CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 4 2021-06-15 nota van zienswijzen.pdf

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 7: Voorstel betreft het vaststellen van het bestemmingsplan Delversduin Egmond aan den Hoef28.137 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Naar aanleiding van de zienswijzen ten aanzien van het ontwerp bestemmingsplan zijn nogmaals aanpassingen aangebracht, ook op de locatie nabij het Graaf Dirkplein (zie paragraaf 1). Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot verdere aanpassing; zie voor de aanpassingen paragraaf 1. 6.4 Plan moet kleiner, met meer variatie, groen, water en speelplaatsen Het plan moet kleiner en met alle types woningen door elkaar zodat het een verlenging van het dorp wordt, zonder clusters. Alleen kapitaalkrachtigen kunnen straks vanuit hun woning op de duinen kijken. Kan dat niet voor meer bewoners? De nieuwbouw moet beperkt worden tot het voormalige AZC-terrein. Met minder woningen kan de overgang van bebouwing naar natuur vloeiender verlopen, een mooie groene bufferzone langs het Delverspad mogelijk worden en de omgeving als belangrijke verbindingsschakel tussen de duinen ten noorden en ten zuiden kunnen versterken. Er is te weinig groen voorzien in de beoogde ontwikkeling. In plaats van groen wordt er alleen maar grijs toegevoegd aan het gebied. Een andere verkeers- en parkeerontwerp zou tot minder verharding leiden. Er moet een mooi park komen met eventueel een waterpartij. Benut het grasveld bij de zuidelijke ontsluiting op de Herenweg als groene verblijfsplek die de leefbaarheid bevordert en sluit het plan af met een brede sloot met fietsbrug, zoals bij het plan Mosselaan.

Tot slot is er maar één speelweide voorzien, vandaar het verzoek een paar kleinschalige speelvoorzieningen op te nemen, dichter bij huis, voor kleinere kinderen. Beantwoording: Vooraf wordt opgemerkt, dat plannen met een andere inhoud – met bijvoorbeeld een park, of afgesloten met een breed water etc. – uiteraard denkbaar zijn. Van belang is echter vast te stellen dat de zienswijzen betrekking hebben op een ontwerpplan, dat ter inzage is gelegd. Centraal bij de planvorming en die zienswijzen staat de vraag, of het voorliggende ontwerp – en niet allerlei alternatieven – kan worden beschouwd als in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Dat is naar ons oordeel het geval. 2 4

Verder wordt met het plan invulling gegeven aan een grote woningbehoefte (zie bijv. paragraaf 3.1.1). Het gaat uit van een dichtheid van circa 25 woningen per hectare. Dit is lager dan het landelijke woonwijkgemiddelde van circa 30 tot 35 woningen per hectare. Ook wordt de openbare ruimte juist niet ‘grijs’, maar krijgt een landschappelijke en natuurlijke inrichting. Aan de noord en westelijke zijde van het plangebied wordt het terrein natuurlijk ingericht met wadi’s voor de waterhuishouding passend bij het beeld van de duinen. De opneming tot slot van speelgelegenheden is op dit moment geen onderwerp in de planfase. Bij de uitwerking wordt gekeken hoe de openbare ruimte verder wordt ingericht. Speelruimte voor kinderen is elders, meer centraal in het plan en ook achter Graaf Dirkplein 7-13 voorzien. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. 6.5 Andere inpassing in het centrum, met aankoop / onteigening woningen aan de Herenweg De T-kruising Herenweg / Slotweg is het historisch centrum; daar sluit de nieuwe wijk niet op aan dus is ook de daar gekozen ontsluiting ronduit slecht. Beter is daar een plein te realiseren, de Slotweg door te trekken naar het kermisterrein en daarmee de nieuwe wijk aan te laten sluiten op het historische hart. Daarvoor zou de gemeente Herenweg 211 – 217 moeten aankopen.

Indiener biedt zijn woning aan tegen de Woz-waarde, in het belang van een goede aansluiting van de nieuwe wijk op het dorp. Beantwoording: Ook hier geldt (zie paragraaf 6.4) dat het een (ingrijpend) alternatief voor het voorliggende plan betreft. Nog verder strekkend zijn echter de daarbij genoemde aankoop (en als dat niet lukt onteigening) van een aantal woningen. Daarnaast is het ook niet de gemeente die de gronden ontwikkelt en zij zal ook niet overgaan tot aankoop van woningen. De wijk kan op een goede wijze worden ontsloten zonder dat woningen opgekocht hoeven te worden. Zowel functioneel als ruimtelijk wordt die aansluiting gemaakt vlakbij de T-kruising, te weten tegenover de kerk, ook een baken in het dorpscentrum. Hier is zeker voorstelbaar om op termijn ook de Herenweg een pleininrichting te geven en de verblijfskwaliteit van het dorp te vergroten. Het plan sorteert op de eigen gronden al voor op een dergelijke aansluiting en situeert hier landschappelijke zichtruimte. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. 6.6 Molen(biotoop) Ten aanzien van de molen kan op grond van het huidige bestemmingsplan worden afgeweken van de molenbiotoop maar dan moet rekening worden gehouden met het cultuurhistorische belang. De zichtlijnen zullen verdwijnen en aan de eigenaar is inmiddels door de provincie subsidie voor restauratie verstrekt.

Onduidelijk is of er vergunning zal worden gegeven voor aanpassingen ter zake van de molen, zoals een watervergunning.

2 5

Beantwoording: In de vastgestelde structuurvisie en het stedenbouwkundig plan is met betrekking tot de molen rekening gehouden met behoud van cultuurhistorische waarden (met name zichtlijnen en belevingswaarde) en er zijn gemotiveerde concessies gedaan ten aanzien van de windvang. Zowel het aangrenzende duingebied, als de molen zijn belangrijke identiteitsdragers voor Egmond aan den Hoef én voor de geplande ontwikkeling ‘Delversduin’. In het behoud en de versterking van de belevingswaarde is voorzien door de introductie van zichtlijnen die zorgen voor een visuele relatie tussen het plan Delversduin en de molen. Daarnaast zorgt de natuurontwikkeling in het plangebied voor een blijvende belevingswaarde vanaf het toeristische fietspad Delverspad/Nachtegalenlaantje. De in de zienswijze nog genoemde subsidie is overigens al in 2014 verstrekt. Naar verwachting zal de molen geen economische maar blijvend een recreatieve rol vervullen. Bij een weging van belangen van woningbouw en molenbiotoop ligt het niet voor de hand dat een windrecht gegarandeerd moet blijven. Voor het overige wordt voor de gemaakte afwegingen verwezen naar de plantoelichting. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing.

6.7 De bebouwing komt te dicht bij een fabriek met geluidhinder Is er in het bouwplan rekening gehouden met de geluidhinder van Fabriek De Beekvliet? Beantwoording: Zie hiervoor de plantoelichting par. 5.12 ‘Bedrijven en milieuzonering’. Het gebouw Beekvliet is een voormalige bollenschuur die nu wordt gebruikt voor opslag. Het perceel heeft de bestemming ‘Bedrijf’, waar activiteiten tot en met categorie 2 zijn toegestaan. Voor opslaggebouwen (SBI-code 52109) geldt een richtafstand van 30 meter voor geluid. Aan deze afstand wordt voldaan. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. De ontsluiting langs Herenweg 205 is niet mogelijk als gevolg van een recht van overpad van indiener. Verder komt bij hem de nieuwbouw bijna tot aan de achtertuin, terwijl achter de andere woningen aan de Herenweg een ruime strook onbebouwd is ingetekend. Indiener wil de lijn van het bouwvlak recht doorgetrokken zien, zoals door hem op tekening aangegeven. Beantwoording: De afstand van het bouwvlak tot aan de betreffende woning is meer dan 40 meter. Dat is een zeer aanzienlijke afstand (en ook groter dan in het voorontwerp het geval was). De duinrel achter het perceel blijft gehandhaafd en er komt een onderhoudspad langs de duinrel, dat wordt aangesoten op de openbare weg. Er is daarmee geen sprake van een onaanvaardbare situatie met betrekking tot het woongenot.

Conclusie: De zienswijzen leiden tot aanpassing van het beeldkwaliteitsplan, waarbij het onderhoudspad met aansluiting op de openbare weg wordt ingetekend.

