CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Rustoord Reuver motivering en regels

Besluitvormende raadsvergadering 1 juli 2025, gemeente BeeselBij agendapunt: Vaststelling omgevingsplanwijziging Rustoord Reuver23.272 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

61/120

Spuitzones vanwege gewasbeschermingsmiddelen. Gezondheidsbevordering Bij de afweging van de gezondheidsgevolgen kunnen ook gezondheidsbevorderende aspecten een rol spelen zoals bijvoorbeeld een groene leefomgeving, ruimte voor beweging, beschikbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen en sociale cohesie. In het Bkl zijn ook nog andere onderwerpen opgenomen die een relatie hebben met gezondheid, zoals de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen met een handicap (artikel 5.162 Bkl). 4.16.2 Toetsing Gezondheidsbescherming De omgevingsaspecten in relatie tot gezondheidsbescherming zijn in dit hoofdstuk uitgebreid onderzocht. Voor bijvoorbeeld de omgevingsaspecten bodemkwaliteit, waterkwaliteit, luchtkwaliteit, geluidhinder en omgevingsveiligheid blijkt dat aan de normen wordt voldaan, dan wel dat hiervoor de nodige maatregelen kunnen worden getroffen om aan deze normen te voldoen. Op deze plaats volstaat kort de conclusie dat er gelet op de gestelde normen voor geen enkel omgevingsaspect belemmeringen zijn voor de beoogde ontwikkeling van woningen op de planlocatie. Daarnaast wordt rond de beoogde bebouwing veel groen toegevoegd. Dit heeft een positief effect op het voorkomen van hittestress en het infiltreren en bergen van hemelwater.

Geitenhouderijen Op basis van verschillende onderzoeken (Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO)) is aangetoond dat er verhoogde gezondheidsrisico's (verhoogde kans op longontsteking) zijn wanneer in de nabijheid (1,5 tot 2 kilometer) van een geitenhouderij wordt gewoond. Dit moet in overweging worden genomen in het kader van een goed woonen leefklimaat. De dichtstbijzijnde geitenhouderij ligt op circa 5,5 kilometer ten noorden van het plangebied (adres Aan de Loërdijk 4 Venlo). Het plangebied ligt dan ook niet binnen het invloedsgebied van een geitenhouderij. Zodoende vormt dit aspect dan ook geen belemmering voor het plan of andersom. Endotoxinen vanwege varkens- of pluimveehouderijen Op basis van de notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxinen toetsingskader 1.0 kan worden beoordeeld of er sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Dit is met name het geval bij omschakeling naar, nieuwvestiging of uitbreiding van dergelijke bedrijven. Voor de omgekeerde werking (realisatie van een kwetsbaar object zoals een woning in de omgeving van een dergelijke veehouderij) kan gebruik worden gemaakt van de afstandsbepaling uit het toetsingskader. Op basis daarvan kan worden bepaald of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat met betrekking tot endotoxinen.

RUD Limburg-Noord adviseert om bij een situatie waarbij binnen een afstand van 250 meter van het te realiseren kwetsbare object een veehouderij is gelegen, de genoemde afstandsbepaling toe te passen. Als uit blijkt dat niet voldaan kan worden aan de afstand dan, adviseert RUD Limburg-Noord negatief te besluiten op de ontwikkeling. Het plan is niet gelegen binnen 250 meter van een veehouderij met welke diersoort dan ook. De dichtstbijzijnde veehouderij bevindt zich immers op ongeveer 985 meter van het plangebied (Biggen, Scheiweg 3 Reuver), zie paragraaf 4.9. Daarom is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkensof pluimveehouderijen.

62/120

Spuitzones vanwege gewasbeschermingsmiddelen In het kader van een goed woon- en leefklimaat moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Als gevolg van die afweging kan het nodig zijn om een spuitvrije zone aan te houden tussen gevoelige functies zoals woningen en percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Het plangebied wordt aan alle zijden omgeven door bebouwd gebied. In de directe omgeving van het plangebied liggen dan ook geen gronden waar (mogelijk) sprake is van een spuitzone. Spuitzones vormen dan ook geen belemmering voor dit plan. Gezondheidsbevordering De omvang van de projectlocatie en aard van het project zijn niet dusdanig dat het project breed bijdraagt aan gezondheidsbevordering. Op projectniveau geldt dat de woningen bedoeld zijn voor diverse doelgroepen. De woningen zullen voldoen aan de hedendaagse duurzaamheidseisen. Het project maakt geen inbreuk op de groene leefomgeving. De bewoners en gebruikers van het plangebied worden daarnaast gestimuleerd om te verblijven in de buitenruimte door middel van een aantrekkelijke groene plek met diverse mogelijkheden voor ontspannen. 4.16.3 Conclusie Met de planontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan gezondheidsbescherming en gezondheidsbevordering.

