CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

P04376 Veegplan buitengebied Beesel 2023 Bijlagen bij Toelichting 20240425

Raadscommissievergadering 27 juni 2024, gemeente BeeselBij agendapunt: Bestemmingsplan veegplan Buitengebied Beesel 202325.501 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Bij het aanleggen van de kering wordt de bereikbaarheid van percelen hersteld. De doorgaande weg over de dijkbocht tussen de molen De Grauwe Beer en Ouddorp in dijkvak 1 wordt op vergelijkbare wijze als de huidige situatie hersteld. Bij deelgebied 2 en 3 worden op- en afritten gerealiseerd voor de bereikbaarheid. Naast de op- en afritten is een weg langs de buitenteen van deelgebied 3 in het ontwerp opgenomen. Dit om de buitendijks liggende percelen te ontsluiten. Hierbij zijn ook twee keerlussen opgenomen omwille van de bedrijfsvoering voor deze percelen. De Huilbeekweg wordt in de uiteindelijke situatie tot aan de aansluiting op hoge grond ten noorden van de Holleweg gesloten voor gemotoriseerd verkeer, inclusief landbouwvoertuigen. Ter plaatse van dijkvak 8 moet de Bussereindseweg worden verhoogd in verband met de kruising met de nieuwe dijk. Hierdoor moet de weg ter plaatse van de kruin met circa 0,7 meter worden verhoogd. Als gevolg van een flauwe hellingshoek om tot het hoogste punt te komen, blijft hier sprake van een verkeersveilige situatie. Ten gevolge van de wegophoging kunnen nabijgelegen geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) blootgesteld worden aan een toegenomen geluidsemissie afkomstig van wegverkeer. Uit een worst-case inschatting is gebleken, dat dit mogelijke geluidseffect beperkt blijft tot een toename van minder dan 1 dB (decibel).

Dit effect is daarom zo beperkt dat het niet tot aanvullende geluidsoverlast zal leiden. Negatieve effecten op verkeer en vervoer zijn hiermee uitgesloten. De uitvoering van de activiteiten waarvoor van het bestemmingsplan moet worden afgeweken is daarom mogelijk. Er zijn geen mitigerende maatregelen noodzakelijk. 6.9 Luchtkwaliteit Daarnaast is de vraag of de activiteiten waarvoor wordt afgeweken van de vigerende bestemmingsplannen effecten hebben op de luchtkwaliteit. Nadelige effecten voor mens en milieu

34

HWBP Noordelijke Maasvallei moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Gezien de aard van de activiteiten waarvoor moet worden afgeweken, kan worden uitgesloten dat zij additionele effecten hebben op de luchtkwaliteit. Dit thema vormt daarom geen belemmering voor uitvoering van het project. 6.10 Externe veiligheid Binnen de onderdelen waarvoor wordt afgeweken van de vigerende bestemmingsplannen liggen geen kwetsbare objecten of risicobronnen. Het aspect externe veiligheid vormt daarmee geen belemmering voor onderhavig plan. 6.11 Geluid en trillingen In de gebruiksfase worden geen effecten op geluid of trillingen verwacht. In de aanlegfase kunnen echter kortstondige effecten ten aanzien van licht, geluid en trillingen door uitvoering van de activiteiten optreden. Om de effecten op personen te minimaliseren, worden de activiteiten in afstemming met de bewoners uitgevoerd. Om de effecten op dieren te minimaliseren, wordt zoveel mogelijk gewerkt buiten de gevoelige perioden van diersoorten. Ook vindt eventueel een aangepast licht- en geluidbeheerplaats. Tevens worden negatieve effecten zoveel mogelijk voorkomen door buiten de actieve periode (maart november, tussen een uur voor zonsondergang en een uur na zonsopkomst) van vleermuizen te werken. De verwachting is dat de effecten minimaal zijn, gezien de korte duur van de activiteiten, namelijk uitsluitend in de aanlegfase.

Bovendien zijn er maatregelen mogelijk, zoals voorboren of het gebruik maken van hoogfrequent trillen, waarmee eventuele effecten verder kunnen worden beperkt. Het waterschap Limburg spant zich in om een aannemer te selecteren, die extra aandacht besteedt aan hinderbeperkend werken. Het waterschap neemt hiertoe EMVI criteria op in haar uitvraag. Daarnaast worden de activiteiten goed bewaakt en in afstemming met de bewoners uitgevoerd. Indien nodig wordt te zijner tijd door de toekomstig aannemer voor de activiteiten een hinderontheffing aangevraagd op grond van het Bouwbesluit en/of de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Beesel. 6.12 Zichtlijn De dijkversterking kan effecten hebben op bestaande zichtlijnen vanuit omliggende woningen. Ter plaatse van dijkvakken 1, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11, waar de ophoging van de kering afwijkt van de vigerende bestemmingsplannen, is dit effect beperkt. Dit is in dijkvakken 1, 5, 6 en 7 het gevolg van een beperkte ophoging van de bestaand of nieuwe kering, de beperkte omvang van nieuwe keringen, dan wel de grote afstand tot bestaande woningen. Voor de dijkvakken 8, 9, 10 en 11 (achterdeur) is het effect eveneens beperkt. Dijkvakken 9, 10 en 11 zijn gelegen ten westen van de Huilbeek waar geen woningen in de buurt staan.

De kruin van dijkvak 8 ligt lager dan de onderkant van de ramen van de woningen aan de oostzijde van de Bussereindseweg, waardoor het uitzicht vanuit de woningen niet of nauwelijks wordt gehinderd door de aanleg van de dijk. Het uitzicht naar het zuiden vanuit de woning Bussereindseweg 10 wordt enigszins beperkt, maar vanwege de afstand tot de dijk (circa 80 m) en de hoogteligging van het perceel is de beperking gering. Algehele eindconclusie Enkele onderdelen van de voorgenomen activiteiten voor het dijktraject Beesel zijn in strijd met de vigerende bestemmingsplannen. Voor deze ruimtelijke opgave, die niet past binnen de vigerende bestemmingsplannen, wordt hierbij een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan aangevraagd. Deze opgave sluit aan bij het vigerend beleid van het rijk, provincie, gemeente en waterschap en leidt niet tot andere of nadelige effecten voor mens en milieu. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling niet bezwaarlijk is en niet strijdig is met een goede ruimtelijke ordening.

