CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 1 2021-10-14 Programmabegroting 2022 2025 (nieuwe versie).pdf

Algemene Raadscommissie 14 oktober 2021, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 2: Voorstel betreft het vaststellen van de programmabegroting 2022-2025 en de daarbij behorende begrotingswijziging31.689 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

3c.1 Indexatie jaarlijkse subsidies Indexatie jaarlijkse (structurele) subsidies voor dit PO. Zie toelichting PO1b. 3c.2 Mutatie afschrijvingslasten voor dit PO Betreft de financiële gevolgen naar aanleiding van de mutaties in het investeringsschema. 3c.3 Mutatie omslagrente voor dit PO Betreft de mutatie van de omslagrente voor dit PO naar aanleiding van de mutaties in het investeringsschema en de verlaging van de omslagrente van 2% naar 1% per 1 januari 2022. 3c.4 Grondopbrengst Watertorengebied Door gewijzigde marktomstandigheden wordt een hogere grondopbrengst verwacht van € 411.000,- (V). De kosten van de inrichting van de openbare ruimte zijn al in deze nieuwe grondprijs van in totaal € 3.341.000 verrekend en komen daarmee voor de aannemende partij. De inkomsten komen binnen wanneer de vergunningen onherroepelijk worden. De woningen worden in fases in ontwikkeling genomen. In 2023 de eerste fase ad € 1.671.000,en in 2024 de 2e fase ad € 1.415.000,- en de CPO ad € 255.750,-. Zoals gewoonlijk is dit alles budgetneutraal doordat de inkomsten direct worden gestort in de algemene reserve. In dit geval zie ook mutatie onder PO1b.

Pagina 51 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

Pagina 52 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

PROGRAMMA 4. EEN FINANCIEEL GEZONDE GEMEENTE Wat willen we bereiken 1. Een structureel sluitende begroting voor 2022 Wat gaan we daarvoor doen 1 Een structureel sluitende begroting 2022 Ons doel is een structureel sluitende begroting voor 2022 aan uw raad voor te leggen. 2 Zo laag mogelijk lokale lasten Afval Voor afval wordt vooralsnog verwacht dat een tarief stijging van 2% per jaar de komende jaren voldoende is. Echter het grondstoffenbeleidsplan dat in 2021 naar uw raad komt kan hier mogelijk verandering in brengen. Om te voorkomen dat de incidentele kosten voor het grondstoffen beleidsplan leiden tot een hoger tarief wordt voor 2022 een extra storting van € 700.000,- in de voorziening afval voorgesteld Riool Voor de rioolheffing wordt voorgesteld om in 2022 een verdere verlaging van 4% op het tarief door te voeren. Dit betekent dat het basistarief verder wordt verlaagd van € 215,- naar € 206,-. Door de komende jaren een onttrekking aan de voorziening te begroten kan het tarief de jaren daarna voorlopig op het zelfde peil blijven. Dit tenzij zich onverwachte ontwikkelingen voordoen.

OZB Bij de kadernota 2021 heeft uw raad reeds besloten dat in 2022 de OZB opbrengsten structureel met € 505.000,- extra stijgen bovenop de reguliere 2% stijging. In totaal stijgen de opbrengsten OZB in 2022 hierdoor met 7% ten opzichte van 2021. Waaraan kunnen we zien of we het bereiken 1. Een vastgestelde programmabegroting 2022-2025 waarin de jaarschijf 2022 structureel sluitend is. 2. De ontwikkeling van de lokale lasten Trends en Ontwikkelingen bij dit programmaonderdeel  Ontwikkeling gemeentefonds De concept herijking gemeentefonds van augustus 2021 komt voor Bergen uit op een nadeel van € 96,- per inwoner (circa 2,9 mln.) dat is minder dan de eerder berekening van € 120,- per inwoner (circa 3,6 mln.). Er wordt nu gesteld dat dit in eerste instantie wordt gemaximeerd op totaal € 60,- per inwoner en dat de komende jaren wordt bekeken of na de eerste vier jaar ook het restant wordt doorgevoerd. Bij de kadernota is vanaf 2023 al een post van € 450.000,- per jaar lagere inkomsten vanuit de algemene uitkering verwerkt. Verder wachten we op dit moment nog op de uitkomsten van het nieuwe regeerakkoord. In het nieuwe regeerakkoord moet duidelijkheid komen over de definitieve hoogte van de extra budgetten voor jeugdhulp, de eventuele vergoeding voor de invoering van het abonnementstarief Wmo en het wel of niet afschaffen of bevriezen van de opschalingskorting.

Pagina 53 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

Verbonden partijen per programmaonderdeel PO Verbonden partij 4a Cocensus 4a Werkorganisatie BUCH (BUCH) 4a N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

Voor verdere informatie zie paragraaf F Verbonden partijen. Verplichte indicatoren per programmaonderdeel Dashboard - Besluit Begroting en Verantwoording - Bergen (NH.) (waarstaatjegemeente.nl)

B PO nr Overzicht verplichte indicatoren

U

C

H

NL

score score score score score

jaar

eenheid

bron

4

29 Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden

938

747

743

714

733

2021

€

COELO, Groningen

4

30 Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden

1031

856

838

823

810

2021

€

COELO, Groningen

4

31 Formatie / Fte per 1.000 inwoners

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.b.

aantal per 1.000 inw.

Gemeente

4

32 Bezetting / Fte per 1.000 inwoners

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.b.

aantal per 1.000 inw.

Gemeente

4

33 Apparaatskosten / Kosten per inwoner

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.b.

euro

Gemeente

4

34 Externe inhuur / Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.b.

%

Gemeente

4

35 Overhead in % van totale lasten

14,9

n.b.

15,8 n.b.

n.b.

%

Gemeente

2022

*Doordat de bedrijfsvoering qua personeel en materieel wordt uitgevoerd door de BUCH zijn de indicatoren 31 t/m 34 niet van toepassing op de gemeente Bergen, de gemeente heeft geen loonkosten anders dan de secretaris, griffie, college en raad. .

Pagina 54 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

PROGRAMMAOVERZICHT WAT GAAT HET KOSTEN 1 =1.000

korte omschrijving

aut 4 .1

Mutatie omslagrente voor dit PO

aut 4 .2

Tegenboeking omslagrente alle PO's

aut 4 .3

2022

2023

2024

2025

I/S

37 V

36 V

33 V

30 V

S

1.146 N

1.521 N

1.497 N

1.509 N

S

Werkelijke rente

322 V

408 V

429 V

326 V

S

aut 4 .4

Bijdrage BUCH

184 V

153 V

149 V

242 V

S

aut 4 .5

Stelpost indexatie vrijval

510 V

510 V

510 V

510 V

S

nb

Stelpost herijking gemeentefonds

0

0

0

300 N

S

aut 4 .7

Vrijval stelpost Herijking gemeentefonds 2024

0

0

500 V

0

S

aut 4 .8

Extra inkomsten jeugdhulp 75% van bedrag uit arbitrage

967 V

1.070 V

1.004 V

926 V

S

Totaal

874 V

656 V

1.128 V

225 V

4 .6

4.1 Mutatie omslagrente voor dit PO Betreft de mutatie van de omslagrente voor dit PO naar aanleiding van de mutaties in het investeringsschema en de verlaging van de omslagrente van 2% naar 1% per 1 januari 2022. 4.2 Tegenboeking omslagrente alle PO's Betreft de tegenboeking van de omslagrente vanuit de programmaonderdelen naar aanleiding van de mutaties in de investeringen als mede de verlaging van de omslagrente van 2% naar 1% per 1 januari 2022. 4.3 Werkelijke rente Actualisatie begrote rente naar aanleiding rente nieuwe lening , doorschuiven investeringen, verlaging rente lopende leningen en versnelde aflossing enkele leningen. Doordat er een nieuwe lening is aangetrokken van 40 mln., tegen een rente van 0,295%, kunnen de begrote rentekosten flink omlaag.

