CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 1.a Bestemmingsplan Laanweg 55-57 Schoorl - Toelichting.pdf

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 11: Voorstel betreft het bestemmingsplan Laanweg 55-57 Schoorl vast te stellen14.173 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft Rijksweg N9, ten oosten van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2020; 16,1 µg/m³ voor NO2, 16,1 µg/m³ voor PM10 en 8,5 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6,0 dagen. Hierdoor is er ter plaatste van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

34/327

Figuur 4.5: Meetpunten in nabijheid van het plangebied (bron: www.nsl-monitoring.nl) Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het projectgebied. Ter plaatse van het projectgebied is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.7

Verkeer en parkeren

Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Voor de beoogde woningen wordt de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie berekend op basis van kencijfers uit CROW publicatie 381 en Nota Parkeernormen 2020, hierna te noemen parkeernormenbeleid. Voor het te hanteren kencijfer voor de kern Schoorl wordt uitgegaan van een stedelijkheidsgraad van weinig stedelijk, rest bebouwde kom. In de beleidsregel wordt aangegeven dat alleen voor de veel voorkomende en de voor Bergen specifieke functies parkeernormen zijn geformuleerd. Voor de overige functies worden de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers als uitgangspunt voor de minimum norm gehanteerd. Voor de beoordeling van de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid wordt getoetst aan de wegencategorisering en de daarin bepaalde grenswaarde voor de verkeersintensiteit per wegcategorie en expert judgement. Ontsluiting Gemotoriseerd verkeer De geplande woningbouw in het zuidoostelijk deel van Schoorl worden ontsloten door de Laanweg.

Deze straat is een gebiedsontsluitingsweg waar een maximum snelheid geldt van 50 km/uur. De Laanweg verbindt in

35/327

westelijke richting de Voorweg en in oostelijke richting de Damweg. De Damweg en Voorweg zijn gebiedsontsluitingswegen waar ook een maximum snelheid van 50 km/uur geldt. Via de Damweg is in oostelijke richting de rijksweg A9 te bereiken. Via de Laanweg is in westelijke richting het centrum te bereiken. Middels de Voorweg kan het verkeer verder in noordelijk richting naar de dorpen Bregtdorp, Catrijp en Groet. Langzaam verkeer De Laanweg ligt in een 50 km/uur zone en hier liggen fietssuggestiestroken in rood asfalt. De beoogde ontwikkeling ligt langs een voetpad. Openbaar vervoer Binnen 140 meter is een bushalte aanwezig aan de Voorweg. Hier halteert de buurtbus 401 richting Egmond aan Zee Busstation. Deze halteert 1 keer in het uur. De buurtbus 401 richting Camperduin Strandafslag is op 900 meter afstand en deze halteert ook 1 keer per uur. Verkeersgeneratie en afwikkeling Verkeersintensiteit huidig en toekomstig Huidig De huidige bestemming volgens het bestemmingsplan is Horeca en ter plaatse was een restaurant aanwezig. Op basis van een planologische mogelijkheden is sprake van een verkeersgeneratie. De CROW ('Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie') kent echter geen kencijfers voor de verkeersgeneratie van een restaurant. Daarom wordt de verkeersgeneratie bepaald aan de hand van het aantal parkeerplaatsen en de turnover (hoe vaak een parkeerplaats wordt gebruikt).

