bij 1.b Bijlagen toelichting - Bobbeleweg 11 Schoorl.pdf
Tekst van het document
Bijlage 6
Bodemkaart van Nederland ................................................................................................................ 34
Bijlage 7
Paleogeografische kaart van Nederland 5500 v. Chr. – 2000 na Chr.......................................... 35
Bijlage 8
AMK ......................................................................................................................................................... 36
Bijlage 9
ARCHIS3 ................................................................................................................................................. 37
Bureauonderzoek (BO) Schoorl, Bobbeleweg 11ZA en 11ZB
21 maart 2024
Administratieve gegevens Projectnaam
Schoorl, Bobbeleweg 11ZA, 11ZB
Projectcode
2023-0967
Type onderzoek
Bureauonderzoek (BO)
ARCHIS zaakidentificatie
5548041100
Projectleider
A.M. Bakker
Contact
T: 0541 570 730 M: 06-828 989 39 E: a.bakker@lycens.nl
Opdrachtgever
Oostwouder BV
Contact
J.P. Oostwouder T: 06-53174772 E: jpo@oostwouderbv.nl
Bevoegde overheid
Gemeente Bergen Jan Ligthartstraat 5 1817 MR, Alkmaar T: 072 888 0000
Uitvoering onderzoek
Maart 2024
Beheer en locatie
Lycens BV en e-depot
documentatie
4
Illustraties
Auteur(s) tenzij anders vermeld
Medewerkers
S. de Graaf
Lycens
A.M. Bakker
Lycens
Bureauonderzoek (BO) Schoorl, Bobbeleweg 11ZA en 11ZB
62446963
21 maart 2024
Locatie gegevens Projectnaam
Schoorl, Bobbeleweg 11ZA, 11ZB
Plaats
Schoorl
Gemeente
Bergen
Provincie
Noord-Holland
Kaartblad
19A
Kadastrale gegevens
SCH1-C-2168
Coördinaten
X: 107.726; Y: 524.794
Oppervlakte
Circa 2.247m2
NAP-hoogte maaiveld
Circa 1,5m +NAP
Locatie plangebied (bron: http://opentopo.nl)
5
Bureauonderzoek (BO) Schoorl, Bobbeleweg 11ZA en 11ZB
21 maart 2024
Samenvatting resultaten Plangebied
Zie Afb. 1.
Aanleiding
Het onderzoek vindt plaats in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning.
Vraagstelling
Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten? Welke consequenties zal de uitvoering van het plan hebben op (eventueel) aanwezige archeologische resten? Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan dit bestaan?
Aardwetenschappelijke gegevens
De bodem in het plangebied bestaat uit voornamelijk uit afzettingen afkomstig van invloed door de zee. In het verleden is veel klei afgezet doordat het gebied vaak overstroomde. In deze periodes was het gebied periodes onbewoonbaar vanwege de natte omstandigheden. Gedurende deze natte periodes ontstond veengroei. Na deze periodes van overstromingen zijn in verschillende fases duinen ontstaan in het gebied waar het plangebied zich in bevind. In ongeveer 900-1000 n. Chr. is de laatste periode waarin deze duinen zijn afgezet. Dit zijn de nieuwe duinen waar het plangebied zich nog steeds in bevindt
Bekende archeologische waarden
In de directe omgeving van het plangebied zijn diverse archeologische onderzoeken geweest waar archeologische resten zijn aangetroffen. Met name vanaf de vroeg middeleeuwen is de kans op het aantreffen van archeologische resten zeer aanwezig.
Historische waarden
Het plangebied bevindt zich op een perceel met daarop een landhuis en twee bijgebouwen. Daarnaast ligt het in de buurt van het historische centrum van Schoorl.
Verwachting
Op basis van het bureauonderzoek is geconcludeerd dat in het plangebied een lage verwachting geldt voor archeologische resten uit het paleolithicum -neolithicum en een middelhoge verwachting voor de bronstijd. Voor de ijzertijd tot de Nieuwe tijd geldt een hoge verwachting.
Selectieadvies en aanbevelingen
Gezien de hoge archeologische verwachting binnen het plangebied is de kans op het aantreffen van archeologische resten in de bodem zeer hoog. In eerst instantie wordt geadviseerd een booronderzoek uit te voeren om te bepalen in hoeverre de bodem in het plangebied intact is en of archeologische resten verwacht kunnen worden.
