Begroting 2024-2027 Bergen Raad v6 def.pdf
Tekst van het document
Overige risico's: € 23.416.000 Totaal alle risico's: € 36.580.000
Pagina 55 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
Op basis van de ingevoerde risico's is een Monte Carlo simulatie uitgevoerd. Dit wordt gedaan omdat het reserveren van het maximale bedrag ongewenst is. De risico’s treden immers niet allemaal tegelijk op in hun maximale omvang. De horizontale as bevat schattingen van de totale schadelast van alle risico’s en de verticale as geeft aan hoe groot de kans (%) is dat de op de horizontale as vermelde bedragen voorkomen.
Uit bovenstaande tabel is af te lezen dat het 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 4.040.000. Daarbij komen nog de overige risico’s vanuit de gemeenschappelijke regelingen afgerond op duizendtallen. Benodigde weerstandscapaciteit Gemeente Bergen Zaffier Werkorganisatie BUCH Totaal
€ 4.040.000 77.000 € 700.000 € 4.817.000
Pagina 56 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
3. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende componenten: I.Reserves II.Onbenutte belastingcapaciteit III.Post onvoorzien
maximum, waardoor wij geen indicatie kunnen geven van de maximale omvang van deze ruimte. Ook kan er eventueel gekozen worden om 50% van de baggerkosten door te belasten aan de rioolheffing, 30% van de kosten straatreiniging door te belasten aan de rioolheffing en een percentage van de strandreiniging aan de afvalstoffenheffing. Dit wordt nu echter niet meegenomen.
Ad. I Reserves De reserves zijn in twee typen onder te verdelen: de algemene reserve en de bestemmingsreserves.
Ad. III Post onvoorzien Conform de financiële verordening van Bergen is een post van € 10.000,- opgenomen. Deze post kan via een raads- of college begrotingswijziging incidenteel worden ingezet als dekking.
Algemene reserve Van de reserves vormt de algemene reserve het deel dat kan worden aangewend ter financiering van opgetreden risico’s. Bestemmingsreserves Alle bestaande bestemmingsreserves tellen mee voor bepaling van weerstandscapaciteit aangezien de raad die altijd kan herbestemmen. Uitzondering zijn bestemmingsreserves die worden gebruikt als dekking van afschrijvingslasten c.q. risico’s zoals risicoreserve grote projecten.
Totale weerstandcapaciteit Het totaal van de hiervoor genoemde, in te zetten opties ter afdekking van incidentele risico’s blijkt uit de volgende tabel, Verwachte stand per 1 januari: Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve Bestemmingsreserves Onbenutte belastingcapaciteit Post onvoorzien
Ad. II Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit is de mate waarin de OZBbelasting maximaal verhoogd kan worden. Dit wordt berekend aan de hand van het berekende tarief dat gehanteerd moet worden als men een artikel 212 gemeente zou worden wat als redelijk peil (OZB) gepubliceerd wordt in de meicirculaire. Het verschil tussen het gewogen gemiddeld percentage van Bergen en het percentage artikel 212 is de onbenutte belastingcapaciteit. Uiteraard zijn er andere belastingen, zoals bijvoorbeeld de toeristenbelasting en de parkeerbelasting, die door verhoging van de tarieven tot een meeropbrengst en verbetering van de weerstandscapaciteit kunnen leiden. Hiervoor bestaat geen wettelijk
Totaal
50.649.000 655.000 5.123.000 10.000 56.437.000
4. Beschikbare weerstandscapaciteit versus benodigde weerstandscapaciteit Het streven is dat de berekende totale weerstandscapaciteit minimaal een factor 2 dient te zijn van de benodigde weerstandscapaciteit. Dit is het geval.
Pagina 57 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
5. Kengetallen Doelstelling van deze kengetallen en bijbehorende beoordeling is om op eenvoudige wijze inzicht geven over de financiële positie van de gemeente. Het gaat om de volgende kengetallen: 1. Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. 2. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. 3. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe wendbaar een gemeente is. Als de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is een gemeente in staat om (structurele) tegenvallers op te vangen. 4. Grondexploitatie In dit kengetal wordt de waarde van de bouwgrond gerelateerd aan de totale baten. 5. Belastingcapaciteit Deze indicator geeft aan hoe de belastingdruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde.
De provincie heeft als financieel toezichthouder zogenaamde signaleringswaarden gedefinieerd. Deze signaleringswaarden zijn slechts een hulpmiddel om het risico per kengetal in te schatten en zijn geen norm. De provincie onderscheidt drie categorieën: A: minst risicovol, B: gemiddeld risico en C: meest risicovol. In de onderstaande tabel worden de kengetallen met signaleringswaarden getoond: Signaleringswaarden kengetallen 1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit
Categorie A
Categorie B
Categorie C
Minst risicovol < 90% < 90%
Neutraal 90 - 130% 90 - 130%
Meest risicovol > 130% > 130%
> 50% < 20% > 0% < 95%
20 - 50% 20 - 35% 0% 95 - 105%
< 20% > 35% < 0% > 105%
Voor wat betreft de Netto schuldquote is het streven om onder de 90% te blijven. Voor de overige kengetallen zijn geen streefwaarden en wordt slechts bekeken of de trend aanleiding geeft tot nadere analyse c.q. bijsturing.
Pagina 58 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
Onderstaande de uitkomst van de financiële kengetallen.
7. Toezicht provincie Oordeel Provincie betreffende begroting 2024: Verwacht wordt dat we wederom onder repressief toezicht komen aangezien de jaarschijf 2024 structureel sluitend is.
6. Conclusie Netto schuldquote De netto schuldquote is op dit moment laag maar dit geeft een vertekent beeld aangezien veel investeringen iedere keer doorschuiven. De schuldquote loopt de komende jaren op door de stijgende financieringsbehoefte. Dit wordt veroorzaakt door het hoge investeringsniveau in de komende jaren. Belastingcapaciteit (gemiddelde woonlasten) De woonlasten blijven boven het landelijk gemiddelde. Dit komt door: - De hoge woningwaarde in onze gemeente - De uitgestrektheid van de gemeente met betrekking tot afval en riool - De keuze voor duurzame financiering via de spaarvoorzieningen en het nieuwe kostendekkingsplan bij riool.
Pagina 59 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
PARAGRAAF B: LOKALE HEFFINGEN Inleiding De lokale heffingen vormen een belangrijk bron van inkomsten en zijn onderdeel van de gemeentelijke beleidsvrijheid. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in heffingen waarbij de besteding van de opbrengsten vrij is (de zogenaamde belastingen) en heffingen waarvan de opbrengst gebonden is (zogenaamde heffingen, leges en retributies). Deze paragraaf geeft inzicht in het beleid van de gemeentelijke heffingen voor 2024 en wordt een raming afgegeven van de verwachte opbrengsten aan belastingen en heffingen. Deze is berekend op basis van de in de Kadernota opgenomen uitgangspunten. De definitieve vaststelling van de tarieven gebeurt niet bij de begroting maar separaat bij de vaststelling van de belastingverordeningen 2024. Achtereenvolgens komen aan de orde: 1 Tarievenbeleid 2 Hoofdlijnen per belastingsoort 2.1 Afvalstoffenheffing 2.2 Forensenbelasting 2.3 Leges 2.4 Begraafplaatsrechten 2.5 Marktgelden 2.6 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) 2.7 Parkeerbelastingen 2.8 Precariobelasting 2.9 Rioolheffing 2.10 Toeristenbelasting 2.11 Bedrijven investeringszone (BIZ) 3 Overzichten 3.1 Opbrengstenoverzicht 3.2 Overzicht Kostendekkendheid leges. 4 Kwijtscheldingsbeleid 5 Lokale lastendruk
1 Tarievenbeleid De opbrengsten staan centraal in de berekening van de tarieven. In de Kadernota 2024 zijn structurele procentuele verhogingen van de tarieven opgenomen. Voor de volgende belastingen wordt hiervan afgeweken en geldt het volgende: - Naheffingen parkeerbelasting, rijbewijzen en identiteitsbewijzen; hiervoor wordt het door het Rijk vastgestelde maximum bedrag gebruikt. - WABO-vergunningen; de opbrengst is afhankelijk van de economische situatie en daarmee het aantal vergunningen. Hierdoor is geen jaarlijkse procentuele stijging opgenomen. - Parkeerbelasting en de toeristenbelasting worden beiden verhoogd met € 0,10. - Parkeervergunningen; hierbij wordt niet uitgegaan van een verhoging van de opbrengst maar wordt het tarief per vergunning met 2% per jaar verhoogd. Dit om te voorkomen dat bij een daling van het aantal vergunningen, de tarieven per vergunning extra verhoogd moeten worden. - Rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Voor deze heffingen worden de tarieven gebaseerd op de benodigde kostendekkendheid en de stand van de voorzieningen. Onroerende Zaak Belastingen (OZB) De OZB-opbrengsten worden in 2024 verhoogd met een procentuele indexatie van 6%. Dit gezien de hoge inflatie van de afgelopen jaren, de huidige meerjaren ontwikkeling van het begrotingssaldo en de eerdere lage indexatie in 2023 van 2%.
