bij 3 Saenehof Bergen_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Conclusie Onderhavig initiatief voldoet aan de vereisten van de Wet natuurbescherming
4.6.2
Flora en fauna Toetsingskader Het beschermingsregime betreffende soorten (flora en fauna) is opgenomen in hoofdstuk 3
blad 31 van 108
Ruimte - Antea Nederland B.V.
concept bestemmingsplan Saenehof Bergen Gemeente Bergen (NH.) Projectnummer 0479061.100
van de Wnb. De verbodsbepalingen zijn hierbij afhankelijk gesteld van de soort (en daarmee de opname van die soort op de diverse lijsten) en de voorgenomen handelingen. Bovendien is een algemeen geldende zorgplicht opgenomen om handelingen achterwege te laten of maatregelen te treffen, om te voorkomen dat nadelige gevolgen ontstaan voor in het wild levende dieren en planten. Conform de Wet natuurbescherming is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde soorten binnen het plangebied. Vanuit die kennis dienen plannen en projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wnb. Conform vaste jurisprudentie kan een plan worden vastgesteld indien aannemelijk wordt gemaakt dat het aspect flora en fauna niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Beoordeling Door E.C.O. logisch b.v. is in augustus 2022 een QuickScan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Rapportage hiervan is opgenomen als Bijlage 2 bij deze toelichting. Het onderzoek heeft tot doel om in te schatten of er op de onderzoekslocatie flora en fauna aanwezig zijn die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve gevolgen kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Uit de QuickScan volgt dat in een boom bij de inrit aan het Zakedijkje een boomholte aanwezig is.
In een boom bij de inrit aan de Leek is een potentieel jaarrond beschermd nest aanwezig. Beide bomen bij de ingangen blijven behouden. Overtreding van de Wet natuurbescherming is derhalve niet aan de orde. Vanwege de realisatie van extra parkeerplaatsen dienen mogelijk enkele groenstructuren geveld te worden. Uit de rapportage volgt dat deze groenstructuren echter geen functies voor beschermde soorten hebben. Er is vanuit de Wet natuurbescherming geen bezwaar voor het verwijderen van het struweel voor de realisatie van de parkeerplaatsen. Conclusie Onderhavig initiatief voldoet aan de vereisten van de Wet natuurbescherming ten aanzien van soortenbescherming.
4.7
Wegverkeerslawaai Toetsingskader Op basis van artikel 76 van de Wet geluidhinder (Wgh) dienen bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan als bedoeld in art. 3.6 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de waarden als bedoeld in art. 82 t/m 85 van de Wgh in acht te worden genomen, indien dat plan gelegen is in een zone rondom een weg als bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh en (het betreffende onderdeel van) dat plan mogelijkheden biedt voor: de realisatie van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen (functies zoals genoemd in art. 1 Wgh en art 1.2 Bgh – het Besluit geluidhinder zoals gewijzigd op 4 april 2012); de aanleg van een nieuwe weg en/ of een reconstructie van een bestaande weg; functiewijzigingen van een niet-geluidsgevoelige functie in een geluidsgevoelige functie (bijvoorbeeld via afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid). De onderzoekszone voor wegen zoals bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh is afhankelijk van de hoeveelheid rijbanen. Onderstaande tabel geeft hier een overzicht van:
blad 32 van 108
Ruimte - Antea Nederland B.V.
concept bestemmingsplan Saenehof Bergen Gemeente Bergen (NH.) Projectnummer 0479061.100
Stedelijk
Buitenstedelijk
Aantal rijstroken
Aantal meters aan weerszijden van de weg
5 of meer
350 m
600 m
3 of 4
350 m
400 m
1 of 2
200 m
250 m
Artikel 74 lid 2 Wgh regelt dat indien de bovengenoemde ontwikkelingen zijn gelegen binnen een als 'woonerf' aangeduid gebied of in een zone nabij wegen waarvoor een maximum snelheidsregime van 30 km/u geldt, de betreffende waarden niet in acht hoeven te worden genomen. Beoordeling Het planvoornemen voorziet in de herbestemming van zorgwoningen naar reguliere woningen. Beiden kunnen aangemerkt worden als geluidgevoelige object in de zin van de Wet geluidhinder. De woningen worden niet in hun hoedanigheid aangepast, noch worden er woningen toegevoegd. Het bestemmingsplan voorziet daarmee niet in nieuwe geluidgevoelige objecten. Het plangebied zal via de bestaande wegen ontsloten worden, en zal het bestaande snelheidsregime van 30km/u voortzetten, waarmee aldus niet wordt voorzien in nieuwe gezoneerde wegen. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is daarmee niet noodzakelijk. Conclusie Wegverkeerslawaai staat het planvoornemen niet in de weg.
4.8
Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader Door het aanbrengen van een zone tussen bedrijvigheid en milieugevoelige bestemmingen (zoals woningbouw) kan de overlast ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. Zonering is met name van toepassing bij nieuwbouw van woningen en andere gevoelige functies in de directe omgeving van een bedrijf en bij vestiging van een nieuw bedrijf in de direct omgeving van gevoelige bestemmingen. Op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' (hierna VNG-Brochure) wordt onder milieugevoelige functies verstaan: woningen, woongebieden, ziekenhuizen, scholen en verblijfsrecreatie. Sommige functies kunnen zowel milieubelastend als milieugevoelig zijn (bijvoorbeeld ziekenhuizen en scholen). Beoordeling De VNG-publicatie onderscheidt twee omgevingstypen: rustige woonwijk/ rustig buitengebied en gemengd gebied. Het plangebied ligt in een gebied dat kan worden gekenmerkt als 'rustige woonwijk'. Onderhavig bestemmingsplan maakt de herbestemming van de bestaande panden aan het Saenehof mogelijk, waarbij de bestemming 'Maatschappelijk' wordt gewijzigd in 'Wonen'. Beide bestemmingen zijn als milieugevoelig aan te merken. Het bestemmingsplan voorziet daarmee niet in de toevoeging van nieuwe milieugevoelige functies waar vanuit het oogpunt van milieuzonering rekening mee moet
blad 33 van 108
Ruimte - Antea Nederland B.V.
concept bestemmingsplan Saenehof Bergen Gemeente Bergen (NH.) Projectnummer 0479061.100
worden gehouden. De huidige maatschappelijke bestemming is naast milieugevoelig ook als milieubelastend aan te merken. Het wegbestemmen van deze bestemming komt ten goede aan het woon- en verblijfklimaat in de directe omgeving van het plangebied. Conclusie Binnen het plangebied is met betrekking tot milieuzonering een goed woon- en leefklimaat verzekerd. Onderhavig initiatief belemmert omliggende inrichtingen niet in hun bedrijfsvoering.
