CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 1 Klimaatadaptatie beleidsplan en uitvoeringsprogramma.pdf

Algemene Raadscommissie 16 maart 2023, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 3: Voorstel betreft het vaststellen van het beleidsplan en uitvoeringsprogramma 2023-2026 'Op weg naar klimaatadaptieve en natuurinclusieve gemeenten'25.969 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Beleidsplan & Uitvoeringsprogramma 2023-2026

Op weg naar klimaatadaptieve en natuurinclusieve gemeenten versie oktober 2022

Voorwoord Als BUCH-gemeenten staan we voor een belangrijke opgave waarin we nu moeten handelen om onze leefomgeving aan te passen aan de effecten van klimaatverandering. Deze effecten zijn merkbaar en geven vaker overlast.

“ “ “ “

Ernest Briët, wethouder gemeente Bergen

Op hevige regenval is niet altijd in te spelen, daarvan moeten we ons bewust zijn. Maar we kunnen de gemeente er wel beter op inrichten. Na de water­ overlast in juni 2021 pakte de gemeente Bergen 15 locaties aan met passende maatregelen. Ik ben blij dat we met dit beleidsplan verder invulling geven aan de aanpassing van de leefomgeving door de gevolgen van klimaatverandering. Zo zorgen we er samen voor dat Bergen aantrekkelijk blijft.

Jan Schouten, wethouder gemeente Uitgeest

”

Iedereen moet mee kunnen doen om op zijn of haar manier een bijdrage te leveren. Wij willen als gemeente zorgen voor een zo groot mogelijk draagvlak. De gemeente wil daarin vooral aanjagen, faciliteren en stimuleren. Dat is nodig om samen op te kunnen trekken en in gezamenlijkheid onze doelen te behalen. De gemeente Uitgeest geeft zelf ook het goede voorbeeld door nieuwbouw­ projecten klimaatbestendig in te richten.

”

Valentijn Brouwer, wethouder gemeente Castricum

In geen enkel project mag klimaatadaptatie meer aan de aandacht ontsnappen. Daarom koppelen we klimaatadaptatie aan de andere grote opgaven: woningbouw, energietransitie, vergroening en de vervangingsopgave voor beheer. Dit levert behalve minder overlast ook een mooier, gezonder en aantrekkelijker Castricum op.

”

Ronald Vennik, wethouder gemeente Heiloo

Wij nemen onze verantwoordelijkheid om samen met de inwoners onze ambitie om de gemeente Heiloo klimaatbestendig, waterrobuust en natuurinclusief in te richten waar te maken. We betrekken bij projecten bewoners door in de wijken waar we aan de gang gaan mensen bewust te maken dat ze zelf ook water kunnen opvangen op hun dak of in hun tuinen.

”

stroming

roming

hitte

tte

Regenbuien worden heftiger. Denk maar aan de buien van 18-20 juni 2021 in onze gemeenten. Dit zorgt voor PROBLEMEN. Een teveel aan neerslag wordt nog steeds grotendeels via het riool afgevoerd. Water moet echter ook steeds vaker worden toegevoerd door droogte. Door toenemende verdichting raakt de waterhuishouding van onze dorpen verder uit balans. De mogelijkheden ter verbetering van deze onevenwichtige balans liggen onder andere op wijkniveau. Dit beleidsplan geeft hier invulling aan.

wateroverlast

hitte

droogte

natuurinlcusief en biodiversiteit

De temperaturen zijn zomers hoger. Verdichting en verharding leiden in toenemende mate tot verhoging van de temperatuur en tot HITTESTRESS. Dit wordt versterkt door klimaatverandering. Op warme dagen kan het oppervlaktetemperatuurverschil tussen platteland en bebouwd gebied oplopen tot 7 graden. Enerzijds resulteert dit in een hoger water- en energieverbruik. Anderzijds heeft het hogere sterfte tot gevolg en heeft het invloed op de gezondheid, het welbevinden en de productiviteit van de mens. Maar ook op flora en fauna. Vergroenen biedt hiervoor oplossingen.

wateroverlast

hitte

droogte

natuurinlcusief en biodiversiteit

Perioden van DROOGTE worden steeds langer. Dit leidt tot bodemdaling en funderingsproblemen, maar ook tot schade bij landbouw, natuur, stedelijk groen en scheepvaart. Daarnaast leidt droogte tot problemen met de waterkwaliteit. Met de regio onderzoeken we de komende jaren onder andere de effecten van droogte op groen in bebouwd gebied. De kwetsbaarheid voor droogte hangt af van de lokale weersomstandigheden, aanvoer van zoetwater en watervraag door steden, industrie, landbouw en natuur.

droogte

droogte

de

natuurinlcusief en biodiversiteit

natuurinlcusief en biodiversiteit

!

de overstroming

! werkwoord wateroverlast

de

werkwoord!

de

!

de

werkwoord!

De verscheidenheid aan levensvormen neemt steeds verder af. Dit bedreigt het vermogen van ons ecosysteem om werkwoord ons te voorzien! van zuurstof, water en grond van goede kwaliteit. In de afgelopen 200 jaar de zijn meer soorten uitgestorven dan in de 65 miljoen jaar daarvoor. Dit is ook zichtbaar in bebouwd gebied. Dede stand van dewerkwoord huismus is bijvoorbeeld de afgelopen 25 jaar gehalveerd. De belangrijkste oorzaken zijn ! landgebruiks­verandering, milieudruk en versnippering van ecosystemen. Stadsnatuur is geen tweederangs de werkwoord! tegenwoordig eilanden van diversiteit. Deze worden omgeving door een natuur. de Bebouwde gebieden zijn ! monotoner cultuurlandschap. NATUURINCLUSIEVE gebouwen bieden een huis aan deze inwoners.

de werkwoord! de werkwoord! de ! werkwoord Onze zijn in meer !of mindere mate gevoelig voor overstroming. In de loop der eeuwen is de gemeenten werkwoord een systeem van waterkeringen opgebouwd dat Nederland droog houdt. Dit zorgt ervoor dat de kans de werkwoord! op klein is. !Maar het kan een keer misgaan. Dit beleidsplan geeft invulling aan hoe deen overstroming werkwoord

wordt voorkomen dat het risico op schade en slachtoffers door OVERSTROMINGEN toeneemt bij (her) de werkwoord! ontwikkelingen.

dehitte

droogte ! werkwoord

natuurinlcusief de BUCH | Beleidsplan & Uitvoeringsprogramma 2023-2026 en biodiversiteit

3

Inhoud SAMENVATTING

5

1

6

Aanleiding

WAAROM? Trends en ambities

10

2

11

Klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen

WAT? Opgave en doelstellingen

18

3 Klimaatkwetsbaarheden in beeld 4 Doelstellingen, uitgangspunten werkkader, doorwerking en borging

19 32

HOE & WANNEER? Strategie en middelen

40

5 6

41 56

Strategie en uitvoeringsprogramma 2023-2026 Financiën

BIJLAGEN

1 Deelnemende partijen Intentieovereenkomst Klimaatbestendige nieuwbouw MRA en Noord-Holland 2 Natuurlijke systemen 3 Wijktypologieën per kern 4 Wateroverlastmeldingenkaart 5 Basisveiligheidsniveau Klimaatbestendige nieuwbouw 3.0 6 RITSEN: een gids met klimaatadaptieve instrumenten voor bouwen & ontwikkelen 7 Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen 8 Financiën

63 64 65 72 73 74 75 84

Samenvatting overstroming

wateroverlast

hitte

droogte

natuurinlcusief en biodiversiteit

Het klimaat verandert en de biodiversiteit gaat achteruit We moeten ons daarop voorbereiden AMBITIES BUCH

de ! en werken We gaan hiervoor anders denken

• In 2050 klimaatbestendig, waterrobuust en natuurinclusief •V  erweven klimaatadaptatie in werkprocessen m.b.t inrichting ruimte. betrekken inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties

de werkwoord! • Integraal werken de • Verandering in bewustzijn én werkwoord gedrag ! de werkwoord! • Hanteren klimaatbestendige uitgangspunten bij herinrichtingen en de werkwoord! nieuwbouw de werkwoord! • Ecologie, bodem en watersysteem zijn sturend duidelijke kaders de werkwoord! voor klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen in initiatieffase de werkwoord! • Toepassen puntensysteem voor natuurinclusief bouwen

Op drie schaalniveau’s

collega’s

overstroming

Doelstellingen

wateroverlast

hitte

droogte

natuurinlcusief en biodiversiteit

overheden nutsbedrijven inwoners huis en pand

straat, wijk en gebied

regio

ondernemers

• Klimaatbestendige uitgangs­ de ! punten per thema de werkwoord! de werkwoord! • Invulling thema natuurinclusief de werkwoord! de werkwoord! & biodiversiteit: Puntensysteem de werkwoord! natuurinclusief bouwen de werkwoord! de

werkwoord!