6
Bureauonderzoek (BO) Schoorl, Bobbeleweg 11ZA en 11ZB
21 maart 2024
1. Aanleiding voor het onderzoek 1.1.
Onderzoekskader
In opdracht van Oostwouder BV heeft Lycens een bureauonderzoek uitgevoerd met betrekking tot het plangebied Schoorl, Bobbeleweg 11ZA en 11ZB (Afb. 1). Het onderzoek vindt plaats in het kader van de aanvraag voor een omgevingsvergunning.. Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Schoorl aan de zuidkant van het dorp en aan de oostkant van de Bobbeleweg. In het plangebied is sloop van twee bestaande zomerhuisjes gepland waar op dezelfde locatie nieuwbouw wordt teruggebouwd. Op de gemeentelijke beleidskaart van de gemeente Bergen valt het plangebied binnen een zone met een “Hoge Archeologische Verwachting” (Afb. 2). Deze hoge archeologische verwachting houdt in dat bij graafwerkzaamheden met een oppervlak groter dan 50 m2 en dieper dan 35 cm beneden maaiveld archeologisch onderzoek plaats moet vinden. Onderhavig plangebied heeft een oppervlakte van circa 2.247 m2. Binnen het plangebied is nieuwbouw voorzien. De omvang van de nieuwbouw is nog niet bekend. Verwacht wordt dat dit groter zal zijn dan 50 m2. Archeologisch onderzoek is hier dan ook nodig. Geadviseerd is om in eerste instantie een bureauonderzoek uit te voeren als onderdeel van de omgevingsvergunning.
Uitsnede van de beleidskaart van de gemeente Bergen (Bron: gemeente Bergen).
1.2.
Huidige en toekomstige situatie op de onderzoekslocatie
Op dit moment zijn enkele recreatiewoningen in het plangebied aanwezig. Ook zijn naast deze recreatiewoningen enkele schuurtjes aanwezig die behoren bij deze recreatiewoningen (Afb. 3). In het plangebied is nieuwbouw voorzien (Bijlage 1). De recreatiewoningen en schuurtjes worden voorafgaand aan
7
Bureauonderzoek (BO) Schoorl, Bobbeleweg 11ZA en 11ZB
21 maart 2024
de werkzaamheden ten behoeve van nieuwbouw verwijderd. De recreatiewoningen zijn gefundeerd op staal met langs een deel van de woning een betonrand. De bodem is hierdoor beperkt verstoord (Afb. 5). Deze recreatiewoningen zijn onderdeel van landhuis Oorsprong dat op het perceel aanwezig is. Het landhuis zelf is een rijksmonument. De twee bijgebouwen waren een arbeiderswoning en een tuinhuis die onderdeel uitmaakte van het terrein van het landhuis. Deze twee gebouwen zijn echter door de verbouwing in de jaren zeventig van de vorige eeuw dusdanig aangepast dat van het originele ontwerp weinig meer over is en geen onderdeel meer zijn van het rijksmonument en daarom gesloopt mogen worden om plaats te maken voor nieuwbouw. Over zowel het landhuis als de bijgebouwen wordt in een volgend hoofdstuk dieper ingegaan (paragraaf 2.4). Op het perceel zal nieuwbouw komen met een groter oppervlak dan de huidige recreatiewoningen. De nieuwe bebouwing zal gefundeerd worden op 35 funderingspalen door middel van een grout injectiepaal. De onderkant van de fundering zal tot 8,90mm beneden paal komen. Het peil zal circa 250mm boven maaiveld komen. De onderkant van de fundering zal op 640mm beneden maaiveld komen te liggen. Dit wil zeggen dat de bouwkuip tot 640mm beneden maaiveld zal worden aangelegd en dat de bodem tot deze diepte verstoord zal worden.
De bouwplannen voor de nieuwe woning zijn in bijlage 1 terug te vinden.
Huidige situatie plangebied (bron: opdrachtgever)
8
Bureauonderzoek (BO) Schoorl, Bobbeleweg 11ZA en 11ZB
21 maart 2024
Nieuwe situatie plangebied (bron: opdrachtgever)
Bouwtekeningen recreatiewoningen binnen het plangebied met de funderingen. (Bron: opdrachtgever).
9
Bureauonderzoek (BO) Schoorl, Bobbeleweg 11ZA en 11ZB
21 maart 2024
1.3.
Begrenzing onderzoeks- en plangebied
1.3.1. Begrenzing plangebied In dit rapport wordt een onderscheid gemaakt tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Met het plangebied wordt het gebied bedoeld waarop de plannen van de opdrachtgever betrekking hebben. Binnen dit gebied kunnen eventueel aanwezige archeologische resten worden verstoord door de voorgenomen ingrepen (Afb. 1.). Het plangebied heeft een omvang van 2.247m2. In een deel van het plangebied is nieuwbouw voorzien.
1.3.2. Begrenzing onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied omvat het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te verkrijgen van de eventueel aanwezige archeologische waarden. Het onderzoeksgebied is globaal gedefinieerd als een cirkel met een straal van 400m rondom het plangebied en verschilt al naar gelang het te onderzoeken aspect. Historische, archeologische en aardwetenschappelijke gegevens uit dit gebied zijn relevant voor het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.
1.4.
