Bijlage 1: Begroting 2022 BsGW + ter info Jaarrekening 2020
Tekst van het document
pagina 16 van 33
Eind 2020 en in de loop van 2021 zal voor steeds meer gemeenten de transitie gereed zijn. Dan start de beheerfase: het bijhouden en actueel houden van de gegevens. In 2020 zijn gemeenten en BsGW in overleg gegaan hoe de beheerfase (feitelijk de voorloper op de samenhangende objectenregistratie SOR, paragraaf 5.2 pagina 27) ingericht dient te worden en hoe het beheer op termijn wordt belegd. Regieportaal Een werkgroep, bestaande uit BAG- en/of contractmanagers van de gemeenten Beek, Beesel, Bergen, Gulpen-Wittem, Roermond, Stein en Valkenburg, Het Gegevenshuis (Landgraaf) en BsGW, heeft onder begeleiding van een externe marktpartij een onderzoek uitgevoerd en unaniem als oplossingsrichting gekozen om te willen gaan werken met een zogenaamd regieportaal. Dit is een applicatie die in staat is om relevante gegevens voor zowel de BAG (gemeente) als de WOZ (BsGW) op een efficiënte manier uit te wisselen en te tonen, zowel administratief als geografisch. De samenhang tussen beide administraties blijft zo kwalitatief op peil, gegevens blijven 1 op 1 lopen en er is realtime inzicht in de verschillende databronnen. Het portaal is dus zowel voor de gemeenten, de op GEO-gebied aan de gemeente gerelateerde samenwerkingsverbanden, als ook voor BsGW van belang en voor alle partijen te benaderen en te gebruiken.
Nut en noodzaak om over dit portaal te beschikken is voor de werkgroepleden evident en staat los van welke positie BsGW, de deelnemende gemeente(n) en de gegevenshuizen in zullen gaan nemen in relatie tot de samenhangende objectenregistratie (SOR). Met betrekking tot de samenhangende objectenregistratie dienen nog bestuurlijke keuzes gemaakt te worden. Totdat de samenhangende objectenregistratie een feit is, dienen de omzettingen naar gebruikersoppervlakte en andere relevante gegevens actueel te worden gehouden en te kunnen worden uitgewisseld tussen de verschillende partijen: de beheerfase. Net als bij het project ‘Waarderen op gebruiksoppervlakte’ voert BsGW de regie van beheerfase uit namens de deelnemers. Dit betreft de periode 2021-2024, de wettelijke ingangsdatum van de SOR is vooralsnog gepland voor 1-1-2025. De totale kosten voor de aanschaf van het regieportaal zijn begroot op € 1 miljoen en zullen (vooralsnog tot en met 2024) worden opgenomen in de (meerjaren)begroting 2022 en via de kostenverdeelmethode worden doorbelast naar de gemeentelijke deelnemers op basis van het aandeel in het totale aantal WOZ-objecten. Mutatiedetectie Voor het in beheer krijgen en houden van de WOZ-administratie is enkel de stroom van bouw- en sloopvergunningen vanuit de gemeenten of gegevenshuizen inmiddels onvoldoende.
Onder andere door vergunningsvrije (en illegale) bouw en sloop en in de toekomst de werking van het omgevingsplan in het kader van de Omgevingswet, zijn andere inwinningstechnieken noodzakelijk geworden. In het project Waarderen op gebruiksoppervlakte is voor elke gemeente eenmalig een WOZ-mutatiedetectie
uitgevoerd.
WOZ-mutatiedetectie
betreft
het
op
basis
van
luchtfoto’s,
obliekfoto’s, de BAG- en de WOZ-administratie inzichtelijk maken welke WOZ-onderdelen opgevoerd en afgevoerd moeten worden in de WOZ-administratie. Deze wijzigingen worden gestructureerd aangeleverd zodat deze automatisch verwerkt kunnen worden in de WOZ-administratie. Het beter
pagina 17 van 33
inzichtelijk hebben van de mutaties door het uitvoeren van de WOZ-mutatiedetectie draagt dan ook bij aan het verbeteren van de WOZ-waardering. Om de gegevens vanuit het project Waarderen op gebruikersoppervlakte actueel te houden dient de WOZ-mutatiedetectie jaarlijks te worden uitgevoerd. De gemeente maakt daarbij de keuze om de WOZ-mutatiedetectie zelf uit (te laten) voeren of door BsGW uit te laten voeren. De WOZmutatiedetectie kan immers het beste uitgevoerd worden samen met de BAG/BGT-mutatiedetectie die enkele gemeenten al jaarlijks laten uitvoeren. Het samenvoegen van de WOZ-mutatiedetectie met de BAG/BGT mutatiedetectie is efficiënt en economisch het voordeligst. Visie op dienstverlening In het Organisatie Ontwikkelplan van BSGW (OOP) is aangegeven dat voor BSGW visie op dienstverlening en een bijbehorend dienstverleningsconcept wordt opgesteld. In de visie geven we aan hoe we via verschillende kanalen onze klanten willen bedienen. Aandachtspunten uit de klantenmonitor worden hierin meegenomen. In 2020 is de Visie op dienstverlening voor belastingplichtigen, inclusief dienstverleningsnormen, vastgesteld. In 2021 wordt, via een afzonderlijk traject, ook een visiedocument opgesteld met betrekking tot de dienstverlening aan deelnemers inclusief dienstverleningsnormen. De eventuele kosten zullen binnen de begroting van BsGW worden opgevangen.
Informatievoorziening en ICT BsGW maakt deel uit van een sterk veranderende omgeving waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is en impact zal krijgen op de bedrijfsvoering van BsGW. De interne processen en informatievoorziening van BsGW dienen op deze ontwikkelingen afgestemd te worden. Onderstaand volgt een toelichting op deze ontwikkelingen: o
Collectieve Infrastructuur Aansluiten bij deze ontwikkeling is alleen maar mogelijk wanneer de organisatie beschikt over een betrouwbare, veilige en robuuste IT-infrastructuur. Ontwikkelingen die hiervoor zorgen zijn: ·
De Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)
·
de Gemeentelijke Gemeenschappelijke infrastructuur (GGI)
·
Common Ground
De GDI bestaat uit digitale basisvoorzieningen waarmee overheidsorganisaties hun primaire processen kunnen inrichten. Denk onder meer aan Mijn Overheid Berichtenbox en eHerkenning. Door vanuit de gebruiker te redeneren, wordt in kaart gebracht en onderzocht welke doorontwikkeling van de GDI wenselijk is, hoe regie wordt georganiseerd en hoe met GDI voorzieningen de processen verbeterd worden. De Gemeentelijke Gemeenschappelijke Infrastructuur (GGI) is een veilige digitale infrastructuur, aangesloten op andere beveiligde overheidsnetwerken, waardoor samenwerken tussen gemeenten en andere overheden beter, veiliger en makkelijker wordt. De GGI wordt fasegewijs en projectmatig ontwikkeld, zodat kan worden ingespeeld op landelijke veranderingen zoals de
pagina 18 van 33
Omgevingswet. De
GGI
vormt
de
technische basis waarin
toegewerkt wordt
naar een
gemeentelijke cloud, die uiteraard is aangesloten op de landelijke GDI. De Common Ground is een informatiekundige visie die de modernisering van de gemeentelijke dienstverlening en bedrijfsvoering mogelijk maakt. Betrokkenen krijgen directe toegang tot gedeelde informatiebronnen. Ze versnelt de ontwikkeling van dienstverlening en bedrijfsvoering door het omarmen van nieuwe technologie. Common Ground is geïnitieerd en wordt uitgevoerd door gemeenten en gemeentelijke organisaties zelf. De VNG faciliteert deze ontwikkeling. Deze ontwikkelingen zullen door BsGW nadrukkelijk worden gevolgd en hebben een plaats in de Ivisie (zie hierna). o
I-visie In 2020 is een I-visie ontwikkeld. De I-visie vormt de basis voor de vormgeving van de informatievoorziening naar de toekomst. Naast een visie is er ook een visie en strategiedocument voor de afdeling IPA zelf opgesteld. Deze twee documenten gecombineerd geven een duidelijk beeld over de I-strategie van BsGW en de wijze waarop de afdeling IPA wordt geherstructureerd. Dit is verwoord in het document “oplegnotitie I-visie en I-strategie BsGW”. Tevens wordt een stappenplan opgesteld met activiteiten en projecten om de opgestelde visie in de komende jaren vorm te geven.