• Dit plan gaat in op: kosten voor uitvoeren activiteiten uitvoeringsprogramma 2023-2026 • Klimaatadaptatie heeft financiële gevolgen voor de herinrichting van de openbare ruimte (rioolheffing) en nieuwbouw (meerkosten per woning 0,3-0,6%).

Aanleiding

6

Wat er vooraf ging aan dit beleidsstuk

7

PROGRAMMA KLIMAAT

7

KLIMAATADAPTATIE

8

NATUURINCLUSIEF BOUWEN

9

Wat er vooraf ging aan dit beleidsstuk Omslag naar een klimaatadaptieve leefomgeving met een circulaire economie

Programma Klimaat

In augustus 2020 is het ambitiedocument Klimaat 2021-2025 voor de gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo vastgesteld. Het programma Klimaat geeft uitvoering aan de hierin vastgestelde doelen: Bijdragen aan de CO2-reductiedoelstellingen uit het Klimaatakkoord (49% in 2030 t.o.v. 1990). De leefomgeving klimaatbestendig in richten zoals omschreven is in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Toewerken naar een circulaire economie in 2050. Het programma Klimaat richt zich op 5 pijlers (afbeelding 1). De pijlers circulaire economie, duurzame bedrijfsvoering, duurzame mobiliteit en energietransitie richten zich op het beperken van verdere klimaatverandering (mitigatie). Het reduceren van broeikasgassen door het treffen van mitigerende maatregelen is onvoldoende om de effecten van klimaatverandering tegen te gaan. De pijler klimaatadaptatie richt zich daarom op het aanpassen van de leefomgeving én ons gedrag aan de effecten van klimaatverandering. Onder aanpassen van de leefomgeving verstaan we het bestendig maken tegen extreme regenval, droogte, hitte en overstromingen. Ook het versterken van de biodiversiteit hoort hierbij. Het programma Klimaat bewerkstelligt in de gemeenten de omslag naar een klimaatadaptieve leefomgeving met een circulaire economie.

Duurzame mobiliteit

Duurzame bedrijfsvoering

Co2 reductie als resultaat van onze inspanningen

Circulaire economie

Energietransitie

Programma klimaat

Klimaatadaptatie

Afbeelding 1. Pijlers programma Klimaat de BUCH | Beleidsplan & Uitvoeringsprogramma 2023-2026

7

Klimaatadaptatie

In 2014 is door het Rijk de Deltabeslissing Ruimte­ lijke Adaptatie genomen. De ambitie hierin is: In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Om deze ambitie te verwezenlijken is hierin tevens het volgende gesteld: In 2021 hebben alle Nederlandse overheden klimaatbestendigheid en waterrobuustheid in hun beleid en handelen verankerd. Het Rijk ondersteunt de overheden bij de uit­ voering van de deltabeslissing en heeft hiertoe: In 2017 het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) gepubliceerd. Hierin staat hoe gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk het proces van ruimtelijke adaptatie dienen te versnellen en intensiveren aan de hand van zeven ambities, zie afbeelding 2. De opgenomen aanpak hiervoor is de cyclische methode ‘weten - willen - werken’. Sinds 2018 werkt de regio Alkmaar aan de invulling van deze opgaven om klimaatbestendig inrichten breder en dieper te borgen in de ambtelijke organisaties. Hiertoe zijn: In 2019 de kwetsbaarheden op hoofdlijnen in beeld gebracht en in 2020 risicodialogen gevoerd (weten). In 2020 een klimaatadaptatiestrategie (willen) en uitvoeringsagenda (werken) Regio Alkmaar opgesteld, welke in 2021 is vastgesteld. Hiermee voldoen de gemeenten aan de doelstelling van het Rijk. 8

Afbeelding 2. 7 ambities Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie

de BUCH | Op weg naar klimaatadaptieve en natuurinclusieve gemeenten

De gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo geven lokale invulling aan dit regionale beleid met voorliggend beleidsplan (werken). Eén bouwsteen van dit lokale beleid zijn klimaatbestendige uitgangspunten voor nieuwbouw (H4). Hiertoe is: In 2022 middels een intentieovereenkomst de missie om klimaatbestendig te bouwen bekrachtigd, zie bijlage 1 “Deelnemende partijen Intentieovereenkomst Klimaat­ bestendige nieuwbouw MRA en NoordHolland”. De intentieovereenkomst is door 52 partijen in Noord-Holland en de Metropool Regio Amsterdam ondertekend (provincies, waterschappen, gemeenten, ontwikkelaars en woningcorporaties). In tabel 1 staan de belangrijkste bestuurlijke ijkpunten voor klimaatadaptatie, natuurinclusief bouwen en van programma Klimaat in de periode van 2014 tot en met 2022 samengevat.

Natuurinclusief bouwen

Op 16 januari 2020 is door de gemeenteraad van Castricum een motie aangenomen om een beleidsplan te ontwikkelen voor maatregelen die een bijdrage leveren aan de natuurontwikkeling bij ontwikkelingsplannen. Het begrip natuurinclusief bouwen is tweeledig gedefinieerd: Bouwen en ontwikkelen zodanig dat (ook) de natuur er baat bij heeft en de biodiversiteit vergroot wordt; Verbeteren en bestendig maken van de leefomgeving door voldoende, kwalitatieve natuur toe te voegen aan de gebouwde omgeving;

Het draagt bij aan een aangenaam leefklimaat door het creeëren van gezonde en aantrekkelijke steden en dorpen. Deze bieden voor alle gebruikers een prettige leefomgeving. Goed stedelijk groen zorgt voor verkoeling in de zomer en zuivert de lucht. Het biedt ruimte aan mede-stadsbewoners, zoals huismus, gierzwaluw, merel of gewone dwerg­ vleermuis. Dankzij al deze bewoners komen steden en dorpen écht tot leven. Klimaatadaptatie

en natuurinclusief bouwen in ruimtelijke ontwikke­ lingen vullen elkaar aan, omdat ze beiden tot doel hebben de biodversiteit te versterken. Dit beleid­ stuk geeft hier invulling aan. Zie tevens tabel 1, voor een overzicht van de belangrijkste bestuurlijke ijkpunten voor klimaat­ adaptatie, natuurinclusief bouwen en van programma Klimaat in de periode van 2014 tot en met 2022.

2014

Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie

Nederland klimaatbestendig en waterrobuust (2050). Klimaat­ bestendig handelen in beleid en uitvoering (2021).

2017

Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie

Ondersteunen van overheden bij het uitvoeren van de Delta­ beslissing.

2018

Samenwerking Ruimtelijke Adaptatie Regio Alkmaar

Regio Alkmaar pakt klimaatadaptatie gezamenlijk op.

2020

Motie Natuurinclusief bouwen (Castricum)

Ontwikkelen van beleidsnota voor maatregelen die bijdragen aan de natuurontwikkeling bij ontwikkelingsplannen.

2020

Ambitiedocument programma klimaat 2021-2025

In de zomer van 2020 is het ambitiedocument programma klimaat in de BUCH gemeenten vastgesteld.

2021

Klimaatadaptatie strategie en uitvoe­ ringsagenda regio Alkmaar

In het voorjaar van 2021 is in de BUCH gemeenten de klimaatadaptatiestrategie en uitvoeringsagenda regio Alkmaar vastgesteld.

2022

Intentieovereenkomst klimaatbestendig bouwen MRA en Noord-Holland

In het voorjaar van 2022 hebben 52 partijen, waaronder Bergen, Uitgeest en Heiloo de intentieovereenkomst Klimaat­ bestendige nieuwbouw MRA en Noord-Holland ondertekend.

Tabel 1. Bestuurlijke ijkpunten klimaatadaptatie, natuurinclusief bouwen en programma Klimaat 2014-2022

1 2

de BUCH | Beleidsplan & Uitvoeringsprogramma 2023-2026

9

Waarom? Trends en ambities

Klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen

11

EEN VERGEZICHT VOOR DE GEMEENTEN

11

NATUURLIJK SYSTEEM AAN DE BASIS

11

Een nieuwe benadering: ecologie, bodem en watersysteem aan de basis De tijd voor een nieuwe benadering is rijp

Klimaatadaptieve en natuurinclusieve gemeenten

11 11 12

HET KLIMAAT VERANDERT

12

SCHADE EN RISICO’S VAN EEN VERANDEREND KLIMAAT

12

DE BIODIVERSITEIT GAAT ACHTERUIT

14

AMBITIES KLIMAATADAPTATIE, NATUUR­INCLUSIEF BOUWEN & ORGANISATIE

15

Klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen

15

Anders denken en werken in de organisatie en mét de samenleving

LEESWIJZER

10

15

17

Klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen Dit hoofdstuk begint met een klimaat­ bestendig toekomstperspectief voor de gemeenten. Toegelicht wordt dat hier­ voor een nieuwe benadering nodig is. Dit is noodzaak vanwege de verandering van het klimaat en de achteruitgang van de biodiversiteit. Vervolgens omschrijven we de ambities die de gemeenten hebben, passend bij dit toekomst­ perspectief. Het hoofdstuk eindigt met een leeswijzer. Een vergezicht voor de gemeenten

Op basis van onderzoek van Wageningen University & Research1 staan in de toekomst natuur, circulaire economie, leefbaarheid en veiligheid voorop. We zijn dan een land waarin de integrale benadering van de energietransitie, verduurzaming van de landbouw, herstel van de biodiversiteit, verstedelijking en klimaatadaptatie geleid hebben tot groene, natuurinclusieve oplossingen. Een samenleving waarin econo­ mische ontwikkeling, klimaatadaptatie en een natuurinclusieve samenleving hand in hand gaan.

