verordening jeugdhulp gemeente Beemster 2022.pdf
Tekst van het document
V E R G A D E R I N G G EM E E N T E RA A D 2 0 21 BESLUIT
Registratienummer: 1555061 De raad van de gemeente Beemster, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 oktober 2021, Gelet op artikel 2.9, 2.10, 2.12, 8.1.1. vierde lid en van de Jeugdwet en artikel 149 van de Gemeentewet, BESLUIT: de volgende verordening vast te stellen: Verordening Jeugdhulp gemeente Beemster 2022
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen
Hoofdstuk 2
Algemene uitgangspunten Artikel 2.1 Transformatiedoelen Artikel 2.2 Geen voorziening op grond van de Jeugdwet
Hoofdstuk 3
Algemene voorzieningen Artikel 3.1 Toegang algemene voorziening Artikel 3.2 Ondersteuning bij het maken van een familiegroepsplan Artikel 3.3 Jeugdgezondheidszorg en opvoed- en opgroeiondersteuning Artikel 3.4 Huislijk geweld en kindermishandeling
Hoofdstuk 3 A Artikel 3.5 Lokaal team Artikel 3.6 Intensief vrijwillige hulp Hoofdstuk 4
Individuele voorzieningen-algemeen Artikel 4.1 Toegang individuele voorzieningen Artikel 4.2 Gebruikelijke hulp en eigen kracht
Hoofdstuk 5
Soorten individuele voorzieningen Paragraaf 1 Specialistische jeugdhulp Artikel 5.1 Specialistische jeugdhulp Artikel 5.2 Hoog-specialistische jeugdhulp Artikel 5.3 Jeugdhulp met verblijf Artikel 5.4 Ernstige dyslexiezorg blz. 1 van 36
Artikel 5.5 Vervoersvoorziening Paragraaf 2 Toegang individuele voorzieningen Artikel 5.6 Melding Artikel 5.7 Onderzoek en aanvraag Artikel 5.8 Inhoud beschikking Artikel 5.9 Herleven Artikel 5.10 Geen onderzoek Artikel 5.11 Crisis-procedure Artikel 5.12 Overbruggingshulp Artikel 5.13 Toegang via de gecertificeerde instellingen Paragraaf 3 Toegang dyslexiezorg Artikel 5.14 Toegang dyslexiezorg Paragraaf 4 Persoonsgebonden budget Artikel 5.15 Het persoonsgebonden budget Artikel 5.16 Hoogte van het pgb Artikel 5.17 Onderscheid professionele en niet professionele hulp Artikel 5.18 Algemene Voorwaarden pgb Artikel 5.19 Voorwaarden pgb professionele hulp Artikel 5.20 Voorwaarden pgb niet-professionele hulp Hoofdstuk 6
Nieuwe feiten, omstandigheden en klachten Artikel 6.1 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering
Hoofdstuk 7
Cliëntondersteuning en vertrouwenspersoon Artikel 7.1 Cliëntondersteuning Artikel 7.2 Vertrouwenspersoon
Hoofdstuk 8
Afstemming met andere voorzieningen Artikel 8.1 Toekomstplan naar volwassenheid Artikel 8.2 Afstemming gezondheidszorg Artikel 8.3 Afstemming langdurige zorg Artikel 8.4 Afstemming voorschoolse voorzieningen, onderwijs en leerplicht Artikel 8.5 Afstemming maatschappelijke ondersteuning Artikel 8.6 Afstemming werk en inkomen Artikel 8.7 Afstemming wonen Artikel 8.8 Afstemming met gecertificeerde instellingen Artikel 8.9 Afstemming met het justitiedomein
Hoofdstuk 9
Waarborging prijs-kwaliteit Artikel 9 Waarborging prijs-kwaliteit
Hoofdstuk 10 Cliëntparticipatie Artikel 10 Clientparticipatie Hoofdstuk 11 Slotbepalingen Artikel 11.1 Hardheidsclausule Artikel 11.2 Evaluatie Artikel 11.3 Inwerkingtreding, citeertitel en overgangsrecht blz. 2 van 36
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:
Aanvraag
schriftelijk verzoek om jeugdhulp in de vorm van een individuele voorziening, bestaande uit een ondertekend perspectiefplan dan wel een verzoek om zorgtoewijzing zoals genoemd in art. 5.10, tweede lid van deze verordening.
