CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

Woonzorgvisie gemeente Beesel 2023 - 2033

Raadscommissievergadering 3 juli 2023, gemeente BeeselBij agendapunt: Woonzorgvisie25.092 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Huishoudens

Groei

Huishoudens

Groei

% groei

-1000

Kern

aantal

in 2033

basisscenario

in 2033 extra

o.b.v.

(o.b.v. het

-1500

huishoudens

ambitie

migratie

basisscena

o.b.v.

-2000

rio)

migratie

-2500

Beesel

1.070

1.085

+15

1.125

+55

1%

Reuver

2.835

2.890

+55

2.990

+155

2%

Offenbeek

2.085

2.130

+50

2.205

+120

2%

Gevestigd in gemeente Vetrokken uit gemeente Gevestigd in gemeente min vertrokken uit gemeente (saldo) Bron: CBS (2012 - 2021), bewerking Stec Groep (2023).

De personen die naar de gemeente Beesel verhuizen betrekken diverse woningtypen. Zo verhuizen inkomende gezinnen en alleenstaanden en stellen tot 65 jaar voornamelijk naar grondgebonden woningtypen (met name rijtjeswoningen). De alleenstaanden en stellen van 65 jaar en ouder verhuizen voornamelijk naar appartementen (zo’n 40%). Deze groep is qua absolute aantallen echter relatief klein.

Bron: CBS (2022), Etil (2021), bewerking Stec Groep (2023).

Woonzorgvisie Beesel 21.249

49

Het overgrote deel van deze groei is afkomstig vanuit de groep 75-plussers en ook de groep 55- tot 75-jarigen groeit door. Deze groei van het aantal ouderen is te verklaren door het opschuiven van de ‘bevolkingspiramide’: de groep 45 tot 65-jarigen die nu het grootst is in de gemeente, wordt ouder en schuift hiermee een leeftijdsklasse op. Tegelijkertijd worden we steeds ouder, waardoor er sprake is van een dubbele vergrijzing. Hier hebben veel gemeente in Nederland op dit moment mee te maken, waarbij de dubbele vergrijzing in de provincie Limburg wel eerder gestart is. De andere huishoudensgroepen laten een krimp zien. Al blijft het aantal alleenstaanden en stellen tot 35 jaar nagenoeg gelijk (3%). Figuur B5: Indeling bevolking naar leeftijd nu en over tien jaar

Tabel B2: Verwachte ontwikkeling huishoudens in gemeente Beesel

Totaal Beesel

Huis2023houdens 2033 2023

20232033 relatief

20332043

20332043 relatief

Doelgroep

Alleenstaanden & stellen tot 35 jaar

440

-15

-3%

-85

-21%

Alleenstaanden & stellen 35 t/m 65 jaar

1.390

-250

-18%

-160

-14%

Alleenstaanden & stellen 65 jaar en ouder

2.125

510

24%

95

4%

Gezinnen

2.015

-125

-6%

-80

-4%

Eindtotaal*

5.990

120

2%

-235

-4%

95 jaar of ouder 85 tot 90 jaar 75 tot 80 jaar 65 tot 70 jaar 2023

55 tot 60 jaar

2033

45 tot 50 jaar 35 tot 40 jaar

25 tot 30 jaar 15 tot 20 jaar 1000

500

0

500

1000

Bron: CBS (2022), bewerking Stec Groep (2023).

Bron: CBS (2022), Etil (2021), bewerking Stec Groep (2023).

Woonzorgvisie Beesel 21.249

50

B3 Woningvoorraad in de gemeente Beesel bestaat vooral uit grondgebonden koopwoningen Veel eengezins- en koopwoningen aanwezig in de gemeente Beesel De woningvoorraad van de gemeente Beesel bestaat in totaal uit circa 6.040 woningen (CBS, 2021). Meer dan twee derde van de woningvoorraad is daarvan een eengezinskoopwoning (68%). Dit is fors meer dan het landelijk aandeel (50%), maar past bij een relatief kleine, landelijke gemeente. Daarentegen staan er juist relatief weinig meergezinswoningen in de gemeente. Waar in Nederland 34% van de woningvoorraad uit meergezinswoningen bestaat, is dit in de gemeente Beesel 12%. In de kern Reuver zijn de meeste meergezinswoningen aanwezig (19%), in Offenbeek is 13% een meergezinswoning. In de kern Beesel zijn relatief weinig meergezinswoningen aanwezig (7%). De (grondgebonden) woningvoorraad in gemeente Beesel is, passend bij het landelijke karakter van de gemeente, relatief ruim opgezet. Er zijn bovengemiddeld veel vrijstaande woningen aanwezig. Vooral de kern Beesel heeft veel vrijstaande woningen. In Offenbeek en Reuver bestaat ook een groot gedeelte van de woningvoorraad uit rijwoningen en 2^1 kap woningen. Zie ook bijlage C. Figuur B6: Woningvoorraad naar woningtype* Gemeente

5.156

884

Offenbeek

1.844

269

Reuver

2.290

Beesel

537

1.023 0%

20%

40%

Eengezinswoning

77 60%

80%

Meergezinswoning

Bron: Etil (2022), bewerking Stec Groep (2023). *afgerond op vijftallen

100%

In de gemeente Beesel is er een relatief grote sociale huurvoorraad aanwezig Daar waar in de gemeente Beesel de sociale huurvoorraad 28,1% uitmaakt van de totale voorraad is dit in de regio gemiddeld zo’n 24%. Alleen de stedelijke gemeenten Venlo en Roermond hebben een hoger aandeel sociale huur. De overige landelijke gemeenten hebben vaak een kleinere sociale huurvoorraad. Binnen de gemeente Beesel zien we dat de sociale voorraad in de kern Beesel procentueel achterblijft bij de andere twee kernen. Merendeel van de woningvoorraad gebouwd voor 1985 Het grootste gedeelte van de woningen in de gemeente Beesel is gebouwd voor 1985. Er zijn relatief weinig nieuwbouwwoningen aanwezig in de gemeente Beesel. Slechts 11% van de woningvoorraad is gebouwd na 2005. Dit heeft deels te maken dat in het recente verleden er afgesproken is om de plancapaciteit terug te schroeven. Echter is er nu sprake van een veranderende woningmarkt waar er weer meer vraag is. Driekwart van de koopwoningvoorraad heeft een WOZ-waarde tot € 325.000 Koopwoningen kunnen worden ingedeeld naar WOZ-klassen. We zien op basis van de data uit 2020 dat circa 45% van de eengezins-koopwoningen een WOZwaarde heeft van maximaal € 240.000. Bij de meergezinswoningen is het aandeel woningen met een WOZ-waarde tussen de € 240.000 en € 325.000 het grootst.