4.17 Kabels en leidingen 4.17.1 Wettelijk kader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18 inch; defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch.

63/120

4.17.2 Toetsing In het tijdelijke deel van het omgevingsplan liggen in en nabij de planlocatie geen planologisch relevante leidingen. In en nabij de planlocatie zijn dan ook geen planologisch relevante leidingen en/of telecommunicatieverbindingen aanwezig die een belemmering vormen voor de ontwikkeling of waarvoor de ontwikkeling een belemmering is. Conclusie Gelet op het voorgaande staat het aspect kabels en leidingen de uitvoering van de beoogde ontwikkelingen niet in de weg.

64/120

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Financiële uitvoerbaarheid en kostenverhaal

Indien een wijziging van het omgevingsplan een nieuwe kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk maakt is kostenverhaal aan de orde. Kostenverhaalplichtige activiteiten zijn opgenomen in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. De bouw van één of meer gebouwen met een woonfunctie behoort tot de kostenverhaalplichtige activiteiten. Op grond van artikel 13.12 Ow is het verboden kostenverhaalplichtige activiteiten uit te voeren voordat de hiervoor geldende kostenverhaalbijdrages zijn betaald. Dit verbod geldt niet in het geval dat het kostenverhaal is verzekerd. Op grond van artikel 8.14 kan het bevoegd gezag beslissen van het kostenverhaal af te zien. Dit kan in drie gevallen, - bedraagt, er geen verhaalbare kosten bouwrijp maken zijn (als bedoeld in de onderdelen A5 tot en met A9 van bijlage IV) of de verhaalbare kosten alleen de aansluiting van een locatie op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen. In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling economisch niet evident onuitvoerbaar is. Dit houdt in dat: 1. de ruimtelijke ontwikkeling niet evident financieel onuitvoerbaar mag zijn; en 2. als de ruimtelijke ontwikkeling kostenverhaalplichtige activiteiten omvat, het kostenverhaal verzekerd moet zijn.

Economische uitvoerbaarheid De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling ziet toe op de nieuwbouw ontwikkeling op initiatief van de initiatiefnemer. De gemeente en initiatiefnemer hebben voor deze ontwikkeling een anterieure overeenkomst afgesloten waarin onder meer het kostenverhaal is geregeld. Regels kostenverhaal in het TAM-omgevingsplan zijn om deze reden niet noodzakelijk. Een exploitatieplan is om deze reden niet noodzakelijk. De initiatiefnemer realiseert deze ruimtelijke ontwikkeling op basis van een exploitatie begroting, waaruit blijkt dat de ruimtelijke ontwikkeling financieel uitvoerbaar is. De initiatiefnemer realiseert deze ruimtelijke ontwikkeling in overleg met de gemeente Beesel en kosten zullen voor rekening en risico komen bij de initiatiefnemer. Voor de planontwikkeling en uitvoering zijn door de initiatiefnemer voldoende middelen gereserveerd.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.1

Voorbereiding

Het concept-ontwerp TAM-IMRO omgevingsplan is toegezonden aan de diverse overleginstanties. Provincie Limburg In haar reactie meldt de provincie Limburg dat zij op basis van de aangeleverde stukken geen aanleiding zien voor het maken van opmerkingen, zie bijlage 11.