Algemene voorziening
voorziening op grond van de wet die rechtstreeks toegankelijk is zonder toegangsbeoordeling of op basis van een beperkte toegangsbeoordeling.
Andere voorziening
voorziening op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen, niet vallend onder de wet.
College
het college van B&W van de gemeente Beemster
Familiegroepsplan
hulpverleningsplan of plan van aanpak zoals bedoeld in de wet, opgesteld door de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren.
Gecertificeerde Instelling (GI)
rechtspersoon die in het bezit is van een certificaat of voorlopig certificaat als bedoeld in artikel 3.4 van de wet en die een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering uitvoert.
Hoog-specialistische jeugdhulp
individuele voorzieningen, zoals bedoeld in artikel 3.2 van de wet, zijnde voorzieningen voor jeugdhulp die een zeer intensieve aanpak en/of zeer hoge dan wel zeer specifieke – vaak multidisciplinaire – expertise vragen.
Individuele voorziening
de op de jeugdige en/of zijn ouders toegesneden voorziening die door het college in natura of bij persoonsgebonden budget wordt verstrekt op basis van een besluit.
Intensiteit
de duur en omvang van de individuele voorzieningen voor specialistische of hoog-specialistische jeugdhulp die geboden worden binnen een ondersteuningsprofiel.
Jeugdoverleg
voor advies en hulp dichtbij huis kunnen jeugdigen en/of ouders en professionals terecht bij het jeugdoverleg. Het jeugdoverleg bestaat uit verschillende samenwerkende instanties die jeugdhulp bieden in het preventieve kader. Verwijzing gaat via huisartsen, scholen, consultatiebureau en Loket Jeugd. een op wijk(en)niveau werkend multidisciplinair team van professionals, zoals bedoeld in artikel 3.5 van deze
Lokaal team
blz. 3 van 36
verordening, dat de hulpvraag van jeugdigen en/of zijn ouders behandelt en waar nodig de gemeentelijke toegang naar de individuele voorzieningen verzorgt bestaande uit het Jeugdoverleg in de wijk en Loket Jeugd. Loket Jeugd
het team dat de gemeentelijke toegang tot de individuele voorzieningen verzorgt.
Melding
een door de jeugdige, ouders of namens de jeugdige en/of ouders ingediend verzoek om ondersteuning.
Ondersteuningsprofiel
een cluster van hulpvragen waarmee de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en zijn ouders wordt gecategoriseerd.
Onderwijszorgarrangement een gecombineerde inzet van specialistische jeugdhulp en onderwijs-ondersteuning die geboden wordt in een klassikale setting buiten het reguliere (voortgezet (speciaal)) onderwijs. Ouder
gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder op grond van de wet.
Persoonsgebonden budget
het persoonsgebonden budget als in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken.
Perspectiefplan
het document waarin de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en/of zijn ouders is vastgelegd, samen met de doelen (beoogde resultaten), de bijdragen die zowel het college als de hulpvrager en het sociale netwerk hieraan kunnen leveren.
Professional
een hulpverlener die op grond van de Jeugdwet of Wet publieke gezondheid beroepsmatig zorg verleent en in de regel geregistreerd staat als in het SKJ of het BIG dan wel in een vergelijkbaar kwaliteitsregistratiesysteem.
Veilig Thuis ZaanstreekWaterland
advies en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling.
Specialistische jeugdhulp
individuele voorzieningen, zoals bedoeld in artikel 5.1 zijnde voorzieningen voor jeugdhulp die een intensieve aanpak en/of hoge dan wel specifieke expertise vragen.
Wet
de Jeugdwet.