Circa 8% van de eengezins-koopwoningen heeft een WOZ-waarde van € 425.000 of meer. Belangrijk om te vermelden is dat de gemiddelde WOZwaarde van woningen in de gemeente Beesel de afgelopen jaar met 13,1% is toegenomen. De gemiddelde WOZ-waarde in de gemeente in 2022 is € 252.000. De gemeente Beesel heeft in vergelijking met andere landelijke gemeenten in Noord-Limburg een relatief lage WOZ-waarde. De WOZ-waarde in de gemeente Beesel zit rond het niveau van stedelijke gemeenten Venlo en Roermond (met beide een WOZ-waarde van circa € 244.000)

Woonzorgvisie Beesel 21.249

Verduurzamingsslag mogelijk in bestaande particuliere voorraad Als we kijken naar de energie labels van de woningen in de gemeente zien we dat circa 25% een energielabel E of lager heeft. Dit is vergelijkbaar met het regionale beeld. De meeste woningen in de gemeente hebben een energielabel C. De corporatiewoningen lopen voor op de verduurzaming van hun woningvoorraad. Specifiek voor corporatiewoningen zien we dat maar 4% een energielabel E of lager heeft. Een belangrijke nuancering hierbij is dat energie labels niet altijd iets zeggen over de huidige situaties van een woning.

B4 Voornamelijk behoefte aan nultredenwoningen in gemeente Beesel De hiervoor beschreven demografische ontwikkelingen, de stand van de bestaande woningvoorraad en het actuele woningtekort zijn naar een kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte vertaald voor de komende tien jaar. In totaal is er in de gemeente Beesel voor de komende tien jaar een behoefte aan 120 woningen volgens de provinciale prognose.

Voor de aankomende tien jaar een groei verwacht van 120 extra woningen in het basisscenario en 330 extra woningen in het migratiescenario We gebruiken de demografische analyse (o.b.v. van de provinciale prognose) als basis voor het bepalen van de toekomstige woningbehoefte. Daarbij wordt de daadwerkelijke behoefte sterk beïnvloed door de ontwikkeling van het aantal huishoudens. Om recht te doen aan de onzekerheden die vooruitkijken met zich meebrengt, werken we met een bandbreedte. Het uitgangspunt blijft de meest recente provinciale huishoudensprognose (Etil 2022). Daarnaast heeft adviesbureau Stec Groep voor de gemeente Beesel een migratiescenario op maat ontwikkeld. Hierin is – aanvullend op de meest recente huishoudensprognose- de recente migratiecijfers zwaarder in meegenomen. We zien immers dat de bevolkingsontwikkeling in de gemeente Beesel voornamelijk beïnvloed wordt door migratiecijfers en dat vanaf 2016 de migratie over het algemeen positiever is uitgevallen. In het migratiescenario wordt een behoefte geconstateerd van 330 woningen voor de aankomende tien jaar. Het behalen van de extra huishoudensgroei is geen gegeven. Er zal gericht moeten worden

51

gewerkt aan de ambities om de extra groei waar te kunnen maken (zie ook hoofdstuk 6).

Met name een behoefte aan nultredenwoningen in alle segmenten De woningbehoefteanalyse o.b.v. het Stec doorstroommodel (zie voor verdere uitleg bijlage E) laat zien dat er met name behoefte ontstaat aan nultredenwoningen in alle segmenten. Hier is duidelijk het effect van de vergrijzing terug te zien en het feit dat Beesel al een sterk grondgebonden voorraad heeft. Ook laat de analyse zien dat er een behoefte ontstaat in de andere levensloopbestendige segmenten zoals vrijesectorhuur en koop. De marktdruk van reguliere grondgebonden woningen is mede afhankelijk van het wel of niet doorstromen van 65-plussers. Op basis van het StecDoorstroommodel (zie verdere uitleg in bijlage C) zien we de kwantitatieve woningbehoefte verdeeld naar verschillende soorten woningen. Een overschot (een negatief getal) betekent met name dat er sprake is van een kwalitatieve opgave, oftewel aanpassing van de voorraad of transformatie. Ook bij minimale doorstroming én het demografisch scenario blijft de behoefte aan (grondgebonden) nultreden robuust.

Woonzorgvisie Beesel 21.249

52

Figuur B7: Woningbehoefte naar woningtypen 2023 - 2033

-350-300-250-200-150-100-50 0 50 100150200250300350 GGB SH

Uitgaande van een behoefte van 330 woningen dus voor circa 430 woningen aan plannen nodig.

B6 Wonen en zorg: groeiende behoefte aan wonen in combinatie met zorg

GGB VSH

Extramurale zorg: behoefte aan geschikt wonen Het aandeel oudere huishoudens neemt de komende tien jaar toe. We verwachten circa 145 75-plushuishoudens extra in de gemeente Beesel. Door de vergrijzing neemt de vraag naar wonen met ondersteuning en zorg toe en dus naar woningen die aangepast zijn of waar zorg geleverd kan worden. Oudere huishoudens moeten daarbij steeds vaker en langer thuis (extramuraal) blijven wonen. Hierdoor neemt de vraag naar zorg en ondersteuning thuis (via de Wmo en WLZ) toe. De extramurale opgave voor geschikt wonen maakt voor een groot gedeelte onderdeel uit van de eerder geschetste reguliere woningopgave in de gemeente Beesel.

GGB Koop

APP/Nultr. SH APP/Nultr. VSH APP/Nultr. Koop o.b.v. woonvoorkeuren

invloed scenario

Bron: Etil prognose 2021. Bewerking Stec Groep (2022). Afgerond op vijftallen.

B5 Plancapaciteit: veel speelruimte in zachte plannen voor komende tien jaar De uitbreidingsbehoefte in de gemeente Beesel van 2023 tot 2033 bestaat uit circa 120 woningen volgens het basisscenario en 330 woningen volgens het migratie scenario. De totale plancapaciteit voor deze periode bedraagt circa 430 woningen. Hiervan bevinden circa 175 woningen zich in planologisch harde plannen en circa 255 woningen in planologisch zachte plannen. Dit betekent dat er nog een tekort aan harde plannen is van circa 155 woningen. Idealiter creëer je een plancapaciteit van 130% om zo uitval van plannen op te vangen.

Intramurale zorg: lichte uitbreidingsvraag dient door personeelstekorten anders ingericht te worden De behoefte aan intramurale zorg groeit de aankomende 10 jaar licht, met circa 5 personen. De groei is met name zichtbaar in de psychogeriatrische en somatische zorg. Tegelijkertijd zien we een oplopend personeelstekort in de zorg, zorgwoningen staan momenteel soms zelfs al leeg omdat er geen zorg geboden kan worden. De toename zal dan ook vooral plaatsvinden in het kader van ‘Langer thuis’. De behoefte aan intramurale zorgplekken zal daarom zoveel mogelijk extramuraal opgelost moeten worden. Verderop in deze woonzorgvisie (hoofdstuk 5) gaan we hier nader op in.

