Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
24785.001 versie 1
18 / 20
4
CONCLUSIE EN ADVIES
Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Op basis van de landschappelijke ligging en archeologische waarden uit de directe omgeving van het plangebied is er een middelhoge verwachting opgesteld voor de perioden (Laat)Paleolithicum, Mesolithicum en de Nieuwe tijd. Voor de perioden Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen geldt een hoge verwachting. Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van het inventariserend veldonderzoek kan worden gesteld dat een groot deel van het plangebied is verstoord; twee boringen zijn gestuit op een puinlaag en twee boringen toonden een verstoorde bodem aan tot 150/170 cm -mv. Bij twee boringen is een relatief intacte bodemopbouw aangetroffen, waarbij de C-horizont, bestaande uit Maasafzettingen, zijn aangetroffen tussen de 60 en 110 cm -mv. Er zijn tijdens het booronderzoek geen archeologische indicatoren aangetroffen. Het aantreffen van de bodemverstoringen is niet verassend te noemen.
Op basis van het historisch kaartmateriaal, in combinatie met de bouwhistorische gegevens (zie paragraaf 2.7), kan namelijk worden opgemaakt dat het plangebied grotendeels bebouwd is geweest en (deels) was onderkelderd. Lokaal kan nog een intacte bodem voorkomen (zoals boringen 1 en 3 hebben uitgewezen). Op basis van de verstoorde boringen, de historische bebouwing en de sloop daarvan, mag echter worden geconcludeerd dat het plangebied in grote mate is verstoord, en dat de delen met een intacte bodem zeer versnipperd zullen zijn. Daarnaast zal de toekomstige bebouwing (zie bijlage 7) plaatsvinden op de delen waar reeds bebouwing heeft gestaan, juist deze locaties zullen in grote mate worden verstoord, op de locaties waar groenvoorzieningen worden geplaatst zullen de bodemingrepen beperkt zijn. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek grotendeels tegengesproken Door de aanwezigheid van de bodemverstoringen kan de verwachting op het aantreffen van archeologische resten worden bijgesteld naar laag voor alle tijdsperioden.
Op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden en de verstoorde bodemopbouw, adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden en het plangebied vrij te geven. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Beesel), die vervolgens het advies overneemt of niet. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Beesel wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan.
24785.001 versie 1
19 / 20
Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het is verder raadzaam om ook de gemeente Beesel op de hoogte te stellen.
24785.001 versie 1
20 / 20
LITERATUUR Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Berendsen, H.J.A., 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Berg, M.W. van den, 1996: Fluvial sequences of the Maas; a 10 Ma record of neotectonics and climate change at various time-scales. Thesis, Landbouw Universiteit Wageningen. Beurskens, P., 2018: Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Rijksweg 42 te Reuver. Econsultancy rapportnummer 5824.001, Swalmen. Boer, A. de, A. Botman, A. Brakman, R. Magendans, 2010: De archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de gemeente Beesel, Amersfoort. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNO-rapport, NITG 05-043-A). Breda, W. van., R. van Lil, & J. Holl, 2008: Reuver, Den Roover (gemeente Beesel). Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. ADC Rapport 1546, Amersfoort. Bringmans, P.M.M.A., 2019: Proefsleuvenonderzoek Karel Doormanlaan te Reuver in de gemeente Beesel. Econsultancy rapportnummer 10450.001, Swalmen. Exaltus, R., J. Orbons, & R. Paulussen, 2021: Rijksweg 45-49, Reuver, gemeente Beesel. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O, verkennende fase).
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 21079, Eijsden. Gemeente Beesel, 2010: Beleidsnota: Archeologiebeleid gemeente Beesel 2010. Reuver Hagens, D., & J. de Kramer, 2019: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen. Karel Doormanlaan te Reuver (gemeente Beesel). Aeres Milieu projectnummer AM19034, Roermond. Holl, J., & J. Huizer, 2008: Het Raadhuisplein in Reuver (gemeente Beesel). Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. ADC Rapport 1318, Amersfoort. Isarin, R., R. Ellenkamp, E. Heunks, J. de Kramer, R. Paulussen, L. Tebbens en F. Zuidhoff. 2010: Geomofogenetische Kaart Maasdal (GKM) tussen Mook en Eijsden, Amersfoort.
24785.001 versie 1
1/4
Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Louwe Kooijmans,. L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens & A. van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Moerman, S., 2006: Inventariserend velonderzoek, verkennende fase. Kesselseweg in Reuver, gemeente Beesel. Becker & Van de Graaf projectnummer 02250606/18063, Katwijk. Modderkolk, M.W.J., 2021: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen Parklaan 8c te Reuver (gemeente Beesel). Anteagroup projectnummer 466204, Oosterhout. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff & T.E. Wong, 2003 (red.): De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten. Paulussen, R., 2023: Rijksweg 43 te Reuver, gemeente Beesel. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) middels verkennend booronderzoek. ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 20072, Eijsden. Stiekema, M., 2017: Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Parallelweg 5 en 6 te Reuver gemeente Beesel. Econsultancy rapportnummer 16011033, Swalmen. Stiekema, M., 2017: Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Rustoord te Reuver gemeente Beesel. Econsultancy rapportnummer 4666.001, Swalmen. Vroomans, M.A.K., & D.
Hagens, 2019: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen Rustoord te Reuver. Aeres Milieu projectnummer AM18619, Roermond. Wageningen Environmental Research, 2017: Geomorfologische Kaart van Nederland (2017), schaal 1:50.000. Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.
24785.001 versie 1
2/4
BRONNEN Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, juli 2024. https://archis.cultureelerfgoed.nl Basisregistratie Ondergrond Catalogus Model grondwaterspiegeldiepte, 2022. Beschikbaar op: https://docs.geostandaarden.nl/bro/wdm/#karakteristieken-van-de-grondwaterspiegeldiepte. Beeldbank Vrije Universiteit; internetsite, juli 2024. http://imagebase.ubvu.vu.nl/cdm/compoundobject/collection/krt/id/5629/rec/1 Bodemloket, internetsite, juli 2024. http://www.bodemloket.nl BRO - Grondwaterspiegeldiepte Model voor Nederland (50x50 meter grid), 2021: . NGR/Wageningen Environmental Research. Beschikbaar op: https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/757a7c50-540d-4105-913573f09f700743. Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Limburg; internetsite, juli 2024. https://www.limburg.nl/Beleid/Cultuur/Erfgoed/Monumenten/Cultuurhistorische_Waardenkaart Data Archiving and Networked Services DANS-Easy; internetsite, juli 2024. https://easy.dans.knaw.nl/ui/home Dinoloket; internetsite, juli 2024. http://www.dinoloket.nl/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, juli 2024. http://www.ikme.nl/ Kadaster, Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG); internetsite, juli 2024. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/1c0dcc64-91aa-4d44a9e3-54355556f5e7.
