CConstaterende datBeemster
Koppel je AI →
Document · PDF

verordening jeugdhulp gemeente Beemster 2022.pdf

Gemeenteraad 9 november 2021, gemeente BeemsterBij agendapunt: 4h: Voorstel tot het vaststellen van de verordening jeugdhulp gemeente Beemster 2022.16.234 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit zijn slechts enkele voorbeelden. Artikel 3.2 Ondersteuning bij het maken van een familiegroepsplan De jeugdwet biedt jeugdigen en/of ouder de mogelijkheid om zelf een plan, het familiegroepsplan te maken en in te dienen bij het Loket Jeugd. Daarbij kunnen ze ondersteuning krijgen bij door de gemeente gecontracteerde aanbieders. In het familiegroepsplan staat welke problemen de jeugdige of het gezin heeft, welke hulp nodig is, en wie die hulp geeft. Ouders, familieleden of andere direct betrokkenen kunnen een familiegroepsplan maken. Op deze manier kunnen zij meedenken en helpen aan een oplossing en wordt dus geput uit de eigen kracht. Artikel 3.3 Jeugdgezondheidszorg en opvoed- en opgroeiondersteuning Het Centrum Jeugd en Gezin is de plek waar ouders/verzorgers, kinderen, jongeren tot 23 jaar en professionals terecht kunnen met al hun vragen over opvoeden en opgroeien. Het Centrum Jeugd en Gezin is vrij toegankelijk. De meest bekende diensten zijn het consultatiebureau en de onderzoeken in de schoolleeftijd. Voor meer informatie over wat het Centrum Jeugd en Gezin doet, kunt u terecht op de website van Centrum Jeugd en Gezin Beemster.

Artikel 3.4 Huiselijk geweld en kindermishandeling Er is het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling Veilig Thuis Zaansteek-Waterland. Zij geven advies en zo nodig passende hulp(verlening) bij huiselijk geweld en kindermishandeling aan inwoners en professionals. H3A Werkzaamheden Lokaal Team Artikel 3.5 Lokaal Team In de gemeente Beemster vormt het Lokaal Team een dekkende structuur voor het bieden van jeugdhulpverlening. Het Lokaal Team is tweeledig opgebouwd: het jeugdoverleg in de wijk en het Loket Jeugd. blz. 22 van 36

Het jeugdoverleg in de wijk is toegesneden op de jeugdige of zijn ouders en zijn in elke wijk vertegenwoordigd. Het jeugdoverleg is vrij toegankelijk en bestaat uit specialisten op verschillende gebieden die generalistisch werken. Zij beschikken over expertise op het gebied van onder meer: maatschappelijke dienstverlening, (jeugd)gezondheidszorg, jeugdhulp, (jeugd)GGZ en jeugd met een verstandelijke beperking. De experts in het jeugdoverleg hebben een generalistische kijk op mogelijke hulpbehoeften buiten hun eigen expertisegebied. Tijdens het gesprek met een medewerker van het jeugdoverleg is aandacht voor de diverse omstandigheden waar een jeugdige zich in bevindt. De ondersteuning van het jeugdoverleg kan bestaan uit het verhelderen van de hulpvraag, advisering over de beschikbare vormen van jeugdhulp en het zelf bieden van jeugdhulpverlening. Via huisartsen, scholen, consultatiebureau en ook Loket Jeugd kan men hier terecht. Loket Jeugd is bereikbaar voor vragen op het gebied van opvoeden en opgroeien, gezondheid en ontwikkeling. Een verwijzer, school, ouder en/of jeugdige kan zich met vragen rondom jeugd richten tot het Loket Jeugd. Gezamenlijk wordt de hulpvraag onderzocht en een passende vorm van ondersteuning vastgesteld. Het Loket Jeugd zet de vragen door naar algemene- of andere voorzieningen of naar specialistische jeugdhulp.

Als specialistische jeugdhulp wordt ingezet wordt er een perspectiefplan ingevuld en blijft een medewerker van Loket Jeugd als procesregisseur betrokken. Meer informatie is te vinden op de website van de gemeente Beemster. Artikel 3.6 Intensief vrijwillige hulp Intensieve vrijwillige hulp wordt vanuit een gespecialiseerd team binnen het Loket Jeugd, Preventieve Jeugdbescherming, aan gezinnen uit Purmerend en Beemster geboden. Deze hulpverlening is vrijwillig maar niet vrijblijvend en wordt specifiek ingezet bij mulitproblem gezinnen, waarbij sprake is van huiselijk geweld en/of kindermishandeling, onveiligheid en ambivalentie. Gezinnen kunnen aangemeld worden via ketenpartners als bijvoorbeeld Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming. De intensieve hulp is vanuit het Loket Jeugd als wel de Gecertificeerde instellingen (vanuit de regio) altijd vrijwillig en beiden zijn gemandateerd om besluiten te nemen over de inzet van (hoog) specialistische jeugdhulp.

Hoofdstuk 4 Individuele voorzieningen algemeen Artikel 4.1 Toegang individuele voorzieningen In het eerste lid van dit artikel wordt aangegeven dat slechts een individuele voorziening kan worden toegekend voor zover jeugdigen en/of ouders niet zelf een oplossing kunnen vinden voor hun hulpvraag, waarbij gebruikelijke hulp, een aanvullende verzekering, een algemene voorziening of een andere (wettelijke) voorziening allen aan de toekenning van een individuele voorziening vooraf gaat. Het tweede lid ziet op de mogelijkheid om, onder voorwaarden, met terugwerkende kracht van maximaal drie maanden een voorziening toe te kennen. Het derde lid geeft aan dat de voorziening altijd is gebaseerd op de goedkoopst passende voorziening waarmee wordt bedoeld dat in het geval van meerdere oplossingen, altijd gekozen wordt voor de oplossing die zowel passend als de meest goedkope individuele voorziening is. Als een jeugdige en/of ouders een duurdere voorziening willen (die ook passend is) komen de meerkosten voor de rekening van de jeugdige/ouders. Dit betekent ook dat als de voorziening in de vorm van pgb verstrekt wordt, het pgb-bedrag gebaseerd wordt op de goedkoopst passende voorziening. Artikel 4.2 Gebruikelijke hulp en eigen kracht blz. 23 van 36