35

HWBP Noordelijke Maasvallei Bijlage I Toelichting ingepast VKA

36

HWBP Noordelijke Maasvallei Bijlage II Beoordeling afwijkingen

37

HWBP Noordelijke Maasvallei Bijlage III Overzichtskaart enkelbestemmingen

38

HWBP Noordelijke Maasvallei Bijlage IV Overzichtskaart dubbelbestemmingen_1

39

HWBP Noordelijke Maasvallei

Bijlage V Overzichtskaart dubbelbestemmingen_2

40

HWBP Noordelijke Maasvallei

Bijlage VI M.e.r. beoordelingsbesluit

41

HWBP Noordelijke Maasvallei Bijlage VII Aanmeldnotitie Zie bijlagenboek (M.e.r.-beoordelingsbesluit dijkverbetering Beesel)

42

HWBP Noordelijke Maasvallei Bijlage VIII Bureaustudie archeologie en cultuurhistorie Zie bijlagenboek (CB.01.003-1.0-1-Rp-Bureaustudie archeologie en cultuurhistorie inclusief advies)

43

HWBP Noordelijke Maasvallei Bijlage IX Rapportage verkennend onderzoek archeologie en cultuurhistorie Zie bijlagenboek (CB.43.001 Rapportage verkennend onderzoek archeologie en cultuurhistorie DR 73 Beesel, Gemeente Beesel)

44

HWBP Noordelijke Maasvallei Bijlage X Bureaustudie (water)bodem kwaliteit Zie bijlagenboek (CB.01.004-1-0-1 Bureaustudie (water)bodem kwaliteit - deel 1: Gemeenten Beesel, Bergen, Leudal, Peel en Maas, Venlo en Maasgouw, versie 4.0, d.d. 11 december 2017)

45

HWBP Noordelijke Maasvallei Bijlage XI Verkennend (water)bodemonderzoek Zie bijlagenboek (Lv.CB.11.001-1.0-2-Rp-Verkennend (water)bodemonderzoek Beesel-tranche 1 na selectie VKA)

46

HWBP Noordelijke Maasvallei Bijlage XII Rapportage verkennend (water)bodemonderzoek (veegronde) Zie bijlagenboek (CB.42.001 Rapportage verkennend (water)bodemonderzoek/Asbestonderzoek DR 73 Beesel (veegronde))

47

HWBP Noordelijke Maasvallei Bijlage XIII Bureaustudie CE Zie bijlagenboek (CB.01.002-1.0-3-Rp Bureaustudie CE_ Inclusief advies en PvA)

48

HWBP Noordelijke Maasvallei Bijlage XIV Bureaustudie Flora en Fauna en ecologie Zie bijlagenboek (CB 01-Rp-05 Bureaustudie Flora en Fauna en ecologie inclusief Pva)

49

HWBP Noordelijke Maasvallei Bijlage XV Inventarisatie Flora en fauna Zie bijlagenboek (CB.13.001-1.0-4 Rapportage Onderzoek flora en fauna - tranche 1 Beesel - Rp)

50

HWBP Noordelijke Maasvallei Bijlage XVI Memo sloop objecten Zie bijlagenboek (CB.54-Me F&F Soortgericht onderzoek van te slopen gebouwen Heel en Beesel)

51

HWBP Noordelijke Maasvallei Bijlage XVII Rapportage effectbeoordeling natuur soortenbescherming Zie bijlagenboek (17-012 Effectbeoordeling Flora en Fauna Beesel 2019)

52

HWBP Noordelijke Maasvallei Bijlage XVIII Rapportage effectbeoordeling natuur overig Zie bijlagenboek (PP.DR73.18.003 Effectbeoordeling natuur Beesel)

53

HWBP Noordelijke Maasvallei Bijlage XIX Rapportage akoestiek

54

HWBP Noordelijke Maasvallei

Bijlage XX Kadastrale kaart

55

HWBP Noordelijke Maasvallei Bijlage XXI Kadastrale lijst

56

HWBP Noordelijke Maasvallei Bijlage XXII Definitief compensatieplan

57

Bijlage 3 Ruimtelijke onderbouwing Beeselseweg 17

66

Ruimtelijke onderbouwing “Omgevingsvergunning zonneveld Beeselseweg 17 Reuver NL.IMRO.0889.OVBeeselseweg17ON01”

Ruimtelijke onderbouwing “Omgevingsvergunning zonneveld Beeselseweg 17 Reuver NL.IMRO.0889.OVBeeselseweg17-ON01”

Ruimtelijke onderbouwing “Omgevingsvergunning zonneveld Beeselseweg 17 Reuver NL.IMRO.0889.OVBeeselseweg17-ON01”

Opdrachtgever: Naam Correspondentieadres Postcode en Woonplaats

: Reijnen Agro BV : Beeselseweg 17 : 5953 GH Reuver

Opdrachtnemer Opgesteld door / Gemachtigde : Arvalis Adviseurs Naam en voorletters : Peeters, L. en Bergsma, T. Adres : Sint Jansweg 20d Postcode en woonplaats : 5928 RC Venlo Telefoon : 06-51595344 of 06-55720230 E-mailadres : lpeeters@arvalis.nl of 23 september 2020 Datum : tbergsma@arvalis.nl

1

2

3

4

5

6

INLEIDING

3

1.1 Aanleiding en doel omgevingsvergunning 1.2 Ligging en begrenzing van het besluitgebied 1.3 Opbouw ruimtelijke onderbouwing

3 4 4

PROJECTOMSCHRIJVING

5

2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten

5 5 7

BELEIDSKADER

8

3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

8 12 15

ONDERZOEK

21

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

21 28 29 29 33 33

Milieuaspecten Cultuurhistorie en Archeologie Leidingen en infrastructuur Ecologie Landschappelijke inpassing Waterparagraaf

UITVOERBAARHEID

36

5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Planschade 5.3 Maatschappelijke haalbaarheid

36 36 36

PROCEDURE, OVERLEG EN PLANSTUKKEN

39

6.1 Uitgebreide procedure omgevingsvergunning

39

Bijlagen 1. Situatieschets 2. Archeologisch onderzoek 3. Quickscan Flora en Fauna 4. Landschappelijke inpassing 5. Gespreksverslag informatiebijeenkomst

1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel omgevingsvergunning De initiatiefnemer exploiteert op bovengenoemde locatie al jaren een agrarisch bedrijf bestaande uit een varkenshouderij- (zeugen en vleesvarkens) en een akkerbouwbedrijf. De locatie is gelegen aan de rand van de kern Reuver zoals uit onderstaande luchtfoto blijkt.

bedrijfslocatie

Luchtfoto: ligging bedrijf t.o.v. kern

Op de bedrijfslocatie is op een agrarisch bouwvlak aan de Beeselseweg 17 te Reuver een bedrijfswoning aanwezig met daarachter en daarnaast, 4 varkensstallen. Dit bouwvlak is gekoppeld aan een bouwvlak aan de zuidwest zijde van de weg Hovergelei. Op dit gedeelte van het bouwvlak zijn twee loodsen aanwezig welke gebruikt worden als bewaarplaats voor landbouwproducten en machineberging. Initiatiefnemer heeft zich onlangs aangemeld voor de saneringsregeling varkenshouderij (SRV) en heeft inmiddels een beschikking ontvangen dat hij kan deelnemen aan deze regeling. Omdat de ondernemer nog te jong is om te stoppen met werken is gezocht naar een alternatieve inkomensbron. Deze is gevonden in het opwekken van energie door middel van een zonneveld. Hiertoe zullen de huidige varkensstallen worden gesloopt. Op de plek van de varkensstallen (ca 1 ha) en een gedeelte (ca 1 ha) van het aangrenzende perceel zullen de zonnepanelen worden aangebracht. Op het bedrijf mag na het beëindigen van de varkenshouderij geen intensieve veehouderij meer worden uitgeoefend

Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

3

De gemeente Beesel heeft aangegeven in principe bereid te zijn medewerking te verlenen aan de beoogde ontwikkeling. Het vigerend bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden tot het verlenen van een afwijkingsbesluit. Middels een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12 1e lid on a onder 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vergunning kan worden verleend, wordt het initiatief mogelijk gemaakt. De onderliggende bestemming wordt uiteindelijk zodanig gewijzigd dat er in de toekomst geen intensieve veehouderij meer kan worden uitgeoefend.