4.9
Externe veiligheid
4.9.1
Inrichtingen en externe veiligheid Toetsingskader Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) zijn o.a. standaardafstanden opgenomen waarbij wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico (PR). Het Bevi is van toepassing op vergunningplichtige risicovolle bedrijven en de nabijgelegen al dan niet geprojecteerde (beperkt) kwetsbare objecten. In artikel 2, lid 1 van het Bevi is opgesomd wat wordt verstaan onder risicovolle bedrijven. In artikel 1 van het Bevi wordt toegelicht wat wordt verstaan onder (beperkt) kwetsbare objecten. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie. Beoordeling Om te bepalen of er in de directe omgeving bedrijven zijn gelegen waarop het Bevi van toepassing is, is de EV-Signaleringskaart gebruikt.
Uitsnede EV-Signaleringskaart met plangebied in rood gearceerd (bron: EV-signaleringskaart.nl, bewerking Antea Group 2022).
blad 34 van 108
Ruimte - Antea Nederland B.V.
concept bestemmingsplan Saenehof Bergen Gemeente Bergen (NH.) Projectnummer 0479061.100
De dichtstbijzijnde inrichting met een potentieel veiligheidsrisico betreft een vuurwerkopslag locatie aan de Oosterweg 7 te Bergen-NH, gelegen op ca. 270 meter tot het plangebied. Er is geen sprake van een Bevi-inrichting. Er geldt een plaatsgebonden risicocontour van 8 meter tot (beperkt) kwetsbare objecten vanaf de bufferbewaarplaats. Gezien de geruime afstand tot het plangebied heeft deze inrichting derhalve geen invloed op het onderhavig planvoornemen. Buiten deze inrichting zijn er geen andere inrichtingen met een potentieel veiligheidsrisico gelegen in de direct nabijheid van het plangebied. Conclusie Het aspect inrichtingen en externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
4.9.2
Transport en externe veiligheid Toetsingskader Beoordeling van de risico's veroorzaakt door het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor, het water en de weg dient plaats te vinden aan de hand van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), als in werking per 1 april 2015. Bij het besluit horen grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico en richtlijnen voor de toepassing van de rekenmethodiek en de verantwoording van het groepsrisico. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen langs transportassen die deel uitmaken van het Basisnet Weg, Water en/of Spoor kan de berekening van het plaatsgebonden risico achterwege blijven. Hiervoor gelden namelijk de afstanden die in bijlage I, II en III van de Regeling basisnet zijn opgenomen. Op deze afstanden mag het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen niet meer bedragen dan 10-6 per jaar. Voor het Basisnet Weg geldt dat daar waar in de tabel van bijlage 2 van het Bevt de afstand '0' is vermeld het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer op het midden van de weg niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar. Beoordeling Om te bepalen of er in de directe omgeving van het plangebied risicorelevante transportassen zijn gelegen is de EV-Signaleringskaart gebruikt. Hieruit blijkt dat het plangebied is gelegen op een afstand van circa 2 km van de provinciale weg N9.
Over deze transportroute vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats, met de maatgevende stofcategorie CF3. Deze maatgevende stofcategorie heeft een invloedsgebied van 355 meter. Gelet op de ruime afstand van het plangebied tot de transportroute vormt de ligging hiervan geen belemmering voor onderhavig voornemen ten aanzien van het plaatsgebonden risico of groepsrisico. Conclusie Het aspect transport en externe veiligheid is geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
4.9.3
Buisleidingen en externe veiligheid Toetsingskader Beoordeling van de risico's veroorzaakt door het transport van gevaarlijke stoffen door
blad 35 van 108
Ruimte - Antea Nederland B.V.
concept bestemmingsplan Saenehof Bergen Gemeente Bergen (NH.) Projectnummer 0479061.100
buisleidingen geschiedt aan de hand van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), als in werking getreden per 1 januari 2011. Ten aanzien van het Bevb bestaat de noodzaak om een ruimtelijke reservering op te nemen voor het plaatsgebonden risico en een verantwoording van het groepsrisico van relevante buisleidingen. Binnen de PR 10-6 risicocontour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn en zo mogelijk ook geen beperkt kwetsbare objecten. Het verwachte aantal aanwezigen binnen het invloedsgebied van de buisleiding moet worden verantwoord. Dat invloedsgebied reikt bij brandbare vloeistoffen tot net buiten de 10-6 contour, voor leidingen met aardgas en chemicaliën moet dat per geval berekend worden. Beoordeling Om te bepalen of er in de direct omgeving van het plangebied risicorelevante buisleiding zijn gelegen is de EV-Signaleringskaart gebruikt. Uit de risicokaart blijkt dat de dichtstbijzijnde hogedruk buisleiding is gelegen op een afstand van circa 1 km. Gelet op de geruime afstand van de buisleiding tot het plangebied vormt de ligging van de leiding geen belemmering voor onderhavig voornemen. Conclusie Het aspect buisleidingen en externe veiligheid is geen belemmering voor onderhavig plan.
