CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

A8. Brief van Pot Jonker advocaten inzake Niels Leijen Ontwikkeling B.V. Advies inzake Dorpsplein Bergen-nh.pdf

Gemeenteraad 30 januari 2025, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 5.2: Vaststellen afdoeningsadviezen lijst ingekomen stukken12.778 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het maximale bruto vloeroppervlak van 310 m2 komt bovendien niet terug in het gelijktijdig vastgestelde Beeldkwaliteitskader Mooi Bergen 2.0, en komt evenmin terug in het Memo Ruimtelijke Randvoorwaarden Dorpsplein. Conclusie vraag e Wij concluderen dat de bouwplannen zijn getoetst aan de daarbij te betrekken gemeentelijke beleidskaders. Behoudens het Pleingebouw lijkt de bebouwing te voldoen aan de uitgangspunten van het gemeentelijk beleid. Het Pleingebouw is in oppervlakte fors groter dan op één van de kaarten van de structuurvisie als uitgangspunt is genomen, zonder dat de afweging om af te wijken voldoende inzichtelijk is gemaakt. Wij zijn van oordeel dat een dergelijke toelichting de draagkracht van de motivering zou vergroten.

f.

Heeft participatie op de juiste manier plaatsgevonden?

In de onderhavige procedure had, gelet op de uitspraak van de voorzieningenrechter, niet alleen een ontwerp vergunning maar ook een ontwerp vvgb ter inzage moeten worden gelegd. Ook daarop hadden dan zienswijzen kunnen worden ingediend. Afgezien daarvan geldt het volgende. De wetgeving in het kader van ruimtelijke ordening en vergunningverlening23 verplicht buiten het formele traject van het ter inzage leggen van ontwerp besluiten ten behoeve van het indienen van zienswijzen en de mogelijkheid van het indienen van bezwaar bij primaire besluiten niet tot een vorm van participatie. Wel moet inzichtelijk gemaakt worden hoe burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van de besluiten zijn betrokken.24 Als geen inspraak is geboden en daar ook geen expliciete gemeentelijke verplichting voor geldt, oordeelt de Afdeling25:

21

Op p. 27 Op p. 7 23 Uit de Wro) en de Wabo 24 Voorgeschreven in artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en 5.20 Besluit omgevingsrecht (Bor). 25 In het kader van een bestemmingsplanprocedure. De genoemde voorschriften zijn ook op vergunningverlening tot afwijken van het bestemmingsplan van toepassing. Uitspraak 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4328. 22

16

Het bieden van inspraak voorafgaande aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan maakt geen onderdeel uit van de in de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) geregelde bestemmingsplanprocedure. Het niet, of onvoldoende, bieden van inspraak in deze fase heeft daarom geen gevolgen voor de rechtmatigheid van de bestemmingsplanprocedure en het bestemmingsplan. Binnen de gemeente Bergen geldt de Participatieverordening Bergen 2021 (hierna: de Participatieverordening). Dat betreft een verordening waarin is bepaald dat participatie, afgezien van hetgeen wettelijk verplicht is, wordt georganiseerd wanneer het betreffende bestuursorgaan dit voor wat betreft de eigen bevoegdheden expliciet ten aanzien van het betreffende onderwerp heeft vastgesteld. In dat kader geeft de Participatieverordening een aanwijzing26, maar geen verplichting over mogelijke participatie als het gaat om initiatieven bij een “extern initiatief”: 1. Er is sprake van participatie bij een extern initiatief als een initiatiefnemer van buiten de gemeente27 een initiatief kenbaar maakt bij het bestuursorgaan, waarbij redelijkerwijs wordt verwacht dat dit initiatief invloed heeft op het algemeen belang van een kern of de gemeente, of de fysieke leefomgeving binnen de gemeente.

