bij 5.1 11-01-2022 nota van zienswijzen.pdf
Tekst van het document
1.10.3 De voorgenomen ontwikkeling doet afbreuk aan de natuur/ NH Duinreservaat/ NNN De in het ontwerpbestemmingsplan mogelijk gemaakte woningbouwlocaties zijn weliswaar niet gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of een Natura 2000-gebied, maar zij liggen wel in de directe nabijheid daarvan. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden
beoordeeld of de ontwikkelingen aanvaardbaar zijn gelet op de ligging nabij NNN en de Natura 2000-gebieden. Beantwoording: Door Aeres Milieu B.V. is in samenwerking met Faunaconsult B.V. een Quickscan natuurwetgeving per deellocatie uitgevoerd. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Daarnaast is nagegaan welke invloed de ingreep heeft op beschermde Natura 2000-gebieden en overige beschermde natuurgebieden. De resultaten van de quickscans worden verwerkt in het bestemmingsplan. Voor de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland luiden de conclusies als volgt: Egmond Binnen Zuid Natura 2000 Door de voorgenomen werkzaamheden kan verstoring door geluid en beweging optreden. Deze effecten zijn zeer lokaal; bovendien liggen de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden ‘Noordhollands Duinreservaat,’ ‘Noordzeekustzone,’ ‘Eilandspolder’ en ‘Schoorlse Duinen’ op een afstand van resp. 0,03; 7,1; 9,5 en 9,7 kilometer van het plangebied. Tussen Natura 2000-gebied ‘Noordhollands Duinreservaat’ en het plangebied in ligt de provinciale weg N512. Tussen het plangebied en Natura 2000-gebied ‘Noordzeekustzone’ ligt de provinciale weg N512, de bebouwde kom van Egmond-Binnen en enkele agrarische bedrijven.
Tussen ‘Eilandspolder’ en het plangebied in liggen de snelweg A9, de provinciale wegen N203 en N244 een spoorweg en diverse agrarische bedrijven. Tussen ‘Schoorlse Duinen’ en het plangebied liggen de provinciale wegen N510, N511 en N512 en de bebouwde kom van Egmond-Binnen. Ook vanwege de afstand verwachten wij van de voorgenomen werkzaamheden geen effect op bovengenoemde Natura 2000-gebieden. De hierboven genoemde Natura 2000-gebieden bevatten tenminste één stikstofgevoelig habitattype, dat te maken heeft met overbelasting door stikstof. De bouw van de woningen en de extra verkeersbewegingen zullen leiden tot wat stikstofuitstoot. Doordat de woningen circulair en klimaatneutraal worden gebouwd, zal er bij het gebruik van de woningen naar verwachting echter geen extra stikstof uitgestoten worden. Wel zal de toekomstige bewoning extra verkeersbewegingen opleveren (die tot een extra stikstofuitstoot leiden). De voorgenomen plannen hebben mogelijk een effect op de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden. Het is wel mogelijk dat de komst van de woningen zal leiden tot een significante toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het is daarom nodig te bepalen of dat het geval is. Door middel van een onderzoek stikstofdepositie is nader onderzocht of het planvoornemen een significant effect op de natuurwaarden heeft ten gevolge van stikstofdepositie.
Uit de berekeningen blijkt dat gedurende de gebruiksfase geen rekenresultaten met een toename hoger dan 0,00 mol/ha/jaar op de omliggende Nederlandse Natura 2000-gebieden zijn berekend ten opzichte van de huidige situatie. Dit komt doordat met deze ontwikkeling een einde komt aan het huidige agrarisch gebruik, zowel fysiek als planologisch. Per saldo (intern salderen) is er dus geen toename aan stikstofdepositie (0,00 mol N/ha/jr). Effecten op Natura 2000, zijn daarmee op voorhand uit te sluiten. Een vergunning inzake de Wet Natuurbescherming (Wnb) is dus niet vereist. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het nabij het plangebied gelegen Natura-2000 gebied Noordhollands Duinreservaat is tevens aangeduid als NNN. Stikstofgevoelige beheertypen ‘Duinbos’ en ‘Open Duin’ liggen op resp. 30
meter en 170 meter afstand van het plangebied. De wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN in Noord-Holland bestaan uit de aanwezige actuele en potentiële natuurwaarden waarvoor de provincie op internationaal, nationaal of regionaal niveau een grote verantwoordelijkheid draagt, inclusief alle noodzakelijke abiotische en ruimtelijke condities voor deze natuurwaarden. Door de werkzaamheden gaat er geen NNN verloren. De bouw van de woningen en de toenemende verkeersbewegingen zorgen voor wat stikstofuitstoot dat mogelijk een effect kan hebben op het NNN. Omdat het nabij het plangebied gelegen NNN tevens is aangewezen als Natura-2000 gebied ‘Noordhollands duinreservaat’, is er naast de toetsing op stikstofdepositie (is uitgevoerd, zie paragraaf 5.9.) geen extra toetsing meer nodig. Indien er dus geen negatieve effecten op het Natura-2000 gebied zijn te verwachten, is ook geen bezwaar te verwachten vanuit het provinciale natuurbeleid voor wat betreft NNN. Egmond aan den Hoef Oost Natura 2000 Door de voorgenomen werkzaamheden kan verstoring door geluid en beweging optreden. Deze effecten zijn zeer lokaal. bovendien liggen de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden ‘Noordhollands Duinreservaat,’ ‘Noordzeekustzone’ en ‘Schoorlse Duinen’ op een afstand van resp. 0,6; 3,6 en 5,9 kilometer van het plangebied.
Tussen deze Natura 2000-gebieden en het plangebied in liggen de provinciale weg N511 en een gedeelte van de bebouwde kom van Egmond aan den Hoef. Tussen het plangebied en Natura 2000-gebied ‘Schoorlse Duinen’ in ligt daarnaast nog de provinciale weg N510 en een gedeelte van de bebouwde kom van Wimmenum. Ook vanwege de afstand verwachten wij van de voorgenomen werkzaamheden geen effect op bovengenoemde Natura 2000-gebieden. De hierboven genoemde Natura 2000-gebieden bevatten tenminste één stikstofgevoelig habitattype, dat te maken heeft met overbelasting door stikstof. De bouw van de woningen en de extra verkeersbewegingen zullen leiden tot wat stikstofuitstoot. Doordat de woningen circulair en klimaatneutraal worden gebouwd, is er voor de grondstoffen en het gebruik ervan geenextra stikstofemissie te verwachten. Ook zal de toekomstige bewoning extra verkeersbewegingen opleveren (die tot een extra stikstofuitstoot leiden). Het is dus mogelijk dat er een significant negatief effect op bovengenoemd (en verder van het plangebied gelegen) Natura 2000-gebied(en) zal ontstaan. Door middel van een onderzoek stikstofdepositie is nader onderzocht of het planvoornemen een significant effect op de natuurwaarden heeft ten gevolge van stikstofdepositie.
