CConstaterende datBeemster
Koppel je AI →
Document · PDF

voorontwerp bp Buitengebied Beemster 2012 - partiele herziening 2021, toelichting, bijlage 4 ovz aanpassingen in de regels.pdf

Raadscommissie 18 mei 2021, gemeente BeemsterBij agendapunt: 7: Bespreken voorontwerp partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 (ter meningsvorming).34.563 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

77

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

21.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een verboden gebruik van deze gronden wordt in ieder geval gerekend het gebruik als ligplaats voor woonschepen of recreatie- of pleziervaartuigen. 21.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 21.5.1

Vergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, sloten en andere watergangen te vergraven en/of te dempen. 21.5.2

Uitzonderingen

Het onder 21.5.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op: a. b.

werken of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen of die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; bouwwerkzaamheden zoals de aanleg van een dam met duiker overeenkomstig lid 21.2.2.

21.5.3

Toetsingscriteria

De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden wordt geweigerd indien door de uitvoering van de onder lid 21.5.1 bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de natuurwaarden en cultuurhistorische waarden in onevenredige mate kunnen worden aangetast.

78

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

Artikel 22 22.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor "Wonen" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor beroeps- en bedrijfsuitoefening aan huis; detailhandel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'; erfpad met bijbehorende beplanting ter plaatse van de aanduiding 'pad'; recreatiewoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning'; drie recreatie-eenheden, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie recreatie-eenheid';

met de daarbij behorende: f. g.

bouwwerken; erven;

alsmede voor: h. i.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument' het behoud en bescherming van rijksmonumenten; ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' het behoud en bescherming van karakteristiek bouwwerken.

22.2

Bouwregels

22.2.1 a. b.

c. d.

Algemeen

Op deze gronden mogen mag uitsluitend ten behoeve van deze bestemming en aanduidingen bouwwerken worden gebouwd. Indien een bouwwerk nader is aangeduid als karakteristiek bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dient de uitwendige hoofdvorm van het betrokken bouwwerk, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte gehandhaafd te worden; de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen.

22.2.2

Woningen

Voor het bouwen van woningen gelden, onverminderd het bepaalde in lid 22.1, de volgende regels: a.

b. c. d. e.

er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, waarbij per bouwvlak maximaal één woning is toegestaan, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4 m, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven; het hoofdgebouw moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg, waarvan de dakhelling niet minder dan 30º en niet meer dan 60º mag bedragen; de inhoud van het woning inclusief aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan 750 m3; de afstand van vrijstaande en aan één zijde aaneengebouwde hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens, mag niet minder dan 2,5 m bedragen.

22.2.3

Aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a.

b.

aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen worden gebouwd binnen bestemmingsvlakken, waarbij aanbouwen,uitbouwen en overkappingen niet zijn toegestaan bij karakteristieke bouwwerken; de bouwhoogte van aan- of uitbouwen mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning, met een maximum van 4 m, onverminderd het bepaalde wat betreft de max. omvang

79

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

c.

d.

e. f. g.

h. i. j.

maximum inhoud van 750 m3; de diepte van aan- of uitbouwen mag niet meer bedragen dan 3 m loodrecht gemeten vanuit de gevel waaraan wordt aangebouwd, onverminderd het bepaalde wat betreft de max. omvang maximum inhoud van 750 m3; aan de zijgevel van de woning gebouwde aan- of uitbouwen mogen tot maximaal 3 m 1 m achter het verlengde van de achtergevel van de woning worden gebouwd, onverminderd het bepaalde wat betreft de max. omvang maximum inhoud van 750 m3; de goothoogte en bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 6 m; bijgebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg, waarvan de dakhelling niet minder dan 30º en niet meer dan 60º mag bedragen; de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 50% van het bouwperceel, voor bebouwing aangewezen erf van de woning, met voor bijgebouwen en overkappingen een maximum van 48 m2 , met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' de oppervlakte niet meer mag bedragen dan de oppervlakte van het aanduidingsgebied; in afwijking van het bepaalde in sub g, is ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende oppervlakte (m2) een totale oppervlakte aan bijgebouwen toegestaan van maximaal 148 m2 ; ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' is uitsluitend de bestaande bebouwing toegestaan;

de karakteristiek van karakteristieke bouwwerken mag niet worden aangetast.