De (visie op) gebruikelijke hulp en eigen kracht wordt in de nadere regels nader ingevuld. Hoofdstuk 5 Individuele voorzieningen Paragraaf 1 Artikel 5.1 Specialistische jeugdhulp (Segment B) Specialistische jeugdhulp wordt gezien als aanvullend op het vrij toegankelijke aanbod aan preventie en jeugdhulp omschreven in hoofdstuk 2. De hulpverlener vanuit het jeugdoverleg kan betrokken blijven bij de ondersteuning van de jeugdige en zijn ouders. Specialistische jeugdhulp wordt voor het grootste gedeelte ambulant gegeven en in de regel dichtbij. De aard van de zorg kan heel divers zijn, van een gedragstherapeutische behandeling tot persoonlijke verzorging. Ook adviezen richting het sociale netwerk van de jeugdige kunnen behoren tot de specialistische jeugdhulp. NB de opsomming ‘in de thuissituatie, kinderdagverblijf, de school of de locatie van de aanbieder’ is niet limitatief. Er kunnen ook andere locaties zijn waar specialistische jeugdhulp ambulant geboden kan worden. Specialistische Jeugdhulp wordt in de regel dichtbij geboden, in de directe leefomgeving van de jeugdige en zijn ouders: in de thuissituatie, op het kinderdagverblijf, de school, de locatie van de jeugdhulpaanbieder of op enige andere locatie. Bij dit laatste valt bijvoorbeeld te denken aan een sportveld mocht dit nodig zijn. De opsomming qua locatie is overigens niet limitatief.

Zie ook de toelichting bij de begripsbepaling.

Artikel 5.2 Hoog-specialistische jeugdhulp (Segment C) Ook hoog-specialistische jeugdhulp wordt gezien als aanvullend op het vrij toegankelijke aanbod aan preventie en jeugdhulp omschreven in hoofdstuk 3. Omdat het aanbod van hoog-specialistische jeugdhulp in de regel een stuk intensiever en veelomvattender is, zal de rol van de professionals vanuit de algemene voorzieningen in de regel (in verhouding) beperkter zijn. De aard van de hoog-specialistische jeugdhulp betekent ook dat deze soms niet in de directe woonomgeving van de jeugdige geboden kan worden, hoewel dit wel het streven is. In sommige gevallen zal de jeugdige voor een (dag)behandeling moeten reizen of zelf korter of langer elders dan in het ouderlijk huis zijn. Ook in die gevallen is het streven om het Loket Jeugd en de professionals vanuit de algemene voorziening betrokken te houden, zodat een terugkeer naar de normale opvoedsituatie bevorderd wordt. Zie ook de toelichting bij artikel 1.1 de begripsbepaling. Artikel 5.3 Jeugdhulp met verblijf (Segment V) Verblijfsvoorzieningen waar de jeugdige in een instelling of gezinshuis verblijft vallen altijd onder verblijf. Ook gesloten jeugdzorg valt onder deze categorie. Met zo thuis mogelijk opgroeien wordt als uitgangspunt genomen dat het verblijf de gezinssituatie zoveel mogelijk benadert. Ieder kind heeft een stabiele omgeving nodig.

Dat betekent dat het kind zo min mogelijk heen en weer wordt geplaatst als het niet meer thuis kan wonen. En het liefst zo dichtbij mogelijk. Hiervoor is nodig dat de jeugdhulp zich naar het kind beweegt in plaats van andersom. Verblijf maakt zoveel mogelijk deel uit van een ambulant traject. Het streven is jeugdigen uit Noord-Holland binnen Noord-Holland te helpen het te plaatsen. Lokaal wordt ingezet op het voorkomen van zwaardere hulp dan pleegzorg en residentiële zorg door de inzet van Buurtgezinnen. Hiermee wordt een schakel toegevoegd aan de keten blz. 24 van 36

van jeugdhulpverlening. Er is een aanpak in ontwikkeling gericht op het bieden van perspectief aan kinderen die verblijven in een gezinshuis of in een andere vorm van verblijf waarbij toegewerkt wordt naar een snellere en veilige terugkeer naar huis, naar het wonen bij een pleeggezin of naar (begeleid) zelfstandig wonen. Hiervoor wordt, in een vroeg stadium van de plaatsing van het kind, in bijvoorbeeld een gezinshuis een vangnet voor het kind gecreëerd, door relevante partners (zoals de school en de woningcorporatie) intensief te betrekken bij het verblijf. Artikel 5.4 Ernstige Dyslexiezorg Dyslexiezorg voor jeugdigen met ernstige dyslexie viel tot 1 januari 2015 onder de Zorgverzekeringswet en het regiem van de geestelijke gezondheidszorg. Met inwerkingtreding van de Jeugdwet is de gemeente verantwoordelijk geworden voor deze zorg en valt zij onder de noemer ‘jeugdhulp’. In de Jeugdwet (of het Besluit of Regeling Jeugdwet) is deze vorm van jeugdhulp niet nader afgebakend. Vanaf 1 januari 2015 is door gemeente de voor die tijd gegroeide praktijk voortgezet. De afbakening van dyslexiezorg krijgt vorm in de nadere regels. Artikel 5.5 Vervoersvoorziening In beginsel zijn ouders verantwoordelijk voor het vervoer van hun kind naar de locatie waar de jeugdhulp wordt gegeven.

Een vervoersvoorziening kan bij uitzondering worden toegekend als sprake is van een medische noodzaak tot vervoer, of op grond van beperkingen in zelfredzaamheid van de jeugdige, gezin en/of opvoeder en/of het (sociale) netwerk. De voorwaarden voor vervoer worden in nadere regels uitgewerkt.

Paragraaf 2 Toegang individuele voorzieningen Artikel 5.6 Melding Het is belangrijk dat de jeugdige en/of ouders zich laagdrempelig kunnen melden bij het Loket Jeugd en dat er zo spoedig mogelijk contact is. Het betreft hier bijvoorbeeld telefonische of schriftelijke (algemene) jeugdhulpvragen. Artikel 5.7 Onderzoek en aanvraag Er wordt in de verordening (en nadere regels) niets vastgelegd over de wijze waarop het gesprek gevoerd wordt tussen Loket Jeugd en jeugdige en/of zijn ouders (en eventuele andere betrokken). Dit zou de handelingsvrijheid van de jeugdige, zijn ouders én de professionals te veel beperken. In de verordening ligt alleen vast wat er in het gesprek aan de orde kan komen (indien van belang), niet welke methodiek of instrumentarium gebruikt moet worden of wie er precies bij betrokken dienen te zijn. Natuurlijk gelden hierbij wel de eisen die de Jeugdwet en het Besluit Jeugdwet stellen aan de kwaliteit van de toegang. Belangrijk is dat onderzocht en vastgesteld wordt wat de opgroei- en opvoedingsproblemen, de psychische problemen, stoornissen van de jeugdige en omstandigheden op verschillende levensgebieden zijn om zo te kunnen bepalen welke ondersteuning passend is bij de vraag van jeugdige en/of ouders.

