Bij 2021-02-18_bestemmingsplan Heereweg 190-192.pdf
Tekst van het document
Bouwregels kunnen eisen wat betreft maatvoering, oppervlakte- en inhoudsbepalingen en aantallen te plaatsen bouwwerken omvatten.
31
bestemmingsplan Heereweg 190-192 te Schoorl
Afwijken van de bouwregels Met het afwijken van de bouwregels wordt geregeld dat door het bevoegd gezag in voorkomende gevallen onder voorwaarden bij verschillende bestemmingen kan worden afgeweken van de eerder opgenomen bouwregels per bestemming. Specifieke gebruiksregels Met specifieke gebruiksregels is vastgelegd welk gebruik in ieder geval tot strijdig met het in de bestemmingsomschrijving toegestane gebruik wordt gerekend. Afwijken van de gebruiksregels Met het afwijken van de gebruiksregels bestaat voor het bevoegd gezag de mogelijkheid om van de specifieke gebruiksregels af te wijken. Met dit bestemmingsplan is sprake van de volgende bestemmingen. ARTIKEL 3: TUIN De voortuinen grenzend aan openbaar gebied, behorende bij de woningen worden apart bestemd als Tuin. Alleen erf- en perceelafscheidingen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een hoogte van 1 meter, zijn hier toegestaan. Paardenbakken, bouwwerken voor mestopslag, tredmolens en onoverdekte zwembaden zijn uitgesloten. Hogere erf- en terreinafscheidingen mogen worden gerealiseerd achter de voorgevelrooilijn (tot een bouwhoogte van 2 meter). Het is mogelijk om met een omgevingsvergunning aanen uitbouwen binnen de bestemming Tuin (bijvoorbeeld in de vorm van erkers en serres) te bouwen.
ARTIKEL 4: WONEN 2 De gronden met de bestemming Wonen 2 zijn bestemd voor wonen, aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten bij het wonen. Het vloeroppervlak voor de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten mag niet groter zijn 25% van het totale vloeroppervlak van de woning. De hoofdgebouwen mogen uitsluitend in het bouwvlak worden gebouwd, per bouwvlak is maximaal één hoofdgebouw een één woning toegestaan. Het oppervlakte van een hoofdgebouw mag maximaal 150 m2 zijn. Ook mogen de goot- en bouwhoogte niet hoger zijn dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' en 'maximum bouwhoogte (m)'. Het is mogelijk om aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen te plaatsen. Het gezamenlijk oppervlak mag niet meer dan 50 m2 per woning bedragen. De bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen en overkappingen mag maximaal 5 meter bedragen. Er mogen erf- en terreinafscheidingen worden geplaatst tot een hoogte van 1 meter voor de voorgevelrooilijn en tot 2 meter hoogte achter de voorgevelrooilijn. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Hoofdstuk 3 van de bestemmingsregels omvatten de algemene regels. De algemene regels gelden in het algemeen voor het gehele bestemmingsplan en staan min of meer los van de specifieke bestemmingsregels en worden om die reden altijd in een apart hoofdstuk opgenomen.
ARTIKEL 6: ANTI-DUBBELTELREGEL De anti-dubbeltelregel ziet er op toe dat grond die reeds eerder bij een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen is meegenomen, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning voor het bouwen mag worden meegenomen. De anti-dubbeltelregel heeft uitsluitend betrekking op situaties die plaatsvinden ten tijde van het geldende bestemmingsplan. ARTIKEL 7: ALGEMENE BOUWREGELS In de algemene bouwregels is geregeld dat de bouwgrenzen worden overschreden. Deze grenzen mogen tot 1,5 meter worden overschreden ten behoeve van tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, hellingbanen, funderingen en veranda's. Ook vallen ondergeschikte onderdelen van gebouwen erkers en
32
bestemmingsplan Heereweg 190-192 te Schoorl
hieronder (mits de oppervlakte niet meer dan 6 m2 bedraagt). ARTIKEL 8: ALGEMENE GEBRUIKSREGELS In de algemene gebruiksregels is een parkeerregeling opgenomen. Uit de regeling komt voort dat er per woning ten minste twee parkeervoorzieningen dienen te zijn. ARTIKEL 9: ALGEMENE AFWIJKINGSREGELS De algemene afwijkingsregels bieden enige flexibiliteit als het gaat om het afwijken van in het plan opgenomen maten en bieden ruimte om bepaalde voorzieningen te kunnen realiseren. ARTIKEL 10: ALGEMENE WIJZIGINGSREGELS De algemene wijzigingsregels bieden de mogelijkheid om bestemmingen te wijzigingen ten behoeve van een overschrijding van bestemmingsgrenzen. Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels ARTIKELEN 11 EN 12: OVERGANGSRECHT EN SLOTREGEL Overeenkomstig de in het Bro voorgeschreven formulering van het overgangsrecht en de SVBP2012 zijn de overgangs- en slotregels in de afsluitende artikelen van de regels opgenomen.
5.3
Overige aspecten
Additionele voorzieningen In het bestemmingsplan zijn de al dan niet in directe relatie met een bestemming staande voorzieningen, zoals ondergrondse leidingen, verhardingen, bermen, geluidswerende voorzieningen, centrale installaties ten behoeve van de energievoorziening, voorzieningen ten behoeve van de waterbeheersing in de vorm van watergangen, duikers, waterkeringen en dergelijke bij de bestemming inbegrepen zonder dat dit uitdrukkelijk wordt vermeld. Handhaving Het bestemmingsplan geeft de gewenste planologische situatie voor het plangebied aan. Bestemmingsplannen zijn bindend voor de overheid en de burger. Enerzijds kan de overheid naleving van bestemmingsplannen afdwingen, anderzijds vormt het bestemmingsplan een juridisch kader voor burgers waaruit deze kan afleiden wat de bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn, op de in eigendom zijnde dan wel de naastgelegen buurpercelen, in de directe woon- en leefomgeving.
