CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

7) 20210927 bijlagen toelichting bestemmingsplan Parklaan, Reuver

Raadscommissievergadering 27 september 2021, gemeente BeeselBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Parklaan Reuver17.524 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan

Parklaan, Reuver

Bestemmingsplan Parklaan, Reuver

Projectnummer 0466204 Revisie 01 Datum 11-10-2021

Auteur(s) P. Daggenvoorde K. Keijzers

Opdrachtgever Gemeente Beesel Raadhuisplein 1 5953 AL Reuver

datum vrijgave beschrijving revisie 11-10-2021 vastgesteld

goedkeuring K. Keijzers

vrijgave P.F.G.M. Kennes

Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

vastgesteld bestemmingsplan Parklaan, Reuver Gemeente Beesel Projectnummer 0466204

Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1

Quickscan Flora en Fauna

5

Bijlage 2

Stikstofonderzoek

53

Bijlage 3

Aerius bouwfase

75

Bijlage 4

Aerius gebruiksfase

83

Bijlage 5

Historisch bodemonderzoek

89

Bijlage 6

Bureauonderzoek archeologie

109

Bijlage 7

Veldonderzoek archeologie

143

Bijlage 8

M.e.r.-beoordeling

183

Bijlagen bij de toelichting

blad 3 van 204

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Parklaan, Reuver Gemeente Beesel Projectnummer 0466204

blad 4 van 204

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Parklaan, Reuver Gemeente Beesel Projectnummer 0466204

Bijlage 1

blad 5 van 204

Quickscan Flora en Fauna

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

Postadres Gerrit Zegelaarstraat 1 6709 TA Wageningen T 085 7737676 Web info@regelink.nl | www.regelink.nl KvK 14081365 BTW NL822004379.B01 Triodosbank NL84TRIO 0390980458

Colofon

Tekst, foto's en samenstelling

Dennis van Hooren

In opdracht van

Gemeente Beesel

Naam opdrachtgever

Luc Drost

Rapportnummer

RA20457-01

Status rapport

Definitief

Datum oplevering rapport

05 januari 2021

Aantal pagina's

46

Collegiale toets

Manon Mulder

Wijze van citeren

Dennis van Hooren, 2020, Ecologische quickscan Voormalige

school Parklaan 8c Rapport RA20457-01, Regelink Ecologie & Landschap, Wageningen.

Regelink Ecologie & Landschap Gerrit Zegelaarstraat 1 6709 TA Wageningen 085-7737676 info@regelink.nl www.regelink.nl Lid Netwerk Groene Bureaus

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

2

Inhoudsopgave Aanleiding

5

1.1 1.2 1.3

5 5 5

Aanleiding Doel Wet natuurbescherming

Werkwijze

8

Plangebied en ingreep

9

3.1 3.2 3.3 3.4

9 9 10 10

Ligging plangebied Beschrijving plangebied Ecotopen Ingreep

Resultaten

11

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15

11 12 12 13 13 15 15 16 18 18 19 20 20 20 21

Beschermde gebieden Natura 2000 en NNN Bescherming van houtopstanden Vogels Planten Vleermuizen Knaagdieren Muizen Marterachtigen Overige zoogdieren Reptielen Amfibieën Vissen Vlinders en libellen Overige ongewervelden Samenvatting resultaten

Effectbeoordeling en toetsing

22

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10

Natura 2000 gebieden Natuur Netwerk Nederland Houtopstanden Vogels Vleermuizen Knaagdieren Marterachtigen Overige zoogdieren Overige soortgroepen Samenvatting effectbeoordeling

23 23 23 23 24 24 24 25 25 25

Conclusies en vervolgstappen

27

6.1 6.2

27 27

Natura 2000 gebieden Houtopstanden

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

3

6.3 6.4 6.5 6.6 6.7

Vogels Vleermuizen Eekhoorn Steenmarter Samenvatting

27 28 28 28 28

Literatuur en bronnen

29

7.1 7.2

29 30

Soortengroepen Project gerelateerde bronnen

Bijlage 1.

Wet natuurbescherming

31

Bijlage 2.

Foto-impressie plangebied

35

Bijlage 3.

Jaarrond beschermde nesten

41

Bijlage 4.

Vrijgestelde soorten per provincie

43

Bijlage 5.

Stappen planstikstof depositie

44

Bijlage 6.

Stappenplan gebiedsbescherming

45

Bijlage 7.

Stappenplan soortenbescherming

46

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

4

Aanleiding 1.1 Aanleiding De Gemeente Beesel is van plan om de Voormalige school Parklaan 8c te slopen en een nieuwbouwwijk te realiseren. Het is volgens de Wet Natuurbescherming en nationale en internationale regelgeving verplicht om voorafgaand aan een ruimtelijke ingreep onderzoek te doen naar de effecten op beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN). In bepaalde gevallen is het ook verplicht om melding te doen van het kappen van houtopstanden. In §1.3 wordt de voor natuur relevante wetgeving kort toegelicht. Deze rapportage geeft een inschatting van het effect van de ingreep op beschermde gebieden en geeft aan welke beschermde soorten flora en fauna mogelijk voorkomen in het plangebied en wat de effecten van de ingreep hierop zijn. Wanneer mogelijke effecten op beschermde gebieden aan de orde zijn en wanneer de aanwezigheid van beschermde flora en fauna niet afdoende kan worden aangetoond of uitgesloten, is aanvullend onderzoek nodig.

1.2 Doel Met deze quickscan worden de volgende vragen beantwoord: •

Wat is de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN)?

•

Heeft de ingreep betrekking op houtopstanden die onder de Wet natuurbescherming beschermd zijn?

•

Welke beschermde soorten flora en fauna zijn waargenomen of kunnen worden verwacht in het plangebied?

•

Heeft de ingreep (mogelijk) een negatief effect op beschermde gebieden? Verdere toetsing hiervan maakt geen onderdeel uit van deze quickscan.

•

Heeft de ingreep (mogelijk) een effect op de potentieel aanwezige beschermde flora en fauna?

•

Leidt het uitvoeren van de ingreep mogelijk tot een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming?

•

Is er voor de effecten op beschermde gebieden een nadere toetsing nodig?

•

Naar welke soorten en voor deze soorten belangrijke functies is aanvullend onderzoek nodig?

•

Zijn er mitigerende maatregelen mogelijk om overtredingen van de verbodsbepalingen Wet natuurbescherming te voorkomen? (Het opstellen van een mitigatieplan maakt geen deel uit van de quickscan)

1.3 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) is per 1 januari 2017 van kracht en bevat Europese en nationale natuurbeschermingsregels voor Natura-2000 gebieden, planten- en diersoorten en houtopstanden. Hieronder staan kort de belangrijkste punten, in Bijlage 1 wordt de wet- en regelgeving uitgebreider beschreven.

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

5

Bescherming van gebieden Natura 2000-gebieden zijn aangewezen vanuit de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn. Voor ieder gebied zijn doelstellingen vastgesteld om habitats en/of soorten te beschermen. Ingrepen en activiteiten in en nabij deze gebieden moeten worden getoetst op hun effect op de beschermde natuurwaarden. Daarnaast zijn gebieden binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) planologisch beschermd. Ook voor activiteiten in (en soms rond) het NNN moet worden getoetst of ze negatieve effecten hebben op de kernkwaliteiten van het NNN. In de provincie Limburg wordt het NNN aangeduid als Goudgroene natuurzones. Verder kent Limburg nog Zilvergroene, Bronsgroene natuurzones en natuurbeekzones.

