Bijlage bij beantwoording - VTH Beleidsplan en uitvoeringsnota gemeente Beesel 2019-2023.pdf
Tekst van het document
Indicator /criterium Klanttevredenheid (bij zowel burger, bedrijven als belanghebbenden) Aantal aanspraken Wet Dwangsom
Naleefgedrag (inclusief trends) Tendens in succesratio beroeps- en bezwaarprocedures Tendens in incidenten Relatief aantal handhavingverzoeken Recidive Bijdrage aan omgevingskwaliteit (bijvoorbeeld verminderen CO2uitstoot, bijdrage aan duurzaamheiddoelstellingen) Klachten, tendens per aspect (bijvoorbeeld geur) en tendens per gebied Gevoel van veiligheid of onveiligheid (en de tendens daarin) Mate van inzicht van de burger in de veiligheidssituatie; Berekende risico (EV) Tendens in het onderwerpspecifieke naleefgedrag Aantal meldingen, incidenten, slachtoffers
Kosten VTH in relatie tot de outcome (en de tendens daarin) Totale kosten beleidsveld leefomgeving in relatie tot de outcome
Veiligheid Definitie: de objectieve en subjectieve (gezondheids) veiligheid in relatie tot de VROM-taken. Financiën (en bedrijfsvoering) Definitie: de inzet van middelen in relatie tot de hoeveelheid afgeleverde diensten / producten.
* Gemeenten kunnen vanaf 28 november 2017 geen toezichtinformatie via Waarstaatjegemeente.nl meer aanleveren. Het huidige onderdeel op Waarstaatjegemeente.nl over het project toezichtinformatie, waar de toezichtinformatie wordt ontsloten, wordt stopgezet. De redenen zijn dat het systeem (de software) niet meer voldoet aan de huidige eisen, het gebruik van dit onderdeel op Waarstaatjegemeente.nl ver is achtergebleven bij de verwachtingen en het gebruik anders heeft uitgepakt dan beoogd in 2012. De genoemde indicatoren zijn dan ook niet vergeleken met de gegevens van het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING).
20
3. Borging capaciteit en middelen
3.1 Probleemanalyse (risicoanalyse) en prioriteitenstelling Om de doelstellingen zoals beschreven in hoofdstuk 2 te verwezenlijken, voeren we activiteiten / taken uit. Die activiteiten / taken bestaan deels uit wettelijke taken, deels uit lokale taken. De gemeentelijke overheid kan de wettelijke taken niet allemaal (gelijktijdig) uitvoeren. Om willekeur te voorkomen, is een systematiek noodzakelijk die gemeentebesturen in staat stelt om verantwoorde keuzes te maken in de uitvoering van de taken op het gebied van het omgevingsrecht. Regionaal is om die reden een probleem- en risicoanalyse ontwikkeld. In het jaarlijks door het college vast te stellen integrale Uitvoeringsprogramma geven we specifiek aan op welke activiteiten / taken we inzetten, hoe dat gebeurt, met welke diepgang en welke capaciteit daarvoor nodig is. Prioriteren houdt in dat we taken wel uitvoeren maar ook dat we taken niet of in beperkte mate uitvoeren. Met name in dat laatste schuilt een bestuurlijk restrisico: wil het bestuur die risico’s accepteren? Het bestuurlijke restrisico nemen we jaarlijks expliciet op in het integrale Uitvoeringsprogramma. De taken die in de lijst van restrisico’s staan opgenomen voeren we voor het betreffende programmajaar niet uit. De gemeente Beesel voerde voor de planning van haar vergunningen- , toezicht en handhavingstaken in 2018 die risicoanalyse (probleemanalyse) uit.
3.2 Uitvoeringsprogramma VTH Aan de hand van de uitgevoerde probleemanalyse en de prioriteitenstelling stellen we per jaar een integraal uitvoeringsprogramma VTH op voor de beleidsvelden ruimtelijke ordening, bouwen, milieu, (brand)veiligheid, APV, bijzondere wetten en basisregistratie personen, waarin we concreet aangeven wat de te bereiken doelen voor het desbetreffende jaar zijn en welke acties we ondernemen om die doelen te bereiken. Hierbij zijn de doelstellingen en prioriteiten die in onderhavig beleidsplan zijn opgenomen leidend.
3.3 Borging middelen in begroting De gemeente draagt zorg voor de afstemming tussen de bestuurlijk vastgestelde doelen (zie hoofdstuk 2) en geprioriteerde werkzaamheden (zie paragrafen 3.1 en 3.2) enerzijds en inzet van de personele en financiële middelen anderzijds. Op basis van vastgestelde doelstellingen en prioriteiten in de uit te voeren werkzaamheden plannen we de benodigde capaciteit en financiële middelen en leggen dat vast in de begroting. Om de taken uit te voeren zetten we middelen in zoals personeel, hulpmiddelen (apparatuur en instrumenten) en financiën. We borgen de personele, financiële en andere hulpmiddelen door dit vast te leggen in de begroting. Onder financiële middelen verstaan we alle middelen die nodig zijn ter financiering van in principe alle in de kwaliteitscriteria genoemde elementen. Op die wijze borgen we een adequate uitvoering van taken. Planning en controlcyclus De borging is verankerd in de systematiek van de planning en controlcyclus (hierna P&C-cyclus) van onze gemeente. De P&C-cyclus gaat over het maken van afspraken en het monitoren van de realisatie daarvan. Dit proces vindt binnen de gemeente op verschillende niveaus plaats en kent de volgende producten:
21
Kadernota De kadernota bevat de kaders waarbinnen het college de begroting moet opstellen. In de ontwerp-kadernota geeft het college inzicht in de onontkoombare en de volgens haar gewenste beleidsaanpassingen binnen de meerjarenbegroting. Met de vaststelling van de kadernota geeft de raad het college de opdracht om deze nader uit te werken in de begroting. Zo nodig voorzien we de wensen in de kadernota van prioriteiten. Ook kan de raad in de kadernota richtinggevende uitspraken doen over eventueel noodzakelijke ombuigingen. Programmabegroting In de programmabegroting vertalen we de maatschappelijke effecten die de raad wil bereiken in doelstellingen en activiteiten met bijbehorende (financiële) middelen. De begroting stellen we op binnen de kaders zoals de raad die in de kadernota vaststelde. Met de begroting leggen we de basis voor de planning & controlcyclus. Productenraming Het college is bestuurlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van de opdracht zoals de raad die in de begroting vaststelde. In de productenraming vertaalt het college de begroting naar concrete output, inclusief de noodzakelijke middelen. Die output vormt vervolgens weer de belangrijkste opdracht aan de organisatie voor het realiseren van de gewenste productie.
Voortgangsgesprekken In de voortgangsgesprekken informeert het college de raad over de voortgang van de uitvoering van de speerpunten van de begroting en de belangrijkste projecten. Hierbij leggen we de focus op politiek/bestuurlijke relevante beleidsterreinen, onderwerpen en projecten. De voortgangsgesprekken zijn interactief en het college is vrij in de wijze van presentatie. Bijstellingsrapportage(s) In de bijstellingsrapportage(s) informeert het college de raad over afwijkingen ten aanzien van de begroting en de investeringsprojecten. Gelijktijdig vraagt het college aan de raad om instemming met de voorgestelde bijstelling van de begroting en de investeringsprojecten. Jaarstukken Sluitstuk van de cyclus zijn de jaarstukken. Hierin geeft het college aan in hoeverre we de gestelde doelen bereikten en welke middelen daarvoor daadwerkelijk zijn ingezet. De jaarstukken bestaan uit het jaarverslag en de jaarrekening. Het jaarverslag bevat meer de beleidsmatige verantwoording, terwijl we met de jaarrekening financieel verantwoording afleggen.
