CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

14.2.25 - 2026.06.24, Stichting Stem op een Vrouw, de positie van vrouwen in politiek (geanonimiseerd)

Besluitvormende raadsvergadering 6 juli 2026, gemeente BeeselBij agendapunt: Voor kennisgeving aannemen16.348 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente

Beesel

INGEKOMEN

ed

24 JUNI 2026 Geachte

griffie,

Van harte gefeliciteerd met de installatie van de nieuwe gemeenteraad! De start van raadsperiode is een belangrijk moment voor de lokale democratie.

een

nieuwe

We

zijn ontzettend trots dat de kiezer afgelopen 18 maart wederom slim van haar stemrecht gebruik heeft gemaakt, en er maar liefst 504 vrouwen met voorkeurstemmen zijn verkozen. In de nieuw verkozen gemeenteraden is 36,9 procent van de verkozen raadsleden voorkeurstemmen zou dit slechts 32,7 procent zijn geweest. Een

representatieve raad, waarin

Zonder

vrouw.

mensen meedoet, draagt bij aan betere besluitvorming en meer vertrouwen in de politiek. Tegelijk zien we dat vrouwen gemiddeld eerder dan mannelijke collega's stoppen met hun politieke loopbaan, bijvoorbeeld door ervaren drempels, een een

diversiteit aan

onveilige werkomgeving of de lastige combinatie van werk en privé. Het is daarom niet alleen belangrijk dat vrouwen zich kandideren en gekozen worden, maar ook dat zij hun raadswerk goed kunnen

blijven doen.

Griffies

spelen bij de ondersteuning van het raadswerk een belangrijke rol. Met gerichte keuzes kunnen zij bijdragen aan een werkomgeving waarin diverse mensen zich welkom voelen, kunnen ontwikkelen en minder snel uitvallen. Denk aan aandacht voor een veilige politieke cultuur, duidelijke afspraken over omgangsvormen, en goede praktische randvoorwaarden die het raadswerk beter uitvoerbaar maken.

Door hier bewust aandacht

blijft kennis en ervaring Stichting Stem

op

delen hierbij graag en

een

behouden Vrouw

kennis

met materialen

die direct

met name voor vrouwen

toepasbaar zijn

_Barrières herkennen.

e

besteden,

wordt

onnodige uitval voorkomen

en

is hét expertisecentrum over de positie van vrouwen in de politiek. Wij praktische handvatten die helpen bij het versterken van een inclusieve

en

veilige werkomgeving,

te

aan

de lokale democratie.

voor

in de

in de raad.

Bij deze

brief ontvangt

u een

pakket

praktijk:

Onderzoeksrapport

‘Barrières

voor

vrouwen

om

politiek actief te

worden, zijn en blijven’ (Dr. Zahra Runderkamp, Alliantie Politica, 2023); e

_ Historische context. Boek ‘Stem op een vrouw. De strijd voor vrouwen in de politiek’ (Devika Partiman, Uitgeverij Cossee, 2024);

Omgang met online haat. Het protocol ‘Veilig online zichtbaar in de politiek’ (Werkgroep Veilig in de Politiek, 2026) + Brochure over de training ‘Samen weerbaar bij online haat.

e

Deze

materialen bieden

partijen Wilt

om

u meer

bij te dragen weten

griffies op maandag

concrete

aanknopingspunten

aan

raadsperiode die voor elk raadslid

over ons

21

een

werk

september

(geanonimiseerd) Westermopeenvrouw.com, We

wensen

u een

Met warme

groet,

en

mooie

aanbod? Komt

van

raadsperiode,

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) J

Directeur

Stichting

Stem op

www.stemopeenvrouw.com

een

16.00-17.00

met als

Vrouw

u

voor

dan

uur.

griffies, colleges,

naar

politieke

de online informatiebijeenkomst

U meldt zich aan

onderwerp: Aanmelding en

raden en lokale

werkt.

21

door een

september.

hopen dat u iets aan dit pakket

heeft!

voor

mail te sturen naar

Inhoudsopgave Introductie: vrouwen in de Nederlandse politiek Wat voor soort onderscheiden maakt de literatuur tussen barrières? Voorbij de cijfers (Ballington et al. , 2005) Barrières voor vrouwen in de nationale en lokale politiek (Maguire , 2018) Culturele obstakels voor vrouwen in de democratie (Inglehart & Norris , 2001) Barrières voor vrouwen in Amerika (Shames , 2013) Barrières voor vrouwen in Canada (Thomas , 2013) Naar politieke deelname en leiderschap (Cowper-Smith et al. , 2017) Vraag en aanbod (Shreeves et al. , 2019) Voorkomen , stuwen en aantrekken (Durose et al. , 2011) Fasen en lagen (Leyenaar , 2004) Een tussenconclusie en hoe dit rapport verder gaat Barrières voor vrouwen in de Nederlandse politiek Sociale en culturele barrières Hoe ziet weerstand eruit? Politieke barrières Hoe ziet weerstand eruit? Kennis-en-informatie barrières Wat kunnen we doen? Conclusie Bibliografie Colofon

2

3 7 7 7 8 8 9 9 10 10 10 11 12 12 15 15 18 19 21 23 24 30

Introductie: vrouwen in de Nederlandse politiek Vrouwen zijn in al hun diversiteit nog steeds ondervertegenwoordigd in de Nederlandse politiek. Dit geldt voor alle politieke niveaus zoals het lokale en nationale niveau. Al meer dan honderd jaar hebben vrouwen kiesrecht en kunnen zij verkozen worden. Waarom zijn ze dan toch nog steeds ondervertegenwoordigd? ,

,

,

Om dat te verklaren bekijkt dit rapport de barrières die de participatie van vrouwen versperren op subtiele en minder subtiele manieren. Barrières gaan over toegankelijkheid en ontoegankelijkheid van de politiek. Gegeven actief en passief kiesrecht voor vrouwen zijn deze barrières informeel van aard. Het staat dus nergens vast bijvoorbeeld in een wet. ,

,

Dit rapport laat zien dat allerlei barrières een doorslaggevende rol spelen om wel of niet de politiek in te gaan. Ze spelen over een heel mensenleven eigenlijk vanaf de geboorte. Het voortbestaan van deze barrières laat nog maar eens zien dat vrouwen in de Nederlandse politiek het onderspit delven. Terwijl gelijkwaardige deelname een voorwaarde is voor onze representatieve democratie. Het is dus niet vergezocht om te zeggen dat deze barrières per stuk en samen een gevaar zijn voor onze democratie. Daarnaast werken de barrières elkaar ook in de hand en zijn ze als het ware zelfversterkend. Bijvoorbeeld: het bestaan van stereotypen over de rol van vrouwen in de samenleving leidt tot verminderde politieke ambitie wat weer leidt tot relatief weinig vrouwen in de politiek. Dat levert weer een gebrek aan rolmodellen op voor jonge meiden enzovoort. ,

,

,

,

,

,

,

,

Dit rapport identificeert barrières die ten eerste Nederlandse vrouwen weerhouden van toetreden tot politiek en ten tweede die ervoor zorgen dat vrouwen eerder uitvallen in de politiek. Welke barrières zijn er en hoe kunnen we ze op een begrijpelijke manier van elkaar onderscheiden? Het rapport doet dit waar mogelijk vanuit intersectionele blik (Crenshaw 1991). Het begrip is altijd aan ontwikkeling en verandering onderhevig. Het gaat in ieder geval om het beter begrijpen hoe verschillende machtssystemen (zoals gender maar ook klasse leeftijd etc. ) met elkaar samenhangen en het besef dat ze apart van elkaar niet goed begrepen kunnen worden (Collins & Chepp 2013). Zo zullen vrouwen die ook een migratieachtergrond hebben of een beperking te maken hebben met verschillende uitwerkingen van de barrières vanwege hun gender maar ook vanwege hun andere identiteitskenmerken. Voor dit rapport is het belangrijk dat te benadrukken omdat er zowel vanuit activisme als vanuit de academische literatuur steeds meer aandacht is voor een intersectionele benadering in het bestuderen van vrouwen in de politiek. Dat wil zeggen dat dit rapport bij het kijken naar barrières voor vrouwen daarin ook steeds afvraagt: voor welke vrouwen? Daarbij baseert dit onderzoek zich op nationaal en vooral internationaal onderzoek over gender en politiek.