1.2 Ligging en begrenzing van het besluitgebied De locatie is gelegen aan de Beeselseweg 17 te Reuver, kadastraal bekend als gemeente Beesel 02 sectie L nummers: 312 (ged) en 475 (ged).

Afbeelding .. Topografische kaart

1.3 Opbouw ruimtelijke onderbouwing De voorliggende ruimtelijke onderbouwing is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 wordt het project nader omschreven. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 beknopt het beleidskader aan de orde. In hoofdstuk 4 komt de toetsing aan de milieu- en overige onderzoeksaspecten aan bod. Hoofdstuk 5 beschrijft de belangenafweging en in hoofdstuk 6 wordt nader ingegaan op de te volgen procedure.

Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

4

2 PROJECTOMSCHRIJVING 2.1 Bestaande situatie Het besluitgebied waarop de omgevingsvergunning en de voorliggende ruimtelijke onderbouwing van toepassing zijn, ligt aan de Beeselseweg 17 te Reuver. Het betreft een agrarische bedrijfslocatie van de initiatiefnemer met grotendeels de bestemming Agrarisch-Intensieve veehouderij (ca 14.000 m2) met een bouwvlak van ca 11.000 m2 en deels de bestemming Agrarisch met waarden (het aansluitend gebied). In de huidige situatie bestaat de locatie uit een bedrijfswoning met daarachter en daarnaast, 4 varkensstallen. Dit bouwvlak is gekoppeld aan een bouwvlak aan de zuidwest zijde van de weg Hovergelei. Op dit gedeelte van het bouwvlak zijn twee loodsen aanwezig welke gebruikt worden als bewaarplaats voor landbouwproducten en machineberging.

afbeelding 1, uitsnede vigerend bestemmingsplan

2.2 Toekomstige situatie De gewenste ontwikkeling bestaat uit het realiseren van een zonneveld van bruto ca 2 ha op het bouwvlak waarop de bedrijfswoning staat en het aangrenzende perceel. Een situatieschets van de omgeving waar het zonneveld wordt aangelegd is onderstaand weergegeven. Op deze oppervlakte van ca. 2,2 ha komen de zonnepanelen te staan, moet ruimte gereserveerd worden voor omvormers, schakelstations en inkoopstations, wordt de landschappelijke inpassing gerealiseerd en dient tussen de panelen voldoende ruimte te worden gehouden i.v.m. biodiversiteit en brandveiligheid. Per saldo zal dan ca 1,75 ha netto resteren voor het plaatsen van de zonnepanelen.

Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

5

afbeelding 2, indeling besluitgebied; situatietekening

Op beide bestemmingsvlakken wordt uiteindelijk de bestemming “Agrarischintensieve veehouderij” vervangen door “Agrarisch grondgebonden” (met eventuele aanduiding grondgebonden veehouderij of gebruiksgerichte en productiegerichte paardenhouderij) bij de eerstvolgende wijziging van het bestemmingsplan, zodat op deze locatie geen intensieve veehouderij meer gehouden kan worden. Een verzoek hiertoe is reeds bij de gemeente Beesel ingediend en akkoord bevonden. De situatietekening is als bijlage 1 aan deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd.

Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

6

2.3 Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten In de huidige situatie is er sprake van een agrarisch bedrijfslocatie met een bedrijfswoning en een 6 tal agrarische bedrijfsgebouwen welke landschappelijk zijn ingepast middels hagen en bomen. De bedrijfswoning en de varkensstallen zijn verder van de weg gelegen en de bewaarplaatsen/machineberging liggen dichter aan de Beeselseweg. De varkensstallen rondom de bedrijfswoning worden allemaal gesloopt en hiervoor in de plaats worden zonnepanelen geplaatst. Deze zonnepanelen worden tevens op een gedeelte van het aangrenzende perceel geplaatst tot een totale oppervlakte van (bruto) ca. 2,2 ha. Het zonneveld wordt rondom voorzien van een hekwerk van 1,5 -1,8 m en een landschappelijke inpassing.

Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

7

3 BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is vastgesteld op 13 maart 2012. In de SVIR legt het Rijk de ambities voor Nederland in 2040 vast, er wordt dus een visie gepresenteerd over waar Nederland in 2040 moet staan. Dit gebeurt aan de hand van (inter)nationale ontwikkelingen die de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven zowel bovengronds als ondergronds voor de toekomst moeten bepalen. Zo werkt het Rijk aan een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Dit betekent onder andere dat het Rijk een aantrekkelijk vestigingsklimaat wil ontwikkelen, waarbij de concurrentiekracht voor internationale bedrijven en economische ontwikkeling wordt versterkt. Hierbij zijn onder andere sterke stedelijke regio’s nodig, waarbij een goede ‘quality of life’, optimale bereikbaarheid en goede (logistieke) verbindingen met Europa en de wereld het uitgangspunt zijn. Om deze ambities waar te kunnen maken vraagt het Rijk ook steun aan de decentrale overheden, de diverse marktpartijen en kennisinstellingen. Naast deze ambities voor de lange termijn kiest het Rijk tevens drie concrete doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028), te weten: •

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; • Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Hierbij maakt het Rijk gebruik van verschillende nationale belangen, waarvoor zij verantwoordelijk zijn en resultaten wil boeken. Het saneren van een varkenshouderij en het realiseren van een zonneveld is niet in strijd met dit nationale beleid. Het realiseren van een zonneveld draagt immers bij aan de verduurzaming van de opwekking van energie en de engerietransitie. Naast de Structuurvisie kent de Rijksoverheid ook het ‘Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2011’. De eerste tranche van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening is vastgesteld op 22 augustus 2011 en op 30 december 2011 in werking getreden. Dit Barro is ontstaan bij de ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het Rijk heeft hierin vastgelegd dat voor een aantal specifieke onderwerpen algemene regels gelden, dit

Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

8

is immers een bevoegdheid van het Rijk. Het gaat hierbij om het beschermen van de nationale belangen. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Om de 13 nationale belangen door te laten werken in ruimtelijke plannen van lagere overheden is naast de SVIR op 30 december 2011 het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 is de eerste aanvulling bij het Barro vastgesteld. In het Barro zijn regels opgenomen waaraan de inhoud van ruimtelijke plannen moet voldoen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van ruimtelijke plannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke ruimtelijke plannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit.

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is door het Rijk vastgelegd dat de Provincie verantwoordelijk is voor de begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS, inmiddels door het Rijk Nationaal Natuurnetwerk genoemd) en begrenzing en bescherming van de EHS dient vast te leggen in een provinciale verordening. In Limburg is de EHS vastgelegd in de Goudgroene natuurzone. In paragraaf 5 van de omgevingsverordening Limburg 2014 wordt de begrenzing van de Goudgroene natuurzone bepaald en wordt invulling gegeven aan het beschermingsregime op basis van het Barro en de daarin verwoorde ‘Spelregels EHS’. Dit onderwerp is verder uitgewerkt in paragraaf 4.4. In het plangebied werken geen regels vanuit het Barro rechtstreeks door en hoeft hiermee dan ook geen rekening te worden gehouden. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is onder andere het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd. In artikel 3.1.6 is een nieuw lid 2 ingevoegd waarin een motiveringsplicht is opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen in bestemmingsplannen. De regeling is een verplichting om bij het toestaan van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in een bestemmingsplan, te motiveren dat daar ook daadwerkelijk behoefte aan is.

