Water Programma 2022–2027 Nederland heeft te maken met grote wateropgaven die bovendien in de toekomst steeds groter en complexer worden. Dit komt door een aantal samenhangende uitdagingen: klimaatverandering, bodemdaling, milieuverontreiniging, biodiversiteitsverlies en ruimtedruk. In de uitvoering ligt bovendien een grote opgave om verouderde infrastructuur zoals bruggen en sluizen in stand te houden en waar nodig te vervangen of te renoveren. De wateropgaven waar Nederland op dit moment voor staat, de uitdagingen richting de toekomst en de noodzaak van een integrale aanpak vormen de basis voor 3 hoofdambities van dit NWP: 1. Een veilige en klimaatbestendige delta. 2. Een concurrerende, duurzame en circulaire delta. 3. Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur

33

Voor een integrale aanpak is het belangrijk om bij alle afwegingen in de leefomgeving de waterdoelen uit dit NWP op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwatervoorziening, waterkwaliteit, ecologie, landschap, cultureel erfgoed en scheepvaart mee te wegen. In waterland Nederland moeten ‘aansluiten op de (historische) karakteristieken van het watersysteem’ en ‘meebewegen met water’ leidende principes voor de ontwikkeling van onze leefomgeving blijven.

Provinciaal beleid In het provinciaal Waterplan Noord-Holland is het Europese en nationale beleid vertaald naar wat er binnen de provincie moet gebeuren om het water zo goed mogelijk te blijven. Het Provinciaal Waterplan staat niet op zichzelf. Water heeft met heel veel zaken te maken, variërend van landbouw tot recreatie en van stadsuitbreidingen tot gezond drinkwater. Daarom is het Provinciaal Waterplan afgestemd met het beleid op het gebied van natuur, recreatie, landschap, cultuurhistorie, milieu, landbouw, ruimtelijke ordening en verkeer en vervoer. In het Provinciaal Waterplan is het waterbeleid beschreven aan de hand van de thema’s veiligheid, wateroverlast en watertekort, waterkwaliteit en grond- en drinkwater. Het Provinciaal Waterplan fungeert hierbij als het kader voor de uitvoering: het is de basis voor allerlei te nemen maatregelen door de Provincie, waterschappen en gemeenten gedurende de looptijd van het plan. Het is dus geen uitvoeringsprogramma. Er zal een apart uitvoeringsprogramma worden opgesteld dat jaarlijks wordt aangepast. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Waterplan 2022-2027 Dit Waterplan geeft de koers van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier op hoofdlijnen voor het waterbeheer in Hollands Noorderkwartier. Het maakt onderscheid in doelstellingen op het gebied van effecten, thema’s en gebieden.

34

De doelstellingen ten aanzien van de effecten zijn als volgt gevisualiseerd:

Ten aanzien van de thema’s zijn de volgende onderscheidden:

35

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier: Keur Eind 2016 is de 'Keur Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier' vastgesteld door het hoogheemraadschap. De regels in de keur zijn onder te verdelen in regels over het beheer en onderhoud van de waterstaatswerken en regels ten aanzien van handelingen in watersystemen. Ten aanzien van beheer en onderhoud zijn bepalingen opgenomen die derden verplichten het aan hen toegewezen onderhoud aan waterstaatswerken uit te voeren. In de regels ten aanzien van de handelingen worden gebruik en ontwikkelingen verboden die ervoor kunnen zorgen dat de waterstaatswerken niet (goed) meer functioneren. De legger (zoals bedoeld in artikel 5.1 van de Waterwet) bepaalt waar de geboden en verboden uit de keur van toepassing zijn. In artikel 3.3 van de Keur is een verbod opgenomen ten aanzien van versnelde afvoer door nieuw verhard oppervlak. Het is verboden zonder watervergunning van het bestuur neerslag door nieuw verhard oppervlak versneld tot afvoer te laten komen. Dit verbod is opgenomen, omdat door de toename van verhard oppervlak regenwater op deze plekken niet meer kan wegzijgen in de grond. Bij intensieve neerslag ontstaan hierdoor grotere afvoerpieken, waar het watersysteem niet op is berekend. Bij de aanleg van nieuw verhard oppervlak moeten daarom compenserende voorzieningen worden aangelegd.

Op grond van artikel 3.9, eerste lid van de keur geldt een vrijstelling van de vergunningplicht van artikel 3.3 voor het aanbrengen van nieuw verhard oppervlak indien: 1. de bebouwing of verharding van de onverharde grond door een of meer aaneengesloten bouwplannen met een gezamenlijke oppervlakte minder dan 800 m² bedraagt en; 2. de aanleg van nieuw verhard oppervlak minder dan 10% van het oppervlak van het desbetreffende peilvak beslaat en; 3. het desbetreffende watersysteem de toename van de piekafvoer kan verwerken." Coördinerende rol van de gemeente Met de waterberging is geconstateerd dat het per deelplan van compenserend wateroppervlak in veel gevallen niet werkbaar is. In de praktijk zou het immers kunnen betekenen dat verschillende ontwikkelaars voor elk project “een eigen vijver moeten graven”, waarvoor de ruimte vaak ontbreekt en wat bovendien tot versnippering leidt. Gelet op dit ongewenste beeld is een duidelijke coördinatie en een duidelijk beleid van de gemeente hier gewenst. De aanleg van één grote plas en het structureel verbreden van sloten zal een beter resultaat opleveren. Daarbij komt dat de gemeente steeds vaker zelf vervangend water moet aanleggen, onder andere door het nieuwe afkoppelingsbeleid bij de aanleg van riolering.

Waterbergingsfonds De Handreiking Stedelijke Wateropgave van de VNG en de UvW geeft aan dat de kostenverdeling tussen partijen gestoeld zou moeten zijn op het kostenveroorzakingsbeginsel. Dit houdt in dat bij nieuwe ontwikkelingen de kosten voor waterberging van het gebied voor rekening komen van de planexploitatie. In praktische zin betekent dit dat ontwikkelaars financieel verantwoordelijk zijn voor de aanleg van compensatiewater. Bij een coördinerende rol van de gemeente hierin, kan nog worden gedacht aan een afkoopconstructie echter alleen als “noodventiel”. Watertoets Met behulp van de watertoets wordt getoetst of binnen nieuwe plannen aan de waterhuishouding voldoende aandacht is besteed. Uitgangspunt van de watertoets is dat de

36

initiatiefnemer en de waterbeheerder samen werken aan het ruimtelijk plan, waarbij het wateraspect volledig wordt ingevuld. In de dagelijkse praktijk van de ruimtelijke ordening is de positie van de waterbeheerder met de introductie van de watertoets sterker geworden. Beoordeling en conclusie (=Watertoets) Het plan voorziet in een bescheiden uitbreiding van het verhard oppervlak, maar er wordt ruimschoots onder de drempel van 800 m2 gebleven. Bij de bouw worden geen uitloogbare materialen gebruikt. Aangesloten wordt op het reeds aanwezige rioolstelsel. Er wordt geen oppervlaktewater gedempt en er wordt niet gebouwd in de (buiten)beschermingszone van een waterkering. Het aspect water werpt gelet hierop geen belemmeringen op voor de uitvoering van het plan. 4.2.2

Ecologie Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden van het plangebied. Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming zijn de Wet natuurbescherming en provinciale verordeningen van toepassing. De provincies beschermen via provinciale verordening waardevolle natuurgebieden zoals het Natuurnetwerk Nederland NNN) weidevogelgebied en ganzenfoerageergebied. Daarnaast kunnen natuurgebieden of andere gebieden die essentieel zijn voor het behoud van bepaalde flora en fauna, aangewezen worden als Europees vogelrichtlijn- en/of habitatrichtlijngebied (Natura 2000). De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Nederland opgenomen in de Wet natuurbescherming. Ook de bescherming van individuele plant- en diersoorten (soortbescherming) is geregeld in deze wet. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in maar wel nabij een Natura 2000-gebied, namelijk het Noordhollands Duinreservaat. Het initiatief is echter zodanig kleinschalig van aard, dat significant negatieve effecten op nabij gelegen Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten.