4.10
Luchtkwaliteit Toetsingskader In het kader van een planologische procedure dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld te worden gebracht. De 'Wet luchtkwaliteit' van 15 november 2007, opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO2 ), fijn stof (PM10 ), benzeen (C6 H6 ), zwaveldioxide (SO2 ), lood (Pb) en koolmonoxide (CO). Voor PM10 geldt voor het jaargemiddelde een grenswaarde van 40 µg/m3 . Het 24-uursgemiddelde van 50 µg/m3 mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar worden overschreden. Voor NO2 geldt voor het jaargemiddelde een grenswaarde van 40 µg/m3 . Het 24-uursgemiddelde van 200 µg/m3 mag maximaal 18 dagen per kalenderjaar worden overschreden. De 'Wet luchtkwaliteit' voorziet onder meer in een gebiedgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren tot de normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Kort samengevat dienen projecten te worden beoordeeld op basis van de 'Wet luchtkwaliteit' c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor vergunningverlening als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging;
blad 36 van 108
Ruimte - Antea Nederland B.V.
concept bestemmingsplan Saenehof Bergen Gemeente Bergen (NH.) Projectnummer 0479061.100
een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden. In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt overschreden. Na vaststelling van het NSL op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10 ) of stikstofdioxide (NO2 ). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2 . In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. De wettelijke ondergrens voor onderzoek bedraagt: 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg; 3.000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen verkeersverdeling;
met
een
gelijkmatige
Beoordeling Onderhavig planvoornemen betreft de herbestemming van 78 'zorgwoningen' naar reguliere woningen. Gesteld kan worden dat dit plan in verhouding tot de wettelijke ondergrens voor onderzoek, gelegen op de bouw van 1500 woningen, niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan het verslechteren van de luchtkwaliteit. In het kader van goede ruimtelijk ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de provinciale weg N9. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs deze weg onder de grenswaarden lagen (<40 ìg/m3 ). Hierdoor is er ter plaatse van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarmee kan worden gesteld dat met betrekking tot luchtkwaliteit een acceptabel woon- en leefklimaat binnen het plangebied is gegarandeerd. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de onderhavige ontwikkeling. Binnen het plangebied is sprake van een goed woon- en leefklimaat.
4.11
Kabels en leidingen Toetsingskader De hierna volgende leidingen zijn planologisch relevant, voor zover zij geen deel uitmaken van een inrichting zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. a. b. c.
blad 37 van 108
hoogspanningsverbindingen van 50 kV en hoger; buisleidingen voor transport van aardgas met een uitwendige diameter van meer dan 50 mm en een druk van meer dan 16 bar; buisleidingen voor transport van aardolieproducten met een uitwendige diameter van Ruimte - Antea Nederland B.V.
concept bestemmingsplan Saenehof Bergen Gemeente Bergen (NH.) Projectnummer 0479061.100
d. e.
meer dan 70 mm en een druk van meer dan 16 bar; buisleidingen met een diameter van 400 mm of meer buiten de bebouwde kom; buisleidingen voor transport van andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten, die risico's met zich meebrengen voor mens en/of leefomgeving wanneer deze leidingen beschadigd raken.
Beoordeling Ter plaatse van het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Indien nodig zal in een later stadium van onderhavig project een KLIC-melding worden uitgevoerd. Conclusie Er zijn geen belemmeringen met betrekking tot de aanwezigheid van kabels en leidingen.
4.12
Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Toetsingskader Behalve aan de uitvoeringsaspecten bedoeld in de Awb en het Bro dient ook te worden getoetst aan de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r of er sprake is van een mogelijke verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage. Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen de onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: 1. 2. 3.
Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten (boven de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r.); Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden; Plannen en activiteiten die o.g.v. een provinciale milieuverordening zijn aangewezen als MER-plichtig.
Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009 (HvJ EG 15 oktober 2009, zaak C-255/08 – Commissie vs. Nederland). Deze wijziging heeft gevolgen voor eerstgenoemd criterium om te beoordelen of een MER noodzakelijk is. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen me.r.(-beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit de C- of D-lijst blijft, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij 'kleine projecten' (projecten onder de drempelwaarden van de C- of D-lijst) beoordelen of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Dit wordt de 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' genoemd. Deze beoordeling houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), welke o.a. de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreffen.
blad 38 van 108
Ruimte - Antea Nederland B.V.
concept bestemmingsplan Saenehof Bergen Gemeente Bergen (NH.) Projectnummer 0479061.100
Beoordeling Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. In onderhavige situatie is er sprake van de toevoegingvan reguliere woningen. Een dergelijke activiteit wordt niet genoemd op de C-lijst. Het bouwen van woningen komt wel voor op de D-lijst, onder categorie D11.2, 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.' Bij een dergelijke activiteit is er sprake van een m.e.r.-beoordelingsplichtig besluit indien de activiteit betrekking heeft op: 1. 2. 3.
een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer omvat; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Het planvoornemen voorzien in het herbestemmen van 78 woningen en blijft daarmee ruimschoots onder de gestelde grenswaarde. Op basis daarvan kan geconcludeerd worden dat het plan derhalve niet kaderstellend is voor een m.e.r.-(beoordeling)plichtig besluit. Wat betreft het eerste criterium geldt er daarom geen plicht tot het opstellen van een MER. Op basis van de aanmeldnotitie, bijgevoegd als Bijlage 3 bij deze toelichting, heeft een vormvrije m.e.r-beoordeling plaatsgevonden. Hieruit zijn geen belangrijke nadelige milieugevolgen gebleken, waaruit bovendien geconcludeerd kan worden dat er geen noodzaak is tot het opstellen van een MER. Voor het tweede criterium inzake een mogelijke MER-plicht, geldt dat er bij het planvoornemen geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is. Een passende beoordeling is nodig in dien er sprake is van mogelijk significant negatieve effecten op Natura2000-gebieden. Het planvoornemen is niet gelegen in Natura2000-gebied nog heeft de ontwikkeling met zekerheid geen mogelijk significante effecten op de Natura2000-gebieden. Ten aanzien van het derde criterium geldt dat het planvoornemen niet is aangewezen als MER-plichtig op grond van de provinciale omgevingsverordening. Conclusie Zoals hierboven uiteengezet voldoet het planvoornemen niet aan de MER-verplichting en het doorlopen van een m.e.r.-procedure o.g.v.
het Besluit m.e.r., de Wet natuurbescherming of de omgevingsverordening. Daarnaast volgt uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Kortom er is dus voldaan aan de wettelijke verplichtingen hieromtrent.
blad 39 van 108
Ruimte - Antea Nederland B.V.
concept bestemmingsplan Saenehof Bergen Gemeente Bergen (NH.) Projectnummer 0479061.100
blad 40 van 108
Ruimte - Antea Nederland B.V.
concept bestemmingsplan Saenehof Bergen Gemeente Bergen (NH.) Projectnummer 0479061.100
Hoofdstuk 5
5.1
JURIDISCHE ASPECTEN
Inleiding De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is verder uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een verdere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Er is één landelijke voorziening waar alle ruimtelijke plannen voor een ieder volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Hiertoe moeten alle bestemmingsplannen voldoen aan landelijk vastgestelde standaarden. In de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) zijn de hoofdgroepen van bestemmingen bepaald, zoals Wonen, Bedrijven e.d. Ook geeft de SVBP2012 bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels.