Goudgroene natuurzone ‘’De goudgroene natuurzone vormt het Limburgse deel van het Nationale Natuurnetwerk. Binnen de goudgroene zone streeft de provincie naar behoud en beheer van de reeds aanwezige natuur, en de ontwikkeling van nieuwe natuur. ‘’ (Provincie Limburg, 2020)

Zilvergroene natuurzone ‘’Binnen de Zilvergroene natuurzone staat het benutten van kansen voor natuur en landschap centraal. De Zilvergroene natuurzone maakt echter geen onderdeel uit van het Nationaal Natuurnetwerk, maar ondersteunt wel de functionaliteit en effectiviteit van de goudgroene natuurzone. De provincie stimuleert de ontwikkeling van natuur en landschap binnen de Zilvergroene zones met subsidies en natuurcompensaties. ‘’ (Provincie Limburg, 2020)

Bronsgroene landschapszone ‘’De bronsgroene landschapszone, omvat de landschappelijk waardevolle beekdalen en bufferzones rond bestaande natuurgebieden met de daarin aanwezige (extensievere) landbouwgebieden, monumenten, kleinere landschapselementen, waterlopen e.d. Een kwart van de bronsgroene landschapszone wordt gevormd door het winterbed van de Maas. In Zuid-Limburg omvatten deze zones ook de steilere hellingen, droogdalen en de belangrijkste landschappelijke verbindingen naar het Maasdal. Het beleid binnen de bronsgroene landschapszone is er op gericht om de landschappelijke kernkwaliteiten te behouden, te beheren, te ontwikkelen en te beleven. Deze zone bestaat hoofdzakelijk uit landbouwgronden. Binnen deze zone komen op bestemmingsplanniveau andere bestemmingen en functies voor zoals infrastructuur, woningen en toeristische voorzieningen e.d.’’ (Provincie Limburg, 2020)

Natuurbeekzones ‘’In en rond natuurbeken staat het ecologisch functioneren en de natuurfunctie centraal, d.w.z. inrichting, beheer en onderhoud dient zoveel mogelijk op de natuurfunctie zijn afgestemd. In het Waterprogramma is dit nader uitgewerkt. Voor een deel van de natuurbeken zijn nog herstel- en inrichtingsmaatregelen nodig. Deze nog te herstellen beektrajecten zijn samen met van strook van 25 meter aan weerszijden indicatief aangegeven als Zone natuurbeek.’’ (Provincie Limburg, 2020)

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

6

Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming geldt voor bos en andere 'houtopstanden' zoals houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen of beplantingen van bosplantsoenen. De Wet natuurbescherming is van toepassing als: •

de houtopstand buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' ligt;

•

de houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m2) of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen (voor uitzonderingen zie Bijlage 1).

Bescherming van soorten Voor de verschillende beschermingsregimes van soorten van de Wet natuurbescherming gelden een aantal verbodsartikelen en vrijstellingsmogelijkheden. De beschermingsregimes zijn: •

Beschermingsregime Vogelrichtlijn: Europees beschermde vogels

•

Beschermingsregime Habitatrichtlijn: Europees beschermde flora en fauna behalve vogels

•

Beschermingsregime Andere soorten: Nationaal beschermde soorten

De verbodsbepalingen betekenen globaal dat het is verboden om: •

te doden,

•

te vangen, plukken en uitsteken,

•

opzettelijk te verstoren,

•

nestplaatsen, voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of standplaatsen te vernielen of te beschadigen.

Verder geldt altijd de zorgplicht (art. 1.11), wat betekent dat negatieve effecten op beschermde en onbeschermde plant- en diersoorten moeten worden voorkomen en positieve effecten moeten worden bevorderd. De zorgplicht geldt dus ook voor nationaal beschermde soorten die voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld. Per provincie kunnen verschillende soorten zijn vrijgesteld (zie Bijlage 4). In wordt de weten regelgeving uitgebreider beschreven. Voor diverse soortgroepen zijn Rode Lijsten beschikbaar, deze hebben geen juridische status. Daarnaast hebben diverse provincies en steden een eigen lijst met soorten, die lokaal extra aandacht en prioriteit krijgen.

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

7

Werkwijze Bij het onderzoek is de volgende werkwijze gevolgd: Bureauonderzoek Met recente bronnen en literatuur is onderzocht welke beschermde soorten flora en fauna de afgelopen 5 jaar binnen een straal van 5 kilometer van het plangebied zijn waargenomen. Hierbij zijn waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en gegevens uit recente verspreidingsatlassen en actuele websites gebruikt. De ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) is opgezocht. Veldonderzoek Op 27 oktober heeft ecoloog Dennis van Hooren het plangebied bezocht. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd waarbij verrekijker, zaklamp en fotocamera zijn gebruikt. Effectbeoordeling en toetsing Op basis van de verspreidingsgegevens en habitateisen van beschermde soorten en de biotoopkenmerken van het plangebied is ingeschat of beschermde soorten (potentieel) in het plangebied voorkomen en welke mogelijke functies het plangebied heeft voor beschermde soorten. Op basis van de informatie die de opdrachtgever heeft aangeleverd is de ingreep in kaart gebracht Op grond van de beschreven ingreep is bepaald: a.

of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dat hiervoor nog een aanvullende toetsing noodzakelijk is;

b.

of de bescherming van houtopstanden aan de orde is;

c.

of er negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten en essentiële functies te verwachten zijn.

d.

of en zo ja naar welke beschermde soorten nader onderzoek moet worden uitgevoerd;

e.

of de ingreep een overtreding van de Wet natuurbescherming kan inhouden en zo ja welke stappen nodig zijn om de ingreep conform deze wet uit te voeren.

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

8

Plangebied en ingreep 3.1 Ligging plangebied Het plangebied betreft een pand en omliggend terrein aan de Parklaan 8c gelegen in de gemeente Beesel, provincie Limburg. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Parklaan, aan de westzijde door de Bösdaellaan, aan de noordzijde door sporthal de Schans, en aan de oostzijde door de achtertuinen van de woningen aan de Willem Vliegenlaan. In totaal heeft het plangebied een oppervlakte van 6.325 vierkante meter. In Figuur 1 is de begrenzing van het plangebied met rood aangegeven.

Figuur 1: Ligging van het plangebied, met de begrenzing in rood aangegeven. © Dienst voor het kadaster e n de openbare registers, Apeldoorn, 2020.

3.2 Beschrijving plangebied Het plangebied omvat een schoolgebouw, een verhard schoolplein, een groene schooltuin aan de zuiden westzijde. Het gebouw bestaat uit 1 of 2 bouwlagen, opgebouwd uit een gemetselde muur met open stootvoegen, plat dak met metalen of stenen daklijst. Op enkele plekken aan de achterzijde zijn ook boeiboorden aanwezig. Het terrein aan de achterzijde is volledig verhard (schoolplein), met enkele hagen (eenstijlige meidoorn- (Crataegus monogyna), beuken- (Fagus sylvatica) en coniferenhagen) en boomrijen. Aan de zuid- en westzijde van het pand is een tuin aanwezig met hagen, bodembedekkers, diverse soorten bomen en vaste planten. In Bijlage 2 zijn foto’s opgenomen van het plangebied.

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

9

3.3 Ecotopen Binnen het plangebied zijn de volgende ecotopen aanwezig (zie ook de foto’s van het plangebied in Bijlage 2): •

Een gebouw met plat dak en spouwmuur;

•

Verhard schoolplein;

•

Conifeerhagen;

•

Struweelhagen;

•

Dunne bomen (diameter borsthoogte < 25 cm);

•

Dikke bomen, mogelijk met holtes (diameter borsthoogte > 25 cm);

•

Dikke bomen, zonder holtes (diameter borsthoogte > 25 cm);

•

Dikke bomen, met holtes (diameter borsthoogte > 25 cm);

3.4 Ingreep De initiatiefnemer is van plan de voormalige school aan de Parklaan 8c te Reuver te slopen en een nieuwbouw woonwijk te realiseren. Ingrepen die daartoe in het plangebied plaatsvinden bestaan uit: •

Sloop voormalige school

•

Verwijderen begroeiing

•

Bouwrijp maken plangebied

•

Bouw woonwijk

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

10

Resultaten 4.1 Beschermde gebieden Natura 2000 en NNN Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het Duitse ‘Schwalm-Nette-Platte mit Grenzwald u. Meinweg’. Het Brachterwald, onderdeel van het Natura 2000-gebied ligt op een afstand van 3,5 kilometer of meer van het plangebied. Binnen de Nederlandse grenzen ligt Natura 2000-gebied het ‘Swalmdal’ op een afstand van 5,4 kilometer van het plangebied. Het plangebied ligt in of op 80 meter afstand van de Goudgroene natuurzone (NNN).