Woonzorgvisie Beesel 21.249

Bijlage C: Verdieping op de woningbehoefte Uitbreidingsbehoefte op basis van het Stec-Doorstroommodel De combinatie van huishoudensontwikkeling in de gemeente Beesel en de huidige en gewenste woonsituatie van huishoudens laat zien naar welke woningsegmenten de komende jaren behoefte ontstaat. Hiervoor gebruiken we het Stec-Doorstroommodel. Dit model geeft indicatief weer aan welke woningtypen de komende 10 jaar op gemeenteniveau behoefte is. UITLEG STEC-DOORSTROOMMODEL Het doorstroommodel is een methode om de opgave in de woningmarkt te benaderen. Het is een dynamisch, vraag gestuurd en beleidsneutraal model dat jaarlijks de vraag en het aanbod van woningen tegen elkaar afzet. De bestaande voorraad, de gewenste woonsituatie, het daadwerkelijke verhuisgedrag en demografische ontwikkelingen van verschillende doelgroepen liggen hieraan ten grondslag. Deze doelgroepen worden ingedeeld op basis van leeftijd, huishoudenssamenstelling, inkomensklasse en leefstijl gekoppeld aan woonmilieu. Door de ontwikkeling van deze doelgroepen te combineren met hun huidige woonsituatie (wat komt er aan woningen vrij bij huishoudensdaling/doorstroming?), verhuisgeneigdheid en kwalitatieve woonvoorkeuren (waar is behoefte aan bij huishoudensgroei/doorstroming?) simuleert het model de jaarlijkse in- en uitgaande verhuizingen.

Zo ontstaat een vraag-aanbodconfrontatie die per saldo een jaarlijkse kwantitatieve en kwalitatieve opgave op de woningmarkt oplevert.

53

Het doorstroommodel is een theoretische en beleid neutrale benadering. De uitkomsten moeten als indicatief worden beschouwd. Het is een ideaalscenario op basis van verhuis- en woonwensen en volledige keuzevrijheid. De woningmarkt is een aanbodmarkt, waardoor huishoudens in de praktijk ander gedrag kunnen vertonen dan op basis van hun woonwensen kan worden verwacht. Ook neemt de betrouwbaarheid van demografische prognoses af naarmate we verder vooruitkijken. De indicatieve behoefte die uit het doorstroommodel blijkt kan ook deels worden ingevuld door het aanpassen van de bestaande woningvoorraad, bijvoorbeeld door een reguliere grondgebonden woning aan te passen naar een nultredenwoning (traplift installeren). De berekening van de woningbehoefte is deels gebaseerd op de huishoudensontwikkeling zoals geprognosticeerd door Etil 2021. Het gaat hierbij dus om een autonome woningbehoefte (te verwachten woningbehoefte vanuit de eigen gemeente wanneer trends uit het verleden worden doorgetrokken richting de toekomst). Aanvullende woningbouwambities (meer dan waar de prognose vanuit gaat) zijn bij de berekening van de woningbehoefte nog niet meegenomen.

Gemeente Beesel In bijlage B hebben we de woningbehoefte al naar hoofdsegmenten uiteengezet. Hier laten we op het niveau van de gemeente de behoefte vanuit het doorstroommodel naar product-marktcombinaties (hierna PMC’s). We brengen in beeld wat de behoefte is aan woningen met verschillende prijsklassen, rekening houdend met de bestaande voorraad. We blijven hierbij de splitsing maken tussen (reguliere) grondgebonden woningen en appartementen/nultredenwoningen. We zien dat: • Er voornamelijk een behoefte is aan levensloopgeschikte woningen in het sociale huursegment. Er is zowel een behoefte van woningen onder en boven de aftoppingsgrens. In het grondgebonden (niet levensloopgeschikte segment) gaat de behoefte naar sociaal voornamelijk uit naar woningen tussen de aftoppings- en liberalisatiegrens.

Woonzorgvisie Beesel 21.249

Figuur C1: Ontwikkeling PMC’s gemeente Beesel, periode 2023 - 2033

VSH GGB

SH GGB

-100

-50

-

50

100

Tot aftoppingsgrens Aftopping tot liberalisatie Liberalisatie tot € 1.100 Meer dan € 1.100

KOOP GGB

Tot € 215.000

€ 215.000 - € 280.000 € 280.000 - € 355.000 Meer dan € 355.000

VSH SH APP/NULT. APP/NULT.

•

Er is ook een behoefte aanwezig in het vrijehuursegment. Het gaat hier met name om een behoefte aan huurwoningen tussen de liberalisatiegrens en € 1.110, ook wel het midden huur segment genoemd. Bij appartementen en nultredenwoningen in het koopsegment zien we een behoefte in alle prijsklassen. Wat opvalt is dat er ook de grootste behoefte bestaat uit woningen vanaf € 355.000. Dit sluit aan bij de consultatie waarin werd opgemerkt dat ouderen voornamelijk een behoefte hebben aan een gelijkvloers woonproduct, ook in het hogere segment.

KOOP APP/NULT.

•

54

Tot aftoppingsgrens Aftopping tot liberalisatie Liberalisatie tot € 1.100 Meer dan € 1.100 Tot € 215.000 € 215.000 - € 280.000 € 280.000 - € 355.000 Meer dan € 355.000 o.b.v. woonvoorkeuren

invloed scenario

Bron: WoON 2015, 2018 & 2021, Etil (2021, Lokale Monitor Wonen 2021, CBS 2022. Bewerking Stec Groep (2023). GGB=grondgebonden, APP/NULT.=appartementen en nultredenwoningen, SH=sociale huur, VSH=vrijesector huur

150

Woonzorgvisie Beesel 21.249

Bijlage D: Verdieping per kern In deze bijlage laten we per kern zien hoe de demografische ontwikkeling en bijbehorende woningbehoefte eruit ziet. We gaan hier uit van de demografische ontwikkeling op basis van de provinciale prognose. Let wel: hoe lager het schaalniveau, hoe meer de prognoses gepaard gaan met onzekerheden. Door afronding kunnen optellingen licht afwijken van het totaal.

55

Woonzorgvisie Beesel 21.249

56

Figuur D2: Inwoners naar leeftijd

Kern Beesel Relatief veel ouderen aanwezig in Beesel • Het grootste gedeelte van de huishoudens in Beesel zijn meerpersoonshuishoudens, hier gaat het om 63% van de huishoudens. Slechts 27% van de huishoudens zijn alleenstaand. Het grootste gedeelte bestaat uit stellen zonder kinderen, dit deel beslaat 39% . • Er zijn veel ouderen inwoners in Beesel, 40% van de inwoners valt in de categorie 65 jaar of ouder, dit is het overgrote deel. Hiernaast is er nog een aanzienlijk deel (21%) dat tussen de 45 tot 65 jaar zit.

13% 40%

0 tot 15 jaar 13% 13%

15 tot 25 jaar 25 tot 45 jaar 45 tot 65 jaar 65 jaar of ouder

21%

Figuur D1: Huishoudens naar type Bron: CBS (2022). Bewerking Stec Groep (2022).