Dat leidt ertoe dat de systematiek zoals gehanteerd in dit bestemmingsplan, op ondergeschikte onderdelen af kan wijken van de voorheen geldende planologische regelingen. Het juridische bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De planregels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen over de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels en ook de functie van visualisering van de bestemmingen.
5.2
Juridische planopzet Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meer locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van groot belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Denk hierbij aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling, het monitoren van beleid en de handhaving. Er is één landelijke voorziening waar alle ruimtelijke plannen voor een ieder volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn: www.ruimtelijkeplannen.nl. Hiertoe dienen alle bestemmingsplannen te voldoen aan landelijk vastgestelde standaarden. In de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (hierna SVBP 2012) zijn de hoofdgroepen van bestemmingen bepaald, zoals Wonen, Bedrijven e.d. Ook geeft de SVBP bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. De regels van het bestemmingsplan vallen conform de SVBP 2012 in 4 hoofdstukken uiteen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels;
blad 41 van 108
Ruimte - Antea Nederland B.V.
concept bestemmingsplan Saenehof Bergen Gemeente Bergen (NH.) Projectnummer 0479061.100
Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels/
5.2.1
Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Daardoor wordt vermeden dat verschillende interpretaties van de begrippen tot verschillen van mening over de regelgeving zouden kunnen leiden. Bij toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten gemeten moeten worden. Een aantal bepalingen is op grond van de SVBP dwingend voorgeschreven.
5.2.2
Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Artikel 3 Wonen - 1 Deze bestemming is bedoeld voor de gronden welke worden ingericht ten behoeve van het nieuwe woongebied. Ook de ontsluiting en het parkeren is mogelijk binnen deze bestemming. Het bouwvlak is opgenomen er hoogte van de bestaande bebouwing. Aanvullende bebouwingsmogelijkheden worden daarmee niet gecreëerd. Door middel van aanduidingen is het woningtypologie (gestapeld), de bouwhoogte en het aantal woningen gemaximaliseerd. Deze maatvoeringen komen overeen met de huidige planologische mogelijkheden. Beroepsmatige activiteiten aan huis zijn binnen de bestemming 'wonen' toegestaan onder de voorwaarde dat deze activiteiten ondergeschikt zijn aan het wonen. Onderdeel van het project is het realiseren van sociale huurwoningen. Artikel 3.1 van de Wet op de ruimtelijke ordening geeft de mogelijkheid om sociale woningbouw in het bestemmingsplan te regelen. Dit door middel van het opnemen van een bepaald percentage van het totaal aantal woningen dat mogelijk is volgens het plan. Dit is gedaan in de regels. Deze regel kan alleen in het bestemmingsplan worden opgenomen als er een zogeheten doelgroepenverordening aanwezig is. Bergen beschikt over een doelgroepenverordening (zie paragraaf 3.4.3). Hiermee is de weg vrij gemaakt om sociale woningbouw te regelen in het bestemmingsplan.
Artikel 4 Waarde - Archeologie - 3 De aanwezige archeologische verwachtingswaarden krijgen bescherming door het toekennen van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3'. De voor 'Waarde Archeologie - 3' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, ook bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van archeologische waarden.
5.2.3
Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel
blad 42 van 108
Ruimte - Antea Nederland B.V.
concept bestemmingsplan Saenehof Bergen Gemeente Bergen (NH.) Projectnummer 0479061.100
Met deze regel wordt voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Bijvoorbeeld in het geval (onderdelen van) bouwpercelen - al dan niet tijdelijk - van eigenaren wisselen. De regeling is met name van belang met het oog op nieuwbouw. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden reeds meegenomen zijn bij de berekening van een eerdere omgevingsvergunning. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit te verkrijgen. Artikel 6 Algemene bouwregels In dit artikel zijn de algemene bouwregels opgenomen. Deze handelen over het overschrijden van bouwgrenzen. Ook is de gemeentelijke parkeerregeling opgenomen in dit artikel. Artikel 7 Algemene gebruiksregels In dit artikel is de gemeentelijke parkeerregeling opgenomen. Artikel 8 Algemene afwijkingsregels Het bestemmingsplan als bindende verordening is opgebouwd uit objectief vastgelegde ruimtelijke begrenzingen. De mogelijkheden en onmogelijkheden voor het bouwen en het gebruik zijn nauwkeurig vastgelegd.
Die ruimtelijke en functionele begrenzing is een afgeleide van de basisgegevens van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), stedenbouwkundige afwegingen en het bestaande gebruik. In de praktijk kunnen afwijkingen voorkomen. Ook kan, bij nieuwe ontwikkelingen, veranderde wetgeving of voortschreidend inzicht, toch behoefte zijn aan een andere maatvoering of een andere functie van bouwwerken. Starheid van bestemmingsregels mag niet de oorzaak zijn van gekunstelde oplossingen, waarmee de kwalitatieve doelstelling van het bestemmingsplan niet gediend is. Door middel van dit artikel is enige mate van flexibiliteit mogelijk. Zo kan er een afwijking plaatsvinden voor de in het plan aangegeven maten tot ten hoogste 10%. Het toepassen van een afwijkingsbevoegdheid gebeurt altijd met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, zodat belanghebbenden de mogelijkheid tot bezwaar/beroep hebben wanneer op grond van dit artikel van het plan wordt afgeweken. Artikel 9 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is opgenomen dat de in het plan opgenomen bestemmingen kunnen worden gewijzigd ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein.