2 6

Hoe op het achtererf bij Herenweg 207 te komen nu op die plek een weg is ingetekend die het toegangspad doorkruist? Beantwoording: Het recht van overpad, zoals in de akte opgenomen, loopt over individuele percelen (de achtertuinen) en niet over het plangebied. Dit hoeft dan ook niet in het plan te worden opgelost. Tevens zal een onderhoudspad worden aangelegd in het plangebied waardoor eigenaren naar percelen achter hun woning kunnen komen. Vanwege de duinrel kunnen de woning (nog) niet met per auto bereikt worden. Indien het hoogheemraadschap hiervoor toestemming geeft, kunnen in overleg met de bewoners dammetjes met duikers worden aangelegd. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. Indiener bepleit bij Graaf Dirkplein 6 een andere invulling, met behoud van de uitgangen bij hem aan noordkant en west naast het KPN gebouw; de rel naast het huis minstens zes meter breed, een groenstrook van minstens 30 meter en een speelruimte voor kinderen. Beantwoording: De duinrel is karakteristiek voor het gebied. Het verdient geen aanbeveling daarvan een watergang van minimaal zes meter breed te maken; de duinrel blijft in tact. De afstand van de zijgevel van indiener tot het bouwvlak waarbinnen woningen kunnen worden gebouwd is circa 32 meter.

Er is geen sprake van een onaanvaardbare situatie met betrekking tot het woongenot en geen noodzaak om een groenstrook van ten minste 30 meter te realiseren op deze locatie. Speelruimte voor kinderen is elders, meer centraal en ook achter Graaf Dirkplein 7-13 in het plan voorzien. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. Kan achter Graaf Dirkplein 7 met behulp van een duiker en een toegangshek een parkeerplaats en laadpaal geplaatst worden in / via het plangebied en daarbij de relbeschoeiing vervangen door betonnen elementen en een schutting en carport met zonnepanelen worden geplaatst? Beantwoording: Het verzoek voor de aanleg / bouw van bepaalde werken bij de eigen (bestaande) woning buiten / aan de rand van het plangebied maakt op zichzelf geen onderdeel uit van de zienswijzenprocedure in verband met het ontwerp bestemmingsplan. Realisering van een parkeerplaats achter de woning van indiener betekent verder, dat hij moet uitwegen in het plangebied en daarmee, dat daar een parkeerplaats moet verdwijnen. Dat is geen wenselijke situatie. Ten behoeve van de nieuwbouw moet voldoende parkeergelegenheid (kunnen) worden gerealiseerd. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing.

2 7

6.9 Er moet een verhoging / bladhoudende afscheiding / sloot e.d. komen bij bestaande woningen Kan er ten noorden van Egmonderstraatweg 14 langs het pad naar het Duinpark een wal komen, of een bladhoudende groenstrook, om het zicht op geparkeerde auto’s te ontnemen? Beantwoording: Voor groen wordt in het plan een voorwaardelijke verplichting opgenomen, zie paragraaf 1. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot verdere aanpassing; zie voor de aanpassingen paragraaf 1. Voorgesteld wordt langs de sloot achter Herenweg 231 een verhoging (dijkje) met groen tussen de nieuwe en de bestaande woningen aan de Herenweg. Beantwoording: Dit is niet wenselijk aangezien het pad te allen tijde toegankelijk moet blijven, onder meer in verband met onderhoud. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing.

Vooraf is overleg geweest tussen indieners, ontwikkelaar en gemeente over wensen om ten oosten van Duinpark Egmond hoofdbebouwing op minimaal 25 meter afstand te plaatsen, rug-aan-rugwoningen van maximaal twee bouwlagen, tussen het Duinpark en de woningen een sloot, jaarrond bladhoudende struiken tussen de sloot en de voorziene weg, een éénrichtingsweg zonder langsparkeren, twee-onder-één-kapwoningen langs de hele oostzijde van het Duinpark, warmtepompen zonder geluidsoverlast, noord-zuid positionering van nieuwe woningen en meer in het algemeen om goede landschappelijke inpassing en verhoging van natuurwaarden. Volgens een indiener is een aantal van deze zaken ook toegezegd. Niettemin blijkt er weinig van in het bestemmingplan terecht gekomen. Beantwoording: In de plantoelichting (pag. 33) is ten aanzien van het Duinpark onder meer opgemerkt dat het park geen belemmering vormt voor de woningbouw in het plangebied en het park niet in de bedrijfsvoering wordt beperkt. Er is een natuurlijke groenbuffer aanwezig die beide functies van elkaar scheidt. Daarnaast wordt alleen waar noodzakelijk vanuit waterhuishoudkundig oogpunt of vanuit de beeldkwaliteit water aangelegd of verbreed. Dat is hier niet aan de orde. Verder zijn er nooit harde toezeggingen gedaan over de in de zienswijzen genoemde zaken.

Tot slot wordt, zoals opgemerkt, voor groen in het plan een voorwaardelijke verplichting opgenomen en door een aanvulling op het plan gestapelde woningbouw naast bestaande woningen voorkomen (zie paragraaf 1 en 5.3). Voor eventuele warmtepompen geldt dat daarvoor per 1 april 2021 aangescherpte geluidseisen gelden. Deze installaties mogen op grond van het Bouwbesluit niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken op de perceelsgrens. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot verdere aanpassing; zie voor de aanpassingen paragraaf 1.

2 8

Natuur, milieu, archeologie 7.0.

De ontwikkeling doet afbreuk aan de natuur / Wet natuurbescherming 7.1 De voorgenomen ontwikkeling doet afbreuk aan natuur / Noordhollands Duinreservaat 7.2 De voorgenomen ontwikkeling doet afbreuk aan de soortenbescherming 7.3 De voorgenomen ontwikkeling doet afbreuk aan de gebiedsbescherming / stikstof

7.1 De voorgenomen ontwikkeling doet afbreuk aan de natuur/ het Noordhollands Duinreservaat Het plan is onacceptabel in verband met de natuur. Een woonwijk past niet in een duingebied. De toekomstige woonwijk grenst aan een natuurgebied. Dat de natuur in het Noordhollands Duinreservaat niet wordt verstoord, is niet onderbouwd. Met bebouwing op minder dan 200 meter van een Natura 2000 gebied kan verslechtering van de natuur niet uitblijven. Een groene buffer zou ook natuurwaarde toevoegen aan het Natura2000-gebied. In plaats van slopen van de natuur voor woningbouw wordt bepleit om van Delversduin een natuurgebied te maken en de natuur te laten terug groeien. Verder is er onvoldoende aandacht voor fauna. Waar blijven bijvoorbeeld de muizenpopulaties als de bouw start? Het verlies van jachtgebied van roofvogels bederft het woongenot. Tevens is er het verzoek om een waterpartij met flauwe oevers t.b.v. natuur en biodiversiteit, die als ontwerpcriterium al in de Structuurvisie 2016 stond en was ingetekend als open water. Daarnaast luidt het verzoek om de te realiseren natuur in te richten als kruidenrijk grasland, met als referentiebeeld de binnenduinrand ter hoogte van Egmond-Binnen. Daarbij wordt gevraagd een beheer- en inrichtingsplan voor het natuurdeel vast te stellen, eventueel met inbreng van de indiener van de zienswijze.

Beantwoording: Het bestemmingsplan is niet nadelig voor de natuur. Het plan voorziet er juist in om een aanzienlijk deel van het plangebied uitdrukkelijk te bestemmen als “Natuur” waar dit nu niet het geval is. Verder is het gebied onderzocht op fauna en flora. Zie hierna de beantwoording onder 7.2. Ten aanzien van de waterpartij is in overleg met het waterschap in verband met de specifieke locatiekenmerken gekozen voor watercompensatie door middel van een Wadi die hemelwater tijdelijk kan bergen. Zoals opgmerkt in paragraaf 5.6, is er geen noodzaak om in het kader van het bestemmingsplan een beheer- en inrichtingsplan op te stellen. Overleg hierover vindt met PWN plaats, na vaststelling van het bestemmingsplan. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. 7.2 De voorgenomen ontwikkeling doet afbreuk aan de soortenbescherming Er verdwijnt zo’n 1000 m2 ecologisch groen dat nergens anders terug komt. Er zijn speciale vogels te zien en er zijn ook beschermde soorten zoals de rugstreeppad en vleermuizen. Verder staat niet vast dat aan de natuurwetgeving wordt voldaan v.w.b. verstoring van het Noordhollands Duinreservaat door bouwwerk-zaamheden, aangezien onduidelijk is in welke mate al verstoring door honden plaats vindt.