Uit de berekeningen blijkt dat gedurende de gebruiksfase geen rekenresultaten met een toename hoger dan 0,00 mol/ha/jaar op de omliggende Nederlandse Natura 2000-gebieden zijn berekend ten opzichte van de huidige situatie. Dit komt doordat met deze ontwikkeling een einde komt aan het huidige agrarisch gebruik, zowel fysiek als planologisch. Per saldo (intern salderen) is er dus geen toename aan stikstofdepositie (0,00 mol N/ha/jr). Effecten op Natura 2000, zijn daarmee op voorhand uit te sluiten. Een vergunning inzake de Wet Natuurbescherming (Wnb) is dus niet vereist. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt op circa 515 meter afstand van het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), bestaande uit het beheertype ‘Droog schraalland’. Door de werkzaamheden gaat er geen NNN verloren. De bouw van de woningen en de toenemende
verkeersbewegingen hebben waarschijnlijk geen negatieve effecten op het NNN. Omdat er geen negatieve effecten op het NNN zijn te verwachten, zijn er op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid. Conclusie: De uitgevoerde Quickscans per deellocatie zullen verwerkt worden in de toelichting van het bestemmingsplan, waardoor onderbouwd kan worden dat de ontwikkeling aanvaardbaar is gelet op de ligging nabij NNN en de Natura 2000-gebieden. In combinatie met de stikstofdepositieberekening (zie punt 10.1.1) vormen de zienswijzen geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan
1.10.4 De onderbouwing dat de voorgenomen ontwikkeling geen afbreuk doet aan beschermde soorten is niet onderbouwd/ onderzocht De vereiste onderzoeken op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) ontbreken. Het ontbreken van de onderzoeken ten aanzien van soortenbescherming kan niet worden ondervangen door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting. De conclusie dat natuurwetgeving geen belemmering vormt het planvoornemen, is ongegrond en voorbarig. Gelet op artikel 7.2a, eerste lid, Wet natuurbescherming, is daarmee evenmin voldoende gemotiveerd dat het plan niet m.e.r.plichtig is. Beantwoording Door Aeres Milieu B.V. is in samenwerking met Faunaconsult B.V. een Quickscan natuurwetgeving per deellocatie uitgevoerd. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Daarnaast is nagegaan welke invloed de ingreep heeft op beschermde Natura 2000-gebieden en overige beschermde natuurgebieden. Aan de hand van deze Quickscans kan onderbouwd worden dat het planvoornemen geen belemmering vormt ten aanzien van soortbescherming in kader van de Wnb. Conclusie: De uitgevoerde Quickscans per deellocatie zullen verwerkt worden in de toelichting van het bestemmingsplan. De conclusie dat het natuurwetgeving geen belemmering vormt kan in combinatie met het gestelde in punt 1.10.1 en 1.10.3 onderbouwd worden.
1.10.5 Er is niet aangetoond dat voldaan kan worden aan het bepaalde in de Wet geluidhinder en/of voldaan kan worden aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat Verkeersgeluid van de N512 wordt als behoorlijk storend ervaren door de huidige bewoners van Egmond-Binnen en Egmond aan den Hoef. Voorstelbaar is dat dit in het plangebied, welke grenzen aan de N512, dit nog veel erger zal zijn. Een geluidsonderzoek waarin dit wordt onderbouwd/getoetst, ontbreekt. Beantwoording: Per deellocatie is in het kader van de realisatie van nieuwbouwwoningen akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe situatie in het kader van de Wet geluidhinder. Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plangebied ligt binnen de geluidzone van 1) de Herenweg N512 2) de Hogeweg 3) de Limmerweg en 4) de Hoeverweg N512. In het kader van een goede ruimtelijke
ordening zijn ook de omliggende 30 km/uur wegen meegenomen in de rapportages. De voorkeursgrenswaarden en de maximale ontheffingswaarde buitenstedelijk gebied worden op een gedeelte van het plangebied overschreden. Voor de woningen die beoogd worden in dit gebied, is een hogere waarde noodzakelijk. Uit de toetsing aan het hogere waarden beleid van de gemeente Bergen blijkt dat de hogere waarde verleenbaar is. Er zal een procedure hogere waarden worden doorlopen. In het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waardoor woningen in deze zone zullen moeten voldoen aan een verleende hogere waarde of de voorkeursgrenswaarde of voorzien moeten zijn van dove gevels. Conclusie: De resultaten van de akoestische onderzoeken per deellocatie worden verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan en de procedure hogere waarden zal doorlopen worden, hiermee wordt in voldoende mate aangetoond dat voldaan kan worden aan het bepaalde in de Wet geluidhinder en dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect geluid. In het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waardoor woningen in deze zone zullen moeten voldoen aan een verleende hogere waarde of de voorkeursgrenswaarde of voorzien moeten zijn van dove gevels.
1.10.6 Het plan leidt tot geluidsoverlast bij bouw- en gebruiksfase Verwacht wordt dat de voorziene bouwwerkzaamheden leidt tot extra geluidsoverlast. Zowel gedurende de bouwfase als de gebruiksfase door een toename in het aantal verkeersbewegingen. Beantwoording: Bij bouwwerkzaamheden is enige mate van geluidsoverlast onvermijdelijk. In artikel 8.3 van het Bouwbesluit 2012 is bepaald dat bouw- en sloopwerkzaamheden op werkdagen en zaterdag tussen 07:00 en 19:00 uur mogen worden uitgevoerd. Daarbij gelden ook maximale geluidniveaus die in acht moeten worden genomen. Tot 60 decibel is toelaatbaar en van 60 tot 75 decibel mag dat maar een aantal dagen. Zo nodig kan een ontheffing worden verleend. In het uitgevoerd geluidsonderzoek zijn alle geluidbronnen betrokken, waarvan de Wet geluidhinder voorschrijft dat die in het onderzoek moeten worden meegenomen. Zoals alle onderzoeken, is het geluidsonderzoek op grond van de Wet geluidhinder uitsluitend verplicht voor de nieuw te bouwen woningen in het plangebied, niet voor de bestaande, omliggende woningen. Dat neemt niet weg dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel naar de effecten van het plan op de omliggende woningen is gekeken. Verwacht wordt dat het aantal voertuigenbewegingen dat de nieuwe woningen veroorzaakt niet leidt tot noemenswaardige geluidoverlast voor de omliggende woningen.
Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. 1.10.7 Er wordt onvoldoende rekening gehouden met de aangrenzende teeltactiviteiten Er wordt in de toelichting van het bestemmingsplan te weinig rekening gehouden met de aangrenzende teeltactiviteiten. De nabijgelegen teeltactiviteiten kunnen ten aanzien van de blootstelling aan gewasbeschermende middelen schadelijke gevolgen hebben. Een onderbouwing dat dit geen conflictsituatie oplevert, ontbreekt.
Beantwoording: Grenzend aan de beoogde woningbouwlocaties is inderdaad sprake van agrarisch bestemde gronden waarop bloembollen en -knollen en overige bloemkwekerijgewassen kunnen worden geteeld (bollenteeltbedrijven). Op deze gronden is het professionele gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet uitgesloten. Derhalve is een onderzoek uitgevoerd naar de ruimtelijke aanvaardbaarheid wat betreft het woon- en leefklimaat in relatie tot de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen (op minder dan 50 meter van het plangebied). Op basis van nieuwe regelgeving in het Activiteitenbesluit, diverse onderzoeken naar de drift bij vollegrondsteelt en een locatie specifiek onderzoek heeft een afweging van alle bij het gebruik van de gronden betrokken belangen plaats gevonden. Daarbij is een aan te houden afstand van 10 meter tussen de gronden waarop deze gewassen worden geteeld en woningen gekozen die een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd een en ander zonder dat de bedrijven die de teelt op deze gronden uitvoeren onevenredig in hun belangen worden geschaad. Conclusie: Het locatie specifiek onderzoek over de toepassing van gewassenbestrijding wordt verwerkt in het bestemmingsplan.
Op basis hiervan en in combinatie met nieuwe regelgeving in het Activiteitenbesluit en diverse onderzoeken naar de drift bij vollegrondsteelt is voldoende rekening gehouden met de aangrenzende teeltactiviteiten. 1.10.8 EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling In het plan is onvoldoende verwerkt dat de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling in beschouwing zijn genomen. Deze omstandigheden betreffen (1) de kenmerken van het project, (2) de plaats van het project en (3) de kenmerken van potentiële effecten. Het plan dient expliciet getoetst te worden aan deze criteria. Momenteel ontbreekt ordentelijk onderzoek met een duidelijke conclusie. Op basis van het ontwerpplan kunnen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (nog) niet worden uitgesloten. Beantwoording De omvang van de voorgenomen ontwikkelingen is kleiner dan de drempelwaarde voor een m.e.r.beoordeling (2000 woningen of 100 ha). Op basis daarvan zou op zich volstaan kunnen worden met een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het college van Bergen NH heeft in het mer-beoordelingsbesluit van 27 september 2020 besloten dat voor de voorgenomen ontwikkeling binnen het Veegplan Bergen 2020 geen m.e.r.-procedure behoeft te worden doorlopen.