De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. Artikel 10 Overige regels Dit artikel bepaalt dat de wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.
blad 43 van 108
Ruimte - Antea Nederland B.V.
concept bestemmingsplan Saenehof Bergen Gemeente Bergen (NH.) Projectnummer 0479061.100
5.2.4
Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht Het overgangsrecht is van toepassing op bestaande situaties (gebruik en/of bebouwing) die op het moment van het van kracht worden van dit bestemmingsplan niet passen binnen het nieuwe plan. Het overgangsrecht houdt in dat gebruik en bebouwing dat in strijd is met het nieuwe bestemmingsplan, maar al aanwezig was ten tijde van de voorgaande plannen, onder voorwaarden, mag worden voortgezet. Ook bouwwerken die op basis van een geldige omgevingsvergunning nog gebouwd mogen worden, worden onder het overgangsrecht geschaard. Het overgangsrecht is nadrukkelijk niet bedoeld voor bouwwerken die een gebruik kennen dat onrechtmatig is op het moment van het van kracht worden van dit bestemmingsplan. Er is geen sprake van legalisatie van al strijdig gebruik door dit bestemmingsplan en er kan ook nog steeds gehandhaafd worden. Ook bouwwerken die op de peildatum illegaal zijn, blijven illegaal. Artikel 12 Slotregel Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het onderliggende bestemmingsplan.
blad 44 van 108
Ruimte - Antea Nederland B.V.
concept bestemmingsplan Saenehof Bergen Gemeente Bergen (NH.) Projectnummer 0479061.100
Hoofdstuk 6
6.1
UITVOERBAARHEID
Economische uitvoerbaarheid De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van een of meer woningen en de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd én geen locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningbouwcategorieën) hoeven te worden vastgesteld. Het voorliggende initiatief betreft de herbestemming van zorgwoningen in reguliere woningen, derhalve is het plan exploitatieplanplichting. In het onderhavige geval wordt het kostenverhaal anderszins verzekerd. Initiatiefnemer sluit met de gemeente Bergen-NH een anterieure overeenkomst af, waarin de verantwoordelijkheid voor gemaakte kosten, planschade en bovenwijkse voorzieningen wordt vastgelegd.
De exploitatie is op deze manier anderszins verzekerd.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Wettelijk vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. De resultaten van het vooroverleg zullen te zijner tijd worden verwerkt in onderhavige toelichting
6.2.2
Zienswijzen De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het plan wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. De eventueel ingebrachte zienswijzen worden behandeld in een zienswijzenota. Hierin zullen tevens de eventuele wijzigingen ten opzichte van het ontwerp worden verwoord. De resultaten van de tervisielegging zullen te zijner tijd worden verwerkt in onderhavige toelichting waarna het aan de gemeenteraad is om een besluit over vaststelling te nemen.
blad 45 van 108
Ruimte - Antea Nederland B.V.
concept bestemmingsplan Saenehof Bergen Gemeente Bergen (NH.) Projectnummer 0479061.100
Bijlagen bij de toelichting
blad 46 van 108
Ruimte - Antea Nederland B.V.
concept bestemmingsplan Saenehof Bergen Gemeente Bergen (NH.) Projectnummer 0479061.100
Bijlage 1
blad 47 van 108
AERIUS-berekening
Ruimte - Antea Nederland B.V.
Bestemmingsplanwijziging Saenehof
Stikstofdepositie-onderzoek Gemeente Bergen (NH)
projectnummer 0479061.100 revisie 00 9 augustus 2022
www.anteagroup.nl
Bestemmingsplanwijziging Saenehof Stikstofdepositie-onderzoek Gemeente Bergen (NH) projectnummer 0479061.100 documentnummer 20220809-479061 revisie 00 9 augustus 2022
Auteurs M. Plugge
Opdrachtgever Res & Smit B.V. Sloterweg 796 1066 CN Amsterdam
Gecontroleerd K. Rossel
datum 9 augustus 2022
beschrijving Concept
vrijgave
datum 9 augustus 2022 projectnummer 0479061.100 betreft Bestemmingsplanwijziging Saenehof
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
4
2.
Wettelijk kader
5
3.
Uitgangspunten
6
3.1 3.2
Verkeersmodel Gasverbruik
8 8
4.
Resultaten en conclusie
9
4.1 4.2
Resultaten AERIUS-berekening Conclusie
9 9
Bijlage 1 : AERIUS bijlage
11
datum 9 augustus 2022 projectnummer 0479061.100 betreft Bestemmingsplanwijziging Saenehof
1.
Inleiding De gemeente Bergen (NH) kent een woningbouwbehoefte. Het is de wens van de gemeente om hieraan op korte termijn tegemoet te komen, onder andere door binnenstedelijke herontwikkeling. Binnen de gemeente bevindt zich het Saenehof, dat onderdeel is van zorgcentrum ‘De Marke’. Dit complex is specifiek ontwikkeld voor het aanbieden van aanleunwoningen voor mensen met een specifieke vraag naar zorg maar welke nog grotendeels zelfstandig kunnen wonen (alleen of met een partner samenwonend). De laatste jaren is de vraag naar deze zogenoemde ‘aanleunwoningen’ dermate gedaald dat er invulling is gezocht via het reguliere kanaal. Op dit moment wordt het gebouw deels ingezet als ‘aanleunwoning’, en deels als reguliere huurwoning. Het laatste is echter niet mogelijk binnen het huidige planologische regime. De initiatiefnemer (ViVa! Zorggroep) wil bijdragen aan het efficiënt gebruik maken van de ruimte, middels het legaliseren van de huidige situatie waarin er regulier wordt verhuurd. Helaas is de voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het vigerend bestemmingsplan. Daarom is een bestemmingsplanwijziging voorgesteld om dit alsnog mogelijk te maken. Onderdeel van dit voorstel is een stikstofdepositie-onderzoek, om zo potentiële stikstofdepositie ten gevolge van het beoogde plan op omliggende Natura 2000-gebieden inzichtelijk te maken.
De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn het “Noordhollands Duinreservaat” op 1,2 kilometer afstand, en “Schoorlse Duinen” op 1,9 kilometer afstand. Zie figuur 1.
Figuur 1: Ligging van het plangebied ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden.
blad 4 van 12
datum 9 augustus 2022 projectnummer 0479061.100 betreft Bestemmingsplanwijziging Saenehof
2.
Wettelijk kader Binnen de EU worden de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Natura 2000-gebieden moeten samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, die in Nederland zijn vertaald in de Wet natuurbescherming (Wnb). Per gebied worden voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidings-/verbeteringsdoelstellingen zijn. Het is verplicht om plannen en projecten te beoordelen op de gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Voor projecten geldt een vergunningsplicht als het project een significant gevolg kan hebben op een Nederlands Natura 2000-gebied (art. 2.7 lid 2, Wnb). Bij vaststelling van plannen moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebieden (art. 2.7 lid 1, Wnb). Bij plannen of projecten in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied dient in een oriënterende fase onderzocht te worden of de ontwikkeling een significant (negatief) gevolg op het betreffende Natura 2000gebied kan hebben.