4.4 Bijdrage BUCH Betreft aansluiting met stand BUCH begroting 2022 en als laatste de 1e firap 2021 BUCH voor 2022 en verder. 4.5 Stelpost indexatie De stelpost indexatie kan nu vrijvallen. Deze wordt ingezet als dekking voor de indexatie van de jaarlijks subsidies en tevens om vanaf 2025 de stelpost herijking gemeentefonds met € 300.000,- te verhogen tot € 800.000,-. 4.6 Stelpost herijking gemeentefonds Vanaf 2025 wordt € 300.000,- structureel toegevoegd vanuit de vrijval van de stelpost indexatie naar de stelpost herijking gemeentefonds. Deze wordt vanaf 2025 dan € 800.000,- structureel. Zodra er een nieuw kabinet is en bekend is of en zo ja hoeveel extra budget er nog naar de gemeenten komt, kan bij de kadernota 2023 cq begroting 2023 bekeken worden of deze stelpost kan vrijvallen.

Pagina 55 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

4.7 Vrijval stelpost herijking gemeentefonds 2024 Voor 2024 kan de stelpost herijking gemeentefonds vrijvallen voor 2025 staat er nog € 500.000 en daar wordt nu € 300.000,bijgeraamd. We wachten nu eerst de kabinetsformatie en de financiële gevolgen daarvan voor de gemeente af. In 2026 staat er sowieso nog een extra ombuiging van circa 850K te wachten in verband met de herijking gemeentefonds en de verlaging van het jeugdbudget. 4.8 Extra inkomsten jeugdhulp 75% van bedrag uit arbitrage Betreft de eerste inschatting van de extra inkomsten jeugdhulp in verband met de tekorten bij de gemeenten naar aanleiding van de uitkomst van de arbitrage. De definitieve cijfers zullen afwijken en worden niet eerder bekend dan bij de septembercirculaire, dit is verder exclusief het effect van de herijking gemeentefonds op budget jeugdhulp vanaf 2023 dat hier mogelijk nog een negatieve invloed op heeft. Verder is het voor 2023 en verder nog onzeker of het nieuwe kabinet dit ook daadwerkelijk overneemt. De provincie heeft de gemeenten aangegeven dat we 75% van het bedrag mogen verwerken als extra inkomsten in de begroting 2022 en verder. Bij de verwerking van de septembercirculaire wordt dit geactualiseerd. De extra inkomsten jeugdhulp die worden toegekend, worden tot en met 2027 jaarlijks afgebouwd.

Pagina 56 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

Pagina 57 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

PARAGRAAF A: WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOMANAGEMENT 1. Aanleiding en achtergrond De risico’s met betrekking tot gemeente Bergen zijn inzichtelijk gemaakt waardoor inzicht is in de risico's. Dit stelt ons staat om op verantwoorde wijze besluiten te nemen. Dit zodat de risico’s nu en de risico’s gerelateerd aan toekomstige ontwikkelingen in verhouding staan tot de vermogenspositie van onze gemeente. Op basis van de geïnventariseerde risico’s is ook het weerstandsvermogen berekend. 2. Risicoprofiel Om de risico's van onze gemeente in kaart te brengen is een risicoprofiel opgesteld. Door de domeinen zijn de risico's in beeld gebracht. In dit overzicht worden de 10 risico's gepresenteerd met de meeste invloed op de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Totaal grote risico's: € 112.826.000

Overige risico's: € 25.406.000 Totaal alle risico's: € 138.232.000

Pagina 58 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

Op basis van de ingevoerde risico's is een Monte Carlo simulatie uitgevoerd. Dit wordt gedaan omdat het reserveren van het maximale bedrag (zie hierboven) ongewenst is. De risico’s treden immers niet allemaal tegelijk op in hun maximale omvang. De horizontale as bevat schattingen van de totale schadelast van alle risico’s en de verticale as geeft aan hoe groot de kans (%) is dat de op de horizontale as vermelde bedragen voorkomen.

Uit bovenstaande tabel is af te lezen dat het 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 4,6 mln. Daarbij komen nog de overige risico’s vanuit de gemeenschappelijke regelingen afgerond op duizendtallen. Benodigde weerstandscapaciteit Gemeente Bergen Werkorganisatie BUCH Totaal Pagina 59 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

€ € €

4.581.000 649.000 5.230.000

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

3. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende componenten: I. Reserves II. Onbenutte belastingcapaciteit III. Post onvoorzien Ad. I Reserves De reserves zijn in twee typen onder te verdelen: de algemene reserve en de bestemmingsreserves.

maximum, waardoor wij geen indicatie kunnen geven van de maximale omvang van deze ruimte. Ook kan er eventueel gekozen worden om; 50% van de baggerkosten door te belasten aan de rioolheffing, 30% van de kosten straatreiniging door te belasten aan de rioolheffing en een % van de strandreiniging aan de afvalstoffenheffing. Dit wordt nu echter niet meegenomen. Ad. III Post onvoorzien Conform de financiële verordening van Bergen is een post van € 10.000,- opgenomen. Deze post kan via een raads- of college begrotingswijziging incidenteel worden ingezet als dekking.

Algemene reserve Van de reserves vormt de algemene reserve het deel dat kan worden aangewend ter financiering van opgetreden risico’s. Bestemmingsreserves Alle bestaande bestemmingsreserves tellen mee voor bepaling van weerstandscapaciteit aangezien de raad die altijd kan herbestemmen. Uitzondering zijn bestemmingsreserves die worden gebruikt als dekking van afschrijvingslasten cq risico’s, echter deze zijn er niet. Ad. II Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit is de mate waarin de OZB belasting maximaal verhoogd kan worden. Dit wordt berekend aan de hand van het berekende tarief dat gehanteerd moet worden als men een artikel 212 gemeente zou worden Voor 2021 is dit 1,800% (bron blz. 100 meicirculaire 2021). Het gewogen gemiddeld OZB percentage Bergen is over 2021 1,121% en dus veel lager. Het verschil tussen het gewogen gemiddeld percentage van Bergen en het percentage artikel 212 is de onbenutte belastingcapaciteit. Uiteraard zijn er andere belastingen, zoals bijvoorbeeld de toeristenbelasting en de parkeerbelasting, die door verhoging van de tarieven tot een meeropbrengst en verbetering van de weerstandscapaciteit kunnen leiden. Hiervoor bestaat geen wettelijk

Totale weerstandcapaciteit Het totaal van de hiervoor genoemde, in te zetten opties ter afdekking van incidentele risico’s blijkt uit de volgende tabel, Verwachte stand per 1 januari 2022: Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve

42.644.000

Onbenutte belastingcapaciteit

5.892.000

Bestemmingsreserves

1.547.000

Post onvoorzien Totaal

50.093.000

4. Beschikbare weerstandscapaciteit versus benodigde weerstandscapaciteit Het streven is dat de berekende totale weerstandscapaciteit minimaal een factor 2 dient te zijn van de benodigde weerstandscapaciteit. Dit is het geval.

Pagina 60 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

10.000

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

5. Kengetallen Doelstelling van deze kengetallen en bijbehorende beoordeling is om op eenvoudige wijze inzicht geven over de financiële positie van de gemeente. Het gaat om de volgende kengetallen: 1. Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. 2. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. 3. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe wendbaar een gemeente is. Als de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is een gemeente in staat om (structurele) tegenvallers op te vangen. 4. Grondexploitatie In dit kengetal wordt de waarde van de bouwgrond gerelateerd aan de totale baten. 5. Belastingcapaciteit Deze indicator geeft aan hoe de belastingdruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde.

In de onderstaande tabel worden de kengetallen met signaleringswaarden getoond: Signaleringswaarde

A

B

C

1a. Netto schuldquote

< 90%

100 - 130%

> 130%

1b. Netto schuldquote

< 90%

100 - 130%

> 130%

2.

gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Solvabiliteitsratio

> 50%

20 - 50%

< 20%

3.

Structurele exploitatieruimte

> 0%

0%

< 0%

4.

Grondexploitatie

< 20%

20 - 35%

> 35%

5.

Belastingcapaciteit

< 95%

95 - 105%

> 105%

Voor wat betreft de “Netto schuldquote” is het streven om onder de 100% te komen. Om de schuldquote beheersbaar te houden en in de toekomst omlaag te brengen wordt jaarlijks onder andere 2% aan de algemene reserve toegevoegd. Voor de overige kengetallen zijn geen streefwaarden en wordt slechts bekeken of de trend aanleiding geeft tot nadere analyse c.q. bijsturing. Onderstaande de uitkomst van de financiële kengetallen.