Uitsnede Natura 2000 Omgevingsverordening provincie Noord-Holland

37

Voor stikstof geldt dat slechts de gebruiksfase relevant is, en omdat de woningen gasloos worden gebouwd, gaat het alleen om een verkeerstoename. Met een stikstofberekening4 is nagegaan of het plan leidt tot een stikstoftoename, waarbij worst-case de verkeerstoename van drie extra woningen is ingevoerd (8,6 mvt/etmaal, waarbij de woningen vanaf de Nesdijk opgaan in het heersende verkeersbeeld). Dit leidt niet tot een toename aan stikstofdepositie op enig Natura 2000-gebied. Voor wat betreft de realisatiefase is het momenteel onmogelijk een reëele opgave te geven van de stikstofdepositie, aangezien nog niet bekend is wanneer de wasserij wordt gesloopt. Volgens het RIVM wordt bij de bouw van een woning gemiddeld 3 kilo stikstof uitgestoten (https://www.cobouw.nl/308423/bouwvrijstelling-blijkt-onnodig-bijkleinere-woningbouwprojecten). Wanneer dan worst-case wordt uitgegaan van de bouw van 4 woningen in één jaar, en tegelijk intern gesaldeerd wordt met de wasserij (geschat gasverbruik ca. 11.000 m3, oftewel 6,9 kg NOx/jaar uitgaande van de formule: gasverbruik keer rookgasfactor 8,99 Nm3 keer emissienorm 70 mg NOx/Nm3 gedeeld door 1 miljoen). Voor de verkeersgeneratie vanwege de wasserij wordt uitgegaan van 25 mvt/etmaal. Er komt dan een geringe toename uit van 0,02 mol/ha/jr.

Gezien meerdere jurisprudentie valt deze vanwege het tijdelijke karakter als niet significant te beschouwen. Bovendien is het niet reëel te veronderstellen dat alle 4 woningen in hetzelfde jaar worden gebouwd. Het zal maximaal gaan om 2 woningen in één jaar. In die situatie wordt geen toename aan stikstofdepositie berekend. Het onderwerp stikstof levert gelet hierop geen belemmeringen op. Het gebied ligt verder niet in NNN, en van externe werking is bij NNN geen sprake. Er zijn dus geen negatieve effecten op NNN. Het plangebied ligt niet in of nabij weidevogelleefgebied. Echter, ook de externe effecten van initiatieven op weidevogelleefgebied in ogenschouw genomen moeten worden. Te denken valt aan verstoring van weidevogels door lichtinval of geluid. Het dichtstbijzijnde weidevogelleefgebied ligt tevens op ruime afstand; er is daarom geen effect op weidevogelleefgebied.

Uitsnede NNN, Omgevingsverordening provincie Noord-Holland 4

Stikstofberekening Lijtweg 54, Gemeente Bergen, 5 februari 2004

38

Soortenbescherming Gelet op de voorgenomen werkzaamheden is een quick scan natuur uitgevoerd 5. In en nabij het besluitgebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Daarnaast zijn mogelijk nog enkele essentiële elementen aanwezig, voor soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Zo blijkt uit de quick scan dat in en rondom het besluitgebied vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Verder is er mogelijk een verblijfplaats van vleermuizen aanwezig. Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van deze soorten dient nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. Indien verblijfplaatsen aanwezig blijken, dan moeten voor de werkzaamheden mitigerende maatregelen worden getroffen om negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen. Ook is voor de werkzaamheden dan waarschijnlijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.

Voornoemde boom waar zich vleermuizen in kunnen bevinden wordt niet gekapt. Het plangebied functioneert niet als essentieel foerageergebied of verblijfgebied voor vleermuizen, de eventuele kap van enkele bomen doet hieraan niet af. Er wordt geadviseerd om tijdens de werkzaamheden te zorgen dat er geen grote zandhopen en ondiepe poelen ontstaan om vestiging van de rugstreeppad te voorkomen. In het onderzoek worden de volgende vervolgstappen geadvsieerd: − Houd rekening met de zorgplicht; − Houd rekening met broedende vogels; − Laat nader onderzoek uitvoeren naar vleermuizen; − Zorg tijdens de bouwfase dat het besluitgebied niet geschikt wordt voor de rugstreeppad. Conclusie Het onderdeel natuur werpt zodoende geen belemmeringen op. Met voornoemde adviezen zal rekening worden gehouden. 4.2.3

Archeologie Landelijk beleid - Verdrag van Malta Het is in Nederland verplicht om bij ruimtelijke besluitvorming de archeologische belangen mee te wegen. In 1992 is in Valletta het Verdrag van Malta ondertekend door Nederland. De belangrijkste uitgangspunten van het Verdrag van Malta zijn het streven naar behoud in de bodem (behoud in situ), het vroegtijdig betrekken van ar5 Quick scan natuur Lijtweg 54 e.o, SAB, 10 november 2022

39

cheologie in ruimtelijke ordeningsprocessen en tenslotte, wanneer behoud in situ niet mogelijk is, het "de verstoorder betaalt" principe. Na het ondertekenen van dit verdrag is de relevante wetgeving verankerd in de Erfgoedwet. Voor archeologie kan worden besloten om een gericht onderzoek op te zetten, wat kennis oplevert èn input geeft aan de ontwikkeling. Beoordeling Op basis van het archeologiebeleid van de gemeente, zoals dat is vastgelegd in het bestemmingsplan, heeft het plangebied een zekere archeologische verwachting, oftewel het archeologisch regime 3 is van toepassing. Dit houdt in dat bij ingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan 40 cm (regime 3) archeologisch onderzoek noodzakelijk is. De ingreep bedraagt niet meer dan 500 m2 en daarom kan worden afgezien van archeologisch onderzoek. 4.2.4

Cultuurhistorie Met de inwerkingtreding van de Modernisering Monumentenzorg (Momo) is in het Besluit ruimtelijke ordening onder artikel 3.1.6 geregeld dat een bestemmingsplan voldoende rekening moet houden met cultuurhistorische waarden. In hoofdstuk 2 zijn de stedenbouwkundige patronen reeds beschreven. Ook is de ontstaansgeschiedenis beschreven en is aangetoond waarom dit initiatief past binnen de aanwezige cultuurhistorische patronen en aanwezige cultuurhistorische elementen niet aantast. Verder zijn er geen monumenten in of nabij het plangebied aanwezig. Het initiatief houdt daarmee voldoende rekening met cultuurhistorische waarden.

4.2.5

Verkeer en parkeren De nieuwe woningen ontsluiten op de Lijtweg en van daaruit op de Nesdijk. De situatie zal niet wezenlijk veranderen, c.q. verbeteren omdat er een bedrijf verdwijnt waar een grotere verkeersaantrekkende werking van uitgaat dan de twee woningen die er voor terugkomen. Voor de 2e woning, die in dit bestemmingsplan rechtstreeks mogelijk wordt gemaakt, kan op basis van VNG-publicatie CROW Publicatie Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen (publicatie 381, 2018)worden uitgegaan van een toename van 8 mvt/etmaal, een toename die de Lijtweg en Nesdijk eenvoudig kunnen verwerken. Parkeren dient op eigen erf te worden geregeld. De op eigen erf te realiseren parkeernorm bedraagt 2 á 3 op eigen terrein, ingevolge de gemeentelijke parkeernota. Hieraan kan ruimschoots op eigen terrein worden voldaan. In de regels is een regel opgenomen om te borgen dat de parkeerplaatsen ook daadwerkelijk gerealiseerd en in stand worden gehouden. Vanuit verkeer en parkeren kan het plan doorgang vinden.