Het doel is om te komen tot zorgvuldig ruimtegebruik en daarmee het voorkomen van (onaanvaardbare) leegstand en onnodig bebouwen van landelijk gebied. Op 1 juli 2017 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening in werking waarbij de Laddersystematiek is gewijzigd.

Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

9

De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.” De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. De Laddertoets geldt alleen voor ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte.

Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het een functiewijziging betreft, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. Een zonneveld wordt gelet op deze definitie niet beschouwd als een stedelijke ontwikkeling. Dit blijkt uit de handreiking van het Rijk en is ook gezien de doelstelling van de ladder begrijpelijk. Immers heeft deze tot doel om leegstand te voorkomen. De realisatie van een zonneveld leidt niet tot leegstand. De ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet van toepassing.

3.1.4 Besluit m.e.r. Zoals uit artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voortvloeit, dient in de toelichting bij het bestemmingsplan (of ruimtelijke onderbouwing bij een omgevingsvergunning) gemotiveerd te worden in welke mate rekening is gehouden met diverse ruimtelijke belangen. In artikel 3.1.6, lid 5 van het Bro wordt verwezen naar enkele milieuaspecten die in de toelichting terug dienen te komen. Daarbij wordt eveneens verwezen naar de milieueffectrapportage (m.e.r.). Dit is een wettelijk instrument dat als doel heeft milieuaspecten volwaardig te betrekken in de ruimtelijke afweging die gemaakt wordt ten behoeve van ruimtelijke plannen en

Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

10

besluiten. Er zijn in beginsel drie afzonderlijke situaties die kunnen leiden tot een m.e.r.- plicht: 1. Er is een passende beoordeling nodig in het kader van de Wet natuurbescherming; 2. Het project is genoemd in kolom 3 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportrage; 3. Het project is genoemd in kolom 4 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D valt, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen, moet dan ook een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Beoordeling plan: In dit geval is geen passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is, dient bepaald te worden (1) of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, (2) of de ontwikkeling in een gevoelig gebied ligt en (3) of er belangrijke milieugevolgen zijn. 1. Drempelwaarden Besluit m.e.r.

Het planvoornemen voorziet in de realisatie van een zonneveld en het saneren van een intensieve veehouderij. De realisatie van een zonneweide dient te worden getoetst aan Lijst D, onderdeel 22.1 ‘De oprichting, wijzigingen of uitbreiding van een industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stroom en warm water’. Een directe m.e.r.-beoordelingsplicht geldt in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een elektriciteitscentrale met een vermogen van 200 megawatt (thermisch) of meer. De beoogde zonneweide zal een vermogen van circa 1,8 MWp hebben. Daarmee wordt ruimschoots onder de drempelwaarde uit Lijst D gebleven en is een directe m.e.r.beoordelingsplicht niet aan de orde. 2. Ligging binnen een gevoelig gebied: In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een ‘gevoelig gebied’. Als gevoelig gebied zijn gebieden

Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

11

aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Onderhavig plangebied is niet gelegen binnen een ‘gevoelig gebied’ zoals gedefinieerd in het Besluit m.e.r. In het onderhavige document zal worden aangetoond dat het plan gelet op de aard, omvang en ligging geen negatieve effecten heeft ten opzichte van dergelijke gevoelige gebieden. 3. Belangrijke milieugevolgen: In hoofdstuk 4 worden de verschillende milieuaspecten afgewogen. Daaruit blijkt dat onderhavig plan geen negatieve effecten heeft ten aanzien van deze aspecten. Gelet op het vorenstaande is het niet nodig een m.e.r.-beoordeling uit te voeren.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Provinciaal omgevingsplan Limburg Het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (het POL) is op 12 december 2014 vastgesteld door Provinciale Staten van de provincie Limburg en is een plan op hoofdlijnen. Het biedt een samenhangend overzicht van de provinciale visie op de ontwikkeling van de kwaliteitsregio Limburg, en de ambities, rol en werkwijze op een groot aantal beleidsterreinen. Het is zowel Structuurvisie, Streekplan, Waterhuishoudingplan, Milieubeleidsplan, als Verkeer en vervoerplan, en bevat de hoofdlijnen van de fysieke onderdelen van het economische, en sociaal-culturele beleid. Het POL wordt doorlopend geactualiseerd en aangevuld. In het vervolg van deze paragraaf wordt steeds uitgegaan van de meest actuele versie van het POL. De diverse POL aanvullingen worden periodiek verwerkt in de perspectieven kaart.

afbeelding 3, Uitsnede kaart 1 “Zonering” Vastgesteld POL 2014

Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

12

Toetsing Het besluitgebied is op grond van het Provinciaal Omgevingsplan Limburg aangeduid als Landelijk Gebied ‘Buitengebied’. Landelijk gebied Dit is het gebied buiten de steden, plattelandskernen en bedrijventerreinen. De contramal dus van het bestaand bebouwd gebied. Een rijk geschakeerd gebied bestaande uit rivier- en beekdalen, hellingen, landbouwgronden, glastuinbouw, bos- en natuurgebieden, delfstofwinningen, solitaire woningen en bedrijfsgebouwen, linten en clusters van bebouwing, verblijfsrecreatieve terreinen e.d. en doorsneden met allerlei vormen van infrastructuur. Het landelijk gebied wordt op hoofdlijnen en indicatief onderverdeeld in 4 zones: goudgroene natuurzones, zilvergroene natuurzones, bronsgroene landschapszone en buitengebied. Buitengebied Deze zone omvat een breed scala aan gebieden variërend van landbouwgebieden in algemene zin, glastuinbouwgebieden, ontwikkelingsgebieden intensieve veehouderij, verblijfsrecreatieve terreinen, stadsrandzones tot linten en cluster van bebouwing. Toetsing Onderhavige locatie ligt in het buitengebied van de gemeente Beesel aan de rand van de bebouwde kom van Reuver. Het initiatief past binnen de gestelde doelen voor het buitengebied.

Er wordt met het beëindigen van de intensieve veehouderij aan de rand van de bebouwde kom en aan de rand van een gebied dat is aangeduid als goudgroene natuurzone, bijgedragen aan het terugdringen van milieubelasting vanuit landbouw (terugdringen ammoniakbelasting, terugdringen van belasting van geur en fijnstof op nabij gelegen woonwijk) zonder ontwikkelingsmogelijkheden voor andere (agrarische) bedrijven te belemmeren. Het initiatief is dus passend in het POL 2014. 3.2.2 Provinciale omgevingsverordening Op 12 december 2014 is de Omgevingsverordening Limburg in werking getreden. In deze verordening is het provinciaal beleid nader uitgewerkt in regelgeving. Het hoofdstuk Ruimte van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is gebaseerd op artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In het hoofdstuk Ruimte van de Omgevingsverordening 2014 zijn voor een beperkt aantal onderdelen van het POLbeleid regels opgenomen. In het POL 2014 is een toelichting gegeven op de gemaakte keuzes voor de onderwerpen die in dit hoofdstuk zijn opgenomen.

Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

13

Daarnaast zijn regelingen opgenomen die naar de mening van het Rijk door de Provincies nader moeten, dan wel kunnen worden uitgewerkt in een provinciale ruimteverordening. De ruimteverordening richt zich tot de gemeentebesturen. De instructies die in dit hoofdstuk staan moeten door de gemeentebesturen in acht worden genomen bij het opstellen van bestemmingsplannen en beheersverordeningen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. De ruimteverordening heeft dus geen rechtstreekse werking naar burgers en bedrijven, zoals dat voor de meeste andere hoofdstukken van de Omgevingsverordening 2014 wel het geval is. Omdat het hoofdstuk ruimte geen rechtstreekse doorwerking heeft is dit opgenomen onder het provinciaal beleid.

afbeelding 4, uitsnede provinciaal omgevingsverordening

Op de locatie zelf zijn geen onderdelen uit de provinciale omgevingsverordening in het geding. De locatie grenst wel aan een gebied dat is aangeduid als goudgroene natuurzone en bronsgroene landschapszone. Tevens is het gebied aan de overzijde van de weg aangemerkt als extensiveringsgebied intensieve veehouderij (i.v.). Op de onderhavige locatie wordt de intensieve veehouderij activiteit gesaneerd dit levert een verbetering op voor het aangrenzende natuurgebied dat is aangeduid als goudgroene zone. Voor het overige zijn er geen onderdelen uit de provinciale omgevingsverordening van belang voor de gevraagde ontwikkeling. 3.2.3 Provinciale zonneladder In oktober 2019 heeft de provincie Limburg een voorlopige zonneladder als bouwsteen voor een duurzaamheidsladder uitgewerkt. Deze ladder krijgt een plek in de Omgevingsvisie Limburg 2020. In lijn met de landelijke voorkeursvolgorde houdt ook de Limburgse zonneladder geen volgtijdelijkheid aan. De provincie Limburg staat in beginsel positief tegenover het plaatsen van zonnepanelen op Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

14

vrijkomende agrarische bouwkavels als gevolg van de deelname aan de saneringsregeling varkenshouderij onder de voorwaarde dat: 1. De plaatsing van zonnepanelen blijkt haalbaar na integrale afweging via casusaanpak (alternatieven, financieel, inpassing binnen kernkwaliteiten, netwerkaansluiting); 2. De plaatsing is beperkt tot maximaal de oppervlakte van het vigerende bouwvlak De provincie beschouwd dit als een pilot. In het kader van nog op te stellen Regionale Energie Strategie (RES) kan worden bezien of de opgedane ervaringen aanleiding geven tot verdere uitrol van dit concept in de land- en tuinbouwsector voor de realisatie van maatschappelijke opgaven en op welke schaal. De provincie Limburg biedt aan proactief mee te denken over de herbenutting van vrijkomende bouwvlakken. Voorop blijft staan dat de uiteindelijke beslissing (ook voor wat betreft de locatie) maatwerk is en op lokaal niveau wordt gemaakt.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Vigerend bestemmingsplan Binnen het besluitgebied is het bestemmingsplan Buitengebied Beesel vigerend, zoals dat is vastgesteld op 24 juni 2013. In het besluitgebied gelden de bestemmingen “Agrarisch-Intensieve veehouderij” en “Agrarisch met waarden”. Binnen de bestemming “Agrarisch-Intensieve veehouderij” is een bouwvlak opgenomen. Dit bouwvlak is gekoppeld met het bouwvlak aan de overzijde van de weg Hovergelei. Daarnaast is de dubbelbestemming “Waarde-Archeologie” van toepassing met de navolgende aanduidingen, “overige zone-archeologisch waardevol gebied”, “overige zone-hoge archeologische verwachtingswaarde”, “overige zone- kleinschalig agrarische gebied” en “vrijwaringszone-straalpad”. Het beoogde zonneveld wordt gesitueerd binnen de bestemming “Agrarisch-Intensieve veehouderij” en “Agrarisch met waarden”. Het initiatief ziet op een bedrijfsmatige exploitatie van een zonneveld welke niet enkel ten dienste van het eigen agrarisch bedrijf staat. De geplande zonnepanelen zijn dan ook in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Door middel van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bestemming kan alsnog medewerking worden verleend aan het onderhavige plan.

In het kader van de deelname aan de saneringsregeling varkenshouderij dient op de huidige locatie het bestemmingsplan uiteindelijk zodanig aangepast te worden, dat er geen intensieve veehouderij meer mogelijk is op de onderhavige locatie. Initiatiefnemer stemt hier volledig mee in en zal naast de onderhavige procedure, tevens een verzoek indienen bij de gemeente voor het dusdanig wijzigen van de bestemming dat het uitoefenen van een intensieve veehouderij op de onderhavige locatie niet meer mogelijk is.

Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

15

In plaats van de huidige varkensstallen zullen binnen het huidige bouwvlak en een gedeelte van het aangrenzende perceel, zonnepanelen worden aangelegd met een maximale hoogte van 1,70 m.

Situatieschets huidige stallen

Situatieschets evenwijdige opstelling

Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

16

3.3.1 Structuurvisie Beesel In de structuurvisie Beesel heeft de gemeenteraad de hoofdlijnen van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen en de hoofdzaken van het te voeren gemeentelijk ruimtelijk beleid vastgesteld. Per deelgebied zijn de specifieke kernkwaliteiten, het streefbeeld voor de toekomst en de bijbehorende ontwikkelingsrichtingen uitgewerkt. In de structuurvisie Beesel is het gemeentelijk kwaliteitsmenu (GKM) opgenomen. Dit vormt de lokale uitwerking van het Limburgs KwaliteitsMenu (LKM) opgesteld door de provincie Limburg. Op basis van het GKM zijn alle mogelijke ontwikkelingen buiten de contouren door de gemeente in modules uitgewerkt. Aangegeven wordt waar, welke ontwikkeling is toegestaan en welke financiële en/of fysieke bijdrage een ontwikkeling in het buitengebied moet leveren (afhankelijk van de ontwikkeling). Een goede landschappelijke inpassing en het afkoppelen van hemelwater is altijd een voorwaarde bij een ontwikkeling in het buitengebied. Uit toetsing van de onderhavige ontwikkeling aan de structuurvisie blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet is benoemd in het GKM. Een financiële en/of een fysieke tegenprestatie is hierdoor voor de beoogde ontwikkeling niet benoemd in de Structuurvisie Beesel. Wel dient er een Landschappelijk inpassingsplan te worden opgesteld, dat wordt voorgelegd aan de gemeentelijke kwalteitscommissie.

3.3.2 Duurzaamheidsvisie Beesel 2019-2030 Voor de toekomst van Beesel is de ambitie voor het thema duurzame energie om de eigen duurzame elektriciteit op te wekken. De beoogde ontwikkeling sluit aan bij deze ambitie. 3.3.3 Kader voor opwekking duurzame energie Beesel (KODE) De raad van Beesel heeft een kader voor de opwekking van duurzame energie vastgesteld, waaraan initiatieven op het gebied van zon en wind dienen te voldoen. Het kader voor zonneprojecten in de KODE wordt gevormd door 10 uitgangspunten op het gebied van ruimte, participatie, locatie en eigenaarschap. Beesel hanteert voor initiatieven op het gebied van zon een meersporenbeleid, expliciet gemaakt in een zonnewaaier in KODE, waarin Beesel gelijktijdig inzet op zonne-energie op daken, reststroken, bouwvlakken en cultuurgronden. De urgentie en de omvang van de opgave maakt het noodzakelijk om op alle sporen in te zetten. Van de genoemde 10 uitgangspunten in de KODE zijn op de beoogde locatie van toepassing: -

Uitgangspunt 1: Het initiatief is gelegen in een gebied (spoor) waarin Beesel ontwikkelingen toestaat. Het initiatief voldoet deels aan spoor 3.

