lokaal jeugdbeleid 2023-2026
Tekst van het document
Beleidsnota lokaal jeugdbeleid 2023-2026 1
Voorwoord De jeugd heeft de toekomst. Dat realiseren we ons in de gemeente Beesel maar al te goed. De jeugdigen van nu, zijn de vrijwilligers, werknemers, ondernemers en netwerkers van later. Hiermee spelen zij een sleutelrol in onze samenleving. Zij geven kleur aan onze gemeenschap van vandaag en morgen. Nu investeren in onze jongeren en ze de ruimte te geven om zich optimaal te ontwikkelen en hun talenten te ontplooien draagt bij aan een gezonde en levendige toekomst voor zowel de jongere als de gemeenschap, in het heden, maar zeker ook in de toekomst. We zetten in op een gemeente waar het voor alle jongeren en hun opvoeders ontspannen, met plezier en gezond opgroeien en opvoeden is. We gaan uit van de eigen kracht van onze jeugd, hun opvoeders en hun netwerk en vergroten succesfactoren. Waar nodig lopen we als gemeente een stukje mee, waarbij we altijd vertrouwen op de ontwikkelkracht van de jeugdige, waarna zij hun pad in gezamenlijkheid met hun opvoeders en hun netwerk vervolgen. Ontspannen, met plezier en gezond opgroeien is echter niet altijd vanzelfsprekend. Met name de laatste jaren heeft onze jeugd, maar zeker ook hun opvoeders, het zwaar te verduren gehad. De (psychische) gezondheid van onze jeugd staat dan ook onder druk.
Als gemeente Beesel kijken we hier niet voor weg, sterker nog, het is reden te meer om fors in te zetten op onze jeugd en om de lat voor onszelf hoog te leggen. Daarnaast staan we bewust stil bij wat goed gaat en vergroten we deze successen uit. De ambitie van het voorliggende jeugdbeleid is dan ook groot. Dit is een uitdaging die we vol vertrouwen samen met onze jeugdpartners oppakken! We weten namelijk dat we er niet alleen voor staan. Ook onze jeugdpartners zijn gebrand om bij te dragen aan deze beweging. Een beweging waarvan men zich realiseert dat dit enkel en alleen kan slagen als we in gezamenlijkheid acteren. Tijdens de netwerkbijeenkomst aangaande dit jeugdbeleid hebben we gesproken over de wielrensport als metafoor voor onze gezamenlijke aanpak voor onze jeugd. Waar men van een afstandje wellicht denkt dat wielrennen een individuele sport is, ervaart men bij het uitvoeren van de sport al snel dat alleen wielrennen niet altijd efficiënt en prettig is. Zo fiets je altijd voorop en fiets je alleen routes die bij jezelf bekend zijn. Samen wielrennen levert daarentegen veel voordelen op. Je kunt slim omgaan met ieders energie tijdens een fietsrit, je fietst routes die je zelf niet kent en je kunt waarnemingen tijdens de fietsrit met iemand delen.
Kortom, hoewel het vaak eenvoudiger is om vanuit je eigen professie aan de slag te gaan met een jeugdige, zien we ook dat onze jeugd vraagt om een integrale kijk en aanpak. En hoewel het soms meer tijd, energie en afstemming vraagt, zijn we ervan overtuigd dat het meer oplevert. Alleen ga je misschien sneller, maar samen kom je verder. Ik realiseer me ook dat dit een proces is van vallen en opstaan. Ook dat past binnen de metafoor van het wielrennen. Vallen is onvermijdelijk bij het proces dat ons brengt tot een waardevolle en intensieve samenwerking voor onze Beeselse jeugd. En , is het vooral belangrijk om met elkaar weer op te staan en niet te lang te wachten om na een valpartij de fiets weer op te klimmen en elkaar weer vast te pakken. Zo maken we samen het verschil voor onze jeugd. Tot slot spreek ik de persoonlijke ambitie uit om met het voorliggende jeugdbeleid een beweging in gang te zetten. Een beweging die niet enkel en alleen uitvoeringen geeft aan ambities voor en over jeugdigen, maar die boven al samen en in afstemming mèt onze jongeren wordt gemaakt. We geven de jeugdigen in onze gemeente een duurzame, structurele én eigentijdse stem waarmee zij mee kunnen én willen denken over voor hen actuele thema’s.
Hiermee maken we de gemeentelijke ontwikkelingen, die vaak nog zo ver-van-mijn-bed lijken, (be)grijpbaar en maken we jeugdigen nieuwsgierig over de gemeente (politiek). Want als de jeugd de toekomst heeft, moet je er ook goed voor zorgen en moeten ze deelgenoot worden van “hun jeugdbeleid”.
Veel leesplezier! Anouk Huijs
2
Leeswijzer In Hoofdstuk 1 wordt de visie van het lokale jeugdbeleid gepresenteerd en in Hoofdstuk 2 wordt een cijfermatige weergave gegeven van ontwikkelingen die van invloed zijn op het lokale jeugdbeleid. In Hoofdstuk 3 beschrijven we de beweging die dit lokale jeugdbeleid over 4 jaar heeft ingezet. Hoofdstuk 4 werkt uit wat we binnen een vijftal pijlers moeten doen om de beweging te kunnen maken. In hoofdstuk 5 nemen we u mee in de effecten van dit jeugdbeleid. Hoofdstuk 6 richt zich op de doorvertaling van dit beleid naar de gemeente financiën.
3
Inhoudsopgave
4
Voorwoord
2
Leeswijzer
3
Inhoudsopgave
4
Inleiding
5
1. Visie
6
2. Waar staan we nu
8
3. Waar staan we over 4 jaar
11
4. Wat gaan we daarvoor doen
12
5. Wanneer doen we het goed
17
6. Wat gaat het kosten
19
Nawoord
24
Bijlage 1. Verbindingen en bronnen van het lokale jeugdbeleid
25
Bijlage 2. Wat is preventie
29
Inleiding ‘It takes a village to raise a child’, een bekend Afrikaans gezegde. Bij de opvoeding van kinderen hebben ouders en verzorgers (hierna omschreven als: opvoeders) een grote verantwoordelijkheid, maar zij zijn zeker niet de enigen die hierin een rol spelen. Als samenleving hebben we allemaal een taak gericht op het opgroeien en opvoeden van jeugdigen. In onze geïndividualiseerde samenleving is deze gespreide verantwoordelijkheid echter niet meer vanzelfsprekend. Toch heeft bovengenoemd gezegde niets aan waarheid ingeboet. Nog steeds worden kinderen en jongeren (hierna omschreven als jeugdigen) continu gestuurd, uitgedaagd, geremd, aangespoord, gecorrigeerd en opgebeurd. Thuis, op school, in de buurt en in de virtuele wereld. Het is belangrijk dat wij, als gemeente, zowel opvoeders als de organisaties die pedagogische taken vervullen, erkennen in hun rol en hen daarbij ondersteunen. Dit geldt voor uiteenlopende organisaties zoals de peuterspeelzaal, kinderopvang, school en de BSO, maar ook voor (sport)verenigingen en jeugdverenigingen. Jeugdigen leren namelijk spelenderwijs en door omgang met andere jeugdigen, het leven te begrijpen. Dit lokale jeugdbeleid is een herijking over hoe de zorg van jeugdigen vormgegeven kan worden op een manier die past bij deze tijd, die aansluit bij wat er al is (kadernota sociaal domein) en past bij de identiteit van de gemeente Beesel.
Het jeugdbeleid is gemaakt op basis van een zorgvuldig participatieproces. We hebben diverse dialogen gevoerd met onder andere lokale netwerkpartners, het gezinscoachteam, de gemeenteraad (middels een werkvergadering in januari 2023), de Adviescommissie Sociaal Domein, andere gemeenten en experts in het land. Het lokale jeugd beleid staat ook niet op zichzelf, maar staat in verbinding met meerdere wetten, eerder beleid en aanpalende domeinen (zie hiervoor bijlage 1). In samenhang met wat er al is, waar we nog kansen zien en wat logisch is hebben we in dit beleidsplan vanuit een visie, het kader en de beweging geschetst voor alle jeugdigen van -9 maanden tot 18 jaar binnen de gemeente grenzen van Beesel. In principe stopt de jeugdwet namelijk als de jeugdige 18 jaar wordt. Vanaf die leeftijd kan iemand zorg en ondersteuning krijgen vanuit andere wetgeving Daar waar dit de WMO betreft dragen we zorg voor een goede overdracht. Soms is er sprake van verlengde jeugdhulp. Vanuit de regionale werkwijze is dit maar beperkt mogelijk en eerder uitzondering is dan regel. We richten ons daarom in het lokale jeugdbeleid op jeugdigen tot 18 jaar. In dit beleidsplan wordt geen onderscheid gemaakt in gender, waar in de tekst ‘haar’ staat kan ook ‘zijn’ gelezen worden. We leggen de focus op het normale opvoeden en opgroeien, niet op problemen.