65/120

Veiligheidsregio Limburg-Noord De veiligheidsregio heeft aangegeven dat het aspect externe veiligheid niet relevant is. De gebouwen in het plangebied liggen buiten het brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebied van een route voor gevaarlijke stoffen, het spoor Venlo-Roermond en de hogedruk buisleiding Z-509-01. 5.2.2

Participatie

Op 12 december 2023 is een inloopavond gehouden, bijgevoegd het verslag van deze avond, zie bijlage 9. De de reacties die zijn ontvangen is er een voorlopig ontwerp opgesteld door de architect dat de basis vormt voor onderhavig plan. Op 11 december 2024 heeft een nieuwe inloopavond gepland voor omwonenden, waarbij de laatste plannen zijn getoond. Door de circa 60 belangstellenden werd enthousiast gereageerd op de plannen. Een enkeling vroeg zich af of het parkeren wel voldoende is. Daarnaast heeft één iemand problemen met het uitzicht ter plaatse van de middenhuur appartementen. Er waren veel verzoeken om in te mogen schrijven voor de beschikbare huurwoningen en huurappartementen. Het verslag van deze avond is als bijlage 10 bijgevoegd. 5.2.3

Ontwerp

Het ontwerpbesluit wijziging omgevingsplan heeft voor zes weken ter visie gelegen voor het indienen van zienswijzen. Op dit TAM-omgevingsplan is één zienswijze ontvangen. Het TAM-omgevingsplan wordt ongewijzigd vastgesteld. 5.2.4

Beroep

Na vaststelling van het wijzigingsbesluit wordt het plan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking

66/120

Hoofdstuk 6

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties betekent dat er balans bestaat tussen het beschermen en benutten ten gevolge van de verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Het bevoegd gezag moet beoordelen of bij realisering van de aangevraagde activiteit(en) sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover die betrekking hebben op de aangevraagde activiteit) zorgvuldig worden onderzocht en afgewogen. Dat is in de voorgaande hoofdstukken gebeurd. Voor de beoordeling van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten, voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit, nader onderzocht in de hoofdstukken 3 en 4. Getoetst is aan het geldende beleid op diverse overheidsniveaus. Hieruit is gebleken dat het project past binnen de relevante beleidskaders en dat wordt voldaan aan instructieregels. Er heeft voor diverse omgevingsaspecten een afweging plaatsgevonden, waarbij steeds de conclusie kan worden getrokken dat het voorgenomen project niet leidt tot onacceptabele effecten op de fysieke leefomgeving. Als voorwaarde voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen zijn geluidregels opgenomen in dit TAM-omgevingsplan.

Gelet op het voorgaande is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties met de ontwikkeling van maximaal 52 woningen.

67/120

Regels

96/120

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Toepassingsbereik

Omgevingsplan gemeente Beesel

Dit plan wijzigt het omgevingsplan gemeente Beesel in die zin dat na hoofdstuk 22 van het omgevingsplan gemeente Beesel [een hoofdstuk 22a] wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan. De hoofdstukken in dit plan moeten gelezen worden als paragrafen van [hoofdstuk 22a] van het omgevingsplan gemeente Beesel. In de artikelkop van de artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22a.] gelezen worden. In de kop van de bijlagen moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '[22a.] gelezen worden. 1.2

Tijdelijk omgevingsplan - bestemmingsplan

De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in 1.4. 1.3

Tijdelijk omgevingsplan - bruidsschat

De regels in afdeling 22.2 en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. 1.4

Verwijzing naar verbeelding

De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Rustoord Reuver, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0889.OPRustoord-VA01.

97/120

Artikel 2

Begrippen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen: 2.1

Van toepassing verklaring

Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk van het omgevingsplan. 2.2

Aanvullende begrippen

In aanvulling op het bepaalde in 2.1 gelden voor de toepassing van dit omgevingsplan de begrippen als bedoeld in 2.3 tot en met 2.19. 2.3

plan

Het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Rustoord Reuver met identificatienummer NL.IMRO.0889.OPRustoord-VA01 van de gemeente Beesel bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten zoals vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0889.OPRustoord-VA01 met de in dit plan opgenomen regels en de daarbij behorende bijlagen. 2.4

aan-huis-gebonden bedrijfsactiviteiten

a. het bedrijfsmatig verlenen van diensten; b. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk; dat door zijn beperkte omvang in een woning met bijbehorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend. 2.5

aan-huis-gebonden beroepsactiviteiten

het aan huis uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten dat door zijn beperkte omvang binnen de woning en de daarbij behorende gebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend. Deze diensten kunnen betrekking hebben op juridisch, medisch, therapeutisch, administratief kunstzinnig, ontwerptechnisch of daarmee gelijk te stellen gebied. 2.6

bed en breakfast

een voorziening voor overnachting met het serveren van ontbijt, als toeristisch-recreatieve activiteit, ondergeschikt aan de woonfunctie. Het bieden van overnachtingsmogelijkheid aan personen die tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid verrichten valt niet onder bed & breakfast. 2.7

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolgde de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 2.8

bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel.