-

Uitgangspunt 2: Het initiatief voldoet aan de per spoor gestelde kwantitatieve doelen en limieten richting 2030. Spoor 3 typeert de

Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

17

bouwvlak gerelateerde zonneweides in het buitengebied. Uitgangspunten in spoor 3 zijn: o

In totaliteit is maximaal 15 ha te beleggen op bouwvlakken verspreid over de gemeente. Het onderhavige initiatief bedraagt 2,19 ha (bruto) en voldoet daarmee aan deze voorwaarde.

o

De maximale (bruto)maat voor deze zonneweiden is maximaal 2 ha en is volledig gelegen binnen het bestaande bouwvlak. De maximale oppervlakte zonneweide bedraagt inderdaad minder dan 2 ha, maar is deels in en deels buiten het bouwvlak gelegen.

o

Voor stoppende of gestopte bedrijven: zowel vrijkomende plek door sloop als overig deel binnen het bestaande bouwvlak. Het door sloop van de varkensstallen vrijkomende gedeelte van het bouwvlak wordt benut voor de plaatsing van zonnepanelen alsmede een gedeelte van het aangrenzende perceel.

o

Er is sprake van landschappelijke inpassing. Een voorstel tot landschappelijke inpassing wordt bijgevoegd.

o

Installatie is vrijgesteld van coöperatieve participatie, mits revenuen worden gebruikt voor sloop van stallen of andere gebouwen. Participatie is niet aan de orde, alle varkensstallen zullen gesloopt worden.

-

Uitgangspunt 4: Initiatiefnemer levert bewijs dat opgewekte stroom kan worden geleverd, kan worden opgeslagen of worden omgezet in een energiedrager. Initiatiefnemer heeft een offerte van Enexis voor het aansluiten van het zonneveld op het net.

-

Uitgangspunt 6: initiatiefnemer zorgt voor een zorgvuldige omgevingsdialoog (conform bijlage 2, Leidraad Omgevingsdialoog). Op dinsdag 11 augustus 2020 heeft een informatieavond plaatsgevonden voor omwonenden. In overleg met de gemeente Beesel zijn de adressen uitgezocht van de bewoners welke hiervoor in aanmerking komen. De bewoners van deze adressen hebben allen een persoonlijke uitnodiging ontvangen. Tevens zijn alle raadsleden van de gemeente Beesel via de raadsgriffier uitgenodigd voor de bijeenkomst. Tijdens deze bijeenkomst, waarbij ook ambtenaren van de gemeente Beesel aanwezig waren, is een uiteenzetting gegeven van de plannen van de initiatiefnemer m.b.t. de realisatie van het zonneveld. Tijdens deze informatieavond is tevens de afstand van 300 m tot de rand van het dorp aangehaald zoals deze is opgenomen in de KODE. Aan deze afstand kan het onderhavige initiatief niet voldoen. Van de aanwezigen heeft niemand aangegeven dat

Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

18

vastgehouden dient te worden aan deze afstand van 300 m. In dat geval biedt de KODE de ruimte om een kortere afstand te hanteren. -

Uitgangspunt 7: initiatiefnemer voldoet aan de kwalitatieve ontwerpprincipes en eisen aan landschap, kavel en object (conform bijlage 3, Leidraad Kwaliteit op Locatie). Voor het onderhavige initiatief is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld door landschapsarchitect Guido Paumen. Bij de opstelling van het plan is rekening gehouden met bovengenoemde leidraad. Het plan wordt ter beoordeling voorgelegd aan de kwaliteitscommissie Weert, Nederweert, Leudal en staat voor 17 september 2020 op de agenda.

-

Uitganspunt 8: initiatiefnemer monitort de effecten op bodem en biodiversiteit. Dit zal na realisatie van het zonneveld plaatsvinden.

-

Uitgangspunt 10: initiatiefnemer levert een kwaliteitsbijdrage. Voor de beoogde ontwikkeling is de kwaliteitsbijdrage de sloop van de varkensstallen op het eigen erf.

Kwaliteitsverbeterende maatregelen worden geborgd met een privaatrechtelijke overeenkomst welke zal worden opgesteld door de gemeente Beesel.

Daarnaast kent KODE de volgende procedurele uitgangspunten: -

Beesel gaat in beginsel uit van een uitgebreide omgevingsvergunning of van een wijziging in het bestemmingsplan. In overleg met de initiatiefnemer wordt gekozen voor een bepaalde procedure.

-

Vergunningen worden in beginsel voor 25 jaar aangevraagd en afgegeven. Dit houdt in dat een zonneweide, na ingebruikname, gedurende 25 jaar geëxploiteerd mag worden.

-

Een zonneweide dient binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van de verleende omgevingsvergunning gerealiseerd te worden. Indien dit niet het geval is, kan de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden ingetrokken.

Afweging ten aanzien van de realisatie van een zonnevelddeel buiten bestaand bouwvlak in spoor 3 van de KODE: Uitgangspunt voor het realiseren van een bouwvlak gerelateerde zonneveld in spoor 3 is een maximale (bruto)maat zonneveld van 2 ha, die volledig gelegen is binnen het bestaande bouwvlak van een agrarisch bedrijf. In de onderhavige

Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

19

situatie bedraagt de oppervlakte van het netto zonneveld minder dan 2 ha., de bruto oppervlakte komt uit op 2,19 ha. Een deel van deze oppervlakte is echter buiten het bouwvlak gelegen. Door initiatiefnemer is aangetoond dat het financieel voor hem niet rendabel is om enkel binnen het huidige bouwvlak een zonneveld aan de leggen van ca 1 ha. en dat deze oppervlakte ca. 2 ha moet bedragen (netto zonneveld 1,75 ha en bruto zonneveld 2,19 ha). Vanwege voorgaande motivatie in combinatie met het feit dat er tevens belangrijke positieve gevolgen voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving op het gebied van milieu (saneren geurhinderlijk bedrijf nabij de komgrens en saneren van een ammoniakbron nabij een bosgebied) en op het gebied van ruimte (verwijderen van varkensstallen), alsmede vanwege het feit dat er tevens sprake is van een goede ruimtelijke ontwikkeling op een goede plek, heeft de gemeente doen besluiten om, in afwijking van de KODE toch mee te willen werken aan het onderhavige initiatief.

Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

20

4 ONDERZOEK In dit hoofdstuk worden de noodzakelijke onderzoek aspecten behandeld welke in het kader van de realisatie van de beoogde ontwikkeling nader onderzocht dienen te worden.

4.1 Milieuaspecten 4.1.1 Bodem In het kader van een voorgenomen functiewijziging zal inzicht moeten worden gegeven in de bodemkwaliteit ter plaatse, wanneer er een wijziging plaatsvindt naar een gevoeligere functie of wanneer er nieuwe bebouwing waarin voortdurend mensen verblijven wordt opgericht. Dit is met het initiatief niet aan de orde. Ook is er slechts zeer beperkt sprake van bodemroerende werkzaamheden vanwege de wijze waarop de zonnepanelen worden geplaatst. Een verkennend bodemonderzoek is gezien het voorgaande niet noodzakelijk. Conclusie Er zijn met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkelingen. 4.1.2 Geluid Een zonneveld vormt volgens de brochure “Bedrijven en Milieuzonering” geen milieubelastende functie. De zonnepanelen produceren geen geluid, zodat hier ook geen effect op de omgeving te verwachten is. Eventuele geluidhinder kan door transformatoren ontstaan. Het betreft transformatoren die vergelijkbaar zijn aan die in woonwijken. Voor transformatorstations geldt een te hanteren richtafstand van 30 m. De afstand tot het meest nabij gelegen gevoelig object is, op elke plek binnen het besluitgebied, groter dan deze afstand. Waardoor geluid geen probleem zal opleveren.