Uit het natuuronderzoek en het onderzoek naar stikstofdepositie blijkt dat de ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op Natura 2000-gebieden. De voorgenomen ontwikkeling is ook niet direct m.e.r. beoordelingsplichtig op basis van het onderdeel ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Echter, omdat de voorgenomen ontwikkeling wel valt onder de noemer van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling verplicht. Door middel van een aanmeldnotitie is hier invulling aan gegeven. Hieruit volgt dat de omvang van het project ver onder de drempelwaarde ligt en de kenmerken van de activiteiten (sloop, herinrichting van het gebied en bouw van de woningen) en de mogelijke gevolgen voor het milieu als gevolg van deze activiteiten
geen aanleiding geven voor het opstellen van een milieueffectrapportage. Daarbij is in de motivering duidelijk in worden gegaan op de genoemde omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Conclusie: Het college van Bergen NH heeft in het mer-beoordelingsbesluit van 27 september 2020 besloten dat voor de voorgenomen ontwikkeling binnen het Veegplan Bergen 2020 geen m.e.r.-procedure behoeft te worden doorlopen.De aanmeldnotities vormvrije m.e..r. zullen verwerkt worden in het bestemmingsplan. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, uitgesloten zijn.
1.11. Water Ten aanzien van paragraaf 5.9 Water, merkt het Hoogheemraadschap op dat voor dit bestemmingsplan/veegplan nog geen gebruik is gemaakt van de digitale watertoets. In de voorliggende paragraaf is een aanzet gedaan om de verschillende relevante taakvelden op hoofdlijnen te beschrijven, maar deze zijn niet volledig. Hierbij het verzoek om de waterparagraaf op een aantal punten aan te passen en inhoudelijk aan te vullen met de essentiële aspecten. Hiermee gaat het om 1) een toename van het aanbod huishoudelijk afvalwater in relatie tot de bestaande infrastructuur 2) hoe zal worden omgegaan met de ambities ten aanzien van ruimtelijke adaptie en wat de effecten zijn met het oog op de waterkwaliteit en 3) de biodiversiteit in relatie tot het watersysteem. Verder wordt in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan gesteld dat de te verstoren waterlopen elders worden gecompenseerd. Vanuit het Hoogheemraadschap wordt opgemerkt dat dit, zeker voor primaire watergangen, niet zonder ingrijpende inrichtingsmaatregelen buiten de begrenzing van de planlocatie te compenseren is. Zoals het er staat worden indrukken en – verwachtingen gewekt. Te veel ruimte voor eigen interpretatie zou voorkomen kunnen worden.
Van Belang is dat de waterhuishouding in het bestemmingsplan/Veegplan met een passend abstractieniveau wordt omschreven met de intentie om in samenwerking met de stakeholders, de deeluitwerkingen binnen de geldende beleidskaders van een nadere invulling en detaillering te voorzien. De tekst dient hierop aangepast te worden. Daarnaast wenst het Hoogheemraadschap in een vroegtijdig stadium betrokken te worden bij de (deeluitwerkingen). Het Hoogheemraadschap verneemt graag hoe de waterparagraaf verder compleet wordt gemaakt en hoe hier nadere invulling aan gegeven wordt, zodat de waterbelangen in een vroegtijdig stadium voldoende geborgd blijven. Beantwoording: Door Aeres Milieu B.V. is een waterparagraaf per deellocatie opgesteld. In deze paragraaf is het waterhuishoudkundige systeem in kaart gebracht, zodat negatieve gevolgen op dit systeem vermeden kunnen worden. In de rapportages is een beschrijving gegeven van de manier waarop rekening wordt gehouden met de gevolgen van de voorgenomen nieuwbouw op het perceel voor de waterhuishouding. Hiervoor zijn de bestaande waterhuishouding, gehanteerde uitgangspunten en randvoorwaarden tot het bekomen van een duurzame herontwikkeling beschreven.
Conclusie: De opgestelde waterparagrafen zullen verwerkt worden in het bestemmingsplan, waardoor in de toelichting van het bestemmingsplan onderbouwd worden dat het voornemen geen negatieve gevolgen heeft voor het waterhuishoudkundige systeem. 1.12 Compensatie bollenteelt In het ontwerpbestemmingsplan wordt gesteld dat er gronden zijn aangekocht om het verlies aan bollenconcentratie te compenseren. Echter wordt geen melding gemaakt of deze gronden wel geschikt zijn voor bollenteelt. Beantwoording: De deellocatie Egmond aan den Hoef Noord zal behouden blijven als bollenconcentratiegebied. Door de ontwikkelingen in het kader van dit bestemmingsplan gaan bollengronden in het bollenconcentratiegebied verloren. De gemeente compenseert het verlies aan bollenconcentratiegebied ter plaatse van de locaties Egmond aan den Hoef Oost (ca. 4,5 ha) en Egmond Binnen Zuid (ca. 3,6 ha). De gemeente Bergen heeft bindende afspraken gemaakt om elders in de gemeente in totaal 8,1 ha gronden om te zetten in bollengrond. Deze gronden worden door de gemeente geschikt gemaakt voor de teelt van bollenteelt. In de planregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waardoor woningbouw pas mogelijk is als voorzien is in de benodigde compensatie van bollengronden. De totale oppervlakte aan geschikte bollengronden in het bollenconcentratiegebied blijft op deze wijze gelijk.
Conclusie: De deellocatie Egmond aan den Hoef Noord behouden blijven als bollenconcentratiegebied. Daarnaast wordt elders in de gemeente in totaal 8,1 ha geschikt gemaakt voor bollenteelt.
2.
Egmond aan den Hoef Noord
De deellocatie Egmond aan den Hoef Noord wordt niet langer ontwikkeling tot woningbouwlocatie maar blijft de vigerende agrarische bestemming behouden. De gronden blijven behouden als bollenconcentratiegebied. De zienswijzen ten aanzien uitzicht/aanzicht, landschappelijk inpassing, verkeer, alternatieve en gemeentelijk waren allen gericht op de woningbouwontwikkeling die hier zou plaatsvinden. Doordat ter plaatse niet langer sprake is van een woningbouwontwikkeling maar van agrarisch grondgebruik, wordt aan alle ingediende zienswijzen voor de deellocatie Egmond aan den Hoef Noord tegemoet gekomen.
3.
Egmond aan den Hoef Oost
3.1 Waardevermindering/verslechtering woonplezier Door het planvoornemen zal sprake zijn van een waardevermindering van de woningen langs het plangebied Egmond aan den Hoef Oost. Door het planvoornemen zou namelijk het woonplezier en het vrije uitzicht vanaf het dorp verdwijnen. Beantwoording: Waardevermindering als gevolg van een bestemmingsplan, zgn. planschade, vormt geen doorslaggevend aspect in deze zienswijzenbeoordeling. Van belang daarbij is onder meer dat de wetgever hiervoor een speciale, uitgebreide wettelijke regeling heeft voorzien in artikel 6.1 e.v. van de Wet ruimtelijke ordening. Dit betreft een laagdrempelige procedure waarin betrokkenen kunnen laten vaststellen of er sprake is van planschade en zo ja, in welke omvang. Allerlei aspecten kunnen daarbij aan de orde komen die met een vergelijking van het oude en het nieuwe planologisch regime te maken hebben. Conclusie: De zienswijzen aangaande de waardvermindering/woonplezier leiden niet direct tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel is bij de nadere uitwerking van het plan zoveel mogelijk rekening gehouden met het vrije uitzicht vanaf het dorp: Het visuele contact vanuit het dorp op de strandvlakte wordt behouden door de bestaande doorzichten vanaf de centrale groenzone bij Beatrixlaan naar de strandvlakte en andersom open te houden. Daarnaast worden er noord-zuid gerichte doorzichten behouden.