98/120

2.9

gestapelde bebouwing

één hoofdgebouw met zelfstandige woningen en of woonruimten die zich boven en naast elkaar bevinden. 2.10

hoofdgebouw

een of meer gebouwen, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 2.11

huishouden

een of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren. 2.12

kamerverhuur

woonvorm, voor niet-recreatieve bewoning, waarbij een pand wordt bewoond door meerdere personen die geen gezamenlijk huishouden vormen, en waarbij de afzonderlijke huishoudens afhankelijk zijn van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken en/of doucheruimte met toilet) buiten de woonruimte. 2.13

levensloopbestendige woning

een woning die zonder trappen van buiten af bereikbaar, rolstoeltoe- en doorgankelijk en drempelvrij is en waarbij de zogenoemde primaire ruimtes (keuken, badkamer en toilet, woonkamer en minimaal één slaapkamer) zich op dezelfde woonlaag bevinden. Een levensloopbestendige woning heeft ten slotte ook aansluitingen en een opstelruimte voor een wasmachine op dezelfde bouwlaag. 2.14

levensloop-ready woning

een woning die eenvoudig aanpasbaar is naar een levensloopbestendige woning. Dat wil zeggen dat wanneer de primaire ruimtes nog niet allemaal als zodanig in gebruik zijn, deze qua aanwezige aansluitingen en indeling wel geschikt zijn om eenvoudig aangepast te worden naar bijvoorbeeld een bad- of slaapkamer. 2.15

locatievlak

Een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een gebruiksdoel. 2.16

pension

Deel van een woning of daarbij behorend gebouw met als doel het met het oog op recreatie aan 5 of meer personen op ten minste 2 en maximaal 10 kamers verstrekken van logies voor langere of kortere tijd. Met als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden en/ of dranken aan de logerende gasten, een en ander zonder vermaakfunctie. 2.17

voorgevelrooilijn

de grens van het bouwvlak die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd. 2.18

waterhuishoudkundige voorzieningen

voorzieningen die nodig zijn voor een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit. Hieronder vallen onder andere duikers, stuwen, gemalen, inlaten en voorzieningen voor berging en infiltratie van hemelwater. 2.19

woning

een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden.

99/120

Artikel 3

Meet- en rekenbepalingen

In aanvulling op artikel 22.24 van dit omgevingsplan, gelden de volgende meet- en rekenbepalingen. 3.1

afstand tot de zijdelingse perceelgrens

deze wordt gemeten vanaf het dichtst bij de perceelsgrens gelegen punt van het gebouw op 1 m boven peil en haaks op de perceelsgrens. 3.2

bebouwd oppervlak van een bouwperceel

de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken, gemeten buitenwerks en 1 m boven peil. 3.3

bebouwingspercentage

het oppervlak dat met bouwwerken mag worden bebouwd. Dit wordt uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat ligt: a. binnen de bestemming; b. binnen een in de planregels aangeduid gedeelte van die bestemming. 3.4

bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 3.5

breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk

deze wordt gemeten tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren, op 1 m boven peil. De grootste maat bepalend is daarvoor bepalend. 3.6

dakhelling

deze wordt gemeten langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 3.7

goothoogte van een bouwwerk

deze wordt gemeten vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 3.8

inhoud van een bouwwerk

deze wordt gemeten tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 3.9

oppervlakte van een bouwwerk

deze wordt gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

100/120

Hoofdstuk 2 Artikel 4 4.1

Regels voor functies en activiteiten

Groen

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0889.OPRustoord-VA01 is aangewezen voor het gebruiksdoel 'Groen'. 4.2

Beschrijving gebruiksdoel

Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel 'Groen' heeft de volgende functies: a. plantsoenen, groenstroken; b. bermen en beplantingen; c. speelvoorzieningen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. ondergrondse en/of bovengrondse infiltratievoorzieningen; f. verkeersdoeleinden; g. nutsvoorzieningen. 4.3

Gebruiksactiviteit - verboden

4.3.1 Algemeen Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 4.2 genoemde functies van de gronden. 4.4

Bouwactiviteiten - beoordelingsregels

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het omgevingsplan van de gemeente Beesel gelden voor een aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken tevens de volgende beoordelingsregels. 4.4.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende: a. bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in 4.2; b. alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegestaan. 4.4.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 5 m zijn.