Ter plaatse waren circa 15 parkeerplaatsen in gebruik. De verwachting is dat deze per dag maximaal 3 keer werden gebruikt. De verkeersgeneratie bedraagt daarmee 15*3*2 (aantal parkeerplaatsen*turnover*komen en gaan) = 90 mvt/etmaal. Toekomstig Op basis van de beschreven uitgangspunten genereren de 12 woningen ongeveer 72 mvt/etmaal weekdag. De omrekeningsfactor van weekdag naar werkdag is voor woningen is 1,11 (publicatie 381, CROW 2018). De intensiteit voor een werkdag bedraagt op basis van deze omrekenfactor maximaal 80 mvt/etmaal werkdag. Conclusie Er is sprake van een verkeersafname ten opzichte van het voorgaande gebruik. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot knelpunten op het onderliggend wegennet. Verkeersafwikkeling Het verkeer van de beoogde woningen zal zich grotendeels afwikkelen richting de Rijksweg. De Laanweg is een gebiedsontsluitingsweg. Voor een gebiedsontsluitingsweg type II 50km/uur geldt een maximale capaciteit van 15.000 mvt/etmaal. Met de verwachte beperkte toevoeging ten opzichte van de huidige situatie is te verwachten dat hiermee niet de maximale capaciteit niet wordt overschreden en leidt dit niet tot knelpunten. Verkeersveiligheid De beoogde ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de verkeersveiligheid. Er is een voetpad en fietspad gelegen aan beide kanten van de Laanweg. Voetgangers en fietsers kunnen hier gebruik van maken. Richting de Voorweg

36/327

is een oversteekplek waar voetgangers veilig kunnen oversteken. Parkeren Parkeerbehoefte Huidig De huidige bestemming volgens het bestemmingsplan is Horeca en ter plaatse was een restaurant aanwezig. Het parkeren kan op eigen terrein plaatsvinden. Toekomstig Voor het berekenen van de parkeerbehoefte is aangesloten bij het gemeentelijk parkeernormenbeleid. In onderstaande tabel is de parkeerbalans opgenomen. Functie Aantal 2 Huur, appartement < 95 m 4 (incl. sociale huur) Koop, appartement 80 m2 - 95 m 2 2 2 Koop, appartement < 80 m 6 Totaal 12 Tabel 4.2: totale parkeerbehoefte voor woningen

Parkeernorm 1,4 per woning

Parkeerbehoefte 6 pp

1,9 per woning 1,6 per woning

4 pp 10 pp 20 pp

Parkeeraanbod Uit tabel 4.2 is af te lezen dat voor de woningen een totaal van 20 parkeerplaatsen benodigd zijn. In het plan voor de woningen is rekening gehouden met 20 parkeerplaatsen op eigen terrein. Conclusie Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

4.8

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de naastgelegen woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De

37/327

richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/rustig buitengebied'. Voor het omgevingstype 'gemengd gebied' gelden kleinere afstanden. De richtafstanden gelden voor de aangegeven bedrijfsactiviteiten in het algemeen. Op basis van onderzoek naar de specifieke milieusituatie van een bedrijf kunnen kleinere aan te houden afstanden gerechtvaardigd zijn. Hiermee kan dan onderbouwd worden afgeweken van de richtafstanden indien de specifieke bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf daar aanleiding toe geeft. Onderzoek Het plangebied wordt aan de west- noord- en zuidzijde begrensd door woningen. Aan de oostzijde bevindt zich een kapperszaak met bovenwoning. De woningen kennen de bestemming 'wonen' en de kapperszaak met bovenwoning de bestemming 'gemengd'. Gezien het feit dat de kapperszaak in de huidige situatie al rekening dient te houden met de aanwezigheid van de omliggende woningen, kan worden gesteld dat de zaak niet belemmerd wordt in de bedrijfsvoering. In de omgeving van het plangebied staan voornamelijk woningen, maar ten oosten zijn ook verschillende bedrijven. Gezien de nabijheid van de bedrijven wordt het gebied getypeerd als 'gemengd gebied'.

De dichtstbijzijnde bedrijven zijn een autobedrijf en tankstation, ten oosten van het plangebied. Conform de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) behoort een autobedrijf tot milieucategorie 2 (Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven) en het tankstation ook tot milieucategorie 2 (Bezineservicestation zonder lpg). Voor deze milieucategorie geldt op basis van geluid voor een richtafstand van 30 meter. De toekomstige woningen liggen op circa 50 meter afstand van het autobedrijf en tankstation. Hiermee wordt aan de richtafstand voldaan. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering staat de ontwikkeling niet in de weg.

4.9

Water

Toetsingskader De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap Hollands Noorderkwartier, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van dit bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over deze waterparagraaf. De opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap en de gemeente nader wordt behandeld.