4.2.6

Duurzaamheid De gemeenten in Noord-Holland Noord streven in toenemende mate naar energieneutrale nieuwbouwwoningen, die het eigen gebouwgebonden energieverbruik zelf opwekken of zelfs nul-op-de-meter woningen waarbij ook het gebruikers gebonden energieverbruik zelf wordt opgewekt. Op 8 maart 2018 hebben alle gemeenten in Noord-Holland Noord daartoe het statement ‘Aardgasloze nieuwbouw Noord-Holland Noord’ ondertekend waarmee zij

40

aangeven om alle nieuwbouwprojecten te realiseren zonder aardgasaansluiting. In het Bouwbesluit is onlangs opgenomen dat per 1 juli 2018 nieuwbouwwoningen geen aardgasaansluiting meer mogen krijgen. Het is met de huidige technieken goed mogelijk om een woning energieneutraal te bouwen, waarmee de bewoner over het jaar gemiddeld geen CO2 uitstoot. In het jaar 2020 moet een nieuwbouwwoning al bijna-energieneutraal zijn. Het is verstandiger (goedkoper) om direct naar energieneutraal of beter, nul-op-de-meter te gaan dan dat men later maatregelen moet treffen aan de woning om dat niveau te halen. Het lage, eigen energieverbruik wordt gecompenseerd met productie van duurzame energie. Om te komen tot een (bijna) energieneutrale woning heeft de RUD een brochure gemaakt. In deze brochure worden verschillende varianten beschreven om energieneutrale woningen te bouwen. Verschillende technieken worden uitgelegd en maatregelen zijn doorgerekend zodat inzicht wordt verkregen in de (meer)kosten hiervan. Naast de brochure kunnen alle inwoners uit Noord-Holland-Noord voor vragen en onafhankelijk advies over duurzaam (ver)bouwen, energiebesparing of energie opwekken, maar ook over het nieuwe energielabel voor woningen, terecht bij het Duurzaam Bouwloket. De gemeenten zijn hiervoor een samenwerking aangegaan met het loket.

Ook heeft het Duurzaam Bouwloket op hun website een stappenplan om een nieuwbouwwoning naar Nul-op-de-meter te krijgen. Op de website van de RUD is een overzicht gepubliceerd waar per gemeente wordt aangegeven of en welke financiële regelingen (subsidies en leningen) er zijn voor het treffen van duurzame maatregelen in een bestaande of nieuwbouwwoning. Het Servicepunt Duurzame Energie is ingericht voor regio’s, gemeenten en woningbouwcorporaties in Noord-Holland in opdracht van de provincie. Het Servicepunt heeft als primaire focus dat er projecten worden gestart om een aardgasvrije gebouwde omgeving te realiseren. Op hun website is hierover veel informatie te vinden waar overheden gebruik van kunnen maken. Naast deze websites zijn er nog meer handige websites die de initiatiefnemer kan helpen op zijn route naar een nieuwe energiezuinige woning. Dit zijn o.a. MilieuCentraal, Stroomversnelling en Nulopdemeter. Conclusie Initiatiefnemer zal worden gewezen op bovenstaande informatie. De woningen worden gasloos gebouwd en er zal worden voldaan de duurzaamheidseisen die het Bouwbesluit stelt, o.a. op het gebied van isolatie, e.d (zoals vastgelegd in BENG). Verder wordt gedacht aan thermische grondverwarming en nuldopdemeter. Er is zodoende aandacht voor duurzaamheid.

41

5 5.1

Economische uitvoerbaarheid Inleiding Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de financiële uitvoerbaarheid van het plan. Doorgaans is relevant de vraag of er gemeentelijke kosten zijn en hoe deze verhaald worden. Deze vraag omhelst tevens eventuele planschade.

5.2

Beoordeling plan Sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 is het onder omstandigheden verplicht om aan het opstellen van een bestemmingsplan een exploitatieplan te koppelen. Er is sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1 van de Wro als onderdeel van afdeling 6.4 inzake de grondexploitatie. Een exploitatieplan is niet verplicht indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie van de in het plan opgenomen gronden op een andere wijze is verzekerd (artikel 6.12, lid 2 sub a Wro). De begeleiding van de planologische procedure is door middel van het heffen van leges gedekt. Voor eventuele planschade is een anterieure overeenkomst getekend.

5.3

Conclusie De economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is gelet op bovenstaande voldoende aangetoond.

42

6 6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg Verplicht onderdeel van een bestemmingsplanprocedure vormt het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro. Eventuele reacties worden hier samengevat en beantwoord. Voorts heeft een participatie-avond plaatsgevonden (als bijlage bijgevoegd).

6.2

Zienswijzen Op de bestemmingsplanprocedure is afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. In navolging is het ontwerpbestemmingsplan voor zes weken ter inzage gelegd. Een ieder kon in deze periode zienswijzen indienen. Eventuele zienswijzen worden hier samengevat en beantwoord. Er zijn geen zienswijzen ingediend.

6.3

Conclusie Zodoende wordt het bestemmingsplan geacht uitvoerbaar te zijn.

43

7 7.1

Wijze van bestemmen Inleiding Dit bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, de planregels en een verbeelding. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding, bestaande uit een lijn, een figuur, een lettercode etc.. Via een aanduiding wordt in de planregels iets specifieks geregeld. Dit kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook eigen regels hebben. Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming betekent dat voor gronden meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één ‘enkel’ bestemming en soms gelden er een of meerdere dubbelbestemmingen.

In de regels van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra regels in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

7.2

Algemene methodiek Verbeelding Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen worden opgenomen. Deze aanduidingen hebben alleen een juridische betekenis als in de planregels aan de betreffende aanduiding een gevolg wordt verbonden. Een aantal aanduidingen heeft juridisch gezien geen betekenis en is uitsluitend opgenomen ten behoeve van de leesbaarheid van de verbeelding (bijvoorbeeld topografische gegevens).

44

Planregels De planregels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1. Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de planregels (artikel 2). 2. Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Het betreft regels voor het toegestane gebruik en bouwregels. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld. 3. Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel en algemene gebruiks-, aanduidings-, afwijkings- en wijzigingsregels. 4. Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk overgangsregels en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

7.3

Specifieke regeling dit bestemmingsplan De planregels in dit bestemmingsplan zijn opgezet aan de hand van hetgeen in voorgaande paragraaf beschreven is. Er is hierbij aangesloten bij het bestemmingsplan Bergen-Dorpskern Zuid, dat zoals aangegeven vernietigd is voor zover het gaat om de agrarische bestemmingen. De bestaande woning heeft een bestemming Wonen met Tuin gekregen, alsook een maximale goot- en bouwhoogte. Datzelfde is gedaan voor de tweede nieuw te realiseren woning, ten noordwesten van de bestaande. De wasserette heeft een bestemming Bedrijf gekregen, met aanduiding maximale bouwhoogte en maximaal bebouwingspercentage. Voor alle percelen geldt dat (hoofd)gebouwen binnen het bouwvlak moeten worden gerealiseerd. Voor het bedrijfsperceel is daarnaast een aanduiding wetgevingszone- wijzigingsgebied opgenomen, op basis waarvan het mogelijk is na wijziging van het bestemmingsplan 2 woningen te realiseren. De dubbelbestemming voor Archeologie uit het geldende bestemmingsplan is één op één overgenomen.

45

PROJECT 37217 VERKENNEND BODEMONDERZOEK LIJTWEG 54 TE BERGEN

Vestiging Kamerik Nijverheidsweg 7 3471 GZ Kamerik t 0348 402103 Vestiging Heerhugowaard Galileistraat 69 1704 SE Heerhugowaard t 072 5729457 Vestiging Steenwijk Oevers 16 8331 VC Steenwijk t 0521 521924 www.grondslag.nl

bodemonderzoek | saneringsbegeleiding | partijkeuringen | waterbodemonderzoek | arbo/veiligheid | wegenbouwadvies

Project 37217

Titel

Verkennend bodemonderzoek Lijtweg 54 te Bergen

Projectleider

Mevr. ing. I.B.A. Bongers

Adviseur

Mevr. T. van Galen

Datum rapport

10 februari 2023

Opdrachtgever

De BUCH Postbus 175 1860 AD Bergen

Contactpersoon

Dhr. T. van der Zande

Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000. Grondslag is door KIWA gecertificeerd voor het verrichten van “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” conform deze BRL. Grondslag BV is als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen beide bestaat geen relatie als bedoeld in paragraaf 3.2.7 van de BRL SIKB 2000.