Enkele belangrijke pijlers van dit plan zijn het vervangen van zowel de ICT-infrastructuur (afloop huidige contract 31-05-2022) als het huidige belastingpakket (afloop huidige contract 31-12-2021) via een
Europese
aanbesteding.
Daarnaast
is
er
aandacht
voor
externe
ontwikkelingen
die op de organisatie afkomen, zoals de samenhangende objectenregistratie (SOR), landelijke voorzieningen,
gegevensuitwisseling
via
de
common
ground
gedachten.
Ook
enkele
interne
ontwikkelingen zijn opgenomen zoals het digitaal werken. Het doorvoeren van verbeteringen in het kader van informatie- en archiefbeheer zijn noodzakelijk om dit mogelijk te maken. De aanschaf van een Document Management Systeem c.q Record Management systeem is daarvoor nodig. Eind 2020 is gestart met de (voorbereiding van) de Europese aanbesteding. Standaardisatie Op dit moment zijn er veel varianten die als heffingsgrondslag voor de verschillende belastingsoorten gelden. Dit maakt het inrichten van de processen, inclusief automatisering hieromheen, ingewikkeld. Maatwerk, work-arounds en meer zijn hiervoor nodig. Op 6 juli 2020 heeft een strategisch overleg tussen het DB en MT van BsGW plaatsgevonden. Standaardisatie was een van de onderwerpen waarover gesproken is. Het DB heeft gevraagd om de uitgangspunten hiervoor op te schrijven en van daaruit de te zetten stappen in kaart te brengen. De hoofdopgaven van standaardisering gaat om de vraag ‘Hoe kan BsGW tegen lagere kosten een gelijkblijvende of hogere service bieden aan de deelnemers’. Maar zeker ook de bestuurlijk veel gestelde vraag ‘Hoe krijgen deelnemers meer grip en sturing op kosten’ wordt hiermee beantwoord: door vooraf te gaan bepalen welke producten in welke vorm/variant tegen welke prijs door een deelnemer worden afgenomen. Omdat deze opgave meerdere aspecten kent, zullen deze worden
pagina 19 van 33
benoemd en beschreven. Beleidsvrijheid, maakbaarheid, juridische juistheid maar ook toekomstige ontwikkelingen spelen hierbij een rol; naast de verdeling van deze kosten. De inzichten die bij de eerste stappen van dit gehele proces verkregen worden, zullen een belangrijke rol spelen in de aanbesteding van de belastingapplicatie die BsGW in 2022 moet aanbesteden. Omdat het hierbij steeds meer gaat over SaaS-oplossingen (software als een service, waarbij workarounds en aanpassingen niet mogelijk of niet wenselijk zijn), is tijdig inzicht van belang. Gezien het gegeven dat BsGW haar belastingpakket moet gaan aanbesteden, zal de planning van de standaardisatie terug moeten rekenen vanaf de (Europees) aanbesteding voor de belastingapplicatie per 2022. Logisch gevolg hiervan is dat tenminste de contouren van de uitgangspunten eind 2020 al in beeld komen. Gezien het feit dat er liefst 13 scenario’s zijn uitgewerkt als mogelijke kostenverdeelmethode bij de start van BsGW, zal het nog een opgave worden om te komen tot herijking van de huidige kostenverdeelsystematiek. Het advies vanuit BsGW is om een eventuele nieuwe kostenverdeelmethode door een externe partij op te laten stellen. Qua moment van herijking adviseert BsGW om dit pas te doen op het moment dat alles rondom standaardisatie zijn beslag heeft gekregen en het basispakket een feit is.
Daarmee ontstaat namelijk de kans om de nieuwe verdeelmethodiek toe te passen op een (in de toekomst) lagere bijdrage en is het eenvoudiger de heroverweging te maken als er meer voordeel te verdelen is. Besluitvorming staat gepland eind 2021/medio 2022. Dat de kosten voor de baten uitgaan is evident, echter thans is nog niet duidelijk wat de financiële impact op de begroting 2022 zal zijn.
pagina 20 van 33
5.2 Mogelijke ontwikkelingen De volgende mogelijke ontwikkelingen hebben invloed op de bedrijfsvoering en de kosten van BsGW, maar zijn niet opgenomen in de begroting 2022: Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 In het kader van belastingvereenvoudiging is op 21-12-2016 de Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 aangenomen, die op 1 januari 2017 in werking is getreden. Dit is een rijksregeling die zijn weerslag kan hebben op diverse andere regelingen, zoals de Invorderingswet 1990. Tot 2017 was er een aparte rechtsgang met betrekking tot eventuele geschillen over uitstel van betaling en kwijtschelding, namelijk administratief beroep bij het bestuursorgaan. Dit betekent dat dit de enige (en laatste) mogelijkheid was ten aanzien van deze twee procedures. In de Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 wordt aangesloten op de reguliere rechtsbescherming. Dit betekent dat er in eerste instantie bezwaar ingediend kan worden en vervolgens beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter (bij de rechtbank (in eerste aanleg), het gerechtshof (in hoger beroep) en de Hoge Raad (in cassatie)). De Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 is een rijksregeling. Indien deze wijzigingen ook voor decentrale overheden worden geformaliseerd, leidt dit tot extra werkzaamheden bij BsGW. Er worden immers extra rechtsbeschermingsstappen in de procedure ingebouwd: bezwaar, hoger beroep en cassatie.
Daarnaast zal dit naar verwachting leiden tot een (forse) toename van de proceskostenvergoedingen. In de huidige situatie kan geen aanspraak worden gemaakt op de proceskostenvergoeding. Dit is wel het geval indien de procedures onder de reguliere rechtsbescherming van bezwaar en beroep (rechtbank) gaan vallen. Daarnaast leidt deze nieuwe wetgeving wellicht tot een nieuwe markt voor de zogenaamde beroepsmatige gemachtigden (eventueel op ‘no cure, no pay’ basis) om namens burgers bezwaar/beroep te maken waarbij deze gemachtigden de tegemoetkoming proceskosten als mogelijke inkomsten zien. Vanwege eenvoud en eenduidigheid voor de belastingbetaler hebben de decentrale overheden sinds jaar en dag als uitgangspunt bij formele invorderings- en kwijtscheldingswetgeving dat zij het beleid van het Rijk volgen, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om daarvan af te wijken. De reactie van de commissie Invordering van de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) op de wet is dat deze weliswaar voorziet in een verbetering van de rechtsbescherming voor de verzoeker en een eenduidige werkwijze van afdoening ten opzichte van andere werkprocessen, maar dat de voorgestelde wijziging een forse (werk)druk met zich mee zal brengen bij zowel de kwijtschelding verlenende organisaties als de rechterlijke macht.