De provincie heeft als financieel toezichthouder zogenaamde signaleringswaarden gedefinieerd. Deze signaleringswaarden moeten worden gezien als een hulpmiddel om het risico per kengetal in te schatten en zijn geen norm. De provincie onderscheidt drie categorieën: A: minst risicovol, B: gemiddeld risico en C: meest risicovol.

Pagina 61 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

6. Ontwikkelingen Oordeel Provincie betreffende begroting 2022: Verwacht wordt dat we wederom onder repressief toezicht komen aangezien de jaarschijf 2022 structureel sluitend is. 7. Conclusie Doordat er nog grote investeringen aankomen zoals sporthal Egmond, fusie voetbal Egmond en de ontwikkelingen in Schoorl en Bergen en onderwijshuisvesting wordt vooralsnog een stijging van de schuldquote voorzien. Indien er meerjarig geen op dit moment onbekende nieuwe grote investeringen bij komen is de verwachting dat na 2025 de schuldquote verder daalt richting de 100%. De woonlasten blijven boven het landelijk gemiddelde maar stijgen meerjarig vooralsnog minder dan het landelijk gemiddelde.

Pagina 62 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

PARAGRAAF B: LOKALE HEFFINGEN Inleiding De lokale heffingen vormen een belangrijk bron van inkomsten en zijn onderdeel van de gemeentelijke beleidsvrijheid. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in heffingen waarbij de besteding van de opbrengsten vrij is (de zogenaamde belastingen) en heffingen waarvan de opbrengst gebonden is (zogenaamde heffingen, leges en retributies). Deze paragraaf geeft inzicht in het beleid van de gemeentelijke heffingen voor 2022 en wordt een raming afgegeven van de verwachte opbrengsten aan belastingen en heffingen. Deze is berekend op basis van de in de kadernota 2022 opgenomen uitgangspunten. De definitieve vaststelling van de tarieven gebeurt niet bij de begroting maar separaat bij de vaststelling van de belastingverordeningen 2022. Achtereenvolgens komen aan de orde: 1 tarievenbeleid 2 Hoofdlijnen per belastingsoort 2.1 Afvalstoffenheffing 2.2 Forensenbelasting 2.3 Leges 2.4 Lijkbezorgingsrechten 2.5 Marktgelden 2.6 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) 2.7 Parkeerbelastingen 2.8 Precariobelasting 2.9 Precariobelasting Kabels & Leidingen 2.10 Rioolheffing 2.11 Toeristenbelasting 2.12 Bedrijven investeringszone (BIZ) 3 Kwijtscheldingsbeleid 4 Opbrengstoverzicht 5 Lokale lastendruk

1 Tarievenbeleid De opbrengsten staan centraal in de berekening van de tarieven. In de Kadenota 2022 is aangegeven dat de opbrengsten jaarlijks met 2% worden verhoogd, exclusief areaaluitbreiding. Uitzondering hierop zijn : - Naheffingen parkeerbelasting, rijbewijzen en identiteitsbewijzen; hiervoor wordt het door het rijk vastgestelde maximum bedrag gebruikt. - WABO vergunningen; de opbrengst is afhankelijk van de economische situatie en daarmee het aantal vergunningen. Vandaar dat geen jaarlijkse stijging is opgenomen. - Parkeervergunningen; hierbij wordt niet uitgegaan van een verhoging van de opbrengst maar wordt het tarief per vergunning met 2% per jaar verhoogd. Dit om te voorkomen dat bij een daling van het aantal vergunningen, de tarieven per vergunning extra verhoogd moeten worden. - rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Voor deze heffingen worden de tarieven gebaseerd op de benodigde kostendekkendheid en de stand van de voorzieningen. Onroerende Zaak Belastingen (OZB) Voor 2022 is in de kadernota 2021 al besloten om in 2022 de OZB opbrengsten met € 505.000,- te laten stijgen. Daarnaast worden de OZB opbrengsten verhoogd in verband met verwachte areaaluitbreiding. Areaaluitbreiding wordt niet gerealiseerd door een verhoging van het tarief, maar door toename van het aantal WOZ objecten door nieuwbouw.

In de begroting is voor de jaren vanaf 2023 een stijging van de OZB opbrengsten van 2% opgenomen. Parkeerbelasting Het uurtarief stijgt ten opzichte van het tarief van 2021 met € 0,05. Het voorgestelde uurtarief stijgt daarmee van € 1,95 naar € 2,00 met een maximum van € 12,00 per dag.

Pagina 63 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

Afvalstoffen- en rioolheffing Het uitgangspunt bij de riool- en afvalstoffenheffing is dat de heffingen kostendekkend zijn/worden ten aanzien van de toegerekende kosten zonder dat de voorziening negatief wordt. Mocht er in een jaar minder uitgegeven zijn dan dat er aan heffingen binnen is gekomen dan wordt het teveel ontvangen bedrag gestort in de egalisatie voorziening afval c.q. riool. Als er meer is uitgegeven dan begroot dan wordt het tekort zoveel mogelijk uit de egalisatievoorziening onttrokken. De egalisatievoorziening mag niet negatief komen te staan. Doorbelastingen afval Doorbelast worden de kosten van de afvalverwerking, de DVO en de belasting en personeelskosten doorbelast. Er vindt geen doorbelasting plaats vanuit straatreiniging en schoonmaak strand. Doorbelastingen riool Doorbelast worden de kosten van riool inclusief omslagrente, personeel, overhead, BTW. Er vindt geen doorbelasting plaats van straatreiniging en baggerkosten. De doorbelasting van de extra rente aan riool is per 2021 komen te vervallen en heeft geleid tot een verlaging van het tarief. De hiermee gepaard gaande kosten worden gedekt door een verhoging van de inkomsten uit de OZB. Toeristenbelasting Begroot staat een jaarlijkse stijging van het tarief van € 0,05. Voor 2022 is hierdoor voorzien in een verhoging van het tarief toeristenbelasting van € 1,90 naar € 1,95 per persoon per overnachting.

Tarieven De tarieven voor de belastingsoorten waarvan op dit moment onvoldoende duidelijkheid is over de omvang van het areaal worden in deze paragraaf niet genoemd. Alle in deze paragraaf

genoemde belastingtarieven worden opgenomen in de betreffende belastingverordeningen en worden in december 2021 aan uw raad voorgelegd. Een opbrengststijging van 2% over heffingen en leges kan in de praktijk leiden tot onwerkbare tarieven van centen achter de komma. Op dit punt is er al een staande praktijk van afronding naar beneden op 5 eurocenten, halve euro’s en/of hele euro’s afhankelijk van de belastingsoort, met uitzondering van de tarieven voor toeristenbelasting en de parkeerbelasting, deze worden naar boven afgerond op 5 eurocenten. 2 Hoofdlijnen per belastingsoort 2.1 Afvalstoffenheffing Het uitgangspunt bij de afvalstoffenheffing is een kostendekkende heffing ten aanzien van de toegerekende kosten zonder dat de voorziening negatief wordt. Tot de toegerekende kosten behoren:  De directe kosten voor het inzamelen en verwerken van de afvalstoffen inclusief fte en overhead.  BTW: Het niet doorrekenen van BTW leidt sinds de invoering van het BTW compensatiefonds tot een extra nadeel in de vorm van een korting op de algemene uitkering. Vandaar dat de BTW onderdeel uitmaakt van de aan het taakveld riool- en afval toe te rekenen kosten. Als gedurende het boekjaar sprake is van overdekking (meer werkelijke opbrengsten dan de toegerekende kosten) wordt het meerdere in de egalisatievoorziening gestort.

Daarentegen wordt bij een onderdekking (meer toegerekende kosten dan werkelijke opbrengsten) het verschil aan de egalisatievoorziening onttrokken. Kerncijfers Belastingplichtig is de gebruiker van een perceel waar de gemeente een inzamelplicht heeft voor huishoudelijke afvalstoffen.