22.2.4

Pronkgevels

Uitsluitend bij een stolpwoning en ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is een verbijzondering van de voorgevel in de vorm van een pronkgevel toegestaan met inachtneming van de volgende regels: a. b. c. d. e. f.

de goothoogte mag niet meer dan tweemaal de bestaande goothoogte van de stolpwoning bedragen; de breedte mag niet meer dan 1/3 van de voorgevel van de stolpwoning bedragen; de bouwdiepte vanaf de voorgevel mag niet meer dan 0,5 m bedragen; het aantal bouwlagen mag niet meer dan 2 bedragen; het midden van de pronkgevel mag uitsluitend op het midden van de voorgevel van het hoofdgebouw liggen; de dakhelling van de kap van de pronkgevel mag niet meer bedragen dan die van het hoofdgebouw.

22.2.5

Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b.

22.3

de hoogte van een erf- of terreinafscheiding mag 1 m achter de voorgevel of het verlengde daarvan niet meer dan 2 m en daarvoor niet meer dan 1 m bedragen; de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouw of overkapping zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 m. Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in: a.

b.

lid 22.2.1 sub b, indien de woning ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' door een calamiteit teniet is gegaan en/of handhaving van het in dat lid bepaalde, niet in redelijkheid kan worden gevergd van de eigenaar en/of gebruiker van de woning; lid 22.2.2 sub a voor het splitsen van een bestaande woning met inachtneming van de volgende regels: 1. de uitwendige hoofdvorm van het betrokken gebouw, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte blijft zoveel mogelijk gehandhaafd bij karakteristieke hoofdgebouwen; 2. het aantal te splitsen eenheden van een gewoon hoofdgebouw, een woning zijnde, mag niet meer dan 4 bedragen en het aantal te splitsen eenheden van een karakteristiek hoofdgebouw, een woning zijnde, mag niet meer dan 2 bedragen; 3. de inhoud van enige wooneenheid mag niet minder bedragen dan 120 m2 ; 4. lid 22.2.3 sub g is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor te tekst 'het erf van de woning', de tekst 'het bouwperceel' moet worden gelezen;

80

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

c.

d.

e.

f.

lid 22.2.2 sub a ten behoeve van het deels bouwen buiten het bouwvlak en/of het vergroten van de woning met inachtneming van de volgende regels: 1. de afwijking mag uitsluitend worden toegepast op gronden aansluitend aan het bestaande bouwvlak; 2. de goothoogte van de woning mag niet meer gaan bedragen dan 5,5 m, met dien verstande dat geen sprake mag zijn van een monument of karakteristiek bouwwerk; lid 22.2.3 sub f voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster, zoals die in bijlage 4 zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt. openheid van het landschap niet wordt aangetast. lid 22.2.3 sub g voor een grotere gezamenlijke oppervlakte dan 48 m2 voor percelen die groter zijn dan 5.000 m2 , met inachtneming van de volgende regels: 1. de afwijking kan worden verleend tot 5 m2 per 0,1 hectare berekend over de eerste hectare, vermeerderd met 10 m2 per hectare berekend over de volgende hectares; 2. voor de berekening worden delen van 0,1 hectare of delen van een hectare naar boven toe op een geheel afgerond; 3. de afwijking mag uitsluitend worden toegepast ten behoeve van bijgebouwen voor hobbyboeren; 4.

voor de berekening van de oppervlakte worden gronden met de agrarische bestemming "Agrarisch met waarden" samengeteld met gronden met de bestemming 'Wonen' voor zover deze gronden direct aan elkaar grenzen en de agrarische gronden in eigendom zijn bij de aanvrager; 5. de gezamenlijke oppervlakte van de met toepassing van deze afwijkingsmogelijkheid op te richten bijgebouwen mag niet meer dan 100 m2 bedragen; lid 22.2.3 sub g voor een grotere gezamenlijke oppervlakte dan 48 m2 ter vervanging of vernieuwing van bestaande legale bijgebouwen, die ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan de in lid 22.2.3 onder b tot en met g genoemde maten overschrijdt, mits de afwijking niet wordt vergroot.