27%

34%

Alleenstaand Stellen zonder kinderen Gezinnen

Relatief veel koopwoningen aanwezig in Beesel • Meer dan driekwart (77%) van de woningvoorraad in Beesel bestaat uit koopwoningen. De overige 23% van de woningvoorraad valt in de huursector. Hiervan is 15% in het bezit van een woningcorporatie, en de overige 10% zijn in het bezit van een particuliere verhuurder.

39%

Figuur D3: Woningen naar eigendom

Bron: CBS (2022). Bewerking Stec Groep (2022).

15%

Koopwoningen

8% Huurwoningen (particulier) 77%

Bron: Etil (2022). Bewerking Stec Groep (2022).

Huurwoningen (woningcorporaties)

Woonzorgvisie Beesel 21.249

57

Figuur D4: kwalitatieve woningbehoefte Beesel 2023-2033

15 – 55 extra huishoudens verwacht in de komende 10 jaar in Beesel • Er wordt over de komende 10 jaar voornamelijk een groei verwacht onder de huishoudens die bestaan uit alleenstaanden & stellen van 65 jaar en ouder. In de andere categorieën is er juist een afname voorspelt. • Tussen 2023-2033 wordt de toename van stellen ouder dan 65 jaar groter. Bij andere huishoudens is juist te zien dat de afname toeneemt.

Huishoudens 2023 70 355 265

Ontwikkeling 2023-2028

Ontwikkeling 2023-2033

-15 -20

-5 -25 -50

380

+50

+90

5 1.070

0 +15

0 +15

-100

-50

0

GGB SH

50

5 5 0

GGB VSH

0 0

GGB Koop

Tabel D1: autonome ontwikkeling doelgroepen Beesel

Gezinnen Alleenstaanden en stellen 35 t/m 65 jaar Alleenstaanden en stellen 65+ Overig Totaal

-150

-25

-50 0

APP/Nultr. SH

40

5

0 APP/Nultr. VSH

20 0

APP/Nultr. Koop

25 0 o.b.v. woonvoorkeuren

invloed scenario

Bron: Etil (2021, bewerking Stec Groep (2023). Afgerond op vijftallen.

Uitbreidingsbehoefte van circa 15 – 55 woningen in Beesel • De grootste uitbreidingsbehoefte ligt in de categorie sociale huurappartementen/nultredenwoningen, dit is een behoefte van 40 – 45 woningen. Verder is er vooral behoefte aan koopappartementen/nultredenwoningen en vrijesector huurappartementen/nultredenwoningen. Er is ook een kleine behoefte van 5 – 10 sociale grondgebonden huurwoningen. • Er is een overschot aan grondgebonden koopwoningen, van 50 - 75 woningen.

Bron: WoON 2015, 2018 & 2021, Etil (2021, Lokale Monitor Wonen 2021, CBS 2022. Bewerking Stec Groep (2023). SH=sociale huur, VSH=vrijesector huur

100

150

Woonzorgvisie Beesel 21.249

58

Kern Reuver

Figuur D6: Inwoners naar leeftijd

Hoog aandeel ouderen aanwezig in Reuver • Het grootste gedeelte van de huishoudens in Reuver zijn meerpersoonshuishoudens. Het aandeel huishoudens dat alleenstaand is slechts 32%. Het grootste gedeelte bestaat uit stellen zonder kinderen, dit aandeel is 36%. • Er zijn relatief veel oudere inwoners in Reuver, 60% van de huishoudens valt in de categorie 45 jaar of ouder. Het grootste deel van de inwoners heeft een leeftijd van 65 jaar of ouder (34%).

0 tot 15 jaar

16% 34%

15 tot 25 jaar 12% 12%

25 tot 45 jaar 45 tot 65 jaar 65 jaar of ouder

26%

Figuur D5: Huishoudens naar type Bron: CBS (2022). Bewerking Stec Groep (2022).

32%

32%

Alleenstaand Stellen zonder kinderen Gezinnen

36%

Weinig particuliere huurwoningen in Reuver • Het grootste gedeelte van de woningvoorraad in Reuver bestaat uit koopwoningen, hier gaat het om 64% van het totaal. Van de overige 36% die in de huursector valt bestaat 30% uit corporatiewoningen. Slechts 6% is in het bezit van particuliere huurders. Figuur D7: Woningen naar eigendom

Bron: CBS (2022). Bewerking Stec Groep (2022).

Koopwoningen 30% Huurwoningen (particulier) 6%

64%

Bron: Etil (2022). Bewerking Stec Groep (2022).

Huurwoningen (woningcorporaties)

Woonzorgvisie Beesel 21.249

59

55 – 155 extra huishoudens verwacht in de komende 10 jaar in Reuver • Er wordt over de komende 10 jaar veel een groei verwacht onder de huishoudens die bestaan uit alleenstaanden & stellen van 65 jaar en ouder. In de andere categorieën is er juist een afname voorspelt. • Tussen 2023-2033 is de verwachting dat er 245 huishoudens voor alleenstaanden en stellen van 65 jaar en ouder nodig zijn. Dit is de enige categorie die toeneemt, de andere categorieën nemen juist sterk af.

Figuur D8: kwalitatieve woningbehoefte Reuver 2023-2033 -150

-100

-50

GGB SH

0

50

5

100

150

20

0 GGB VSH

10 5 0

Tabel D2: autonome ontwikkeling doelgroepen Reuver

Alleenstaanden en stellen tot 35 jaar Gezinnen Alleenstaanden en stellen 35 t/m 65 jaar Alleenstaanden en stellen 65+ Overig Totaal

Huishoudens 2023 215

Ontwikkeling 2023-2028 -5

GGB Koop

Ontwikkeling 2023-2033 -15

-55

-90 0

APP/Nultr. SH

90

15

0 915 620

-30 -45

-50 -120

1.070

+135

+245

10 2.835

0 +45

0 +55

APP/Nultr. VSH

50 0

APP/Nultr. Koop

45

5

0 o.b.v. woonvoorkeuren

invloed scenario

Bron: Etil (2021, bewerking Stec Groep (2023). Afgerond op vijftallen.

Uitbreidingsbehoefte van circa 55 – 155 woningen in Reuver •

•

De grootste uitbreidingsbehoefte ligt in de categorie sociale huurappartementen/nultredenwoningen, dit is een behoefte van 90 = 105 woningen. Verder is er vooral behoefte aan koopappartementen/nultredenwoningen en vrijesector huurappartementen/nultredenwoningen. Er is ook een kleine behoefte van 10 – 15 vrijesector grondgebonden huurwoningen en 5 – 20 sociale grondgebonden huurwoningen. Er is een flink overschot aan grondgebonden koopwoningen van 90 - 145 woningen.

