CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

Bij 2021-02-18_bestemmingsplan Heereweg 190-192.pdf

Commissie Bestemmingsplannen 18 februari 2021, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 3.: Voorstel betreft het vaststellen van het bestemmingsplan Heereweg 190-192 Schoorl20.429 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

nog door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) in opdracht van het Ministerie van

de rugstreeppad in aanmerking kunnen komen om de negatieve effecten te doen verminderen of op te

Economische Zaken was opgesteld. Aanpassing van de soortenstandaard was nodig vanwege de

heffen.

invoering van de nieuwe Wet Natuurbescherming die per 1 januari 2017 in werking is getreden. Onder deze nieuwe wet komt de bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen namelijk

Het juridisch kader voor de bescherming van de rugstreeppad is vastgelegd in artikelen 3.5 tot en met

voor het overgrote deel bij de provincies te liggen. In enkele situaties waarbij nationale belangen in het

3.9 van de Wet natuurbescherming (bijlage 1). Dit kader is door de nationale wetgever uitgewerkt in

geding zijn, blijft het Ministerie van Economische Zaken bevoegd gezag. Voorbeelden hiervan zijn het

het Besluit natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming. Het kader staat nader beschreven

aanleggen of aanpassen van de hoofdinfrastructuur zoals snelwegen hoofdspoor en waterwegen, maar

in een afzonderlijk document: het Juridisch Kader horende bij de kennisdocumenten. Op provinciaal

ook de hoofd infrastructuur die nodig is om gas en elektriciteit te transporteren.

niveau kunnen Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten binnen dit kader beleidskeuzes maken.

2

Deze beleidskeuzes zijn niet beschreven in het Juridisch Kader behorende bij de kennisdocumenten.

In het kader van de decentralisatie van het bevoegd gezag krijgen de provincies meer vrijheid voor de

De provinciale beleidskeuzes vormen samen met het juridisch kader en het kennisdocument het

invulling van hun eigen natuurbeleid waaronder de bescherming van planten- en diersoorten. Door

beoordelingskader voor de provincie bij een ontheffingsaanvraag.

de decentralisatie is er dus geen sprake meer van één landelijk soortenbeleid en stopt RVO.nl met het beheren van de soortenstandaards. Omdat de soortenstandaards veel nuttige informatie bevatten en een

3

Rugstreeppad | Bufo calamita Kennisdocument | Versie 1.0 Juli 2017

Dit is een publicatie van BIJ12 I Werkt voor Provincies

belangrijk hulpmiddel zijn bij het bepalen van de effecten van een ingreep op een soort en met welke

Samenhang met andere instrumenten

maatregelen deze effecten kunnen worden verminderd of voorkomen, hebben de provincies gezamenlijk

Het kennisdocument werkt op deze wijze nader uit wat getoond wordt in de maatregelenindicator

besloten de kennis van de soortenstandaards overeind te willen houden. Daartoe heeft BIJ12 opdracht

soorten (http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/effectenindicatormaatregelen.aspx?subj=soorten).

gekregen van het Interprovinciaal Overleg (IPO) het beheer van de soortenstandaards over te nemen.

Deze indicator is een internetapplicatie die snel een eerste inzicht verstrekt in mogelijke maatregelen. De maatregelen zijn gebaseerd op de activiteiten zoals deze in de WABO (per 2019 de Omgevingswet) en

In het kader van deze overname is het uiterlijk van de soortenstandaard aangepast naar een BIJ12-

Waterwet worden onderscheiden.

format, de naam soortenstandaard gewijzigd in kennisdocument en zijn beleidskeuzes uit de documenten verwijderd. Dat laatste was nodig vanwege de decentralisatie van het bevoegd gezag en

Vragen of reageren

de vrijheid die iedere Provincie heeft met de invulling van haar eigen natuurbeleid. Daarmee is het

Bij het ontwikkelen en actueel houden van de kennisdocumenten, gecoördineerd vanuit BIJ12, wordt

voor u liggende document een algemeen kennisdocument geworden waarin beleidsneutrale informatie

gebruik gemaakt van de ecologische en juridische expertise van verschillende deskundigen. Ondanks

staat over de soort. Zowel de provincies als RVO.nl hebben input geleverd bij de omvorming van de

de zorgvuldige wijze waarop de voormalige soortenstandaards en huidige kennisdocumenten zijn

soortenstandaard tot kennisdocument. De opbouw van het kennisdocument is gelijk gebleven aan die

samengesteld, zullen zich in de praktijk toch nieuwe situaties voordoen, zullen andere ervaringen

van de soortenstandaard. Voor juridische aspecten wordt verwezen naar het juridisch kader behorende

worden opgedaan of worden er andere oplossingen aangereikt. Deze informatie en de ervaringen

bij de kennisdocumenten en naar de websites van de diverse provincies alwaar de beleidsregels en

met het gebruik van de kennisdocumenten nemen we graag mee voor een volgende versie van dit

verordeningen zijn te vinden ten aanzien van ontheffingen en vrijstellingen.