De beoogde inwerkingtreding voor de lokale overheden betreffende het onderdeel wijziging rechtsbescherming bij verzoeken uitstel van betaling en kwijtschelding was 1 januari 2019 maar is inmiddels opgeschort naar op zijn vroegst 1 januari 2022.
pagina 21 van 33
In de huidige begroting van BsGW zijn dan ook geen proceskostenvergoedingen als gevolg van eventuele geschillen over uitstel van betaling en kwijtschelding opgenomen. Voortgang implementatie Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister Het invorderingsproces gaat wijzigen Grip op de invorderingspraktijk van overheden is politiek actueel nu de Ombudsman vaststelt dat veel mensen met betalingsproblemen er verder door in het nauw worden gebracht. Om mensen met schulden beter te helpen, gaat op 1 januari 2021 de nieuwe Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) in werking. De beslagvrije voet – het bedrag waar schuldeisers niet aan mogen komen – blijkt in de praktijk vaak te laag te worden vastgesteld. Veel mensen met schulden komen daardoor onder het absolute bestaansminimum terecht, ook omdat schuldeisers niet van elkaar weten dat ze beslag leggen op hetzelfde inkomen. De nieuwe wet moet hier verandering in brengen. VNG Realisatie heeft in een Impactanalyse onderzocht wat de Wvbvv gaat betekenen voor gemeenten en welke acties zij moeten ondernemen om volgens deze wet te gaan werken. BsGW zal dus op dit vlak meer moeten samenwerken met onder andere sociale diensten en schuldhulpinstanties om mensen wegwijs te maken in de wetgeving en de mogelijkheden van kwijtschelding.
Het berekenen van de beslagvrije voet wordt na invoering van de wet eenvoudiger en uniform door middel van een digitale rekentool. Omdat zowel softwareontwikkelaars als een groot aantal organisaties hebben aangegeven voor onderdelen van hun proces een volledige inwerkingtreding per 1 januari 2021 niet te gaan halen komt er mogelijk een overgangstermijn in de wet. De nieuwe beslagvrije voet heeft als gevolg dat het invorderingsproces aangepast moet worden. Er wordt daarnaast bij samenloop van meerdere beslagen één coördinerend deurwaarder aangewezen die de beslagvrije voet berekent, de betalingen regelt en communiceert met de schuldenaren en andere schuldeisers. VNG Realisatie start een implementatietraject om te ondersteunen bij de invoering van de Wvbvv. Een achterliggende ambitie is ook meer en eerder contact, wat er uiteindelijk aan gaat bijdragen dat bijvoorbeeld stapeling van schulden wordt voorkomen. Hier gaan de kosten zoals de te investeren tijd in maatwerk voor de baten uit. Bovendien zal een deel van de (financiële) voordelen niet bij BsGW belanden maar bij de gemeenten, omdat hier bijvoorbeeld schuldhulpverlening trajecten worden voorkomen.
In de verschillende rapporten wordt aangegeven dat de kosten die hierbij komen, zoals een tarief per berekening, uitwisseling van gegevens en realiseren van real-time koppelingen niet zondermeer op de schuldenaar doorberekend mogen worden. Verbreding beslagregister Gekoppeld aan het programma ‘Verbreding beslagregister’ werkt de staatssecretaris aan het wetsvoorstel ‘Stroomlijning keten voor derdenbeslag’. Inmiddels is de internetconsultatie gesloten en worden de reacties verwerkt. Het is de bedoeling dat overheidsorganisaties en deurwaarders informatie uitwisselen over beslagen en verrekeningen van mensen met schulden. Op basis van deze informatie kunnen zij bij de vaststelling
pagina 22 van 33
van de beslagvrije voet en bij het leggen van beslag beter rekening houden met reeds lopende beslagen en verrekeningen. Dit zorgt in het verlengde van de nieuwe beslagvrije voet voor een betere borging van het bestaansminimum van de schuldenaar. De met het wetsvoorstel te realiseren gegevensuitwisseling maakt het daarnaast ook mogelijk om in bepaalde gevallen een afweging te maken met betrekking tot de proportionaliteit van een beslaglegging. Hierdoor wordt voorkomen dat een schuldenaar te maken krijgt met onnodige kosten. De organisaties die gaan deelnemen aan de gegevensuitwisseling zijn uitgenodigd de uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel te toetsen. De inhoud van de consultatiereacties en uitvoeringstoetsen bepalen mede de datum van de inwerkingtreding. Het wetsvoorstel wordt rond het einde van 2020 aan de Tweede Kamer aangeboden. Herziening beslag- en executierecht De “Wet van 3 juni 2020 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Faillissementswet in verband met de herziening van het beslag- en executierecht (Stb. 2020, 177)” beoogt het bestaansminimum van schuldenaren te beschermen, beslag en executie efficiënter te maken en te voorkomen dat beslag en executie uitsluitend als pressiemiddel worden ingezet. De wet is als een prioritair voorstel behandeld en nu is besloten voor een snelle stapsgewijze inwerkingtreding.
De nieuwe wet betekent dat nogal wat wijzigingen in het invorderingsbeleid en uitvoeringsproces moeten worden doorgevoerd. Naast deze wetswijzigingen en landelijke ontwikkelingen staan ook nog op het programma de uitbreiding van de toepassing van de overheidsvordering en de recentelijk geïntroduceerde ‘betalingsvordering’: een (vereenvoudigd) derdenbeslag door de ambtenaar belast met de invordering waarbij inzet van de belastingdeurwaarder niet altijd meer noodzakelijk lijkt. Bovenstaande ontwikkelingen hebben naar verwachting (financiële) gevolgen voor de begroting 2022 van BsGW. Meer inzicht op de (financiële) effecten hiervan wordt in de loop van 2021 verwacht, mede ingegeven door het feit dat er mogelijk een overgangstermijn in de wet wordt opgenomen. Op basis van de huidige contouren is echter al evident dat, wil BsGW tegemoetkomen aan deze wettelijke
eisen,
er
investeringen
gedaan
moeten
worden
in
specifieke
software
en
gegevensuitwisseling (€ 250.000, -), naast uitbreiding van capaciteit met minimaal 1 fte. Overigens kan dit niet los gezien worden van de waarschijnlijk positieve impact op de (gemeentelijke) schuldhulpverlening. Gezien het maatschappelijke belang is BsGW voornemens om in overleg te gaan met de individuele deelnemers. Lagere opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente Als gevolg van COVID-19 zijn in 2020 op verzoek van de deelnemers van BsGW verschillende maatregelen genomen om met name de ondernemers, die zijn getroffen door deze pandemie, te ontzien, zoals: -
kosteloze betalingsherinnering,
-
coulance met betrekking tot aanvraag betalingsregeling,
-
lage invorderingsrente (0,01% in plaats van 4%).
pagina 23 van 33
Dit heeft geresulteerd in lagere opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente in 2020 ad. € 800 duizend. De gevolgen van COVID-19 op de langere termijn zijn op dit moment moeilijk in te schatten en daarom ook niet meegenomen in de begroting. Mocht bestuurlijk worden gekozen (een deel van) de COVID-maatregelen te continueren, dan heeft dit uiteraard gevolgen voor de begroting van BsGW, tot uitdrukking komend in lagere opbrengsten vervolgingskosten
en
invorderingsrente,
en
zal
dit
leiden
tot
een
eventuele
(tussentijdse)
begrotingswijziging. Verruiming gemeentelijk belastinggebied Door de recente decentralisaties vanuit het Rijk, is het aantal taken waar de gemeenten voor staan toegenomen, terwijl bij die verschuiving de financiële ruimte die gemeenten krijgen niet mee is ontwikkeld. Tijdens het debat over de inning door de Belastingdienst op 21 juni 2018 heeft de staatssecretaris van Financiën aangegeven verbeteringen in het belastingstelsel in kaart te brengen voor de volgende kabinetsperiode. Doel is om begin 2020 concrete bouwstenen en voorstellen voor verbeteringen en vereenvoudigingen van het stelsel op te leveren. Naast schuiven tussen grondslagen en tarieven op rijksniveau behoort een verschuiving naar een ruimer gemeentelijk belastinggebied tot de mogelijkheden. Hoewel een wezenlijke wijziging dan wel toevoeging van belastingsoorten vergaande gevolgen kan hebben voor de bestaande processen binnen BsGW en zelfs voor de kostenverdeelmethode, is een dergelijke wijziging op korte termijn niet te verwachten. Omgevingswet Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. De vereenvoudiging heeft ook tot gevolg dat er meer vergunningsvrij gebouwd of verbouwd kan worden. BsGW zal hierdoor minder informatie over wijzigingen in de leefomgeving kunnen halen uit vergunningen en meldingen.