22
4. Kwaliteitsborging Kwaliteit is het optimaliseren van alle bouwstenen van de organisatie Kwaliteit is het optimale samenspel tussen alle bouwstenen van de organisatie Kwaliteit manifesteert zich in alle onderdelen van een organisatie. In kennis en vaardigheden van medewerkers, in werkprocessen / strategieën, in het adequaat volgen van de planning- en controlcyclus, in leidinggeven, in het onderhouden van relaties met partnerorganisaties, in beheer van financiële middelen en het bereiken van efficiency / kostenreductie en in communicatie. Het containerbegrip kwaliteit definiëren we aan de hand van de diverse beleidsniveaus van een organisatie, die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de VTH-taken.
Verordening VTH De raad stelde bij besluit van 16 oktober 2016 de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Beesel (verder: Verordening VTH) vast. De Verordening VTH geeft uitvoering aan de wettelijke opdracht uit het wetsvoorstel Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) om regels te stellen voor de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht. Met het vaststellen van de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Beesel borgen we het proces van het leveren van professionele kwaliteit van de uitvoering VTH-taken op het gebied van het omgevingsrecht aan burgers, bedrijven en instellingen formeel. De Verordening vormt daarmee het kader voor de kwaliteit van de Wabo-taken van onze gemeente (en de RUD Limburg-Noord) en drukt het commitment uit van de raad aan kwaliteit. Zie ook paragraaf 1.3 van dit Beleidsplan.
Beleidsplan VTH De Verordening VTH is de basis voor dit Beleidsplan VTH en de Uitvoeringsnota VTH. Op het niveau van dit Beleidsplan is van belang dat er aandacht is voor beschrijving en borging van de planning en controlcyclus, inclusief de koppeling met de financiële cyclus. Het doorlopen van die cyclus (probleemanalyse – beleidsdoelen – strategieën - uitvoeringsprogramma – monitoring – verslaglegging – bijsturing) is een nadrukkelijke kwaliteitsdoelstelling ‘an sich’. Het toepassen van die beleidscyclus is samen met de kwaliteitscriteria verplicht gesteld. Onze gemeente heeft in 2015 en 2016 – in een traject samen met de andere RUD-partners - geïnvesteerd in verbetering van die beleidscyclus (de zogenaamde procescriteria). Daartoe heeft het college eind 2014 een Verbeterplan vastgesteld. Zie hiervoor de uitvoerige beschrijving in hoofdstuk 1 van dit Beleidsplan.
Uitvoeringsnota VTH Op een meer uitvoeringsgericht niveau komen allerlei concrete organisatorische kwaliteitsaspecten aan de orde. De Uitvoeringsnota VTH beschrijft die organisatorische kwaliteitsaspecten voor een groot deel. De Uitvoeringsnota VTH gaat onder meer in op de volgende kwaliteitsaspecten: Kwaliteit van programmeren (uitvoeringsprogramma) Kwaliteit van processen/werkinstructies Kwaliteit van automatisering Kwaliteit van monitoring en verslaglegging/managementinformatie Kwaliteit van dienstverlening (klanttevredenheid) Kwaliteit van medewerkers (cultuur, verbeterplan en opleidingsplan) Kwaliteit van producten/interne controle (bijv 4-ogen principe/heldere taal/juridische kwaliteitstoets) In het jaarlijks op te stellen Uitvoeringsprogramma (UP) gaan we in op aard en omvang van de taken die we in het betreffende jaar uitvoeren: kwantiteit als onderdeel van kwaliteit. 23
24
Uitvoeringsnota VTH
25
1. Probleemanalyse (risicoanalyse), prioriteitenstelling en Uitvoeringsprogramma 1.1 Probleemanalyse (risicoanalyse) De gemeente Beesel voerde voor haar vergunningen- , toezicht en handhavingstaken in 2018 een risico-analyse (probleemanalyse) uit met behulp van een regionaal model dat de RUD Limburg Noord ontwikkelde voor alle gemeenten in de regio Limburg Noord. De uitkomst van de risico-analyse geven we hieronder beknopt weer. De uitgevoerde risico-analyse is opgenomen in bijlage 1. De risicoanalyse stelden we op en voerden we uit op de volgende taakvelden: vergunningverlening bouwen / ruimtelijke ordening, vergunningverlening milieu, vergunningverlening apv / bijzondere wetten, milieutoezicht, toezicht bouwen en ruimtelijke ordening realisatiefase, toezicht bouwen en ro gebruiksfase, toezicht sloopfase, toezicht bij sloop en asbest, toezicht bij aanleg weg, toezicht APV en bijzondere wetten, toezicht centrumgebieden, toezicht agrarische gebieden met (hoge) landschappelijke waarde, toezicht natuur- en bosgebieden, toezicht woongebieden, toezicht dag- en verblijfsrecreatiegebieden, toezicht industrieterreinen, toezicht horeca en evenementen, toezicht groen, toezicht bodem en (juridische) handhaving. Alleen voor de milieutaken (vergunningverlening en toezicht) zijn de relevante kengetallen bestuurlijk ‘vastgeklikt’.
Bij de andere taakvelden zijn suggesties gedaan voor kengetallen op basis van landelijke gehanteerde kengetallen (LTB, ITP) of bij gemeenten bekende ervaringscijfers. Voor elk van de genoemde taakvelden brachten we de risico’s in beeld. De taakvelden met een groot risico scoren rood, de taakvelden met een beperkt risico scoren geel en de taakvelden met een klein risico scoren groen. De taakvelden met de score rood (groot risico) noemen we hieronder. Voor de klassen met de beperkte en kleine risico’s verwijzen we naar de bijlage.
Taakveld Milieu
Grootste risico’s
Industriële IPPC inrichtingen Afvalindustrie (opslag en be- en verwerking, inclusief Autodemontage, incl. grondopslag) Papier industrie Koolelektroden industrie Loonwerkers Spoorwegemplacement Havensector Defensie Horeca, sport- en recreatie-inrichtingen Spoorwegemplacement
Bouwen en RO realisatiefase
Publiek categorie 2 €100.000 - €1.000.000 Publiek categorie 3 > €1.000.000 Bedrijf categorie 2 €100.000 - €1.000.000 Bedrijf categorie 3 > €1.000.000 Bouwwerken categorie 3+ > € 10.000.000
Bouwen en RO gebruiksfase
Kamerverhuur > 4 pers. Fabrieken 50-250 pers. Fabrieken 250-500 pers. Pension/Nachtverblijf 10-50 pers. Pension/Nachtverblijf > 50 pers. Loods, veem, opslagplaats > 1000 m2
sloopfase
Wonen - hoogbouw 26
Sloop en asbest
Publiek/Bedrijf - hoogbouw Milieu Risicovolle Sloop - Uitgebreide sloopactiviteit
Asbestsloop Risicovol sloopwerk
1.2 Prioriteitenstelling Op basis van het Besluit omgevingsrecht actualiseren we die uitgevoerde risicoanalyse jaarlijks op basis van een analyse van ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de prioriteitstelling. De resultaten daarvan hanteren we ieder jaar voor het opstellen van een raming van de benodigde capaciteit en vertalen we naar het uitvoeringsprogramma en de begroting. Niet alleen de grootste risico’s uit de risicoanalyse moeten prioriteit krijgen binnen het onderhavige VTH-beleid, maar ook landelijke en regionale prioriteiten en bestuurlijke prioriteiten en lokale aandachtspunten. Landelijke prioriteiten zijn: Verscherpte aandacht bij vergunningverlening en toezicht en handhaving bij evenementen op de aspecten veiligheid van tent, podium en tribune (mede naar aanleiding van het ongeval in Haaksbergen); Landelijke aanpak adreskwaliteit (LAA project); Toezicht en handhaving van de DHW (met name de leeftijdsgrens van 18 jaar). Sloop van asbestdaken Voor de gemeente Beesel geldt dat de berekeningen horend bij grotere bouwwerken voor evenementen worden gecontroleerd door de constructeurs van de gemeente Venlo. De evenementencoördinatoren van de Veiligheidsregio Limburg Noord krijgen een overzicht van alle evenementen in de regio. Bij extreem weer ligt het initiatief bij de Veiligheidsregio Limburg Noord.
