CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

PvE IKC Beesel Definitief 22 mei 2024

Raadscommissievergadering 27 juni 2024, gemeente BeeselBij agendapunt: Programma van eisen Integraal Kindcentrum Beesel en krediet15.633 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Programma van Eisen

Kindcentrum Beesel

Programma van Eisen Kindcentrum Beesel mei 2024 DEFINITIEF rapportage

Programma van Eisen Kindcentrum Beesel 22-5-2024

RO groep Wilhelminasingel 58, Maastricht Postbus 3086 6202 NB info@rogroep.nl +31 43 350 00 50 www.rogroep.nl

Inhoud Opdracht .............................................................................................................................................. 4 1

Inleiding ........................................................................................................................ 5

1.1 Aanleiding ........................................................................................ 5 1.2 Locatie ............................................................................................ 5 1.3 Opgave ............................................................................................ 5 1.4 Doel en status ................................................................................... 5 1.5 Leeswijzer........................................................................................ 6 2

Huidige situatie.............................................................................................................. 7

2.1 Functies in kindcentrum ...................................................................... 7 2.2 Schoolgebouw ................................................................................... 8 2.3 Gymzaal .......................................................................................... 8 3

Nieuwe situatie: kindcentrum ........................................................................................ 9

3.1 Functies nader verkend ....................................................................... 9 3.2 De planlocatie ..................................................................................12 4

Visie op het kindcentrum............................................................................................. 15

4.1 Visie op samenwerking in kindcentrum ..................................................15 4.2 Visie op huisvesting ...........................................................................16 5

Functioneel Ruimtelijk Programma van Eisen ............................................................... 20

5.1 Algemene randvoorwaarden en uitgangspunten .........................................20 5.2 Algemene ontwerpuitgangspunten en beeldkwaliteit ..................................21 5.3 Functioneel Programma van Eisen ..........................................................22 5.4 Ruimtelijk Programma van Eisen...........................................................27 6

Technisch Programma van Eisen ................................................................................... 28

6.1 Randvoorwaarden Technisch Programma van Eisen .....................................28 6.2 Algemene eisen / bouwfysische eisen ......................................................28 6.3 Bouwkundige eisen .............................................................................29 6.4 Elektrotechnische eisen ......................................................................30 6.5 Werktuigbouwkundige eisen..................................................................30 7

Programma van Eisen buitenruimte ............................................................................... 31

7.1 Uitgangspunten buitenruimte ...............................................................31 7.2 Visie op de buitenruimte ....................................................................31 7.3 Speelterreinen .................................................................................32 7.4 Eisen buitenruimte ............................................................................33 7.5 Parkeernormen en fietsenstalling ..........................................................33 Bijlage 1 Integraal ruimtelijk Programma van Eisen Bijlage 2 Relatieschema

3

Opdracht Gemeente en Kerobei zijn partners in het realiseren van goed primair onderwijs voor de kinderen in de gemeente Beesel. Wij werken, ieder vanuit eigen verantwoordelijkheid, intensief samen om de onderwijsvoorzieningen in de verschillende kernen op een zo hoog mogelijk niveau in stand te houden. Daar investeren we in. Samen met de kinderopvang creëren wij een eigentijds aanbod van onderwijs en kinderopvang voor kinderen in de leeftijd van 0-12 jaar. Onderdeel van onze samenwerking is het realiseren van moderne voorzieningen. Daartoe heeft de gemeente recent een Integraal Huisvestingsplan (IHP) vastgesteld, in afstemming met diverse partners, waaronder Kerobei. In het IHP hebben we langjarige afspraken gemaakt om de schoolgebouwen door verstandige, planmatige maatregelen voor de lange termijn geschikt te houden. Voor de school in Beesel is gemeentelijke zorgplicht aan de orde. Het huidige gebouw is te groot voor het aantal kinderen, is te duur in de exploitatie en voldoet niet meer aan de eisen van modern onderwijs. De afgelopen jaren hebben we samen een intensief traject doorlopen. Daarbij is in eerste instantie gezocht naar een geschikte plek en die hebben we gevonden op het sportcomplex De Solberg.

Daarna heeft de gemeente besloten om niet alleen een nieuw kindcentrum te realiseren maar daar ook een nieuwe gymzaal aan toe te voegen Het is voor de ontwikkeling van kinderen van belang om hun plek in de samenleving te ontdekken. Het integraal kindcentrum ontwikkelt een aanbod in verbinding met de kern Beesel. We zijn dan ook verheugd dat naast de kinddiensten van ’t Rovertje ook de inloop van de ouderen meeverhuizen met de school om daar een goed dienstencentrum te vormen. Voor u ligt een ontwikkelplan voor de nieuwe voorziening, dat vertrouwen biedt om de volgende stap naar realisatie te zetten. We zijn als bestuurders blij en trots dat zoveel mensen uit de kern meegepraat hebben om tot een evenwichtig voorstel te komen. Samen hebben we alle belangen open besproken. Het Kernoverleg, Stichting Beheer Binnensport Beesel en ook de sportverenigingen Bieslo en ROKA waren betrokken en hebben hun inbreng geleverd. Niet alle wensen zijn steeds gehonoreerd maar de argumenten zijn transparant gedeeld en iedereen staat achter de voorstellen, zoals ze nu voorliggen. We zijn ervan overtuigd dat met voorliggend plan een goede stap is gezet om tot een Integraal Kindcentrum te komen, waar de kern de komende jaren met veel plezier gebruik van kan maken. Met vriendelijke groet, Anouk Huijs, Wethouder gemeente Beesel Rob Thuijls, Lid van College van Bestuur Kerobei

4

1 Inleiding 1.1

Aanleiding Het huidige schoolgebouw voor ’t Spick dateert uit 1930 met latere uitbreidingen in 1975, 1980 en 2001. Het gebouw is verouderd en sluit functioneel niet meer aan op de eisen voor hedendaagse onderwijs. Ook is het gebouw in exploitatie en onderhoud niet duurzaam en niet duurzaam te maken. Voor deze school van Kerobei is gemeentelijke zorgplicht aan de orde. Daarbij hebben partners de intentie om een kindcentrum te realiseren, waarin naast de basisschool een zo breed mogelijk pakket aan kinddiensten wordt geïntegreerd. Verder wil de gemeente dat de open inloop voor ouderen (dagopvang), die nu al in de school gevestigd is, meeverhuist naar de nieuwe locatie. Recent heeft de gemeente besloten om ook een gymzaal aan het kindcentrum toe te voegen. Ingebruikname van de nieuwbouw is voorzien per 1 januari 2027. Opvang en onderwijs worden in dit rapport ‘partners’ genoemd.

1.2

Locatie De gemeente Beesel heeft het ‘Rijkelse veld’ bij sport- en spelcentrum De Solberg aangewezen als ontwikkellocatie. Het terrein is eigendom van de gemeente en zij stelt dit bouwrijp ter beschikking.

1.3

Opgave De gemeente Beesel heeft aan RO groep opdracht gegeven voor het opstellen van het Programma van Eisen voor het nieuwe kindcentrum. Het Programma van Eisen dient als basis voor het ontwerp. Op basis van gelijkwaardigheid is door beide partners een gezamenlijke visie uitgewerkt voor het kindcentrum. In samenspraak met de partners is deze inhoudelijke visie vertaald naar een integraal Programma van Eisen dat geprojecteerd wordt op de locatie van De Solberg. De gemeente Beesel treedt op als bouwheer.

1.4

Doel en status Het voorliggend Programma van Eisen geeft een weergave van de inhoudelijke ambitie, de activiteiten en het functionele en kwalitatieve eisenpakket van de nieuwbouw voor het kindcentrum in Beesel. In dit proces zijn schoolbestuur Stichting Kerbobei, Stichting Kindercentrum ’t Rovertje en de gemeente Beesel nauw betrokken. Zij participeren ook in de projectorganisatie. In ateliersessies is een bredere vertegenwoordiging van teams van onderwijs en opvang betrokken, als ook de Ouderenvereniging, Stichting beheer binnensportaccommodaties Beesel en het Kernoverleg Beesel. Onder begeleiding van RO groep hebben zij hun individuele en gezamenlijke inbreng kunnen leveren ten aanzien van ideeën en ambities over functioneel-ruimtelijke aspecten en relaties binnen en buiten het gebouw. Dit Programma van Eisen geldt als handleiding bij de verdere planuitwerking (ontwerp, ontwikkeling, realisatie). Het voorliggende programma is een dynamische rapportage; onvoorziene ontwikkelingen kunnen nog worden meegenomen binnen dit project.