Teneinde deze veranderingen te kunnen faciliteren, wordt het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) opgezet en stapsgewijs ontwikkeld. Het DSO dient per 2024 volledig operationeel te zijn. BsGW raadpleegt momenteel andere bronnen zoals bijvoorbeeld luchtfotovergelijking. BsGW voorziet dan ook dat de verwerking van de vergunningsvrije bouwmutaties arbeidsintensiever is dan de huidige werkwijze,
zeker
in
de
overgangsperiode.
In
het
kader
van
het
project
waarderen
op
gebruiksoppervlakte heeft er een nul-meting/mutatiedetectie plaatsgevonden waardoor deze mutaties in beeld worden gebracht. Voor de toekomst zullen hierover afspraken gemaakt dienen te worden. Een en ander ligt in lijn met de beheerfase van het project waarderen op gebruiksoppervlakte én in het verlengde van de uniforme objectenregistratie. Samenwerking / nieuwe deelnemers in BsGW Schaalvergroting op het gebied van belastingheffing en invordering heeft zowel financieel als qua kwaliteit van de dienstverlening een heel direct effect. Waterschap Limburg en 29 Limburgse gemeenten zijn onderdeel van de samenwerking. Slechts twee gemeenten in het werkgebied van BsGW zijn geen deelnemer. Eventuele groei heeft dan ook geen groot toekomstig (financieel) effect voor de zittende deelnemers.
pagina 24 van 33
Uniforme samenhangende objectenregistratie (SOR) Een samenhangende objectenregistratie is een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen,
terreindelen,
aangevuld
met
enkele
(administratieve)
objecten
als
woonplaatsen,
gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie gaan in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) op. Daarnaast is het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZ-administratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie worden opgenomen. Ook het project waarderen op gebruiksoppervlakte toont aan dat de WOZ-data alleen in samenhang met de BGT en de BAG kan plaatsvinden. Naast de ketenprocessen met betrekking tot bouw- en sloopvergunningen, is jaarlijkse mutatiedetectie op basis van luchtfoto’s en puntenwolken noodzakelijk om de administratieve en geometrische data actueel en in lijn te houden. Kortom, de trigger van de beheerprocessen van WOZ, BAG en BGT zijn vaak hetzelfde. Het is dan ook het onderzoeken waard of dit niet centraal belegd zou moeten worden. Gevolgen samenhangende objectregistratie voor gemeenten, gemeentehuizen en BsGW De ontwikkeling naar een samenhangende objectregistratie heeft gevolgen voor zowel BsGW als voor haar deelnemers en aan de deelnemers gelieerde partijen zoals gegevenshuizen. Het is inefficiënt en onwenselijk om op meerdere plaatsen dezelfde of nagenoeg dezelfde gegevens te verzamelen en te verwerken.
Dit staat immers haaks op de doelstelling van juist één unieke registratie. Door de samenhangende objectregistratie centraal te organiseren zal – naast de te behalen schaalvoordelen - de kwaliteit en de continuïteit beter gewaarborgd worden. In juni 2020 heeft het dagelijks bestuur aangegeven een businesscase op te laten stellen door een onafhankelijk adviesbureau
met
betrekking
tot de
vraag
waar
en
hoe
de
samenhangende
objectenregistratie voor de deelnemers het beste belegd kan worden. De kosten voor het uitvoeren van de businesscase zullen binnen de begroting van BsGW opgevangen worden danwel (afhankelijk van de vervolgstappen voortvloeiend uit deze businesscase) worden opgenomen in een projectbegroting. Unie van Waterschappen: onderzoek houdbaarheid belastingstelsel De Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB) van de Unie van Waterschappen onderzoekt of het huidige belastingstelsel van de waterschappen op de middellange termijn houdbaar is. Tevens wordt de toekomst van kwijtschelding daarbij onderzocht. Landelijk is de trend zichtbaar dat het aantal huishoudens dat kwijtschelding aanvraagt en krijgt toegekend toeneemt. Dit leidt tot een steeds grotere last bij een beperkt aantal belastingplichtigen. In mei 2018 is het definitieve rapport van de commissie opgeleverd, met voorstellen tot wijziging van de waterschapsbelastingen. Een nieuw belastingstelsel voor de waterschappen gebaseerd op het principe ‘de vervuiler betaalt en de gebruiker betaalt’. Op basis van de bevindingen van de commissie heeft het Uniebestuur in juni 2018 een voorstel voor een nieuw belastingstelsel voorgelegd aan de
pagina 25 van 33
waterschappen. Dit voorstel is op basis van de inbreng van de waterschappen in oktober 2018 nog een keer aangepast, echter in december 2018 bleken de waterschappen niet gelijk te denken over de urgentie van de aanpassingen en de manier waarop het belastingstelsel zou moeten worden aangepast. In de ledenvergadering van de Unie van Waterschappen van 13 december 2019 is besloten dat het traject om tot een aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen te komen een vervolg krijgt. Het vervolgtraject vindt plaats onder aansturing van een bestuurlijke stuurgroep van de 21 waterschappen. Op 6 oktober 2020 heeft de stuurgroep zijn definitieve voorstellen vastgesteld. De voorstellen zijn nu in beraad bij de waterschapsbesturen en in de Ledenvergadering van de Unie van 11 december a.s. zullen de waterschappen erover besluiten. Daarna zal de Unie de minister van Infrastructuur en Waterstaat vragen om het wetgevingstraject te starten. Het zal naar verwachting nog enkele jaren duren voordat er een nieuw stelsel is op basis waarvan de waterschappen en hun belastingorganisaties belasting kunnen heffen. Waardering zonnepanelen voor de WOZ-waarde De aanleiding voor een nader onderzoek vormde de vraag welke invloed de waarde van zonnepanelen en andere maatregelen die duurzaamheid bevorderen heeft op de waardebepaling van een object in het kader van de wet WOZ.
Volgens de Waarderingskamer is het niet mogelijk om zonnepanelen buiten de WOZ-waarde te laten, echter kunnen gemeenten wel zonnepanelen vrijstellen van de onroerendezaakbelasting. BsGW heeft de deelnemers in het najaar 2018 laten weten dat we de zonnepanelen niet in beeld hebben. Zonnepanelen of andere maatregelen die duurzaamheid bevorderen worden niet apart als onderdeel geregistreerd. Op 4 april 2019 antwoordde de Staatssecretaris van Financiën dat de Gemeentewet op het beleidsterrein ligt van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het daarom niet aan hem is om een dergelijk voorstel te ontwikkelen. Daarom heeft hij het verzoek van de Tweede Kamer om een voorstel te ontwikkelen waarmee zonnepanelen standaard buiten de grondslag van de OZB
gehouden
worden,
overgedragen
aan
het
Ministerie
van
Binnenslandse
Zaken
en
Koninkrijksrelaties. Het Ministerie van BZK gaat samen met de VNG in kaart brengen wat de gevolgen van het buiten de OZB laten van zonnepanelen zijn voor de WOZ-administratie van gemeenten en voor de inwoners. (AB 27-6-2019) Met het oog op een eventuele toekomstige landelijke regeling, in combinatie met de ingewikkelde uitvoering van een vrijstelling voor zonnepanelen, adviseert de VNG om niet op korte termijn tot de vrijstelling over te gaan. Vergroening belastingen Er is momenteel veel aandacht voor het vergroenen van belastingen. Te denken valt hierbij aan begunstigend beleid voor het vaststellen van belastingtarieven indien belanghebbenden maatregelen treffen om bij te dragen aan een beter milieu. Concrete ideeën hierin zijn minder rioolbelasting indien tuinen worden vergroend door bestrating achter wege te laten en het afkoppelen van regenwaterafvoer op het riool.
pagina 26 van 33
Indien deelnemers verordeningen hierop willen aanpassen, is het raadzaam om al in een vroeg stadium aandacht te hebben voor het – in samenwerking met BsGW - in kaart brengen van de (financiële) haalbaarheid en uitvoerbaarheid van deze maatregelen. Het hiervoor genoemde standaardisatietraject mag hierbij niet uit het oog worden verloren. Voor dit moment is het aan te bevelen om in de betreffende verordeningen nog niets vast te leggen met
betrekking
tot
maatregelen
die
de
duurzaamheid
bevorderen.
