CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 5.1 11-01-2022 nota van zienswijzen.pdf

Gemeenteraad 8 februari 2022, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 8: BP Dorp en Duin (woningbouwlocaties EadH en Egm. Binnen) DOORGESCHOVEN NAAR RAAD 8 MAART 202222.169 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

20ip.04313

Zie zienswijze 1.

21.

20ip.04314

Zie zienswijze 1.

22.

20ip.04315

Zie zienswijze 1.

23.

20ip.04318

Zie zienswijze 1.

24.

20ip.04325

1.3

1.6/1.7

1.10

3.1/3.2

25.

20ip.04328

1.3

1.5

1) De gemeente heeft niet de juiste procedure gevolgd terwijl dit voor het reilen en zeilen van de rechtsstaat van essentieel belang is. Betrokkenen zijn niet op de juiste wijzen en niet volgens de juiste termijn geïnformeerd. Dit alles om de provinciale verordening van 13 november jl., waarin is opgenomen dat de bouwplannen niet passen in het beleid van de provincie, te omzeilen en de genoemde locaties veilig te stellen voor bebouwing. 2) Het is niet voor niets dat de provincie woningbouw in het landelijk gebied niet vindt passen en geen beschermd natuurgebied wil opofferen. Er zijn tenslotte diverse alternatieve om te bouwen in de dorpskernen van de Egmonden zonder aantasting van het buitengebied. 3) De bouw van woningen in ‘Egmond aan den Hoef Noord’ en ‘Egmond-Binnen Zuid” zal zorgen voor een toename aan stikstof in het nabijgelegen duingebied. 4) Vanwege de geldende 'plofzone' gerelateerd aan de toenmalige militaire opslag aan de Driehuizerweg werd het vrije uitzicht gegarandeerd. Bouw van woningen in het vrije uitzicht zal een onacceptabele waardevermindering voor de huizen met zich meebrengen. 1) Het stuk is met opvallend weinig publiciteit van de media aangekondigd en wel met minieme tekst onder de gemeentelijke bekendmaking. Het plan moest worden vernomen via summiere berichtgeving in de lokale bladen.

Pas veel later dan het moment van indienen van het ontwerpplan door de gemeente bij de provincie, is het plan bij de bewoners terecht gekomen. 2) In tegenstelling tot het gestelde in de inleiding van het ontwerpbestemmingsplan, is er geen recente structuurvisie dat aan het ontwerpplan ten grondslag ligt.

1.5

1.7 1.6 3.1/3.2

2

26.

20ip.04334

27.

20ip.04337

Zie zienswijze 1. 1.3

1.3

28.

20ip.04339

29.

20ip.04355

3) Het ontwerpplan wijkt sterk af van de meest recente structuurvisie Egmond aan den Hoef, waarin voor Egmond aan den Hoef Noord geen woningbouw, maar een landschappelijke invulling wordt geschetst. 4) Het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met de provinciale omgevingsverordening. 5) Er is geen noodzaak om buitenstedelijk te bouwen om de lokale woningbehoefte af te dekken. 6) Er is geen aandacht voor de landschappelijke waarden die zo kenmerkend zijn voor de gemeente Bergen en in het bijzonder Egmond aan den Hoef Oost en Noord. Egmond aan den Hoef Noord wordt benadrukt als een waardevol gebied waar men een prachtige landschappelijke doorkijk heeft richting de duinen en vanaf de Herenweg naar de Egmondermeer. 7) Het pleit voor een natuurlijke invulling van Egmond aan den HoefNoord, omdat dit gebied onaantrekkelijk is voor woningbouw; onteigening en inrichting zorgen ervoor dat alleen ruime kavels en financieel draagkrachtige er een plek kunnen veroorloven. 1) In de procedure zijn belanghebbende niet tijdig en niet op de juiste wijze geïnformeerd en zijn wettelijke termijnen niet in acht genomen. Gezien het volledig gebrek aan transparantie en tijdige informatie, was de resterende tijd om zorgvuldig en inhoudelijk te reageren op het Veegplan veel te kort.