Kadaster, Basisregistratie Kadaster (BRK); internetsite, juli 2024. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/ff9315c8-f25a-4d019245-5cf058314ebf. Kadaster, Basisregistratie Topografie (BRT) (2021) ‘TOP25raster’; internetsite, juli 2024. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/api/records/44061dee-c6cf-4a94-8513-7370867ad32e. Kadaster, Landelijke Voorziening Beeldmateriaal (2021); internetsite, juli 2024.
24785.001 versie 1
3/4
https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/c82a783a-9a58-4761a809-b4c5d90dcd35. Kadaster Topotijdreis; internetsite, juli 2024. http://www.topotijdreis.nl/ NGR/Wageningen Environmental Research (2018), ‘BRO - Bodemkaart van Nederland 1:50.000’ internetsite, juli 2024. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search;jsessionid=11F26FB095C4D0E1D6AC7C8A 4B52D94D#/metadata/ed960299-a147-4c1a-bc57-41ff83a2264f. NGR/Wageningen Environmental Research (2019) BRO - Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50:000, internetsite, juli 2024. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/459231d0-7379-4f26-a4447616e1d888f0. Openbasiskaart.nl, internetsite, juli 2024. https://www.openbasiskaart.nl/ Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, juli 2024. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ Provinciaal Omgevingsplan Limburg; internetsite, juli 2024. https://www.limburg.nl/onderwerpen/cultuur/erfgoed/archeologie/arch-onderzoek/ Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, juli 2024. https://pdokviewer.pdok.nl PDOK/Rijkswaterstaat (2023) ‘Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) WCS’; internetsite, juli 2024. https://service.pdok.nl/rws/ahn/wcs/v1_0?SERVICE=WCS&request=GetCapabilities Ruimingskaart; internetsite, juli 2024. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, juli 2024.
https://www.sikb.nl Topotijdreis: 200 jaar topografische kaarten; internetsite, juli 2024. https://www.topotijdreis.nl VEO Bommenkaart; internetsite, juli 2024. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/
24785.001 versie 1
4/4
KAARTEN
Kaart 1.
Het plangebied op de topografische kaart (1:25.000)
Kaart 2.
Het plangebied op de kadastrale kaart
Kaart 3.
Het plangebied op een luchtfoto uit 2022
Kaart 4.
Het plangebied op de gemeentelijke beleidskaart
Kaart 5.
Het plangebied op de Geomorfologische kaart 1: 50.000 van Nederland
Kaart 6.
Het plangebied op paleogeografische kaarten
Kaart 7.
Het plangebied op het actueel hoogtebestand (AHN4)
Kaart 8.
Het plangebied op de bodemkaart
Kaart 9.
Archeologische waarden en onderzoeken rondom het plangebied
Kaart 10.
Het plangebied op de Tranchot und v. Müffling kaart uit 1801-1828
Kaart 11.
Het plangebied op Militair topografische kaart uit 1850-1864
Kaart 12.
Het plangebied op het Bonneblad uit 1899
Kaart 13.
Het plangebied op de topografische kaart uit 1955
Kaart 14.
Het plangebied op de topografische kaart uit 1962
Kaart 15.
Het plangebied op de topografische kaart uit 2016
Kaart 16.
Boorpuntenkaart
ontwepplan
BIJLAGEN
Bijlage 1.
Ouderdom in jaren
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente
Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr. 1950
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
Atlanticum warm vochtig
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Bijlage 2.
AMK-terreinen
AMK-terrein 16742 van hoge archeologische waarde Binnen het zuidoostelijke deel van het plangebied Reuver te Reuver, gemeente Beesel X:203.257 / Y:366.410 Terrein met bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Het gaat om de oude dorpskern van Reuver. Op de AMK zijn historische dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19e-eeuwse en vroeg 20e-eeuwse kaarten. Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 na Chr.) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege en Volle Middeleeuwen (tot circa 1300 na Chr.) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet perse hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning. Complex Begin datering Eind datering 1 Nederzetting (onbepaald)
Late Middeleeuwen
Nieuwe Tijd
AMK-terrein 11258 van zeer hoge archeologische waarde 410 meter ten noorden van het plangebied De Weerd; Bentheimer Schans te Reuver, gemeente Beesel X:203.097 / Y:367.072 Terrein met resten van een schans uit de Nieuwe tijd. In bebost terrein liggen de goed geconserveerde overblijfselen van wat in de volksmond bekend staat onder de naam Bentheimer Schans: een vierkant omwald terrein, afmetingen circa 40 x 40 meter, met ronde verdedigingwerken op de hoeken. De vermoedelijke doorgang ligt aan de zuidzijde. Als Bentheimer Schans wordt ze ook vermeld op de Tranchotkaart (wordt daar afgebeeld zonder versterkingen op de hoeken, maar met een 'binnenbouw'). Het betreft de militaire schans St. Brigitte uit het jaar 1579 (Luys 1986). De vindplaats is weinig verstoord; de schans ligt momenteel goed beschermd in het bos. Bij een veldcontrole door W. Willems (ROB) op 28.12.1975 bleken op een drietal plaatsen kuilen te zijn gegraven. Complex Begin datering Eind datering 1 Schans
Nieuwe Tijd Vroeg
Nieuwe Tijd Vroeg
Bijlage 3.
