CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

Bij 15. Eindrapport bouwen aan SORA.pdf

Gemeenteraad 7 november 2023, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 12: Voorstel betreft het vaststellen van 8 verordeningen (op het gebied van werk, geldzaken, inburgering) van de gemeenschappelijke regeling Zaffier30.053 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

PAGINA 37 VAN 102

schuldhulpverlening is ingebed op deze afdeling om de belemmering tot mee doen zoveel mogelijk te voorkomen. Deze afdeling zorgt voor financiële stabiliteit, waardoor de inwoner rust in zijn hoofd krijgt om mee te kunnen doen. Belangrijkste externe verbindingen Naast de interne verbindingen heeft dit clusterverbindingen met de lokale toegang en de wijkteams. De formatie bedraagt 80 fte, als volgt onderverdeeld: •

Inkomensconsulenten, incl. Sociale Recherche: 35 fte

•

Schuldhulpverlening & sociaal.nl: 15 fte

•

Uitkeringsadministratie, financiële administratie en invordering: 17 fte

•

KCC: 5 fte

•

BBZ & overige minima: 8 fte

•

Teammanagers: 3

PAGINA 38 VAN 102

Cluster Werkbedrijf

Werkvelden Montage & Verpakken, Werken op Locatie, Detacheren, Ontwikkelen & assessments. Rol binnen SORA In dit cluster staat het organiseren van werk binnen SORA centraal. De acquisitie van nieuwe opdrachten gebeurt vanuit dit cluster, waarbij er aandacht is voor de samenwerking met het WSP. Inwoners kunnen ook vanuit het cluster Re-integratie & Participatie bij het werkbedrijf worden geplaatst als stap op weg naar een baan. Het werkbedrijf is de plek waar inwoners met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt hun eerste ervaring als werknemer kunnen opdoen om daarmee hun kansen op regulier betaald werk vergroten. Het werkbedrijf biedt mensen de mogelijkheid om te werken, werkfit te worden en te blijven en om uitgerust met de juiste ervaring, diploma’s of ondersteuning door te stromen naar de reguliere arbeidsmarkt. Dit alles geldt zowel voor inwoners met een indicatie SW of Beschut Werk als ook voor inwoners met een beperkte loonwaarde waarvan gebleken is dat zij op eigen kracht niet in staat zijn de arbeidsmarkt te

PAGINA 39 VAN 102

betreden. Het werkbedrijf is er ook voor werkgevers die deze groep werk willen bieden en daarmee invulling geven aan hun sociaal werkgeverschap. Team Montage & Verpakken zorgt voor een beschutte en veilige werkplek, voor inwoners die door hun lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een zodanige mate van begeleiding een aanpassingen van de werkplek nodig hebben, dat van een reguliere werkgever niet mag worden verwacht dat zij/hij deze mensen in dienst neemt. Belangrijkste externe verbindingen Naast de interne verbindingen heeft dit clusterverbindingen met de lokale toegang, de werkgevers in de regio, het sociaal domein, het UWV, andere WSP’s in de regio, RPA en het onderwijs. De ambtelijke formatie bedraagt 38 fte, inclusief leiding. Dit is als volgt onderverdeeld: •

Externe werkgelegenheid: 30 fte

•

Interne werkgelegenheid & uitvoering: 8 fte

Daarnaast werkt 746 fte bij Montage & verpakkingen of bij externe werkgevers. Cluster Beleid, Innovatie & kwaliteit

PAGINA 40 VAN 102

Werkvelden Beleidsadvisering, Bezwaar & beroep, Kwaliteit, Data, Opleiding & scholing, Interne controle. Rol binnen SORA In dit cluster wordt in opdracht van het bestuurlijke opdrachtgeversoverleg of vanuit een individuele gemeenten indien deze een eigen lokale kleur wil toevoegen, geadviseerd over het te voeren strategisch en tactisch beleid. Daarnaast wordt hier de kwaliteitsbewaking vormgegeven, omdat deze ook input is voor beleidsontwikkeling. Gescheiden van de uitvoering wordt ook bezwaar & beroep hier uitgevoerd. Een belangrijke rol voor dit cluster is ook het ontwikkelen en aanjagen van innovaties. Pilots starten onder de paraplu van het cluster Beleid, Innovatie & Kwaliteit en kunnen vervolgens ergens anders binnen SORA worden ondergebracht. Beleid moet ontwikkeld worden vanuit een breed draagvlak. We werken samen binnen het sociaal domein, met onze stakeholders, inwoners, maar betrekken ook de uitvoering van SORA nadrukkelijk bij het beleid. Ons beleidsproces eindigt niet na het vaststellen van bijvoorbeeld de beleidsregels. We informeren actief aan het college en de raad middels dashboards, we dragen bij aan de landelijke benchmarks en verschillende monitors die er vanuit het ministerie komen. We bieden inzicht in wat we doen, hoe we het doen en sturen bij waar nodig. Team Data speelt hierin een belangrijke rol.

Belangrijkste externe verbindingen Naast de interne verbindingen heeft dit cluster verbindingen met de opdrachtgevers bij de gemeenten, de portefeuillehouders en de regievoerders. Met beleidsadviseurs binnen de gemeenten rond economie, onderwijs, jeugd, zorg en welzijn wordt vanuit beide kanten collegiaal samengewerkt. Regionaal zijn er verbindingen met het Regionaal Platform Arbeidsmarktbeleid Noord-Holland Noord. De formatie bedraagt 24 fte.

PAGINA 41 VAN 102

Cluster Bedrijfsvoering

Werkvelden Facilitair, communicatie, algemeen (privacy, juridisch, secretariaat), financieel adviseurs, ICT, HR, financiële en salarisadministratie. Rol binnen SORA Het cluster bedrijfsvoering is ondersteunend voor het realiseren van een goede dienstverlening aan onze inwoners. Ze zorgen voor procesoptimalisatie en risicomanagement en zijn verantwoordelijk voor personeelszaken en de financiële administratie en advisering. Zij bieden ondersteuning aan de producten van de P&C cycli. De gehele facilitaire ondersteuning met betrekking tot schoonmaak, technische dienst, wagenpark en pand onderhoud van het huidige WNK is hierin ook belegd. De uitvoering van deze ondersteuning gebeurt door medewerkers van de afdeling werkbedrijf.

PAGINA 42 VAN 102

Belangrijkste externe verbindingen Naast de interne verbindingen heeft dit cluster verbindingen met de afdelingen bedrijfsvoering van de gemeenten en de gemeentelijke financials. De ambtelijke formatie bedraagt 70 fte. Daarnaast werkt ruim 30 fte bij de afdeling facilitair op gebied van kantine, schoonmaak, receptie en de technische ondersteunende dienst. De ambtelijke formatie is als volgt onderverdeeld: •

Algemeen, juridisch, secretarieel en communicatie: 8 fte

•

ICT: 12 fte

•

HRM en personeelsadministratie: 19 fte

•

Financiële, salaris en trajectadministratie: 20 fte

•

Facilitair (ambtelijk): 8 fte

•

Teammanagers: 4 fte

Het managementteam

PAGINA 43 VAN 102

Het MT wordt gevormd door de clustermanagers (de managers die de vijf clusters aansturen), de algemeen directeur en de staf bestaande uit de concern controller en de strategisch beleidsadviseur. De concern controller, de strategisch beleidsadviseur én de clustermanagers komen onder aansturing van de directeur. De concerncontroller is een onafhankelijke positie binnen SORA die kaders stelt en toezicht houdt op de P&C-cyclus en adviserend is aan de directeur en het MT. De concerncontroller is ook bevoegd indien noodzakelijk zich rechtstreeks tot het DB en/of AB te richten. De concerncontroller stuurt rechtstreeks de IC-medewerkers aan. De strategisch adviseur heeft als rol het contact te onderhouden met de deelnemende gemeenten en te zorgen voor een goede aansluiting tussen de beleidsinhoudelijke P&Ccycli van de gemeenten en die van SORA, en contacten te onderhouden met de strategisch adviseurs van de gemeenten en de individuele portefeuillehouders over beleidskaders en dienstverlening. Indien wenselijk geacht door de directeur of een MT-lid kunnen uit de organisatie management of medewerkers voor hen relevante thema’s aansluiten op de MT-vergaderingen, bijvoorbeeld de teammanager P&O of de teammanager ICT, of een beleidsmedewerker of projectleider.