Doel van het onderzoek
Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en in de omgeving (onderzoeksgebied) van het plangebied. Op basis van de verkregen informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Hierin wordt beschreven of er archeologische resten aanwezig (kunnen) zijn in het plangebied, wat de potentiële aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden zijn en of deze een bedreiging vormen voor het bodemarchief. Indien dit het geval is, wordt geadviseerd op welke wijze hiermee in het vervolgtraject van de plannen rekening dient te worden gehouden.
1.5.
Onderzoeksvragen
Voor het bureau onderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: •
Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen?
•
Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten?
•
Welke consequenties zal de uitvoering van het plan hebben op (eventueel) aanwezige archeologische resten?
•
10
Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan dit bestaan?
Bureauonderzoek (BO) Schoorl, Bobbeleweg 11ZA en 11ZB
21 maart 2024
2. Bureauonderzoek 2.1.
Aardwetenschappelijke gegevens
Het plangebied ligt op een strandwal met getijdengebied aan de zeekant en veengebied in het binnenland. De strandwal is noord-zuid georiënteerd met daarop door verstuivingen lage duinen (nu oude duinen). Vanaf de 11e eeuw ontstaan de huidige duinen. Deze nieuwe duinen liggen echter niet in het plangebied. Het plangebied ligt in de oude duinen. Het plangebied bevindt zich in een gebied dat gedurende het holoceen is gevormd en zich kenmerkt door strandwallen en duinen. Door de relatief snelle temperatuurstijging gedurende deze periode aan het einde van het pleistoceen, circa 11.000-9.000 v. Chr. smolten de ijskappen en steeg het niveau van de zeespiegel sterk. Voor de kust van Noord-Holland lag echter, door de relatief hoge ligging van het pleistocene zand, een gesloten duinenboog die ter hoogte van Bergen begon en doorliep tot en met Vlieland. Hierdoor heeft het onderzoeksgebied vooral te maken gehad met het getijdengebied dat zich ten zuiden van Alkmaar vormde. Dit getijdenbekken verplaatste zich door de stijging van de zeespiegel steeds verder landinwaarts. Langs de randen hiervan bevond zich een moerassige zone waarin zich laagveen vormde (basisveen). Pas vanaf 3.900 v. Chr. steeg de zeespiegel minder snel en werd de getijdengeul die van onder Bergen tot voorbij Schagen liep, langzaam opgevuld met zand en klei.
In de lagune achter de kustlijn was opnieuw sprake van veengroei (Hollandveen) in de voormalige getijdenbekkens. Omdat de kustlijn nog niet geheel gesloten was - de zeegaten van Bergen en Alkmaar waren namelijk deels nog open - en de zeespiegel nog wel steeg, heeft de zee de laagveen moerassen van tijd tot tijd opgeruimd. Hierdoor kon het achterliggende gebied blijven ontwateren, daalde het oppervlak en werd het laagveen door de zee overstroomd. Tijdens deze overstromingen werden klei en slib afgezet. Deze afzettingen zorgden voor ophoging van het gebied waardoor de zee weer minder invloed kreeg en zich een nieuw veengebied kon ontwikkelen. Door deze afwisseling ontstond een gelaagd pakket van veen, klei- en zandafzettingen doorsneden door getijdengeulen. Van deze geulen zijn twee hoofdtakken in Noord-Holland te onderscheiden. De hoofdgeul liep noordwaarts naar Schagen en verder West-Friesland in. In ongeveer 1.800 voor Chr. sloot het zeegat van Bergen zich en had de zee minder invloed op het achterliggende gebied van geulen, kwelders en laagveen. Hierdoor werd bewoning mogelijk op de hoger gelegen delen. Er vonden voorlopig geen grote inbraken meer plaats en de veenmoerassen veranderden in hoogveenkussens. In de Geesterambacht en bij Schagen zijn inmiddels drie woonplaatsen vastgesteld uit de overgang van vroege naar late bronstijd. Rond 1600 v. Chr.
is er echter een korte periode geweest van verhevigde zee-invloed, waardoor vrijwel het gehele westelijk deel van de voormalige lagune opnieuw werd afgedekt door een laag zavelige klei. Na 1600 v. Chr. was bewoning in het gebied achter het voormalige zeegat van Bergen door verhoging van de grondwaterstand en toenemende vernatting voorlopig niet meer mogelijk. Pas toen een groot deel van het gebied was bedekt door veenkussens die een gemiddelde dikte van ruim een meter hadden en de afwatering door een stelsel van veenriviertjes werd verzorgd, kon de mens terugkeren naar het gebied. Dit heeft plaatsgevonden rond 350 v. Chr. Vanaf die tijd is het voormalige kweldergebied mogelijk geschikt voor bewoning geweest. In de derde eeuw van de jaartelling neemt op veel plaatsen de wateroverlast toe en worden de laagstgelegen woonplaatsen overstroomd, waardoor een dun laagje zeer vette klei wordt afgezet. Op andere plaatsen weet zich bewoning te handhaven tot ver in de vierde eeuw. Inmiddels is er op de natte laagste punten weer sprake van veengroei, waardoor de venen hoger worden. De kuststrook is echter gevrijwaard gebleven van ernstige wateroverlast, zodat bij Hargen en Bergen bewoning vanaf de vroege ijzertijd tot in de middeleeuwen is vastgesteld.
