CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 4 15-06-2021 nota van zienswijzen.pdf

Commissie Bestemmingsplannen 15 juni 2021, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 4: Voorstel betreft het vaststellen van het bestemmingsplan Harmonielocatie Bergen53.999 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Bovendien ligt het op de weg van de gemeente om -net als voor woningen waarvoor een Hogere Waarde is vastgesteld- er op toe te zien dat de binnenwaarde niet meer bedraagt dan 33 dB; de waarde die is opgenomen in het Bouwbesluit. Er zijn hiertoe isolerende maatregelen nodig, waar de gemeente niet op ingaat en niet heeft laten onderzoeken. Bovendien beschikt de gemeente over beleid, waarin bepaalde gevelwaarden als maximaal gewenst worden gezien, ook bij woningen aan 30kmZh wegen, hetgeen ook logisch is, aangezien het snelheidsregime op zich nog niets zegt over het geluidklimaat. Deze ligt met een voorkeursgrenswaarde van 53 dB lager dan de maximale grenswaarde uit de Wet Geluidhinder van 63 dB en deze worden in dit plan dus overschreden. De gemeente handelt dus op dit punt in strijd met haar eigen beleid. Tot slot klopt ook de conclusie niet dat de planlocatie niet is gelegen binnen een geluidzone van een weg. Weliswaar geldt op het Plein een snelheidsregime van 30km7h, maar op de Dreef voor het grootste deel niet; daar mag 50 per uur worden gereden. Er geldt dan een onderzoekszone van 200 meter en daar valt het plangebied in. Er dient dus wel degelijk een Hogere Waarde te worden verleend; het ontwerp besluit Hogere Waarde had tegelijk met het ontwerp bestemmingsplan ter inzage moeten worden gelegd, hetgeen niet is gebeurd.

Voor 30km wegen kan op basis van de Wet geluidhinder geen hogere waarde worden vastgesteld. Wel is de geluidsbelasting bepaald. Ondanks dat de waarden hoog zijn, is het gezien de ligging in een centrumgebied in het kader van een goede ruimtelijke ordening acceptabel dat hier woningen boven winkels worden gerealiseerd. Bovendien dient altijd het gewenste binnen niveau in het kader van het Bouwbesluit gehaald te worden. Dit wordt getoetst bij de aanvraag van de omgevingsvergunning activiteit bouw. Het waarborgen van een goed binnenniveau door de omgevingsvergunning, tezamen met het feit dat het hier een binnenstedelijke centrumontwikkeling betreft, maakt het in het kader van een goede ruimtelijke ordening acceptabel dat op deze plek woningen worden gerealiseerd. De toelichting zal op dit punt worden aangepast. In het Akoestisch onderzoek "Commerciële ruimten 7 Dorpelingen te Bergen" wordt gesteld dat "Indien aan de normen wordt voldaan, kan worden gesteld dat geen hinder op zal treden en daarmee sprake is van goede ruimtelijke ordening". Dit is dan onjuist en in strijd met de jurisprudentie op dit punt. In de normen van het Activiteitenbesluit zijn namelijk bepaalde activiteiten uitgezonderd, zoals menselijk stemgeluid maar ook de piekniveaus tijdens het laden en lossen overdag, die in het kader van een goede ruimtelijke ordening nochtans wel degelijk beschouwd dienen te worden.

Vervolgens luidt de conclusie in het onderzoek dat de normen overschreden worden. Er kan dus volgens de regels der logica niet niet zonder meer gesteld worden dat er sprake is van goede ruimtelijke ordening. In het bestemmingsplan is vervolgens niet onderbouwd waarom evengoed sprake is van goede ruimtelijke ordening. Daarbij behoort trouwens het cumulatieve geluidniveau beschouwd te worden –dus inclusief wegverkeerlawaai- dat zoals aangegeven op zich ook al hoog is. Ook dit is niet gedaan. Voorts wordt niet aangegeven of er inderdaad geluidsisolerende maatregelen worden getroffen aan de woningen, zoals geadviseerd wordt. Ook niet welke dat zijn en evenmin of er maatwerkvoorschriften worden vastgesteld. Hierbij is overigens advies van de RUD nodig, dat ook ontbreekt. Bovendien is het nog maar de 42

vraag of RUD positief zal adviseren, mede gelet op het beleid in Bergen en de regio met betrekking tot geluid. Ook op dit punt is het bestemmingsplan onzorgvuldig voorbereid. In het geluidsonderzoek is aanvullend gekeken naar de huidige geluidsbelasting op de bestaande woningen door toedoen van het laden en lossen en parkeren van huidig vrachtverkeer en personenauto’s. Uit een vergelijking van de resultaten blijkt dat in de huidige situatie in de dagperiode hogere langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus optreden dan in de toekomstige situatie. Ook de optredende maximale geluidniveaus in alle periodes zijn in de huidige situatie hoger dan in de toekomstige situatie. Het verschil wordt veroorzaakt door dat in de huidige situatie veel activiteiten buiten plaatsvinden. Op basis hiervan kan worden gesteld dat de akoestisch situatie voor een groot deel verbeterd ten opzichte van de huidige situatie. Verslechtering treedt met name op door het gebruik van de parkeergarage in de avondperiode. Omdat dit voornamelijk beperkt blijkt tot de openingstijden van de winkels (tot maximaal 21.00 uur) zal dit naar verwachting tot weinig hinder leiden. Gezien deze feiten kan gesteld worden dat de overschrijding in het kader van een goede ruimtelijke ordening acceptabel is voor deze centrumontwikkeling. Dit zal aangepast worden in het bestemmingsplan.

Milieuzonering De plek van het nieuwe Harmoniegebouw krijgt de bestemming GD-1 en M. Aan dit gebouw is dus niet uitsluitend, maar tevens, de functieaanduiding M gegeven. Dit betekent dat in het Harmoniegebouw op de begane grond een bedrijfsmatige en/of een maatschappelijke activiteit mag worden uitgeoefend en waar op de verdieping mag worden gewoond. Volgens de gegeven definities onder 1.26; 1.27; 1.36 en 1.36 is er maar weinig dat hier niet mag worden gevestigd (zie ook blz. 40 van de Toelichting). Dit betekent bijvoorbeeld dat het pand ook beschikbaar kan worden gesteld voor recepties, (school)feesten, kinderdagverblijven, brandweerkazernes, e.d. en zelfs sport- en recreatieve voorzieningen zijn mogelijk, die toch nauwelijks als 'maatschappelijke voorziening' gezien zouden moeten worden. Het gaat hier om functies die geluidoverlast kunnen veroorzaken. Voor meerdere mogelijke functies zou, volgens de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering', een richtafstand van 10m of zelfs 30m moeten worden aangehouden voor wat betreft geluid (en voor enkele functies zelfs 50m). Binnen de afstanden bevinden zich meerdere woningen. Er is geen akoestisch onderzoek gedaan naar de aanvaardbaarheid van de nieuwe functies in relatie tot de geluidsbelasting van bestaande (en nieuwe) woningen.

De vraag die hier beantwoord moet worden of sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat voor wat betreft geluid. Overigens geldt dit voor het gehele plangebied: naast detailhandel wordt ook dienstverlening toegestaan en het brede begrip dat hier voor is opgenomen, maakt dat er functies kunnen komen die geluidoverlast kunnen veroorzaken. Ook dit is niet onderzocht. Op blz. 34 van de Toelichting in de paragraaf Milieuzonering staat het volgende: "het clubhuis van de muziekvereniging valt onder milieucategorie 2, waarbij binnen gemengd gebied een richtafstand van 10 meter geldt. Deze wordt op voldoende afstand gerealiseerd van de omliggende woningen". Dit is onjuist. De woningen Plein 6; Plein 8; Karel de Grotelaan 7 en de eventueel op de verdieping te realiseren woning(en), vallen allemaal binnen de richtafstand van 10 meter. Daarmee voldoet de situering niet aan de milieuzonering, en daar had in het Akoestisch onderzoek "Commerciële ruimten 7 Dorpelingen te Bergen", of in een separaat akoestisch onderzoek 'Industrielawaai' op ingegaan moeten worden. De vraag is of er voor de woningen wel sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat wat betreft geluid. In het kader van de milieuzonering, moet ook onderzocht worden wat de geluidbelasting is van ladende en lossende vrachtwagens. Deze geluidbelasting is vermoedelijk veel te hoog.