Een essentieel onderdeel van het onderzoek is het verkennen van de eigen kracht van de jeugdige en het gezin en ondersteuning vanuit het eigen sociaal netwerk en het eventueel creëren van een eigen sociaal netwerk. Eigen kracht en een (op te bouwen) sociaal netwerk kan voorkomen dat de inzet van specialistische jeugdhulp noodzakelijk is of kan zorgen dat die inzet maar van tijdelijke aard hoeft te zijn. Tweede lid: het familiegroepsplan Jeugdige en/of ouders hebben de mogelijkheid om zelf een familiegroepsplan in te dienen zoals dat verder in de wet wordt toegelicht. blz. 25 van 36

Derde lid: Verzamelen van beschikbare gegevens Doel hiervan is dat jeugdigen en/of hun ouders niet belast worden met vragen over zaken die bij het college al bekend zijn of die op grond van artikel 7.4.0 van de wet door het college opgevraagd mogen worden in het kader van het onderzoek en de toegang tot Jeugdzorg. Hierbij zijn de regels met betrekking tot de privacy van betrokkenen en gegevensuitwisseling die gelden op grond van de wet en de Algemene Verordening Gegevensbescherming van toepassing. Vierde tot en met zesde lid: het perspectiefplan Ook de inhoud van het perspectiefplan is in de verordening niet in detail beschreven, behalve dat in het perspectiefplan de in het eerste lid (onderzoek) genoemde onderwerpen aan de orde komen. Het ondertekende perspectiefplan wordt, als wordt ingezet op een individuele voorziening, beschouwd als een aanvraag. De wederzijdse ondertekening is vooral bedoeld om het karakter van het perspectiefplan als gezamenlijk plan te bekrachtigen en zeker niet om het karakter van een privaatrechtelijk overeenkomst te geven. Het feit dat een gezamenlijk getekend perspectiefplan als aanvraag wordt beschouwd neemt niet weg dat ook als géén perspectiefplan wordt opgesteld toch sprake kan zijn van een aanvraag in de zin van de Awb, als aan de voorwaarden van een aanvraag uit artikel 4:2 Awb is voldaan. Nb.

het besluit tot inzet van (hoog)specialistische jeugdhulp wordt toegevoegd aan het perspectiefplan, maar is juridisch gezien een eenzijdige, publiekrechtelijke, beslissing van het college (de facto de gemandateerde professional van het Loket Jeugd). Het besluit wordt wel genomen op grond van het perspectiefplan. Het perspectiefplan is van de jeugdige en/of zijn ouders. Als er tot de inzet van specialistische jeugdhulp besloten is, is het wel van het grootste belang dat de aldus betrokken jeugdhulpaanbieder weet heeft van de gezinssituatie en afspraken en doelen zoals vastgelegd in het perspectiefplan. De relevante informatie uit het perspectiefplan kan door de jeugdige en/of zijn ouders zelf of door het Loket Jeugd aan de betrokken jeugdhulpaanbieder overgedragen worden. De ouders/jeugdige zijn hier in eerste instantie zelf de verantwoordelijke partij voor. Als het gaat om hoog-specialistische jeugdhulp heeft de gemeente ook in haar contracten met de jeugdhulpaanbieders bepaald, dat zij niet mogen starten met de hulpverlening voordat een perspectiefplan opgesteld is. Voor deze complexe en in de regel meervoudige jeugdhulp is het brede perspectief van het grootste belang om effectieve jeugdhulp te kunnen verlenen. Natuurlijk gelden bij het delen van het perspectiefplan de privacyregels zoals die onder andere vastgelegd zijn in de Jeugdwet zelf (zie § 7.3 rond dossiervorming).

Ouders worden niet gedwongen privacygevoelige informatie te delen die niet van belang is voor de hulp aan een jeugdige. Het is aan de ouders om in samenspraak met het Loket Jeugd (of arts) te bepalen welke informatie in het perspectiefplan terecht moet komen en gedeeld moet worden met de jeugdhulpaanbieder om een effectieve ondersteuning mogelijk te maken. Bij verschil van inzicht tussen de jeugdige en/of zijn ouders aan de ene kant en het Loket Jeugd (of arts) aan de andere kant over de noodzaak om bepaalde informatie te delen dient het recht op privacy en het belang van de jeugdige tegen elkaar afgewogen te worden. De principes van subsidiariteit (kan het doel ook op een andere manier bereikt worden), noodzakelijkheid en proportionaliteit (staat het doorbreken van het recht op privacy in blz. 26 van 36

verhouding tot het doel: effectieve hulp) staan daarbij centraal. In de privacy-protocollen van de uitvoerders zal hieraan aandacht besteed worden. Zevende lid: evaluatie perspectiefplan In het perspectiefplan wordt opgenomen wanneer evaluatie van het plan plaats vindt. Dit is in ieder geval 1 maal per jaar. Daarnaast vindt evaluatie plaats bij essentiële wijzigingen of 4 maanden voor afloop van een indicatie. Artikel 5.8 Inhoud beschikking Paragraaf 2 handelt over de toegang naar de (hoog)specialistische jeugdhulp. Waar in deze paragraaf gesproken wordt over jeugdhulpaanbieder wordt dan ook een jeugdhulpaanbieder van (hoog)specialistische jeugdhulp bedoeld, tenzij anders vermeld. Nb. de term jeugdhulpaanbieder is gedefinieerd in de Jeugdwet zelf en kan bijvoorbeeld ook aanbieders van jeugdhulp als algemene voorziening betreffen (hoofdstuk 2). Tweede lid: aard besluit tot inzet individuele voorzieningen Het besluit tot toekenning wordt vastgelegd in een beschikking. Een beschikking is schriftelijk besluit dat op een op een concreet geval/een individuele persoon is gericht. De inhoud van de beschikking is beperkt. Alleen de keuze specialistisch of hoog-specialistisch, het ondersteuningsprofiel en bij hoog-specialistische jeugdhulp ook de intensiteit liggen in het besluit vast.