11
Bureauonderzoek (BO) Schoorl, Bobbeleweg 11ZA en 11ZB
21 maart 2024
Vanaf 1000 n. Chr. begint de strandwallenkust echter te verstuiven en ontstaan er duinen die grote delen van het oude landschap afdekken. Ook de afwatering komt hierdoor in de knel. Een stijgende zeespiegel en een, door agrarische bewerking dalend landschap, zorgen voor overstromingen in het estuarium van de Rekere/Zijpe, maar ook voor het ontstaan van het Berger- en Egmondermeer. De oudste overstromingen zorgden voor de afzetting van een zeer zware klei (pikklei) op het oude landschap. In deze periode zijn de eerste kaden en (lage) dijkjes aangelegd langs het bestaande, deels nog natuurlijke, afwateringssysteem van de Rekere. In de 12e en 13e eeuw was er echter sprake van regelmatige overstromingen waardoor grote delen van het lagergelegen landschap werden afgedekt door een dikke laag zavelige klei. Door de aanleg van de dammen langs de Rekere werd de grootste dreiging van overstroming door zout water vanuit het noordoosten beperkt. Het plangebied ligt in het gebied van de oude duinen dat in de middeleeuwen is afgedekt met een enkeerdgrond. In de lagen van de oude duinen zijn archeologische resten te verwachten. Deze resten zullen waarschijnlijk goed geconserveerd zijn aangezien de lagen zijn afgedekt in de middeleeuwen. Tabel 1 Aardwetenschappelijke gegevens Geologie1
Zandige strand- en vooroeverafzettingen, Laagpakket van Zandvoort, Holocene afzettingen. Direct ten westen van het plangebied, Kustduinzand op strand- en vooroeverafzettingen, Laagpakket van Schoorl, Holoceen.
Geomorfologie2
Plangebied en omgeving niet gedocumenteerd in verband met bebouwd gebied. Waarschijnlijk code L53, Kustduinen met bijbehorende vlakten en laagten.
3
AHN3
Het plangebied ligt in een lagergelegen deel met direct ten westen hoger gelegen kust afzettingen door middel van duinen.
Bodem
4
Plangebied en omgeving niet gedocumenteerd in verband met bebouwd gebied, waarschijnlijk code bEZ30, Hoge bruine eerdgrond 50cm eerddek/esdek; grof zand. Direct ten zuidwesten van het plangebied code Zn30, Vlakvaaggronden; grof zand. 200 meter ten westen van het plangebied code Zd30, Duinvaaggronden; grof zand. 5
Paleogeografie
5500 v. Chr. wadden en slikken 3850 v. Chr. buitenwater 2750 v. Chr. kwelders en riviervlakten 1500 v. Chr. - 2000 n. Chr. strandwallen en duinen
DINOloket
Geologische boring B19A1102, ten zuidoosten van het plangebied. Tot 10 meter zand, daarna tot 15m klei. Geologische boring B19A1100, ten noordoosten van het plangebied. Tot 3 meter zand. Geologische boring B19A1103, ten westen van het plangebied. Tot 9 meter zand, daarna tot 14 meter klei.
1
Geologische kaart van Nederland 2021 https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen
2
Geomorfologische kaart van Nederland 2021 https://zoeken.cultuureelerfgoed.nl
3
http://www.ahn.nl
4
Bodemkaart van Nederland 2021 https://zoeken.cultuureelerfgoed.nl
5
Vos & de Vries, 2013.
12
Bureauonderzoek (BO) Schoorl, Bobbeleweg 11ZA en 11ZB
21 maart 2024
2.2.
Bekende archeologische waarden
Gemeentelijke beleidskaart De gemeente Berg heeft een archeologische beleidskaart opgesteld in 2014. Het plangebied valt volgens deze gemeentelijke beleidskaart binnen een zone met een hoge archeologische verwachting. Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, waarbij de bodem dieper dan 40cm beneden maaiveld wordt geroerd, en met een oppervlak groter dan 50m2. Indien deze waarden worden overschreden is archeologisch onderzoek nodig. Het plangebied heeft een oppervlak van circa 2.247m2 wat betekent dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is.