Onderzoeksmeldingen
Booronderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 4557785100 Econsultancy BV 04-08-2017 In het zuidelijke deel van het plangebied Reuver, gemeente Beesel X:203.087 / Y:366.444 Uit de landschappelijke ligging op een hoger gelegen terrasvlakte dichtbij de Maas, blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum gunstig is geweest voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. Het plangebied heeft een middelhoge verwachting voor archeologische resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum en een hoge verwachting voor resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Bij het booronderzoek zijn Maasterrasafzettingen bestaande uit matig fijne, matig siltige zanden aangetroffen. Het bodemprofiel is bij alle boringen verstoord tot een diepte variërend van 85 cm -mv tot minimaal 100 cm -mv. Het verstoorde pakket hangt vermoedelijk samen met de bouw- en sloopwerkzaamheden van de voormalige bebouwing in het plangebied uit de 20e eeuw. Op basis van de aangetroffen diepe bodemverstoringen wordt de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied bijgesteld naar laag voor alle perioden. Er is geadviseerd om het gebied vrij te geven.36 Booronderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 4670600100 Aeres Milieu 06-02-2019 Direct ten zuiden van het plangebied Reuver, gemeente Beesel X:202.994 / Y:366.343 Tijdens het verkennend booronderzoek is vastgesteld dat alleen de top (Ap-horizont) is verstoord of afgetopt tot in de top van de B-horizont. Er is dus een vrij intacte bodem aangetroffen waarna er vervolgonderzoek is geadviseerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek.37 Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS
Booronderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 4659901100 Aeres Milieu 09-01-2019 Direct ten noordoosten van het plangebied Reuver, gemeente Beesel X:203.040 / Y:366.565 In het bureauonderzoek is een middelhoge verwachting opgesteld voor de perioden (Laat-)Paleolithicum tot en met het Neolithicum. Voor de Bronstijd tot en met de Vroege Middeleeuwen geldt een hoge verwachting. Voor de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd geldt opnieuw een middelhoge verwachting. Het booronderzoek heeft aangetoond dat het plangebied tot aanzienlijke diepte is verstoord. De E- en B-horizont zijn geheel verstoord en opgenomen in de bovenliggende Ap- of ploeghorizont. De schone C-horizont bevindt zich in het plangebied tussen de 90 en 205 cm -mv. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd. 38 Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS
Proefsleuvenonderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 4731480100 Econsultancy BV 28-08-2019 Direct ten zuiden van het plangebied Reuver, gemeente Beesel X:203.005 / Y:366.353 Onder de bestaande weg ligt een modern opgebracht pakket grind. Daaronder bevindt zich de oorspronkelijke bodem. De bodem is de bovenste laag van de aardkorst die door planten wordt beworteld en waarin zich de bodemvormende processen afspelen. De top van deze bodem, de A-horizont, is deels verstoord. Onder deze A-horizont bevindt zich de B-horizont. Hier betreft het een zogenaamde Bw-horizont, die ‘zwak’ ontwikkeld is De B-horizont is een bruine tot lichtrode horizont die door de bodemvormende processen is gehomogeniseerd. Onder de B-horizont bevindt zich de C-horizont die uit het ‘moedermateriaal’ bestaat, in dit geval zand. In de modern opgebrachte en geroerde lagen zijn baksteenfragmenten en sintels aangetroffen. Tijdens de aanleg van de proefsleuven werden er verder echter geen archeologische vondsten
36
Stiekema, 2017.
37
Hagens & De Kramer, 2019.
38
Vroomans & Hagens, 2019.
opgemerkt. Voor het hele plangebied kan gesteld worden, dat er ook geen archeologisch relevante sporen werden aangetroffen. De weinige antropogene ‘sporen’ die werden aangetroffen, betreffen recente, machinale vergravingen met in de vulling bouwpuin. Verder werden er enkele sleuven voor kabels en leidingen waargenomen. Het proefsleuvenonderzoek in het plangebied in de Karel Doormanlaan te Reuver heeft dus geen archeologische waarden opgeleverd.39 Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS Geen grondsporen aangetroffen of gemeld in ARCHIS Geen complexen aangetroffen of gemeld in ARCHIS
Booronderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 2182920100 ADC ArcheoProjecten 18-01-2008 10 meter ten zuidoosten van het plangebied Beesel Raadhuisplein te Beesel, gemeente Beesel X:203.228 / Y:366.373 Tijdens het booronderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op archeologische sporen in de bodem. In het deel van het plangebied dat zich binnen de historische kern van Reuver zou bevinden is een proefsleuvenonderzoek aangeraden. Voor het overige deel van het plangebied is geen vervolgonderzoek geadviseerd.40 Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS
Booronderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 5071186100 Antea Group Archeologie 18-05-2021 30 meter ten noorden van het plangebied Reuver, gemeente Beesel X:203.056 / Y:366.664 In het bureauonderzoek is een hoge verwachting opgesteld voor de perioden (Laat-)Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Tijdens het booronderzoek zijn, afgezien van de recente cunetzandlaag en/of recente bouwvoor, intacte bodemprofielen aangetroffen. Het archeologisch vlak lag direct onder de oude bouwvoor, tussen circa 80 en 120 cm beneden maaiveld.41 Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS
Booronderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: 2139901100 RAAP Archeologisch Adviesbureau 40 meter ten oosten van het plangebied Heilig Hartklooster te Reuver, gemeente Beesel X:203.214 / Y:366.451 Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 2.500 m2. Er zullen vier boringen uitgevoerd worden.
Datum: 13-12-2006
Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS
Proefsleuvenonderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 2208265100 ADC ArcheoProjecten 23-07-2008 100 meter ten zuidoosten van het plangebied Hoekrijksweg past. Vranckenlaan te Reuver, gemeente Beesel X:203.249 / Y:366.412 Naar aanleiding van herinrichting van het Raadhuisplein was er de mogelijkheid om archeologisch onderzoek te doen naar de inrichting van het plangebied in vroegere tijden. De voorganger van het huidige raadhuis, dat aan het pleintje ligt, heeft enkele meters verder naar het noorden gelegen, waardoor er verwacht werd dat er resten konden worden aangetroffen van het oude raadhuis of van de bestrating die ervoor heeft gelegen. Bovendien ligt het raadhuisplein in de oude dorpskern van Reuver. Deze dorpskern is aangemerkt als AMK-terrein van hoge archeologische waarde. Bij het proefsleuvenonderzoek op het Raadhuisplein zijn geen waardevolle archeologische resten aangetroffen. Het noordelijke deel van de sleuf kon niet tot op de natuurlijke bodem worden aangelegd in verband met de wortels van de daar aanwezige bomen. Het zuidelijke deel van de proefsleuf was deels verstoord door de aanleg van verschillende kabels. Aan de kant van het raadhuis is wel een niveau aangetroffen met baksteenpuin. Dit kan mogelijk betrekking hebben op het plaveisel van het oude straatniveau of
39
Bringmans, 2019.
40
Holl & Huizer, 2008.
41
Modderkolk, 2021.