Participatie van inwoners, lokale ondernemers of maatschappelijke organisaties bij dit extern initiatief kan door het bestuursorgaan verplicht worden gesteld aan de externe initiatiefnemer als voorwaarde voor medewerking. 2. Het bestuursorgaan kan de externe initiatiefnemer geen verplichting opleggen over de wijze waarop de participatie wordt toegepast. 3. Het bestuursorgaan kan gevallen aanwijzen waarbij de externe initiatiefnemer bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, voorafgaand aan het indienen van de aanvraag, participatie moet toepassen. Deze verordening is geschreven met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, en geldt al wel sinds 25 juni 2021. Op grond van de overgangsbepaling geldt de Participatieverordening niet voor besluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding daarvan. De aanvragen en de (ontwerp)besluiten dateren van ná de inwerkingtreding van de Participatieverordening. Deze is daarom van toepassing op de onderhavige situatie. Op grond van deze verordening kan participatie verplicht worden gesteld, maar hoeft dit niet. Voorafgaand daaraan is het participatiebeleid in een Nota opgenomen en vastgesteld door de raad op 17 juni 2021. Daarin wordt een toelichting op participatie in Bergen op een rij gezet voor wat betreft context, visie, beleid en vormen.

Dit betreft vooral een beschrijving van deze aspecten, de Participatieverordening zelf vormt de regelgeving waaraan moet worden voldaan. Ten overvloede: voorheen gold de “Inspraakverordening Bergen 2006”.

26 27

In artikel 10 Bot Bouw is gevestigd buiten Bergen (in Heerhugowaard, gemeente Dijk en Waard)

17

Daarin was bepaald28 dat geen inspraak hoeft te worden verleend als sprake is van een plan waarvoor geen vvgb vereist is. Onder die verordening zou, gelet op het oordeel van de voorzieningenrechter van oktober 2022 dat een vvgb nodig is, inspraak verplicht zijn geweest. Uit de stukken maken wij overigens op dat een “Memo ruimtelijke randvoorwaarden Dorpsplein” d.d. 30 november 2020 bestaat. Wij hebben begrepen dat dit stuk in samenspraak met de BBC tot stand is gekomen. Formeel heeft dit stuk geen status. Wel lijkt aldus een vorm van participatie te hebben plaatsgevonden. Conclusie vraag f Participatie buiten de vereiste wettelijke vormen heeft (in ieder geval formeel) niet plaatsgevonden en was niet wettelijk noch op grond van gemeentelijke regelgeving voorgeschreven.

g. Zo ja, wat is het proces dan verder en welke risico’s zijn er dan? Zoals hierboven onder f. aangegeven bestaat er ten aanzien van de lopende aanvragen geen plicht tot (verdere) participatie. Zolang de aanvragen tot vergunningverlening niet zijn ingetrokken moeten daarop op enig moment ontwerp en definitieve besluiten op worden genomen. De risico’s voor het blijven doorlopen van deze procedure zoals deze met de aanvragen is ingezet zien wij in ieder geval gelegen in de mogelijkheid dat er gelet op de Didam jurisprudentie mogelijk niet zomaar aan Bot Bouw verkocht kan worden. Daarnaast voorzien wij een risico in het feit dat de aanvragen in zijn totaliteit beoordeeld zullen moeten worden op de verschillende onderliggende onderwerpen van onderzoek zoals verkeer en stikstof. Met name bij stikstof is het mogelijk dat nu bruikbare instrumenten gaan verdwijnen. Zo kan nu zonder vergunning op grond van de Wet natuurbescherming “intern worden gesaldeerd” (het binnen het project oplossen van de extra stikstofuitstoot). Het is de verwachting dat deze mogelijkheid op termijn komt te vervallen, hiertoe is al een wetsvoorstel ter consultatie ter inzage gelegd. Het risico vertaalt zich dan in ieder geval in verdere vertraging.

Conclusie vraag g Als voornaamste risico zien wij een mogelijk alsnog te doorlopen openbaar verkooptraject en het feit dat de beide aanvragen in zijn totaliteit beoordeeld en mogelijk nader onderzocht moeten worden. Daarmee ontstaat dan ook weer verdere vertraging.

h. Hoe te handelen na inwerkingtreding van de Omgevingswet? Naar verwachting treedt de Omgevingswet per 1 januari 2024 in werking. De vvgb vervalt onder de Omgevingswet. In de plaats daarvan komt het adviesrecht van de raad voor bepaalde gevallen van een “buitenplanse omgevingsrechtactiviteit”29. Dat is een verzwaard, bindend adviesrecht voor de gemeenteraad. Het college van B&W mag daar niet van afwijken. Het gaat daarbij om die buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (vergelijkbaar met het huidige afwijken van het bestemmingsplan), waarvan de raad vooraf heeft vastgelegd hierover gebruik te 28 29