101/120

Artikel 5 5.1

Verkeer

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0889.OPRustoord-VA01 is aangewezen voor het gebruiksdoel 'Verkeer'. 5.2

Beschrijving gebruiksdoel

Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel 'Verkeer' heeft de volgende functies: a. voorzieningen voor verkeer en verblijf; b. ter plaatse van de aanduiding 'langzaam verkeer' uitsluitend voorzieningen voor langzaam verkeer; c. parkeervoorzieningen; d. groenvoorzieningen; e. speelvoorzieningen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 5.3

Gebruiksactiviteit - verboden

5.3.1 Algemeen Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 5.2 genoemde functies. 5.4

Bouwactiviteiten - beoordelingsregels

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het omgevingsplan van de gemeente Beesel gelden voor een aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken tevens de volgende beoordelingsregels. 5.4.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende: a. bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in 5.2; b. alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegestaan. 5.4.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 10 m zijn.

102/120

Artikel 6 6.1

Wonen

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0889.OPRustoord-VA01 is aangewezen voor het gebruiksdoel 'Wonen'. 6.2

Beschrijving gebruiksdoel

Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel 'Wonen' heeft de volgende functies: a. wonen in woningen; b. aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten; c. webwinkels; d. tuinen, erven en verhardingen; e. parkeervoorzieningen ten dienste van de woning; f. voorzieningen voor verkeer en verblijf; g. groenvoorzieningen, bermen en beplantingen; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 6.3

Gebruiksactiviteit - nadere regels

6.3.1 Gebruik ten behoeven van aan huis verbonden beroepsactiviteiten Voor het gebruik van aan huis verbonden beroepsactiviteiten in de woning of in bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels; a. de woonfunctie blijft in overwegende mate gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning wordt niet aangetast; b. maximaal 60 m² van het vloeroppervlak van de woning inclusief de daarbij behorende bouwwerken mag als zodanig worden gebruikt; c. degene die de activiteiten uitvoert, is tevens de bewoner van de woning; d. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; e. de parkeerbalans niet onevenredig nadelig wordt beïnvloed, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 10.1; f. er geen detailhandel plaatsvindt, met uitzondering van beperkte detailhandel, ondergeschikt aan en in direct verband met de aan huis verbonden beroepsactiviteit; g. maximaal één reclame-uiting met een afmeting van ten hoogste 0,5 x 1 m. 6.3.2 Gebruik ten behoeve van aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten Voor het gebruik van aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten in de woning of in bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels; a. de woonfunctie blijft in overwegende mate gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning wordt niet aangetast; b.

maximaal 25 m² van het vloeroppervlak van de woning inclusief de daarbij behorende bouwwerken mag als zodanig mag gebruikt; c. de activiteiten bedrijven betreffen die activiteiten die voorkomen in de categorie 1, zoals genoemd de Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis verbonden bedrijvigheid (Bijlage 1).

103/120

d. er geen erotisch getinte bedrijvigheid of horeca-activiteiten plaatsvinden; e. er geen detailhandel plaatsvindt, met uitzondering van beperkte detailhandel, ondergeschikt aan en in direct verband met de aan huis verbonden bedrijfsactiviteit. f. degene die de activiteiten uitvoert, is tevens de bewoner van de woning; g. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; h. de parkeerbalans niet onevenredig nadelig wordt beïnvloed, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 10.1; i. maximaal één reclame-uiting met een afmeting van ten hoogste 0,5 x 1 m. 6.3.3 Gebruik ten behoeve van webwinkel Voor het gebruik van een webwinkel bij of in de woning gelden de volgende regels: a. de maximale oppervlakte voor het gebruik als webwinkel (inclusief opslag van goederen) mag maximaal 25 m² zijn; b. uitstalling, bezichtiging, verkoop en afhalen van goederen is niet toegestaan; c. wonen ter plaatse moet de hoofdfunctie blijven; d. degene die de bedoelde activiteit uitoefent, woont op het zelfde perceel; e. de webwinkel mag niet zoveel verkeer aantrekken dat: 1. de woonomgeving onevenredig wordt belast; 2. extra verkeersmaatregelen, waaronder parkeervoorzieningen, noodzakelijk zijn, tenzij deze op eigen terrein worden aangelegd; f.