De Nederlandse situatie is altijd het referentiepunt maar er is over de Nederlandse casus niet altijd onderzoek beschikbaar. Daarom moeten we ook naar inzichten uit het buitenland kijken. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Dit rapport kijkt naar alle fasen van de politieke levensloop. Welke personen wel en niet politiek actief worden en blijven is onderdeel van een uitgebreid proces met een lange aanloop (Mügge & Runderkamp 2019) veel langer dan een verkiezingsdag of een paar minuten in het stemhokje. Jarenlang onderzoek van politicologen geeft ons inzicht in hoe een politieke levensloop er ongeveer uitziet. Dit heet ook wel het ‘legislative recruitment process’ (Norris 1997). Dit proces legt uit dat we het kiezen van volksvertegenwoordigers kunnen opdelen in de volgende fasen: ,

,

,

1.

‘Verkiesbaren’: Nederlandse staatsburgers boven de achttien jaar die mogelijk gekozen kunnen worden in lijn met de Nederlandse grondwet ; Aspiranten: het deel van de ‘verkiesbaren’ dat ambitie ontwikkelt om verkozen te worden ; Kandidaten: het deel van de aspiranten dat via een politieke partij op een ,

2. 3.

3

4. 5.

verkiezingslijst komt ; Verkozenen: het deel van de kandidaten dat wordt verkozen tijdens een verkiezing ; Na verkiezing: het behouden van verkozenen door uitval tegen te gaan maar ook door doorgroeimogelijkheden te bieden. ,

Politicologen zagen dat bij elke stap in dit proces de ‘pool’ kleiner werd in het bijzonder waarbij het gaat om identiteiten die ondervertegenwoordigd zijn in de politiek zoals vrouwen. Dit staat ook wel bekend als het piramidemodel zoals hier weergegeven (Tolley 2022): ,

,

,

,

Onderzoekers in Denemarken stelden tegenover het piramidemodel een zandlopermodel voor (Kjaer & Kosiara-Pedersen 2019). Zij laten zien dat het knelpunt voor vrouwen in de politiek vooral zit in de fase van aspiranten. Namelijk: in de bevolking is de verdeling mannen en vrouwen evenredig maar vervolgens zijn er onder partijleden minder vrouwen – en daarmee minder potentiële kandidaten. Er zijn daarentegen weer relatief veel genomineerde vrouwen (‘kandidaten’) gegeven de verdeling binnen de partij en dus hebben vrouwen relatief meer kans dan mannen om verkozen te worden. Uit Kjaer & Kosiara-Pedersen 2019: ,

,

,

4

Ook kiezers stemmen juist graag op vrouwen - hier zit ook een voordeel. Een essentieel knelpunt is dus dat partijlidmaatschap. Sommige Nederlandse politieke partijen passen beter in het piramidemodel anderen juist in het zandlopermodel. Hierbij spelen ook ideologische verschillen een rol (links-rechts). Vooral partijen aan de linkerkant van het spectrum vallen onder het piramidemodel. Bij deze partijen zitten relatief veel vrouwelijke kandidaten en verkozenen. Op de rol van ideologie komt dit rapport later nog terug. ,

Tegenover allebei de modellen kunnen we zeker stellen dat barrières daarin een belangrijke rol spelen. Als het gaat om verschillende knelpunten en verschillende fasen – zoals politiek actief worden of verkozen worden speelt gender altijd soms op de achtergrond een rol. Daarom staat waar relevant per barrière ook aangeven om welk fase het (vooral) gaat (Culhane & Olchawski 2018). ,

,

,

,

,

,

Politicologen maakten eerder al onderscheid tussen macro- meso- en micro-factoren die het aantal verkozen vrouwen in de politiek kunnen verklaren (Leyenaar 2004 ; Wängnerud 2009). Bij macro-factoren kan je bijvoorbeeld denken aan de cultuur of kiesstelsel. Bij meso-factoren gaat het om onder andere partijorganisatie en de rol van een vrouwenbeweging. Bij micro-factoren gaat het om de voorkeuren van kiezers en de motivatie van vrouwen om zich kandidaat te stellen. Het volledige overzicht uit Wängnerud 2009 vind je hier: ,

,

,

,

Dit rapport vervolgt met een thematische bespreking per barrière in plaats van per niveau. Op de academische literatuur gebaseerd zal dit rapport de volgende barrières verder uitwerken voor de Nederlandse situatie: Sociale en culturele barrières ; Politieke barrières ; Kennis- en informatie-barrières. Per barrière wordt ook de rol besproken die weerstand speelt. Actieve weerstand is namelijk ook een manier om verandering tegen te gaan. Het gaat dan om het gebrek aan regelgeving beleid of actie om vrouwen toegang te bieden tot de politiek. Het artikel van politicologen Celis en Lovenduski wees hier al in 2018 op (Celis & Lovenduski 2018 ; Mügge & Runderkamp 2019). De onderzoekers leggen uit dat de huidige politieke situatie die verre van gelijk of gelijkwaardig is ook moet worden gezien als resultaat van actieve weerstand. Inderdaad veel van bovenstaande barrières zouden in theorie op korte termijn opgelost kunnen zijn. Waarom is dat dan nog niet gebeurd? Celis en Lovenduski zeggen daarover dat de huidige politieke elite (vooral mannen) graag aan de status quo willen vasthouden. Daadkracht ontbreekt. Want voor hen lijkt er alleen maar iets te verliezen. Dit speelt zowel binnen als buiten de politiek.

Ook The Reykjavik Index for Leadership merkte in hun meest recente rapport op dat er een gebrek aan regelgeving is om barrières tegen te gaan voor vrouwen op de werkvloer in het algemeen (Kantar 2022). Weigeren om regels of praktijken te veranderen is dus een manier ,

,

,

,

,

,

,

,

,

5

weerstand in het voordeel van bestaande barrières. Hoe we dat kunnen doorbreken of verbeteren is dus ook een relevante vraag bovenop bestaande barrières. om vorm te geven aan

,

,

De opbouw van het rapport is als volgt: het bespreekt wat voor soort onderscheiden de academische literatuur maakt tussen verschillende barrières. Versimpeld zouden we kunnen zeggen dat het gaat om twee mogelijkheden: factoren die het aanbod beperken en factoren die de vraag beperken. Bij de ene spelen individuen een belangrijke rol en bij de andere institutionele actoren zoals politieke partijen. En het kan alle fasen van het vertegenwoordigingsproces betreffen. Om te voorkomen dat de onderwerpen teveel door elkaar gaan lopen bespreekt dit rapport de barrières thematisch. Dit rapport eindigt met een aantal conclusies en aanbevelingen om de besproken barrières tegen te gaan. ,

,

6

Wat voor soort onderscheiden maakt de literatuur tussen

barrières? In dit hoofdstuk wordt uiteengezet wat verschillende soorten barrières zijn die voortkomen uit de internationale academische literatuur.

Voorbij de cijfers (Ballington et al. , 2005) Een toegankelijk stuk over barrières of wat de auteur zelf ‘obstakels’ noemt verscheen in het boek ‘Women in Parliament: Beyond Numbers’. Het hoofdstuk ‘Obstacles to Women’s Participation in Parliament’ van Nadezhda Shvedova is in dit boek opgenomen. Het hoofdstuk is doorspekt met quotes van politici over de hele wereld en veel concrete voorbeelden. Zij ziet daarbij politieke obstakels sociaaleconomische obstakels en ideologische/psychologische obstakels. ,

,

,

,

Onder politieke obstakels noemt Shvedova onder andere het ‘masculiene model’ van het inrichten van de politiek gebrek aan steun en ondersteunings-systemen vanuit politieke partijen waaronder gebrekkige toegang tot netwerken de andere standaarden waar vrouwen aan worden gehouden weinige contact tussen politieke partijen en vrouwenorganisaties of vakbonden gebrek aan toegang tot goed ontwikkelde onderwijs- en opleidingssystemen voor leiderschap van vrouwen in het algemeen en voor het oriënteren van jonge vrouwen op het politieke leven. Zij schaart ook het kiesstelsel hieronder. ,

,

,

,

,

,

Dan de sociaaleconomische obstakels zoals het gebrek aan financiële middelen om deel te nemen aan de politiek gegeven dat vrouwen oververtegenwoordigd zijn in armoede. Maar ook beperkte toegang tot onderwijs en verschillende beroepskeuzes en de extra zorgtaken die vrouwen op zich (moeten) nemen. ,

,

,

Als laatste noemt Shvedova de ideologische en psychologische obstakels zoals genderideologie (hoe we over gender nadenken als samenleving) culturele/sociale rollen voor vrouwen versus mannen het gebrek aan zelfvertrouwen bij vrouwen om verkiesbaar te staan en de slechte perceptie van vrouwen over de politiek en de manier waarop vrouwen in de media worden afgebeeld. ,