Artikel 4 onder 1a Artikel 16.15a Omgevingswet

18

willen maken van het adviesrecht. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een dergelijke activiteit kan B&W dus niet zelfstandig afdoen. Als de raad een negatief advies geeft, mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen. Uw raad moet voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, dus op dit moment voor 1 januari 2024, een besluit nemen over de gevallen waarin u advies wil geven. Daarvoor wordt een lijst met gevallen waarvoor advies en instemming van de raad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit vastgesteld. Ten behoeve van deze door uw raad vast te stellen lijst raden wij aan om aan de hand van de bestaande lijst uit de Regels kleine en grote plannen te beoordelen of deze categorieën volstaan of dat daarvoor een aanpassing en/of verduidelijking nodig is. Wij raden u aan om de praktische werkbaarheid voor uw raad daarbij wel voor ogen te houden en dus wel een beperking aan te houden. Antwoord vraag h Uw raad kan voor 1 januari 2024 bepalen in welke gevallen waarbij sprake is van afwijking van het omgevingsplan u gebruik wil maken van het adviesrecht. Ten slotte: advies vervolgtraject De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de aanvragen voor het L-gebouw en het Dorpsgebouw als één geheel moeten worden beoordeeld.

Wij achten het een risico om weliswaar het volledige vvgb traject zoals wettelijk voorgeschreven te doorlopen, maar de aanvragen gescheiden te houden. Deze aanvragen kunnen niet los van elkaar worden gezien en zijn naar alle waarschijnlijkheid niet los van elkaar te vergunnen. Het meest veilig is het daarom om de afzonderlijke aanvragen en verleende omgevingsvergunningen in te trekken en het gehele project als geheel aan te vragen, en de onderliggende rapporten daarop aan te passen. Wij raden aan om na te gaan of de grond die eigendom is van de gemeente en nodig is voor het project daadwerkelijk kan worden overgedragen. Dat betekent dat de volgende stappen, in overleg met de ontwikkelaar, moeten worden gezet. Het snelste traject is als volgt: -

Intrekken aanvragen en omgevingsvergunningen voor 2 afzonderlijke projecten, indienen aanvraag voor één totaalproject; Ter inzage leggen ontwerp bestemmingsplan en aanvraag vergunning voor bouwen; Na beoordeling zienswijzen (eerst) bestemmingsplan vaststellen en (daarna) vergunningen verlenen. Bepalen dat deze besluiten gecoördineerd worden behandeld; Beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Graag lichten wij dit advies mondeling voor uw raad toe.

19

Bijlage 3

Per aangetekende post en e-mail: administratievth@debuch.nl College van Burgemeester en wethouders gemeente Bergen Postbus 175 1860 AD Bergen

Datum: Van: Dossiernaam: Onze ref: Uw ref: Telefoon: E-mail:

22 juli 2024 B.J.H. Blaisse-Verkooijen en E.C. Wolters, advocaten Niels Leijen Ontwikkeling B.V. / Advies inzake Dorpsplein Bergen-nh D107697 zienswijze ontwerpbesluiten Dorpsplein Bergen +31(0)23 5530261 wolters@potjonker.nl

ZIENSWIJZE Geacht college van Burgemeester en wethouders, Blijkens het gemeenteblad van de gemeente Bergen (bijlage 1) heeft het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen er kennis van gegeven dat vanaf 1 juli 2024 vier besluiten ter inzage liggen. Deze besluiten zien kort gezegd - op: 1) De ontwerp vervangende omgevingsvergunning en ontwerp-VVGB voor het afwijken van het bestemmingsplan voor het L-gebouw; 2) De ontwerp vervangende omgevingsvergunning en ontwerp-VVGB voor het afwijken van het bestemmingsplan voor het Pleingebouw; 3) Het ontwerpbesluit tot het onttrekken aan de openbaarheid; en 4) Het raadsbesluit d.d. 20 juni 2024 inzage het coördinatiebesluit. Bij deze kennisgeving heeft u de gelegenheid opengesteld om een zienswijze in te dienen. Namens Niels Leijen Ontwikkeling B.V. dienen wij hierbij een zienswijze in tegen deze (ontwerp)besluiten, die hieronder nader wordt toegelicht, A. Project 1.