Er is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig voor beschermde soorten (rugstreeppad, vleermuizen, jaarronde beschermde nesten) en onduidelijk is of deze verleend zou kunnen worden. Waarom wordt er actief gewerkt aan het voorkomen van de vestiging van diersoorten op Delversduin; dit toont aan dat het gebied geschikt is om door bepaalde diersoorten gekoloniseerd te worden, en voor natuurontwikkeling meer in het algemeen. Beantwoording:

2 9

Onduidelijk is wat bedoeld wordt met het verdwijnen van 1000 m2 ecologisch groen. Het plangebied heeft momenteel een agrarische bestemming en krijgt door het nieuwe plan deels een natuurbestemming. Verder is het gebied onderzocht op fauna en flora. Uit het rapport van Sweco van 23 maart 2021 blijkt dat er in het plangebied geen beschermde soorten aanwezig zijn, zodat er geen ontheffing nodig is. De voorgenomen werkzaamheden hebben geen effect op beschermde gebieden in het kader van het Natuur netwerk Nederland (NNN) en ook niet op beschermde gebieden met natuurwaarden buiten het NNN gelegen. In de huidige situatie is sprake van het gebruik van het plangebied als uitlaatveld voor honden. Daarnaast is sprake van een agrarisch gebruik. Tijdens de bouw wordt geen toename aan zgn. mechanische effecten verwacht. In de permanente situatie is sprake van een afname van mechanische effecten gelet op het feit dat de gronden die tussen het woningbouwplan en het Natura 2000-gebied liggen een natuurbestemming krijgen. Verder kunnen er maatregelen getroffen worden om kolonisatie van de rugstreeppad te voorkomen. Dat zijn gebruikelijke maatregelen en hieruit blijkt overigens niet dat Delversduin zich door een specifieke natuurstatus leent voor kolonisatie door bijvoorbeeld deze pad.

Kolonisatie kan ook plaatsvinden in gebieden zonder enige speciale natuurkwaliteit (bijvoorbeeld recent met zand opgespoten terreinen). Verder vinden er in het broedseizoen van vogels, voor zover van toepassing omdat er nagenoeg geen hoge beplanting aanwezig is, geen rooiwerkzaamheden plaats. Ook kan tijdens de bouw broedvogelcontrole worden toegepast. Zie aanvullend over lichthinder nog paragraaf 10.2. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. 7.3 De voorgenomen ontwikkeling doet afbreuk aan de gebiedsbescherming / stikstof Voor wat betreft stikstof is onduidelijk of de verleende vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming (Wnb) in stand blijft, nu een daartegen gericht een beroep aanhangig is bij de rechtbank. De stikstofbelasting is niet onderbouwd. De stikstofdepositie verslechtert door de drie extra ontsluitingen vanuit het plangebied. Er zal na voltooiing van de wijk extra stikstof zijn door houtkachels en eventuele oldtimers. Beantwoording: Op 14 oktober 2020 is door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland de Wnb-vergunning voor stikstof verleend. Daartegen is beroep ingesteld, waardoor deze momenteel nog niet onherroepelijk is. Hoewel er geen aanleiding is om aan te nemen, dat de vergunning niet in stand zou blijven, leent deze zich op dit moment niet voor een één-op-één-inpassing in het bestemmingplan.

Om zekerheid te krijgen dat het plan de natuurlijke kenmerken van de omliggende Natura 2000-gebieden niet zal aantasten, is gewerkt aan een onderbouwing. In het ruimtelijk traject wordt daarom nu primair uitgegaan van interne saldering, op basis van een notitie van Sweco van mei 2021 met een nieuwe berekening, die als bijlage aan het bestemmingplan wordt toegevoegd. Daaruit blijkt dat zonder intern salderen de woningbouw- en natuurontwikkeling Delversduin in de gebruiksfase leidt tot een toename van de stikstofdepositie van maximaal 0,12 mol/ha/jaar in het omliggende Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat. Voor de aanlegfase is dat maximaal 1,98 mol/ha/jaar. Voorwaarde daarbij is dat materieel in 3 0

minimaal Stage-klasse IV of elektrische materieel wordt ingezet, conform de uitgangspunten in de notitie. Vervolgens is intern salderen beschouwd ten aanzien van huidige stikstofemissies door agrarisch landgebruik, en dan blijkt dat er in de gebruiks- en aanlegfase van de voorgenomen planontwikkeling Delversduin geen feitelijke toename van de stikstofdepositie is groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Conform de uitgangspunten in de notitie is het project niet vergunningplichtig in het kader van de Wet natuurbescherming. Conclusie: De zienswijzen leiden tot aanpassing in die zin dat de notitie van Sweco van mei 2021 als bijlage bij het bestemmingsplan wordt gevoegd en de plantoelichting wordt aangepast op het onderdeel stikstof, in die zin dat in het ruimtelijk traject primair van interne saldering wordt uitgegaan en aldus op voorhand op basis van objectieve gegevens kan worden uitgesloten dat het plan ten opzichte van de referentiesituatie significante negatieve gevolgen zal hebben op de natuurlijke kenmerken van de omliggende Natura 2000-gebieden. 8.0.

Archeologie Het archeologisch onderzoek moet nog worden voltooid door de uitkomsten van het aanvullend onderszoek aan het NMF ter toetsing voor te leggen.Wat gebeurt er met het de uitkomsten van het archeologische onderzoek? Moet er niet eerst duidelijkheid zijn over bodemschatten? Beantwoording: Het uitvoeren van een archeologisch vervolgonderzoek voorafgaand aan de bodemingrepen in het noordelijke deel van het plangebied, is met een dubbelbestemming Waarde – Archeologie in dit bestemmingsplan geborgd. Volgens planregel 7.1 e.v. zijn de als zodanig aangewezen gronden mede bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van archeologische waarden. Bepaalde bouwwerken en werkzaamheden zijn alleen met vergunning toegestaan als aan de hand van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Ook is mogelijk dat een rapport wordt overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie in voldoende mate is vastgesteld, of archeologische waarden door de bouw niet worden geschaad. Tot slot is bij bouwwerken mogelijk dat in de vergunning het treffen van maatregelen, het doen van opgravingen of begeleiding van de bouwactiviteiten door een archeologisch deskundige verplicht wordt gesteld.

Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. 9.0.

De ontwikkeling zorgt voor een ontoelaatbare verkeerstoename en parkeerdruk 9.1 De nieuwbouw veroorzaakt te veel extra verkeer en de verkeersveiligheid verslechtert 9.2 De nieuwbouw leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de parkeersituatie

9.1 De nieuwbouw veroorzaakt te veel extra verkeer en de verkeersveiligheid verslechtert De zienswijzen vragen aandacht voor de al jaren oplopende verkeersdrukte op de Herenweg. De omweg richting Bergen is er nooit gekomen en 162 woningen betekent minstens evenzoveel extra auto’s, motoren en/of brommers. Voor de verkeersgeneratie moet uitgegaan worden van 8,6 mvt/etmaal per woning (CROW 381, dec. 2018, koop, huis, vrijstaand) maar er wordt van veel lagere cijfers uitgegaan. De onveilige verkeerssituatie verslechtert door de drie extra ontsluitingen. Op de Herenweg zijn dagelijks opstoppingen. Ook de Egmonderstraatweg is al verstopt. Extra verkeer zal leiden tot sluipverkeer op de Slotweg en over over het Graaf Dirkplein. Indieners verzoeken om de 3 1

zuidelijke ontsluiting respectievelijk beide ontsluitingen op de Herenweg te laten vervallen, vanwege de verkeerstoename en omdat een daarvan te dicht op een woning van een indiener komt. Gevraagd wordt naar de verkeersveiligheid van de ontsluiting. Ook met de ontsluiting op het kermisterrein zijn problemen te voorzien. De gecombineerde ontsluiting van het Graaf Dirkplein, de smalle, onoverzichtelijke en zeer drukke Herenweg (ook met fietsers) leiden tot verkeersonveilige situaties en extra verkeer richting Alkmaar via de Slotweg. Een directe ontsluiting op de Zeeweg is beter, in combinatie met een te realiseren rotonde. Tegenover de woning is een ontsluiting op de Herenweg gepland. Verzocht wordt om het gebied via het voormalige kermisterrein te ontsluiten en de verkeerslichten op de Randweg te vervangen door turborotondes. Gevreesd wordt dat in de toekomst autolichten in de woning zullen schijnen. Ook wordt gevraagd of het ‘paaltje van Mesu’ (tegen sluipverkeer richting de Weidtjes) na ca. 20 jaar nu verwijderd kan worden omdat een groot deel van dat sluipverkeer en het verkeer uit de wijk nu wordt afgewikkeld via de Slotweg en de Julianaweg, die daarop niet berekend zijn. Op de inspraakreactie van 2017, die betrekking had op het aspect verkeer, is pas kort geleden gereageerd.