Hiermee wordt het woonplezier zo veel mogelijk gewaarborgd. 3.2 Landschappelijke inpassing De aangegeven goot- en bouwhoogte van respectievelijk 7 en 12 meter gaan de thans geldende hoogte in het landelijk gebied van respectievelijk 5 en 8 meter ruim te boven. Door de bebouwingsmogelijkheden in het plangebied Egmond aan den Hoef Oost worden landschappelijke zichtlijnen doorbrokken. Beantwoording: De daadwerkelijke goot- en bouwhoogte in het plangebied Egmond aan den Hoef Oost zal deels lager liggen dan het gestelde in het ontwerpbestemmingsplan. De goot- en bouwhoogte van de vrijstaande woningen aan de oostzijde zal respectievelijk 4 en 10 meter bedragen. Voor de woonvelden grenzend aan de bebouwde kom van Egmond aan den Hoef geldt een maximum gooten bouwhoogte van 7 en 12 meter. Dit sluit aan bij de bestaande bebouwingstypologie van woningen van twee bouwlagen met een kap aan deze zijde van Egmond aan den Hoef. Door de ruimtelijke opzet blijven de huidige zichtlijnen zo veel mogelijk gehandhaafd. Door middel van maatvoeringaanduidingen en bestemmingsregels wordt het bovenstaande juridisch gewaarborgd. Conclusie: De zichtlijnen blijven zo veel mogelijk gehandhaafd en de hoogteregeling wordt gewaarborgd middels maatvoeringaanduidingen en bestemmingsregels.
3.3 Verkeer Een goede onderbouwing over de verkeersafwikkeling ontbreekt. Beantwoording: Door Goudappel is een verkeersonderzoek uitgevoerd. Ten behoeve van de woningbouwontwikkeling is in dit onderzoek beoordeeld of het extra verkeer als gevolg van de ontwikkelingen afgewikkeld kan worden op het omliggende wegennet. Zie beantwoording 1.9. Conclusie: De toelichting zal op dit onderdeel worden aangevuld. 3.4 Provinciaal beleid Het plan is in strijd met artikel 8 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening, aangezien het plangebied Egmond aan den Hoef Oost is aangewezen als Aardkundig Waardevol Gebied (artikel 8 en kaart 10 PRV) gelegen. In het ontwerpbestemmingsplan ontbreekt een motivering waaruit blijkt dat rekening gehouden is met de in het plangebied voorkomende aardkundige waarden. Beantwoording: In de PRV is heeft plangebied de aanduiding “Aardkundig waardevol gebied”. Het gebied is echter niet aangewezen als Aardkundig monument.
In artikel 8 van de PRV is aangegeven dat onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 6 van de Provinciale Milieuverordening in de toelichting van een bestemmingsplan wordt aangegeven in hoeverre rekening is gehouden met de in het gebied, zoals aangegeven op kaart 10 en op de digitale verbeelding ervan, voorkomende bijzondere aardkundige waarden zoals beschreven in het bijlage-rapport Actualisatie Intentieprogramma Bodembeschermingsgebieden (vastgesteld door Provinciale Staten d.d. 12 januari 2004, nr. 47A). Bij de gebiedsbeschrijving uit 2004 wordt het huidige verkavelingspatroon en de richting van sloten genoemd. In het nieuwe ruimtelijke plan zijn juist het verkavelingspatroon en het patroon van sloten en watergangen de basis voor het ontwerp. Deze hoofdrichtingen blijven dus in stand en herkenbaar. De onderliggende bodem en de hydrologische situatie blijft in stand. In overleg met het hoogheemraadschap is een hydrologische oplossing op maat ontworpen, waarin juist meer ruimte is voor water en waterberging voor een duurzame waterhuishouding. Daarnaast is in dit ruimtelijk plan een deel van een mogelijke nieuwe boezemverbinding tussen de Oude Vaart en de Hoevervaart opgenomen, die de hydrologische situatie in de gehele polder kan verbeteren.
Bij de gebiedsbeschrijving is bij het onderdeel ecologie aangegeven dat in verband met het huidige landgebruik de oorspronkelijke vegetatie geheel is verdwenen. Dit geldt ook voor het plangebied dat momenteel volledig en intensief in gebruik is voor landbouw. Bij het nieuwe ruimtelijke plan wordt juist ingezet op het verbeteren van de ecologische situatie door onder andere het toevoegen van nieuwe bij het landschap passende beplantingen, de aanleg van natuurvriendelijke oevers, het planten van veel extra bomen en natuurinclusief bouwen. Geconcludeerd kan worden dat door dit ruimtelijk plan het huidige verkavelings- en slotenpatroon behouden blijft en er geen ingrijpende aanpassingen in de bodemsoorten plaats vinden. Het ruimtelijk plan zorgt juist voor een positieve bijdrage aan de hydrologische situatie in het poldergebied en aan een versterking van de ecologische situatie. Conclusie: De toelichting is op dit onderdeel worden aangevuld.
3.4 Bedrijven en milieuzonering In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan wordt gesteld dat aan de Guyotte van IIsselsteinlaan 34 een school gevestigd is en aan de Herenweg 256 een bedrijf van teelt en sierplanten. Beide functies zijn echter niet meer actief. Beantwoording: De locatie Guyotte van IJsselsteinlaan 34 kent op basis van het vigerende bestemmingsplan “Kernen Egmond” nog wel een maatschappelijke bestemming met de functieaanduiding ‘onderwijs’. Dit betekent dat juridisch-planologisch nog steeds een school gevestigd kan worden. Derhalve dient hier wel aan getoetst te worden. Aangaande de bedrijfsactiviteiten langs de Herenweg is de paragraaf ‘bedrijven en milieuzonering’ aangepast. Deze bedrijven vormen op basis van de VGN brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geen belemmering voor een goed woon- en leefklimaat. Conclusie: In paragraaf 5.2 ‘bedrijven en milieuzonering ‘ is aangepast en aangevuld. De bedrijven in de omgeving vormen geen belemmering voor een goed woon- en leefklimaat in het plangebied. Het bestemmingsplan levert geen beperking op in de bouw- en gebruiksrechten van reeds gevestigde bedrijven en levert geen aanvullende beperking op voor toekomstige bedrijfsuitbreidingen.
4.
Egmond Binnen Zuid
4.1 Leefbaarheid en toegankelijkheid De kern Egmond Binnen bestaat uit 1.100 woningen. Het toevoegen van 150 woningen geeft een te grote belasting op de leefbaarheid en toegankelijkheid van het dorp. Er is maar één kleine supermarkt en twee kroegen. De laatste zeven jaar is het aantal inwoners zelfs jaarlijks afgenomen met 3% (van 2.700 in 2013 naar 2.600 in 2020). De algemene veiligheid in het plan wordt niet behandeld. Met een de ambitie van de gemeente om met 350 woningen uit te breiden, moet er ook meer controle komen om de veiligheid te kunnen handhaven. Beantwoording Het uiteindelijk woningbouwaantal voor de locatie Egmond Binnen Zuid is verlaagd naar 100 woningen. Daarnaast is in de door Bureau Stedelijke Planning een notitie opgesteld aangaande de maatschappelijke meerwaarde van woningbouw voor de bestaande voorzieningen in Egmond aan Binnen (en Egmond aan de Hoef). In de notitie is onderbouwd dat de toevoeging van woningen zorgt voor een toename en behoud van het draagvlak van de maatschappelijke voorzieningen. Conclusie: De opgestelde notitie zal verwerkt worden in het bestemmingsplan, waardoor in de toelichting van het bestemmingsplan onderbouwd worden dat de leefbaarheid en toegankelijkheid van het dorp niet in geding komt.