,

,

Barrières voor vrouwen in de nationale en lokale politiek (Maguire , 2018) Een rapport dat meer is toegespitst op de Europese situatie en geschreven voor een breder publiek komt van Sue Maguire. Zij noemt als drie categorieën barrières: sociaal-cultureel structureel-institutioneel en kennis-en-informatie. ,

,

Onder de sociaal-culturele barrières verstaat zij het feit dat de politiek (tot nu toe) door mannen wordt gedomineerd en het daaruit voortkomende gebrek aan rolmodellen. Maar Maguire wijst ook op de rol van zorgtaken voor (jonge) vrouwen daaruit voortvloeiend dat vrouwen vaker parttime werken daardoor in minder betaalde sectoren werken en daardoor minder middelen hebben om politiek actief te worden of blijven of om zich kandidaat te stellen. ,

,

,

,

Onder structurele en institutionele barrières verstaat Maguire de rol van werving en selectie van politieke partijen (en het gebrek van transparantie in die procedures) discriminatie tegen vrouwen in de politiek en – dit schrijft Maguire over specifiek het Britse systeem – de grotere kans voor vrouwen om op on-winbare zetels geplaatst te worden als kandidaat. Dit kunnen we deels vergelijken met de Nederlandse situatie waarin de volgorde van de kieslijst de ‘verkiesbaarheid’ in grote mate bepaald. Hoe hogere plek op de lijst hoe groter de kans is om verkozen te worden. ,

,

,

7

Als laatste de kennis- en informatiebarrière. Maguire legt uit dat ondervertegenwoordigde groepen minder toegang hebben tot netwerken informatie en rolmodellen. Hier kunnen we intersectionele verschillen verwachten zoals verschillen tussen theoretisch en praktisch geschoolde vrouwen. Daarnaast is er een gebrek aan informatie over wat politieke functies zoals wethouder of Kamerlid eigenlijk behelzen. ,

,

Culturele obstakels voor vrouwen in de democratie (Inglehart & Norris , 2001) In dit hoofdstuk richten de auteurs Inglehart en Norris hun blik vooral op de wereldwijde situatie in het bijzonder op ‘politiek leiderschap’ van vrouwen. Zij noemen daarvoor structurele institutionele en culturele obstakels. ,

,

Onder structurele factoren verstaan ze onder andere niveaus van sociaaleconomische ontwikkeling en het aandeel vrouwen in professionele en leidinggevende beroepen. Bijvoorbeeld dat er in verschillende sectoren van het bedrijfsleven met namen mannen in leidinggevende posities zitten. Onder de institutionele factoren houden ze rekening met de impact van politieke instituties zoals kiesstelsels gebaseerd op evenredige vertegenwoordiging of genderquota bij wervingsprocessen voor partijen. Ook hier noemen de auteurs het kiessysteem omdat dit aangetoonde impact heeft op hoeveel vrouwen er worden verkozen. Over het algemeen worden meer vrouwen verkozen in systemen met proportionele partijlijsten dan onder meerderheidssystemen. Verderop kijken we nog naar de specifiek Nederlandse situatie. Als laatste culturele factoren zoals de overheersing van traditionele houdingen ten opzichte van rolpatronen. ,

,

,

Barrières voor vrouwen in Amerika (Shames , 2013) Shames schrijft in ‘Barriers and Solutions to Increasing Women’s Political Power’ over de Amerikaanse situatie. Zij onderscheidt drie barrières: institutioneel sociaal-cultureel en psychologisch-motivatie. Onder institutionele barrières bespreekt ze onder andere het Amerikaanse kiessysteem dat voor vrouwen onvoordelig uitpakt. Even heel technisch: ze hebben daar namelijk een single-member-district-systeem met een first-past-the-post regel. Die werken in het voordeel van mannen. Vrouwen doen het beter in evenredige vertegenwoordiging zoals Nederland. Dat wil zeggen dat alle stemmen meetellen voor het eindresultaat niet alleen de stemmen op de winnaar. ,

,

,

,

Daarnaast noemt Shames het gebrek aan quota wat ook in Nederland speelt. Shames wijst daarnaast op de rol van campagnefinanciering. Dit is in de analyse van Shames een tweeledig probleem. Aan de ene kant verdienen vrouwen minder door allerlei redenen wat ze niet aan de politiek kunnen uitgeven. Aan de andere kant hebben vrouwen waarschijnlijk minder contacten bij bedrijven of andere instellingen die geld zouden willen doneren aan een politieke campagne. In de Nederlandse situatie daarentegen is campagnefinanciering voornamelijk een partijverantwoordelijkheid in plaats van een individuele verantwoordelijkheid. ,

,

,

Shames bespreekt verder de sociaal-culturele barrières voor vrouwen zoals genderrollen en zorgtaken. Hierin noemt ze ook mogelijkheden tot of gebrek aan kinderopvang. Iedereen in de politiek die voor een kind zorgt (man of vrouw) krijgt te maken met tijdsdruk tussen gezinsverantwoordelijkheden en de politiek schrijft Shames Maar omdat het zorgwerk veelal bij de vrouw ligt zijn vrouwen hier nog meer benadeeld. Meer betere betaalbaardere kinderopvang zou dit ten delen kunnen verhelpen. ,

,

,

,

,

,

,

,

Een laatste punt dat Shames onder sociaal-culturele barrières noemt is het verschil in het nemen van risico’s. Ze legt uit dat oververtegenwoordiging van mannen vaak voorkomt bij ‘nieuwe’ plekken bijvoorbeeld Silicon Valley omdat mannen die kansen kunnen benutten zonder na te (hoeven) denken over de effecten van hun keuzes. Vrouwen suggereert Shames aarzelen mogelijk meer omdat ze weten dat ze zwaarder gestraft zullen worden als het niet lukt. Dit is ,

,

,

,

8

,

onder andere interessant in het licht van nieuwe democratische initiatieven zoals burgerraden. Onder psychologische motivatiebarrières bespreekt Shames de politieke cultuur maar ook het ongeloof dat de politiek er toe doet. Zij stelt dat vrouwen net zo ambitieus zijn als mannen om de wereld te veranderen maar mogelijk niet denken dat politiek daarvoor de juiste manier is. Hierbij komt een soort kosten-batenanalyse kijken waarbij vrouwen afwegen of het het ‘waard’ is om politiek actief te zijn. Zo’n kost-batenanalyse kan gebaseerd zijn op bijvoorbeeld tijd die te besteden is of de te verwachten (online) haat (Ammassari et al. 2022 ; Wijnhoven & Steijaert ,

,

,

,

,

2022). Barrières voor vrouwen in Canada (Thomas , 2013) Thomas schrijft in haar rapport ‘Barriers to Women’s Political Participation in Canada’ over de situatie in Canada. Zij onderscheidt ook drie barrières die ze ‘niveaus’ noemt. Namelijk het individuele niveau het sociaal-gemeenschapsniveau en het familie-verantwoordelijkheden niveau. ,

,

Onder het individuele niveau schaart Thomas onder andere het verschil in interesse in de politiek tussen jongens en meisjes mannen en vrouwen en ook hun zelfvertrouwen in hun politieke vaardigheden. Zij stipt ook onderzoek aan dat laat zien dat zelfvertrouwen een directe relatie heeft met politieke ambitie. ,

,

Onder het sociaal-gemeenschapsniveau schrijft Thomas over inkomensverschillen maar ook stereotypes. Kiezers hebben een voorkeur voor meer masculiene kenmerken zoals sterk of daadkrachtig. Vrouwen voldoen vaak niet aan deze kenmerken en hebben dan last van zogenaamde ‘role incongruity’. Dat wil zeggen dat er een mismatch is tussen de stereotypen van gender en leiderschap die elkaar tegenwerken. Zoals dat vrouwen ‘zorgzaam’ moeten zijn maar dat past dan weer niet bij onze ideeën over leiderschap. Vrouwen zijn ook ondervertegenwoordigd in organisaties die dicht naast de politiek liggen zoals vakbonden. Hierdoor stromen minder vrouwen via die weg naar de politiek. ,

,

,

,

,

,

Als laatst noemt Thomas familietaken en zorgtaken die vrouwen voortdurend voor de kiezen krijgen. Dat wil zeggen dat om te slagen in de politiek ze ook thuis moeten slagen. ,

,

Naar politieke deelname en leiderschap (Cowper-Smith et al. , 2017) Door middel van interviews en focusgroepen hebben ook Cowper-Smit et al. in ‘Women and politics: Overcoming barriers to participation and leadership’ verschillende barrières in kaart gebracht. Zij noemen vergelijkbaar culturele psychologische socio-economische en institutionele barrières. ,

,

,

,

Culturele barrières bestaan onder andere uit de verdeling van taken in het huis en voor kinderen maar ook de rol van sociale media en misogynie. Onder psychologische barrières gaat het om de dubbele standaarden die vrouwen ervaren wat betreft hun genderrol ten opzichte van de politiek. Hieronder valt ook de vaak nog bestaande verwachting dat vrouwen thuisblijven bij kinderen in plaats van de politiek in te gaan alsook een gebrek aan zelfvertrouwen. Onder sociaaleconomische barrières vallen uitdagingen wat betreft campagnefinanciering als ook de relatief lage beloningen (salarissen) in de politiek. Ook in Nederland speelt deze discussie vooral op lokaal en provinciaal niveau. ¹ Als laatste institutionele barrières zoals gebrek aan begrip over hoe je je voor de politiek kan aanmelden en gebrek aan support en informatie.