De gemeentelijke reactie zou respectvoller zijn geweest met een duidelijke tekening en uitleg van een adequate oplossing. Daarvan is nu niets ten bewijze overgelegd. Het dorp is vaak overvol met verkeer van en naar de AH, dagjesmensen etc. en het verkeer loopt nu al ter hoogte van de herenweg / Slotweg vast. Dagelijks wordt al ondervonden dat de weg zodanig smal is en druk met auto’s, fietsers en e-bikes, dat invoegen bijna onmogelijk zal zijn. Meer verkeer maakt het niet makkelijker om veilig de eigen parkeerplaats op en af te gaan. De Herenweg is onoverzichtelijk en smal met veel fietsers en wandelaars terwijl er 50 km/u gereden mag worden. Op weg en zebrapad zijn er regelmatig net-niet-aanrijdingen met langzaam en snel verkeer. Met fietsers en scooters over het voetpad en de kamikaze-acties van wielrenners zullen bij deze ontsluiting ongelukken gebeuren. Eerst moet er een veilig verkeersbestemmingsplan komen voor de hele onmiddellijke omgeving. Daarin moet de rand-weg de rol krijgen waarvoor die is aangelegd: ontlasten van de dorpskern. Bij AH moet een grote Ovonde met dubbele rijbanen komen, meer richting voetbalfusiecomplex. Beide projecten kunnen nu in één keer goed worden aangepakt. Als een ovonde qua fietsverkeer niet kan, dan zou een grotere kruising kunnen, ook meer richting voetbalfusielocatie. Beantwoording: Het plan Delversduin bestaat uit twee plandelen.

Deelgebied A met een ontsluiting op de Herenweg en deelgebied B met een aansluiting op de Herenweg en de Duynmayers Kroft / Egmonderstraatweg. De zienswijzen, waarin wordt opgemerkt dat er sprake is van twee ontsluitingen, enkel op de Herenweg, gaan daarmee uit van een onjuist vertrekpunt. Waar in de zienswijzen wordt bepleit om een ontsluiting via het voormalige kermisterrein te laten verlopen, geldt dat het bestemmingsplan al in een dergelijke ontsluiting voorziet. In het Sweco-onderzoek “Verkeersgeneratie en parkeeropgave Delversduin” van 22 maart 2021 is voor beide deelgebieden de verkeersproductie berekend aan de hand van CROWkencijfers. Deze cijfers zijn gebruikt om de verkeerstoename op de Herenweg te bepalen. De verkeersproductie van het noordelijk plandeel A bedraagt 165 motorvoertuigen (mvt) /etmaal wat overeenkomt met 17 mvt voor het drukste uur. De extra verkeersgeneratie van deelgebied A is nauwelijks merkbaar en valt vrijwel volledig binnen de dagelijkse schommelingen van de verkeersintensiteit. Ook valt het drukste uur op de Herenweg niet samen met het drukste uur van het woongebied Delversduin. Verkeer vanaf Alkmaar naar plangebied A 3 2

is, door het eenrichtingsverkeer op de Slotweg, gedwongen te rijden via de Herenweg. Plangebied B heeft twee aansluitingen op het omliggende wegennet. Verkeer vanuit dit gebied gaat zich verdelen over beide aansluitingen. De verkeersproductie voor het zuidelijk plandeel B is 927 mvt/etmaal (93 mvt voor het drukste uur). Omdat de verdeling over beide aansluitingen niet exact te bepalen is, betreft de genoemde 93 mvt/uur extra op het drukste uur op de Herenweg een maximaal aantal waarbij er van uit wordt gegaan dat (in theorie) alle verkeer uit het plangebied van deze aansluiting gebruik maakt (worst-case-benadering). In de praktijk zal dit lager liggen. De toename van verkeer als gevolg van het plangebied is minder dan 2 mvt/minuut (gemiddeld 1 per 40 seconden en valt binnen de dagelijks voorkomende fluctuaties van het verkeer. De verkeerspiek van het woongebied Delversduin ligt normaal gesproken rond de ochtendspits (net zoals bij andere woongebieden). Een gemiddelde woonwijk laat ‘s ochtend een korter durende piek zien. De avond/ middagspits duurt doorgaans wat langer en is daardoor ook minder hoog. Het verkeersonderzoek geeft ook aan dat de intensiteit op de Herenweg juist in de avondspits hoger ligt (600-650 per mvt/uur) dan in de ochtendspits (350 mvt/uur).

Daarom valt dit niet samen met de piek van Delversduin en is dit gunstig voor de verkeersafwikkeling zodat geen knelpunten ontstaan. Laten vallen van een van beide toegangen van het deelplan B betekent dat alle verkeer via de andere uitgang moet worden afgewikkeld waardoor de verkeersdruk bij de overgebleven toegang groter wordt. Ook wordt de ontsluitingsstructuur van de wijk daardoor kwetsbaar omdat er geen alternatief is in geval van verstoringen. Bovendien zijn extra ontsluitingen noodzakelijk voor calamiteiten. Verder zijn de routes via de Beatrixlaan en Tiggellaan en verder, anders dan in de zienswijzen is aangegeven, geen reële route om de Hoeverweg te bereiken en worden daarom naar verwachting niet extra belast. Opheffing van de in het dorp genomen verkeersmaatregelen zoals de ‘paaltjes van Mesu” heeft tot gevolg dat de overlast eerder toeneemt dan afneemt. Door de paaltjes te verwijderen ontstaat er een nieuwe sluiproute door het dorp. Naar aanleiding van de zienswijze, dat voor de verkeersgeneratie moet worden uitgegaan van 8,6 mvt/etmaal per woning, merken wij meer in het algemeen op dat CROW-kencijfers gebruikt kunnen worden om de verkeersgeneratie te berekenen, zoals ook in de notitie van Sweco bij het bestemmingsplan ‘Verkeersgeneratie en parkeeropgave Delversduin’ is gebeurd.

Dit zijn echter geen absolute aantallen maar richtgetallen met een minimale – en maximale waarde. De gebruikte cijfers voor de verkeersgeneratie liggen, evenals de bovengenoemde kentallen, binnen de CROW–kencijfers (zie onderstaande tabel onder rest bebouwde kom ; CROW – publicatie 318). Voor de toets van dit plan is de gemiddelde waarde voor dit type woningen gehanteerd. Er wordt dus niet van veel lagere cijfers uitgegaan. Sinds de aanleg van de Hoeverweg vervult deze weg de functie van een rondweg en rijdt het (doorgaand) verkeer langs Egmond aan den Hoef via deze weg en niet meer via de Slotweg. Niettemin is de huidige verkeersafwikkeling bij de kruising Herenweg / Zeeweg / Tijdverdrijflaan / Egmonderstraatweg ontoereikend. Voor wat betreft het volgens de zienswijzen gewenste verkeersplan geldt dat met het oog daarop de verkeerssituatie in het dorp al wordt onderzocht en aangepast, los van het nu voorliggende bestemmingplan. 3 3