4.2 Landschappelijke inpassing De aangegeven goot- en bouwhoogte van respectievelijk 7 en 12 meter gaan de thans geldende hoogte in het landelijk gebied van respectievelijk 5 en 8 meter ruim te boven. Door de bebouwingsmogelijkheden in het plangebied Egmond Binnen Zuid worden landschappelijke zichtlijnen doorbrokken en de enige landmark “de Abdij” aan het zicht onttrokken. Beantwoording: Voor de woonvelden grenzend aan de bebouwde kom van Egmond Binnen geldt een maximum goot- en bouwhoogte van 7 en 12 meter. Dit sluit aan bij de bestaande bebouwingstypologie van woningen van twee bouwlagen met een kap aan deze zijde van Egmond Binnen. Door de ruimtelijke opzet blijven de huidige zichtlijnen zo veel mogelijk gehandhaafd. Het plangebied ligt op 250 meter vanaf de abdij. De adbij is reeds aan meerdere zijden door bebouwing omgeven. Door middel van maatvoeringaanduidingen en bestemmingsregels wordt het bovenstaande juridisch gewaarborgd. Conclusie: De zichtlijnen blijven zo veel mogelijk gehandhaafd en de hoogteregeling wordt gewaarborgd middels maatvoeringaanduidingen en bestemmingsregels 4.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Gesteld wordt dat de buiten stedelijke locatie Egmond-Binnen Zuid niet geschikt is om in de behoefte aan betaalbare woningen te voorzien. In Egmond-Binnen zijn genoeg andere binnen stedelijke locatie, zoals de voetbalvelden/ St. Adelbert.
Het wordt wenselijker geacht om eerst deze locaties te ontwikkelingen, voordat afbreuk van het buiten stedelijk gebied (landelijk gebied) plaats vindt. Beantwoording: Een herontwikkeling van de locatie Voetbalvelden St. Adelbert hangt samen met de verplaatsing van de voetbalvelden. Momenteel is de gemeente nog in afwachting van een uitspraak in de Raad van State procedure. De locatie is nu niet beschikbaar en komt ook niet spoedig beschikbaar. Als de locatie beschikbaar komt is het de vraag of het woningbouw wordt, want het heeft inmiddels dan een agrarische bestemming en ligt daarmee buiten het Bestaand Stedelijk Gebied. Omdat woningbouw op locatie St. Adelbert derhalve nog hoogst onzeker is en het wenselijk is om alvast voldoende woningbouw te ontwikkelen voor de toekomst, is onderhavige ontwikkeling van Egmond Binnen Zuid alvast in gang gezet. In de ladderonderbouwing zijn daarnaast alternatieve locaties binnen bestaand stedelijk gebied geïnventariseerd (zie punt 1.7.3). Daarbij zijn de alternatieve locaties beoordeeld op geschiktheid en beschikbaarheid.
Uit de analyse naar mogelijke alternatieve locaties blijkt dat deze niet dezelfde omgevingskwaliteiten bieden als het plangebied (aantrekkelijke groene en waterrijke woonomgeving), deze een duidelijk ander concept aanbieden dat gericht is op een specifieke doelgroep, deze onvoldoende ruimte bieden om het geplande woningbouwprogramma te realiseren en dat de geplande woningen bestaand aanbod vervangen. Conclusie: De uitgevoerde ladderonderbouwing zal worden verwerkt in het bestemmingsplan, waardoor in de toelichting van het bestemmingsplan onderbouwd worden waarom onderhavige locatie wenselijk is dan alternatieve locaties. 4.4 Archeologie De planlocatie Egmond-Binnen Zuid heeft een archeologische waarde 3, op deze gronden mogen bij de bouw van bouwwerken groter dan 500 m2 geen graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm of heiwerkzaamheden plaatsvinden. Gezien de nabije locatie van de Abdij van Egmond zijn er zeer waarschijnlijk nog archeologische resten aanwezig en moet aan de eerdergenoemde regels m.b.t. de archeologische waarde worden voldaan. Uit de toelichting komt onvoldoende naar voren hoe hier mee omgegaan wordt. Beantwoording: Op basis van het uitgevoerd archeologisch onderzoek wordt voor de locatie Egmond-Binnen Zuid een archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht.
Dit kan plaatsvinden in de vorm van een verkennend booronderzoek om de intactheid van de bodem en de diepteligging van potentiële archeologische niveaus vast te stellen. Door het behoud van de archeologische dubbelbestemming uit het ontwerpbestemmingsplan, blijft een nadere archeologische onderzoekplicht gelden bij bodemingrepen. Op deze wijze is voldoende gewaarborgd dat eerst de intactheid van de bodem en de diepteligging vastgesteld moeten worden, voordat daadwerkelijk bodemingrepen plaatsvinden.
Conclusie: Het uitgevoerd archeologische bureauonderzoek wordt verwerkt in het bestemmingsplan. De archeologische dubbelbestemming uit het ontwerpbestemmingsplan blijft gehandhaafd, waardoor eventueel voorkomende archeologische resten beschermd blijven tot dit nader onderzocht is. Hiermee wordt voldoende onderbouwd hoe om te gaan met (eventueel voorkomende) archeologische resten 4.5 Bedrijven en milieuzonering In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan worden de gronden en het bedrijfspand aan de Herenweg 18 en 20 en de bedrijfswoning met kantoor-/praktijkruimte aan de Herenweg 14 en 16 te Egmond-Binnen niet aangehaald in de tekst. Gezien de bestemming ‘Bedrijf’, met een bijbehorende milieucategorie 2, is dit wel van belang. Aan de Herenweg in Egmond-Binnen zijn een drietal bedrijfslocatie gelegen. In het ontwerpbestemmingsplan zijn de locaties Herenweg 15A en Herenweg 27 niet meegenomen. Beide betreffen agrarische bedrijfslocaties zijn in gebruik bij Apeldoorn Bloembollen. Verzocht wordt om de locaties mee te nemen in de beoordeling. Hierbij dient rekening gehouden te worden met zowel de huidige situatie als de planologische uitbreidingsmogelijkheden (bouw- en gebruiksrechten). Beantwoording: Aangaande de bedrijfsactiviteiten langs de Herenweg is de paragraaf ‘bedrijven en milieuzonering’ aangepast.
Deze bedrijven vormen op basis van de VNG brochure ‘bedrijven en milieuzonering’ geen belemmering voor een goed woon- en leefklimaat. Conclusie: In paragraaf 5.2 ‘bedrijven en milieuzonering ‘ is aangepast en aangevuld. De bedrijven in de omgeving vormen geen belemmering voor een goed woon- en leefklimaat in het plangebied. Het bestemmingsplan levert geen beperking op in de bouw- en gebruiksrechten van reeds gevestigde bedrijven en levert geen aanvullende beperking op voor toekomstige bedrijfsuitbreidingen. 4.6 Eigendomssituatie Perceel EMD02C 2473, aan de zuidkant van Egmond-Binnen Zuid, is in eigendom van de provincie Noord-Holland en wordt beheerd door PWN. Beantwoording Dit perceel maakt geen onderdeel meer uit van onderhavig bestemmingsplan. Aan de zienswijze wordt tegemoet gekomen. 4.7 Beschermde vogels In het plangebied Egmond-Binnen Zuid schijnen de broedvogels de Patrijs en de Veldleeuwerik nog voor te komen. Onderzoek naar eventuele nadelige gevolgen ontbreekt. Beantwoording: Zie het gesteld onder punt 1.10.4: voor de locatie Egmond-Binnen Zuid is een Quickscan natuurwetgeving uitgevoerd. Ten aanzien van beschermde vogels wordt daarin het volgende gesteld:
In het plangebied zijn geen gebouwen of bomen aanwezig. Langs de weg Kruiskroft, aan de noordzijde van het plangebied, bevindt zich een rij laanbomen. Geen van deze laanbomen bevat een holte. Tijdens het veldbezoek zijn houtduif en stormmeeuw waargenomen. (Jaarrond beschermde) vogelnesten zijn echter afwezig. Het is wel mogelijk dat er in het broedseizoen algemeen voorkomende vogels als grasmus in het plangebied broeden. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verwijderen. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. Omdat vogels sporadisch ook buiten de periode 15 maart – 15 juli broeden, kan het verwijderen van opgaande vegetatie toch leiden tot overtreding van de Wnb. Indien blijkt dat er broedende vogels aanwezig zijn, dan mogen deze niet worden verstoord. Ook mogen in gebruik zijnde nesten niet worden vernield. Conclusie: De zienswijzen leiden niet direct tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Wel worden eventuele nadelige gevolgen voor de Patrijs en de Veldleeuwerik zoveel mogelijk voorkomen door de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli te verwijderen. De gestelde mitigerende maatregelen zullen in acht worden genomen bij de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. 4.8 Verkeer Grote zorgen worden geuit over de verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling. Bij nieuwbouw zal beter gekeken moeten worden naar de verkeerssituatie in en rondom het plangebied EgmondBinnen Zuid. Gevreesd wordt voor opstoppingen en onveilige situatie als al het verkeer van de nieuwe wijk over de Limmerweg wordt geleid. Getwijfeld wordt of de Limmerweg de extra verkeersbewegingen aan kan. De Limmerweg lijkt zelfs wegbestemd in het ontwerpbestemmingsplan, wat verwarring oplevert bij omwonende. Beantwoording: Door Goudappel is een verkeersonderzoek uitgevoerd. Ten behoeve van de woningbouwontwikkeling is in dit onderzoek beoordeeld of het extra verkeer als gevolg van de ontwikkelingen afgewikkeld kan worden op het omliggende wegennet. Zie ook beantwoording punt 1.9. Conclusie: De toelichting zal op dit onderdeel worden aangevuld. 4.9 NAM-Locatie De bodemkwaliteit van de plangebieden is niet onderzocht. Met name aan de oostkant van de locatie Egmond-Binnen Zuid worden belemmeringen verwacht. Aangezien hier een aantal jaar geleden een boorput door de NAM is aangelegd.