,

,

,

,

¹ Zie bijvoorbeeld https://www. binnenlandsbestuur. nl/bestuur-en-organisatie/statenleden-gaan-er-loon-bijna-30procent-op-vooruit

9

Barrières voor vrouwen in Afrika (Kiamba , 2009) Een studie naar barrières die vrouwen in Afrika ondervinden naar leiderschap in het openbaar bestuur is gedaan door Kiamba in ‘Women and leadership positions: social and cultural barriers to success’. Zij ziet de verschillende barrières als hiërarchisch geordend: onderaan de ladder staat het patriarchale systeem dan culturele barrières en dan sociale barrières. ,

,

Wat betreft het patriarchale systeem wijst Kiamba erop hoe besluitvorming vooral in de handen van mannen is en hoe de rol en status van mannen ten opzichte van vrouwen is vormgegeven. Onder culturele barrières verstaat ze dat vrouwen tot de privésfeer worden toebedeeld in plaats van de publieke. Ze wijst er ook op dat de vrouwen die dat wel doorbreken hiermee moeten (leren) omgaan vergelijkbaar met het eerdergenoemde ‘role incongruity’. Kiamba vraagt zich af of vrouwen daarvan niet ook huiverig worden en zich laten tegenhouden om politiek actief te worden. Zo is het ook nog steeds niet ‘normaal’ schrijft ze dat vrouwen zich in publieke arena’s uitlaten reizen en nachten van huis weg zijn. Deze vrouwen worden door anderen dan weer gezien als ongeschikte vrouwen en moeders. Ook de media spelen hierin een belangrijke rol om deze ‘role inconcruity’ verder kracht bij te zetten. ,

,

,

,

,

,

Als laatste bespreekt Kiamba structurele barrières zoals ‘gender positioning’. Hiermee bedoelt ze dat mannen vaak beter gepositioneerd zijn ten opzichte van vrouwen. Zo hebben vrouwen in de politiek minder vaak kinderen en zijn ze beter opgeleid. Dat is een van de maatschappelijke kosten van aan de politiek meedoen. Niet onbelangrijk noemt Kiamba ook de nog dagelijkse ‘struggle for survival’ waar vrouwen in Afrika mee te maken hebben. Politiek lijkt dan wel het laatste om tijd en energie aan te besteden. ,

,

Tot zover de rapporten en onderzoeken die een specifiek aantal barrières noemen. Er zijn ook andere mogelijkheden om naar barrières te kijken.

Vraag en aanbod (Shreeves et al. , 2019) In een rapportage van de European Parliamentary Research ‘Service Briefing: Women in Politics in the EU’ vatten de auteurs het zo samen: er zijn barrières die het aanbod van vrouwen beperken en er zijn barrières die de vraag naar vrouwen beperken. Deze vraag-en-aanbod-typologie wordt over het algemeen breed gedragen in de academische literatuur (Krook & Norris 2014 ; Norris & Lovenduski 1995). ,

,

,

Voorkomen , stuwen en aantrekken (Durose et al. , 2011) Durose et al. spreken in ‘Pathways to politics’ van ‘prevent factors push factors pull factors’ (Durose et al. 2011). In andere woorden: (1) factoren die deelname voorkomen waaronder vooroordelen en discriminatie ; (2) factoren die deelname stuwen zoals ondersteuningsmechanismen en persoonlijke ambitie ; en (3) trek-factoren zoals de rol van politieke partijen bij aantrekken ondersteunen en behouden van vrouwen. ,

,

,

,

,

,

,

Fasen en lagen (Leyenaar , 2004) Monique Leyenaar legt in haar hoofdstuk ‘An Explanatory Framework for Women’s Political Representation’ de meso-macro-micro-factoren naast de fasen van het vertegenwoordigingsproces. Zij splitst die in institutionele en individuele factoren. Verschillende factoren verklaren de politieke vertegenwoordig van vrouwen. Voor de ‘verkiesbaren’ noemt zij stemrecht en burgerschapsonderwijs. Onder recruitment onder andere het sociale en culturele klimaat en verdelingen van huishoudelijke taken. Bij selectie speelt het kiessysteem vrouwennetwerken selectieproces en criteria binnen partijen. Na verkiezing speelt onder andere de hoeveelheid invloed support structuren en werkomstandigheden. ,

,

,

10

Een tussenconclusie en hoe dit rapport verder gaat Eerder werk naar barrières samengenomen zien we dat de soorten en verschijningvormen van de barrières redelijk overeenkomen. Wel zijn de barrières die zich specifiek richten op Europa en in landen met een vergelijkbaar kiesstelsel zoals in Nederland het meest relevant voor dit rapport. Maar van ander werk over barrières kunnen we alsnog veel leren. Van het werk van Kiamba bijvoorbeeld leren we ons af te vragen of alle barrières gelijk aan elkaar zijn. Zijn de barrières hiërarchisch aan elkaar verbonden? In andere woorden: zijn sommige barrières erger dan anderen? ,

,

,

Veel barrières die door de verschillende auteurs worden besproken overlappen. Sommige barrières richten zich meer op aanbod en sommige meer op vraag. Sommige barrières richten zich op de politiek als geheel en anderen op het individu. En er zijn barrières die problematischer zijn voor aspiranten dan voor zittende politici. Dat allemaal in acht nemende gaat dit rapport de volgende barrières in deze volgorde in meer diepte behandelen: ,

,

,

1. • • • • •

2. • • • • •

3. • •

,

Sociale en culturele barrières Veelal meso- en micro-factoren Aanbodbeperkend Treft vooral aspiranten Betreft vooral individuen Weerstand: geweld tegen vrouwen in de politiek Politieke barrières Veelal macro-factoren Vraagbeperkend Treft vooral kandidaten en verkozen politici Betreft vooral partijen en andere institutionele spelers Weerstand: gebrek aan wetgeving ; uitval Kennis- en informatiebarrières Vooral voor burgers in het algemeen tot aspirant-schap Aanbodbeperkend

Binnen deze barrières komen de volgende sub-thema’s aan bod: Socialeculturele barrières

Bevolking Genderrollen en socialisatie Emancipatie/ second shift

Institutionelepolitieke barrières

Aspiranten

Ambitie

Kandidaten Media in campagnetijd

Minder toegang tot benodigde middelen

Bescheidenheid Lid worden van

Selectiemechanismen

partij

in partijen

Verkozenen Media-aandacht Ongerijmdheid met de rol

Campagnefinanciering Kiesstelsel

Politiek als mannendomein & werkcultuur

Voorkeursstemmen Kennis- en

informatie barrières

Gebrek aan rolmodellen

Gebrek aan informatie Gebrek aan netwerken

11

Barrières voor vrouwen in de Nederlandse politiek In dit hoofdstuk worden de drie barrières inhoudelijk verder besproken.