In het Bestemmingsplan zijn geen maatregelen opgenomen om hier wat aan te doen, omdat dat niet haalbaar zou zijn. Wat dan resteert is het isoleren van nabij gelegen nieuwe woningen. En de bestaande woningen dan? De bestemming van het nieuwe Harmoniegebouw wordt aangepast. In plaats van de bestemming ‘Gemengd – 1’ met de functieaanduiding ‘Maatschappelijk’, wordt het nieuwe Harmoniegebouw enkel bestemd tot ‘Maatschappelijk’. Binnen deze bestemming kan het huidige gebruik van het Harmoniegebouw voortgezet worden. Hierbij te denken aan sport-, muziek- en schilderactiviteiten, exposities en verenigingen. Al deze activiteiten vallen onder milieucategorie 2, zoals verwoord in de toelichting bij dit bestemmingsplan. 43

Op basis van het advies van de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord is het aspect milieuzonering nogmaals bekeken. Het voorliggende bestemmingsplan moet voorzien in de ontwikkeling van zowel woningen als winkels in een centrumgebied. Dat er sprake is van een gemengd gebied is voldoende aangetoond. Het betreft heir zelf een centrumgebied dat verschillende functies herbergt. Functiemenging, en toepassing van lijst 4 uit de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’ van de VNG, kan daarom van toepassing worden geacht. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. De richtafstanden zijn dan niet toepasbaar. De toelaatbaarheid van milieubelastende functies in gebieden met functiemenging wordt beoordeeld aan de hand van de volgende drie ruimtelijk relevante milieu categorieën:  categorie A: toelaatbaar aanpandig aan woningen  categorie B: toelaatbaar indien bouwkundig afgescheiden van woningen;  categorie C: toelaatbaar indien gesitueerd langs een hoofdweg. Voor de diverse functies binnen een functiemengingsgebied zijn er echter wel voorwaarden gesteld. Parkeergarages en supermarkten dienen in principe bouwkundig afgescheiden van andere gevoelige functies plaats te vinden vanwege de milieubelasting die zij kunnen veroorzaken.

Verder moet het gaan om:  Kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid;  Productie en laad- en loswerkzaamheden vinden alleen in de dagperiode plaats;  De activiteiten, inclusief opslag, geschieden hoofdzakelijk inpandig. Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk om een supermarkt, overige winkels en een muziekschool met aanverwante activiteiten te realiseren. Daarnaast worden zowel naast als boven op de voornoemde functies woningen gerealiseerd. Detailhandel valt in beginsel onder milieucategorie A (SBI-code 2008: 47). Supermarkten vallen onder milieucategorie B (SBI-code 2008: 471). Een muziekschool en dansschool behoren tot categorie B (SBI-code 2008: 8552 en 85521). De muziekschool en supermakt zijn derhalve aanpandig toegestaan, mits bouwkundig gescheiden. De activiteiten vinden daarnaast ook inpandig plaats. Aangezien functiemenging plaatsvindt, kan volstaan worden met de categorieën A, B en C en hoeft geen richtafstand aangehouden te worden. Ecologie Het bestemmingsplan is op meerdere punten onvolledig of onjuist gemotiveerd en voorbereid. Voor wat betreft het onderdeel natuur wordt verwezen naar twee notities van adviesbureau SAB, waarin zowel de soortenbescherming (zie bijlage 1), als de gebiedsbescherming (zie bijlage 2) aan bod komt.

De gemeente heeft verzuimd onderzoek te doen naar huismussen en gierzwaluwen en heeft ook verzuimd een planMER uit te voeren om de effecten op nabij gelegen en qua stikstof overbelaste natuurgebieden inzichtelijk te krijgen en eventueel maatregelen te treffen om de effecten te verzachten. Ecogroen heeft op 24 april 2017 een voortoets uitgevoerd voor het plan De 7 Dorpelingen. Natuurwetgeving en – beleid verplichten vooraf te toetsen of ruimtelijke ingrepen of activiteiten conflicteren met beschermde natuurwaarden. In de rapportage van Ecogroen vindt, ten behoeve van de onderbouwing van de ruimtelijke planvorming, toetsing plaats aan de Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming (Natura 2000). Uit de voortoets blijkt dat de verschilberekening (huidige situatie versus toekomstige situatie) een toename in de stikstofdepositie laat zien op stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat (max. 0,22 mol N/ha/jr). Overige effecten op Natura 2000-gebieden zijn niet aan de orde. De maximale toename ligt boven de huidige grenswaarde van 0,05 mol NOx/ha/jr van het Natura 2000gebied (pas.bij12.nl), maar onder de maximale grenswaarde uit het PAS (3 mol). Nader onderzoek is nodig om te bepalen of de Wet natuurbescherming vaststelling van het bestemmingsplan in de weg staat. 44

Dit onderzoek kan of twee manieren worden ingevuld: • Door gebruik te maken van PAS: - door een (uitgebreide) onderbouwing te geven dat er voldoende ontwikkelingsruimte is voor het vaststellen van het bestemmingsplan. - of door de ontwikkelingsruimte in de bestemmingsplanprocedure te claimen met een vergunning. • Daarnaast kunnen de effecten van de toegenomen stikstofdepositie op Natura 2000-gebied ook nader worden uitgewerkt in de Passende beoordeling, waarin mitigerende maatregelen in het Natura 2000gebied worden uitgewerkt. Er is een vergunningaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming gedaan. De provincie Noord-Holland heeft inmiddels het ontwerpbesluit genomen. Middels deze vergunningaanvraag wordt ontwikkelruimte geclaimd en gebruik gemaakt van de PAS, waardoor geen m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden. Er is hier evenwel meer aan de hand. Eerder werd al aangegeven dat een snelle ter inzage legging van het Bestemmingsplan kennelijk leidend is. In het gemeentelijk natuuronderzoek, uitgevoerd door Dresmé en van der Valk, en als bijlage toegevoegd aan het bestemmingsplan, wordt niet gerept over huismussen en gierzwaluwen. Er wordt nergens onderbouwd waarom uitgesloten kan worden dat deze soorten er zitten. Dit terwijl het plangebied er uitermate geschikt voor is en deze soorten daar ook worden waargenomen.

Hoe is het mogelijk dat een ter zake kundig bureau hier geen aandacht aan besteed. Indien men nader onderzoek naar huismussen en gierzwaluwen had ingelast, zou zich dit uitstrekken tot voorjaar 2018. Dat zou er toe leiden dat de planning om het bestemmingsplan vóór de verkiezingen vast te stellen niet gehaald zou worden. Is dit de reden dat er dan maar geen onderzoek naar deze soorten is gedaan? Dresmé & van der Valk heeft nadere onderzoeken uitgevoerd naar broedvogels en vleermuizen. Op 20 september 2017 is verslag gegeven van de afgeronde nadere onderzoeken. Het nadere onderzoek bestaat uit twee onderzoeksrondes naar huismus, drie onderzoeksrondes naar de gierzwaluw en 5 onderzoeksrondes naar vleermuizen en is uitgevoerd conform de soortenstandaard huismus, soortenstandaard gierzwaluw en het meest recente vleermuisprotocol (2017). Op basis van de geleverde onderzoeksinspanningen en het ontbreken van waarnemingen, kunnen nesten en vaste verblijf- of rustplaatsen van huismus en gierzwaluw uitgesloten worden. Op basis van de vijf onderzoeksrondes naar vleermuizen kunnen zomer-, kraam-, paar‐ en winterverblijfplaatsen van vleermuizen worden uitgesloten. De bomen aan het plein hebben geen functie als migratieroute en een beperkte betekenis als foerageergebied voor de gewone dwergvleermuis.

Met de sloop van de voormalige brandweerkazerne en het pand van de Harmonie is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. Maatregelen ten behoeve van de huismus, gierzwaluw en vleermuizen zijn niet verplicht. Derhalve is geen sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming. Juridische aspecten Zie bij 2. REGELS Economische en Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid In de Toelichting wordt op blz. 47 gesteld dat de gronden in het plangebied op dit moment nog in eigendom zijn van enerzijds de aanvrager en anderzijds de gemeente Bergen. Dit is onjuist. Het eigendom van Plein 36 ligt bij derden. Het perceel maakt evenwel deel uit van het plangebied. Dit pand wordt volledig ingebouwd. Dat is volledig onacceptabel en in flagrante strijd met een goede ruimtelijke ordening. Realisatie van de parkeergarage onder dit gedeelte van het plangebied is onmogelijk, omdat hiervoor de medewerking van de eigenaar nodig is. En die medewerking is er niet. Er is dus sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering; het bestemmingsplan mag zo NIET worden vastgesteld. Naar aanleiding van diverse zienswijzen wordt het perceel behorende bij Plein 36 uit het bestemmingsplan gehaald. Een evidente privaatrechtelijke belemmering is dan ook niet aan de orde. De tekst in de toelichting zal hierop worden aangepast. Er ontbreekt een anterieure overeenkomst.