2) Daarnaast worden in het Veegplan zaken op een dusdanige wijze verwoord en gepresenteerd, dat het voor een burger lastig wordt om zonder enige vorm van bijstand en/of ondersteuning mogelijke aannames of onjuistheden in het plan aan te duiden. Zie zienswijze 1.

1.3

1.1

1) In de aankondiging van het ontwerpbestemmingsplan wordt niet duidelijk aangegeven wat de inhoud van het plan is. De direct omwonende zijn niet geïnformeerd. De inwoners hebben door de onduidelijkheid niet de volle 6 weken voor het schrijven van een zienswijzen kunnen benutten. Daarnaast is de informatie onvolledig, hier en daar onjuist en is het niet duidelijk hoe het plan er werkelijk uit moet zien. Verder blijkt nergens uit dat er consulatie van maatschappelijke stakeholders heeft plaatsgevonden, zoals de provincie, waterschap, e.d. 2) Er is onvoldoende rekening gehouden met de belangen van buurtbewoners. De buurtbewoners zijn niet aangehoord.

1.6

1.4

1.10

1.7

1.7

1.7

1.6

1.6

Er kan derhalve geen sprake zijn van een zorgvuldige afweging van belangen. 3) Het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met de ladder voor duurzame verstedelijking; binnen stedelijk gebied zijn er nog voldoende bouwlocaties en staan er nog voldoenden plannen op de rol om het buiten stedelijke gebied buiten beschouwing te laten. In het plan wordt onvoldoende gemotiveerd waarom er woningbouw buiten de bebouwde kom nodig is. 4) Er wordt gepoogd het plan er snel door heen te krijgen. Door de Crisis- en Herstelwet in te zetten, wekt alleen maar meer wantrouwen bij inwoners. 5) Het is verbazingwekkend dat er aangegeven wordt dat er geen plan MER nodig is voor de potentiële woningbouwlocaties. De locaties liggen dicht bij Natura 2000 gebieden. 6) Het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met de Omgevingsverordening NH2020, waarin alle beoogde bouwlocaties zijn aangegeven als bijzonder provinciaal landschap. Het gebied dient dan ook als waardevol landschap te worden beschermd. Hierin past geen woningbouw. 7) Het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met de Structuurvisie Noord-Holland 2040. In de visie wordt aangegeven dat de nut en noodzaken van bouwen buiten stedelijk gebied duidelijk moet zijn. Niet alleen op gemeenteniveau, maar ook op regionaal niveau.

8) Het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met de Omgevingsvisie NH2050, waarin wordt aangegeven dat het open landschap behouden moet blijven en dat er zoveel mogelijk binnen stedelijk gebied gebouwd moet worden. 9) Het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met de Structuurvisie Landelijk Gebied gemeente Bergen. Het aanleggen van woningen is een inbreuk op het unieke open uitzicht bij alle drie de beoogde bouwlocaties. Zeker gezien de bouwhoogte van maximaal 12 meter. 10) Het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met de Structuurvisie Egmond aan den Hoef. In de zienswijze van de provincie van 29 september 2016 op het concept structuurvisie Egmond aan den Hoef geeft ze duidelijk aan dat ze het geen goed plan vindt dat er in Egmond aan den Hoef Oost woningen gebouwd worden vanwege de openheid van het landschap en de hoge ambitie van de groene inrichting. Toen was er nog sprake van 90 woningen dit zijn er inmiddels 150 geworden.

1.6

3.4

1.10 1.12

1.10 1.9

1.8

1.2

30.