Er
heerst
nog
te
veel
onduidelijkheid. BsGW adviseert gemeenten om burgers en bedrijven op een andere manier tegemoet te komen indien deze energiebesparende maatregelen nemen. Wanneer nu nog niets in de verordeningen opgenomen wordt kunnen extra bezwaren/beroepen en de mogelijk daarmee samenhangende proceskosten voorkomen worden. Wordt er wel iets vastgelegd in de verordeningen, dan kan er voor beroepsmatig gemachtigden, die zich gespecialiseerd hebben in het voeren van procedures tegen WOZ-waarden, een vruchtbaar klimaat ontstaan. Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB Door een aangenomen amendement (14-11-2018) van Omtzigt op het Belastingplan 2019 hebben gemeenten de vrijheid gekregen om voor sportaccommodaties, dorpshuizen en andere 'instellingen van sociaal belang' het woningtarief voor de OZB te rekenen in plaats van het vaak hogere tarief voor niet-woningen. Deze voorgestelde wetswijzing roept veel vragen op die niet eenvoudig te beantwoorden zijn. Het is namelijk de vraag of de toepassing van het lagere ozb-tarief wel het juiste middel is ter ondersteuning, gelet op de uitvoerbaarheid en mogelijke rechtsongelijkheid die door de maatregel ontstaat. Te meer er ook andere mogelijkheden beschikbaar zijn zoals het verstrekken van een subsidie.
Naar aanleiding van de vragen die hierover zijn gesteld en de reactie van de Minister geeft de VNG aan dat de mogelijkheid bestaat dat er een wetswijziging nodig is om een einde te maken aan de onduidelijkheid. Dit traject heeft een doorlooptijd van ongeveer 2 jaar. Het toepassen van tariefdifferentiatie brengt namelijk financiële risico’s met zich mee en kan leiden tot juridische procedures. Omdat de risico’s thans niet goed te overzien zijn, adviseert de VNG te wachten met het toepassen van tariefdifferentiatie tot de gewenste duidelijkheid er is. Minister Ollongren (BZK) heeft de vragen beantwoord en zij gaat met de VNG op zoek naar mogelijke en wenselijke oplossingen. Dit gebeurt op basis van een inventarisatie van de VNG van de door gemeenten ervaren knelpunten. Feit blijft dat zolang de betreffende wetgeving aan de voorzijde niet wordt afgedicht het risico op een substantieel aantal gerechtelijke procedures en proceskostenvergoedingen hoog is. Archiefwet Archiveren
van
overheidsinformatie
is
niet
vrijblijvend.
De
Archiefwet
verplicht
elke
overheidsorganisatie om haar informatie duurzaam toegankelijk te maken en te houden, en te vernietigen wanneer de bewaartermijn is verlopen. Waarom? Omdat de informatie van belang is bij:
pagina 27 van 33
de uitvoering van onze taken, het afleggen van verantwoording, bewijsvoering/rechtszekerheid t.a.v. burgers en bedrijven, behoud van historisch erfgoed. Een goede, geordende en toegankelijke staat van de archiefbescheiden stelt de organisatie in staat altijd open en transparant te zijn over haar besluitvorming. De Archiefwet 1995, het Archiefbesluit 1995 en de Archiefregeling bevatten kaders waarin deze verplichting nader is uitgewerkt. In 2020 heeft provincie Limburg vanuit haar rol als toezichthouder een onafhankelijke archiefinspectie uitgevoerd. In het advies van het provinciaal toezicht zijn vijf verbeterpunten benoemd, te weten: ·
Een werkend kwaliteitssysteem voor het beheer van archiefbescheiden;
·
Een geordende en toegankelijke staat van archiefbescheiden;
·
Een tijdige vernietiging en overbrenging;
·
Een adequate beheer- en bewaaromgeving;
·
Een adequate horizontale verantwoording.
Op dit moment heeft BsGW een aantal actiepunten gericht op optimaal invulling geven aan de Archiefwet. Daarnaast neemt de digitalisering een toevlucht en stellen ook andere (externe) wetten eisen aan ons informatiebeheer. De Wet openbaarheid van bestuur (Wob), de Wet open overheid (Woo) en de Wet hergebruik van overheidsinformatie (Who) verplicht overheidsorganisaties om de informatiehuishouding op orde te brengen. De bevindingen uit deze inspectie worden opgepakt en waar mogelijk hieruit voortvloeiende kosten zullen worden meegenomen in de ICT-aanbesteding.
pagina 28 van 33
6. Investeringen
MIP 2020 (2021-2025) BsGW
Jaar
Jaar
Jaar
Jaar
Jaar
Totaal
(bedragen x 1.000)
2022
2023
2024
2025
2026
2022-2026
Innovatie en Procesoptimalisatie
300
300
300
300
300
1.500
Totaal BsGW
300
300
300
300
300
1.500
Voor het jaar 2022 is in het MeerjarenInvesteringsProgramma (MIP) 2022-2026 een krediet voor innovatie en procesoptimalisatie opgenomen. In het laatste kwartaal van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, benoemt BsGW de deelprojecten voor het investeringskrediet 2022.
pagina 29 van 33
7. Financieel meerjarenperspectief
7.1 Ontwikkeling netto kosten BsGW en bijdragen deelnemers Eén van de doelstellingen die voortvloeien uit de missie van BsGW is kostenreductie. Wat is de toegevoegde waarde van BsGW en wat het heeft opgebracht? In deze paragraaf wordt dit toegelicht vanuit twee invalshoeken: de ontwikkeling van zowel de nettokosten van de organisatie BsGW als de bijdragen aan BsGW van de deelnemers. Ontwikkeling netto kosten BsGW Uitgangspunt voor de begroting van BsGW is altijd geweest: sober en doelmatig. BsGW heeft zich in de eerste 6 jaar na de verzelfstandiging gecommitteerd aan een taakstellende kostenreductie van 12% en heeft in de jaren 2012-2017 daarom de kostenindexering van gemiddeld 2% per jaar niet doorberekend aan de deelnemers. De totale gerealiseerde kostenreductie loopt hiermee op tot € 1,565 miljoen per jaar. Daarnaast zijn nog enkele kostenreductieprogramma’s doorgevoerd, waardoor de netto kosten nog eens met € 1,284 zijn gedaald. BsGW heeft dit bewerkstelligd via efficiencyverbeteringen van de werkprocessen en aanbestedingstrajecten. Tevens heeft BsGW kostenverlagingen behaald uit het schaaleffect door het toetreden van nieuwe deelnemers in BsGW voor in totaal 5,675 miljoen. Begroting
Kostenreductie (bedragen x 1.000) 2011 Taakstellende kostenreductie Extra kostenreductie
2012 179
1.171
Schaalvoordeel toetreders 2012
2013 204
2014 282
2015 300
66
Totaal
2016 300
2017 300
2018
10
9
28
2019
2020
2021
1.284
229
229
Schaalvoordeel toetreders 2013
888
Schaalvoordeel toetreders 2014
597 2.665
Schaalvoordeel toetreders 2015
1.485 75
2.739
1.182
1.182
Schaalvoordeel toetreders 2021 Totale kostenreductie
reductie 1.565
1.171
474
1.092
3.543
1.557
310
309
28
0
0
40
40
40
8.523
De totale, cumulatieve verlaging van de netto-kosten in de begroting van BsGW vanaf 2011 loopt op hiermee op tot € 8,523 miljoen in 2021. Bijdragen van de deelnemers Een andere manier om de toegevoegde waarde van BsGW te presenteren, is om ook de uitvoeringskosten van de deelnemende partijen te bekijken, voor de toetreding tot BsGW. Dit voordeel is berekend door de uitvoeringskosten van de toetredende partij volgens de nulmeting te vergelijken met de bijdrage aan BsGW volgens de jaarlijkse bestuursbegroting. Met nulmeting wordt het onafhankelijke onderzoek naar uitvoeringskosten, fte en productieaantallen bedoeld dat bij elke afzonderlijke deelnemer voorafgaand aan de samenwerking is uitgevoerd.