Het project Bergen Centrum bestaat uit een aantal projecten waaronder het Dorpsplein. Het geplande project Dorpsplein bestaat uit twee gebouwen, het L-gebouw en het Pleingebouw. Op 4 november 2021 zijn twee afzonderlijk omgevingsvergunningen aangevraagd voor het afwijken van het bestemmingsplan. De vergunningen zijn op 5 mei 2022 verleend.

2.

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 17 oktober 2022 beide omgevingsvergunningen geschorst. De voorzieningenrechter was van oordeel dat het college ten onrechte geen Verklaring Van Geen Bedenkingen (VVGB) en geen coördinatiebesluit heeft gevraagd aan de raad.

3.

Omdat volgens de voorzieningenrechter de twee gebouwen (het L-gebouw en het Pleingebouw) vanuit ruimtelijk oogpunt in samenhang moeten worden bezien, is een door de raad af te geven VVGB en coördinatiebesluit vereist. Nu dit door de raad niet is afgegeven zijn de verleende omgevingsvergunningen geschorst totdat de Raad van State in de hoofdzaak een uitspraak doet.

4.

is de raad ook verzocht om een coördinatiebesluit te nemen waarin de aangevraagde omgevingsvergunningen samen met het onttrekkingsbesluit van de weggedeelten aan de openbaarheid, gecoördineerd in procedure gebracht. De op 5 mei 2022 verleende omgevingsvergunningen worden vervangen door twee omgevingsvergunningen waarbij de procedure wel correct is doorlopen.

5.

Cliënte is van mening dat uw raad niet kan meewerken aan het afgeven van de twee ontwerp VVGB besluiten alsmede het coördinatie- en raadsbesluit en licht dat hieronder nader toe.

B. Raadsvoorstel 6.

Reeds bij brieven van 21 april 2023 en 16 januari 2024 heeft cliënte zich tot de gemeente gewend inzake de ontwikkeling van het Dorpsplein te Bergen. De desbetreffende brieven hechten wij voor het gemak als bijlage aan deze zienswijze (bijlage 2).

7.

Cliënte heeft erop gewezen dat de verkoop van gronden aan het Dorpsplein aan Bot Bouw Initiatief B.V. (hierna: overeenkomt d.d. 15 oktober 2021,

-

kan aandragen voor de exclusief, onderhands met Bot Bouw gemaakte afspraken. Een dergelijke argumentatie ontbreekt.

8. In de zomer van 2023 is cliënte op de hoogte geraakt van een advies van HBR advocaten d.d. 10 juli 2023 aan de gemeenteraad (bijlage 3). In dit advies signaleert ook HBR advocaten dat mogelijk sprake is van schending van de Didam-regels. HBR advocaten geeft in haar advies aan dat het hele project mogelijk op losse schroeven komt te staan als gevolg van de mogelijk onrechtmatige verkoop van de gronden. 9.

Cliënte is er ook van op de hoogte geraakt dat de gemeente reeds in 2016 een intentieovereenkomst heeft gesloten met Bot Bouw ten aanzien van de herontwikkeling van het dorpsplein. Dit terwijl Bot Bouw op dat moment nog helemaal geen grondpositie had. Pas in 2018 heeft Bot Bouw gronden verworven. Als bijlage 4 wordt een uittreksel uit het kadaster bijgevoegd waaruit dit blijkt.