38/327

Europees: Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal: Nationaal Waterplan (NW); Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Waterwet Provinciaal: Provinciaal Waterplan; Provinciale Structuurvisie; Verordening Ruimte. Waterschapsbeleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheerplan) zijn de programma's en beheertaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheergebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Onderzoek Huidige situatie Het plangebied ligt aan de Laanweg 55-57 in Schoorl. Er staat een pand op het perceel van ongeveer 230 m². De rest van het plangebied is verhard. Langs de randen groeit gras en andere beplanting. In het plangebied staan zeven bomen.

Bodem en grondwater Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Vanwege de ligging van het plangebied in de bebouwde kom van Schoorl is het plangebied niet gekarteerd op de Bodemkaart van Nederland. In de nabije omgeving van het plangebied bestaat de bodem uit Hoge bruine enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand; Lage enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand - Beekeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Knippige poldervaaggronden; zavel, profielverloop 3 Knippige poldervaaggronden; klei, profielverloop 3 Met betrekking tot grondwater is in de nabije omgeving van het plangebied sprake van grondwatertrap IV. Dit wil zeggen dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) schommelt is meer dan 40 centimeter onder maaiveld. De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) ligt dieper dan 80-120 centimeter onder maaiveld. De

39/327

maaiveldhoogte ter plaatse bedraagt circa 2 meter +NAP.

Figuur 4.6: Bodemkaart (bron: BIS Nederland

Figuur 4.7: Grondwatertrappen (bron: BIS Nederland) Waterkwantiteit Binnen het plangebied en in de nabije omgeving zijn geen watergangen aanwezig.

40/327

Figuur 4.8: Oppervlaktewater (bron: Watertoets) Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Verder bevinden zich tevens geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied is niet gelegen binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering.

Figuur 4.9: Legger Regionale Waterkeringen (bron: HHNK)

41/327

Afvalwaterketen en riolering Het plangebied is in de huidige situatie aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel. Toekomstige situatie De beoogde ontwikkeling betreft de sloop van het bestaande pand, waarna 12 nieuwe appartementen worden gerealiseerd. Hierbij komen bergingen aan de oostelijke zijde en parkeerplaatsen. Zes bomen op het terrein worden gekapt. Deze worden gecompenseerd met nieuwe bomen langs de tuinen. De grondgebonden woningen krijgen een tuin. De beeldbepalende boom op de rechterhoek van het plangebied blijft behouden. Bodem en grondwater De beoogde ontwikkeling heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater. Waterkeringen en veiligheid Het plangebied ligt buiten de beschermingszones van waterkeringen. De beoogde ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de waterveiligheid. Waterkwantiteit Binnen het werkgebied van het hoogheemraadschap is de afgelopen decennia door verstedelijking de hoeveelheid verharding toegenomen, terwijl tegelijkertijd het areaal aan open water is afgenomen. Om dit verschijnsel tegen te gaan is in 2003 de watertoets geïntroduceerd die ervoor moet zorgen dat ontwikkelingen 'waterneutraal' worden gerealiseerd. Een van de onderdelen van de watertoets is het beoordelen van de verhardingstoename. Het plangebied is in de huidige situatie nagenoeg geheel verhard. Er is geen sprake van een toename van verharding in het plangebied.

Watercompensatie is niet noodzakelijk. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om gedurende de bouw- en de gebruiksfase duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting, (in-) filtratie van afstromend hemelwater, afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI. Op het perceel zijn twee bestaande 125mm vuilwateraansluitingen aanwezig, welke gebruikt wordt. Het hemelwater wordt geïnfiltreerd middels infiltratie gemeentelijk riool en/of infiltratiekratten.

42/327

Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het hoogheemraadschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het hoogheemraadschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de "Keur". Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.