Andere zaken – zoals omschrijving hulpvraag en het resultaat – worden vastgelegd in het perspectiefplan. Hiermee wordt ook voorkomen dat te veel privacygevoelige gegevens in de gemeentelijke beschikkingenadministratie vast komen te liggen. De jeugdige en/zijn ouders kunnen met het besluit zelf voor een van de door de gemeente gecontracteerde jeugdhulpaanbieders kiezen. Het Loket Jeugd kan hierbij adviseren. De keuze voor een bepaalde aanbieder ligt niet vast in het besluit. In het derde lid van dit artikel zijn de zaken/onderdelen opgenomen die in een beschikking behoren te staan. Uit de beschikking moet voor de aanvrager immers duidelijk zijn waar zij recht op hebben en hoe tot dat besluit is gekomen. Ook als geen recht bestaat op een individuele voorziening moet dit in een beschikking worden vastgelegd en moet duidelijk blijken waarom er geen recht is. Wat betreft de duur/looptijd van een beschikking geldt in beginsel voor zowel ZIN als bij een pgb een maximale geldigheidsduur tot de jeugdige de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. In beginsel omdat dit anders kan zijn als sprake is van verlengde jeugdzorg. Wanneer er sprake is van pleegzorg, loopt de beschikking wettelijk gezien door tot de jeugdige de leeftijd van 21 jaar bereikt. Een pleegzorgrelatie kan alleen eindigen voor het 21e levensjaar wanneer pleegkinderen dit zelf willen.

Een besluit is niet onbeperkt geldig en moet daadwerkelijk ingezet worden. Wanneer de jeugdige en/of zijn ouders zich niet binnen drie maanden melden bij een aanbieder of gestart zijn met de inzet van het pgb, vervalt het besluit. Lid 5: Bij specialistische jeugdhulp bepaalt de jeugdhulpaanbieder (eventueel op basis van het advies van het Lokale Team) de intensiteit van de jeugdhulp. De intensiteit voor specialistische jeugdhulp ligt daarom – in tegenstelling tot de intensiteit van hoogspecialistische jeugdhulp – niet in het besluit van het college vast. In de zorgtoewijzing die het college richting de jeugdhulpaanbieder afgeeft ligt de intensiteit altijd wel vast. Als jeugdhulpaanbieder en college (het Loket Jeugd) het niet eens zijn over de intensiteit (of het ondersteuningsprofiel), is contractueel vastgelegd dat de jeugdhulpaanbieder, het Loket Jeugd en het gezin er éérst in gezamenlijk overleg uit moeten komen. Indien dat om wat voor blz. 27 van 36

reden dan ook niet lukt, geeft een onafhankelijk deskundige een bindend advies of er sprake is van specialistische of hoog-specialistische jeugdhulp, en wat het ondersteuningsprofiel en/of intensiteit moet zijn. Op grond van dit advies herziet het college (d.w.z. de gemandateerde professional) dan het besluit. Artikel 5.10 Geen onderzoek Het onderzoek zoals weergegeven in artikel 5.8 hoeft niet altijd (volledig) uitgevoerd te worden. Dit is opgenomen in het eerste en tweede lid, waarbij sprake is van een verwijzing naar specialistische jeugdhulp. Huisarts, jeugdarts en medisch specialist hebben op grond van de Jeugdwet de eigenstandige bevoegdheid om toegang te verlenen tot alle jeugdhulp. In deze verordening wordt deze bevoegdheid voor specialistische jeugdhulp en hoog-specialistische jeugdhulp verschillend ingevuld. Uitgangspunt bij een artsverwijzing naar specialistische jeugdhulp (dus niet zijnde hoogspecialistische jeugdhulp) is dat in de regel de afstemming met het Loket Jeugd en daarmee de integrale afweging van zorgbehoeften in een perspectiefplan niet perse nodig is. Als het gaat om specialistische jeugdhulp kan een arts dus zonder betrokkenheid van een Loket Jeugd naar een jeugdhulpaanbieder verwijzen. Ook de jeugdhulpaanbieder is dan niet verplicht contact op te nemen met het Loket Jeugd (maar wel met de gemeente in het kader van de zorgtoewijzing).

In crisissituaties kan soms niet gewacht worden met de inzet van (hoog)specialistische jeugdhulp tot een perspectiefplan is opgesteld. In dit soort gevallen is het de jeugdhulpaanbieder toegestaan de spoedhulp te verlenen voordat een gesprek met het Loket Jeugd heeft plaatsgevonden en een perspectiefplan is opgesteld. Nb. het gaat dan om kortdurende inzet .Wanneer daarna langdurig (hoog)specialistische jeugdhulp nodig is (vanuit een ander ondersteuningsprofiel dan profiel 11), dient alsnog een perspectiefplan opgesteld te worden. In het derde lid is de situatie weergegeven wanneer verwezen wordt naar hoogspecialistische hulp. Voor hoog-specialistische jeugdhulp wordt ervan uitgegaan dat altijd – ook bij een artsverwijzing –een perspectiefplan waarbij het Loket Jeugd betrokken is, nodig is. Het gaat in die gevallen immers bijna altijd om hoogcomplexe en veelomvattende / meervoudige jeugdhulp, waarbij een integrale aanpak en continuïteit van het hoogste belang zijn. De arts kan wel zelfstandig verwijzen naar de jeugdhulpaanbieder, maar er zal dan vervolgens alsnog een perspectiefplan opgesteld moeten worden (door ouders zelf, al dan niet met hulp van de arts of het Loket Jeugd). Dit perspectiefplan dient ook geaccordeerd te worden door het Loket Jeugd, voordat de inzet van hoog-specialistische jeugdhulp kan starten.

Deze afspraken zijn ook vastgelegd in de contracten met de jeugdhulpaanbieders. Vierde lid, opt-outregeling Wanneer de jeugdige en/of zijn ouders zwaarwegende bezwaren hebben tegen de betrokkenheid van het Loket Jeugd, kunnen zij, indien er sprake is van een artsverwijzing, gebruik maken van een opt-out-regeling. Ook in die gevallen dient een perspectiefplan te worden opgesteld voordat de hoog-specialistische jeugdhulp kan starten, maar deze zal dan tot stand komen zonder betrokkenheid (accordering) van het Loket Jeugd. Het college besluit dan tot de inzet van hoog-specialistische jeugdhulp op basis van de melding van de jeugdhulpaanbieder dat een arts verwezen heeft en een perspectiefplan aanwezig is, maar de jeugdige en/of zijn ouders van de opt-out-regeling wensen gebruik te maken. blz. 28 van 36

Artikel 5.11 Crisisprocedure Een crisis is een onverwachte acute onveiligheid. De draaglast van het systeem is groter dan de draagkracht met onveiligheid als gevolg. Een persoon is in direct fysiek gevaar. Diens veiligheid is de komende dagen niet gegarandeerd en hij of zij heeft direct bescherming nodig.