Daarnaast worden de OZB-opbrengsten verhoogd in verband met verwachte areaaluitbreiding. Deze extra opbrengst wordt niet gerealiseerd door een verhoging van het tarief, maar door toename van het aantal WOZ-objecten door nieuwbouw.
Pagina 60 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
Parkeerbelasting Uitgangspunt is een structurele stijging van € 0,05 per jaar. In verband met de hoge inflatie en het negatieve meerjarenbeeld vanaf 2026 is eerder in de Kadernota al een verhoging van het tarief opgenomen van € 0,10. Het tarief 2024 komt daarmee uit op € 2,30. Afvalstoffen- en rioolheffing egalisatievoorziening Het uitgangspunt bij de riool- en afvalstoffenheffing is dat de heffingen kostendekkend zijn/worden ten aanzien van de toegerekende kosten zonder dat de egalisatievoorziening negatief wordt. Mocht er in een jaar minder uitgegeven zijn dan dat er aan heffingen binnen is gekomen dan wordt het teveel ontvangen bedrag gestort in de egalisatie voorziening afval c.q. riool. Als er meer is uitgegeven dan begroot dan wordt het tekort zoveel mogelijk uit de egalisatievoorziening onttrokken. De egalisatievoorziening mag niet negatief komen te staan. Spaarvoorziening rioolheffing Voor riool is er met ingang van 2024 ook een spaarvoorziening. Het riooltarief is hoger zodat er gespaard wordt om riool investeringen in de toekomst zoveel mogelijk in één keer af te schrijven. Dat heeft op de lange termijn een positief effect op het riooltarief. Doorbelastingen afval Doorbelast worden de kosten van de inzameling, afvalverwerking, omslagrente, belastingen, overhead, BTW, personeelskosten, kwijtschelding en 1% oninbaarheid.
Er vindt geen doorbelasting plaats vanuit straatreiniging en de schoonmaak van het strand. Doorbelastingen riool Doorbelast worden de kosten van riool, omslagrente, personeel, overhead, BTW, 1% oninbaarheid en 50% van de baggerkosten. De baggerkosten houden meer dan zijdelings verband met de taken
waarvoor de rioolheffing wordt ingesteld. Door te baggeren blijft het riool schoner en is er minder behoefte aan de reiniging van het riool. Toeristenbelasting Uitgangspunt is dat er structureel een stijging van € 0,05 per jaar staat begroot. In de Kadernota is al een verhoging van het tarief opgenomen van € 0,10. Dit in verband met de hoge inflatie en het negatieve meerjarenbeeld vanaf 2026. Het tarief 2024 komt daarmee uit op € 2,20. Procentuele tarieven De tarieven voor de belastingsoorten waarvan op dit moment onvoldoende duidelijkheid is over de omvang van het areaal worden in deze paragraaf niet genoemd. Dit betreffen de procentuele tarieven op basis van de WOZ-waarde omvang. Deze tarieven worden opgenomen in de betreffende belastingverordeningen en uiterlijk in december 2023 ter vaststelling voorgelegd. Berekende tarieven over heffingen en leges kunnen leiden tot onwerkbare tarieven van centen achter de komma. Op dit punt is er al een staande praktijk van afronding naar beneden op 5 cent, 10 cent of hele euro’s afhankelijk van de belastingsoort. Om te voorkomen dat lagere tarieven door de afronding nooit tot een verhoging komen vindt indexering plaats op de niet afgeronde tarieven uit het vorige jaar.
2 Hoofdlijnen per belastingsoort 2.1 Afvalstoffenheffing Het uitgangspunt bij de afvalstoffenheffing is een kostendekkende heffing ten aanzien van de toegerekende kosten zonder dat de voorziening negatief wordt. Er vindt een verschuiving plaats in de toerekening van kosten aan afval. Vanaf 2024 wordt in plaats van
Pagina 61 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
volledige doorbelasting van de personeelskosten aan afval, 90 % doorbelast. De overige 10% wordt ingezet voor bijvoorbeeld verwijderen van zwerfafval en gladheidsbestrijding. Omdat tevens vanaf 2024 de overheadkosten van het personeel voor 88% worden toegerekend in plaats van 68% valt deze mutatie per saldo neutraal uit voor zowel het begrotingssaldo als voor het tarief. Als gedurende het boekjaar sprake is van overdekking (meer werkelijke opbrengsten dan de toegerekende kosten) wordt het meerdere in de egalisatievoorziening gestort. Daarentegen wordt bij een onderdekking (meer toegerekende kosten dan werkelijke opbrengsten) het verschil aan de egalisatievoorziening onttrokken. Kerncijfers Belastingplichtig is de gebruiker van een perceel waar de gemeente een inzamelplicht heeft voor huishoudelijke afvalstoffen. In de berekening van de opbrengst in relatie tot de kostendekkendheid wordt uitgegaan van de aantallen: - percelen in gebruik bij één persoon; - percelen in gebruik bij meer dan één persoon; - tweede woningen en vakantiewoningen; - ledigingen containers restafval van 140 liter; - ledigingen containers restafval van 240 liter; - inworpen afvalzakken van 30 liter in verzamelcontainers; - inworpen afvalzakken van 60 liter in verzamelcontainers. Op 20 mei 2021 is het beleidsplan 2022-2030 ‘Van Afval naar Grondstof’ vastgesteld.
Doelstelling is het bewerkstelligen van een reductie van het restafval in 2025. Om dit resultaat te behalen wordt er met ingang van 2024 een tarief met een samengesteld karakter geïntroduceerd. Hierbij wordt afvalstoffenheffing in rekening gebracht op basis van een vast tarief voor een één- of meerpersoonshuishouden en een variabel tarief voor het aantal keer dat restafval wordt aangeboden. Op deze wijze wordt het goed scheiden van grondstoffen enerzijds en de dekking van de kosten
anderzijds geborgd. In de gemeenten Uitgeest, Castricum en Heiloo wordt deze wijze van tariferen vanaf 2021 toegepast. Uit evaluatie van de resultaten blijkt dat de financiële prikkel van het variabele deel van de heffing effectief werkt. Bij de berekening van de afvalstoffenheffing is uitgegaan van een gemiddelde van 8 ledigingen van een 240 liter container per jaar. De verhouding tussen het vaste deel en het variabele van de aanslag komt daarmee gemiddeld uit op 87% vaste heffing en 13% variabele heffing. Tarieven Om de geraamde opbrengsten te realiseren zijn de tarieven als volgt berekend: Vaste heffing 2023 2024 278,00 235,00 Eénpersoonshuishouden 370,00 312,00 Meerpersoonshuishouden 370,00 312,00 Tweede woning/vakantiewoning Variabele heffing Per lediging container 140 liter Per lediging container 240 liter Per inworp trommel 30 liter Per inworp trommel 60 liter
2023
2024 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
3,64 6,25 0,55 1,10
Het variabele gedeelte van de afvalstoffenheffing wordt berekend naar het aantal ledigingen van de container of het aantal inworpen van afvalzakken in verzamelcontainers. Alle tarieven van het variabele deel van de heffing (containerledigingen en inworpen van afvalzakken) zijn afgeleid van het tarief voor de lediging van een 240 liter container.