Figuur 2: Ligging van het plangebied (begrenzing in rood aangegeven). De ligging van Natura 2000 -gebieden is in geel (Nederland) en oranje (Duitsland) aangegeven. © https://natura2000.eea.europa.eu/ (versie 2 november 2020).

Figuur 3: Ligging van het plangebied (begrenzing in rood aangegeven). De ligging van het NNN is in donkergroen aangegeven. © Provinciale kaartenbank www.polviewer.nl (versie 2 november 2021).

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

11

4.2 Bescherming van houtopstanden Binnen het plangebied worden bomen gekapt. De te kappen bomen maken geen deel uit van een houtopstand van meer dan 10 are en zijn ook geen onderdeel van een rijbeplanting van meer dan 20 bomen die uit andere soorten bestaan dan populieren en wilgen. De ingreep valt niet onder houtopstanden in de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming'. In §1.3 is de bescherming van houtopstanden toegelicht.

4.3 Vogels Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 - 4) In het plangebied zijn gebouwen aanwezig met een plat dak, op enkele plekken zijn bij dakranden of dakgoten gaten aanwezig die mogelijk geschikt zijn voor de vogelsoorten huismus (Passer domesticus) en gierzwaluw (Apus apus). Van beide soorten zijn nestlocaties bekend in de directe omgeving van het plangebied. Gierzwaluw en huismus zijn in zijn in het plangebied te verwachten. In het plangebied zijn 10-15 grotere bomen aanwezig. In de bomen zijn geen oude kraaiennesten/horsten aanwezig, die mogelijk door buizerd ( Buteo buteo), ransuil (Asio otus) of boomvalk (Falco subbuteo) wordt gebruikt. Ook zijn er geen nesten van havik ( Accipiter gentilus), sperwer (Accipiter nisus) of wespendief (Pernis aviovorus) aanwezig, waardoor deze soorten redelijkerwijs zijn uit te sluiten in het plangebied. Slechtvalk (Falco peregrinus ) broedt met name op hoge plekken, in stedelijk gebied op hoge kantoorgebouwen of in landelijk gebied op hoogspanningsmasten, deze zijn in het plangebied niet aanwezig en kan derhalve worden uitgesloten. Kerkuil (Tyto alba) is een soort die zich vooral vestigt in gebouwen als schuren en kerktorens. Deze zijn in het plangebied niet aanwezig, deze soort is niet in het plangebied te verwachten.

Steenuil (Athene vivalii) is een soort van vooral kleinschalig agrarisch landschap, maar schuwt de menselijke omgeving niet. Op basis van de uit de literatuur bekende waarnemingen in de directe omgeving wordt de soort ech ter met name ten noorden in het agrarisch gebied waargenomen. Dat geldt ook voor de ooievaar (Ciconia

ciconia) waarvoor ten noorden van het plangebied een kunstnest op een paal is geplaatst. Het plangebied is grotendeels verhard en daarmee niet geschikt voor deze soorten. Grote gele kwikstaart (Motacilla

cinerea) is afhankelijk van stromende beken of ook wel aan stilstaand water. Dit is in het plangebied niet aanwezig en de soort kan uitgesloten worden. Overige vogelsoorten In het plangebied zijn een gebouw, diverse bomen en hagen aanwezig. In geen van de bomen is een nest van ekster (Pica pica) of nest van zwarte kraai ( Corvus corone) waargenomen. In enkele bomen zijn holtes aangetroffen die toegankelijk zijn voor vogels. Zodoende kunnen in het plangebied de volgende broedvogels worden verwacht: koolmees ( Parus major), pimpelmees (Cyanistes caeruleus ), boomkruiper (Certhia brachydactyla), zwarte roodstaart ( Phoenicurus ochruros ), spreeuw (Sturnus vulgaris ), merel

Turdus merula), heggenmus (Prunella modularis), winterkoning (Troglodytes troglodytes) en kauw (Coloeus monedula).

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

12

4.4 Planten Water-, oever- en moerasplanten In het plangebied is geen open water of moeras aanwezig. De aanwezigheid van beschermde water -, oever- en moerasplanten kan daarom worden uitgesloten. Terrestrische planten De volgende vier soorten zijn beschermd volgens het beschermingsregime Habitatrichtlijn. Liggende raket (Sisymbrium supinum) en zomerschroeforchis (Spiranthes aestivalis ) zijn verdwenen uit Nederland. Tonghaarmuts (Orthotrichum rogeri) is een zeldzame pionierssoort van jonge wilgenbossen en in jonge aanplant van zomereik. Het verspreidingsgebied in Nederland is beperkt tot een aantal locaties. Groenknolorchis (Liparis loeselii) is een soort van natte, vrij voedselarme grond, en komt voornamelijk voor in natte duinvalleien en trilvenen, maar ook in beekdal- en blauwgraslanden. Het verspreidingsgebied in Nederland is beperkt tot een aantal locaties (Waddeneilanden, Hollandse en Zeeuwse duinen, laagveengebieden en Zeeland). Het plangebied valt buiten het verspreidingsgebied van tonghaarmuts en groenknolorchis. Bovendien ligt het plangebied in stedelijk gebied, waar geschikt biotoop voor deze soorten ontbreekt. Zodoende kan de aanwezigheid van al deze soorten redelijkerwijs worden uitgesloten. Binnen het beschermingsregime Andere Soorten vallen vooral planten van akkers, akkerranden, graslanden, bossen, moerassen en verstoringszones.

Er zijn ook enkele muurplanten beschermd. In het plangebied zijn zeer voedselrijke omstandigheden. De aanwezigheid van de overige soorten kan door het ontbreken van geschikt leefgebied redelijkerwijs worden uitgesloten. Muurplanten zijn niet waargenomen en de aanwezigheid van de overige soorten kan door het ontbreken van geschikt leefgebied redelijkerwijs worden uitgesloten.

4.5 Vleermuizen Het plangebied bestaat uit een gebouw met meerdere aanbouwen en bouwlagen. De muren hebben een spouwmuur met plat dak met stenen of metalen daktrim. De spouwmuur is bereikbaar via open stootvoegen, kieren achter daktrim en enkele scheuren muren (Figuur 4). Zodoende is het pand geschikt als verblijfplaats van de gebouwbewonende vleermuizen gewone dwergvleermuis ( Pipistrelllus

pipistrellus), ruige dwergvleermuis ( Pipistrelllus nathusii), kleine dwergvleermuis ( Pipistrellus pygmaeus ), laatvlieger (Eptesicus serotinus ).

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

13

Figuur 4: Open stootvoegen en een scheur in muur die voor vleermuizen toegang geven tot de spouw. In het plangebied zijn bomen aanwezig. Enkele bomen hebben kleine holtes, en vertonen op enkele plekken scheuren in de bast, waardoor deze bomen geschikt zijn als zomerverblijfplaats van rosse vleermuis (Nyctalus noctula) en watervleermuis (Myotis daubentoni ). De bomen en de hagen in het plangebied kunnen geschikt zijn als foerageergebied voor gewone dwergvleermuis (Pipistrelllus pipistrellus ), ruige dwergvleermuis ( Pipistrelllus nathusii ), kleine dwergvleermuis (Pipistrellus pygmaeus ) en laatvlieger (Eptesicus serotinus ). Lijnvormige elementen zijn niet aanwezig, zodat vliegroutes van vleermuizen kunnen worden uitgesloten. Op grond van de geringe omvang van het plangebied is de kans klein dat het een essentieel foerageergebied betreft. In het plangebied kunnen op basis van verspreiding van vleermuissoorten en aanwezige biotopen verschillende soorten vleermuizen worden verwacht. In Tabel 1 is weergegeven welke soorten en welke functies van deze soorten mogelijk voorkomen. Op 24 september is reeds een baltsende gewone dwergvleermuis waargenomen in het plangebied, wat aanleiding geeft aan te nemen dat een paarterritorium van gewone dwergvleermuis aanwezig is in het plangebied.