5

1.5

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 gaat kort in op de huidige situatie in Beesel. Hoofdstuk 3 beschrijft de nieuwe situatie. Hier is onder andere aandacht voor de locatie en het bestemmingsplan, en voor de functies in het kindcentrum. Hoofdstuk 4 beschrijft de gezamenlijke visie van kindcentrum Beesel. Deze visie is opgesteld aan de hand van aangereikte informatie, individuele gesprekken en ateliersessies. De gewenste werkwijze van de deelnemende partijen alsmede de wensen en ambities ten aanzien van ruimten worden hierin benoemd. Hoofdstuk 5 formuleert de kaders en ruimtelijk-functionele uitgangspunten van kindcentrum Beesel. Hoofdstuk 6 beschrijft de technische uitgangspunten en duurzaamheidseisen waar kindcentrum Beesel aan moet voldoen. Hoofdstuk 7 gaat in op de uitgangspunten voor de planlocatie, parkeren en het Programma van Eisen voor de buitenruimten.

6

2 Huidige situatie 2.1

Functies in kindcentrum Basisschool Het Spick is in de kern Beesel de enige basisschool. Kinderopvang wordt in Beesel (behoudens gastouderopvang) verzorgd door opvangorganisatie ’t Rovertje. Het opvangaanbod is momenteel verdeeld over drie verschillende locaties waaronder het schoolgebouw. Het nieuwe kindcentrum voorziet in volledige integratie van deze functies op één plek onder één dak. De open inloop voor ouderen is eveneens ondergebracht in het schoolgebouw. Deze functie verhuist mee naar het nieuwe kindcentrum. De gymzaal bevindt zich op een andere locatie in het dorp en verhuist eveneens mee naar het kindcentrum. Onderstaand overzicht geeft de deelnemende partijen in het kindcentrum weer in de huidige situatie. SLG = speelleergroep (peuteropvang 2-4 jaar) KDV = kinderdagopvang (0-4 jaar) BSO = buitenschoolse opvang (4-13 jaar) Huidige situatie Naam/functie

Bestuur

Adres

Huidig aantal

RK. Basisschool Het Spick

Kerobei

Kerkstraat 12 Beesel

125 leerlingen1

Speelleergroep ‘t Rovertje (SLG 2-4 jaar)

‘t Rovertje

Kerkstraat 12 Beesel

16 kindplaatsen2

Kindercentrum ‘t Rovertje locatie Drakenest (KDV 0-4 jaar)

’t Rovertje

Kerkplein 3 Beesel

12 kindplaatsen2

Kindercentrum ’t Rovertje locatie Kerkplein (BSO 4-13 jaar)

‘t Rovertje

Kerkplein 3 Beesel (pastorie)

20 kindplaatsen2

Buitenschoolse opvang De Blokhut (BSO 7-13 jaar)

‘t Rovertje

Bakheide 2 Beesel (Jong Nederland)

30 kindplaatsen2

Open inloop ouderen

Ouderenvereniging Beesel

Kerkstraat 12 Beesel

ca. 15 deelnemers per dag

Gymzaal

Gemeente Beesel / Stichting beheer binnensportaccommodaties Beesel

Kerstenbergweg 1 Beesel

Bezettingsgraad 14%

1 Bron: DUO open data per teldaum 1-10-2023 2 Bron: LRK februari 2024

7

2.2

Schoolgebouw De school heeft 125 leerlingen op teldatum 1 oktober 2023. Er wordt een geleidelijke toename van leerlingen verwacht naar 157 leerlingen in 2038 (+ 15 jaar). De toename is onder andere te herleiden tot woningbouwontwikkeling in de kern Beesel. 3 Prognose leerlingontwikkeling Werkelijk

Prognose

Jaartal

2022

2023

2024

2028

2033

2038

Aantal leerlingen

131

124

129

154

162

157

Ruimtebehoefte genormeerd in m2 bvo

859

824

849

975

1.015

990

Het huidige gebouw heeft een ruimtecapaciteit van 1.678 m² bvo waarvan thans 200 m² bvo in gebruik is bij andere partijen (80 m2 voor peuteropvang en 120 m2 voor open inloop)4. Zelfs met dit medegebruik blijft het schoolgebouw een forse overcapaciteit houden van circa 500 à 600 m2 nu en in de toekomst. In het Integraal huisvestingsplan (IHP) wordt de gebouwkwaliteit als matig tot slecht beoordeeld, met name de technische staat van de installaties en het binnenklimaat scoren negatief. Omdat het gebouw in verouderde staat verkeert en renovatie en verduurzaming geen geschikte optie wordt gevonden, heeft de gemeente besloten om tot nieuwbouw over te gaan. Er rust nog een boekwaarde op het gebouw van € 78.675 (per 31-12-2023).

2.3

Gymzaal Het gebruik door basisschool Het Spick is momenteel 6 uren per week (normatief recht bedraagt 4,5 klokuren). De gymzaal ligt op ca. 500 m. loopafstand van de school. Daarnaast wordt de zaal ook gebruikt door andere lokale sportverenigingen: DIO (gymnastiek), de Ouderenvereniging, Revoc/VBC (volleybal). Hun gebruik samen is structureel circa 18,5 uur per week. In het winterseizoen komt daar 2 à 3 uur per week bij door activiteiten van ROKA (korfbal) en T.C. ’t Bronshout (tennis). De zaal wordt incidenteel ook gebruikt door Zeker Bewegen (valpreventie ouderen), Jong Nederland (jeugd/jongeren) en VV Reuver (jeugdvoetbal). RO groep heeft in januari 2024 op verzoek van de gemeente een businesscase uitgevoerd naar eventuele integratie van ook de gymzaal in het nieuwe kindcentrum. Het huidige gebouw dateert van 1969. De technische staat van het gebouw is nog goed, echter in het perspectief van duurzaamheidseisen en –ambities presteert het gebouw onvoldoende. De exploitatie is in handen van de Stichting beheer binnensportaccommodaties Beesel. Op basis van de businesscase heeft de gemeenteraad in maart 2024 besloten tot de bouw van een nieuwe gymzaal in combinatie met het kindcentrum. Er rust geen boekwaarde meer op de huidige gymzaal. 3 Bron: IHP 2023-2038 4 Bron: IHP 2023-2038

8

3 Nieuwe situatie: kindcentrum 3.1

Functies nader verkend Basisschool Het Spick Het Spick is een kleine dorpsschool met een duidelijke structuur waar sfeer, rust en ritme zorgen voor een veilige omgeving. De school wil bijdragen aan het eigen ontwikkelproces van ieder kind. Het onderwijsconcept maakt afwisseling mogelijk tussen groepen op basis van leerjaar en groepssamenstelling op basis van niveau. Het onderwijs is daartoe georganiseerd in units waarbinnen deze differentiatie eenvoudig mogelijk is. Unit 1 = groepen 1-2 Unit 2 = groepen 3-4-5 Unit 3 = groepen 6-7-8

(4-6 jarigen) (7-9 jarigen) (10-12 jarigen)

Binnen de units is er een diversiteit aan leeftijden en ontwikkelniveaus en werken meerdere leerkrachten met elkaar samen. Van elkaar leren en samenwerken staat centraal voor kinderen en voor personeel. Elke unit bestaat uit heterogene basisgroepen met leerlingen uit meerdere leerjaren bij elkaar. Elke basisgroep heeft een of twee vaste leerkrachten die het vaste aanspreekpunt zijn. In de basisgroep vinden vooral groepsgerichte activiteiten plaats. In de nieuwe situatie handhaaft de school de indeling in units, met dien verstande dat zij flexibiliteit wenst ten aanzien van de clustering van groepen en groepsruimten. De basisgroep start elke dag in de eigen groepsruimte met dagopening en instructie. Door de dag heen werken leerlingen binnen de unit in andere samenstellingen of individueel. De eigen groepsruimte wordt dan verlaten of anders ingezet. Basisschool Het Spick hecht aan de samenwerking met de open inloop voor ouderen en vindt het contact tussen jong en oud van uitdrukkelijke (pedagogische) meerwaarde. Ook hecht de school aan het betrekken van de buitenruimte bij hun onderwijsactiviteiten (buitenlessen, bewegen, tuinieren, natuur- en milieu-educatie). Het Spick wil de sport- en beweegmogelijkheden in het kindcentrum benutten en ziet kansen om hiermee haar profiel te versterken.