Project 37217

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING EN DOEL

1

2

TERREINGEGEVENS 2.1 Afbakening onderzoekslocatie 2.2 Huidige situatie 2.3 Historie tot op heden 2.4 Voorgaande onderzoeken 2.5 Toekomstige situatie 2.6 Hypothese en onderzoeksopzet

2 2 2 2 2 4 4

3

VELDWERK 3.1 Uitvoering 3.2 Resultaten 3.2.1 Grond 3.2.2 Grondwater

5 5 5 5 6

4

CHEMISCHE ANALYSES 4.1 Analyses grond 4.2 Analyses grondwater

7 7 8

5

ASBESTANALYSES

9

6

PFAS-ONDERZOEK

10

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

11

BIJLAGEN BIJLAGE I BIJLAGE II BIJLAGE III BIJLAGE IV BIJLAGE V

: Kaartmateriaal : Boorbeschrijvingen : Toetsingstabellen : Analysecertificaten : Toetsingskader & Verklarende woordenlijst

1

1

Project 37217

INLEIDING EN DOEL Door De BUCH is aan Grondslag opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek inclusief verkennend asbestonderzoek op het perceel Lijtweg 54 te Bergen. De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de aanvraag van een omgevingsvergunning (bouw). Men is voornemens om op de locatie een woonhuis te realiseren. Het doel van het chemisch onderzoek is het vastleggen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en het beoordelen of de bodem geschikt is voor de beoogde bestemming. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning te bepalen of de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie verontreinigd is met asbest. Met het verkennend onderzoek wordt een indicatief asbestgehalte bepaald, aan de hand waarvan kan worden bepaald of nader onderzoek noodzakelijk is. Het bodemonderzoek is verricht volgens de vigerende richtlijnen uit de NEN 5740 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek) en de NEN 5707 (Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond) en de onderliggende norm NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek).

2

2

Project 37217

TERREINGEGEVENS Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een vooronderzoek conform NEN 5725 verricht. De resultaten van het vooronderzoek zijn verwerkt in dit hoofdstuk. Het vooronderzoek richt zich tevens op de direct aangrenzende percelen.

2.1

Afbakening onderzoekslocatie De locatie Lijtweg 54 te Bergen is kadastraal bekend als gemeente Bergen Noord-Holland, sectie A, nummers 6340 en 5453. De percelen hebben gezamenlijk een oppervlakte van 956 m². De onderzoekslocatie bestaat uit beide gehele percelen. De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de tekening in bijlage I.

2.2

Huidige situatie Op het terrein is een woonhuis met een voor- en achtertuin aanwezig. Een deel is verhard met klinkers. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I.

2.3

Historie tot op heden Voor het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - huidige eigenaar - Omgevingsdienst Noord-Holland Noord - oud kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl) - www.bodemloket.nl - terreininspectie (plaatsgevonden ten tijde van het veldwerk op 2 november 2022) Ten zuiden van de onderzoekslocatie (Lijtweg 56) is een slachthuis aanwezig geweest in de periode van 1928 tot 1956. In 1957 is het slachthuis omgegaan naar een natwasserij. In 1992 is een Hinderwetvergunning afgegeven voor de huidige bedrijfsactiviteiten. Op de locatie is een ondergrondse tank (10.000 liter, huisbrandolie) aanwezig geweest, deze is in 1995 verwijderd door een KIWA-erkend saneringsbedrijf. In de bodem is puin aangetroffen. De exacte herkomst van het puin alsmede de periode van toepassing is niet bekend, maar is vermoedelijk geweest voor 1993. Het puin is daarmee verdacht op het voorkomen van asbest. Daarnaast is in 1992 op het westelijk gelegen perceel brand geweest waarbij asbest vrijgekomen is. Zover bekend zijn er geen sloten gedempt, is er niet structureel afval gestort of verbrand en is het maaiveld niet opgehoogd. Voor zover bekend zijn er geen (grote) obstakels, zijnde puin, funderingsresten, slakken, sintels en/of asfalt in de bodem aanwezig.

2.4

Voorgaande onderzoeken Op het naastgelegen perceel is in 1999 een historisch onderzoek uitgevoerd (door Milieutechniek de Vries & van de Wiel, kenmerk KF/98-8400-4014R01a, d.d. 3 februari 1999), in het kader van de BSB-operatie. Dit onderzoek had betrekking op het perceel waar de wasserette is gevestigd. Als verdachte locatie werd hier de voormalige opslag van chloor beschreven. De overige werkzaamheden vonden plaats op een betonvloer, waardoor deze niet als verdacht zijn bestempeld.

3

Project 37217

Op het westelijk aangrenzend perceel (Lijtweg 50) is een aanvullend onderzoek uitgevoerd (door Grondslag BV, Aanvullend bodemonderzoek Lijtweg 50 te Bergen, project 23323, d.d. 26 februari 2015). Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van twee onderzoeken eind 2014 (Landview BV, 2014445, 2014445-A, d.d. 16 & 30 december 2014) waarbij een verontreiniging met koper, zink en PAK is aangetoond welke slechts ten dele is afgeperkt. Daarnaast is een matige verhoging aan minerale olie aangetroffen in een mengmonster welke nader onderzocht diende te worden. In de bodem is tevens puin aangetroffen wat verdacht is op het voorkomen van asbest. Derhalve is een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. In het onderzoek worden de eerder genoemde verontreinigingen aangetroffen en afgeperkt. Er wordt geconcludeerd dat binnen het geval van ernstige bodemverontreiniging met koper, zink en PAK ook lichte tot matige verhogingen aan minerale olie aanwezig zijn die te wijten zijn aan PAK verbindingen. Tevens wordt geconcludeerd dat het geval aan de noord- en oostzijde van het perceel doorloopt tot aan de perceelsgrens. De verontreiniging bevindt zich in de puinhoudende bovengrond. Ten aanzien van het verkennend asbestonderzoek is in de fijne grondfractie asbest aangetoond onder de interventiewaarde. In de grove fractie is geen asbest aangetroffen.

In verband met de herontwikkeling van het perceel is deze verontreiniging in 2015 gesaneerd door ontgraving (gele vlak) en duurzame afdekking (ter plaatse van de schuur, gearceerde deel). In het controlemonster van de putwand op de perceelsgrens (W1) was nog een sterk verhoogd gehalte aan koper aanwezig. Op onderhavige onderzoekslocatie kan derhalve nog een restverontreiniging aanwezig zijn. In onderstaande afbeelding is het ontgravingsvak van de sanering weergegeven:

4

2.5

Project 37217

Toekomstige situatie Er wordt een nieuwe woning bijgebouwd. De bestemming blijft ‘wonen’.

2.6

Hypothese en onderzoeksopzet Chemisch bodemonderzoek Gezien de resultaten van voorgaand onderzoek kunnen verhogingen aan zware metalen en PAK worden verwacht. De locatie wordt derhalve aangemerkt als verdacht voor het voorkomen van deze parameters. Voor het voorkomen van andere verontreinigingen wordt de onderzoekslocatie aangemerkt als onverdacht. Het onderzoek volgt de "Onderzoeksstrategie voor een niet-lijnvormige heterogeen verdachte locatie (VED-HE-NL)" van de NEN 5740. De peilbuis wordt geplaatst nabij de zuidelijke perceelsgrens in verband met de aanwezige wasserette. Daarnaast wordt de bovengrond aanvullend onderzocht op PFAS in verband met de brand. Asbestonderzoek Op basis van het vooronderzoek kan een bodemverontreiniging met asbest niet worden uitgesloten. Het chemisch bodemonderzoek wordt gecombineerd uitgevoerd met een verkennend asbestonderzoek conform NEN 5707. Het onderzoek volgt de strategie voor een verdachte locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging van de NEN 5707. De bovengrond wordt als verdacht beschouwd. Algemeen Opgemerkt dient te worden dat een verkennend bodemonderzoek volgens een steekproefsgewijze opzet wordt uitgevoerd. Tevens dient het bodemonderzoek beschouwd te worden als een tijdelijk vastgestelde status van de bodemkwaliteit ter plaatse.