Pagina 64 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

In de berekening van de opbrengst in relatie tot de kostendekkendheid wordt uitgegaan van de aantallen: - Percelen in gebruik bij één persoon - Percelen in gebruik bij meer dan één persoon - Extra containers restafval van 140 liter - Extra containers restafval van 240 liter - Tweede woningen en vakantiewoningen.

Tarieven Om de geraamde opbrengsten te realiseren worden de tarieven als volgt voorgesteld: 2022 2023 2024 2025 386 394 402 Meerpersoonshuishouden 378 290 296 302 284 Eénpersoonshuishouden 290 296 296 284 Tweede woning/vakantiewoning 216 220 224 212 Extra rolemmer 140 liter 367 374 381 360 Extra rolemmer 240 liter

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing 2022 Kosten taakveld afval, incl. (omslag)rente 4.347.000 Inkomsten, excl. heffingen 255.000 Netto kosten 4.092.000 Toe te rekenen kosten: BTW 841.000 toegerekende overhead 93.000 A Totale kosten 5.026.000 Opbrengst heffingen Kwijtschelding B Totale opbrengsten B-A opbrengsten minus kosten Onttrekking voorziening Dekkingspercentage (B/A)

2.2 Forensenbelasting Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De forensenbelasting wordt geheven van personen die niet in Bergen wonen, maar wel in Bergen gedurende meer dan 90 dagen een gemeubileerde woning beschikbaar houden voor zichzelf of hun gezin. De heffingsgrondslag voor de forensenbelasting is een percentage van de WOZ-waarde.

5.119.000 148.000 4.971.000

De forensenbelasting wordt in de regel geheven na afloop van het belastingjaar. Dit, omdat pas na afloop van het belastingjaar kan worden bepaald of er sprake is van een belastingplicht.

-56.000 -56.000 99%

Opbrengsten Rekening houdend met een nagenoeg gelijkblijvend areaal zoals genoemd bij de kerncijfers, worden de opbrengsten voor 2022 tot en met 2025 als volgt geraamd: 2022 2023 2024 2025 5.119.000 5.227.000 5.335.000 5.444.000 Afvalstoffenheffing

Kerncijfers, waardeontwikkeling en areaal Het areaal voor deze belasting bestaat uit het aantal (tweede) woningen dat voldoet aan de criteria van de forensenbelasting in combinatie met de verwachte totale WOZ-waarde van deze woningen op 1 januari van het jaar, voorafgaand aan het belastingjaar (waardepeildatum). Opbrengsten Naar aanleiding van een analyse van de opbrengsten zoals gerealiseerd in de jaarrekeningen 2019 en 2020 blijkt dat de opbrengst forensenbelasting structureel hoger is dan begroot.

Pagina 65 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

Rekening houdend met het uitgangspunt van 2% stijging van de opbrengsten en de additionele verhoging in 2022 van € 395.000,als gevolg van de structurele meeropbrengst worden de begrote opbrengsten voor 2022 tot en met 2025 als volgt geraamd: 2024 2025 2022 2023 Forensenbelasting 1.530.000 1.561.000 1.592.000 1.624.000 2.3 Leges Belastingplichtigen en heffingsgrondslag Leges kunnen worden geheven voor van gemeentewege verleende diensten. De diverse diensten waarvoor leges zijn verschuldigd zijn opgenomen in de tarieventabel behorende bij de legesverordening. Kostendekkendheid en transparantie De legestarieventabel is in 2019 geactualiseerd en waar mogelijk geharmoniseerd voor de BUCH-gemeenten. Dit heeft geleid tot een uniforme tarieventabel en bijbehorende kostenonderbouwing voor de gezamenlijke BUCH-gemeenten. Kosten en opbrengsten Evenals voor 2021 is gedaan, is ook voor 2022 de kostendekkendheid van de leges onderzocht. De opbrengsten betreffen de verwachte inkomsten in 2022, zoals die in het financieel systeem zijn opgenomen. De kosten bestaan uit verschillende componenten: - de directe kosten die aan het product zijn te relateren (bijvoorbeeld afdracht aan Rijk voor een geleverd paspoort); - de directe apparaatskosten (de salarislasten van het personeel dat direct aan het product werkt); - de toegerekende overhead, zijn de € ------ per direct toegerekende fte.

Door de berekende kosten af te zetten tegen de begrote opbrengsten, kan de kostendekkendheid worden bepaald. Zie opbrengsten- en kostendekkendheid overzichten onder 4.

2.4 Begraafplaatsrechten Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De grafrechten worden geheven voor onder meer het begraven van personen en voor het onderhoud van de begraafplaatsen. De tarieven voor de afzonderlijke belastbare feiten zijn opgenomen in de tarieventabel behorende bij de verordening lijkbezorgingrechten. Kerncijfers en areaal De kerncijfers voor de begraafplaatsrechten bestaan hoofdzakelijk uit het aantal meerjarige rechten op graven en dergelijke, het aantal begravingen en bijzettingen per jaar en het aantal onderhoudsrechten op graven en dergelijke. De beheerskosten van de begraafplaatsen zijn hoger dan de inkomsten. Er is geen sprake van volledige kostendekking. Dit is in overeenstemming met het beleidsplan begraafplaatsen

Opbrengsten Rekening houdend met het uitgangspunt van 2% stijging van de opbrengsten voor 2022 tot en met 2025 worden de begrote opbrengsten als volgt geraamd:

Pagina 66 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

Begraafplaatsrechten

2025

2022

2023

2024

492.000

502.000

512.000 522.000

Tarieven De diverse tarieven zijn opgenomen in de tarieventabel behorend bij de Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten. De tarieven zijn in 2019 waar mogelijk in BUCH verband geharmoniseerd. In verband met kleine verschillen van de hoogte van het in 2019 toegepaste inflatie percentage in BUCH verband zijn er geringe afwijkingen ontstaan in de tarieven. 2.5 Marktgelden Belastingplichtigen en heffingsgrondslag Voor het innemen van een standplaats op de markten in Egmond en Bergen wordt marktgeld geheven. De berekening van de hoogte van het marktgeld is gebaseerd op het aantal strekkende meters van de kraam. Kerncijfers en areaal Het heffingsareaal wordt bepaald door het aantal strekkende meters aan kramen dat op de markt wordt geplaatst. Normaliter is er voor de markt in Egmond maximaal 97 meter beschikbaar. Voor de markt in Bergen is er maximaal 169 meter beschikbaar. Zoals uit onderstaand overzicht blijkt zijn de kosten van de markten hoger dan de inkomsten. Er is geen sprake van volledige kostendekking. Gelet op de huidige situatie van het marktwezen wordt het niet mogelijk geacht de mate van kostendekkendheid te verhogen.

Opbrengsten Bij een gelijkblijvend areaal en 2% stijging van de opbrengsten per begrotingsjaar zien de opbrengsten er als volgt uit: 2022 2023 2024 2025 19.960 20.360 20.770 21.190 Marktgeld 2.6 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) De onroerende-zaakbelastingen betreffen een tweetal belastingen, te weten;  een onroerende zaakbelasting voor eigenaren van woningen;  een onroerende zaakbelasting voor eigenaren van nietwoningen. Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De onroerende zaakbelastingen voor het eigendom van woningen en niet-woningen worden geheven van degene die op 1 januari van het belastingjaar in het Kadaster bekend staat als de zakelijk gerechtigde van de onroerende zaak. De hoogte van de aanslag is

Pagina 67 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

afhankelijk van de waarde in het economisch verkeer van de onroerende zaak. De belasting wordt geheven als percentage van deze waarde. De waarde van de onroerende zaken wordt vastgesteld onder het regime van de Wet WOZ. Vanaf 2022 wordt de WOZ waarde van woningen berekend naar de oppervlakte in plaats van de inhoud. Deze gewijzigde WOZ waarde berekeningsmethodiek sluit daarmee beter aan bij publicaties op de diverse woningaanbod-websites waar de grootte van woningen doorgaans in vierkante meters wordt uitgedrukt. Tevens wordt hiermee een hogere acceptatiegraad van de WOZ waarde beoogd. Kerncijfers, waardeontwikkeling en areaal De kerncijfers voor de bepaling van de te verwachten opbrengst van de onroerende zaakbelastingen betreffen het aantal woningen, het aantal niet-woningen, de totaalwaarde van de woningen en nietwoningen op 1 januari van het jaar, voorafgaand aan het belastingjaar en de omvang van de vrijgestelde WOZ waarde waarover geen OZB kan worden geheven. In Bergen is de heffing van OZB van gebruikers van niet-woningen per 2020 opgeheven onder gelijktijdige evenredige verhoging van het tarief voor eigenaren van niet-woningen. Hierdoor zijn 2 kerncijfers niet meer van invloed op de tariefstelling. Dit is het percentage leegstand en de omvang van de vrijstelling op woondelen bij niet-woningen.