4.10 Wegverkeerslawaai Toetsingskader Ten aanzien van geluidhinder is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. Voor het onderhavige plan is alleen geluidhinder als gevolg van wegverkeerslawaai van belang. Woningen zijn volgens de Wet geluidhinder (Wgh) geluidgevoelige functies. Akoestisch onderzoek is noodzakelijk als de woningen binnen de geluidzone vallen van gezoneerde wegen. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij 30 km/uur-wegen de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting te worden onderbouwd. De Wgh stelt dat op de gevels van nieuwe geluidgevoelige objecten, zoals de 12 geprojecteerde woningen, voldaan moet worden aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De maximale ontheffingswaarde is 63 dB. Onderzoek De ontwikkeling ligt binnen de zones van de wegen Laanweg en Voorweg. Uit akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting van de Laanweg bij 9 van de 12 woningen hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (bijlage 6). De hoogst berekende geluidbelasting bedraagt 61 dB. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Ten gevolge van de Voorweg wordt hieraan voldaan.

Maatregelen om de geluidbelasting te reduceren ten gevolge van de Laanweg, zoals geluidreducerend asfalt of het verplaatsen van het bouwvlak, zijn niet doelmatig gebleken. Met gebouwgebonden maatregelen aan de balkons wordt voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid. Het laten vaststellen van hogere waarden is nodig. De karakteristieke geluidwering van de gevels moet voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012 om een aanvaardbaar geluidniveau in de woningen te bereiken. Hiervoor dient de gecumuleerde geluidbelasting als uitgangspunt te worden genomen. Om de geluidwering van de gevels te bepalen is een berekening uitgevoerd (bijlage 7). Hieruit blijkt dat met de beoogde voorzieningen (maatregelen aan gevels en daken, kozijnen en

43/327

beglazing en kier- en naaddichting) wordt voldaan aan de vereisten. Conclusie De geluidbelasting van de Laanweg is bij 9 van de 12 woningen hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De hoogst berekende geluidbelasting bedraagt 61 dB. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Het vaststellen van hogere waarden is nodig. De gemeente Bergen heeft een beleidskader opgesteld om te beoordelen of hogere grenswaarden kunnen worden verleend. Een van de beleidsuitgangspunten is dat eerst moet worden bekeken of maatregelen aan de bron genomen kunnen worden, dan in de overdracht en vervolgens bij de ontvangen. Bron- en/of overdrachtsmaatregelen in deze situatie om verkeers- en vervoerskundige, financiële en stedenbouwkundige redenen niet mogelijk zijn. De toepassing van maatregelen aan de bron (bijvoorbeeld geluidreducerende wegdekverharding) stuit op overwegende bezwaren van financiële aard (doelmatigheid). Het verlagen van de snelheid verdraagt zich niet met de huidige functie van de weg. De toepassing van maatregelen (een geluidsscherm of -wal) in het overdrachtsgebied (het gebied tussen de geluidsbron, de weg(en) en de gevel(s) van de woningen waarvoor hogere waarden nodig zijn) stuit op overwegende bezwaren van financiële aard. De woningen waarvoor een hogere waarde wordt aangevraagd beschikken minimaal over één geluidluwe gevel.

Hiermee wordt voldaan de in de beleidsregel hogere grenswaarden van de gemeente Bergen opgenomen beleidsuitspraak: Bij een hogere grenswaarde zal met betrekking tot geluidgevoelige bestemmingen tenminste één geluidsluwe gevel aanwezig moeten zijn. Overeenkomstig artikel 83 jo 110a van de Wet geluidhinder in stedelijk gebied een hogere waarde kan worden vastgesteld voor een nog te bouwen woongebouw en dat de geluidbelasting vanwege een bestaande weg in deze situatie de waarde van 63 dB Lden bij nieuwbouw niet te boven mag gaan. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is bij de totstandkoming van deze beschikking en dat de procedure overeenkomstig het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht is uitgevoerd. Het ontwerpbesluit hogere grenswaarde en de daarbij bijbehorende stukken hebben van vanaf 23 december 2022 gedurende 6 weken ter inzage hebben gelegen. Het besluit wordt genomen bij het vast te stellen bestemmingsplan.