5.4
Bestemmingsplanprocedure
In de Wro en het Bro zijn wettelijke regels voor de bestemmingsplanprocedure vastgelegd. Hierin zijn de volgende fasen onderscheiden: Voorbereidingsfase De gemeente voert ten behoeve van de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek uit naar de bestaande situatie en de mogelijke (ruimtelijke) ontwikkelingen in de gemeente. De gemeente stelt voor het overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Bro haar voornemen beschikbaar aan de besturen en diensten van hogere overheden. Ook biedt de gemeente eventueel de mogelijkheid om een reactie te geven op het voorontwerpbestemmingsplan via inspraak. De gemeente geeft een reactie op mogelijke reacties die voor zover noodzakelijk worden verwerkt in de regels en verbeelding. Terinzageleggingsfase Na de aankondiging in de Staatscourant en op de website www.officielebekendmakingen.nl wordt het ontwerpbestemmingsplan voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode kan door
33
bestemmingsplan Heereweg 190-192 te Schoorl
iedereen een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan worden ingediend. Vaststellingsfase Na de periode van terinzagelegging stelt de gemeenteraad het ontwerpbestemmingsplan, mogelijk met wijzigingen, binnen een periode van ten hoogste 12 weken vast. Beroepsfase Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad het vaststellingsbesluit bekend en legt het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage. Dit gebeurt als volgt: Indien Gedeputeerde Staten (GS) of de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) een zienswijze hebben ingediend die door de gemeenteraad niet volledig is overgenomen of indien de gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld, geschiedt bekendmaking en terinzagelegging 6 weken na vaststelling. Indien het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld en er gehoor is gegeven aan eventuele zienswijzen van GS en/of de ILT wordt het vaststellingsbesluit door de gemeenteraad uiterlijk 2 weken na vaststelling bekend gemaakt. Tevens wordt uiterlijk 2 weken na vaststelling het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Uiterlijk 6 weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er door belanghebbenden beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS).
Belanghebbenden zijn diegenen die tegen het ontwerpbestemmingsplan een zienswijze hebben ingediend en diegenen die hebben aangetoond in redelijkheid niet in de mogelijkheid zijn geweest om een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Indien geen beroep tegen het vastgestelde bestemmingsplan is ingediend, is het bestemmingsplan na afloop van de beroepstermijn onherroepelijk.
34
bestemmingsplan Heereweg 190-192 te Schoorl
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld naar aanleiding van een initiatief van een private partij. De kosten voor de bouw van de twee woningen en de kosten voor de noodzakelijke onderzoeken voor het voorliggende bestemmingsplan zullen door de initiatiefnemer worden gedragen. De kosten voor de gemeente betreffen de gebruikelijke kosten voor de planbegeleiding. Het plan betreft een ontwikkeling in de zin van artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening. In dit kader moet op grond van artikel 6.12 Wro de gemeenteraad een exploitatieplan vaststellen. Op grond van artikel 6.12, tweede lid Wro kan de gemeenteraad besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over met het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. Met de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst afgesloten, waarin het kostenverhaal geregeld is. Door de herziening van het voor de betreffende gronden geldende bestemmingsplan bestaat de kans dat door eigenaren van gronden in de directe omgeving van het plangebied bij de gemeente op grond van artikel 6.1 van de Wro een verzoek tot tegemoetkoming in de planschade wordt ingediend. De mogelijke kosten die samenhangen met deze tegemoetkoming in de planschade zullen door de initiatiefnemer worden gedragen. Hiervoor is tussen de gemeente Bergen en de initiatiefnemer een planschadeovereenkomst gesloten.
Op basis van deze overweging moet het voorliggende bestemmingsplan economisch uitvoerbaar worden geacht. De exploitatiekosten zijn derhalve anderszins verzekerd. Een exploitatieplan op grond van de Grondexploitatiewet is dan ook niet noodzakelijk. Dit betekent dat de uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan niet door onvoldoende economische uitvoerbaarheid wordt belemmerd.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Overleg Het plan is voor overleg ex artikel 3.1.1 Bro verstuurd aan het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) en provincie Noord-Holland. De reacties zijn als bijlagen 9 en 10 bij deze toelichting opgenomen. Reactie provincie Noord-Holland: De provincie heeft geen opmerkingen over het plan Reactie HHNK (zie ook bijlage 10) : Het HHNK heeft geen opmerkingen over het plan. Inspraak De initiatiefnemer heeft het plan besproken met omwonenden. Een kort verslag hiervan is in de bijlage 11 opgenomen. Daaruit blijkt dat omwonenden positief zijn over het plan en blij zijn dat de verrommelde situatie wordt beëindigd. Zienswijzen Het plan heeft in ontwerp vanaf 13 november tot en met 25 december 2020 ter inzage gelegen voor het kunnen indienen van zienswijzen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
35
bestemmingsplan Heereweg 190-192 te Schoorl vastgesteld
bestemmingsplan Bijlagen bij de toelichting
Heereweg 190-192 te Schoorl vastgesteld 28-12-2020
bestemmingsplan Heereweg 190-192 te Schoorl
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
5
Bijlage 1
Ecologische inventarisatie
7
Bijlage 2
Stikstofonderzoek
17
Bijlage 3
Kennisdocument Rugstreeppad
55
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek
79
Bijlage 5
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek
107
Bijlage 6
Advies RUD
201
Bijlage 7
Geuronderzoek
205
Bijlage 8
Watertoets
219
Bijlage 9
Overlegreactie Prov. Noord-Holland
223
Bijlage 10
Overlegreactie HHNK
227
Bijlage 11
Verslag overleg met omwonenden
231
3
bestemmingsplan Heereweg 190-192 te Schoorl
4
bestemmingsplan Heereweg 190-192 te Schoorl
Bijlagen bij de toelichting
5
bestemmingsplan Heereweg 190-192 te Schoorl
6
bestemmingsplan Heereweg 190-192 te Schoorl
Bijlage 1 Ecologische inventarisatie
7
Ecologische inventarisatie Heereweg 190192 Schoorl Opdrachtgever:
projectnummer: 022.33.50.01.00.02
Onderwerp:
Ecologische inventarisatie Heereweg 190-192 Schoorl
Datum:
03-09-2019
Aanleiding In verband met het plan voor de bouw van twee woningen aan de Heereweg 190 en 192 wordt een planologische procedure doorlopen. In dit kader dienen de effecten op beschermde natuurwaarden te worden onderzocht. Daarom is een ecologische inventarisatie uitgevoerd. Het doel hiervan is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb)1 of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de inventarisatie op 23 mei 2019 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. De weersomstandigheden waren: onbewolkt, droog, circa 18˚C en een zwakke wind. Plangebied en plannen Het plangebied betreft een braakliggend terrein van de naast elkaar gelegen percelen Heereweg 190 en 192 te Schoorl. Het terrein wordt aan de zuidwestzijde begrensd door de Heereweg, terwijl het plangebied aan de overige zijden grenst aan woonerven. Een groot deel van het plangebied wordt ingenomen door ruigte en grasland. Plaatselijk is wat kale grond aanwezig. Langs de randen is ook opgaande beplanting aanwezig in de vorm van loofbomen en struiken. Bebouwing en permanent oppervlaktewater ontbreken in het plangebied. Het plan bestaat uit de bouw van twee woningen in het plangebied, waarbij vegetatie verwijderd en grond vergraven wordt.
Het is niet uitgesloten dat ook een deel van de opgaande beplanting aan de randen van het plangebied wordt gekapt.
1
De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden.
Impressie van het plangebied (23 mei 2019)
Soortbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: -
alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4);
-
dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9);
-
nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11).
Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde ‘lijst met vrijstellingen’ opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. INVENTARISATIE Uit het raadplegen van de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF) via Quickscanhulp.nl (© NDFF quickscanhulp.nl 20-05-2019 15:39:48) blijkt dat binnen een straal van een kilometer rond het plan-
datum 03-09-2019
projectnummer 022.33.50.01.00.02
2
gebied veel beschermde dier- en plantensoorten bekend zijn. Een groot deel van deze soorten komt voor in het duingebied ten westen van het plangebied. Relevante soorten worden in onderstaande tekst behandeld. In het centrale deel van het plangebied zijn plantensoorten van pionier- en graslandvegetatie aangetroffen, zoals grote klaproos, rode klaver, zachte ooievaarsbek, gewone paardenbloem, akkerdistel, melkdistel, havikskruid, ringelwikke, knopig helmkruid, wilgenroosje, boerenwormkruid, honingklaver en kleine klaver. Aan de meer beschaduwde delen, langs de randen van het perceel, stonden soorten als hondsdraf, braam, fluitenkruid, akelei, ridderzuring, voederwikke, grote brandnetel, dagkoekoeksbloem en guldenroede. Deze soorten duiden op voedselrijke tot zeer voedselrijke omstandigheden. De opgaande beplanting bestaat uit soorten als es, gewone esdoorn, linde en gewone vlier. Uit de directe omgeving van het plangebied zijn de beschermde plantensoorten dennenorchis, kartuizer anjer en glad biggenkruid bekend (Quickscanhulp.nl). Dennenorchis groeit in voedselarme (duin)bossen, terwijl kartuizer anjer en glad biggenkruid zijn aangewezen op zandige schraalgraslanden. De soorten zijn te verwachten in het duingebied ten westen van het plangebied en zijn niet aangetroffen tijdens het veldbezoek.
In het voedselrijke en sterk verruigde plangebied ontbreekt geschikt biotoop voor deze en andere beschermde plantensoorten. Nesten van vogelsoorten met een jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaats zijn tijdens het veldbezoek niet waargenomen in de bomen aan de rand van het plangebied. Mogelijk vormt het plangebied wel een klein onderdeel van het foerageergebied van soorten als huismus, sperwer en ransuil. Het plangebied vormt wel geschikt broedbiotoop voor een aantal vogels van tuinen en parken, zoals zanglijster, winterkoning, vink, roodborst, groenling en houtduif. In de bomen binnen het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen voor vleermuizen geschikte ruimtes aangetroffen, zoals holtes, spleten of loszittende schors. Tijdens vleermuisonderzoek in 2014 is in het plangebied een kolonie met circa 30 gewone dwergveermuizen aangetroffen in de woning die destijds nog in het plangebied stond (Hemmers, 20142). Deze woning is ondertussen echter gesloopt en bebouwing ontbreekt. Een vleermuisverblijfplaats kan worden uitgesloten in het plangebied. Wel vormt het plangebied geschikt foerageergebied voor vleermuizen, zoals de uit de omgeving bekende gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis.
2
Hemmers, N. (2014). Afdoend onderzoek Herenweg 190-192 te Schoorl. Els&Linde B.V.
datum 03-09-2019
projectnummer 022.33.50.01.00.02
3
De opgaande beplanting in het plangebied vormt geen onderdeel van een doorlopende structuur, zodat niet valt te verwachten dat het plangebied onderdeel vormt van een essentiële vliegroute van vleermuizen. Het plangebied biedt geschikt leefgebied voor een aantal algemene grondgebonden zoogdiersoorten, zoals de uit de omgeving bekende soorten bosmuis, huisspitsmuis, rosse woelmuis en egel (Quickscanhulp.nl). Voor de te verwachten algemene soorten geldt in de provincie Noord-Holland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit de omgeving van het plangebied zijn ook enkele niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdiersoorten bekend, te weten eekhoorn, boommarter, bunzing, hermelijn en wezel (Quickscanhulp.nl). Nesten van eekhoorn en holtes die geschikt zijn als verblijfplaats van boommarter of eekhoorn zijn niet aangetroffen tijdens het veldbezoek. Ook zijn geen takkenhopen of opgeslagen materialen aanwezig die geschikt zijn als vaste verblijfplaats van bunzing, hermelijn en wezel. Mogelijk vormt het plangebied wel een klein onderdeel van het foerageergebied van bunzing, hermelijn en/of wezel. Voortplantingswater voor amfibieën en vissen ontbreekt in het plangebied.
Hooguit vormt het plangebied landbiotoop voor lage aantallen van enkele algemene amfibieën, zoals de uit de omgeving bekende gewone pad, bruine kikker en kleine watersalamander (Quickscanhulp.nl). Voor deze soorten geldt in de provincie Noord-Holland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor de meer kritische niet-vrijgestelde amfibieënsoort kamsalamander ontbreekt geschikt landbiotoop. Rugstreeppad is een pionierssoort die voor de voortplanting is aangewezen op ondiepe, snel opwarmende wateren. Ondanks een deels vergraafbare zandgrond, wordt niet verwacht dat de projectlocatie een belangrijk onderdeel is van het leefgebied van rugstreeppad. Op of in de directe omgeving van het plangebied ontbreken geschikte voortplantingswateren en bovendien vormt met name het hoger gelegen duingebied een veel geschikter landbiotoop en overwinteringslocatie. Mogelijk kunnen tijdens de voor- en najaarstrek enkele exemplaren van de soort in het plangebied opduiken. Tevens staat de soort er om bekend dat ze zich snel kan vestigen op braakliggende bouwterreinen. Het voorkomen van beschermde soorten uit de soortgroepen reptielen en ongewervelden is uitgesloten in het plangebied door het ontbreken van geschikt biotoop.
Zo is de uit de omgeving bekende zandhagedis aangewezen op zandige (duin)gebieden, terwijl de dagvlindersoort bruine eikenpage is aangewezen op bosranden en struwelen met eikenstruiken. De duinparelmoervlinder leeft in schrale duingraslanden met viooltjes. De uit de omgeving bekende dagvlindersoort grote vos leeft in warme bosgebieden en wordt in Noord-Holland af en toe als zwerver waargenomen. Deze en andere beschermde reptielen en ongewervelden komen niet voor in het plangebied.
datum 03-09-2019
projectnummer 022.33.50.01.00.02
4
TOETSING Indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, kunnen in gebruik zijnde nesten van vogels worden vernietigd, dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen tijdens de bouwfase kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. Het plangebied zal bij uitvoering van het plan mogelijk minder geschikt worden voor foeragerende vogels met jaarrond beschermde nesten en vleermuizen. Hetzelfde geldt voor bunzing, hermelijn en wezel. Het plangebied ligt echter in een groene omgeving, waar voor de te verwachten soorten in ruime mate alternatief en hoogwaardig leefgebied aanwezig is. Negatieve effecten op de te verwachten vogels, vleermuizen en grondgebonden zoogdiersoorten door verlies van foerageergebied treden dan ook niet op als gevolg van het plan. Uit de omgeving van het plangebied is de rugstreeppad bekend. Bij uitvoering van het plan gaat geen voortplantings- of belangrijk landbiotoop van rugstreeppad verloren.