Paragraaf 3: Toegang dyslexiezorg Artikel 5.14 Toegang tot dyslexiezorg Eerste en tweede lid Het besluit tot toekennen van een individuele voorziening voor dyslexiezorg geeft recht op diagnostisch onderzoek door een erkende dyslexiebehandelaar. Wanneer op basis van het onderzoek vastgesteld wordt dat het inderdaad om ernstige dyslexie gaat, kan de dyslexiebehandelaar ook gelijk verder met de behandeling. Hiervoor is dan geen tweede besluit nodig. Bij ernstige dyslexiezorg gaat het om hardnekkige problemen bij het leren lezen en/of schrijven (spellen), die ook met extra ondersteuning in de klas niet verholpen kan worden. ‘Enkelvoudig’ slaat op het feit dat er geen sprake dient te zijn van een algemene ontwikkelingsachterstand (verstandelijke beperking) of ernstige gedragsproblematiek. Het onderzoek en de behandeling dient plaats te vinden conform de professionele (landelijk) standaard voor dyslexiezorg. Hierover worden afspraken gemaakt in de contracten met de aanbieders. Derde lid Een door het college aangewezen poortwachter of een coördinator werkzaam binnen het samenwerkingsverband of schoolbestuur is verantwoordelijk voor de controle van het leerlingdossier. Indien dit niet volledig is koppelt de poortwachter dit terug naar de verwijzende school zodat zij alsnog passende extra begeleiding kunnen inzetten.

Indien het leerlingdossier op orde is geeft de poortwachter goedkeuring aan de doorverwijzing en kunnen ouders en school contact leggen met een gecontracteerde dyslexieaanbieder naar keuze. Daarnaast spreekt de poortwachter scholen aan op het moment dat zij signaleren dat er veel onvolledige dossiers worden aangeleverd. Vierde lid De poortwachter werkt volgens de landelijke, professionele, standaard voor dyslexiezorg. Met dit lid wordt de mogelijkheid open gehouden dat college (kern)elementen van deze standaard ook vastlegt in nadere regels.

Paragraaf 4: Het persoonsgebonden budget (pgb) Artikel 5.15 Het pgb Tweede en derde lid Het budgetplan vormt een aanvulling op het perspectiefplan, maar vervangt deze niet. De hulpvraag en te bereiken resultaten liggen vast in het perspectiefplan. De details met betrekking tot de motivatie voor de aanvraag van een pgb, uitvoerder van de pgb-zorg en de kosten liggen vast in het budgetplan. Artikel 5.16 Hoogte van het pgb Eerste lid, d blz. 29 van 36

In dit lid is vastgelegd op welke wijze de hoogte van het pgb wordt vastgesteld door categorieën jeugdhulp te benoemen die kunnen worden ingezet bij een pgb. Aan de verschillende categorieën is een maximumtarief verbonden. Het tarief dat aan de categorie is gekoppeld, maakt de inzet van kwalitatief toereikende zorg mogelijk. In de nadere regels is nadere uitwerking gegeven aan de categorieën en maximale tarieven. Categorie ambulante jeugdzorg: Onder formele hulp als het gaat om ambulante jeugdzorg door inzet van specialistische begeleiding wordt verstaan: specialistische begeleiding gericht op jeugdige en gezin waarbij het zwaartepunt ligt op het aanleren van vaardigheden en/of gedrag met een systemische aanpak. Categorie dagbehandeling jeugdzorg: Onder formele hulp als het gaat om dagbehandeling of –begeleiding in groepsverband door inzet van specialistische behandeling in groepsverband wordt verstaan: specialistische begeleiding in groepsverband gericht op jeugdige en/of gezin waarbij het zwaartepunt ligt op het aanleren van vaardigheden en/of gedrag en/of waarbij de bron/oorzaak aangepakt wordt om problemen op te lossen of hanteerbaar te maken. Hiervoor is betrokkenheid van een behandelverantwoordelijke (gedragsdeskundige en/of medisch specialist) noodzakelijk.

Categorie verblijf jeugdzorg: Onder formele hulp als het gaat om verblijf binnen een jeugdhulpinstelling door inzet van verblijf met specialistische begeleiding wordt verstaan: 24uurs verblijf gericht op jeugdige en/of gezin waarbij het zwaartepunt ligt op het aanleren van vaardigheden en/of gedrag, in groepsverband aangevuld met individuele begeleiding. Hiervoor is betrokkenheid van een behandelverantwoordelijke (gedragsdeskundige en/of medisch specialist) noodzakelijk. Categorie generalistische basis ggz: Onder formele hulp als het gaat om generalistische ggz door inzet van specialistische behandeling wordt verstaan: (Kortdurende) GGZ-behandeling waarbij de bron/oorzaak aangepakt wordt om problemen op te lossen of hanteerbaar te maken. Bij vermoeden van een DSM-IV benoemde stoornis met lichte/matige/ernstige/ chronische symptomen. Hiervoor is betrokkenheid van een behandelverantwoordelijke (gedragsdeskundige en/of medisch specialist) noodzakelijk. Categorie specialistische ggz: Onder formele hulp als het gaat om specialistische ggz door inzet van specialistische behandeling wordt verstaan: (Kortdurende) GGZ-behandeling waarbij de bron/oorzaak aangepakt wordt om problemen op te lossen of hanteerbaar te maken.

Het betreft altijd een multidisciplinaire behandeling in een gespecialiseerde setting Hiervoor is betrokkenheid van een behandelverantwoordelijke (gedragsdeskundige en/of medisch specialist) noodzakelijk. Categorie begeleiding individueel/groep: Onder formele hulp als het gaat om begeleiding in groepsverband en/of individueel door inzet van praktische begeleiding en ondersteuning wordt in het algemeen verstaan: het in groepsverband (langdurig) en/of individueel aansturen en/of inslijten van gedrag, sociale vaardigheden en algemene dagelijks levensverrichtingen. Één-op-één begeleiding aan het kind (geen gezinsondersteuning) betreft het bieden van activiteiten gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid. Groepsbegeleiding wordt ook wel dagbesteding of dagactiviteiten genoemd om vaardigheden te onderhouden, zoveel mogelijk zelfstandigheid te bewaren, om te het leren omgaan met gedragsproblemen. Categorie persoonlijke verzorging: Onder formele hulp als het gaat om persoonlijke verzorging door inzet van praktische ondersteuning en overname van verzorgingstaken wordt verstaan: het verzorgen, aansturen en/of stimuleren van verzorgende taken. blz. 30 van 36