20ip.04357

1.4

1.6

11) Het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met het Landschapsontwikkelingsplan Bergen, aangezien grootschalige woningbouw beslist niet bijdraagt aan een economisch gezond buitengebied. Daarnaast wordt in het Landschapsontwikkelingsplan duidelijk aangegeven dat het open polderlandschap een belangrijke bijdrage levert aan de identiteit van de gemeente Bergen. 12) Egmond aan den Hoef Oost is aangewezen als aardkundig waardevol gebied. Zonder onderzoek wordt nu geconcludeerd dat hier op dit moment geen sprake meer van is. 13) Er wordt ten onrechte aangegeven dat er in Egmond aan den Hoef nog een basisschool is aan de Guyotte van IJsselsteinlaan 34 en een bedrijf van teelt en sierplanten aan de Herenweg 256 aanwezig zijn. 14) Er is nog geen onderzoek gedaan naar de beschermde flora en fauna. 15) Door dit plan gaat agrarische grond verloren. Waar gaat dit gecompenseerd worden? Dit staat niet duidelijk in het plan. 16) Er is nog geen onderzoek gedaan naar de uitstoot van de stikstof en of dit dus binnen de normen valt. 17) Het ontwerpbestemmingsplan leidt tot geluidsoverlast, zowel tijdens de bouw- als de gebruiksfase. 18) Het ontwerpbestemmingsplan leidt tot verkeersoverlast. Er is nog geen enkel onderzoek gedaan naar de exacte overlast. 19) Het ontwerpbestemmingsplan is onvolledig.

Er zijn nog veel punten onduidelijk, vaag en er mist veel informatie, zoals hoe de locaties eruit komen te zien, onderzoeken die nog niet afgerond of gedaan zijn. 20) In het Veegplan wordt verwezen naar het ARO advies van 2013. Er wordt aangegeven dat de ARO akkoord ging met de toenmalige plannen. Dit is echter niet terug te lezen in het verslag. Integendeel zelfs: de ARO stelt nog een aantal kritische vragen en vindt het plan te vaag. 21) Waardevermindering van de WOZ-waarde van de woning, doordat het open landelijk uitzicht en het woongenot dat dat met zich meebrengt verdwijnt. 1) Een juiste procedure voor overheidsbesluiten is hier niet gevolgd. In de onderhavige casus zijn namelijk niet alle wettelijke termijnen correct in acht genomen en zijn de betrokkenen niet op de juiste wijze geïnformeerd. 2) De Ladder voor duurzame verstedelijk is niet toegepast. Vooralsnog wordt het niet nodig geacht om daarvoor beschermd natuurgebied op te offeren om te voorzien in een behoefte aan betaalbare woningen.

1.6

1.7 1.10

3) Er wordt gebouwd voor toekomstige leegstand. Er lijkt eerder een overschot dan een tekort te zijn aan bouwgronden om aan de toekomstige vraagt te voldoen. Tevens is momenteel al 11% van de woningen onbewoond. 4) De uitvoering van de geschetste plannen zal resulteren in een aantasting van bijzonder provinciaal landschap.

31.

20ip.04358

Zienswijze op MER-beoordelingsbesluit. 1) Aan het Veegplan Bergen is een MER- beoordelingsbesluit toegevoegd. Daarin wordt gesteld dat het niet in kwetsbaar gebied gelegen is, en dat daarom geen uitgebreide MER-procedure noodzakelijk is. Echter, belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu moeten kunnen worden uitgesloten en in het plan gemotiveerd worden. Indien belangrijke nadelige gevolgen niet kunnen worden uitgesloten moet bij het plan een milieueffectrapport gemaakt. 2) Het plangebied ligt op enkele meters van een Natura-2000 gebied en in de toelichting wordt slechts aangegeven dat het geen nadelige gevolgen heeft voor dit gebied omdat het oorspronkelijk een agrarische bestemming heeft. 3) Het neerdalen van stikstof zal negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelstelling voor de kwalificerende soorten en habitattypen uit stikstofgevoelige delen in dit gebied. 4) Er zijn veel verschillen tussen de verschillende agrarische bestemmingen. In de stikstofdepositieberekening moet uitgegaan worden van bollengrond als basis en niet grazende koeien. 5) Daarnaast is bodemonderzoek nodig omdat er aan de oostkant van het plan Egmond-Binnen Zuid een aantal jaar geleden een boorput door de NAM is aangelegd. Niet duidelijk is hoe de bodemvervuiling zich in het plangebied heeft verspreid.