Bron: WoON 2015, 2018 & 2021, Etil (2021, Lokale Monitor Wonen 2021, CBS 2022. Bewerking Stec Groep (2023). SH=sociale huur, VSH=vrijesector huur

Woonzorgvisie Beesel 21.249

60

Figuur D10: Inwoners naar leeftijd

Kern Offenbeek Hoog aandeel ouderen in Offenbeek • Het grootste deel van de huishoudens in Offenbeek zijn meerpersoonshuishoudens. Het aandeel huishoudens dat alleenstaand is slechts 30%. Het grootste gedeelte bestaat uit gezinnen, dit aandeel is 37%. • Er zijn relatief veel oudere inwoners in Offenbeek, 57% van de inwoners valt in de categorie 45 jaar of ouder. Het grootste deel van de heeft een leeftijd van 65 jaar of ouder (33%). Het aandeel 0 tot 15 jaar beslaat toch nog 16%.

0 tot 15 jaar

16% 33%

15 tot 25 jaar 14% 13%

25 tot 45 jaar 45 tot 65 jaar 65 jaar of ouder

24% Figuur D9: Huishoudens naar type

Bron: CBS (2022), bewerking Stec Groep (2023). 30%

37%

Alleenstaand Stellen zonder kinderen Gezinnen

33%

Weinig particuliere huurwoningen in Offenbeek • Het grootste gedeelte van de woningvoorraad in Offenbeek bestaat uit koopwoningen, hier gaat het om 62% van het totaal. Van de overige 38% die in de huursector valt bestaat 33% uit wooncorporatiewoningen. Slechts 5% is in het bezit van particuliere huurders. Figuur D11: Woningen naar eigendom

Bron: CBS (2022). Bewerking Stec Groep (2022). Koopwoningen

33%

62% 5%

Bron: Etil (2022). Bewerking Stec Groep (2022).

Huurwoningen (particulier) Huurwoningen (woningcorporaties)

Woonzorgvisie Beesel 21.249

61

50 – 120 extra huishoudens verwacht in de komende 10 jaar in Offenbeek • Er wordt over de komende 10 jaar veel een groei verwacht onder de huishoudens die bestaan uit alleenstaanden & stellen van 65 jaar en ouder. Onder de alleenstaanden en stellen tot 35 jaar voorspelt de ontwikkeling tussen 2023-2028 eerst een toename van +5 en later tussen 2023-2033 is de ontwikkeling terug naar 0. In de andere categorieën is er juist een afname voorspelt. • Tussen 2023-2033 is de verwachting dat er 50 huishoudens voor alleenstaanden en stellen van 65 jaar en ouder nodig zijn. Dit is de enige categorie die daadwerkelijk toeneemt. Tabel D3: autonome ontwikkeling doelgroepen Offenbeek

Alleenstaanden en stellen tot 35 jaar Gezinnen Alleenstaanden en stellen 35 t/m 65 jaar Alleenstaanden en stellen 65+ Overig Totaal

•

huurappartementen/nultredenwoningen. Er is ook een kleine behoefte van 10 - 15 vrijesector grondgebonden huurwoningen. Er is een flink overschot aan grondgebonden koopwoningen van 60 - 105 woningen en hiernaast een klein overschot aan grondgebonden sociale huur van 0 - 5 woningen.

Figuur D12: kwalitatieve woningbehoefte Offenbeek 2023-2033 -150

-100

-50

0

GGB SH

Ontwikkeling 2023-2028 +5

Ontwikkeling 2023-2033 0

740 505

-35 -25

-50 -80

150

0 10 5 0 GGB Koop

-45

-60

0 APP/Nultr. SH

75

10

0 670

+95

+180

5 2.085

0 +40

0 +50

Bron: Etil (2021, bewerking Stec Groep (2023). Afgerond op vijftallen.

APP/Nultr. VSH

35 0

APP/Nultr. Koop

35

De grootste uitbreidingsbehoefte ligt in de categorie sociale huurappartementen/nultredenwoningen, dit is een behoefte van 75 - 85 woningen. Verder is er vooral behoefte aan koopappartementen/nultredenwoningen en vrijesector

5

0

Uitbreidingsbehoefte van circa 50 - 120 woningen in Offenbeek •

100

-510

GGB VSH

Huishoudens 2023 155

50

o.b.v. woonvoorkeuren

invloed scenario

Bron: WoON 2015, 2018 & 2021, Etil (2021, Lokale Monitor Wonen 2021, CBS 2022. Bewerking Stec Groep (2023). SH=sociale huur, VSH=vrijesector huur

Woonzorgvisie Beesel 21.249

62

Bijlage E: Relevante beleidskaders De woonzorgvisie van de gemeente Beesel houdt rekening met vastgesteld woonbeleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en lokaal niveau. Daarnaast houdt de woonzorgvisie ook rekening met andere aanpalende beleidsvelden zoals ruimte, sociaal domein en economie van de gemeente.

D.1 Landelijke beleidskaders Nationale Woon- en Bouwagenda Een belangrijk kader voor de gemeentelijke woonzorgvisie is de Nationale Woon- en Bouwagenda. Zoals Minister de Jonge (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) hierin aangeeft, is het woningtekort in Nederland te groot: “Als we wonen overlaten aan het vrije spel der krachten, geldt het recht van de sterkste en raken mensen in de knel. Een plek om te wonen is een grondrecht, maar de laatste jaren voor te veel mensen een nauwelijks bereikbaar voorrecht geworden”. Als oplossing voor het woningtekort heeft Minister de Jonge daarom de Nationale Woon- en Bouwagenda gepresenteerd. Deze plannen zorgen voor meer regie en meer tempo en daarmee tot een betere beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland. De Nationale Woon- en Bouwagenda bevat zes programma’s: woningbouw, een thuis voor iedereen, betaalbaar wonen, leefbaarheid en veiligheid, verduurzaming gebouwde omgeving en wonen en zorg voor ouderen. Deze programma’s hebben allen hun weerslag op het gemeentelijke woon- en zorgbeleid.

Herziene Woningwet (2021) Sinds 1 juli 2015 is de herziene Woningwet (en het daaronder liggende Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015) van kracht. Als gevolg hiervan veranderde de rol van de gemeente. De gemeente kreeg in beginsel meer invloed op de werkzaamheden van de in de gemeente Beesel actieve woningcorporaties. Als gevolg van de Woningwet moesten woningcorporaties hun vrijkomende sociale huurwoningen namelijk passend toewijzen. Per 2022 is de woningwet op een aantal onderdelen herzien. Zo krijgen woningcorporaties voortaan meer mogelijkheden voor het verduurzamen van hun woningen en het verbeteren van de leefbaarheid. Ook is de markttoets voor drie jaar opgeschort waardoor het voor woningcorporaties theoretisch makkelijker wordt te investeren in het niet-DAEBsegment. Of dit ook daadwerkelijk gebeurt is afhankelijk van beleid van de corporatie en de prestatieafspraken die woningcorporaties met gemeenten maken. Wet aanpak woonoverlast (2017) Op basis van deze wet heeft de burgemeester de mogelijkheid om gedragsaanwijzingen op te leggen aan zowel huurders als eigenaren van koopwoningen die ernstige en herhaaldelijke woonoverlast veroorzaken. Dit is een bestuursrechtelijke gedragsaanwijzing op basis van artikel 151d Gemeentewet. Dit om het woongenot en gevoelens van veiligheid van slachtoffers van woonoverlast te vergroten.