Het extra verkeer van de daardoor mogelijk geworden nieuwe woningen veroorzaakt geen aanvullende knelpunten. Als opgemerkt gaat het in het drukste uur om gemiddeld minder dan 2 auto’s per minuuten vallen de piekmomenten van het plangebied en van het verkeer op de Herenweg niet samen. Ook ten aanzien van de bijvoorbeeld in de zienswijzen voorgestelde ovonde e.d. kan als antwoord dienen, dat deze kruising al onderdeel vomt van een studie waarin een optimale vormgeving kan worden bepaald. Daarin worden ook de afwikkeling van het fietsverkeer en nieuwe ontwikkelingen zoals de voetbalfusielocatie meegenomen. Ten aanzien van de opmerkingen in de zienswijzen over de verkeersveiligheid, bijvoorbeeld over de gecombineerde ontsluiting van het Graaf Dirkplein e.d., geldt dat de uitwerkingen van de details na de vaststelling van het bestemmingsplan volgens. Uitgangspunt daarbij is dat alles Duurzaam Veilig wordt ontworpen, een concept om de verkeersveiligheid op wegen in Nederland te verbeteren. Duurzaam Veilig beoogt een reductie van het aantal verkeersslachtoffers door middel van een systeem waarin vorm, functie en gebruik op elkaar zijn afgestemd. Naar aanleiding van de zienswijze van de Fietsersbond merken wij op dat dit plan naar ons oordeel niet leidt tot (nieuwe) verkeersonveilige situaties voor fietsers.

Detailuitwerkingen volgens het concept Duurzaam Veilig volgen, als opgemerkt, in een later stadium. Een verbinding voor fietsers tussen het Delverpad en het bouwplan is nu niet voorzien. Verder valt de in de zienswijze genoemde doorfietsverbinding op zichzelf buiten het plangebied; hetzelfde geldt voor de manier waarop de ontsluiting van het gebied via de Duynmayers Kroft precies, ook volgens de principes van duurzaam veilig, zal worden ingericht. Tot slot kan het als hinderlijk worden ervaren, dat autolichten in de woning schijnen. Anderzijds zal daarvan op de drukte-momenten zelden sprake zijn, aangezien het dan nog niet donker is. Onevenredige hinder achten wij op dit onderdeel meer in het algemeen ook niet aannemelijk. Hetzelfde geldt voor de situering van de zuidelijke ontsluiting op de Herenweg ten opzichte van de daar aanwezige woningen. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. 9.2 De nieuwbouw leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de parkeersituatie De parkeersituatie is al kritisch in de zomer omdat mensen hier parkeren en lopend / fietsend naar het strand gaan. Het Graaf Dirkplein krijgt last van bezoekersparkeren en parkeerproblemen in het algemeen worden alleen maar groter. Ten onrechte zijn niet de meest recente parkeernormen gebruikt en de parkeerbehoefte is onjuist berekend doordat de reductiefactor niet goed is toegepast.

Bij de berekening van de parkeerplaatsen per woning wordt volgens de Nota Parkeernormen 2020 ‘Rest bebouwde kom’ uitgegaan van 2,7 per woning (huis, koop, vrijstaand). In het Veegplan is dat zo, maar voor Delversduin wordt met veel lagere kengetallen gerekend. Waarom? Beantwoording: Uitgangspunt bij het bestemmingsplan is dat dit moet voorzien in de eigen parkeerbehoefte en geen extra parkeerdruk mag opleveren in de (directe) omgeving. Daar is dit plan op getoetst en er is vastgesteld dat het in de eigen parkeerbehoefte voorziet. Er zijn voldoende parkeerplaatsen te realiseren in het bestemmingsplangebied, zodat iedereen in het gebied, 3 4

op bezoek of wonend, zijn voertuig kwijt kan. Onduidelijk is verder waarom hier een relatie met een bestaande naastgelegen wijk zou zijn. Daarnaast zijn de gehanteerde parkeernormen de parkeernormen conform de in 2020 vastgestelde “Nota Parkeernormen 2020” van de gemeente Bergen. De in de zienswijzen genoemde parkeernorm van 2.7 parkeerplaatsen/woning is niet gebaseerd op de nota parkeernormen 2020. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. 10.0.

De ontwikkeling zorgt voor ontoelaatbare milieugevolgen 10.1 De ontwikkeling zorgt voor ontoelaatbare afname van de luchtkwaliteit 10.2 De ontwikkeling zorgt voor ontoelaatbare lichthinder 10.3 De ontwikkeling zorgt voor ontoelaatbare geluidhinder

10.1. De ontwikkeling zorgt voor ontoelaatbare afname van de luchtkwaliteit Een toename van 162 woningen betekent minstens even zoveel extra auto’s, motoren en/of brommers. Daardoor neemt de uitstoot van stikstof en CO2 toe en meer verkeer heeft ook gevolgen voor de opbouw van fijnstof. Beantwoording: CO2 is een broeikasgas en geen parameter voor luchtkwaliteit. Voor de uitstoot en depositie van stikstof wordt verwezen naar paragraaf 7.3. Voor wat betreft de toename van fijnstof als gevolg van het gebruik van motorvoertuigen door bewoners wordt verwezen naar paragraaf 5.10 in de toelichting van het bestemmingsplan. Het project heeft gelet op de omvang (aantal woningen) en de aanwezige relatief lage achtergrondwaarden geen wezenlijke invloed op de luchtkwaliteit. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. 10.2. De ontwikkeling zorgt voor ontoelaatbare lichthinder Er zal als gevolg van de nieuwbouw sprake zijn van lichthinder o.a. door extra lantaarnpalen. Beantwoording: Niet aannemelijk is dat er door de nieuwbouw sprake zal zijn van een ontoelaatbare verslechtering van de lichtsituatie of onaanvaardbare lichthinder. Verlichting met behulp van lantaarnpalen is gebruikelijk in dat opzicht.

Voor zover bedoeld zou zijn te wijzen op gevolgen voor natuur door lichthinder tijdens de aanleg/bouw, geldt dat verstoring door licht in Natura2000-gebied gelet op de afstand uitgesloten kan worden. Verder kan tijdens de werkzaamheden verlichting worden toegepast die niet richting het gebied uitstraalt. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. 10.3 De ontwikkeling zorgt voor ontoelaatbare geluidhinder Meer verkeer betekent ook meer geluid en de Herenweg is al heel lawaaiig. Eventueel gebruik van warmtepompen zal tot nog meer geluid in de tuin leiden. Beantwoording:

3 5

Op dit onderdeel wordt de plantoelichting aangevuld en het geluidonderzoek als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Door middel van dat akoestische onderzoek is de geluidbelasting als gevolg van het verkeer op de omliggende wegen inzichtelijk gemaakt. Uit het onderzoek volgt dat alleen in het uiterste noordoosten van het plangebied, sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrens-waarde van 48 dB. In de concept verkaveling betreft dat een verhoogde geluidsbelasting voor twee woningen.Voor deze woningen worden hogere waarden aangevraagd. In de regels van dit bestemmingsplan is vastgelegd dat vergunning voor bouwen pas verleend kan worden als is aangetoond dat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet ge-luidhinder ofwel als hogere waarden zijn verleend. Voor eventuele warmtepompen geldt, als opgemerkt, dat daarvoor per 1 april 2021 aangescherpte geluidseisen gelden. Deze installaties mogen op grond van het Bouwbesluit niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken op de perceelsgrens. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. 11.0. Water Er is geen gedegen waterhuishouding, gelet op de klimaatverandering. Het riool van Herenweg en Graaf Dirkplein kan heftige buien nu al niet verwerken. Onduidelijk is wat er in de watertoets in H4 bedoeld wordt met het aandachtspunt “watervoerende greppel”.

Beheer en onderhoud moeten nader bestudeerd worden en worden geverifieerd in een waterhuishoudingsplan. Wat kan dit voor de toekomst betekenen? Als alle tuinen verhard worden, hoe zit het dan met de afwatering? De aanvankelijk geplande duin wordt nu een wadi maar hemelwater kan beter op de te verbreden duinrel worden geloosd, die dan als omzoming van het gebied kan fungeren, zonder ontsluiting op de Herenweg, alleen een fietsbrug. Beantwoording: Er is een watertoets opgesteld waarin uitgebreid aandacht is besteed aan de waterhuishouding in het plangebied. Middels de watertoets wordt in een vroegtijdig stadium negatieve effecten op de waterhuishouding voorkomen. De watertoets is afgestemd met Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Bij de nadere uitwerking wordt een waterhuishoudkundig plan opgesteld waarvoor bij HHNK een watervergunning wordt aangevraagd. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. 12.0.