Sociale en culturele barrières Genderrollen en politieke socialisatie Meisjes worden over het algemeen in verband gebracht met het ‘privédomein’ in plaats van het publieke domein van de man. Zulke genderrollen werpen zich eigenlijk meteen bij geboorte op. Vrouwen moeten lief en zacht zijn. Dit zijn niet de eigenschappen die traditioneel met de politiek of leiderschap worden geassocieerd. ,

Hoe vroeg kunnen we zo’n patroon empirisch vangen? In onderzoek waarin kinderen vanaf zes jaar worden gevraagd om een politiek leider te tekenen beschrijven Bos et al. wat ze noemen “gender gerelateerde politieke socialisatie” (2021). Dat omvat zowel (1) het internaliseren van genderrollen onder kinderen als (2) het leren over en gesocialiseerd worden in de politieke wereld. En zo is hun verwachting die socialisatie zal kinderen duidelijk maken dat jongens van nature meer passen bij politieke leiderschapsrollen en meisjes niet. Proces 1 en 2 spelen zich niet per se gelijktijdig af maar hangen wel met elkaar samen. In (1) de internalisering van genderrollen leren meisjes wat de samenleving voor hun geschikte rollen vindt. En op school leren kinderen (2) dat de politiek draait om conflict en concurrentie die weer als mannelijk worden gezien. Resultaat van de studie: 66 procent van de kinderen tekent een mannelijk politiek leider wanneer dat ze wordt gevraagd. En: hoe ouder meisjes worden hoe groter de kans dat ze een man tekenen. ,

,

,

,

,

,

,

Ook voor mannen werken zulke genderrollen nadelig want zij mogen niet lief en zacht zijn maar moeten vooral sterk en stoer zijn. Anders voldoen ze niet aan onze ideeën over mannelijkheid. Dat noemt Emancipator ook wel de ‘man box’. Voor zowel mannen als vrouwen valt er hier dus nog wat te winnen wat betreft jezelf mogen zijn. En dat heeft ook zijn consequenties voor de politiek die de huidige ideeën hierover weerspiegeld. ,

,

Aspiranten: Ambitie Decennia geleden lieten onderzoekers in Amerika al zien dat vrouwen lagere niveaus van politieke ambitie hebben dan mannen. Kanttekening: Amerika heeft wel een heel ander kiesstelsel dan het Nederlandse. Een keuze voor een politieke carrière is daar over het algemeen meer individueel dan gebaseerd op een partij zoals in Nederland. Het is dus lastig om te zeggen hoe vergelijkbaar zulk onderzoek is. Hoewel Amerikaans onderzoek hele grote trends laat zien wat betreft het verschil in ambitie tussen jongens en meisjes. Vooral Fox & Lawless hebben hier veel onderzoek naar gedaan en zij spreken van een “dramatic gender gap in political ambition” (Fox & Lawless 2014). En dit begint van jongs af aan. De vraag die daarachter zit is dus niet per se óf dat verschil er is maar hoe het te verklaren. De onderzoekers vragen zich daarom af welke gegenderde vereisten er in het proces om politicus te worden zitten. Het gaat dan bijvoorbeeld over formele en informele regels voor de selectie van kandidaten. Een zogenaamd gebrek aan ambitie is dan niet meer dan een weerspiegeling van een rationele beslissing om af te zien van het pad naar de politiek gegeven de gender-gerelateerde kansenstructuur die mannen bevoordeelt. Anders gezegd: een gebrek aan ambitie is niet aangeboren maar een gevolg van hoe gender in de politiek een belangrijke rol speelt (Piscopo & Kenny 2020). ,

,

,

,

,

,

,

12

² Zie bijvoorbeeld https://www. emancipator. nl/portfolio-item/de-man-box-is-een-stevige-gevangenis/

,

Second shift: emancipatie in Nederland In de verwachtingen van onze genderrollen die ons leven nog steeds in belangrijke mate vormgeven zitten ook verwachtingen over zorgen en werken. De Emancipatiemonitor brengt in kaart hoe Nederland in de praktijk emancipeert. Vrouwen werken in Nederland nog veel vaker parttime vergeleken met mannen. In geen ander land licht dat percentage zo hoog. De zorgtaken thuis worden hiervoor als belangrijke reden genoemd (Van den Brakel et al. 2020). Traditioneel was de vrouw niet de kostwinner. En ook nu nog loont het vaak niet voor een vrouw om meer te gaan werken. Maar zij werkt al: ons gezamenlijke huishoudelijke werk is goed voor 170 miljard euro zorg voor kinderen 15 miljard en mantelzorg 30 miljard becijferde De Correspondent. ,

,

,

In de academische literatuur noemen we dit ook wel de ‘second shift’ (werk & zorgtaken). Natuurlijk hebben zulke zorgtaken thuis consequenties voor de tijd en energie die vrouwen ‘over hebben’ om aan politiek te besteden. Ontluikend onderzoek kijkt naar deze ‘triple duty’ (werk & zorgtaken & politiek) en laat zien hoe moeilijk het is om al die ballen in de lucht te houden (Emery et al. 2018 ; Hibbs 2022 ; Runderkamp n. d. ). We kunnen dus verwachten dat zorgtaken vrouwen uit de politiek houden maar ook dat ze daarvoor vaker en eerder uitvallen. ,

,

,

,

In de VS laat onderzoek veder zien dat kostwinner zijn - dus verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de gezinsinkomsten - een negatieve invloed heeft op de ambitie van vrouwen vooral waar het moeders betreft (Bernhard et al. 2021). Inderdaad laat ook onderzoeker Roa zien dat vrouwen de neiging hebben om hun politieke carrière pas te starten wanneer ze hun huishoudelijke taken zoals de zorg voor hun kinderen hebben vervuld (Rao 2005). En in Argentinië vinden onderzoekers dat vrouwelijke politici minder vaak getrouwd zijn en kinderen hebben dan mannelijke politici (Franceschet & Piscopo 2014). Dit geeft een indicatie dat (het hebben van) zorgtaken doorslaggevend kunnen zijn.

,

,

,

,

,

,

Misschien het bekendste voorbeeld hiervan is Nancy Pelosi oud-voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden die ‘pas’ op haar 47e en na het grootbrengen van vijf kinderen politiek actief werd. Historisch gezien zijn vrouwen vaak in eerste plaats huisvrouw of moeder geweest. Dit is op hoog tempo aan het veranderen maar de historische werkelijkheid speelt toch nog een rol. Hierop hebben we verschillende maatschappelijke verwachtingen voor vrouwen gebouwd. ,

,

,

Deze waargenomen late instroom heeft twee kanten. Hoewel het natuurlijk positief is dat vrouwen ook op latere leeftijd nog naar de politiek instromen heeft dat wel tot resultaat dat vrouwen significant later de politiek ingaan dan mannen en er ook eerder uitgaan. Dat is dus al met al een veel kortere politieke loopbaan dan mannen (Lazarus et al. 2022). Een voor de hand liggend argument waarom dat problematisch is is dat het tijd kost om politieke expertise op te bouwen. Het zou dus zomaar kunnen dan vrouwelijke politici in het algemeen door dit soort patronen minder effectief kunnen zijn. ,

,

,

,

,

,

Bescheidenheid: aspiranten en kandidaten Atria benadrukt in een rapport over vrouwen in de lokale politiek dat bescheidenheid aan de kant van vrouwen zelf ook meespeelt omdat vrouwen zichzelf hierdoor minder snel kandidaat stellen (Jansen et al. 2016). Bescheidenheid is een van de eigenschappen die vrouwen wordt aangeleerd in hun gender-socialisatie. De rol van bescheidenheid in het kandidaatsstellingsproces wordt in de studie naar Canada bevestigd (Thomas 2013). Vertaald naar Nederland hebben ook vrouwen hier minder politiek zelfvertrouwen denken dat ze de politiek minder goed begrijpen en er minder goed een actieve rol in zouden kunnen spelen (Sipma et al. 2021). Dat zijn zelfbeelden en dus niet per se de realiteit. Er is geen goede reden te bedenken waarom vrouwen de politiek minder goed zouden kunnen begrijpen. ,

,

,

,

,

,

³ Zie ook https://npokennis. nl/story/252/waarom-werken-vrouwen-vaak-part-time-in-nederland 4 Zie ook https://decorrespondent. nl/14209/onze-onbetaalde-zorgtaken-zijn-215-miljard-euro-waard-oftewel-eenkwart-van-het-bbp/473429671-34b8cd61#:~:text=De%20omvang%20van%20onbetaalde%20zorgarbeidonze%20 mantelzorg%20voor%2030%20miljard. ,

13

Minder toegang tot benodigde middelen Politiek actief worden en blijven is ook een kwestie van geld tijd en netwerken. Onderzoek laat zien dat vrouwen minder toegang hebben tot de benodigde middelen. Bijvoorbeeld: er is nog een flinke ‘gender pay gap’ waarbij vrouwen vooral in de private sector minder verdienen dan mannen (Van den Brakel et al. 2020). Ook zijn vrouwen in armoede oververtegenwoordigd. Dit geldt in het bijzonder voor eenoudergezinnen die relatief vaker dan tweeoudergezinnen van een bijstandsuitkering moeten rondkomen. En het is relatief lastig om het opvoeden te combineren met werk. Daarbovenop zijn er relatief meer alleenstaande moeders dan vaders die kinderen opvoeden (89 procent) (Nederlands Jeugdinstituut n. d. ). ,