Archeologische waarden Als onderdeel van het bureauonderzoek zijn de AMK (archeologische monumentenkaart) terreinen, archeologische waarnemingen en eerder uitgevoerd onderzoek (onderzoeksmeldingen) in het onderzoeksgebied geïnventariseerd. De AMK-terreinen, de bekende archeologische waarnemingen en de onderzoeksmeldingen zijn geraadpleegd via ARCHIS36.
Archeologische monumenten (AMK-terreinen) In het plangebied en de directe omgeving ervan zijn geen AMK-terreinen aangewezen (zie Bijlage).
Onderzoekslocaties en waarnemingen Binnen het plangebied is één onderzoeksmelding geregistreerd. In het onderzoeksgebied zijn naast deze onderzoeksmelding nog 18 andere onderzoeksmeldingen geregistreerd (Bijlage 1). De meest relevante onderzoeksmeldingen worden hieronder beschreven. Onderzoeksmelding 2385559100 betreft een archeologisch opgraving te Schoorl ongeveer 500 meter ten noordoosten van onderhavig plangebied. Het gaat om een kleine opgravingsput waar op ongeveer 90 cm onder maaiveld een laatmiddeleeuws sporenniveau werd aangesneden. Dit sporenniveau bestond uit een wirwar van klein spitse greppeltjes, paalkuilen, een deel van een sloot of wegberm en een mogelijke ingraving van een ondiepe waterput. De sporen tonen aan dat hier in de late middeleeuwen intensief geakkerd en mogelijk gewoond is. Onderzoeksmelding 4561437100 betreft een booronderzoek ten noorden van het plangebied. In het gehele plangebied is een prehistorische niveau aangetroffen op 1,6 tot 2,0 m –mv (2,6 tot 3,0 m NAP). Het middeleeuwse niveau is alleen in de zuidelijke helft van het plangebied (de groentetuin) nog intact aanwezig en ligt daar op 0,5 m –mv (4,1 tot 4,2 m NAP). In de noordelijke helft van het plangebied is de bodem diep verstoord en komt dit niveau niet meer voor.
Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat het plangebied twee niveaus kent waarop eventueel archeologische waarden kunnen voorkomen. Onderzoeksmelding 4009098100 betreft een booronderzoek ten zuidoosten van het plangebied. Tijdens het inventariserend veldonderzoek zijn twee overstuivingsniveaus aangetroffen onder een recent ophogingspakket. In de bovenste overstuivingslaag is een sterk geroerde akkerlaag aanwezig, met daarin zeer divers materiaal uit de Nieuwe tijd. Dit overstuivingspakket is in de late middeleeuwen gevormd. Doordat het pakket sterk is geroerd is de verwachting voor een vindplaats uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe Tijd laag. Een tweede overstuivingspakket is aangetroffen vanaf 170 cm mv. In de top van dit pakket
6
https://archis.cultureelerfgoed.nl
13
Bureauonderzoek (BO) Schoorl, Bobbeleweg 11ZA en 11ZB
21 maart 2024
is een bodem aanwezig. Dit pakket betreft waarschijnlijk het oorspronkelijke duin uit de bronstijd. In dit niveau zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Er is dan ook waarschijnlijk geen vindplaats aanwezig. Onderzoeksmelding 5065621100 betreft een booronderzoek ten zuidoosten van het plangebied. Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat het plangebied zich bevindt op een geëgaliseerde lage kustduin. Uit de boringen blijkt dat het plangebied voorafgaand aan het huidige gebruik in gebruik was als akkerland/boomgaard. Hieronder is een overstuivingslaag aangetroffen. Dit pakket is in de late middeleeuwen gevormd. In deze overstuigingslaag kunnen resten worden verwacht vanaf de late middeleeuwen tot nieuwe tijd. Deze resten worden verwacht direct onder de A-horizont (45 tot 65 centimeter onder maaiveld). De in het vooronderzoek opgestelde archeologische verwachting (middelhoog voor late middeleeuwen – nieuwe tijd middeleeuwen) blijft dan ook gehandhaafd. Vanaf 130 centimeter onder maaiveld is de oorspronkelijke duin uit de bronstijd aangetroffen. In dit niveau zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis hiervan wordt de middelhoge archeologische verwachting voor de periode laat-neolithicum – vroege middeleeuwen bijgesteld naar laag.