op de afbraak van de voorganger van het raadhuis. Deze resten waren echter te zeer verstoord om hier met zekerheid uitspraken over te kunnen doen. Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten van het proefsleuvenonderzoek op het Raadhuisplein te Reuver kan worden geadviseerd het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling. Het plangebied valt overigens wel binnen een AMK-terrein van hoge archeologische waarde (historische dorpskern van Reuver). Mogelijk zijn er daarom elders binnen het plangebied nog wel archeologische resten aanwezig. Op de locatie van het Raadhuisplein zelf zijn geen waardevolle archeologische resten aangetroffen. Vondsten Begin datering Eind datering 3 fragmenten keramisch roodbakkend geglazuurd aardewerk Geen grondsporen aangetroffen of gemeld in ARCHIS
Late Middeleeuwen A
Nieuwe Tijd Laat
Complexen
Begin datering
Eind datering
1 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald
Late Middeleeuwen A
Nieuwe Tijd Laat
Booronderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 4900924100 Archeopro 07-10-2020 110 meter ten oosten van het plangebied Reuver, gemeente Beesel X:203.258 / Y:366.464 In het bureauonderzoek is een middelhoge verwachting opgesteld voor de perioden Paleolithicum en Mesolithicum en een hoge verwachting voor de perioden Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Het verkennend booronderzoek heeft aangetoond dat een akkerdek ontbreekt en dat er in delen van het plangebied een vorstvaaggrond aanwezig is, op basis waarvan de archeologische verwachting blijft gehandhaafd. Vanwege de beperkte verwachte verstoring is geen vervolgonderzoek geadviseerd.42 Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS
Booronderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 5100078100 Archeopro 28-07-2021 110 meter ten oosten van het plangebied Reuver, gemeente Beesel X:203.259 / Y:366.518 In het bureauonderzoek is en middelhoge tot hoge verwachting opgesteld voor de perioden (Laat-)Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Het verkennend booronderzoek heeft aangetoond dat een akkerdek ontbreekt, maar dat er deels sprake is van een intacte vorstvaaggrond of moderpodzol.43 Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS
Bureauonderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 4587869100 Econsultancy BV 13-02-2018 140 meter ten oosten van het plangebied Reuver, gemeente Beesel X:203.282 / Y:366.431 Op basis van de landschappelijke ligging, dichtbij een oud beekdal, geldt er een hoge archeologische verwachting voor het Paleolithicum en Mesolithicum. Tijdens deze periodes waren met name de lager gelegen beekdalen en de directe omgeving langs beekdalen geschikt voor bewoning. Tevens vonden er activiteiten plaats zoals jacht en visserij. Ook voor de periodes Neolithicum tot en met de Romeinse tijd geldt een hoge verwachting. Dit blijkt ook uit vondsten in de directe omgeving. In de directe omgeving zijn resten van bewoning van de Stein-groep (Neolithicum) en een grafveld uit de Bronstijd en IJzertijd aangetroffen. Aangezien het plangebied in de historische kern van Reuver ligt, geldt ook voor de Middeleeuwen en Nieuwe tijd een hoge archeologische verwachting. Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat de top van het bodemprofiel bestaat uit een 35 cm dikke donkerbruin, sterk siltige, zwak humeuze zandlaag met een matig fijne korrel. De laag kan worden geïnterpreteerd als bouwvoor en bevatten veel baksteenbrokken. Onder deze bouwvoor bevindt zich een sterk siltig, beige donkerbruin gevlekte matig fijne zandlaag.
De gevlektheid wijst op verstoring van de bodem tot een diepte van 60-90 cm beneden het maaiveld. De C-horizont bestaat uit sterk siltig, matig fijn beige zand. Deze sedimenten behoren tot de Maasafzettingen van de Formatie van Boxtel.
42
Paulussen, 2023.
43
Exaltus et al., 2021.
Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek kan de gespecificeerde archeologische verwachting worden weerlegt. Er wordt verwacht dat de archeologische resten van het Paleolithicum tot en met de Romeinse tijd niet meer in situ aanwezig zijn. De verstoringen aangetroffen in de boringen zijn niet aantoonbaar modern. Aangezien het plangebied in de historische kern van Reuver ligt, kunnen de waargenomen bodemverstoringen mogelijk in relatie worden gebracht met de historische bebouwing. Daarom blijft de hoge archeologische verwachting voor de Middeleeuwen en Nieuwe tijd gehandhaafd.44 Booronderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 2200975100 ADC ArcheoProjecten 02-06-2008 220 meter ten noordoosten van het plangebied RO den Roover te Reuver, gemeente Beesel X:203.285 / Y:366.690 In het bureauonderzoek is een hoge verwachting opgesteld voor alle archeologische tijdsperioden. Het booronderzoek heeft een intact esdek aangetoond. Er is een proefsleuvenonderzoek aanbevolen.45 Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS
Booronderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 2416005100 RAAP Archeologisch Adviesbureau 26-08-2013 320 meter ten oosten van het plangebied Molenveld-Zuid te Reuver, gemeente Beesel X:203.613 / Y:366.432 Vondsten gedaan tijdens verkennend booronderzoek, waarbij de profielen van ontgravingen ter plekke zijn geïnspecteerd. Op diverse plekken bleek onder een recent verstoord pakket de basis van een esdek en een moderpodzol geconserveerd. Op 2 plekken werd een klein fragment handgevormd aardewerk gevonden (boring 12 en 13) en op 1 plek werd een klein fragment verbrande leem aangetroffen (boring 14). De vondsten zijn afkomstig uit de B(C)-horizont van de moderpodzol. Vondsten Begin datering Eind datering 2 fragmenten keramisch aardewerk, handgevormd
Neolithicum
IJzertijd
Complexen
Begin datering
Eind datering
1 complextype niet te bepalen
Neolithicum
IJzertijd
Proefsleuvenonderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 2426058100 RAAP Archeologisch Adviesbureau 27-11-2013 320 meter ten oosten van het plangebied Molenveld Zuid te Reuver, gemeente Beesel X:203.615 / Y:366.432 In het plangebied zijn sporen en/of vondsten uit het Midden Neolithicum (Stein-groep), de Late Bronstijd-IJzertijd en de Middeleeuwen-Nieuwe tijd aangetroffen. De vondsten van de Steingroep representeren waarschijnlijk een tijdelijk kampement en zijn zeldzaam, waardoor er sprake is van een behoudenswaardige vindplaats. De resten uit de Late BronstijdIJzertijd of Middeleeuwen-Nieuwe tijd (wat aardewerk en mogelijk greppels) zijn niet duidelijk geassocieerd met nederzettingssporen, die gezien de resultaten van het proefsleuvenonderzoek ook niet verder worden verwacht. Daardoor is geen sprake van een behoudenswaardige vindplaats. Vondsten Begin datering Eind datering 48 fragmenten keramisch aardewerk:pot, S-profiel 4 fragmenten vuurstenen afslag
Stein-/S.O.M.-
Midden Neolithicum B
Midden Neolithicum B
Midden Neolithicum B
Midden Neolithicum B
1 fragment vuurstenen afslagschrabber
Midden Neolithicum B
Midden Neolithicum B
10 fragmenten keramisch aardewerk, handgevormd
Late Bronstijd
IJzertijd
1 fragment nan kledinghaak
Middeleeuwen
Middeleeuwen
Sporen
Begin datering
Eind datering
6 paalgaten/paalkuilen
Midden Neolithicum
Midden Neolithicum
13 greppels/sloten
Midden Neolithicum
Midden Neolithicum
Complexen
Begin datering
Eind datering
44
Beurskens, 2018.
45
Van Breda et al., 2008.