Met behulp van de inzet van de combinatiefunctionaris kan de programmatische samenwerking tussen onderwijs en (sport)verenigingen nader verkend en geïntensiveerd worden. De school wil die samenwerking ook opzoeken voor het aan kunnen bieden van een verrijkte schooldag. Kinderopvang De kinderopvang in het kindcentrum bestaat uit kinderdagopvang in de leeftijd 0-4 jaar voor maximaal 12 kindplaatsen, peuteropvang in de leeftijd 2-4 jaar voor maximaal 16 kindplaatsen, en voor- en naschoolse opvang in een totaalaanbod voor de leeftijdsgroep 4-12 jarigen voor maximaal 33 kindplaatsen. De peuteropvang biedt programma’s aan in het kader van voor- en vroegschoolse educatie (VVE) als voorbereiding op de basisschool en is daarvoor toegerust qua personeel (gekwalificeerd) en inrichting (themahoeken). Peuteropvang vindt plaats in de zogeheten ‘speelleergroep’ onder het motto ‘spelen=leren’. ’t Rovertje breidt het peuteropvangaanbod uit naar ook de middagen waarmee dit ook een 9

dagopvangvoorziening wordt. De buitenschoolse opvang biedt kinderen opvang in een huiselijke sfeer. ‘t Rovertje zoekt nadrukkelijk de combinatie met sport, spel en bewegen en wil de kansen benutten die het kindcentrum biedt vanwege de directe nabijheid van (indoor en outdoor) sport- en beweegfaciliteiten. Mogelijkheden tot programmatische samenwerking met bijvoorbeeld sportverenigingen wil zij onderzoeken en nadere invulling geven (zoals naschools sportaanbod in samenwerking met sportclubs). Binnensport De gymzaal dient voor het bewegingsonderwijs van de basisschool, als speellokaal voor de peuters en kleuters en zal daarnaast worden ingezet voor sport- en beweegactiviteiten van diverse lokale verenigingen, in eerste instantie door de verenigingen die nu al gebruik maken van de gymzaal in Beesel. De omvang van de voorziening is een reguliere gymzaal. De genormeerde bezetting voor het onderwijs (groepen 3 t/m 8) bedraagt 6 klokuur per week, en 11,25 klokuur voor de groepen 1-2. Kerobei verwacht dat de zaal intensiever wordt gebruikt door de school vanwege de integratie in het kindcentrum. Voor meergebruik boven het aantal genormeerde klokuren is toestemming van de gemeente nodig. Het gebruik door de kinderopvang (peuters uit KDV en de speelleergroep) is niet genormeerd en is nader in te vullen. Gebruik door de buitenschoolse opvang is eveneens nader te bepalen.

De Ouderenvereniging wil de gymzaal in de nieuwe situatie gaan gebruiken voor beweegactiviteiten als onderdeel van de open inloop. Stichting beheer binnensportaccommodaties Beesel verwacht dat de animo bij (sport)verenigingen zal toenemen bij integratie van een gymzaal in het kindcentrum. Daarnaast zal de zaal meer multifunctioneel te gebruiken zijn, bijvoorbeeld voor bijeenkomsten en evenementen, indien de uitrusting daarvoor wordt aangepast. Buitensport Op locatie De Solberg bevinden zich de velden en clubaccommodaties van voetbalvereniging Bieslo en korfbalvereniging Roka. Daarnaast zijn er andere faciliteiten aanwezig zoals beugelen, bootcamp en jeu de boules. Voor de sportverenigingen is het belangrijk dat zij door de komst van het kindcentrum niet in de verdrukking komen en goed zichtbaar blijven op het park. Door de ruimtelijke en inhoudelijke verbinding te zoeken tussen kindcentrum en de sportieve omgeving wordt een wederzijdse versterking voorzien. Bieslo en Roka zijn bereid om hun velden alsmede het clubgebouw open te stellen voor medegebruik door de partners in het kindcentrum. Zo kan de kantine van Bieslo gebruikt worden voor bijvoorbeeld activiteiten voor senioren en buitenschoolse opvang en voor vergaderingen. Partijen zijn bereid om de kansen te onderzoeken en verdere samenwerking tot stand te brengen. Bieslo en Roka beschikken over voldoende kleedaccommodatie.

Medegebruik van de kleedruimten in de gymzaal is niet nodig, behoudens eventueel incidenteel bij grote toernooien.

10

Open inloop / dagbesteding De functie is dagbesteding en ontmoeting. De doelgroep is 55-plussers, in de praktijk voornamelijk 80-plussers. De groep bestaat uit maximaal 20 deelnemers per keer. Het aanbod bestaat onder meer uit: muzikale en creatieve activiteiten (schilderen, knutselen), film, wandelen en spelletjes (o.a. kaarten, sjoelen, rummikub). Ook rustmomenten horen tot het dagprogramma. Wekelijks wordt een gymactiviteit georganiseerd, afgestemd op de doelgroep. Op elke inloop-dag wordt er een warme maaltijd gekookt en samen gegeten tussen de middag. De verbinding met school en opvang geldt als onderscheidend kenmerk van deze inloop. De senioren genieten van het contact met kinderen en de samenwerking wordt nadrukkelijk opgezocht (bv. voorlezen aan kinderen). De open inloop wordt hoofdzakelijk gerund door vrijwilligers (ca. 6 per dag) samen met een professionele coördinator. Bezoekers worden veelal gehaald/gebracht met personenvervoer. Chauffeurs drinken ’s ochtends vaak een kopje koffie mee. Bibliotheek Bibliotheek Peel & Maas verzorgt de bieb-op-school. Dit reikt verder dan alleen de uitleen van boeken: al hun activiteiten zijn gericht op leesbevordering en leesplezier. In het nieuwe kindcentrum dient de bibliotheekfunctie als vanzelfsprekend geïntegreerd te zijn in het dagprogramma van school en opvang en prominent aanwezig te zijn in het gebouw.

Overige functies/gebruikers Voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben maakt het kindcentrum gebruik van interne en externe ambulante zorgprofessionals zoals een logopedist, intern begeleider of schoolmaatschappelijk werkers. Partners zien graag dat er meer professionals verbonden worden aan het kindcentrum waarmee ondersteuning thuisnabij en laagdrempelig beschikbaar is. Idealiter zouden de partners zien dat in het kindcentrum ook vrijgevestigde professionals zoals een fysiotherapeut, ergotherapeut of maatschappelijk werk een permanente plek krijgen. Deze professionals hebben echter eigen praktijken en er is geen concrete vraag naar huisvesting in het kindcentrum. In het Programma van Eisen wordt hiermee dan ook geen rekening gehouden met een extra ruimtevraag. Wel dient rekening te worden gehouden met de ambulante diensten die het kindcentrum in komen. In de huidige situatie is sprake van medegebruik van het schoolgebouw door derden: - Een yogaclub maakt gebruik van het speellokaal van de school - Een zangkoor en gymnastiekvereniging maken gebruik van de open inloop-ruimte. - De open inloop-ruimte wordt ook gebruikt voor kienen, bloedprikken, buurtvereniging, Stichting Welfare Beesel-Reuver-Offenbeek (welzijnswerk). Een deel van deze activiteiten vindt in de avonduren plaats.

In de nieuwe situatie is rekening te houden met medegebruik door deze en eventueel andere verenigingen/activiteiten. Voorwaarde is dat medegebruik mogelijk moet zijn zonder dat er hiervoor extra voorzieningen of faciliteiten in het programma moeten worden opgenomen. Wel dient er in zowel het ontwerp als in exploitatie-afspraken in randvoorwaardelijke sfeer rekening te worden gehouden met dit medegebruik (zoals toegankelijkheid, sociale veiligheid, zonering, sleutelbeheer).