Deze had er eigenlijk moeten zijn ten tijde van het ter inzage leggen van het Ontwerp bestemmingsplan. Immers; als er geen overeenstemming wordt bereikt over de voorwaarden van de Anterieure overeenkomst vóór vaststelling van het Bestemmingsplan, moet er een exploitatieplan komen. Is deze Anterieure overeenkomst er niet, dan is de financiële haalbaarheid immers niet 45

aangetoond. Het ontwerp-exploitatieplan had dan gelijktijdig met het Ontwerp bestemmingsplan ter inzage moeten worden gelegd. Hieruit volgt dat de anterieure overeenkomst moet zijn gesloten vóór de ter inzage legging van het Ontwerp bestemmingsplan. En volgens het antwoord van 3 juli 2017 op een WOB-verzoek, is deze nog niet gesloten: "... In dit verband delen wij u mede dat er voor het plan De 7 Dorpelingen geen exploitatieplan is en wordt vastgesteld. Kostenverhaal is verzekerd in de vorm van het sluiten van een anterieure overeenkomst. Over de inhoud van de anterieure overeenkomst vindt momenteel overleg plaats met Schrama B. V. en hierover is derhalve nog geen besluit genomen..." "Kostenverhaal is verzekerd, maar er is nog geen overeenstemming".... Dit is niet met elkaar in overeenstemming te brengen. Bovendien plaatst dit Schrama B.V. in een gunstige onderhandelingspositie. Indien geen overeenstemming wordt bereikt, moet het Ontwerp bestemmingsplan worden teruggenomen en kan Schrama B.V. wellicht schadevergoeding eisen van de gemeente, omdat het Plan onzorgvuldig en te vroeg ter inzage is gelegd. Op dit moment is mede daarom nog steeds niet duidelijk of het plan financieel haalbaar is. Hoeveel planschade is er? Voor welke grondprijs verkoopt de gemeente de grond? Het argument dat deze aspecten geheim blijven gaat hier niet op.

De gemeente zal dit argument gebruiken, maar het openbare belang prevaleert hier. Dit vanwege de grote weerstand tegen het plan, als ook de overduidelijke voorkeursbehandeling richting Schrama B.V. boven Stichting Mooier Bergen. Daar komt bij dat het plan van de Stichting wel eens financieel gunstiger zou kunnen zijn indien aan Schrama geen financiële voordelen worden geboden, zoals een te lage grondprijs. Dit dient dus bekend te worden. Voordat het bestemmingsplan in de raad wordt behandeld is de Anterieure Overeenkomst tussen Schrama BV en de gemeente Bergen ondertekend. Omdat er een anterieure overeenkomst is gesloten is een (ontwerp)exploitatieplan niet nodig. Daarnaast is de met Schrama b.v. overeengekomen koopprijs van het gemeentelijk eigendom tot stand gekomen na toepassing van de residuele grondwaardemethodiek. Op deze wijze is bepaald dat de grondwaarde marktconform is. Voordat de gemeenteraad het bestemmingsplan vaststelt zal door een onafhankelijk deskundige deze overeengekomen grondwaarde getaxeerd worden zodat duidelijk is dat er geen sprake is van staatsteun. De op te stellen taxatie is, gelijk de grondexploitatie van Mooi Bergen, vertrouwelijk van aard en wordt te zijner tijd vertrouwelijk ter inzage gelegd bij de griffier. De conclusie van de onafhankelijk deskundige zal uiteraard wel openbaar zijn.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid In het kader van het wettelijke bestuurlijke vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening, is het concept bestemmingsplan toegezonden aan diverse bestuurlijke partners. Alleen het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft gereageerd. Resteert de vraag aan welke andere bestuurlijke partners is het concept bestemmingsplan toegezonden en waarom hebben deze instanties niet gereageerd? Of -indien zij wel hebben gereageerd- waarom wordt dit niet vermeld in dit Ontwerp bestemmingsplan? De overige bestuurlijke partners hebben niet gereageerd op het ontwerpbestemmingsplan. Bij het uitblijven van een reactie mag er vanuit gegaan worden dat zij geen bezwaren hebben tegen het plan. Verder wordt vermeld dat er 110 inspraakreacties zijn binnengekomen. NIET vermeld wordt dat uit het merendeel van deze reacties blijkt dat het plan "De 7 Dorpelingen" ongewenst is. Het enige antwoord daarop bestaat uit een aantal cosmetische aanpassingen in het Bestemmingsplan, dat overigens verder aan het ontwerp van het gebouw niets verandert. De inspraakreacties zijn beantwoord in de Nota van Inspraak. Het gegeven dat hieruit zou moeten blijken dat er veel weerstand is tegen het plan behoeft niet vermeld te worden onder het kopje maatschappelijke uitvoerbaarheid. 4.

BIJLAGEN Supermarktonderzoek RMC Wat opvalt is dat in het Bestemmingsplan met geen woord wordt gerept over de Memo van Strabo BV van 46

November 2016. In deze Memo worden andere conclusies getrokken dat in het Supermarktonderzoek van RMC. Het rapport van RMC dat als bijlage 1 bij de Toelichting is gevoegd, is hier geanalyseerd op de aannames. Het rapport stelt dat - de binding dagelijks aanbod 73% is (l&O Research 2011) en dat dit t.o.v. andere gemeenten relatief laag is; - er 15% afvloeiing naar Alkmaar en 9% toevloeiing naar Bergen plaats vindt percentage is voor het kwantitatieve deel gehanteerd in de calculatie. - de relatief lage binding wordt als volgt becommentarieerd (pag. 13): ‘dit is een aanwijzing dat er relatief veel afvloeiing plaats vindt vanuit Bergen naar andere gemeentes voor dagelijkse boodschappen. De beoogde uitbreidingen van de Aldi en AH zorgen voor een uitgebreider assortiment en een kwaliteitsimpuls van de supermarkten. Dit kan een goede aanleiding zijn voor inwoners van Bergen om vaker boodschappen in het eigen centrum te doen waardoor er meer bestedingen in de eigen gemeente blijven.' - de doelstelling voor 2025 is 85% binding voor centrum Bergen - het aandeel supermarkt m2 WVO neemt met meer dan 30% toe en zal, na realisering van de plannen, ca. 67% deel uitmaken van de dagelijkse boodschappen. - De marktruimte is na realisering -/- 5 m2 De percentages die RMC heeft gehanteerd zijn gebaseerd op een gedateerd rapport (2011).

Inmiddels is een nieuw koopstroomonderzoek gepresenteerd: Randstad 2016 door KSO2016.nl Het percentage binding dagelijkse boodschappen Bergen Centrum is beschikbaar, maar nog niet gepubliceerd. De percentages die RMC hanteert is de uitkomst van de hele gemeente Bergen, dus Bergen centrum, Bergen aan Zee, Schoorl en de drie Egmonden.Dit wordt niet duidelijk aangegeven en daarom lijkt het alsof Bergen Centrum een relatief lage binding realiseert. De relatief lage binding kan mede verklaard worden doordat in Schoorl en Egmond (2011) géén prijs georiënteerde supermarktformule aanwezig is. Prijs-georiënteerde consumenten zorgen dan met name uit Schoorl en Egmond voor de afvloeiing naar Alkmaar. Logisch dat de binding lager is dan vergelijkbare gemeenten. Economisch perspectief Totaal wordt er door de uitbreiding en herplaatsing van Albert Heijn en Aldi meer dan 30% m2 supermarktwinkel toegevoegd (2.669 -> 3.575 m2). De kwantitatieve berekening die RMC hanteert om de marktruimte te bereken is gebaseerd op een eigen aanname van het verzorgingsgebied. Deze calculatie kent namelijk een toeristische ophoging van ca. 35% en een binding van 85%. In de factsheet - onderliggende details rapport l&O Research 2011 - wordt in de kerndata van koopkrachtbinding en afvloeiing voor Bergen een veel lagere omzet voor dagelijkse artikelen genoemd.

