Bijlage 1: Begroting 2022 BsGW + ter info Jaarrekening 2020
Tekst van het document
Van: Verzonden: Aan:
Onderwerp: Bijlagen:
Hans Engelen <h.engelen@bsgw.nl> dinsdag 23 februari 2021 11:54 'info@gemeentebeek.nl'; 'gemeente@beekdaelen.nl'; info@beesel.nl; 'info@bergen.nl'; 'gemeente@brunssum.nl'; 'info@echt-susteren.nl'; 'griffie@eijsden-margraten.nl'; 'gemeente@gennep.nl'; 'info@gulpen-wittem.nl'; 'griffie@heerlen.nl'; 'griffie@kerkrade.nl'; 'gemeente@landgraaf.nl'; 'info@leudal.nl'; 'griffie@gemeentemaasgouw.nl'; 'post@maastricht.nl'; 'info@meerssen.nl'; 'griffier@nederweert.nl'; 'info@peelenmaas.nl'; 'griffie@roerdalen.nl'; 'griffier@roermond.nl'; 'griffier@simpelveld.nl'; 'raadsgriffie@sittard-geleen.nl'; 'info@gemeentestein.nl'; 'info@vaals.nl'; 'info@valkenburg.nl'; 'raadsgriffie@venlo.nl'; 'info@voerendaal.nl'; 'griffie@weert.nl'; 'info@waterschaplimburg.nl'; 'griffier@mookenmiddelaar.nl' T.a.v. de griffie. Ontwerpbegroting 20222 en Kadernota 2022 BsGW. Aanbiedingsbrief Kadernota 2022 MJR 2022-2026.pdf; Aanbiedingsbrief Ontwerpbegroting 2022 versie 0.1 def.pdf; Kadernota Begroting BsGW 2022 MJR 2022-2026 versie 0.6.pdf; Ontwerpbegroting 2022 BsGW en ontwerp MJB 2022 - 2026 versie 1.7.pdf; Oplegnotitie kadernota_achtergrond versie 1.3.pdf
T.a.v. de griffie. Bijgaand treft u aan de ontwerpbegroting 2022/meerjarenraming 2022-2026 en Kadernota 2022 (incl. oplegnotitie AB) van BsGW. Zou u willen zorgdragen voor verdere verspreiding binnen uw organisatie? Dank voor uw medewerking. Met vriendelijke groet,
| Hans Engelen | Bedrijfsvoering | Regisseur Bestuur en Management | | T: 088-8420459| M: +31611469998 | E: h.engelen@bsgw.nl | W: www.BsGW.nl| Aanwezig op dinsdag, woensdag en donderdag,
Denk aan het milieu is het echt nodig deze e-mail te printen?
1
BsGW
Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen
Kerkeveldlaan 2 6042 JX Roermond Postbus 1275 6040 KG Roermond T: 088 8420 444 W: www.bsgw.nl KvK-nr.: 52426297
Aan het algemeen bestuur van het Waterschap Limburg en de raden van de in de GR BsGW deelnemende gemeenten
Uw kenmerk:
Afdeling:
Uw brief van:
Behandeld door:
BS21.0286 1
Telefoonnummer:
Bijlage(n):
E-mail:
Bedrijfsvoering/P&C V. Heijmans-van Birgelen 06-22993395 v.heijmans@bsgw.nl@bsgw.nl
Onderwerp:
Kadernota 2022
Datum:
23-02-2021
Ons kenmerk:
Geachte Raad, geacht bestuur, Hierbij bieden wij u de kadernota 2022 van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) aan. Overeenkomstig artikel 67a van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen ontvangen de raden van de deelnemende gemeenten en de algemeen bestuur van het deelnemend waterschap vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders. In haar besluit d.d. 24-09-2015 heeft het bestuur van BsGW besloten de vastgestelde kadernota 2021 gelijktijdig met de ontwerpbegroting 2022 en ontwerp-meerjarenraming 2022-2026 te verzenden aan de deelnemers. Het Dagelijks Bestuur BsGW
Roermond, 23-02-2021
N.M.J.G. Lebens, directeur
M.H.E. Pelzer, voorzitter
BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen is een zelfstandig samenwerkingsverband van 29 Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg. BsGW voert namens deze deelnemers de heffing en inning van lokale belastingen uit. Ook stelt BsGW in de deelnemende gemeenten de WOZ-waarden vast.
BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen
Kerkeveldlaan 2 6042 JX Roermond Postbus 1275 6040 KG Roermond T: 088 8420 444
Mededeling aan het Algemeen Bestuur VAN
:
ONDERWERP :
W: www.bsgw.nl KvK-nr. 52426297
Dagelijks Bestuur Oplegnotitie bij Kadernota 2022
Aanleiding Tijdens de AB-vergadering van 18 december 2020 zijn opmerkingen gemaakt ten aanzien van de Kadernota 2022. Deze opmerkingen hadden betrekking op de zorgen rondom de kostenontwikkeling bij BsGW, waarbij enkele zaken nadere toelichting verdienen. Daarnaast is gevraagd te zoeken naar oplossingen rondom de stijgende kosten, door bijvoorbeeld niet te indexeren en/of een taakstellende begrotingspost voor proceskostenvergoeding op te nemen. Deze oplegnotitie (incl. bijlage) gaat nader in op genoemde opmerkingen. Samenvatting Eén van de doelstellingen, die voortvloeien uit de missie van BsGW, is kostenreductie. De afgelopen jaren heeft BsGW verschillende kostenbesparingen gerealiseerd en heeft zich hier ook voor de komende jaren aan gecommitteerd. Het betreft in concreto: 1. Het niet doorbelasten van de loon- en prijsindexeringen aan de deelnemers gedurende de periode 2012 - 2017: € 1,5 miljoen structureel per jaar; 2. Het opvangen van de stimuleringsregeling binnen de eigen begroting: totaal € 5 miljoen; 3. Het opvangen van het Ondernemings- en ontwikkelplan (€ 4 miljoen) binnen de eigen begroting middels formatiereductie1. BsGW zit tot en met 2029 nog middenin het uitvoeringstraject van kostenbesparingen.
Verdere bezuinigingen tasten de continuïteit van de bedrijfsvoering aan, blokkeren de gewenste kwaliteitsverbetering en dragen bij aan een hoger risicoprofiel (rechtmatigheid, foutenmarge, fraudegevoeligheid etc.) en zijn dan ook niet verantwoord. Daarnaast zijn er vragen gesteld over de hoogte van de in de begroting opgenomen proceskostenvergoeding van € 3 miljoen. In de afgelopen jaren zijn de kosten van de proceskostenvergoeding fors toegenomen. De laatste inschatting laat zien dat de te verwachten proceskosten in 2020 zullen liggen rond de € 2,7 miljoen. Uitgangspunt bij het opstellen van een reële begroting is dat er dan ook een zo realistisch mogelijk bedrag wordt ingeschat. Gezien de te verwachten kosten over het begrotingsjaar 2020 betekent dit dat voor de begroting 2022 een bedrag van € 3 miljoen realistisch wordt geacht. Zeker gezien het feit dat de ontwikkeling van het aantal bezwaren en de daaruit voortvloeiende proceskostenvergoedingen niet of nauwelijks beïnvloedbaar zijn door BsGW. Het echte probleem en daarmee ook de oplossing zit in de (landelijke) regelgeving zelf. Concluderend We begrijpen dat verschillende AB-leden hun zorgen hebben uitgesproken over de kostenontwikkeling in de kadernota 2022. Echter gezien bovenstaande is het niet verantwoord de organisatie BsGW nog nadere kostenreducties op te leggen naast de reeds lopende kostenbesparingstrajecten.
1 Het OOP is gefinancierd met vreemd vermogen dat, middels een structurele kostenbesparing van € 1,3 miljoen per jaar, moet worden afgelost. Pas daarna is er sprake van een structureel lagere bijdrage voor deelnemers.