,

,

,

,

Media De rol van de media kan niet buiten beschouwing worden gelaten. In de politiek speelt de media een essentiële rol gegeven dat wij bijna allemaal de politiek via de media tot ons nemen. Ook hierbij is gender een belangrijke factor. Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat mannelijke politici meer media-aandacht krijgen dan vrouwen dit geldt zowel Europees als voor Nederland. Specifiek in Nederland zien we ook dat mannelijke politici in de media meer aandacht krijgen voor hun leiderschapskenmerken. Denk aan vakmanschap en daadkracht. Dit heeft gevolgen tijdens verkiezingen bijvoorbeeld voor naamsbekendheid en draagt zo waarschijnlijk ook bij aan de ondervertegenwoordiging van vrouwen (Aaldering & van der Pas 2021 ; Aaldering & Van Der Pas 2018 ; van der Pas 2021 ; Van der Pas & Aaldering 2020). ,

,

,

,

,

,

,

,

Voor vrouwen van kleur is dit beeld nog troebeler. Zij worden niet alleen meer beschreven vanuit hun gender maar ook vanuit hun etniciteit. Terwijl er bij witte mannen ‘gewoon’ meer over hun ideologie wordt geschreven in plaats van hun identiteit (Runderkamp et al. 2022). Let wel: informatie over ideologie is belangrijk voor onze kennis over politici. Als we alleen naar etniciteit kijken zien we dat vrouwelijke politici van kleur meer zichtbaar zijn maar ook meer als ‘anders’ worden neergezet. Bij mannen van kleur wordt er nadruk gelegd op de combinatie met regionale binding waardoor ze meer op de norm-politicus lijken (Mügge & Schotel 2017). ,

,

,

,

,

‘Ongerijmdheid’ met de rol Onderzoek naar vrouwen als leiders heeft belangrijke patronen aangetoond in de rolincongruentie ‘rol ongerijmdheid’ zouden we in het Nederlands kunnen zeggen. Maar weinig Nederlanders vinden mannen per definitie betere politieke leiders dan vrouwen (13 procent) (Sipma et al. 2021). Toch zijn er veel vooroordelen over leiderschap met tot gevolg dat vrouwen minder snel gezien worden als ‘natuurlijk’ leider en zorgen er ook voor dat vrouwen strenger worden beoordeeld. Een van de gevolgen is dat vrouwen extra hard moeten werken om hun leiderschap te behouden en leiderschap op specifieke manieren moeten uitvoeren dus met minder vrijheid om het op hun eigen manier vorm te geven dan mannen (Eagly & Karau 2002). Nederlands onderzoek naar genderstereotypen en rol-ongerijmdheid laat gemengde resultaten zien op dit vlak alsook hoe lastig dit te onderzoeken is. Mogelijk moeten we vrouwelijke politici niet op dezelfde manier onderzoeken als ‘alle’ vrouwen. Onderzoekers stellen voor dat vrouwelijke politici mogelijk een sub-stereotype van vrouwen-stereotypen zijn (van Dijk & van Holsteyn 2022). Dit rijmt met vergelijkend onderzoek naar kandidatenevaluaties uit verschillende landen. De onderzoekers vinden dat vrouwen consistent positiever worden beoordeeld dan mannen (Schwarz & Coppock 2022).

De verklaring zouden we kunnen zoeken in een bekend effect uit de psychologie het ‘women are wonderful’-effect. Dit effect wat ook buiten de politiek wordt gevonden geeft aan dat mensen meer positieve eigenschappen associëren met vrouwen ten opzichte van mannen. Om terug te komen op het zandlopermodel is dit dus goed nieuws omdat kiezers denken dat vrouwen om de politiek in te komen wel erg goed moeten zijn en grotere kans hebben om verkozen te worden. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

14

,

,

Hoe ziet weerstand eruit? Geweld tegen vrouwen in de politiek Een groeiend probleem dat vrouwen in de politiek treft is geweld tegen hun persoon. Juist wanneer die haat specifiek op vrouwen is gericht wordt deze vorm van geweld begrepen als doel te hebben om vrouwen uit de politiek te verdrijven (Krook 2020). De Monitor Integriteit en Veiligheid biedt ons de cijfers bij dit probleem. 55 procent van de vrouwelijke politieke ambtsdragers heeft te maken met agressie en geweld tegenover 46 procent onder mannen. Dit is een stijgende trend als we het over de afgelopen jaren bekijken (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2020). Dit geweld is op zich al problematisch maar het effect op jonge meiden en aspiranten is ook zorgelijk. Het ervaren van én waarnemen van zulk geweld kunnen de toch al bestaande sociale en culturele barrières verder verhogen. ,

,

,

,

,

Politieke barrières Lid worden van een partij Het zandlopermodel stelt dat het niet lid worden van een partij het grootste knelpunt is voor de vertegenwoordiging van vrouwen. In Nederland zijn politieke partijen inderdaad nog steeds dominant in de politieke levensloop. Zij bepalen als poortwachters wie op de kieslijsten komen en dat zijn leden van de partij. Alle partijen hebben lidmaatschap als vereiste om je kandidaat te stellen. Tegelijkertijd is het percentage burgers van 18+ dat lid is van een politieke partij heel laag: 2. 3 procent. Daarnaast zijn er relatief meer mannen lid van een politieke partij dan vrouwen vergeleken met de stemgerechtigde bevolking. Dit verschil is het kleinst bij linkse partijen zoals GroenLinks D66 en PvdA en groot voor de religieuze partijen zoals CDA ChristenUnie en SGP (Ridder et al. 2019). ,

,

,

,

,

,

,

Ook vanuit Politieke Jongeren Organisaties (PJOs) komt een vergelijkbaar beeld op van een ledenbasis van Randstedelijke jongeren met een theoretische opleiding en meer mannen dan vrouwen (de Roon 2020). In een internationale studie zien we dat jonge vrouwen die lid zijn van een PJO zich minder graag verkiesbaar willen stellen in de toekomst. Gevraagd naar een carrière binnen de partij maar achter de schermen verdwijnt dat verschil. De onderzoekers speculeren dat dat mogelijk te doen heeft met het verwachtte (online) geweld die bij zichtbaarheid automatisch lijkt te volgen (Ammassari et al. 2022). Inderdaad laat Zweeds onderzoek zien dat vooral zichtbare vrouwen zoals burgemeesters last hebben van haat (Håkansson 2021). Dit zien we grotendeels terug in de Monitor Integriteit en Veiligheid (Klein Kranenburg et al. 2022) waarbij de percentages ervaring met agressie en geweld naar politieke functie oploopt van raadsleden (45 procent) naar wethouders (67 procent) en burgemeesters (77 procent) (p. 20). ,

,

,

,

,

,

Internationaal onderzoek laat zien dat linkse partijen (linkse postmaterialistische partijen) over het algemeen meer vrouwen in hun gelederen en onder verkozenen hebben. Ze hebben vaker een positieve kijk op minderheidsgroepen en steunen rechten van minderheden (Htun & Weldon 2018 ; Mazur 2002) en worden vaker vertegenwoordigd door vrouwelijke politici en politici met een migratieachtergrond (Caul 1999 ; Sobolewska 2013). Het zijn ook deze partijen die relatief actieve diversiteit- of vrouwennetwerken hebben (Mügge & Damstra 2013). Zulke netwerken kunnen vrouwelijke kandidaten aanmoedigen lobbyen en vrouwen hoger op de lijst proberen te krijgen. ,

,

,

,

,

,

,

Verkozen kunnen worden: Selectiemechanismen in partijen Politieke partijen besluiten in grote mate wie het wel en niet zullen maken in de politiek. Ze hebben daarmee heel veel macht. De rol die gender speelt bij partijselectiemechanismen is in de internationale literatuur uitgebreid onderzocht. In de Nederlandse context zijn empirische studies hiernaar schaarser. In een studie naar specifiek de rol van gender voor selectie binnen politieke partijen laat Van Dijk zien dat formele en informele regels daarin doorslaggevend zijn. Wat zijn voorbeelden van zulke informele regels? Onder andere het belang van ervaring binnen de partij