Pagina 62 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
Voor hoogbouwbewoners is een 30% lager tarief op het variabele gedeelte van de afvalstoffenheffing van toepassing. Dit omdat men in de hoogbouw geen PMD-bak heeft en daarom minder afval kan scheiden, dit leidt tot meer restafval. Het variabele gedeelte van de heffing wordt opgenomen in de ‘gecombineerde aanslag’ in het jaar, volgend op het jaar waarin de ledigingen of inworpen hebben plaatsgevonden. Met ingang van 2024 wordt in Bergen het ophalen aan huis van grof huishoudelijk afval, takken en bruin- en witgoed geïntroduceerd. Hiervoor worden kosten in rekening gebracht volgens de in de Verordening afvalstoffenheffing opgenomen tarieven. Kostendekkendheid afvalstoffenheffing Kosten taakveld afval, incl. (omslag)rente Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten
Begroting 2024 3.943.000 525.000 3.418.000
Toe te rekenen kosten: BTW toegerekende overhead Dubieuze debiteuren 1% A Totale kosten
422.000 1.002.000 50.000 4.892.000
Opbrengst heffingen Opbrengst variable heffing Kwijtschelding B Totale opbrengsten
4.313.000 646.000 -136.000 4.823.000
B-A opbrengsten minus kosten Onttrekking voorziening Dekkingspercentage (B/A)
Opbrengsten Rekening houdend met een nagenoeg gelijkblijvend areaal zoals genoemd bij de kerncijfers, worden de opbrengsten voor 2024 tot en met 2027 als volgt geraamd: 2024 2025 2026 2027 (x € 1.000) Afvalstoffenheffing vast 4.313 4.405 4.490 4.586 Afvalstoffenheffing variabel 646 659 672 686 Afvalstoffenheffing totaal 4.959 5.064 5.162 5.272 2.2 Forensenbelasting Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De forensenbelasting wordt geheven van personen die niet in Bergen wonen, maar wel in Bergen gedurende meer dan 90 dagen een gemeubileerde woning beschikbaar houden voor zichzelf of hun gezin. De heffingsgrondslag voor de forensenbelasting is een percentage van de WOZ-waarde. De forensenbelasting wordt geheven na afloop van het belastingjaar omdat pas dan kan worden bepaald of er sprake is van een belastingplicht. Kerncijfers, waardeontwikkeling en areaal Het areaal voor deze belasting bestaat uit het aantal (tweede) woningen dat voldoet aan de criteria van de forensenbelasting in combinatie met de verwachte totale WOZ-waarde van deze woningen op de WOZ waardepeildatum (1-1-2023). Opbrengsten Rekening houdend met het uitgangspunt van 2% stijging van de opbrengsten worden de opbrengsten als volgt geraamd: 2026 2027 (x € 1.000) 2024 2025 Forensenbelasting 1.719 1.753 1.788 1.823
-69.000 69.000 99% Pagina 63 van 104
Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
2.3 Leges Belastingplichtigen en heffingsgrondslag Leges kunnen worden geheven voor van gemeentewege verleende diensten. De diverse diensten waarvoor leges zijn verschuldigd zijn opgenomen in de tarieventabel behorende bij de legesverordening.
begravingen en bijzettingen per jaar en het aantal onderhoudsrechten op graven en dergelijke. De beheerskosten van de begraafplaatsen zijn hoger dan de inkomsten. Er is geen sprake van volledige kostendekking. Dit is in overeenstemming met het beleidsplan begraafplaatsen.
Kostendekkendheid en transparantie Leges kunnen worden geheven voor van gemeentewege verleende diensten. De diverse diensten waarvoor leges zijn verschuldigd worden opgenomen in de tarieventabel behorende bij de legesverordening. Landelijk zijn de leges verdeeld in 3 titels: 1. Algemene dienstverlening zoals onder andere burgerzaken en vergunningen voor werken in openbare ruimte, verkeer en vervoer. 2. Omgevingsvergunning, waaronder bouwvergunningen, huisvestingvergunningen en kapvergunningen. 3. Dienstverlening die valt onder de Europese Dienstenrichtlijn (EDR) zoals onder andere horecavergunningen, evenementenvergunningen, ambulante handel en kinderopvang. Alle titels tezamen mogen uiteindelijk maximaal 100% kostendekkend zijn.
Opbrengsten Rekening houdend met het uitgangspunt van 2% stijging van de opbrengsten voor 2024 tot en met 2027 worden de begrote opbrengsten als volgt geraamd: 2027 2024 2025 2026
De vaststelling van de legesverordening, de tabel, de mate van kostendekkendheid, de tarieven en het financiële gevolg hiervan vindt dit jaar plaats in de raad van december. 2.4 Begraafplaatsrechten Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De grafrechten worden geheven voor onder meer het begraven van personen en voor het onderhoud van de begraafplaatsen. De tarieven voor de afzonderlijke belastbare feiten zijn opgenomen in de tarieventabel behorende bij de verordening lijkbezorgingrechten.
Begraafplaatsrechten
460.000
469.000
478.000
488.000
Tarieven De diverse tarieven zijn opgenomen in de tarieventabel behorend bij de Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten. 2.5 Marktgelden Belastingplichtigen en heffingsgrondslag Voor het innemen van een standplaats op de markten in Egmond en Bergen wordt marktgeld geheven. De berekening van de hoogte van het marktgeld vindt plaats naar het aantal meters van de frontbreedte van de kraam. Kerncijfers en areaal Het heffingsareaal wordt bepaald door het aantal strekkende meters aan kramen dat op de markt wordt geplaatst. Normaliter is er voor de markt in Egmond maximaal 97 meter beschikbaar. Voor de markt in Bergen is er maximaal 169 meter beschikbaar.
Kerncijfers en areaal De kerncijfers voor de begraafplaatsrechten bestaan hoofdzakelijk uit het aantal meerjarige rechten op graven en dergelijke, het aantal Pagina 64 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
Opbrengsten Bij een gelijkblijvend areaal en 2% stijging van de opbrengsten per begrotingsjaar zien de opbrengsten er als volgt uit: 2024 2025 2026 2024 Marktgeld 12.094 12.336 12.583 12.835 Er is geen sprake van volledige kostendekking. Gelet op de huidige situatie van het marktwezen wordt het niet mogelijk geacht de mate van kostendekkendheid te verhogen. 2.6 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) De onroerende-zaakbelastingen betreffen een tweetal belastingen, te weten; • een onroerende-zaakbelasting voor eigenaren van woningen; • een onroerende-zaakbelasting voor eigenaren van nietwoningen. Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De onroerende-zaakbelastingen voor het eigendom van woningen en niet-woningen worden geheven van degene die op 1 januari van het belastingjaar in het Kadaster bekend staat als de zakelijk gerechtigde (eigenaar) van de onroerende zaak. De hoogte van de aanslag is afhankelijk van de waarde in het economisch verkeer van de onroerende zaak. De belasting wordt geheven als percentage van deze waarde. De waarde van de onroerende zaken wordt vastgesteld onder het regime van de Wet WOZ. Vanaf 2022 wordt de WOZ-waarde van woningen berekend naar de oppervlakte in plaats van de inhoud.
Deze gewijzigde berekeningsmethodiek sluit daarmee beter aan bij publicaties op de diverse woningaanbod-websites waar de grootte van woningen doorgaans in vierkante meters wordt uitgedrukt. Tevens wordt hiermee een hogere acceptatiegraad van de WOZ-waarde beoogd.