22.4

Specifieke gebruiksregels

22.4.1

Strijdig gebruik

Als strijdig gebruik wordt aangemerkt het aanleggen of aanwezig hebben van een paardenbak en/of paddock. 22.4.2

Beroep- en bedrijfsuitoefening aan huis

Een woning en de daarbij behorende aan-, uit- en bijgebouwen op gronden als bedoeld lid 22.2.3 onder a mogen worden gebruikt voor beroeps- en bedrijfsuitoefening aan huis, mits: a. b.

c. d. e.

de gezamenlijke vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van het bruto vloeroppervlakte van de betreffende woning en de bijbehorende aan-, uit- en bijgebouwen; het beroeps- en/of bedrijfsuitoefening aan huis betreft van milieucategorie 1 of 2, zoals vermeld in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering' die niet vergunningplichtig is op grond van de Wet milieubeheer; het geen detailhandel of horeca betreft; op de bij de betreffende woning behorende gronden geen buitenopslag plaatsvindt van goederen ten behoeve van het aan huisgebonden beroep en bedrijf; in de omgeving van de betreffende woning geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt.

22.5

Afwijken van de gebruiksregels

22.5.1

Paardenbak en/of paddock

In afwijking van lid 22.4.1 mogen een paardenbak en/of paddock worden aangelegd onder de volgende voorwaarden: a. b.

uitsluitend eigendomspercelen groter dan 5.000 m2 komen voor deze afwijking in aanmerking; per perceel mogen slechts één paardenbak en paddock worden aangelegd op gronden binnen het bestemmingsvlak en buiten het bouwvlak;

81

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

c. d. e. f.

de oppervlakte van een paardenbak mag niet meer bedragen dan 800 m2 ; de paardenbak en/of paddock dienen in het verlengde van de bestaande bebouwing te worden gesitueerd; lichtmasten mogen worden gebouwd waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 5 m, mits zij niet leiden tot lichtoverlast; de paardenbak mag van een omheining worden voorzien waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,5 m.

22.5.2

Kleinschalig kamperen

Het bevoegd gezag kan, indien geen onevenredige schade wordt toegebracht aan landschappelijke en agrarische belangen, een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 22.1 sub a ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein bij woningen die op de verbeelding als 'Karakteristieke bouwwerken' zijn aangeduid, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

er moet sprake zijn van een goede landschappelijke inpassing waarmee de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster of van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in de bijlage 4 en 5 zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; b. het kleinschalig kampeerterrein mag uitsluitend worden gebruikt gedurende de periode van 1 maart tot en met 31 oktober; c. het aantal standplaatsen voor kampeermiddelen bedraagt niet meer dan 20; d. een standplaats een minimum oppervlakte heeft van 120 m; e. per standplaats maximaal één kampeermiddel en maximaal twee bijzettentjes worden geplaatst; f. per kleinschalig kampeerterrein worden niet meer dan zes standplaatsen ingenomen door demontabele verblijfsaccommodaties en niet meer dan één standplaats door een trekkershut; g. de oppervlakte van het kleinschalig kampeerterrein bedraagt niet meer dan 5.500 m2 ; h. het kleinschalig kampeerterrein is gelegen binnen het bouwvlak en, indien daar onvoldoende ruimte beschikbaar is, ten hoogste 1.500 m2 op gronden buiten het bouwvlak, waarbij het aanvullende kampeerterrein zijdelings direct aansluit op de grens van het agrarisch bouwvlak; i. sanitaire en andere voorzieningen ten behoeve van het kleinschalig kampeerterrein worden uitsluitend gerealiseerd binnen bestaande gebouwen binnen het bestemmingsvlak; j.

het inrichten of hebben van een kleinschalig kampeerterrein gaat niet gepaard met of wordt gevolgd door uitbreiding van het bouwvlak vanwege de oorspronkelijke bestemming; k. het kleinschalig kampeerterrein en de daarbij behorende parkeervoorzieningen beginnen achter de achtergevelrooilijn van de agrarische bedrijfswoning; l. de trekkershut wordt zo dicht mogelijk tegen de bestaande op het perceel aanwezige bebouwing gesitueerd; m. de inrichting van het kampeerterrein dient plaats te vinden conform een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan; n. gedurende de periode van 1 november tot en met 28 of 29 februari 1 maart mogen geen kampeermiddelen of demontabele verblijfsaccommodaties worden geplaatst en/of geplaatst worden gehouden. 22.5.3

Bed and breakfast

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van bepaalde in lid 22.1 sub a ten behoeve van een bed and breakfast, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.

de bed and breakfast mag uitsluitend worden gerealiseerd in de bestaande woning en/of de bestaande aan- en uitbouwen en/of bijgebouwen; de bed and breakfast verschaft aan niet meer dan 8 personen gelijktijdig nachtverblijf ; parkeren ten behoeve van de bed and breakfast vindt plaats op eigen terrein; een bed and breakfast in de woning is uitsluitend toegestaan in combinatie met de woonfunctie. het gebruik van aan- en uitbouwen en bijgebouwen als bed and breakfast mag niet meer dan 70 m2 bedragen mits wordt voldaan aan lid 22.2.3.