1

W  ageningen University & Research; Een natuurlijkere toekomst voor Nederland in 2120

Op basis van dit vergezicht wordt hier een toekomst­perspectief voor de gemeenten geschetst: “De kustzone van de gemeenten is meer bio­divers en blijft een toeristische trekpleister. De stedelijke omgeving, de kust en het agrarische landschap bieden verkoeling, vrucht­bare bodems en mogelijkheden voor recreatie. Dit doordat ze dooraderd zijn met blauwgroene landschaps­elementen als groenbuffers en stedelijke bossen. Naast een visueel aan­trekkelijk leefgebied, vergroot dit het areaal natuur, bos en open water. Dit is optimaal voor de mens en de biodiversiteit. In het stedelijk gebied wordt regen­water optimaal benut en fungeren groenblauwe netwerken voor optimale leefbaar­heid. De gebouwen zijn natuurinclusief en hout­bouw is gemeengoed”.

Natuurlijk systeem aan de basis

Een nieuwe benadering: ecologie, bodem en watersysteem aan de basis De gemeenten hebben een nieuwe benadering nodig om deze toekomst te realiseren. Een benadering waarbij het natuurlijke systeem aan de basis staat. Dit betekent dat bij een klimaatadaptieve en natuurinclusieve inrichting het bodemtype, de watersystemen, het lokale ecologische habitat en de hoogteverschillen bepalend zijn. Dit beleidsplan zorgt ervoor dat

klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen onderdeel worden van (her)inrichting en ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeenten. Groenblauwe oplossingen maken deel uit van de gemeenten op verschillende schaalniveaus; huis en pand, straat, wijk en gebied en de regio. Op deze manier creëren de gemeenten gezonde en aantrekkelijke dorpen. De aanpak in dit beleidsplan sluit aan op de aanpak vanuit de andere pijlers van het programma Klimaat. Zo zorgt een groene leefomgeving voor een lagere omgevingstemperatuur, waardoor er minder elektrische koeling nodig is. Daarnaast werken zonne-installaties efficiënter bij mildere temperaturen. Dit sluit aan bij de pijler energietransitie. De tijd voor een nieuwe benadering is rijp In Nederland is de afgelopen decennia veel veranderd over onze manier van denken over leven met water én natuur. Enerzijds van “bouwen” naar “bouwen met de natuur”. Anderzijds van “de strijd tegen het water” naar “ruimte voor water”. De verstedelijking, energietransitie, verduurzaming van de landbouw, klimaatadaptatie en herstel van biodiversiteit delen het natuurlijke systeem als gezamenlijke onderlegger. Er is daarom een nieuwe balans nodig in de steeds beperktere beschikbare ruimte. Een balans waarbij het natuurlijke systeem aan de basis staat en sturend is bij ruimtelijke ontwikkelingen (afbeelding 3).

Het natuurlijke systeem sturend maken bij ruimte­lijke ontwikkelingen is noodzakelijk. de BUCH | Beleidsplan & Uitvoeringsprogramma 2023-2026

11

Dit wordt onderschreven door verschillende onderzoeksinstituten (WUR, PBL, Deltares) 2. Ook de minister van IenW heeft, in de Kamerbrief bij toezending van het Beleidsprogramma IenW (2022) 3, toegezegd dat water en bodem sturend worden bij de ruimtelijke planning. Het in augustus 2021 verschenen IPCC rapport zet tevens extra druk op de noodzaak voor deze benadering. Klimaat­verandering is namelijk nu al merkbaar. De buien in onze gemeenten (juni 2021), valwinden in Leersum en woeste waterstromen in Limburg (zomer 2021), extreme droogte (2018 en 2022) en steeds vaker hittegolven laten dit zien. De effecten van klimaatverandering worden nog extremer én zetten ook door bij het terugdringen van broeikasgassen (mitigatie)4. Klimaatadaptieve en natuurinclusieve gemeenten Klimaatadaptief handelen en natuurinclusief bouwen maken de gemeenten meer robuust voor de toekomst. Klimaatadaptatie en natuurinclusieve gemeenten zorgen voor: Gemeenten die bestendig zijn tegen water­ overlast en waar hittestress en droogte worden verminderd. Gemeenten die met groen blauwe oplossingen CO2 vastleggen in bomen en planten (klimaatmitigatie). 2

Afbeelding 3. Natuurlijk systeem sturend bij ruimtelijke ontwikkelingen 12

de BUCH | Op weg naar klimaatadaptieve en natuurinclusieve gemeenten

Wageningen University & Research; Een natuurlijkere toekomst voor Nederland in 2120. Plan Bureau voor de Leefomgeving; Grote opgaven in een beperkte ruimte. Deltares, Bosch en Slabbers & Sweco; Op Waterbasis, grenzen aan de maakbaarheid van ons water- en bodemsysteem. Wageningen University & Research; De stad van 2120: natuurlijk! Deltaprogramma 2023; versnellen, verbinden en verbouwen! 3 K  amerbrief bij toezending Beleidsprogramma IenW | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl 4 IPCC, Climate Change 2021

Gemeenten waar door natuurinclusief bouwen en klimaatbestendig inrichten energie bespaard wordt en dus CO2 gereduceerd wordt (klimaat­ mitigatie). overstroming Gemeenten met een toename van de bio­ diversiteit, door te kiezen voor de juiste beplanting en door aan te sluiten bij bestaande groenstructuren. Gemeenten waar inwoners veilig overstroming en gezonderwateroverlast zijn door de voordelen van een klimaatbestendige en natuurinclusieve leefomgeving.

wateroverlast

5

KNMI Klimaatsingaal’21

hitte

droogte

Over the next 10 years

natuurinlcusief en biodiversiteit

Hitte: het wordt warmer, en de duur en intensiteit van hittegolven neemt toe. hitte

droogte

natuurinlcusief en biodiversiteit

Droogte: de ! langere periodes neerslag. de zonder werkwoord!

Het klimaat verandert

Een klimaatadaptieve gemeente een aan­ hitte overstroming creëert wateroverlast trekkelijker leefklimaat. Klimaatadaptatie is echter noodzakelijk om het leefklimaat leefbaar te houden. De gemiddelde temperatuurstijging in Nederland over de afgelopen honderd jaar bedraagt iets meer dan twee graden. Deze opwarming gaat samen met een toenemende hoeveelheid neerslag, vooral in de kuststrook. De gemiddelde hoeveelheid neerslag is in ruim een eeuw tijd met 21% toege­ nomen. Ook zijn buien intenser geworden. Vooral in de zomer overstroming komen steeds zwaardere hitte piekbuien droogte wateroverlast voor. De intensiteit van de neerslag in Nederland neemt toe met ongeveer 3-7% per graad wereld­ wijde opwarming. Sinds 1950 komen ook drogere voorjaars- en zomerperioden steeds vaker voor. En in het bebouwd gebied kan bij hitte de temperatuur maximaal 7 graden hoger zijn dan in het landelijk gebied5. Klimaatscenario’s geven aan dat Neder­de land ook in de toekomst rekening moet houden de met een stijging van de temperatuur, wat verder de de leidt tot:

Top 10 Global risks by severity

Wateroverlast: er valt meer neerslag en buien worden heviger.

droogte

natuurinlcusief en biodiversiteit

de

werkwoord!

de

werkwoord!

de

werkwoord!

de werkwoord! Overstroming: de ! de werkwoord! dedezeespiegel en rivierstanden stijgen. werkwoord! de werkwoord!

werkwoord!

de werkwoord! wateroverlast hitte

droogte

de overstroming

de de de de

werkwoord!

natuurinlcusief en biodiversiteit

de werkwoord! en biodiversiteit: Natuurinclusief ! de extra drukwerkwoord! op flora en fauna. werkwoord! de werkwoord!

werkwoord!

de werkwoord! natuurinlcusief

en biodiversiteit

de

werkwoord!

de

werkwoord!

de

werkwoord!

de werkwoord! Schade en risico’s van een veranderend klimaat

de

!

de

werkwoord!

de

werkwoord!

de

werkwoord!

de landelijk werkwoord! Droogte en waterbeschikbaarheid in het de werkwoord! gebied ! veroorzaken naar verwachting enorme de werkwoord! schade ! tot aan 2050. Dit geldt ook voor droog­ werkwoord de werkwoord! ! en wateroverlast in stedelijk gebied. De werkwoord te, hitte ! werkwoord effecten van een veranderend klimaat zijn veel­

de

werkwoord!

de

werkwoord!

de

werkwoord!

de

werkwoord!