Dit werd ook onderschreven vanuit de werkvergadering met de gemeenteraad. Er gaat namelijk ook veel goed ten aanzien van de jeugd in Beesel, laten we dat niet uit het oog verliezen. Daar waar de uitdagingen voor de jeugdige en haar gezin (even) te groot zijn om zelf of samen met de naaste omgeving op te pakken, springen wij bij en bieden ondersteuning. Omdat we geloven in de mogelijkheden van de jeugdige en haar omgeving zijn wij enkel passant in het leven van de jeugdige en haar gezin. We lopen en kijken een stukje mee zodat ze het leven wat nog voor ze ligt weer zelf kunnen oppakken. Hierbij realiseren we ons dat de lokale invloed beperkt kan zijn aangezien sommige zaken bijvoorbeeld regionaal zijn vastgelegd en dat op de schaal van een kleine gemeente, kleine veranderingen van grote invloed kunnen zijn. Samenwerken en samenkracht is daarom, ten aanzien van het lokale jeugdbeleid, evident. Met dit beleid geven we kaders en richting voor de beweging die we de komende vier jaar willen gaan maken. Dit is geen nieuwe richting, maar een voortborduren op ingezet beleid (en visie) vanuit de kadernota sociaal domein. Om daar ook daadwerkelijk te komen is de vervolg stap, na een goedkeuring van uw gemeenteraad, een vertaling naar een jaarplanning. Hierin werken we uit: wat moet nu en wat kan later. Plannen zullen in verschillend tempo worden gerealiseerd.
We geven prioriteit aan zaken die urgent zijn en wezenlijk verschil maken. Deze jaarplannen lopen mee in de P&C cyclus waarin we via de jaarrekening terugkijken, middels de kadernota vooruit kijken en via de bestuursrapportages bijsturen bij actualiteiten.
5
1. Visie In de kadernota hebben we onze visie op het sociaal domein breed verwoord en daarmee ook voor onze jeugd. We gaan uit van een gezonde, levendige samenleving, waarin inwoners een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven ervaren. De inwoner staat centraal en we leveren een bijdrage aan de zelf- en samenredzaamheid van de inwoner. Dit doen we door het versterken van de sociale basis, preventie en het bieden van passende ondersteuning. Deze ondersteuning is zoveel mogelijk lokaal en integraal1. Vertaald naar het lokale jeugd beleid dragen wij gezamenlijk bij aan een positief opvoed klimaat en zorgen we dat je in Beesel Ontspannen, met plezier en gezond kunt opvoeden en opgroeien. Aan de hand van vijf overtuigingen zetten we de beweging in waarop we in Beesel verschil gaan maken voor de Beeselse Jeugdige en haar gezin om uitvoering te geven aan onze visie.
Dit willen we realiseren in samenspel met de Beeselse gemeenschap en onze lokale partners, samen zijn we krachtiger2. Bij onze lokale jeugdpartners denken wij aan: Vrijwilligersleven (denk aan verenigingen, lotgenotengroepen etc.) Scholen (4 basisscholen, met 2 schoolbesturen en 1 voortgezet onderwijs, met een bestuur) Kinderopvangpartners (bestaande uit alle vormen van kinderopvang, zoals voorschool, buitenschool en gastouders) Preventief aanbod (veelal gefinancierd door de gemeente, bijvoorbeeld buurtgezinnen en de jongerenwerker) Medische wereld (zoals huisarts, verloskundige, gynaecoloog, fysiotherapie) Gecontracteerde maatwerkvoorzieningen (bijvoorbeeld Praktijk de Roos, Lionarons en PSW)
1 Bron: Kadernota
2
6
Bron: Coalitieakkoord 2022-2026
De vijf overtuigingen waarop we in Beesel verschil gaan maken, werken door in ons gedrag en dragen bij aan de doelenboom zoals deze is vastgesteld vanuit de kadernota. Dit zijn voor het lokale jeugdbeleid de doelen: veerkracht
en verbeterde leefstijl
sterke socialeopgenomen.
(zowel in mentale gezondheid
en fysieke leefomgeving
als lichamelijke gezondheid
) en
. Per overtuiging en in de tekening zijn de icoontjes
Iedere Beeselse jeugdige wordt gezien en verdient; 1. Een goede en gezonde start We gaan voor een onbezorgde, gezonde en kansrijke start vanuit een stabiele en veilige situatie. Dit kan zijn in de thuissituatie, maar ook op de (voor)school, in de buurt, bij de sportclub, jeugdvereniging of een ander laagdrempelig initiatief. Jeugdigen leren zich veerkrachtig ontwikkelen en kunnen zo goed mogelijk meedoen in de samenleving.
2. Gelijke kansen Het vergroten van (gezondheids)kansen voor iedereen en verschil durven maken, extra aandacht hebben voor de meest kwetsbare gebieden en inwoners in de meest kwetsbare posities. Het stimuleren van onze jeugd en haar opvoeders om hun leefstijl en mentale gezondheid te verbeteren en om het maken van de gezonde keuze de makkelijkste en vanzelfsprekende keuze te laten zijn/worden 3.
3. Een sterk sociaal netwerk Een jeugdige staat niet op zichzelf, maar groeit op in een omgeving waar de invloed van volwassenen en leeftijdsgenoten groot is. We geloven in de kracht van een sterk informeel opvoednetwerk. Een sociale leefomgeving die normaliseert en de (onderlinge) dialoog/elkaar ontmoeten stimuleert.
4. Haar talenten te ontwikkelen Iedereen heeft talenten of willen we mogelijkheden geven om talent te ontwikkelen op basis van haar kwaliteiten en competenties. Het is de kunst om een fysieke leer- en leefomgeving te creëren waar we de talenten van iedereen optimaal kunnen benutten.
5. Snelle en passende ondersteuning wanneer nodig Professionele ondersteuning is gericht op vroegtijdige interventies, op maat en dichtbij de jeugdige. Als de uitdagingen voor jeugdigen en hun opvoeders even te groot zijn om zelf, of samen met de naaste omgeving aan te pakken.
3 Manifest naar gelijke kansen op gezondheid.
7
2. Waar staan we nu Recente en relevante gegevens die ontwikkelingen weergeven die van invloed zijn op het lokale jeugdbeleid. En die meetbare indicatoren vormen voor effectmetingen in de toekomst.
Aantal inwoners Gemeente Beesel, 0-18 jaar oud
Aantal inwoners Gemeente Beesel peildatum 01-01-2023
Inwoners 18 +
0-4 jaar oud
5-9 jaar oud
10-14 jaar oud
15-18 jaar oud
Inwoners 18 89% 976
jeugdigen in de leeftijd 2,5 tot 4 bezoekt een voorschoolse voorziening in Beesel4 jeugdigen in Beesel gaan naar het basis onderwijs5
88% 922 54
687
jeugdigen in Beesel gaan naar het Voortgezet onderwijs (VO)
225 336 98 12
jeugdigen bezoeken daarvoor een VO school in Roermond jeugdigen bezoeken daarvoor een VO school in Venlo jeugdigen bezoeken daarvoor een Voortgezet speciaal onderwijs jeugdigen bezoeken daarvoor praktijkonderwijs. van de jeugdigen in de regio beweegt in 2019 dagelijks minimaal een uur
16%
van de jeugdigen in de regio beweegt in 2021 dagelijks minimaal een uur
84,7%
van de jeugdigen in de regio ervaren in 2021 hun gezondheid als (zeer) goed
82,7%
van de Nederlandse jeugdigen ervaren hun gezondheid als (zeer) goed
24,1 %
van de jeugdigen in de regio ervaren in 2021 psychische klachten
27,4
van de Nederlandse jeugdigen ervaren psychische klachten
51,5%
van de jeugdigen in de regio heeft in 2021 vertrouwen in de toekomst
53,2%
van de Nederlandse jeugdigen heeft vertrouwen in de toekomst
39,9 %
van de jeugdigen in de regio ervaart in 2021 zeer vaak stress
44,4%
van de Nederlandse jeugdigen ervaart zeer vaak stress
58,7%
van de jeugdigen in de regio drinkt in 2021 ooit een slokje of een heel glas alcohol
52,9%
153
8
16 19%
jeugdigen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar bezoekt een voorschoolse voorziening in de regio jeugdigen bezoeken daarvoor een Beeselse basisschool. jeugdigen gaan naar het SBO. (Voornamelijk in Tegelen.) jeugdigen bezoeken daar voor het GRES college
van de Nederlandse jeugdigen drinkt ooit een slokje of een heel glas alcohol 51,9 van de jeugdigen in de regio dronk in 2019 ooit een slokje of een heel glas alcohol gezinnen vormen de totale caseload van de Beeselse gezinscoaches in december 2022. Ten aanzien van de caseload zien de gezinscoaches een toenemende complexiteit en een hoge betrokkenheid van de gezinscoach ook bij lichtere casussen (enkelvoudige vragen).