De boorput is op dit moment inactief, maar er wordt regelmatig gesproken over de opslag van CO2 in de aardgasvelden waarbij de locatie EgmondBinnen ook is genoemd. In het ontwerpbestemmingsplan wordt geen melding gemaakt of rekening gehouden met de NAM-locatie.
Dergelijke inrichting valt op basis van de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ onder milieucategorie 4.1 met een bijbehorende richtafstand van 200 meter. In het ontwerpbestemmingsplan wordt geen melding gemaakt of rekening gehouden met de NAM-locatie in het kader van ‘Bedrijven en milieuzonering’. Beantwoording: Voor deze NAM-locatie is door de gemeente Bergen de notitie “Aardgaswinning Egmond-Binnen” (21 december 2021) opgesteld en bij het bestemmingsplan gevoegd. Uit de notitie blijkt dat vanuit akoestisch oogpunt sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat tijdens de huidige situatie en in de toekomstige aanleg-, winnings- en verwijderingsfase op de winningslocatie. Ten aanzien van het aspect externe veiligheid zijn in dezelfde vier fasen er voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan geen belemmeringen en staat de daarin geplande woningbouw ook niet aan de uitvoerbaarheid van eventuele gaswinning in de weg. Ook kan op basis van deze resultaten een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. De maatregelen noodzakelijk in de winningsfase om de uitvoerbaarheid en het aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen zijn niet dusdanig dat de belangen van de houder van de winningsvergunning hierdoor onevenredig worden geschaad.
Het aspect bouwhinder vormt in geen van de vier genoemde fasen een belemmering voor het aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het plangebied of de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Hoewel, mede gelet op de berichtgeving daarover door het ministerie, de kans klein lijkt dat er ooit gas gewonnen zal worden uit het veld in Egmond-Binnen staat deze toekomstige gaswinning dus niet in de weg aan de vaststelling van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan staat ook niet in de weg aan toekomstige gaswinning. Op deze beoordeling zijn vervolgens voor de aspecten Externe Veiligheid en Geluid een second opinion verricht. Die second opinions zijn als bijlage bij de notitie gevoegd. Omdat in deze notitie de geluidsaspecten, met toepassing van de kwadratenwet, worden berekend aan de hand van de huidig te hanteren geluidsnormen is in de second opinion gekozen voor een modelering van het geluid. Zo hebben beide benaderingen een plaats gekregen in de toetsing. De second opinions bevestigen de conclusies uit deze beoordeling. Conclusie: De toelichting zal op dit onderdeel worden aangevuld. 4.10 Geluid Verkeersgeluid van de N512 wordt als behoorlijk storend ervaren door de huidige bewoners van Egmond-Binnen. Voorstelbaar is dat dit in het plangebied, welke grenst aan de N512, dit nog veel erger zal zijn. Een geluidsonderzoek waarin dit wordt onderbouwd/getoetst, ontbreekt.
De geluidbelasting van de N512 op de nieuwe woningbouwlocatie wordt dan ook als punt van aandacht meegegeven. Geluid van vliegtuigen in de gemeente wordt door de huidige bewoners als erg storend ervaren. De vliegtuigen komen van zee direct over de zuidelijke rand van Egmond-Binnen aanvliegen op circa 500 meter hoogte, sommige zelfs nog lager. In het ontwerpbestemmingsplan wordt hier te weinig op ingegaan.
Beantwoording: Zie punt 1.10.5: voor de locatie Egmond-Binnen Zuid is een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe situatie in het kader van de Wet geluidhinder. De voorkeursgrenswaarden en de maximale ontheffingswaarde buitenstedelijk gebied worden op een gedeelte van het plangebied overschreden. De voorkeursgrenswaarden en de maximale ontheffingswaarde buitenstedelijk gebied worden op een gedeelte van het plangebied overschreden. Voor de woningen die beoogd worden in dit gebied, dient hogere waarde verleend te worden. Hiervoor is een verzoek hogere waarden ingediend. Tevens is door middel van de geluidzone – verkeer op de verbeelding en in de planregels juridisch geborgd dat pas na het verlenen van een hogere waarde woningen gebouwd mogen worden in de gebieden waarvoor dit noodzakelijk is. In het geluidsonderzoek zijn alle geluidbronnen betrokken, waarvan de Wet geluidhinder voorschrijft dat die in het onderzoek moeten worden meegenomen. Vliegtuiggeluid wordt daar niet onder gerekend. Conclusie: De resultaten van de akoestische onderzoeken worden verwerkt in het bestemmingsplan en de procedure hogere waarden zal doorlopen worden.
IV.
Samenvattend overzicht van aanpassingen Aanpassing 1. De naam van het bestemmingsplan wordt gewijzigd in “Dorp en Duin 2022”. 2. De deellocatie Egmond aan den Hoef Noord blijft bestemd ten behoeve van agrarische doeleinden en wordt niet langer herbestemd tot woningbouwlocatie. 3. De deellocatie Egmond Binnen Zuid wordt verkleind: perceel EMD02C 2473, aan de zuidkant van Egmond-Binnen Zuid maakt niet langer onderdeel uit van onderhavig bestemmingsplan. Het maximum woningaantal ter plaatse van deze deellocatie wordt naar aanleiding van het voorstaande verlaagd van 150 woningen naar 100 woningen. 4. De deellocatie Egmond aan den Hoef Oost en Egmond-Binnen Zuid worden verder gespecificeerd. Het bestemmingsplan kent niet langer enkel de bestemming ‘Wonen’, maar ook ‘Groen’, ‘Water’ en ‘Agrarisch – Open agrarisch gebied’. Daarbij worden binnen de bestemming ‘Wonen’ de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – tiny houses’, ‘verkeer’, ‘gestapeld’ en ‘vrijstaand’ opgenomen Ook wordt per bestemmingsvlak ‘Wonen’ een maximum goot- en bouwhoogte aangegeven en is per plandeel het maximum aantal toegestane woningen vastgelegd in de planregels. 5. In de regels is de navolgende specifieke gebruiskregel opgenomen ten aanzien van woningbouwcategorieën: a.