Regionale prioriteiten zijn: Controle illegale bewoning recreatiewoningen en huisvesting arbeidsmigranten Controles in het kader van het RIEC Lokale prioriteiten zijn: Illegale bouwwerken; Brandveiligheid; Bouwbesluit en bouwverordening; Gebruik in strijd met het bestemmingsplan; Reclame; Overtredingen milieuregelgeving. 1.3 Uitvoeringsprogramma In het uitvoeringsprogramma VTH geven we per taakveld duidelijk aan wat de verwachte werkzaamheden (aantal vergunningaanvragen, aantal controles etc.) zijn, hoe dat gebeurt, met welke diepgang en zetten we de hierbij behorende tijdsbesteding af tegen de beschikbare capaciteit waarbij we keuzes maken (over o.a. de diepgang van toetsing en het aantal controles) aan de hand van prioriteiten. Prioriteren houdt in dat we taken wel uitvoeren maar ook dat we taken niet of in beperkte mate uitvoeren. Met name in dat laatste schuilt een bestuurlijk restrisico: wil het bestuur die risico’s accepteren? Het bestuurlijke restrisico nemen we jaarlijks expliciet op in het uitvoeringsprogramma VTH. De taken die in de lijst van restrisico’s staan opgenomen voeren we voor het betreffende programmajaar niet uit.
27
Voor een uitgebreidere toelichting op de systematiek van het Uitvoeringsprogramma verwijzen we naar het Uitvoeringsprogramma zelf. Burgemeester en wethouders stellen het uitvoeringsprogramma VTH vast, brengen dat in de raad en informeren de raad hierover. Jaarlijks doen we verslag van de bereikte resultaten. Dat jaarverslag stellen burgemeester en wethouders vast en bieden zij ter kennisname aan de raad aan.
2. Monitoring Een belangrijk onderdeel van de beleidscyclus is de monitoring van diverse zaken die relevant zijn voor bijsturing in de operationele cyclus of als input voor de beleidsevaluatie (zoals de verbetering of verslechtering van het naleefgedrag van bedrijven of de milieukwaliteit in de regio). De doelstellingen uit het VTH Beleidsplan en de uitvoering van het jaarlijkse uitvoeringsprogramma VTH moeten we dus monitoren. Zo kunnen we volgen of en in welke mate we de doelen van het beleidsplan halen, of de uitvoering volgens planning verloopt en of er tussentijds bijstelling nodig is. Conform de eisen uit het Besluit Omgevingsrecht en de landelijke kwaliteitscriteria moeten we naast de doelen nog een aantal andere zaken via monitoring volgen. Monitoring indicatoren uitvoeringsprogramma (kwantitatief) Binnen de RUD Limburg Noord is een monitoringssystematiek opgesteld, waarin zij de diverse indicatoren aanduiden. De indicatoren gedefinieerd in de kwaliteitscriteria vormen hierbij de basis en zijn aangevuld met de regionaal en eventueel lokaal gewenste indicatoren. Verder hebben we bij het opstellen van de monitoringssystematiek aangesloten op de zogenaamde KING-indicatoren, die onderdeel uitmaken van de rapportageverplichting aan de gemeenteraad op grond van de Wet Revitalisering Generiek Toezicht.
Voor de toezichtstrategie houden we onder andere de volgende aspecten bij:
Hoeveel controles voerden wij uit? Hoeveel uren besteedden wij aan toezicht? Op welke wijze vond het toezicht plaats? Wie oefende het toezicht uit? Hoeveel en welke overtredingen constateerden wij? Tijdigheid van de (her)controle Hoeveel strijdigheden zijn beëindigd?
Ook de monitoring van de sanctiestrategie kent een aantal meetpunten, dat zijn de volgende:
Welk bestuursrechtelijk en strafrechtelijk instrument gebruikten wij ten behoeve van de beëindiging van de overtreding? Leidden de toegepaste instrumenten ertoe dat de overtreding is beëindigd? Hoeveel uren besteedden wij aan het handhavingstraject?
Bij de gedoogstrategie houden wij bij:
Welke overtredingen gedoogden wij? Hoeveel overtredingen gedoogden wij? Hoe lang gedoogden wij ? Beëindigden wij de overtreding?
Voor vergunningverlening van de fysieke leefomgeving (milieu, bouwen, ro, brandveiligheid, APV en bijzondere wetten) houden wij onder andere bij: 28
Aantal en aard van ingediende aanvragen; Aantal besluiten op basis van de ingediende aanvragen; Aantal afgehandelde meldingen onderverdeeld in relevante categorieën; Aantal besluiten onderverdeeld naar relevante categorieën; Aantal ingediende bezwaren/beroep en percentage gehonoreerd; Tijdigheid van de geleverde producten; De inhoudelijke kwaliteit van de producten; De actualiteit van omgevingsvergunningen milieu
Voor aanvragen die in strijd zijn met het bestemmingsplan houden wij bij: Aantal en aard van de aanvragen; Complexiteit; De gronden op basis waarvan het afwijkingsbesluit is genomen; De relatie tussen dergelijke aanvragen en de wettelijke termijnen; Aantal keren dat bezwaar- en beroep is aangetekend. Monitoring beleidsdoelstellingen (kwalitatief) Naast het monitoren van de mate waarin we de geprogrammeerde werkzaamheden uitvoerden, is het van belang te monitoren of we de door de raad gestelde beleidsdoelstellingen haalden. Uit het monitoren van die beleidsdoelstellingen blijkt welke maatschappelijke effecten we bereikten door uitvoering te geven aan de VTH-taken. De door de raad vastgestelde beleidsdoelstellingen zijn (zie doel-inspanningenmatrices in het beleidsplan VTH): - een betere fysieke veiligheid; - een betere milieukwaliteit; - een betere ruimtelijke kwaliteit; - een betere gezondheid. Frequentie monitoring Aan het college rapporteren wij voor wat betreft de productgerelateerde taken (output) door de kwartaalrapportages, de zogenaamde Q1 t/m Q4 dashboards. In die rapportages benoemen we de belangrijkste prestatie-indicatoren, lichten wij de voortgang van het uitvoeringsprogramma toe en vergelijken wij het daadwerkelijke werkaanbod met het geplande.
Over de (mate van) realisatie van de gestelde beleidsdoelen (outcome) rapporteren wij niet per kwartaal maar jaarlijks.
29
3. Rapportage en evaluatie Rapportage over de uitvoering van de VTH-taken is van belang voor de managementsturing. Door tussentijds te rapporteren krijgen we inzicht of de in het uitvoeringsprogramma opgenomen activiteiten op schema liggen en in hoeverre die activiteiten bijdragen aan het bereiken van de gestelde doelen. Binnen de gemeente wijzen we daarom een verantwoordelijke aan die per kwartaal een rapportage opstelt over de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van het VTH-plan en het uitvoeringsprogramma VTH. De kwartaalrapportage brengen we ter kennis van de afdelingshoofden/MT/portefeuillehouder(s)/college/etc. Burgemeester en wethouders brengen jaarlijks een integraal jaarverslag uit over de uitvoering van het VTH-plan en het uitvoeringsprogramma VTH, dat zij ter kennis brengen van de gemeenteraad. Het jaarverslag geeft het beeld weer van hoe uitvoering is gegeven aan het VTH-plan en het hieraan gekoppelde uitvoeringsprogramma VTH en wat de uitkomsten daarvan zijn. De verantwoording van inzet, prestaties en resultaten vindt plaats conform de eisen zoals opgenomen in de Wabo en het hierbij behorende Besluit omgevingsrecht (Bor) en Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) en de landelijke kwaliteitscriteria. Dat houdt in dat we verantwoording afleggen over: Het bereiken van de geformuleerde doelstellingen.