1st

Climate action failure

2nd

Extreme weather

3rd

Biodiversity loss

4th

Social cohesion erosion

5th

Livelihood crises

6th

Infectious diseases

7th

Human environmental damage

8th

Natural resource crises

9th

Debt\crises

10th

Geoeconomic confrontation Economic

Environmental

Geopolitical

Societal

Afbeelding 4. Top 10 risico’s, wereldwijd.

omvattend. Bij ongewijzigd beleid brengen ze grote risico’s en kosten met zich. Het uitblijven van klimaat actie, extreem weer en het verlies van biodiversiteit staan respectievelijk op plek 1, 2 en 3 in de top 10 risico’s van het World Eco­ nomic Forum 6, afbeelding 4. De Klimaatschade­ schatter geeft per Nederlandse gemeente een 6

World Economic Forum Global Risks Report 2022

de BUCH | Beleidsplan & Uitvoeringsprogramma 2023-2026

13

Bergen

Uitgeest

Castricum

Heiloo

Wateroverlast

€50 tot 81 miljoen

€12 tot 19 miljoen

€32 tot 50 miljoen

€18 tot 35 miljoen

Hitte

€9 tot 10 miljoen

€4 miljoen

€11 tot 12 miljoen

€7 tot 8 miljoen

Droogte

€62 tot 246 miljoen

€62 tot 226 miljoen

€34 tot 197 miljoen

€19 tot 96 miljoen

Tabel 2. Resultaten klimaatschadeschatter (www.klimaatschadeschatter.nl)

Verantwoording Klimaatschadeschatter De berekeningen houden onder andere rekening met de schade aan panden door extreme regenval, toegenomen sterfte en ziekenhuisopnames door extreme hitte. Kosten voor bestrijding van de eikenprocessierups en schade aan landbouw gewassen, gemeentelijk groen en infrastructuur door droogte. Resultaten van de klimaatschadeschatter blijven een onderbouwde schatting. Berekeningen houden geen rekening met waardeveranderingen van kosten en baten in de toekomst en toekomstige veranderingen in landgebruik. De schadekosten van mogelijke overstromingen zijn niet verwerkt op gemeenteniveau, omdat dit sterk per wijk kan verschillen. Voor de thema’s hitte, droogte en wateroverlast zijn niet alle effecten van potentiële veranderingen doorgerekend. Zo zijn er bijvoorbeeld geen schades berekend voor een verandering in de waterkwaliteit door opwarming van het oppervlaktewater. Een compleet overzicht van de uitgangspunten staat op www.klimaatschadeschatter.nl.

14

de BUCH | Op weg naar klimaatadaptieve en natuurinclusieve gemeenten

indicatie van de kosten als gevolg van schade die klimaat­­verandering de komende decennia kan veroor­zaken. In tabel 2 staan de resultaten van de klimaat­schadeschatter voor de gemeenten tot en met 20507. De bandbreedte in schadekosten ontstaat doordat de Klimaatschadeschatter gebruik maakt van de volgende scenario’s: De schadekosten als het huidige klimaat tot 2050 hetzelfde blijft. De schadekosten als het klimaat sterk verandert: het zogenaamde warm en hoge waarde (WH)-scenario van het KNMI’14. De resultaten van de Klimaatschadeschatter hebben een aantal onzekerheden (zie kader). Het betreft schattingen, die gemaakt zijn op basis van landelijk beschikbare gegevens, waaronder de klimaateffectatlas. Daarnaast is niet zeker hoe het klimaat precies gaat veranderen. De resultaten in de Klimaatschadeschatter zijn daarom gebaseerd op de KNMI’14 scenario’s. In alle gevallen tonen de scenario’s flinke kosten als gevolg van klimaatverandering.

De biodiversiteit gaat achteruit

Een natuurinclusieve gemeente creëert een toekomst­bestendigere leefomgeving. Het is tevens noodzaak, want de biodiversiteit (verscheidenheid aan levensvormen in een ecosysteem) gaat achteruit. Dit is zowel wereldwijd als in Nederland een probleem (afbeelding 5) 8. Sinds 1900 zijn honderden diersoorten uit Nederland verdwenen.

7 8

w ww.klimaatschadeschatter.nl Biodiversiteitsverlies in Nederland, Europa en de wereld, 1700-2010 | Compendium voor de Leefomgeving (clo.nl)

Er zijn steeds minder geschikte leefgebieden voor dieren en planten. Zowel in stedelijk als in landelijk gebied is dit het geval. In stedelijk gebied vervangen we groen door gebouwen, waardoor er geen leefruimtes voor dieren over blijven. In het landelijk gebied zorgt de stikstofproblematiek (ammoniak en stikstofoxiden) voor minder planten diersoorten: de natuur ‘verarmt’. In het beleids­ plan circulaire economie is hier aandacht voor. Alle soorten planten en dieren zijn met elkaar verbonden. Als het een verdwijnt, heeft dat ook effect op het ander. Diversiteit in levensvormen zorgt voor een ecosysteem dat tegen een stootje kan én bestand is tegen plagen. Een divers eco­systeem voorziet ons in voedsel, natuurlijke zuivering van water en lucht, waterberging, gezond­heid en recreatie. De achteruitgang van de diversiteit in levensvormen bedreigt het vermogen van het ecosysteem om ons hierin te voorzien. De mens is voor het leven op aarde afhankelijk van de natuur. Klimaatverandering versterkt de achter­ uitgang 9. Het terugdringen is van belang om de gevolgen van klimaatverandering te beperken. Het versterken van de biodiversiteit draagt tevens bij aan het terugdringen van klimaatverandering door CO2-vastlegging in groen.

Ambities klimaatadaptatie, natuur­ inclusief bouwen & organisatie

Klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen De ambitie van de gemeente is: In 2050 klimaatbestendig, waterrobuust en natuurinclusief ingericht.

9

100

Mean species abundance (% van referentie) Wereld (exclusief antartica) Europa (OESO)

80

Nederland 60 40 20 0 1700

1750

1800

1850

1900

1950

2000

2050

Afbeelding 5. Achteruitgang van de biodiversiteit.

Bij projecten en gebiedsontwikkeling werken we natuurinclusief en klimaatadaptief. Bij voorkeur sluiten we aan bij de hoofdgroenstructuur. Anders denken en werken in de organisatie en mét de samenleving Om de ambitie te verwezenlijken heeft de gemeente tevens een ambitie op procesniveau: De gemeente verweeft klimaatadaptatie in alle reguliere werkprocessen die betrekking hebben op de inrichting van de ruimte. Ze betrekt inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties bij klimaatadaptatie.

Klimaatadaptief en natuurinclusief inrichten vragen een andere manier van denken én werken in de gemeenten. Met anders denken én werken bedoelen we: Integraal werken. Verandering in bewustzijn én gedrag ten aanzien van klimaatadaptatie. Hanteren van klimaatbestendige uitgangs­ punten bij herinrichtingen en bij nieuwbouw. De opgave met betrekking tot de uitgangspunten is bekend én de organisatie weet hoe hierop te handelen. Ecologie, bodem en watersysteem sturend; klimaatadaptatie en biodiversiteit-, groen- en

W WF, Living Planet Report 2018

de BUCH | Beleidsplan & Uitvoeringsprogramma 2023-2026

15

water- en rioleringsbeleid en beheer worden in de eerste fase van projecten meegenomen. Dit betekend dat in de initiatieffase duidelijke kaders voor klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen worden meegeven. Het toepassen van een puntensysteem voor natuurinclusief bouwen.

VANUIT RESULTATEN NAAR RANDVOORWAARDEN De gemeente doet het zelf

Het uitgangspunt van de gemeente is dat we de klimaatadaptatie opgave samen aanpakken. Met samen bedoelen we: Collega’s binnen de gemeente. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Samen met aangrenzende gemeenten, hogere overheden en nutsbedrijven. Overige belanghebbenden.

VANUIT DE OVERHEID NAAR DE SAMENLEVING De gemeente dirigeert

Het betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties is van belang, omdat twee derde van de stedelijke omgeving in het bezit is van particulieren. Om de ambitie te verwezenlijken zoekt de gemeente de samenwerking met verschillende belanghebbenden op 3 schaalniveaus: Huis en Pand

16

PRESTERENDE OVERHEID We maken de buitenruimte en het gemeentelijk vastgoed klimaatbestendig

SAMENWERKENDE OVERHEID We werken samen met PWN en Hoogheemraadschap Hollands Noorder­ kwartier (HHNK).