Om effecten op zwervende individuen van rugstreeppad volledig uit te sluiten en kolonisatie van het plangebied tijdens de aanlegfase te voorkomen, wordt geadviseerd om een amfibieënscherm om de bouwplaats aan te brengen. In het kennisdocument Rugstreeppad zijn deze maatregelen in paragraaf 3.5 verder uitgewerkt. Dit kennisdocument is als bijlage 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen. In dat geval zijn geen negatieve effecten op rugstreeppad te verwachten. Als gevolg van het plan kunnen verblijfplaatsen van enkele algemene amfibieën- en zoogdierensoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Noord-Holland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb.
Gebiedsbescherming Voor onderhavig plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van Natura 2000-gebieden, geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe
datum 03-09-2019
projectnummer 022.33.50.01.00.02
5
werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. NATUURNETWERK NEDERLAND Het NNN (voorheen Ecologische Hoofdstructuur genoemd) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland, dat voldoende robuust is voor een duurzame verbetering van de omstandigheden voor de wilde flora en fauna en voor natuurlijke leefgemeenschappen. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het provinciale NNN is voor Noord-Holland uitgewerkt in de Structuurvisie Noord-Holland 2040 en de bijbehorende Provinciale Ruimtelijke Verordening. WEIDEVOGELLEEFGEBIED Vanuit het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid wordt buiten de NNN-gebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van weidevogelleefgebied. Hiertoe zijn specifieke gebieden aangewezen. INVENTARISATIE Het plangebied ligt op een afstand van ruim 50 meter van de dichtstbijzijnde in het kader van de Wnb beschermde gebied, te weten Natura 2000-gebied ‘Schoorlse Duinen’ ten zuidwesten van het plangebied. Dit Natura 2000-gebied is eveneens aangewezen als NNN. Op ruim 150 meter ten noordoosten van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde weidevogelleefgebied.
TOETSING Natura 2000-gebied Schoorlse Duinen is aangewezen als habitatrichtlijngebied. Voor dit gebied zijn 15 habitattypen aangewezen. Potentiële effecten op Natura 2000-gebied Schoorlse Duinen blijven beperkt tot externe werking doordat het plangebied is gelegen buiten het Natura 2000-gebied. Een toename van vermesting en verzuring door stikstofdepositie is één van de potentiële effecten die op kunnen treden. Om te bepalen of sprake is van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden is een Aerius-berekening uitgevoerd. De Aerius-berekening met de uitgangspunten voor de berekening en de resultaten is opgenomen in bijlage 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan. Uit de berekening komt naar voren dat significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden door verzuring of vermesting niet optreden als gevolg van het plan. Behalve stikstofdepositie zijn hooguit effecten mogelijk door optische verstoring en betreding van aangewezen vegetatietypen als gevolg van een toename van recreatie in het Natura 2000-gebied. Gezien het lage aantal van twee nieuwe woningen zal sprake zijn van een te verwaarlozen toename
datum 03-09-2019
projectnummer 022.33.50.01.00.02
6
van het aantal bezoekers aan de Schoorlse duinen. Dit zal zeker niet leiden tot (significant) negatieve effecten op aangewezen habitattypen, mede gelet op het grote aantal bezoekers in de huidige situatie. Gezien de huidige terreinomstandigheden, de afstand tot de NNN- en weidevogelleefgebieden en de aard van het plan, zijn met betrekking tot het voorgenomen plan geen negatieve effecten op in het kader van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid beschermde gebieden te verwachten. Deze inventarisatie geeft daarom geen aanleiding voor een nadere analyse in het kader van de gebiedenbescherming van de provinciale ruimtelijke verordening.
Conclusies Op basis van de uitgevoerde ecologische inventarisatie is gezien de aangetroffen terreinomstandigheden en de aard van het plan een voldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Uit de ecologische inventarisatie is naar voren gekomen dat aanvullend onderzoek in het kader van de Wnb of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet nodig is. Bij uitvoering van het plan moet rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Daarnaast wordt geadviseerd om voor de aanlegfase een amfibieënscherm om de bouwplaats aan te brengen om vestiging van rugstreeppad te voorkomen. In dat geval is geen sprake van verbodsovertredingen van de Wnb, zodat een ontheffing van de Wnb op voorhand niet nodig is. Het plan heeft geen negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van natuurlijke habitats en soorten. Voor deze activiteit is daarom geen vergunning op grond van de Wnb nodig. Het plan is daarnaast op het punt van provinciaal natuurbeleid niet in strijd met de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Op voorhand kan in redelijkheid worden gesteld dat natuurwet en -regelgeving de uitvoerbaarheid van het ruimtelijke plan niet in de weg staat.
datum 03-09-2019
projectnummer 022.33.50.01.00.02
7
bestemmingsplan Heereweg 190-192 te Schoorl
16
bestemmingsplan Heereweg 190-192 te Schoorl
Bijlage 2 Stikstofonderzoek
17
Bereke ning s tiks tofdep osi tie Hee rewe g 190 -192 te S ch oor l
D EFI NITIE F
Bereke ning s tiks tofdep osi tie Hee rewe g 190 -192 te S ch oor l
D EFI NITIE F
10 juni 2020 Projectnummer 022.33.50.01.0000
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Wettelijk kader
4
3
Ligging projectgebied
5
4
Invoergegevens AERIUS
6
4.1
Referentiesituatie
7
4.1.1
Gasverbruik woning, winkel en kantoor
7
4.1.2
Verkeersgeneratie woning, winkel, kantoor en fouragehandel
8
4.2
4.3 4.4
Aanlegfase (2021)
9
4.2.1
Emissie mobiele werktuigen op de locatie
9
4.2.2
Werkverkeer
9
Gebruiksfase (vanaf 2022)
9
4.3.1
9
Verkeersgeneratie woningen
Totale emissies
10
5
Model
11
6
Rekenresultaten en conclusie
13
10 juni 2020
1
Inleiding In het kader van het bestemmingsplan ‘Heereweg 190-192 te Schoorl’ is de depositie van stikstof ten gevolge van de bouw en het gebruik een tweetal woningen aan de Heereweg te Schoorl in de gemeente Bergen berekend. Het project maakt de bouw van twee vrijstaande woningen mogelijk op een locatie in het weinig stedelijk woonmilieu. De depositie van stikstof in Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling, alsmede van het verkeer van en naar de locatie is berekend met het programmapakket AERIUS (10 juni 2020). Deze notitie vormt een toelichting op de berekening.