De uitvoering van afspraken die we maken met andere betrokken bestuursorganen en de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving over de samenwerking en de afstemming van handhavingswerkzaamheden. Prestaties handhaving, zoals aantal controles per categorie, de mate waarin we de toezichten sanctiestrategie toepassen, de realisatie van geplande bezoekfrequenties, tijdigheid van hercontroles, tijdigheid versturen controleverslag en brief, het naleefgedrag en de evaluatie van de handhavingsresultaten uitmondend in verbeteringen ten aanzien van de handhavings(beleids)cyclus. Flexibiliteit en actualiteit vigerende juridische planologische regelingen. Zicht op afwijkingen in verband met mogelijke activiteiten die in strijd zijn met het bestemmings-, dan wel inpassingsplan. Prestaties vergunningverlening (aantal producten per categorie en tijdbesteding, tijdigheid van het besluit, juridische kwaliteit, evaluatie prestaties vergunningverlening). Prestaties wat betreft aanvragen niet passend binnen het bestemmings- dan wel inpassingsplan. De jaarlijkse evaluatie kan leiden tot bijstelling van doelstellingen, beleid en of prioriteiten.
30
4. Strategieën en werkwijzen Op basis van de kwaliteitscriteria moet het bevoegd gezag handelen op grond van strategieën voor het beoordelen en beslissen over een omgevingsvergunning, het houden van toezicht en het handhaven/gedogen van overtredingen. De strategieën en werkwijzen zijn mede gebaseerd op de uitgangspunten van het door de gemeente vastgestelde beleid op het gebied van de fysieke leefomgeving (paragrafen 4.1 en 4.2). Die strategieën zijn vervolgens uitgewerkt in protocollen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (paragraaf 4.3). Tot slot bepalen de objectieve criteria voor het toetsen van aanvragen omgevingsvergunningen, het uitoefenen van toezicht en het toepassen van handhavingsmaatregelen de diepgang van de diverse werkzaamheden (paragrafen 4.4 t/m 4.6). Schematisch kan dit als volgt worden aangeduid:
4.0 Vigerend beleid Deze uitvoeringsnota heeft betrekking op de fysieke leefomgeving. Het betreft de beleidsvelden natuur en milieu, bouwen, ruimtelijke ordening, brandveiligheid, APV en bijzondere wetten waaronder de Drank- en horecawet en de Basisregistratie personen. In het verleden heeft de gemeente voor (een aantal van) deze beleidsvelden afzonderlijk beleid opgesteld. Hieronder geven we aan voor welke beleidsvelden de gemeente al beleid opstelde en of dit beleid opgaat in onderhavige Uitvoeringsnota. Het beleid is bepalend voor de diverse strategieën en werkwijzen die worden gehanteerd bij de uitvoering van de werkzaamheden, zie daarvoor de volgende paragrafen. Van belang is het vigerend beleid periodiek te actualiseren. 4.1 Strategie vergunningverlening Wabo De Wabo die op 1 oktober 2010 in werking trad vraagt van de overheid een integrale benadering van vergunningverlening. Tot inwerkingtreding van de Wabo moesten burgers en bedrijven voor alle vergunningplichtige activiteiten afzonderlijke vergunningaanvragen indienen. De trajecten om tot een vergunning te komen kenden allemaal hun eigen regelgeving, formulieren, procedures en termijnen. Zo kon het noodzakelijk zijn om voor het bouwen van een carport afzonderlijk een bouwvergunning, een kapvergunning, een in/uitritvergunning en een sloopvergunning aan te vragen.
De Wabo voorziet in een omgeving waarin (rechts)personen en bedrijven voor een dergelijke activiteit slechts één aanvraag hoeven in te dienen. Op basis van de kwaliteitscriteria moet het vergunningverlenend bevoegd gezag handelen op grond van een strategie voor het beoordelen en beslissen over een omgevingsvergunning. Die strategie is vastgelegd in protocollen die aangeven wat de basiswerkwijze bij vergunningverlening is.
31
4.2 Strategie en werkwijze toezicht en handhaving 4.2.1 Nalevingsstrategie De gemeente Beesel zet verschillende toezicht- en handhavingsinstrumenten in om een goed naleefgedrag te bereiken. Er zijn vijf methoden te onderscheiden om de naleving te verbeteren: 1. heldere en handhaafbare vergunningsvoorschriften waardoor het voor de vergunning- en toezichthouder duidelijk is wat er vergund is en tegen welke voorwaarden; 2. het bevorderen van de naleving door het houden van toezicht (conform toezichtstrategie); 3. het bevorderen van de naleving door burgers en bedrijven actief te informeren en voor te lichten over van toepassing zijnde wet- en regelgeving en beleid; 4. het bevorderen van de naleving door repressief optreden (opleggen van sancties conform de landelijke handhavingsstrategie); 5. het bevorderen van de naleving door het opschorten van acties (gedogen). De gemeente Beesel streeft naar maximale beïnvloeding van het naleefgedrag door in de diverse fasen het meest geëigende instrument in te zetten. Een goede naleving begint in de vergunningsfase met een heldere en eenduidige vergunning en goed te begrijpen voorschriften. Hiermee stimuleren we het naleven van de vergunningvoorschriften. In de toezichtfase is het naleefgedrag van de overtreder en de aard en de ernst van de overtreding vervolgens bepalend voor de keuze van het meest effectieve of passende instrument.
In de handhavingsfase is de beslissing welk handhavingsinstrument we inzetten, gebaseerd op de grootte van het risico dat met de overtreding gemoeid is. De gemeente treedt mild op waar het kan en treedt streng op waar het moet.
4.2.2 Toezichtstrategie Toezicht is primair bedoeld om na te gaan of (rechts)personen en bedrijven conform de regels handelen. Is dat niet het geval, dan maken we gebruik van een van de repressieve handhavingsinstrumenten (toepassen van bestuursdwang, opleggen last onder dwangsom, intrekken van een beschikking, bestuurlijke boete, strafrechtelijke handhaving en privaatrechtelijke handhaving) om de situatie weer in overeenstemming met de regels te brengen. Op basis van de eisen in het Bor en de landelijke kwaliteitscriteria moet de gemeente een toezichtstrategie hebben. Hierin moet de gemeente aangeven welke vormen van toezicht zij onderscheidt en wat de basiswerkwijze daarbij is (die vervolgens in de protocollen nader wordt uitgewerkt). Het houden van toezicht kunnen we beschouwen als ‘bestaand beleid’. De gemeente Beesel nam in haar integrale handhavingsbeleid dat is vastgesteld in 2012 al een toezichtstrategie op. De toezichtstrategie is te vinden in bijlage 5. Daarin beschreven we hoe wij het toezicht uitoefenen. In 2016 is op het niveau van de RUD Limburg Noord de basiswerkwijze voor de verschillende vormen 2 van toezicht nader uitgewerkt in protocollen . De bestaande toezichtstrategie met de hierbij behorende toezichtsprotocollen ervaren we als werkbaar en hanteren we ook in de periode 2019-2023. Uitzondering hierop is de werkwijze bij een bouwcontrole.
Conform de eisen uit de kwaliteitscriteria 2.1 vindt toezicht tijdens de bouwfase plaats op basis van een systematiek zoals beschreven in het integraal toezichtprotocol. Die systematiek gaat uit van objectcategorieën op basis van gebruik / activiteit, een toezichtmatrix die diepgang per thema en frequentie vast legt en een projectgebonden checklist voor de inspectie. In de kwaliteitscriteria 2.1 is voor het bevoegd gezag de verplichting opgenomen om het collectieve niveau zoals afgesproken in het integraal toezichtprotocol te hanteren. De gemeente Beesel mag van de bovengenoemde objectieve criteria afwijken als aantoonbaar blijkt uit eigen gegevens dat het collectieve niveau niet noodzakelijk dan wel niet ambitieus genoeg is. De argumenten tot afwijken moeten we aantoonbaar maken en vaststellen. De gemeente Beesel hanteert voor het toezicht tijdens de bouwfase het collectieve niveau zoals afgesproken in het integraal toezichtprotocol. Dat heeft gevolgen voor de huidige werkwijze van de toezichthouders bouwen en de benodigde beschikbare capaciteit voor de uit te voeren controles. In
2
Procesbeschrijvingen Team toezicht en handhaving gemeente Leudal eindversie 11 augustus 2010 32
het uitvoeringsprogramma VTH nemen we jaarlijks de aantallen uit te voeren controles per jaar op met de hierbij benodigde capaciteit. 4.2.3 Communicatie als preventieve handhaving De gemeente Beesel gebruikt voorlichting en communicatie om (een beter) naleefgedrag te bereiken. De gemeente geeft haar inwoners en bedrijven voorlichting over geldende regels en wetten. Daarnaast vindt informatievertrekking plaats langs de volgende kanalen: via e-mail, brochures en internet. Een belangrijke rol is hier weggelegd voor de gemeentelijke website. Verder vindt de gemeente Beesel het belangrijk om de publiciteit te zoeken met successen die we in de handhaving boeken om een verdere verbetering in het naleefgedrag te bereiken. De gemeente Beesel stelt een communicatienota op waarin we uitwerken welke communicatiemiddelen we in welke gevallen inzetten en in welke gevallen ondersteuning van een communicatiedeskundige wenselijk is.