1 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald
Midden Neolithicum B
Midden Neolithicum B
1 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald
Late Bronstijd
IJzertijd
Booronderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 2373619100 ADC ArcheoProjecten 29-06-2012 420 meter ten noordwesten van het plangebied Projectgebieden Maasvallei te Beesel, gemeente Beesel X:201.356 / Y:366.372 In het kader van de beleidsontwikkeling archeologie Maasvallei heeft ADC ArcheoProjecten in opdracht van de provincie Limburg een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd voor 18 plangebieden gelegen tussen Mook en Roermond. De plangebieden zijn van zuid naar noord: Bouxweerd, Rijkelse Bemden, Weerdbeemden, Beesel, Baarlo nevengeul, BlerickHout Laerbroek, Grubbenvorst, Lomm Oost, Lottum, Arcen, Ooijen, Wanssum, Wanssum haven, Wellerlooi, Afferden, Heijen, Genneperhuis en Mook. Met de term “Verkenning Plus” doelt de provincie Limburg op een verzwaring van de eisen die de KNA aan een verkennend onderzoek stelt. Deze eisen betreffen het nauwkeurig beschrijven van de sedimenten waarbij de sediment- en bodemkarakteristieken vertaald worden naar proces en milieu, het uitvoeren van een oppervlaktekartering, het graven van proefputten en het vervaardigen van lithogenetische profielen. Door middel van deze extra eisen beoogt de provincie op effectieve wijze inzicht te verkrijgen in de genese van het landschap en de archeologische potentie. De resultaten van de plangebieden Ooijen, Wanssum en Wanssum haven zijn in verband met de snelle gebiedsontwikkeling reeds in november 2012 gepubliceerd.
Het onderzoek bestond uit een bureauonderzoek en een inventariserende archeologische onderzoek. Het veldwerk vond in verschillende fasen plaats tussen februari 2012 en mei 2014. In alle gebieden is het booronderzoek uitgevoerd. Slechts in een aantal gebieden is een oppervlaktekartering uitgevoerd en zijn proefputten gegraven. Dit in verband met het ontbreken van betredingstoestemming aan het einde van het veldwerktraject. Op basis van de resultaten verkregen uit de boringen en de proefputten zijn lithogenetische profielen vervaardigd en is een geomorfogenetische kaart gemaakt. Aan elke geomorfogenetische eenheid is vervolgens een archeologische verwachting gekoppeld. De resultaat van het totale onderzoek is een verbeterde reconstructie van het landschap gedurende de laatste 15.000 jaar en de beschrijving van de potentie van het landschap in relatie tot het gebruik en bewoning door de mens. Hieronder zal een korte beschrijving van de landschapsdynamiek door de eeuwen heen worden gegeven. Gedurende het Jonge Dryas-stadiaal (Laat-Paleolithicum) bestonden de onderzoekgebieden uit een vlechtend riviersysteem, dat mogelijk tijdens twee insnijdingsfasen is ontstaan. Het riviersysteem bestond uit een brede riviervlakte met een stelsel van vele meestal brede en ondiepe geulen. Gedurende een groot deel van het jaar was de watertoevoer laag en lag de bedding droog.
Het gebied had echter in de periode van veel sneeuwsmeltwater hoge afvoeren, waardoor het gebied niet geschikt was voor permanent menselijk gebruik. Bewoning was wel mogelijk op de hoger gelegen terrassen uit het Allerød/ Bølling interstadiaal. Gedurende het latere gedeelte van de Jonge Dryas werd het klimaat warmer en droger en nam de rivieractiviteit af. Door het drogere klimaat en een schaarse vegetatie neemt ook de eolische activiteit in het gebied sterk toe en konden de zandbanken gemakkelijk verstuiven. Hierdoor zijn aan de oostkant van de Maas grote rivierduinen ontstaan. Op de toenmalige vlechtende riviervlakte zelf zijn ook kleine duintjes opgestoven. De duintjes vormden relatief hoog gelegen gedeelten in de riviervlakte, waardoor ze eventueel geschikt waren voor menselijke activiteiten vanaf deze periode. Aan het begin van het Holoceen (Vroeg-Mesolithicum) was er een stijging van de temperatuur evenals een toename van de neerslag. Als reactie op deze klimaatveranderingen sneed de rivier zich in het Jonge Dryas-terras in. De voorheen ondiepe geulen van het vlechtende riviersysteem werden voor het overgrote deel verlaten door de Maas en vormen nu de lage delen van het Jonge Dryas-terras. Een aantal geulen werd echter uitgediept waarvan er één de actieve watervoerende geul was, de voorloper van de huidige Maas.
Vanuit deze geulen zijn oeverafzettingen gevormd op de grofzandige vlechtende rivierafzettingen. Waar de Maas zich in het Vroeg-Holoceen (Preboraal-Boreaal/Vroeg-Mesolithicum) lateraal heeft verplaatst zijn er kronkelwaardruggen ontstaan. De eroderende en sedimentatie fase van het Vroeg-Holoceen werd opgevolgd door een evenwichtsfase, waarbij de rivier zich niet noemenswaardig insneed en weinig sedimentatie optrad. In deze periode was er een climax in de vegetatie en was het Maasdal bedekt met bos. Een groot deel van de regen verdampte waardoor weinig water in de Maas werd vervoerd en weinig sedimentatie optrad. In deze relatief droog gelegen gebieden kon zich een bodem ontwikkelen. In deze periode: Midden-Mesolithicum t/m de Bronstijd konden zowel de hogere delen van het Jonge Dryas-terras als de kronkelwaardruggen bewoond worden omdat er slechts weinig overstromingen waren. In Well-Aijen is echter gebleken dat in het Mesolithicum en Neolithicum vooral de kronkelwaardruggen in gebruik waren. De hoge delen van het Jonge Dryas-terras zijn vooral bewoond geweest vanaf de IJzertijd. Het gebied direct grenzend aan de Maas werd - ondanks de soms lagere ligging van het Jonge Dryas-terras - in de IJzertijd en Romeinse tijd gebruikt voor grafvelden en culturele activiteiten.