Kerncijfers, waardeontwikkeling en areaal De kerncijfers voor de bepaling van de te verwachten opbrengst van de onroerende zaakbelastingen betreffen het aantal woningen, het aantal niet-woningen, de totaalwaarde van de woningen en nietwoningen op 1 januari van het jaar, voorafgaand aan het belastingjaar en de omvang van de vrijgestelde WOZ-waarde waarover geen OZB kan worden geheven. In onze gemeente is de heffing van OZB van gebruikers van nietwoningen per 2020 opgeheven onder gelijktijdige evenredige verhoging van het tarief voor eigenaren van niet-woningen. Hierdoor zijn 2 kerncijfers niet meer van invloed op de tariefstelling. Dit is het percentage leegstand en de omvang van de vrijstelling op woondelen bij niet-woningen. Beide factoren zijn van belang voor het tarief waarmee de begrote opbrengst van de OZB voor gebruikers wordt gegenereerd. Voor de opbrengst OZB-eigenaren zijn beide factoren echter niet relevant. Uitgangspunt is dat de OZB-opbrengsten worden verhoogd met de in de Kadernota opgenomen procentuele indexatie van 6%. Naast de indexering worden de OZB-opbrengsten verhoogd in verband met verwachte areaaluitbreiding. Dit wordt niet gerealiseerd door een verhoging van het tarief, maar door toename van het aantal WOZ-objecten door nieuwbouw. Tarieven De hoogte van de aanslag OZB 2024 is afhankelijk van de beschikte WOZ-waarde.
Deze waarde, vermenigvuldigd met een percentage daarvan (het tarief) vormt het aanslagbedrag OZB. De belasting wordt geheven in de vorm van een eigenarenbelasting.
Pagina 65 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
Opbrengsten Rekening houdend met de genoemde mutaties worden de begrote opbrengsten voor 2024 tot en met 2027 als volgt geraamd: 2027 2024 2025 2026 OZB bedrijven
3.480.000
3.550.000
3.621.000
3.693.000
OZB woningen
8.563.000
8.734.000
8.909.000
9.087.000
Totaal OZB
12.043.000 12.284.000 12.530.000 12.780.000
2.7 Parkeerbelastingen Parkeerbelastingen onderscheiden we in drie soorten belastingen: 1. Parkeergelden 2. Parkeernaheffingsaanslagen (parkeerboetes) 3. Rechten parkeervergunningen 1. Parkeergelden Voor het parkeren van voertuigen op bepaalde dagen en tijden, op daartoe aangewezen openbare parkeerplaatsen, is parkeergeld verschuldigd. Het doel van de belasting is het reguleren van parkeergedrag en verkeersstromen. In verband met de hoge inflatie wordt het parkeertarief met € 0,10 verhoogd naar € 2,30 per uur. 2. Naheffingsaanslagen Als er geen of onvoldoende parkeergeld is betaald worden naheffingsaanslagen opgelegd. Hiervoor wordt het door het rijk vastgestelde maximumtarief gehanteerd. Op de opbrengsten vindt geen indexatie plaats. Naar aanleiding van de laatste jaarrekening wordt een nieuwe inschatting gemaakt. 3. Rechten parkeervergunningen Voor bepaalde gebieden binnen onze gemeente kan tegen een vergoeding een parkeervergunning worden aangevraagd. Uitgangspunt is 2% stijging van het tarief en niet de opbrengsten. Hierdoor is het tarief niet afhankelijk van opbrengst en leidt een lager aantal afgegeven vergunningen niet tot extra prijsstijging.
Kerncijfers en areaal Op basis van gerealiseerde opbrengsten wordt het hieraan gerelateerde gemiddelde aantal parkeeruren geactualiseerd. Tarieven parkeerbelasting De tarieven parkeerbelasting zijn opgenomen in de tarieventabel behorend bij de verordening parkeerbelasting. De hierin opgenomen tarieven voor kort parkeren worden verhoogd met € 0,10 en de tarieven voor parkeervergunningen met 2%. Er wordt een apart besluit voorgelegd om de verordening met de gewijzigde tarieventabel en daarmee de tarieven 2024 vast te stellen. Opbrengsten Uitgaande van het bovenstaande worden de begrote opbrengsten voor 2024 tot en met 2027 als volgt geraamd: 2024 2025 2026 2027 Parkeerbelasting (parkeergeld) 4.673.000 4.774.000 4.876.000 4.976.000 275.000 275.000 275.000 Naheffingsaanslagen 275.000 Parkeervergunningen 874.000 891.000 909.000 928.000 2.8 Precariobelasting Belastingplichtigen en heffingsgrondslag Precariobelasting wordt geheven van degenen die voorwerpen hebben die zich op, onder of boven openbare gemeentegrond bevinden. De precariobelasting bestaat uit structurele belastbare feiten (bijvoorbeeld terrassen en uithangborden) en incidentele belastbare feiten (bijvoorbeeld een tijdelijke bouwcontainer). In de regel worden de aanslagen voor de structurele belastbare feiten na afloop van het belastingjaar opgelegd.
Dit aangezien pas na afloop van het belastingjaar de omvang van de belastingplicht bekend is.
Pagina 66 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
Kerncijfers en areaal Door periodieke controles in het veld wordt de actualiteit van de bestandsgegevens voor de precariobelasting op peil gehouden. Daarnaast leiden vergunningaanvragen tot inzicht in belastbare feiten. Het areaal voor de precariobelasting van de structurele belastbare feiten is redelijk stabiel. Opbrengsten Rekening houdend met 2% stijging van de opbrengsten voor 2024 tot en met 2027 worden de begrote opbrengsten als volgt geraamd: 2027 2024 2025 2026 107.300 109.500 111.700 114.000 Precario structureel 47.560 48.500 49.500 50.400 Precario incidenteel 154.860 158.000 161.200 164.400 Precario totaal Na 1 januari 2022 mag geen precariobelasting meer worden geheven over netwerken van nutsbedrijven. Daarom is hierover in deze paragraaf geen informatie meer opgenomen. 2.9 Rioolheffing De rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een object van waaruit direct of indirect water wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering. De heffingsgrondslag voor de rioolheffing heeft een relatie met de hoeveelheid water dat vanuit het object wordt afgevoerd. Er is sprake van een gedifferentieerd tarievenstelsel dat opgebouwd is uit eenheden waarbij 300 m3 waterverbruik als uitgangspunt is gebruikt voor het basistarief. Veruit de meeste woningen vallen onder de eerste eenheid: het basistarief.
Als gedurende het boekjaar sprake is van overdekking (meer werkelijke opbrengsten dan toegerekende kosten) wordt het meerdere in de egalisatievoorziening gestort. Daarentegen wordt bij een onderdekking (meer toegerekende kosten dan werkelijke opbrengsten) het verschil aan de egalisatievoorziening onttrokken.
Kerncijfers (kosten en opbrengsten) Kerncijfers voor de bepaling van de inkomsten uit rioolheffing zijn: • het aantal percelen waarvoor het basistarief geldt (0 tot en met 300 m3 waterafvoer); • het aantal percelen vallend onder grootverbruik (gestaffeld boven de 300 m3 afgevoerd water). gedifferentieerd naar de tariefstaffel; • het aantal percelen waarvan water indirect wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering. In de berekening van de opbrengst wordt uitgegaan van eenheden. In dit aantal zijn de grootverbruiktarieven teruggerekend naar het tarief van de basiseenheid. In dit aantal wordt de komende jaren geen groei verwacht. Kerncijfers voor de bepaling van de kosten van riool zijn: • De directe kosten voor riool inclusief fte en overhead • BTW • 1% oninbaarheid op de rioolinkomsten • Kwijtscheldingen • Afschrijvingslasten en omslagrente • 50% van de kosten van de kosten wordt doorbelast. Deze kosten houden meer dan zijdelings verband met de taken waarvoor de rioolheffing wordt ingesteld. Door te baggeren blijft het riool schoner en is er minder behoefte aan de reiniging van het riool. • Er vindt geen doorbelasting plaats van straatreiniging, onkruidbestrijding en beschoeiingen.