Beide factoren zijn van belang voor het tarief waarmee de begrote opbrengst van de OZB voor gebruikers wordt gegenereerd. Voor de OZB-eigenaren opbrengst zijn beide factoren echter niet relevant. Bij de kadernota 2021 is besloten om de opbrengsten per 2022 te verhogen € 505.000,- en stijgen de opbrengsten in 2022 hierdoor met 7% ten opzichte van 2021.

Opbrengsten Rekening houdend met de genoemde mutaties worden de begrote opbrengsten voor 2022 tot en met 2025 als volgt geraamd: 2022

2023

2024

2025

OZB bedrijven

3.001.000

3.062.000

3.119.000

3.180.000

OZB woningen

7.381.000

7.528.000

7.668.000

7.821.000

Totaal OZB

10.382.000 10.590.000 10.787.000 11.001.000

2.7 Parkeerbelastingen Belastingplichtigen en heffingsgrondslag Parkeerbelastingen onderscheiden we in drie soorten belastingen: 1. Parkeergelden 2. Parkeernaheffingsaanslagen (parkeerboetes) 3. Rechten parkeervergunningen 1. Parkeergelden Voor het parkeren van voertuigen op bepaalde dagen en tijden, op daartoe aangewezen openbare parkeerplaatsen, is parkeergeld verschuldigd. Het doel van de belasting is het reguleren van parkeergedrag en verkeersstromen. Vanaf 2021 is meerjarig een indexatie opgenomen van € 0,05 op het tarief. Verder wordt ieder jaar een nieuw driejarig gemiddelde berekend van het aantal parkeeruren. Hierop wordt het areaal gebaseerd. In verband met corona is dit nu niet gebeurd. 2. Naheffingsaanslagen Als er geen of onvoldoende parkeergeld is betaald worden naheffingsaanslagen opgelegd. Hiervoor wordt het door het rijk vastgestelde maximumtarief gehanteerd. Op de opbrengsten vindt geen indexatie plaats. Naar aanleiding van de laatste jaarrekening wordt een nieuwe inschatting gemaakt.

Pagina 68 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

3. Rechten parkeervergunningen Voor bepaalde gebieden binnen onze gemeente kan tegen een vergoeding een parkeervergunning worden aangevraagd. Uitgangspunt is 2% stijging van het tarief en niet de opbrengsten. Hierdoor is het tarief niet afhankelijk van opbrengst en leidt een lager aantal afgegeven vergunningen niet tot extra prijsstijging. Kerncijfers en areaal Op basis van gerealiseerde opbrengsten wordt het hieraan gerelateerde gemiddelde aantal parkeeruren geactualiseerd. Tarieven parkeerbelasting De tarieven parkeerbelasting zijn opgenomen in de tarieventabel behorend bij de verordening parkeerbelasting. De hierin opgenomen tarieven voor kort parkeren worden verhoogd met € 0,05 en de tarieven voor parkeervergunningen met 2%. Er wordt een apart besluit voorgelegd om de verordening met de gewijzigde tarieventabel en daarmee de tarieven 2022 vast te stellen. Opbrengsten Uitgaande van het bovenstaande worden de begrote opbrengsten voor 2022 tot en met 2025 als volgt geraamd: 2022 2023 2024 2025 Parkeerbelasting (parkeergeld) 3.978.000 4.075.000 4.172.000 4.269.000 275.000 Naheffingsaanslagen 275.000 275.000 275.000 Parkeervergunningen 840.000 857.000 874.000 891.000 2.8 Precariobelasting Belastingplichtigen en heffingsgrondslag Precariobelasting wordt geheven van degenen die voorwerpen hebben die zich op, onder of boven openbare gemeentegrond bevinden.

De precariobelasting bestaat uit permanente belastbare

feiten (bijvoorbeeld terrassen en uithangborden) en incidentele belastbare feiten (bijvoorbeeld een tijdelijke bouwcontainer). De tarieven voor de afzonderlijke belastbare feiten zijn opgenomen in de tarieventabel behorende bij de verordening precariobelasting. In de regel worden de aanslagen voor de permanente belastbare feiten na afloop van het belastingjaar opgelegd. Dit aangezien pas na afloop van het belastingjaar de omvang van de belastingplicht bekend is. Kerncijfers en areaal Door periodieke controles in het veld wordt de actualiteit van de bestandsgegevens voor de precariobelasting op peil gehouden. Daarnaast leiden vergunningaanvragen tot inzicht in belastbare feiten. Het areaal voor de precariobelasting van de permanente belastbare feiten is redelijk stabiel. Opbrengsten Rekening houdend met 2% stijging van de opbrengsten voor 2022 tot en met 2025 worden de begrote opbrengsten als volgt geraamd: 2025 2022 2023 2024 149.000 152.000 155.000 158.000 Precariobelasting 2.9 Rioolheffing De rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een object van waaruit direct of indirect water wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering. De heffingsgrondslag voor de rioolheffing heeft een relatie met de hoeveelheid water dat vanuit het object wordt afgevoerd.

Er is sprake van een gedifferentieerd tarievenstelsel dat opgebouwd is uit eenheden waarbij 300 m3 waterverbruik als uitgangspunt is gebruikt voor het basistarief. Veruit de meeste woningen vallen onder de eerste eenheid: het basistarief. Als gedurende het boekjaar sprake is van overdekking (meer werkelijke opbrengsten dan toegerekende kosten) wordt het

Pagina 69 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

meerdere in de egalisatievoorziening gestort. Daarentegen wordt bij een onderdekking (meer toegerekende kosten dan werkelijke opbrengsten) het verschil aan de egalisatievoorziening onttrokken. Kerncijfers (kosten en opbrengsten) Kerncijfers voor de bepaling van de inkomsten uit rioolheffing zijn:  het aantal percelen waarvoor het basistarief geldt (0 tot en met 300 m3 waterafvoer);  het aantal percelen vallend onder grootverbruik (gestaffeld boven de 300 m3 afgevoerd water). gedifferentieerd naar de tariefstaffel.  het aantal percelen waarvan water indirect wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering. In de berekening van de opbrengst wordt uitgegaan van eenheden. In dit aantal zijn de grootverbruiktarieven teruggerekend naar het tarief van de basiseenheid. In dit aantal wordt de komende jaren geen groei verwacht. Kerncijfers voor de bepaling van de kosten van riool zijn:  De directe kosten voor riool inclusief fte en overhead  BTW: Het niet doorrekenen van BTW leidt sinds de invoering van het BTW compensatiefonds tot een extra nadeel in de vorm van een korting op de algemene uitkering. Vandaar dat de BTW onderdeel uitmaakt van de aan het taakveld riool- en afval toe te rekenen kosten.

 Voor de berekening van de rioolheffing is het door te belasten rentepercentage op 2% gesteld, dit is 1% omslagrente en 1% extracomptabele rentetoerekening in verband met de hoge rentes uit het verleden op de langlopende rioolinvesteringen.