Derhalve kan in bepaalde situaties (bijvoorbeeld bij een toekomstige bestemmingswijziging of aanvraag van een omgevingsvergunning) de geldigheidsduur van het onderzoek beperkt zijn.

Project 37217

5

3

VELDWERK

3.1

Uitvoering De verrichtingen zijn uitgewerkt in onderstaande tabel: Tabel 3.1: Uitgevoerde werkzaamheden Verrichting

Datum

Persoon

Geldend protocol

Verrichten boringen en plaatsen peilbuizen

2 november 2022

dhr. J.N.M. Manshanden

2001

Maaiveldinspectie en inspectiegaten asbest

2 november 2022

dhr. J.N.M. Manshanden

2018

Grondwatermonstername

9 november 2022

dhr. J.N.M. Manshanden

2002

Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn elf boringen verricht (nrs. 01 t/m 11). Boringen 03, 04 en 06 zijn aan de westzijde van de onderzoekslocatie geplaatst in verband met de eerder aangetroffen verontreiniging op het naastgelegen perceel. Boring 01 (incl. peilbuis) en 02 zijn ten zuiden van de onderzoekslocatie geplaatst in verband met de aanwezigheid van een wasserette op het aangelegen perceel. De overige boringen zijn verspreid over de onderzoekslocatie verricht. Alle boringen zijn uitgevoerd tot een minimale diepte van 0,5 m-mv. De boringen 01 t/m 03 zijn doorgezet tot een diepte van 2,0 à 3,0 m-mv. Boring 05 is op een diepte van 0,4 m-mv gestuit op een handmatig ondoordringbare laag. Voor het asbestonderzoek is het maaiveld van de locatie visueel geïnspecteerd. Vervolgens zijn negen inspectiegaten gegraven (Gat1 t/m Gat9). De uitkomende grond is visueel geïnspecteerd op asbestverdachte materialen. De gaten zijn circa 0,3 x 0,3 meter breed en tot 0,5 m-mv gegraven. In twee inspectiegaten (ter plaatse van Gat4 en Gat8) is een boring doorgezet tot 0,5 m in de onverdachte ondergrond. De ligging van de boringen, de peilbuis en de inspectiegaten is weergegeven in bijlage I. 3.2

Resultaten

3.2.1 Grond Bodemopbouw Vanaf het maaiveld tot een diepte van 3,0 m-mv bestaat de bodem uit zand. De boorprofielen zijn weergegeven in bijlage II. Zintuiglijke waarnemingen In de bovengrond worden plaatselijk zwakke tot sterke bijmengingen aan beton, baksteen, aardewerk en kolen aangetroffen in de bovengrond. Dit kan duiden op een verontreiniging met zware metalen en/of PAK. De exacte herkomst van het puin alsmede de periode van toepassing is niet bekend, maar is vermoedelijk geweest voor 1993. Het puin is daarmee verdacht op het voorkomen van asbest en geeft aanleiding tot een bodemonderzoek naar asbest conform NEN 5707. Er is visueel geen asbestverdacht materiaal in of op de bodem aangetroffen.

Project 37217

6

3.2.2 Grondwater In onderstaande tabel zijn de gegevens vermeld die zijn verzameld tijdens de monstername van het grondwater. Tabel 3.1: Veldwerkgegevens grondwater Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

01

2,00-3,00

1,08

6,8

630

9,42

Project 37217

7

4

CHEMISCHE ANALYSES De analyses en bewerkingen zijn uitgevoerd door een RvA-geaccrediteerd laboratorium. De analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden uit de ‘Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013’ en Bijlage B van de ‘Regeling Bodemkwaliteit’. Het toetsingskader is bijgevoegd in de bijlage.

4.1

Analyses grond De analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 4.1. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing aan de normwaarden in bijlage III. Tabel 4.1: Overschrijdingstabel grond Code

Boringen met diepte (m-mv)

Waarnemingen

Analyseparameters

Overschrijding >AW

>T

@

>I

M01

03 (0,00-0,40) 04 (0,00-0,50)

Baksteen+

NEN-g

Ba , Cd, Pb, PAK -

Zn (2,1*I)

M01-1

03 (0,00-0,40)

Baksteen+

Zn

-

-

Zn (3,5*I)

M01-2

04 (0,00-0,50)

-

Zn

-

-

-

M02

07 (0,00-0,50) 08 (0,00-0,50)

Baksteen++, beton++, kolen+

NEN-g

Ba@, Cd, Pb, Zn, olie

-

PAK (2.2*I)

M02-1

07 (0,00-0,50)

Baksteen++, beton++, kolen+

PAK

PAK

-

-

M02-2

08 (0,00-0,50)

Baksteen++, beton++, kolen+

PAK

-

-

PAK (1,2*I)

M03

02 (0,00-0,40) 09 (0,05-0,55) 10 (0,05-0,55) 11 (0,00-0,50)

-

NEN-g

-

-

-

M04

01 (1,30-1,60) 02 (1,30-1,60)

-

NEN-g

-

-

-

M05

03 (0,40-0,90)

-

NEN-g

Zn

-

-

waarneming : + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst) Ba@ : de normen voor barium zijn buiten werking gesteld, toetsing vindt plaats aan de vml. normen (AW=190, T=555, I=920)

Mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn geanalyseerd op het standaard NEN-pakket. Door middel van dit analysepakket wordt een breed beeld verkregen van de kwaliteit van de grond. In het mengmonster van de bovengrond M01 is een sterke verhoging aan zink aangetoond. Daarnaast zijn lichte verhogingen aan diverse zware metalen en PAK aangetoond. Naar aanleiding van de sterke verhoging is het mengmonster uitgesplitst en zijn de losse monsters geanalyseerd op zink. Hierbij is enkel in de bovengrond bij boring 03 (M01-3) een sterke verhoging aan zink aangetoond. In het mengmonster van de puinhoudende bovengrond (M02) is een sterke verhoging aan PAK aangetoond. Daarnaast zijn lichte verhogingen aan metalen en minerale olie aangetoond. De verhoging aan minerale olie wordt vermoedelijk veroorzaakt door meerdere zwaardere oliesoorten (o.a. bitumen en PAK). Dit valt af te leiden uit het oliechromatogram. Naar aanleiding van de sterke verhoging is het mengmonster uitgesplitst en zijn de losse monsters geanalyseerd op PAK. Hierbij is enkel in de bovengrond bij boring 08 (M02-2) een sterke verhoging aan PAK aangetoond.

Project 37217

8

In de overige mengmonsters van de boven- en ondergrond is hooguit een lichte verhoging aan zink aangetoond. 4.2

Analyses grondwater De analyseresultaten van het grondwater zijn weergegeven in tabel 4.2. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing aan de normwaarden in bijlage III. Tabel 4.2: Overschrijdingstabel grondwater Peilbuis

Filtertraject (m-mv)

Analyseparameters

Overschrijding >S

>T

>I

01

2,00-3,00

NEN-gw

-

-

-

Het grondwater is geanalyseerd op het standaard NEN-pakket. Op deze wijze wordt een breed beeld verkregen van de grondwaterkwaliteit. In het grondwater zijn geen verhogingen boven de streefwaarde en/of detectielimiet aangetoond.