Pagina 67 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
Kostendekkendheid rioolheffing Kosten taakveld riolering, incl. (omslag)rente Inkomsten, excl. heffingen Baggeren Netto kosten taakveld
2024 3.129.000 20.000 11.000 3.120.000
Toe te rekenen kosten: Overhead BTW extra rente n.v.t. Totale kosten
3.938.000
Opbrengst heffingen Kwijtschelding oninbaarheid dubieuze debiteuren Totale opbrengsten
3.884.000 -84.000 -39.000 3.761.000
Verschil Mutatie voorziening Dekkingspercentage
-177.000 -177.000 96%
385.000 433.000
Opbrengsten Rekening houdend met een gelijkblijvend areaal zoals genoemd bij de kerncijfers en een positief blijvende voorziening worden de opbrengsten voor 2024 tot en met 2027 als volgt geraamd: 2027 2024 2025 2026 3.884.000 4.232.000 4.328.000 4.425.000 Rioolheffing Tarieven Vanwege de keuze voor het duurzaam financieren en het werken met de spaarvoorziening is het noodzakelijk om het tarief jaarlijks te
indexeren. In het door uw raad vastgestelde PWR is opgenomen dat in 2024 en 2025 een stijging van 8,9% nodig is. Het basistarief 2024 is als volgt vastgesteld in het PWR (nu afgerond op hele euro’s). 2024 2025 2026 2027 Rioolheffing 201 219 224 229 50 55 56 57 Rioolheffing indirecte aansluiting 2.10 Toeristenbelasting Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De toeristenbelasting wordt geheven voor het tegen betaling overnachten in de gemeente door personen die geen inwoner van Bergen zijn. De belasting wordt geheven van degene die gelegenheid tot nachtverblijf biedt. Deze kan de belasting verhalen op de verblijfhoudende personen. De aanslagoplegging voor de toeristenbelasting vindt plaats na afloop van het belastingjaar. op basis van de ingediende aangiften. Kerncijfers en areaal Bij de uitvoering van de toeristenbelasting wordt doorlopend gecontroleerd op de juistheid en volledigheid van de gevoerde verblijfsadministraties door de aanbieders van verblijf. Sinds een aantal jaren is het aanbieden van verblijf via internet aanzienlijk toegenomen. Via diverse methodes wordt intensief ingezet op opsporing van verborgen verblijfbieders en wordt ingezet op het verder vergroten van de (digitale) aanmeld- en aangiftemogelijkheden.
Bij de berekening van de opbrengsten in de programmabegroting is uitgegaan van het gemiddelde aantal overnachtingen van de 3 voorgaande belastingjaren 2020-2022.
Pagina 68 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
Tarief Aan uw raad wordt net als voorgaande jaren een apart besluit voorgelegd om de verordening en daarmee het tarief toeristenbelasting 2024 vast te stellen. Begroot staat een stijging van het tarief met € 0,10. Het tarief toeristenbelasting stijgt hierdoor van € 2,10 naar € 2,20 per persoon per overnachting. Voor de jaren erna wordt een jaarlijkse indexatie van 2% op het tarief begroot (afgerond € 0,05 per jaar). Naast de berekening op basis van het exacte aantal overnachtende personen kent de toeristenbelasting ook een berekeningswijze voor vaste jaarplaatsen en seizoenplaatsen. Hiermee vindt tarifering plaats op basis van het gemiddelde aantal gasten en verblijfsduur waarbij het jaarlijks vastgestelde tarief van toepassing is. Deze forfaitaire berekeningswijze leidt tot een efficiënte uitvoering van de heffing en vermindering van de administratieve lastendruk.
2.11 Bedrijven investeringszone (BIZ) In 2021 is op initiatief van de ondernemers in Egmond aan Zee een reclamebelasting ingevoerd. De gemeente faciliteert de BIZorganisatie door de BIZ-bijdragen te innen. Door de invoering van de BIZ-belasting met een tarief van € 325,00 per jaar worden belastingopbrengsten gegenereerd met een omvang van € 65.000. Deze opbrengst wordt, na aftrek van de perceptiekosten, in de vorm van een subsidie uitgekeerd aan de BIZ-vereniging die de activiteiten namens de ondernemers uitvoert. De ondernemers bepalen zelf de activiteiten. De gemeenteraad moet wel instemmen en toetsen op het algemeen belang in de openbare ruimte.
Opbrengsten Rekening houdend met het uitgangspunt van een tariefstijging van € 0,10 worden de begrote opbrengsten voor 2024 tot en met 2027 als volgt geraamd: 2027 2024 2025 2026 Toeristenbelasting 3.351.000 3.427.000 3.503.000 3.579.000
Pagina 69 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
3 Overzichten 3.1 Opbrengstenoverzicht In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de geraamde opbrengsten 2024 en verder, afgerond op duizendtallen. PO 1a 1a 1a 1a 1a 1a 1b 2a 2b 3a 3a 3b 3b 3b 3c 3c 4a 4a 4a 4a 4a 4a 4a 4a 4a
Grootboek 6020010 6020020 6020030 6020050 6020070 6020080 6660400 6570400 6330100 6810100 6830500 6720100 6730100 6730100 6210800 6750100 6061100 6062100 6063100 6063100 6063100 6064200 6064200 6340100 6340200
Omschrijving Rijbewijzen Burgerlijke stand Reisdocumenten Diverse leges Naturalisaties Verklaring Omtrent Gedrag VOG Gehandicapten parkeerkaarten Evenementen en volksfeesten Inkomsten Markten Bestemmingsplannen Leges omgevingsvergunningen Baten Rioolheffing Baten Afvalstoffenheffing Baten Afvalstoffenheffing Leges kabels en leidingen Baten begraafplaatsrechten Baten OZB woningen Baten OZB bedrijven Opbrengsten parkeerbelasting Opbrengsten naheffingsaanslagen Opbrengsten parkeerbelasting Baten structurele precariobelasting Baten incidentele precariobelasting Forensenbelasting Toeristenbelasting
2024 137.300 45.000 338.800 8.470 20.810 7.200 8.320 10.400 12.094 15.610 1.089.000 3.884.000 4.316.000 646.000 31.210 460.000 8.563.000 3.480.000 4.673.000 275.000 874.000 107.300 47.560 1.719.000 3.351.000 34.120.074
2025 128.500 46.000 371.000 9.400 21.230 7.210 8.490 10.610 12.336 15.920 812.000 4.232.000 4.408.000 659.000 31.830 469.000 8.734.000 3.550.000 4.774.000 275.000 891.000 109.500 48.500 1.753.000 3.427.000 34.804.526
2026 157.700 47.000 409.000 9.590 23.300 7.640 9.320 11.640 12.583 17.480 828.000 4.328.000 4.494.000 672.000 34.940 478.000 8.909.000 3.621.000 4.876.000 275.000 909.000 111.700 49.500 1.788.000 3.503.000 35.582.393
2027 182.800 47.000 445.000 9.780 23.770 7.870 9.510 11.870 12.835 17.830 845.000 4.425.000 4.590.000 686.000 35.640 488.000 9.087.000 3.693.000 4.976.000 275.000 928.000 114.000 50.400 1.823.000 3.579.000 36.363.305
Pagina 70 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
4 Kwijtscheldingsbeleid Voor de afvalstoffen- en rioolheffing bestaat de mogelijkheid om op basis van het “Besluit kwijtschelding gemeentelijke belastingen Bergen 2024” een kwijtscheldingsverzoek in te dienen. In Bergen wordt bij de kwijtschelding afgeweken van de normen zoals deze zijn opgenomen in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Hierin zijn in artikel 16, tweede lid, onderdelen a en b, de kosten van bestaan gesteld op 90% van de bijstandsnorm. Bergen gaat echter uit van de meest ruime, de zogenaamde 100% norm. Dit houdt in dat kwijtschelding wordt verleend aan belastingschuldigen die een inkomen hebben dat op of onder 100 procent van de landelijk geldende bijstandsnorm ligt. De kwijtschelding wordt meegenomen in de berekening van de kostendekkendheid van de afvalstoffen- en rioolheffing. Kwijtschelding wordt zoveel mogelijk automatisch verleend. Dit gebeurt middels een automatische koppeling met landelijke inkomens- en vermogensgegevens door het Inlichtingenbureau met belastingplichtigen die hiervoor toestemming hebben gegeven. Kerncijfers Naast de toegekende gehele kwijtschelding bestaat er een grote variatie in gedeeltelijk toegekende verzoeken waarbij een percentage van de aanslag wordt kwijtgescholden.