Dus nu wordt de omzet verhoogd met de recreatieve besteding met een inwoners equivalent van ca. 35%. Zo kun je dus de vele toegevoegde supermarkt meters 'dicht rekenen'. Al deze Supermarkt meters beslaan dus een zeer groot deel van het begrensde winkelcentrum Bergen. Na het invoeren van deze data en besteding ontstaat er een marktruimte van -/- 5m2 (pag. 17). De uitkomst van de calculatie is zeer discutabel en een second opinion laat waarschijnlijk een genuanceerder beeld zien. Voorts houdt het onderzoek geen rekening met de verplaatsing en vergroting van Estafette van 160m2 naar 300 m2 (= 140m2) en van vervanging van Aldi door een andere supermarkt (Lidl?) op de huidige locatie van Aldi van 395m2. Het ligt namelijk zeer voor de hand dat in het huidige Aldi-pand wederom een supermarkt zal worden gevestigd. Gegadigden hebben zich al gemeld. Relocatie van Aldi betekent dus gewoon toevoeging van 870m2 WVO. Dit geldt ook voor de relocatie van Estafette. Samen met AH goed voor toevoeging van een extra 1.601 m2 WVO (zie tabel hieronder). Het verschil tussen vraag en aanbod op blz 13 van het RMC-onderzoek is dus niet -5 m2 , maar -700 m2. [Er wordt 1.601 m2 toegevoegd. In het onderzoek was echter al rekening gehouden met een netto toevoeging WVO van 906m2, namelijk 431 m2 voor AH en 475m2 voor Aldi.

Er resteert een netto toevoeging van 695 m2 en een verschil tussen vraag en aanbod van -695 m2 + (-5 m2 = -700 m2]

47

Toekomstbestendigheid Pag. 11 van Toelichting: 'Het plan de 7 Dorpelingen gaat in de basis uit van twee naast elkaar gelegen supermarkten die qua assortiment complementair zijn en qua omvang ook toekomstbestendig zijn' De huidige Deen Supermarkt kent een WVO van 1.025 m2. Door de vergroting I verplaatsing en dus toenemende concurrentie kan de exploitatie van Deen negatief uitpakken. Deze supermarkt kan op deze locatie niet in m2 WVO uitbreiden. Door de 'upgrade' van de Aldi formule, met name de vergroting van het margerijk assortiment versproducten, kan dit in de toekomst zeer bedreigend zijn voor Deen omdat het assortimenten van Deen en Aldi niet langer complementair zijn. Onlangs heeft iets dergelijks zich voorgedaan in Warmenhuizen, waar een vergelijkbaar supermarktonderzoek nog in 2015 geen beletselen zag voor uitbreiding van Albert Heijn, maar waar Deen zijn deuren inmiddels gesloten heeft. Dan dreigt substantiële leegstand. Overige winkels profiteren van de nieuwe Aldi Een van de doelstellingen is: ... 'geambieerde levendigheid en consument bewegingen. Het rondje naar het complex Hartje Bergen wordt met het plan 7Dorpelingen afgemaakt. Het plan draagt bij aan een levendiger en meer samenhangend centrum'... Over combinatiebezoeken tussen naastgelegen supermarkten zijn weinig cijfers bekend.

Als er een combinatie wordt gerealiseerd dan is het tussen een harddiscount supermarkt en een fullservice supermarkt. Het rapport van DTNP "Combinatiebezoek supermarkten en dagelijkse speciaalzaken" uit 2011), ging men uit van een combinatiebezoek van gemiddeld 7507o. Dit is een percentage indien een fullservice supermarkt wordt gevestigd. Aldi was toen nog geen optie. Bij een harddiscount supermarkt zoals Aldi wordt dit percentage op 40% ingeschat. Als reactie op de inspraak van Strabo, effect van een tapis roulant, wordt inderdaad de kans op combinatiebezoek gehalveerd tot 20%. Het percentage dat Aldi bij eerdere verplaatsingsonderzoeken (Enkhuizen) als maximaal inschat, ligt tussen 0% en 20% inschat Dus of het winkelrondje sterk wordt verbeterd met dit groteske plan is zéér ongewis. Locatie keuze Aldi - Harmonielocatie Een alternatievenonderzoek om de Aldi eventueel te verplaatsen naar een andere locatie binnen de Gemeente Bergen is niet uitgevoerd. Om een positieve exploitatie te kunnen realiseren zal de vergrote Aldi ook een groter verzorgingsgebied gaan bedienen. De toevloeiing van de regio zal meer autotraffic gaan realiseren. Uit onderzoek blijkt dat een harddiscountsupermarkt goed bereikbaar moet zijn met de auto. De gemiddelde afstand die consumenten afleggen tot Aldi bedraagt 4,9 km. (klantherkomstonderzoek Aldi, Rho, 2013). Ca.

80% van de Aldi klanten komt met de auto. (Deloitte 2015). Dat pleit voor een meer perifere locatie aan de rand of buiten het centrum. Er wordt volstaan met het supermarktenonderzoek van bureau RMC d.d. 13 oktober 2016. Het onderzoek is onderdeel geweest van de overwegingen van de Raad op 15 december 2016. Nota inspraakreacties Op deze nota zal in dit bestek niet meer worden ingegaan, behalve de algemene opmerking, dat er bij de beantwoording op vele opmerkingen in inspraakreacties niet of onvoldoende is ingegaan. Bovendien zijn een aantal antwoorden aantoonbaar onjuist. De inspraakreacties zijn in de Nota van Inspraak op een zorgvuldige wijze beantwoord.

48

Conclusie De conclusie moet zijn dat de ontwikkeling van het plan "De 7 Dorpelingen" een voor Bergen ongewenste ontwikkeling is. Het plan is te massaal, bevat ongewenste functies (o.a. supermarkt) en bevat te veel onduidelijkheden en gebreken. De gemeente zou veel meer rekening moeten houden met de historie en kenmerken van de plek, maar ook met de huidige tijd, waar men zich steeds meer richt op ontmoeting, food beleving, (het uiten van) creativiteit, laagdrempeligheid. Voor het plan "De 7 Dorpelingen" bestaat onvoldoende maatschappelijk draagvlak. De onderbouwing van het plan schiet zwaar tekort. In de toelichting wordt welgeteld één vogelvlucht impressie gegeven. Er ontbreken gevelbeelden, situatieschets, vergelijking oud-nieuw, inpassingsstudies, exacte goot- en bouwhoogtes, hoe e.e.a. zich verhoudt tot de omgeving en schaduwstudies, eet. De onderbouwing waar op wordt gedoeld is reeds geborgd in de structuurvisie, het beeldkwaliteitskader en de stedenbouwkundige contourenkaart die allen ten grondslag liggen aan dit ontwerpbestemmingsplan. Deze voorgeschiedenis heeft in de inleiding van het voorontwerpbestemmingsplan een prominente plek gekregen. Het fraaie Bergen verdient een mooi, goed uitgewerkt en goed onderbouwd plan! Daar is nu geen sprake van. Het Plein dreigt zo verder af te glijden en dat is niet de bedoeling; het Plein moet juist verbeterd worden.