Project 37217

9

5

ASBESTANALYSES De analyses zijn uitgevoerd door een daartoe gecertificeerd laboratorium. Het toetsingskader is opgenomen in de bijlage. Grove fractie (>2 cm) Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In het opgegraven en opgeboorde materiaal is eveneens geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Fijne fractie (<2 cm) Voor het onderzoek van de fijne fractie is een aantal mengmonsters samengesteld: ASB02: gat5, gat6, gat7, gat8, gat9 ASB03: gat3, gat4

De mengmonsters zijn geanalyseerd op asbest. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage IV. De resultaten zijn weergegeven in tabel 5.1. Totaalresultaat Voor het totaalresultaat dienen de resultaten van de grove fractie en de fijne fractie te worden opgeteld. De rekentabellen voor de bepaling van het asbestgehalte zijn opgenomen in bijlage III. In tabel 5.1 zijn de voor de toetsing relevante analyseresultaten weergegeven, alsmede het totaalgehalte. Tabel 5.1: resultaten verkennend asbestonderzoek, bepaling indicatief gehalte (mg/kg ds) Code

Gewogen gehalte grove fractie1) (>2 cm)

Gewogen gehalte fijne fractie2) (<2 cm)

Toetswaarde

ASB02

Gat5 (0,00-0,50) Gat6 (0,00-0,50) Gat7 (0,00-0,50) Gat8 (0,00-0,50) Gat9 (0,00-0,50)

-

<0,6

0

ASB03

Gat3 (0,00-0,50) Gat4 (0,00-0,50)

-

<0,4

0

-

1) 2)

* **

Monsterpunten (m-mv)

geen asbest (AVM) in grove fractie aangetroffen gewogen gehalte grove fractie = serpentijn + 10 x amfibool gewogen gehalte fijne fractie = serpentijn + 10 x amfibool, vermenigvuldigd met een correctiefactor (grof/fijn) waarmee het gehalte in de uitgezeefde fractie wordt teruggerekend naar het totale monster Het gehalte overschrijdt de toetswaarde voor nader onderzoek van 50 mg/kg ds Het gehalte overschrijdt de interventiewaarde (grond) resp. grenswaarde (puin) van 100 mg/kg ds

Zowel visueel als analytisch is in de grond geen asbest aangetoond.

10

6

Project 37217

PFAS-ONDERZOEK In verband met het mogelijke gebruik van PFAS-houdend blusschuim is er aanvullend geanalyseerd op PFAS. Als er geen lokaal beleid ten aanzien van PFAS-houdende grond is opgesteld zijn de normen uit het landelijk handelingskader PFAS van toepassing. Lokale beleidsnormen gaan dus vóór de normen uit het handelingskader. De normen uit het handelingskader zijn opgenomen in de bijlage. In onderstaande tabel is de toetsing weergegeven. Aangezien het gehalte organisch stof kleiner is dan 10%, vindt er geen bodemtypecorrectie plaats. Tabel 6.1: Toetsing PFAS aan Handelingskader Ref

Boringen met diepte (m-mv)

Waarneming

Organisch Indicatief toetsoordeel op stof (%) landbodem

Indicatief toetsoordeel In oppervlaktewater

M02

07 (0,00-0,50) 08 (0,00-0,50)

Baksteen++, beton++, kolen+

4,5

Achtergrondwaarde

Toepasbaar in regionale en rijkswateren

M03

02 (0,00-0,40) 09 (0,05-0,55) 10 (0,05-0,55) 11 (0,00-0,50)

-

1,2

Achtergrondwaarde

Toepasbaar in regionale en rijkswateren

NB: Opgemerkt wordt dat voor een definitief oordeel omtrent hergebruik een partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit nodig is waarbij onder andere op PFAS wordt onderzocht, tenzij met verkennend onderzoek voor alle PFAS-verbindingen <bepalingsgrens is gemeten.

11

7

Project 37217

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie Lijtweg 54 te Bergen is vastgelegd. Behalve de chemische kwaliteit is tevens de aanwezigheid van asbest in de bodem onderzocht. Chemische kwaliteit De gestelde hypothese dat verhogingen aan metalen en/of PAK worden verwacht is bevestigd. Er is een sterke verhoging aan zink in de bovengrond ter plaatse van boring 03 aangetroffen, alsmede een sterke verhoging aan PAK in de bovengrond ter plaatse van boring 08. Mogelijk is er sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Naar aanleiding van de bevindingen dient nader onderzoek plaats te vinden om de ernst en omvang van de verontreinigingen vast te stellen. De grond is aanvullend onderzocht op PFAS. Hieruit blijkt dat in de bovengrond in enige mate PFAS aangetoond wordt. De gehalten zijn echter niet dermate verhoogd aanwezig, dat er vanuit kan worden gegaan dat deze verhogingen afkomstig zijn van depositie. Asbestonderzoek De gestelde hypothese dat de bovengrond verdacht is op het voorkomen van asbest, is niet bevestigd. In de bovengrond is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetroffen.

BIJLAGE I

cai

37

8

19A 1 r

39

10

41

straat straat

r r

straat straat

A 5208

43

45

A 6013

47

A 6009

49

N

A 5207

A 5206

A 5205

51

53

r

55

A 5210

A 5204

ter laa n

r

Klo os

r

46

Overzichtskaart

A 5941

44

r

A 4804

48

r

A 6008

A 5943

k

48S

af

k

af

3

04

tw

Lij

A 4803

59

eg

A 5942

50

05

03

5

A 6044

k

61

gat 1

gat 2

A 4802

A 5944

gat 3

07

A 5453 gat 6

06

gat 5

7

gat 4

A 4801

A 5451

A 6041

k

k

08

r

09

A 6340

A 5452

k

11

10

9

gat 8

k

BOORPUNTENKAART

A 6040

gat 7

A 4800

Legenda

af bk

54

- boorpunt met peilbuis - boorpunt - inspectiegat - onderzoekslocatie - perceelsgrens K 773- kadastraal nummer

k

63

gat 9 k

01

11

A 6363

02

65 r r

k

A 6043

k

A 6222 0

5

10

15

20 m

Schaal 1:500

Formaat : A3

Opdrachtgever: Werkorganisatie BUCH

13

Project : Lijtweg 54 te Bergen

56

k k

k

A 6341

Project nummer: 37217

Naam : 37217tek.dwg

Initialen : PH

Datum : 29-11-2022

A 6046

A 4797

67 Kamerik 0348-402103

k

Heerhugowaard 072-5729457

69

r k

A 3053

P:\30000-39999\37200-37299\37217\4 kaartmateriaal\37217tek.dwg

Steenwijk 0521-521924

BIJLAGE II

Meetpunt: 01 Type:

Meetpunt: 02

peilbuis

Type: 0 5

0

klinker

boring 0

0

Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak humeus, bruin

1

40

Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak siltig, beige

50

Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak siltig, beigebruin

50

2

2 90

90

Zand, matig fijn, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin

100 3

160

3 130

Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak humeus, lichtbruin

4

150

160

Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak siltig, cremegrijs

5

Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak siltig, bruinbeige

100

130

4

150

Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak siltig, zwak humeus, bruin

1

40

gras

200

Zand, matig fijn, sterk zandig, uiterst humeus, donkerbruin Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak siltig, bruingrijs

5 200

200

6 250 7 300

300

Meetpunt: 03 Type:

Meetpunt: 04

boring

Type: 0

0

gras

boring 0

0

Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, bruin

1

bosschage Zand, matig fijn, sterk zandig, matig humeus, matig wortelhoudend, bruin

1

40

Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak siltig, bruinbeige

50 2

50

50

90

Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak siltig, zwak humeus, beigebruin

100 3 130

4

150

160

Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak siltig, zwak humeus, beigebruin Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak siltig, zwak humeus, bruin

5 200

200

Meetpunt: 05 Type:

Meetpunt: 06

boring

Type: 0

0 1

40

gras Zand, matig fijn, sterk zandig, matig humeus, matig baksteenhoudend, matig betonhoudend, matig koolhoudend, bruin, Gestuit. Boring gestaakt.