Om deze reden wordt niet uitgegaan van het totale aantal toekenningen maar van de bedragen kwijtschelding riool- en afvalstoffenheffing uit de laatste jaarrekening. Voor de komende jaren verwachten we geen grote veranderingen. Rekening houdend met een gelijkblijvend aantal toekenningen worden de uitgaven voor 2024 tot en met 2027 als volgt geraamd: 2027 2024 2025 2026 Kwijtschelding riool 84.000 84.000 84.000 84.000 Kwijtschelding afval 136.000 136.000 136.000 136.000
5 Lokale lastendruk De lokale woonlasten worden bepaald door de afvalstoffenheffing, de onroerende-zaakbelastingen (OZB) en de rioolheffing. De hoogte van deze belasting en heffingen tezamen, wordt geduid met het begrip “lokale lastendruk” De lokale lastendruk wordt in Nederland door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) bijgehouden. De lokale lastendruk (2023) in Bergen bedraagt gemiddeld voor een: éénpersoonshuishouden met een eigen woning € 1.030, in 2022 was dat € 1.023. meerpersoonshuishouden met een eigen woning € 1.122, in 2022 was dat € 1.117. éénpersoonshuishouden met een huurwoning € 463, in 2022 was dat € 465. meerpersoonshuishouden met een huurwoning € 555, in 2022 was dat € 559. Woonlasten 2023 en rangnummers landelijk De gemeentelijke woonlasten voor huishoudens met een koopwoning en een huurwoning zijn door het COELO in beeld gebracht en in een landelijke ranglijst opgenomen. Bergen bezet in de landelijke ranglijst van gemeentelijke woonlasten 2023 de volgende plaatsen: meerpersoonshuishouden met een eigen woning plaats 319, in 2022 was dat plaats 323; meerpersoonshuishouden met een huurwoning plaats 289, in 2021 was dat plaats 299. De gemeente op nummer 1 van de ranglijst heeft de laagste woonlasten, de gemeente op nummer 352 de hoogste.
Wat de plaatsen op de landelijke ranglijst worden in 2024, hangt naast de hoogte van de tarieven in Bergen, mede af van de ontwikkelingen elders in Nederland.
Pagina 71 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
Benchmark woonlasten Noord-Holland 2023 De benchmark beoogt door middel van vergelijking op provinciaal niveau van de gemeentelijke woonlasten, de informatievoorziening over de hoogte en ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen. De benchmark vergelijkt binnen een provincie de hoogte van de gemeentelijke woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, afvalstoffenheffing en rioolheffing minus een eventuele heffingskorting.
Ontwikkeling woonlasten Bergen In het overzicht hieronder is de ontwikkeling van de tarieven Bergen 2021 - 2023 weergegeven van de belasting en heffingen waarop de lokale lastendruk is gebaseerd. Tevens zijn in het overzicht de gemiddelde landelijke tarieven en de posities per jaar op de landelijke ranglijst opgenomen.
In de ‘benchmark woonlasten Noord-Holland 2023’ zijn 45 gemeenten betrokken. De gemeente op plaats 1 kent met € 749 de laagste gemiddelde woonlasten en de gemeente op plaats 45 de hoogste met € 1.874. De gemiddelde woonlasten in Noord-Holland bedragen € 961, het landelijke gemiddelde bedraagt € 944. In de provinciale benchmark 2023 neemt Bergen met gemiddelde woonlasten van € 1.122 voor een meerpersoonshuishouden, een met Stede Broec gedeelde 36ste plaats in. In 2022 was dat met een lokale lastendruk van € 1.117 plaats 39. In de benchmark 2023 hieronder, is de positie van Bergen met een pijl aangegeven.
Ontwikkeling tarieven
Bergen 2021
Bergen 2022
Bergen 2023
NL-gem. 2023
OZB (woningen)
0,09540%
0,0991%
0,08750%
0,08900%
Afval (meerpers.huish.)
€ 371,00
€ 378,00
€ 370,00
€ 329,00
Riool (huishouden)
€ 215,00
€ 181,00
€ 185,00
€ 213,00
Woonlasten (meerpers.h.)
€ 1.031,00
€ 1.117,00
€ 1.122,00
€ 944,00
Plaats ranglijst (landelijk)
349
323
319
Onderstaande tabel bevat de tarieven van de belasting en heffingen waarop de lokale lastendruk is gebaseerd in de BUCH-verband. De bedragen met een * zijn samengesteld uit een vast en variabel deel. Gemeente
Tarief OZB
Afvalstoffenheffing 1 pers huishouden
Afvalstoffenheffing meerpers huish.
Bergen
0,08750%
€ 278,00
€ 370,00
€ 185,00
Uitgeest
0,10427%
€ 229,00*
€ 349,00*
€ 161,50
Castricum
0,06715%
€ 234,12* € 277,52* / € 319,40*
€ 209,76
Heiloo
0,07275%
€ 215,00*
€ 206,00
€ 341,00*
Rioolheffing
Landelijk (gemiddeld) 0,08900% € 266,00 € 329,00 € 213,00** * basistarief + €50 (m.pers.hh) of €30 (1pers.hh) voor lediging container of inworp verzamelcontainer ** betreft tarief meer-persoons huishouden. Tarief één-pers. huishouden landelijk bedraagt € 199,00
Pagina 72 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
PARAGRAAF C: ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN In onze gemeente maken de inrichting en het beheer van de openbare ruimte met alles wat daarin en daarop ligt, ook wel de kapitaalgoederen genoemd, een belangrijk onderdeel uit van onze taken. Dit legt dan ook een aanzienlijk beslag op de financiële middelen. Deze paragraaf geeft inzicht in het (beleid met betrekking tot het) onderhoud van de kapitaalgoederen van de gemeente. a. Wegen en kunstwerken Het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd conform het Beleidsplan Wegen 2021 t/m 2025. De beheerstrategie is afgestemd op het voldoen aan wet en regelgeving en de doelstellingen van de gemeente. Op basis van weginspecties (elke 2 jaar) wordt het uitvoeringsprogramma opgesteld. Hierbij worden de doelen en de wensen van de gemeente vertaald naar een jaarlijks onderhoudsprogramma. Het onderhoud wordt zo integraal als mogelijk gepland, om het aantal onderhoudsmomenten(en dus belemmering van de doorstroming) te beperken. Het gewenste onderhoudsniveau is basisniveau (in de kernen Aniveau). In 2021 zijn alle verhardingen voor het laatst geïnspecteerd. Uit deze weginspectie is gebleken, dat wordt voldaan aan de landelijke CROW-norm.
De benodigde financiële middelen, om het areaal op ambitieniveau te houden, zijn bepaald voor de exploitatie (het daadwerkelijk uitvoeren van onderhoud en de overige kosten) en voor de investeringen op basis van technische noodzaak (budgetten voor rehabilitatie) voor de verhardingen. Grote 'nieuwe' overstijgende opgaven, zoals de energietransitie, ondergrondse ordening, circulariteit en klimaatadaptatie zijn uitdagingen waar de gemeente voor staat en waar ook wegbeheer een inbreng heeft. Wij blijven daarom steeds afstemming zoeken bij grootschalige ingrepen.