Afbeelding 1 – Omvang projectgebied (bron: Google Earth Pro, d.d. 10-06-2020)
Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming bij vergunningaanvragen of bestemmingsplanprocedures. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 de ligging van het projectgebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Nature 2000-gebieden aan bod. Hoofdstuk 4 is gewijd aan de invoergegevens van het programmapakket AERIUS en hoofdstuk 5 geeft het model weer. In het laatste hoofdstuk worden de rekenresultaten en conclusies besproken.
10 juni 2020
3
2
Wettelijk kader De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bossen en specifieke dier- en plantsoorten. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is verankerd in het onderdeel gebiedsbescherming. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. In Nederland zijn 161 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten voor. Dit betekent dat een verdere toename van stikstofdepositie tot een negatief effect kan leiden. Derhalve dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of er stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Dit geldt voor een activiteit waar een omgevingsvergunning voor noodzakelijk is, maar ook voor een bestemmingsplan. Voor een bestemmingsplan is het namelijk noodzakelijk om de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand aan te tonen. Een te hoge stikstofdepositie kan tot een negatief effect leiden, waardoor de het bestemmingsplan onder dezelfde omstandigheden niet kan worden vastgesteld.
Saldering Om een ruimtelijke ontwikkeling of bestemmingsplan waarbij sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken, kan gebruik worden gemaakt van internof extern salderen. Door middel van salderen zorgt de initiatiefnemer er voor dat de netto stikstofemissie niet toe neemt. Dit kan door middel van het staken van stikstof emitterende activiteiten op de locatie zelf (intern salderen) of het staken van stikstof emitterende activiteiten op een locatie buiten het plangebied van de ruimtelijke ontwikkeling of het bestemmingsplan (extern salderen). Om intern te kunnen salderen moet er sprake zijn van één project of één locatie. Intern salderen kan gaan om het treffen van maatregelen aan een bestaand project of kan worden toegepast op nieuwe projecten op de locatie van een bestaand project. Bij extern salderen gaat het om verschillende projecten of plannen. Extern salderen wordt aangemerkt als een mitigerende of beschermende maatregel in de zin van artikel 6, lid 3 Habitatrichtlijn en moet dus plaatsvinden in het kader van een passende beoordeling. Stikstofregistratiesysteem Naast saldering bestaat er de mogelijkheid om voor woningbouwprojecten waarbij er sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken via het stikstofregistratiesysteem.
In dit stikstofregistratiesysteem wordt alle stikstofruimte van stikstof reducerende maatregelen, waaronder de verlaging van de maximumsnelheid op autosnelwegen naar 100 km/uur, opgeslagen. De door deze maatregelen beschikbaar gekomen ruimte kan voor maximaal 70 % worden besteed aan economische ontwikkelingen.
10 juni 2020
4
3
Ligging projectgebied Zoals in de inleiding is aangegeven is het projectgebied gelegen aan Heereweg 190-192 te Schoorl. Op de onderstaande afbeelding is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.
Afbeelding 2 – Ligging projectgebied ten opzichte van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden
De meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden zijn: -
Schoorlse Duinen, gelegen op een afstand van circa 0 km;
-
Abtskolk & De Putten, gelegen op een afstand van circa 2 km;
-
Noordzeekustzone, gelegen op een afstand van circa 3 km;
-
Noordhollands Duinreservaat, gelegen op een afstand van circa 4 km;
Hierbij dient wel te worden vermeld dat de Natura 2000-gebieden ‘ Abtskolk & De Putten’ en ‘Noordzeekustzone’ niet stikstofgevoelig zijn.
10 juni 2020
5
4
Invoergegevens AERIUS In AERIUS zijn standaard emissie-kengetallen opgenomen op basis waarvan de emissies van NOx en NH3 worden bepaald. Naast de bronnen van de gebouwen en mobiele werktuigen dienen ook de verkeersbewegingen op en van en naar het terrein in de berekeningen meegenomen te worden. Conform de “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator” dient de verkeersgeneratie beschouwd te worden totdat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval wanneer het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden. De aanlegfase en gebruiksfase zullen in verschillende jaren plaatsvinden en zijn daarom in twee aparte berekeningen opgenomen. Op het perceel was voorheen een fouragebedrijf met een winkel, kantoor en woning aanwezig. Deze zijn opgekocht en gesloopt met het eenduidige doel om de locatie te herontwikkelen. In deze berekening is daarom gebruik gemaakt van intern salderen waarbij de aanlegfase (berekening 1) en gebruiksfase (berekening 2) tegenover de referentiesituatie zijn gezet. Door de opdrachtgever is aangegeven dat de gebouwen gasloos worden uitgevoerd.
Dit betekent dat er geen rekening behoeft te worden gehouden met een emissie van NOx ten behoeve van de verwarming. Dit zal geborgd moeten worden in het desbetreffende bestemmingsplan of Omgevingsvergunning. Ten behoeve van de bouwwerkzaamheden en verkeersgeneratie van de woningen zijn de volgende invoergegevens in AERIUS gebruikt (afbeelding 4, afbeelding 5 en afbeelding 6).
10 juni 2020
6
4.1
Referentiesituatie
De referentiesituatie is de situatie zoals die bestond waarin er nog bebouwing aanwezig was in het plangebied voordat er werd gesloopt. Onderstaande afbeelding geeft de bebouwing in de referentiesituatie weer waarbij de verschillende functies van de bebouwing met kleur zijn aangegeven. Geel: bedrijfspanden voor opslag fourage, kunstmest, e.d. Rood: woonhuis (1e en 2e verdieping) Blauw: winkel (begane grond) Groen: kantoor (begane grond)
Afbeelding 3. Bebouwing in de referentiesituatie
4.1.1 Gasverbruik woning, winkel en kantoor (bron 1 in oude situatie berekening 1 en 2) Door de opdrachtgever is aangegeven er een winkel en kantoor (totale oppervlakte 250 m2) en een woonhuis (213 m2) waren gevestigd in het pand zoals aangegeven op bovenstaande afbeelding. Tezamen zijn deze in de AERIUS calculator ingevoerd als vlakbron. De bijbehorende emissie is verkregen uit factsheet 321-33671 afkomstig van de AERIUS website. Hierbij geldt een emissie van bestaande vrijstaande woningen van 3,59 kg NOx per jaar en 0,47 kg NH3 per jaar.
1
https://www.aerius.nl/nl/factsheets/ruimtelijke-plannen-emissiefactoren/05-07-2018
10 juni 2020
7
4.1.2 Verkeersgeneratie woning, winkel, kantoor en fouragehandel (bron 2 en 3 in oude situatie berekening 1 en 2) De verkeersgeneratie in de referentiesituatie is door de opdrachtgever aangeleverd en is als volgt opgebouwd:
40 ritten licht verkeer per etmaal (personenauto’s klanten en bewoners);
28 ritten zwaar (vracht) verkeer per etmaal (vrachtauto voor het aanleveren en wegbrengen van fourage, tractoren van klanten).