,

15

het al hebben van (lokale) politieke ervaring maar ook het idee dat vrouwen niet actief willen worden in de politiek. Zij concludeert dat informele regels en normen de kansen voor mannen substantieel verhogen (van Dijk 2023). Ook in internationale context weten we dat er een voorkeur is voor selectiecriteria die in het voordeel van mannen werken (Franceschet & Piscopo en

,

,

,

2014). Wanneer hebben vrouwen dan wel een voordeel om genomineerd te worden voor een kieslijst? Dat is vooral in tijden van schandalen of verminderd politiek vertrouwen. Partijen nomineren dan vaker een vrouw om hun imago op te poetsen maar die vrouwen hebben tegelijkertijd een (nog) lastigere taak te vervullen (Funk et al. 2019 ; O’Brien 2015 ; Ryan et al. 2016). Dit heet ook wel de glazen klif – de tegenhanger van het glazen plafond. De uitkomst is dat vrouwen soms lager op de lijst staan op zogenaamde ‘onverkiesbare’ plekken. Dit geldt ook voor politici met een migratieachtergrond (Van der Zwan et al. 2019). ,

,

,

,

,

,

Tegelijkertijd heeft onderzoek in Nederland laten zien dat vrouwen met een migratieachtergrond beter vertegenwoordigd zijn dan hun mannelijke collega’s (Mügge 2016). Onder andere actieve vrouwen-en-diversiteitsnetwerken binnen politieke partijen dragen hieraan bij. Dit is een heel dynamisch proces wat per land kan verschillen. Want onderzoek in België toont dan weer aan dat mannelijke en vrouwelijke kandidaten van etnische minderheidsgroepen een vergelijkbaar voordeel ervaren in het selectieproces. Dat voordeel wordt groter naarmate districten meer divers worden (Janssen 2021). ,

,

Kandidaten: Campagnefinanciering Campagnes worden in Nederland in de regel vanuit de partij betaald. De interne inkomstenbronnen van een politieke partij zijn ledencontributie partijbelasting van volksvertegenwoordigers en fondsenwerving. De externe bronnen zijn giften sponsorinkomsten en (overheid)subsidie. De campagnes worden ook hieruit gefinancierd. Bij mijn weten is er geen onderzoek dat specifiek kijkt naar de gender-consequenties van partijfinanciering en campagnefinanciering in Nederlandse context. In Amerika is hier wel onderzoek naar gedaan maar daar bekostigen kandidaten hun eigen campagnes en is het dus lastig vergelijken. Zo ontstond het Amerikaanse EMILY’s list. EMILY staat namelijk voor: Early Money Is Like Yeast. In de begindagen van de organisatie hielpen ze vrouwen die pro-choice dus voor het recht op abortus waren om geld op te halen voor hun campagnes. Ze wisten dat juist vroege hulp in fondsenwerving helpt om andere donoren later in de race aan te trekken. En ook dat vrouwen anders allerlei barrières tegen zouden komen in hun campagnefinanciering – wat de kans verminderde dat ze verkozen zouden worden. ,

,

,

,

,

Kandidaten: Kiesstelsel Vanuit institutioneel perspectief kunnen we zeggen dat Nederland een vrij open kiessysteem heeft. Dit heet ook wel ‘evenredige vertegenwoordiging’ (proportional representation). Belangrijkste om hierbij te noemen is dat dat betekent dat alle uitgebrachte stemmen bijdragen aan het resultaat verdeeld over partijen. Zo’n kiessysteem zou de instroom van vrouwen relatief makkelijk moeten maken. In systemen zoals het Nederlandse worden over het algemeen meer vrouwen verkozen dan in first-past-the-post of meerderheidsstelsels (Inter-Parliamentary Union 2019 p. 10) waarbij in sommige systemen een groot deel van de stemmen (die op de uiteindelijke verliezer) min of meer verloren gaan. Daarbovenop mogen kieslijsten in Nederland lang zijn en ook dat werkt in het voordeel van vrouwen. Bij de Nederlandse kieslijsten is het ook relatief makkelijk om meer verschillende kandidaten op te voeren en zo ook de diversiteit van de lijst als geheel in de gaten te houden. ,

,

,

5 https://www. parlement. com/id/vhnnmt7l3ozz/partijfinanciering

16

Verkozen kunnen worden: voorkeursstemmen Binnen ons kiesstelsel is er ook ruimte voor voorkeursstemmen juist handig voor mensen op ‘onverkiesbare’ plekken. Voorkeursstemmen hebben in feite ‘voorrang’ op de lijstvolgorde zoals opgesteld door een politieke partij. Dat maakt het Nederlandse systeem flexibel. De opkomst van sociale media hebben de inzet van voorkeursstemmen versneld (Spierings & Jacobs 2014). In het Nationaal Kiezersonderzoek 2021 zien we dat zowel mannen als vrouwen over het algemeen een voorkeur hebben voor een vrouwelijke kandidaat hoewel vrouwen significant vaker op vrouwen stemmen. 15 procent van de kiezers brengt een voorkeurstem uit omdat de kandidaat vrouw is (Sipma et al. 2021). Een mogelijke verklaring is datzelfde ‘women are wonderful effect’ waarbij kiezers extra onder de indruk zijn van vrouwelijke politici gegeven dat ze zoveel barrières hebben moeten overkomen (van Dijk & van Holsteyn 2022). ,

,

,

,

,

,

,

Bij de Gemeenteraadsverkiezingen van 2022 gaf meer dan de helft van de kiezers een voorkeursstem (54 procent) dus een stem niet op de lijsttrekker. Bij de nationale verkiezingen lag dit veel lager met 32 procent. Als reden werd vooral gegeven dat kiezers dit doen omdat de kandidaat vrouw is (Lokaal Kiezersonderzoek 2022). Historisch gezien stemmen veel vrouwen op de eerste vrouw van de lijst die vaak niet de lijsttrekker is (Van Holsteyn & Andeweg 2019). Het potentieel van deze groep die al wel een voorkeursstem uitbrengt maar nog niet strategisch inzet is dus nog onbenut. Op StukRoodVlees werd dit eerder verder doorgerekend. Auteurs Marx & Amir concluderen dat het effectiever zou zijn om alle de voorkeursstemmen te verdelen over de eerste drie vrouwen die buiten de peiling vallen (2017). ,

,

,

,

,

,

,

Ook de Staatscommissie Parlementair Stelsel deed aanbevelingen om het systeem van voorkeursstemmen te verbeteren. Onder hun aanbevelingen kunnen we ook het verlagen van het aantal voorkeursstemmen die een kandidaat nodig heeft om verkozen te worden vinden (Remkes 2018). Mogelijk zou dat dus in het voordeel van vrouwen uit kunnen pakken. ,

Na verkiezing: Politiek als mannendomein & werkcultuur Politici die niet lijken op de meerderheid worden in de politicologie ook wel ‘space invaders’ genoemd. Zij maken zichtbaar wat tot dan toe doorging voor de norm (Puwar 2004). Een Brits rapport laat zien dat de cultuur tradities en verwachtingen door vrouwelijke politici als voortdurend probleem wordt gezien (Culhane & Olchawski 2018). ,

,

,

Ondersteund door academisch onderzoek zetten steeds meer organisaties en parlementen zich in voor een meer gender-sensitieve politiek. Dit heeft tot doel de inclusiviteit effectiviteit en representativiteit van parlementen te verbeteren vooral als reactie op de deelname van meer vrouwelijke politici (Childs 2016 2017 ; Miller 2021 ; Palmieri 2018 2019). Een interessant voorbeeld is ‘The Good Parliament’ een rapport dat kijkt hoe gender-sensitief het Britse parlement is en aanbevelingen doet om dat te verbeteren (Childs 2016). In haar onderzoek met de veelzeggende titel ‘We have to work ten times harder’ laat Van der Poel door middel van interviews met vrouwelijke politici zien dat vrouwen het gevoel hebben dat ze harder moeten werken dan mannen voor dezelfde politieke kansen. Vrouwen geven ook aan dat ze zich meer moeten bewijzen en meer onder een vergrootglas liggen (idem). ,

,

,

,

,

,

,

,

,

Internationaal onderzoek laat verder ook zien dat politieke werkplekken zoals parlementen ‘gegenderde’ organisaties zijn. Dit is buiten de politiek al decennia geleden vastgesteld (Acker 2006). Daarbij kijken onderzoekers naar welke rol gender speelt in het dagelijks werk. De ‘Gendered Workplace Approach’ stelt voor dat we naar vijf verschillende dimensies kijken: het organiseren van werk taakverdeling leiderschap infrastructuur en onderlinge interactie tussen politici (Erikson & Josefsson 2020). ,