82

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

22.6

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming "Wonen" wijzigen in de bestemming "Tuin" voor het aanpassen van het bouwvlak van de op hetzelfde perceel aanwezige woning, met inachtneming van de volgende regels: de wijzigingsbevoegdheid mag uitsluitend worden toegepast ten behoeve van het van vorm veranderen van het bouwvlak van de aanliggende woning; de afstand van de voorste bouwgrens van het bouwvlak tot aan de voorste bestemmingsgrens van de bestemming "Wonen" mag niet worden verkleind.

83

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

84

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

Artikel 23 23.1

Leiding - Gas

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming mede bestemd voor , het beheer en de instandhouding van hoofdgastransportleidingen met de daarbij behorende belemmeringsstroken; met de daarbij behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 23.2

Bouwregels

In afwijking van hetgeen elders in deze regels bij de andere aangewezen bestemmingen is bepaald ten aanzien van het bouwen mogen krachtens de overige bestemmingen van deze gronden, mag binnen een afstand van 5 m ter weerszijden van de leiding, niet worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de gasleiding, waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan 2 m. 23.3

Afwijking van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 23.2, voor het bouwen ten behoeve van de onderliggende hoofdbestemming, mits: a. b.

de veiligheid van de leiding niet wordt geschaad en geen kwetsbare objecten worden toegelaten; er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding. vooraf toestemming is verkregen van de verantwoordelijke leidingbeheerder;

23.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een verboden gebruik van deze gronden wordt in ieder geval gerekend: a. b. c. d.

het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; het verrichten van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; het aanbrengen van diepwortelende beplanting; het indrijven van voorwerpen in de grond.

23.5

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 23.4, voor de in lid 23.4 genoemde activiteiten, mits: a. b.

vooraf toestemming is verkregen van de verantwoordelijke leidingbeheerder; er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding.

23.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 23.6.1

Vergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen: a. b. c. d. e.

ontginnen, bodemverlagen of afgraven, ophogen of egaliseren; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond.

85

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

23.6.2

Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 23.6.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. b.

het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan.

23.6.3

Toetsingscriteria

De in lid 23.6.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien: a.

b.

door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de belangen van de in lid 23.1 genoemde leiding ontstaat of kan ontstaan; vooraf advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

Het is verboden op of in de in eerste lid bedoelde gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren, zijnde: a. b. c. d. e. f.

g. h.

het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het graven van sloten evenals het aanleggen van een drainage; het verrichten van graafwerkzaamheden; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verbandhoudende constructies, installaties of apparatuur, het planten, vellen, rooien of beschadigen van bomen anders dan bij wijze van verzorging van het aanwezige houtgewas; het maken van dammen, kaden en oeververzwaringen; het graven, uitdiepen, verbreden en dempen van watergangen.

86

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

Artikel 24 24.1

Leiding - Hoogspanningsverbinding

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming mede bestemd voor het beheer en de instandhouding van een bovengrondse hoogspanningsverbinding leiding, met de daarbij behorende masten en (veiligheids)voorzieningen. bouwwerken geen gebouwen zijnde. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 24.2

Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. b. c.

op of in de In dit artikel bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de hoogspanningsverbinding worden gebouwd; op of in de in dit artikel bedoelde gronden zijn geen gebouwen en bouwwerken toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen en bouwwerken; indien bestaande gebouwen en/of bouwwerken worden vervangen, vemieuwd of veranderd is dit toegestaan indien de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

Binnen de op de verbeelding aangegeven zone met de aanduiding "Leiding - Hoogspanningsverbinding" mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten behoeve van de betreffende leiding waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan 12 m. 24.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 24.2 voor bebouwing ten behoeve van de overige binnen de zone aangewezen bestemmingen, mits: a. b.

de veiligheid van de leiding en de leveringszekerheid niet wordt geschaad er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding. vooraf toestemming is verkregen van de verantwoordelijke leidingbeheerder;

24.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 24.4.1

Vergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werk, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen: a. b. c. d. e. f. g.

het aanbrengen en/of rooien van opgaande beplanting en bomen; het wijzigen van maaiveld- of weghoogte; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (reeds bestaande) watergangen; het opslaan van goederen, (brandbare)stoffen en/of materialen; het aanbrengen en/of slopen van bovengrondse constructies, installaties, opstallen of apparatuur anders dan ten dienste van de in lid 24.1 omschreven bestemming; het aanleggen van wegen en parkeergelegenheden; het aanleggen van zonneparken.