4.11 Kabels en leidingen Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: 1. gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; 2. aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18 inch; 3. defensiebrandstoffen;

44/327

4. warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. Onderzoek en conclusie In en nabij de planlocatie zijn geen planologisch relevante leidingen en/of telecommunicatieverbindingen aanwezig die een belemmering vormen voor de ontwikkeling of waarvoor de ontwikkeling een belemmering is. Dit aspect staat de uitvoering van de beoogde ontwikkeling dan ook niet in de weg.

4.12 Duurzaamheid Regelgeving aardgasvrij- en energie neutrale nieuwbouw (VET en BENG) Per 1 juli 2018 is de wet Voortgang Energietransitie van kracht, die zegt dat het niet meer is toegestaan om nieuwbouw met aardgas te realiseren, tenzij de gemeente beslist dat er zwaarwegende belangen zijn om hier van af te wijken. Vanaf 1 januari 2020 moet alle nieuwbouw in Nederland een Bijna Energie Neutraal Gebouw oftewel BENG zijn. De energieprestatie wordt nu nog uitgedrukt in de energieprestatiecoëfficiënt (EPC). Per 1 januari 2020 wordt de EPC voor nieuwbouw vervangen door BENG-eisen. BENG stelt ook de eis dat de energiebronnen voor het gebouw in bepaalde mate duurzaam moeten zijn. Circulair bouwen krijgt inmiddels steeds meer voet aan de grond. Gesterkt vanuit overheidsambities zoals geformuleerd in het programma Nederland Circulair in 2050, gevoed vanuit allerlei innovaties in de markt en gestimuleerd door succesvolle projecten ontwikkelt de circulaire bouw zich steeds verder en wordt het optimaal inzetten en hergebruiken van grondstoffen een steeds belangrijker onderdeel van bouw- en gebiedsontwikkeling. GPR Gebouw Een instrument om duurzaam bouwen inzichtelijk en meetbaar te maken is GPR Gebouw. Dit instrument geeft rapportcijfers op de onderdelen energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Hoe hoger de score, hoe duurzamer de woning(en).

GPR Gebouw is zowel een communicatiemiddel als praktische maatregelenlijst om nog duurzamer te bouwen; een voorbeeld is dat u HR++ glas gaat vervangen door HR+++ glas met hogere isolatiewaarden. Dit is dan direct te merken aan de scores, de meerkosten zijn gering en er kan volstaan worden met mogelijk een warmtepomp met een lagere capaciteit (in overleg met de installateur) en dus goedkoper. Groen bouwen Via de checklist Groen Bouwen (www.checklistgroenbouwen.nl) kunnen, door middel van het beantwoorden van enkele ja/nee-vragen, eenvoudig toepasbare maatregelen worden gekozen die goed zijn voor de stadsnatuur en speciaal voor vogels. Conclusie Het bouwplan houdt rekening met duurzaamheidsaspecten. De woningen worden gasloos gebouwd en er wordt gebruik gemaakt van hoogwaardig duurzame materialen. Er worden warmtempompen geplaatst om de woningen te verwarmen. Het installatiegeluid van de warmtepompen is berekend, zie bijlage 8. Dit voldoet aan

45/327

de normen. In de uitwerking van het ontwerp van de woningen wordt duurzaamheid verder ingepast. Duurzame genomen gebouwen zijn afhankelijk van de getroffen maatregelen doorgaans comfortabeler en in de exploitatiefase worden besparingen bereikt.

4.13 Schaduwwerking Toetsingskader Er is geen wettelijk kader van toepassing voor het kwalitatief of kwantitatief beoordelen van beschaduwing. Voor nieuwbouw wordt in de praktijk vaak aangesloten bij TNO normen. Bezonningsdiagrammen kunnen inzichtelijk maken of de bezonning van nieuwbouw op bestaande gevels, tuin, terras, speelplek, et cetera. voldoende is. Ook geven deze diagrammen inzicht in toename van schaduw op de omgeving door de nieuwbouw. Met een 3d-model wordt de bestaande situatie vergeleken met de toekomstige situatie. Hiervoor zijn er de volgende dagen van de 4 seizoenen maatgevend: 21/22 december: de dag dat de zon het laagst staat; 21 juni: de dag dat de zon het hoogst staat; 21 maart: de dag dat de zon op 'half' staat, namelijk precies tussen de stand van 21/22 december en 21 juni in (zomertijd); 23 september: de dag dat de zon op 'half' staat, namelijk precies tussen de stand van 21 juni en 22 december in (wintertijd). Er worden meestal 4 tijdstippen gehanteerd. Onderzoek In het kader van dit bestemmingsplan zijn bezonningsdiagrammen opgesteld. Deze zijn opgenomen in bijlage 9. Omdat het plan ongeveer een noord-zuid-oriëntatie heeft, betekent dit dat de nieuwe bebouwing vooral schaduw werpt binnen het perceel zelf. Effect op de omgeving is beperkt tot de momenten met lage zonnestand.