Hoofdstuk 2 Algemene uitgangspunten blz. 4 van 36
Artikel 2.1 Transformatiedoelen Deze verordening geef invulling aan de transformatiedoelen. Deze doelen zijn: a. preventie en uitgaan van eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jongeren en hun ouders met inzet van hun sociale netwerk; b. eerder de juiste hulp op maat bieden om dure en gespecialiseerde hulp te verminderen; c. integrale hulp aan gezinnen volgens het uitgangspunt ‘één gezin, één plan, één regisseur’; d. meer ruimte voor professionals; e. demedicaliseren, ontzorgen en normaliseren. Artikel 2.2 Geen voorziening op grond van de Jeugdwet 1. Voor zover de hulpvraag van een jeugdige of de ouders/verzorgers met een algemene voorziening opgelost kan worden, bestaat geen recht op een individuele voorziening op grond van de wet; 2. Voor zover de jeugdige aanspraak heeft op ondersteuning of een voorziening op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), Zorgverzekeringswet, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) of de onderwijswetten, zijn deze andere wetten voorliggend op de Jeugdwet en bestaat geen recht op een individuele voorziening op grond van de Jeugdwet.
Hoofdstuk 3 Algemene voorzieningen Artikel 3.1 Algemene voorziening 1. Een algemene voorziening is een voorziening op grond van de wet die rechtstreeks toegankelijk is, in beginsel zonder toegangsbeoordeling. Artikel 3.2 Ondersteuning bij het maken van een familiegroepsplan Ouders en/of jeugdigen die, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren, een familiegroepsplan willen opstellen, worden op hun verzoek ondersteund door de door de gemeente ingekochte organisatie(s). Artikel 3.3 Jeugdgezondheidszorg en opvoed- en opgroeiondersteuning 1. Er is een Centrum voor Jeugd en Gezin in de gemeente. 2. Het Centrum voor Jeugd en Gezin voert het basispakket jeugdgezondheidszorg uit en levert rond opvoeden en opgroeien: a. op preventie gerichte informatie en activiteiten; b. deskundig advies aan personen die (beroepsmatig) met jeugdigen werken. Artikel 3.4 Huiselijk geweld en kindermishandeling 1. Er is een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling Veilig Thuis Zaansteek-Waterland; 2. Veilig Thuis Zaanstreek-Waterland voert de volgende taken uit: a. een herkenbaar en toegankelijk meldpunt zijn voor alle gevallen of vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling; b. 7 x 24 uur advies en ondersteuning geven aan hulpvragers en omstanders en professionals bij huiselijk geweld en kindermishandeling; c.
het - indien noodzakelijk - inschakelen van passende hulpverlening; d. bijdragen aan de uitvoering van door of namens de burgemeester opgelegde tijdelijk huisverboden en preventief inzetten van tijdelijk huisverboden.
blz. 5 van 36
Hoofdstuk 3 A Werkzaamheden Lokaal Team Artikel 3.5 Lokaal team 1. Er is een Lokaal Team in de gemeente bestaande uit het jeugdoverleg in de wijk en het Loket Jeugd. Het Lokaal Team voert taken uit behorende bij de algemene voorziening (jeugdoverleg in de wijk) en taken behorende bij een individuele voorziening (Loket Jeugd). Het Loket Jeugd wordt betrokken op het moment dat de voorzieningen als genoemd in artikel 3.2, artikel 3.3 en artikel 3.4 niet blijken te voldoen en wanneer afschaling vanuit een individuele voorziening naar een algemene voorziening weer mogelijk is. 2. De door het Lokaal Team geboden ondersteuning en hulp is primair gericht op het versterken van het normale leven en het versterken van het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en zijn ouders; 3. Het Lokaal Team voert de volgende taken uit: a. het in kaart brengen en versterken van het eigen netwerk van de jeugdige en zijn ouders; b. het bevorderen van de opvoedcapaciteiten van ouders en de sociale omgeving; c. vraagverheldering en basisdiagnostiek bij hulpvragen van de jeugdige en/of zijn ouders; d. bieden van hulp bestaande uit opvoed- en opgroeiondersteuning, begeleiding en basiszorg bij psychische klachten en problemen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige; e. ondersteuning bij het opstellen van een perspectiefplan; f.