Daarnaast worden de omvormers/transformatoren inpandig opgesteld, waardoor er isolatie plaatsvindt van het geproduceerde geluid en de uitstraling van geluid nog verder wordt beperkt. In de huidige opzet zijn de gebouwen waarin de omvormers/transformatoren geplaatst worden, gepland tegen de eigen woning van de initiatiefnemers, waardoor de afstand tot woningen van derden maximaal is.

Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

21

Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig initiatief. 4.1.3 Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet Milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: a. er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; b. een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c. een project draagt “niet in betekenende mate” (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; d. een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. In dit geval is er sprake van het oprichten van een zonneveld. Daarnaast wordt een intensieve veehouderij gesaneerd en wordt de betreffende omgevingsvergunning milieu ingetrokken. Een zonneveld kent een zeer lage verkeersaantrekkende werking. Er zal uitsluitend sprake zijn van sporadisch verkeer ten behoeve van onderhoud, controle en beheer.

Doorsanering van de intensieve veehouderijfunctie, kan op voorhand redelijkerwijs worden gesteld dat het initiatief niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Gezien het bovenstaande kan worden geconcludeerd worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan. 4.1.4 Geur Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de normen uit de Wet geurhinder en veehouderij. Als gevolg van deze wet worden normen gesteld voor de bouw van nieuwe geurgevoelige objecten. Er dient voor deze objecten sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast mag geen inbreuk ontstaan op de milieuruimte van omliggende veehouderijen. Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

22

Volgens de definitie van de Wet geurhinder en veehouderijen is een geurgevoelig object een gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen en menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt. Een zonneveld is, gelet op deze definitie, niet aan te merken als een geurgevoelig object. Er is slechts sporadisch en kortdurend sprake van verblijf door mensen. De voorgenomen ontwikkeling van een zonneveld levert dan ook geen belemmeringen op voor veehouderijen en vice versa. Conclusie Vanuit het aspect geur bestaan er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling van een zonneveld.

4.1.5 Ontwerpuitgangspunten brandveiligheid Om zowel de initiatiefnemer, als het bevoegd gezag handvaten te bieden hoe om te gaan met zonnepanelen op velden/weiden vanuit het oogpunt van brandveiligheid, heeft de Veiligheidsregio Limburg-Noord een ontwerpuitgangspunten document opgesteld waaraan nieuwe initiatieven getoetst zullen worden. De zonnepanelen worden in rijen geplaatst met een onderlinge tussenafstand van ten minste 2 meter. Om de kans op een incident en de gevolgen van een incident te verkleinen zijn door de veiligheidsregio een aantal maatregelen voorgesteld om mee te nemen in het ontwerp van een dergelijk terrein. 1. De systemen en stations dienen aan de wegzijde geplaatst te worden zodat ze in geval van een calamiteit bereikbaar zijn voor de brandweer; De systemen en stations zijn aan de wegzijde geplaatst en zijn goed bereikbaar voor de brandweer in geval van noodzaak. 2. De systemen en stations voorzien van noodschakelaars om de stroomtoevoer vanuit het zonnepaneelveld af te schakelen. De systemen en stations zullen worden voorzien van noodschakelaars 3. De ondergrond binnen minimaal 1,5 m van een systeem en station vrij te houden van begroeiing. 1,5 m rondom de systemen en stations wordt vrijgehouden van begroeiing. 4. De behuizing van de systemen en stations moeten van binnen naar buiten brandwerend worden uitgevoerd (minimaal 30 min WBDBO).

Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

23

De behuizing wordt brandwerend uitgevoerd (min 30 min. WBDBO). 5. Langs de perceelsgrens en het zonnepaneelveld moet een strook van minimaal 1 m vrij gehouden te worden van begroeiing; Rondom het zonneveld wordt een strook van 2,0 m. vrij gehouden 6. In het grasland en de paneelvelden dient compartimentering te worden toegepast met vakken van maximaal 2.500 m2 te creëren door panelen minimaal 2 m uit elkaar te plaatsen en stroken van minimaal 2 m vrij te houden van begroeiing. In de voorgeschreven opstelling wordt de gewenste ruimte tussen de panelen van 2 m ruimschoots gehaald. Het realiseren van compartimenten van 2.500 m2 is mogelijk door tussen de rijen van de panelen een strook van 2 m vrij van begroeiing te houden, zodat er compartimenten van de gewenste maximale oppervlakte ontstaan. 7. Bekabeling vlamdovend uit te voeren tussen vakken/compartimenten; Wordt tussen compartimenten vlamdovend uitgevoerd. 8. Een bluswatervoorziening met een capaciteit van minimaal 60 m3/uur te realiseren ter hoogte van de systemen zoals transformatoren en omvormers. Er zal in overleg met de brandweer een bluswatervoorziening gerealiseerd worden met een capaciteit van minimaal 60 m3/uur in omgeving van de gebouwen waarin de transformatoren en omvormers geplaatst zijn zoals op de situatieschets is aangegeven.

Bovendien worden deze gebouwen rondom over een afstand van 5 m vrij gehouden van bebouwing en begroeiing. Er wordt derhalve voldaan aan de maatregelen zoals door de veiligheidsregio voorgesteld, waarmee ook brandveiligheid geen belemmering vormt voor dit initiatief. 4.1.6 Externe veiligheid Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met het aspect externe veiligheid. Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. De risiconormen voor inrichtingen zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het besluit verplicht gemeenten en provincies bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het maken van bestemmingsplannen rekening te

Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

24

houden met bepaalde eisen ten aanzien van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) zijn voorts regels opgenomen betreffende de veiligheidsafstanden en berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Er wordt getoetst aan een plaatsgebonden- en een groepsrisiconorm die bepalen wat de maximale kans op dodelijke slachtoffers mag zijn in geval van een incident. Deze normen hebben het karakter van grenswaarden (zijnde het maximaal toelaatbaar risico) en richtwaarden in het milieubeleid. Voor ontwikkelingen die plaatsvinden binnen het invloedsgebied van de risicovolle activiteit geldt een verantwoordingsplicht ten aanzien van het groepsrisico. Deze verantwoordingsplicht geldt ongeacht of normen worden overschreden. Uitgangspunt voor het beleid is dat burgers voor de veiligheid in hun woonomgeving mogen rekenen op een minimum beschermingsniveau (plaatsgebonden risico): er mogen zich dus geen kwetsbare bestemmingen bevinden binnen de zone van het maximaal toelaatbaar risico. De kans op een groot ongeluk met veel slachtoffers (groepsrisico) moet expliciet worden afgewogen en verantwoord. Met deze ruimtelijke onderbouwing wordt een zonneveld mogelijk gemaakt. Gezien de aard van deze functie is er geen sprake van een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in de zin van het Bevi.