11

Overzicht vaste gebruikers, functies en tijden in het kindcentrum Naam/functie

Aantal

Bezetting

RK. Basisschool Het Spick 4-13 jaar

160 leerlingen3

Ma t/m do 8.30-14.15 uur Vrij 8.30-12.30 uur 40 weken per jaar

Speelleergroep (SLG) 2-4 jaar

16 kindplaatsen

Ma t/m vrij 7.30 – 18.00 uur 52 weken per jaar

Kinderdagopvang (KDV) 0-4 jaar

12 kindplaatsen

Ma t/m vrij 7.30 – 18.00 uur 52 weken per jaar

Buitenschoolse opvang (BSO) 4-13 jaar

33 kindplaatsen

Ma t/m do 7.30-8.30 en 14.15-18.00 uur Vrij 7.30-8.30 en 12.30-18.00 Vakanties 7.30-18.00 uur 52 weken per jaar

Open inloop ouderen

max. 20 deelnemers per dag

Ma, wo, vrij 9.30-16.15 uur 52 weken per jaar

Gymzaal

3.2

- School: 6 klokuren p/w groepen 3 t/m 8 40 weken per jaar - School 11,25 klokuren p/w groepen 1-2 (speellokaal) 40 weken per jaar - Meergebruik school: ntb - Opvang: ntb. - Open inloop: 1 uur p/w - Sportverenigingen: 20-25 uren (aanname) 40 à 45 weken per jaar

De planlocatie Voor het kindcentrum is de locatie van sport- en spelcentrum De Solberg, gelegen aan de rand van het dorp aan de Sint Antoniusstraat 17 in Beesel, aangewezen als ontwikkellocatie. De Solberg is in eigendom van de gemeente Beesel. Het ‘Rijkelse veld’ is door de gemeente aangewezen als locatie voor de situering. De gemeente draagt zorgt voor een bouwrijp perceel. De gemeente draagt eveneens zorg voor sloop en/of herbestemming van de vertreklocaties van school en gymzaal. Op De Solberg bevinden zich de velden en clubaccommodaties van voetbalvereniging Bieslo en korfbalvereniging ROKA. Daarnaast is het park ingericht voor andere sportieve activiteiten zoals beugelen, jeu de boules, wandelen en bootcamp. De gemeente zal onderzoeken wat de impact is op de omgeving en op de nu aanwezige voorzieningen, en in hoeverre er compenserende maatregelen nodig zijn. Vanwege klimaatefficiëntie, kosten en beperking

3 Bron: Prognose Pronexus 2024; 157 leerlingen in 2038

12

van het ruimtegebruik wordt uitgegaan van tweelaagse bouw. Op inhoudelijke gronden kan in de finale uitvoering daarvan worden afgeweken. Figuur: planlocatie

QuickScan Bestemmingsplan De beoogde locatie van kindcentrum Beesel wordt in het kadaster beschreven onder de kadastrale aanduiding Beesel G-3574, G-2762 en G-3567. De gezamenlijke oppervlakte van de twee laatstgenoemde percelen die het ‘Rijkelse veld’ vormen, bedraagt 18.769 m 2. Een gedeelte ervan wordt bestemd voor het kindcentrum. Op de locatie is het bestemmingsplan ‘Bebouwde gebieden Beesel’ van kracht, vastgesteld op 16-12-2019. De huidige bestemming is ‘sport’. Voor de realisatie van een kindcentrum is een bestemmingsplanwijziging nodig. Het plangebied valt binnen de contour voor bebouwde gebieden. Op het terrein is de Waarde Archeologie 1 van kracht.

Figuur: Contour bebouwde gebieden Beesel

Het terrein valt onder ‘Waarde – Archeologie 1‘ zone. Het zijn gronden die mede zijn bestemd voor het behoud en de bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Dit heeft gevolgen voor het bouwen van bouwwerken waarbij een verstoring van de bodem plaatsvindt met een oppervlakte groter dan 500 m² en dieper dan 0,40 m. Als dat het geval is, zal een archeologisch onderzoek moeten plaatsvinden. Voor waardecategorie 1 dient aan het bevoegd gezag een rapport te worden overlegd waarin de archeologische waarde van het gehele perceel dat zal worden verstoord, naar het oordeel 13

van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. Het bevoegd gezag kan op basis van de rapportage aanvullende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning. In een later stadium dient dit verder te worden uitgewerkt.

14

4 Visie op het kindcentrum Onderwijsstichting Kerobei en kinderopvangpartner ’t Rovertje hebben samen met hun teams op basis van gezamenlijke ambities een visie ontwikkeld voor het kindcentrum in Beesel. In eerdere fase zijn partners reeds aan de slag geweest met visieontwikkeling die is neergelegd in de volgende documenten: • Intentieverklaring kindcentrum Beesel d.d. 1-12-2022 waarin Stichting Kerobei en ’t Rovertje verklaren samen een kindcentrum te willen vormen met een totaalaanbod aan opvang en onderwijs vanuit één educatieve en pedagogische visie. • Kindcentrum Beesel (Helder & Van Pas 2023) waarin de visie van het kindcentrum in gelijkwaardigheid is opgesteld vanuit Het Spick en ’t Rovertje. • Uitwerking kernwaarden kindcentrum Beesel (nov. 2023), opgesteld naar aanleiding van studiedagen met aanwezigheid van alle medewerkers van Het Spick en ’t Rovertje onder leiding van BCO Onderwijsadvies en -ondersteuning. • Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor primair en voortgezet onderwijs 2023-2038, opgesteld onder begeleiding van ICS Adviseurs en in samenspraak met gemeente, schoolbesturen voor basisonderwijs Kerobei en Stichting Akkoord!, schoolbestuur voor voortgezet onderwijs SOML en kinderopvangpartijen ’t Rovertje en Spring Kinderopvang. In het IHP wordt aandacht besteed aan inhoudelijke thema’s.

De in dit rapport beschreven geïntegreerde visie is tot stand gekomen door middel van individuele gesprekken en ateliersessies en bevat de eigen en collectieve aspiraties van zowel de school als de kinderopvangpartner. De Ouderenvereniging (open inloop), Stichting beheer binnensportaccommodaties Beesel, voetbalvereniging Bieslo, korfbalvereniging Roka en het kernoverleg Beesel zijn eveneens betrokken ter completering van de visie. 4.1

Visie op samenwerking in kindcentrum Opvang en onderwijs kiezen voor vergaande samenwerking op het gebied van kindontwikkeling. Samenwerking is gebaseerd op gelijkwaardigheid, is laagdrempelig en met een open en transparante communicatie. Partners stemmen hun aanbod op elkaar af (in openingstijden en dienstverlening), werken samen rondom thema’s en activiteiten, trekken samen op in hun contacten richting ouders, zorgen voor doorgaande leerlijnen en warme overdrachten, en ze zorgen samen voor de invulling van een rijke schooldag. Het betrekken van (partijen uit) de omgeving hoort daarbij (zoals sport, cultuur, natuur/milieu). Naar buiten toe vormt het kindcentrum één gezicht. Onderwijs en opvang hebben de ambitie om via een groeimodel aan verdere integratie invulling te geven, met als doel om ‘schotten’ en ‘harde overgangen’ tussen opvang en onderwijs zo veel mogelijk weg te nemen omdat deze kindontwikkeling kunnen remmen. Partners zijn bereid om organisatie doorbrekend te werken waar dat van meerwaarde is. Het onderscheid in wettelijke regimes tussen opvang en onderwijs wordt gerespecteerd, in praktische zin kan de samenwerking ver gaan. In unit 1 (jongste kind 2-6 jaar) komt de integratie tussen opvang en onderwijs het meest expliciet tot uitdrukking.

Partners willen gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen voor een compleet dagprogramma waarin op soepele wijze ‘leertijd-ontwikkeltijd-relaxtijd’ worden afgewisseld.

15

Partners vinden elkaar in een gedeelde visie op kindontwikkeling. Deze gaat verder dan alleen kennisoverdracht; ze zetten zich in om kinderen te begeleiden in hun persoonlijke groei, sociale vaardigheden, creativiteit en zelfredzaamheid. Er wordt aangesloten bij de behoeften, het ontwikkeltempo en het niveau van het individuele kind. Partners zorgen voor een rijke, uitdagende en tevens veilige omgeving waarin kinderen zichzelf kunnen zijn en gesteund worden in hun groeiproces. Om daadwerkelijk uitvoering te geven aan inclusiviteit en kansengelijkheid wordt ook op dat vlak de samenwerking gezocht, zodat de handelingskracht van het kindcentrum wordt verstevigd ten aanzien van het bieden van passende ondersteuning aan kinderen en gezinnen. Partners maken over en weer gebruik van de expertise die zij zelf in huis hebben, organiseren gezamenlijke scholing en deskundigheidsbevordering, trekken samen op in het betrekken van externe expertise en in de richting van ouders. De verbinding tussen de open inloop voor ouderen en opvang/onderwijs wordt door de partners waardevol gevonden. Partners hechten er aan in elkaars nabijheid te zijn zodat het jong-oud contact een vanzelfsprekendheid is.