De boorput is op dit moment inactief maar er wordt regelmatig gesproken over de opslag van CO2 in de aardgasvelden waarbij de locatie EgmondBinnen Zuid ook is genoemd. In het ontwerp bestemmingsplan wordt geen melding gemaakt of rekening gehouden met deze NAM-locatie die direct grenst aan de mogelijke bouwlocatie. De NAM-locatie valt onder milieucategorie 4.1 met bijbehorende richtafstand van 200 meter ten opzichte van milieugevoelige objecten (woningen). Hier wordt niet aan voldaan.

32.

20ip.04359

Zie zienswijze 31.

33.

20ip.04360

Zie zienswijze 31.

34.

20ip.04361

35.

20ip.04364

Zie zienswijze 31. 1.8

4.1

4.2

4.3

1.10

1) Het veegplan is een zeer inconsistent plan dat aan elkaar hangt van foutieve aannames. 2) Gemeente Bergen zou huizen moeten bouwen vóór de Egmonders, niet ten koste van de Egmonders en de natuur. 3) Er is niet nagedacht over de leefbaarheid in het dorp die achteruitgaat door een wijk met 150 (dure) huizen te bouwen op deze locatie waar geen goede infrastructuur is of kan komen. 4) De wethouder kan zijn tijd beter steken in een nieuw bestemmingsplan voor de voetbalvelden en een voorstel voor de provincie, waarin het veegplan wordt ingetrokken en een nieuw voorstel voor St. Adelbert wordt gepresenteerd. 5) Gezien de zeer nabije locatie van de Abdij van Egmond zijn er zeer waarschijnlijk nog archeologische waarden aanwezig, en moet aan eerder beschreven regels m.b.t. archeologische waarde worden voldaan. 6) zie verder zienswijze 1.

36.

20ip.04368

Zienswijze op MER-beoordelingsbesluit. Op basis van het gestelde in het ontwerpbestemmingsplan kan niet anders geconcludeerd worden dat er sprake zal zijn van een toename aan stikstofdepositie op een stikstofgevoelig gebied. In een dergelijk geval moet nader onderzoek uitwijzen of er sprake is van significante effecten.

37.

20ip.04379

Zie zienswijze 29.

38.

20ip.04380

Zie zienswijze 29.

39.

20ip.04384

Zie zienswijze 35.

40.

20ip.04385

41.

20ip.04389

Zie zienswijze 35. 1.2

1.8

1.7

1) Er heeft geen vooroverleg over het bestemmingsplan plaatsgevonden. Dit gaat in tegen de afspraken die provincie en gemeente met elkaar hebben en is ook in strijd met de overlegverplichting uit artikel 3.1.1, lid 1, Besluit ruimtelijke ordening. 2) Het plan is een canvas en dermate onvolledig dat het ter inzage leggen van een ontwerp in dit stadium onzorgvuldig wordt geacht. Nu is immers al duidelijk dat het plan substantieel zal moeten worden aangevuld voordat het kan worden vastgesteld. Dat ontneemt belanghebbenden de mogelijkheid om op die punten een zienswijze in te dienen. 3) Het plan is in strijd met artikel 5a van de Provinciale Ruimtelijke Verordening en artikel 2 van de Uitvoeringsregeling regionale afspraken nieuwe stedelijke ontwikkeling. Vroegtijdige afstemming tussen provincie en gemeente over de woningbouwplannen heeft niet plaatsen gevonden (regionale afstemming).