4.2.4 Landelijke Handhavingstrategie (sanctiestrategie) Ondersteund door het Programma Uitvoering met Ambitie - PUmA - namen het Interprovinciaal overleg (IPO) en het Openbaar Ministerie (OM), eind 2012 het initiatief om met alle betrokken overheden, een landelijke strategie op te stellen voor toezicht en handhaving. Tijdens het Bestuurlijk Omgevingsberaad van 4 juni 2014 is de eindversie van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) door het IPO en het Openbaar Ministerie aangeboden aan staatssecretaris Mansveld van Milieu. Daarbij spraken alle betrokken partijen zich uit voor implementatie van de LHS. Handhavende instanties, zoals overheden, omgevingsdiensten, het Openbaar Ministerie en de politie treden dan op eenzelfde manier op bij geconstateerde overtredingen. Zo ontstaat een gelijk speelveld, wordt het rechtsgevoel gerespecteerd en blijft de leefomgeving veilig, schoon en gezond. De Landelijke Handhavingstrategie (LHS) is het eerste gezamenlijke product van: het OM, het IPO, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG),de Unie van Waterschappen (UvW), het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I en M), de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), de Inspectie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (I-SZW), de Nationale Politie en de vereniging van omgevingsdiensten (OmgevingsdienstNL).
Met de Landelijke Handhavingstrategie trekken we reacties op beoordelingen van inspecteurs gelijk. Verder verbindt de Landelijke Handhavingsstrategie het bestuurs- en strafrecht met elkaar. In de handhavingstrategie staan de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke (repressieve) handhaving centraal. Hierbij geeft de strategie aan hoe en wanneer we de diverse handhavingsinstrumenten inzetten, gelet op de zwaarte van de overtreding en de termijn voor het beëindigen van een overtreding. De aanpak op zowel het gebied van het bestuursrecht alsook het strafrecht duiden we aan als het tweesporenbeleid. Via twee sporen zetten we handhaving in. Bij voorkeur vindt het optreden plaats door zowel het gemeentebestuur als door de politie en OM. Uiteraard indien en voor zover de partners daartoe bevoegd zijn en voor zover hun prioriteitenstelling daarmee strookt. Overeenkomstig de eisen uit de kwaliteitscriteria 2.1 hanteert de gemeente Beesel bij de uitvoering van toezicht en handhaving de uniforme Landelijke Handhavingsstrategie. De door de gemeente Beesel gehanteerde landelijke handhavingsstrategie heeft betrekking op alle overtredingen van de regelgeving van de fysieke leefomgeving (milieu, bouwen, ro, brandveiligheid, APV en bijzondere wetten).
33
4.2.5 Privaatrechtelijke handhaving Privaatrechtelijke handhaving houdt in dat de gemeente Beesel de aan haar in het privaatrecht toegekende bevoegdheden gebruikt om de naleving van rechtsregels te bevorderen. Bij onrechtmatig in gebruik genomen groenstroken door burgers (bijvoorbeeld ter vergroting van achtertuinen) kan de gemeente, door gebruik te maken van haar eigenaarsbevoegdheid, privaatrechtelijk handhaven. Ook privaatrechtelijk kostenverhaal op grond van een onrechtmatige daadsactie kan tot de mogelijkheden behoren, bijvoorbeeld bij het opruimen van olie op de weg. Als de gemeente Beesel wil handhaven, staat het haar niet vrij om naar keuze gebruik te maken van het publiekrecht dan wel van het privaatrecht. De Windmill-doctrine vormt de maatstaf om te bepalen of we het privaatrecht mogen gebruiken om een voor de gemeente ongewenste c.q. strijdige situatie te beëindigen. Die doctrine houdt in dat we het privaatrecht niet mogen inzetten wanneer we hetzelfde resultaat kunnen bereiken via de bestuursrechtelijke (handhavings)weg. In een dergelijke situatie doorkruisen we de publiekrechtelijke regeling op onaanvaardbare wijze. Omdat we privaatrechtelijk handhaven niet snel kunnen gebruiken, geldt het uitgangspunt dat we primair inzetten op bestuursrechtelijk handhaven.
4.2.6 Gedogen Gedogen houdt eenvoudigweg in dat we niet optreden tegen een situatie, die strijdig is met de geldende regels. Gelet op de beginselplicht tot handhaving en de serieuze aanpak van de gemeente Beesel van handhaving doet gedogen zich slechts in uitzonderlijke situaties voor. Uitgangspunt in de gemeente Beesel is dat we bij gedogen, het rijksbeleid zoals vastgelegd in de nota “grenzen aan gedogen” als uitgangspunt nemen. Uitsluitend als sprake is van bijzondere omstandigheden en het zorgvuldig afwegen van de betrokken belangen (bijvoorbeeld het door de overtreden rechtsregel beschermde belang, de belangen van derden en de belangen van de overtreder) daartoe aanleiding geven, kan het gerechtvaardigd of zelfs noodzakelijk zijn dat we van bestuursrechtelijk handhavend optreden afzien. Die stelregel vloeit voort uit de jurisprudentie over handhaven en gedogen. Onverminderd het vereiste van een zorgvuldige belangenafweging bij iedere overtreding, komen in principe de volgende situaties voor het afzien van bestuursrechtelijk handhavend optreden in aanmerking. 1. Overmachtsituaties. Het gaat hierbij om onvoorziene situaties (bijvoorbeeld calamiteiten), die niet voor legalisatie in aanmerking komen, maar waarbij we de overtreder geen enkel verwijt kunnen maken. De belangenafweging kan in die situaties ertoe nopen dat we de overtreding tijdelijk gedogen. 2.
Situaties waarin handhavend optreden onevenredig is. Kenmerk van die situaties is dat geen sprake is van overmacht of van zicht op legalisatie van de overtreding op afzienbare termijn, maar wel van één of meer zodanig bijzondere omstandigheden, dat de belangenafweging aanleiding geeft om af te zien van bestuursrechtelijk handhavend optreden. Het gaat om situaties, waarin we handhavend optreden (na afweging van de betrokken belangen) onevenredig moeten achten en wegens die grond handhaving achterwege moet blijven. 3. Situaties waarin sprake is van concreet zicht op legalisatie. Concreet zicht op legalisatie van de overtreding is de voornaamste bijzondere omstandigheid die leidt tot het afzien van handhavend optreden. Is daarvan sprake, dan is het belang om handhavend op te treden relatief gering en is het toepassen van een bestuursrechtelijke maatregel veelal onrechtmatig. Reden waarom we in die situaties in de regel geen daadwerkelijk gebruik kunnen maken van de handhavingsbevoegdheid. Gedogen kan uitsluitend actief, dus op basis van een expliciet (schriftelijk) besluit. Stilzwijgend gedogen is niet toegestaan. Het beleid voorziet voor situaties waarin we wegens overmacht of onevenredigheid gedogen in een gedoogbeschikking. Daarnaast hanteren we voor situaties waarin sprake is van concreet zicht op legalisatie de term “opschortingsbesluit”.