Het bestemmingsplan behoort niet verder in procedure gebracht te worden; op zijn minst dienen college en raad zich te herbezinnen en ons de ontwikkeling, die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, te besparen. Het bestemmingsplan dient in ieder geval NIET te worden vastgesteld, omdat het op meerdere punten onvolledig en onjuist is gemotiveerd, slecht is voorbereid en op een aantal punten in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 Awb), het motiveringsbeginsel (artikel 3:46 Awb), het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel. Ik verzoek u mij een ontvangstbevestiging van deze zienswijze te sturen. Een afschrift van deze zienswijze wordt naar de raad gestuurd. Bijlage 1 – Memo SAB flora en fauna Bijlage 2 – Memo SAB planMER plicht Bijlage 3 – E-mail HHNK (Femke Veerman)

49

3. Reclamant 2 Geacht college, Via dit schrijven treft u mijn zienswijze aan betreffende het bestemmingsplan Dorpelingen (Harmonielocatie). Aangezien enkele punten van mijn eerder ingediende reactie op het voorontwerp niet zijn beantwoord, integreer ik deze nogmaals in deze zienswijze, met verwijzing naar genoemd onderdeel. VERBEELDING Openbare ruimte/voorzieningen. - Afvalvoorziening Er ontbreekt een duidelijke voorziening voor de afvalstromen - t.w. papier, glas, kleding, plastics en overig afval - die zowel bewoners van appartementen als bezoekers van de detailhandel kwijt willen. Een dergelijke voorziening vergt minimaal 100m2 ruimte. Gelet op de reeds ingetekende verkeersaspecten (fietsparkeren, gebruik voetpaden e.d. is er m.i. geen ruimte vóór en/of achter het bebouwde deel. Om toch een voorziening te creëren dient het bebouwde deel met 100 m2 te worden verminderd. De voorzieningen voor afvalstromen is niet een zaak dat planologisch dient te worden vastgelegd. Dit neemt niet weg dat hier in de praktijk wel in wordt voorzien. De definitieve plaats daarvoor is (nog) niet bekend. - Ingang parkeergarage De ontsluiting van de garage komt uit op het straatje tussen de Bibliotheek en de voormalige Brandweerkazerne. Dat is een zeer verkeersonveilige oplossing, omdat dit straatje een van de belangrijkste fietsroutes is (1.000-1.200 fietsers per etmaal).

Zeker bij een verwachte verkeersintensiteit tot 2.400 mtv per etmaal in dit straatje neemt de onveiligheid toe. Het profiel van dit straatje wordt 5m breder gemaakt dan het momenteel is. Het grootste gedeelte hiervan komt ten goede aan een brede stoep aan de kant van de nieuwe bebouwing, doordat de rijbaan min of meer op de huidige plek blijft liggen. Maar ook de rijbaan wordt verbreed naar een maat die past bij de verwachte verkeersintensiteit van fietsers en auto’s. Voordat een uitrijdende auto de rijbaan opdraait kan deze halt houden in de stoep-zone. Vanaf deze positie heeft de bestuurder goed overzicht over de mede weggebruikers, zonder de fietsers te hinderen. Daarnaast valt te verwachten dat de uitlaatgassen ( meest schadelijk het ultrafijnstof) juist tussen het bibliotheekgebouw en de voorziene nieuwbouw eclatant zal toenemen tot bovennormale waarden. Daarmee is de in/uitrit aan de bibliotheekzijde zeer onverstandig en ongewenst. Zoals in paragraaf 4.4.2 van de toelichting is vermeld is er met de toename aan verkeersbewegingen geen significant negatief effect op de luchtkwaliteit te verwachten. De toename draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit en bovendien liggen de huidige waarden ver onder de grenswaarden.

Ter voorkoming van gevaarlijke situaties bij de in/uitgang van de parkeergarage met de intensieve fietsstromen aldaar is het veel logischer om een geïntegreerde in/uitrit met de parkeergarage van Deen te creëren. Dit geldt evenzo voor de bevoorrading, niet alleen voor Aldi, maar ook voor de aansluitende detailhandelwinkel(s) Het profiel van dit straatje wordt 5m breder gemaakt dan het momenteel is. Het grootste gedeelte hiervan komt ten goede aan een brede stoep aan de kant van de nieuwe bebouwing, doordat de rijbaan min of meer op de huidige plek blijft liggen. Maar ook de rijbaan wordt verbreed naar een maat die past bij de verwachte verkeersintensiteit van fietsers en auto’s. Voordat een uitrijdende auto de rijbaan opdraait kan deze halt houden in de stoep-zone. Vanaf deze positie heeft de bestuurder goed overzicht over de mede weggebruikers, zonder de fietsers te hinderen. (zie profieltekening waar oude en nieuwe situatie getoond worden). Op de locatie waar de huidige in/uitrit van de Rustende Jager ligt, komt in de toekomst alleen een inrit te liggen, dit om de verkeersdruk op deze locatie te verlagen en de leefbaarheid van het centrum te vergroten. TOELICHTING Omgevings- en milieuaspecten verkeer, lucht, geluid Hoofdstuk 4.1 Verkeer- en parkeeraspecten; 4.4 Milieu Omgevings- en milieu-aspecten. - Geluidsoverlast

50

De kort op elkaar staande bebouwing van het Harmonieplan en het bibliotheekgebouw leidt tot extra geluidsoverlast. Voor bewoners van de bibliotheekappartementen met de balkons aan de westzijde zal het woongenot zeer worden beperkt. Realisatie van de in/uitrit zal planschadeclaims van bewoners met zich mee brengen. In de nieuwe situatie zal de bebouwing ter plaatse van het bibliotheekgebouw en de bebouwing ter plaatse van de Harmonielocatie verder van elkaar af staan dan in de huidige situatie. Extra geluidsoverlast is dan ook niet te verwachten. (Ultra)fíjnstoftoename Door de gesloten bebouwing bij de in/uitrit parkeergarage en door invoering van shared space zal door het voorziene oponthoud in het centrum de fijnstofuitstoot in belangrijke mate toenemen en naar verwachting de toegestane norm doen overschrijden. Ook hier is nader onderzoek gewenst. Daarbij dient rekening te worden gehouden een voorziene toename van ca.20% van de nu gehanteerde 7330 MVT per etmaal. Omwonenden dienen vooraf geïnformeerd te worden over de toegestane norm en de voorziene effecten n.a.v. de verkeerstoename. Ultrafijnstof kan leiden tot zeer ernstige gezondheidsproblemen. Milieudefensie waarschuwt daar herhaaldelijk voor. Juist roet is het meest schadelijke onderdeel van ultrafijnstof. Het is niet voor niets dat de meest vervuilende (diesel)auto's uit binnensteden worden geweerd.

In paragraaf 4.4.2 wordt ingegaan op de gevolgen voor de luchtkwaliteit. Figuur 4.4 laat zien dat de grenswaarde voor PM10 niet overschreden wordt, en datzelfde geldt voor NO2. Daarnaast liggen de huidige achtergrondwaarden van zowel PM10 (18,02) als NO2 ( 13,12) ver onder de grenswaarde van 40. Inclusief de bijdrage door toedoen van dit plan, blijft er nog steeds sprake van een waarde die ver onder de grenswaarde van 40 ligt en is er nog steeds sprake van een goed woon en leefklimaat ten aanzien van luchtkwaliteit. REGELS Planbeschrijving: Bestemming supermarkt. Zeer onjuist en uiterst discutabel is de beschrijving 'er is meer openbare ruimte en groen'. Een nadere beschouwing geeft het tegenovergestelde weer. Om in het ontwerpbestemmingsplan te spreken van een duurzaam & groen plan, is in dat licht ronduit verwerpelijk. In het huidige bestemmingsplan van 1977 staat de ruimte tussen het harmoniegebouw en de brandweergarage weergegeven als Tuin en behoort daarmee tot groen!. Het is juist onacceptabel dat dit groen verdwijnt en niet wordt gecompenseerd. In het ontwerp is groen een belangrijk thema, grote delen van het woondek zijn daarin afgewerkt als groen dak. Het is ook mogelijk om de achterzijde van het magazijn en de bergingen te laten begroeien, dit zal in overleg met de bewoners gaan. Ook hiervoor zal bij de uitwerking een gespecialiseerd adviesbureau betrokken worden.

Daarnaast voorziet het plan wel degelijk in meer openbare ruimte, gezien het feit dat het straatje langs de bibliotheek en de oude brandweerkazerne 5 meter breder wordt gemaakt dan het momenteel is. Het grootste gedeelte hiervan komt ten goede aan een brede stoep aan de kant van de nieuwe bebouwing, doordat de rijbaan min of meer op de huidige plek blijft liggen. Maar ook de rijbaan wordt verbreed naar een maat die past bij de verwachte verkeersintensiteit van fietsers en auto’s. Voordat een uitrijdende auto de rijbaan opdraait kan deze halt houden in de stoep-zone. Vanaf deze positie heeft de bestuurder goed overzicht over de mede weggebruikers, zonder de fietsers te hinderen. (zie profieltekening waar oude en nieuwe situatie getoond worden). Tot slot wordt hierbij opgemerkt dat de bestemming ‘Tuin’ niet impliceert dat deze gronden gelijk zijn aan gronden met de bestemming ‘Groen’. Het is immers binnen de bestemming ‘Tuin’ mogelijk verharding aan te brengen dan wel bebouwing te realiseren. Bebouwing Door het ontbreken van goothoogten maken de bestemmingsplanregels een ontwerp mogelijk dat strijdig is met de uitgangspunten van het beeldkwaliteitskader, en dus strijdig is met diezelfde Bestemmingsplanregels. In het bestemmingsplan wordt verwezen naar het beeldkwaliteitskader (BKK), dat daardoor onderdeel van het bestemmingsplan is.