RECHTMATIGE OVERHEID We stellen regels voor nieuwbouw

FACILITERENDE OVERHEID We stimuleren en faciliteren initiatieven van bewoners en andere partners

VANUIT RANDVOORWAARDEN NAAR RESULTATEN De gemeente stelt kaders

Afbeelding 6. Rollen van de gemeente

Straat, wijk en gebied

de BUCH | Op weg naar klimaatadaptieve en natuurinclusieve gemeenten

Regio

VANUIT DE SAMENLEVING NAAR DE OVERHEID De gemeente is partner

Deze indeling van de ruimte op schaalniveaus van klein naar groot, past bij de gestelde ambities van de gemeenten. De ambities gaan over een verandering van de inrichting van diezelfde ruimte en de rol en invloed van de gemeenten en haar belanghebbenden hierop. Om de leefomgeving voor te bereiden op extremer weer en een natuurinclusieve omgeving pakken de gemeenten verschillende rollen op, zoals in afbeelding 6 schematisch is weergeven. De invulling van deze rollen wordt in hoofdstuk 5 per schaalniveau verder uitgewerkt: De ambitie van de gemeente om de inwoners en ondernemers te betrekken bij klimaatadaptatie komt aan bod bij het schaalniveau huis en pand. De ambitie om klimaatadaptatie te verwezenlijken in alle reguliere werkprocessen komt aan bod bij het schaalniveaus straat, wijk en gebied. Het effectiever maken van de aanpak vraagt dat we van elkaar leren. Dit komt aan bod bij het schaalniveau regio.

definities die de gemeente hanteert (wat) en de doorwerking en borging hiervan. In hoofdstuk 5 en 6 wordt in gegaan op de invulling die de gemeenten geven aan de opgave en de doelstellingen (hoe; strategie en middelen & wanneer).

De gemeenten willen tevens een Sustainable Development Goals (SDG) gemeenten worden. De ambities uit dit beleidsplan sluiten aan bij deze doelen; goede gezondheid en welzijn, schoon water, duurzame steden en gemeenschappen, klimaatactie, leven in het water en leven op het land.

Leeswijzer

Dit beleid geeft invulling aan de gestelde ambitie van de gemeente. In hoofdstuk 3 en 4 wordt in gegaan op de opgave, de doelstellingen en de BUCH | Beleidsplan & Uitvoeringsprogramma 2023-2026

17

Wat?

Opgave en doelstellingen Klimaatkwetsbaarheden in beeld

19

BERGEN IN BEELD

20

Natuurlijk systeem, kenmerkende klimaatdreigingen en kansen

Wijktypologie en type klimaatadaptieve maatregelen

22

Basisinventarisatie klimaatkwetsbaarheden

22

Wateroverlastmeldingenkaart

22

UITGEEST IN BEELD

Natuurlijk systeem, kenmerkende klimaatdreigingen en kansen

23 23

Wijktypologie en type klimaatadaptieve maatregelen

23

Basisinventarisatie klimaatkwetsbaarheden

23

Wateroverlastmeldingenkaart

24

CASTRICUM IN BEELD

Natuurlijk systeem, kenmerkende klimaatdreigingen en kansen

25 25

Wijktypologie en type klimaatadaptieve maatregelen

26

Basisinventarisatie klimaatkwetsbaarheden

27

Wateroverlastmeldingenkaart

27

HEILOO IN BEELD

Natuurlijk systeem, kenmerkende klimaatdreigingen en kansen

28 28

Wijktypologie en type klimaatadaptieve maatregelen

28

Basisinventarisatie klimaatkwetsbaarheden

28

Wateroverlastmeldingenkaart

30

HANDELINGSPERSPECTIEF

18

20

de BUCH | Op weg naar klimaatadaptieve en natuurinclusieve gemeenten

30

Klimaatkwetsbaarheden in beeld Het bodem, watersysteem en de eco­lo­ gische status hebben invloed op de klimaat­kwetsbaarheden en klimaat­ kansen. In het vorige hoofdstuk is aan de orde gekomen dat het natuurlijke systeem sturend moet worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. In dit hoofd­ stuk wordt daarom beschreven hoe de ondergrond van de vier gemeenten globaal opgebouwd is. De kenmerkende klimaatdreigingen (water­overlast, droogte, hitte, overstroming) en klimaat­ adaptatiekansen horend bij deze natuurlijke systemen komen ook aan bod. In bijlage 2 zijn de voorkomende natuurlijke systemen in de gemeenten zichtbaar op de kaart.

De inrichting van een Nederlandse straat is vaak kenmerkend voor een bepaalde tijd. We kunnen wijken daarom indelen in een typologie10. De ken­merken van een wijktype bepalen hoe we in de straat rekening kunnen houden met een extremer klimaat, zie tabel 3. Zo kan het vele publieke groen in naoorlogse woonwijken eenvoudig worden ingezet voor klimaatadaptatie. De structuur van bloemkoolwijken biedt plaats voor wadi’s (water­ opslag- en infiltratievoorziening) om hevige regen­ buien lokaal te kunnen verwerken. In dit hoofdstuk worden de wijktypologieën per gemeente en de bijbehorende klimaatadaptieve maatregelen besproken. In bijlage 3 zijn de wijktypologieën per woonkern zichtbaar op de kaart.

Ook worden de belangrijkste knelpunten uit de basisinventarisatie klimaatkwetsbaarheden opge­ somd11. Aangevuld met knelpunten van de water­ overlastmeldingenkaart. De wateroverlastmeldingenkaart is gemaakt op basis van meldingen van inwoners na de zware buien van 18-20 juni 2021, die de BUCH gemeen­ ten hebben getroffen. Deze buien waren vergelijk­ baar met de buien waar we ons als gemeenten op voorbereiden en die naar verwachting vaker zullen optreden. Het hoofdstuk eindigt met een handelings­perspectief bij beheer en onderhoud, herinrichtingen én ruimtelijke ontwikkelingen op basis van voorgaande informatie.

Dominante wijktypologie

Bouwperiode

Kenmerken

Volkswijk

1910-1940

Geen voortuin, weinig gemeentelijk groen, 2-3 lagen, eengezinswoningen.

Tuinstad

1945-1970

Open bouwblokken met veel groen 2-6 lagen eengezins­ woningen, berging op de begane grond.

Naoorlogse woonwijk

1945-1990

Voor- en achtertuin, 2-3 lagen, eengezinswoningen in rij. 2 onder 1 kap of vrijstaand.

Bloemkoolwijk

1970-1990

Eengezinswoningen met voor- en achtertuin, kronkelende stratenpatronen, hofjes, brede groenstrook rondom de wijk.

Vinex

1990-heden

Eengezinswoningen in rij, twee onder een kap, vrijstaand, appartementen.

Villa

Van alle tijden

Veel ruimte tussen woningen, losstaande huizen. Tabel 3. Kenmerken wijktypologieën voorkomend in de gemeenten.

10

11

Hogeschool van Amsterdam; Het klimaat past ook in uw straatje, 2017

Arcadis; Klimaatadaptatiestrategie en uitvoeringsagenda Regio Alkmaar, 2019

de BUCH | Beleidsplan & Uitvoeringsprogramma 2023-2026

19

Bergen in beeld

Natuurlijk systeem, kenmerkende klimaat­ dreigingen en kansen Het natuurlijk systeem van de gemeente Bergen van west naar oost begint met het strand en de kustduinen. Het gaat vanaf de binnenduinrand over in een combinatie van strandvlakte, strand­ wallen, zeekleivlakte en meerbodem. Het systeem wordt lokaal doorkruist met kreekruggen. Bergen aan Zee en Egmond aan Zee zijn door het reliëf van de kustduinen kwetsbaar voor wateroverlast in lagere gebieden. Het regenwater stroomt hier gemakkelijk naar toe en in tijden van droogte is er hittestress. Dit zandrijke gebied is kansrijk voor bodeminfiltratie en vergroening. Dit werkt goed tegen wateroverlast en hittestress. Bij vergroening moet in deze dorpen wel rekening gehouden worden met een zoute wind. De buurtschappen Camperduin, Groet, Catrijp, Bregtdorp, Schoorl en Aagtdorp liggen in de binnenduinrand met een variatie van strandwallen, zeekleivlakte en kreekruggen. Kwelwater komt hier onder de duinen vandaan omhoog. Grondwateroverlast is hier een probleem bij langdurige neerslag (koude, natte seizoen). Droogte en brakke kwel zijn een probleem in de lente en zomer. Dat vraagt om goede maatregelen die het grondwater zoveel mogelijk op gelijk peil houden (infiltratie en drainage). Er zijn hier veel infiltratiemogelijkheden (zand). Waar dat niet kan (zeekleivlakte), vergroten we de capaciteit van het watersysteem.