Projectnaam: Lijtweg 54 te Bergen

boring 0

0

Zand, matig fijn, sterk zandig, matig humeus, zwak siltig, donkerbruin

1 50

bosschage

50

Projectnummer:

37217

getekend volgens NEN-EN-ISO 14688

Meetpunt: 07 Type:

Meetpunt: 08

boring

Type: 0

0

gras

50

Type: 0 5

tegel

Meetpunt: 11

0 5

1

klinker Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak humeus, beigebruin

2 55

Meetpunt: Gat1 Opmerking: 32x31x50. 9,2 kg grof materiaal Type: gat

boring 0

0

gras

50

Projectnaam: Lijtweg 54 te Bergen

0

0

Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak humeus, zwak siltig, lichtbruin

1 50

boring

50

55

Type:

0

Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak humeus, zwak siltig, lichtbruin

1 50

50

Meetpunt: 10

boring

0

gras Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak humeus, matig baksteenhoudend, matig betonhoudend, zwak koolhoudend, bruin

1 50

Meetpunt: 09 Type:

0

0

Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak humeus, matig baksteenhoudend, matig betonhoudend, zwak koolhoudend, bruin

1 50

boring

1 50

2 45 50

gras Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak humeus, matig baksteenhoudend, sterk betonhoudend, matig koolhoudend, bruin Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak humeus, bruin

Projectnummer:

37217

getekend volgens NEN-EN-ISO 14688

Meetpunt: Gat2 Type:

Meetpunt: Gat3 Opmerking: 31x32x50. 2,8 kg grof Type: gat

gat 0

0

gras

1 50

50

50

Meetpunt: Gat5

Opmerking: 31x30x50. 2,6kg grof Type: gat

Opmerking: 30x30x50. Type: gat 0

gras

50

Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak humeus, zwak siltig, matig betonhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak grindhoudend, zwak aardewerkhoudend, bruin

70

Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak humeus, bruin

1 50

gras Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak humeus, matig betonhoudend, matig grindhoudend, zwak baksteenhoudend, bruin

1 50

Meetpunt: Gat4

0

0

0

Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak humeus, sterk betonhoudend, matig baksteenhoudend, zwak koolhoudend, bruin, 30x30x50. 8,1 kg grof material.

0

0

gras Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak humeus, bruin, 1halve baksteen

1 50

50

Zand, matig fijn, sterk zandig, beige 100 120

Meetpunt: Gat6

Meetpunt: Gat7

Opmerking: 31x31x50 Type: gat

Opmerking: 31x31x50 Type: gat 0

0

50

Projectnaam: Lijtweg 54 te Bergen

0

0

Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak humeus, bruin, Geen Puin

1 50

gras

Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak humeus, bruin, 1 stukje baksteen

1 50

gras

50

Projectnummer:

37217

getekend volgens NEN-EN-ISO 14688

Meetpunt: Gat8

Meetpunt: Gat9

Opmerking: 31x31x50 Type: gat

Opmerking: 30x32x50 Type: gat 0

0

50

0

0

Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak humeus, bruin, 1 stukje Beton

1 50

gras

Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak humeus, bruin, Geen puin

1 50

gras

50

Zand, matig fijn, sterk zandig, matig humeus, bruin 80

Zand, matig fijn, sterk zandig, zwak siltig, creme 100 120

Projectnaam: Lijtweg 54 te Bergen

Projectnummer:

37217

getekend volgens NEN-EN-ISO 14688

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen

ongeroerd monster

zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand

bentoniet afdichting

filter

BIJLAGE III

Project

Project: 1437787 - 37217-Lijtweg 54 te Bergen - Matrix Grond

Certificaten

1437787 + 1441612

Toetsing

T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb

Toetsversie

BoToVa 3.1.0

Toetsdatum: 21 november 2022 11:53

Pagina 1 van 1 Monsterreferentie

7402754

Monsteromschrijving

M01 03 (0-40) 04 (0-50)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res.

Toetsoordeel

AW

T

I

920

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

5.5

10

Lutum

% (m/m ds)

1.3

25

%

87.6

87.6

Droogrest droge stof

@

Metalen ICP-AES barium (Ba)

mg/kg ds

99

380

@

190

555

cadmium (Cd)

mg/kg ds

1.1

1.6

2.7 AW

0.6

6.8

13

kobalt (Co)

mg/kg ds

<3

< 7.4

-

15

102.5

190

koper (Cu)

mg/kg ds

48

89

2.2 AW

40

115

190

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

0.08

0.11

-

0.15

18.075

36

lood (Pb)

mg/kg ds

190

280

5.6 AW

50

290

530

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

< 1.5

< 1.0

-

1.5

95.75

190

nikkel (Ni)

mg/kg ds

8

23

-

35

67.5

100

zink (Zn)

mg/kg ds

680

1500

2.1 I

140

430

720

mg/kg ds

< 35

< 45

-

190

2595

5000

mg/kg ds

4.1

4.1

2.7 AW

1.5

20.75

40

mg/kg ds

0.005

< 0.0089

-

0.02

0.51

1

AW

T

I

140

430

720

AW

T

I

140

430

720

Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)

Sommaties som PAK (10)

Sommaties som PCBs (7) Monsterreferentie

7413941

Monsteromschrijving

M01-1 03 (0-40)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res.

Toetsoordeel

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

7.4

10

Lutum

% (m/m ds)

1.0

25

%

83.8

83.8

@

mg/kg ds

1200

2500

3.5 I

Droogrest droge stof

Metalen ICP-AES zink (Zn) Monsterreferentie

7413942

Monsteromschrijving

M01-2 04 (0-50)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res.

Toetsoordeel

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

4.2

10

Lutum

% (m/m ds)

3.1

25

%

89.3

89.3

@

22

47

-

Droogrest droge stof

Metalen ICP-AES zink (Zn)

mg/kg ds

Monsterreferentie

7402755

Monsteromschrijving

M02 07 (0-50) 08 (0-50)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res.

Toetsoordeel

AW

T

I

920

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

4.5

10

Lutum

% (m/m ds)

1.0

25

%

91.8

91.8

Droogrest droge stof

@

Metalen ICP-AES barium (Ba)

mg/kg ds

68

260

@

190

555

cadmium (Cd)

mg/kg ds

0.57

0.88

1.5 AW

0.6

6.8

13

kobalt (Co)

mg/kg ds

<3

< 7.4

-

15

102.5

190

koper (Cu)

mg/kg ds

10

19

-

40

115

190

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

0.05

0.07

-

0.15

18.075

36

lood (Pb)

mg/kg ds

96

140

2.9 AW

50

290

530

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

< 1.5

< 1.0

-

1.5

95.75

190

nikkel (Ni)

mg/kg ds

7

20

-

35

67.5

100

zink (Zn)

mg/kg ds

120

270

1.9 AW

140

430

720

mg/kg ds

680

1500

8.0 AW

190

2595

5000

mg/kg ds

87

87

2.2 I

1.5

20.75

40

mg/kg ds

0.006

0.014

-

0.02

0.51

1

AW

T

I

Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)

Sommaties som PAK (10)

Sommaties som PCBs (7) Monsterreferentie

7413943

Monsteromschrijving

M02-1 07 (0-50)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res.

Toetsoordeel

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

4.3

10

Lutum (H)

% (m/m ds)

2.0

25

%

88.5

88.5

@

11

11

7.4 AW

1.5

20.75

40

Toetsoordeel

AW

T

I

1.5

20.75

40

Droogrest droge stof

Sommaties som PAK (10)

mg/kg ds

Monsterreferentie

7413944

Monsteromschrijving

M02-2 08 (0-50)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res.

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

3.9

10

Lutum (H)

% (m/m ds)

2.0

25

%

89.6

89.6

@

46

46

1.2 I

Droogrest droge stof

Sommaties som PAK (10)

mg/kg ds

Monsterreferentie

7402756

Monsteromschrijving

M03 02 (0-40) 09 (5-55) 10 (5-55) 11 (0-50)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res.