minimaal 50% van het aantal woningen voldoet aan de categorie sociale huurwoning en/of sociale koopwoning met inachtneming van de in de Doelgroepenverordening 2020 of diens rechtsopvolger opgenomen instandhoudingstermijn; b. minimaal 25% van het aantal woningen voldoet aan de categorie middeldure huurwoning en/of middeldure koopwoning met inachtneming van de in de Doelgroepenverordening 2020 of diens rechtsopvolger opgenomen instandhoudingstermijn. 6. In de regels is een voorwaardelijke verplichting t.a.v. geluid opgenomen. Het oprichten van een woning binnen de aanduiding ‘geluidzone – weg’ is uitsluitend toegestaan indien de woning is voorzien van een dove gevel, en deze in stand wordt gehouden tenzij: a. de woning voldoet aan de door het bevoegd gezag vastgestelde hogere grenswaarde, alsmede aan de voorwaarden in het besluit waarmee de hogere grenswaarde is vastgesteld en de geluidbelasting op de gevel van de woning niet meer bedraagt dan maximaal is toegelaten op grond van de Wet geluidhinder; b. of op de gevel van de woning wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. 7. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van watercompensatie. Bouw en gebruik van gronden, zoals bedoeld in artikel 6 is uitsluitend toegestaan, indien: a.
binnen een polder, met vastgesteld peil volgens de keur van het hoogheemraadschap, is voorzien in ten minste 5% extra waterberging voor de toename in verharding en, indien van toepassing, is voorzien in de compensatie van de tenietgedane waterlopen.
b. In het vrij afwaterend gebied, zonder vastgesteld peil volgens de keur van het hoogheemraadschap, is voorzien in een waterbergingsvoorziening met een capaciteit van minimaal 69 mm per m² voor de toename in verharding. 8. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van een verplichting voor een vanggewas of emissiescherm: Bouw en gebruik van gronden, zoals bedoeld in artikel 6 is uitsluitend toegestaan, indien ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - vanggewas of emissiescherm' een vanggewas of emissiescherm ten behoeve van driftreductie is gerealiseerd en in stand wordt gehouden met een hoogte van 1 tot 1,5 m. 9. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van vervangende bollenteelt: Bouw en gebruik van gronden, zoals bedoeld in artikel 6 is uitsluitend toegestaan, indien voorzien is in de compensatie van bollengronden door de aanleg van nieuwe gronden geschikt voor bollenteelt binnen de gemeente Bergen. Per locatie dient voorzien te worden in de volgende compensatie: a. Egmond aan den Hoef Oost: 4,5 hectare; b. Egmond Binnen Zuid: 3,6 hectare. 10. De uitkomsten van ‘De Week van Egmond’ en de informatieavonden op 11 en 13 oktober 2021 zijn opgenomen c.q. meegenomen in het bestemmingsplan. 11. Per deellocatie is een Ruimtelijke inpassing opgesteld, waarin diverse beleidsdocumenten zijn doorvertaald.
Te weten de Structuurvisie Landelijk Gebied gemeente Bergen, het Landschapsontwikkelingsplan Bergen, de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Structuurvisie, de Omgevingsvisie gemeente Bergen, de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. De inpassingen worden door vertaald in het bestemmingsplan (toelichting, regels en verbeelding). 12. De ladderonderbouwing, uitgevoerd door Bureau Stedelijke Planning, wordt verwerkt in het bestemmingsplan. 13. In de planregels worden regels opgenomen om toewijzing en de prijzen van woningen te waarborgen. 14. Het verkeersonderzoek, uitgevoerd door Goudappel, wordt verwerkt in het bestemmingsplan. 15. De resultaten van de stikstofberekening(en) worden verwerkt in het bestemmingsplan. 16. De uitgevoerde verkennende bodemonderzoeken per deellocatie worden verwerkt in het bestemmingsplan. 17. De Quickscans natuurwetgeving per deellocatie worden verwerkt in het bestemmingsplan. 18. De akoestisch onderzoeken per deellocatie worden verwerkt in het bestemmingsplan. 19. Het locatie specifieke onderzoek over de toepassing van gewassenbestrijding in combinatie met nieuwe regelgeving in het Activiteitenbesluit worden verwerkt in het bestemmingsplan in combinatie met een voorwaardelijke verplichting in de planregels. 20. De toelichting van het bestemmingsplan wordt aangevuld op basis van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.
Hiertoe wordt een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. opgesteld. 21. De waterparagrafen per deellocatie worden verwerkt in het bestemmingsplan. 22. De huidige zichtlijnen blijven zo veel mogelijk gehandhaafd en worden gewaarborgd middels het opnemen van maatvoeringaanduidingen en specifieke bouwregels. Zo
worden de goot- en bouwhoogte gedeeltelijk vastgelegd op respectievelijk 7 en 12 meter en gedeeltelijk respectievelijk 4 en 10 meter. 23. De notitie ‘Maatschappelijke meerwaarde woningbouw voor de bestaande voorzieningen in Egmond aan den Hoef en Egmond-Binnen”, zoals opgesteld door Bureau Stedelijke Planning, wordt verwerkt in het bestemmingsplan. 24. De uitgevoerd archeologische onderzoeken per deellocatie worden verwerkt in het bestemmingsplan. De archeologische onderzoeksplicht blijft gehandhaafd middels de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 4’. 25. In paragraaf 5.2 van de toelichting zal worden getoetst of ten aanzien van de bedrijven langs de Herenweg tevens geconcludeerd kan worden dat de locatie Egmond-Binnen Zuid op voldoende afstand van deze bedrijven is gelegen (gelet op de richtafstanden). 26. De notitie “Gaswinning Egmond Binnen” wordt in het bestemmingsplan opgenomen.
V. Beknopte aanduiding van zienswijzen per indiener Nr.
Registratienummer
Onderdeel
Samenvatting inhoud
1.
20.B007085
1.3
1) Het plan is (tijdelijk) niet zichtbaar geweest op ruimtelijkeplannen.nl. Ook is de locatie niet gepubliceerd in een huis aan huis courant, het is slechts als ‘Veegplan Bergen’ genoemd. Hierdoor zijn sommige belanghebbende mogelijk niet op de hoogte van het plan en hebben hierdoor geen bezwaar in kunnen dienen. 2) In de provinciale verordening zijn de gebieden aangewezen als beschermd bollengebied, er kan dus geen stedelijke ontwikkeling plaatsvinden buiten het stedelijk gebied. Als bewoner mag je verwachten van een degelijk bestuur dat het respect heeft voor de provinciale afspraken en moeten de burgers daarop kunnen vertrouwen. 3) In de toelichting wordt op geen enkele wijze aangetoond waar de noodzaak van het woningbouwplan op rust. 4) Voordat er buiten het stedelijk gebied kan worden gebouwd, moet eerst gebouwd worden in binnenstedelijke ruimte. 5) Een onderbouwing over wat voor type woningen ontbreekt. Aangegeven wordt dat het om betaalbare woningen gaat, maar in de gemeente Bergen is dit een ruim begrip. Aangegeven dient te worden welke categorie en de eventuele mengformule voor de diverse locatie zal zijn. Na een snel ‘rekensommetje’ lijkt het niet te gaan om betaalbare woningen. 6) Toetsing aan de Ladder stedelijke ontwikkeling ontbreekt.
Daarnaast wordt niet meegenomen dat in de aangrenzende gemeente Heiloo een woningbouwplan ter grootte van 1.300 huizen wordt gerealiseerd, boven op de honderden huizen die de afgelopen jaren al in die gemeente zijn gebouwd. 7) In het ontwerpbestemmingsplan worden drie locaties aangegeven. Er zijn zo veel verschillen tussen de drie locaties (denk aan milieu, verkeer en voorzieningen) dat het beter was geweest om deze te scheiden. 8) Het toevoegen van 150 woningen geeft een te grote belasting op de leefbaarheid en toegankelijkheid van het dorp. 9) Er is in het plan te weinig onderbouwing over de afwikkeling van het verkeer. 10) Belangrijke nadelige gevolgen kunnen op basis van het ontwerpbestemmingsplan niet worden uitgesloten en dienen gemotiveerd te worden.