Categorie kortdurend verblijf: Onder formele hulp als het gaat om kortdurend verblijf wordt verstaan: 24-uurs verblijf gericht op ontlasting van het gezin en op aansturen en/of inslijten van gedrag, sociale vaardigheden en algemene dagelijks levensverrichtingen. Inclusief begeleiding en/of persoonlijke verzorging. Categorie behandeling (licht)verstandelijke beperking: Onder formele hulp als het gaat om behandeling (licht)verstandelijke beperking door inzet van specialistische behandeling wordt verstaan: (Kortdurende) behandeling waarbij de bron/oorzaak aangepakt wordt om problemen op te lossen of hanteerbaar te maken. Hiervoor is betrokkenheid van een behandelverantwoordelijke (gedragsdeskundige en/of medisch specialist) noodzakelijk. Categorie verblijf (licht)verstandelijke beperking: Onder formele hulp als het gaat om verblijf binnen een jeugdhulpinstelling door inzet van verblijf met specialistische behandeling wordt verstaan: 24-uurs verblijf voor jeugdigen met (ernstige) (lichamelijke) beperkingen waarbij specialistische kennis nodig is en/of medische handelingen uitgevoerd moeten worden waarbij de bron/oorzaak aangepakt wordt om problemen op te lossen of hanteerbaar te maken. Hiervoor is betrokkenheid van een behandelverantwoordelijke (gedragsdeskundige en/of medisch specialist) noodzakelijk.

Eerste lid, e In dit lid is vastgelegd dat de tarieven jaarlijks door het college worden geïndexeerd. De indexatie gebeurt aan de hand van het consumentenprijsindex-percentage van het CPI van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar. Vijfde lid Voor het berekenen van de maximale hoogte van het budget wordt uitgegaan van een maximaal tarief per categorie. De in de nadere regels vastgelegde tarieven zijn rekentarieven die gebruikt worden om de hoogte van het pgb te berekenen. Het staat budgethouders vrij om een zorgverlener te contracteren die een hoger of lager tarief hanteert. Bij een hoger tarief dan het rekentarief dient de budgethouder zelf de extra kosten voor zijn/haar rekening te nemen (of genoegen te nemen met minder uren, dagdelen of etmalen inzet). Wanneer het tarief lager is dan het rekentarief heeft de budgethouder de vrijheid om meer uren zorg in te zetten. Het college draagt zorg voor de bekendmaking van de geïndexeerde/maximale bedragen. Artikel 5.17 Onderscheid professionele en niet professionele hulp Voor de bepaling van het pgb-tarief wordt onderscheid gemaakt tussen professionele en niet professionele hulp. Voor professionele hulp geldt het hogere pgb-tarief en voor niet professionele hulp geldt het lagere tarief op basis van het wettelijk minimumloon.

Dit sluit aan bij de systematiek die binnen de Wet langdurige zorg (Wlz) en Zorgverzekeringswet (Zvw) wordt gehanteerd. Van professionele hulp is kortweg sprake als de hulp verleend wordt in het kader van de uitoefening van een bedrijf of beroep. De hulp wordt dan verleend door een jeugdhulpaanbieder of door een zelfstandige jeugdhulpverlener (ZZP-er), die onder toezicht staan van de in de Jeugdwet aangewezen inspecties. Van professionele hulp is ook sprake, als de hulpverlener een BIG- of SKJ-registratie heeft. Hierop geldt één (belangrijke) uitzondering en dat is , als de hulpverlener een bloed- of aanverwant is in de 1ste of 2de graad , o.a. (groot)ouders, broers, zussen, en (adoptie)kinderen. Bij hulpverlening door een bloedof aanverwant in de 1ste of 2de graad is altijd sprake van niet professionele hulp. Ook al gaat het om een hulpverlener, die bijvoorbeeld BIG-geregistreerd is en voldoet aan de criteria blz. 31 van 36

genoemd in lid 1 van deze bepaling; dan nog geldt dat in het kader van deze verordening als niet professionele hulp. De achtergrond daarvan is, dat ook familieleden met een zorggerelateerd beroep of opleiding in eerste instantie een affectieve relatie hebben met de budgethouder. Dat is dan ook doorslaggevend voor het bijbehorende BTW-tarief. Niet professionele hulp is derhalve alle hulp, die geboden wordt door bloed- of aanverwanten in de 1ste of 2de graad, of door personen die niet beroeps- of bedrijfsmatig jeugdhulp verlenen. In de praktijk gaat het dan eigenlijk altijd om personen uit het sociale netwerk. Bloedverwanten Bloedverwantschap ontstaat door: • geboorte; • afstamming van dezelfde voorvader; • erkenning; • gerechtelijke vaststelling van het vaderschap; • adoptie. Bloedverwanten zijn in de: Eerste graad: • (adoptie)ouders; • (adoptie)kinderen. Tweede graad: • Grootouders; • Kleinkinderen; • Broers en zussen. Artikel 5.18 Algemene voorwaarden pgb Tweede lid Artikel 8.1.1 tweede lid aanhef en onder a van de wet stelt – voor zover van belang – als voorwaarde voor het verstrekken van een pgb dat de cliënt naar het oordeel van het college met hulp van zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat is te achten de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren.

Het betreft onder andere taken als het aangaan van een overeenkomst, het aansturen van de hulpverleners en het bijhouden van een administratie. Als een hulpverlener het pgb beheert waaruit hij tevens bekostigd wordt, kan dit leiden tot belangenverstrengeling. Dit is ongewenst, omdat het belang van de hulpverlener niet boven dat van de cliënt mag gaan. Opgemerkt wordt dat het in gevallen denkbaar is dat de dubbelrol onvermijdelijk is. Het gaat dan om gevallen van bijvoorbeeld ouders waarin er niemand anders is die het pgb kan beheren. Artikel 5.20 Voorwaarden pgb niet- professionele hulp Eerste lid, b III In dit lid is opgenomen dat de informele hulpverlener beschikt over een geldige verklaring omtrent het gedrag (VOG). Uitzondering hierop is als de informele hulpverlener een ouder is, zoals bedoeld in de Jeugdwet. De verlener van informele hulp is verplicht de VOG desgevraagd te overhandigen aan het lokale team. De VOG mag niet ouder zijn dan drie maanden. Eerste lid, c Deze bepaling is opgenomen ter voorkoming van overbelasting van de informele hulp. De overbelasting wordt getoetst aan de arbeidstijdenwet. Verricht een informele hulpverlener ook betaalde arbeid dan mag hij in totaal gemiddeld 48 uur per week werken, conform de Arbeidstijdenwet. Het pgb kan in deze gevallen (deels) geweigerd worden om zo overbelasting te voorkomen. blz. 32 van 36