4
Bron: Jeugd - Deelname voorschoolse voorzieningen - Beesel (databank.nl)
5
Bron: Leerplichtadministratie, peildatum 09-02-2023
Leeftijdsopbouw Binnen de gemeente Beesel wonen op 1 januari 2023 13.453 mensen. Daarvan zijn 2.416 jeugdigen, dit is 17.96% De leeftijdsopbouw van de jeugdigen onder de 18 jaar is redelijk gelijk te verdelen over vier leeftijdscategorieën. Dit illustreert dat het relevant is om te investeren in elke leeftijdsgroep in de Beesel.6 Beschikbare data uit de Gezondheidsmonitor jeugd 2021 Gewoonlijk wordt eens in de vier jaar door alle GGD’s in samenwerking met GGD GHOR Nederland en het RIVM, de Gezondheidsmonitor Jeugd uitgevoerd. Vanwege de coronapandemie vond in 2021 een extra meting plaats. Hiermee wordt de impact van coronacrisis op de gezondheid en het welzijn van jeugdigen in kaart gebracht. Het betreft het eerste landelijke gezondheidsonderzoek onder jeugdigen in en na coronatijd. Voor deze monitor verzorgt I&O Research de online vragenlijsten. Het online vragenlijstonderzoek is tussen eind september en eind november op scholen afgenomen onder leerlingen van klas 2 en 4 van het voortgezet onderwijs7. Helaas was er in de gezondheidsmonitor jeugd 2021 te weinig respons van jeugdigen uit de gemeente Beesel. Hierdoor zijn voor 2021 geen (betrouwbare) cijfers opgeleverd. De oorzaak ligt met name in het feit dat niet alle scholen in Noord-Limburg hebben deelgenomen aan de gezondheidsmonitor jeugd 2021. In het najaar van 2023 vindt de gezondheidsmonitor jeugd 2023 plaats.
Wij streven ernaar dat zoveel mogelijk (het liefst alle) middelbare scholen meedoen. Mochten er bij het werven van scholen (waar veel jeugdigen uit Beesel naartoe gaan) twijfels zijn over hun deelname, dan neemt de GGD contact met op met de beleidsmedewerker van de gemeente Beesel om daarover af te stemmen. Gezinscoaches Wanneer er bij een van onze Beeselse jeugdige en haar gezin vragen spelen over de opvoeding en het opgroeien dan kunnen inwoners terecht bij het gezinscoachteam. De gezinscoach kijkt naar wat er al goed gaat bij de jeugdige en in haar gezin en waar de krachten van de jeugdige en het gezin liggen. Ook gaat de aandacht uit naar de vraag of iemand uit de eigen omgeving een bijdrage kan leveren aan de oplossing. Samen met de gezinscoach bepaald de jeugdige en haar opvoeders wat de meest passende oplossing voor de hulpvraag kan zijn. Eenvoudige opvoedvragen kunnen soms al telefonisch worden beantwoord door de gezinscoaches die dagelijks bereikbaar zijn. In Beesel bestaat het gezinscoachteam uit 6 gezinscoaches (5,5 fte), 1 leerplichtambtenaar (0,6 fte), 1 kwaliteitsmedewerker (1 fte) en 1 gedragswetenschapper (0,6 fte). De gezinscoaches signaleren de trend dat de vragen die hen bereiken grotendeels komen doordat er te laat wordt gesignaleerd of steun wordt geboden vanuit het gedachtegoed van ‘een goede en gezonde start’.
Dit kan komen door de onbekendheid van de taken en mogelijkheden van de gezinscoaches en de samenwerkingspartners, of het ontbreken van voldoende geschikt aanbod. Daarnaast kan het ontbreken van ‘een sterk sociaal netwerk’ een oorzaak zijn. De gemeente heeft een signalerende en faciliterende rol, maar we hebben vooral elkaar nodig om te bouwen aan een sterke gemeenschap. De oorzaak van het beperkte aanbod in het voorliggend veld (preventie) en de beperkte mogelijkheid tot het meedenken en meedoen in gemeenschap komen onder andere door aframingen uit het herstelplan (zie voor een uitgebreide evaluatie bijlage 1). Tegelijkertijd ervaren de gezinscoaches dat in Beesel de lijntjes erg kort zijn wanneer er snel geschakeld moet worden. Dit is echter vaak ad hoc of gebaseerd op personen. Dit willen we zeker behouden maar we zien een kwetsbaarheid als de vaste gezichten van baan veranderen of uitvallen. Lokale dialogen Met het voeren van de dialogen met de lokale partners en de gemeenteraad voor de input van dit beleidsplan, is geconstateerd dat er in de gemeenschap Beesel nog een te grote onbekendheid is ten aanzien van de gezinscoaches. Daarnaast is er behoefte aan meer preventief aanbod dat vroegtijdig en laagdrempelig kan worden ingezet. Tevens is er door de lokale partners, tijdens de netwerkbijeenkomst op 24 november 2022,
9
6
Bron: gemeentelijke basis administratie (GBA)
7
Voor het volledige onderzoek klikt u hier: Gezondheidsmonitor Jeugd | Gezondheidsmonitor (monitorgezondheid.nl)
aangegeven dat zij zich herkennen en vertegenwoordigd voelen in de vijf overtuigingen. Dit is getoetst op basis van hun ambities en leidende principes, overtuigingen vanuit hun organisatie en als professionals in relatie met de Beeselse jeugd. 18- 18+ Wanneer een jeugdige 18 jaar wordt, veranderen er in de zorg die zij krijgt een aantal belangrijke dingen. Onder meer de wetgeving waaronder zij vallen. Vanaf hun achttiende vallen jeugdigen officieel onder de volwassenenzorg. Dan betaalt volgens de Jeugdwet de gemeente niet meer de zorg, maar de zorgverzekeringswet via de verzekeraar. Hier is sinds de invoering van de Jeugdwet in 2015 veel aandacht voor, omdat jeugdigen in de overgang naar volwassenenzorg soms tussen wal en schip dreigen te vallen. In Beesel anticiperen we hierop door tijdig (vanaf 17 jaar) met de volgende disciplines in overleg te gaan: de Wet maatschappelijke ondersteuning of de participatiewet. Dit gebeurt altijd in samenspraak met de jeugdige en opvoeders. Wanneer de verwachting is dat er langdurige zorg nodig is wordt er bij de keuze van de zorgaanbieder vroegtijdig rekening gehouden met de mogelijkheid of er ook volwassenzorg geleverd kan worden. Deze werkwijze werkt goed in Beesel en willen we graag behouden. Dit vraagt om blijvende investeringen in de korte lijnen binnen het sociaal domein en integraal werken.
Leerlingenvervoer Jeugdbeleid en leerlingenvervoer vallen binnen de gemeente Beesel onder twee verschillende domeinen. Het jeugdbeleid is in uitvoering ondergebracht bij de gezinscoaches en het leerlingenvervoer is in uitvoering ondergebracht bij de Wmo-consulenten. Ieder met zijn eigen taken en verantwoordelijkheden. Toch hebben leerlingenvervoer en het lokale jeugdbeleid raakvlakken. Het is in het belang van de jeugdige dat zij zo optimaal mogelijk van onderwijs kunnen genieten, het liefst zo thuis nabij mogelijk. Daarom zorgen we voor afstemming tussen leerlingenvervoer en het beleidsdomein jeugd en onderwijs. We blijven investeren in korte lijntjes en waar nodig dat er snel en soepel geschakeld wordt. Dit gebeurt altijd in samenspraak met de jeugdige en opvoeders. Uitgaven Jeugdzorg in relatie tot landelijke ontwikkelingen Te zien is dat er sinds 2015 een landelijke stijging is op de uitgaven in de jeugdzorg (maatwerkvoorzieningen, PGB, Jeugdbescherming, Jeugdreclassering e.d.). Dit als gevolg van een forse toename van de vraag. Ter verduidelijking: In 2020 ontving landelijk bijna 1 op de 10 jeugdige tot 23 jaar jeugdzorg, het aantal jeugdigen met jeugdzorg daalde hiermee voor het eerst sinds de decentralisatie in 2015. Dit komt vooral omdat er tijdens de eerste golf van de coronacrisis minder trajecten zijn gestart.