De medewerkers Arbo en Privacy vanuit het cluster Bedrijfsvoering kunnen indien noodzakelijk zich direct tot de algemeen directeur wenden om hun onafhankelijke positie te borgen. De formatie van het MT bedraagt 8 fte. Totale formatie en oorsprong De totale formatie bedraagt 1070 FTE: 323 FTE ambtelijk (incl. facilitair medewerkers) en 746 FTE overige functies binnen het werkbedrijf. De formatie van Halte Werk en WNK wordt ondergebracht in SORA. Vanuit de DVO’s vanuit Alkmaar en Heerhugowaard/WLH komt formatie over die op dit moment bedrijfsvoeringstaken uitvoert voor Halte Werk. Vanuit de BUCH-werkorganisatie komt de formatie vanuit het volledige team Participatie en vanuit de teams Bedrijfsvoering en Beleid de medewerkers die zich bezighouden met de taken die straks bij SORA worden uitgevoerd. ICT Een belangrijke drager van SORA is de ICT. De inwoners die om ondersteuning vragen van SORA moeten dat ook digitaal kunnen doen, de medewerker moet zich goed ondersteund weten met een goed werkende ICT-infrastructuur. De organisaties die SORA gaan vormen hebben de ICT uitbesteed. Dat wordt ook het uitgangspunt voor SORA voor wat betreft de ICT-ondersteuning: wat buiten de deur kan, gaan we buiten de deur organiseren.

Dat gaat dan bijvoorbeeld om: - De infrastructuur en het beheer ervan; - Gebruik van Saas- en webapplicaties als ontwikkeling; - Cloudtelefonie (geen centrale op locatie); - Uitvoering Mobile Device Management (MDM) (MDM-spelregels zelf).

PAGINA 44 VAN 102

In de gewenste situatie beschikt SORA over één infrastructuur, die wordt beheerd door een externe partij en waar medewerkers tijd- en locatieonafhankelijk gebruik van kunnen maken. SORA maakt zoveel mogelijk gebruik van Saas- en webapplicaties. Voor de functionele gebieden waar dat nodig is, zijn selectietrajecten doorlopen voor een applicatiekeuze. Als zo’n keuze heeft geleid tot een nieuwe applicatie, dan is de implementatie afgerond en deze nieuwe applicatie in gebruik genomen. De meeste applicaties voor SORA zijn al Saas/webapplicaties. De kernapplicaties Suite (Centric, Participatiewet) en Allegro (Kred’it, schuldhulpverlening) zijn dit nog niet. In de gewenste situatie logt een medewerker in op zijn of haar device, bijvoorbeeld een laptop, en kan dan de SORA-applicaties gebruiken die beschikbaar worden gesteld via de SORA-omgeving of via het internet. De medewerkers maken gebruik van Microsoft 365 voor e-mail, agenda en samenwerking (Teams). Agenda delen tussen medewerkers is mogelijk. Er wordt rekening gehouden met de mogelijkheid te printen op de diverse locaties.

PAGINA 45 VAN 102

De gewenste ICT-architectuur ziet er dan als volgt uit:

I&A-0rganisatie Het uitgangspunt om de ICT uit te besteden heeft ook effect op de benodigde I&A-organisatie. Dat wordt een regieorganisatie, maar wel met eigen adviseurs, functioneel beheerders en servicedesk medewerkers zodat de optimalisatie van procesondersteuning en digitalisering dichtbij medewerkers en klant kan worden georganiseerd. De verwachte formatie zoals hierboven bij Bedrijfsvoering voor ICT is opgenomen is de formatie die de werkgroep op dit moment kan inschatten, en is nog afhankelijk van de definitieve keuze van een startvariant. Verder kan verwacht worden dat in de eerste fase aanvullende inzet nodig is voor het opstarten van de ICT voor SORA.

Startvariant ICT De gewenste situatie is bij de start van SORA nog niet bereikt. Daarvoor heeft de werkgroep een startvariant uitgewerkt. De beoogde startvariant borduurt voort op de situatie bij WNK, die gebruikmaakt van de ICT-voorzieningen van leverancier Lemontree. Er komt een SORA-omgeving die Lemontree gaat

PAGINA 46 VAN 102

beheren. Vanaf het device, bijvoorbeeld een laptop, logt een medewerker in op de omgeving van WNK, dan wel op de omgeving van Alkmaar, die de komende tijd de hosting van de applicaties van SORA blijft doen. In de voorbereiding op de startvariant wordt de BUCH Participatiewet-data uit de Suite van BUCH overgeheveld naar de Suite van BUCH. Alle klantgegevens Participatiewet zijn dan beschikbaar in één SORA Suite. De Suite wordt voorbereid op het beleid en de processen van SORA. De overige applicaties die nu in gebruik zijn blijven beschikbaar voor de medewerkers. Alle medewerkers maken gebruik van Microsoft 365, hebben een eigen SORA-e-mailadres en kunnen digitaal samenwerken (Teams). Hoewel er met meer technische omgevingen wordt gewerkt, zijn deze ‘aan de achterkant’ verbonden naar één Microsoft 365-omgeving. Agenda delen tussen de organisaties is mogelijk. Er wordt rekening gehouden met de mogelijkheid te printen op de diverse locaties. N.B. Het realiseren van de startvariant en het beheren ervan betekent een extra belasting voor de gemeente Alkmaar. Onderzocht wordt of en onder welke voorwaarden de Suite overgezet kan worden naar de Centric-cloud, zodat de belasting op Alkmaar wordt beperkt. Gericht wordt op realisatie van de startvariant per 1 april 2022. Tot die tijd wordt nog gebruik gemaakt van de huidige ICT-voorzieningen en inrichting van applicaties.

Voor de migratie wordt de Suite Halte Werk als uitgangspunt genomen. Daar worden de gegevens BUCH aan toegevoegd. Tijdens de implementatie wordt aandacht besteed aan verbetermogelijkheden in de inrichting van Suite Halte Werk op basis van de ervaringen met de inrichting bij BUCH. En waar nodig en al mogelijk wordt de inrichting aangepast aan de beoogde processen SORA. Telefonie, werkplekken en devices Uitgangspunt is dat SORA straks een eigen telefoonnummer heeft, los van de latende organisaties. Dit wordt een 088-nummer, zodat er geen problemen zijn met verschillende netnummers. Voor telefonie wordt aangesloten op de cloudtelefonie-oplossing die WNK gebruikt. Wel wordt gekeken of de oplossing is voorbereid op de aantallen Halte Werk (16.000x KCC, exclusief directe contacten) en BUCH. Uitgangspunt voor devices is een laptop, zodat ook het plaats onafhankelijk werken kan worden ondersteund. De werkplekken zijn of worden daarop voorbereid. WNK gaat de thin clients vervangen door laptops en deels PC’s. De fysieke ICT-werkplek voor WNK kan worden gehandhaafd. Voor BUCH-Pw en Halte Werk worden afspraken met BUCH en Halte Werk over het gebruik van gebouwgebonden voorzieningen (DVO). Hierin worden de fysieke ICT-werkplekken SORA meegenomen.

PAGINA 47 VAN 102

Consequenties Wat kan er dan per 1 april 2022? •

Medewerkers hebben een SORA-e-mailadres, SORA-agenda en kunnen gebruikmaken van een SORATeams-omgeving;

•

De BUCH-klanten en Halte Werk-klanten zijn overgezet naar één gezamenlijke Suite-omgeving (migratie, richting: BUCH-klanten naar Halte Werk-omgeving die bij Alkmaar dan wel in de Centric-

cloud draait). De Suite is ingericht op het SORA-beleid en de SORA-processen. •

Klanten van BUCH-gemeenten kunnen gebruikmaken van de digitale voorzieningen waarover Halte Werk-klanten nu al beschikken via Mijn Halte Werk;

•

SORA is aangesloten op GBA-V voor persoonsgegevens, de aansluiting op de BRP van Dijk en Waard die per januari nodig is, is weer ongedaan gemaakt;

•

SORA maakt voor toegang tot de gebouwen en ICT-werkplekken nog gebruik van de faciliteiten van de latende organisaties (toegangssystemen BUCH en Alkmaar);

•

Telefonie is ingericht voor SORA;

•

Alle ICT-contracten zijn omgezet naar een SORA-contract.