10. Tevens is cliënte bekend geraakt met het raadsvoorstel met voorstelnummer D750560, d.d. 4 april 2024 zoals besproken tijdens de raadsvergadering d.d. 20 juni 2024 (bijlage 5). Het college verzoekt de raad hierin in te stemmen met het plan Dorpsplein alsmede een verklaring van geen bedenkingen af te geven. Het raadsvoorstel bevat wel een passage over de Didamjurisprudentie die cliënte inmiddels al vele malen heeft aangekaart, maar het raadsvoorstel bevat cruciale onwaarheden waardoor uw raad onjuist wordt voorgelicht. 11. Het voorstel stelt dat de initiatiefnemer de enige serieuze gegadigde is die in aanmerking komt voor de beoogde gronduitgifte. Dit standpunt van het college is onjuist. Bot Bouw had op het moment van het sluiten van de intentieovereenkomst nog helemaal geen grondpositie, van een noodzaak tot exclusief contracteren was en is dan ook geen sprake. In het raadsvoorstel wordt

Pagina 2 van 4

ten onrechte wel die indruk gewekt. Dit ondanks dat het college ervan op de hoogte is, en in ieder geval moet zijn, dat deze informatie onjuist is. Uit documenten ontvangen door cliënte in het kader van een Woo-verzoek blijkt dat reeds op 19 april 2022 aan diverse wethouders is medegedeeld dat Bot Bouw pas in juni 2018 eigenaar is geworden van deze grondpositie (bijlage 6). Dit ligt ver voor de datum van de raadsvergadering van 30 mei 2024. 12. Ondanks de bezwaren en waarschuwingen van cliënte én HBR advocaten, probeert het college door te duwen dat Bot Bouw de herontwikkeling gaat uitvoeren. Dit tegen wet- en regelgeving en beter weten in. Blijkbaar leeft ook de advocaat van de gemeente, mr. Doornhof van AKD, in de veronderstelling dat de gemeente niet anders kan dan contracteren met Bot Bouw (en Vestering). Zie de brief van mr. Doornhof d.d. 23 mei 2023 (bijlage 7), waarin wordt uitgegaan van dezelfde onjuistheid die in het raadsvoorstel aan uw raad is voorgehouden. 13. Vanwege deze incorrecte gang van zaken heeft cliënte zich genoodzaakt gezien zich rechtstreeks te wenden tot de wethouder / portefeullehouder mevrouw Y. Roos-Bakker.

Bij email van 3 december 2023 heeft cliënte er uitdrukkelijk op gewezen dat Bot Bouw op het moment van het sluiten van de intentieovereenkomst nog helemaal geen grondpositie had en dat de inhoud van het raadsvoorstel op dit punt dus niet klopt (bijlage 8). In reactie op dit schrijven kreeg cliënte echter wederom nul op het rekest. Zij ontving slechts een korte reactie, waarin wordt gemeld dat de e-mail van 3 december 2023 geen nieuwe informatie zou bevatten, maar enkel informatie die al eerder is aangeleverd (bijlage 9). 14. Relevante informatie wordt dus in de doofpot gestopt, de gemeente sluit simpelweg haar ogen hiervoor, met als gevolg dat uw raad (naar het zich laat aanzien: bewust) verkeerd wordt ingelicht. Los van het feit dat ten onrechte op gekunstelde wijze wordt getracht te reconstrueren dat de gemeente niet om Bot Bouw heen kon vanwege haar grondpositie is er nog een volgend aspect dat vraagtekens oproept.

15. De gemeente heeft er destijds, in het kader van de ontwikkeling van het Dorpsplein, voor gekozen om zoveel mogelijk eigenaren uit te kopen. Niet duidelijk is waarom Bot Bouw dan in 2018 als enige toch nog de mogelijkheid kreeg om grond aan te kopen en waarom Vestering gehouden hier opheldering over te geven. Bot Bouw en Vestering beschikken over relatief kleine percelen in het te herontwikkelen gebied, zoals zichtbaar op de kaart die als bijlage 10 wordt bijgevoegd, dus dat zou juist doen vermoeden dat er geen reden was om niet ook die gronden op te kopen. 16. Wat cliënte betreft staat het onomstotelijk vast dat uw raad foutief, en in ieder geval niet volledig, is voorgelicht over de gang van zaken. Cliënte heeft hier inmiddels meerdere malen aandacht voor gevraagd, maar zij wordt in feite compleet genegeerd. Dit terwijl cliënte reeds in 2014 voor het eerst interesse in de herontwikkeling heeft getoond, nog vóórdat de gemeente met Bot Bouw een intentieovereenkomst had gesloten en ook zelfs jaren vóórdat Bot Bouw een grondpositie verwierf. In die jaren 2014 2016 heeft cliënte herhaaldelijk aan de gemeente kenbaar gemaakt zelf ook interesse te hebben in de ontwikkeling van het Dorpsplein. Daarover hebben meerdere gesprekken plaatsgevonden op het gemeentehuis.