Vanaf de Bronstijd, maar vooral sinds de IJzertijd werden de bossen opener door kleinschalige akkerbouw en beweiding met vee. Hierdoor is er weer sedimentatie door de Maas opgetreden en is een aantal kronkelwaardruggen ontstaan. Pas in de Romeinse tijd trad door grootschalige ontbossingen aanzienlijk meer sedimentatie op als gevolg van een verhoogde rivierafvoer en sedimentlast. Hierdoor zijn opnieuw kronkelwaardruggen ontstaan. Tevens zijn de vroegholocene kronkelwaardruggen en het Jonge Dryas-terras bedekt met oeverafzettingen door een toename van overstromingen. Deze toename was vooral na de Middeleeuwen de oorzaak van een vergrote sedimentatiesnelheid en de vorming van het dikke pakket zandige oeverafzettingen. Na de Romeinse tijd was de holocene riviervlakte als gevolg van de overstromingen voor de mens minder aantrekkelijk om zich te vestigen. Wel kunnen er in de Vroege Middeleeuwen
activiteiten in het gebied geweest die duiden op ijzerwinning en houtskoolvervaardiging, zoals blijkt uit de vondst van vele houtskoolmeilers in Well-Aijen. Tevens is het gebruikt als landbouwgrond. Vondsten Begin datering Eind datering 2 fragmenten keramisch aardewerk, handgevormd
Neolithicum
Romeinse Tijd
1 fragment keramisch aardewerk, handgevormd
Nieuwe Tijd Vroeg
Nieuwe Tijd Midden
Complexen
Begin datering
Eind datering
1 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald
Neolithicum
Romeinse Tijd
1 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald
Nieuwe Tijd Vroeg
Nieuwe Tijd Midden
Booronderzoek
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 2124365100 Becker en Van de Graaf 05-07-2006 460 meter ten zuidwesten van het plangebied Kesselseweg te Reuver, gemeente Beesel X:202.619 / Y:366.062 Het booronderzoek heeft aangetoond dat het archeologisch niveau in het plangebied nog intact is. Onder het aanwezige esdek bevindt zich een podzolprofiel, mogelijk een haarpodzol. Er is geadviseerd om een karterend veldonderzoek in de vorm van een booronderzoek of proefsleuven uit te voeren.46 Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS
Opgraving
Zaaknummer: Uitvoerder: Datum: 3300858100 ADC ArcheoProjecten 21-09-2015 460 meter ten oosten van het plangebied Reuver, gemeente Beesel X:203.634 / Y:366.400 De vindplaats Oppe Brik diende zich tijdens het vooronderzoek aan als een bijzonder complex met twee belangrijke prehistorische componenten. Als eerste een aantal bijzondere, midden neolithische vondsten die aan de Stein-groep worden toegeschreven en als tweede een greppelsysteem uit de Late Prehistorie (Late Bronstijd - Vroege IJzertijd). De eerste is na afloop van het vooronderzoek als behoudenswaardig gewaardeerd en geïnterpreteerd als de neerslag van een klein tijdelijke gebruiksfase; de tweede is niet als behoudenswaardig gekenmerkt. Vondsten Begin datering Eind datering 167 fragmenten natuursteen
Neolithicum
IJzertijd
26 fragmenten aardewerken vaatwerk
Midden Neolithicum
Midden Neolithicum
8 fragmenten vuurstenen schrabber
Midden Neolithicum
Laat Neolithicum
3 fragmenten vuurstenen kling
Midden Neolithicum
Laat Neolithicum
16 fragmenten vuurstenen afslag
Midden Neolithicum
Laat Neolithicum
12 fragmenten aardewerken vaatwerk
Laat Neolithicum
Laat Neolithicum
2 fragmenten vuurstenen pijlpunt
Laat Neolithicum
Laat Neolithicum
1 fragment vuurstenen bijl
Laat Neolithicum
Laat Neolithicum
53 fragmenten aardewerken vaatwerk
Bronstijd
IJzertijd
2 fragmenten natuurstenen klopsteen
Bronstijd
IJzertijd
2 fragmenten natuurstenen maalsteen:ligger
Bronstijd
IJzertijd
Sporen
Begin datering
Eind datering
5 paalgaten/paalkuilen
Prehistorie
Prehistorie
4 kuilen
onbekend
onbekend
4 karresporen
onbekend
onbekend
Geen complexen aangetroffen of gemeld in ARCHIS
Booronderzoek
Zaaknummer: 3990241100 470 meter ten zuiden van het plangebied Reuver, gemeente Beesel X:203.188 / Y:365.912 46
Moerman, 2006.
Uitvoerder: Econsultancy BV
Datum: 26-02-2016
Volgens de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting is er een hoge verwachting op het aantreffen van sporen vanaf het Paleolithicum tot en met de Late Middeleeuwen en is er een middelhoge verwachting op het aantreffen van sporen uit de Nieuwe tijd. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen en de aanwezigheid van bebouwing op een deel van de nieuwbouwlocatie, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek bijgesteld naar laag voor alle perioden.47 Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS
47
Stiekema, 2017.
Bijlage 4.
Vondstmeldingen
Gevonden tijdens: Zaaknummer: Vinder: Vondst datum: niet-archeologisch: graafwerk 3229246100 Onbekend 10-03-2008 150 meter ten oosten van het plangebied Station Reuver te Reuver, gemeente Beesel X:203.280 / Y:366.400 In het voorjaar van 2008 werd het station verbouwd tot restaurant. In de kelders werden hiertoe de vloer verwijderd om voldoende hoogte te krijgen om de ruimten te kunnen gebruiken. Op 10 maart 2008 werd bij het verwijderen van de bakstenen vloer in de noordwestelijke hoek van de kelder op circa 50 cm afstand van de buitenmuur een waterput gevonden. Deze was afgesloten met een hardstenen plaat. De plaat heeft een rechthoekige vorm en was aan de zijkanten gefreind. Op 14 maart is dhr. W. Luys met de eigenaar een kijkje gaan nemen. De put heeft een diepte van circa 6 meter en een grootste doornsnede van 1,20 m. Naar de bovenzijde is deze gewelfd en resteert een opening van circa 70 cm. Het water is vrij schoon en staat op diepte van circa 2 meter beneden het vloerniveau. In de putwand zijn nog bevestigingspunten zichtbaar van de loden waterleidingbuis. Op de bodem lagen een aantal muurfragmenten. Mogelijk zijn deze afkomstig van het bovengedeelte van de waterput en zijn deze hierin terechtgekomen toen de put werd afgedekt. Scherven of iets dergelijks werden niet waargenomen.