Bij de indeling van verkeer in licht, middelzwaar en zwaar (vracht)verkeer is uitgegaan van figuur 6.1 van de ‘Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2019’ (tabel 2) Tabel 2. Bepaling voertuigcategorieën (InfoMil) Categorie Alledaagse omschrijving Lichte motorvoertuigen
- alle personenauto’s - de meeste bestelauto’s - vrachtwagens met 4 wielen
Middelzware motorvoertuigen
- alle autobussen - vrachtwagens met 2 assen en 4 achterwielen
Zware motorvoertuigen
-vrachtwagens met 3 of meer assen - vrachtwagens met aanhanger
- trekkers met oplegger Hierbij geldt een emissie van 4,31 kg NOx per jaar.
10 juni 2020
8
4.2
Aanlegfase (2021)
4.2.1 Emissie mobiele werktuigen op de locatie (Bron 1) In de navolgende tabel zijn de invoergegevens van de mobiele werktuigen op de bouwlocatie weergegeven. Voor de berekening is uitgegaan van gemiddelden, gebaseerd op het bronbestand van BügelHajema Adviseurs2. Tabel 1. Emissie mobiele werktuigen bouwlocatie Functie Aantal Werktuig kW Bouw woningen
2 graafmachine 2 Kraan 2 betonstorter 2 Heistelling totale emissie NOx mobiele werktuigen
100 100 200 200
Belasting3 60% 50% 50% 50%
Emissie factor 0,3 0,4 0,4 0,4
Eenheid 8 8 4 4
u/ u/ u/ u/
won. won. won. won.
Draaiuren 16 uur 16 uur 8 uur 8 uur
Stage klasse IV IV IV IV
Emissie NOx 0,29 kg 0,32 kg 0,32 kg 0,16 kg 1,09 kg
4.2.2 Werkverkeer (Bron 2, 3 en 4) Wat betreft het werkverkeer is rekening gehouden met het volgende aantal ritten per jaar. Voor de berekening is uitgegaan van gemiddelden, gebaseerd op het bronbestand. -
licht verkeer 200 ritten/jaar;
-
middelzwaar vrachtverkeer 40 ritten/etmaal;
-
zwaar vrachtverkeer 8 ritten/etmaal
De totale emissie van het werkverkeer bedraagt minder dan één kg NOx/jr.
4.3
Gebruiksfase (vanaf 2022)
4.3.1 Verkeersgeneratie woningen (bron 2,3 en 4) In het model is het verkeer van en naar de woningen in de gebruiksfase opgenomen, waarbij gebruik is gemaakt van CROW publicatie 381, december 2018. Daarbij is gebruikgemaakt van de kencijfers voor ‘Koop , huis, vrijstaand’ (weinig stedelijk, rest bebouwde kom, max. 8,6 ritten per woning). Dit houdt in dat rekening moet worden gehouden met naar boven afgerond 18 lichte verkeersbewegingen per etmaal. 2
Voor de invoergegevens van mobiele werktuigen op de locatie is gebruik gemaakt van aannames afkomstig uit een door
BügelHajema Adviseurs bijgehouden bronbestand. Dit bronbestand bevat gemiddelde cijfers over de inzet van mobiele werktuigen op de locatie en zijn verkregen door jarenlange ervaring met stikstofberekeningen. 3
De belasting is het vermogen van het mobiele werktuig wat gemiddeld gebruikt wordt.
10 juni 2020
9
Bij de indeling van verkeer in licht, middelzwaar en zwaar (vracht)verkeer is uitgegaan van figuur 6.1 van de ‘Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2019’ (tabel 2) Tabel 2. Bepaling voertuigcategorieën (InfoMil) Categorie Alledaagse omschrijving Lichte motorvoertuigen
- alle personenauto’s - de meeste bestelauto’s - vrachtwagens met 4 wielen
Middelzware motorvoertuigen
- alle autobussen - vrachtwagens met 2 assen en 4 achterwielen
Zware motorvoertuigen
-vrachtwagens met 3 of meer assen - vrachtwagens met aanhanger - trekkers met oplegger
Hierbij geldt een emissie van de verkeersgeneratie van woningen in de gebruiksfase van ongeveer 0,18 kg NOx/jr.
4.4
Totale emissies
De totale emissie van het project in de referentiefase bedraagt ongeveer 7,91 kg NOx/jr. De totale emissie van het project in de aanlegfasefase bedraagt ongeveer 1,11 kg NOx/jr. De totale emissie van het project in de gebruiksfase bedraagt ongeveer 0,18 kg NOx/jr.
10 juni 2020
10
5
Model De emissie en depositie van het plan zijn bepaald met behulp van het AERIUS pakket (10 juni 2020). In de berekening is uitgegaan van het rekenjaar 2021 voor de aanlegfase en 2022 voor de gebruiksfase. Indien het project later zal worden uitgevoerd, kan deze berekening als worst-case worden beschouwd. In latere rekenjaren zal de emissiefactor van onder andere verkeersbewegingen namelijk afnemen. Navolgend zijn van de modellen een afbeelding opgenomen.
Afbeelding 4 - AERIUS model referentiesituatie
Afbeelding 5 - AERIUS model aanlegfase
10 juni 2020
11
Afbeelding 6 – AERIUS model gebruiksfase
10 juni 2020
12
6
Rekenresultaten en conclusie De berekeningen met AERIUS genereren een rekenresultaat en een pdf bestand waarin wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Deze pdf bestanden zijn als bijlage opgenomen.
Afbeelding 7 - Rekenresultaat aanlegfase
Afbeelding 8 - Rekenresultaat gebruiksfase
10 juni 2020
13
Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Omdat er sprake is van intern salderen is een vergunning van de Wnb is in het kader van de stikstofdepositie echter wel nodig.