Uit recente inspecties is gebleken dat er achterstallig onderhoud is bij diverse kunstwerken. In 2022 is daartoe planning opgesteld om de achterstand (naar schatting binnen vier jaar) in te halen. b. Riolering Het onderhoud en vervanging van de riolering voeren we uit conform het Programma Water en Riolering (PWR). Deze is op 6 juli 2023 door de gemeenteraad vastgesteld. Het PWR is een uitwerking van de ambities uit de Omgevingsvisies van de BUCH gemeenten voor de gemeentelijke watertaken stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Het PWR beoogt: - Het beschermen van de gezondheid, - Het beschermen van de leefomgeving waaronder ook milieu en waterkwaliteit, - Het bijdragen aan een klimaatbestendige en waterrobuuste omgeving. Daarbij wordt integraal samengewerkt en meegewerkt aan andere doelen zoals de energietransitie en circulaire economie. Het Programma Water en Riolering is de opvolger van het Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) van Bergen. Het PWR is ook een financiële onderlegger voor het actief uitvoeren van het water gerelateerde deel van het klimaatadaptatiebeleid in onder anderen de volgende onderdelen: - Herinrichting van de openbare ruimte op basis van de klimaatbestendige uitgangspunten - Subsidieregeling klimaatadaptieve maatregelen (in de private ruimte)
Pagina 73 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
c. Water De gemeente richt zich in samenwerking met het hoogheemraadschap op: waterveiligheid; Kaderrichtlijn Water (KRW), Waterbeheer 21e eeuw (WB21); grondwaterbeheer; herinrichting en uitbreiding stedelijk gebied; recreatie; duurzaamheid en verbetering van de belevingswaarde van water. Maatregelen worden in goede samenwerking met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier uitgevoerd. Het hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het operationele regionale waterbeheer. Dit betekent dat zij zorgt voor droge voeten (veiligheid), schoon en voldoende water. Ook klimaatadaptatie wordt samen met het hoogheemraadschap en gemeentes in de regio opgepakt. Water en groen vormen een belangrijke basis voor het klimaatadaptief maken van de openbare (en particuliere) ruimte. De gemeenteraad van Bergen heeft op 28 januari 2021 de rapportage ‘Meerjarenplanning baggeren watergangen 2021-2028 gemeente Bergen’ vastgesteld. Deze rapportage geeft voor de planperiode inzicht in de hoeveelheid te baggeren watergangen en de bedragen die hier de komende jaren voor moeten worden gereserveerd. Via jaarlijkse stortingen aan de egalisatievoorziening groot onderhoud kunnen begrotingsafwijkingen worden beperkt en blijft de continuïteit van de baggerwerkzaamheden gewaarborgd.
Tot voor kort voerde de gemeente Bergen haar baggerwerkzaamheden uit op basis van de baggerschouw van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Om de meerjarenplanning op te stellen, zijn meer gedetailleerde metingen van de baggerlaag in deze watergangen uitgevoerd, zodat nu voor de langere termijn duidelijker is welke baggerwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Beoogd wordt dat de watergangen die in gemeentelijk eigendom zijn, voldoen aan het vastgestelde profiel (legger). Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een goede waterkwantiteit (doorstroming) en waterkwaliteit. Recreatieve en ecologische functies worden versterkt en gewaarborgd. Deze
werkzaamheden zijn ook van belang voor een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving. Om de achterstand in het onderhoud aan beschoeiingen en oevers weg te werken is de rapportage “Maatregelen- en investeringsplan beschoeiingen en oevers gemeente Bergen 2023-2036” opgesteld. Met de uitvoering van dit plan wordt voorkomen dat de berm en/of de weg in de sloot schuiven. Het plan is op 30 maart 2023 door de gemeenteraad vastgesteld. d. Groen en spelen Het Groenbeleidsplan 2021 – 2031 is in 2021 vastgesteld. Het Bomenbeleidsplan uit 2016 is als bijlage toegevoegd aan dit Groenbeleidsplan. Hoofdthema’s zijn groenstructuur, onderhoudskwaliteit, biodiversiteit en bewonersparticipatie. Een fenomeen waar we de komende jaren nadrukkelijk rekening mee moeten gaan houden is klimaatverandering (klimaatadaptatie): extreme wateroverlast en droogte, maar ook hittestress en de toename van fijnstof. Een groene inrichting zal daarom een steeds belangrijkere rol gaan spelen. Het speelbeleid wordt uitgevoerd conform het Speelbeleidsplan 2012 – 2022. Op dit moment wordt gewerkt aan een nieuw speelbeleidsplan dat volgens planning in december 2023 ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt aangeboden. e. Accommodaties In de Nota Vastgoed Portefeuille Management heeft uw raad het onderhoudsniveau van het gemeentelijk vastgoed vastgesteld.
Hieruit voortvloeiend wordt in een Meerjarenonderhoudsplanning inzicht gegeven in de te verwachten onderhoudsuitgaven. Voor een groot deel van de portefeuille wordt gewerkt met een egalisatievoorziening. Niet alle gebouwen worden hierin meegenomen. De Watertoren, De Beeck, Jan Ligthartstraat 4 en strategische verwervingen binnen het project “Mooi Bergen” worden gezien als aparte producten.
Pagina 74 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
Beleidskader Eind 2013 heeft de raad de Nota Vastgoed Portefeuille Management vastgesteld waarin onder andere wordt voorgesteld om de samenstelling en het onderhoudsniveau van de vastgoedportefeuille te herijken. Het gewenste onderhoudsniveau wordt conform de NEN 2767 standaard begroot. Hierin onderscheiden we de volgende onderhoudsniveaus: 1. Het object dient in nieuwstaat te worden gehouden; 2. Het object dient in goede conditie te worden gehouden; 3. Het object dient in een redelijke conditie te worden gehouden; 4. Het object dient in matige conditie te worden gehouden; 5. Er wordt alleen onderhoud uitgevoerd als er problemen zijn; 6. Er is opdracht gegeven voor sloop. Voor de meeste operationele objecten van de gemeente is het onderhoudsniveau 3 of 4 van toepassing. Bij niveau 3 mag enige veroudering wordt geaccepteerd, dit mag echter nooit het gebruik beperken.
aan het gemeentelijk vastgoed dat is opgenomen in de egalisatievoorziening wordt conform planning uitgevoerd. Jaarlijks worden de volgende onderhoudswerkzaamheden aan de gemeentelijke gebouwen gepland: - het buitenschilderwerk; - de vervanging van technische installaties; - bouwtechnische werkzaamheden - het preventief onderhoud; - klachtenafhandeling. De schoolgebouwen vallen direct onder beheer en onderhoud van de diverse schoolbesturen (is verder opgenomen in de paragraaf 1B Samenleven / onderwijshuisvesting). f. Openbare verlichting Het beleid openbare verlichting is in 2017 geactualiseerd. Deze is voor de komende planperiode basis voor het vervangingsschema van lampsoorten en masten binnen de gemeente (aan de hand van de beheergegevens kwaliteit, levensduur, etc. en geplande integrale projecten).
Meerjarenplanning en Financiën Meerjarenonderhoudsplanningen worden op basis van 2-jaarlijkse inspecties geactualiseerd. Jaarlijks wordt een bedrag toegevoegd aan de voorziening ‘onderhoud gemeentelijke gebouwen en woningen’. Het onderhoud
Pagina 75 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
In de onderstaande tabel staat een overzicht van alle beleidsvelden en belangrijkste aandachtpunten. Categorie*
Wegen (incl. kunstwerken en verlichting)
Riolering
Water
Groen en bomen
Gebouwen (excl. Onderwijs)
Beleidskaders
Gewenst kwaliteitsniveau
Beheers- en onderhoudsplannen/ looptijd plannen
Financiele consequenties conform plannen
Ramingen t.l.v exploitatie/ voorzieningen **
Ramingen Is sprake van Zo ja, volledig en achterstallig zijn er toereikende reëel in onderhoud? *** voorzieningen/ reserves begroting ? ** voor achterstallig onderhoud? ***
Wegenbeleidsplan 2021-2025
basis
tot 2025
ja
exploitatie
ja
Nee
n.v.t
Kunstwerken (zit in wegenbeleid)
basis
tot 2025
ja
exploitatie
ja
nee
n.v.t
Beleidsplan openbare verlichting 2017-2030
basis
2017- 2030
ja
exploitatie
ja
nee
n.v.t
Programma Water en Riolering 2023-2026 (PWR)
volledig ingevulde verbrede zorgplicht
2023-2026
ja
exploitatie en voorziening
ja
nee
n.v.t
Keur en legger HHNK
basis (C niveau)
2019-2029
ja
exploitatie en voorziening
ja
nee
n.v.t
Baggerplan 2021 Maatregelen- en investeringsplan beschoeiingen en oevers gemeente Bergen 2023-2036
n.v.t.
2021-2028
ja
voorziening
ja
ja
ja
n.v.t.