1
Bijlage 1: Achtergrondinformatie tot en met 2020 Kostenbesparingen De kadernota 2022 dient als basis voor de begroting 2022 en de meerjarenraming 2022-2026. Het belangrijkste bestuurlijke uitgangspunt is een sluitende begroting en meerjarenraming. Daarnaast is één van de doelstellingen die voortvloeien uit de missie van BsGW kostenreductie. Onderstaand wordt inzicht gegeven in welke kostenbesparingen BsGW voor haar deelnemers heeft bereikt, maar ook waar zij in de afgelopen jaren tegenaan is gelopen, waardoor zij haar grenzen van bezuinigingen heeft bereikt. Verdere bezuinigingen tasten de continuïteit van de bedrijfsvoering aan, blokkeren de gewenste kwaliteitsverbetering en dragen bij aan een hoger risicoprofiel (rechtmatigheid, foutenmarge, fraudegevoeligheid etc.) en zijn dan ook niet verantwoord. Ten aanzien van de kostenbesparingen heeft BsGW op verzoek van het AB de afgelopen jaren een aantal zaken binnen haar eigen begroting moeten opvangen. Deels is dat al gelukt; deels is dit in uitvoering; deels wordt hier aan gewerkt. Onderstaand een korte toelichting: ·
Geen doorbelaste loon- en prijsindexeringen: € 1,5 miljoen per jaar
In de periode 2012-2017 heeft BsGW een kostenreductie gerealiseerd van ruim 12% middels het niet doorberekenen van een loon- en kostenindexering van gemiddeld 2% per jaar aan de deelnemers. De hiermee gemoeide kostenreductie bedraagt € 1,5 miljoen structureel per jaar. ·
Stimuleringsregeling opvangen binnen de eigen begroting: totaal € 5 miljoen
In de periode 2017-2020 konden medewerkers aangeven mee te willen doen met de stimuleringsregeling. Kostentechnisch gezien loopt de huidige regeling echter door tot en met 2029, wanneer de laatste deelnemers aan deze regeling met pensioen gaan. Immers de AOW-leeftijd is verhoogd tot 67 jaar en 3 maanden. De doelstelling van de stimuleringsregeling is tweeledig: o Een snellere oplossing te realiseren met betrekking tot het eerder in dienst genomen boventallig personeel van de Libel-partijen; o Het stimuleren van gezonde mobiliteit en bovendien tijdig kunnen inspelen op de groeiende behoefte aan personeel met andere kenniscompetenties. Deze regeling is niet budgetneutraal: immers voor elke deelnemer is BsGW 25% extra aan loonkosten kwijt, waartegenover geen werkzame arbeidsuren staan. Er zijn in totaal 45 medewerkers (41,4 fte) die gebruik maken van deze regeling. De totale kosten voor de stimuleringsregeling bedragen zo’n € 5 miljoen. Deze kosten worden binnen de begroting van BsGW opgevangen. Dit betekent dus feitelijk dat er 10,35 fte extra bespaard moet worden. ·
Ondernemings- en ontwikkelplan: structurele lastenverlichting van € 1,3 miljoen per jaar
Eind 2017 is het Ondernemings- en ontwikkelingsplan (OOP) 2018-2020 vastgesteld (AB 14-12-2017), waarin ook een doorvertaling is gemaakt van de financiële gevolgen hiervan. Het investerings- en ontwikkelbudget voor het uitvoeren van dit ondernemingsplan bedraagt € 4 miljoen. Zoals uit het ondernemingsplan blijkt, wil BsGW zich committeren aan een taakstellende formatiereductie van 20 fte. Eind 2024 zal de formatiereductie 100% geëffectueerd zijn. In de jaren 2025-2027 wordt deze formatiereductie ingezet als dekking voor de projectkosten OOP. De formatiereductie van 20 fte betekent uiteindelijk een structurele lastenverlaging van € 1,3 miljoen en vormt de dekking voor deze investering. Vanaf 2028,
2
uitgaande van een zeker scenario, leidt de formatiereductie van 20 fte uiteindelijk tot een structurele verlaging van de bijdragen van de deelnemers van € 1,3 miljoen per jaar. Investerings/ontwikkelbudget niet geindexeerd (* € 1.000,-)
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Na 7 jaar 100% geeffectueerd
2.000
1.000
1.000
0
0
0
0
-1.300
-1.300
-1.300
-1.300
-1.300
C umulatief voordeel
2.000
3.000
4.000
4.000
4.000
4.000
4.000
2.700
1.400
100
-1.200
-2.500
Overig: Persoonsgebonden basisbudget (PBB) Naast bovengenoemde kostenbesparingen zijn er ook andere zaken binnen de begroting opgevangen, zoals het persoonsgebonden basisbudget (PBB). Met ingang van 2016 is het persoonsgebonden basisbudget (PBB) ingevoerd. Dit hield in dat iedere medewerker de beschikking kreeg over een budget van € 5 duizend. Dit geld kon over een periode van 5 jaar ingezet worden voor interne of externe loopbaanontwikkeling, persoonlijke ontwikkeling of vitaliteit. Gemeentelijke deelnemers kunnen voor dergelijke CAO-effecten een beroep doen op het gemeentefonds. BsGW kan geen beroep doen op een dergelijk fonds en heeft ook dit binnen haar eigen begroting opgevangen.
3
Bijlage 2. Aandachtspunten/discussiepunten vanaf 2021 Naast bovenstaande kostenontwikkelingen, die BsGW in haar eigen begroting opvangt, ziet BsGW zich de afgelopen jaren ook nog geconfronteerd met (nieuwe) kostenontwikkelingen, die zij niet (volledig) kan beheersen. ICT-kosten Zo zijn de ICT-kosten toegenomen, niet alleen voor behoud van slagkracht/efficiency, maar met name vorm gegeven door ontwikkelingen in wet-/regelgeving, die (extra) investeringen noodzakelijk maken. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de recente ontwikkelingen en de gevolgen van Covid-19. Daarnaast zijn eind 2020 de eerste voorbereidingen voor de aanbesteding gestart voor zowel de ICTinfrastructuur als het huidige belastingpakket. In de loop van 2021 zal meer inzicht worden verkregen in de hiermee gepaard gaande kosten. Denk hierbij aan extra benodigde inzet voor zowel het aanbestedingstraject zelf als bij de implementatiefase en extra kosten als gevolg van het naar verwachting schaduwdraaien. Proceskostenvergoeding In de afgelopen jaren zijn de kosten van de proceskostenvergoeding fors toegenomen. Hetzelfde geldt voor het aantal ingediende bezwaren. Alleen al in 2020 was dit aantal bijna 50% hoger dan in 2019. Oorzaken hiervan zijn met name de waardestijgingen ten opzichte van 2019 en de geïntensiveerde wervings- en reclamecampagnes door de NCNP-bureaus.
Dit blijkt ook wel uit het feit dat het aantal ingediende bezwaren via een NCNP-bureau meer dan verdubbeld is. Dit is ook een landelijke tendens. De bezwaren via een gemachtigde zijn in totaal toegenomen met 76%, terwijl de stijging bij bedrijven en particulieren is toegenomen met 21% ten opzichte van 2019. De stijging bij bedrijven en particulieren kan mede te wijten zijn aan het feit dat begin 2020 veel mensen in de eerste lockdown thuis zaten en hierdoor meer tijd hadden zich te bedenken om bezwaar te maken tegen de WOZ-waarde. Aantallen bezwaren per indiener d.d. 30-09-2020 2020
2019
verschil
in %
NC NP Overige indieners Totaal indieners
12.395 2.056 14.451
5.490 2.717 8.207
6.905 -661 6.244
126% -24% 76%
Bedrijven & Particulieren
10.822
8.910
1.912
21%
Totaal
25.273
17.117
8.156
48%
Vanwege het verdienmodel van de NCNP-bureaus verwacht BsGW dat het aantal ingediende bezwaren de komende jaren nog verder zal toenemen. De ontwikkeling van het aantal toegekende bezwaren en de daaruit voortvloeiende proceskostenvergoedingen is niet of nauwelijks beïnvloedbaar door BsGW. Het echte probleem en daarmee ook de oplossing zit in de (landelijke) regelgeving zelf. Dit wordt ook door de Waarderingskamer onderkend. De laatste inschatting laat zien dat de proceskostenvergoeding in 2020 zullen liggen rond de € 2,7 miljoen. Rekening houdend met een stijging van het aantal bezwaren via een gemachtigde (NCNP) van 5% à 6%
4
voor zowel 2021 als 2022, betekent dit dat voor de begroting 2022 een bedrag van € 3 miljoen realistisch wordt geacht. Aan deze opwaartse bijstelling liggen een aantal oorzaken ten grondslag, waaronder de verwachting dat de huizenprijzen voorlopig nog blijven stijgen. De hypotheekrente is historisch laag, waardoor het kopen van een huis aantrekkelijk is vanwege de lage maandlasten. Daarnaast is de vraag naar koophuizen groter dan het huizenaanbod. Dit heeft volgens de Waarderingskamer in 2020 tot een gemiddelde waardestijging van 7,3% in Nederland en voor de provincie Limburg tussen de 5%-10% (gemiddeld 8,3%) geleid, hetgeen resulteert in gemiddeld hogere huizenprijzen op de aanslag van 2021. Immers: Op de aanslag 2021 wordt de onroerend zaakbelasting over de waarde per peildatum 1-1-2020 geheven. Alhoewel de coronacrisis een dempend effect op voornoemde waardeontwikkeling zou kunnen hebben, tonen de verkoopcijfers aan dat deze crisis geen negatief effect heeft op de huizenmarkt. Ook de Waarderingskamer verwacht dat dit geen neerwaartse materiële invloed heeft op de huizenprijzen. Door de blijvend lage hypotheekrente en de beperkte nieuwbouw, blijft de vraag naar koophuizen groot. Daarnaast geven de ruimere hypotheeknormen in 2021 financiële ruimte om extra te bieden.