Het is verboden op of in de in eerste lid bedoelde gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren, zijnde:

87

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

a. b. c. d. e. f.

g. h.

het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het graven van sloten evenals het aanleggen van een drainage; het verrichten van graafwerkzaamheden; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verbandhoudende constructies, installaties of apparatuur, het planten, vellen, rooien of beschadigen van bomen anders dan bij wijze van verzorging van het aanwezige houtgewas; het maken van dammen, kaden en oeververzwaringen; het graven, uitdiepen, verbreden en dempen van watergangen.

24.4.2

Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 24.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. b.

reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; werkzaamheden die worden uitgevoerd door (of in opdracht van) de netbeheerder te behoeve van aanpassing, onderhoud en instandhouding van de verbinding.

24.4.3

Toetsingscriteria

De in lid 24.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien uit het verkregen positief schriftelijk advies van de netbeheerder is gebleken dat hierdoor de veiligheid en leveringszekerheid niet blijvend onevenredig worden geschaad. Aan de hand daarvan kan het bevoegd gezag desgewenst voorwaarden verbinden aan de vergunning, ter bescherming van bedoelde verbinding.

88

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

Artikel 25 25.1

Leiding - Riool

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming mede bestemd voor het beheer en de instandhouding van een rioolpersleiding. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 25.2

Bouwregels

In afwijking van het bepaalde voor de onderliggende hoofdbestemming mag, binnen een afstand van 5 m ter weerszijden van de leiding, niet worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de leiding, waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan 2 m. 25.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 25.2, voor het bouwen ten behoeve van de onderliggende hoofdbestemming, mits: a. b.

de veiligheid en het doelmatig functioneren van de betreffende leiding niet wordt geschaad; vooraf toestemming is verkregen van de verantwoordelijke leidingbeheerder.

25.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een verboden gebruik van deze gronden wordt in ieder geval gerekend: a. b. c. d.

het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; het verrichten van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; het aanbrengen van diepwortelende beplanting; het indrijven van voorwerpen in de grond.

25.5

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 25.4, en daarin genoemde activiteiten, mits: a. b.

vooraf toestemming is verkregen van de verantwoordelijke leidingbeheerder; er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding.

25.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 25.6.1

Vergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.

het aanbrengen van beplantingen en bomen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers, en andere wateren; het permanent opslaan van goederen.

a. b. c.

het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van

89

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

d. e. f.

g. h.

andere oppervlakteverhardingen; het graven van sloten evenals het aanleggen van een drainage; het verrichten van graafwerkzaamheden; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verbandhoudende constructies, installaties of apparatuur, het planten, vellen, rooien of beschadigen van bomen anders dan bij wijze van verzorging van het aanwezige houtgewas; het maken van dammen, kaden en oeververzwaringen; het graven, uitdiepen, verbreden en dempen van watergangen.

25.6.2

Uitzonderingen

De in lid 25.6.1 bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die: a. b. c.

verband hebben met de aanleg van de betreffende ondergrondse rioolpersleiding; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; het normale onderhoud betreffen.

25.6.3

Toetsingscriteria

De in lid 25.6.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend: a. b.

indien de betreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen en de veiligheid van de rioolpersleiding en van de bijbehorende belemmeringenstrook; nadat schriftelijk advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder.

90

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

Artikel 26 26.1

Leiding - Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming mede bestemd voor het beheer en de instandhouding van een waterleiding, met de daarbij behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 26.2

Bouwregels

In afwijking van het bepaalde voor de onderliggende hoofdbestemming mag, binnen een afstand van 5 m ter weerszijden van de leiding, niet worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de leiding, waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan 2 m. 26.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 26.2 voor het bouwen ten behoeve van de onderliggende hoofdbestemming, mits: a. b.

de veiligheid en het doelmatig functioneren van de betreffende leiding niet wordt geschaad; vooraf toestemming is verkregen van de verantwoordelijke leidingbeheerder.