In 2021 is het aantal jeugdigen met jeugdhulp landelijk weer met 6,5 % gestegen. Hervormingsagenda Jeugd De Rijksoverheid wil flinke besparingen op jeugdzorg realiseren. Hiervoor werkt zij, samen met verschillende partijen, aan plannen om de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te maken voor de toekomst. Deze partijen zijn onder andere de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), jeugdhulpaanbieders en jeugdhulpprofessionals. Maar ook met kennisinstituten, cliënten- en jongerenorganisaties. Zij werken hiervoor onder andere aan een Hervormingsagenda Jeugd. In de hervormingsagenda moet beschreven worden op welke manier de jeugdzorg in 2022- 2028 verbeterd zal worden. Bijvoorbeeld: - Hoe duidelijker kan worden gemaakt wanneer jeugdhulp wel of niet ingezet wordt; - Hoe passende hulp beter en sneller beschikbaar kan komen voor jeugdigen die dit nodig hebben; - Hoe de kwaliteit van jeugdhulp verbeterd kan worden; - Hoe gemeenten en jeugdhulpaanbieders beter kunnen samenwerken. De inhoud en uitvoering van de hervormingsagenda moeten nog nader uitgewerkt worden. De financiële doorvertaling (lees: verwachte besparingen) als gevolg van de hervormingsagenda is door het Rijk al berekend en in de berekening van de algemene uitkering van het gemeentefonds als een daling verwerkt.
10
3. Waar staan we over 4 jaar Op basis van de huidige situatie (in hoofdstuk 2) zien we het belang van jeugdigen die zich gezond, optimaal en veerkrachtig kunnen ontwikkelen. Wij zien tegelijkertijd dat dit bij sommige jeugdige en opvoeders spanningen oplevert. Er wordt veel druk ervaren, er zijn veel regels zijn en er ‘moet’ veel. Dit blijkt onder andere ook uit het verschenen rapport ‘Geluk onder druk’ (Unicef NL, 2020)8. Met de inzet van dit lokale beleidsplan is er niet de illusie dat we deze spanning volledig weg kunnen nemen, maar gaan we onnodig problematiseren en etiketteren tegen. Opgroeien en opvoeden gaat met hobbels. De perfecte opvoeding, de perfecte ouder en het perfecte kind bestaat niet. Af en toe met de handen in het haar zitten en het even niet meer weten, hoort erbij en is heel normaal. Kwetsbaarheid kan lastig zijn, maar maakt ook deel uit van het dagelijks leven. Onze visie draagt bij dat als jeugdige hun ontwikkeling zo ontspannen, plezierig en gezond mogelijk kunnen doormaken. Dat opvoeders ontspannen, plezierig, gezond opvoeden. Dat kinderopvangorganisaties, scholen en jeugdhulpprofessionals de jeugdige én gezinssysteem op een ontspannen, plezierige en gezonde manier kunnen begeleiden in dit ontwikkelproces. Dat we met opvoeders bedenken wat kan bijdragen aan een zo ontspannen, plezierige en gezond mogelijke ontwikkeling van hun jeugdige.
Brede ontwikkeling Wij zien schoolgebouwen als de fysieke leeromgeving waar een brede ontwikkeling van jeugdigen plaatsvindt, met een doorlopende (leer)lijn van 0-12 jaar. Waar mogelijk met een breed scala aan voorzieningen in of nabij het gebouw. In Beesel maken alle basisscholen al geruime tijd onderdeel uit van de brede scholen gedachte waarbij de kinderopvang ondergebracht is in, of nabij de school. Om niet alleen onder schooltijd, maar ook daarbuiten te werken aan een optimale, veilige, gezonde én ontspannen ontwikkeling van jeugdigen kijken we breed naar de mogelijkheden. Preventieve inzet van bijvoorbeeld weerbaarheidstrainingen en voorlichting op scholen wordt afgestemd op vraag en behoefte, maar wel in logische samenhang aangeboden. Daarbij wordt een doorkijk gemaakt naar het voortgezet onderwijs/12+. Deze voorlichting en preventieve inzet beperkt zich niet tot het onderwijs, maar wordt waar mogelijk geïntegreerd in het buitenschools aanbod, sportieve en culturele activiteiten of een combinatie daarvan. Daarbij vinden we het belangrijk dat het aanbod voor zoveel mogelijk Beeselse jeugdigen bereikbaar en beschikbaar is. Samenwerkingsrust Professionals werken samen om elkaar te versterken en van meerwaarde te zijn voor de school, opvang, opvoeders maar vooral voor de jeugdigen.
Daarbij streven we naar ‘samenwerkingsrust’, waarbij partijen en professionals elkaar kennen, korte lijnen hebben, elkaar opzoeken (óók als er geen ‘crisis’ is), kennis hebben van elkaars expertise en erop vertrouwen dat deze expertise ten volste wordt benut. Samenwerkingsrust houdt ook in dat er een dusdanig stevige basis is, dat professionals en organisaties veerkrachtig zijn en elkaar aanspreken als er knelpunten zijn. Bovendien krijgen professionals de ruimte om te doen wat nodig is, ook als dit betekent dat er (het liefst gezamenlijk) bijgeschoold of er kleinschalige proeftuintjes opgezet moeten worden.
8
Geluk onder druk, Unicef Nederland, 2020. Samenvatting onderzoek: https://www.unicef.nl/files/Rapport_Geluk%20onder%20druk_DEF_samenvatting.pdf
11
4. Wat gaan we daarvoor doen Per overtuiging geven we aan hoe we hier inhoud en vorm aan geven. Sommige acties zijn volgtijdelijk en niet alles kan ineens worden opgepakt, ook omdat we veel zaken samen met partners oppakken. De fasering van de interventies worden daarom nader uitgewerkt in een jaarplan. 1. Een goede en gezonde start 1.A Een goede en gezonde start vraagt om een beweging naar de voorkant. De eerste signalen wil je zo vroeg mogelijk opvolgen, dit om erger te voorkomen. Zeker bij jonge en kwetsbare jeugdigen. Dit vraagt om voldoende laagdrempelig preventief aanbod dat bekend is bij de partners en een soepel werkende ketensamenwerking. Wat we verstaan onder preventie is toegelicht in bijlage 2. Gerichte preventie In de praktijk investeren we vooral in preventie in de zin van verenigingen, openbare ruimte (bewegen) en de JGZ preventieleerlijn9. Er wordt nog onvoldoende aan gerichte preventie toegekomen of aangeboden (denk bijvoorbeeld aan sociale vaardigheidstrainingen). Deze ondersteuning moet beschikbaar zijn en ook meer bekend worden gemaakt, zodat opvoeders/jeugdigen hier zonder tussenkomst van gezinscoaches gebruik van kunnen maken. Dit hangt samen met het feit dat de kosten van preventie vaak voor de baten uitgaan10. We pleiten er echt voor te investeren in preventie, gericht op een duurzaam effect.
Dit vraagt om een lange adem en overstijgt mogelijk een bestuursperiode. Sociale kaart Met het laagdrempelig beschikbaar stellen van het aanbod en het makkelijk vindbaar maken stimuleer je eigen kracht. Zonder tussenkomst van een gezinscoach is het mogelijk om je weg te vinden. Een eerste inventarisatie op basis van de kennis en ervaring van het gezinscoachteam en de sociale kaart samenmet.beesel.nl ten aanzien van de aanwezigheid van en gewenst preventief aanbod is gemaakt. Dit overzicht moet verder worden ontwikkeld en aangevuld, om vervolgens breed bekend te worden en up-to-date te blijven. 1.B
Een goede en gezonde start is het slim inzetten van reeds bestaande kansrijke initiatieven. Deze initiatieven zijn of al bewezen effectief elders of we onderzoeken en monitoren de nieuwe interventies aan de hand van het gewenste effect. Denk bijvoorbeeld aan methodes als CenteringPregnancy en CenteringParenting. Dit zijn nieuwe vormen van zwangerschaps- en consultatiebureauzorg, waarbij (aanstaande) opvoeders ondersteuning en begeleiding krijgen in een groep. Binnen de groepsbijeenkomst is niet alleen ruimte voor de gewone medische controles, maar ook voor gesprekken over leefstijlkeuze, voorbereiding op het ouderschap, voeding, slaapproblemen, vaccinatie etc. De deelnemers leren van elkaars inzichten en ervaringen. Opvoeders en zorgverleners worden partners in de opvoeding11. De schaalgrootte van de gemeente is te klein om een betrouwbare maatschappelijke kosten-batenanalyse te maken specifiek voor Beesel.