Kostendekkendheid rioolheffing 2022 Kosten taakveld riolering, incl. (omslag)rente 2.958.000 Inkomsten, excl. heffingen 20.000 Netto kosten taakveld 2.938.000 Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW extra rente 1 % Totale kosten

324.000 164.000 519.000 3.945.000

Opbrengst heffingen Kwijtschelding Totale opbrengsten

3.882.000 114.000 3.768.000

Verschil Mutatie voorziening Dekkingspercentage

-177.000 -177.000 96%

Opbrengsten Rekening houdend met een gelijkblijvend areaal zoals genoemd bij de kerncijfers en een positief blijvende voorziening worden de opbrengsten voor 2022 tot en met 2025 als volgt geraamd:

Rioolheffing

Pagina 70 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

2025 2022 2023 2024 3.882.000 3.920.000 3.957.000 3.995.000

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

Tarieven Conform het formatieakkoord wordt jaarlijks bepaald in hoeverre een stijging van het tarief kan worden voorkomen. De doorbelasting van de extra rente aan riool is door verlaging van de omslagrente van 2% naar 1% per 2022 extracomptabel vastgesteld op 1% per 2022. Naar het huidige inzicht in de kostenontwikkeling en bij gelijkblijvend beleid is de komende jaren een stijging van circa 1% per jaar nodig. Het basistarief wordt als volgt voorgesteld: 2022 2023 2024 2025 212 206 208 210 Rioolheffing 53 52 52 53 Rioolheffing indirecte aansluiting 2.10 Toeristenbelasting Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De toeristenbelasting wordt geheven voor het tegen betaling overnachten in de gemeente door personen die geen inwoner van Bergen zijn. De belasting wordt geheven van degene die gelegenheid tot nachtverblijf biedt. Deze kan de belasting verhalen op de verblijfhoudende personen. De aanslagoplegging voor de toeristenbelasting vindt plaats na afloop van het belastingjaar. op basis van de ingediende aangiften. Kerncijfers en areaal Bij de uitvoering van de toeristenbelasting wordt doorlopend gecontroleerd op de juistheid en volledigheid van de gevoerde verblijfsadministraties door de aanbieders van verblijf. Sinds een aantal jaren is het aanbieden van verblijf via internet aanzienlijk toegenomen.

Om deze reden is in 2015 een onderzoek uitgevoerd naar mogelijk ontbrekend areaal (het aantal aanbieders van verblijf). De resultaten en aanbevelingen hebben aanleiding gegeven om de doorlopende controle in samenwerking met Cocensus anders in te richten. Dit richt zich op drie aspecten. Ten

eerste wordt via diverse methodes intensief ingezet op opsporing van verborgen verblijfbieders. Ten tweede zullen periodieke fysieke controles bij de verblijfbieders worden uitgevoerd. Ten derde wordt ingezet op het verder vergroten van de (digitale) aanmeld- en aangiftemogelijkheden. Bij de berekening van de opbrengsten in de programmabegroting is uitgegaan van het gemiddelde aantal overnachtingen van de jaren 2017-2019. Dit is niet aangepast naar 2018-2020 vanwege corona. Tarief Aan uw raad wordt net als voorgaande jaren een apart besluit voorgelegd om de verordening en daarmee het tarief toeristenbelasting 2022 vast te stellen. Begroot staat een stijging van het tarief met € 0,05. Ook voor de jaren erna wordt een jaarlijkse indexatie van 2% op het tarief begroot (afgerond € 0,05 per jaar). Het tarief toeristenbelasting stijgt hierdoor van € 1,90 naar € 1,95 per persoon per overnachting. Naast de berekening op basis van het exacte aantal overnachtende personen kent de toeristenbelasting ook een berekeningswijze voor vaste jaarplaatsen en seizoenplaatsen. Hiermee vindt tarifering plaats op basis van het gemiddelde aantal gasten en verblijfsduur waarbij het jaarlijks vastgestelde tarief van toepassing is. Deze forfaitaire berekeningswijze leidt tot een efficiënte uitvoering van de heffing en vermindering van de administratieve lastendruk.

Opbrengsten Het is lastig een inschatting te maken met betrekking tot de gevolgen van corona. Er op dit moment vanuit gaande dat in 2022 de zomer relatief normaal kan verlopen en rekening houdend met het uitgangspunt van een stijging van 2% worden de begrote opbrengsten voor 2022 tot en met 2025 als volgt geraamd:

Toeristenbelasting

Pagina 71 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

2024 2022 2023 2024 2.970.000 3.046.000 3.122.000 3.198.000 . …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

2.11 Bedrijven investeringszone (BIZ) In 2021 is op initiatief van de ondernemers in Egmond aan Zee een reclamebelasting ingevoerd. De gemeente faciliteert de BIZorganisatie door de BIZ-bijdragen te innen. Door de invoering van de BIZ-belasting met een tarief van € 325,per jaar worden belastingopbrengsten gegenereerd met een omvang van € 65.000,-. Deze opbrengst wordt, na aftrek van de perceptiekosten, in de vorm van een subsidie uitgekeerd aan de BIZ vereniging die de activiteiten namens de ondernemers uitvoert. De ondernemers bepalen zelf de activiteiten. De gemeenteraad moet wel instemmen en toetsen op het algemeen belang in de openbare ruimte. 3 Kwijtscheldingsbeleid Voor de afvalstoffen- en rioolheffing bestaat de mogelijkheid om op basis van het “Besluit kwijtschelding gemeentelijke belastingen Bergen 2022” een kwijtscheldingsverzoek in te dienen. In Bergen wordt bij de kwijtschelding afgeweken van de normen zoals deze zijn opgenomen in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Hierin zijn in artikel 16, tweede lid, onderdelen a en b, de kosten van bestaan gesteld op 90% van de bijstandsnorm. Bergen gaat echter uit van de meest ruime, de zogenaamde 100% norm. Dit houdt in, dat kwijtschelding wordt verleend aan belastingschuldigen die een inkomen hebben dat op of onder 100 procent van de landelijk geldende bijstandsnorm ligt.

De kwijtschelding wordt opgevangen binnen de kostendekking van afvalstoffen- en rioolheffing.

Kerncijfers Sinds de start van de belastingsamenwerking met Cocensus wordt actiever gestuurd op de mogelijkheden voor kwijtschelding. Naast de toegekende gehele kwijtschelding bestaat er een grote variatie in gedeeltelijk toegekende verzoeken waarbij een percentage van de aanslag wordt kwijtgescholden. Om deze reden wordt niet uitgegaan van het totale aantal toekenningen maar van de bedragen kwijtschelding riool- en afvalstoffenheffing uit de laatste jaarrekening. Voor de komende jaren verwachten we geen grote veranderingen. Rekening houdend met een gelijkblijvend aantal toekenningen zoals genoemd bij de kerncijfers worden de uitgaven voor 2022 tot en met 2025 als volgt geraamd: 2025 2022 2023 2024 Kwijtschelding riool 114.000 115.000 116.000 117.000 Kwijtschelding afval 148.000 148.000 148.000 148.000

Kwijtschelding wordt zoveel mogelijk automatisch verleend. Dit gebeurt middels een automatische koppeling met landelijke inkomens- en vermogensgegevens door het Inlichtingenbureau met belastingplichtigen die hiervoor toestemming hebben gegeven.

Pagina 72 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

4 Opbrengstenoverzicht In de volgende tabel wordt op volgorde van programmaonderdeel per belastingsoort en heffing een overzicht gegeven van de geraamde opbrengsten 2022 en verder. PO Grootboek Omschrijving Begroot Begroot Begroot Begroot 2022 2023 2024 2025 1a 6020010 Rijbewijzen 117.200 105.400 114.300 106.600 1a 6020030 Reisdocumenten 91.000 51.000 412.000 366.000 1a 6020050 Diverse leges 44.670 45.560 46.470 47.400 1a 6020060 Leges APV 46.130 47.050 47.990 48.950 2b 6330100 Inkomsten Markten 19.960 20.360 20.770 21.190 3a 6830500 Leges omgevingsvergunningen 2.285.000 650.000 650.000 650.000 3b 6720100 Baten Rioolheffing 3.882.000 3.920.000 3.957.000 3.995.000 3b 6730100 Baten Afvalstoffenheffing 5.119.000 5.227.000 5.335.000 5.444.000 3c 6750100 Baten begraafplaatsrechten 492.000 502.000 512.000 522.000 4a 6061100 Baten OZB woningen 7.381.000 7.528.000 7.668.000 7.821.000 4a 6062100 Baten OZB bedrijven 3.001.000 3.062.000 3.119.000 3.180.000 4a 6063100 Opbrengsten parkeerbelasting 3.978.000 4.075.000 4.172.000 4.269.000 4a 6063100 Opbrengsten parkeernaheffing 275.000 275.000 275.000 275.000 4a 6063100 Opbrengsten 840.000 857.000 874.000 891.000 parkeervergunningen 4a 6064200 Baten precariobelasting 148.800 151.820 154.860 158.000 4a 6340100 Forensenbelasting 1.530.000 1.561.000 1.592.000 1.624.000 4a 6340200 Toeristenbelasting 2.970.000 3.046.000 3.122.000 3.198.000

32.220.760 31.124.190 32.072.390 32.617.140

Pagina 73 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

Kostendekkendheid Leges In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de kosten en opbrengsten van de leges van de in titel 1, 2 en 3 opgenomen hoofdstukken. De gemiddelde kostendekkendheid van de leges in Bergen bedraagt ------ %.