Toetsoordeel

AW

T

I

920

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

1.2

10

Lutum

% (m/m ds)

1.0

25

%

94.1

94.1

@

Droogrest droge stof

Metalen ICP-AES barium (Ba)

mg/kg ds

< 20

< 54

@

190

555

cadmium (Cd)

mg/kg ds

< 0.2

< 0.24

-

0.6

6.8

13

kobalt (Co)

mg/kg ds

<3

< 7.4

-

15

102.5

190

koper (Cu)

mg/kg ds

<5

< 7.2

-

40

115

190

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

< 0.05

< 0.05

-

0.15

18.075

36

lood (Pb)

mg/kg ds

13

20

-

50

290

530

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

< 1.5

< 1.0

-

1.5

95.75

190

nikkel (Ni)

mg/kg ds

<4

<8

-

35

67.5

100

zink (Zn)

mg/kg ds

< 20

< 33

-

140

430

720

mg/kg ds

< 35

< 120

-

190

2595

5000

mg/kg ds

1.3

1.3

-

1.5

20.75

40

mg/kg ds

0.005

< 0.024

-

0.02

0.51

1

AW

T

I

920

Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)

Sommaties som PAK (10)

Sommaties som PCBs (7) Monsterreferentie

7402757

Monsteromschrijving

M04 01 (130-160) 02 (130-160)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res.

Toetsoordeel

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

4.8

10

Lutum

% (m/m ds)

1.0

25

%

72

72.0

@

Droogrest droge stof

Metalen ICP-AES barium (Ba)

mg/kg ds

< 20

< 54

@

190

555

cadmium (Cd)

mg/kg ds

< 0.2

< 0.21

-

0.6

6.8

13

kobalt (Co)

mg/kg ds

<3

< 7.4

-

15

102.5

190

koper (Cu)

mg/kg ds

<5

< 6.6

-

40

115

190

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

< 0.05

< 0.05

-

0.15

18.075

36

lood (Pb)

mg/kg ds

< 10

< 10

-

50

290

530

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

< 1.5

< 1.0

-

1.5

95.75

190

nikkel (Ni)

mg/kg ds

<4

<8

-

35

67.5

100

zink (Zn)

mg/kg ds

< 20

< 31

-

140

430

720

mg/kg ds

< 35

< 51

-

190

2595

5000

mg/kg ds

0.35

< 0.35

-

1.5

20.75

40

mg/kg ds

0.005

< 0.010

-

0.02

0.51

1

Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)

Sommaties som PAK (10)

Sommaties som PCBs (7)

Monsterreferentie

7402758

Monsteromschrijving

M05 03 (40-90)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res.

Toetsoordeel

AW

T

I

920

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

2.0

10

Lutum

% (m/m ds)

1.9

25

%

93.1

93.1

@

Droogrest droge stof

Metalen ICP-AES barium (Ba)

mg/kg ds

< 20

< 54

@

190

555

cadmium (Cd)

mg/kg ds

< 0.2

< 0.24

-

0.6

6.8

13

kobalt (Co)

mg/kg ds

<3

< 7.4

-

15

102.5

190

koper (Cu)

mg/kg ds

6.3

13

-

40

115

190

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

< 0.05

< 0.05

-

0.15

18.075

36

lood (Pb)

mg/kg ds

27

42

-

50

290

530

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

< 1.5

< 1.0

-

1.5

95.75

190

nikkel (Ni)

mg/kg ds

<4

<8

-

35

67.5

100

zink (Zn)

mg/kg ds

110

260

1.9 AW

140

430

720

mg/kg ds

< 35

< 120

-

190

2595

5000

mg/kg ds

0.7

0.70

-

1.5

20.75

40

mg/kg ds

0.005

< 0.024

-

0.02

0.51

1

Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)

Sommaties som PAK (10)

Sommaties som PCBs (7) Legenda @

Geen toetsoordeel mogelijk

xI

> Interventiewaarde

x AW

x maal Achtergrondwaarde

-

<= Achtergrondwaarde

H

Handmatig ingevoerde of aangepaste waarde (geen analyseresultaat)

N.B.

De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

Pagina 1 van 1

Project

37217-Lijtweg 54 te Bergen

Certificaten

1440501

Toetsing

T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb

Toetsversie

BoToVa 2.1.0

Toetsdatum: 8 februari 2023 11:07

Monsterreferentie

7410558

Monsteromschrijving

01-1-1 01 (200-300)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Toetsoordeel

S

T

I

625

Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba)

µg/l

< 20

-

50

337.5

cadmium (Cd)

µg/l

< 0.2

-

0.4

3.2

6

kobalt (Co)

µg/l

<2

-

20

60

100

koper (Cu)

µg/l

<2

-

15

45

75

Kwik (Hg) (niet vluchtig)

µg/l

< 0.05

-

0.05

0.175

0.3

lood (Pb)

µg/l

<2

-

15

45

75

molybdeen (Mo)

µg/l

<2

-

5

152.5

300

nikkel (Ni)

µg/l

<3

-

15

45

75

zink (Zn)

µg/l

< 10

-

65

432.5

800

µg/l

< 50

-

50

325

600

benzeen

µg/l

< 0.2

-

0.2

15.1

30

ethylbenzeen

µg/l

< 0.2

-

4

77

150

naftaleen

µg/l

< 0.02

-

0.01

35.005

70

o-xyleen

µg/l

< 0.1

styreen

µg/l

< 0.2

-

6

153

300

tolueen

µg/l

< 0.2

-

7

503.5

1000

xyleen (som m+p)

µg/l

< 0.2

µg/l

0.2

-

0.2

35.1

70

1,1,1-trichloorethaan

µg/l

< 0.1

-

0.01

150.005

300

1,1,2-trichloorethaan

µg/l

< 0.1

-

0.01

65.005

130

1,1-dichloorethaan

µg/l

< 0.2

-

7

453.5

900

1,1-dichlooretheen

µg/l

< 0.1

-

0.01

5.005

10

1,1-dichloorpropaan

µg/l

< 0.2

1,2-dichloorethaan

µg/l

< 0.2

-

7

203.5

400

1,2-dichloorpropaan

µg/l

< 0.2

1,3-dichloorpropaan

µg/l

< 0.2

cis-1,2-dichlooretheen

µg/l

< 0.1

dichloormethaan

µg/l

< 0.2

-

0.01

500.005

1000

monochlooretheen (vinylchlori

µg/l

< 0.2

-

0.01

2.505

5

tetrachlooretheen

µg/l

< 0.1

-

0.01

20.005

40

tetrachloormethaan

µg/l

< 0.1

-

0.01

5.005

10

trans-1,2-dichlooretheen

µg/l

< 0.1

trichlooretheen

µg/l

< 0.2

-

24

262

500

trichloormethaan

µg/l

< 0.2

-

6

203

400

som C+T dichlooretheen

µg/l

0.1

-

0.01

10.005

20

som dichloorpropanen

µg/l

0.4

-

0.8

40.4

80

< 0.2

@

Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)

Vluchtige aromaten

Sommaties aromaten som xylenen

Vluchtige chlooralifaten

Sommaties

Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform

µg/l

Toetsoordeel monster 7410558:

Voldoet aan Streefwaarde

Legenda @

Geen toetsoordeel mogelijk

-

<= Streefwaarde

N.B.

De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

Pagina 1 van 1

630

BIJLAGE IV

Grondslag Kamerik T.a.v. mevrouw I. Bongers Nijverheidsweg 7 3471 GZ KAMERIK

Uw kenmerk : 37217-Lijtweg 54 te Bergen Ons kenmerk : Project 1437787 Validatieref. : 1437787_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : CIBX-GELI-LVOS-TCOO Bijlage(n) : 4 tabel(len) + 1 oliechromatogram(men) + 3 bijlage(n)

Amsterdam, 11 november 2022 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,

Ing. J. Tukker Manager productie

Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.

Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckebachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland

T +31-(0)20-597 66 80 CSOmegam@eurofins.com www.eurofins.nl

IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654

Tabel 1 van 4 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1437787 : 37217-Lijtweg 54 te Bergen : Grondslag Kamerik

Uw Monsterreferenties 7402754 = M01 03 (0-40) 04 (0-50) 7402757 = M04 01 (130-160) 02 (130-160) 7402758 = M05 03 (40-90) Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Uw Matrix

: : : : :

Monstervoorbewerking S AS3000 (steekmonster) S gewicht artefact S soort artefact S voorbewerking AS3000

g

02/11/2022 04/11/2022 04/11/2022 7402754 Grond

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/5106/documents/39863