pagina 30 van 33
In de volgende tabel samengevat: Financieel voordeel BsGW Bedragen * € 1.000,-
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Totale bijdrage deelnemers 7.246 8.302 Nulmeting geindexeerd met 9.642 10.451 1,5% inflatiecorrectie Besparing nettokosten a.g.v. samenwerking 2.396 2.149
11.553
15.840
18.467
18.457
20.067
17.487
17.466
17.527 5.974
27.831 11.991
33.816 15.349
34.323 15.866
34.838 14.771
35.361 17.874
35.891 18.425
C umulatief financieel voordeel deelnemers 2.396
10.519
22.510
37.859
53.725
68.496
86.370
104.795
4.545
In de tabel worden de bijdragen van de deelnemers weergegeven voor wat betreft: -
bijdrage in de netto kosten volgens de vastgestelde begroting(swijzigingen)
-
bijdrage in de implementatiekosten bij toetreding, incl. het Libel-traject
-
aanvulling weerstandsvermogen
Er is in dit overzicht geen rekening gehouden met de eenmalige en/of tijdelijke kosten die noodzakelijk waren om de samenwerking te realiseren (frictiekosten deelnemer). Deze totale bijdragen worden afgezet tegen de uitvoeringskosten van de deelnemers vóór de toetreding tot BsGW, geïndexeerd met 1,5% inflatiecorrectie per jaar. Structureel wordt vanaf 2015 een jaarlijkse reductie van de uitvoeringskosten gerealiseerd rond € 16 miljoen voor alle deelnemers ten opzichte van hun oorspronkelijke uitvoeringskosten. Het totale, cumulatieve voordeel loopt tot en met 2019 op tot ruim € 104 miljoen. Toekomstige kostenbesparingen Ondernemings- en ontwikkelplan 2018-2020 BsGW voert, naast de reguliere bedrijfsvoering, momenteel een separaat traject uit, zijnde het ondernemings- en ontwikkelingsplan BsGW 2018-2020 (AB 14-12-2017). Na een fase van groei is het aantal deelnemers in het samenwerkingsverband BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen in het laatste jaar geconsolideerd. Na de verzelfstandiging in 2011 groeide BsGW in slechts vier jaar tijd uit naar het huidige samenwerkingsverband waarin 29 van de 31 Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg deelnemen. De consolidatie van het aantal deelnemers vraagt om een herijking van de organisatie. Herijking binnen BsGW zal fundamenteel ingrijpen in de huidige structuur en werkwijze.
Tegelijkertijd is actie vereist om de verbetering en continuïteit van de werkprocessen te borgen. Voor dit ontwikkeltraject is in eerste instantie een investerings- en ontwikkelbudget benodigd van € 4 miljoen. De dekking voor deze investering kan worden gevonden in de op termijn te realiseren structurele reductie van de netto-kosten. Zoals uit het ondernemingsplan blijkt, committeert BsGW zich aan een taakstellende formatiereductie van 20 fte. Dit leidt uiteindelijk tot een verlaging van de bijdrage voor de deelnemers van € 1,3 miljoen op jaarbasis. Eind 2024 zal de formatiereductie 100% geeffectueerd zijn. In de jaren 2025-2027 wordt deze formatiereductie ingezet als dekking voor de projectkosten OOP. Vanaf 2028 zal deze structurele personele kostenreductie leiden tot lagere bijdragen van de deelnemers.
pagina 31 van 33
Het ondernemingsplan raakt de meerjarenbegroting 2022-2026 van BsGW daarom niet en vormt daarmee geen onderdeel van deze kadernota 2022.
7.2 (Financiële) effecten kadernota 2022 De basis voor de begroting 2022 is de jaarschijf 2022 uit de vastgestelde meerjarenbegroting 20212025, rekening houdend met de nieuwe wijze van kostenverdeling (AB 25 juni 2020). Per saldo stijgen de netto-kosten 2022, en daarmee ook de bijdragen van de deelnemers, met minimaal € 1,846 miljoen ten opzichte van de begroting 2021 als gevolg van de volgende posten: ·
Loonindexering € 403 duizend;
·
Indexering goederen en diensten € 150 duizend;
·
Proceskostenvergoeding € 960 duizend;
·
Regieportaal € 333 duizend.
In de volgende tabel worden de ontwikkelingen en kostenreducties voor 2022 weergegeven, waar mogelijk zijn de financiële effecten hiervan gekwantificeerd.
Ontwikkelingen begroting 2022
Effect op netto kosten 2022 t.o.v. begroting 2021
Zekere ontwikkelingen - Indexering salarissen en inflatie
+ € 553.000,-
- Proceskosten
+ € 960.000,-
- Stimuleringsregeling
kostenneutraal
- Waarderen op gebruiksoppervlakte: beheerfase regieportaal
+ € 333.000,-
- Visie op Dienstverlening
geen
- Informatievoorziening en ICT
onbekend
- Standaardisatie
onbekend
Mogelijke ontwikkelingen - Beleid COVID-19: opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente
- € 800.000,-
- Fiscale vereenvoudingswet
vooralsnog niet
- Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister - Verruiming gemeentelijk belastinggebied - Omgevingswet - Samenwerking nieuwe deelnemers - Uniforme (samenhangende) objectenregistratie (SOR - Unie van Waterschappen: onderzoek belastingstelsel - Waardering zonnepanelen voor de WOZ waarde
+ € 250.000,- + 1 fte min. vooralsnog niet onbekend vooralsnog niet onbekend onbekend vooralsnog niet
- Vergroening belastingen
vooralsnog niet
- Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB
vooralsnog niet
- Archiefwet
onbekend
pagina 32 van 33
Bijlage 1: producten-aantallen kostenverdeelmethode Verdeelsleutels per deelnemer
aantal aanslagregels
aantal WOZobjecten
aantal biljetten
aantal klantcontacten
aantal aanslagregels parkeerbelasting
aandeel in de productkosten
aandeel in de productkosten (GDI)
0,55%
Gemeente Beek
31.000
8.250
15.000
3.442
0
1,09%
Gemeente Beekdaelen
70.717
17.887
36.552
7.617
0
2,38%
1,21%
Gemeente Beesel
26.851
7.628
8.311
2.833
0
0,98%
0,50%
Gemeente Bergen
24.650
6.500
9.100
2.800
0
0,87%
0,44%
Gemeente Brunssum
65.100
16.350
18.800
6.073
0
2,15%
1,09%
Gemeente Echt-Susteren
66.115
17.500
14.000
6.698
0
2,30%
1,17%
Gemeente Eijsden-Margraten
108.165
13.247
50.278
5.217
0
2,08%
1,06%
Gemeente Gennep
45.426
8.507
14.826
3.595
0
1,21%
0,62%
Gemeente Gulpen-Wittem
25.204
7.741
7.475
3.012
0
0,99%
0,50%
Gemeente Heerlen
209.000
54.700
59.500
18.515
6.100
7,51%
3,81%
Gemeente Kerkrade
147.101
28.106
50.707
8.481
716
3,86%
1,96%
Gemeente Landgraaf
80.300
19.750
23.700
7.918
0
2,64%
1,34%
Gemeente Leudal
50.500
18.000
17.000
7.634
0
2,28%
1,16%
Gemeente Maasgouw
50.000
12.500
14.900
5.054
0
1,67%
0,85%
Gemeente Maastricht
276.000
69.600
69.750
25.316
0
9,15%
4,64%
Gemeente Meerssen
76.686
9.572
10.477
4.190
900
1,61%
0,82%
Gemeente Mook en Middelaar
16.184
4.221
11.319
1.633
0
0,55%
0,28%
Gemeente Nederweert
31.350
8.200
14.100
3.400
0
1,08%
0,55%
Gemeente Peel en Maas
59.200
22.100
21.900
8.983
0
2,77%
1,40%
Gemeente Roerdalen
38.500
11.000
13.000
4.493
0
1,43%
0,73%
Gemeente Roermond
100.500
30.000
36.500
11.575
4.000
4,14%
2,10%
Gemeente Simpelveld
22.550
5.700
6.600
2.270
0
0,76%
0,38%
Gemeente Sittard-Geleen
212.000
51.900
70.500
19.554
4.325
7,19%
3,65%
Gemeente Stein
71.500
12.900
12.500
5.330
0
1,86%
0,95%
Gemeente Vaals
33.100
6.300
15.600
2.050
0
0,86%
0,43%
Gemeente Valkenburg
26.735
9.846
8.665
3.465
0
1,21%
0,61%
Gemeente Venlo
165.000
56.000
53.000
51.500
17.000
9,83%
4,99%
Gemeente Voerendaal
25.300
6.250
7.300
2.634
0
0,84%
0,43%
Gemeente Weert
74.181
25.079
25.902
10.106
4.235
3,49%
1,77%
Waterschap Limburg
1.800.000
0
594.000
198.500
0
21,23%
60,00%
Totaal verdeelsleutels BsGW
4.028.915
565.334
1.311.262
443.887
37.276
100%
100%
pagina 33 van 33
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp-meerjarenbegroting 2022-2026
Versie 1.7
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 2 van 66
Inhoudsopgave 1. Samenvatting .................................................................................................... 5 2. Inleiding ........................................................................................................... 7 2.1 Algemeen .................................................................................................................. 7 2.2 Indeling van de begroting ............................................................................................ 7 2.3 Leeswijzer.................................................................................................................. 7