Ook het steuntje in de rug voor jonge huizenkopers, die in 2021 geen overdrachtsbelasting betalen, zorgt voor een opwaartse prijsdruk van naar schatting 5% (Rabobank, ABN AMRO). De Nederlandse vereniging van makelaars verwacht op basis van de verkopen in 2020 zelfs een waardestijging van 11% per 1-1-2021. Deze waardestijging heeft effect op het aanslagbiljet 2022 (waardepeildatum 1-1-2021). Persoonsgebonden basisbudget (PBB) Inmiddels is duidelijk dat op grond van de nieuwe CAO wederom een PBB beschikbaar is van € 5 duizend en ook nu weer met een looptijd van 5 jaar (2021-2025). De uitgangspunten van het PBB zijn niet gewijzigd. De hieruit voortvloeiende daadwerkelijke kosten heeft BsGW steeds binnen haar eigen begroting opgevangen. Zij heeft hiervoor namelijk geen voorziening opgevoerd. Oplossingsrichtingen Om bovenstaande kostenontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden, heeft BsGW een aantal instrumenten, die zij inzet c.q. zou kunnen inzetten: Generiek: -
Harmonisatie met als hoofdopgave hoe kan BsGW tegen lagere kosten een gelijkblijvende of hogere service bieden aan de deelnemers. Maar zeker ook de bestuurlijk veel gestelde vraag ‘Hoe krijgen deelnemers meer grip en sturing op kosten’ wordt hiermee beantwoord: door vooraf te gaan bepalen welke producten in welke vorm/variant tegen welke prijs door een deelnemer worden afgenomen.
-
Het doorbelasten van andere en/of extra dienstverlening richting haar deelnemers.
Specifiek: -
Geen verlenging van de stimuleringsregeling.
-
Persoonsgebonden basisbudget (PBB): het vormen van een voorziening waarmee de kosten gelijkmatiger in de exploitatie landen.
-
Proceskostenvergoeding: Een actieplan is hiervoor uitgewerkt. Zie hierna.
5
Reductie proceskosten BsGW REEDS ONDERNOMEN ACTIES (t/m 2020) Bestuurlijk -1-
Haagse lobby a.
Brief van de gemeenten Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen en Venlo aan de VNG (2018)
b.
Participatie in onderzoeken vanuit de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) en de grote samenwerkingsverbanden naar oneigenlijke toepassing proceskostenregeling door nocure-no-pay bedrijven
Procesmatig -2-
Ontwikkeling intake en afhandel portal voor bezwaren (versnellen intake en verbetering afhandeling van bezwaren)
-3-
Verbeteren datakwaliteit bestanden van zowel de WOZ als BAG gegevens door mutatiedetectie en kwaliteitsverbetering
-4-
Herijking van het waarderingsmodel, controle van de herwaardering volgens het 4-ogen principe en aanstelling kwaliteitsmedewerkers voor controles en verbeterprocessen 2
-5-
Vereenvoudiging indienen bezwaar via Mijn BsGW
-6-
Voormelding WOZ; vooroverleg met grote belanghebbenden waaronder de woningcorporaties.
-7-
Flitsbezwaar procedure; telefonisch rechtstreeks contact met de taxateur voorkomt WOZ-bezwaren die anders via een NCNP bureau worden ingediend
-8-9-
Afspraken met NCNP-bureaus om de proceskostenvergoeding te reduceren/beperken Interventiefase; extra toetsen van een bezwaar voordat een NCNP beroep instelt dringt het aantal beroepsschriften terug en reduceert de daarbij behorende proceskostenvergoeding
Communicatie -10- Inzet gedragsdeskundige om potentiële bezwaarmakers eerst met BsGW te laten contacten -11- Verbetering leesbaarheid en layout aanslagbiljet -12- Verbetering website BsGW (meer vraaggericht) -13- Jaarlijks vindt voor het versturen van de WOZ-aanslagen een mediacampagne plaats -14- Samenwerking in VNG-Onderzoek naar effectiviteit communicatie eerdere aanslagcampagnes
2 In 2020 kregen we te maken met Covid-19. Dit betekende dat taxateurs geen inpandige opnames konden ver-
richten in kader van bezwaarafhandeling. Om de benodigde informatie te ontvangen die nodig is bij de afhandeling is met de softwareleverancier een zogenaamde ‘opname-app’ ontwikkeld. De klant kan zowel tekstuele aanvullingen als documenten en foto’s van het object naar BsGW sturen zodat dit kan worden meegenomen in de afhandeling van bezwaarschriften.
6
LOPENDE ACTIES 2021 Bestuurlijk -15-
a. Onderzoek minister Dekker naar mogelijke oneigenlijke toepassing verdienmodel voor de verkrijging van proceskostenvergoedingen. Het rapport hierover is medio februari 2021 gepubliceerd door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid. b.
Initiatief van de heer Smits (Roerdalen), als lid van de VNG commissie, voor een Limburg brede motie voor de algemene ledenvergadering van de VNG
c.
De heer Aarts (Maastricht) brengt de schrikbarende stijging van de proceskosten nog eens onder de aandacht bij de Tweede Kamercommissie en doet navraag naar de resultaten van het onderzoek en de daaruit voorvloeiende voorstellen en besluiten
Procesmatig De ondernomen acties worden ook in 2021 voortgezet. Communicatie De ondernomen acties worden ook in 2021 voortgezet. -16- Vernieuwd / vereenvoudigd aanslagbiljet -17- Nudging op aanslagbiljet: door het plaatsen van een opvallende memo (zgn ‘Post-It’) bij de WOZ-waarde op het aanslagbiljet worden potentiele bezwaarmakers gestimuleerd eerst contact op te nemen met BsGW. Via de flitsbezwaarmethode kan hiermee bezwaar – al dan niet via een ncnp-bureau - worden voorkomen -18- Prominente aandacht op website (extra kader en extra landingspagina met toegevoegde in formatie over WOZ-waarde en waardebepaling) - 1 - Animatiefilmpje voor raadsleden voor beter begrip over oorzaak en achtergrond proceskosten en hen ambassadeurs te laten zijn voor BsGW - 2 - Presentatie aan DB-, AB leden en Accountmanagers over de proceskosten -19- Toelichting op aanslag bij die gemeenten die deelnemen aan de Lokale Lastenmeter
TOEKOMSTGERICHTE ACTIES 2022 E.V. Bestuurlijk -20- Intensiveren Haagse lobby (gericht lobbytraject; gesprekken met bestuurders, politici en ambtenaren Procesmatig -21- Uitbreiding voormelding WOZ-waarde (pilot ‘voorlopige aanslag’ in afstemming met Waarderingskamer) -22- Optimalisatie datakwaliteit via state of the art methodieken -23- Uitbreiden BsGW-website met beslisboom ter afweging of bezwaar indienen zin heeft Communicatie -24- Evaluatie communicatiecampagne (i.s.m. Zuyd Hogeschool) -25- Nadere analyse gedragsbeïnvloeding en imago BsGW (i.s.m. Zuyd Hogeschool) 7
BsGW
Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen
Kerkeveldlaan 2 6042 JX Roermond Postbus 1275 6040 KG Roermond T: 088 8420 444 E: info@bsgw.nl W: www.bsgw.nl KvK-nr.: 52426297
Aan het algemeen bestuur van het Waterschap Limburg en de raden van de in de GR BsGW deelnemende gemeenten
Uw kenmerk:
Afdeling:
Uw brief van:
Behandeld door:
Ons kenmerk:
BS21.0285
Telefoonnummer:
Bijlage(n):
2
E-mail:
Onderwerp:
Ontwerpbegroting 2022 en ontwerp- Datum: meerjarenraming 2022-2026
Bedrijfsvoering/P&C V. Heijmans-van Birgelen 06-22993395 v.heijmans@bsgw.nl 11 februari 2021
Geacht Bestuur, geachte Raad, Hierbij bieden wij u de ontwerpbegroting 2022 en de ontwerp-meerjarenraming 2022-2026 van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) aan. In haar vergadering van 11 februari 2021 heeft het dagelijks bestuur van BsGW de begroting 2022 + de meerjarenraming 2022-2026 in ontwerp vastgesteld. Overeenkomstig artikel 24 van de Gemeenschappelijke Regeling van BsGW ontvangen de raden van de deelnemende gemeenten en de algemene besturen van de deelnemende waterschappen deze ontwerpbegroting en -meerjarenraming en worden in de gelegenheid gesteld om hun eventuele zienswijze hierover naar voren te brengen. Wij verzoeken u hierbij uw zienswijze uiterlijk 31 mei aan het dagelijks bestuur kenbaar te maken. Na kennis te hebben genomen van uw zienswijze zal het dagelijks bestuur van BsGW de begroting en meerjarenraming aanbieden ter vaststelling aan het algemeen bestuur in haar vergadering van 24 juni 2021.