1.7

1.7

1.9

1.10

1.10

In het ontwerpbestemmingsplan ontbreekt het volledig aan een ruimtelijke analyse van de locaties en een onderbouwing waarom juist hier woningbouw zou moeten plaatsvinden. De onderbouwing van de Ladder van duurzame verstedelijking geeft hier geen antwoord op. Bovendien geeft de planbeschrijving geen helder beeld van het kwalitatieve woningbouwprogramma van de locaties. Er wordt geen inzicht gegeven in hoe de woongebieden er mogelijk uit gaan zien. 4) Het plan is in strijd met artikel 8 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Een deel van het plangebied is deels (locatie Egmond aan den Hoef Oost) in aardkundig waardevol gebied (artikel 8 en kaart 10 PRV) gelegen. In het ontwerpbestemmingsplan ontbreekt een motivering waaruit blijkt dat rekening gehouden is met de in het plangebied voorkomende aardkundige waarden. 5) Het plan is in strijd met artikel 15 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening, omdat het bestemmingsplan geen motivering bevat waaruit blijkt dat rekening gehouden is met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Daarmee wordt niet voldaan aan de ruimtelijke kwaliteitseisen zoals neergelegd in artikel 15 van de PRV. 6) Het plan geeft onvoldoende onderbouwing om aan te nemen dat de additionele verkeerstoename leiden tot (ontsluitings)problemen op het lokale of provinciale wegennet.

Daarnaast wordt ten aanzien van verkeer alleen gesproken over autobereikbaarheid en parkeernormen; de bereikbaarheid van voorzieningen per fiets, voet of OV worden nergens genoemd. 7) De in het ontwerpbestemmingsplan mogelijk gemaakte woningbouwlocaties zijn weliswaar niet gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), maar zij liggen wel in de directe nabijheid daarvan. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden beoordeeld of de ontwikkelingen aanvaardbaar zijn gelet op de ligging nabij NNN. 8) De vereiste onderzoeken op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) ontbreken. Het ontbreken van de onderzoeken ten aanzien van soortenbescherming kan niet worden ondervangen door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting. De conclusie ten aanzien van de in de nabijheid gelegen Natura 2000-gebieden dat het veronderstelde bestaande en toegestane agrarische gebruik niet tot een hogere depositie leidt, is voorbarig en niet onderbouwd.

1.10

1.3

4.5

42.

20ip.04390

43.

20ip.04391

De conclusie dat natuurwetgeving geen belemmering vormt voor het planvoornemen, is ongegrond en voorbarig. Gelet op artikel 7.2a, eerste lid, Wet natuurbescherming, is daarmee evenmin voldoende gemotiveerd dat het plan niet m.e.r.-plichtig is. 9) De omvang van de voorgenomen ontwikkelingen is kleiner dan de drempelwaarde voor een m.e.r.beoordeling (2000 woningen of 100 ha). op basis daarvan zou op zich volstaan kunnen worden met een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. In het ontwerpbestemmingsplan is echter onvoldoende verwerkt dat de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling in beschouwing zijn genomen. Deze omstandigheden betreffen (1) de kenmerken van het project, (2) de plaats van het project en (3) de kenmerken van potentiële effecten. Het plan dient expliciet getoetst te worden aan deze criteria. Momenteel ontbreekt ordentelijk onderzoek met een duidelijke conclusie. 10) De benaming van het ontwerpbestemmingsplan acht de provincie onzorgvuldig gekozen. Met een veegplan worden immers doorgaans verschillende kleinschalige verzoeken voor een aanpassing van het bestemmingsplan tegelijkertijd behandeld. Onderhavig ontwerpbestemmingsplan betreft het mogelijk maken van drie woningbouwlocaties, die elke een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreffen. De gekozen naam dekt dus niet de lading van het ontwerpbestemmingsplan.

11) Op 27 oktober 2020 heeft het college van Bergen besloten om dit ontwerp ter visie te leggen indien en nadat alle betrokken grondeigenaren bijgaande voorovereenkomst ondertekend is ontvangen. Perceel EMD02C 2473, aan de zuidkant van Egmond Binnen Zuid, is in eigendom van de provincie Noord-Holland en wordt beheerd door PWN. De provincie en PWN zijn niet bekend met deze overeenkomst. Zie zienswijze 31.

1.6/4.2

1.3

1) Bouwen in het buitengebied van Egmond-Binnen is geen goed idee. Zo wordt op nog geen vier kilometer afstand in het gebied tussen Heiloo reeds op grote schaal woningen gebouwd. 2) Inwoners van de gemeente Bergen zijn bijzonder slecht geïnformeerd, zowel wat betreft de bekendmaking van het plan, als over de inhoudelijke betrokkenheid van bewoners.