De beoordeling m.e.r. is onjuist

Een zienswijze heeft betrekking op de beoordeling m.e.r. De conclusie, dat er geen belangrijke nadelige gevolgen te verwachten zijn, is niet gebaseerd op voldoende onderzoek naar effecten van het bouwplan op de omliggende natuur / het Noordhollands Duinreservaat waar al te veel stikstof neerslaat en een kleine verhoging negatieve ecologische gevolgen heeft. De stikstofdepositie is niet feitelijk aan de hand van berekeningen gecontroleerd en de beperkte beoordeling stelt te nauwe kaders waarbinnen gekeken wordt. Daarom wordt gevraagd een m.e.r. op te stellen voor Delversduin. 3 6

Beantwoording: Op basis van de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling heeft het college besloten dat het doorlopen van een m.e.r. niet noodzakelijk is. Hierbij heeft het college overwogen dat in de aanmeldnotitie is voorzien in een toereikende integrale beoordeling van de mogelijke nadelige gevolgen van het project voor het milieu in relatie tot de criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn. Uit de ambtelijke toetsing bleek tevens dat, voor zover van toepassing, de geplande maatregelen om waarschijnlijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden of te voorkomen afdoende zijn gewaarborgd. Hiermee is voldoende aannemelijk gemaakt dat volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling in de vervolgprocedure en dat aldus geen m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden. Het gestelde in de zienswijze leidt niet tot een ander oordeel. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing.

Overig 13.0.

Overige zienswijzen 13.1 Strafrechtelijke procedure tegen ambtenaar 13.2 De ontwikkeling leidt tot waardevermindering van de woning van omwonenden 13.3 Maatschappelijke kosten-baten analyse ontbreekt 13.4 Eigendom grond ontsluiting bij Kermisterrein 13.5 Voorzieningen (winkels, medisch) en evenementen 13.6 Aanrijdtijd hulpdiensten 13.7 Overlast verwarming nieuwe woningen? 13.8 Voorzieningen voor elektrisch auto rijden 13.9 Vrees voor onregelmatigheden 13.10 Zienswijze gericht tegen vergunning 13.11 Verwijzing naar inspraak 13.12 Andere onderwerpen

13.1 Strafrechtelijke procedure tegen ambtenaar De Structuurvisie Egmond aan den Hoef van 2016 kan niet vanzelfsprekend aan het plan ten grondslag kan worden gelegd als gevolg van het daarbij betrokken zijn geweest van een ambtenaar die strafrechtelijk wordt vervolgd. Mogelijk heeft (een deze vanuit) een ongepaste relatie met een grondspeculant en een ontwikkelaar daar invloed op gehad. Het te ontwikkelen terrein is nu groter dan vroeger, wat is de eigenlijke reden daarvan? En waarom niet de strafzaak afgewacht? De gemeente moet ook bij zichzelf te rade gaan qua weerbaar maken van haar medewerkers bij integriteitskwesties. Extra zorgvuldigheid is nodig vanwege de ambtelijke smet, de zakelijke en privé relatie tussen initiatiefnemers en ambtenaar, de verstrekking aan hem van hypotheken, het strafrechtelijke verband met initiatiefnemer, het risico van een mogelijke manipulatie van het beleids- en besluitvormend proces, de onzorgvuldige communicatie en bejegening van belanghebbenden. De ontslagen ambtenaar heeft een grote rol gespeeld bij totstandkoming van de bouwplannen. Vertrouwen is bij dit bouwplan niet vanzelfsprekend, gelet op de recente bevindingen over corruptie. Ook al zou er niets strafbaars zijn gebeurd bij dit ontwerpplan, dan nog blijft de affaire ‘kleven’ aan dit plan en aan de raad die het vaststelt.

De besluitvorming kan transparanter worden als de besluitvorming in verband met de strafzaak tegen een ambtenaar ‘on hold’ wordt gezet. De genoemde verstrengeling van zakelijke en privébelangen van de ontslagen ambtelijke 3 7

projectleider en de ontwikkelaar(s) moet er volgens sommige indieners toe leiden dat wordt afgezien van het bestemmingsplan. Beantwoording: Recentelijk heeft het Openbaar Ministerie, arrondissementsparket Noord-Holland, een afdoeningsbeslissing genomen in het Rijksrechercheonderzoek ‘Kinderdijk’ betreffende een voormalig ambtenaar van de gemeente Bergen NH. Aanleiding voor dit onderzoek was, mede, de aangifte van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bergen. In die afdoeningsbeslissing concludeert de officier van jusititie dat tot vervolging van deze voormalig ambtenaar zal worden overgegaan voor het aannemen van een hypothecaire geldlening. In het bestuursrechtelijke kader van het bestemmingsplan zou artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht hier eventueel een rol kunnen spelen. Daarin gaat het om de verplichting tot een taakuitoefening zonder vooringenomenheid. Wordt daarmee in strijd gehandeld, dan is de besluitvorming onzorgvuldig voorbereid. Dit aspect is in verband met de betrokken exambtenaar door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State al beantwoord in de uitspraak van 11 september 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:3119) over het bestemmingsplan “Voetbalcomplex Egmond aan den Hoef en vrijkomende locaties".

Uit de omstandigheid dat een ambtenaar, die betrokken is geweest bij de planprocedure, op non-actief is gesteld, vloeit niet voort dat de onderzoeken die aan het plan ten grondslag zijn gelegd onzorgvuldig tot stand zijn gekomen, dat de raad het besluit niet zorgvuldig heeft genomen, of dat de raad met vooringenomenheid het plan heeft vastgesteld, aldus de Afdeling. Op grond van het voorgaande is er onvoldoende aanleiding om de planprocedure ‘on hold’ te zetten . Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. 13.2 De ontwikkeling leidt tot waardevermindering bij omwonenden Verwacht wordt dat de voorziene nieuwbouw leidt tot een vermindering van de waarde van bestaande woningen. Een woonwijk naast Duinpark Egmond verstoort het uitzicht, de rust en de natuurlijke uitstraling van het park. Dat betekent waardevermindering en minder huurinkomsten. Ook is achter de bestaande woningen een openbare groenstrook geprojecteerd. Dat betekent een beperking van vergunningvrije bouwmogelijkheden in de laatste meter achtertuin, hetgeen ook tot planschade leidt. Verder kan uitrijdend verkeer uit de nieuwe wijk met koplampen in de woonkamer schijnen. Ook dit betekent waardevermindering van het huis. De reguliere planschade staat daartoe niet in verhouding. Beantwoording: Waardevermindering als gevolg van een bestemmingsplan, zgn.

planschade, vormt geen doorslaggevend aspect in deze zienswijzenbeoordeling. Van belang daarbij is onder meer dat de wetgever hiervoor een speciale, uitgebreide wettelijke regeling heeft voorzien in artikel 6.1 e.v. van de Wet ruimtelijke ordening. Dit betreft een laagdrempelige procedure waarin betrokkenen kunnen laten vaststellen of er sprake is van planschade en zo ja, in welke omvang. Allerlei aspecten kunnen daarbij aan de orde komen die met een vergelijking van het oude en het nieuwe planologisch regime te maken hebben. Tot slot is middels een verhaalsovereenkomst het planschaderisico naar de ontwikkelaar verlegd en de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan op dit punt gegeven. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. 3 8

13.3 Maatschappelijke kosten-baten analyse ontbreekt Een maatschappelijke kosten-baten-analyse ontbreekt. Er is ook geen maatschappelijke kostenbaten-analyse gemaakt als langere termijn planning, alleen een horizon van bevolkingsprognose en woningvraag tot 2030, hetgeen te kort is.