Wat betekent het voor BUCH? De BUCH hoeft geen Participatiewet-applicatie (Suite) meer te gebruiken. BUCH gebruikt de Suite ook voor Wmo en Jeugd. De Suite draait na de migratie gewoon door. BUCH kan de Participatiewet-data op enig moment, in overleg met account en PO/FG, verwijderen. Ook andere applicaties die specifiek voor de Participatiewet in gebruik zijn, bijvoorbeeld handboeken, kunnen worden uitgefaseerd. Voor gebouwgebonden diensten sluit SORA een DVO af met BUCH. Mogelijk dat medewerkers nog wel toegang nodig hebben tot de BUCH-omgeving voor het raadplegen van historie, en mogelijk voor de afstemming met wijkteams. Hierover moeten nog specifieke afspraken worden gemaakt. Wat betekent het voor WNK? Voor WNK is de verandering beperkt, vanwege het feit dat de huidige infrastructuur van WNK als uitgangspunt wordt genomen. Wel krijgen de medewerkers de beschikking over Microsoft 365, en worden thin clients vervangen. Wat betekent het voor Alkmaar? De startvariant houdt in dat de gemeente Alkmaar de ‘Halte Werk’-applicaties en -gebruikers nog twee jaar blijft ondersteunen. De groep gebruikers wordt uitgebreid met de ‘BUCH-Pw’-medewerkers, en het aantal klanten in de Suite wordt groter na de migratie.

In samenspraak met Lemontree en Alkmaar moet worden bepaald wat dit betekent voor de dienstverlening van Alkmaar, en hoe de ondersteuningsprocessen (bijvoorbeeld meldingsproces) gaan lopen. De huidig lopende DVO moet hierop worden aangepast.

PAGINA 48 VAN 102

N.B. Meer gebruikers en meer data betekenen een extra belasting voor Alkmaar. Nader onderzoek vindt plaats naar de mogelijkheid om de Suite naar de Centric-cloud te verplaatsen, zodat de belasting voor Alkmaar kan worden beperkt. Inkoop SORA wordt opgericht door en komt voor uit een aantal aanbestedende diensten. Dit betekent dat SORA ook een aanbestedende dienst wordt. Voor SORA zijn de aanbestedingsregels dan ook van toepassing. Het houdt in dat bij alle overeenkomsten die zij wenst te sluiten gekeken moet worden of deze aanbesteed moeten worden, en zo ja op welke wijze. De wijze waarop de contracten tot stand komen heeft de werkgroep in vijf categorieën onderverdeeld. A. Kosteloos contract B. Enkelvoudig onderhands contracten < 10.000 per jaar C. Contracten > 10.000 per jaar maar < 15.000 per jaar D. Meervoudig onderhandse contracten > 15.000 per jaar maar < 200.000 totaal E. Europees aanbestede contracten > 200.000 euro De waardes van alle ICT-contracten zijn beoordeeld aan de hand van deze categorieën. Per ICT-contract is in beeld welke inkoopmogelijkheid geldt. Op basis hiervan worden tijdens de implementatiefase afspraken gemaakt met de leveranciers. Van belang is te beseffen dat de beoordeling is gedaan op basis van de huidige waarde. Een nieuw contract voor een grotere organisatie kan leiden tot een andere waarde, en daarmee een andere inkoopcategorie.

Dit wordt tijdens de implementatiefase bepaald. Risico: Enkele contracten moeten Europees worden aanbesteed. Het is niet haalbaar een Europese aanbesteding uit te voeren voordat SORA start. Advies is om, ondanks te rechtmatigheid, later aan te besteden. BUCH heeft er bij de start op dezelfde wijze voor gekozen om na twee jaar aan te besteden. Gewenste cultuur en cultuurverandering Cultuur is ‘dat wat je met elkaar bent’ maar ook dat wat je ‘met elkaar uitstraalt’. Cultuur heeft niet alleen invloed op de interne organisatie en haar functioneren maar laat zich ook naar buiten zien; naar zowel de klant, de samenwerkingspartners en als werkgever. Het verbindingspunt van de verschillende organisaties is de klant/de inwoner, hier ligt het succes van SORA in alle opzichten. Ook voor cultuur ligt hier de verbinding, de herkenning dat eenieder voor hetzelfde resultaat werkt zorgt voor draagvlak en versterkt de samenwerking. ‘We’ willen hetzelfde bereiken, dat is de basis voor een gezamenlijke cultuur. Een sterke gezamenlijke cultuur zorgt voor een slagvaardige organisatie met een sterke identiteit. Een veilige werkomgeving is door de in de werkgroep Cultuur betrokken medewerkers als belangrijke gemeenschappelijke basis beschouwd.

Onder een veilige werkomgeving wordt verstaan dat elementen als respect, vertrouwen, transparantie, betrouwbaarheid en werkplezier ingebed zijn in communicatie(lijnen),

PAGINA 49 VAN 102

werkprocessen en overlegstructuren. Dit geldt zowel intern als extern, tussen de medewerkers onderling, de diverse clusters en teams en de hiërarchische lagen

Cultuur is, tot op zekere hoogte, te beïnvloeden. Om effectief de cultuur de gewenste richting op te begeleiden zijn effectieve inzet van sleutelfiguren en methoden van belang. Uiteraard is de rol van leidinggevende van groot belang in signaleren en begeleiden van wat er ‘leeft op de werkvloer’. Flexibiliteit en openheid in zaken, met daarbij oog houden op het belang van een gezamenlijk te vormen organisatie cultuur, is daarbij noodzakelijk. Korte lijnen, zichtbaarheid en benaderbaarheid, een management dat draagt, transparantie in het hoe en waarom van organisatieveranderingen etc. Het voornemen is om het nieuwe management te trainen in cultuurverandering. Een training op dit gebied zorgt voor een eenduidige blik vanuit de leidinggevenden waarmee zij al een aanzet geven tot de gezamenlijke cultuur. Meebewegen waar samenwerkingsverbanden ontstaan en begrip vinden waar weerstanden zijn. De cultuurverandering is al gestart en zou een vervolg moeten krijgen in de implementatiefase van SORA. Te denken valt aan activiteiten die gericht zijn op kennismaking al dan niet werk gerelateerd. Aandacht en vormgeven aan het afscheid nemen van het oude én het verwelkomen en inzichtelijk maken van het nieuwe. Een mogelijkheid creëren voor mensen om zich vrij uit te kunnen spreken en van waaruit kritische

PAGINA 50 VAN 102

signalen goed opgepakt kunnen worden door bijvoorbeeld een onafhankelijke partij. Ook dient aandacht te zijn voor de werkende doelgroep bij externe opdrachtgevers, hoe betrekken we die bij de cultuurverandering? Tevens is het plan om bij de uitwerking van bijvoorbeeld de hoofdprocessen rekening te houden met ieders werkwijze, en helderheid geven in de keuzen die worden genomen. De werkgroep cultuur zal tijdens de implementatiefase actief blijven. In het eerste jaar na de start gaan de adviezen van de werkgroep over het levend houden van de vorming van de cultuur, het stimuleren van wederzijds begrip en kennismaking tussen de mensen, de functies, de afdelingen etc. Er worden verdiepende teamsessies georganiseerd waarbij de manager onderdeel is van het team. Denk hierbij aan kernwaarden vaststellen, dit kan onder andere door organisatie/teamopstellingen (systemisch werk). Huisvesting speelt ook een rol in de vorming van cultuur, hoe is de onderlinge bereikbaarheid, hoe werkt het in de praktijk. Op langer termijn is het vooral belangrijk de continuïteit van bovenstaande in het oog te houden. Er moet een continuïteit blijven van streven naar de gewenste cultuur, meebewegend met de veranderingen en groei van de organisatie. Aandacht voor borging en beleving; evaluatie en meetmomenten.