Tabel 1 De potentieel aanwezige soorten vleermuizen en functies (aangegeven met X). Verblijfplaats functie

Andere functie

Zomer

Kraam

Paar

Winter

Vliegroute

Foerageergebied

gewone dwergvleermuis

X

X

X

X

ruige dwergvleermuis

X

X

X

kleine dwergvleermuis

X

X

X

rosse vleermuis

X

laatvlieger

X

X

watervleermuis

X

X

X

X

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

X

RA20457-01

14

4.6 Knaagdieren Bever Het plangebied ligt binnen het verspreidingsgebied van bever ( Castor fiber). De bever komt voor in de overgangszones tussen land en water van rivieren, meren en broekbossen. Bomen op de oever en voldoende rust zijn vereisten voor de aanwezigheid van bever. Het verspreidingsgebied heeft zich in de afgelopen decennia uitgebreid. In het plangebied en de directe omgeving is geen open water aanwezig. De aanwezigheid van bever kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Hamster Het verspreidingsgebied van de hamster ( Cricetus cricetus ) is beperkt tot Midden en Zuid-Limburg. De soort komt daarnaast enkel voor in agrarisch gebied, met een duidelijke voorkeur voor graanakkers. In het plangebied is dit biotoop niet aanwezig, hamster kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Eekhoorn Het plangebied ligt binnen het verspreidingsgebied van de eekhoorn ( Sciurus vulgaris). In de omgeving van het plangebied zijn gedurende de afgelopen 10 jaar regelmatig waarnemingen gedaan van eekhoorn. De bomen in het plangebied zijn geschikt voor de soort, echter zijn er geen nesten in de bomen aangetroffen. Er is in beperkte mate geschikt biotoop voor eekhoorn in het plangebied aanwezig. De directe omgeving is echter beter geschikt. Waarneming uit het verleden zijn bekend van de bossen ten noorden van het plangebied en ten zuiden in de ‘Tuin van het Heilig Hart’.

Tijdens het veldbezoek zijn zowel binnen als direct buiten het plangebied, geen nesten van de eekhoorn of knaagsporen aangetroffen. De aanwezigheid van de eekhoorn in het plangebied is daarmee niet uit te sluiten, het plangebied vormt een potentiele verbindingszone tussen de genoemde gebieden ten noorden en zuiden.

4.7 Muizen Grote bosmuis Het verspreidingsgebied van grote bosmuis ( Apodemus flavicollis ) beperkt zich tot de oostgrens van Nederland en ook in de omgeving van het plangebied. Grote bosmuis komt vooral voor in opgaand bos met een goed ontwikkelde struiklaag, maar leeft ook in braakliggend land en grasvegetaties. Dit biotoop is in het plangebied niet aanwezig, de aanwezigheid van deze soort in het plangebied is dan ook redelijkerwijs uit te sluiten. Noordse woelmuis De verspreiding van de noordse woelmuis ( Microtus oeconomus ) is beperkt tot vijf gebieden in Nederland met natte biotopen: het Friese merengebied, Texel, Noord-Holland zuid, het Utrechts/ZuidHollands veenweidegebied en het deltagebied. De soort kan in het plangebied worden uitgesloten. Hazelmuis Het verspreidingsgebied van hazelmuis ( Muscardinus avellanarius ) is beperkt tot het zuidoosten van ZuidLimburg. De aanwezigheid van deze soort in het plangebied is dan ook redelijkerwijs uit te sluiten.

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

15

Waterspitsmuis De waterspitsmuis (Neomys fodiens) komt in het grootste deel van Nederland voor, maar met het zwaartepunt in waterrijke gebieden van Friesland, Overijssel en Noord-Holland. Deze soort is gebonden aan schone wateren met een ontwikkelde watervegetatie en een rijke oevervegetatie. In Limburg komt de soort in kleinere aantallen voor langs bronbeekjes, de kleine rivieren en rond de vennen in de Peelgebieden (Huizinga et al, 2007). Het plangebied omvat geen geschikt leefgebied van de waterspitsmuis. De aanwezigheid van deze soort in het plangebied is dan ook uit te sluiten. Veldspitsmuis Het verspreidingsgebied van de veldspitsmuis ( Crocidura leucodon) omvat Twente en ZeeuwsVlaanderen. Het plangebied ligt niet in het verspreidingsgebied waarmee de aanwezigheid van deze soort dan ook redelijkerwijs is uit te sluiten. Eikelmuis Het verspreidingsgebied van de eikelmuis (Eliomys quercinus ) beperkt zich tot specifieke gebieden in Zuid-Limburg. De soort kan voor het plangebied worden uitgesloten. Overige muizen Voor aardmuis (Microtus agrestis ), bosmuis (Apodemus sylvaticus ), dwergmuis (Micromys minutus ), dwergspitsmuis (Sorex minutus), gewone bosspitsmuis (Sorex araneus), huisspitsmuis (Crocidura

russula), ondergrondse woelmuis ( Microtus subterraneus), rosse woelmuis (Myodes glareolus ), tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus ), veldmuis (Microtus arvalis ), woelrat (Arvicola amphibius ) en molmuis (Arvicola scherman) geldt dat zij door de Provincie Limburg voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming.

4.8 Marterachtigen Otter De otter is de enige marterachtige in Nederland in het beschermingsregime Habitatrichtlijn. Het plangebied ligt buiten het bekende verspreidingsgebied van otter (Lutra lutra). De aanwezigheid van deze soort kan hiermee redelijkerwijs worden uitgesloten. Bunzing, wezel, hermelijn Het verspreidingsgebied van bunzing (Mustela putorius), wezel (Mustela nivalis) en hermelijn (Mustela

erminea) beslaat vrijwel geheel Nederland. Alle drie soorten hebben een voorkeur voor half open, structuurrijke gebieden, en zijn daarbij afhankelijk van voldoende dekking. De kleine marterachtigen hebben hun verblijf in holen, zoals oude holen van konijnen, dassen en vossen (bunzing) en oude mollen en muizenholletjes (wezel, hermelijn), maar verblijven overdag ook wel in rustige, begroeide delen. Van bunzing zijn waarnemingen bekend in de wijde omgeving van het plangebied. Met name in de bossen ten noorden en westen van het plangebied en langs de Maas. In het plangebied zijn geen sporen van hermelijn, wezel en/of bunzing aangetroffen, zoals uitwerpselen, wissels, prooiresten en krabsporen. Tijdens het veldbezoek zijn geen (aanwijzingen voor) holen van das, konijn en vos aangetroffen. Bunzing kan worden uitgesloten. Hoewel muizenholen in het plangebied niet

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

16

kunnen worden uitgesloten, kunnen hermelijn en wezel worden uitgesloten in het plangebied, vanwege de aanwezigheid van huiskatten. Wezel, hermelijn en bunzing zijn door de provincie Limburg bij ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Steenmarter Het plangebied ligt binnen het bekende verspreidingsgebied van steenmarter (Martes foina). Steenmarters hebben een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw met oude schuren, heggen en geriefbosjes. In gebouwen dienen beschutte plekken als zolders, kruipruimtes, spouwmuren en ruimten onder dakpannen en schuren als verblijven. Binnen het territorium gebruiken ze echter ook tientallen schuilplekken in boomholtes, takkenhopen en struweel om te rusten of tijdelijk te verblijven. De omgeving van het plangebied is zeer geschikt voor de steenmarter door de aanwezigheid van geriefbosjes, struweel en houtwallen. Uit de omgeving zijn waarnemingen bekend van steenmarter. Het plangebied vormt in mindere mate geschikt foerageergebied voor de steenmarter dan de directe omgeving. In het plangebied zijn geen sporen van steenmarter gevonden, zoals vraatsporen, uitwerpselen, wissels en krabsporen. Door het ontbreken van beschutte plekken als zolders en toegankelijke gebouwen in combinatie met het ontbreken van sporen is de aanwezigheid van voortplantingsplaatsen van steenmarter is niet aannemelijk.