2023-2036
ja
exploitatie
ja
ja
ja
Groenbeleidsplan 2021
basis (C niveau)
2021-2031
ja
exploitatie
ja
nee
n.v.t
Speelruimtebeleidsplan 2012 - 2022
basis (C niveau)
2012- 2022
ja
exploitatie
ja
nee
n.v.t
Nota Vastgoed Portefeuille Management
conform NEN 2767 onderhoudsniveau 3,4
2016- 2025
ja
exploitatie en voorziening
ja
nee
n.v.t
* De genoemde categoriën zijn de kapitaalgoederen welk conform artikel 12 lid 1 van BBV minimaal in de paragraaf kapitaalgoederen horen. ** Als de ramingen in de exploitatie conform plannen zijn en volledig en reëel zijn opgenomen in de begroting , is het voldoende dit hier te vermelden. *** als er sprake is van achterstallig onderhoud, moet vermeld worden of er voldoende voorzieningen/reserves zijn om de achterstand weg te werken.
Pagina 76 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
PARAGRAAF D: FINANCIERING 1. Inleiding In deze paragraaf staat de gemeentelijke financieringsfunctie centraal en de beheersing van bijbehorende risico’s. De gemeentelijke treasuryfunctie voert financiële taken uit binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en het treasurystatuut. Allereerst wordt in deze paragraaf ingegaan op de toekomstige financieringsbehoefte en komt de bijbehorende renteverwachting aan bod. Hierbij wordt ingegaan op de balansprognose en het verwachte EMU-saldo. Tenslotte worden de verschillende risico’s en de beheersing hiervan behandeld.
2.2 Renteschema De aanbeveling van de BBV is om via het zogenaamde renteschema het renteresultaat op het taakveld treasury inzichtelijk te maken.
2. Financiering 2.1 Marktontwikkelingen en rentevisie De rentevisie van de gemeente is gebaseerd op de rentevisie van de Bank Nederlandse Gemeenten stand september 2023. “De inflatie blijft zowel dit jaar als in 2024 duidelijk boven de doelstelling van de ECB. We verwachten dat het depositotarief over een jaar op 4,0 procent zal staan. De lange rentetarieven lopen naar verwachting nog wat op.” Voor de tarieven op de geldmarkt (leningen korter dan een jaar) wordt veelal gekeken naar het rentetarief dat banken elkaar onderling berekenen (de Euribor) en voor de kapitaalmarkt (leningen langer dan een jaar) naar de rente op staatsleningen. Over het algemeen geldt dat de rente hoger wordt bij een langere looptijd van de lening. Overzicht ontwikkeling Nederland 10 jaar staatslening (link)
Omslagrente Conform BBV voorschriften dient de omslagrente jaarlijks herijkt te worden en indien nodig aangepast. Uit de actualisatie blijkt dat er geen aanpassing nodig is. Voor 2024 blijft dit 1% na afronding. Pagina 77 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
2.3 Financieringspositie Voor de financiering van de investeringen passen wij totaalfinanciering toe. Dit betekent dat voor iedere investering niet 1-op-1 een lening wordt aangetrokken, maar voor de investeringen maken wij gebruik van meerdere financieringsbronnen. Deze bronnen zijn primair het eigen vermogen en de langlopende schulden. Voor de programmabegroting is een liquiditeitsprognose opgesteld. Op basis hiervan wordt bepaald of en zo ja wanneer extra leningen moeten worden aangetrokken (zie tabel Financieringsbehoefte) en welke gevolgen dit heeft voor de rentekosten.
Uit de liquiditeitsprognose volgt de verwachting dat we de komende jaren onderstaande leningen dienen aan te trekken. Als planningen van bestaande projecten en investeringen wijzigen dan heeft dit een direct gevolg op de financieringsbehoefte per jaarschijf. Financieringsbehoefte x (€ 1.000)
2024
2025
2026
2027
Nieuwe leningen
8.039
21.329
9.875
6.598
Liquiditeitsprognose (x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
(1) Kasstroom operationele activiteiten (2) Kasstroom investeringsactiviteiten (3) Kasstroom financieringsactiviteiten (4) Netto kasstroom = (1) + (2) + (3)
8.156
11.095
7.697
6.531
2.4 Balansprognose De geprognosticeerde balans is bedoeld om meer inzicht te geven in de financieringspositie en de ontwikkeling van het EMU-saldo. Dit levert het volgende beeld op:
-29.206 -25.708 -10.690
-5.495
Geprognosticeerde balans (x € 1 mln)
9.628
-8.083
-8.818
-11.422 -23.291 -11.076
-7.782
1.964
-8.678
(5) Beginsaldo rekeningcourant (4) Netto Kasstroom
-9.458 -32.749 -43.825
-11.422 -23.291 -11.076
(6) Eindsaldo (5) + (4)
-9.458 -32.749 -43.825 -51.607
-7.782
2024
2025
2026
2027
Activa (Im)materiële vaste activa Financiële vaste activa Vlottende activa Totaal
143.924 164.630 169.234 168.250 5.621 5.496 4.300 4.113 26.663 28.429 28.595 28.798 176.208 198.555 202.129 201.161
Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schulden Vlottende passiva Totaal
55.814 63.434 65.368 65.773 10.025 10.264 10.107 9.957 85.070 99.819 101.274 99.996 25.299 25.038 25.380 25.435 176.208 198.555 202.129 201.161
Pagina 78 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
2.5
EMU-saldo
De Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) bevat de bepaling dat het Rijk en de decentrale overheden een gezamenlijke en gelijkwaardige inspanningsplicht hebben om de Europese begrotingseisen te respecteren (maximaal 3% tekort van bruto binnenlands product). Dit wordt gemonitord via het zogenaamde EMU-saldo. Dit is gebaseerd op werkelijke kasstromen en niet op baten en lasten. Zie voorgaande tabel. 3 Risicobeheer 3.1 Renterisico vlottende schuld (kasgeldlimiet) Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. Teneinde een grens te stellen aan de korte financiering (rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. De kasgeldlimiet wordt berekend als een vastgesteld percentage (8,5%) van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel volgt de ontwikkeling van de kasgeldlimiet:
3.2 Renterisico vaste schuld (renterisiconorm) De renterisiconorm is ingesteld om de rentegevoeligheid van de leningenportefeuille met een rentetypische looptijd van langer dan een jaar te beperken. De renterisiconorm wordt berekend als een vastgesteld percentage (20%) van het begrotingstotaal. Het renterisico heeft betrekking op de vaste schuld en op het bedrag waarover renterisico wordt gelopen. Naast de renteherzieningen zijn hiervoor ook de herfinancieringen van belang, want het renterisico wordt verkleind door aflossingen in de tijd te spreiden. In onderstaande tabel wordt de renterisiconorm vergeleken met het renterisico:
Pagina 79 van 104 Programmabegroting 2024-2027
Bergen, raad 7 november 2023
3.4 Kredietrisico waarborgen en garanties Borgstellingen kunnen op twee manieren voorkomen: 1. Directe borgstelling 2. Achtervang
3.3 Krediet-en beleggingsrisico Het kredietrisico is het risico dat de tegenpartij niet aan haar contractuele verplichtingen kan voldoen en dus aan de gemeente haar verstrekte lening niet terugbetaalt. Het beleggingsrisico is het risico dat bellegingen minder waard kunnen worden door de economische situatie, door stijging van de rente, indien aandelen nauwelijks verhandeld kunnen worden of indien instelling waarin is belegd niet aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen of failliet gaat. Aangezien wij enkel aandelen hebben in de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten en Liander is het beleggingsrisico minimaal.
Bij directe borgstelling staat de gemeente jegens geldgevers borg voor de betaling van rente en aflossing op langlopende geldleningen die door lokale organisaties, instellingen of verenigingen zijn aangetrokken die veelal activiteiten verzorgen die in het verlengde liggen van de gemeentelijke publieke taak. Achtervang houdt in dat de gemeente, al dan niet samen met het Rijk, een rol speelt in de zekerheidsstructuur van een waarborgfonds, bijvoorbeeld de stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Door deze structuur kunnen instellingen die bij een waarborgfonds zijn aangesloten tegen de laagste rente lenen. Mede vanwege de strenge toelatingscriteria en periodieke toetsing door het fonds loopt de gemeente hierbij een veel lager risico dan bij directe borgstellingen.