Cliënte werd buitenspel gezet ten faveure van de uiteindelijke kopers die (voor zover cliënte bekend) opvallend lucratieve overeenkomsten met de gemeente mochten sluiten. Dat was destijds voor cliënte al onacceptabel, maar in het licht van de recente ontwikkelingen in de rechtspraak is vast komen te staan dat deze handelwijze van de gemeente ook daadwerkelijk onaanvaardbaar en onrechtmatig is.

Pagina 3 van 4

C. Nota zienswijzen d.d. 22 maart 2022 17. Cliënte is op de hoogte van de Nota zienswijzen behorende bij de omgevingsvergunning en het objectnummerbesluit Dorpsplein Pleingebouw (WABO2102110) d.d. maart 2022. In deze Nota heeft het college gereageerd over een reeds eerder ingekomen zienswijze met betrekking tot de Didam-jurisprudentie bij dit project. Het college heeft toen aangegeven dat overheden bij grondverkoop de gelegenheid moeten bieden om mee te dingen. Dit neemt niet weg dat onderhandsverkoop wel mogelijk is als slechts één serieuze partij in aanmerking komt. Volgens het college leidt dit ertoe dat het bestaande grondeigendom van de initiatiefnemer maakt dat slechts door hem kan worden gekomen tot een doelmatige realisatie. Juist deze veronderstelling is onjuist, maar hier houden de raad en het college zich tot nu toe wel aan vast. Cliënte heeft meer dan genoeg redenen aangedragen waarom deze stelling geen stand kan houden. Zoals hierboven uiteengezet had Bot Bouw op het moment van het sluiten van de intentieovereenkomst nog helemaal geen grondpositie, van een noodzaak tot exclusief contracteren was en is dan ook geen sprake. Cliënte verzoekt u om hier niet aan voorbij te gaan bij de beantwoording van de zienswijze en een inhoudelijke reactie op te stellen op deze argumenten. D. Conclusie 18.

Wat cliënte betreft is de gemeente gehouden eerst te onderzoeken of de grondverkoop die wordt geregeld in de Anterieure Overeenkomst wel op juridisch rechtmatige wijze mogelijk is. Zie in dit verband het hiervoor aangehaalde advies van HBR Advocaten. Dit zou vast moeten komen te staan vóórdat uw raad een besluit kan nemen over het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen. Immers, indien de gemeente haar gronden niet kan verkopen aan Bot Bouw, is het project niet realiseerbaar in de huidige vorm en is een verklaring van geen bedenkingen in dit verband niets waard. De raad kan gelet op het bovenstaande dan ook niet positief besluiten.

Met vriendelijke groet,

B.J.H. Blaisse-Verkooijen en E.C. Wolters

Pagina 4 van 4

Bijlage 4

Transactiedatum

Adres

Grootte 71 85 263 85 85 40 85 67 85 87

Prijs

Aangekocht door

225000 790000 425000 425000 300000 229000 257500 257500

Vestering (Steffs) Gemeente Bergen Gemeente Bergen Gemeente Bergen Gemeente Bergen Gemeente Bergen Gemeente Bergen Gemeente Bergen Gemeente Bergen Vestering

26-1-2004 8-2-2010 8-7-2013 1-5-2014 1-5-2014 14-5-2014 2-9-2014 3-11-2014 13-11-2014 8-12-2014

Plein 5 Plein 13a Plein 7 Plein 1a Plein 3a Plein 1 Plein 9a StallingBG Plein 11a Plein 11

4-2-20216

Tekenen van de intentieovereenkomst tussen Vestering, BotBouw en Gemeente

2-5-2016 14-7-2017

Plein 7a Plein 5a

85 85

229000 287500

365000

375000,-

Gemeente Bergen Gemeente Bergen

3425500 10-7-2018

Plein 9

87

BotBouw

600000,-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/5264/documents/44293