Op deze manier kan regenwater langzaam infiltreren.

20

de BUCH | Op weg naar klimaatadaptieve en natuurinclusieve gemeenten

Afbeelding 7. De score voor Bergen is hier zichtbaar ten opzichte het landelijke gemiddelde (weergegeven met een weegschaal). Het landelijk gemiddelde is uitgedrukt in een score en is relatief. Voor meer informatie zie: Basisinventarisatie klimaatkwetsbaarheden (samenblauwgroen.nl)

Bergen is de grootste kern, midden op de strandwal. Hier speelt wateroverlast door regenwater en door grondwater een rol. Afgewisseld door droogte en brakke kwel en lokale hittestress.

Egmond aan de Hoef en Egmond-Binnen bestaan bijna volledig uit strandvlakte in de binnenduinrand. Ten zuiden van de Prinses Beatrixlaan is ook een stukje strandwal. Langdurige neerslag leidt tot grondwateroverlast

en in de zomer dreigt droogte, brakke kwel en hittestress. Ook funderingsschade aan woningen of infrastructuur door bodemdaling of paalrot is een risico.

de BUCH | Beleidsplan & Uitvoeringsprogramma 2023-2026

21

particulier gebied. De bloemkoolwijk leent zich goed voor infiltratie, bijvoorbeeld in de vorm van groene wadi’s. Het bebouwde gebied van Camperduin, Groet, Catrijp, Bregtdorp, Schoorl en Aagtdorp bestaat voornamelijk uit villa’s en bloemkoolwijken. Hier is relatief veel ruimte voor infiltratie en het vergroten van de capaciteit van het watersysteem. In Bergen centrum zijn mogelijkheden voor infiltratie, drainage en vergroening. Dit zorgt voor een buffer tegen wateroverlast, droogte en lokale hittestress. Alle typen wijktypologie komen hier voor. Het is maatwerk welke maatregelen zich het beste lenen voor welke wijk en straat. Egmond aan de Hoef bestaat uit bloemkoolwijken en Egmond Binnen uit villa’s en volkswijken. In de vele volkswijken is weinig ruimte voor infiltratie. Maatregelen die het grondwater zoveel mogelijk op gelijk peil houden, zijn hier belangrijk.

Wijktypologie en type klimaatadaptieve maatregelen Bergen aan Zee bestaat voornamelijk uit villa’s. Daar is relatief veel ruimte voor infiltratie en ver­ groening. Dit geldt zowel voor openbaar als particulier terrein. Egmond aan Zee bestaat uit volkswijken, naoorlogse woonwijken en bloemkoolwijken. In de volkswijk is ruimte voor infiltratie en vergroening beperkt. De ruimte die de bestaande infrastructuur inneemt, is hier belangrijk voor infiltratie. In de naoorlogse woonwijk is relatief veel ruimte voor infiltratie in openbaar en 22

Basisinventarisatie klimaatkwetsbaarheden Onderstaand zijn de belangrijkste uitkomsten uit de basisinventarisatie klimaatkwetsbaarheden voor de gemeente Bergen weergeven: De gemeente Bergen is gemiddeld kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering voor alle vier de thema’s. De gemeente Bergen is voornamelijk kwetsbaar voor de gevolgen van overstromingen en wateroverlast. De gemeente scoort slecht op de hoeveelheid water op straat na hevige neerslag. Bij hevige regenval zijn er een aantal aandachtsgebieden waar veel water op straat is. De afgelopen jaren heeft de gemeente in Egmond aan Zee al maatregelen genomen.

de BUCH | Op weg naar klimaatadaptieve en natuurinclusieve gemeenten

Langs de rand van de duinen is er kans op een toename van de grondwateroverlast. Dit geld voornamelijk voor Bergen. De opwarming van oppervlaktewater is het grootste aandachtspunt binnen het thema hitte. Dit gaat gepaard met een verhoogd risico dat de waterkwaliteit zal verslechteren. Het neerslagtekort loopt op tot 300-360 mm per jaar. Dit is landelijk gezien iets boven gemiddeld. Het neerslagtekort leidt niet tot grote risico’s m.b.t. bodemdaling of paalrot. De overstromingskans is het grootst in landelijk gebied langs de oostrand van de gemeente. Dit geldt ook voor de wijken Negen-Nessen, Kruidenbuurt, Coninx en Oldehove in Bergen. De overstromingskans bedraagt daar 1:3001:3000 jaar. Binnen de bebouwde kom liggen de maximale dieptes tussen 2,0 en 3,0 meter. In het buitengebied loopt dit verder op tot meer dan 4,0 meter. Wateroverlastmeldingenkaart Bij de harde regenbuien in het weekend van 1820 juni 2021 zijn door de hele gemeente Bergen locaties van wateroverlast gemeld, zie bijlage 4. Bij de gemeente zijn vooral overlastlocaties binnen de bebouwde kom gemeld. Buiten de bebouwde kom zijn veel meldingen bij het waterschap ingediend. In Bergen aan Zee waren relatief weinig meldingen. In 2021 is in Bergen al ingezet op zowel klein­schalige maatregelen als ook grootschalige maatregelen tijdens herinrichting van de wijk als gevolg van de regenbuien.

De komende jaren zet de gemeente in op het voortzetten van deze aanpak.

Uitgeest in beeld

Natuurlijk systeem, kenmerkende klimaat­ dreigingen en kansen De gemeente Uitgeest bestaat uit 5 kernen. Het natuurlijk systeem van west naar oost is zeeklei­ vlakte opgevolgd door laagveen. De zeekleivlakte wordt lokaal doorkruist met kreekruggen- of beddingen. Langdurige neerslag leidt tot grond­ wateroverlast. Ook droogte, bodem­zetting en verzilting komen hier voor. Maatregelen die het grondwater zoveel mogelijk op gelijk peil houden zijn belangrijk (infiltratie en drainage). Net als het vergroten van de capaciteit van het watersysteem. Op deze manier kan regenwater langzaam infiltreren. Wijktypologie en type klimaatadaptieve maatregelen De wijktypologieën in de gemeente Uitgeest verschillen sterk. In het type volkswijk (noordoost van de N203) is de ruimte beperkt. Het centrum bestaat uit naoorlogse woningen, hier is ruimte voor infiltratie in openbaar en particulier gebied. De westkant van De Koog bestaat uit villa’s en bloemkoolwijken. Hier is meer ruimte voor het vergroten van de capaciteit van het watersysteem en wadi’s als de ondergrond voldoende doorlatend is. De Kleis is een Vinex-wijk. Hier is ruimte voor bijvoorbeeld grindgoten en wadi’s, als de grond voldoende doorlatend is. Basisinventarisatie klimaatkwetsbaarheden In afbeelding 8 zijn de belangrijkste uitkomsten uit de basisinventarisatie klimaatkwetsbaarheden voor Uitgeest weergeven:

de BUCH | Beleidsplan & Uitvoeringsprogramma 2023-2026

23

Afbeelding 8. De score voor Bergen is hier zichtbaar ten opzichte het landelijke gemiddelde (weergegeven met een weegschaal). Het landelijk gemiddelde is uitgedrukt in een score en is relatief. Voor meer informatie zie: Basisinventarisatie klimaatkwetsbaarheden (samenblauwgroen.nl)

De gemeente Uitgeest is gemiddeld kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering voor alle vier de thema’s. Er zijn enkele kleine hitte-eilanden te vinden in de gemeente. Het oppervlaktewater warmt sterk op, ook op zwemwaterlocaties. Er zijn enkele aandachtsgebieden voor water op straat. Er zijn een aantal locaties, waar hoge grond­ water­standen nu problematisch zijn, maar tot 24

2050 neemt het aantal probleemlocaties niet toe. Het bedrijventerrein in het noordoosten komt in Uitgeest naar voren als hitte-eiland en daar­ naast warmt het oppervlaktewater sterk op. Het neerslagtekort loopt op tot 300-330 mm per jaa. Dit is landelijk gezien gemiddeld tot iets boven gemiddeld. Het neerslagtekort leidt niet tot grote risico’s m.b.t. bodemdaling, wel is er een groot risico op paalrot in bijna de helft van Uitgeest, bij huizen gebouwd voor 1970.

de BUCH | Op weg naar klimaatadaptieve en natuurinclusieve gemeenten

Wateroverlastmeldingenkaart In Uitgeest waren de buien van 18-20 juni 2022 minder hevig dan in de naburige gemeentes langs de duinen. Daarom zijn hier ook minder wateroverlastmeldingen. Zodoende geeft de wateroverlastmeldingenkaart nu nog geen duidelijk beeld van de wateroverlastmeldingen in Uitgeest.