Daarbij is het belangrijk dat de interventies gericht zijn op íets samen DOEN’ in plaats van alleen met elkaar praten. Personele aspecten De overgang van de drie organisaties naar SORA heeft logischerwijs gevolgen voor de mensen die er werken: drie organisaties vormen samen een nieuw bedrijf, de werkprocessen worden op elkaar afgestemd en dat kan betekenen dat werkwijzen en soms ook functies veranderen. Medewerkers uit de organisaties krijgen misschien nieuwe collega’s en een nieuwe leidinggevende. Het is belangrijk om de overgang voor medewerkers goed te regelen. Dat betekent niet alleen dat processen helder zijn, systemen zijn ingericht en dat gewerkt wordt aan de cultuur, zoals hierboven geschetst. Maar misschien nog wel belangrijker; dat medewerkers duidelijkheid hebben over hun toekomst binnen SORA. Overgang van Onderneming Bij de oprichting van SORA is de Wet Overgang van Onderneming van toepassing. Deze wet regelt dat er niemand wordt ontslagen als een organisatie in zijn geheel (zoals Halte Werk) of gedeeltelijk (zoals het onderdeel van de BUCH-werkorganisatie dat zich bezig houdt met de Participatiewet) samengaat met of opgaat in een andere organisatie. Ook zijn de bestaande arbeidsvoorwaarden gewaarborgd. In ons geval worden Halte Werk en het participatiedeel van de BUCH de ‘latende organisaties’ genoemd, die samengaan met de ‘ontvangende partij’ WNK.

WNK is de ontvangende partij omdat de GR van WNK wordt gewijzigd (zie hoofdstuk Governance). Medewerkers van de latende organisaties (Halte Werk en BUCH) gaan als gevolg van de overgang van onderneming mee naar SORA, in de eigen functie en met behoud van hun arbeidsovereenkomst, inschaling en overeengekomen arbeidsvoorwaarden. Medewerkers van de ontvangende partij ondervinden geen veranderingen, dus behouden ook hun eigen functie, arbeidsovereenkomst, inschaling en overeengekomen arbeidsvoorwaarden. We stellen voor hen dezelfde positie te geven als de ‘latende organisaties’, dus met dezelfde rechten die Overgang van Onderneming biedt.

PAGINA 51 VAN 102

Aandachtspunt is dat een deel van de bedrijfsvoeringstaken voor SORA nu wordt uitgevoerd door BUCHmedewerkers, die voor geheel BUCH werken en niet alleen voor de Participatiewet. Met deze medewerkers zal vóór de startdatum van SORA afspraken worden gemaakt over wel/niet meegaan naar SORA. Voorlopig uitgangspunt is dat als men voor meer dan 55% van de tijd werkzaam is voor taken die meegaan naar SORA, dat de medewerker zelf ook meegaat naar SORA. Reorganisatie en plaatsing Op 1 januari 2022 is SORA – onder een definitieve naam - een bestuurlijk-juridisch feit. Er is echter meer tijd nodig om de werkprocessen goed in kaart te brengen, om de ICT-structuur en systemen op orde te brengen en de organisatiestructuur, zoals in voorliggende paragrafen geschetst, in te richten. Het bij elkaar brengen van drie organisaties vergt aanpassingen in de processen en de bedrijfsvoering. Dat is onvermijdelijk, omdat er binnen de drie organisaties nu verschillend wordt gewerkt. Om de dienstverlening aan onze inwoners te garanderen, is een aanpassing van de organisatie nodig. In de werkgroep Hoofdprocessen is richting gegeven aan de nieuwe processen. De komende tijd zal dit een vervolg moeten krijgen voor meer processen. Ook zal er op meer detailniveau gekeken worden naar de teams en functies; welke taken worden waar uitgevoerd en door welke functionarissen.

Na een intensief voorbereidingsproces (zie hoofdstuk Implementatieplan) kan SORA op zijn vroegst op 1 april 2022 gaan werken op de manier zoals beoogd. Het is hiervoor nodig dat iedereen zijn/haar plek in de nieuwe organisatie heeft gevonden; binnen het juiste team en op de juiste functie. Daarvoor is een plaatsingsproces nodig. Hoe een dergelijk plaatsingsproces eruit ziet is met de voor ons geldende CAO’s en in het Burgerlijk Wetboek geregeld. We hanteren de volgende uitgangspunten: Voor alle medewerkers met een ambtenaren status (CAO SGO) geldt: Iedereen heeft per 1 april 2022 de garantie op behoud van werk met schaal en anciënniteit maar geen garantie op plaatsing in dezelfde (ist) functie en werkplek/standplaats. Er geldt: - mens volgt werk bij voorkeur via plaatsing in dezelfde functie of uitwisselbare functie conform de UWV spelregels (PAS) - Indien dit niet kan dan heeft men recht op begeleiding naar een andere passende functie (conform definitie van passend werk van UWV) - Bij het substantieel wijzigen van functies (en er is dus geen sprake van uitwisselbare functie) geldt dat medewerkers moeten solliciteren - Het zoeken naar een passende functie start zo snel mogelijk nadat duidelijk is dat medewerker niet geplaatst kan worden in dezelfde of uitwisselbare functie.

Indien vóór 1 april 2022 geen passende functie is gevonden, vindt begeleiding plaats gedurende het ‘van werk naar werk traject’ – over een periode van 2 jaar na de ingangsdatum. Bij voorkeur heeft de medewerker vóór 1 april 2022 al zicht op een passende functie.

PAGINA 52 VAN 102

De overige medewerkers vallen onder hetzij de (CAO SW, dan wel onder de CAO Aan de slag (nieuwe CAO voor de doelgroep Participatiewet per 1 juli). 1. Medewerkers met een SW indicatie hebben een garantie hebben op werk, maar kunnen wel geconfronteerd kunnen worden met verandering van werklocatie en/of functie2.Dit wordt geregeld en verder uitgewerkt met een addendum op het sociaal statuut. 2. Medewerkers die vallen onder de Cao Aan de slag, zijnde medewerkers met een indicatie Beschut Werk dan wel medewerkers die vanwege hun beperkte loonwaarde gebruik kunnen maken van het instrument loonkostensubsidie hebben geen vanuit de wet voortvloeiende garantie op werk. Voor hen geldt zoals voor ieder ander de zorgplicht van de werkgever en de beschermende werking van de Cao. Sociaal statuut De Wet Overgang van Onderneming, de CAO SGO en het Burgerlijk Wetboek zorgen er voor dat zorgvuldig met medewerkers wordt omgegaan. De Wet Overgang van Onderneming regelt dat niemand bij de overgang kan worden ontslagen. De CAO SGO en de bepalingen in het Burgerlijk Wetboek regelen hoe het plaatsingsproces eruit ziet. Daarmee is al veel geregeld voor een zorgvuldig proces. Het plan is om evengoed een sociaal statuut op te stellen, om aanvullende afspraken tussen werkgever en werknemer te maken over bijvoorbeeld de plaatsingsprocedure, arbeidsvoorwaarden of specifieke (SW en Participatie) doelgroepen.

Het model Sociaal Statuut van de VNG zal als basis dienen voor een toepasselijk sociaal statuut. Dit model zal aangepast en aangevuld worden, oudere statuten kunnen input leveren voor nog op te nemen onderwerpen en/of afspraken. Hierover gaan we in de implementatiefase afspraken maken met de Ondernemingsraden en de vakbonden, opdat een voor medewerkers een zorgvuldig proces ontstaat. Vergelijking arbeidsvoorwaarden Er is een arbeidsvoorwaarden vergelijking gemaakt van de drie, bij SORA, betrokken organisaties. In de vergelijking is uitgegaan van de arbeidsvoorwaarden zoals die gelden op 1 april 2021. Er is in kaart gebracht of er knelpunten zijn voor de samenvoeging. Het onderzoek richt zich met name op de ambtelijke medewerkers (CAO SGO), niet op medewerkers die vanuit de Participatiewet of SW aan het werk zijn/gedetacheerd zijn via WNK. Zij vallen onder dezelfde CAO en er zijn geen lokale verschillen, op één na: er is een verschil op de uitvoering van de Whk (Werkhervattingskas). Dit is een aandachtspunt voor de samenvoeging. Bij WNK, de BUCH-organisatie en bij Halte Werk wordt de Cao SGO gehanteerd, wat het voor deze vergelijking een stuk makkelijker heeft gemaakt. Ondanks het voeren van dezelfde Cao zijn er door de toegelaten vrijheden in de Cao nog enige verschillen aan te merken. De verschillen zijn in kaart gebracht

2 een eventuele verandering van werklocatie / functie betreft de SW medewerkers die bij WNK in dienst zijn op een staffunctie of leidinggevende

functie.