Door de nabijheid van een gymzaal en de faciliteiten van sportpark De Solberg willen partners nadrukkelijk de kansen benutten om sport en spel, bewegen en buiten zijn te stimuleren door het te integreren in hun dagprogramma. Ook sportverenigingen zien de samenwerking met het kindcentrum als een impuls voor hun aanbod en hun toekomstbestendigheid. 4.2

Visie op huisvesting Gelijkwaardigheid Het is belangrijk dat de partners een volwaardige en zichtbare plek in het gebouw hebben die de gelijkwaardigheid tot uitdrukking brengt. Verbinding Het gebouw nodigt uit tot ontmoeting en is open van karakter. Leerlingen komen gemakkelijk in contact met elkaar en werken samen, contacten tussen personeel zijn laagdrempelig, contact met andere gebruikers wordt aangemoedigd. Voor school en opvang is het belangrijk dat de gedachte van ontschotting wordt doorgevoerd in het gebouwontwerp. Gewenst is dat alle onderdelen met elkaar in verbinding staan. Uitgangspunt is realisatie van een tweelaags gebouw. Het is de uitdaging voor de ontwerper om te zorgen dat er onderlinge verbinding tussen verschillende leeftijdsgroepen enerzijds en tussen partners anderzijds blijft bestaan. Ontwerper kan op goede inhoudelijke gronden (deels) van het uitgangspunt van tweelaagse bouw afwijken. Binnen-buiten De buitenruimte is belangrijk en maakt vanzelfsprekend en integraal onderdeel uit van het kindcentrum. De verbinding tussen binnen en buiten is maximaal zodat de buitenruimte betrokken kan worden bij de dagelijkse activiteiten en ook daar de afwisseling in lerenontwikkelen-relaxen is terug te vinden is (zoals buitenlessen, spelen, ontdekken, tuinieren, buitenbedjes in de kinderopvang).

16

Units In het onderwijs wordt de indeling in units aangehouden waarbij elke unit bestaat uit enkele groepsruimten en een leerplein. Elke unit beschikt daarnaast over een set van faciliteiten die in de nabijheid gewenst zijn; garderobe, kindersanitair, bergruimte en een spreek/werkkamer. Unit 1 bestaat naast onderwijs ook uit peuterdagopvang (speelleergroep) en kinderdagopvang met de daarbij behorende groepsruimten en eigen faciliteiten (slaapruimten en verschoonruimte). In unit 1 is ontmoeting en uitwisseling extra betekenisvol; jongste kinderen wennen alvast aan de schoolomgeving, kinderen leren van elkaar, personeel kan laagdrempelig uitwisselen en afstemmen. Verbinding van unit 1 met ook groep 3 is gewenst. Gedeeld ruimtegebruik en multifunctionaliteit Uitgangspunt is dat de partners zoveel mogelijk ruimten en faciliteiten in en rondom het gebouw in gelijkwaardigheid delen. Mogelijkheden worden begrenst door wettelijke eisen en als het afbreuk doet aan de functionaliteit. Partners kiezen hier voor een pragmatische benadering. Gezamenlijk gebruik van ruimten bevordert samenwerking en saamhorigheid. Contact en (kennis)overdacht tussen partners binnen het gebouw verloopt eenvoudig en laagdrempelig. Ook voor kinderen ontstaat op die manier een vertrouwdheid met de verschillende diensten en mensen in het gebouw.

Het delen van ruimte levert efficiency in de ruimteprogrammering en -exploitatie op. Er is een onderscheid gemaakt in eigen ruimten (primair voor enkelgebruik) en gedeelde ruimten (door twee of meer partners). De mate waarin ruimten wel of niet gedeeld worden of publiekelijk toegankelijk moeten zijn stelt eisen aan situering, toegankelijkheid en inrichting. Sommige ruimten die gekenmerkt zijn als ‘eigen’ kunnen toch mede gebruikt worden buiten openingstijden (bv. open inloop en BSO-ruimte). Voor de gehele accommodatie geldt dat nog invulling moet worden gegeven aan het beheer- en exploitatiemodel en de rol van betrokken partijen daarin. Afspraken over het (mede)gebruik van ruimten worden gemaakt met betrokkenen en vastgelegd in overeenkomsten. Multifunctioneel gebruik van ruimten wordt aangemoedigd. Expliciet worden voorzieningen gevraagd voor het multifunctioneel kunnen inzetten van de gymzaal (ook speellokaal en bijeenkomstfunctie), de centrale hal (als entree/ontvangst, bijeenkomstfunctie, eventueel in combinatie met bijvoorbeeld bibliotheek en/of podium), en de keuken (tevens kookatelier). Flexibiliteit Het afstemmen op het ontwikkelingsniveau van kinderen in plaats van leeftijd en de afwisseling in leren-ontwikkelen-ontspannen vraagt om variaties in ruimten (bv. instructieruimten en werkplekken voor leerlingen).

Flexibiliteit wordt verlangd om ruimten aan te passen aan wisselende samenstelling en grootte van groepen (onderwijs – door de dag heen) dan wel de inrichting ervan (VVE-thema’s in peuteropvang en groepen 1-2 onderwijs – gedurende het jaar). Een specifiek aspect is de mogelijkheid om de groepsruimten fysiek te verbinden met het aangrenzende leerplein door ze moeiteloos aan één zijde te openen. Bij opening ontstaat een groter werkgebied voor groepsdoorbrekend werken in groepjes of individueel. Aan het ontwerp dient flexibiliteit te worden toegevoegd waarmee geanticipeerd wordt op eventuele toekomstige wijzigingen (in-/uitbreiding of omvorming van functies). De kinderopvang kampt met onzekerheden ten aanzien van mogelijk veranderend rijksbeleid 17

(zoals invoering van gratis kinderopvang). Het is ondoenlijk om hierop reeds vooruit te lopen, daarvoor zijn de ontwikkelingen te onvoorspelbaar. Wel dient in het ontwerp rekening te worden gehouden met de mogelijkheid van toekomstige uitbreiding van kindplaatsen. Voor onderwijs is het gewenst dat relatief eenvoudig tot een andere indeling van units kan worden overgegaan wanneer als gevolg van fluctuerende leerlingaantallen het aantal groepen per unit wijzigt (bijvoorbeeld uitruilbare groepsruimten). Tevens wordt gevraagd om in het ontwerp te anticiperen op de mogelijkheid van toekomstige uitbreiding door groei van de school. In de ontwerpfase kan onderzocht worden of leerpleinen ook onderling gekoppeld kunnen worden waarmee grotere ruimten kunnen worden gecreëerd voor bijeenkomsten, en met toevoeging van bijvoorbeeld een podium of een tribunetrap. De architect dient in zijn ontwerp hiermee rekening te houden. Bij de open inloop is het gewenst dat de huiskamer en rustruimte naar elkaar geopend kunnen worden, bijvoorbeeld middels een schuifbare wand. Waar ruimten door flexibele wanden of inrichtingselementen kunnen worden veranderd, moeten de onafhankelijke ruimten ook voldoende akoestisch geïsoleerd zijn om rust en stilte mogelijk te maken op momenten dat dit gewenst is. Privacygevoelige gesprekken moeten gevoerd kunnen worden.

Als blijkt dat te veel transparantie leidt tot afleiding moet de mogelijkheid bestaan dit eenvoudig te veranderen. Transparantie Transparantie kan worden bereikt door ruimtes rondom de leerpleinen zo te ontwerpen dat ze direct zicht bieden op deze leerpleinen. Groepsruimten hebben vanuit hun locatie zicht op de leerpleinen. Spreek/werkplekken worden strategisch geplaatst en multifunctioneel ingezet. Een open en transparante uitstraling is hierbij van belang. Bij de kinderopvang is toezicht vanuit ruimten noodzakelijk om te voldoen het ‘vier-ogen principe’. Voor de gymzaal worden de uitgangspunten voor een ‘veilig sportklimaat’ in acht genomen: - toegang tot de gymzaal door trainers, docenten, scheidsrechters en derden verloopt niet door de kleedlokalen; - voor trainers, docenten en scheidsrechters m/v zijn er eigen kleedruimte(n) (niet gezamenlijk met sporters); - er is visueel contact mogelijk tussen gymzaal en overige gezamenlijke ruimten door midel van toepassing van glas; - er is voorzien in goede verlichting in de avonduren in verbinding tussen parkeren en entree. Geborgenheid en veiligheid Belangrijk aandachtspunt in de visie is het waarborgen van geborgenheid en veiligheid, vooral binnen het domein voor het jongste kind.