26.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een verboden gebruik van deze gronden wordt in ieder geval gerekend: a. b. c. d.

het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; het verrichten van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk het aanbrengen van diepwortelende beplanting; het indrijven van voorwerpen in de grond.

26.5

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 26.4 en daarin genoemde activiteiten, mits: a. b.

vooraf toestemming is verkregen van de verantwoordelijke leidingbeheerder; er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding.

26.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 26.6.1

Vergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen: a. b. c. d. e. a. b. c.

ontginnen, bodemverlagen of afgraven, ophogen of egaliseren; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond. het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;

91

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

d. e. f.

g. h.

het graven van sloten evenals het aanleggen van een drainage; het verrichten van graafwerkzaamheden; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verbandhoudende constructies, installaties of apparatuur, het planten, vellen, rooien of beschadigen van bomen anders dan bij wijze van verzorging van het aanwezige houtgewas; het maken van dammen, kaden en oeververzwaringen; het graven, uitdiepen, verbreden en dempen van watergangen.

26.6.2

Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 26.6.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. b.

het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.

26.6.3

Toetsingscriteria

De in lid 26.6.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien: a.

b.

door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de belangen van de in lid 26.1 genoemde leidingen ontstaat of kan ontstaan; vooraf advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

92

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

Artikel 27 27.1

Waarde - Archeologie

Bestemmingsomschrijving

De voor op de verbeelding als 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische waarden. 27.2

Bouwregels

Op de in lid 27.1 bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde': a. b. c.

(swr-1), alsmede de ringdijk ter plaatse van de bestemming Waterstaat - Waterkering, voor zover dit alle grondroerende werkzaamheden betreft; (swr-2) voor zover dit bouwwerkzaamheden betreft die dieper zijn dan 0,40 m zijn en een oppervlakte hebben van >50 m; (swr-3) voor zover dit bouwwerkzaamheden betreft die dieper zijn dan 0,40 m en een oppervlakte hebben van >500 m.

In afwijking van het bepaalde in sub b geldt voor molenplaatsen dat voor werkzaamheden < 50 m de aanvrager een deskundigenrapport overlegt waaruit blijkt of een doorsnede van opbouw en structuur van kaden en waterlopen kan worden opgemeten. In afwijking van het bepaalde in sub c geldt voor molengangen dat voor werkzaamheden < 500 m de aanvrager een deskundigenrapport overlegt waaruit blijkt of een doorsnede van opbouw en structuur van kaden en waterlopen kan worden opgemeten; 27.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 27.2 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de op de verbeelding aangegeven onderliggende bestemmingen, die niet voldoen aan de in lid 27.2 genoemde bouwregels, op voorwaarde dat: a. b. c.

de aanvrager van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit een rapport overlegt waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein dat wordt verstoord in voldoende mate is vastgesteld; het bevoegd gezag, alvorens de omgevingsvergunning te verlenen, advies inwint bij een door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige; er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van het gebied.

27.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 27.4.1

Vergunningplicht

Het is verboden op of in de in lid 27.1 bedoelde gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e. f.

het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het graven van sloten evenals het aanleggen van een drainage; het verrichten van graafwerkzaamheden; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen

93

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

g. h.

en de daarmee verbandhoudende constructies, installaties of apparatuur, het planten, vellen, rooien of beschadigen van bomen anders dan bij wijze van verzorging van het aanwezige houtgewas; het maken van dammen, kaden en oeververzwaringen; het graven, uitdiepen, verbreden en dempen van watergangen;

voor zover deze de werken, geen bouwwerkzaamheden zijnde, worden verricht in gebieden met de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde': 1. 2. 3. 4.

(swr-1) voor zover zij betreffen alle grondroerende werkzaamheden; (swr-2) voor zover zij betreffen werkzaamheden dieper dan 0,40 m en een oppervlakte hebben van >50 m; (swr-3) voor zover zij betreffen werkzaamheden dieper dan 0,40 m en een oppervlakte hebben van >500 m; (swr-4) voor zover zij betreffen werkzaamheden dieper dan 0,35 m en een oppervlakte hebben van >50 m.