10 juni 2020
14
Colofon Rapport BügelHajema Adviseurs
BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Balthasar Bekkerwei 76 8914 BE Leeuwarden T 058 215 25 15 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Oud en Nieuw Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RWwtX5ZALA8e (10 juni 2020) pagina 1/10
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
D.L.M. Mengvoeders bv
Heereweg 190/192, 1871 EN Schoorl
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Bestemmingsplan Heereweg 190-192 te Schoorl
RWwtX5ZALA8e
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
10 juni 2020, 17:17
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Situatie 1
Situatie 2
Verschil
NOx
7,91 kg/j
1,11 kg/j
-6,80 kg/j
NH3
< 1 kg/j
< 1 kg/j
-0,09 kg/j
Resultaten
Natuurgebied
Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)
Uw berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Toelichting
Bestemmingsplan Heereweg 190-192 te Schoorl Realisatie 2 woningen -Aanlegfase (2021) -Intern salderen
Resultaten
Oud Nieuw
RWwtX5ZALA8e (10 juni 2020) pagina 2/10
Resultaten
Locatie Oud
Emissie Oud
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
-
3,60 kg/j
Verkeersgeneratie woning, winkel en fouragehandel Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,07 kg/j
Verkeersgeneratie woning, winkel en fouragehandel Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
3,24 kg/j
Gasverbruik woning, winkel en kantoor Wonen en Werken | Woningen
Resultaten
Oud Nieuw
RWwtX5ZALA8e (10 juni 2020) pagina 3/10
Resultaten
Locatie Nieuw
Emissie Nieuw
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
-
1,09 kg/j
bouwverkeer woningen Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
bouwverkeer woningen Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
bouwverkeer woningen Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
bouwlocatie 2 woningen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
Resultaten
Oud Nieuw
RWwtX5ZALA8e (10 juni 2020) pagina 4/10
Resultaten
Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden
Natuurgebied
Schoorlse Duinen
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
0,01
0,00
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
0,00
(mol/ha/j)
*
Resultaten
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Oud Nieuw
RWwtX5ZALA8e (10 juni 2020) pagina 5/10
Resultaten
Resultaten per habitattype
Schoorlse Duinen Habitattype
(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat
H2180Abe Duinbossen (droog), berken-eikenbos
0,01
0,00
0,00
H2130B Grijze duinen (kalkarm)
0,01
0,00
0,00
H2150 Duinheiden met struikhei
0,01
0,00
- 0,01
*
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Oud Nieuw
RWwtX5ZALA8e (10 juni 2020) pagina 6/10
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam
Oud
Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Verkeersgeneratie woning, winkel en fouragehandel 107103, 525569 1,07 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
40,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
28,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Gasverbruik woning, winkel en kantoor 107114, 525569 1,0 m 0,0 ha 0,5 m 0,000 MW Continue emissie 3,60 kg/j
Verkeersgeneratie woning, winkel en fouragehandel 107097, 525559 3,24 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
20,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
14,0 / etmaal NOx NH3
2,92 kg/j < 1 kg/j
Oud Nieuw
RWwtX5ZALA8e (10 juni 2020) pagina 7/10
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Nieuw
NOx
Voertuig
Omschrijving
AFW
Brandstof verbruik (l/j)
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
graafmachine 100 kW 8 uur/woning
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
AFW
hijskraan 100 kW 8 uur/woning
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
AFW
betonmixer 200 kW 4 uur/woning
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
AFW
Heistelling 200 kW 4 uur/woning
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
bouwlocatie 2 woningen 107114, 525579 1,09 kg/j
Soort
Voertuig
Standaard
bouwverkeer woningen 107094, 525578 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
200,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
40,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
8,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Oud Nieuw
RWwtX5ZALA8e (10 juni 2020) pagina 8/10
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
100,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
20,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
4,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
bouwverkeer woningen 107117, 525559 < 1 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Standaard
bouwverkeer woningen 107096, 525559 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
100,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
20,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
4,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Oud Nieuw
RWwtX5ZALA8e (10 juni 2020) pagina 9/10
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200403_6c571f9654 Database versie 2019A_20200403_6c571f9654 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
Oud Nieuw
RWwtX5ZALA8e (10 juni 2020) pagina 10/10
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Oud en Nieuw Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RqhBpFQbfs3h (10 juni 2020) pagina 1/10
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
D.L.M. Mengvoeders bv
Heereweg 190/192, 1871 EN Schoorl
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Bestemmingsplan Heereweg 190-192 te Schoorl
RqhBpFQbfs3h
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
10 juni 2020, 17:34
2022
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Situatie 1
Situatie 2
Verschil
NOx
7,82 kg/j
< 1 kg/j
-7,64 kg/j
NH3
< 1 kg/j
< 1 kg/j
-0,08 kg/j
Resultaten
Natuurgebied
Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)
Uw berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Toelichting
Bestemmingsplan Heereweg 190-192 te Schoorl Realisatie 2 woningen -Gebruiksfase (2022) -Intern salderen
Resultaten
Oud Nieuw
RqhBpFQbfs3h (10 juni 2020) pagina 2/10
Resultaten
Locatie Oud
Emissie Oud
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
-
3,60 kg/j
Verkeersgeneratie woning, winkel en fouragehandel Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,05 kg/j
Verkeersgeneratie woning, winkel en fouragehandel Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
3,17 kg/j
Gasverbruik woning, winkel en kantoor Wonen en Werken | Woningen
Resultaten
Oud Nieuw
RqhBpFQbfs3h (10 juni 2020) pagina 3/10
Resultaten
Locatie Nieuw
Emissie Nieuw
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
-
-
verkeer woningen Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
verkeer woningen Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
verkeer woningen Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
bouwlocatie 2 woningen Wonen en Werken | Woningen
Resultaten
Oud Nieuw
RqhBpFQbfs3h (10 juni 2020) pagina 4/10
Resultaten
Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden
Natuurgebied
Schoorlse Duinen
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
0,01
0,00
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
0,00
(mol/ha/j)
*
Resultaten
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Oud Nieuw
RqhBpFQbfs3h (10 juni 2020) pagina 5/10
Resultaten
Resultaten per habitattype
Schoorlse Duinen Habitattype
(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat
H2180Abe Duinbossen (droog), berken-eikenbos
0,01
0,00
0,00
H2130B Grijze duinen (kalkarm)
0,01
0,00
- 0,01
H2150 Duinheiden met struikhei
0,01
0,00
- 0,01
*