Tweede lid In dit lid is opgenomen dat als uit de toepassing van het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeling blijkt dat hulp geboden moet worden door een geregistreerde professional, dit de inzet van iemand uit het sociaal netwerk uitsluit. Artikel 6.1 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking en terugvordering Op grond van artikel 2.9 onderdeel d van de wet is de gemeente verplicht bij verordening regels te stellen voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of pgb. De tekst van dit artikel is grotendeels ontleend aan de bepalingen rond bestrijding van misbruik die de wet stelt in het kader van het verstrekken van pgb’s (artikel 8.1.2 tot en met 8.1.4). We herhalen in de verordening de wet om de leesbaarheid te vergroten. Bovendien wordt de toepassing van deze regels verbreed naar voorzieningen in natura. Ten slotte, het intrekken of herzien van een besluit kan natuurlijk ook relevant zijn als in gevallen waar geen sprake is van misbruik, maar gewoon van een gewijzigde (inschatting van de) situatie. Hoofdstuk 7 Cliëntondersteuning, vertrouwenspersoon en klachten Artikel 7.1 Cliëntondersteuning Als jeugdige en of ouder kan je vragen hebben over de problemen die je hebt, maar die je niet alleen met de professional wilt bespreken.

Daarvoor kunnen jeugdigen en/of ouders gebruikmaken van onafhankelijke cliëntondersteuners. Zij geven informatie en advies en kunnen ondersteunen bij een gesprek. De cliëntondersteuners hebben kennis op verschillende terreinen (o.a. verstandelijke beperking, geestelijke gezondheid) en hebben in een aantal gevallen zelf ervaring met Jeugdhulp (ervaringsdeskundige jongeren en ouders). Artikel 7.2 Vertrouwenspersoon Als de jeugdhulp niet zo verloopt als verwacht of er problemen zijn met de ingezette jeugdhulp, kan er een beroep gedaan worden op een onafhankelijke vertrouwenspersoon. Zoals de wet dit voorschrijft is deze persoon onafhankelijk, beschikbaar en toegankelijk om ouders en/of jeugdigen bij te staan. Hoofdstuk8 Afstemming met andere voorzieningen Op basis van de Jeugdwet artikel 2.9 zijn gemeenten verplicht in hun verordening op te nemen hoe de afstemming met andere voorzieningen geregeld is. Afstemming met andere voorzieningen is belangrijk in het kader van het perspectiefplan, dat immers over alle domeinen betreft. Artikel 8.1 Toekomstplan naar volwassenheid De aanbieder heeft de verplichting om samen met cliënten die in zorg zijn vanaf het 16e jaar een toekomstplan naar volwassenheid op te stellen met een duidelijk omschreven en haalbare tijdslijn naar volwassenheid.

Ook wordt hierin aangegeven of en zo ja welke hulp en/of ondersteuning nog nodig is en hoe deze vanuit de Wmo 2015, Wlz, Zorgverzekeringswet wordt ingezet vanaf de 18e verjaardag. De aanbieder betrekt minimaal een half jaar voordat een jongere de leeftijd van 18 jaar (voor pleegzorg en gezinshuis 21 jaar) bereikt, de verwijzer bij (het opstellen van) het toekomstplan. Artikel 8.2 Afstemming gezondheidszorg Hier wordt gedoeld op de specialistische jeugdhulp die voorheen viel onder de jeugdgeestelijke gezondheidszorg. Deze zorg valt vanaf de achttiende verjaardag van de jeugdige onder de Zorgverzekeringswet. Zorgverzekeraars stellen aan zorgaanbieders de eisen met betrekking tot de toegang. Er moet een rechtmatige verwijzer zijn in de vorm van een blz. 33 van 36

huisarts, jeugdarts of medisch specialist. Het Loket Jeugd kan voor een dergelijke verwijzing zorgen, of door contact op te (laten) nemen met de huisarts, of door de jeugdarts een verwijzing te laten schrijven. Artikel 8.3 Afstemming langdurige zorg Eerste lid Wanneer jeugdigen levenslang en levensbreed zorg nodig hebben vallen zij onder de Wet langdurige zorg. Bij kinderen is dit echter nog niet altijd makkelijk vast te stellen. Het Loket Jeugd ondersteunt de jeugdige en zijn ouders, zo nodig, bij de aanvraag bij het Centraal indicatieorgaan zorg (CIZ), die over toegang tot de langdurige zorg gaat. Tweede lid Dit lid is een nadere uitwerking van de Jeugdwet, artikel 1.2 eerste lid onderdeel c:”Het college is niet gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen:...indien het college gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg en de jeugdige of zijn wettelijke vertegenwoordiger weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit daartoe.” Hierbij zal natuurlijk altijd het belang van de jeugdige voorop staan. De jeugdige mag nooit het slachtoffer worden van onwillige ouders. Artikel 8.4 Afstemming voorschoolse voorzieningen, onderwijs en leerplicht Eerste lid Korte lijnen tussen onderwijs, kinderopvang en peuterspeelzaalwerk en het Loket Jeugd zijn belangrijk.

Kinderen brengen immers een groot deel van hun tijd op die plekken door. Zorgen om kinderen kunnen zo makkelijk gedeeld worden, advies ingewonnen en zo nodig gestart worden met het bespreken met kind en/of ouders welke ondersteuning jeugdhulp geboden kan worden. Artikel 8.5 Afstemming maatschappelijke ondersteuning Het hier gestelde betekent dat het Loket Jeugd, indien de situatie zich voordoet, afstemming zoekt met het Sociale wijkteam. Deze afstemming start uiterlijk een half jaar voor de 18e verjaardag. De jeugdige wordt begeleid en voorbereid op de veranderingen na het 18e jaar, met als beoogd resultaat continuïteit van zorg. Artikel 8.6 Afstemming werk en inkomen Het hebben van schulden en/of het leven in armoede kan gezinnen veel stress opleveren. Deze stress maakt dat mensen op een andere manier beslissingen nemen. Armoede- en schuldenproblematiek kunnen zo op de voorgrond treden dat ouders hun rol als opvoeder niet meer goed kunnen invullen, maar ook dat jeugdhulp minder of niet effectief is. Het is daarom belangrijk om armoede en financiële problemen tijdig te signaleren en ouders zo nodig snel naar de juiste financiële hulp en armoedevoorzieningen toe te leiden.