1.7
1.6
1.6
1.6
1.4
4. 1.9/4.7 1.10
1.10
1.10 4.9
1.10
4.1 4.1
1.7
1.7
11) Het neerdalen van stikstof zal negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelstelling voor de kwalificerende soorten en habitattypen uit stikstofgevoelige delen van dit gebied. Daarnaast zijn er veel verschillen tussen de verschillende agrarische bestemmingen. Een stikstofberekening op basis van bollenteelt (en niet op basis van grazende koeien) dient gemaakt te worden. 12) Verbaast wordt gereageerd op het feit dat er geen geluidsonderzoek is opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. 13) Over geluid van vliegtuigen wordt in dit plan weinig of niets vermeld en er worden in Egmond-Binnen geen metingen naar verricht. 15) Bodemonderzoek is nodig omdat aan de oostkant van het plan een aantal jaar geleden door de NAM een boorput is aangelegd. Niet duidelijk is hoe de bodemvervuiling zich in het plangebied heeft verspreid. Ook wordt geen rekening gehouden met de NAM-locatie als milieuhinderlijke functie (milieucategorie 4.1). 16) De algemene veiligheid in het plan wordt niet behandeld. 17) Gesteld wordt dat, als er 150 woningen worden gebouwd, het onmogelijk is om de huidige ruimtelijke kwaliteit in stand te houden. 18) Gedeputeerde staten moeten de begrenzing van bollenconcentratiegebied wijzigen. Echter hebben ze recentelijk, 22 okt. 2020, gestemd voor een Omgevingsverordening waar een meerderheid stemde voor locatie Egmond-Binnen Zuid als Bijzonder Provinciaal Landschap.
Er is dus geen meerderheid bij gedeputeerde staten die deze bestemming zal wijzigen. 19) In het ontwerpbestemmingsplan wordt gesteld dat er reeds gronden zijn aangekocht om het verlies aan bollenconcentratiegebied te compenseren. Echter wordt geen melding gemaakt of deze gronden wel geschikt zijn voor bollenteelt.
2.
20.B007090
Zie zienswijze 1.
3.
20.B007095
Zie zienswijze 1.
4.
20ip.04209
2
1) Toenemende verkeersdrukte. 2) Aanzicht. 3) Verdwijnen van groen. 4) Wegvallen vrij uitzicht. 5) Parkeerdruk. 6) Overlast.
5.
20ip.04211
1.1
1) Het bestemmingsplan is gewijzigd zonder omwonende te informeren.
6.
20ip.04212
7.
20ip.04213
Zie zienwijze 5. 1.5 1.9
Het Landelijk Gebied gaat verloren met daarbij dusdanige verkeersdruk op de regio. Dit is bepalend voor het dorp.
8.
20ip.04242
2
1) Door het planvoornemen zal sprake zijn van uitzichtbelemmering en waardevermindering van de woning. 2) Daarnaast mogen ze (lees: gemeente) beginnen met het volbouwen van het plan Delversduin, waar voorheen het AZC stond in Egmond aan den Hoef.
9.
20ip.04254
1.1 1.8
1) Wij zijn als bewoners niet gecontacteerd, hebben niet mee kunnen denken/beslissen. 2) Er zouden betaalbare woningen komen, maar dat lijkt niet te gaan gebeuren met de bouw van villa’s. 3) In de dorpskernen kan ons inziens beter gebouwd worden op de aangewezen bouwlocaties.
1.7
10.
20ip.04258 3.2 1.1
Wij zijn positief over de omzetting van agrarische bestemming naar woningbouw 1) De nokhoogte 12 meter en goothoogte 7 meter wordt echter niet passend geacht bij de Tiggellaan en Zandweg. 2) Wij willen graag betrokken worden/inspraak hebben in de plannen.
11.
20ip.04259
12.
20ip.04263
Zie zienswijze 10.
13.
20ip.04276
14.
20ip.04277
15.
20ip.04280
Zie zienswijze 1.
16.
20ip.04289
Zie zienswijze 1.
17.
20ip.04292
4.4
In het veegplan zijn de bedrijfslocaties Herenweg 15A en Herenweg 27 niet meegenomen. Dit zijn agrarische bedrijfslocaties en ook als zodanig in gebruik. Binnen deze locatie gelden bestaande planologische bouw- en gebruiksrechten, welke meengenomen dienen te worden in het bestemmingsplan. Hierbij dient tevens rekening gehouden te worden met de uitbreidingsrechten van de agrarische bedrijfsactiviteiten die door woningbouw worden beperkt. Zie zienswijze 1.
2
1.1
1.6
1) Waardevermindering woning 2) Verslechtering woonplezier/uitzicht.
1) Er wordt niet ingestemd met de stellingen “…uitvoerig is geparticipeerd” en “Daarnaast is voor deze locatie door de gemeenteraad veelvuldig besloten en heeft over de oude plannen uitvoerige burgerparticipatie plaatsgevonden”. Een nader motivering van een afdoende invulling van de verplichtingen om belanghebbend te informeren en belanghebbende te laten participeren over/bij de plannen ontbreekt. Het zou de gemeente sieren om alsnog aan de participatie inhoud te geven. 2) Onduidelijk is waaruit blijkt dat er lokaal veel draagkracht is voor het planvoornemen.
18.
20ip.04299
2
3) Men heeft bezwaar tegen de in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen maximale bouw- en goothoogte; deze doet geen landschappelijke inpassing van het plan vermoeden. In tegendeel er zou dus zelfs nog hoger gebouwd kunnen worden dan de huidige dorpsrand. Daarnaast staat de bouw van maximaal 50 woningen aan Egmond aan den Hoef Noord tevens een goede landschappelijke inpassing in de weg. Verzocht wordt dan ook om reeds in dit planologische stadium de landschappelijke inpassing te borgen middels veel meer daarop sturende randvoorwaarden via de maatvoering en de bestemmingsplanregels.
1.2
1) Een juiste procedure van overheidsbesluiten is van essentieel belang en die is hier niet gevolgd. Niet alle wettelijke termijnen zijn in acht genomen en de betrokkenen zijn niet op de juiste wijze geïnformeerd. 2) De ladder voor duurzame verstedelijk is niet toegepast. De behoefte aan woningen weegt niet op tegen het opofferen van beschermd natuurgebied. Niet alleen omdat de locaties beschermd zijn, maar te meer omdat het eerder lijkt dat er landelijke (onbetaalbare) villa’s komen, dan sociale woningbouw voor de zogeheten starters. 3) De gemeente onderschat de toename aan stikstof.
1.6/1.7
1.10 19.
20ip.04300
4.4
1.8
3.2
1) De percelen Herenweg 14, 16, 18 en 20 noch de bestemming daarvan wordt aangehaald in tekst, toelichtingen en conclusies. Gezien de bestemming ‘Bedrijf” (volgens Staat van Bedrijven categorie 2) toch zeker niet onbelangrijk. 2) Waar staat het begrip betaalbare woningen voor en/of hoeveel zouden dat er dan moeten zijn en hoe zijn die dan geclassificeerd. Is daar binnen de Egmonden en/of buurgemeenten concreet onderzoek naar gedaan? Er is ongetwijfeld vraag naar betaalbare woningen, maar in welke mate? Daarnaast wordt in de omliggende gemeenten de komende periode volop gebouwd. Een rechtvaardiging ontbreekt waarom nu zoveel landelijk gebied langs de duinen op te offeren terwijl er voor “eigen gebruik” voldoende binnen-dorpse (her)ontwikkelingsmogelijkheden zijn. 3) De aangegeven hoogtes van 7 meter (goothoogte) tot 12 meter (nokhoogte) gaan de thans geldende bouwhoogtes in het landelijk gebied van respectievelijk 5 en 8 meter ruim te boven.
1.9 1.10
Met een dergelijke massieve bebouwingsmogelijkheid worden landschappelijke zichtlijnen in alle richtingen doorbroken en de enige landmark ‘de Abdij’ aan het zicht onttrokken.4) Een goede onderbouwing over de verkeersafhandeling ontbreekt. 5) De invloed van bouw en bewoning op stikstofnormen zo dicht bij Natura 2000-gebied lijkt nogal makkelijk te worden afgedaan.
20.