kennisdocument. Heeft u verbetersuggesties of aanvullende informatie? Stuur ons een e-mail naar info@bij12.nl. Heeft u specifieke inhoudelijke vragen met betrekking tot de uitvoering van de wet of

Wat kunnen de twee hoofddoelgroepen ermee?

beoordeling van een aanvraag, dan dient u contact op te nemen met de desbetreffende provincie en in

Initiatiefnemers

enkele situaties met RVO.nl.

Een initiatiefnemer, of diens ecologisch adviseur, kan deze informatie -in combinatie met andere informatie- gebruiken bij het invulling geven aan onder andere het zorgvuldig handelen, de zorgplicht, het onderbouwen van maatregelen voor een ontheffingsaanvraag, het voorkomen van een overtreding, het behoud van de functionaliteit van voortplantingsplaatsen en rustplaatsen en zo bijdragen aan het behoud van een goede staat van instandhouding van de betreffende soort. Tevens kan deze informatie bijdragen aan het verkrijgen van inzicht in de benodigde onderzoeks- en uitvoeringsinspanning om aan deze doelen te kunnen voldoen. In het geval dat er maatregelen worden uitgevoerd waardoor er geen overtreding op treedt, is er geen ontheffing van het bevoegd gezag noodzakelijk. Het is de keuze en verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer zelf om deze maatregelen te formuleren en uit te voeren ter voorkoming van een overtreding. Indien er wel een verbodsbepaling wordt overtreden, dient er altijd een ontheffingsaanvraag te worden ingediend. Bevoegde gezagen Het bevoegde gezag dat moet oordelen over ontheffingsverzoeken of afgifte van een verklaring van geen bedenkingen of betrokken is bij handhaving, kan informatie uit het kennisdocument gebruiken bij haar beoordeling.

De informatie is generiek van aard en het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager hoe hij deze informatie gebruikt in een concreet geval. Vaak is immers meer informatie nodig over de betreffende activiteit en over de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied (werklocatie), om vast te kunnen stellen welke maatregelen in een concreet geval nodig zijn. Ook de aard van de activiteit, de duur van het effect en het schaalniveau waarop de activiteit wordt uitgevoerd, kunnen van invloed zijn op de omvang van de schadelijke effecten die de activiteit kan hebben op beschermde dieren en planten en de beoordeling of daarmee verbodsbepalingen van de natuurwetgeving worden overtreden. Het kennisdocument vormt een hulpmiddel en sluit andere maatregelen en methoden niet uit mits die door een deskundige op het gebied van de soort worden onderbouwd. Het kennisdocument kan alleen worden gebruikt in combinatie met het juridisch kader behorende bij de kennisdocumenten en het

4

provinciespecifieke beleid ten aanzien van ontheffingen en vrijstellingen.

5

Rugstreeppad | Bufo calamita Kennisdocument | Versie 1.0 Juli 2017

Dit is een publicatie van BIJ12 I Werkt voor Provincies

1 De rugstreeppad

1.4 Voortplantingsplaatsen, rustplaatsen en (functionele) leefomgeving Habitat De rugstreeppad is vooral een soort van terreinen met een hoge natuurlijke of door mensen ingebrachte dynamiek. Braakliggende bouwterreinen, groeven en zand- en kleiafgravingen, (rivier)duinen en

1.1 Soortkenmerken

uiterwaarden vormen een ideaal leefgebied voor de rugstreeppad. Vaak is er een goed vergraafbare

De rugstreeppad (figuur 1) is een tot 7 centimeter groot wordende amfibie. De kleurstelling kan zeer

bodem aanwezig en is er bouwmateriaal om onder te schuilen. Maar de rugstreeppad is ook te vinden in

variabel zijn. De rug bestaat hoofdzakelijk uit bruine, grijze, gelige of groene grondkleuren. De naam

meer stabiele gebieden als vennen in heideterreinen en sloten in akker- en graslandgebieden. De habitat

heeft de soort te danken aan de gele lengtestreep over de rug. Deze rugstreep is echter niet altijd

laat zich omschrijven als onbeschaduwde, laagbegroeide terreinen. Door gebrek aan dynamiek in

aanwezig. De iris van de rugstreeppad is groen tot citroengeel, terwijl deze bij de gewone pad koper- tot

natuurgebieden is het voorkomen van de soort in Nederland sterk afhankelijk van menselijke ingrepen.