Het is redelijkerwijs niet uit te sluiten dat steenmarter het plangebied gebruikt als foerageergebied en als tijdelijke rustplek. Boommarter Het plangebied ligt binnen het bekende verspreidingsgebied van boommarter ( Martes martes ). Boommarters zijn echte bosbewoners die voorkomen in allerlei typen en leeftijden bos. Ze verblijven in allerlei holten, zoals boomholten, konijnen-, vossen- en dassenholen, maar het verblijf waar de jongen opgroeien is bijna altijd een boomholte. In de aanwezige bomen zijn geen holtes aanwezig die gebruikt kunnen worden door boommarter. De aanwezige holtes zijn te klein voor boommarter. Uit de omgeving zijn waarnemingen bekend van boommarter. Deze waarnemingen zijn allen van de bossen ten noorden en westen van Reuver. Het is redelijkerwijs uit te sluiten dat boommarter het plangebied gebruikt als foerageergebied en als tijdelijke rustplek. Das Het plangebied ligt binnen het bekende verspreidingsgebied van das ( Meles meles). Uit de omgeving zijn geen waarnemingen bekend. Het plangebied is grotendeels verhard en voldoet daarmee niet aan de habitateisen voor das. Er zijn ook geen sporen van das aangetroffen in het plangebied. De aanwezigheid van de das kan redelijkerwijs worden uitgesloten.

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

17

4.9 Overige zoogdieren Wilde kat, lynx en wolf Roofdieren die onder de Habitatrichtlijn vallen betreffen slechts zelden in Limburgse bossen waargenomen soorten zoals wilde kat (Felis silvestris) en lynx (Lynx lynx). Het verspreidingsgebied van wolf (Canis lupus) breidt zich uit, maar de soort is tot op heden niet in Zuid-Limburg aangetroffen. Daarom kan worden gesteld dat binnen het plangebied deze soorten niet voorkomen. Zeezoogdieren Er zijn 21 soorten walvisachtigen beschermd binnen de habitatrichtlijn. Dit zijn zeezoogdieren die logischerwijs niet in het plangebied voorkomen. Vos Tijdens het veldbezoek zijn geen holen, prenten, wissels en/of uitwerpselen van de vos (Vulpes vulpes) aangetroffen in het plangebied. Tevens is de vos door de provincie Limburg voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Haas, konijn en egel Haas (Lepus europaeus), konijn (Oryctolagus cuniculus ) en egel (Erinaceus europaeus ) zijn in het plangebied te verwachten. Tijdens het veldbezoek werd een dode haas aangetroffen in de voortuin van de school in het plangebied. Haas, konijn en egel zijn door de provincie Limburg voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Grote hoefdieren Het plangebied ligt binnen het verspreidingsgebied van wild zwijn ( Sus scrofa), damhert (Dama dama) en buiten het verspreidingsgebied van edelhert (Cervus elaphus ).

Edelhert kan ook zwervend en/of niet-wild aangetroffen in de omgeving van het plangebied. Voor edelhert en wild zwijn geldt een nul-stand-beheer; dieren buiten de aangewezen gebieden Veluwe, Oostvaardersplassen en Weerterbos worden niet geduld en afgeschoten. Het bos ten noorden van het plangebied is geschikt voor deze soorten, het plangebied echter niet. Door de afwezigheid van grasland en bosranden in het plangebied kan ree (Capreolus capreolus ) in het plangebied niet voorkomen. Deze soort is door de provincie Limburg voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming.

4.10 Reptielen In Nederland zijn drie soorten reptielen beschermd binnen het beschermingsregime Habitatrichtlijn, dat zijn de gladde slang, muurhagedis en zandhagedis. De overige reptielen vallen binnen het beschermingsregime ‘Andere soorten’. Gladde slang De gladde slang (Coronella austriaca) komt met name voor in heide en de hogere droge delen in hoogveenvegetaties. Deze habitats komen in het plangebied niet voor. Aanwezigheid van de soort is daarom uit te sluiten.

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

18

Muurhagedis De muurhagedis (Podarcis muralis) komt van nature uitsluitend in Maastricht voor. Er zijn populaties op de oude stadsmuren en langs een spoorlijn. Hoewel het plangebied buiten het natuurlijke verspreidingsgebied van deze soort ligt zijn er wel waarnemingen bekend van muurhagedissen in Reuver1. Dit betreft echter exemplaren die middels transport of uitzettingen op deze plekken terecht zijn gekomen. In het plangebied is geen geschikt biotoop aanwezig, de aanwezigheid van muurhagedis kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Zandhagedis De zandhagedis (Lacerta agilis ) is een soort van droge warme gebieden in de duinen en de zandgronden. De soort vereist een afwisseling van structuurrijke vegetatie, afgewisseld met zandige plekken voor de eiafzet. In het plangebied is geen geschikt habitat voor deze soort aanwezig, waardoor de aanwezigheid kan worden uitgesloten. Adder De adder (Vipera berus) is een soort van de pleistocene zandgronden en heeft een voorkeur voor natte heide en hoogveen. Binnen het verspreidingsgebied wordt de soort ook in open bossen aangetroffen. Het plangebied ligt buiten het natuurlijke verspreidingsgebied van deze soort en in het plangebied is geen geschikt habitat voor deze soort aanwezig, waardoor de aanwezigheid van deze soort kan worden uitgesloten.

Hazelworm De hazelworm (Anguis fragilis ) leeft voornamelijk in vochtige bos en heidegebieden met een dichte vegetatiestructuur. Daarnaast komt de soort ook voor langs houtwallen, struweel en diverse stenige, ruderale habitats. Vanwege het ontbreken van geschikt habitat in het plangebied kan de aanwezigheid van deze soort worden uitgesloten. Levendbarende hagedis De levendbarende hagedis (Zootoca vivipara) heeft een breed spectrum aan geschikt leefgebied. De soort komt voornamelijk voor in heide en hoogveen, maar ook in open bos, langs wegbermen en andere zonnige plekken. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen van levendbarende hagedis aanwezig. De aanwezigheid van deze soort in het plangebied kan worden uitgesloten. Ringslang Het plangebied ligt buiten het bekende verspreidingsgebied van de ringslang (Natrix natrix) en vanwege het ontbreken van geschikt habitat in het plangebied kan de aanwezigheid van deze soort worden uitgesloten.

4.11 Amfibieën In Nederland zijn de volgende amfibieën soorten beschermd binnen het beschermingsregime Habitatrichtlijn: knoflookpad, boomkikker, rugstreeppad, poelkikker, heikikker, geelbuikvuurpad, vroedmeesterpad en de kamsalamander. De overige amfibieën vallen binnen het beschermingsregime ‘Andere soorten’. 1 RAVON, 2020

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

19

In het plangebied is geen open water aanwezig. Het plangebied is dan ook niet geschikt voor de voortplanting van amfibieën. Ook in de directe omgeving is geen geschikt voortplantingswater voor amfibieën aanwezig. De aanwezigheid van overwinterende amfibieën kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten.

4.12 Vissen In het plangebied is geen open water aanwezig. De aanwezigheid van beschermde vissen is dan ook uitgesloten.

4.13 Vlinders en libellen Onder het Beschermingsregime Habitatrichtlijn komen vlinder- en libellensoorten voor die zeer specifieke habitats vereisen. Het leefgebied van deze soorten betreft voedselarme wateren of vegetaties. In het plangebied ontbreken de omstandigheden die geschikt zijn als leefgebied voor strikt beschermde libellen en dagvlinders of het plangebied ligt ver buiten het bekende verspreidingsgebied van deze soorten. De aanwezigheid van onder dit beschermingsregime vallende libellen en vlinders kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten. Vlinder- en libellen soorten binnen het beschermingsregime Andere soorten komen niet voor, omdat de specifieke biotopen in het plangebied ontbreken of het plangebied ver buiten het bekende verspreidingsgebied van deze soorten ligt.