1.5

1.5/3.2

1.9/4.7

4.6

3) Het voorgenomen bestemmingsplan is op een tal van punten niet verenigbaar met de uitgangspunten zoals deze zijn opgenomen in de Structuurvisie van de gemeente. Dit geldt voor meerdere onderdelen die zijn opgenomen: Landschap/cultuurhistorie (vrijhouden zichtlijnen Abdij/zicht strandvlakte), Landbouw, Wonen, Recreatie en toerisme. 4) Zicht op het open landschap vanaf de Limmerweg vormt een belangrijk onderdeel van de belevingswaarde. Het ontwikkelen van woningbouw zal hier sterk afbreuk aan doen. Een deel van het uitzicht zal verdwijnen. Voor de beleving van open ruimte geldt in dit geval helaas niet dat verlies van een wellicht klein geacht deel een evenredig verlies in beleving veroorzaakt. Het verlies van een weidse beleving neemt op deze locatie door de nu al beperkte grootte naar verwachting veel sneller af. Dit geeft ook de betekenis aan van het begrip "verrommelen"; de resterende open ruimte, niet benut voor gebouwen of wegen, is te klein geworden om nog enige landschappelijke- of natuurwaarde te kunnen behouden. De nu aanwezige openheid tussen de Herenweg en het zich verder naar het oosten uitstrekkende weide- en bollengebied zal voor een deel teniet worden gedaan en aan weidsheid en recreatieve waarde verliezen.

5) Een oplossing voor de verwachte toename van verkeersbewegingen die veroorzaakt zal worden door het op grote schaal bouwen van woningen is onvoldoende in beschouwing genomen. Oplossingen zijn zeer prematuur en niet goed doordacht. 6) In het plangebied Egmond-Binnen Zuid komt de Patrijs en Veldleeuwerik nog voor als broedvogel, het betreffen zogeheten Rode lijstsoorten. Dit zijn soorten die landelijk sterk in aantal zijn afgenomen. Met name van belang een soort als de Patrijs is de connectie tussen het duingebied en de polder. Waar nu nog mogelijkheden zijn voor migratie tussen deze gebieden, zal deze bij het ten uitvoer brengen van de plannen sterk afnemen. Gemeenten hebben de plicht bij hun planontwikkeling rekening te houden met Rodelijstsoorten. In het ontwerpbestemmingsplan is nu slechts opgenomen dat nader onderzoek naar beschermde soorten nog plaatsvindt. En vervolgens; dat om uitvoerbaarheid te kunnen garanderen er een voorwaardelijke verplichting is opgenomen. De inhoud hiervan is niet terug te vinden.

1.10

1.10

1.10

7) Het beoogde plangebied Egmond-Binnen Zuid waarvoor het Veegplan Bergen 2020 in een bestemmingswijziging voorziet (van bollenland naar een woonbestemming), ligt zeer nabij bij het Natura 2000-gebied Het Noordhollands Duinreservaat. De afstand bedraagt aan de westzijde van het gebied slechts circa 30 meter. Dit gebied behoort tevens tot het Natuurnetwerk Nederland. De conclusie dat de Wet natuurbescherming geen beperking geeft is onjuist en kan niet worden getrokken. Ook ten aanzien van de stikstofdepositie en de effecten op het Natura 2000-gebied kan er op basis van de in het plan opgenomen beschouwing in dit stadium van de planontwikkeling niet volstaan worden met de conclusie dat de depositie nog verder onderzocht zal moeten worden, maar vervolgens al wel te concluderen dat dit de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staat. Zowel een effectberekening in de realisatiefase als in de gebruiksfase ontbreekt hier. Er dient onderbouwd uitgesloten te kunnen worden dat er geen negatieve effecten optreden. 8) Het hiervoor besproken standpunt ten aanzien van een foutieve beoordeling van de verplichtingen die voortkomen vanuit de natuurwet- en regelgeving doet ook besluiten bezwaar te maken tegen de uitkomst van het m.e.r- beoordelingsbesluit waarbij de conclusie was dat er in dit geval geen volledige m.e.rbeoordelingsprocedure noodzakelijk was.