regie over de inzet van hulp wanneer meerdere hulpverleners betrokken zijn en dit gewenst wordt door de jeugdige of zijn ouders, met als uitzondering wanneer een jeugdige een maatregel in het gedwongen kader heeft; g. het bieden van nazorg; h. deskundig advies aan personen die beroepsmatig met jeugdigen werken; i. verwijzer tot specialistische en hoog-specialistische jeugdhulp; 4. Wanneer de hulpvraag verder gaat dan alleen de ondersteuning van de jeugdige en/of zijn ouders met betrekking tot de jeugdige, zal het Loket Jeugd in samenwerking met ouders en of jeugdige, het onderwijs en/ of andere betrokken (zorg)organisaties een perspectiefplan opstellen en samen met ouders en of jeugdige beslissen over best passende hulp; 5. Het Loket Jeugd zal vanuit procesregie betrokken zijn en tijdens evaluatiemomenten met alle betrokkenen onderzoeken of de ingezette hulp nog passend is. De procesregisseur schaalt af wanneer de inzet van specialistische jeugdhulp niet langer noodzakelijk is. Loket Jeugd werkt vanuit het vrijwillig kader. Als de veiligheid in het geding is kan het Loket Jeugd intern opschalen naar het expertiseteam Preventieve Jeugdbescherming of een verzoek tot onderzoek indienen bij de Raad voor de Kinderbescherming, om een opschaling richting Jeugdbescherming te bewerkstelligen. 6.
Het college kan nadere regels stellen over de omvang en toegang tot de in het eerste lid bedoelde voorzieningen. Artikel 3.6 Intensief vrijwillige zorg 1. Er is een dekkend aanbod van intensieve vrijwillige zorg voor gezinnen waarvan de ouders onvoldoende zorgdragen voor een veilige opvoedingssituatie of meewerken aan de noodzakelijke hulpverlening; 2. De intensieve vrijwillige zorg wordt uitgevoerd door het Loket Jeugd door het team Preventieve Jeugdbescherming; 3. De intensieve vrijwillige zorg wordt ingezet door Loket Jeugd, Veilig Thuis of de Raad voor de Kinderbescherming met instemming van de ouders en schriftelijk bevestigd richting de ouders; blz. 6 van 36
4.
De daartoe gemandateerde professional van de uitvoerder van intensieve vrijwillige zorg neemt namens het college besluiten met betrekking tot het toekennen van specialistische en hoog-specialistische jeugdhulp.
Hoofdstuk 4 Individuele voorzieningen Artikel 4.1 Toegang individuele voorzieningen 1. Jeugdigen of ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag: a. binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, waaronder in ieder geval wordt verstaan: I. gebruikelijke hulp van ouders en hulp van andere personen uit het sociale netwerk; II. het aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten. b. door gebruik te maken van een algemene voorziening of een andere voorziening. 2. De individuele voorziening is altijd gebaseerd op de goedkoopst passende voorziening. 3. Voor een aanvraag die betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige of de ouder maximaal drie maanden vóór de aanvraag heeft gemaakt, kan het college slechts een voorziening verstrekken als: a. op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet en; b. voor zover het college achteraf nog kan beoordelen of sprake was van een noodzakelijke en goedkoopst passende voorziening. 4. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de toegang tot individuele voorzieningen. Artikel 4.2 Gebruikelijke hulp en eigen kracht 1.