4.14 Overige ongewervelden Van de overige ongewervelden vallen zeven soorten binnen het beschermingsregime Habitatrichtlijn en twee binnen het beschermingsregime Andere soorten. De volgende soorten zijn beschermd binnen het Beschermingsregime Habitatrichtlijn. Oeveraas (Palingenia longicauda), juchtleerkever (Osmoderma eremita) en Bataafse stroommossel (Unio

crassus) zijn uit Nederland verdwenen. Brede geelrandwaterroofkever (Dytiscus latissimus ) en gestreepte waterroofkever (Graphoderus bilineatus ) zijn zeldzame soorten met een zeer beperkte verspreiding. De brede geelrandwaterroofkever werd tot voor kort als uitgestorven beschouwd en is recent herontdekt in Drenthe. De gestreepte waterroofkever komt voor in veensloten in laagveengebieden, Nieuwkoopse plassen, Noordwest Overijssel en bij Oisterwijk. Beide soorten zijn afhankelijk van grote stilstaande wateren met schoon water, zoals meren, vennen en groeves met een minimale diepte van 1 meter en een minimale oppervlakte van 1 hectare en goed ontwikkelde oever - en watervegetatie. Het plangebied ligt buiten het verspreidingsgebied van brede geelrandwaterroofkever en gestreepte waterroofkever. In het plangebied zijn geen watergangen aanwezig, de aanwezigheid van deze soorten redelijkerwijs worden uitgesloten. De vermiljoenkever (Cucujus cinnaberinus ) komt sinds 2012 voor in Noord-Brabant, Limburg en Gelderland. De larven leven achter de schors van dode bomen in vochtige bossen, houtwallen en lanen met bomen. Het plangebied ligt binnen het verspreidingsgebied van vermiljoenkever. Uit de omgeving Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

20

zijn geen waarnemingen bekend. In het plangebied zijn bomen aanwezig, maar er geen dood hout aanwezig. Het plangebied voldoet daarmee niet aan de eisen van vermiljoenkever. De platte schijfhoren (Anisus vorticulus) komt in de meeste provincies lokaal voor. De soort komt voor in zoete, heldere en schone wateren met een rijke begroeiing, vaak in draadalg-vegetaties, maar ook in bijvoorbeeld wateren met krabbenscheer. De soort vertoont een voorkeur voor wateren met veenbodems. In wateren met klei- of zandbodems komt de soort slechts zeer incidenteel voor. De soort leeft niet in verontreinigd of brak water. Het plangebied omvat geen waterbiotoop, de soort kan redelijkerwijs worden uitgesloten. De Europese rivierkreeft (Astacus astacus) valt binnen het regime ‘Andere Soorten’ en komt nog op een plek voor in Nederland, namelijk in de schaatsvijver op landgoed Warnsborn nabij Arnhem. Het plangebied bevindt zich buiten het verspreidingsgebied van de Europese rivierkreeft. De aanwezigheid van deze soort kan worden uitgesloten. Het vliegend hert (Lucanus cervus ) valt binnen het regime ‘Andere Soorten’ is afhankelijk van rottend eikenhout dat in Nederland vooral voorkomt in oude eikenbossen, hakhout, houtwallen, lanen en parken met oude eikenbomen.

De aanwezigheid van het vliegend hert is beperkt tot de Veluwe, Midden - en ZuidLimburg, de stuwwal bij Nijmegen, de Utrechtse Heuvelrug en Twente. Het plangebied ligt aan de rand van het verspreidingsgebied van vliegend hert. Uit het bronnenonderzoek blijkt dat de soort niet in de omgeving voorkomt. In het plangebied zijn geen oudere eiken aanwezig, waardoor de aanwezigheid van deze soort in het plangebied kan worden uitgesloten.

4.15 Samenvatting resultaten Van de onderstaande resultaten worden in hoofdstuk 5 getoetst of de ingreep negatieve effecten heeft en of deze effecten in strijd zijn met de Wet natuurbescherming. Beschermde gebieden Het plangebied ligt nabij Natura 2000 gebied ‘Schwalm-Nette-Platte mit Grenzwald u. Meinweg’ in Duitsland en het ‘Swalmdal’ in Nederland. Het plangebied ligt niet in het NNN en er geldt geen externe werking. Houtopstanden Bescherming van houtopstanden op basis van de Wet natuurbescherming is niet van toepassing. Beschermde soorten In onderstaande tabel zijn de soorten of soortgroepen weergegeven die in het plangebied aanwezig zijn of hun aanwezigheid kan niet worden uitgesloten.

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

21

Tabel 2 Soort(groepen) (potentieel) aanwezig (X) met functie en beschermingsregime: VR= Vogelrichtlijn, HR= Habitatrichtlijn, AS= Andere Soorten Soort/soortgroep

Functie

Aanwezig

Huismus

Jaarrond beschermd nest

Gierzwaluw

Jaarrond beschermd nest

Algemene broedvogels

Mogelijk

Beschermings-

aanwezig

regime

X

VR

X

VR

X

Leefgebied, nesten

Vleermuizen, zie Tabel 3

Verblijfplaats, foerageergebied

Eekhoorn

Leefgebied, foerageergebied

X

VR

X

HR

X

AS (deels vrijgesteld)

X

Steenmarter

Foerageergebied

AS (deels

Haas

Leefgebied, foerageergebied

Konijn

Leefgebied, foerageergebied

X

AS (vrijgesteld)

Egel

Leefgebied, foerageergebied

X

AS (vrijgesteld)

vrijgesteld) X

AS (vrijgesteld)

Tabel 3 Potentieel aanwezige (X) vleermuissoorten en functies in het plangebied. Soort

Verblijfplaats functies

Andere functies

Zomer

Kraam

Paar

Winter

Vliegroute

Foerageergebied

Gewone dwergvleermuis

X

X

X

X

Ruige dwergvleermuis

X

X

X

Kleine dwergvleermuis

X

X

X

Rosse vleermuis

X

Laatvlieger

X

X

Watervleermuis

X

X

X

X X

Effectbeoordeling en toetsing Op grond van de resultaten van het veldbezoek en het literatuuronderzoek wordt in dit hoofdstuk beoordeeld wat de verwachtte effecten van de ingreep zijn op beschermde gebieden, houtopstanden en soorten. Negatieve effecten worden vervolgens getoetst aan de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Afrondend geeft de toetsing aan of een aangepaste werkwijze, aanvullend onderzoek dan wel een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is vereist.

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

22

5.1 Natura 2000 gebieden Effecten Effecten op Natura 2000-gebieden bestaan uit verlies aan habitat, negatieve effecten op soorten en verstorende effecten. In de effectenindicator (https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12) worden 19 verschillende storende factoren onderscheiden, waaronder effecten door geluid, trilling, visuele verstoring, verdroging en vermesting. Onder vermesting valt ook stikstofdepositie. De ingreep vindt plaats op een afstand van 3,5 km van Natura 2000-gebied ‘Schwalm-Nette-Platte mit Grenzwald u. Meinweg’ en op 5,4 kilometer afstand van Natura 2000-gebied ‘Swalmdal’. Door de aard en omvang van de ingreep is het uitgesloten dat negatieve effecten door trilling, geluid of visuele verstoring zullen optreden. In het tussenliggende gebied ligt de bebouwde kom van Reuver. Vanwege de uitspraak van de Raad van State (Mei 2019) is het stikstofbeleid met de drempelwaarde voor depositie van 0,05 mmol/ha niet meer geldig. Het is daarom bij veel ingrepen noodzakelijk een Aeriusberekening uit te voeren om daadwerkelijk depositie in Natura 200-gebieden te berekenen. Hierbij is zowel de realisatiefase als de gebruiksfase van belang. In Bijlage 5 is een stappenplan opgenomen waaruit blijkt wanneer een project doorgang kan vinden of vergunningplichtig is.