Bij woonoverlast moet gedacht worden aan een hond die voortdurend blaft, buren die de portiek niet schoon houden of geluidsoverlast.

Woonzorgvisie Beesel 21.249

63

De overlastgever kan een gedragsaanwijzing krijgen in de vorm van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom. In deze last staat dat de overlastgever bepaalde handelingen moet doen of juist moet laten. De burgemeester kan pas een gedragsaanwijzing geven als een waarschuwing, mediation of buurtbemiddeling niet werken. Wanneer deze gerichte aanpak niet werkt, kan alsnog de woning gesloten worden.

Wet op Goed Verhuurderschap (inwerkingtreding 1 juli 2023) Deze wet geeft gemeenten meer mogelijkheden om huurders te beschermen tegen misstanden bij het huren van woon- of verblijfsruimten. Door een norm voor goed verhuurderschap te introduceren en gemeenten de mogelijkheid te geven om een verhuurvergunning te verplichten, kunnen gemeenten actief sturen op goed verhuurderschap. Zo kunnen gemeenten extra eisen stellen aan de verhuurder als het gaat om het onderhoud van de woning en de maximale huurprijs van gereguleerde huurwoningen. Er komt een landelijke basisnorm voor goed verhuurderschap in de vorm van algemene regels. In aanvulling op de algemene regels kunnen gemeenten een verhuurvergunning instellen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en het handhaven van de algemene regels en de verhuurvergunning. Hiervoor krijgen zij het bestuursrechtelijke instrumentarium van waarschuwing, bestuursdwang, bestuurlijke boete en als ultimum remedium de beheerovername tot hun beschikking. Dit kan via een escalatieladder worden ingezet. Ook moeten gemeenten een meldpunt instellen waar anoniem en kosteloos meldingen kunnen worden gedaan van ongewenst verhuurgedrag.

Spreidingswet (inwerkingtreding per 1 januari 2024) Om gemeenten en provincies meer verantwoordelijkheden te geven in de asielopvang wordt de Spreidingswet ingevoerd. Opvanglocaties worden dan niet meer op basis van vrijwilligheid opgezet, maar iedere gemeente en provincie is door deze wet zelf verantwoordelijk om opvangplekken te regelen voor een bepaald aantal mensen. Binnen een provincie kunnen gemeenten wel onderling ‘uitruilen’ als er maar voldoende opvangplekken komen. Daarnaast kan de staatssecretaris gemeenten dwingen opvangplekken te regelen. Hij neemt dan een besluit over de verdeling van de benodigde opvangplekken. Omgevingswet (inwerkingtreding per 1 januari 2024) Hoewel de invoering van de Omgevingswet voor de fysieke leefomgeving (vooralsnog) is uitgesteld tot 1 januari 2024, kan de filosofie van deze wet nu al worden gevolgd om ruimte te bieden aan initiatieven. Deze wet bundelt regels voor projecten in de leefomgeving en maakt ze eenvoudiger. Ook ontstaat er meer samenhang tussen plannen en activiteiten. Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen kunnen zo beter beslissingen nemen over hoe de leefomgeving nog beter kan worden benut en beschermd. De Omgevingswet en de harmonisatieopgave bieden een unieke kans om het ruimtelijk beleid anders vorm te geven. We gaan hierin van korte termijn sectoraal denken naar lange termijn integraal denken en doen.

Dit geeft ruimte voor het stimuleren van initiatieven uit de samenleving die goed passen bij ambities voor de fysieke leefomgeving. Het woonbeleid dat verwoord wordt in deze woonzorgvisie, zal worden meegenomen bij het opstellen van de gemeentelijke omgevingsvisie.

Woonzorgvisie Beesel 21.249

64

Wet regie op de volkshuisvesting (verwachtte inwerkingtreding per januari 2024) Met de Wet versterking regie op de volkshuisvesting (Wvrv) wil de overheid de regie op de volkshuisvesting herpakken. Kern van de Wvrv: meer grip op hoeveel, waar en voor wie er wordt gebouwd, dat er sneller gebouwd kan worden en dat kwetsbare mensen met urgentie een woning krijgen. De Wvrv en de aanpassing van bestaande wet- en regelgeving moet (lokale) overheden hiervoor het mandaat én het instrumentarium geven. Regie wordt herpakt door het wijzigen van bestuurlijke rollen en processen. Onder andere een toename in afstemmingsmomenten en ingrijpmogelijkheden door provincie en Rijk. De sturingsmogelijkheden nemen daardoor top-down fors toe. De bewegingsvrijheid van gemeenten wordt ingeperkt. Betaalbaarheid wordt van nog groter belang. Gemeenten krijgen een instrumentarium aangereikt om betaalbaarheid van de woningvoorraad te reguleren. Gemeenten zijn verplicht om kwetsbare doelgroepen (evenredig) te verdelen en urgenten met voorrang te huisvesten. Regie en beslissen is steeds meer top-down, terwijl de meeste uitvoeringsopgaven en -taken nog steeds bij gemeenten liggen. Sterker nog: dit takenpakket wordt met het Wvrv in potentie nog groter.

Zo is monitoring van het functioneren van volkshuisvesting verplicht voor gemeenten, net als het opstellen van een Huisvestingsverordening met urgentieregeling en kaders voor lokale prestatieafspraken. Het opstellen van een volkshuisvestingsprogramma is verplicht op gemeentelijk, provinciaal en nationaal niveau én er moet op regionaal en provinciaalniveau afstemming worden gezocht.

Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 opgenomen als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en in 2017 aangepast. Overheden moeten op grond van het Bro elke nieuwe stedelijke ontwikkeling motiveren aan de hand van de Ladder. Het instrument is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparantie bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Hierdoor wordt de ruimte in kernen optimaal benut en draagt het er tegelijkertijd aan bij dat het toekomstige woningaanbod aansluit op de behoefte vanuit huishoudens. Het is noodzakelijk om alle nieuwbouwplannen die nog niet in een geldend bestemmingsplan zitten ruimtelijk te onderbouwen en de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte voor deze woningen aan te tonen vanuit de regionale woningmarkt. Het is belangrijk om het toewijzen van woningbouwprogramma’s op specifieke locaties transparant en in lijn van de Ladder af te wegen. De woonzorgvisie is hiervoor een goed instrument. Passend toewijzen Als gevolg van de Woningwet moeten woningcorporaties hun vrijkomende sociale huurwoningen passend toewijzen. Dat wil zeggen dat 95% van de huishoudens met recht op huurtoeslag een woning krijgt toegewezen met een huur onder de aftoppingsgrens. Vanwege toetsing op inkomens kunnen veel doelgroepen niet meer in een sociale huurwoning terecht.