Castricum in beeld

Natuurlijk systeem, kenmerkende klimaat­ dreigingen en kansen Castricum en Bakkum bestaan voornamelijk uit kustduinen. Het oostelijke uiteinde bestaat uit zeekleivlakten, kreekruggen en soms kreek­ beddingen. Dit betekent kwetsbaarheid voor wateroverlast in lager gelegen gebieden. Deze gebieden zijn ook gevoelig voor hittestress. Dit zandrijke gebied is kansrijk voor bodeminfiltratie en vergroening. Dit werkt goed tegen waterover­ last en hittestress. De binnenduinrand vraagt om goede maatregelen die het grondwater zoveel mogelijk op gelijk peil houden (infiltratie en drainage). Zodat de kans op grondwateroverlast (winter) en droogte (zomer) wordt verminderd. Limmen en Akersloot bestaan voornamelijk uit strandvlakte en strandwal. Akersloot bestaat ook uit een klein stukje zeekleivlakte. Langdurige neerslag leidt tot grondwateroverlast. In de zomer dreigt droogte, brakke kwel, bodemdaling en hittestress. Ook kortdurende neerslag kan lokaal tot knelpunten leiden. Bij de strandwallen is infiltratie kansrijk en bij de strandvlakte is het vergroten van de capaciteit van het watersysteem belangrijk. De Woude bestaat volledig uit laagveenvlakte. Langdurige neerslag kan voor overlast zorgen, echter ook verdroging en bodemdaling (door veenoxidatie) is een probleem. Peilverhoging in het buitengebied en vergroten van de capaciteit van het watersysteem zijn hier belangrijk.

de BUCH | Beleidsplan & Uitvoeringsprogramma 2023-2026

25

Afbeelding 9. De score voor Castricum is hier zichtbaar ten opzichte het landelijke gemiddelde (weergegeven met een weegschaal). Het landelijk gemiddelde is uitgedrukt in een score en is relatief. Voor meer informatie zie: Basisinventarisatie klimaatkwetsbaarheden (samenblauwgroen.nl)

Wijktypologie en type klimaatadaptieve maatregelen De zuidwestkant van Castricum bij de binnenduin­ rand bestaat uit volkswijken. Dit gebied is extra kwetsbaar voor opkomend kwelwater. Slim gebruik maken van de infrastructuur, biedt hier 26

kansen (waterberging in de weg). Het overige deel van Castricum bestaat uit naoorlogse woonwijken, bloemkoolwijken en Vinex wijken. Deze bieden meer ruimte voor geschikte maatregelen. Bakkum heeft veel villa’s, wat veel ruimte voor maatregelen biedt op openbaar en particulier terrein.

de BUCH | Op weg naar klimaatadaptieve en natuurinclusieve gemeenten

Limmen en Akersloot bestaan voornamelijk uit bloemkoolwijken. Limmen bestaat ook uit Vinex wijken en uit villa’s. Hier is relatief veel ruimte voor maatregelen zoals wadi’s en het vergroten van de capaciteit van het watersysteem. Op deze manier kan regenwater langzaam infiltreren.

In De Woude is veel ruimte op de particuliere percelen voor maatregelen. Veel huizen liggen aan het oppervlaktewater. Het oppervlaktewaterpeil wordt door het hoogheemraadschap beheerd. Een te hoog peil kan tot overlast leiden, maar een te laag peil zorgt voor bodemdaling en schade aan gebouwen of infrastructuur. Basisinventarisatie klimaatkwetsbaarheden In afbeelding 9 zijn de belangrijkste uitkomsten uit de basisinventarisatie klimaatkwetsbaarheden voor Castricum weergeven: De gemeente Castricum is kwetsbaar voor wateroverlast en droogte. Er is op relatief veel locaties in de gemeente sprake van water op straat na hevige regenval. Daarnaast spelen

opwarming van het oppervlaktewater en paalrot een relatief grote rol in de gemeente. Er is op relatief veel locaties sprake van (veel) water op straat na hevige regenval in Castricum (Oranjebuurt en het centrum), Limmen en in Akersloot. De overlast door onbegaanbare wegen en schade aan panden, blijft relatief beperkt. De grondwateroverlast is over het algemeen laag in bebouwd gebied. Wel ontstaat er een nieuw aandachtsgebied in Bakkum. De bedrijventerrein in Limmen en Castricum komen naar voren als hitte-eiland. Daarnaast warmt het oppervlaktewater sterk op. Het neerslagtekort loopt op tot 300-330 per jaar. Dit is landelijk gezien gemiddeld tot iets

boven gemiddeld. Er is sprake van versterkte bodemdaling rondom Akersloot. Er is een groot risico op paalrot aan de westrand en in het centrum van Castricum bij huizen gebouwd voor 1970. Een groot deel van de gemeente Castricum heeft geen overstromingskans vanwege de ligging in het duingebied. De overstromingskans is met 1:300-1:3000 jaar het grootst in BakkumNoord. Binnen de bebouwde kom varieert de overstromingskans tussen <1:30.000 jaar en 1:300.000 jaar. De kans is daarmee zeer beperkt. Tijdens een overstroming kunnen waterdieptes tot maximaal 2,5 meter worden bereikt in de gemeente. Wateroverlastmeldingenkaart Bij de harde regenbuien in het weekend van 18-20 juni 2021 zijn door de hele gemeente Castricum locaties van wateroverlast gemeld, zie bijlage 4. Bij de gemeente zijn vooral overlastlocaties binnen de bebouwde kom gemeld. Buiten de bebouwde kom zijn veel meldingen bij het waterschap ingediend. In De Woude waren geen overlastmeldingen, maar daar waren de regenbuien ook minder zwaar. Komende jaren wordt in Castricum ingezet op zowel kleinschalige maatregelen als ook grootschalige maatregelen tijdens herinrichting van de wijk.

de BUCH | Beleidsplan & Uitvoeringsprogramma 2023-2026

27

Heiloo in beeld

Natuurlijk systeem, kenmerkende klimaat­ dreigingen en kansen Heiloo bestaat voornamelijk uit strandwal en strandvlakte. Langdurige neerslag kan leiden tot grondwateroverlast. In de zomer dreigt droogte, brakke kwel, bodemdaling en hittestress. Ook kortdurende neerslag kan lokaal tot knelpunten leiden. Bij de strandwallen is infiltratie kansrijk en bij de strandvlakte is het vergroten van de capaciteit van het watersysteem belangrijk. Wijktypologie en type klimaatadaptieve maatregelen Heiloo bestaat uit diverse soorten wijktypologieën. Aandachtspunt is dat juist in de volkswijk, tussen de Kennemerstraatweg en de Spoorlaan, met relatief weinig ruimte, behoorlijk risico op water­ overlast is. Deze wijk heeft wel een goede onder­ grond voor infiltratie. De weg kan hier ingezet worden om water te bergen. Basisinventarisatie klimaatkwetsbaarheden In afbeelding 10 zijn de belangrijkste uitkomsten uit de basisinventarisatie klimaatkwetsbaarheden voor Heiloo weergeven: De gemeente Heiloo is het minder kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering dan de andere gemeenten. Wel zijn er per thema een aantal aandachtsgebieden. Voor hemelwateroverlast zijn er een aantal aandachtslocaties, zoals het gebied rondom de Spoorlaan en de Heerenweg. Een aantal gebieden in Heiloo zijn momenteel al kwetsbaar voor grondwateroverlast, met name het buitengebied. Op een aantal van deze 28

de BUCH | Op weg naar klimaatadaptieve en natuurinclusieve gemeenten

Afbeelding 10. De score voor Heiloo is hier zichtbaar ten opzichte het landelijke gemiddelde (weergegeven met een weegschaal). Het landelijk gemiddelde is uitgedrukt in een score en is relatief. Voor meer informatie zie: Basisinventarisatie klimaatkwetsbaarheden (samenblauwgroen.nl)

locaties vinden nieuwbouwactiviteiten plaats. Hier dient rekening gehouden te worden met dit aandachtspunt. Het centrum van Heiloo en de kunstgrasvelden zijn gevoelig voor hitte.

Ongeveer de helft van het oppervlaktewater in de gemeente warmt meer dan 30 opeen­ volgende dagen op tot meer dan 20 °C, mogelijk met waterkwaliteitsproblemen tot gevolg.