Onderzoekmelding 5085215100 betreft een booronderzoek ongeveer 150 meter ten oosten van het plangebied. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is de hoge archeologische verwachting in het plangebied (tot 3,0 m -Mv) naar laag bij te stellen. Dit is ten eerste gebaseerd op het ontbreken van bodemniveaus in het jonge duinzand, die een mogelijk archeologisch niveau zouden kunnen vormen. Resten uit de middeleeuwen zijn zodoende niet te verwachten. Dit geldt eveneens voor de Nieuwe tijd: uit het booronderzoek blijkt dat de top van de duinafzettingen tot circa 95-110 cm -Mv verstoord zijn. Deze verstoring is gezien het puin en brokkelig uiterlijk van de verstoringslaag modern en hangt zeer waarschijnlijk samen met de aanleg van de bebouwing in het gebied en de sloop van de vakantiewoningen, die tot voor kort in het plangebied stonden. Voor wat betreft oudere perioden kon de archeologische verwachting niet worden getoetst. Naar verwachting bevindt het landschap van voor de Late Middeleeuwen zich beneden 3,0 m -Mv. Dit is gezien de hoge grondwaterstanden niet handmatig met de boor te bereiken en gezien het kader en de voorgenomen bodemingrepen minder relevant. De verwachting op resten uit voor de Middeleeuwen blijft zodoende bestaan en kan binnen het kader van de planvorming verder buiten beschouwing worden gelaten.
Onderzoeksmelding 4979277100 betreft een booronderzoek ongeveer 200 meter ten zuidoosten van het plangebied. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied mogelijk archeologische resten daterend uit de late middeleeuwen aanwezig kunnen zijn direct onder het maaiveld. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig uit te voeren dat verstoring wordt voorkomen. Op basis van de geplande bodemingrepen lijkt het mogelijk de bodemingrepen te beperken tot boven het niveau met de hoge archeologische verwachting. Dit bevindt zich namelijk op een diepte vanaf 5 m +NAP. Aangezien de bodemingrepen tot maximaal 0,6 m –mv reiken en het niveau met de hoge archeologische verwachting op meer dan 2 m –mv gelegen is, wordt dit niveau hier niet door geraakt.
2.3.
Archeologische en historische waarden
Het plan- en onderzoekgebied bevindt zich in Schoorl, dat samen met de buurtschappen Hargen, Groet, Bregtdorp, Schoorldam, Catrijp en Aagtdorp deel uitmaakte van de gemeente Schoorl en uiteindelijk is samengevoegd bij de gemeente Bergen. In de 8e en 9e eeuw concentreerde de bewoning zich voornamelijk op de oude strandwallen en duinen van Bergen en Schoorl, maar ook daarbuiten was bewoning aanwezig. Schoorl bevindt zich in Noord-Kennemerland, een streek die al vroeg (tussen 715 en 739) wordt vermeld in de schriftelijke bronnen als ‘Kinnehim’. De vroegste vermelding van woonplaatsen (villae) binnen ‘Kinnehim’ betreft onder andere Schoorl. De oudste historische vermelding van Schoorl dateert uit de periode 918 tot en
14
Bureauonderzoek (BO) Schoorl, Bobbeleweg 11ZA en 11ZB
21 maart 2024
met 948 en hierin wordt Schoorl ‘Scoronlo’ genoemd7. Deze benaming zou verwijzen naar een bos op een hoge zandgrond bij of nabij een drassig oeverland. De plaatsnaam komt namelijk voort uit de samenvoeging van het uit het Germaans afkomstige woord skaurna (drassig oeverland) en het woord loo (bosje op hoge zandgrond). Archeologische vondsten hebben echter aangetoond dat Schoorl al eerder dan de 9e eeuw bewoond werd8. In de middeleeuwen nam de bewoning toe en lagen de dorpen en akkers geconcentreerd op de enkeerdgronden. De lagere en natte gebieden lagen tussen de geestgronden in en werden gebruikt als weide- en hooilanden. Vanaf de strandwallen begon men met het ontginnen van de achterliggende veengebieden. Geleidelijk werden ook minder geschikte gronden ontgonnen. Door de ontginningen daalde de bodem echter. In de tweede helft van de 12e eeuw kampte Noord-Holland met een aantal stormvloeden. Vanaf die periode ontstond een breed ondiep zeegat tussen Petten en Callantsoog; de Zijpe. Vanwege de zeeinbraken in de 12e en 13e eeuw werden dijken aangelegd om woonplaatsen en landbouwgronden te beschermen. Vele kaden en dijken werden aangelegd door het klooster van Egmond. Om de gronden van Schoorl, Groet en Hargen te beschermen werd in de 12e eeuw de Oudedijk (Oude Schoorlse Zeedijk) aangelegd9. Het duin was in de middeleeuwen eigendom van de graven van Holland10.