Dit zijn veelal de (lage) middeninkomens. Door strengere leennormen vallen deze huishoudens soms tussen wal en schip. Woonwagen- en standplaatsenbeleid Voor de gemeenten ligt er een opgave om het Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid (opgesteld door de Rijksoverheid) uit te voeren. Gerechtelijke uitspraken van onder meer het Europees Hof voor de Rechten van de Mens die ten grondslag liggen aan het beleidskader hebben als kern: het

Woonzorgvisie Beesel 21.249

65

beschermen van woonwagenbewoners tegen discriminatie, het waarborgen van hun mensenrechten en het bieden van rechtszekerheid en duidelijkheid. Concreet betekent dit dat de gemeente in het huisvestingsbeleid de opdracht van de Rijksoverheid heeft gekregen om: • Woonwagenbewoners in staat stellen in familieverband op een woonwagenlocatie te wonen • De behoefte aan standplaatsen helder in beeld houden • Toegelaten instellingen laten voorzien in huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot de doelgroep behoren • In overleg te treden met woonwagenbewoners om hun woningbehoefte in kaart te brengen • Een woningzoekende woonwagenbewoner met banden met de gemeente, binnen een redelijke termijn kans te bieden op een standplaats.

Parijs en Klimaatakkoord Op het vlak van duurzaamheid is de volgende wetgeving en regelgeving relevant: • Het Klimaatakkoord als onderdeel van het Nederlandse klimaatbeleid. Het is een overeenkomst tussen veel organisaties en bedrijven in Nederland om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Het doel: de CO2-uitstoot in 2030 met 49% verminderen. • In de Transitievisie Warmte staan voorstellen over een energietransitie met een belangrijke pijler gericht op isoleren van de bestaande woningvoorraad. • Het interbestuurlijk programma (IBP) over energie biedt handvatten voor regio’s voor het opstellen van een regionale energiestrategie. • Nationale kaders van klimaatadaptatie, zoals de Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS). D.2 Provinciale & regionale beleidskaders Limburgse Agenda Wonen 2020 – 2023 De Limburgse Agenda Wonen maakt duidelijk hoe de provincie vanuit het beleidsveld wonen een bijdrage kan leveren aan een gezonde Limburgse woningmarkt. Deze ‘Limburgse Agenda Wonen 2020 – 2023’ is een nadere uitwerking van de in november 2019 opgeleverde ‘Doorkijk Nieuwe Limburgse Agenda Wonen 2020 – 2023’. Het betreft een nadere uitwerking op basis van reacties en input die geleverd zijn door partners en politiek op de voorgestelde activiteiten in relatie tot wonen en de woningmarkt. Deze Agenda geeft daarmee richting aan die activiteiten waar we ons op gaan richten.

Doorstroming op de woningmarkt staat centraal. En om dit te bewerkstelligen zet de provincie in op drie acties: versnellen, versterken en doorzetten. Regionale woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 De regionale woonvisie Noord-Limburg is opgesteld door de acht Noord-Limburgse gemeenten. Het gaat om een regionale visie op hoofdlijnen, die de regio de aankomende vier jaar richting geeft en de basis vormt voor lokale uitwerkingen. Een tweetal grote regionale opgaven komen aan bod in de regionale woonvisie: 1) mismatch woningbehoefte en woningvoorraad en 2) een zoektocht om alle doelgroepen een plek te geven binnen de regionale woningmarkt. Deze gemeentelijke woonzorgvisie zal aansluiten bij de uitgangspunten en de opgestelde acties zoals omschreven in het actieplan. Regionale Woondeal Limburg In maart 2023 is de regionale Woondeal Limburg getekend. Afgesproken is dat in Limburg minimaal 26.550 nieuwe woningen gebouwd worden met een ambitie voor 20.000 extra. Het gaat hierbij om een productie van circa 3.000 woningen per jaar. Landelijk, provinciaal en in de regio gaat 2/3 van de nieuwbouw verplicht bestaan

Woonzorgvisie Beesel 21.249

66

uit betaalbare woningen. Van de nieuwbouw is 40% bedoeld voor middeninkomens. Voor sociale huur geldt dat gemeenten in de nieuwbouw een been moeten bijtrekken om op 30% te komen, als ze nu een lager aandeel hebben, terwijl gemeenten die al (ruim) boven het gemiddelde zitten meer moeten bouwen voor de middeninkomens. De Limburgse woondeal is derhalve uitgewerkt door een onderscheid te maken tussen een eerste en korte (2022-2024) en een tweede en langere termijn (20252030). ln de eerste termijn realiseert Limburg zo snel mogelijk de plannen die zo goed als uitvoering gereed zijn. ln de opmaat naar én gedurende de tweede termijn voeren de partijen, daar waar de kwaliteit in relatie tot de behoefte dat vraagt, wijzigingen door in de planvoorraad. Deze plannen zullen dan ook in de daadwerkelijke realisatie vanaf 2025 landen. Op basis van de regionale Woondeal is afgesproken dat we in de gemeente Beesel 261 woningen toevoegen in de periode 2022-2024. Voor de periode na 2025 zijn nog geen harde afspraken gemaakt. De komende tijd worden de bouwplannen voor Limburg verder uitgewerkt. Gemeenten, regio, provincies en het Rijk werken samen met woningbouwcorporaties en marktpartijen om dit proces te versnellen. De Provincie Limburg ondersteunt gemeenten hierbij door partijen aan elkaar te verbinden, kennis te delen en te ondersteunen.

D.3 Gemeentelijk Structuurvisie Beesel De Structuurvisie Beesel geeft een algeheel strategisch en duurzaam ruimtelijk kader voor de toekomstige ontwikkeling van de gemeente Beesel over de komende twintig jaar. De gemeente stelt hiermee niet alleen vast welke ontwikkelingen er plaatsvinden, maar ook hoe deze ontwikkelingen gerealiseerd worden. In de structuurvisie spreken we de ambitie uit om als gemeente te streven naar het creëren van een evenwichtige woningvoorraad. Een woningvoorraad met aandacht voor betaalbaarheid, kwaliteit en duurzaamheid. Dit wordt gedaan door het verhogen van de betaalbaarheid van wonen, het verhogen van het aantal seniorenwoningen en het aanbieden van energiezuinige woningen. De structuurvisie zal onder de Omgevingswet vervangen worden door een Omgevingsvisie. De woonzorgvisie fungeert als bouwsteen voor de Omgevingsvisie.