Nadat de begroting is vastgesteld zendt het algemeen bestuur de begroting en meerjarenraming aan de raden van de gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, Echt-Susteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Mook en Middelaar, Meerssen, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Voerendaal, Weert en het algemeen bestuur van het Waterschap Limburg. Het dagelijks bestuur zendt de definitief vastgestelde begroting 2022 en meerjarenraming 2022-2026 vóór 15 juli 2021 aan Gedeputeerde Staten.
BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen is een zelfstandig samenwerkingsverband voor heffing en inning van gemeentelijke belastingen en waterschapsbelastingen en voor uitvoering van de wet WOZ. BsGW verzorgt de uitvoering van deze taken voor 29 Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg.
Het Dagelijks Bestuur BsGW
Roermond, 11-02-2021
N.M.J.G. Lebens, directeur
M.H.E. Pelzer, voorzitter
-2-
Kadernota Begroting BsGW 2022 Meerjarenraming 2022-2026
Versie 0.5 November 2020
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave .........................................................................................................................3 1. Inleiding ...............................................................................................................................4 1.
Samenvatting ....................................................................................................................5
2.
Uitgangspunten en (nog in te nemen) standpunten Bestuur ....................................................8 2.1 Uitgangspunten ............................................................................................................8 2.2 Rekenuitgangspunten ...................................................................................................9 2.3 Formatieplan ............................................................................................................. 10
3.
Kostenverdeelmethode ..................................................................................................... 12
4.
Weerstandsvermogen en risico-analyse .............................................................................. 13
5.
Ontwikkelingen ................................................................................................................ 14 5.1 Zekere ontwikkelingen ................................................................................................ 14 Loonontwikkeling ............................................................................................................. 14 Indexering goederen en diensten ....................................................................................... 14 Proceskosten ................................................................................................................... 15 Stimuleringsregeling ........................................................................................................ 16 Waarderen op gebruiksoppervlakte: project ........................................................................ 16 Waarderen op gebruiksoppervlakte: beheerfase ................................................................... 16 Visie op dienstverlening .................................................................................................... 18 Informatievoorziening en ICT ............................................................................................ 18 Standaardisatie ...............................................................................................................
19 5.2 Mogelijke ontwikkelingen............................................................................................. 21 Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 ..................................................................................... 21 Voortgang implementatie Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister ... 22 Lagere opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente..................................................... 23 Verruiming gemeentelijk belastinggebied ............................................................................ 24 Omgevingswet................................................................................................................. 24 Samenwerking / nieuwe deelnemers in BsGW...................................................................... 24 Uniforme samenhangende objectenregistratie (SOR) ............................................................ 25 Unie van Waterschappen: onderzoek houdbaarheid belastingstelsel ....................................... 25 Waardering zonnepanelen voor de WOZ-waarde .................................................................. 26 Vergroening belastingen ................................................................................................... 26 Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB .....................................................
27 Archiefwet ...................................................................................................................... 27
6.
Investeringen .................................................................................................................. 29
7.
Financieel meerjarenperspectief ......................................................................................... 30 7.1 Ontwikkeling netto kosten BsGW en bijdragen deelnemers .............................................. 30 7.2 (Financiële) effecten kadernota 2022 ............................................................................ 32
Bijlage 1: producten-aantallen kostenverdeelmethode ................................................................. 33
pagina 3 van 33
1. Inleiding Deze kadernota is opgesteld ter voorbereiding op de begroting 2022 en de meerjarenbegroting 20222026 van BsGW. Hierin worden de uitgangspunten, standpunten van het bestuur, de financiële en nietfinanciële ontwikkelingen geschetst, welke mogelijk van invloed zijn op de bedrijfsvoering van BsGW voor de jaren 2022 en verder. Op basis van deze nota stelt het bestuur de kaders vast voor de bedrijfsvoering en daarmee voor de begrote netto kosten. Leeswijzer: Hoofdstuk 1 bevat de samenvatting van deze kadernota. In de erop volgende hoofdstukken 3 tot en met 9 wordt nader ingegaan op de details. Hoofdstuk 2 tot en met 4 bevatten de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de begroting 2022 en de meerjarenraming 2022–2026, inclusief de standpunten die zijn ingenomen door het bestuur. Daarnaast wordt hierin de kostenverdeelsystematiek toegelicht, naast het proces om te komen tot een afdoende weerstandsvermogen. In hoofdstuk 5 wordt vervolgens ingegaan op de zekere en mogelijke ontwikkelingen die effect kunnen hebben op de begroting. Hoofdstuk 6 bevat het meerjaren investeringsprogramma. Tot slot worden in hoofdstuk 7 de (voorlopige) financiële effecten waar mogelijk voor het jaar 2022 zichtbaar gemaakt.
pagina 4 van 33
1. Samenvatting Door wijzigingen in de wetgeving betreffende de tegemoetkoming in de proceskosten is het sinds 2014 rendabel geworden voor zogenaamde WOZ-bureaus om namens de burger bezwaar te maken tegen de WOZ-waarde,
waarbij
deze
bureaus
de
tegemoetkoming
van
de
proceskosten
krijgen.
De
ontwikkelingen met betrekking tot de hausse aan proceskosten, waarmee BsGW sinds 2014 wordt geconfronteerd, blijft nog steeds een belangrijk aandachtspunt. Het aantal ingediende bezwaren neemt nog steeds toe. Deze ontwikkeling is ook landelijk zichtbaar, zowel qua toename van het totaal aantal ingediende bezwaren als ook het feit dat steeds meer burgers en bedrijven gebruik maken van een WOZ-bureau of andere gemachtigden. Gezien deze ontwikkelingen en het feit dat de tarieven voor de proceskostenvergoeding elk jaar worden verhoogd, wordt deze post voor 2022 (en verdere jaren) opgehoogd naar € 3 miljoen. Ten tijde van het schrijven van deze kadernota zitten we nog middenin de pandemie van COVID-19. Afhankelijk van het te nemen beleid van de deelnemers in 2020 en 2021 zal dit al dan niet financieel effect hebben op de meerjarenbegroting 2022-2026. Ten aanzien van ICT maakt BsGW deel uit van een sterk veranderende omgeving, waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is en impact heeft op de bedrijfsvoering van BsGW. De interne processen en informatievoorziening van BsGW dienen op deze
ontwikkelingen
Gemeentelijke
afgestemd
te
Gemeenschappelijke
worden.