Om een vergunning te krijgen dient het plan te voldoen aan de regels van het 51

bestemmingsplan èn aan de uitgangspunten van het BKK, welke onderdeel uitmaken van de regels van het bestemmingsplan. Zo moeten er moeten kappen gemaakt worden, zoals omschreven in het BKK. Naast het BKK dat onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan, is een beeldkwaliteitsplan opgesteld, ter ondersteuning van de beoogde ruimtelijke en functionele kwaliteit. Dit BKP wordt ter vaststelling aangeboden aan de raad en zal na vaststelling onderdeel worden van de Welstandsnota. Artikel 11 Algemene afwijkingsregels In Artikel 11.1.1 wordt aan Burgemeester en wethouders de mogelijkheid geboden om tot 10% af te wijken van de hoogten, maten, percentages en afstandseisen. Dit is onacceptabel. Dit (postzegel)bestemmingsplan is het maatpak voor de beoogde ontwikkeling "De 7 Dorpelingen". In een klein Plan met een nog te realiseren ontwikkeling past geen afwijkingsmogelijkheid van 10%. Hierdoor zou o.a. de maximale bouwhoogte aan de noordzijde van het plangebied met l,5m opgerekt kunnen worden tot 16,5m. Er is een beeldkwaliteitskader, er is een Structuurvisie er is een Stedenbouwkundige Contourenkaart en er is een raadsbesluit op basis van het op 30 september 2016 gepresenteerde bidbook. Genoemde aŕwijkingsmogelijkheid is hiermee in flagrante strijd.

Evenzeer onacceptabel is de in Artikel 11.1.1 onder b en Artikel 12.1 geboden mogelijkheid om met max.2,5m af te kunnen wijken van bestemmings- en/of bouwgrenzen. Een dergelijke afwijking is beduidend meer als een geringe afwijking! Om het bouwplan mogelijk te maken wordt er een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In dit bestemmingsplan worden de uitgangspunten van de vastgestelde structuurvisie, de stedenbouwkundige contourenkaart en het beeldkwaliteitskader vastgelegd. Het uiteindelijke bouwplan moet conform deze regels worden uitgevoerd. Het bestemmingsplan biedt daarnaast algemene afwijkingsregels. Dit betreft echter een discretionaire bevoegdheid van het college. Er kan enkel gebruik worden gemaakt van de in artikel 11.1.1 genoemde afwijkingsregels, indien voldaan is aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 11.1.2. Hierbij gaat het om een bevoegdheid van het college, een zogenaamde ‘kan’-bepaling: het college kan besluiten medewerking te verlenen, maar hoeft dit niet. Met name de technische motivatie is hierbij leidend. Naar aanleiding van de binnengekomen zienswijzen is besloten een extra regel toe te voegen aan artikel 11.1.1, te weten artikel 11.1.1 onder b. In deze nieuwe regel wordt opgenomen dat de afwijkingsmogelijkheid van 10% voor wat betreft de bouwhoogte beperkt wordt tot een maximum van 0,75 meter.

Daarnaast wordt de genoemde afwijkingsmogelijkheid in artikel 11.1.1 onder c naar aanleiding van de binnengekomen zienswijzen gewijzigd. Aangezien er een redelijk concreet bouwplan ligt in de vorm van een voorlopig ontwerp, is deze bevoegdheid van het college ingeperkt en wordt de mogelijkheid om de bouwgrenzen te overschrijden met een gebruikelijke maat van 2,5 meter teruggebracht naar 0,5 meter. bijlage 1 van de Regels Beeldkwaliteitsplan Om de gewenste ruimtelijke kwaliteit en beeldkwaliteit van het plan te waarborgen, wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit is een uitwerking van het vastgestelde Beeldkwaliteitskader Mooi Bergen 2.0. Hiermee wordt nog meer ingezoomd op de belangrijke gewenste ruimtelijke kwaliteit (blz.12 van de Toelichting) Het bestemmingsplan voldoet niet aan het beeldkwaliteitskader omdat op enkele locaties wordt afgeweken van de in het Beeldkwaliteitskader gestelde maximale goothoogte tot 2 bouwlagen, waarmee beoogd wordt een voor Bergen kenmerkende royale kap uit te lokken. Men wijkt dus nu al af van het Beeldkwaliteitskader dat als bijlage 1 deel uitmaakt van de Regels van dit Bestemmingsplan. Die royale kap staat ten dienste aan een groter volume van de bovenste bouwlaag en is voor Bergen juist niet kenmerkend.

Het Beeldkwaliteitskader maakt onderdeel uit van de Regels van het bestemmingsplan "De 7 Dorpelingen" dat nog moet worden vastgesteld, maar dat kennelijk nu al niet meer toereikend is. En dus wordt de komst van een Beeldkwaliteitsplan aangekondigd, wat later alsnog wordt gekoppeld aan dit bestemmingsplan. Voor een postzegelbestemmingsplan dienen alle ingrediënten voortijdig duidelijk geregeld te zijn. Het beeldkwaliteitskader bevat uitgangspunten en criteria die gekoppeld zijn aan de bouwregels en zijn nog steeds toereikend. Het beeldkwaliteitsplan is een verfijning van het beeldkwaliteitskader. In het beeldkwaliteitsplan “de 7 Dorpelingen” zijn voor deze projectlocatie specifieke ruimtelijke voorwaarden beschreven naast de reeds geldende bepalingen in het beeldkwaliteitskader en de vigerende welstandsnota. 52

Het beeldkwaliteitsplan wordt onderdeel van de welstandsnota. Het planvoorstel wordt hiermee niet gefaciliteerd, maar de specifieke ruimtelijke kwaliteit voor deze locatie wordt hiermee gewaarborgd en dus aangescherpt.

53

4. Fietsersbond Aan: College van de gemeente Bergen Van: Fietsersbond Bergen Betreft: Zienswijze op ontwerpbestemmingsplan ‘De 7 dorpelingen’ Bergen, juli 2017 Geacht College, Nu de gemeenteraad uw ontwerpbestemmingsplan ’De 7 dorpelingen’ voor inspraak heeft vrijgegeven tekent de Fietsersbond middels deze brief bezwaar aan tegen de hoeveelheid ruimte die is gereserveerd vóór de ingang van de nieuwe supermarkt ten behoeve van voetgangers en het parkeren van fietsen. Wij hebben reeds tijdens de commissievergadering van 15 juni 2017 op basis van goede, in de gemeente voorkomende, praktijk voorbeelden van fietsparkeermogelijkheden bij supermarkten bezwaar gemaakt tegen het aantal fietsparkeerplaatsen vlak rondom de nieuwe supermarkt en de ruimte die voor stallende fietsers en voetgangers is gereserveerd. De analyse is door ons op basis van de laatste, ons bekende CROW fietsparkeer richtlijnen gemaakt. Hieruit blijkt dat er 66 fiets parkeerplekken moeten zijn voor een supermarkt van deze omvang. En dus geen 41 die uit de nota Parkeerbeleid 2014 volgt.

In een gesprek met de verkeerskundigen van de gemeente Bergen bracht men naar voren dat als de stallingsplekken in de gemeenschappelijke ruimte binnen de 30 meter cirkels van beide supermarkten voor de helft aan de nieuwe supermarkt worden toebedeeld, het totale aantal fietsparkeerplaatsen voor de nieuwe supermarkt aan de 66 plaatsen voldoet. Rekenkundig klopt dit. Er blijft echter ten aanzien van de beschikbare ruimte een fors probleem. Door de cirkel van 30 meter loopt niet alleen de weg (Plein/ verlengde Dreef) waardoor deze overgestoken moet worden om enkele aan de nieuwe supermarkt toegerekende fietsenstallingen te bereiken. Deze +/- 26 vakken hebben we om die reden ook niet meegeteld met de 66 parkeerplaatsen. Ook ligt een aanzienlijk deel van de parkeerplekken aan de andere kant van de door vrachtauto’s gebruikte bevoorradingszone van de twee supermarkten en van de ingang van de parkeergarage. Tenslotte is een deel van de voetgangers en fietsparkeerzone niet meer dan 2 meter breed, ter hoogte van de nieuwe supermarkt wat opstoppingen moet veroorzaken. Op het smalste punt is het voetpad inderdaad 1.90 meter breed. Verder is gestreefd naar een breedte van minimaal 2,40 meter trottoir. Kortom wij vinden de ruimte voor voetgangers en parkerende fietsers per saldo veel te krap en maken daartegen dan ook bezwaar.