Prestatieafspraken 2023 Beesel Elk jaar maakt de gemeente Beesel prestatieafspraken met de woningcorporaties en de huurdersbelangenverenigingen. In de zogenoemde ‘jaarschijf’ wordt benoemd welke resultaten er in 2023 behaald willen worden om bij te dragen aan de realisatie van onze meerjarige doelen en ambities. Een belangrijk deel wordt benoemd langs vaste acties en indicatoren (aantal nieuwbouw, sloop, renovatie, aantal betaalbare woningen, energielabelstappen, ontruimingen, het huisvesten vergunninghouders etc.). Daarnaast is er ruimte voor nieuw beleid dat inspeelt op actuele ontwikkelingen en opgaven. Afwegingskader woningbouwverzoeken 2021 Het afwegingskader woningverzoeken is bedoeld om nieuwe woningbouwontwikkelingen te kunnen sturen. Het kader wordt toegepast bij (ver)bouwplannen waarbij woningen worden toegevoegd aan de bestaande woningvoorraad welke niet rechtstreeks of via een binnenplanse vrijstelling zijn toegestaan in het bestemmingsplan.

Woonzorgvisie Beesel 21.249

67

Het afwegingskader is een middel om tot een goede beoordeling te komen van woningbouwverzoeken. Tevens kent Gemeente Beesel ook structuurvisies en is er ander (regionaal)beleid. Ook deze beleidsstukken zijn van toepassing bij de beoordeling van initiatieven.

Lokaal actieplan wonen: kern Beesel De kern Beesel heeft een lokaal actieplan wonen opgesteld. Centraal in het programma staat het invullen van de woonbehoeften doormiddel van een goed woningbouw programma. Transitievisie Warmte De gemeente Beesel heeft de ambitie uitgesproken om de energietransitie te bevorderen door een duurzame warmtevoorziening te ontwikkelen in de gemeente. Voorzieningen zoals warmtepompen, warmte-koude-opslag, biomassa en geothermie.. Deze duurzame warmtevoorzieningen moeten tegelijkertijd betaalbaar en toegankelijk zijn voor alle inwoners. Om deze ambitie waar te maken, heeft de gemeente Beesel een Transitievisie Warmte voorgesteld. Hiermee ondersteunt de gemeente ook de lokale economie door het creëren van nieuwe arbeidsplaatsen. Maar ook door het stimuleren van lokale bedrijven die betrokken zijn bij de ontwikkelingen van de nieuwe warmtevoorziening.

Woonzorgvisie Beesel 21.249

68

Bijlage F: Begrippenlijst Betaalbare woningen Huurwoningen met een kale huur tot circa € 1.000 (sociale huur en midden huur) en koopwoningen tot € 355.000 (prijspeil 2023). (Buiten) bestaand stedelijk gebied (BSG) Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en ook de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. (Collectief) Particulier Opdrachtgeverschap (CPO/PO) Particulier Opdrachtgeverschap is een vorm van projectontwikkeling, waarbij een particulier opdrachtgever is voor de bouw van een woning. Dit wordt ook wel zelfbouw genoemd. Bij Collectief Particulier Opdrachtgeverschap is een groep toekomstige bewoners gezamenlijk opdrachtgever voor hun eigen nieuwbouwproject. Doorstromers Huishoudens die een andere woning betrekken en daarbij hun huidige woning vrijmaken. Extramuraal Een term die gebruikt wordt binnen de Wet langdurige zorg. Extramuraal betekend zorg op een locatie, dit kan ‘thuis’ zijn of in een (geclusterde) woonvorm waarbij de huisarts zelf nog de behandeling uitvoert. Flexwoningen Een tijdelijke woningen, die voor een bepaalde tijd (veelal maximaal 10 jaar) op een tijdelijke locatie (omgevingsvergunning) mogen worden gebouwd en / óf die getoetst zijn aan tijdelijke woningen zoals gedefinieerd in het bouwbesluit.

Grondgebonden woningen Een grondgebonden woning is een woning die rechtstreeks toegankelijk is op het straatniveau waarvan 1 van de woonlagen aansluit op het maaiveld. Grondgebonden woningen hebben meestal een op de grond gelegen tuin en/of erf.

Woonzorgvisie Beesel 21.249

69

Intramuraal Intramuraal is een term die gebruikt wordt binnen de Wet langdurige zorg. Intramuraal betekend opgenomen in een woonzorg locatie waarbij zowel verzorging als zorg door bijvoorbeeld een arts of ouderengeneeskundige intern door de zorgaanbieder georganiseerd wordt. Een voorbeeld van intramurale zorg is Porta Silva. Levensloopbestendige woning Levensloopbestendige woningen zijn zelfstandige woningen die geschikt is (of eenvoudig geschikt te maken) voor bewoning tot op hoge leeftijd, ook in geval van fysieke handicaps of chronische ziekten van bewoners. Een levensloopbestendige woning voldoet aan de eisen van Woonkeur. Levensloopbestendige woning volgens Woonkeur Een levensloopbestendige woning voldoet aan de eisen van Woonkeur. Het aanbod wordt volgens de eisen van Woonkeur onderscheiden in drie klassen. Deze klassen geven de mate van toegankelijkheid van de woning aan voor mensen met de hierboven genoemde mobiliteitsbeperking, te weten: • Nultredenwoning. Bij deze woning is de entree zonder traptrede(n) te bereiken. De primaire vertrekken (hoofdslaapkamer, woonkamer, keuken, toilet en badkamer) zijn eveneens zonder traplopen te bereiken.

Dit type woning is geschikt voor bewoners die gebruik maken van een wandelstok (mobiliteitsklasse A); • Nultredenwoning met voldoende bewegingsruimte en zonder obstakels binnenshuis om met een rollator te kunnen manoeuvreren (mobiliteitsklasse Ben B+). • Nultredenwoning met voldoende bewegingsruimte en zonder obstakels binnenshuis om met een rolstoel te kunnen manoeuvreren (mobiliteitsklasse C). Levensloop ready woning Met levensloop ready woningen bedoelen we woningen die de mogelijkheid hebben met relatief kleine aanpassingen wel geschikt te maken zijn om levensloopbestendig te zijn. Denk hierbij aan een speelkamer beneden die omgebouwd kan worden tot een slaapkamer of een locatie waar een douche met de juiste afmetingen geplaatst kan worden. Middenhuur Een huurwoning als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder j van het Besluit ruimtelijke ordening. Middeninkomen Tot de middeninkomens worden alle huishoudens met een (gezamenlijk) belastbaar jaarinkomen tussen € 45.000 en € 60.000 gerekend. Sociale huur Een huurwoning als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder d van het Besluit ruimtelijke ordening;

Woonzorgvisie Beesel 21.249

70

Senioren Huishoudens met één of meer personen in de AOW-leeftijd. Starters Huishoudens die een woning betrekken en daarvoor niet zelfstandig woonden. Sterke schouders Met sterke schouders bedoelen we (toekomstige) inwoners of woningzoekende die kan bijdragen aan de gemeenschap door het hebben van kwaliteiten. Dit kan zijn de mogelijkheden hebben voor bieden van vrijwilligerswerk, een hogere sociale economische status of anders. Vrijesectorhuurwoning Of geliberaliseerde huurwoning. Huurwoning met een huurprijs boven de liberalisatiegrens van € 808,06 per maand (prijspeil 2023).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=e4d2959b-5ebd-47bb-ac33-9a1f4136603d