Dit is in de huidige situatie ook het geval omdat er plaatse al een gebouw aanwezig is. Er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de bezonningssituatie.

46/327

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) bindende afspraken waarmee, bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. In de voorafgaande hoofdstukken zijn de planuitgangspunten voor het op te stellen bestemmingsplan op basis van de ruimtelijke en functionele structuur weergegeven. Deze uitgangspunten zijn (juridisch) vertaald naar het bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt de doorvertaling van de plantoelichting naar planregels met de verbeelding verwoord.

5.2

Planopzet

Dit voorliggende bestemmingsplan heeft ontwikkelingsgericht karakter, het biedt een directe bouwtitel voor de beoogde ontwikkeling.Het bestemmingsplan bestaat enkel uit de bestemming Wonen. De regels zijn gestructureerd in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels waarin de begrippen en de wijze van meten worden uitgelegd. In hoofdstuk 2 wordt op de bestemmingen en hun gebruik ingegaan. De algemene regels zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 bevat ten slotte de overgang- en slotregel. In de volgende paragrafen worden de bestemmingsregels nader beschreven.

5.3

Toelichting op de inleidende regels

In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de inleidende regels. Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.

5.4

Toelichting op de bestemmingsregels

Het hoofdstuk Bestemmingsregels bevat de regels die specifiek gelden voor de bestemmingen in dit plan.

47/327

Artikel 3 Wonen De voor 'Wonen' aangewezen zijn bestemd voor wonen en de daarbij behorende bouwwerken, werken, werkzaamheden, tuinen, erven en gebouwde parkeervoorzieningen. Op de verbeelding is een bouwvlak opgenomen, waarmee de uiterste bouwgrenzen zijn vastgelegd. Daarnaast zijn het maximum aantal woningen, de maximum goot- en bouwhoogte en de gestapelde bouwwijze aangeduid. Tot slot bevat het plan een specifieke bouwaanduidingen voor het toestaan van bijgebouwen. Artikel 4 Waarde - Archeologie Voor het plangebied geldt de dubbelbestemming Waarde - Archeologie. Daarmee zijn de mogelijk aanwezige archeologische waarden in het gebied beschermd. In dit archeologie regime dient bij grondroerende werkzaamheden dieper dan 40 cm en met een omvang van 500 m² of groter met de aanwezigheid van archeologische waarden rekening gehouden te worden. Bouwen op deze gronden is verboden voor bouwwerken groter dan 500 m². Hiervan kan worden afgeweken indien door middel van een archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn.

5.5

Algemene regels

Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Het doel van de antidubbeltelbepaling is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 6 Algemene bouwregels De op de verbeelding aangegeven bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen worden overschreden met kleine bouwdelen. In het eerste lid is geregeld hoe groot de overschrijding mag zijn en onder welke voorwaarden. Artikel 7 Algemene gebruiksregels Met dit artikel is geborgd dat voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Een en ander dient bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen te worden aangetoond. Artikel 8 Algemene afwijkingsregels Voor ondergeschikte afwijkingen van het bestemmingsplan is een algemene bevoegdheid tot afwijken opgenomen. De onderhavige regeling voorziet in verband met de gewenste duidelijkheid, in een objectieve begrenzing van het toepassingsbereik van de afwijking.