PAGINA 53 VAN 102

en in een apart document opgenomen. Bij WNK, de BUCH-werkorganisatie en bij Halte Werk zijn de pensioenen allen ondergebracht bij het ABP. Het voornemen is om vóór de plaatsing van medewerkers in de nieuwe organisatie overeenstemming te bereiken over de arbeidsvoorwaarden die gelden voor SORA en de gevolgen voor de medewerkers die overkomen uit de drie organisaties. De basis blijft dat de Cao SGO wordt gevolgd. In het nader op te stellen sociaal statuut worden de individuele gevolgen welke zouden kunnen voortvloeien uit deze reorganisatie geregeld. Het is op dit moment nog niet duidelijk of en in welke mate er frictiekosten zullen zijn als gevolg van het harmoniseren van arbeidsvoorwaarden. Gezien de geringe verschillen, ligt in de verwachting dat deze kosten te overzien zullen zijn.

5. GOVERNANCE Inrichting gemeenteschappelijke regeling en positie gemeenteraden Gemeenschappelijke regeling (GR) Er komt een gemeenschappelijke uitvoeringsorganisatie voor de zes gemeenten (Alkmaar, Dijk en Waard, Bergen, Uitgeest, Castricum, Heiloo). Het eenvoudigste is dat hiertoe de bestaande GR van WNK wordt gewijzigd, terwijl Uitgeest daarbij toetreedt. Dat gebeurt door op de betreffende plaatsen in de GR tekstueel toe te voegen a) de taken van de GR BVO HALTE Werk (die vervolgens kan worden opgeheven: de mensen, activa en passiva gaan mee over naar SORA) en b) de betreffende taken van BUCH m.b.t. Participatiewet inclusief re-integratietaak. Ook worden de betreffende bepalingen over de bestuurssamenstelling en stemverhoudingen gewijzigd. SORA is een zelfstandige organisatie: een openbaar lichaam uit de Wgr, aangegaan door de colleges. Daaruit volgt (wettelijk) dat het bestuur van SORA wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van de colleges Algehele overlegfunctie SORA krijgt een algehele overlegfunctie. SORA is dan het platform voor overleg tussen gemeenten voor het brede terrein van de Participatiewet en aanverwante wet- en regelgeving. Zo wordt SORA de ontmoetingsplaats waar de colleges gezamenlijk ontwikkelingen verkennen en concrete thema’s signaleren, agenderen, uitwisselen, bespreken en identificeren.

Aldus maken de colleges ook actief gebruik van elkaars netwerk, kennis en kunde. Dat overleg kan echter ook worden benut voor afstemming van het gemeentelijke beleid, zonder dat het nodig is daarvoor nieuwe taken en bevoegdheden formeel onder te brengen met tijdrovende wijzigingsprocedures. Wanneer daartoe aanleiding is kunnen colleges eventueel ook met een afzonderlijk besluit een taak of een project onderbrengen. Op die manier wordt het mogelijk steeds weer nieuwe, actuele thema’s te verkennen en te bespreken. Zo kan het gemeentelijk beleid via kennisdeling onderling worden afgestemd en kunnen er eventueel ook uitvoeringsafspraken worden gemaakt, al of niet ondersteund met ad hoc- mandaatbesluiten van een college. Op deze wijze versterken we de kwaliteit, betekenis, slagkracht en flexibiliteit van SORA en verhogen we de mogelijkheden voor maatwerk.

PAGINA 54 VAN 102

Overdracht bevoegdheden aan SORA: delegatie via de GR door colleges Voor een krachtige samenwerkingsorganisatie met een heldere en werkbare governance wordt voorgesteld dat de colleges taken en bevoegdheden aan SORA overdragen (=delegatie). Het gaat dan om. – De taken en bevoegdheden op het gebied van de Wet sociale werkvoorziening (is nu ook gedelegeerd aan WNK, m.u.v. Uitgeest) met uitzondering van Uitgeest – De taken en bevoegdheden op het gebied van de Participatiewet en de daarop gebaseerde regelgeving (is nu aan HALTE en BUCH gemandateerd/deels, voor wat betreft de re-integratietaak voor Uitgeest, doorgemandateerd aan GR IJmond werkt) – De taken en bevoegdheden op het gebied van aanverwante regelgeving, zoals BBZ, IOAW, IOW, IOAZ – De uitvoeringstaken van minimabeleid (bijzondere bijstand en minimaregelingen) – Schuldhulpverlening – Inburgering Bij het voorbereiden van het uitvoeringsbeleid ten aanzien van de bovenstaande taken is er afstemming met de betreffende portefeuillehouders. Er zal in deze afstemming en in het opdrachtgeversoverleg (zie verderop bij bestuurlijke rollen) onderzocht worden waar de lokale invulling gewenst is. Bij de besluitvorming van het uitvoerend beleid door de opdrachtgevers kan er daardoor een uitvoering ontstaan met verschillende accenten voor de verschillende gemeenten. Daarmee is er ruimte voor ‘couleur locale’ binnen SORA.

De wens van de individuele gemeente voor lokale uitgangspunten binnen het collectief beleid worden vroeg in het beleidsproces opgehaald. Deze lokale uitgangspunten kunnen, indien SORA aangeeft dat het budgettair en uitvoeringstechnisch haalbaar is, niet door de overige portefeuillehouders worden overstemd. Verder wordt voorgesteld om, naast het gemeenschappelijke takenpakket (voor alle gemeenten identiek), in de GR in beginsel ook de mogelijkheid op te nemen dat deelnemende gemeenten afzonderlijke taken kunnen afnemen, via een mandaatbesluit of een dienstverleningsovereenkomst. Dat verhoogt de mogelijkheden voor specifiek gemeentelijke wensen. Ook kan de mogelijkheid worden opgenomen dat SORA taken gaat uitvoeren voor niet-deelnemende gemeenten en organisaties. Een en ander kan door het bestuur van SORA worden uitgewerkt, bijvoorbeeld met eenduidige kaders voor Dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) en voor een (integrale) kostprijs. Wanneer het bestuur van het SORA deze kaders vaststelt volgens de afgesproken stemverhoudingen, wordt voorkomen dat er complexe (‘modulaire’) governancevraagstukken ontstaan.

PAGINA 55 VAN 102

Positie gemeenteraden De gemeenteraad stelt de algemene beleidskaders vast waarbinnen SORA zich kan bewegen. Zo bepaalt de raad de beleidsmatige en financiële grenzen voor de uitvoering door SORA. Bestaand beleid en bestaande verordeningen worden ‘overgezet’ naar SORA. Het toezicht op SORA berust ook bij de gemeenteraden. Ze beschikken over de wettelijke instrumenten uit de Wgr en de Gemeentewet. Met het oog op de lokale betrokkenheid en de democratische legitimatie van SORA wordt voorgesteld de wettelijke rol van de raden uit te breiden met de regionale afspraken die al zijn vastgelegd in FUGR/Notitie informatievoorziening. Daartoe behoort ook de afspraak dat sommige zogeheten majeure besluiten pas door het bestuur van SORA kunnen worden genomen, nadat de raden een zienswijze hebben kunnen uitbrengen. Ook wordt voorgesteld om, vooruitlopend op de komende herziening van de Wgr, een gemeenschappelijke raadsadviescommissie in het leven te roepen voor het AB. Deze commissie, samengesteld uit raadsleden uit de deelnemende gemeenten, gaat dan in gesprek met het bestuur van SORA over belangrijke thema’s, zoals bijvoorbeeld het arbeidsmarktbeleid, de wijze van klantbenadering, het handhavingskader of de verbinding van SORA met andere domeinen zoals zorg, onderwijs, jeugd, economie. Formeel moet deze commissie ook bij majeure besluiten om advies worden gevraagd.

Op deze wijze groeit de lokale betrokkenheid bij SORA, kan het gesprek tussen raadsleden en het bestuur van SORA rechtstreeks plaatsvinden en kunnen de leden van de commissie gemakkelijk de verbinding in eigen huis leggen met hun collega-raadsleden. Dit voorstel zou nader met de raden kunnen worden uitgewerkt voor wat betreft positie, rol en spelregels. Met deze positionering wordt maximaal gebruik gemaakt van de mogelijkheden die de nieuwe Wgr biedt. Samenstelling bestuur GR en stemverhoudingen Het bestuur handelt en beslist vanuit partnerschap, belang, solidariteit en consensus. Ieder college vaardigt 2 leden af naar het AB van SORA. Eén lid kan gaan voor het opdrachtgeversbelang van de gemeente (bijv. de wethouder Werk en Inkomen), de ander vertegenwoordigt het eigenaarsbelang (bijv. de wethouder financiën). Deelnemers werken samen voor een gezamenlijk, maatschappelijk belang maar houden omwille van de balans ook enigszins rekening met verschillen in omvang. Iedere gemeente heeft 2 leden in het AB. Voor het stemrecht maken we drie categorieën – tot 20.000 inwoners: Uitgeest heeft per lid 1 stem, in totaal 2 stemmen.