Gezien het gebruikte steenformaat (lengte circa 23 cm) is deze put gelijk met de bouw van het station in 1865 gemaakt. Op deze put was vroeger een handpomp aangesloten. Deze is wellicht bij de komst van het waterleidingnet verwijderd waarna de put werd afgedekt. De eigenaar dhr. Westendorf wil de put zichtbaar laten ook naar de toekomst toe. Inmiddels is er een nieuwe vloer gestort en werd om de put een bekisting gezet, zodat deze niet wordt dichtgestort. Sporen Begin datering Eind datering 1 waterput/waterreservoir
Nieuwe Tijd Laat
Nieuwe Tijd Laat
Complexen
Begin datering
Eind datering
1 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald
Nieuwe Tijd Laat
Nieuwe Tijd Laat
Gevonden tijdens: Zaaknummer: Vinder: Vondst datum: niet-archeologisch: graafwerk 2852604100 Onbekend 01-08-1971 240 meter ten noordoosten van het plangebied Reuver, gemeente Beesel X:203.180 / Y:366.760 J.H.F.Bloemers merkt, op het betreffende vondstenfiche CAA, het volgende over de vondstlocatie op: "Bij aanleg van straat op de noordoosthoek FortBrigit(?) straat - Den Ro[o]ver. Op +- 60-70 cm diepte."Kort hierop heeft Bloemers ter plaatse zelf een inspectie uitgevoerd, in de vorm van een boring. De resultaten hiervan worden op hetzelfde fichevermeld: "Tot ca 0,75 m donkere verwerkte grond; oud bouwland?".Afgesproken werd dat de gemeente "voor aanvang grondwerkzaamheden voor huizenbouw melding [zal] geven, waarna wij waarnemingen zullen doen". Over eventueel nadien ondernomen stappen bevat het CAA geen gegevens. Vondsten Begin datering Eind datering 2 fragmenten keramisch aardewerk, handgevormd
IJzertijd
IJzertijd
2 fragmenten keramisch ruwwandig aardewerk, gedraaid Onbekend aantal fragmenten keramisch Paffrath
Romeinse Tijd
Romeinse Tijd
Late Middeleeuwen A
Late Middeleeuwen A
Complexen
Begin datering
Eind datering
1 complextype niet te bepalen
IJzertijd
IJzertijd
1 complextype niet te bepalen
Romeinse Tijd
Romeinse Tijd
1 complextype niet te bepalen
Late Middeleeuwen A
Late Middeleeuwen A
Gevonden tijdens: Zaaknummer: archeologisch: opgraving 2779243100 240 meter ten noorden van het plangebied De Weerd te Reuver, gemeente Beesel X:202.860 / Y:366.840 Mogelijke sporen van drie grafheuvels. Sporen
Vinder: Onbekend
Vondst datum: Onbekend
Begin datering
Eind datering
3 ophogingslagen
Neolithicum
Bronstijd
Complexen
Begin datering
Eind datering
1 grafheuvel
Neolithicum
Bronstijd
Gevonden tijdens: Zaaknummer: Vinder: Vondst datum: verwervingswijze niet te 3118698100 Onbekend 01-01-1942 bepalen 260 meter ten noordwesten van het plangebied Reuver, gemeente Beesel X:202.730 / Y:366.770 Romeinse bouwresten. Deze gebouwresten zijn groter dan aanvankelijk gedacht. Over de aard van het materiaal van de Romeinse gebouwen wordt niets meegedeeld. Vondsten Begin datering Eind datering Onbekend aantal bouwmateriaal Sporen
fragmenten
keramisch
Romeinse Tijd
Romeinse Tijd
Begin datering
Eind datering
Onbekend aantal funderingen (muurrstant)
Romeinse Tijd
Romeinse Tijd
Complexen
Begin datering
Eind datering
1 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald
Romeinse Tijd
Romeinse Tijd
Gevonden tijdens: Zaaknummer: verwervingswijze niet te 3118713100 bepalen 310 meter ten noordwesten van het plangebied Reuver, gemeente Beesel X:202.700 / Y:366.800 Geen nadere gegevens bekend. Vondsten Onbekend aantal fragmenten keramisch aardewerk, gedraaid Gevonden tijdens: Zaaknummer: verwervingswijze niet te 2876379100 bepalen 310 meter ten noorden van het plangebied De Weerd te Reuver, gemeente Beesel X:202.960 / Y:366.930 geen toelichting bekend binnen ARCHIS Vondsten
Vinder: Onbekend
Vondst datum: Onbekend
Begin datering
Eind datering
Romeinse Tijd
Romeinse Tijd
Vinder: Onbekend
Vondst datum: Onbekend
Begin datering
Eind datering
1 fragment keramisch aardewerk, handgevormd
Late Bronstijd
IJzertijd
Complexen
Begin datering
Eind datering
1 urnenveld
Late Bronstijd
IJzertijd
Gevonden tijdens: Zaaknummer: verwervingswijze niet te 2857019100 bepalen 390 meter ten noorden van het plangebied Berkenweg te Reuver, gemeente Beesel X:203.000 / Y:367.000 geen toelichting bekend binnen ARCHIS Vondsten 1 fragment keramisch Proto-steengoed - BrunssumSchinvelds Gevonden tijdens: Zaaknummer: archeologisch: opgraving 2779032100 400 meter ten oosten van het plangebied Spoorweg-Julianastraat te Reuver, gemeente Beesel
Vinder: Onbekend
Vondst datum: 01-01-1920
Begin datering
Eind datering
Late Middeleeuwen B
Late Middeleeuwen B
Vinder: Onbekend
Vondst datum: 11-04-1981
X:203.530 / Y:366.520 Bij aanleg gasleiding Limagas en na onderzoek door de Heemkundevereniging. Vondsten Begin datering
Eind datering
Onbekend aantal fragmenten keramisch aardewerk, handgevormd Onbekend aantal fragmenten keramisch aardewerk, handgevormd:3-ledig hoge vorm Onbekend aantal fragmenten botten crematieresten
Late Bronstijd
Vroege IJzertijd
Late Bronstijd
Vroege IJzertijd
Late Bronstijd
Vroege IJzertijd
Complexen
Begin datering
Eind datering
3 urnenveld
Late Bronstijd
Vroege IJzertijd
Gevonden tijdens: Zaaknummer: indirect: collectiebeschrijving 2741512100 420 meter ten zuiden van het plangebied Reuver te Reuver, gemeente Beesel X:203.000 / Y:366.000 Coördinaten bij benadering. Vondsten
Vinder: Onbekend
Vondst datum: Onbekend
Begin datering
Eind datering
1 fragment stenen klopsteen
Paleolithicum
IJzertijd
Complexen
Begin datering
Eind datering
1 complextype niet te bepalen
Paleolithicum
IJzertijd
Gevonden tijdens: Zaaknummer: niet-archeologisch: boring 3091838100 430 meter ten noorden van het plangebied Maasveld te Reuver, gemeente Beesel X:202.880 / Y:367.040 Ophogingslagen aangetroffen tijdens een booronderzoek. Sporen
Vinder: Onbekend
Vondst datum: Onbekend
Begin datering
Eind datering
Onbekend aantal ophogingslagen
Laat Neolithicum
Midden Bronstijd
Complexen
Begin datering
Eind datering
1 grafheuvel
Laat Neolithicum
Midden Bronstijd
Gevonden tijdens: Zaaknummer: Vinder: Vondst datum: archeologisch: boring 3180013100 Onbekend 06-12-2002 440 meter ten noorden van het plangebied De Schans te Reuver, gemeente Beesel X:203.000 / Y:367.050 In opdracht van AELMANS agrarische advisering heeft RAAP op 6 december 2002 een inventariserend archeologisch onderzoek uitgevoerd in verband met geplande graafwerkzaamheden aan de Berkenweg te Reuver. Het gebied wordt in het oosten begrensd door het nog steeds herkenbare archeologisch monument `De Schans'. Mogelijk wijzen de verzamelde archeologische resten (prehistorisch aardewerk) op de aanwezigheid van een urnenveld. In de directe omgeving zijn resten aangetroffen van grafheuvels en urnen uit de Late Bronstijd/IJzertijd. Het is echter mogelijk dat het een huisplaats uit de IJzertijd betreft. Aangezien op de vindplaats geen bodemverstoringen dieper dan het afdekkende pakket jong stuifzand zijn aangetroffen, lijken de gaafheid en conservering van de vindplaats goed te zijn. Vondsten Begin datering Eind datering 2 fragmenten keramisch aardewerk, handgevormd
Late Bronstijd
IJzertijd
Complexen
Begin datering
Eind datering
1 complextype niet te bepalen
Late Bronstijd
IJzertijd
Gevonden tijdens: Zaaknummer: Vinder: verwervingswijze niet te 3112516100 Onbekend bepalen 480 meter ten noorden van het plangebied De Weerd; Bentheimer Schans te Reuver, gemeente Beesel
Vondst datum: 04-11-1969
X:203.100 / Y:367.070 geen toelichting bekend binnen ARCHIS Sporen
Begin datering
Eind datering
1 wal/omwalling
Nieuwe Tijd Vroeg
Nieuwe Tijd Midden
Complexen
Begin datering
Eind datering
1 schans
Nieuwe Tijd Vroeg
Nieuwe Tijd Midden
Bijlage 5.