Pagina 74 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

5 Lokale lastendruk De hoogte van de OZB (woningen), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing tezamen, wordt geduid met het begrip “lokale lastendruk”. De lokale lastendruk wordt in Nederland door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) bijgehouden.

benchmark waarin naast de ozb ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken. De benchmark beoogt door middel van vergelijking van de tarieven en de gemeentelijke woonlasten op provinciaal niveau, de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen. De benchmark vergelijkt binnen een provincie de hoogte van de gemeentelijke woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting. In de ‘benchmark woonlasten Noord-Holland 2021’ zijn 47 gemeenten betrokken. Bergen neemt plaats 41 in. In 2020 was dat plaats 43 waarbij de gemeente op plaats 1 de laagste gemiddelde woonlasten kent en de gemeente op plaats 47 de hoogste.

De lokale lastendruk in Bergen bedraagt gemiddeld voor een: - éénpersoonshuishouden met een eigen woning € 938, in 2020 was dat € 923. - meerpersoonshuishouden met een eigen woning € 1.031, in 2020 was dat € 1.010. - éénpersoonshuishouden met een huurwoning € 493, in 2020 was dat € 528. - meerpersoonshuishouden met een huurwoning € 586, in 2020 was dat € 615.

Onderstaande tabel bevat de tarieven van de belasting en heffingen waarop in 2021 de lokale lastendruk is gebaseerd in BUCH verband.

Bergen bezet daarmee in de landelijke ranglijst van de gemeenten met de laagste woonlasten in 2021 de volgende plaatsen: - meerpersoonshuishouden met een eigen woning plaats 349, in 2020 was dat plaats 364; - meerpersoonshuishouden met een huurwoning plaats 352, in 2020 was dat plaats 369. De gemeente op nummer 1 van de ranglijst heeft de laagste woonlasten, de gemeente op nummer 377 de hoogste. Wat de plaatsen op de landelijke ranglijst worden in 2022, hangt naast de hoogte van de tarieven in Bergen, mede af van de ontwikkelingen elders in Nederland. Benchmark woonlasten Noord-Holland 2021 Vanaf 2007 werd door middel van de macronorm de maximale jaarlijkse stijging van de ozb-opbrengsten bepaald van alle gemeenten samen. Vanaf 2020 is de macronorm vervangen door de

Gemeente

Tarief OZB

Afvalstoffenheffing 1 pers huishouden

Bergen

0,09540%

Uitgeest

0,11950%

Castricum Heiloo

Rioolheffing

€ 278,00

€ 371,00

€ 215,00

€ 218,00*

€ 330,00*

€ 161,50

0,08214%

€ 240,14* € 267,67* / € 316,94*

€ 201,84

0,09070%

€ 211,00*

€ 181,00

€ 334,00*

Landelijk 0,10430% € 249,00 € 305,00 € 201,00 * betreft 85% basistarief en 15% variabel deel voor lediging container of inworp verzamelcontainer.

Ontwikkeling van de tarieven 2019 - 2021 in Bergen van de belasting en heffingen waarop de lokale lastendruk is gebaseerd. Ontwikkeling tarieven

Bergen 2019

Bergen 2020

Bergen 2021

NL-gem. 2021

0,0964%

0,0899%

0,09540%

0,1043%

Afval (meerpers.huish.)

€ 340,00

€ 350,00

€ 371,00

€ 305,00

Riool (huishouden)

€ 304,00*

€ 265,00

€ 215,00

€ 201,00

367

364

349

OZB (woningen)

Ranglijst

* Tarief rioolheffing op basis van verbruik 0 t/m 500m3, vanaf 2020 op basis van verbruik 0 t/m 300m3

Pagina 75 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

Afvalstoffenheffing meerpers huish.

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

PARAGRAAF C: ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN In onze gemeente maken de inrichting en het beheer van de openbare ruimte met alles wat daarin en daarop ligt, ook wel de kapitaalgoederen genoemd, een belangrijk onderdeel uit van onze taken. Dit legt dan ook een aanzienlijk beslag op de financiële middelen. Deze paragraaf geeft inzicht in het (beleid met betrekking tot het) onderhoud van de kapitaalgoederen van de gemeente. a. Wegen en kunstwerken Het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd conform het Beleidsplan Wegen 2021 t/m 2025. De beheerstrategie is afgestemd op het voldoen aan wet en regelgeving en de doelstellingen van de gemeente. Op basis van weginspecties (elke 2 jaar) wordt het uitvoeringsprogramma opgesteld. Hierbij worden de doelen en de wensen van de gemeente vertaald naar een jaarlijks onderhoudsprogramma. Het onderhoud wordt zo integraal als mogelijk gepland, om het aantal onderhoudsmomenten(en dus belemmering van de doorstroming) te beperken. Het gewenste onderhoudsniveau is basisniveau (in de kernen Aniveau). In 2020 zijn alle verhardingen voor het laatst geïnspecteerd. Uit deze weginspectie is gebleken, dat wordt voldaan aan de landelijke CROW norm.

De benodigde financiële middelen, om het areaal op ambitieniveau te houden, zijn bepaald voor de exploitatie (het daadwerkelijk uitvoeren van onderhoud en de overige kosten) en voor de investeringen op basis van technische noodzaak (budgetten voor rehabilitatie) voor de verhardingen. Grote 'nieuwe' overstijgende opgaven, zoals de energietransitie, ondergrondse ordening, circulariteit en klimaatadaptatie zijn uitdagingen waar de gemeente voor staat en waar ook wegbeheer een inbreng heeft. Wij zullen daarom steeds afstemming blijven zoeken bij grootschalige ingrepen.

b. Riolering Het onderhoud en vervanging van de riolering voeren we uit conform het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016 – 2020. De gemeenteraad heeft op 20 mei 2021 besloten om, in afwachting van de inwerkingtreding van de omgevingswet, de looptijd van het GRP met twee jaren te verlengen. Naast de zorg voor de opvang en afvoer van afvalwater leggen we tevens drainage aan voor afvoer van grondwater en maken we meer ruimte voor hemelwater, door vijvers en sloten te verbreden (indien mogelijk in combinatie met natuurvriendelijke oevers) of door aanleg van bijvoorbeeld wadi’s. Binnen de kaders van het GRP wordt tevens aandacht besteed aan belangrijke nieuwe beleidsontwikkelingen zoals klimaatadaptatie, de invoering van de omgevingswet en de overstap naar risico gestuurd beheer. Naast het reguliere rioolbeheer zijn we met de andere waterkwaliteit- en kwantiteitbeheerders (regiogemeenten en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier) op zoek naar financiële en technische optimalisatie van het rioolbeheer en daaraan rakende beleidsvelden zoals water. Dit doen we door gemeenschappelijke studies binnen het samenwerkingsverband. c.