Een gedoogbeschikking verlenen we in principe voor een zo kort mogelijke, concrete termijn. Slechts in uitzonderingsgevallen verlenen we deze voor onbepaalde duur (bij geringe inbreuk) of is een persoonsgebonden gedoogbeschikking mogelijk. Voor wat betreft de geldigheidsduur van een opschortingsbesluit sluiten we aan bij het moment waarop de overtreding c.q. het concrete zicht op 34
legalisatie eindigt. Overigens staat bij het afzien van handhaven het door de overtreden rechtsregel beschermde belang (de beleidsdoelstelling) centraal. Er moeten zodanig strikte voorwaarden worden gesteld dat we dit belang genoegzaam waarborgen en materieel gezien geen verslechtering optreedt ten opzichte van een legale situatie (past bij de belangenafweging; de rechter toetst hierbij marginaal).
4.2.7 Klachten, verzoeken om handhaving en mediation Schriftelijke verzoeken om handhaving die voldoen aan het bepaalde in de Algemene Wet bestuursrecht handelen we in principe conform de hiervoor geldende regels af. Bij de afhandeling van de verzoeken om handhaving en klachten zijn de in dit beleidsplan genoemde prioriteiten in de handhaving leidend. Ook het uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid veel meer bij de burgers en de bedrijven ligt, speelt, bij de afweging van de beslissing op de klacht en het verzoek, een belangrijke rol. Dit betekent dat de gemeente zich niet bij elke klacht/verzoek geroepen zal voelen om handelend op te treden maar de verantwoordelijkheid voor het oplossen hiervan bij de burger en het bedrijf zal leggen. Voor de afhandeling van anonieme klachten en verzoeken geldt dat we die verzoeken in beginsel niet in behandeling nemen. Van die lijn kan afhankelijk van de aard van de klacht of het verzoek worden afgeweken. De gemeente Beesel wil bij conflicten met burgers en bedrijven zoveel mogelijk gebruik maken van het mediationtraject (bemiddeling). Mediation is vooral zinvol bij slepende kwesties, die veel tijd en geld kosten. Mediation heeft vele voordelen. De gemeente Beesel verwacht een betere en ook snellere oplossing van conflicten, door het draagvlak bij beide partijen.
Mediation zorgt voor wederzijds respect en begrip en het betekent dat de gemeente een luisterend oor heeft voor klachten. De kwaliteit van dienstverlening wordt op die manier vergroot. 4.3 Beschrijven werkprocessen (protocollen) Conform de eisen uit de Wabo en de landelijke kwaliteitscriteria moet het vergunningverlenend en handhavend bevoegd gezag handelen op grond van protocollen voor de voorbereiding en uitvoering van haar Wabo taken. Dit om de kwaliteit van de vergunningverlening en de handhaving te borgen. De gemeente moet de werkprocessen voor de voorbereiding en uitvoering van de Wabo-taken in protocollen vastleggen. Die protocollen baseerden we mede op de hierboven beschreven strategieën. De volgende processen voor de Wabo-vergunningverlening moeten we beschrijven: Vooroverleg; Beoordelen concept-aanvraag; Beoordelen definitieve aanvraag; (ontwerp)besluit; Bedenkingen; Bezwaar en beroep; Overdracht naar handhaving; Procesbeschrijving van de te doorlopen stappen voor het afwijkingsbesluit; Voor aanvragen in strijd met het bestemmingsplan dan wel inpassingsplan een werkinstructie voor een goede intake en een werkinstructie voor het nagaan van relevante kaders/vigerend beleid.
De volgende processen voor het toezicht en de handhaving onder de Wabo moeten we beschrijven: Voorbereiden van controles; Uitvoeren van controles; Versturen verslag en brief; Toepassen van sancties. Binnen de RUD Limburg Noord werkten we samen aan het opstellen/verbeteren van de bovenstaande werkprocessen. Dit heeft tot consequentie dat we binnen de gemeenten die deel uit maken van de RUD steeds meer uniform werken aan de diverse VTH-producten.
35
De beschreven werkprocessen vormen de basis voor het inrichten/optimaliseren van het digitale systeem, waarin we de uit te voeren VTH-taken afhandelen. 4.4 Objectieve criteria voor het bouwdeel van de omgevingsvergunning Voor het taakveld bouwen toetst de gemeente overeenkomstig de landelijke kwaliteitscriteria het bouwdeel van een omgevingsvergunning op basis van een systematiek zoals omschreven in het toetsprotocol CKB online (nu BRIS-toets) of een systematiek met vergelijkbare diepgang. Die systematiek bepaalt risico’s van de bouwaanvragen en legt accenten in het vergunningverleningsproces. De gemeente Beesel heeft het toetsniveau voor het toetsen van bouwaanvragen aan het nieuwe Bouwbesluit 2012 niet vastgesteld. Conform de doelstelling in onderhavig VTH-plan toetst de gemeente aanvragen voor een omgevingsvergunning voor de activiteit Bouwen minimaal aan het basisniveau uit het Landelijke Toetsmodel Bouwen (LTB). 4.5 Objectieve criteria voor het bouw- en milieutoezicht Voor het taakveld bouwtoezicht moet de gemeente overeenkomstig de landelijke kwaliteitscriteria toezicht uitoefenen op basis van een systematiek die risico’s bepaalt van de bouwwerken en accenten legt in het toezichtsproces, zoals omschreven in het Integraal Toezicht Protocol (ITP) of een systematiek met vergelijkbare diepgang. De gemeente Beesel stelde dit toezichtsniveau niet vast.
Conform de doelstelling in onderhavig VTH-plan hanteert de gemeente bij de uitvoering van het bouwtoezicht minimaal het basisniveau uit het ITP. Voor het milieutoezicht op bedrijven gebruikt de gemeente werkinstructies (in de vorm van checklists) die de RUD Limburg Noord uniform vaststelde. 4.6 Steekproefsgewijze controles Steekproefsgewijs voeren we jaarlijks controles uit of vergunningverlening bouwen plaatsvindt conform het minimale toetsniveau uit de LTB 2012, of controles bouwen plaatsvinden conform het landelijk toezichtsprotocol ITP, of toezicht van het omgevingsrecht plaats vindt conform de in onderhavig VTH-plan opgenomen toezichtstrategie, of handhaving van het omgevingsrecht plaats vindt conform de landelijke handhavingsstrategie en of registratie van vergunningprocedures en toezicht en handhaving plaats vindt in SBA/SquitXO/etc. De uitkomsten hiervan nemen we op in de jaarlijkse rapportage aan het bestuur over de voortgang van het uitvoeringsprogramma VTH.
36
5. Organisatie vergunningverlening, toezicht en handhaving 5.1 Vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen de Dienstverlening
Klant Contact Centrum (KCC)
Team Milieu, bouwen en wonen (MBW)
Dienstverlening Team Veiligheid, toezicht en handhaving (VTH)
Team Ruimtelijke ontwikkeling en volkshuisvesting (ROV)
Team Beheer openbare ruimte (BOR)
In het Klant Contact Centrum (KCC) komen klantcontacten / vragen binnen (telefoon en e-mail) die het KCC zoveel mogelijk zelf afhandelt. In het KCC worden informatieverzoeken en concept-aanvragen ontvangen en gecategoriseerd. In het KCC vindt ook de afhandeling plaats van vergunningaanvragen op grond van de APV (o.a. kleine evenementen) en de bijzondere wetten zoals de Drank- en horecawet. Daarnaast zorgt het KCC voor een juiste inschrijving in de Basisregistratie personen(BRP). Het KCC start een adresonderzoek als we twijfelen aan een adresaangifte of over de juistheid van een geregistreerd adres van een persoon in de BRP. Als uit zorgvuldig onderzoek blijkt dat het adres in de BRP niet juist is, voeren we ambtshalve een adreswijziging door. Een onderdeel van het adresonderzoek is het ter plaatse vaststellen van de bewoning van een adres. Die zogenaamde huisbezoeken voeren de toezichthouders BRP uit. Het team VTH houdt zich met name bezig met de behandeling van omgevingsvergunningaanvragen voor het onderdeel bouwen, sloop, monumenten, welstand en milieu.