Deze ruimte kan ontstaan door de ‘Verlengde Dreef’ naar het noorden te schuiven. Het gevolg hiervan is dat ver verkeersstroom een behoorlijke knik gaat krijgen. De twee bomen die we bij de entree willen handhaven moeten dan worden gekapt en de groenstrook wordt smaller. Om deze reden is dit niet de meest wenselijke oplossing. In het gesprek met de verkeerskundigen hebben we een suggestie gedaan om ruimte voor de supermarkt ingang te creëren. Namelijk door simpelweg de rooi-/bouwlijn van het complex naar het zuiden te verplaatsen of de verlengde Dreef iets naar het noorden te verschuiven en wel zo dat de oost-west rijbaan boven de bomen komt te liggen en de west-oost rijbaan net daaronder. Naast boven beschreven bezwaar willen wij ook onze zorgen delen over het terugbrengen van de snelheid van de auto’s komende vanaf de Dreef, de enorme toename van het autoverkeer in het verbindingsstraatje Dreef – Karel de Grotelaan in verband met de situering van de uitgang van de parkeergarage aldaar en hebben we ook twijfels over de aantallen fietsenstallingen voor de “horeca strip”.

54

Deze zorg is begrijpelijk. Dit is de belangrijkste voorwaarde voor een aangenaam verblijfsgebied. De snelheid van de auto’s vanaf de Dreef moet vergeleken met de huidige situatie flink verlaagd worden. Met vrijblijvende ingrepen, zoals in de huidige situatie zal dit onvoldoende het geval zijn, om deze reden is gekozen voor een aantal maatregelen namelijk; Dreef versmallen, drempel aanbrengen en een wegversmalling in de vorm van een poort aanbrengen, waar twee auto’s tegelijk door kunnen op lage snelheid. Dit zal de snelheid ook bij weinig verkeer verlagen, en zal zorgen voor een gelijkmatiger instroom van verkeer, zonder dat er bij drukte files ontstaan. Dit is gebaseerd op toepassing in de praktijk.

Uw reactie op bovenstaande tegemoetziend, Met vriendelijke groet, Namens de Fietsersbond Bergen, Wim Smit bergen-nh@fietsersbond.nl

55

5. Reclamant 3 Deze zienswijze is qua inhoud identiek aan de zienswijze van de Bewonersvereniging Bergen Centrum. De beantwoording van de zienswijze van de Bewonersverenging Bergen Centrum heeft plaatsgevonden onder ad. 2 van deze nota van zienswijzen. Voor de beantwoording van de zienswijze van reclamant 3 wordt dan ook verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van de Bewonersvereniging Bergen Centrum onder ad. 2 van deze nota van zienswijzen.

56

6. Reclamant 4 Deze zienswijze is qua inhoud identiek aan de zienswijze van de Bewonersvereniging Bergen Centrum. De beantwoording van de zienswijze van de Bewonersverenging Bergen Centrum heeft plaatsgevonden onder ad. 2 van deze nota van zienswijzen. Voor de beantwoording van de zienswijze van reclamant 4 wordt dan ook verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van de Bewonersvereniging Bergen Centrum onder ad. 2 van deze nota van zienswijzen.

57

7. Reclamant 5 AANTEKENEN Burgemeester en wethouders van De gemeente Bergen Jan Ligthartstraat 4 1817 MR ALKMAAR Zoetermeer, 24 juli 2017 Betreft: zienswijze op ontwerpbestemmingsplan "De zeven dorpelingen" (Harmonielocatie) Geachte dames en heren, Krachtens een rechtsbijstandsverzekering behartig ik de belangen van mevrouw M.C. van Lammeren, Karel de Grotelaan 15 te 1861 K H Bergen. Namens cliënte dien ik bij deze een zienswijze in naar aanleiding van de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan "De zeven dorpelingen", beter bekend als de Harmonielocatie. a. Zienswijze Bewonersvereniging Alvorens nader in te gaan op de privéomstandigheden van cliënte, breng ik onder uw aandacht dat mevrouw Van Lammeren zich volledig aansluit bij de zienswijze die bij uw college is/zal worden ingediend door de Bewonersvereniging Bergen Centrum. Ik verzoek u dan ook om de inhoud van die zienswijze hier als herhaald en ingelast te beschouwen. De beantwoording van de zienswijze van de Bewonersvereniging Bergen Centrum heeft plaatsgevonden onder ad. 2 van deze nota van zienswijzen. Om die reden wordt naar ad 2 verwezen. b. Persoonlijke bedenkingen mevrouw Van Lammeren Bij brief van 25 april 2017 heeft cliënte bij uw college reeds een inspraakrectie ingediend naar aanleiding van het voorontwerp.

Tot haar spijt heeft dit niet of nauwelijks geleid tot een voor cliënte aanvaardbare aanpassing van de plannen. Cliënte handhaaft dan ook onverkort haar bedenkingen. Deze hebben met name betrekking op de ingrijpende wijziging die het bestemmingsplan zal hebben voor haar woonsituatie. Uit de stukken blijkt dat de achtertuin bij haar woning verdwijnt, en daardoor ook de schuurwerkplaats/atelier die zich in de tuin bevindt. Er zal dan ook sprake zijn van een aanzienlijke aantasting van haar woongenot. Daarnaast zal haar privacy sterk zal worden geschonden door de voorgenomen bebouwing op korte afstand van de achtergevel van haar woning. Cliënte vindt dit onacceptabel en zij dient dan ook te worden gecompenseerd indien de plannen in de thans voorliggende vorm gestalte zullen krijgen. De bedenkingen licht ik hieronder toe. Betrokkene huurt met ingang van 1 januari 2006 woning, schuur en tuin aan de Karel de Grotelaan 15 te Bergen NH. Tot het gehuurde behoort niet de grond die gelegen is achter de schuur-werkplaats/atelier als de oppervlakte van de bij de huurovereenkomst behorende tekening wordt gevolgd. Die oppervlakte vermeldt een exacte maat van 214 m2. Voor de schuur-werkplaats/atelier is op 24 september 1982 een bouwvergunning verleend voor het oprichten van een berging/hobbyruimte.

Het gebouw is niet in overeenstemming met de betreffende vergunning opgericht, zoals onlangs bij plaatsopneming is geconstateerd. Het bijgebouw wordt benut als werkplaats door de zoon van betrokkene. Dat gebruik is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan Bergen Centrum. Dat bestemmingsplan verbiedt gronden met de bestemming Wonen te gebruiken voor bedrijfsdoeleinden en detailhandel. Voor de uitvoering van het bouwplan op basis van het vast te stellen bestemmingsplan “De 7 Dorpelingen” is de schuur-werkplaats en de daarachter gelegen tuin benodigd. Na sloop zal het gedeelte worden bebouwd. Over de aantasting van het huurgenot/woongenot zal op basis van deze uitgangspunten met betrokkene worden overlegd teneinde compensatie te bieden. 1. Achter de woning van cliënte verschijnt een enorme wand wanneer het Aldiplan wordt gerealiseerd, waardoor haar woongenot ernstig wordt verstoord. Deze wand kan maximaal zelfs 5,5 meter hoog worden. Aan deze zijde is de magazijnruimte van de supermarkt gepland, met iets terugliggend een groot

58

2.