Hierbij kan het Loket Jeugd of gecertificeerde instelling een actieve rol spelen: aanvragen van armoedevoorzieningen, het voeren van een gesprek over armoede, zelf een afspraak maken voor de ouder en de drempel zo laag mogelijk maken door bijvoorbeeld samenwerking met de sociale wijkteams. Het is belangrijk te toetsen of het gezin huur- en/of zorgtoeslag, kindgebonden budget ontvangen en/of aangevraagd heeft, dit om een tekort of het ontstaan van grote schulden te voorkomen. Ook van jeugd-hulpaanbieders wordt een actieve houding verwacht. Wanneer het hen echter niet lukt om financiële belemmeringen weg te nemen kunnen zij een beroep doen op het Loket Jeugd of (indien van toepassing) de gecertificeerde instelling Artikel 8.7 Afstemming wonen blz. 34 van 36

Het Loket Jeugd kan samen met de ouder(s) een gezin voordragen voor urgentie. De Huisvestingswet 2014 bepaalt dat gemeenten die willen sturen op verdeling van sociale huurwoningen de regels op dat gebied moeten vastleggen in een huisvestingsverordening. De regels over urgentie en voorrang zijn opgenomen in de vigerende huisvestingsverordening Beemster. Artikel 8.8 Afstemming met gecertificeerde instellingen De gecertificeerde instellingen kunnen zelfstandig jeugdhulp inzetten bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering (gedwongen kader). Dit artikel benoemt een aantal concrete onderwerpen waarover afspraken moeten worden gemaakt. De afspraken worden vastgelegd in een samenwerkingsprotocol met de gecertificeerde instellingen. Artikel 8.9 Afstemming met justitiedomein In de strafrechtelijke beslissing– in het kader van een taakstraf of (gedragsbeïnvloedende) maatregel – kan de rechter besluiten tot de inzet van jeugdhulp. In de regel zal de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) hierover adviseren. Bij (jeugdreclasserings)maatregelen zal de gecertificeerde instelling betrokken zijn bij de uitvoering hiervan. Gaat het om taakstraffen, dan is dat de RvdK.

Daarnaast kan de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts, of directeur van de justitiële jeugdinrichting besluiten tot de inzet van jeugdhulp in het kader van het scholings‐ en trainingsprogramma in het nazorgtraject. De gemeente is betrokken in het trajectberaad. Afspraken hierover zijn vastgelegd in het samenwerkingsprotocol met de RvdK. Ook worden afspraken hierover vastgelegd in een samenwerkingsprotocol met de gecertificeerde instellingen. Hoofdstuk 9 Waarborging prijs-kwaliteit Op grond van artikel 2.12 van de wet dient de gemeente bij verordening regels te stellen ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan. Dit is gevat in dit artikel. Hierbij is gebruik gemaakt van de tekst uit de modelverordening van de VNG. Hoofdstuk 10 Cliëntparticipatie Met de inwerkingtreding van de vigerende Verordening adviesraad sociaal domein gemeente Beemster kent de gemeente Beemster een nieuwe werkwijze met betrekking tot cliëntenparticipatie en wordt hiermee uitvoering gegeven aan artikel 2.10 van de Jeugdwet. Voor jeugdigen en/of hun ouders moet het mogelijk zijn om invloed uit te oefenen op het lokale beleid en de uitvoering van de Jeugdwet.

Cliëntenparticipatie is onmisbaar voor de totstandkoming en uitvoering van beleid waarin de cliënt centraal staat. ‘Meepraten over hulp en ondersteuning’, is een nieuwe vorm van cliëntenparticipatie. De gemeente wil zo (beter) weten wat nu goed gaat, maar vooral ook wat beter kan. Op verschillende manieren wordt de inbreng van jeugdigen en/of ouders opgehaald, meer hierover kunt u vinden op de gemeentelijke website. Hoofdstuk11 Slotbepalingen Artikel 11.1 Hardheidsclausule Dit artikel bepaalt dat het college in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of zijn ouders kan afwijken van de bepalingen van deze verordening (en dus niet van de in de wet zelf genoemde bepalingen). Zo nodig wordt hierbij advies ingewonnen. Afwijken kan alleen maar ten gunste, en nooit ten nadele van de betrokken jeugdige of zijn ouders. blz. 35 van 36

Verder is met nadruk gemeld: in bijzondere gevallen. Het gebruik maken van de hardheidsclausule moet beschouwd worden als een uitzondering en niet als een regel. Gaat het om het verlenen van individuele jeugdhulpvoorzieningen, dan verplicht artikel 2.3 Jeugdwet het college reeds maatwerk te verrichten. In uitzonderingsgevallen zou het bijvoorbeeld kunnen spelen bij de regels rondom het verstrekken van een pgb. Bij toepassing van de hardheidsclausule moet het college uitgebreid motiveren waarom in de desbetreffende situatie van de verordening wordt afgeweken. Artikel 11.2 Evaluatie Hiermee stelt de gemeenteraad het college verplicht binnen twee jaar een evaluatie van de verordening op te stellen. Deze periode loopt synchroon met (initiële) contractperiode in het kader van de nieuwe inkoopstrategie Artikel 11.3 Inwerkingtreding, citeertitel en overgangsbepalingen. Tweede lid Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022 onder gelijktijdige intrekking van de Verordening jeugdhulp gemeente Beemster 2018.

Indien deze verordening niet voor of op 1 januari 2022 gepubliceerd is, treedt deze verordening in werking op de dag na die waarop het is bekendgemaakt en werkt terug tot 1 januari 2022; Derde lid Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het recht op zorg dat een jeugdige heeft ontvangen op grond van de ‘oude’ verordening, en de afspraken die gemeente met jeugdhulpaanbieders maakt over de financiering van de hulp in de overgang van 2021 naar 2022. Door het recht op zorg te waarborgen is de continuïteit van jeugdhulp voor de jeugdige en/of zijn ouders gegarandeerd. Geen kind mag de dupe worden van de gewijzigde contractafspraken tussen gemeenten en jeugdhulpaanbieders. Feit is wel dat gemeenten en jeugdhulpaanbieders in onderling overleg en op basis van de nieuwe contractafspraken met elkaar mogen besluiten om de hulp anders te benoemen, dan wel te financieren. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad d.d. 9 november 2021

H.C. Heerschop voorzitter

M. Timmerman griffier

blz. 36 van 36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://beemsterraadsinformatie.purmerend.nl/api/v1/meetings/1273/documents/19452