27.4.2

Uitzonderingen

De in lid 27.4.1 vervatte vereisten zijn niet van toepassing: a. b. c. d. e.

op normale onderhoudswerkzaamheden; op werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; voor het verlagen van de bodem en het afgraven van gronden, voor zover daarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingswet; indien het door de gemeente verlangde archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden en voor zover de gemeente de gronden voorwerken en werkzaamheden heeft vrijgegeven. als er op de plek zelf in het verleden reeds verstoring heeft plaatsgevonden op basis van een afgegeven omgevingsvergunning.

27.4.3

Toelaatbaarheid

Een vergunning als bedoeld in lid 27.4.1 wordt slechts verleend indien: a.

b. c.

de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden een rapport overlegt waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein dat wordt verstoord in voldoende mate is vastgesteld; het bevoegd gezag advies hebben ingewonnen bij een door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige; er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van het gebied.

94

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

Artikel 28 28.1

Waarde - Cultuurhistorie

Bestemmingsomschrijving

De voor op de verbeelding als Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bestemd voor het behoud van de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden. d. 28.2

de overige bestemmingen die daaraan zijn toegewezen op basis van de verbeelding. Bouwregels

Op deze gronden mag ten behoeve van de op de verbeelding aangegeven onderliggende bestemming worden gebouwd met inachtneming van de aanwezige cultuurhistorische waarden. 28.3

Nadere eisen

Het bevoegd gezag kan voor de bouw van bouwwerken bij afwijking van de bouwregels of bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid ten dienste van de op de verbeelding aangegeven onderliggende bestemming eisen dat: a.

b. c.

de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport overlegt waaruit blijkt dat de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het terrein dat wordt verstoord in voldoende mate is vastgesteld en met deze waarden actief rekening wordt gehouden; alvorens de afwijking omgevingsvergunning wordt verleend, advies wordt ingewonnen bij een door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige; er geen onevenredige afbreuk de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 en 5 zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt.

95

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

96

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

Artikel 29 29.1

Waterstaat - Waterkering

Bestemmingsomschrijving

De voor "Waterstaat - Waterkering" aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. b. c.

behoud en bescherming van waterkeringen; waterstaatsdoeleinden. de overige bestemmingen die daaraan zijn toegewezen op basis van de verbeelding.

29.2

Bouwregels

De volgende bouwregels zijn van toepassing: a. b.

op of in deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve waterstaatsdoeleinden; voor het bouwen ten behoeve van waterstaatsdoeleinden geldt dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, niet meer mag bedragen dan 2 m.

c.

voor het bouwen ten behoeve van de overige bestemmingen geldt dat dit: 1. overeenkomstig de bouwregels van de desbetreffende bestemming; 2. niet ten koste gaat van het gebruik van de gronden als waterstaatsdoeleinden; 3. overleg heeft plaats gevonden met en toestemming is gegeven door de beheerder van de gronden die zijn aangewezen voor waterstaatsdoeleinden.

29.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 29.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterkering. Alvorens te beslissen op en aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de beheerder van de waterkering. 29.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 29.4.1

Vergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.

29.4.2

Uitzonderingen

Het verbod als bedoeld in lid 29.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. b. c.

reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; het normale onderhoud betreffen; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende (omgevings)vergunning.

29.4.3

Toetsingscriteria

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 29.4.1 wordt slechts verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de in lid 29.1 omschreven waarden. Voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken.

97

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

Indien de omgevingsvergunning gevolgen kan hebben voor de waterhuishouding, wordt de aanvraag voor de aanlegvergunning voorgelegd aan het waterschap, met het verzoek de aanvraag te voorzien van een deskundigenadvies.

98

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

Hoofdstuk 3 Artikel 30 30.1

Algemene regels

Vrijwaringszone - molenbiotoop

Algemeen

Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' geldt dat de gronden, naast de andere aangewezen bestemmingen(en), tevens zijn bestemd voor het instandhouden van de molenbiotoop. 30.2

Bouwregels

Onverminderd het overigens in deze regels met betrekking tot het bouwen bepaalde, mag op gronden genoemd in lid 30.1, als volgt worden gebouwd: a.

b.

binnen de straal van 100 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, mag geen nieuwe bebouwing worden opgericht of beplanting aanwezig zijn, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek; binnen de straal van 100 tot 400 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, mag de maximale bouwhoogte van nieuwe bebouwing en/of beplanting niet méér bedragen dan 1/100ste van de afstand tussen het bouwwerk en/of beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek.

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://beemsterraadsinformatie.purmerend.nl/api/v1/meetings/1255/documents/17813