1.C
Een goede en gezonde start onderzoekt de voorspellers van jeugdhulpgebruik. Al enige jaren constateert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat er verschillen zijn in het gebruik van jeugdzorg tussen regio’s12. Deze verschillen zijn er niet alleen tussen gemeenten, maar ook binnen gemeenten en tussen wijken. Voor een deel hangen deze verschillen samen met sociaal
9
12
Preventieve leerlijn start al op consultatiebureau. We werken ook met de JGZ preventieleerlijn die as we speak wordt doorontwikkeld. Nu alleen nog groente hapjes in 10 stapjes maar daar komt snel bij waterdrinken (7 maanden consult) en beweegbundel (motoriek) (11 maanden consult). Deze onderdelen zie je terug in kinderopvang en school: Groenteboxjes project kinderopvang (maart-juni 2023), peutervierdaagse, waterdrinkbeleid scholen, MQ-scan, EU-schoolfruit, KERNgezond 10 We vragen om een investering nu zodat we latere kosten besparen, dit effect is lastig meetbaar. Als het zich vertaald in minder maatwerk is dat pas jaren later te zien door dat er minder instroom is. dit heeft nog geen effect op de lopende trajecten die je betaald. 11 Voor meer informatie over centeringzorg zie: https://centeringzorg.nl/informatie/ 12 Zie voor de publicatie de link: https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2020/03/05/jeugdhulp-in-de-wijk.
economische en demografische kenmerken: het gebruik is bijvoorbeeld hoger in regio’s met veel eenoudergezinnen of met veel huishoudens met een laag inkomen. Met het verzamelen van de beschikbare informatie en facetten zoals sociale cohesie en veiligheid is het mogelijk om het verwachte jeugdhulpgebruik beter in te schatten. Uit onderzoek van het SCP kwam ook naar voren dat de beschikbaarheid van voorzieningen samenhangt met een lager jeugdhulpgebruik. Evenals een goede samenwerking tussen organisaties als school, huisarts en politie. Dit is ook van invloed op het jeugdhulpgebruik. Het is belangrijk om jeugdhulpgebruik in een breder perspectief te plaatsen. Zo hoeft een relatief hoog gebruik niet altijd negatief te zijn, want het betekent dat veel jeugdigen hulp ontvangen die voor hen nuttig kan zijn. Jeugdhulp indicatoren Voor jeugd denken we aan het ontwikkelen van een eigen monitor met de volgende indicatoren: - Aantal/deel jeugdigen dat opgroeit in een eenoudergezin - Aantal/deel jeugdigen met overgewicht - Aantal/deel jeugdigen dat opgroeit met kans op armoede - Aantal/deel voortijdig schoolverlaters. - Aantal/deel gezinnen met een melding ten aanzien veiligheid - Aantal/deel jeugdigen met jeugdhulp - Caseload analyse van de gezinscoaches en gemiddelde doorlooptijden.
Deze indicatoren zijn afkomstig van diverse bronnen zoals: Gemeentelijke basis administratie, leerplicht systemen, de GGD monitor en regionale data. 2. Gelijke kansen 2.A De ongelijkheid in kansen is een interactie tussen verschillende factoren. Denk bijvoorbeeld aan: gezondheid, onderwijs, arbeidsmarkt, sociale zekerheid, leefomgeving en sociale relaties. De oorzaak is complex omdat het een correlatie van factoren betreft gedurende een lange periode in de tijd: verschillen ontstaan niet plots en zijn vaak een gevolg van een opeenstapeling van problemen gedurende de levensloop of over verschillende generaties. Om impact te hebben en om te stimuleren dat de jeugd gezond blijft ook op latere leeftijd, willen we vroegtijdig de jeugd meenemen in hoe je gezondheid bevordert en hoe je de gezondheid beschermt. Jong geleerd is immers oud gedaan. Dit willen we doen aan het hand van: Stimuleren van gezonde kinderopvang. Hiermee dragen we bij aan een belangrijke basis en bewustzijn rondom een gezonde levensstijl. Met deze aanpak kiest de kinderopvang een of meer gezondheidsthema’s waarmee ze aan de slag gaan. Deze thema’s zijn: voeding, bewegen, groen, sociaal-emotionele ontwikkeling, dagritme, mediaopvoeding, seksuele ontwikkeling, hygiëne, fysieke veiligheid, en bescherming tegen de zon. De kinderopvang richt zich op de voorschool, voor jeugdigen tot 4 jaar.
Voor de buitenschoolse opvang (opvang vanaf 4 tot 12 jaar na school) is voor kinderopvangorganisaties ook mogelijk om het thema preventie van middelengebruik aan de slag te gaan. Goede voorlichting voor de schoolgaande jeugd Binnen opgroeien in een kansrijke omgeving kun je denken aan thema’s als: middelengebruik en vroeg signalering, alcoholproblematiek, goed omgaan met geld, ondermijning, gezond eten (doormiddel van schoolontbijt of lunch), social media, gamen etc. Dit kan ook door slim aan te sluiten bij bestaande campagnes en thema’s als Nix18 en Noord-Limburg Rookvrij 2040. Dit willen we uitwerken doormiddel van een ‘jaarlijkse preventiekalender’ samen met scholen, GGD, bibliotheek, politie, jongerenwerk en andere relevante partners.
13
Stimuleren van gezonde scholen: Dit doen we in samenwerking met het onderwijs, GGD, de buurtsportcoach en de vakleerkracht bewegingsonderwijs. Bijvoorbeeld door te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn in het aanbieden van maaltijden. Stimuleren van gezonde verenigingen: In de (her)ontwikkeling van de fysieke leefomgeving is toenemende aandacht voor gezondheid. We richten onze ruimte zo in dat hij uitnodigt en uitdaagt tot gezond gedrag en ontmoeten. Vanuit Gewoon Samen Fit (zie sportbeleid) ondersteunen we verenigingen in thema’s als veilig verenigingsklimaat, een rookvrije accommodatie en een gezonde keuze in de kantine. 2.B
Gelijke kansen creëer je samen. Om tot gelijke kansen te komen is achter de schermen de verbinding tussen het sociaal -, medisch- en fysiek domein noodzakelijk. Het vraagt een meerjarige en niet vrijblijvende samenwerking waarin de inwoner centraal staat. Gemeenten, GGD, maatschappelijke partners en het bedrijfsleven staan hiervoor aan de lat. Zorgverzekeraars zijn actief betrokken. Doormiddel van stimuleringsprogramma’s (zoals kansrijke start13) gaan we aan de slag met het bouwen dan wel versterken van de lokale samenwerkingen, ook wel coalities genoemd, voor de zorg en ondersteuning rond de eerste 1000 dagen van een jeugdige.
3. Een sterk sociaal netwerk 3.A Een sterk sociaal netwerk begint met een onderlinge dialoog. Het lijkt zo gewoon om een netwerk om je heen te hebben of te organiseren, maar het gezinscoachteam ziet momenteel veel gezinnen zonder sociaal netwerk die mede daarom vastlopen. Willen we het ‘normaal’ vinden dat iedereen een netwerk heeft of daar zelf voor kan zorgen, dan moeten we de beweging stimuleren van de onderlinge dialoog en ontmoeting tussen opvoeders. We geloven dat we hiermee het zelf oplossend vermogen van opvoeders vergroten. Dit doen we mede door samen met scholen (en speciaal onderwijs), kinderopvang en andere partners blijvend aandacht te hebben voor het thema ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie14 en hier activiteiten bij te ontwikkelen. Daarnaast zorgen we ervoor dat informatie over voorzieningen op logische plekken in de gemeente laagdrempelig beschikbaar zijn. 3.B
Een sterk netwerk is een divers netwerk. Elke partner heeft een eigen functie binnen een netwerk. Verschillende expertises en perspectieven geven inspiratie en mogelijkheden. Vanuit de gemeente faciliteren we daarom netwerkmomenten met onze professionals. Op inhoud organiseren we deze momenten zoveel mogelijk gezamenlijk. In het verleden zijn de netwerklunches hier een goed voorbeeld van geweest. Dit is een tijd stil gevallen in verband met corona maar er is recentelijk nieuw leven ingeblazen. Ontwikkelklimaat De kinderopvang en de school (primair, voortgezet en speciaal onderwijs) vormen een belangrijk leefdomein voor jeugdigen en hun gezinssysteem. Hier worden jeugdigen gestimuleerd hun talenten te ontwikkelen op cognitief, sociaal, emotioneel, creatief, sportief en psychisch vlak. Om die ontwik keling optimale kansen te geven is een positief pedagogisch klimaat nodig, waarin jeugdigen zich veilig, welkom en uitgedaagd voelen om te leren. Zo'n sterke pedagogische basis draagt tevens bij aan het voorkomen en indammen van (beginnende) problemen bij jeugdigen en hun gezinssysteem. Voor een sterk pedagogisch klimaat op school en een effectieve preventieve aanpak is het cruciaal dat er in en rondom de school wordt samengewerkt met jeugdigen en opvoeders. Maar ook met partners in de verschillende leefdomeinen, denk aan jongerenwerk, sportverenigingen en jeugdgezondheidszorg.