Het team Ruimtelijke ontwikkeling houdt zich in het kader van omgevingsvergunningaanvragen met name bezig met het toetsen van aanvragen aan het bestemmingsplan, het adviseren over kruimelgevallen (binnenplanse ontheffingen) en het behandelen van aanvragen die in strijd zijn met het bestemmingsplan waarvoor een bestemmingsplan wijziging nodig is. Het team VTH houdt ook zich bezig met bouwtoezicht, milieutoezicht, brandveiligheid, toezicht APV en bijzondere wetten en openbare ruimte. Vanuit dit team vindt ook de (juridische)handhaving plaats van overtredingen. Het team Aanleg en Beheer Openbare Ruimte en Gebouwen (ABORG) behandelt de omgevingsvergunningaanvragen voor het onderdeel riolering, kappen, in- en uitrit en flora en faunawet en adviseert hierover aan de casemanager.
5.2 Scheiding tussen vergunningverlening en handhaving Op grond van de Wabo en de landelijke kwaliteitscriteria moeten de gemeentelijke organisatie regelingen treffen voor een zo optimaal mogelijke scheiding tussen vergunningverlening en toezicht en handhaving. De functiescheiding tussen vergunningverlening en toezicht en handhaving draagt bij aan de objectiviteit van de handhaving. Op die manier hoeft niet eenzelfde persoon, die een rol bij het verlenen van een bepaalde vergunning heeft gespeeld, nogmaals een oordeel te geven over de eventuele niet naleving van (een deel van) die vergunning. Daarnaast zijn vergunningverlening en handhaving aparte gebieden, die elk specifieke eisen stellen aan de kwaliteiten van de personen die zich hiermee bezig houden. De gemeente Beesel heeft haar eigen organisatie zo ingericht dat alle Wabo vergunningverlening en handhaving gescheiden zijn op organisatorisch en persoonsniveau. Daarnaast moet er volgens de kwaliteitscriteria voor de juristen een scheiding op objectniveau zijn. De gemeente Beesel voldoet aan die eis.
37
5.3 Roulatiesysteem Conform de eisen uit het Bor en de landelijke kwaliteitscriteria moet de gemeente Beesel beschikken over een roulatiesysteem bij objecten, partijen en inrichtingen waar frequent en intensief controles worden uitgevoerd. De gemeente Beesel voldoet aan de eisen voor een roulatiesysteem via de RUD Limburg Noord waar de gemeente al haar VTH-taken onderbrengt. Wij beoordelen jaarlijks in het uitvoeringsprogramma de categorie 4-inrichtingen afzonderlijk. Ook categorie 3-inrichtingen die een slecht naleefgedrag vertonen beoordelen wij afzonderlijk. Dit doen wij ook voor bepaalde branches. Op basis van het naleefgedrag van die inrichtingen bepalen wij de controlefrequentie. Inrichtingen waar wij verschillende overtredingen vaststelden, controleren wij jaarlijks. Van de inrichtingen met een goed naleefgedrag bekijken wij of deze in een omgeving liggen met een verhoogd risico. Zo ja, dan controleren wij jaarlijks. De overige inrichtingen controleren wij eenmaal per twee jaar. Die inrichtingen vertonen een goed naleefgedrag. Bij die inrichtingen is geen sprake van een verhoogd risico voor de omgeving. Bij inrichtingen waar de toezichthouders herhaaldelijk en intensief controleren, ontstaat tussen de toezichthouder en de inrichting een zogenaamde vaste ‘handhavingsrelatie’.
Toezichthouders rouleren als we een inrichting elk jaar of elke twee jaar volgens het uitvoeringsprogramma controleren en we er twee maal op rij (in de loop van vier jaar) overtredingen constateren. Zo voorkomen wij dat er een te nauwe band ontstaat tussen de handhaver en de inrichting.
5.4 Bereikbaarheid- en beschikbaarheidsregeling Voor crisis en rampen in de gemeente Beesel is er een 24-uurs bereikbaarheid. Voor klachten in de openbare ruimte is een 24-uurs bereikbaarheid via een piketambtenaar bij de politie. Binnen de RUD-Limburg Noord is er een 24-uurs bereikbaar- en beschikbaarheidsregeling, waaraan alle gemeenten in de regio Limburg Noord kunnen deelnemen. 5.5 Mandaat bij vergunningverlening en toezicht en handhaving De bevoegdheden tot het verlenen dan wel weigeren van vergunningaanvragen en het handhavend optreden tegen overtredingen komen toe aan bestuursorganen. Die bevoegdheid wordt op onderdelen gemandateerd aan de ambtelijke organisatie. De gemeente Beesel heeft een mandaatregister. De gemeente Beesel wil groeien naar een professionele output gerichte organisatie, klantvriendelijk snel. In algemene zin bepaalt de raad de kaders van het gemeentelijk beleid en voert het college het dagelijks bestuur. De organisatie ondersteunt het college daarbij en draagt zorg voor de uitvoering van een grote hoeveelheid bestuurstaken. Door een ruime mate van ondermandaat toe te staan is het mogelijk dat we bevoegdheden en verantwoordelijkheden laag in de organisatie leggen. De teamleider verleent met voorafgaande schriftelijke goedkeuring van het afdelingshoofd ondermandaat aan de uitvoerende medewerker.
Het streven moet erop gericht zijn bevoegdheden en verantwoordelijkheden bij de medewerker te leggen die feitelijk met de uitvoering van de werkzaamheden is belast. Voor de teamleiders / afdelingshoofden is de rol de medewerkers daarbij zo goed mogelijk te faciliteren.
5.6 Interne en externe afstemming 5.6.1 Afstemming binnen de intake vergunningen De intake van een vergunningaanvraag vindt plaats door allereerst de volledigheid van de ingediende stukken te controleren. Als de vergunningaanvraag compleet is wordt die aanvraag in het digitale systeem gezet en krijgen alle adviseurs de gelegenheid hun advies uit te brengen. Aan de hand van die adviezen toetsen we integraal of we de vergunning wel of niet verlenen en welke voorschriften we aan de vergunning moeten verbinden. Als de aanvraag een adres betreft, waarbij de feitelijke bewoning van het adres naar verwachting niet overeenkomt met de inschrijving in de BRP, voegen we aan het intaketeam een KCC medewerker burgerzaken toe voor de uitvoering van het adresonderzoek.
38
5.6.2 Afstemming tussen team VTH en team RO Er is geen structureel overleg tussen team VTH en team RO. De overleggen tussen de teams vinden doorgaans plaats op het niveau van een individuele casus.
5.6.3 Afstemming met de brandweer / Veiligheidsregio De gemeente maakt gebruik van de brandweer bij het toetsen van bouwaanvragen op brandveiligheid en bij het adviseren over gebruiksvergunningen, drank en horeca, exploitatie en meldingen inzake brandveilig gebruik. De medewerkers van team VTH stemmen inhoudelijk op casus niveau af met de brandweer over de vergunningaanvragen. Er vindt momenteel geen structureel overleg met de brandweer plaats over toezicht en handhaving. Dit is wel gewenst. In het uitvoeringsprogramma VTH nemen we dit als actie op. 5.6.4 Afstemming met de provincie Met de provincie vindt op het gebied van toezicht en handhaving geen structureel overleg plaats. Overleggen vinden plaats op casusniveau. 5.6.5 RIEC- overleg Eén keer in de twee maanden vindt er een overleg plaats waarbij medewerkers van Openbare Orde en Veiligheid, Burgerzaken, Toezicht en Handhaving, Werk Inkomen en Zorg, politie en het Regionale Informatie en Expertise Centrum (RIEC) deelnemen. Het doel van het overleg is het bij elkaar brengen van informatie voor de aanpak van georganiseerde criminaliteit. 5.6.6 Overleg over Ruimtelijke Ontwikkeling Team Ruimtelijke Ontwikkeling heeft tweewekelijks overleg met elkaar en met de portefeuillehouder. Daarnaast is er op het niveau van individuele cases of plannen contact met de collega’s binnen de RUD Limburg Noord of de Provincie.
5.6.7 RUD overleg De gemeente Beesel neemt deel aan de overlegvormen binnen de RUD. Het betreft een 4 jaarlijks overleg voor de managers van vergunningen, toezicht en handhaving. Daarnaast zijn er ook nog medewerkersbijeenkomsten/werkgroepen. De frequenties hiervan wisselen.