De
Infrastructuur
Generieke
Digitale
(GGI)
Common
en
Infrastructuur Ground
zijn
(GDI),
de
dergelijke
ontwikkelingen, die door BsGW nadrukkelijk zullen worden gevolgd en heeft waar mogelijk en zinvol een plaats in de ontwikkelde I-visie. Deze I-visie vormt de basis voor de vormgeving van de informatievoorziening naar de toekomst. Enkele belangrijke pijlers hiervan zijn het vervangen van zowel de ICT-infrastructuur (afloop huidige contract 31-05-2022) als het huidige belastingpakket (afloop huidige contract 31-12-2021) via een Europese aanbesteding. Standaardisatie is strategisch voor BsGW van groot belang. Hoewel er geen directe relatie is met het Ondernemings- en ontwikkelingsplan 2018-2020, kan standaardisatie wel een succesfactor zijn, maar is niet de enige en zeker geen kritieke succesfactor. Daarnaast wordt er ook ingezet op interne standaardisatie. Op dit moment zijn er veel varianten die als heffingsgrondslag voor de verschillende belastingsoorten gelden. Dit maakt het inrichten van de processen, inclusief automatisering hieromheen, ingewikkeld. Maatwerk, work-arounds en meer zijn hiervoor nodig. Zeker gezien de fase van ontwikkeling waarin de organisatie
zich
nu
objectenregistratie,
bevindt
zoals
landelijke
de
I-visie,
voorzieningen,
zaken
als
een
gegevensuitwisseling
maar
ook
en
meer
samenhangende vragen
om
standaardisatie. Bovendien gaat BsGW een aanbesteding van haar belastingpakket tegemoet. Hiervoor dient een gedegen pakket van eisen te worden opgesteld en is standaardisatie gewenst. Ten tijde van het opstellen van deze kadernota loopt de discussie op bestuurlijk niveau om te bezien welke mogelijkheden er zijn om te komen tot standaardisatie, uiteraard met behoud van de eigen beleidsvrijheid van de deelnemers.
pagina 5 van 33
Daarnaast kent BsGW het project Ondernemings- en ontwikkelplan BsGW 2018-2020. De taakstellende formatiereductie die BsGW zich heeft gesteld in het OOP zal vanaf 2028 tot uiting komen in lagere bijdragen voor de deelnemers. Dit project raakt de begroting 2022 en meerjarenraming 2022-2026 van BsGW niet en vormen daarmee geen onderdeel van deze kadernota. Vanaf 1 januari 2022 is er een verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Daarvoor gebruikte BsGW de bruto inhoud om woningen te waarderen. Namens en op verzoek van de deelnemers heeft BsGW de regie van dit transitieproject (2019-2021) op zich genomen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en het Gegevenshuis. Eind 2020 en in de loop van 2021 zal voor steeds meer gemeenten de transitie gereed zijn. Dan start de beheerfase: het bijhouden en actueel houden van de gegevens. Hiervoor zullen de deelnemers jaarlijks een WOZ-mutatiedetectie (laten) uitvoeren. Daarnaast willen deelnemers, gegevenshuizen en BsGW gaan werken met een zogenaamd regieportaal. Dit is een applicatie die in staat is om relevante gegevens voor zowel de BAG (gemeente) als de WOZ (BsGW) op een efficiënte manier uit te wisselen en te tonen, zowel administratief als geografisch. Namens de keten heeft BsGW de regie op zich genomen voor het aanschaffen van dit portaal.
In de begroting 2022 is hiervoor € 333 duizend per jaar opgenomen, vooralsnog tot en met 2024, aangezien de verwachte landelijke ingangsdatum van de samenhangende objectenregistratie SOR is gesteld op 1-1-2025. Vooralsnog is het niet bekend waar en hoe de SOR belegd zal worden in de keten. Deze ontwikkeling heeft mogelijk financiële gevolgen voor de meerjarenbegroting van BsGW. Afhankelijk van het besluit hierover heeft dit gevolgen voor de meerjarenbegroting van BsGW. BsGW heeft inmiddels voorbereidingen gestart, naast bovenstaande beheerfase, ter voorbereiding van deze voorgenomen wettelijke verplichting. Financieel effect kadernota 2022 Eén van de doelstellingen die voortvloeien uit de missie van BsGW is kostenreductie. Uitgangspunt voor de begroting van BsGW is dan ook altijd geweest: sober en doelmatig. BsGW heeft zich gecommitteerd aan een taakstellende kostenreductie van 12% in de eerste 6 jaar na de verzelfstandiging en heeft in de jaren 2012-2017 daarom de kostenindexering van gemiddeld 2% per jaar niet doorberekend aan de deelnemers. De totale gerealiseerde kostenreductie loopt hiermee op tot € 1,565 miljoen per jaar. Echter om een verantwoorde bedrijfsvoering te kunnen borgen, zijn de grenzen van bezuinigingen (vooralsnog) bereikt. In voorliggende kadernota 2022 zijn derhalve de loonindexering en indexering goederen en diensten opgenomen.
Uiteraard geldt dat BsGW een sobere en doelmatige begroting en meerjarenraming opstelt met als aanvullend uitgangspunt dat tussentijdse begrotingswijzigingen zoveel als mogelijk worden voorkomen. Gezien de toename van het aantal WOZ-bezwaren (ook landelijk) en met name het feit dat burgers en bedrijven in toenemende mate bezwaar maken via een WOZ-bureau, is rekening gehouden met hogere proceskosten voor 2022 (en latere jaren). Tot slot is BsGW gevraagd de regie te nemen namens de deelnemers voor de beheerfase waarderen op gebruikersoppervlakte. De vaste, structurele lasten hiervan, bestaande uit de aanschaf van een regieportaal voor en namens de gehele keten, worden niet separaat afgerekend met de deelnemers maar opgenomen in de begroting 2022 (en verdere jaren).
pagina 6 van 33
De basis voor de begroting 2022 is de jaarschijf 2022 uit de vastgestelde meerjarenbegroting 20212025, rekening houdend met de nieuwe wijze van kostenverdeling (AB 25 juni 2020). Per saldo stijgen de netto-kosten 2022, en daarmee ook de bijdragen van de deelnemers, met minimaal € 1,846 miljoen ten opzichte van de begroting 2021 als gevolg van de volgende posten: ·
Loonindexering € 403 duizend;
·
Indexering goederen en diensten € 150 duizend;
·
Proceskostenvergoeding € 960 duizend;
·
Regieportaal € 333 duizend.
Afhankelijk van de bestuurlijk vast te stellen kaders voor bedrijfsvoering, kunnen de netto kosten voor de begroting 2022 wijzigen. Het benodigde weerstandsvermogen is conform besluitvorming gebaseerd op een jaarlijks bij het opstellen van de begroting uitgevoerde risicoanalyse. Zo kan bepaald worden of het berekende weerstandsvermogen toereikend is. Voor de begroting 2022 zal BsGW begin 2021 opnieuw een risicoanalyse uitvoeren. De uitkomst hiervan is onderdeel van de begroting 2022.
pagina 7 van 33
2. Uitgangspunten en (nog in te nemen) standpunten Bestuur 2.1 Uitgangspunten 1. Een minimale, maar wel realistisch onderbouwde begroting waarmee BsGW invulling geeft aan de doelstelling om de bijdragen van de deelnemers zo laag mogelijk te houden. 2. Financiële consequenties van zekere ontwikkelingen en bestuursbesluiten worden in de begroting meegenomen. Zekere ontwikkelingen, waarvan de (financiële) effecten nog een mate van onzekerheid hebben, worden eveneens zo veel mogelijk gekwantificeerd. Mogelijke ontwikkelingen worden alleen voor zover dat is in te schatten in de begroting meegenomen. Voor zover deze mogelijke ontwikkelingen niet zijn in te schatten, worden deze pas in de (gewijzigde) begroting opgenomen zodra de desbetreffende ontwikkeling is geformaliseerd en de financiële consequenties kunnen worden vastgesteld. 3. De kaders voor de begroting van BsGW worden meer dan een jaar voor het eigenlijke begrotingsjaar opgesteld en aangeboden aan het bestuur. In deze periode kunnen zich afwijkingen voordoen van de in de kadernota en begroting opgenomen rekenuitgangspunten, dan wel onvoorziene ontwikkelingen die onafwendbaar dan wel onuitstelbaar zijn. Om eventuele, niet voorziene ontwikkelingen op te kunnen vangen, en zo tussentijdse begrotingswijzigingen zoveel als mogelijk te voorkomen, is de post onvoorzien opgevoerd in de begroting van BsGW. 4.