Beantwoording: De essentie van een maatschappelijke kosten-baten analyse is het afwegen van project- of beleidsalternatieven op basis van de gevolgen voor de welvaart en het welzijn van de samenleving als geheel, vaak met een oneindige looptijd, of een looptijd van 100 jaar. Het is niet mogelijk om – op dit kleine schaalniveau - een bevolkingsprognose voor de komende 100 jaar te maken. Daarom wordt gebruik gemaakt van een kortere, maar voldoende actuele, concreet cijfermatige beschrijving van de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling, zoals opgenomen in bijlage 3 bij de plantoelichting. Meer in het algemeen wordt met dit woningbouwplan een groot openbaar belang gediend. Het plangebied geeft invulling aan een grote woningbehoefte, waaronder minimaal 30% sociale woningbouw en 20% woningbouw in het middensegment. In de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is aangetoond dat er binnenstedelijk geen ruimte is om de woningen te realiseren. In het plan wordt zorgvuldig omgegaan met bijvoorbeeld de belangen van bewoners van bestaande woningen die grenzen aan het plan. De ontwikkeling zal ten opzichte van de huidige situatie effect hebben op de beleving van bewoners van aangrenzende woningen. Van een onaanvaardbare inbreuk op het woongenot is echter geen sprake. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing.

13.4 Eigendom grond ontsluiting via kermisterrein De ontsluiting via het kermisterrein richting de Egmonderstraatweg loopt over grond van een particulier, hoe wordt dit opgelost? Beantwoording: Ten behoeve van het verkeer is een erfdienstbaarheid gevestigd vanaf het parkeerterrein, ter ontsluiting van de toekomstige bouwkavels. Een erfdienstbaarheid is het recht om gebruik te maken van een stuk grond, ook al is men niet zelf eigenaar van die grond. Het is een zgn. zakelijk recht, waarmee de eigendom van een ander is bezwaard, en dat de eigenaar niet zelfstandig ongedaan kan maken. Aldus is de ontsluiting van de nieuw te bouwen woningen langs deze route verzekerd. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. 13.5 Voorzieningen (winkels, medisch) en evenementen De drukte in het winkelcentrum en de dorpskern is met 162 extra woningen ook niet verantwoord. Zijn er voldoende medische voorzieningen voor de extra huishoudens? Evenementen op het dorpsplein en op de Herenweg komen in het geding. Beantwoording: 3 9

Er is geen aanleiding te veronderstellen dat de winkels in het winkelcentrum geen toereikende voorziening voor de beoogde extra bewoners zouden kunnen bieden. Hetzelfde geldt voor medische diensten in de omgeving. Onduidelijk is tot slot waarom bewoners van 162 woningen in Egmond aan den Hoef er voor zouden zorgen dat in de nabijheid georganiseerde evenementen in het geding komen. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. 13.6 Aanrijdtijd hulpdiensten Als de Herenweg vast staat, is de aanrijdtijd van hulpdiensten dan haalbaar? Beantwoording: Met hulpdiensten wordt regelmatig overleg gevoerd en zij geven niet aan dat er op de Herenweg problemen zijn met de bereikbaarheid. Meer in het algemeen hebben hulpdiensten bij hun werkzaamheden regelmatig te maken met filevorming e.d. en zijn zij bevoegd om met gebruik van licht- en geluidssignalen hun bestemming te bereiken, anders dan conform de geldende verkeersregels (andere zijde van de weg gebruiken e.d.). Het nu voorliggende bestemmingsplan brengt daarin geen verandering. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. 13.7 Overlast verwarming nieuwe woningen? Worden de huizen verwarmd via een centrale unit en zo ja, wat voor unit, waar komt die en welke overlast betekent dat? Beantwoording: De huizen worden individueel (gasloos) verwarmd.

Voor eventuele warmtepompen geldt, als opgemerkt, dat daarvoor per 1 april 2021 aangescherpte geluidseisen gelden. Deze mogen op grond van het Bouwbesluit niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken op de perceelsgrens. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. 13.8 Voorzieningen voor elektrisch auto rijden Komen er in de nieuwe wijk ook voorzieningen voor elektrische auto’s? Beantwoording: Dit kan bij de planvorming worden meegenomen. Medio 2020 is hiervoor beleid ontwikkeld (Beleidsdocument openbare laadinfrastructuur BUCH gemeenten) op grond waarvan de gemeente onder meer de plaatsing van laadinfrastructuur faciliteert. Voor de behoeftebepaling op nieuwbouwlocaties wordt een speciale rekentool als hulpmiddel gebruikt. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. 13.9 Vrees voor onregelmatigheden Delversduin wordt een toeristische attractie waardoor vrees ontstaat voor onregelmatigheden (criminaliteit). De verhuur van vakantiewoningen in Bergen trekt veel mensen van buiten de gemeente en ook uit het buitenland.

4 0

Beantwoording: Onduidelijk is waarom het bouwplan een toeristische attractie zou worden of dat sprake zou zijn van te verhuren vakantiewoningen. Ter plaatse geldt een reguliere woonbestemming. Recreatieve verhuur betekent strijdig planologisch gebruik. Als opgemerkt in paragraaf 5.7 wordt volledigheidshalve aan planregel 6.3.2 het gebruik van woningen als recreatiewoning als expliciet voorbeeld van strijdig gebruik toegevoegd. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing anders dan van planregel 6.3.2. 13.10 Zienswijze gericht tegen vergunning De zienswijze ziet tevens op de verleende stikstofvergunning. Beantwoording: Gedeputeerde Staten van Noord-Holland zijn bevoegd gezag ten aanzien van de vergunningverlening op grond van de Wet natuurbescherming. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. 13.11 Verwijzing naar inspraak Verwezen wordt in zienswijzen naar de inspraakreactie n.a.v. het voorontwerp bestemmingsplan. Beantwoording: Waar naar eerdere inspraakreacties wordt verwezen, geldt als reactie de inhoud van de bij het bestemmingsplan gevoegde ‘Nota van beantwoording inspraak en vooroverlegreacties’ en hetgeen in deze Zienswijzennota is opgemerkt. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing. 13.12 Andere onderwerpen Genoemd wordt dat er met de gemeente contact is gezocht over eventuele ruil van grond.

Verder wordt voorgesteld voor de tijdelijke huisvesting van jongeren als alternatieven voor bebouwing van Delversduin voorgesteld bestaande garages om te bouwen, overtallige speeltuintjes te benutten of woonboten in de bredere vaarten af te meren. Beantwoording: Deze onderwerpen vertonen geen samenhang met de beoordeling van het ter inzage gelegde ontwerp bestemmingsplan. Conclusie: De zienswijzen leiden niet tot aanpassing.

4 1

Samenvattend overzicht van aanpassingen in bestemmingsplan

Aanpassing 1. Op de verbeelding wordt de bestemming Groen op enkele locaties vergroot.

2. Aan artikel 3.1 van de bestemming Groen wordt na onderdeel m toegevoegd: waarbij geldt dat de inrichting van de gronden moet voldoen aan de uitgangspunten zoals deze zijn omschreven in het in bijlage 1 van deze regels opgenomen beeldkwaliteitsplan en als zodanig in stand moet worden gehouden. 3. Aan artikel 5.1 van de bestemming Verkeer Verblijfsgebied wordt na onderdeel i toegevoegd: waarbij geldt dat de inrichting van de gronden moet voldoen aan de uitgangspunten zoals deze zijn omschreven in het in bijlage 1 van deze regels opgenomen beeldkwaliteitsplan en als zodanig in stand moet worden gehouden. 4. Op de verbeelding worden zichtlijnen/structuurlijnen, aangeduid in het beeldkwaliteitsplan (pag. 23) geborgd door de bouwvlakken te verkleinen:

4 2

A.

ten noordoosten van het Graaf Dirkplein:

B. in de noordoosthoek van het plangebied nabij de Herenweg:

5. Artikel 6.2.2 onder j, zoals dit in het ontwerp luidde (“ … bij het bouwen dient rekening te worden gehouden met de zichtlijn als aangeduid op de kaart “zichtlijnen” uit het bij dit bestemmingsplan behorende beeldkwaliteitsplan”) komt te vervallen. 6. Op de verbeelding wordt ten noorden van het Graaf Dirkplein wordt de aanduiding “4” vervangen door twee aanduidingen “1”. 7. Op de verbeelding wordt een aanduiding opgenomen van het gebied waarin gestapelde woningen zijn toegestaan. 8. Op de verbeelding wordt met de figuur ‘gevellijn’ aangegeven in welke richting de voorgevel van het hoofdgebouw moet worden gesitueerd. 4 3