goudrood kleurig is. Determinatie van rugstreeppadden is het best mogelijk op geluid. De rugstreeppad

De rugstreeppad heeft een voorkeur voor in de nabijheid van losgrondige zanderige bodems gelegen

produceert in de voortplantingstijd een opvallende, harde ratelende roep. Dit geluid is eenvormig. Ei-

snel opwarmende bodemplaatsen en ondiep (tijdelijk) water, die bij voorkeur vegetatieloos en zonder

snoeren en larven zijn lastiger te determineren en men moet waken voor verwarring met de ei-snoeren

concurrentie van andere amfibieën of van waterinsecten zijn. Regenplassen en sporen van zware

en larven van de gewone pad. Omdat de rugstreeppad vaak later in het seizoen zich voortplant, is de

voertuigen waar regenwater in is blijven staan, vormen ideaal voortplantingswater. In brede en grotere

kans op verwisseling echter beperkt.

watergangen komt de rugstreeppad niet voor, met mogelijke uitzondering de ondiepe oeverzones. Ook in licht brak water kan de soort zich voortplanten. Het foerageergebied bevindt zich tot circa 500 meter in

Figuur 1: Rugstreeppad (bron: Jelger Herder).

de omgeving van de plekken waar ze zich overdag bevinden. Verblijfplaatsen en functionele leefomgeving Deze pioniersoort kent drie typen verblijfplaatsen: de wateren waar de eieren worden afgezet, de plekken waar ze in de actieve periode verblijven en de plekken waar ze overwinteren. Het eerste type is de voortplantingsplaats in het aquatische habitat. Dit is de locatie waar de eisnoeren van deze soort worden afgezet en waar de larven opgroeien en metamorfoseren. Deze voortplantingslocaties kenmerken zich over het algemeen als wateren die zich in de pionierfase bevinden: ondiepe, meestal geheel vegetatieloze, meestal tijdelijke watertjes. Voorbeelden zijn volgelopen greppels, regenplassen en karren¬sporen (rijsporen in het algemeen). Daarnaast zijn voortplantings-plaatsen ook te vinden in vennen en ondergelopen graslanden en in duinplassen. In akker- en graslandgebieden plant de soort zich voort in enkele dagen geleden geschoonde sloten, dus sloten die door het schonen weer in de pionierfase bevinden.

1.2 Leefwijze De rugstreeppad is een typische pioniersoort. In Nederland kan de rugstreeppad gedurende een lange

Het tweede en derde type verblijfplaatsen bevinden zich in het terrestrische habitat. Hieronder vallen de

periode eieren afzetten: van half april tot en met september. De meeste kooractiviteit vindt in een korte

zomerverblijfplaatsen en winter¬verblijfplaatsen. Deze verblijfplaatsen bevinden zich op hoogwatervrije

periode van enkele weken plaats vanaf de tweede helft van april, maar vooral in mei. Vooral op de

terreinen. Als verblijfplaatsen kunnen bestaande ruimtes benut worden, zoals muizenholletjes.

eerste warmere avond(en) in het jaar (ter indicatie: “dat je weer zonder jas naar buiten kan”) vindt veel

Vaak graven rugstreeppadden zichzelf in vergraaf¬bare bodem in of schuilen onder elementen

kooractiviteit plaats, evenals op warme avonden na een bui. Het roepen kan doorgaan tot in augustus.

zoals tegels, pellets en tractor¬banden. In de winter dienen de verblijfplaatsen vorstvrij te zijn. De overwinteringslocatie dient boven het grondwater gelegen te zijn. Een rugstreeppad heeft meerdere

De rugstreeppad is vooral tijdens de schemering en ’s nachts actief. Overdag verblijven de

zomerverblijfplaatsen die hij in die periode wisselend in gebruik heeft. Ook van jaar tot jaar kunnen de

rugstreeppadden in holtes (muizenholen), onder (schuil)elementen of ingegraven in de bodem. De dieren

verblijfplaatsen binnen het leefgebied wisselen.

wisselen gemakkelijk van verblijfplaats. De functionele leefomgeving van een voortplantingsplaats en van een rustplaats is de omgeving Vanaf oktober/november tot en met maart verblijft de rugstreeppad in een winterrust.