,

,

,

,

,

Onder de organisatie van werk bevragen de onderzoekers wat als privé en wat als politiek wordt gezien. Maar ook regels wat betreft ouderschapsverlof of werkuren. Zwangerschapsverlof bijvoorbeeld is volgens de Kieswet nog steeds slecht geregeld. Iemand die zwanger is kan ,

,

17

alleen 16 weken ontslag nemen in plaats van verlof. Ook de vergadertijden (vaak in de avond) zijn specifiek lastig voor mensen met kinderen of mantelzorgers (Ketelaar 2022). ,

,

Onder taakverdeling gaat het vooral om portfolioverdelingen. Vrouwen krijgen (en kiezen) historisch andere portfolio’s dan mannen zoals cultuur of emancipatie (Wängnerud 2000). Defensie en financiën worden als echte ‘mannenonderwerpen’ gezien (Ballington et al. 2005 ; Coffé et al. 2019). ,

,

,

,

Onder leiderschap bevraagt de Gendered Workplace Approach hoe leiderschap wordt benoemd en uitgevoerd vergelijkbaar met het eerdere role incongruity. Dergelijke vooroordelen hebben tot gevolg dat vrouwen worden gezien als een minder gunstige of natuurlijke ‘bekleder’ van leiderschap en zorgen er ook voor dat vrouwen daarin strenger worden beoordeeld (Eagly & Karau 2002). ,

,

,

Onder infrastructuur maken de auteurs onderscheid tussen harde en zachte infrastructuur. Harde infrastructuur kijkt naar gebouwen en andere fysieke ruimtes en hoe deze (niet) geschikt zijn voor vrouwen. Denk dan aan het gebrek aan borstvoedingsruimtes. Maar ook voor mensen met een beperking levert de (on)toegankelijkheid van politieke gebouwen extra moeilijkheden op. Zachte infrastructuur kijkt naar menselijke ondersteunende functies zoals ambtenaren of griffiers en hoe deze ondersteuning wordt toegewezen. Een mogelijk oplossing hiervoor is het online vergaderen waarmee tijdens de coronapandemie in binnen- en buitenland veel geëxperimenteerd werd. Dit kan participatie vergemakkelijken. Een rapport uit Engeland stelt dat leden vrij zouden moeten zijn om te beslissen hoe zij deelnemen fysiek of online zolang dat de algehele doeltreffendheid van het parlement niet in de weg zit (Smith & Childs 2021). ,

,

,

Als laatste kijkt deze Approach naar de onderlinge interactie tussen politici. Het bevraagt hoe politieke collega’s op verschillende manieren met elkaar omgaan en welke normen er bestaan over hoe iemand zich hoort te gedragen. Het kan daarbij gaan om de scheiding tussen formele en informele manieren van werken zoals overleggen tijdens de borrel. Wat wordt als passend gezien? Ook sociale veiligheid zoals gevallen van intimidatie of (micro)agressie valt hieronder. Post-#MeToo beargumenteert een studie naar het Britse parlement dat we seksuele intimidatie niet moeten zien als een individueel probleem maar een systematisch en cultureel probleem wat ook in de politiek speelt. Het negeren van het onderwerp (zowel in de politiek als daarbuiten) vermindert de effectiviteit van beleid en zorgt voor verhoogde uitval (Krook 2018). In navolging van de opkomst van #MeToo in 2017 kwam het onderwerp ook op de politieke agenda. Net als op andere werkplekken komt seksisme en seksuele intimidatie ook in de politiek voor. Berthet beschrijft hoe er in het Europees Parlement middels een organisatie ‘MeTooEP’ voor verbetering werd gelobbyd. De resultaten bleven echter grotendeels uit. Sommige politieke groepen boden een verplichte training aan anderen zetten een structuur voor vertrouwenspersonen op. Maar parlement-breed werd er weinig gedaan (Berthet 2021). ,

,

,

,

,

,

,

,

Voor de casus van de Nederlandse Tweede Kamer verscheen recent een rapport over sociale veiligheid (Heres et al. 2023) om concrete inzichten te geven en ook mogelijke verbeteringen. Hierbij raden de onderzoekers aan om een coherente aanpak centraal te laten staan wat betreft actie op zowel structuren systemen als cultuur. Dit in combinatie met zichtbare en gezamenlijke inspanningen. ,

,

18

,

Hoe ziet weerstand eruit? (Gebrek aan) Quota Bij institutionele onderwerpen zouden ook quota een onderwerp van belang kunnen zijn maar in Nederland bestaan er tot op heden geen bindende quota voor de politiek (Leyenaar 2004). Sommige partijen hebben hun eigen vrijwillige quotum. Een gebrek aan wetten voor verbetering – ook als het een paardenmiddel betreft – kunnen we scharen onder weerstand. Voor het invoeren van quota laten internationale voorbeelden zien hoe die het beste vorm te geven zijn en welke lessen we uit het buitenland kunnen trekken (Mügge & Runderkamp 2019). ,

,

,

,

,

Tussentijdse uitstroom Vrouwen zijn gemiddeld korter raadslid dan mannen (Castenmiller et al. 2002). Zulke trends zien we ook in andere landen. Vrouwelijke raadsleden vallen in Nederland ook vaker en sneller uit (Jansen et al. 2016). Dit gaat ten koste van een groeiende instroom van vrouwelijke kandidaten. En de uitval betreft vooral jonge vrouwen (idem p. 17). De werkcultuur is hier een belangrijke factor in net als de combinatie van de politiek met werk en zorgtaken (Runderkamp n. d. ). ,

,

,

,

,

Tegelijkertijd is tussentijdse uitstroom – los van vrouwen – een groter probleem. De Staat van het Bestuur (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2022 p. 62) laat zien hoe hoog de tussentijdse uitstroom over het algemeen is: maar liefst 38 procent onder raadsleden en 47 procent onder wethouders. Hoewel er wel nog wat nuance in deze cijfers zit: een groot deel van de raadsleden vertrek om wethouder te worden en onder wethouders stroomt ook een deel door naar andere politieke functies. Toch blijft er een groot deel van de raadsleden over dat stopt omdat het politieke werk niet meer te combineren is met werk of privéleven. Ook onder wethouders zijn er veel die vertrekken door politiek-bestuurlijke redenen of de werk-privébalans. De Staat van Bestuur zegt daarover: “gekozen volksvertegenwoordigers worden geacht hun ambt te vervullen tot de volgende verkiezingen” (idem p. 62). Het is dus zeer te betreuren als dat voor zulke grote aantallen volksvertegenwoordigers niet mogelijk blijkt te zijn. ,

,

,

,

Kennis-en-informatie barrières Gebrek aan rolmodellen Onderzoek laat zien dat meer descriptieve vertegenwoordig van vrouwen in andere woorden het aandeel vrouwen in de politiek de kans verhoogt dat jonge meiden de intentie ontwikkelen om politiek actief te worden. Een verhoogde verwachte politieke betrokkenheid geldt ook bij zichtbare en kansrijke campagnes van vrouwen voor hoge functies (Campbell & Wolbrecht 2006). Bij weinig vrouwen in de politiek zijn er dus ook minder vrouwen die als rolmodel kunnen fungeren voor jonge meiden om hen te helpen overwegen politiek actief te worden of later zelf politica te worden. Als er meer zichtbare vrouwen zijn in de politiek gaan jonge vrouwen meer over politiek praten en zijn ze veel vaker van plan politiek actief te worden op latere leeftijd (Wolbrecht & Campbell 2007). ,

,

,

,

,

,

,

Gebrek aan informatie Wat doet een wethouder burgemeester of Tweede Kamerlid eigenlijk? Hoewel we dankzij sociale media steeds meer inzicht krijgen in de dagelijkse bezigheden van politici is er nog een wereld te winnen. Onder andere als gevolg van het gebrek aan rolmodellen is het lastig om jezelf te verplaatsen in zulke rollen. Enerzijds is het belangrijk om meer inzicht te creëren wat een politicus doet anderzijds kunnen we vrouwelijke aspiranten ook beter ondersteunen om hun weg naar de politiek soms letterlijk te vinden. Mentoring met zittende politici voor aspiranten kan hier een mogelijke bijdrage aan leveren. Ook kan zulke informatie in het onderwijscurriculum worden opgenomen in burgerschapsonderwijs en/of gecombineerd met bezoek aan een ,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=652c5991-a1d8-423e-b197-53a4c0855de6