9. Onder vernummering van artikel 6.2.2 voor het overige, wordt daarin opgenomen onder (nieuw) b, c en d: b. het maximum aantal woningen bedraagt in het totale plangebied niet meer dan 162, waarbij geldt dat het maximum aantal woningen ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ niet meer mag bedragen dan ter plaatse van deze aanduiding is aangegeven; c. gestapelde woningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding ‘gestapeld’; d. op bouwpercelen met de figuur ‘gevellijn’ dient de voorgevel van het hoofdgebouw richting deze figuur te worden gesitueerd; 10. Onder vernummering van de bepaling voor het overige, worden in artikel 1 de volgende definities toegevoegd onder (nieuw) 1.29 en 1.36: - 1.29 middeldure huurwoning een woning waarbij de in de gemeentelijke Doelgroepenverordening Bergen 2020 of opvolgende regeling gestelde regels voor "middeldure huurwoning" van toepassing zijn. - 1.36 sociale huurwoning een woning waarbij de in de gemeentelijke Doelgroepenverordening Bergen 2020 of opvolgende regeling gestelde regels voor "sociale huurwoning" van toepassing zijn. 11. Voor de verwijzing naar de Doelgroepenverordening wordt onder vernummering van artikel 6.3.1.

naar 6.3.2 een nieuw artikel 6.3.1 ingevoegd dat luidt: 6.3.1 Woningbouwcategorieën Van de binnen het plangebied te realiseren woningen dient, onder verwijzing naar de gemeentelijke Doelgroepenverordening Bergen 2020 of opvolgende regeling, te worden gebouwd en in stand gehouden: a. minimaal 30% van het totaal aantal woningen in de categorie sociale huurwoning; b. minimaal 12,5% van het totaal aantal woningen in de categorie middeldure huurwoning. 4 4

12. Aanvullend wordt een artikel 6.4 opgenomen, dat luidt: 6.4 Wijzigingsbevoegdheid 6.4.1 Toevoegen regels middeldure koop Burgemeester en wethouders kunnen artikel 1, artikel 6.3.1. en de verbeelding wijzigen voor het als in de toelichting omschreven opnemen van de categorie middeldure koop, waarop voor realisatie en instandhouding via dit bestemmingsplan en de Doelgroepenverordening Bergen 2020 of opvolgende regeling kan worden gestuurd, waarbij: a. maximaal 7,5% van het aantal woningen de aanduiding ‘middeldure koop’ kan krijgen; b. aanwijzing slechts kan plaatsvinden indien de oplevering van de aan te wijzen woningen nog niet heeft plaatsgevonden. 13. Artikel 6.3.2 komt na vernummering tot 6.3.3 te luiden: 6.3.3 Overig Als strijdig gebruik wordt in ieder geval aangemerkt: a. het in gebruik nemen/hebben/of gebruiken van gronden voor paardenbakken, zwembaden en mestopslag; b. het gebruiken of laten gebruiken van gebouwen voor het stallen van paarden; c. het gebruiken of laten gebruiken van bijgebouwen als slaapgelegenheid. d. het gebruiken of laten gebruiken van woningen als recreatiewoning. 14.

In het beeldkwaliteitsplan wordt in de noordoosthoek van het plangebied de zichtlijn vanaf de Herenweg verruimd door de verplaatsing van woningen en een gewijzigde vormgeving van het plan (1 woning verdwijnt daar, 2 vrijstaande woningen worden 2 twee-onder-één-kap woningen en een rij van vier woningen wordt een rij van drie woningen):

4 5

15. In het beeldkwaliteitsplan wordt het zuidoostelijk deel van het plangebied wordt vanaf het Graaf Dirkplein extra ruimte en doorzicht gecreëerd door de vervanging van 6 twee-onder-één-kap-woningen door 2 vrijstaande woningen, met behoud van onder andere de zichtlijn van de middenas:

16. Het beeldkwaliteitsplan wordt aangepast door daarop het onderhoudspad in de groenstrook ten westen van de Herenweg in te tekenen, met aansluiting op de openbare weg:

4 6

17. De toelichting van het bestemmingsplan wordt aangepast / aangevuld op in ieder geval de onderdelen: - stikstof - de veldonderzoeken voor bodem, archeologie en de watertoets - geluid 18. De notitie m.b.t. stikstof / Aeriusberekening van Sweco van mei 2021 wordt als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. 19. Het geluidonderzoek van mei 2021 wordt als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. 20. Het overzicht “Betaalbaar- en bereikbaarheidsmaatregelen Delversduin’ wordt als bijlage bij de Nota van Zienswijzen gevoegd.

4 7

V

Beknopte aanduiding van zienswijzen per indiener

Nr.

Registratiedatum en -nummer

Onderdeel

Samenvatting inhoud

1

06-04-21 21ip.00943

9

2

13-04-21 21ip.01003

6, 9

3

15-04-21 21p.01044

3, 7, 9, 10

4

15-04-21 21ip.01046 met aanvulling

6, 13

5

22-04-21 21ip.01149 Stichting Duinbehoud

5, 7

6

26-04-21 21ip.01181

9

7

28-04-21 21ip.0216

9

Verzoek om de zuidelijke ontsluiting op de Herenweg te laten vervallen. Vroeger waren er file’s in de Slotweg. Dat is verleden tijd dankzij de randweg. Er komen er weliswaar drie ontsluitingswegen maar zonder verkeersmaatregelen zullen waarschijnlijk dagelijks minimaal 80/100 auto’s richting Alkmaar door de Slotweg rijden. Die route is immers korter dan de zuidroute naar de verkeerslichten en de noordroute langs de Betrixlaan. Het unieke karakter als één van de laatste duindorpen met zicht vanuit het dorp op het duingebied wordt vernietigd. De al overbelaste Herenweg en Egmonderstraatweg raken nog meer verstopt, met daardoor sluipverkeer door de woonwijken. De bouwplannen ontneemt mensen uit Egmond aan den Hoef de mogelijkheid om te wandelen met zicht op het duinlandschap. Nu de natuur al lang de noodklok luidt, is dit plan onacceptabel. Schandalig dat een ontwikkelaar de natuur mag slopen voor winst. Maak van Delversduin natuur en laat het teruggroeien. De verkeerssituatie op de Herenweg loopt al jaren op. De omweg richting Bergen is er nooit gekomen en 162 woningen betekent minstens evenzoveel extra auto’s / motoren / brommers. Dit heeft ook gevolgen voor de opbouw van fijnstof. De villa’s zijn onbetaalbaar voor locale mensen en starters op de woningmarkt krijgen wederom hier geen kans.

Indiener doet mee in de “Groep Graaf Dirkplein” en wil verder achter Graaf Dirkplein 7 met duiker en toegangshek een parkeerplaats en laadpaal realiseren richting / in het plangebied en tevens de relbeschoeiing vervangen door betonnen elementen en een schutting en carport met zonnepanelen plaatsen. Hiermee wordt waardevermindering van de woning verzacht. Verzoek om waterpartij met flauwe oevers t.b.v. natuur en biodiversiteit. Stond al in de Structuurvisie 2016 als ontwerpcriterium en dit element was ingetekend als open water. Verzoek de te realiseren natuur te concretiseren als kruidenrijk grasland; referentiebeeld binnenduinrand t.h.v. Egmond-Binnen. Verzoek om beheer- en inrichtingsplan voor het natuurdeel vast te stellen. Is bereid om inhoudelijke bijdrage daarvoor te leveren. Nu is er te weinig rechtszekerheid. Vrees dat de natuur vervalt tot trapveldje of hondenlosloopgebied. Verkeer: Verzoek om de zuidelijke ontsluiting op de Herenweg te laten vervallen. Deze komt te dicht op de woning. Beter is om helemaal geen weg te laten uitkomen op de Herenweg, maar om het plangebied te ontsluiten via het voormalige kermisterrein. Een ontsluiting op de Herenweg komt recht tegenover de woning van indiener te liggen, waardoor autolampen naarbinnen zullen schijnen. Een ontsluiting op de Herenweg is geen goed plan, het verkeer kan beter via het voormalige kermisterrein. 4 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4564/documents/32184