Deze samenwerking is een complexe opgave. Er moeten structurele verbindingen gelegd worden tussen maatschappelijke voorzieningen en organisaties in het sociaal domein.
13
Zie hier de link naar het actieprogramma Kansrijke Start van het ministerie van VWS.
14 Wat is ouderbetrokkenheid: Wat is ouderbetrokkenheid? | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl)
14
Structuur In het verleden zijn hiervoor de onderwijsconferenties georganiseerd. Omdat de behoefte bestaat om onderwerpen wat steviger beet te pakken zoals de visie op de integrale kindcentra en de mentale gezondheid van onze jeugd wil de gemeente samen met school en kinderopvang een structuur gaan ontwikkelen om in meer gelijkwaardige verhoudingen tot gezamenlijke afspraken te komen en dialogen op de juiste tafel te bespreken. De Lokale Educatieve Agenda (LEA)15 is een instrument dat gemeenten, schoolbesturen en overige partners hierbij helpt. 4. Talentontwikkeling 4.A Talentontwikkeling geeft vorm aan de toekomst. Als gemeente willen we dat iedereen, jong en oud, binnen de gemeenschap een kans krijgt om zich te ontwikkelen. Daarom willen wij een omgeving creëren die het potentieel ziet en groei, beweging en leermogelijkheden stimuleert op basis van gezonde en vitale condities. We willen nadrukkelijk met jeugdigen de dialoog aan gaan op dit thema. Dit om van hen zelf te horen wat ze belangrijk vinden en ze tegelijkertijd te betrekken bij de toekomstige ontwikkelingen in Beesel. Dit geven we vorm op basis van duurzame inhoudelijke jongerenparticipatie aan de hand van bewezen effectieve methodes, zoals bijvoorbeeld: Speaking minds16 of democracity17. Daarmee kunnen jeugdigen in Beesel waarde dragers zijn en een bijdrage leveren aan de toekomstige samenleving.
Wij nemen ook verantwoordelijkheid in het samenbrengen, ontwikkelen en faciliteren van onze partners die talenten zien en ondersteunen. Bijvoorbeeld door het subsidiëren van jongerenverenigingen zoals scouting en sportclubs. Maar ook door middel van het aanbieden van cultuur en sport op school en het voortzetten van de talententoer. Ook gaan we lokale account gesprekken voeren met voor ons belangrijke relaties en organisaties op het gebied van talentontwikkeling (denk hierbij aan Iedereen kan sporten Noord Limburg en Stichting Leergeld) en ze te betrekken in ontwikkelingen. 5. Snelle en passende ondersteuning 5.A Snelle en passende ondersteuning is goed vindbaar en laagdrempelig. Met het voeren van lokale dialogen voor de input van dit beleidsplan is geconstateerd dat er in de gemeenschap Beesel nog een te grote onbekendheid is ten aanzien van de gezinscoaches. Daarom zetten we in op vergroting van de naamsbekendheid van het gezinscoachteam. Dit doen we door middel van een (communicatie)campagne waarin we eenduidig laten zien en horen waarom zij doen wat ze doen en hoe ze dat doen. Deze (communicatie)campagne wordt via zoveel mogelijk logische kanalen verspreid om inwoners en organisaties te bereiken. Door te investeren op bekendheid in wie we zijn en wat we doen neemt ook het vertrouwen in de zorg toe.
De gezinscoaches zijn op basis van expertise als contactpersoon gelieerd aan onze partners zoals huisartsen, verloskundigen, verenigingen, scholen en kinderopvang binnen de gemeente. In de dagelijkse praktijk zijn er ook afstemmingsmomenten met andere disciplines zoals de buursportcoach, vakleerkracht en veiligheid. Het is belangrijk dat we elkaar goed kennen en weten te vinden. Deze verbindingen worden naar de toekomst toe verder vormgegeven en indien gewenst uitgebreid en geïntensiveerd. In aanvulling hierop zien we een aanvullende rol voor de gemeentelijke gedragswetenschapper die een belangrijke adviserende en signalerende rol kan vervullen voor alle jeugdigen op kinderopvang en scholen binnen de gemeente. Hoe deze invulling eruit gaat zien wordt verder in gezamenlijkheid met de scholen en kinderopvang uitgewerkt. 5.B
15
Snelle en passende ondersteuning vraagt om sterke en veerkrachtige gezinscoaches. Sterke en veerkrachtige gezinscoaches zijn gezinscoaches die zien wat er nodig is, die doorvragen en die situaties aanvoelen. Zodat jeugdigen en hun gezinssysteem de hulp krijgen die nodig is, waarmee duurdere jeugdzorgvoorzieningen voorkomen kunnen worden, jeugdigen sneller uitstromen naar ‘normaal’ en verder kunnen op eigen kracht. Een heldere, uniforme toeleiding is hierin voorwaardelijk. Hiermee bedoelen we de bril waardoor we kijken om te komen tot de vraag: ‘wat is er
15
Meer informatie over de LEA in deze link: https://delokaleeducatieveagenda.nl/Lokale_Educ._Agenda.html
16
Zie voor meer info: https://speakingminds.nl/
17
Zie voor meer info: https://prodemos.nl/programmas/democracity/
nodig’. We investeren in de gezinscoaches door middel van scholing aan de hand van methodieken en besluitvormingsmodellen als: positieve gezondheid en sociale netwerk strategieën. We onderzoeken de kansen om het uitbreiden van scholing op deze methodieken en modellen, richting onze netwerkpartners te verbreden vanuit de gedachte samen zien we meer. Taakontwikkeling Sterke en veerkrachtige gezinscoaches zijn primair in staat om, naast het voeren van regie, ook kortdurend zelf ondersteuning te bieden, daar waar nodig en passend. De eigen ondersteuning is gericht op enkelvoudige vragen en bestaat uit het bieden van opvoedondersteuning aan opvoeders. De gezinscoaches bouwen zo mee aan netwerkversterking van de jeugdige en het gezinssysteem en geven advies in positief ouderschap zodat opvoeders weer in hun (eigen)kracht komen. Opvoeders kunnen hierdoor weer de eigen regie oppakken. Ze evalueren de inzet van zorg en stellen bij indien nodig. De gezinscoaches werken samen met de kwaliteitsmedewerker de inzet en inhoud van de eigen ondersteuning uit. Zij bewaken de balans tussen eigen ondersteuning en regievoering als onderdeel in hun taakbeschrijving. Indien nodig formuleren zij hierbij een scholingsvraag. De kwaliteitsmedewerker heeft een regie rol over de uitvoering en ontwikkeling van werkprocessen binnen team jeugd.
Interne verbinding Binnen de ambtelijke organisatie wordt de verbinding tussen de gezinscoaches, de kwaliteitsmedewerker en beleidsmedewerkers versterkt door periodiek met elkaar af te stemmen. Hierbij voeden de gezinscoaches de beleidsmedewerker met signalen en ontwikkelingen vanuit de Beeselse praktijk en neemt de beleidsmedewerker de gezinscoaches mee in actuele ontwikkelingen vanuit onderzoeken, het rijk en de regio. Met deze wisselwerking is het mogelijk om tijdig bij te sturen en te faciliteren waar nodig. Regio Daar waar snelle en passende ondersteuning vraagt om opschaling naar maatwerk, sluiten wij aan bij de werkwijze vanuit de regio. Het onderliggende regionale beleidskader is in de zomer 2022 vastgesteld door uw raad18. Hierin staat beschreven dat elke gemeente nog een lokaal beleidsplan heeft, waarin o.a. beschreven staat hoe er op lokaal niveau invulling wordt geven aan onderwerpen als toegang (taakbeschrijving gezinscoach) en preventie. De werkwijze ten aanzien van de inzet van maatwerk zijn uitgewerkt in handboeken19. Omdat we hier lokaal weinig tot geen invloed op hebben, is dit geen onderdeel van het lokale jeugdbeleid.