De oudste kaart waarop Schoorl wordt weergegeven betreft de historische kaart van A. Metius uit 1573. Hier is het plangebied echter niet op zichtbaar. Op deze kaart is een kerk zichtbaar en enkele gebouwen ten westen daarvan. Daarnaast is ten noorden van de bebouwing een molen afgebeeld dat zich mogelijk in een akker bevindt. De bebouwing is gevestigd rond de Laanweg, Heereweg en Duinweg. Op de kaart van 1608 is te zien dat het dorp nog relatief klein was. Hier is het plangebied echter ook niet op te zien. Het dorp lijkt minder dicht bebouwd te zijn dan op de kaart van Metius (1573). De bebouwing is eveneens geconcentreerd langs de Heerewerg, ten noorden van de kerk. Aan het einde van de 19e eeuw is op de topografische kaart een minimale uitbreiding te zien van het dorp. Vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw is Schoorl uitgebreid richting het oosten. Ook is vanaf het einde van de 19e eeuw te zien dat de twee gebouwen, van onderhavig onderzoek, aanwezig zijn binnen het plangebied. De Bobbeleweg is al op kaarten uit het begin van de 18e eeuw zichtbaar. Het gebied maakte onderdeel uit van het gehucht Bregtdorp, dat net buiten Schoorl lag en na verdichting rond 1920 een van de buurtschappen van Schoorl werd.
Het terrein dat tussen de Oorsprongweg en Middelweg was ingeklemd, kenmerkte zich tot aan de negentiende eeuw als bosrijk overgangsgebied tussen de Schoorlse duinen en het al eerder verkavelde en bebouwde deel tussen de Middelweg en Heereweg. Een deel van dit bos is met name aan de noordzijde van de Bobbeleweg nog behouden gebleven. Op het minuutplan uit 1832 (Afb. 6) is te zien dat er zich voor die tijd waarschijnlijk geen bebouwing op de kavel heeft bevonden. Op een latere topografische kaart uit omstreeks 1908 is te zien dat er bebouwing aan de noordzijde en aan de zuidwestzijde van het perceel staat. Op deze kaart is tevens te zien dat een groot deel van de kavel, als open ruimte was ingericht. De bebouwing aan de noordzijde, op de hoek Bobbeleweg/Middelpad (het huidige Achterpad), werd rond 1928 al door een boer bewoond. Het is daarom waarschijnlijk dat het open terrein voor agrarische doeleinden werd gebruikt.
7
van Berkel/ Samplonius 2006
8
Tuinman 2020, p. 7
9
Mulder et. al. 1995, p.27; Soonius 1995, p. 19; Haartsen 2009, p. 59-60
10
Roos 2009, p. 46
15
Bureauonderzoek (BO) Schoorl, Bobbeleweg 11ZA en 11ZB
21 maart 2024
Schoorl was tot in het begin van de twintigste eeuw een vrij geïsoleerd en voornamelijk agrarisch dorp 11. Pas eind twintigste eeuw en begin eenentwintigste eeuw nam de woningbouw steeds meer toe 12. Zowel in de doctoraalscriptie van Erik Schiering over Royaards, als in een artikel van de historische vereniging Scoronlo wordt bij aankoop van het perceel door Jacqueline Royaards in 1929 gesproken over een “stuk grond” en “lap grond” en wordt op de woning van de boer na geen andere bebouwing genoemd13.
Uitsnede minuutplan uit 1832, met het perceel aan de bobbeleweg en in geel de locatie van de huidige bebouwing.
11
Gemeentebeschrijving Schoorl, 1990
12
Out, 2004, P. 6-8.
13
Schiering, 1985, p. 11. En Bijl, 2007, p.21.
16
Bureauonderzoek (BO) Schoorl, Bobbeleweg 11ZA en 11ZB
21 maart 2024
Uitsnede kaart P. Schenk (1708), met geel omcirkeld de Bobbeleweg.
17
Bureauonderzoek (BO) Schoorl, Bobbeleweg 11ZA en 11ZB
21 maart 2024
Het plangebied op een uitsnede van de topografische kaarten uit ca. 1893-2006 (bron: https://www.topotijdreis.nl)
18
Bureauonderzoek (BO) Schoorl, Bobbeleweg 11ZA en 11ZB
21 maart 2024
2.4.
bouwhistorisch onderzoek14
Landhuis Oorsprong Landhuis Oorsprong is een landhuis dat ligt op het perceel van onderhavig onderzoek. Het onderzoek naar de geschiedenis van de locatie wijst uit dat het landhuis tussen 1930-1932 aan de Bobbeleweg is gebouwd en dat het bouwhistorisch materiaal voornamelijk uit deze periode stamt. Gedurende de twintigste een 21eeeuw zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd. Het landhuis Oorsprong bezit hoge monumentale waarden op alle criteria waarop deze worden getoetst: cultuurhistorische waarden, situationele waarden, architectuurhistorische waarden, gaafheid/ herkenbaarheid en zeldzaamheid.
Foto landhuis Oorsprong vlak na oplevering omstreeks 1932.