Als basis voor de begroting 2022 en meerjarenraming 2022-2026 van BsGW dient de jaarschijf 2022 uit de vastgestelde begroting 2021 en meerjarenbegroting 2021-2025. 5. De indexering voor loonontwikkeling en de indexering goederen en diensten is gebaseerd op de meest actuele, (meerjaren)gegevens van het Centraal Plan Bureau (CPB), respectievelijk de loonvoet sector overheid en de Consumenten Prijsindex (CPI). De in de kadernota opgenomen indexering benadert daarmee zo veel als mogelijk de realiteit. 6. Een jaarlijkse risicoanalyse maakt onderdeel uit van de begroting, waarbij wordt getoetst of het weerstandsvermogen toereikend is om de geïdentificeerde risico’s te kunnen afdekken. 7. Het ondernemingsplan BsGW 2018-2020 en de wijze van financiering hiervan, is vastgesteld door het algemeen bestuur van BsGW in de AB-vergadering van 14-12-2017. De uitvoering van dit ondernemingsplan en ontwikkelingsplan (OOP) is een separaat traject en behoort niet tot de reguliere bedrijfsvoering van BsGW. Het ondernemingsplan raakt de begroting 2022 en meerjarenraming 2022-2026 van BsGW daarom niet en vormt daarmee geen onderdeel van deze kadernota. De taakstellende formatiereductie die BsGW zich heeft gesteld in het OOP zal vanaf 2028 tot uiting komen in lagere bijdragen voor de deelnemers. 8.
BsGW is namens de gemeenten gevraagd om de regie van de beheerfase waarderen op gebruiksoppervlakte te voeren. De kosten voor de aanschaf van het regieportaal zijn in de begroting opgenomen en zullen op de gebruikelijke wijze via de kostenverdeelmethode worden doorbelast naar de deelnemers op basis van het aandeel in het totale aantal WOZ-objecten.
pagina 8 van 33
9. De gewijzigde kostenverdeelmethodiek wordt gehanteerd zoals die is vastgesteld in het AB van 25 juni 2020, waarbij de WOZ-proceskosten voor 100% aan het product Waarderen worden toebedeeld en de beheerkosten GDI worden verdeeld conform de verdeelsleutel 40% gemeenten en 60% Waterschap.
2.2 Rekenuitgangspunten In de begroting 2022 en de meerjarenraming 2022-2026 wordt gerekend met de volgende rekenuitgangspunten:
Rekenuitgangspunten
2022
2023
2024
2025
2026
A
indexering salariskosten
2,2%
2,2%
2,2%
2,2%
2,2%
B
indexering goederen en diensten
2,0%
2,0%
2,0%
2,0%
2,0%
C
indexering opbrengsten
0%
0%
0%
0%
0%
D
rente kredieten / leningen lang
0,5%
0,5%
0,5%
0,5%
0,5%
E
reserves en voorzieningen
F
afschrijvingstermijn
G
jaarlijkse actualisering
automatisering
5 jaar
5 jaar
5 jaar
5 jaar
5 jaar
inventaris
10 jaar
10 jaar
10 jaar
10 jaar
10 jaar
immateriele activa
< 5 jaar
< 5 jaar
< 5 jaar
< 5 jaar
< 5 jaar
1,4%
1,4%
1,4%
1,4%
1,4%
onvoorzien
a) Indexering salariskosten Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector van de afgelopen 5 jaar (2016-2020) als ook van de afgelopen 3 jaar bedraagt 2,8% (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 september 2020). Vanaf 2021 voorspelt het CPB een trendbreuk van gemiddeld 1,9%. Derhalve is gekozen om de index te houden op 2,2% conform begroting 2021, hetgeen overeenkomt met het 10-jaarsgemiddelde 2016-2026. b) Indexering goederen en diensten In de begroting 2022-2026 wordt, net als in de begroting 2021, gerekend met een indexering van 2%, gebaseerd op de ontwikkeling van de Consumenten Prijsindex van het CPB van de afgelopen jaren (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 d.d. september 2020). Hierbij is tevens rekening gehouden met de hogere indexering die ICT-leveranciers hanteren. c)
Indexering opbrengsten De opbrengsten van BsGW worden niet geïndexeerd. De bankrente, opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente worden realistisch geraamd.
d) Rente kredieten/leningen lang
pagina 9 van 33
Investeringen worden, indien nodig, afgedekt via financiering gelijk aan de afschrijvingstermijn, meestal 5 jaar. Voor de jaren 2022-2026 wordt een interne rekenrente van 0,5% gehanteerd. e) Reserves en voorzieningen Jaarlijks wordt op basis van de risicoanalyse het benodigde weerstandsvermogen berekend. Op basis hiervan wordt het al gevormde vermogen aangevuld of afgeroomd. Voor voorzieningen geldt een jaarlijkse actualisering van doel en benodigde omvang. f)
Afschrijvingstermijn Voor
activa
die
gedurende
het
lopende
jaar
in
gebruik
worden
genomen,
start
de
afschrijvingsperiode 1 januari van het jaar erop. g) Onvoorzien Het budget onvoorzien wordt gesteld op 1,4% van het bruto-begrotingstotaal.
2.3 Formatieplan Onderstaande tabel toont het formatieplan van BsGW 2011 – 2026: Formatie in historisch perspectief
2011
2012
Startformatie BsGW
77,0
77,0
Integratie WOZ-waardebepaling Venlo Toetreders 2012 Formatie BsGW
2013
85,6
2017 2018-2020 2021-2024
2,5 16,0 77,0
85,6
123,3
123,3
77,0
85,6
123,3
146,3
146,3
77,0
85,6
123,3
146,3
160,1
160,1
160,1
77,0
85,6
123,3
146,3
160,1
160,1
160,3
160,3
160,3
77,0
85,6
123,3
146,3
160,1
160,1
160,3
160,3
160,8
Toetreders 2014, 1 biljet
2025
2026
140,8
140,8
140,8
13,8
Parkeerbelasting
0,2
Uitbreiding dienstverlening Formatie BsGW
2026
23,0
Toetreders 2015
Formatie BsGW
2025
19,1
Inbesteding taken
Formatie BsGW
2016
85,6
Parkeerbelasting
Formatie BsGW
2015
3,5 77,0
Toetreders 2013
Formatie BsGW
2014
5,1
0,5 160,8
Ondernemings- en ontwikkelingsplan (OOP)
-20,0
Totaal
140,8
In deze kadernota wordt geen rekening gehouden met eventuele toekomstige nieuwe toetreders dan wel nieuwe belastingen of (belasting gerelateerde) producten. Het formatieplan blijft op het niveau van 2020 met 160,8 fte. Verder committeert BsGW zich conform het Ondernemingsplan aan een taakstellende kostenreductie van € 1,3 miljoen, vooralsnog weergegeven in bovenstaande tabel als een formatiereductie van 20 fte. Deze taakstelling wordt uiterlijk 7 jaar na start van de beschreven doorontwikkeling gerealiseerd (AB 14-12-2017). Het formatieplan zal hiermee uiterlijk 31-12-2024 uitkomen op 140,8 fte. De formatieve gevolgen, minder menskracht en maatwerk, zijn onderdeel van het eindresultaat dat middels het Ondernemingsplan is gesteld. Toekomstige kostenbesparingen Ondernemings- en ontwikkelplan 2018-2020 BsGW heeft, naast de reguliere bedrijfsvoering, een separaat traject uitgevoerd, zijnde het ondernemings- en ontwikkelingsplan BsGW 2018-2020 (AB 14-12-2017). Na een fase van groei is het aantal deelnemers in het samenwerkingsverband BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen gestabiliseerd. Na de verzelfstandiging in 2011 groeide BsGW in slechts vier jaar tijd uit naar het huidige samenwerkingsverband waarin 29 van de 31 Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg deelnemen. De consolidatie van het aantal deelnemers heeft om een herijking van de organisatie gevraagd.