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Oud Nieuw
RqhBpFQbfs3h (10 juni 2020) pagina 6/10
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam
Oud
Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Verkeersgeneratie woning, winkel en fouragehandel 107103, 525569 1,05 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
40,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
28,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Gasverbruik woning, winkel en kantoor 107114, 525569 1,0 m 0,0 ha 0,5 m 0,000 MW Continue emissie 3,60 kg/j
Verkeersgeneratie woning, winkel en fouragehandel 107097, 525559 3,17 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
20,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
14,0 / etmaal NOx NH3
2,87 kg/j < 1 kg/j
Oud Nieuw
RqhBpFQbfs3h (10 juni 2020) pagina 7/10
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Nieuw
Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Oud Nieuw
bouwlocatie 2 woningen 107114, 525579 1,0 m 0,0 ha 0,5 m 0,000 MW Continue emissie verkeer woningen 107094, 525578 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
9,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
verkeer woningen 107117, 525559 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
9,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
RqhBpFQbfs3h (10 juni 2020) pagina 8/10
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Oud Nieuw
verkeer woningen 107096, 525559 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
9,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
RqhBpFQbfs3h (10 juni 2020) pagina 9/10
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200403_6c571f9654 Database versie 2019A_20200403_6c571f9654 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
Oud Nieuw
RqhBpFQbfs3h (10 juni 2020) pagina 10/10
bestemmingsplan Heereweg 190-192 te Schoorl
Bijlage 3 Kennisdocument Rugstreeppad
55
Leidseveer 2 3511 SB Utrecht t 085 - 486 22 22 f 085 - 486 22 33
Kennisdocument
Rugstreeppad Bufo calamita
info@bij12.nl
Versie 1.0, juli 2017 bij12.nl
Dit is een publicatie van BIJ12
Inhoudsopgave Leeswijzer
2
1
De rugstreeppad
6
1.1 Soortkenmerken
6
1.2 Leefwijze
6
2
3
4
5
1.3 Voedsel
6
1.4 Voortplantingsplaatsen, rustplaatsen en (functionele) leefomgeving
7
1.5 Verspreiding en aantalsontwikkeling
8
1.6 Populaties
9
Benodigd ecologisch onderzoek
11
2.1 Inleiding
11
2.2 Het aantonen van aanwezigheid of van afwezigheid
11
2.3 Het bepalen van de effecten van de activiteiten
16
Mogelijke maatregelen ten gunste van de rugstreeppad
20
3.1 Werken buiten kwetsbare perioden
20
3.2 Faseren activiteiten in ruimte en tijd
22
3.3 Verbeteren habitat in bestaand leefgebied
22
3.4 Realiseren van nieuw leefgebied
23
3.5 Ontoegankelijk maken van het werkgebied
25
3.6 Wegvangen en verplaatsen exemplaren of ei-snoeren van rugstreeppadden
26
3.7 Aanpassen werkapparatuur of werkwijze
27
3.8 Inschakelen rugstreeppaddeskundige
27
3.9 Opstellen ecologisch werkprotocol
28
Activiteiten: effecten en te nemen maatregelen
29
4.1 Effecten van verschillende typen activiteiten
29
4.2 In aanmerking komende maatregelen bij verschillende typen activiteiten
30
Bronnen
33
Colofon
35
BIJLAGE 1 Wet natuurbescherming
36
Rugstreeppad | Bufo calamita Kennisdocument | Versie 1.0 Juli 2017
Dit is een publicatie van BIJ12 I Werkt voor Provincies
Leeswijzer
Inleiding
Dit document is opgebouwd uit vier hoofdstukken die los van elkaar, maar ook in samenhang met elkaar
Waarom een kennisdocument
te lezen zijn. Het is niet noodzakelijk om dit document van voor tot achter door te lezen. Elk hoofdstuk
De rugstreeppad is een beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 3.5 van de Wet
heeft zijn eigen ingang. Afhankelijk van uw primaire vraag kunt u direct door naar één van deze vier
natuurbescherming op basis van het feit dat de soort is opgenomen in bijlage IV van de Habitatrichtlijn
hoofdstukken en zo nodig kunt u teruggrijpen op één van de andere hoofdstukken.
en is benoemd in Bijlage II van de Conventie van Bern. De rugstreeppad staat vermeld op de Rode lijst Amfibieën uit 2009 met de status ‘gevoelig’.
Hoofdstuk 1: ecologische informatie Wilt u meer weten over de rugstreeppad zelf dan kunt u inhoudelijke ecologische informatie over de
De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op de
rugstreeppad vinden in hoofdstuk 1. Hier vindt u bijvoorbeeld informatie over het type gebied waarin
rugstreeppad, onder andere:
zich rugstreeppadden kunnen bevinden en over waar de rugstreeppad zich voortplant of waar de
1.
rugstreeppad de winter doorbrengt. Hoofdstuk 2: ecologisch onderzoek Bent u vooral geïnteresseerd in welke gegevens u moet hebben en welk ecologisch onderzoek u
Het is verboden de rugstreeppad in zijn natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
2.
Het is verboden deze dieren opzettelijk te verstoren.
3.
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen.
wanneer moet uitvoeren om soepel de vereisten vanuit de soortbescherming in de natuurwetgeving te doorlopen, dan start u met hoofdstuk 2. Hier staat bijvoorbeeld beschreven op welke wijzen u de aan- of
In geval van overtreding van deze verboden bestaat er voor het bevoegd gezag een beginselplicht
afwezigheid van rugstreeppadden kunt aantonen en hoe u kunt aantonen dat de functionaliteit van een
tot handhaving. Dat kan leiden tot bestuursrechtelijke maatregelen in de vorm van een last onder
voortplantingsplaats of rustplaats van de rugstreeppad al dan niet behouden blijft.
bestuursdwang, een last onder dwangsom of een BSBm (Bestuurlijke strafbeschikking milieu). Overtreding van deze verboden is bovendien een economisch delict en kan leiden tot strafrechtelijke
Hoofdstuk 3: maatregelen
vervolging. De wet voorziet in een algemene bevoegdheid voor de bevoegde gezagen (de provincies en
Hoofdstuk 3 geeft voorbeelden van maatregelen ten gunste van de rugstreeppad die u bij uw activiteiten
in sommige gevallen het Ministerie van Economische Zaken) om onder voorwaarden een ontheffing of
kunt nemen. Het nemen van één of meer van deze maatregelen stelt u in staat om negatieve effecten
vrijstelling te verlenen van de verboden (artikel 3.8).
C
van uw activiteiten op de rugstreeppad geheel of zoveel mogelijk te voorkomen. Hiermee kunt u mogelijk een overtreding voorkomen. In het geval dat een overtreding niet te voorkomen valt, kunnen
Wat staat erin?
dit maatregelen zijn die genomen moeten worden om in aanmerking te komen voor een ontheffing. De
Een kennisdocument geeft voor een soort een overzicht van vaak in aanmerking komende maatregelen
provincie waar u voornemens bent de activiteit te ontplooien, beoordeelt of deze maatregelen afdoende
die genomen kunnen worden als deze beschermde soort aanwezig is in of nabij een gebied waar
zijn.
ruimtelijke activiteiten plaats gaan vinden. Dergelijke maatregelen voorkomen of verminderen negatieve effecten op de soort als gevolg van die voorgenomen activiteiten. Verder beschrijft een kennisdocument
Hoofdstuk 4: activiteiten, effecten en te nemen maatregelen
de kenmerkende ecologische aspecten en de wijze waarop de aanwezigheid (of de afwezigheid) van de
Hoofdstuk 4 heeft als ingang een aantal veel voorkomende activiteiten met een mogelijk negatief effect
soort kan worden aangetoond.
op de rugstreeppad. Daaraan zijn in de vorm van een matrix een aantal te nemen maatregelen ten gunste van de rugstreeppad gekoppeld. Niet alle activiteiten zullen effecten hebben op rugstreeppadden. Voor
Dit kennisdocument Rugstreeppad 2017 vervangt de soortenstandaard Rugstreeppad uit 2014 die
de meest voorkomende activiteiten staat hier indicatief aangegeven welke maatregelen ten gunste van