reclame-uitingen ten behoeve van de webwinkel zijn niet toegestaan. 6.4

Gebruiksactiviteit - verboden

6.4.1 Algemeen a. Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 6.2 genoemde functies van de gronden. b. Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in 6.3 opgenomen nadere regels over het gebruik van gronden en bouwwerken. 6.5

Gebruiksactiviteit - omgevingsplanactiviteit

6.5.1 Afwijken gebruiksactiviteit Met een omgevingsvergunning kan een gebruiksactiviteit worden toegelaten die in strijd is met lid 6.2 voor: a. het gebruik van een deel van de woning en/of aangebouwde bijbehorende bouwwerken voor kleinschalige verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van een bed & breakfast. b. het gebruik van een deel van de woning en/of aangebouwde bijbehorende bouwwerken voor kleinschalige verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van een pension. 6.5.2 Beoordelingsregels a. De omgevingsvergunning genoemd onder 4.8 onder a kan worden verleend als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels: 1. de bed and breakfast wordt gerealiseerd in een woning, bestaande uit het hoofdgebouw inclusief eventuele aangebouwde bijbehorende bouwwerken, en niet in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk; 2. het gebruik ten behoeve van de bed and breakfast gekoppeld en ondergeschikt moet zijn aan de

104/120

woonfunctie ter plaatse; 3. tegelijkertijd aan niet meer dan vier personen bed and breakfast wordt geboden; 4. de bed and breakfastvoorziening: door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet kan functioneren als een zelfstandige woning; geen aparte kookgelegenheid in de voorziening heeft; de cultuurhistorische, monumentale en/of architectonische waarden van de woning niet worden aangetast; 5. geen onevenredig nadelige gevolgen voor de parkeerbalans ontstaan; 6. geen onevenredige nadelige gevolgen ontstaan voor het woon- en leefklimaat van omwonenden; 7. geen onevenredige nadelige gevolgen ontstaan voor de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven; 8. detailhandel is niet toegestaan; 9. reclame-uitingen ten behoeve van de bed and breakfast niet zijn toegestaan. b. De omgevingsvergunning genoemd onder 4.8 onder b kan worden verleend als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels: 1. het pension wordt gerealiseerd in een woning, bestaande uit het hoofdgebouw inclusief eventuele aangebouwde bijbehorende bouwwerken, en niet in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk; 2. het gebruik ten behoeve van een pension gekoppeld en ondergeschikt moet zijn aan de woonfunctie ter plaatse; 3. er logiesmogelijkheden worden aangeboden voor 5 of meer personen, verdeeld over minimaal 2 en maximaal 10 kamers; 4.

er als nevenactiviteit maaltijden en/of dranken mogen worden verstrekt aan logerende gasten; 5. de pensionvoorziening: door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet kan functioneren als een zelfstandige woning; geen aparte kookgelegenheid in de voorziening heeft; de cultuurhistorische, monumentale en/of architectonische waarden van de woning niet worden aangetast; 6. geen onevenredig nadelige gevolgen voor de parkeerbalans ontstaan; 7. geen onevenredige nadelige gevolgen ontstaan voor het woon- en leefklimaat van omwonenden; 8. geen onevenredige nadelige gevolgen ontstaan voor de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven; 9. detailhandel is niet toegestaan; 10. reclame-uitingen ten behoeve van het pension niet zijn toegestaan. 6.6

Bouwactiviteiten - beoordelingsregels

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het omgevingsplan van de gemeente Beesel gelden voor een aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken tevens de volgende beoordelingsregels. 6.6.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende: a. bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in 6.2; b. alleen toegestaan zijn: 1. hoofdgebouwen; 2. bijbehorende bouwwerken;

105/120

3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. Het totaal aantal wooneenheden mag maximaal 52 bedragen; d. Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is maximaal het aangegeven aantal wooneenheden toegestaan; e. Ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan; f. Ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' zijn uitsluitend aaneengebouwde woningen toegestaan. 6.6.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd; b. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; c. De goothoogte van een hoofdgebouw is maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte. d. De bouwhoogte van een hoofdgebouw is maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte. e. Voor aaneengebouwde woningen geldt verder: 1. De maximale diepte van het hoofdgebouw bedraagt 14 m, met dien verstande dat deze diepte met 6 m, over één bouwlaag, mag worden verlengd indien de woning levensloopbestendig of levensloop-ready wordt uitgevoerd. 2. De breedte van het hoofdgebouw bedraagt minimaal 5,4 m. 3. De inhoud van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 1.000 m3.