van die plaatsen die nodig is om ze als zodanig te laten functioneren. Een voortplantingsplaats bijvoorbeeld kan alleen dan succesvol functioneren als er voldoende habitat van voldoende kwaliteit

6

1.3 Voedsel

aanwezig is om te kunnen paren, eitjes af te zetten tot en met voor het opgroeien van de jonge

Het voedsel van de rugstreeppad bestaat vooral uit vliegen, andere insecten, mieren, spinnen en andere

larven. Een winterverblijfplaats kan succesvol functioneren als overwinteringsplek als deze niet

ongewervelden. Larven van de rugstreeppad voeden zich hoofdzakelijk met organisch materiaal, algen

bevriest. Tevens is noodzakelijk dat de rugstreeppadden zich kunnen verplaatsen van bijvoorbeeld de

en met delen van hogere planten.

winterverblijfplaatsen naar de voortplantingsplekken en andersom.

7

Rugstreeppad | Bufo calamita Kennisdocument | Versie 1.0 Juli 2017

Dit is een publicatie van BIJ12 I Werkt voor Provincies

Migratie

Bovenstaande kaart geeft een indicatie van de mogelijke aanwezigheid van rugstreeppadden in

Migratie is de seizoensgebonden beweging heen en terug tussen delen van het leefgebied. De

een bepaald gebied. De verspreiding van de rugstreeppad is nog niet volledig in beeld gebracht. De

rugstreeppad migreert tussen de overwinteringsplekken, de wateren waar voortplanting plaatsvindt en

rugstreeppad is sinds 1950 veertig procent in verspreiding achteruitgegaan. De landelijke trend in

de plekken waar de dag wordt doorgebracht en waar ’s nachts wordt gefoerageerd.

aantallen rugstreeppadden laat een matige afname zien (figuur 3).

Dispersie Dispersie is de ongerichte verspreiding of uitzwerven van een individu dat op zoek is naar een

Figuur 3: Aantalsontwikkeling van de rugstreeppad (index, 1997 = 100) op basis van NEM transect monitoring (bron:

vestigingsplaats. Vaak betreft het juvenielen of sub-adulten die als ze zelfstandig zijn geworden op zoek

RAVON).

zijn naar een nieuw leefgebied, maar dispersie kan ook optreden bij volwassen dieren. De rugstreep¬pad is een goede kolonisator en kan snel geschikte locaties bezetten en is daardoor in staat zich snel te verbreiden. Rugstreeppadden, en dan vooral de juvenielen, kunnen afstanden tot wel circa 5 kilometer afleggen opzoek naar geschikt leefgebied. Pas gemetamorfoseerde exemplaren kunnen in een etmaal 300 meter af leggen. Dit gebeurt in willekeurige richtingen, niet geleid door vegetatiestructuren. Hierdoor is de soort “overal” in zijn leefgebied aanwezig, zij het vaak in zeer lage dichtheden. Barrières bestaan onder andere uit wegen en brede watergangen en beschoeide waterkanten.

1.5 Verspreiding en aantalsontwikkeling In Nederland komt de rugstreeppad plaatselijk zeer algemeen voor (figuur 2), vooral in natuurlijke wateren in duinen en aanliggende gronden. Ook in het rivierengebied (uiterwaarden) en in polders in West-Nederland en in de Noordoostpolder is deze soort lokaal algemeen. In het noorden, oosten en zuiden van het land is zijn verspreidingspatroon sterk versnipperd en komt hij voornamelijk nog in heidegebieden op de zandgronden voor en in groeves van Limburg. Ook op alle Waddeneilanden is de rugstreeppad aanwezig.

1.6 Populaties Rugstreeppadden leven, zoals de meeste amfibieën, in netwerkpopulaties (figuur 4). Ze kunnen vaak in lage dichtheden voorkomen. Het voortplantingssucces is dan gering en is een gevolg van het feit dat

Figuur 2: Verspreiding van de rugstreeppad (bron: RAVON).

het gebied op dat moment niet of nauwelijks geschikt is voor de rugstreeppad. Als het gebied opeens geschikt wordt, bijvoorbeeld door plasvorming, nemen de aantallen snel toe. Figuur 4: Schematische voorstelling van een netwerkpopulatie van de rugstreeppad (donkergroen). De netwerkpopulatie bestaat uit meerdere deelpopulaties (blauw) van individuen (lichtgroen). Uitwisseling tussen de verschillende deelpopulaties dient mogelijk te zijn (pijlen).

8

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4465/documents/30693