Het neerslagtekort loopt op tot 300-330 mm per jaar. Dit is landelijk gezien gemiddeld tot iets boven gemiddeld. Bodemdaling vormt lokaal een groot risico ter hoogte van de A9. de BUCH | Beleidsplan & Uitvoeringsprogramma 2023-2026

29

De westzijde van Heiloo en het landelijk gebied ten oosten van de A9 hebben de grootste overstromingskans. De kans op een overstroming met een diepte van minimaal 50 cm is hier 1:300-1:3000 jaar. Op de strandwal die door het midden van Heiloo loopt is de overstromingskans logischerwijs kleiner met <1:30.000 jaar. Langs de westzijde van Heiloo (ten westen van het spoor) kunnen waterdieptes tussen 2,5 meter en 3,5 meter worden bereikt binnen de bebouwde kom. Wateroverlastmeldingenkaart Bij de harde regenbuien in het weekend van 1820 juni 2021 zijn door de hele gemeente Heiloo locaties van wateroverlast gemeld, zie bijlage 4. Bij de gemeente zijn vooral overlastlocaties binnen de bebouwde kom gemeld. Buiten de bebouwde kom zijn veel meldingen bij het waterschap ingediend. Komende jaren wordt in Heiloo ingezet op zowel kleinschalige maatregelen als ook grootschalige maatregelen tijdens herinrichting van de wijk.

Handelingsperspectief

Bij beheer, onderhoud, herinrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen, zijn de kenmerkende klimaatdreigingen en kansen behorend bij het natuurlijke systeem van belang. Ook de type klimaatadaptieve maatregelen behorend bij de wijktypen en de klimaatkwetsbaarheden zijn belangrijk. De komende jaren zet de gemeente verder in op het in kaart brengen van de prioriteiten. Dit gebeurt door de gebouwde omgeving te toetsen op de klimaatbestendige uitgangspunten, met oog voor de ondergrond. 30

Deze informatie gecombineerd met de vervangingsopgave voor weg, riool, kabels, leidingen, waterleidingen en reconstructies van bestaande en nieuwe wijken resulteert in handelingsperspectief en geeft inzicht in de prioriteiten. Een korte, midden en lange termijn planning waar klimaatadaptatie deel van uitmaakt is het nieuwe normaal. Hierbij horen ook opgaves van de andere pijlers van het programma Klimaat: energietransitie, duurzame mobiliteit, circulaire economie en duurzame bedrijfsvoering.

de BUCH | Op weg naar klimaatadaptieve en natuurinclusieve gemeenten

de BUCH | Beleidsplan & Uitvoeringsprogramma 2023-2026

31

Wat?

Opgave en doelstellingen Doelstellingen, uitgangs­punten, werkkader, doorwerking en borging

33

DOELSTELLINGEN WERKORGANISATIE EN SAMENLEVING

33

DOELSTELLINGEN KLIMAATBESTENDIGE EN NATUURINCLUSIEVE INRICHTING

34

UITGANGSPUNTEN KLIMAATBESTENDIG, WATERROBUUST EN NATUURINCLUSIEF

34

Uitgangspunten wateroverlast

35

Uitgangspunten droogte

35

Uitgangspunten hitte

35

Uitgangspunten overstroming

36

Uitgangspunten natuurinclusief en biodiversiteit

37

WERKKADER, DOORWERKING EN BORGING UIT­ GANGSPUNTEN EN PUNTENSYSTEEM 37

32

Werkkader

37

Doorwerking

37

Borging

38

de BUCH | Op weg naar klimaatadaptieve en natuurinclusieve gemeenten

Doelstellingen, uitgangspunten, werkkader, doorwerking en borging De doelstellingen omschreven in dit hoofd­stuk geven invulling aan de ambities van de gemeente, behandeld in hoofdstuk 2.5, zie tekstkader. Het hoofdstuk start met doelstellingen en uitgangspunten voor de organisatie en samen­ leving. De doelstellingen voor een klimaatadaptieve, waterrobuuste en natuurinclusieve inrichting die volgen vallen of staan met deze uitgangspunten. Deze doelstellingen zijn van kracht voor zowel de openbare (herinrichtingen en nieuwbouw) als de private ruimte. Naderhand is gedefinieerd aan welke klimaatbestendige uitgangspunten de openbare en private ruimte moet voldoen om klimaatbestendig, waterrobuust en natuur­­inclusief te zijn. De ruimtelijke inrichting van nu is namelijk bepalend voor de toekomst. De klimaatbestendige uitgangspunten, zijn een invulling van de manier waarop aan de doelstellingen moet worden voldaan. Het hoofdstuk eindigt met de randvoorwaarden waaronder de gemeenten de komende jaren aan de slag gaan met deze uitgangspunten.

Doelstellingen werkorganisatie en samenleving

De doelstelling van de gemeenten voor de organisatie is als volgt: Klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen zijn onderdeel van elk initiatief dat betrekking heeft op de inrichting van de ruimte. De doelstelling van de gemeenten voor de samenleving is als volgt: Inwoners, ondernemers en organisaties handelen klimaatadaptief en natuurinclusief.

Om de doelstellingen te verwezenlijken streven de gemeenten het volgende na: Binnen de gemeentelijke organisaties is iedereen zich bewust van het thema. We handelen klimaatbestendig, natuurinclusief en waterrobuust in de hele keten en we benutten meekoppelkansen in de openbare ruimte. De gemeenten borgen de doelstellingen in beleid, regelgeving en plantoetsing voor zowel de openbare als private ruimte. Inwoners, ondernemers en organisaties zijn zich bewust van de gevolgen van klimaatverandering. Ze hebben toegang tot middelen om klimaatadapatief en natuurinclusief te handelen en ondernemen actie in de private ruimte.

Ambities • In 2050 zijn de gemeenten klimaatbestendig, waterrobuust en natuurinclusief ingericht. • De gemeente verweeft klimaatadaptatie in alle reguliere werkprocessen die betrekking hebben op de inrichting van de ruimte. Ze betrekt inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties bij klimaatadaptatie.

de BUCH | Beleidsplan & Uitvoeringsprogramma 2023-2026

33

Doelstellingen klimaatbestendige en natuurinclusieve inrichting

De hier omschreven doelstellingen zijn van kracht voor zowel de openbare- (herinrichtingen en nieuw­bouw) als de private ruimte.

overstroming

wateroverlast

wateroverlast

hitte

Wateroverlast: Hevige neerslag leidt niet tot schade aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Vitale functies blijven hitte en voorzieningen droogte natuurinlcusief en biodiversiteit beschikbaar. Droogte: Langdurige droogte leidt niet tot structurele schade aan bebouwing, funderingen, wegen, groen (natuur), water en vitale en kwetsbare functies. droogte natuurinlcusief en biodiversiteit

de

!

de

werkwoord!

de

werkwoord!

Hitte: Tijdens hitte biedt de gebouwde de werkwoord! omgeving een de gezonde en aantrekkelijke werkwoord! werkwoord! leefomgeving. de hitte

droogte

natuurinlcusief en biodiversiteit

de

werkwoord! Overstroming: De! gebouwde omgeving de de werkwoord! 12 is via voorbereid op de gevolgbeperking werkwoord! overstromingen door dijkdoorbraken. de werkwoord! overstroming

de werkwoord! wateroverlast hitte de

droogte

werkwoord!

natuurinlcusief en biodiversiteit

de werkwoord! Natuurinclusief en biodiversiteit: ! de werkwoord! en ontwikkelingen Bij herinrichtingen de werkwoord! de werkwoord! hebben ecologische oplossingen, die de de werkwoord! de werkwoord! groenblauwe structuren en gebiedseigen natuurinlcusief en biodiversiteit de werkwoord! biodiversiteit herstellen altijd de voorkeur de werkwoord! boven ‘puur technische’ oplossingen. de ! de

droogte

de

werkwoord! de werkwoord! de werkwoord! de werkwoord! 12 Welke eisen van toepassing zijn op het plangebied is afhankelijk van de werkwoord! de overstromingskans en diepte. de

de 34 de

Uitgangspunten klimaat­bestendig, waterrobuust en natuurinclusief

Om de ruimte klimaatbestendig, waterrobuust en natuurinclusief in te richten, streeft de gemeente de uitgangspunten na zoals beschreven in deze paragraaf. De uitgangspunten hebben gevolgen voor de inrichting van de openbare- (herinrichten en nieuwbouw) en de private ruimte. De pijler klimaatadaptatie zoekt de samenhang voor het succesvol toepassen van de uitgangspunten met: De andere pijlers van het programma Klimaat Groenbeleid en beheer Waterbeleid en beheer stedelijk water en riolering De pijler circulaire economie zet bijvoorbeeld in op circulaire bouw. Door gebruik te maken van het natuurlijke systeem besparen we grondstoffen en CO2. Vanuit de pijler energietransitie wordt ingezet op warmtewerende oppervlakten, zodat minder mechanische koeling nodig is. Groenbeleid en beheer zet al proactief in op het verwijderen van verharding, op beheren ten behoeve van de biodiversiteit en op het verleiden van inwoners. En vanuit beheer stedelijk water en riolering wordt al klimaatbestendig heringericht. De klimaatbestendige uitgangspunten vergroten de leefbaarheid en verminderen potentiële schade van onze gemeenten. De uitgangspunten zijn gebaseerd op het basisveiligheidsniveau

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4858/documents/36312