5.6

Overgangsrecht en slotregels

Artikel 9 Overgangsrecht In artikel 3.2.1. van het Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Artikel 10 Slotregel

48/327

Het laatste artikel van de planregels betreft de citeertitel van het onderhavige bestemmingsplan Laanweg 55-57, Schoorl.

49/327

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor een particuliere ontwikkeling. Het project richt zich op een marktsegment waar momenteel vraag naar is. De kosten worden gedekt uit de opbrengst van de woningen. Hiermee kan het bestemmingsplan financieel haalbaar worden geacht. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De ontwikkeling die in dit bestemmingsplan centraal staat is als 'bouwplan' aangemerkt.

Voor dit plan is een planschadeovereenkomst opgesteld en vindt verrekening van de kosten plaats op grond van de Verordening op de heffing en de invordering van leges Bergen 2021. Hiermee zijn de kosten anderszins verzekerd.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat de geplande ontwikkeling maatschappelijk draagvlak heeft en dat de procedures op een goede manier worden doorlopen. Participatie Voorafgaand aan de procedure zijn omwonenden per brief actief geïnformeerd over de plannen en bijbehorende stukken en konden vragen worden gesteld en opmerkingen gemaakt. In verband met coronomaatregelen is afgezien van een fysieke informatiebijeenkomst. Het participatieverslag is opgenomen in bijlage 10. Na het publiceren van het ontwerpbestemmingsplan lieten omwonenden weten nader in gesprek te willen over het plan. Daarom is gekozen om een extra bijeenkomst te organiseren. Deze bijeenkomst is gehouden op 31 mei 2023. Het verslag van deze bijeenkomst is opgenomen in bijlage 11. Naar aanleiding van de bijeenkomst is

50/327

nogmaals door de verkeerskundige gekeken naar de beoogde parkeer- en verkeerssituatie. Een toelichting is opgenomen in de beantwoording van de zienswijzen (bijlage 12). Langs de Laanweg komen parkeerplekken voor langsparkeren. Het gedeelte van de Laanweg is hier recht en geeft geen onoverzichtelijke punten waardoor de geparkeerde auto niet waarneembaar zou zijn. In het ontwerp is bewust gekozen om de parkeerplaats achter het voetpad te situeren. Hierdoor ontstaat beter zicht op de Laanweg. Vooroverleg In het kader van het wettelijk vooroverleg is het concept ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de overlegpartners van de gemeente Bergen. Er is 1 inhoudelijke reactie binnengekomen. Deze wordt hierna samengevat en van beantwoording voorzien. Veiligheidsregio Noord-Holland Noord Samenvatting De Veiligheidsregio geeft aan dat het maatgevende scenario een fakkelbrand is, die kan ontstaan door een breuk in een hogedruk aardgastransportleiding. Het plan is getoetst aan het besluit externe veiligheid buisleidingen (BEVB). Het plangebied is op meerdere manieren te bereiken voor hulpdiensten en de primaire bluswatervooziening is op orde. Verwacht wordt dat de aanwezige bewoners vergelijkbaar zelfredzaam zijn met de doorsnede van de Nederlandse samenleving. Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren).

Als er schuilmogelijkheden zijn, is voor personen dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief. Voor personen binnen, op grotere afstand van de bron (daar waar gebouwen niet ontbranden of instorten) is het handelingsperspectief binnenblijven. Reactie Het advies wordt meegenomen in de paragraaf 'Externe veiligheid'. Zienswijze Het ontwerp bestemmingsplan heeft vanaf 10 oktober 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn twee zienswijzen ingediend. De zijn samengevat en beantwoord in een nota zienswijzen. Deze is opgenomen in bijlage 12. Naar aanleiding van de zienswijzen is een stikstofberekening voor de realisatiefase toegevoegd en is een aanvullende bezonningsstudie opgenomen waarin de huidige maximale planologische mogelijkheden zijn beschouwd. De glazen balustrades van de balkons van de buitenruimte op de 1e en 2e verdieping die naar achter en naar zijkanten gericht zijn, zijn voorzien van een ondoorzichtige oplossing, zodat er minder zicht is op de aangrenzende percelen. Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraaks van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.

51/327

52/327

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/5106/documents/39969