6.6.3 Bijbehorende bouwwerken In aanvulling op/in afwijking van artikel 22.27 en 22.36 van het omgevingsplan van de gemeente Beesel gelden de volgende regels voor bijbehorende bouwwerken: a. Bijbehorende bouwwerken dienen 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan te worden gebouwd. b. De goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,5 m. c. De bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6 m. d. De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mogen niet meer bedragen dan 55 m² per woning. 6.6.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde In aanvulling op/in afwijking van artikel 22.27 en 22.36 van het omgevingsplan van de gemeente Beesel gelden de volgende regels voor bijbehorende bouwwerken: a. De hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel(s) c.q. het verlengde daarvan maximaal 1 meter mag bedragen; b. De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 meter. 6.6.5 Geluidgevoelig gebouw Voor het bouwen van een geluidgevoelige gebouw gelden de volgende regels: a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een geluidgevoelig gebouw wordt verleend als: 1.

voldaan wordt aan de standaardwaarde uit het Besluit kwaliteit leefomgeving;

106/120

2. in afwijking van sub 1 voldaan wordt aan de maximale waarde van 59,0 dB(A); 3. het geluidgevoelige gebouw wordt voorzien van minimaal één geluidluwe gevel indien de standaardwaarde met meer dan 5 dB wordt overschreden of als er sprake is van een niet-geluidsgevoelige gevel.

107/120

108/120

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

109/120

Artikel 8

Algemene bouwregels

Indien de bestaande maatvoering afwijkt van hetgeen in deze planregels is bepaald mag deze afwijkende maatvoering te allen tijde worden gehandhaafd en/of vernieuwd, met dien verstande dat de afwijking niet mag worden vergroot.

110/120

Artikel 9 9.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijken bouwactiviteit

Met een omgevingsvergunning kan, een bouwactiviteit worden toegelaten die in strijd is met de regels uit hoofdstuk 2 voor: a. het afwijken van de voorgeschreven maten met ten hoogste 10% voor: 1. goot- en bouwhoogten; 2. dakhellingen; 3. afstanden tot de bouwperceelsgrens; 4. bebouwde oppervlakten; b. geringe afwijkingen, welke in het belang zijn van of noodzakelijk zijn voor: 1. een ruimtelijk beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken; 2. de situering van ontsluitingen; 3. de werkelijke toestand van het terrein; c. overschrijding van de bouwgrenzen, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft. 9.2

Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning genoemd onder 9.1 kan worden verleend als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels: a. er wordt geen onevenredige afbreuk aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

111/120

Artikel 10 10.1

Overige regels

Parkeren

a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van de functie van gebouwen en/of van gronden wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. b. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien wordt voldaan aan het gemeentelijk parkeerbeleid zoals opgenomen in het 'Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan 2012-2015', vastgesteld door de gemeenteraad in december 2011, en de 'Parkeerbijdrageregeling Beesel 2013', vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 18 maart 2013. c. Indien de gemeentelijke beleidsregels ten aanzien van parkeren gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient rekening te worden gehouden met dit gewijzigde beleid.

112/120

Artikel 11

Aanvraagvereisten

a. De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan van de gemeente Beesel, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit plan. In het bijzonder geldt dat: 1. het bepaalde in artikel 22.284 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit inhoudende een aanlegactiviteit in dit plan; en 2. het bepaalde in 22.286 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit inhoudende een gebruiksactiviteit of een bouwactiviteit in dit plan. b. In aanvulling op het bepaalde onder a worden bij de aanvraag om omgevingsvergunning die gegevens en bescheiden overlegd die naar het oordeel van het bevoegde gezag noodzakelijk zijn voor een toets aan de aan de omgevingsvergunning verbonden beoordelingsregels.

113/120

114/120

Hoofdstuk 4 Artikel 12 12.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

12.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 12.1.2 Afwijkingen bij omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 12.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 12.1.1 met maximaal 10 %. 12.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 12.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen in het omgevingsplan. 12.2

Overgangsrecht gebruik

12.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 12.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in 12.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit hoofdstuk strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 12.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 12.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 12.2.4 Uitzondering Het bepaalde in 12.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit artikel, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van het omgevingsplan.

115/120

116/120

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=d2c8a8d1-d7d7-4445-be3c-e49b854c074a