3. Beleidsbegroting ................................................................................................ 8 3.1 Uitgangspunten .......................................................................................................... 8 3.2 Rekenuitgangspunten .................................................................................................. 9 3.3 Formatieplan .............................................................................................................10 3.4 Ontwikkelingen ..........................................................................................................12 3.4.1 Zekere ontwikkelingen .............................................................................................12 Loonontwikkeling ....................................................................................................... 12 Indexering goederen en diensten ................................................................................. 12 Proceskosten ............................................................................................................. 12 Stimuleringsregeling .................................................................................................. 14 Waarderen op gebruiksoppervlakte: project ..................................................................
14 Waarderen op gebruiksoppervlakte: beheerfase ............................................................ 14 Visie op dienstverlening .............................................................................................. 15 Informatievoorziening en ICT ...................................................................................... 15 Harmonisatie............................................................................................................. 17 3.4.2 Mogelijke ontwikkelingen .........................................................................................18 Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 ............................................................................... 18 Voortgang implementatie Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister19 Lagere opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente .............................................. 20 Verruiming gemeentelijk belastinggebied ...................................................................... 20 Omgevingswet .......................................................................................................... 21 Samenwerking / nieuwe deelnemers in BsGW ............................................................... 21 Uniforme samenhangende objectenregistratie (SOR) ......................................................
21 Unie van Waterschappen: onderzoek houdbaarheid belastingstelsel ................................. 22 Waardering zonnepanelen voor de WOZ-waarde ............................................................ 22 Vergroening belastingen ............................................................................................. 23 Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB ............................................... 23 Archiefwet ................................................................................................................ 24 3.5 Producten .................................................................................................................25 3.5.1 Product Heffen .................................................................................................. 25 3.5.2 Product Waarderen ............................................................................................ 26 3.5.3 Product Innen ................................................................................................... 26 3.5.4 Product Klantzaken ............................................................................................ 27 3.5.5 Product Ondersteuning & Ontwikkeling .................................................................
27 3.5.6 Sub-product Parkeerbelasting (‘exoot’) ................................................................ 28 3.5.7 Sub-product Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) ............................................. 28 3.6 Paragrafen ................................................................................................................30 3.6.1 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing ............................................................ 30 3.6.2 Onderhoud kapitaalgoederen .............................................................................. 33 3.6.3 Financiering ...................................................................................................... 33 3.6.4 Bedrijfsvoering .................................................................................................. 35 3.6.5 Verbonden partijen ............................................................................................ 36
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 3 van 66
4. Financiële begroting ..........................................................................................37 4.1 Overzicht baten en lasten ...........................................................................................37 4.2 Toelichting op de baten en lasten .................................................................................38 4.3 Uiteenzetting van de financiële positie ..........................................................................41 4.3.1 Investeringen ................................................................................................... 41 4.3.2 Financiering ...................................................................................................... 41 4.3.3 Stand en verloop reserves en voorziening............................................................. 41 4.4 Meerjarenraming 2022-2026 .......................................................................................42
Bijlagen ...............................................................................................................46 Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma : MIP 2022-2026 ..............................................47 Bijlage 2: Rekenuitgangspunten Begroting 2022 en MJR 2022-2026 ......................................48 Bijlage 3: Staat van immateriële, materiële, financiële vaste activa en onderhanden werk ........49 Bijlage 4: Staat van vaste schulden ...................................................................................50 Bijlage 5: Staat van reserves en voorzieningen ...................................................................51 Bijlage 6: Berekening van het rente-omslagpercentage ........................................................53 Bijlage 7: Staat van personeelslasten ................................................................................54 Bijlage 8: Toelichting op de kostenverdeelmethodiek ...........................................................55 Bijlage 9: Risicoanalyse ....................................................................................................59 Bijlage 10: Bijdrage Waterschap Limburg volgens BBP-opzet ................................................64 Bijlage 11: Berekend EMU-saldo ........................................................................................65 Bijlage 12:
Geprognosticeerde balans 2021-2025 ................................................................66
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 4 van 66
1. Samenvatting Voor u ligt de twaalfde meerjarenbegroting van Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). Hierin zijn de financiële consequenties van zekere ontwikkelingen en bestuursbesluiten in de begroting meegenomen. Zekere ontwikkelingen, waarvan de (financiële) effecten nog een mate van onzekerheid hebben, worden eveneens zo veel mogelijk gekwantificeerd. Mogelijke ontwikkelingen worden alleen voor zover dat is in te schatten in de begroting meegenomen. De door het Algemeen Bestuur van BsGW op 18 december 2020 vastgestelde kadernota 2022 dient als basis voor de begroting 2022 en de meerjarenraming 2022-2026. Het belangrijkste bestuurlijke uitgangspunt hierbij is een sluitende begroting en meerjarenraming. Naast een sluitende begroting is één van de doelstellingen die voortvloeien uit de missie van BsGW een sobere en doelmatige begroting en meerjarenraming. BsGW heeft zich gecommitteerd aan een taakstellende kostenreductie van ruim 12% in de eerste 6 jaar na de verzelfstandiging en heeft in de jaren 2012-2017 daarom de kostenindexering van gemiddeld 2% per jaar niet doorberekend aan de deelnemers. De totale gerealiseerde kostenreductie loopt hiermee op tot € 1,565 miljoen per jaar. Echter om een verantwoorde bedrijfsvoering te kunnen borgen, zijn de grenzen van bezuinigingen (vooralsnog) bereikt.