– 20.000 tot 40.000 inwoners: Bergen, Castricum, Heiloo hebben per lid 3 stemmen, in totaal 6 stemmen per gemeente – meer dan 40.000 inwoners: Alkmaar en Dijk en Waard hebben per lid 5 stemmen, in totaal 10 stemmen per gemeente Het AB heeft zo 12 leden met in totaal 40 stemmen. Daaruit volgt dat DB-leden wettelijk samen nooit meer dan 20 stemmen mogen hebben in het AB; met een DB van 3 leden is het dus mogelijk dat de DBleden afkomstig zijn uit iedere gemeente, ongeacht de omvang van de gemeente.

PAGINA 56 VAN 102

Wijziging van de GR Voorgesteld wordt dat de nieuwe GR alleen kan worden gewijzigd bij unanimiteit van alle colleges (en met toestemming van alle gemeenteraden). Opnieuw wordt daarmee de nadruk gelegd op solidariteit en partnerschap. Dat betekent (negatief uitgedrukt) ook dat een gemeente in beginsel een veto heeft. In de bijlage van dit rapport staat de concept-wijzigingstekst voor de GR WNK, deze maakt onderdeel uit van de besluitvorming in colleges en gemeenteraden over dit rapport. Bestuurlijke rollen Het Algemeen Bestuur fungeert als de eigenaarsvergadering van SORA, het Dagelijks Bestuur treedt op als opdrachtnemer, en draagt die taak met mandaten zo veel als mogelijk op aan de directeur. Daarnaast wordt er een periodiek portefeuillehoudersoverleg c.q. bestuurlijk opdrachtgeversoverleg in het leven geroepen. Dit zou, naast een algemene overleg- en afstemmingsfunctie, de taak krijgen van de gespreksvoering met de directie over bij voorbeeld individuele, jaarlijkse dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) en de concrete prijs- en kwaliteitsafspraken De eigenaren De colleges zijn de eigenaren van deze samenwerking. Hun vertegenwoordigers komen samen in de ‘eigenaarsvergadering’, het AB. De eigenaarsvergadering is het forum waar het beleid wordt vastgesteld voor de instandhouding van SORA als organisatie, de lange termijnstrategie en continuïteit.

Dat betekent dat in het AB ook de belangen, werkomstandigheden, wensen en behoeften van het SORA-personeel aan de orde kunnen komen. Het AB heeft als eigenaarsvergadering ook wettelijke bevoegdheden, zoals het vaststellen van de begroting en jaarrekening. Ook gaat het AB over de voorwaarden waaronder colleges afzonderlijke opdrachten bij SORA kunnen onderbrengen, de voorwaarden waaraan dienstverleningsovereenkomsten moeten voldoen, zowel die met de deelnemende gemeenten of met eventuele andere organisaties worden gesloten en de Bijdrageverordening. De opdrachtgevers De colleges geven ook de opdrachten aan SORA. Zij hebben ‘recht’ op dienstverlening vanuit SORA voor de inwoners van hun gemeente, zo veel als mogelijk toegespitst op de lokale wensen. De uitgangspunten zoals in de Notitie bestuurlijke hoofdlijnen bepaald bieden de basis. Dit kan nader worden uitgewerkt, bijvoorbeeld met wensen over de inhoud van de dienstverlening, prestatienormen en indicatoren, de informatiestromen en rapportages voor het monitoren en bijsturen. De opdrachtnemer SORA is opdrachtnemer. Om praktische redenen wordt die rol bij een Dagelijks Bestuur ondergebracht, maar het is ook mogelijk dit te koppelen aan de positie van de directeur.

De opdrachtnemer is verantwoordelijk voor de dienstverlening en zal daartoe met de gemeentelijke opdrachtgevers afspraken moeten maken over welke taken en activiteiten worden verricht (inhoud, omvang), de wijze waarop de

PAGINA 57 VAN 102

diensten worden verleend (wie, wat, hoe?), de mate van standaardisatie en uniformering, de ruimte voor lokaal maatwerk. In de GR SORA is, zoals gebruikelijk, het Dagelijks Bestuur belast met het vaststellen van regels over de organisatie van SORA en met het benoemen, schorsen en ontslaan van personeel, onder wie de directeur. Schematisch ziet dat er als volgt uit:

Bron: Rob de Greef, Maarten Hageman, Code Cooperative Governance. Goed bestuur en toezicht bij gemeentelijke samenwerking, Bunnik 2017.

Om dit stelsel goed te laten functioneren, kan ervoor worden gekozen te werken met een dienstverleningshandvest, waarin het AB bijvoorbeeld de algemene voorwaarden vastlegt voor (al of niet afzonderlijke) dienstverleningsovereenkomsten met de deelnemende gemeenten en eventuele ‘derde’ organisaties. Bovendien is het belangrijk dat er een ontmoetingsplaats komt waar de rollen van opdrachtgever- en opdrachtnemer goed op elkaar worden afgestemd. Dit kan deels bestuurlijk (bijvoorbeeld in de context van een portefeuillehoudersoverleg), maar ook ambtelijk. Ook binnen de gemeenten zelf zal moeten worden afgestemd. Allereerst binnen het college, dat immers een collegiaal bestuur is en in zijn geheel en integraal verantwoording schuldig is aan de raad, ook voor het bestuur dat door één of meer collegeleden is gevoerd bij SORA. Ieder college heeft twee leden in het AB. Het is mogelijk om de vakinhoudelijke wethouder in het college en in het AB te laten ‘gaan’ voor het opdrachtgeversbelang, terwijl de collega van bijvoorbeeld financiën de focus richt op de eigenaarsrol. De ambtelijke ondersteuning en advisering zal daartoe in eigen huis goed op orde moeten zijn. Ook al heeft het college zijn taken ondergebracht bij SORA, dan nog zal de rol van opdrachtgever ambtelijk in de gemeentelijke organisatie moeten worden geborgd, ook kwalitatief: de gemeente is en blijft zelf

PAGINA 58 VAN 102

verantwoordelijk voor de noodzakelijke expertise en de advies- en besluitprocessen in eigen huis. De ondersteuning van de eigenaarsrol (vaak bij het ‘concern’) zal moeten worden afgestemd op die vanuit de inhoudelijke opdrachtgeversrol. Wil het samenspel goed verlopen, dan wordt er idealiter ook ambtelijk afgestemd tussen de gemeente en SORA. Dat is zeker aan de orde, wanneer een college ook een DB-lid levert; deze bestuurder heeft er belang bij dat hij op een goede en samenhangende wijze wordt geadviseerd, voor al zijn ‘petten’. 6. FINANCIËN Bestuurlijk is er brede overeenstemming dat het regionaal uitvoeren van de Participatiewet via SORA ertoe leidt dat het de mogelijkheden voor mensen om deel te nemen aan de samenleving optimaliseert. SORA begeleidt inwoners naar betaalde arbeid of als dat (nog) niet lukt bevorderen we participatie. De werkgroep financiën is dan ook met dit uitgangspunt in het achterhoofd aan de slag gegaan. De opdracht is om de financiering zó in te richten dat het deze inhoudelijke doelstelling “iedereen doet mee” ondersteunt. Dit heeft geleid tot het voorstel om alle middelen die gemeenten via de algemene uitkering ontvangen voor re-integratie en participatie integraal in te brengen in SORA.