De onderbouwing hiervoor is dat er geen plangebied gelegen is in kwetsbaar gebied of gebied met een beschermde status. Ook deze conclusie is onjuist. 9) Het wordt de laatste jaren steeds duidelijker dat er bij bollenteelt nabij een woonwijk waarschijnlijk onverantwoorde risico's worden genomen. De teelt zoals deze in deze streek wordt toegepast vereist een zeer frequente bespuiting met gewasbeschermende middelen, waarvan duidelijk is dat een deel schadelijke gevolgen kan hebben. Met deze kennis is het zeer onverstandig een woonwijk te creëren die nog verder in het bollengebied reikt. Te voorzien is dat bollenteelt en wonen dan in een onverenigbaar conflictsituatie belanden.

44.

20ip.04392

Zie zienswijze 1.

45.

20ip.04393

Zie zienswijze 1.

46.

20ip.04402

1.3

1.4

1.10/1.7/ 1.12/1.6 1.9/1.5

1) Eenieder is niet in de gelegenheid gesteld om gedurende zes weken een zienswijze te kunnen indienen. De publicatie van de terinzagelegging heeft plaatsgevonden op 6 november 2020, terwijl de termijn volgens de gemeente op 30 oktober gestart is. Daarmee wordt niet voldaan aan de wettelijke bepalingen daaromtrent. LTO Noord en mogelijk ook andere partijen zijn door de te korte termijn niet voldoende in staat geweest om een toereikende zienswijze op te stellen. Dit is temeer van belang omdat niet uit de stukken blijkt dat er het verplichte vooroverleg heeft plaatsgevonden en er geen gelegenheid tot inspraak is geboden. 2) In de publicatie wordt gesteld dat het bestemmingsplan onder het regime van de Crisis- en Herstelwet valt. Niet duidelijk wordt waarop dit gebaseerd is. 3) De uitvoerbaarheid van het plan is niet aangetoond op de volgende punten: •

Er is niet aangetoond dat voldaan kan worden aan het bepaalde in de Wet geluidhinder en of er voldaan kan worden aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat,

•

Er is strijd met de provinciale verordening, onder andere op het artikel 5a, 15 en 26b.

•

Er is strijd met de provinciale structuurvisie/omgevingsvisie: bouwen in het buitengebied is niet gewenst. Niet gemotiveerd is waarom hiervan afgeweken kan worden. Er is ook geen ontheffing door de provincie verleend. Er is geen actueel op dit plan toegespitst advies van de ARO beschikbaar.

•

In het plan wordt gesteld dat de bollengronden gecompenseerd worden. Niet duidelijk is hoe/waar dit gaat gebeuren. De compensatielocaties hadden onderdeel van dit bestemmingsplan moeten zijn.

•

De bodemkwaliteit van de gronden is niet onderzocht. Dit kan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staan.

•

Er wordt in het bestemmingsplan geen rekening gehouden met de agrarische activiteiten aangrenzend aan het plangebied. Het bestemmingsplan leidt tot een belemmering in het gebruik van de aangrenzende agrarische gronden en in de bedrijfsvoering van de betrokken bedrijven.

•

Ook is niet aangetoond dat er ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan bestaan.

•

Er wordt niet voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking, er ligt geen toereikende kwalitatieve en kwantitatieve beschouwing ten grondslag aan het plan. Ook zijn er geen alternatieve locaties beschouwd,

•

Niet is onderzocht of het wegennet de toenemende verkeersintensiteit aankan.

•

De Limmerweg is wegbestemd.

•

Het plangebied is gelegen in de directe nabijheid van Natura 2000. Er moet daartoe een passende beoordeling opgesteld worden, dat is niet gedaan. Er heeft geen weging van alternatieven plaatsgevonden.