pagina 10 van 33
Herijking binnen BsGW heeft fundamenteel ingegrepen in de huidige structuur en werkwijze. Tegelijkertijd was actie vereist om de verbetering en continuïteit van de werkprocessen te borgen. Voor dit ontwikkeltraject is in een investerings- en ontwikkelbudget vrijgegeven van € 4 miljoen. De dekking
voor deze
investering
wordt
gevonden in
de
op
termijn
te realiseren
structurele
formatiereductie en daarmee lagere netto-kosten. Dit leidt uiteindelijk tot een verlaging van de bijdrage voor de deelnemers van € 1,3 miljoen op jaarbasis. Eind 2024 zal de formatiereductie 100% geeffectueerd zijn. In de jaren 2025-2027 wordt deze formatiereductie ingezet als dekking voor de projectkosten OOP. Vanaf 2028 zal deze structurele personele kostenreductie leiden tot lagere bijdragen van de deelnemers. Investerings/ontwikkelbudget niet geindexeerd (* € 1.000,-)
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Na 7 jaar 100% geeffectueerd
2.000
1.000
1.000
0
0
0
0
-1.300
-1.300
-1.300
-1.300
-1.300
C umulatief voordeel
2.000
3.000
4.000
4.000
4.000
4.000
4.000
2.700
1.400
100
-1.200
-2.500
Uitgegaan wordt van het meest voorzichtige scenario (AB 14-12-2017). Een
deel
van
de
efficiencyverbetering
ontwikkelingen
op
het
heeft
jaar
2020
voor
het
gebied
van
vertraging
automatisering, opgelopen
als
digitalisering gevolg
van
en
extra
werkzaamheden en het aanpassen van werkwijzen in verband met het coronavirus. Het in stand houden van een adequate bedrijfsvoering binnen BsGW speelt hierbij ook een belangrijke rol.
pagina 11 van 33
3. Kostenverdeelmethode De processen voor waterschappen en gemeenten overlappen elkaar in grote mate en de benodigde basisgegevens worden gelijktijdig voor alle deelnemers opgebouwd. Omdat BsGW de processen voor alle belastingsoorten integraal uitvoert, zijn de daarmee samenhangende kosten zodanig met elkaar verweven dat kosten niet per belastingsoort gedifferentieerd kunnen worden. De uitvoeringskosten van de productieprocessen worden om die reden toegerekend aan eenduidige, herkenbare hoofdprocessen, in overeenstemming met de organisatieopzet van BsGW. BsGW heeft haar processen uitgedrukt in 4 primaire producten van dienstverlening: Heffen, Waarderen, Innen, Klantzaken. De verdeling van deze kosten over de deelnemers gebeurt hierna met behulp van eenheidstarieven per product van dienstverlening. De kosten van de activiteiten en processen op BsGW-niveau die dienen ter ondersteuning van de organisatie als geheel (zoals ICT, de ondersteuning van het personeel en de ontwikkeling van BsGW) worden eveneens als apart product inzichtelijk gemaakt. Deze kosten zijn, zonder arbitraire verdeelsleutels, niet te splitsen naar de primaire processen en worden daarom verdeeld naar rato van het aandeel dat de deelnemers hebben in de kosten van de (sub)producten.
Wanneer belastingsoorten die afwijken van de standaardbelastingsoorten van BsGW (de zogenaamde exoten) worden ingebracht in de samenwerking, wordt via een (financiële) analyse bepaald of de gangbare methode van kostenverdeling van toepassing kan zijn, of dat de kosten apart doorberekend kunnen worden. Sinds 2014 kent BsGW 1 sub-product (exoot): Parkeerbelasting. Daarnaast kent BsGW vanaf 2020 het sub-product GDI, waarbij de kosten volgens de verdeelsleutel 40% gemeenten en 60% Waterschap worden omgeslagen (AB, 25 juni 2020). Fixeren productieaantallen ten behoeve van vaststellen verdeelsleutels De verdeelsleutels voor de kosten van de primaire processen zijn gebaseerd op de productieomvang van de deelnemers: aanslagbiljetten, aanslagregels, gemeentelijke WOZ-objecten en klantcontacten. De niet-reguliere belastingsoort Parkeerheffing wordt apart met de deelnemers afgerekend. Als verdeelsleutel geldt hierbij het aantal aanslagregels. De kosten uit hoofde van GDI worden op basis van het aandeel in de kosten Ondersteuning & Ontwikkeling verdeeld, waarbij de totale verdeling zich verhoudt tot 40% gemeenten en 60% Waterschap Limburg (AB 25 juni 2020). De bijdrage per deelnemer dient een bestendige lijn te laten zien.
Een jaarlijks schommelende bijdrage is voor de deelnemers niet gewenst en zou ook een verkeerde verwachting scheppen bij de toetredingsvoorstellen over de te betalen bijdrage en per saldo te behalen voordeel in de toekomst. Afgesproken is de aantallen die als verdeelsleutels gehanteerd worden bij de bijdragebepaling, als ook de opzet van de kostenverdeelmethode te fixeren. Alleen een wezenlijke, substantiële wijziging van belastingsoorten, kan invloed hebben op de opzet van de kostenverdeelmethode. In de tabel in de bijlage 1 worden de productenaantallen per deelnemer weergegeven, zoals deze als verdeelsleutel zijn opgenomen in de kostenverdeelmethode, conform de onafhankelijk uitgevoerde nulmeting voorafgaand aan de toetreding.
pagina 12 van 33
4. Weerstandsvermogen en risico-analyse Bestuurlijk is de voorkeur uitgesproken het weerstandsvermogen van BsGW zo bescheiden mogelijk, doch wel realistisch, te laten zijn. Operationele risico’s moeten door BsGW zelf kunnen worden opgevangen, zonder te hoeven terugvallen op de deelnemers. Het benodigde weerstandsvermogen is conform besluitvorming bij de verzelfstandiging van BsGW, gebaseerd op een risicoanalyse volgens de beproefde systematiek van de gemeente Venlo. De founding fathers Waterschap Limburg en de gemeente Venlo hebben het weerstandsvermogen in 2011 opgebouwd door een bodemstorting van € 385.000, -. Een en ander is vastgelegd in het bestuursdocument bij oprichting en als zodanig vastgesteld door de founding fathers1. De
risicoanalyse
wordt
jaarlijks
uitgevoerd
zodat
bepaald
kan
worden
of
het
berekende
weerstandsvermogen toereikend is. Voor de begroting 2022 voert BsGW eind 2020/begin 2021 opnieuw een risicoanalyse uit. De uitkomst hiervan is onderdeel van de begroting 2022. De ratio weerstandsvermogen is de verhouding tussen de niet afgedekte risico’s en het aanwezige weerstandsvermogen en wordt berekend door het beschikbare weerstandsvermogen te delen door het benodigde weerstandsvermogen op basis van het risicoprofiel. Deze ratio is een stuurmiddel. Een ratio lager dan 1,0 duidt op een kwetsbare financiële positie, omdat de capaciteit niet voldoende is om de geïdentificeerde risico’s af te dekken.
1
zie paragraaf 7.4.1 Opbouw weerstandsreserve BsGW uit bestuursdocument ‘Oprichting Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen’ van ConQuaestor, versie 1.0 d.d. 25-01-2011
pagina 13 van 33
5. Ontwikkelingen Er doen zich de komende jaren ontwikkelingen voor die invloed hebben op de bedrijfsvoering van BsGW. Voor het opstellen van de begroting is het van belang om onderscheid te maken in de volgende twee categorieën toekomstige ontwikkelingen: o
Zekere ontwikkelingen Deze ontwikkelingen zijn zeker en/of geformaliseerd via een bestuursbesluit. De financiële consequenties worden verwerkt in de begroting 2022 en de meerjarenraming 20222026. In tegenstelling tot vorige jaren worden ook de financiële effecten die nog een mate van onzekerheid hebben, zoveel mogelijk gekwantificeerd en opgenomen in de (meerjaren)begroting. Dit
om
tussentijdse
begrotingswijzigingen
te
voorkomen
(Proces
tussentijdse
begrotingswijzigingen; DB BsGW 28-02-2019, agendapunt 5b). o
Mogelijke ontwikkelingen Op
het
moment
van
opstellen
van
deze
kadernota zijn
deze
ontwikkelingen
nog
niet
geformaliseerd door een bestuursbesluit of de uitkomsten nog onzeker. Deze ontwikkelingen zullen alleen daar waar dit op redelijkheid kan worden ingeschat, worden meegenomen in de begroting 2022 en de meerjarenraming 2022-2026. Daar waar deze niet op redelijkheid zijn in te schatten zullen deze pas, wanneer deze zijn geformaliseerd en de (financiële) consequenties zijn vastgesteld, worden opgenomen in de begroting (middels een begrotingswijziging).