Daarnaast is als uitgangspunt gehanteerd dat de uitvoeringskosten binnen SORA niet hoger mogen zijn dan de huidige begrote uitvoeringskosten in WNK, Halte-werk en de BUCH-organisatie (voor re-integratie en participatie) tezamen. Bekostiging gemeentelijke taken Voor de bekostiging van de gemeentelijke taken in het kader van de Participatiewet ontvangen gemeenten drie vormen van financiering: - Re-integratiebudget o De middelen voor de klassieke re-integratietaken maken integraal onderdeel uit van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Per circulaire wordt de omvang van het reintegratiebudget wel separaat per gemeente zichtbaar gemaakt. - Participatiebudget o Het betreft separate integratie-uitkering als onderdeel van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Deze bestaat uit middelen voor Nieuw Wajong, Nieuw begeleiding en WSW. Per circulaire wordt de omvang voor Nieuw Wajong, Nieuw begeleiding en WSW separaat per gemeente zichtbaar gemaakt. - BUIG (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorziening Gemeenten) o Deze middelen ontvangen de gemeenten separaat van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en zijn bedoeld ter dekkingen van de kosten van uitkeringen en loonkostensubsidies. Per circulaire wordt de omvang van het BUIG wel separaat per gemeente zichtbaar gemaakt. Tot op heden bekostigt iedere gemeente separaat de kosten van de uitkeringen. Ook

PAGINA 59 VAN 102

de taken op het terrein van WSW en re-integratie worden separaat bekostigd. Jaarlijks wordt afgerekend op basis van feitelijke inzet van SW-ers en ingezette activiteiten ten behoeve van re-integratie. Met name bij re-integratie kan dit leiden tot een suboptimale situatie. In specifieke gemeenten gaat het re-integratie budget volledig op aan begeleidingskosten om inwoners aan het werk te houden. Bij andere gemeenten moet er getemporiseerd worden en wordt het budget alleen ingezet voor bepaalde doelgroepen zoals jeugd of statushouders. Inwoners die niet onder deze categorieën vallen maar wel richting werk of participatie ondersteund moeten worden vallen hierdoor buiten de boot. Voor deze inwoners betekent dit een steeds groter wordende afstand tot de arbeidsmarkt. De stap richting werk of meedoen wordt steeds groter met alle nadelige maatschappelijke kosten van dien. Berenschot heeft in zijn rapport aangegeven dat de resultaten van de re-integratie geoptimaliseerd kunnen worden. Daarvoor is een integrale regionale aanpak noodzakelijk. Naar inschatting van Berenschot zou dit kunnen leiden tot uitstroom van circa 250 cliënten uit de uitkering. Een dergelijke uitstroom levert een belangrijk positief maatschappelijk effect op. Ook financieel is een dergelijke uitstroom aantrekkelijk.

Voorwaarde voor het slagen van een dergelijke aanpak is een regionale benadering van de arbeidsmarkt en van de groep uitkeringsgerechtigden. Daarbij moeten de gemeentelijke grenzen ten aanzien van herkomst van de cliënt en omvang van beschikbare budgetten geslecht worden. Inbreng van middelen Om de door Berenschot beschreven aanpak mogelijk te maken, heeft een financiële werkgroep zich gebogen over de wijze en omvang van de inbreng van de programmabudgetten (re-integratie-, participatiebudgetten en de BUIG) en daartoe een voorstel ontwikkeld waarmee door de colleges eind mei 2021 is ingestemd door middel van de Notitie bestuurlijke hoofdlijnen SORA. In de vervolgfase zijn ook de omvang en inbreng van de uitvoeringsbudgetten uitgewerkt. Inbreng Re-integratie- en Participatiebudgetten Om invulling te geven aan de integrale regionale aanpak van SORA is vastgesteld dat de door het rijk toegekende Re-integratie- en participatiebudgetten integraal worden ingebracht. Het betreft de middelen voor de klassieke re-integratietaken die maken integraal onderdeel uit van de algemene uitkering en de middelen voor Nieuw Wajong, Nieuw begeleiding en WSW. Per circulaire wordt de omvang van deze middelen separaat per gemeente zichtbaar gemaakt en beschikbaar gemaakt voor SORA. Op de financiële consequenties wordt hieronder nader ingegaan.

Het voordeel is vooral dat daarmee meer kansen kunnen worden gecreëerd voor de inwoners van de regio Alkmaar; het maakt niet uit waar je woont, als er vacatures zijn die bij jou passen, waarbij er toeleiding of begeleiding nodig is, ben je niet meer afhankelijk van het lokale budget. SORA kan de middelen dan alloceren waar ze het meeste maatschappelijke effect opleveren, over de gemeentegrenzen heen. Dat bespaart ook uitkeringen. Berenschot heeft aangegeven dat er sprake zou kunnen zijn van een bruto besparing van 3,75 mln door de integrale, regionale aanpak. De realisatie daarvan hangt natuurlijk wel samen met de ontwikkeling van de arbeidsmarkt, in een recessie zal dat effect beperkter zijn.

PAGINA 60 VAN 102

De omvang van de in te brengen Re-integratie- en participatiebudgetten 2022 is als volgt:

NB: Uitgeest zal de middelen voor de WSW niet inbrengen in SORA. In 2022 worden de middelen voor Loonkostensubsidie separaat toegekend. Deze middelen worden eveneens ingebracht in SORA. De omvang is op dit moment nog onbekend.

Opgemerkt moet worden dat de gemeenten Bergen en Heiloo in hun begroting 2021 niet het volledige ontvangen bedrag voor re-integratie voor dit doel hebben gereserveerd, respectievelijk is circa € 90.000 en circa € 120.000 in mindering gebracht. In 2020 werd in de gemeente Bergen nog wel het volledige bedrag ingezet, voor de gemeente Heiloo is dat niet duidelijk herleidbaar. Om recht de doen aan de integrale regionale aanpak waarbij geen onderscheid meer gemaakt wordt op basis van herkomst van de cliënt, is het noodzakelijk dat alle gemeenten de volledig ontvangen bedragen vanaf de start van SORA beschikbaar stellen. Uitgeest is hierbij de uitzondering. In 2022 zal het participatiebudget van Uitgeest deels worden benut om de in dat jaar doorlopende trajecten bij IJmond Werkt! te financieren. Ook de WSW budgetten worden door Uitgeest ingebracht bij IJmond Werkt! ten behoeve van de groep die daar blijft werken.

PAGINA 61 VAN 102

Inbreng BUIG-budgetten In het rapport van Berenschot, en in college- en raadsvoorstellen daarna, is opgenomen dat ook de BUIGbudgetten integraal ingebracht kunnen worden. En dat er dus niet meer per gemeente wordt afgerekend. Dit is nader onderzocht. Vastgesteld is dat dit tot een aanzienlijke reallocatie van middelen zou leiden. In 2020 hebben alle gemeenten weliswaar een positief resultaat op de BUIG, maar de relatieve omvang varieert echter sterk tussen de betrokken gemeenten. De omvang van het reallocatie-effect en het feit dat een aantal gemeenten het positieve saldo op de BUIG meegenomen hebben in hun meerjarenramingen, maakt dat inbreng van de BUIG-middelen nu niet haalbaar wordt geacht. De integrale inbreng zou wel een punt op de horizon kunnen zijn, omdat dit ook voordelen biedt, BUIG en de Re-integratie – en Participatiebudgetten zijn immers communicerende vaten: de resultaten die worden geboekt bij de reintegratie hebben effect op de uitkeringslasten en dus het BUIG-budget. De resultaten van de regionale inzet van Re-integratie – en Participatiebudgetten worden dan gezamenlijk gedeeld. Bovendien dempt het de huidige fluctuaties per gemeente in de BUIG-saldi en wordt op regionaal niveau gekomen tot risicodeling. Vliegwiel Met de komst van de Participatiewet in 2015 ging de sociale werkvoorziening op slot en werd ook de toegang tot de Wajong nagenoeg afgesloten.

Het gevolg was dat een nieuwe groep mensen met arbeidsbeperkingen de bijstand instroomde. Op het totale volume van de bijstand is de groep met een arbeidsbeperking weliswaar relatief klein, maar neemt wel jaarlijks toe. Op termijn leidt dit tot een financieel onhoudbare situatie. Dat komt doordat de beschikbare middelen minder snel toenemen dan het aantal mensen dat met begeleiding aan de slag gaat en door het verdwijnen van de bonus nieuw beschut. Daar komt bij dat deze mensen structureel afhankelijk blijven van begeleiding. Kortom voor een beperkte maar wel jaarlijks toenemende groep wordt ter financiering van de nodige structurele begeleiding een steeds groter beslag gelegd op de beschikbare re-integratie en participatiemiddelen. Bij een aantal gemeenten zien we nu al het beeld dat het gehele re-integratiebudget ingezet wordt om mensen aan de slag te houden. Of dat er getemporiseerd moet worden op het budget en dat het re-integratiebudget alleen wordt ingezet op bepaalde doelgroepen. Dat heeft tot gevolg dat het re-integreren van mensen zonder arbeidsbeperking onder druk komt te staan. Of dat er te weinig middelen zijn om maatschappelijke participatie te bevorderen; beide kerndoelstellingen van de Participatiewet en SORA.