•

Het college heeft besloten dat er geen milieueffectrapportage uitgevoerd hoeft te worden. Hier wordt geen toereikende motivering voor gegeven. Gesteld wordt dat dit oordeel op onderzoek is gebaseerd, terwijl er nauwelijks onderzoek naar de effecten is gedaan. Er is geen aanmeldnotitie mer opgesteld en er is als zodanig geen afzonderlijk besluit op genomen.

•

De gevolgen voor de ecologie zijn niet toereikend onderzocht, de uitvoerbaarheid is op dit punt niet aangetoond.

•

Er is in het plan geen aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing en de landschappelijke gevolgen.

•

Er is in het plan geen aandacht besteed aan de gevolgen ten aanzien van cultuurhistorie.

•

Het bestemmingsplan bevat geen toereikende parkeerregeling waardoor niet aangetoond is dat het plan op dit punt uitvoerbaar is.

•

Het plan is niet uitputtend getoetst aan het vigerend beleidskader: onder meer de visie voor het landelijk gebied is niet in het plan betrokken,

•

Er is geen onderzoek gedaan naar de gevolgen voor de agrarische sector en structuur (bijvoorbeeld de gevolgen van te verleggen waterlopen) als gevolg van dit plan.

•

47.

20ip.04462

1.2

1.11

1.11

1.11

1.11

48.

20ip.04525

1.5

1.10

Het plan bevat in algehele zin een motiveringsgebrek voor de locatiekeuze, de opgave en de in het bestemmingsplan gekozen invulling.

1) Ondanks dat dit wellicht past binnen de juridische kaders, hecht het hoogheemraadschap er waarde aan om in een vroegtijdig stadium betrokken te zijn. Dit verloopt doorgaans in het kader van het wettelijke vooroverleg, zoals bedoeld in artikel 3.1.1. Bro, of al eerder. Voor dit planvoornemen is dat niet gebeurd en we zien dat als een gemiste kans. 2) Ten aanzien van paragraaf 5.9 Water, wordt opgemerkt dat voor dit bestemmingsplan/Veegplan nog geen gebruik is gemaakt van de digitale watertoets. 3) Verzocht wordt om de waterparagraaf op een aantal punten aan te passen en inhoudelijk aan te vullen met het essentiële aspect. Hiermee gaat het om een toename van het aanbod huishoudelijk afvalwater in relatie tot de bestaande infrastructuur, hoe zal worden omgegaan met de ambities ten aanzien van ruimtelijke adaptatie en wat de effecten zijn met het oog op de effecten op de waterkwaliteit en biodiversiteit in relatie tot het watersysteem. 4) Opgemerkt wordt dat, zeker voor primaire watergangen, niet zonder ingrijpende inrichtingsmaatregelen buiten de begrenzing van de planlocaties te compenseren is. Zoals het er staat worden indrukken en - verwachtingen gewekt. Te veel ruimte voor eigen interpretatie zou voorkomen kunnen worden.

Van belang is dat de waterhuishouding in het bestemmingsplan/ Veegplan met een passend abstractieniveau wordt omschreven, met de intentie om in samenwerking met de stakeholders, de deeluitwerkingen binnen de geldende beleidskaders van een nadere invulling en detaillering te voorzien. 5) De binnenduinrand is het voorts niet ondenkbaar dat ter motivatie van het 'Stand Still' principe en het waterneutraal bouwen bijvoorbeeld ook nader onderzoek en onderbouwing nodig is voor bijvoorbeeld de effecten van de ontwikkelingen op het grondwater en de grondwaterstromingen 1) Er is weinig of niets van het uitgangspunt in de Provinciale Structuurvisie, ter zake van het behoud en versterking van de natuur en het landschap, in deze gemeentelijke plannen terug te vinden. 2) Een Milieu Effect Rapportage ontbreekt.

1.6

3) Er bestaat geen nut en noodzaak voor het planvoornemen. 4) Zie verder zienswijze 36.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4664/documents/34209