Gezien de omvang van de ingreep, het slopen van een voormalig schoolgebouw en de bouw van een woonwijk, en de afstand tot de Natura 2000-gebieden is het te verwachten dat de ingreep in de realisatiefase en/of de gebruiksfase bijdraagt aan stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden. Een teveel aan stikstof kan leiden tot veranderingen in leefgebieden van bijvoorbeeld vogelsoorten en/of vlinders, die sterk afhankelijk zijn van stikstofarme leefgebieden. Hierdoor komen de instandhoudingsdoelstellingen van soorten die voor de Natura 2000-gebieden zijn opgesteld in gevaar. Een negatief effect van de werkzaamheden op de Natura 2000-gebieden kan niet worden uitgesloten.

5.2 Natuur Netwerk Nederland Het plangebied ligt buiten het NNN en in de provincie Limburg zijn geen bepalingen opgenomen voor toetsing aan externe werking. Toetsing aan het NNN is niet van toepassing.

5.3 Houtopstanden Omdat de ingreep plaatsvindt binnen de bebouwde kom houtopstanden is artikel 4.2. van de Wet natuurbescherming niet van toepassing.

5.4 Vogels Beschermingsregime Vogelrichtlijn: vogels met jaarrond beschermde nesten (categorie 4) Binnen het plangebied zijn jaarrond beschermde nesten van gierzwaluw en huismus met vaste rust- en/of verblijfplaatsen te verwachten. Door de ingreep gaan deze nesten verloren/ worden verstoord wat in strijd is met de Wet natuurbescherming.

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

23

Beschermingsregime Vogelrichtlijn: overige vogels In het plangebied broeden mogelijk koolmees, pimpelmees, boomkruiper, zwarte roodstaart, spreeuw, merel, heggenmus, winterkoning en kauw. Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kan dit leiden tot het verlaten van nesten met eieren of jongen en brengen de functionaliteit van de nesten in gevaar en zijn een overtreding van artikel 3.1 lid 1 en 2 Wet natuurbescherming. Werken buiten het broedseizoen voorkomt overtreding. Het broedseizoen loopt in stedelijk gebied globaal van 15 maart tot 15 juli, afhankelijk van weersomstandigheden en de soorten.

5.5 Vleermuizen Uit de resultaten blijkt dat enkele soorten vleermuizen binnen het plangebied kunnen voorkomen. In Tabel 4 is weergegeven op welke potentieel voorkomende combinatie van soorten en functies binnen het plangebied mogelijk negatieve effecten te verwachten zijn.

Tabel 4 De potentieel voorkomende soorten vleermuizen en functies (aangeduid met x). Groen X = geen effect te verwachten, rood X = negatief effect niet uitgesloten. - = functie niet verwacht. Soorten

Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Kleine dwergvleermuis Rosse vleermuis Laatvlieger Watervleermuis

Verblijfplaats functies

Andere functies

Zomer

Kraam

Paar

Winter

X

X

X

X

Vliegroute -

Foerageergebied X

X

-

X

-

-

X

X

-

X

-

-

X

X

-

-

-

-

X

X

-

X

-

-

X

X

-

X

-

-

-

Omdat door de ingreep meerdere potentiële verblijfsplaatsen verdwijnen, leidt de ingreep mogelijk tot een overtreding van artikel 3.5, lid 4. Aantasting van foerageergebieden en vliegroutes leiden indirect tot een afname van de functionaliteit van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van vleermuizen en zijn daarmee ook een overtreding van artikel 3.5, lid 4 van de Wet natuurbescherming.

5.6 Knaagdieren In het plangebied komt mogelijk eekhoorn voor, wanneer er bomen of struweel verwijderd worden zijn er negatieve effecten te verwachten op het voorkomen van de eekhoorn. Eekhoorn is door de provincie Limburg bij ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming in de periode van maart tot april en juli tot en met november. Wanneer werkzaamheden in deze perioden worden uitgevoerd, is er geen overtreding van artikel 3.1 lid 1 en 2 Wet natuurbescherming.

5.7 Marterachtigen Steenmarter maakt mogelijk gebruik van het plangebied als foerageergebied en rustgebied. Steenmarter is in Limburg bij ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming in de periode 15

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

24

augustus tot en met februari. Wanneer werkzaamheden in deze periode wordt uitgevoerd, is er geen overtreding van artikel 3.1 lid 1 en 2 Wet natuurbescherming.

5.8 Overige zoogdieren Uit de resultaten blijkt dat haas, konijn en egel mogelijk voorkomt in het plangebied. De ingreep heeft negatieve effecten omdat het huidige groen rondom de school (deels) verdwijnt. Omdat deze soorten in Limburg voor ruimtelijke ontwikkelingen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming, leidt de ingreep voor deze soorten niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Wel geldt altijd de zorgplicht.

5.9 Overige soortgroepen Uit de resultaten blijkt dat de aanwezigheid van beschermde soorten uit de soortgroepen planten, muizen, reptielen, amfibieën, vissen, dagvlinders, libellen en overige ongewervelden redelijkerwijs k an worden uitgesloten. Daarmee is ook een negatief effect op deze soorten redelijkerwijs uit te sluiten. De ingreep leidt derhalve niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soorten.

5.10 Samenvatting effectbeoordeling Uit de effectbeoordeling volgt voor welke gebieden/houtopstanden en/of soorten/soortgroepen de ingreep wel of geen negatieve effecten heeft op beschermde soorten. In onderstaande tabellen is aangegeven of er negatieve effecten zijn en of de effecten en daarmee de overtredingen zijn te voorkomen door middel van aangepaste werkwijze (met Ja aangegeven).

Tabel 5 effectbeoordeling en overtreding gebiedsbescherming Gebieds-

Functie

Effecten tgv

Overtreding

bescherming

ingreep

Wnb

N2000

mogelijk

VR, HR, AS

Vervolgstappen

Ja, Aerius berekening en evt. nader onderzoek

Natuurnetwerk

nee

geen

nee

geen

Nederland Houtopstanden

Tabel 6 Samenvatting effectbeoordeling en overtreding van Wet natuurbescherming (Wnb). VR= Vogelrichtlijn, HR= Habitatrichtlijn, AS= Andere Soorten. Soort/ soortgroep

Huismus

Functie

Jaarrond beschermd

Effecten tgv

Overtreding

Vervolgstappen

ingreep

Wnb

mogelijk

mogelijk, VR

Ja, nader onderzoek

mogelijk

mogelijk, VR

Ja, nader onderzoek

mogelijk

mogelijk, VR

Ja, tenzij werkzaamheden

nest Gierzwaluw

Jaarrond beschermd nest

Algemene

Leefgebied, nesten

broedvogels

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

buiten broedseizoen

RA20457-01

25

plaatsvinden. Broedseizoen is globaal van 15 maart tot 15 juli. Vleermuizen

Verblijfplaats,

ja

HR

foerageergebied Eekhoorn

Leefgebied,

Ja, nader onderzoek, mitigatie

mogelijk

AS

foerageergebied

Ja, tenzij werkzaamheden binnen de periode maartapril of juli t/m november worden uitgevoerd.

Steenmarter

Leefgebied,

mogelijk

AS

foerageergebied

Ja, tenzij werkzaamheden binnen de periode 15 augustus t/m februari worden uitgevoerd.

Haas

Leefgebied,

mogelijk

AS

Nee, vrijgesteld

mogelijk

AS

Nee, vrijgesteld

mogelijk

AS

Nee, vrijgesteld

foerageergebied Konijn

Leefgebied, foerageergebied

Egel

Leefgebied, foerageergebied

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

26

Conclusies en vervolgstappen 6.1 Natura 2000 gebieden Natura 2000 De ingreep leidt zeer waarschijnlijk tot extra stikstofdepositie in de aanleg/gebruiksfase. Het is daarom noodzakelijk van verschillende scenario’s een Aerius berekening uit te werken, een voortoets en een vergunning aan te vragen. NNN De ingreep vindt niet plaats binnen het NNN. Hierdoor is het afwegingskader Ecologische Hoofdstructuur niet van toepassing. Nadere toetsing aan NNN is niet nodig.