En dat is onwenselijk in het licht van de bredere opdracht van gemeenten om alle inwoners die dat nodig hebben te ondersteunen in het deelnemen aan de maatschappij. Om dat op te lossen is het zogenoemde ‘vliegwiel’ bedacht. Door maximaal in te zetten op loonkostensubsidie, helpen we meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk en we besparen hiermee op de BUIG. Een deel van de besparing investeert SORA vervolgens weer terug in de doelgroep zodat er nog meer inwoners aan het werk kunnen; zo gaat het vliegwiel draaien.

PAGINA 62 VAN 102

Dat werkt dan als volgt: voor een inwoner uit de doelgroep met een arbeidsbeperking wordt een baan gezocht met inzet van loonkostensubsidie en begeleidingskosten vanuit SORA. Stel dat deze inwoner 60% van het minimumloon kan verdienen. De ontbrekende 40% wordt dan aangevuld vanuit de loonkostensubsidie en er is geld nodig voor begeleiding. Dit wordt dan betaald uit het BUIG-budget. Deze persoon gaat wel uit de uitkering, dus dat wordt er bespaard. Als de loonkostensubsidie en de begeleidingskosten lager zijn dan de uitkeringskosten, ontstaat er een positieve business case. Een en ander zal in een nog nader uit te werken monitoringssystematiek periodiek gevolgd worden. Bij uitstroom met structurele begeleiding bedraagt de gemiddelde besparing bij alleenstaande € 3.176,(€ 7.176,- minus € 4.000,- begeleidingskosten). Bij een gehuwde/samenwonende inwoner bedraagt de gemiddelde besparing € 4.766,- (€ 8.766,- minus € 4.000,- begeleidingskosten). In de eerste twee jaar is deze aanzienlijk hoger. Dit gaat uit van 60% loonwaarde, 26 uur per week. Die besparing verschilt per gemeente. Grote gemeenten (Alkmaar en straks Dijk en Waard) waarbij de toekenning van de BUIGmiddelen volledig gebaseerd is op het objectieve verdeelmodel hebben een structureel voordeel. Middelgrote gemeenten (Bergen, Castricum, Heiloo) hebben een combinatie van het objectieve verdeelmodel en historische kosten.

Kleine gemeente (in onze regio alleen Uitgeest) hebben geen structureel voordeel omdat de BUIG-middelen gebaseerd zijn op historische kosten. Uitstroom leidt dan na drie jaar tot structurele verlaging van het budget.

Bovenstaande tabel (bron rekentool werk bespaart bijstand van Berenschot) illustreert de mate waarin het historische deel en het objectieve deel effect hebben op de besparing op het BUIG-budget per gemeente van uitstroom uit de uitkering naar een loonkostensubsidie baan. Zoals al bepaald in de Notitie bestuurlijke hoofdlijnen SORA blijft het BUIG-budget bij gemeenten. Er kan dan niet worden gewerkt met een gemiddelde besparing zoals hierboven beschreven. In het kader van onderlinge solidariteit tussen de gemeenten is het reëel te werken met het principe dat degene die het meeste voordeel heeft, ook het meeste betaalt. Dit omdat niet voor elke gemeente de uitstroom van een burger uit de bijstand dezelfde besparing oplevert. Het vliegwiel wordt dan als volgt gefinancierd. Als een burger uitstroomt uit de bijstand die afhankelijk is van structureel begeleiding, brengt SORA de volgende bedragen in rekening bij de gemeente waar deze uitstroomt:

PAGINA 63 VAN 102

Hierbij is als weegfactor de inbreng van het BUIG-budget genomen. De weegfactor dient jaarlijks te worden getoetst en aangepast te worden aan de daadwerkelijke uitstroom per gemeente om ervoor te zorgen dat deze in de pas blijven lopen. Er worden nadere afspraken gemaakt om het effect van het vliegwiel te monitoren. Deze middelen worden vervolgens ingezet voor re-integratie-activiteiten voor de doelgroep van SORA. Op deze wijze slaan we twee vliegen in één klap. Ten eerste: meer mensen met arbeidsbeperking gaan uit de bijstand en aan het werk. Ten tweede: er blijven meer middelen over waarvoor het ook is bedoeld: het re-integreren van ‘gewone’ uitkeringsgerechtigde werkzoekenden naar werk en mensen zoveel mogelijk laten participeren. Daarmee vergroten we het maatschappelijk resultaat dat SORA gaat boeken, en dat is breder dan alleen dat mensen aan het werk zijn. Dat heeft effect op hun welbevinden, hun gezondheid, en we weten dat dit ook positieve effecten heeft op hun omgeving (gezin, buurt). Vanaf 2022 worden de budgetten loonkostensubsidie (LKS) over gemeenten verdeeld op basis van realisatie in plaats van dat het ten laste van het BUIG-budget wordt gebracht.

Daarmee worden gemeenten aangemoedigd om het instrument loonkostensubsidie vaker in te zetten en kunnen meer mensen die vallen binnen de doelgroep banenafspraak of die zijn aangewezen op beschut werk aan het werk komen. De gewenste financiële prikkel werkt meteen, omdat wat gemeenten vanaf komend jaar aan loonkostensubsidie inzetten al van invloed is op hun budget vanaf 2022. Dit zal de werking van het vliegwiel verder versterken. Het betekent overigens wel dat het BUIG-budget zal worden bijgesteld, echter aangezien de regio in verhouding met landelijk meer gebruik maakt van LKS wordt verwacht dat dit een positief financieel effect is. Het Algemeen Bestuur van SORA gaat op basis van een inschatting van de arbeidsmarkt, de mogelijkheden van het klantenbestand en de beschikbaarheid van de middelen voor re-integratie jaarlijks bepalen welke ruimte er is voor inzet van BUIG-middelen voor de groep met arbeidsbeperking zodat er een financieel voordelige of ten minste neutrale business case ontstaat. Dat is vanuit financieel oogpunt voordelig, maar vanuit maatschappelijk oogpunt is er natuurlijk veel meerwaarde voor onze inwoners met een arbeidsbeperking: we creëren daarmee meer ruimte om hen aan de slag te krijgen.

Van belang is om in de komende jaren de resultaten en effecten met elkaar te monitoren: wat zijn de kosten en opbrengsten van het vliegwiel, zowel kwantitatief als kwalitatief?

PAGINA 64 VAN 102

Potentiële omvang van de doelgroep De omvang van de potentiële doelgroep van het vliegwiel is op hoofdlijnen af te leiden van de groep SWers die de regio kende op het moment van afsluiten van de toegang tot de sociale werkvoorziening. Door wijziging van de wetgeving verandert immers niet de omvang van de groep met een afstand tot de arbeidsmarkt. Eind 2014 bestond de totale groep SW-ers uit circa 900 fte. De verwachting bij invoering van de participatiewet was dat per 3 fte uitstroom aan SW-ers er circa 1 fte beschut werk zou instromen. Daarmee stroomt op termijn dus circa 300 fte in bij beschut werk en resteert een doelgroep van circa 600 fte die aangewezen is op andere instrumenten zoals de loonkostensubsidie. Het duurt nog zeker 8 tot 10 jaar voordat de volledige omvang van de doelgroep wordt bereikt. In die periode zou SORA met inzet van het vliegwiel die 600 fte aan de slag moeten gaan krijgen. Inbreng middelen voor schuldhulpverlening, uitvoering minimabeleid en inburgering De uitvoering van de taken op het terrein van Schuldhulpverlening, uitvoering minimabeleid en inburgering worden ook bij SORA ondergebracht. De programmabudgetten die hiervoor binnen de begrotingen van de gemeenten beschikbaar zijn, worden in SORA ingebracht. Dit geldt ook voor de budgetten voor de inzet van schuldhulpverlening. Daarbij wordt gekeken naar geoormerkte en nietgeoormerkte budgetten.

Voor zover de uitvoering van de taken op het gebied van schuldhulpverlening, uitvoering minimabeleid en inburgering binnen de SORA-organisatie plaatsvinden, maken de kosten onderdeel uit van de uitvoeringskosten (zie hieronder). Financieel kader Uitgangspunt bij het opstellen van het financieel kader is geweest dat de kosten van SORA niet hoger mogen zijn dan het huidige kosten bij de zeven gemeenten. Dit uitgangspunt is door de bestuurlijke commissie meegegeven als financiele randvoorwaarde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4896/documents/38054