Indien na dit onderzoek op voorhand niet kan worden uitgesloten dat de activiteit een significant gevolg heeft, dient meer gedetailleerd dan in de oriënterende fase in kaart gebracht te worden wat de effecten van de activiteit kunnen zijn. Deze analyse heet een ‘passende beoordeling’. Wanneer uit de passende beoordeling alsnog de zekerheid wordt verkregen dat de activiteit geen significant gevolg heeft, staat de Wet natuurbescherming besluitvorming (voor wat betreft gebiedsbescherming) niet in de weg. Vrijstelling realisatiefase Op 9 maart 2021, is voor de realisatiefase de Wet stikstofreductie en natuurverbetering door de Eerste Kamer aangenomen. Deze wet, die per 1 juli in werking is getreden, voorziet in een vrijstelling voor activiteiten van de bouwsector, zoals slopen en bouwen. De bij deze activiteiten vrijkomende emissies die zorgen voor stikstofdepositie mogen dan bij de beoordeling buiten beschouwing worden gelaten. Om wel inzicht te krijgen in de depositie ten gevolge van de realisatie is het maatgevende jaar binnen deze fase wel in beeld gebracht. Raad van State uitspraak ViA15 Naar aanleiding van de (tussen) uitspraak van de Raad van State van 20 januari 20211 heeft de minister op 9 juli een brief naar de kamer verzonden2. Hierin staat vermeld dat er een afstandscriterium gaat gelden van 25 kilometer voor alle sectoren voor stikstofdepositieberekeningen.
Ondertussen is de nieuwe AERIUS versie (2021) online gekomen. Hierin is deze nieuwe afstandsgrenswaarde voor alle sectoren geregeld.
1 ECLI:NL:RVS:2021:105, d.d. 20 januari 2021 2 ‘Vervolgacties naar aanleiding van het eindrapport van het Adviescollege Meten Berekenen Stikstof’, d.d. 9 juli 2021
blad 5 van 12
datum 9 augustus 2022 projectnummer 0479061.100 betreft Bestemmingsplanwijziging Saenehof
3.
Uitgangspunten De stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied wordt berekend met behulp van het verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS-Calculator (2021). Van de te berekenen situatie wordt een model gemaakt met invoergegevens waarmee vervolgens de berekening wordt uitgevoerd. Het rekenprogramma AERIUS-Calculator bepaalt zelf de rekenpunten op de Nederlandse Natura 2000-gebieden. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden wordt berekend ter plaatse van voor stikstofgevoelige habitatten. In dit project is er geen sprake van een realisatiefase. Bestaande woningen zullen niet aangepast worden op enige wijze. Het betreft enkel een bestemmingsplanwijziging om een ander type huurders toe te laten binnen de Saenehof. De verkeerskentallen toegekend aan aanleunwoningen zijn wel lager dan die van ‘standaard’ huurwoningen. Ten gevolge van dit plan zullen er dus meer verkeersbewegingen plaatsvinden in de directe omgeving. Deze zijn hieronder verder uitgewerkt. Omdat dit plan een bestemmingsplanwijziging betreft is er een referentiesituatie opgesteld en is deze vergeleken met de beoogde situatie. Alleen wanneer de stikstofdepositie gelijk blijft of lager wordt ten opzichte van de referentiesituatie zullen significante effecten op Natura 2000-gebieden uitgesloten kunnen worden.
3.1
Referentiesituatie
3.1.1
Verantwoording referentiesituatie Dit onderdeel van de Saenehof is omstreeks 1972 opgeleverd3. De twee dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden (Noordhollands Duinreservaat en Schoorlse Duinen) werden pas op 7 december 2004 als zodanig aangemerkt, waardoor dit onderdeel van de Saenehof een historisch emissierecht heeft. Verder is niets veranderd gedurende de afgelopen 50 jaar, waardoor gesproken kan worden van een representatieve referentiesituatie.
3.1.2
Verkeersmodel De Saenehof bestaat uit 78 aanleunwoningen verdeeld over 3 woonblokken (A, B, en C). Het gemodelleerde verkeer is evenredig verdeeld over deze woonblokken. Zie figuur 2 voor het gemodelleerde verkeersnetwerk.
Figuur 2: Het gemodelleerde verkeersnetwerk.
3
Aldus Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG viewer (kadaster.nl)).
blad 6 van 12
datum 9 augustus 2022 projectnummer 0479061.100 betreft Bestemmingsplanwijziging Saenehof
Blokken A en B hebben slechts een enkele ontsluitingsroute richting de rotonde, blok C heeft er drie. De helft van het toegekende verkeer van blok C ontsluit zich zuidwaarts, en de andere helft ontsluit zich oostwaarts. Het verkeer in oostwaartse richting splitst vervolgens nogmaals evenredig in tweeën, waarbij de ene helft verder naar het noorden gaat, en de andere helft zich alsnog zuidwaarts ontsluit. Op de rotonde zal het verkeer opgaan in het heersende verkeersbeeld. Hier heeft het verkeer de mogelijkheid om zich snel in alle windrichtingen te ontsluiten. De totale intensiteiten zijn onderverdeeld in 98,8% licht verkeer, 1,0% middelzwaar verkeer, en 0,2% zwaar verkeer. Zie tabel 1 voor de verkeersintensiteiten per ontsluitingsroute. Tabel 1: Gemodelleerde verkeersintensiteiten op de aangegeven ontsluitingsroutes. Waardes zijn afgerond op 2 cijfers achter de komma.