5.6.8 Afstemming met het Waterschap Met het Waterschap vindt naar behoefte (niet structureel) overleg plaats.
5.6.9 Afstemming bij evenementen De gemeente Beesel legde op 1 maart 2016 in de notitie evenementenbeleid structurele werkafspraken vast over afstemming bij evenementen. Om een compromis te vinden waarbij allerlei vormen van overlast worden beperkt en er toch ruimte wordt gelaten voor evenementen is deze notitie ‘Evenementenbeleid’ opgesteld. Het doel van het evenementenbeleid is om aan te geven welke voorwaarden we aan de organisatie van een evenement in de gemeente stellen. Het beleid omvat de spelregels voor het organiseren van evenementen in en bij horecabedrijven, niet-horecabedrijven en op zogenaamde feestlocaties. De notitie geeft onder meer duidelijke spelregels aan: 1. voor het aanvragen van de gemeentelijke vergunningen; 2. om geluids- en verkeersoverlast te voorkomen; 3. om vervuiling c.q. beschadiging van het evenemententerrein te voorkomen; 4. voor het waarborgen van de veiligheid. De nota biedt houvast aan zowel de organisatoren van evenementen als aan de omwonenden die daarvan tijdelijk hinder kunnen ondervinden. Ook voor de betrokken gemeentelijke afdelingen biedt de nota de randvoorwaarden voor de wijze waarop we een aanvraag om een evenementenvergunning afdoen. 39
In die notitie gaan we in op de volgende aspecten, die aan de orde zijn bij evenementen: 1. geluid (o.a. normen en eindtijdstippen); 2. openbare orde (veiligheid waaronder de inzet van beveiligers); 3. verkeer (o.a. verkeersplannen, wegafsluitingen, verkeersregelaars); 4. alcoholgebruik; 5. handhaving bij evenementen. 5.6.10 Afstemming met politie/justitie Periodiek vindt er overleg plaats tussen medewerkers van het team VTH en de politie over de uitvoering (toezicht en handhaving) van het jaarplan VTH. 5.6.11 Handhavingsoverleg Eén keer in de maand is er een handhavingsoverleg waarbij alle toezichthouders, buitengewoon opsporingsambtenaren en juridisch medewerkers aanschuiven om de lopende handhavingsdossiers te bespreken.
40
6. Kwaliteit In hoofdstuk 4 van het Beleidsplan en in de eerdere hoofdstukken van dit Uitvoeringsplan gingen we al in op diverse kwaliteitsaspecten binnen het werkveld VTH. We verwijzen naar hoofdstuk 4 van het Beleidsplan, waarin we de kwaliteitsborging in meer algemene zin bespreken. Specifieker gingen we in op de kwaliteit van planning en control (Big8), zie paragraaf 1.2 van het Beleidsplan. En besteedden we uitvoerig aandacht aan de kwaliteit van de medewerkers die belast zijn met de uitvoering van de VTH-taken (kwaliteitscriteria kritieke massa), zie paragraaf 1.3 van het Beleidsplan. Meer uitgewerkt komen enkele belangrijke onderdelen van de planning en control-cyclus aan bod in de hoofdstukken 1 en 2 van deze Uitvoeringsnota (risicoanalyse en monitoring). En in hoofdstuk 4 van dit Uitvoeringsplan beschreven we de diverse strategieën op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, als kwaliteitsdrager van de uitvoering van de VTH-taken. Ook besteedden we in dat hoofdstuk aandacht aan de beschrijving van werkprocessen en het gebruik van objectieve criteria voor het toetsen van aanvragen omgevingsvergunning en het uitoefenen van toezicht en handhaving. Een aantal kwaliteitsaspecten bleef onderbelicht. In dit hoofdstuk werken we die aspecten uit.
6.1 Klanttevredenheidsonderzoek Eén keer per jaar vindt er aan de hand van een vastgesteld enquêteformulier een klanttevredenheidsonderzoek plaats. De resultaten hiervan nemen we mee in de jaarlijkse rapportage aan het bestuur over de voortgang van het uitvoeringsprogramma VTH. 6.2 Kwaliteitscontrole (4-ogen / tegenlezen / juridische controle) Om de kwaliteit van onze producten te borgen laten we uitgaande documenten door minimaal één collega tegenlezen. Waar nodig vindt een juridische controle van het document plaats. 6.3 Kwaliteit producten / brieven Producten / brieven worden geschreven op taalniveau B1 zodat de inhoud voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk en begrijpelijk is. Taalniveau B1 kenmerkt zich door het gebruik van veel voorkomende woorden en korte, eenvoudige en actieve zinnen. De belangrijkste kenmerken van teksten op taalniveau B1 zijn: duidelijke titel en tussenkoppen; actieve schrijfstijl met voorbeelden; eenvoudige woorden die iedereen kent; korte en duidelijke zinnen. 6.4 Opleidingsplan medewerkers Zoals al uitgewerkt in het Beleidsplan, gelden er landelijke kwaliteitseisen voor medewerkers die werkzaam zijn binnen het VTH-werkveld. Die kwaliteitseisen hebben betrekking op kritieke massa (opleiding, werkervaring en ‘benodigde vlieguren per taak’).
De medewerkers van onze organisatie toetsten we daarop via een zogenaamd EVC/EVP-traject (met certificaat). Daar waar een medewerker niet helemaal voldoet aan opleidingseisen, organiseren wij die opleiding. Daarnaast is het van groot belang dat medewerkers op de hoogte blijven van de nieuwste ontwikkelingen in het vakgebied. Actualisatie van kennis is essentieel voor het uitoefenen van VTH-werk. Daartoe stellen we elk jaar (cq elke twee jaar) een opleidingsplan vast. Dat opleidingsplan voorziet in de noodzakelijke opleidingen/cursussen/trainingen die nodig zijn voor het op peil houden cq vergroten van de vakkennis of de vaardigheden die daarvoor nodig zijn. Iedere medewerker is zelf verantwoordelijk voor het opstellen en volgen van zijn of haar opleidingsplan. Medewerkers nemen zélf het initiatief om dat opleidingsplan te bespreken met zijn / haar leidinggevende. 6.5 Regeling voor uitbesteden van vergunningverlening/toezicht/handhaving/specialistische taken Conform de landelijke kwaliteitscriteria moet de gemeente, als zij gebruik (wenst te maken) maakt van externe ondersteuning hiervoor een regeling vaststellen. Degene die we inhuren moet namelijk voldoen aan de eisen met betrekking tot de kritieke massa (opleiding, ervaring etc.) uit de landelijke kwaliteitscriteria.
De gemeenten binnen de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord hebben die regeling vastgelegd in de Dienstverleningsovereenkomsten 2018. De eerste dienstverleningsovereenkomst bevat de 41
voorwaarden voor de gezamenlijke uitvoering van het wettelijk basistakenpakket, met corresponderende producten en diensten. In de tweede dienstverleningsovereenkomst staan voorwaarden voor de uitvoering van facultatieve taken. 6.6 Actualisatie vigerend beleid Voor het borgen van een kwalitatief goed eindproduct (een omgevingsvergunning, een controle, een handhavingsbesluit) is het van belang dat we het vigerend (inhoudelijk) beleid van de gemeente op orde hebben en actueel houden. Periodiek – bij voorkeur jaarlijks – moeten we het vigerend beleidskader onder de loep nemen en beoordelen op actualiteit. De beleidsmedewerkers die zich bezighouden met omgevingsregelgeving zijn ook belast met het actualiseren van het vigerend beleid van de gemeente conform nieuwe (landelijke of regionale) juridische en beleidsmatige ontwikkelingen. Zij signaleren de behoefte aan nieuw beleid en doen voorstellen over het actualiseren van bestaand beleid.
42
7. Bijlage Toezicht- en landelijke handhavingsstrategie
43
44
Landelijke handhavingstrategie Een passende interventie bij iedere bevinding
VERSIE 1.7 24 april 2014
Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 1.2 1.3
Achtergrond en aanleiding Beoogde brede werking, doel en positionering Werking, implementatie en monitoring en evaluatie