Water De gemeente richt zich in samenwerking met het hoogheemraadschap op: waterveiligheid; Kaderrichtlijn Water (KRW), Waterbeheer 21e eeuw (WB21); grondwaterbeheer; herinrichting en uitbreiding stedelijk gebied; recreatie; duurzaamheid en verbetering van de belevingswaarde van water. Maatregelen worden in goede samenwerking met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier uitgevoerd. Het hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het operationele regionale waterbeheer. Dit betekent dat zij zorgen voor droge

Pagina 76 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

voeten (veiligheid), schoon en voldoende water. Ook klimaatadaptatie wordt samen met het hoogheemraadschap en gemeentes in de regio opgepakt. Water en groen vormen een belangrijke basis voor het klimaatadaptief maken van de openbare (en particuliere) ruimte. De gemeente heeft een baggerplan voor de watergangen in het bebouwde gebied. Uitgangspunt is een baggercyclus van 10 jaar. De prioriteiten voor het baggeren worden gelegd bij de doorstroming (afvoercapaciteit) en de baggerkwaliteit. In 2018 is de inventarisatie afgerond m.b.t. de gevolgen van het overdragen van het beheer en onderhoud van ons stedelijk watersysteem naar het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. In 2019 is samen met het hoogheemraadschap een aanvullende beheertekening (waar extra onderhoud nodig is t.o.v. het reguliere onderhoud) in overleg met de diverse belanghebbende opgesteld. Enkele wateren zijn niet overgedragen (zoals ’t Oude Hof en de Slotgracht in Egmond aan den Hoef). d. Groen en spelen Het Groenbeleidsplan 2021 – 2031 is in 2019 opgestart en wordt in 2021 vastgesteld. Het Bomenbeleidsplan uit 2016 wordt als bijlage toegevoegd aan dit Groenbeleidsplan. Hoofdthema’s zijn groenstructuur, onderhoudskwaliteit, biodiversiteit en bewonersparticipatie.

Een fenomeen waar we de komende jaren nadrukkelijk rekening mee moeten gaan houden is klimaatverandering (klimaatadaptatie): extreme wateroverlast en droogte, maar ook hittestress en de toename van fijnstof. PWN heeft beleid om nieuwe drinkwaterleidingen aan te leggen onder groene bermen in plaats van onder wegen, in verband met opwarming en hittestress. Een groene inrichting gaat daarom een steeds belangrijkere rol spelen. Het speelbeleid wordt uitgevoerd conform het Speelbeleidsplan 2012 – 2022.

e. Accommodaties In de Nota Vastgoed Portefeuille Management heeft uw raad het onderhoudsniveau van het gemeentelijk vastgoed vastgesteld. Hieruit voortvloeiend wordt in een Meerjarenonderhoudsplanning inzicht gegeven in de te verwachten onderhoudsuitgaven. Voor een groot deel van de portefeuille wordt gewerkt met een egalisatievoorziening. Niet alle gebouwen worden hierin meegenomen. De Watertoren, De Beeck, Jan Ligthartstraat 4 en strategische verwervingen binnen het project “Mooi Bergen” worden gezien als aparte producten. Beleidskader Eind 2013 heeft de raad de nota Vastgoed Portefeuille Management vastgesteld waarin onder andere wordt voorgesteld om de samenstelling en het onderhoudsniveau van de vastgoedportefeuille te herijken. Het gewenste onderhoudsniveau wordt conform de NEN 2767 standaard begroot. Hierin onderscheiden we de volgende onderhoudsniveaus: 1. Het object dient in nieuwstaat te worden gehouden; 2. Het object dient in goede conditie te worden gehouden; 3. Het object dient in een redelijke conditie te worden gehouden; 4. Het object dient in matige conditie te worden gehouden; 5. Er wordt alleen onderhoud uitgevoerd als er problemen zijn; 6. Er is opdracht gegeven voor sloop. Voor de meeste operationele objecten van de gemeente is het onderhoudsniveau 3 of 4 van toepassing.

Bij niveau 3 mag enige veroudering wordt geaccepteerd, dit mag echter nooit het gebruik beperken. Meerjarenplanning en Financiën Meerjarenonderhoudsplanningen worden op basis van 2-jaarlijkse inspecties geactualiseerd.

Pagina 77 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

Jaarlijks wordt een bedrag toegevoegd aan de voorziening ‘onderhoud gemeentelijke gebouwen en woningen’. Het onderhoud aan het gemeentelijk vastgoed dat is opgenomen in de egalisatievoorziening wordt conform planning uitgevoerd. Jaarlijks worden de volgende onderhoudswerkzaamheden aan de gemeentelijke gebouwen gepland: - het buitenschilderwerk; - de vervanging van technische installaties; - bouwtechnische werkzaamheden - het preventief onderhoud; - klachtenafhandeling. De schoolgebouwen vallen direct onder beheer en onderhoud van de diverse schoolbesturen (is verder opgenomen in de paragraaf 1B Samenleven / onderwijshuisvesting). f. Openbare verlichting Het beleid openbare verlichting is in 2017 geactualiseerd. Deze is voor de komende planperiode basis voor het vervangingsschema van lampsoorten en masten binnen de gemeente (aan de hand van de beheergegevens kwaliteit, levensduur, etc. en geplande integrale projecten). In de onderstaande tabel staat een overzicht van alle beleidsvelden en belangrijkste aandachtpunten.

Pagina 78 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

Beleidskaders

Gewenst kwaliteitsniveau

Beheers- en onderhoudsplannen/ looptijd plannen

Financiele consequenties conform plannen

Ramingen t.l.v exploitatie/ voorzieningen **

Ramingen volledig en reëel in begroting ? **

Is sprake van achterstallig onderhoud (AOH)? ***

Zo ja, zijn er toereikende voorzieningen/ reserves voor AOH? ***

Wegenbeleidsplan 2021-2025

basis

tot 2025

ja

exploitatie en voorziening

ja

Nee

ja

€

4.382.000 €

3.995.000

Kunstwerken (zit in wegenbeleid)

basis

tot 2025

ja

exploitatie en voorziening

ja

nee

n.v.t

€

37.000 €

33.000

Beleidsplan openbare verlichting 2017-2030

basis

2017- 2030

ja

exploitatie en voorziening

ja

nee

n.v.t

€

308.000 €

330.000

Riolering

GRP 2016- 2020

volledig ingevulde verbrede zorplicht

2016- 2020; verlengd met 2 jaar

ja

exploitatie en voorziening

ja

nee

n.v.t

Water

Keur en legger HHNK

basis (C niveau)

2019-2029

ja

exploitatie en voorziening

ja

nee

n.v.t

€

25.000 €

117.000

Groenbeleidsplan 20202029

basis (C niveau)

2020-2029

ja

exploitatie en voorziening

ja

nee

n.v.t

€

2.141.000 €

2.127.000

Speelruimtebeleidsplan 2012- 2022

basis (C niveau)

2012- 2022

ja

exploitatie en voorziening

ja

nee

n.v.t

€

77.000 €

77.000

Nota Vastgoed Portefeuille Management

conform NEN 2767 onderhoudsniveau 3,4

2016- 2025

ja

t.l.v. exploitatiebudget & dotatie aan voorziening

ja

nee

n.v.t

€

1.667.000 €

1.558.000

Categorie

Wegen (incl. kunstwerken en verlichting)

Groen en bomen

Gebouwen (excl. Onderwijs)

Pagina 79 van 107 Programmabegroting 2022 v05-10-2021

Begroting

Werkelijke lasten

. …………………… Gemeente Bergen, raad 28-10-21 …………………… ………………….….

PARAGRAAF D: FINANCIERING 1. Inleiding In deze paragraaf staat de gemeentelijke financieringsfunctie centraal en de beheersing van bijbehorende risico’s. De gemeentelijke treasuryfunctie voert financiële taken uit binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (fido) en het treasurystatuut. Allereerst wordt in deze paragraaf ingegaan op de toekomstige financieringsbehoefte en komt de bijbehorende renteverwachting aan bod. Hierbij wordt ingegaan op de balansprognose en het verwachte EMU-saldo. Ten slotte worden de verschillende risico’s en de beheersing hiervan behandeld. 2. Financiering 2.1 Marktontwikkelingen en rentevisie De rentevisie van de gemeente is gebaseerd op de rentevisie van de Bank Nederlandse Gemeenten stand september 2021. “De ECB blijft vooralsnog een ruim monetair beleid voeren. De leningen in het kader van de derde targeted longer-term refinancing operations (TLTRO III) aan banken lopen door tot juni 2022. Voorts blijft de centrale bank tot maart 2022 effecten aankopen onder het pandemic emergency purchase programme (PEPP). De recente toename van de inflatie is volgens de ECB van tijdelijke aard.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4580/documents/33137