Bewoningsgeschiedenis van Nederland
Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot circa 8800 v. Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, circa 300.000130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het Laat-Paleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (circa 8800-4900 v. Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (circa 9000 v. Chr.) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.
Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territorium gebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (circa 5300-2000 v. Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.
Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de autochtone mesolithische bevolking die een half agrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels. Bronstijd (circa 2000-800 v. Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit.
De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede deed, werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 v. Chr. vervangen door begravingen in
urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in NoordwestEuropa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het LaatNeolithicum koperen voorwerpen bekend. IJzertijd (circa 800-12 v. Chr.) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (raatakkers). Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen), die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden. In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland, met daarin luxe, geïmporteerde bijgaven, zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven.
De meeste begravingen vonden nog immer plaats in urnenvelden. Tijdens de IJzertijd werd het Friese kustgebied gekoloniseerd en ontstonden de eerste terpen. Romeinse tijd (circa 12 v. Chr. - 450 n. Chr.) Met de komst van de Romeinen eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. Aangezien de schriftelijke bronnen slechts een zeer fragmentarisch beeld schetsen, is men toch nog in belangrijke mate aangewezen op de archeologie als informatiebron. Een tijd lang diende het Nederlandse rivierengebied als uitvalsbasis voor veldtochten in het noorden van Germanië. In 47 n. Chr. werd de Rijn definitief als Romeinse rijksgrens ingesteld. Ter controle en verdediging van deze zogenaamde 'limes' werden langs de Rijn, tot diep in Duitsland, 'castella' (militaire forten) gebouwd. De inheemse manier van leven handhaafde zich nog lange tijd. Wel werd, vooral na de opstand van de Bataven tegen de Romeinse overheersers in 69-70 n. Chr., de Romeinse invloed steeds duidelijker. In veel inheemsRomeinse nederzettingen was bijvoorbeeld, naast het eigen handgevormde aardewerk, Romeins importaardewerk in gebruik, dat op de draaischijf was vervaardigd. Er werden, vooral in Limburg, grootse villa's (Romeinse herenboerderijen) gebouwd, hetzij nieuw gesticht, hetzij ontwikkeld vanuit een bestaande inheemse nederzetting.
De Romeinen legden een voor die tijd al uitgebreide infrastructuur aan, waardoor het gebied steeds beter werd ontsloten. Op verschillende plaatsen ontstonden aanzienlijke nederzettingen, waarvan er enkele met een stedelijk karakter (zoals Nijmegen). De inheemse bevolking, ten noorden van de Limes, werd niet zo sterk beïnvloed door de Romeinse aanwezigheid. Er was wel sprake van handelscontacten en het uitwisselen van geschenken. In de tweede helft van de derde eeuw ontstond, onder meer door invallen van Germaanse stammen, een instabiele situatie die met korte onderbrekingen voortduurde tot in de vijfde eeuw. Uiteindelijk leidde dit in het jaar 406 tot de definitieve ineenstorting van de grensverdediging langs de Rijn. Middeleeuwen (circa 450-1500 n. Chr.) Over de Vroege Middeleeuwen, vooral over het tijdvak 450-600 n. Chr., is relatief weinig bekend. Zowel historische bronnen als archeologische overblijfselen zijn schaars. De bevolkingsomvang was ten opzichte van de voorafgaande periode sterk afgenomen. De marktgerichte economie verdween en de mensen vielen terug op zelfvoorziening. De politieke macht was na het wegvallen van de Romeinse staatsorganisatie in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Een gezaghebbende status was nu vooral gebaseerd op militair succes en materiële welstand.
Deze instabiele periode wordt ook wel aangeduid als de 'tijd van de volksverhuizingen'.
Vanaf de 10e – 11e eeuw wordt een overheersende positie van de al dan niet adellijke grootgrondbezitters waargenomen. Dit vertaalt zich in nieuwe nederzettingsvormen als mottes, kastelen en versterkte hoeven. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei, en mede dankzij gunstige klimatologische omstandigheden, werd een begin gemaakt met het ontginnen van woeste gronden als bos, heide en veen. Veel van de huidige dorpen en steden dateren uit deze periode. Door de aanleg van dijken en kaden werden laaggelegen gebieden beschermd tegen wateroverlast. De heersende rivaliteit tussen de vorsten leidde, in combinatie met een zwak centraal gezag, veelvuldig tot lokaal geweld, waarvan de bevolking vaak het slachtoffer werd. Door het aanleggen van burgen, schansen, landweren en wallen trachtte men zich te beveiligen. Nieuwe tijd (1500-heden) De Nieuwe tijd kenmerkt zich door een groot aantal veranderingen vooral op het gebied van mens- en wereldbeeld. Er is sprake van een Europese overzeese expansie wat leidt tot handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie. Er ontstaat een nieuwe wetenschappelijke belangstelling die resulteert in vele uitvindingen. Deze uitvindingen vormen de motor van de industriële revolutie. Er ontstaat een nationale staat die centraal bestuurd wordt.
Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt het belang en de omvang van steden toe en neemt de macht van adel af. Het grootste deel van de bevolking is niet meer werkzaam en woonachtig op het platteland maar in de steden. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei worden aan het eind van de 19e tot het begin van de 20e eeuw op grote schaal woeste gronden gecultiveerd. Door de industriële revolutie komen steeds meer producten beschikbaar voor steeds meer mensen waardoor de welvaart stijgt. In de Nieuwe tijd vindt er eveneens een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid plaats, wat zich tot in het begin van de 20e eeuw uit in de kunsten.
Bijlage 6.
AMZ-cyclus
Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.