16
18
Voor Het volledige beleidsplan zie de link: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR686129/1
19
Voor het handboek zie de link: https://sociaaldomein-limburgnoord.nl/uitvoering/handboeken
5. Wanneer doen we het goed Effecten zijn niet altijd in cijfers uit te drukken. Hoe meet je bijvoorbeeld ‘samenwerkingsrust’? Naast het tellen van cijfers vinden we het daarom evenzo belangrijk om het verhaal achter de cijfers te vertellen. Ook niet alle overtuigingen zijn meetbaar in harde feiten en cijfers. Graag gaan we in gesprek met (maatschappelijke) partners, bewoners en de raad om verhalen en informatie op te halen en cijfers te duiden. We kiezen dus voor kwantitatieve en kwalitatieve evaluaties. Op basis van de in te zetten acties, vanuit de overtuigingen, zien we effecten op de doelenboom zoals: een toegenomen veerkracht en verbeterde leefstijl (zowel in mentale als lichamelijke gezondheid ) en sterke sociale-
en fysieke leefomgeving
1. Een goede en gezonde start 1.
2.
-
We ervaren dat het preventief aanbod toereikend is, voorziet in behoeften en er gebruik van wordt gemaakt. Dit zien we terug in tracking-analyses van de sociale kaart (aantal bezoekers, zoektermen etc.) en dit horen we terug van onze inwoners, de gezinscoaches en samenwerkingspartners tijdens periodieke overleggen of geplande evaluaties. We hebben op basis van de jeugdhulp indicatoren meer inzicht en grip op de voorspellers van jeugdhulp. We zien in de gezondheidsmonitor jeugd, de leerplicht administratie en het veiligheidsoverleg: Dat we inzetten op voorkoming van een verdere stijging van het aantal jeugdigen met overgewicht. Het streven is om te gaan voor een daling van het aantal jeugdigen met overgewicht. Het aantal voortijdige schoolverlaters blijft gelijk of neemt af. Dat de gezinnen met een melding ten aanzien van veiligheid al op de radar van de gezinscoaches zijn. Het gebruik van jeugdhulp is van meerdere factoren afhankelijk. Met de inzet van dit plan gaan we voor de beweging naar de voorkant om zo de stijging van de vraag af te laten nemen. Vanuit de realiteit zien we dat op de schaal van een kleine gemeente als Beesel, de komst van bijvoorbeeld een of twee grote gezinnen met complexe problematiek direct doorwerken op het zorggebruik.
2. Gelijke kansen 3. -
We zien met het investeren op gelijke kansen meer veerkracht bij de jeugd. Dit vertaalt zich in positieve veranderingen in de gezondheidsmonitor Jeugd 2025. Bijvoorbeeld: Dat de dalende lijn in de beweegnorm van jeugdigen is doorbroken (totaal >20%). Dat jeugdigen hun gezondheid als positief blijven ervaren (totaal >85%).
-
Dat jeugdigen minder psychische klachten ervaren (totaal <20%). Dat meer jeugdigen vertrouwen hebben in de toekomst (totaal >55%). Dat minder jeugdigen vaak stress ervaren (totaal <30%). Dat jeugdigen minder alcohol drinken (gelijk aan het landelijke gemiddelde of daaronder).
3. Een sterk sociaal netwerk 4.
5.
17
We organiseren 2 tot 3 keer per jaar relevante netwerkmomenten rond inhoudelijke thema’s waar ook de samenwerkingspartners een bijdrage leveren in initiatief, verantwoordelijkheid en organisatie. Tijdens deze netwerkmomenten zijn lokale samenwerkingspartners goed vertegenwoordigd en geven inhoudelijke feedback op relevantie. Er staat een overlegstructuur waarin we minimaal 2 tot 3 keer per jaar samenkomen met onze onderwijs- en kinderopvangpartners. Naast een structurele agenda met actiepunten, wordt er op bestuurlijk draagvlak geborgd ten aanzien van de uitdagingen waarin we gezamenlijk bijdragen aan de oplossing.
4. Talentontwikkeling 6.
Jeugdigen uit Beesel hebben een duurzame bijdrage bij de ontwikkelingen die hen raken, door middel van georganiseerde jongeren participatie.
5. Snelle en passende ondersteuning 7.
8.
18
De bekendheid van de gezinscoaches is goed, inwoner enquêtes laten zien dat >50% van de inwoners weet wat de gezinscoach doet en hoe je de gezinscoach kunt bereiken. Dit meten we op basis van algemene inwoners enquêtes uitgezet door de gemeente Beesel. Daar waar inwoners ervaring hebben met het gezinscoachteam, wordt achteraf geëvalueerd hoe dit heeft bijgedragen aan het vergroten van de zelfredzaamheid.
6. Wat gaat het kosten Programma ‘Samenkracht’ van de gemeentebegroting bevat de inkomsten en uitgaven van het Sociaal Domein. Vanaf 2023 is dit programma opgebouwd aan de hand van onze hoofddoelen (beleidsknoppen). Voor het financieel kader van het Jeugdbeleid sluiten we hierop aan. Onderstaande tabel geeft meerjarig de kosten weer van dit beleidsplan zoals deze door de raad in november 2022 zijn vastgesteld en verwerkt in de meerjarenbegroting 2023-2026. Een hoofddoel/beleidsknop kan betrekking hebben op meerdere beleidsvelden (bijvoorbeeld Wmo, Jeugd of Participatie). In onderstaande tabel zijn voor de hoofddoelen/beleidsknoppen het saldo lasten minus baten opgenomen voor Jeugd. In onderstaande cirkel diagram en tabellen gaan we steeds dieper in op hoe de begroting opgebouwd is en waar we het budget uitgeven. Onder het hoofdstuk ‘Extra claim budget in deze beleidsnota’ lichten we de rode cijfers toe in het laatste tabel. Dit tabel laat namelijk specifieker zien waar we budget aan uit geven en welk budget we structureel nodig hebben om de ambities uit dit beleid vorm te geven. Begroting 2023-2026 In de begroting 2023-2026 hebben we de lasten voor jeugdzorg zo reëel mogelijk geraamd op basis van de informatie die op dat moment beschikbaar was. We hebben de ramingen voor jeugdzorg meerjarig geïndexeerd op basis van de OVA index.
Daarnaast hebben we meerjarig rekening gehouden met de forse besparing op jeugdzorg als gevolg van het doorvoeren van maatregelen uit de Hervormingsagenda en de extra Rijksmiddelen Jeugd. In onderstaande cirkel diagram ziet u hoe we percentueel ons budget uitgeven binnen het domein Jeugd volgens de begroting 2023. Ons beleid moet een verschuiving in deze aandelen gaan creëren door in te zetten op preventie en voorliggende voorzieningen, waarbij we zowel het individu als gemeenschap proberen te versterken waardoor er op den duur minder vraag is naar maatwerk.
€ 865.575 15%
€ 407.027 7%
€ 4.655.058 78%
Sociale Basis/Voorliggend veld
19
Maatwerk
Zorggebruik
Onderstaande schema is een uitwerking van onze begroting op beleidsknoppen. De kleuren komen overheen met bovenstaande cirkel diagram.