De plaatsgebonden risicocontouren van Bevi-inrichtingen en transportroutes vormen daarom geen belemmering. Ook is er gezien de sporadische aanwezigheid van personen ter plaatse van het zonneveld, geen sprake van een relevante wijziging voor het groepsrisico.

afbeelding 5, uitsnede risicokaart

Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

25

Conclusie Vanuit externe veiligheidsoogpunt zijn er geen belemmeringen voor de ontwikkeling van een zonneveld in het besluitgebied. 4.1.7 Milieuzonering Bedrijven en instellingen zijn verplicht te voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit, dan wel een omgevingsvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrijf, waarbij rekening gehouden dient te worden met omliggende woonbebouwing. Door middel van de milieu wet- en regelgeving wordt (milieu)hinder op woningen van derden en in woongebieden zoveel mogelijk voorkomen. Rondom het besluitgebied ligt voornamelijk landbouwgrond met op ruim 70 m de dichtstbij gelegen woning van derden. Als hulpmiddel voor de inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving of van gevoelige functies nabij bedrijven, heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), in samenwerking met de Ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Economische zaken, in 2009 een indicatieve bedrijvenlijst opgesteld. Aan deze bedrijven wordt een milieucategorie toegekend met een bijbehorende richtafstand. Het beoogde zonneveld vormt volgens deze brochure geen milieugevoelige functie en vormt daarmee voor (op grote afstand gelegen) omliggende bedrijven geen belemmering. Wel dient te worden onderzocht, of het woon- en leefklimaat binnen omliggende woningen niet negatief wordt beïnvloed vanwege de nieuwe functie.

Daarom dient te worden getoetst of in de omgeving van het besluitgebied functies voorkomen die een belemmering kunnen vormen voor de nieuwe ontwikkeling. Zonneparken/-velden worden als zelfstandige categorie niet benoemd in de VNGbrochure. Ten aanzien van de zonnepanelen zelf kan redelijkerwijs worden gesteld, dat geen milieuhinder (geluid, geur of stof) te verwachten is. Voor de bijbehorende transformators kan enige geluidproductie overdag worden verwacht. Deze zijn het best vergelijkbaar met de in de VNG-brochure vermelde categorie ‘elektriciteitsdistributiebedrijven <10 MVA’ (milieucategorie 2). Gelet op de ligging van het zonneveld aangrenzend aan een agrarische bedrijfslocatie aan de rand van de bebouwde kom, kan worden gesteld dat het besluitgebied tot gebiedstype ‘gemengd gebied’ behoort. De richtafstand van de transformatoren tot omliggende woningen dient daarmee in beginsel ten minste 10 meter te bedragen. Omliggende woningen bevinden zich op ten minste 70 meter afstand van het zonneveld. Onevenredige (geluid)overlast

Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

26

voor deze woningen is daarmee redelijkerwijs uitgesloten. Er treden dan ook geen belemmeringen op. Reflectie Het glazen oppervlak van de zonnepanelen kan zorgen voor hinder voor omwonenden of voor weg- gebruikers vanwege reflectie van zonlicht op de panelen. De mate van hinder is afhankelijk van een aantal factoren, zoals de opstelrichting van de panelen ten opzichte van wegen en woningen, de hellingshoek, de hoogte waarop deze worden geplaatst, het materiaal van de panelen, het al dan niet gebruiken van coating en de omgeving van de locatie. In het onderhavige geval zijn de volgende factoren van belang: -

De panelen worden in een beperkte hellingshoek geplaatst, namelijk maximaal 15º. Hoe steiler de panelen worden geplaatst, hoe groter de reflectie naar de directe omgeving voor personen, die zich op vergelijkbare hoogte bevinden, is. Met de voorziene beperkte hoek vindt verreweg de meeste reflectie omhoog plaats, terwijl de omliggende wegen niet verhoogd liggen ten opzichte van de zonneweide. Vanaf de wegen kijkt men dus niet bovenop de panelen.

-

Er wordt gebruik gemaakt van ruw glas, dat voor minder reflectie zorgt dan gladde panelen.

-

Tevens wordt gebruik gemaakt van reflectiecoating, die reflectie in grote mate tegengaat.

-

Afhankelijk van de uiteindelijke situering van de panelen kan meer of minder reflectie op de weg (Beeselseweg) plaatsvinden. Bij een zuid opstelling zal dit minder tot niet aan de orde zijn. Bij een opstelling evenwijdig aan het perceel zijn de panelen wel op de Beeselseweg gericht.

-

De zonnepanelen zijn vanaf de Beeselseweg uiteindelijk niet tot nauwelijks zichtbaar vanwege de afstand tot de weg (minimaal .. meter) en de aanplant van een houtsingel rondom het perceel. Ook ten aanzien van de, op grote afstand gelegen, woningen in de omgeving zorgt deze begroeiing ervoor, dat er nauwelijks zicht op het zonneveld ontstaat, zeker niet vanaf begane grond niveau.

-

Aangezien de panelen op het zuiden of zuidwesten gericht zijn en aan die zijde van het plangebied de dichtst bijgelegen woningen op respectievelijk 1.250 m en ruim 600 m gelegen zijn, levert dit voor de woningen geen overlast op.

Conclusie Geconcludeerd kan dan ook worden dat wordt voldaan aan de richtafstanden welke in het kader van de richtlijn bedrijven en milieuzonering gehanteerd moeten worden.

Omgevingsvergunning Beeselseweg 17 Reuver

27

4.2 Cultuurhistorie en Archeologie Cultuurhistorie In de directe omgeving van het besluitgebied zijn geen cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig waarop een negatieve invloed uitgeoefend zou kunnen worden met het realiseren van een zonneveld. Archeologie Op het besluitgebied ligt de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’ en deels de gebiedsaanduiding ‘archeologisch waardevol gebied’. Dit wil zeggen dat de gronden een archeologische verwachtingswaarde hebben. Op of in de voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 40 centimeter en ter vervanging van een bestaand gebouw op een bestaande fundering. Ter plaatse van de voor 'archeologisch waardevol gebied' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd binnen een niet wettelijk beschermd AMK-terrein, tenzij het bevoegd gezag een selectiebesluit heeft genomen om het terrein vrij te geven voor de gevraagde activiteit op basis van archeologisch onderzoek. Op 17 juli 2020 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVOO) uitgevoerd op een terrein aan de Beeselseweg 17, Reuver. Het rapport dat n.a.v. dit onderzoek is opgesteld is als bijlage 2 bijgevoegd.

Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied en hoge verwachting voor wat betreft de aanwezigheid van nederzettingen en grafvelden daterend van het paleolithicum tot de ijzertijd. Om de kans op het aantreffen van archeologische indicatoren zo groot mogelijk te maken zijn binnen het plangebied 13 boringen gezet met behulp van een zandguts in een 40-50 verkennend boorraster. Uit het met de zandguts verrichte onderzoek blijkt dat de bodem binnen het plangebied tot tussen de 40 en 60 centimeter verstoord is. 1. Is het gebied verstoord door landbouwactiviteiten? Ja, het gebied is tot ongeveer 40-60 centimeter verstoord door bodembewerking 2. Zijn er sporen van nederzettingen aangetroffen? Nee, er zijn geen nederzettingssporen aangetroffen 3. Zijn er sporen van een grafveld aangetroffen?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=bf7c208e-020d-4538-8b13-c2c2b48094c5