3.1.3
Type verkeer
Blok A [mvt/etmaal]
Blok B [mvt/etmaal]
Blok C – Zuid [mvt/etmaal]
Blok C – Noordoost [mvt/etmaal]
Blok C – Zuidoost [mvt/etmaal]
Licht verkeer
71,93
71,93
35,96
17,98
17,98
Middelzwaar verkeer
0,73
0,73
0,36
0,18
0,18
Zwaar verkeer
0,15
0,15
0,07
0,04
0,04
Gasverbruik Aan de hand van de volgende berekening kan bepaald worden hoeveel kilogram NOx ontstaat op basis van het gasverbruik van deze woningen. Formule 1: Aardgasverbruik per woning op jaarbasis (m3/jaar) * aantal woningen (-) * energie inhoud aardgas (GJ/m3) * emissiefactor NOx (kg/GJ) = uitstoot NOx op jaarbasis (kg/jaar). Aardgasverbruik per woning: Aantal woningen: Energie inhoud aardgas: Emissiefactor NOx:
1,1099655 m3/jaar 78 0,03165 GJ/m3 0,013 kg/GJ
Door de bovenstaande waardes in te vullen in formule 1 is er een NOx uitstoot van 86,58 kg per jaar berekend. Deze uitstoot is evenredig verdeeld over de drie woonblokken (28,86 kg per woonblok per jaar).
blad 7 van 12
datum 9 augustus 2022 projectnummer 0479061.100 betreft Bestemmingsplanwijziging Saenehof
3.2
Beoogde situatie
3.2.1
Verkeersmodel Het gebruikte verkeersnetwerk is identiek aan het netwerk dat gebruikt is in de referentiesituatie. Zie figuur 2 in hoofdstuk 3.1.1. voor de vorm van dit verkeersnetwerk. De verkeersintensiteiten zullen op de gemodelleerde wegen toenemen, omdat de Saenehof in de beoogde situatie onder een andere kentalcategorie (eerst ‘aanleunwoning’, nu ‘huur, appartement midden/goedkoop (incl. sociale huur)) binnen CROW 381 valt. Onder de aanname van dezelfde verkeersverdeling tussen licht, middelzwaar, en zwaar verkeer als in de referentiesituatie levert dit de verkeersintensiteiten in tabel 2 op. Tabel 2: Gemodelleerde verkeersintensiteiten op de aangegeven ontsluitingsroutes. Waardes zijn afgerond op 2 cijfers achter de komma.
3.2.2
Type verkeer
Blok A [mvt/etmaal]
Blok B [mvt/etmaal]
Blok C – Zuid [mvt/etmaal]
Blok C – Noordoost [mvt/etmaal]
Blok C – Zuidoost [mvt/etmaal]
Licht verkeer
102,76
102,76
51,38
25,69
25,69
Middelzwaar verkeer
1,04
1,04
0,52
0,26
0,26
Zwaar verkeer
0,21
0,21
0,10
0,05
0,05
Gasverbruik Omdat er geen werkzaamheden plaats zullen vinden blijven de woningen zelf intact zoals ze zijn. Dit betekent dat er nog steeds sprake zal zijn van een stikstofuitstoot afkomstig van deze woningen. In de beoogde situatie is deze exact gelijk aan de stikstofuitstoot in de referentiesituatie (zie hoofdstuk 3.1.2.).
blad 8 van 12
datum 9 augustus 2022 projectnummer 0479061.100 betreft Bestemmingsplanwijziging Saenehof
4.
Resultaten en conclusie De gemeente Bergen (NH) kent een woningbouwbehoefte. Het is de wens van de gemeente om hieraan op korte termijn tegemoet te komen, onder andere door binnenstedelijke herontwikkeling. Een bestemmingsplanwijziging op het terrein van het Saenehof kan hierin tegemoet komen, om zo reguliere huurders toe te laten in de door het vigerende bestemmingsplan bestempelde aanleunwoningen. De gevolgen van zulk een bestemmingsplanwijziging wat betreft stikstofdepositie zijn in dit onderzoek in kaart gebracht.
4.1
Resultaten AERIUS-berekening Met behulp van het rekenprogramma AERIUS Calculator (versie 2021) is de mogelijke toename van de stikstofdepositie in beeld gebracht. Uit de projectberekening blijkt dat het voornemen niet leidt tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar op omliggende Natura 2000-gebieden. De resultaten van de AERIUS-berekening zijn opgenomen in bijlage 1, met het kenmerk RQRSUgFe2hy7.
4.2
Conclusie Uit de opgestelde projectberekening blijkt dat het voornemen niet leidt tot een toename van stikstofdepositie ter plaatse van enig Natura 2000-gebied. Significante gevolgen voor de habitatten in Natura 2000-gebieden ten gevolge van stikstofdepositie zijn daarmee uitgesloten. Het aspect stikstofdepositie vormt derhalve geen belemmering voor de bestemmingsplanwijziging op het terrein van het Saenehof.
blad 9 van 12
datum 9 augustus 2022 projectnummer 0479061.100 betreft Bestemmingsplanwijziging Saenehof
Bijlage 1 blad 10 van 12
datum 9 augustus 2022 projectnummer 0479061.100 betreft Bestemmingsplanwijziging Saenehof
Bijlage 1 : AERIUS bijlage Kenmerk: RQRSUgFe2hy7
blad 11 van 12
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
-, -Stikstofdepositie-onderzoek Bestemmingsplanwijziging Saenehof
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RQRSUgFe2hy7 10 augustus 2022, 11:52 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 2022 2022
Emissie NH₃ 0,6 kg/j 0,9 kg/j
Emissie NOₓ 95,4 kg/j 99,2 kg/j
Resultaten
Hoogste depositie 1.934,41 mol/ha/j
Hexagon 6358143
Saenehof - Beoogd
1.934,41 mol/ha/j -
6358143
Gebied Noordhollands Duinreservaat Noordhollands Duinreservaat
Saenehof - Referentie Saenehof - Beoogd Saenehof - Referentie Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
RQRSUgFe2hy7 (10 augustus 2022)
2/8
Projectberekening
Saenehof (Referentie), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 6 Wonen en Werken | Woningen | Blok B 7 Wonen en Werken | Woningen | Blok A 8 Wonen en Werken | Woningen | Blok C Verkeersnetwerk
RQRSUgFe2hy7 (10 augustus 2022)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,6 kg/j
28,9 kg/j 28,9 kg/j 28,9 kg/j 8,8 kg/j
3/8
Projectberekening
Saenehof (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 6 Wonen en Werken | Woningen | Blok B 7 Wonen en Werken | Woningen | Blok A 8 Wonen en Werken | Woningen | Blok C Verkeersnetwerk
RQRSUgFe2hy7 (10 augustus 2022)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,9 kg/j
28,9 kg/j 28,9 kg/j 28,9 kg/j 12,6 kg/j
4/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RQRSUgFe2hy7 (10 augustus 2022)
5/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Saenehof" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal
Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste Met afname (ha Grootste gekarteerd) depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol gekarteerd) afname (mol N/ha/jr) N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
-
-
-