Beleidsknop Veerkracht Leefstijl Mentale gezondheid Fysieke omgeving* Lichamelijke gezondheid Sociale Leefomgeving Zorggebruik TOTAAL
2023 € 145.190 €0 € 4.655.058 €0 €0 € 261.837 € 865.575 € 5.927.660
2024 € 183.993 €0 € 4.426.558 €0 €0 € 262.404 € 852.160 € 5.725.115
2025 € 140.864 €0 € 4.126.558 €0 €0 € 262.980 € 872.058 € 5.402.460
2026 € 141.805 €0 € 3.876.558 €0 €0 € 263.564 € 890.349 € 5.172.276
Bovenstaande meerjarige begroting laat zien dat het budget beschikbaar voor Jeugdzorg jaarlijks afneemt. Dit heeft onder andere te maken met de besparingen die we in de begroting hebben opgenomen naar aanleiding van de hervormingsagenda jeugd. Of deze besparingen ook daadwerkelijk haalbaar zijn is nog onbekend, gezien er meerdere factoren (waaronder ook landelijke beleid) van invloed zijn op deze besparingen. De volgende besparing hebben we verwerkt in de meerjaren begroting naar aanleiding van de hervormingsagenda: 2023 € 249.000
2024 € 450.000
2025 € 856.000
2026 € 1.168.000
Raming vraag naar aanleiding van deze beleidsnota In de begroting 2023-2026 hebben we met betrekking tot jeugd de volgende ramingen opgenomen: Structurele budgetten 2023
2024
2025
2026
€ 3.881.500
€ 3.717.500
€ 3.371.500
€ 3.119.500
€ 85.000
€ 85.000
€ 85.000
€ 85.000
€ 720.058
€ 691.558
€ 691.558
€ 691.558
€ 111.318
€ 111.318
€ 111.318
€ 111.318
€ 80.920
€ 80.920
€ 80.920
€ 80.920
€ 6.572
€ 6.572
€ 6.572
€ 6.572
€ 4.885.368
€ 4.692.868
€ 4.346.868
€ 4.094.868
Bestaande budgetten B20232026 Subsidie verenigingen Talententoer
€ 39.599 € 3.000
€ 40.166 € 3.000
€ 40.742 € 3.000
€ 41.326 € 3.000
Lokaal jeugdbeleid
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
Uitvoering leerplichtwet
€ 21.066
€ 21.066
€ 21.066
€ 21.066
Doelenboom
Regionale ingekocht, lokaal ingezet: Bestaande budgetten B20232026 Maatwerkvoorzieningen (incl. indexering en korting herstelplan en hervormingsagenda) PGB Veiligheid, jeugdreclassering, opvang jeugd Crisiszorg Jeugd Algemene voorzieningen jeugd (Veilig Thuis) Algemene voorzieningen jeugd (overig) subtotaal Lokale inzet:
20
Zorggebruik
Uitvoeringskosten jeugd Algemene voorzieningen jeugd (buurtgezinnen) subtotaal Aanvullende budgetten B20232026 Lokaal jeugdbeleid Algemene voorzieningen Onderwijsmedewerker (0,5 Fte) subtotaal
€ 35.248
€ 35.248
€ 35.248
€ 35.248 Zorggebruik
€ 30.000
€ 30.000
€ 30.000
€ 30.000
€ 138.913
€ 139.480
€ 140.056
€ 140.640
€0 €0
€ 40.000 € 30.000 € 40.000 € 110.000
€ 25.000 € 45.000 € 40.000 € 110.000
€ 15.000 € 55.000 € 40.000 € 110.000
€0
Totaal structurele budgetten € 5.024.281 € 4.942.348 € 4.596.924 € 4.345.508 NB. De icoontjes staan voor: veerkracht en mentale gezondheid en sterke sociale leefomgeving
Specifieke uitkeringen20 Specifieke uitkeringen (SiSa) GOAB NPO (deze incidentele middelen kunnen we inzetten tot en met medio 2025) Kansrijke start* (Via Rijksregeling Brede Spuk 2023-2026) Totaal specifieke uitkeringen
2023
2024
2025
2026
Doelenboom
€ 217.344
€ 240.163
€ 240.163
€ 240.163
€ 170.000 restant 2023 restant 2024
€0
€ 13.404
€ 14.297
€ 14.297
€ 17.863
€ 400.748
€ 254.460
€ 254.460
€ 258.026
Incidentele budgetten 2023 Incidentele middelen Restant regeling Meedenken en Meedoen (Reserve Transformatie) Budgetoverhevelingen vanuit 2022 - Wachttijdenaanpak - Beleidsplan Jeugd Totaal incidentele middelen
€ 58.350
€ 38.000 € 24.400 € 120.750
NB. Bovenstaande schema’s laten zien waar we ons budget aan uitgeven binnen deze beleidsnota, waarbij in afbeeldingen achter de bedragen te zien is op welke beleidsknop ze bijdragen. De bedragen van 2023 sluiten hierbij niet volledig aan op die van de afbeeldingen erboven omdat hier onder andere zorggebruik niet in meegenomen is.
20
De door het Rijk beschikbaar gestelde middelen mogen we alleen inzetten voor de daarvoor vooraf door het Rijk vastgestelde doelen. Middelen die we niet uitgeven aan het betreffende doel moeten we terugbetalen aan het Rijk.
21
Extra claim budget in deze beleidsnota In deze beleidsnota doen we een extra claim voor budget die opgenomen wordt in de kadernota 2024 en begroting 2024. Willen wij volledig uitvoering geven aan het voorliggende beleid met de daarbij horende extra taken, ambities en kaders dan kost ons dat € 110.000 vanaf 2024. In onderstaande tabel staat hoe deze € 110.000 uitgegeven gaat worden: Kosten21 Structureel
Welke inzet 1. Goede en gezonde start Preventief aanbod: sociale vaardigheden Preventie aanbod: scheiden zonder schade
€12.000
Dekking Ambitiebudget
€15.000
Ambitiebudget
Doorontwikkeling sociale kaart
€10.000
Ambitiebudget
Voorlichting
pm €15.000
Ambitiebudget
3. Sterk sociaal netwerk Ouderbetrokkenheid – Ouder participatie
€2.500
Ambitiebudget
Netwerklunches (2x p jr)
€2.500
Ambitiebudget
2. Gelijke kansen Gezonde kinderopvang
4.
Incidenteel
Talentontwikkeling tussen €15.000 en €35.000
Jongerenparticipatie methodiek 2x per jaar jongerenparticipatie met ondersteuning door getrainde lokale trainer
€15.000
Lokale account gesprekken
pm
5. Snelle en passende ondersteuning Communicatiecampagne naamsbekendheid Scholing gezinscoaches Ambtelijke capaciteit: Onderwijsmedewerker Totaal
Ambitiebudget Ambitiebudget
Tussen de €2.000 en €8.000
Ambitiebudget
pm €40.000 € 112.000
Geen dekking Tussen de €17.000 en € 43.000
Wanneer we deze € 70.000 dekking uit ambitiebudget niet kunnen inzetten dan betekent dit: We kunnen minder of niet onze rol pakken in de beweging naar het voorliggend veld/preventie o Met als gevolg meer risico op (dure) maatwerkvoorzieningen We geen jongeren participatie kunnen organiseren We kunnen geen rol pakken bij de netwerklunches en/of kunnen niet aansluiten bij deze We hebben minder de mogelijkheid om op maat voorlichting te geven aan kinderen op preventie/gezondheid
21
22
Op basis van vrijblijvende offertes en inschatting
We kunnen bewezen interventies als scheiden zonder schade en sociale vaardigheden niet preventief aanbieden. o Met als gevolg meer risico op (dure) maatwerkvoorzieningen.
Wanneer we niet de €40.000 dekking krijgen voor de ambtelijke capaciteit onderwijsmedewerker dan betekent dit: Zal er geen of een minder sterke partnerschip zijn met het onderwijs De gesprekken die we in 2022/2023 zijn aangegaan met het onderwijs strategisch en uitvoerend kunnen niet/minder plaatsvinden. o Dit neemt als risico met zich mee dat we te weinig focus hebben op interventies en onvoldoende met elkaar integraal kunnen oppakken. Het integraal werken met school kan niet of minder plaatsvinden. o Als voorbeeld zal het passend onderwijs aanbod niet gestimuleerd kunnen worden vanuit ons uit en hiermee houden we het leerlingenvervoer van nu in stand waarbij iedereen buiten de gemeente verplaatst wordt naar school o Gesprekken en interventies over bijvoorbeeld de gezonde maaltijd vinden niet plaats, de interventie zal niet kunnen plaatsvinden. Toelichting op waarom er wel/geen dekking is De in de begroting 2023-2026 opgenomen structurele budgetten voor jeugd worden lokaal of regionaal ingezet op basis van lopende contracten, afgegeven beschikkingen, meerjarige afspraken of kunnen slechts ingezet worden voor specifieke bestedingsdoelen (zoals Gemeentelijk Onderwijs Achterstanden Beleid (GOAB22) en het Nationaal Programma Onderwijs (NPO23) middelen). Binnen deze budgetten zit geen ruimte om de gewenste bewegingen in gang te zetten.
Daarom is er een verzoek voor aanvullende structurele middelen van €110.000 per 2024. Door de acties en ambities uit deze nota willen we zorgen voor een minder sterke stijging van de vraag naar (dure) zorg. Dit door het inzetten van (goedkopere) zorg aan de voorkant in plaats van (duurdere) zorg aan de achterkant zodat we besparingen kunnen realiseren24. We vragen om per 2024 structureel budget beschikbaar te stellen voor de voorkant. Hiermee kunnen effectieve en succesvolle interventies, zoals preventief aanbod in de zin van sociale vaardigheidstrainingen, ook een structurele plek krijgen op de begroting als algemene voorziening. Zo bouwen we aan strategische en duurzame partnerschappen en ontstaat samenwerkingsrust. Ons voorstel in de kadernota gaat zijn om deze interventies uit het ambitiebudget te dekken voor het jaar 2024, gezien het hierbij gaat om ontwikkelen die noodzakelijk zijn voor onze samenleving. Structureel vanaf 2025 zullen deze kosten gevraagd worden in de begroting 2024. De capaciteit vraag van de 20 uur per week voor de onderwijsmedewerker kan ons inzien niet van het ambitie budget gezien het hierbij om “de basis op orde” betreft. Structurele handelingsruimte In 2023 hebben we incidentele middelen beschikbaar.