Dit betekent dat er specifieke maatregelen en ontwerpkenmerken worden geïmplementeerd om ervoor te zorgen dat de omgeving veilig en vertrouwd blijft voor zowel kinderen als ouders. De ruimten voor baby’s, peuters en kleuters hebben een meer geborgen en huiselijke sfeer, passend bij de kenmerken en wensen van de doelgroep. Veiligheid mag niet ten koste gaan van de gewenste openheid van 18

het gebouw. Maatregelen kunnen bijvoorbeeld worden gezocht in zonering, inrichting, kleurgebruik en ritme. In het kader van sociale veiligheid is het belangrijk dat in het kindcentrum als geheel door eenieder dezelfde normen en waarden worden nagestreefd. Er dient één pedagogisch en sociaal klimaat te ontstaan. Voor het waarborgen van de (sociale) veiligheid binnen ruimten is visueel contact met de omliggende ruimten nodig. Duurzaamheid Het duurzaamheidsaspect moet direct in de vorm, uitstraling en inrichting van het gebouw te herkennen zijn. Het gebruik van veel (dag)licht, natuurlijke materialen, groen en het creëren van veel openheid en flexibiliteit zijn daarbij belangrijk. De buitenruimte moet met het gebruik van duurzame materialen en veel natuurgroen de duurzame karakteristieken van het gebouw accentueren. Veiligheid en toegankelijkheid Kinderen, medewerkers, ouders/ verzorgers en andere bezoekers moeten zich welkom en thuis voelen in het gebouw. Het gebouw moet uitnodigend zijn, in een lichte, kindvriendelijke, duurzame, groene en open omgeving. Aandacht dient besteed te worden aan de fysieke veiligheid en toegankelijkheid van het terrein en het gebouw. Het kindcentrum moet goed en veilig te bereiken zijn voor kinderen, ouders, senioren van de open inloop, medewerkers en bezoekers.

Om een veilige ontsluiting te garanderen is het scheiden van vervoersmodaliteiten (voetgangers, fietsers en auto’s) wenselijk. Kaders hiervoor zijn meegegeven in hoofdstuk 7. De hoofdentree (en eventuele overige entrees) van het kindcentrum dient goed herkenbaar en toegankelijk te zijn. Indien het finale gebouw voorziet in meerdere lagen dan dient het voorzien te worden van een lift.

19

5 Functioneel Ruimtelijk Programma van Eisen 5.1

Algemene randvoorwaarden en uitgangspunten Voor de nieuwbouw van het kindcentrum in Beesel gelden de volgende algemene randvoorwaarden en uitgangspunten: Normen/ eisen algemeen •

Het gebouw moet voldoen aan minimumeisen uit het vingerende Bouwbesluit (o.a. brandveiligheid, toegankelijkheid, balustrades, trappen, ventilatie, daglicht, sanitair).

•

Voor alle ruimten voor de speelleergroep en buitenschoolse opvang dienen de kwaliteitscriteria, normen en eisen van het ‘Kwaliteitskader Huisvesting Kinderopvang’ van het Waarborgfonds Kinderopvang (2019) in acht te worden genomen.

•

Voor alle ruimten voor de onderwijsvoorziening dienen de kwaliteitscriteria, normen en eisen het ‘Kwaliteitskader Huisvesting PO-onderwijs’ van kenniscentrum Ruimte OK (2021, met update in 2023) in acht te worden genomen.

•

Het gebouw voldoet aan minimale ruimteomvang voor primair onderwijs, de speelleergroep en BSO zoals geformuleerd in het Besluit kwaliteit Kinderopvang (Wet kinderopvang).

•

De werkplekken voldoen aan Arbo-eisen zoals beschreven en toegelicht in Arbocatalogus PO/ VO.

Ruimtelijk •

Een open ruimtelijke structuur is wenselijk om samenwerking en ontmoeting te stimuleren.

•

Uitgangspunt is een compact gebouw omwille van een goede inpassing, beheersing van bouwkosten en efficiënte exploitatie. De ontwerper dient functies op een evenwichtige wijze over het gebouw te verdelen met aandacht voor de verbinding tussen alle functies. Gedurende de ontwerpfase dient rekening te worden gehouden met ruimtelijke synergiemogelijkheden. Bijvoorbeeld de integratie van een podium of tribunetrap en de relatie tussen groepsruimte(n) en leerpleinen.

•

•

De realisatie van de leerpleinen (eventueel op meerdere verdiepingen) worden zo ingericht, met akoestische scheiding, om een ongestoorde omgeving te creëren.

•

Het ontwerp van de voorziening moet flexibel zijn, zodat ruimtes snel en eenvoudig aan elkaar te schakelen zijn.

•

Het leerplein in unit 1 is ontworpen voor spelend leren. De leerpleinen van unit 2 en 3 zijn geschikt voor samenwerken en werken in stilte.

•

Het is wenselijk dat het gebouw beschikt over een (te creëren) ruimte voor bijeenkomsten in grotere groepen. De centrale hal vormt het hart van het kindcentrum. De functionaliteit wordt vergroot door deze combineerbaar te maken met bijvoorbeeld een (aan een zijde) te openen gymzaal).

20

•

Het gebouw dient rust uit te stralen, waarbij het voor kinderen mogelijk is om in stilte te werken.

•

Het is van belang dat de ruimten binnen het kindcentrum op een zodanige wijze ten opzichte van elkaar worden gesitueerd dat de routing voor bezoekers helder is, dat het praktisch dienend is aan de dagelijkse werkzaamheden van de vaste gebruikers. en dat de (sociale) veiligheid wordt gewaarborgd.

•

Verkeersruimten worden niet gemengd met functionele ruimten (geen onnodige ‘loop’ door de school of de kinderopvang, zeker niet door externen).

•

De gymzaal dient te voorzien in gescheiden toegankelijkheid van binnenuit en van buitenaf en looproutes voor binnen- en buitenzones zijn niet vermengd.

•

In het ontwerp dient aandacht te zijn voor de verbinding tussen binnen- en buitenruimten. De buitenruimte moet waar mogelijk vanuit de afzonderlijke groepsruimten bereikt kunnen worden. Om de verbinding tussen binnen en buiten te optimaliseren zijn luifels/overkappingen gewenst.

Overige randvoorwaarden

5.2

•

In de ontwerpfase wordt rekening gehouden met flexibiliteit om uitbreiding of inbreiding op logische wijze in de toekomst mogelijk te maken.

•

De groepsruimte van groep 3 vormt bij voorkeur een schakel tussen unit 1 en 2 en kan wisselend deel uitmaken van een van deze units, afhankelijk van de indeling die de school hanteert in enig schooljaar.

•

Verkeersruimte(n) dienen zoveel mogelijk beperkt te worden.

•

Alle publiektoegankelijke ruimten in het gebouw en buitenruimten moeten toegankelijk zijn voor mindervaliden (rolstoelen, rollators, blinden en slechtzienden).

Algemene ontwerpuitgangspunten en beeldkwaliteit Ruimten afgestemd op activiteiten • Leren: Elke dag bij Het Spick begint met een groepsgewijze dagopening en instructie. De rest van de dag worden groepen binnen de unit anders opgesplitst en samengesteld en werken kinderen aan hun leerdoelen in samenwerking met elkaar of alleen in stilte. Dagopening en instructiemomenten vinden plaats in de afzonderlijke groepsruimten. Ook eten tussen de middag gebeurt in de eigen groep. Dit zijn de momenten dat de voltallige groep in de groepsruimte aanwezig is. Voor andere werkvormen worden de groepsruimten en leerpleinen gebruikt, in samenhang met de buitenruimte. Ook andere ruimten in het kindcentrum worden voor leren gebruikt (bibliotheek, keuken, crea-atelier, spreek/werkkamers). De leerpleinen dienen te voorzien in verschillende werkvormen waarbij aandacht is voor stilteplekken. • Ontwikkelen: De jongste kinderen (baby’s, peuters en kleuters) ontwikkelen zich spelenderwijs. In de groepsruimten van de speelleergroep en de groepen 1 en 2 van de basisschool en in het leerplein van unit 1 worden themahoeken en andere (aan veranderende thema’s aan te passen) hoeken vormgegeven. De gymzaal wordt ingezet als speellokaal voor de motorische ontwikkeling.