In voorliggende begroting 2022 zijn derhalve de loonindexering en indexering goederen en diensten opgenomen. Gezien de toename van het aantal WOZ-bezwaren (ook landelijk) en met name het feit dat burgers en bedrijven in toenemende mate bezwaar maken via een WOZ-bureau, is rekening gehouden met een hogere proceskostenvergoeding voor 2022 (en latere jaren). Ten aanzien van ICT maakt BsGW deel uit van een sterk veranderende omgeving, waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is en impact heeft op de bedrijfsvoering en kostenontwikkeling van BsGW. Bovendien gaat BsGW een aanbesteding van haar belastingpakket tegemoet, waarbij het vervangen van zowel de ICT-infrastructuur als het huidige belastingpakket noodzakelijk is. Tot slot is BsGW gevraagd de regie te nemen namens de deelnemers voor de beheerfase waarderen op gebruikersoppervlakte. De vaste, structurele lasten hiervan, bestaande uit de aanschaf van een regieportaal voor en namens de gehele keten, worden niet separaat afgerekend met de deelnemers maar zijn opgenomen in de begroting 2022 (en verdere jaren).
Per saldo stijgen de netto-kosten 2022, en daarmee ook de bijdragen van de deelnemers, met minimaal € 1,721 miljoen ten opzichte van de begroting 2021 als gevolg van de volgende posten: · Loonindexering € 298 duizend; · Indexering goederen en diensten € 130 duizend; · Proceskostenvergoeding € 960 duizend; · Regieportaal € 333 duizend. Op de gebruikelijke wijze zijn de netto-kosten vervolgens via de kostenverdeelmethode toegerekend aan de bijdragen van de deelnemers aan BsGW. Het benodigde weerstandsvermogen is conform besluitvorming gebaseerd op een jaarlijks bij het opstellen van de begroting uitgevoerde risicoanalyse. Het berekende weerstandsvermogen komt hiermee op € 1,33 miljoen en behoeft daarmee aanvulling van € 140 duizend.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 5 van 66
Prognose Bedragen x € 1.000
2020
Lasten
Begroting 2021 initeel 103,3%
Begroting 2021 incl. M&M
Meerjarenperspectief
Begroting 2022
2023
2024
2025
2026
103%
Personeelskosten
12.129
13.078
13.138
13.427
13.723
14.024
14.333
14.648
Huisvestingkosten
734
773
778
793
809
825
842
858
Afschrijvingkosten
336
261
261
261
261
261
261
261
ICT-kosten
3.308
2.820
2.837
3.227
3.291
3.357
3.424
3.493
Overige operationele kosten
5.048
3.644
3.649
4.641
4.734
4.829
4.926
5.024
540
433
435
444
453
462
471
480
0
302
302
323
328
332
337
342
Algemene kosten
540
735
737
768
781
795
809
823
Bank- en rentekosten
202
294
295
300
306
312
317
323
0
0
0
0
0
0
0
0
22.297
21.605
21.695
23.417
23.904
24.402
24.910
25.430
algemene kosten onvoorzien
Toevoegingen aan voorzieningen Totale lasten taakstellende kostenreductie
0
0
0
0
0
0
0
0
22.297
21.605
21.695
23.417
23.904
24.402
24.910
25.430
Renteopbrengsten
0
13
13
13
13
13
13
13
Diensten aan derden
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen van derden
0
0
0
0
0
0
0
0
Opbrengst vervolgingskosten
1.337
2.137
2.162
2.162
2.162
2.162
2.162
2.162
Totale baten
1.337
2.149
2.175
2.175
2.175
2.175
2.175
2.175
Totaal lasten
Baten
0 Netto kosten
20.961
19.455
19.520
21.242
21.729
22.227
22.736
23.255
0
0
0
0
0
0
0
0
Prognose
Begroting
Begroting
Begroting
2020
2021 initeel
2021 incl. M&M
2022
Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)
Bijdragen
Aanvulling weerstandsvermogen
Totale bijdrage 2022 incl. aanvulling weerstandsvermogen
Gemeente Beek
197
202
209
234
2
236
Gemeente Beekdaelen
432
444
457
513
3
516
Gemeente Beesel
176
181
189
212
1
213
Gemeente Bergen
157
161
166
186
1
188
Gemeente Brunssum
387
398
414
464
3
467
Gemeente Echt-Susteren
397
425
442
495
3
498
Gemeente Eijsden-Margraten
378
390
399
441
3
444
Gemeente Gennep
220
227
233
259
2
261
Gemeente Gulpen-Wittem
178
183
191
214
1
216
Gemeente Heerlen
1.345
1.380
1.442
1.609
11
1.620
Gemeente Kerkrade
689
709
742
829
5
834
Gemeente Landgraaf
477
490
507
568
4
572
Gemeente Leudal
413
424
439
494
3
497
Gemeente Maasgouw
302
310
321
359
2
361
Gemeente Maastricht
1.642
1.686
1.758
1.970
13
1.983
Gemeente Meerssen
296
303
310
339
2
341
105
118
1
119
Gemeente Mook en Middelaar
0
Gemeente Nederweert
196
202
208
233
2
235
Gemeente Peel en Maas
498
512
531
599
4
603
Gemeente Roerdalen
259
266
276
309
2
311
Gemeente Roermond
747
766
795
887
6
893
Gemeente Simpelveld
137
140
146
163
1
164
1.296
1.331
1.381
1.540
10
1.550
Gemeente Sittard-Geleen Gemeente Stein
325
347
358
397
3
400
Gemeente Vaals
153
158
165
184
1
185
Gemeente Valkenburg a/d Geul
216
221
232
262
2
264
1.892
1.939
1.889
2.054
14
2.068
Gemeente Voerendaal
153
157
162
181
1
182
Gemeente Weert
631
647
671
747
5
752
4.702
4.856
4.383
4.381
29
4.410
Totaal bijdragen
18.889
19.455
19.520
21.242
140
21.382
Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
-2.073
0
0
0
Gemeente Venlo
Waterschap Limburg
In bovenstaande tabel zijn de prognosecijfers 2020 opgenomen en nog niet de gerealiseerde en gecontroleerde cijfers. In de definitieve meerjarenbegroting 2022-2026 worden uiteraard de gecontroleerde cijfers opgenomen.
Voor een nadere toelichting en ontwikkelingen verwijzen we u naar hoofdstuk 3 en 4.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 6 van 66
2. Inleiding 2.1 Algemeen Voor u ligt de (ontwerp-)meerjarenbegroting 2022-2026 van Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). Deze is volledig opgesteld binnen de kaders van de door het Algemeen Bestuur vastgestelde kadernota 2022. Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) is 1 april 2011 opgericht als samenwerkingsverband op belastinggebied voor gemeenten en waterschappen in de vorm van een gemeenschappelijke regeling. BsGW is een openbaar lichaam op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Per 1 januari 2021 zijn Waterschap Limburg en de gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, EchtSusteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Mook & Middelaar, Nederweert, Peel & Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Voerendaal, Weert deelnemers in BsGW. De begroting 2022 is gebaseerd op bovenstaande 29 deelnemers. BsGW behartigt als uitvoeringsorganisatie van het waterschap en de deelnemende gemeenten de zorg voor optimaal beheer en verwerking van (basis)gegevens en informatie, het heffen, innen en afdragen van de opbrengsten van lokale belastingen en het waarderen van belastingobjecten in het kader van de wet WOZ, dit alles op basis van bedrijfseconomische principes.
2.2 Indeling van de begroting Aangezien BsGW een samenwerking is voor zowel gemeenten als een waterschap, volgt uit de wetgeving dat verslaggeving dient plaats te vinden conform Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De begroting is dan ook ingedeeld volgens het BBV en bestaat uit een beleidsbegroting en een financiele begroting. In de beleidsbegroting worden het productplan en de paragrafen weergegeven. De financiële begroting omvat het overzicht van baten en lasten plus een uiteenzetting van de financiële positie per programma. In het geval van BsGW betreft dit het programma lasten heffing en invordering belastingen. (Bron: Hoofdlijnen vernieuwing Besluit Begroting en Verantwoording blz. 19)