3.

aantal appartementen. Cliënte zal in haar privacy worden aangetast door rechtstreeks zicht vanuit de appartementen in haar tuin en woning. Daarnaast bestaat de vrees dat het dak van de magazijnruimte van de supermarkt wordt gebruikt als wandelgebied/tuin of anderszins waardoor cliënte ernstig wordt aangetast in haar privacy. De hier aangehaalde wand is in het ontwerpbestemmingsplan teruggebracht naar 4,3 meter hoogte. Het achterste gedeelte van de magazijnruimte is niet toegankelijk voor bewoners, maar enkel ten behoeve van onderhoud. Dit deel wordt mogelijk ingericht als groen dak. Om de privacy van de bestaande woningen zo goed mogelijk te waarborgen zijn de nieuwe appartementen zoveel mogelijk richting de Dreef geschoven, zodat er zoveel mogelijk afstand tussen de appartementen en de woningen aan de Karel de Grotelaan komt. Verder zijn de bergingen zodanig op het woondek geplaatst dat deze als scherm werken tussen de bestaande en nieuwe woningen. De bergingen op het woondek zijn verder van de achtergevel van de nieuwbouw af geplaatst en verlaagd door ze van een plat dak te voorzien. De geplande dakterrassen komen niet verder dan deze bergingen, waardoor er voldoende afstand wordt gecreëerd en er geen sprake is van inkijk in de achtertuinen of woonkamers vanaf deze dakterrassen.

Ten gevolge van de realisatie van de plannen, moet mogelijk de werkplaats/het atelier in haar achtertuin verdwijnen en als die al in stand kan blijven zal deze onbereikbaar zijn en kan cliënte zij ook haar achtertuin niet meer achterom bereiken, zoals thans wel het geval is. In de planvorming wordt het mogelijk gemaakt dat het achtererf van het perceel Karel de Grotelaan 15 via het perceel Karel de Grotelaan 17 op de Karel de Grotelaan kan uitkomen. De parkeerdruk in de directe omgeving van haar woning, en in de rest van het centrum van Bergen wordt aanzienlijk verhoogd, omdat in het plan onvoldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Uitgangspunt van de parkeerbalans is het parkeeronderzoek dat in juni 2015 is gehouden. De zogenaamde nulmeting. Conclusie van het onderzoek is dat er voldoende parkeercapaciteit is in het centrumgebied. Het advies is om bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen er voor te zorgen dat er naar rato aan parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Bij het plan “De 7 Dorpelingen” is het de bedoeling dat er huidige parkeerplaatsen komen te vervallen, welke moeten worden gecompenseerd Het gaat daarbij om 7 parkeerplaatsen die thans langs de ventweg zijn gelegen.

De parkeerplaatsen bij de voormalige brandweer, de parkeerplaatsen op het tijdelijke parkeerterrein van Schrama aan het Plein en de parkeerplaatsen ter hoogte van het Alexanderlaantje bestonden ten tijde van de nulmeting niet. Deze zijn na die tijd gerealiseerd en waren niet ingegeven door ruimtelijke ontwikkelingen. Feitelijk zijn de parkeerders op één van deze parkeerplaatsen niet zozeer nieuwe parkeerders, maar is er sprake van een verschuiving t.o.v. de situatie ten tijde van het genoemde parkeeronderzoek. Qua parkeerbalans hoeven deze parkeerplaatsen daarom niet te worden gecompenseerd. Voor de bepaling van het aantal parkeerders dat de Aldi genereert, is inderdaad uitgegaan van een parkeernorm van 3,3 parkeerplaatsen per 100 m. Deze norm is gebaseerd op de parkeerkencijfers die CROW voor deze functie hanteert. De Aldi valt daarbij onder de categorie ‘discountsupermarkt’. Daarbij is uitgegaan van het gemiddelde van de parkeerkencijfers en er mag dus worden verondersteld dat deze niet uiterst laag is.

4.

5.

Het bestemmingsplan maakt echter ook realisatie van een fullservice supermarkt in het middelhoog en hoog prijsniveau. Hiervoor geldt een hogere parkeernorm van 3,6 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Bij de planvorming moet aan deze eis worden voldaan. Om dit te borgen is in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van parkeren opgenomen. Ten gevolge van de bouw aan de oostzijde van het plan, blijft de tuin bij haar woning verstoken van zonlicht. De toegestane bouwhoogte is zodanig hoog dat de tuin waarschijnlijk de hele dag geen zon meer krijgt, waardoor zij ernstig in haar woongenot wordt aangetast. Deze woning heeft een achtertuin pal op het noorden. Door de hoogte van de eigen woning hebben deze tuinen bijna geen zon. De realisatie van de nieuwbouw zal dit niet verder verslechteren. Dit is tevens aangetoond in de uitgevoerde bezonningsstudie. Aan de westzijde van het plan wordt het mogelijk om de bestaande laad en losplaats van Deen volledig te overkappen. De huidige (openbare) weg tussen Deen en de voormalige garage van BosEijssen wordt volledig afgesloten. Deze weg vormt de verbinding tussen de verkeersarme Karel de Grotelaan en de Dreef. Het is een volstrekt logische verbinding tussen beide wegen en hier wordt door de inwoners van de 59

Karel de Grotelaan en het omringend gebied veel gebruik van gemaakt. Nu kan zij zelf nog via de achtertuin naar Deen, maar deze mogelijkheid komt ten gevolge van het bestemmingsplan te vervallen. Als uitvloeisel van het bestemmingsplan zal het College aan de Raad voorstellen om de openbaarheid aan het Alexanderlaantje te onttrekken. De thans openbare verbinding voor voetgangers en fietsers zal onder meer dienen als overdekte laad- en losplaats. Door de afsluiting zal een verkeersveiliger situatie ontstaan. De afsluiting van het Alexanderlaantje is niet van invloed op de bereikbaarheid van het centrum voor betrokkene. De kennelijke gecreëerde uitgang via achtertuin en de grond van de gemeente komt te vervallen en is ook illegaal.

6.

Naar het oordeel van het College zorgt de afsluiting van het Alexanderlaantje voor een verkeersveiliger situatie. Laad- en losactiviteiten en voetgangers en fietsers verdragen elkaar slecht. De omweg die wordt beschreven is er niet daadwekelijk dan wel zeer beperkt. Rond de nieuwbouw zal trottoir van voldoende breedte ontstaan, waarover een veilige route kan worden bewandeld naar het overige centrum van Bergen NH. Door het volledig afsluiten van deze verbinding worden vooral de ouderen en mindervalide bewoners de dupe. Zij moeten een ruime omweg met de nodige obstakels volgen. Alle ouderen en mindervaliden doen hun boodschappen veelal met een rollator of een winkelkarretje maar na het realiseren van de geplande bouw moeten zij helemaal omlopen, via een route die wordt gebruikt als "hoofdweg" voor het fìetsverkeer en de schoolgaande jeugd. Ook moet nog een straks druk bezochte ingang en uitgang van de parkeergarage worden gepasseerd om vervolgens de weg langs de nieuwe Aldi te moeten vervolgen, waar tussen het andere winkelend publiek door gelaveerd moet worden. Dit is voor ouderen en minder-validen te bezwaarlijk. Ditzelfde geldt ook voor moeders en "oppas" - oma's met een kinderwagen. Het zou getuigen van weinig respect voor deze steeds groter wordende groep van ouderen- minder validen en anderen als uw plannen op dit punt worden voortgezet.

Bij het ontwerp van de openbare ruimte is goed nagedacht over een toegankelijke en prettige leefomgeving. Niet alleen door het trottoir zo vlak mogelijk in te richten, maar ook door luwe plekken te creëren voor mensen die slecht ter been zijn. Los van de oversteken is de openbare ruimte langs de plinten zo ingericht dat hier geen auto’s kunnen komen, of vlak langsrijden en wordt er zo veel mogelijk groen aangebracht tussen de rijweg en de ruimte die gereserveerd is voor voetgangers. Ook is hier voldoende maat gegeven om mensen met rollator of wandelwagen o.i.d. elkaar makkelijk te kunnen passeren. Vergeleken met de huidige situatie wordt de openbare ruimte juist toegankelijker gemaakt door het gehele centrum met elkaar te verbinden en de trottoirbanden bij oversteken á niveau te houden. Daarnaast wordt het profiel van de doorsteek bij de bibliotheek 5m breder gemaakt dan het momenteel is. Het grootste gedeelte hiervan komt ten goede aan een brede stoep aan de kant van de nieuwe bebouwing, doordat de rijbaan min of meer op de huidige plek blijft liggen. Maar ook de rijbaan wordt verbreed naar een maat die past bij de verwachte verkeersintensiteit van fietsers en auto’s. Voordat een uitrijdende auto de rijbaan opdraait kan deze halt houden in de stoep-zone. Vanaf deze positie heeft de bestuurder goed overzicht over de mede weggebruikers, zonder de fietsers te hinderen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4562/documents/31866