6.2 Houtopstanden Omdat de ingreep plaatsvindt binnen de bebouwde kom houtopstanden is artikel 4.2. van de Wet natuurbescherming niet van toepassing. Een melding van de kapwerkzaamheden in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Mogelijk zijn voor het kappen van de bomen nog wel gemeentelijke en/of provinciale verordeningen van toepassing.

6.3 Vogels Vogels zijn beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. In het plangebied zijn de volgende vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond zijn beschermd waargenomen of te verwachten: huismus en gierzwaluw. Daarom is het noodzakelijk aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van deze vogelsoorten in het plangebied te verrichten. Aanvullend onderzoek naar huismus en gierzwaluw houdt in dat er twee ochtendbezoeken in de periode 1 april t/m 15 mei en drie avondbezoeken in periode 15 mei t/m 15 juli aan het plangebied gebracht dienen te worden. Voor de andere mogelijk aanwezige soorten broedvogels geldt dat de werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd dienen te worden. Werkzaamheden die uitgevoerd worden tijdens het broedseizoen kunnen leiden tot het verlaten van nesten met eieren of jongen en brengen de functionaliteit van de nesten in gevaar en zijn een overtreding van de Wet natuurbescherming, artikel 3.1, lid 1 en 2. Voor het broedseizoen stelt de wet geen vaste begin- of einddatum. Normaal gesproken loopt het broedseizoen voor de meeste vogelsoorten van 15 maart tot 15 juli. Wanneer niet buiten het broedseizoen gewerkt kan worden, moet het plangebied voorafgaande aan de werkzaamheden door een deskundige op het gebied van beschermde soorten onderzocht worden op de aanwezigheid van broedgevallen.

Ook is het dan aan te raden het aanwezige snoeiafval en de vegetatie binnen het werkterrein (ruim) voor het broedseizoen te verwijderen, om de kans op broedgevallen binnen het plangebied te beperken. Het is niet mogelijk ontheffing te verkrijgen voor het verstoren van broedende vogels.

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

27

6.4 Vleermuizen Vleermuizen zijn beschermd volgens het Beschermingsregime Habitatrichtlijn. Binnen het plangebied hebben enkele gebouw- en/of boombewonende vleermuissoorten mogelijk hun vaste rust- en/of verblijfplaats in het gebouw/boom: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger en watervleermuis. Daarom is het noodzakelijk aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van deze vleermuissoorten in het plangebied te verrichten. Het verdient aanbeveling dit aanvullende onderzoek uit te voeren volgens het Vleermuisprotocol 2021 van het Netwerk Groene Bureau’s. Het Vleermuisprotocol geeft invulling aan de onderzoeksverplichting voortkomend uit de Wet natuurbescherming. Aanvullend vleermuisonderzoek houdt in dat er drie bezoeken in de periode 15 mei t/m 15 juli) en twee bezoeken in periode 15 augustus t/m 1 oktober aan het plangebied gebracht dienen te worden.

6.5 Eekhoorn Eekhoorn is vrijgesteld van de Wet natuurbescherming in de periode van maart tot april en juli tot en met november. Wanneer werkzaamheden in deze perioden worden uitgevoerd, is er geen overtreding. Er zijn geen vervolgstappen nodig tenzij gewerkt wordt buiten de vrijstellingsperioden.

6.6 Steenmarter Steenmarter is vrijgesteld van de Wet natuurbescherming in de periode 15 augustus tot en met februari. Wanneer werkzaamheden in deze periode wordt uitgevoerd, is er geen overtreding. Er zijn geen vervolgstappen nodig tenzij gewerkt wordt buiten de vrijstellingsperiode.

6.7 Samenvatting Onderstaande tabel geeft een overzicht van de overtredingen van de Wet natuurbeheer ten gevolge van de ingreep en welke vervolgstappen nodig zijn voordat met de ingreep/werkzaamheden begonnen kan worden.

Tabel 7: Samenvatting benodigde vervolgstappen Soort/ soortgroep

Overtreding van

Vervolgstappen

Wnb Huismus

Gierzwaluw

Broedvogels

Ontheffing aanvragen

VR art 3.1, lid 1

Nader onderzoek, mitigatie,

Mogelijk

en 2

ontheffingsaanvraag

VR art 3.1, lid 1

Nader onderzoek, mitigatie,

en 2

ontheffingsaanvraag

VR, art 3.1, lid 1

Werken buiten broedseizoen

Nee

Nader onderzoek, mitigatie,

Ja

Mogelijk

en 2 Vleermuizen

HR

ontheffingsaanvraag Eekhoorn

AS

Werken in vrijstellingsperiode

Nee

Steenmarter

AS

Werken in vrijstellingsperiode

Nee

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

28

Literatuur en bronnen 7.1 Soortengroepen Amfibieën, vissen en reptielen •

BIJ12, 2017, Kennisdocument Heikikker , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Kamsalamander , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Levendbarende hagedis , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Poelkikker , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Rugstreeppad , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Zandhagedis , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Grote modderkruiper , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

Brouwer, T., M. Dorenbosch, R. van Eekelen & J. Spier, 2010. Vissenatlas Noord-Brabant. Uitgeverij Profiel, Bedum.

•

Creemers, C.M. & J.C.W. van Delft, 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. KNNV Uitgeverij, Zeist.

•

www.ravon.nl

Zoogdieren •

BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Rosse vleermuis, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Watervleermuis , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Bever , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Das , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Noordse woelmuis , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden.

•

Dietz, C., A. Kiefer, 2017. Veldgids Vleermuizen van Europa. Alle soorten van Europa. KNNV Uitgeverij, Zeist.

•

Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman, 2011. Cursus vleermuizen en planologie. Cursusmap, Zoogdiervereniging.

•

Regelink, J.R. & T. Bosch, 2007. Grote bosmuis in Winterswijk. Zoogdier 18 (2): 23.

•

www.zoogdiervereniging.nl

Planten en vegetatie •

Floron, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist.

•

www.floron.nl

Insecten en ongewervelden •

www.vlinderstichting.nl

•

www.eis-nederland.nl

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

29

Vogels •

BIJ12, 2017. Kennisdocument Gierzwaluw , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017. Kennisdocument Huismus , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Roek , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Steenuil , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Buizerd, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017, Kennisdocument Kerkuil , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

www.sovon.nl

Methoden, databanken, wetgeving •

www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/soortinventarisatieprotocollen

•

www.ndff-ecogrid.nl

•

www.telmee.nl

•

www.verspreidingsatlas.nl

•

www.minez.nederlandsesoorten.nl/zoeken-naar-soort

•

www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx

•

www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/effectenindicator.aspx

•

www.ruimtelijkeplannen.nl

•

www.raadvanstate.nl/@115651/pas-mag/

•

www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aanpak-stikstof/toestemmingverlening-zonder-pas

•

www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aanpakstikstof/documenten/publicaties/2019/10/12/beslisboom-toestemmingverlening-stikstofdepositiebij-nieuwe-activiteiten

7.2 Project gerelateerde bronnen •

RAVON, 2020, nieuwsbrief Schubben & Slijm, nummer 45, oktober 2020, Stichting RAVON, Nijmegen.

Ecologische quickscan Voormalige school Parklaan 8c

RA20457-01

30

Bijlage 1.

Wet natuurbescherming

Algemeen Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet is de Nederlandse implementatie van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, aangevuld met nationale bepalingen. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De Wet natuurbescherming kent drie pijlers, namelijk: •

bescherming van Natura 2000-gebieden,

•

bescherming van soorten,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=e7846d0f-41d6-450c-b8c9-8589d7f4bb2e