De oudere kinderen maken voor ontwikkeling vooral gebruik van de leerpleinen (voor verwerking, samenwerken, oefening) en van praktijk- en oefengerichte mogelijkheden 21

•

•

5.3

in en om het kindcentrum (keuken, crea-atelier, gymzaal, buitenruimte). Relaxen: De gymzaal in de functie van speellokaal dient als binnenspeelruimte voor peuters en kleuters. De oudere kinderen spelen en ontspannen in de buitenruimte. De BSO-ruimte is nadrukkelijk geen schoolruimte en kent een eigen sfeer. Voor ouderen biedt de open inloop gelegenheid voor gezamenlijke activiteiten inclusief samen koken en eten – en voor rustmomenten.

Functioneel Programma van Eisen In het Functioneel Programma van Eisen worden de functionele eisen, benodigde functies en ruimtelijke relaties per domein beschreven. Entree Het kindcentrum beschikt over een hoofdentree die de centrale toegang vormt voor gebruikers en de enige toegang vormt voor bezoekers. De hoofdentree is duidelijk herkenbaar als entree en is uitnodigend. De hoofdentree biedt toegang tot de ruimten van enkele of alle vaste gebruikers (eventueel via de centrale hal). De toegang tot het gebouw is controleerbaar, er dient aandacht te zijn voor toezicht, deurbeleid en veilig beheersbare doorgang naar eigen ruimten (met name unit 1). Verkeersstromen in het gebouw zijn gereguleerd. Alleen wanneer het ontwerp, de situering in het gebouw en de functionaliteit dat verlangd, wordt er naast de hoofdentree voorzien in sub-entrees In het ruimtelijk Programma van Eisen is geen rekening gehouden met extra sub-entrees. De entree is zo gesitueerd dat kinderen niet direct de straat op kunnen. De entree is niet bedoeld voor wachtende ouders; dat gebeurt buiten het gebouw (eventueel overkapt). De entree is voorzien van een tochtportaal en schoonloopmat. Voldoende geschikte (kindvriendelijke, ordelijk) garderoberuimte wordt gesitueerd bij de groepsruimten. De gymzaal kent overigens wel een separate entree, voor gebruik door derden buiten de openingstijden van het kindcentrum.

Centrale hal Voor grotere (school)bijeenkomsten bestaat de behoefte aan een hal/aularuimte. Deze vormt het hart van het kindcentrum. Bij voorkeur komt deze tot stand door koppeling van ruimten die ook een andere functie hebben ter voorkoming van leegstand gedurende het schooljaar. Bij voorkeur wordt de ruimte voorzien van een tribunetrap of podium. Voor de gymzaal geldt eenzelfde wens; de mogelijkheid om deze meer multifunctioneel te gebruiken voor bijeenkomsten en (kleine) evenementen, Het ligt voor de hand om beide wensen te combineren door een koppeling tot stand te brengen tussen gymzaal en hal/aula middels een te openen wand. In een podium zou eventueel voorzien kunnen worden door het creëren van een gering hoogteverschil tussen beide ruimten. De centrale hal kan dienen als portaal naar meerdere functies/gebruikers (opvang-onderwijs-open inloop). Units Elke unit binnen de basisschool beschikt over een centraal leerplein met enkele groepsruimten. Elke unit beschikt daarnaast over facilitaire ruimten (garderobe bergruimte, pantry, kindersanitair, spreek/werkkamer). De sfeer en inrichting van de units is afgestemd op de belevingswereld van de doelgroep. Unit 1 voor de jongste kinderen is ingericht met themahoeken: Spelenderwijs leren staat centraal. In unit 2 en 3 ligt de nadruk vooral op 22

onderzoek, samenwerking en rustige werkplekken. Het daagt uit tot moderne werkvormen voor groepen van verschillende omvang en samenstelling. Groepsruimten onderwijs Elke basisgroep in het onderwijs heeft een groepsruimte waarin de leerlingen zowel de dag starten als gedurende de dag aan hun taken kunnen werken. De groepsruimten binnen de units staan in verbinding met het leerplein door eenvoudig te openen deuren of vouw/schuifwanden. Vanuit de groepsruimten is verbinding met de buitenruimte zoveel mogelijk gewenst. De groepsruimten op de begane grond beschikken daartoe bij voorkeur elk over een deur naar buiten. Elke groepsruimte of elke unit beschikt over een garderobe buiten de groepsruimten voor jassen en tassen van de leerlingen. Deze dienen een nette en opgeruimde uitstraling te hebben. De wijze waarop verbinding tussen groepen onderling in het gebouw en tussen groepen en de buitenruimte zo optimaal mogelijk wordt vormgegeven is in het ontwerp mee te nemen. Fluctuaties in leerlingaantallen kunnen nopen tot andere groepssamenstellingen met gevolgen voor de unit-indeling. In het ontwerp is rekening te houden met in te bouwen flexibiliteit om de unit-indeling te wijzigen (bijvoorbeeld groepsruimten uitwisselen). Ook moet de opbouw van het gebouw zo worden vormgegeven dat een eventuele latere uitbreiding van de school het onderwijsconcept overeind houdt.

De groepsruimten zijn alle voorzien van een wasbak. Er is voldoende bergruimte in en/of nabij de groepen. Leerpleinen De leerpleinen zijn ruim van opzet zodat kinderen uit verschillende basisgroepen elkaar kunnen ontmoeten, in stilte werken en samenwerken aan opdrachten. Het moet binnen de unit mogelijk zijn diverse activiteiten uit te voeren zoals plenaire instructies met de basisgroep, werken in groepjes, individueel werken, ICT-vaardigheden, voeren van gesprekken, uitwisselen van informatie, presenteren, (voor)lezen, spelen, bewegen en elkaar ontmoeten. Het leerplein van unit 1 biedt veiligheid/geborgenheid en ruimte voor verschillende themahoeken. Elke unit dient te beschikken over een centrale pantry, bij voorkeur te situeren in/aan het leerplein. Deze dient te worden uitgerust met een spoelbak en koelkast. De leerpleinen zijn prikkelarm en dienen niet als verkeersruimten voor andere gebruikers. Speelleergroep en kinderdagopvang Sfeer en inrichting van groepsruimten zijn afgestemd op de doelgroep. Ze bieden een veilige en uitdagende omgeving voor spelend leren. Er zijn thema-hoeken (te creëren). Elke groepsruimte is voorzien van een eigen pantry met spoelbak en koelkast. De ruimten staan in verbinding met de verschoonruimte/kindersanitair en de slaapkamers. De verschoonruimte is voorzien van een dubbel verschoningsblok en kindersanitair.

Voorwaarde is dat er een adequate zichtrelatie is vanuit de groepsruimten. De slaapkamers zijn zo gesitueerd dat er rust en stilte heerst. Ze zijn ingericht voor totaal 16 kinderbedjes. De slaapruimte heeft opbergruimte voor linnengoed. De groepsruimte heeft een directe verbinding met de (afgeschermde) buitenruimte. 23

Buitenschoolse opvang ’t Rovertje krijgt voor BSO de beschikking over een eigen ruimte met een eigen sfeer en inrichting waarvan zij het primaire gebruik heeft. De BSO-ruimte kan, wanneer deze niet in gebruik is, benut worden door ook andere gebruikers (bv. de school), waarbij geldt dat medegebruikers er te gast zijn. Naast de eigen ruimte maakt de BSO gebruik van andere ruimten en mogelijkheden in/om het gebouw (gymzaal, keuken, crea-atelier, buitenruimte, sportvelden en wellicht sportkantine). Uitgangspunt is dat de BSO geen medegebruik maakt van de leerpleinen. Teamkamer De teamkamer is geschikt voor gelijktijdig gebruik door ongeveer 15 personeelsleden van onderwijs en opvang. De teamkamer heeft een huiselijke ontmoetings- en ontspanningsfunctie. Tevens kan hier door personeel individueel gewerkt worden met mobiele devices en/of kunnen er vergaderingen plaatsvinden. De teamkamer dient te beschikken over een pantry. De teamkamer kan desgewenst (incidenteel) gebruikt worden door de andere partners, zoals bijvoorbeeld de Ouderenvereniging. Crea-atelier Het kindcentrum beschikt over een atelierruimte voor creatieve vakken. De plek moet gemakkelijk schoon te houden zijn, is voorzien van een spoelbak, enkele werktafels met krukken, royale kasten/rekken voor het opbergen van materialen en werkstukken en voldoende elektra-aansluitingen.