5.1 Zekere ontwikkelingen De financiële consequenties, ook waarvan die nog een mate van onzekerheid hebben, van de volgende ontwikkelingen worden verwerkt in de begroting 2022: Loonontwikkeling Indexering salariskosten Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector van de afgelopen 5 jaar (2016-2020) als ook van de afgelopen 3 jaar bedraagt 2,8% (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 september 2020). Vanaf 2021 voorspelt het CPB een trendbreuk van gemiddeld 1,9%. Derhalve is gekozen om de index te houden op 2,2% conform begroting 2021, hetgeen overeenkomt met het 10-jaarsgemiddelde 2016-2026. Indexering goederen en diensten In de begroting 2022-2026 wordt, net als in de begroting 2021, gerekend met een indexering van 2%, gebaseerd op de ontwikkeling van de Consumenten Prijsindex van het CPB van de afgelopen jaren (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 d.d. september 2020). Hierbij is tevens rekening gehouden met de hogere indexering van ICT-leveranciers.
pagina 14 van 33
Proceskosten Door ontwikkelingen in de wetgeving betreffende de tegemoetkoming in de proceskosten – door het afschaffen van een zogenaamde Fierensdrempel die stelde dat bij minimale waardeverschillen de waarde gehandhaafd diende te blijven – is het sinds 2014 rendabel geworden voor zogenaamde WOZbureaus om namens burgers bezwaar te maken tegen de WOZ-waarde, waarbij deze bureaus de tegemoetkoming proceskosten kunnen opstrijken. Dit heeft landelijk geresulteerd in een forse stijging van de proceskosten, waarbij er een discrepantie is tussen hoogte van de kostenvergoeding en restitutie van belastingbedragen. Bovendien leggen genoemde bedrijven een onevenredig beslag op tijd van de samenwerkingen, zo ook voor BsGW. Vanaf 2014 ziet ook BsGW zich geconfronteerd met een toename van de WOZ-proceskostenvergoeding. Zie onderstaande tabel:
Ontwikkeling proceskosten BsGW (begroting) Bedragen * € 1.000,2020 2.000
Proceskosten BsGW
2021 2.040
2022 2.081
2020 2021 2.700-3.000
2022
Ontwikkeling proceskosten BsGW (realisatie/prognose) Bedragen * € 1.000,Proceskosten BsGW
2014 595
2015 621
2016 1.167
2017 1.332
2018 1.700
2019 1.500
Hoewel in 2019 een lichte daling te zien was in zowel de ingediende bezwaren als de uitbetaalde proceskostenvergoeding, zien we juist in 2020 een forse stijging. Het aantal ingediende bezwaren steeg met bijna 50% en de bezwaren via een gemachtigde stegen met ruim 75%, terwijl de stijging bij bedrijven en particulieren is toegenomen met ruim 20% ten opzichte van 2019. De forse stijging in 2020 kan mogelijk verband houden met COVID-19: door de intelligente lockdown hebben meer belastingplichtigen de tijd gehad en genomen om een WOZ-bezwaar in te dienen, al dan niet via een gemachtigdenbureau. Maar ook buiten deze (mogelijk incidentele) piek in 2020, neemt het aantal ingediende bezwaren elk jaar toe. Deze ontwikkeling is ook landelijk zichtbaar, zowel qua toename van het totaal aantal ingediende bezwaren als ook het feit dat steeds meer burgers en bedrijven gebruik maken van een WOZ-bureau of andere gemachtigden. De proceskostenvergoeding in de jaarschijf 2022 uit de vastgestelde begroting 2021 en meerjarenbegroting 2021-2025 is ingeschat op € 2,08 miljoen. Gezien bovenstaande ontwikkelingen en het feit dat de tarieven voor de proceskostenvergoeding elk jaar worden verhoogd, wordt in de begroting 2022 rekening gehouden met € 3 miljoen aan proceskostenvergoeding.
Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft op basis van voornoemde ontwikkelingen een onderzoek ingesteld naar de ontwikkeling van het aantal bezwaren en de in verband hiermee toegekende kostenvergoedingen met als doel scherp te krijgen in hoeverre de no cure, no pay bureaus juridische procedures bij WOZ-beschikkingen en BPM-aangiftes hoofdzakelijk inzetten als verdienmodel voor de verkrijging van proceskostenvergoedingen. Het onderzoek wordt uitgevoerd door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum en is in 2019 van start gegaan. Daarnaast ligt er ten tijde van dit schrijven een ontwerpbesluit ten aanzien van een wijziging in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
pagina 15 van 33
Dit ontwerpbesluit verhoogt de proceskostenvergoeding die de burger krijgt als hij met succes een overheidsbesluit aanvecht bij de bestuursrechter. Deze verhoging geldt echter niet bij bezwaren en administratieve beroepen (kwijtschelding). Het gaat om een verhoging van de standaardbedragen met 40%. Ook krijgt de bestuursrechter een explicietere bevoegdheid om een hogere vergoeding toe te kennen dan het standaardbedrag als hij vindt dat de overheid in een concrete zaak evident onredelijk is geweest voor de burger. De wijzigingen leiden (verhoging van de forfaitaire vergoeding) of kúnnen leiden (expliciete bevoegdheid van de bestuursrechter tot toekenning van een boven forfaitaire vergoeding
bij
kennelijk
onredelijk
handelen
van
het
bestuursorgaan)
tot
hogere
proceskostenvergoedingen. Vooralsnog worden geen extra kosten voorzien en wordt derhalve hiermee geen rekening gehouden in de begroting. Op basis van wijzigingen in wet- en regelgeving en recente jurisprudentie vindt steeds een kritische beschouwing plaats van het huidige beleidskader en interne werkinstructies, en worden indien noodzakelijk of wenselijk processen aangepast. Elk kwartaal wordt de actuele stand van zaken weergegeven via een mededeling aan het bestuur, bij de bestuursrapportage. Stimuleringsregeling Vanaf 1-1-2017 is het voor medewerkers vanaf 10 jaar voor hun AOW-leeftijd mogelijk om minder te gaan werken met het oog op strategisch formatiebeheer nu en in de toekomst. De maatregel behelst compensatie salaris en pensioenopbouw tot het moment dat de deelnemende medewerker de AOWgerechtigde leeftijd bereikt en uitstroomt. Medewerkers kunnen gebruik maken van de regeling vanaf 2017 tot en met 2020, waarbij vanuit deze regeling de financiële effecten merkbaar zijn tot de definitieve (pensioen) uitstroom uiterlijk 2029. De stimuleringsregeling wordt budgetneutraal uitgevoerd; deze kosten worden binnen de begroting van BsGW opgevangen. In het AB van 8 oktober 2020 is besloten deze regeling niet meer te verlengen. De belangrijkste redenen zijn een versnippering van fte’s, toename van het aantal parttimers naast het feit dat het een kostbare regeling is.
Waarderen op gebruiksoppervlakte: project Vanaf 1 januari 2020 is er een verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Voor de transitie van inhoud naar gebruiksoppervlakte hebben de gemeentelijke deelnemers BsGW verzocht de regie van dit project op zich te nemen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en het Gegevenshuis. Dit traject is eind 2021 afgerond. Voor de erop volgende beheerfase, zie hierna. Waarderen op gebruiksoppervlakte: beheerfase Vanaf 1 januari 2022 is er een verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Daarvoor gebruikte BsGW de bruto inhoud om woningen te waarderen. De gebruiksoppervlakte is een authentiek gegeven en wordt door de inliggende gemeenten (of gegevenshuizen) beheerd in de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). Namens en op verzoek van de deelnemers heeft BsGW de regie van dit transitieproject (2019-2021) op zich genomen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en het Gegevenshuis.