Onderstaand is een overzicht opgenomen van alle Natura 2000-gebieden (binnen de maximale rekenafstand van 25 km) waar in de "Beoogde situatie" een bijdrage groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend, maar waar in de "Projectberekening" (=verschilberekening) geen toe- of afname is berekend. Het effect vanuit de "Projectberekening" op deze gebieden is daarmee 0,00 mol/ha/jaar. Schoorlse Duinen Noordhollands Duinreservaat
RQRSUgFe2hy7 (10 augustus 2022)
6/8
Projectberekening
Saenehof , Rekenjaar 2022
6 Wonen en Werken | Woningen Naam Blok B Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele variatie Continue Emissie
1,0 m 0,000 MW
NOₓ
28,9 kg/j
1,0 m 0,000 MW
NOₓ
28,9 kg/j
1,0 m 0,000 MW
NOₓ
28,9 kg/j
7 Wonen en Werken | Woningen Naam Blok A Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele variatie Continue Emissie
8 Wonen en Werken | Woningen Naam Blok C Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele variatie Continue Emissie
RQRSUgFe2hy7 (10 augustus 2022)
7/8
Projectberekening
Saenehof, Rekenjaar 2022
6 Wonen en Werken | Woningen Naam Blok B Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele variatie Continue Emissie
1,0 m 0,000 MW
NOₓ
28,9 kg/j
1,0 m 0,000 MW
NOₓ
28,9 kg/j
1,0 m 0,000 MW
NOₓ
28,9 kg/j
7 Wonen en Werken | Woningen Naam Blok A Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele variatie Continue Emissie
8 Wonen en Werken | Woningen Naam Blok C Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele variatie Continue Emissie
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.1.1_20220705_74979f573b Database versie 2021.1.1_74979f573b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RQRSUgFe2hy7 (10 augustus 2022)
8/8
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Zutphenseweg 31D 7418 AH Deventer Postbus 321 7400 AH Deventer T. 31 6 21187067 E. Myron.Plugge@AnteaGroup.nl Copyright © 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security@antegroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.
www.anteagroup.nl
concept bestemmingsplan Saenehof Bergen Gemeente Bergen (NH.) Projectnummer 0479061.100
blad 68 van 108
Ruimte - Antea Nederland B.V.
concept bestemmingsplan Saenehof Bergen Gemeente Bergen (NH.) Projectnummer 0479061.100
Bijlage 2
blad 69 van 108
Quickscan Wet natuurbescherming
Ruimte - Antea Nederland B.V.
QUICKSCAN SAENEHOF TE BERGEN Definitief rapport
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Leimuiden, 20-9-2022
VERANTWOORDING
Opdrachtgever: Contactpersoon: Adres: E-mail: Uitvoering: Adres:
Antea Group Dhr. A. van Dongen Tolhuisweg 57 8440 AA Heerenveen Arjan.vanDongen@AnteaGroup.nl
Tel: E-mail:
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Waaier 72 2451 VW Leimuiden 0172 576072 algemeen@eco-logisch.com
Projectleider:
J.I. Andringa MSc.
Auteur: Kwaliteitscontrole:
ing. S.T.J. Kuip ing. C.J.M. Groeneveld
Projectcode: Status: Datum:
AGNA2210 Definitief 20-9-2022
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. werkt volgens de kwaliteitsnormen van het Netwerk Groene Bureaus. Dit netwerk werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte. De deskundigen werkende bij Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. voldoen hierdoor aan de volgens het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gestelde eisen. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. is ISO 9001:2015 gecertificeerd.
Adviesbureau E.C.O Logisch B.V. is aangesloten op de Nationale Databank Flora en Fauna en heeft daarmee toegang tot de meest volledige natuurgegevens in Nederland.
2
SAMENVATTING
De initiatiefnemer is voornemens parkeerplaatsen te realiseren bij het Saenehof complex te Bergen. Deze ingreep wordt gezien als een ruimtelijke ontwikkeling. Onderzocht is of deze ontwikkeling in het projectgebied niet strijdig is met de Wet natuurbescherming. In een boom aan de zuidkant van het projectgebied is er één potentieel jaarrond beschermd nest aanwezig. Individuen van de boomvalk, buizerd, ransuil en de sperwer kunnen mogelijk gebruik maken van dit potentieel jaarrond beschermd nest. In een boom aan de noordkant van het projectgebied is er een holte aanwezig welke een potentiële verblijfplaats biedt voor boombewonende vleermuizen. Beide bomen blijven tijdens de geplande werkzaamheden behouden. Er worden derhalve geen negatieve effecten verwacht voor te komen op broedvogels met jaarrond beschermde nesten en verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen. De bebouwing in het projectgebied biedt potentiële verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen. Bij werkzaamheden aan het dak of aan de gevel kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen verloren gaan. In het projectgebied kunnen mogelijk algemene amfibieën, broedvogels en zoogdieren voorkomen. Overige beschermde soorten worden door het ontbreken van geschikt habitat niet verwacht voor te komen.
Nadelige effecten als gevolg van de geplande ontwikkeling op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied worden niet verwacht voor te komen. Als gevolg van de realisatie van 24 parkeerplaatsen, kan er in de gebruiksfase een toename ontstaan in het aantal verkeersbewegingen in het projectgebied. Gezien de beperkte omvang van de mogelijke toename in het aantal verkeersbewegingen, worden er echter geen significant negatieve effecten verwacht op de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Om uitsluitsel te geven of de werkzaamheden in de gebruiksfase een effect hebben op het nabijgelegen Natura 2000-gebied kan er een stikstofberekening met behulp van de “AERIUS Calculator” worden uitgevoerd. Indien er geen werkzaamheden aan het dak of de gevel van de bebouwing in het projectgebied worden uitgevoerd en de kap- en snoeiwerkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels (globaal maart – augustus) worden uitgevoerd, is er geen aanvullend onderzoek naar beschermde flora en fauna nodig alvorens men met de geplande werkzaamheden kan beginnen. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen van vogels plaats moeten vinden, dient een aanvullende inspectie op broedvogels door een ecoloog te worden uitgevoerd om overtredingen te voorkomen. De vermelde periode is niet leidend, elk broedgeval is beschermd. Ook broedgevallen buiten deze periode mogen niet verstoord worden.