De BSO maakt na schooltijd medegebruik van deze ruimte. Spreek/werkkamers Het kindcentrum dient ruim te voorzien in kleinere ruimten die dienen als spreekkamer, (flex)werkplek, overlegruimte, voor individueel of in kleine groepjes werken van leerlingen, en voor leerlingbegeleiding door zorgprofessionals (intern en ambulant). Deze spreek/werkkamers liggen verspreid door het gebouw (een per unit) waarmee ze optimaal bereikbaar en multifunctioneel inzetbaar zijn. Ze zijn voorzien van een bureau met stoel en een overleg-tafel met stoelen voor 4 personen. Tevens zijn ze voorzien van afsluitbare kast(en). Voor de spreek/werkkamers geldt dat zij gebruikt kunnen worden door alle partners in het kindcentrum. Overleg/werkplek docenten Er is behoefte aan één grotere ruimte voor ca. 8 personen voor overleg en (stilte)werkplek voor personeel. De ruimte is voorzien van overleg/werktafels. Bureau-opstelling is niet nodig; personeel werkt er met mobiele devices. De ruimte is primair voor onderwijs maar medegebruik is mogelijk. De mogelijkheid bestaat om voor overleggen met grotere groepen incidenteel en in goed overleg ook uit te wijken naar de accommodaties van de sportverenigingen op het terrein. Werkplek teamleiding De ruimte voorziet in vaste werkplekken voor drie medewerkers van basisschool Het Spick. Facilitair/divers Door het gebouw heen liggen facilitaire ruimten.

Het is belangrijk dat bij bouwen in meerdere 24

lagen een lift wordt gerealiseerd. Daarnaast moet er door het gebouw voldoende opbergruimte aanwezig zijn. Naast de in het programma opgenomen bergruimten dienen, waar mogelijk, slimme geïntegreerde oplossingen te worden gezocht door kastenwanden in de groepsruimten en/of (flexibele) opbergconstructies op de leerpleinen en/of als onderdeel van een podium/tribune. Belangrijk is dat bergruimten voor dagelijkse zaken eenvoudig bereikbaar zijn vanuit de groepsruimten en leerpleinen. Voor het personeel dienen er door het gebouw voldoende toiletten aanwezig te zijn. Het kindcentrum beschikt over een reproruimte en een werkplek voor administratie/ conciërge. De ruimte(n) zijn bij voorkeur samen gesitueerd nabij de hoofdentree zodat van daaruit toezicht kan plaatsvinden. Open inloop ouderen De open inloop voor ouderen bestaat uit een eigen grote activiteitenruimte met een aangename huiskamer-achtige uitstraling met tafels/stoelen en aparte zitjes. Aansluitend (liefst met flexibele wand) is er een ruimte voor afzondering en rust (rustruimte), en is er een goed toegeruste keuken met faciliteiten voor koffie/thee en het bereiden van maaltijden (spoelbak, kookplaat, oven, magnetron, vaatwasser, koffie-en theefaciliteiten en opbergruimte). De precieze invulling ervan komt in de ontwerpfase in nader overleg met de gebruikes tot stand.

De activiteitenruimte kan mede gebruikt worden door interne en (beperkt) externe partijen wanneer deze niet bezet is. Daarover worden beheer- en exploitatieafspraken gemaakt. De open inloop is de primaire gebruiker van de keuken, maar ze kan ook (incidenteel) mede gebruikt worden als kookatelier voor educatieve en recreatieve doeleinden door onderwijs en opvang (BSO) en ingezet worden bij kindcentrum-brede bijeenkomsten en evenementen. Over het medegebruik worden nadere afspraken gemaakt. In het ontwerp dient rekening te worden gehouden met de mogelijkheden tot dit medegebruik (denk aan toegankelijkheid, veiligheid en voldoende toezicht). Bij/in de ruimte is er gelegenheid voor het stallen van rollators en rolstoelen. Tevens is er kast/bergruimte voor opslag van (spel)materialen. De open inloop maakt gebruik van de gymzaal voor beweegactiviteiten en een inpandige verbinding is daarvoor gewenst. Enkele toiletten zijn in de directe nabijheid gesitueerd waaronder ook een MIVA-toilet. Voor de doelgroep moeten de toiletruimten voldoende ruim zijn. Een spreek-werkkamer in de nabijheid van de open inloop is niet noodzakelijk maar wel gewenst, te bezien in de ontwerpfase. Belangrijk is dat de open inloop in alle facetten geschikt is voor minder validen en goed toegankelijk is vanaf de openbare weg en de parkeerplaats. De te overbruggen afstand is minimaal.

In het ontwerp is te bezien of een ruimtelijke relatie te leggen is met de het crea-atelier en/of de centrale hal. Het (deels) schakelen van ruimten creëert openheid waarmee ontmoeting wordt gestimuleerd en het draagt bij aan meer ruimtelijke beleving.

25

Binnensport (gymzaal) De gymzaal wordt naast het bewegingsonderwijs van de basisschoolleerlingen (groep 3 -8) ook gebruikt als speellokaal voor peuters (speelleergroep) en kleuters (groep 1-2). Een goede inpandige bereikbaarheid, zeker vanuit unit 1, dan wel een fysieke verbinding ligt voor de hand. Ook voor de open inloop is de inpandige toegakelijkheid een punt van aandacht. Er dient voor het speellokaal voorzien te worden in een extra (afsluitbare) materialenberging. Omdat de gymzaal buiten school- en opvanguren ook wordt gebruikt door (sport)verenigingen is het belangrijk dat de gymzaal zowel van binnenuit als van buitenaf toegankelijk is. Een gescheiden zonering is een voorwaarde voor het ontwerp. Kleedruimten zijn bij voorkeur ook van buitenaf bereikbaar zodat medegebruik door buitensporters tot de mogelijkheden behoort. Voor de gymzaal is het tevens van belang dat de binnen– en buitenzone gescheiden blijven in verband met de inloop van vuil. Er dient daartoe aandacht te zijn voor looproutes. De wens is om de gymzaal multifunctioneel te gebruiken voor ook bijeenkomsten en (kleine) evenementen. Er dient daartoe rekening te worden gehouden met de keuze van een vloer die hiervoor geschikt is en met aanvullende faciliteiten zoals extra bergruimte, wateren elektra-aansluitingen, verlichting, (mobiel) podium.

Om de multifunctionaliteit te vergroten wordt gedacht aan een aan één zijde te openen wand naar een aangrenzende ruimte (bv. centrale hal). Voorwaarde is dat het meervoudig gebruik geen afbreuk doet aan de basisvereisten voor een gymzaal. Het meervoudig gebruik vraagt om duidelijke gedragsregels en afspraken over beheer- en exploitatie (inclusief schoonhouden). Buitenterrein De school dient te beschikken over voldoende buitenterrein in deels verhard en deels onverharde vorm (minimaal conform m 2-normering). De speelleergroep dient eveneens te beschikken over een eigen, afgescheiden buitenterrein van minimale afmeting (conform wettelijke normering). Het speelterrein van de speelleergroep kan binnen unit 1 gecombineerd worden met groep 1-2 van het onderwijs. Schoolkinderen kunnen gebruik maken van reeds op het terrein aanwezig inrichting en faciliteiten op sportpark De Solberg, mits de veiligheid gewaarborgd kan worden. Het betreft immers publiek-toegankelijke faciliteiten. De nieuwe situatie vraagt om hernieuwde gebruiksafspraken over beheer, onderhoud en toegankelijkheid. Omheining van het schoolterrein of (delen van het) sportpark is nog nader te bezien, afhankelijk van keuzes die hierin gemaakt worden. Er is in elk geval een opening vanuit het terrein van het kindcentrum naar de faciliteiten op het sportpark.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=9032ffa8-064e-4c1c-bcb0-ae564fa2afcf