Voormalige arbeiderswoning en tuinhuis bij Villa Oorsprong Naast landhuis Oorsprong zijn twee bijgebouwen aanwezig op het perceel die horen bij het landhuis. De vroegst bekende afbeeldingen van de voormalige arbeiderswoning op de hoek Bobbeleweg/Achterpad (het huidige Bobbeleweg 11-ZA/Middelpad) stammen uit 1928 en circa 1935. Deze werd toen bewoond door Bertus Beemsterboer. Het is niet bekend wanneer deze woning is gebouwd, vermoedelijk in de tweede helft van de negentiende eeuw. Het perceel met de woning werd in 1929 door Jacoba (Jacqueline) Royaards
14
Tekst overgenomen uit: Heijmans et al. 2021. P. 48.
19
Bureauonderzoek (BO) Schoorl, Bobbeleweg 11ZA en 11ZB
21 maart 2024
gekocht, die de woning in 1947 door haar zoon en architect Kees Royaards liet verbouwen. In 1978 werd de woning ingrijpend gewijzigd door de toenmalig nieuwe eigenaar J.J. Hoogendoorn, waarbij zowel de indeling van alle gevels zijn gewijzigd als ook de plattegrondindeling. De woning werd tevens gemoderniseerd met de aanleg van elektriciteit en sanitaire voorzieningen. Hiervoor werden wand- en plafondafwerkingen verwijderd en gewijzigd teruggebracht. Van de voormalige arbeiderswoning is hierdoor weinig oorspronkelijk. Wel is de volumeopbouw – ondanks de verhoging van de aanluifing – nog grotendeels gebaseerd op de oude woning van Bertus Beemsterboer. Van de verbouwing door Royaards uit 1947 stamt deels nog de haard met rookkanaal in de keuken. Ook van de directe omgeving van de arbeiderswoning is weinig behouden gebleven. De latere wijzigingen laten zien dat in detaillering het oorspronkelijke is benaderd. Zuidoostelijk van de arbeiderswoning is vlak voor de dood van Kees Royaards een tuinhuis gerealiseerd. Ook deze woning is in 1979 door de nieuwe eigenaar J.J. Hoogendoorn grondig verbouwd. Hierbij is zowel het exterieur als het interieur gewijzigd. Uit verbouwingstekeningen is op te maken dat alle bestaande ramen luiken hebben gekregen en dat er ramen en luiken zijn toegevoegd in de oostgevel. In het oostelijk en zuidelijk dakvlak zijn dakramen toegevoegd.
In het gehele interieur zijn electra en installaties aangebracht waarvoor de binnenwanden en de plafonds zijn aangepast. Het is opmerkelijk te noemen dat zowel het exterieur als het interieur wel kenmerken van de hand Royaards bezitten in de detaillering en daarin verwijzen naar de architectuur van Villa Oorsprong, zoals de schouwen, cassetten afwerking tegen het dakbeschot en tegelplinten. Het materiaalgebruik, detaillering en de verbindingstechnieken zijn echter moderner. Hoewel de bijgebouwen een positieve bijdrage aan de ensemblewerking op het perceel leveren en de arbeiderswoning ondanks de latere wijzigingen als zodanig nog op hoofdlijnen herkenbaar is, kan worden geconcludeerd dat deze zowel de arbeiderswoning als het tuinhuis tijdens en na de verbouwing in 1978 en 1979 op een dusdanig moderne wijze zijn gewijzigd, dat hier van het oorspronkelijke ontwerp en het gedachtengoed van Kees Royaards weinig is overgebleven.
20
Bureauonderzoek (BO) Schoorl, Bobbeleweg 11ZA en 11ZB
21 maart 2024
Tekeningen van de arbeiderswoning in bestaande situatie in juni 1948 van Kees Royaards en zijn vrouw Rensina van Holt.
2.5.
Bekende verstoringen
Naast de aanwezigheid van de recreatiewoningen binnen het plangebied zijn andere geen verstoringen bekend. Deze recreatiewoningen zijn gefundeerd op staal met een betonnen rand en zullen op deze locatie de bodem enigszins verstoord hebben. Deze verstoring zal echter beperkt zijn gebleven vanwege het geringe oppervlak en geringe diepte.
2.6.
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op de beleidsadvieskaart van de gemeente Bergen heeft het plangebied een hoge archeologische verwachtingswaarde.15 Op basis van het bureauonderzoek is geconcludeerd dat in het plangebied een lage verwachting geldt voor archeologische resten uit het paleolithicum -neolithicum en een middelhoge verwachting voor de bronstijd. Voor de ijzertijd tot de Nieuwe tijd geldt een hoge verwachting. De verwachting is enigszins aangepast ten opzichte van de beleidsadvieskaart. De ondergrond van het plangebied bestaat uit oude duinen die onder invloed van verstuivingen en erosie zijn gevormd (Laagpakket van Schoorl) boven op een kweldergebied dat is afgedekt door de oude duinen
15
Beleidsnotitie Archeologie, Gemeente Bergen-NH. 2013
21
Bureauonderzoek (BO) Schoorl, Bobbeleweg 11ZA en 11ZB
21 maart 2024