Gebruikelijke hulp is de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders, ook als sprake is van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking. 2. Eigen kracht ziet toe op de eigen mogelijkheden van de jeugdige, ouders en/of andere verzorgers of opvoeders, of door inzet van het eigen netwerk om de problemen zelf op te lossen. Het college onderzoekt de mogelijkheden van eigen kracht. 3. In beginsel wordt geen voorziening toegekend voor gebruikelijke hulp. 4. Als ouders en/of andere verzorgers of opvoeders in staat zijn de benodigde hulp te leveren, óók als dit boven-gebruikelijke hulp betreft, wordt in beginsel geen individuele voorziening toegekend. 5. Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de begrippen gebruikelijke hulp en eigen kracht worden onderzocht en ingevuld.
Hoofdstuk 5 Soorten individuele voorzieningen Paragraaf 1 Specialistische jeugdhulp Artikel 5.1 Specialistische jeugdhulp 1. In aanvulling op de algemene voorzieningen draagt het college zorg voor de beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp. 2. Bij de ondersteuning die geboden wordt vanuit specialistische jeugdhulp gaat het om: • jeugdigen met een enkelvoudige ondersteuningsbehoefte; • waarvoor inzet vanuit maar één hulpverlener noodzakelijk is; blz. 7 van 36
• •
met een beperkt aantal contactmomenten of beperkte hoeveelheid tijd per maand; waarbij die contacten plaats kunnen vinden in de thuissituatie van de jeugdige, het netwerk van de jeugdige, op het kinderdagverblijf, de school, de locatie van de jeugdhulpaanbieder of enig ander passende locatie.
Artikel 5.2 Hoog-specialistische jeugdhulp 1. In aanvulling op de algemene voorzieningen draagt het college zorg voor de beschikbaarheid van hoog-specialistische jeugdhulp. 2. Bij de ondersteuning die geboden wordt vanuit hoog-specialistische jeugdhulp gaat het om: - jeugdigen met complexe eigen problematiek; - vaak in combinatie met ouders die zich ernstig onmachtig voelen in het ouderschap, vaak als gevolg van complexe (eigen) problematiek bij (een van de) ouders; - is sprake van meervoudige en/of zeer specialistische of niet vaak voorkomende hulpvragen, in voorkomende gevallen op meerdere leefdomeinen bij de jeugdige zelf; - waarvoor multidisciplinaire inzet noodzakelijk is; - waarbij de contacten plaats kunnen vinden in de thuissituatie van de jeugdige, het netwerk van de jeugdige, op het kinderdagverblijf, de school of de locatie van de jeugdhulpaanbieder of enig ander passende locatie. Artikel 5.3 Jeugdhulp met verblijf 1. Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van verblijfsvoorzieningen zoals: a. pleegzorg; b. gezinsgericht verblijf; c. verblijf zonder behandeling; d. verblijf met behandeling; e. crisiszorg; f. gesloten jeugdhulp. 2. De inzet van een voorziening voor verblijf is gericht op zo thuis mogelijk. 3.
Bij de ondersteuning die geboden wordt bij jeugdhulp met verblijf gaat het om: - jeugdigen met complexe eigen problematiek; - vaak in combinatie met ouders die zich ernstig onmachtig voelen in het ouderschap, vaak als gevolg van complexe (eigen) problematiek bij (een van de) ouders; - kan de jeugdige (tijdelijk) niet meer bij het eigen gezin wonen en is de jeugdige kortdurend of voor langere tijd aangewezen op een vorm van 24-uursverblijf. Artikel 5.4 Ernstige dyslexiezorg 1. Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van dyslexiezorg, bestaande uit: a. diagnostiek bij een vermoeden van ernstige dyslexie; b. behandeling van ernstige dyslexie; 2. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de afbakening van de in het eerste lid bedoelde dyslexiezorg en de doelgroep. Artikel 5.5 Vervoersvoorziening 1. Ouders zijn in beginsel verantwoordelijk voor het vervoer naar de locatie voor jeugdhulp. 2. Het college kan ten behoeve van het bezoek aan een locatie voor jeugdhulp aan de jeugdige aan wie een individuele voorziening jeugdhulp is verstrekt, een vervoersvoorziening toekennen. 3. De vervoersvoorziening wordt toegekend indien en voor zover dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid van de jeugdige, en/of het gezin en/of het netwerk. 4.
Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de voorwaarden waaronder een vervoersvoorziening kan worden toegekend. blz. 8 van 36
Paragraaf 2. Toegang individuele voorzieningen Artikel 5.6 Melding 1. Een melding van een hulpvraag van een jeugdige en/of zijn ouders kan schriftelijk of telefonisch worden ingediend bij het Loket Jeugd; 2. Het Loket Jeugd neemt na de melding zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, contact op met de jeugdige en/of ouders en informeert hen over de verder te volgen procedure. Artikel 5.7 Onderzoek en aanvraag 1. Het Loket Jeugd stelt namens het college met de jeugdige en/of zijn ouders vast: a. wat de hulpvraag is op de verschillende leefgebieden; b. wat de opgroei- en opvoedingsproblemen zijn; c. wat de jeugdige, zijn ouders en het sociale netwerk zelf kunnen doen om de hulpvraag te beantwoorden; d. de mogelijkheid om gebruik te maken van een algemene voorziening; e. de mogelijkheid om gebruik te maken van een andere voorziening; f. of en welke extra ondersteuning nodig is in de vorm van een individuele voorziening; g. als een jeugdige en/of de ouders gemotiveerd van oordeel zijn dat een pgb noodzakelijk is om de jeugdhulp in te kopen, worden de jeugdige en/of de ouders op begrijpelijke wijze geïnformeerd over de consequenties van een pgb en dient een budgetplan te worden ingediend zoals bedoel in artikel 5.15; h.
op welke wijze de zo nodig in te zetten ondersteuning wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen; en, i. wat de doelen (beoogde resultaten) zijn van de ondersteuning. 2. Het Loket Jeugd stelt de jeugdige en/of zijn ouders in de mogelijkheid om een familiegroepsplan op te stellen en in te dienen. 3. Het Loket Jeugd kan voor het gesprek beschikbare, toegankelijke gegevens bekijken en verzamelen. Het Loket Jeugd kan informatie inwinnen bij andere instanties, zoals de huisarts en/of onderwijs en met deze in gesprek gaan over de problemen en de meest aangewezen hulp; 4. Het Loket Jeugd en de jeugdige en/of zijn ouders leggen de zaken genoemd in het eerste lid vast in een perspectiefplan, dat door de jeugdige en/of zijn ouders en de gemandateerde professional ondertekend wordt. 5. Het ondertekende perspectiefplan wordt beschouwd als een aanvraag indien een individuele voorziening gewenst is en kan door het Loket Jeugd worden opgeslagen in de eigen administratie; 6. Het ondertekende perspectiefplan wordt, voor zover van toepassing voor een effectieve uitvoering van de specialistische of hoog-specialistische jeugdhulp, gedeeld met de betrokken jeugdhulpaanbieder met inachtneming van de geldende privacyregelgeving.
De medewerkers van het Loket Jeugd zijn bevoegd te signaleren in de Landelijke Verwijsindex Risicojongeren. 7. Wanneer sprake is van een perspectiefplan vindt er minimaal 1 maal per jaar, of bij grote wijzigingen in de situatie van het gezin of jeugdigen en in ieder geval 4 maanden voor afloop van de indicatie, een evaluatie plaats tussen gezin, aanbieder en Loket Jeugd/GI. 8. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de inhoud van en de wijze waarop het onderzoek wordt uitgevoerd. Artikel 5.8 Inhoud beschikking blz. 9 van 36
1.
2.
3.
4. 5.
6.
In dit artikel en artikel 5.9 wordt verstaan onder jeugdhulpaanbieder: de jeugdhulpaanbieder in de zin van de wet die specialistische of hoog-specialistische jeugdhulp aanbiedt. Het college kent specialistische en hoog-specialistische jeugdhulp en verblijf toe door middel van een besluit dat toegang geeft tot specialistische of hoog-specialistische jeugdhulp en verblijf binnen een bepaald segment en ondersteuningsprofiel en met een bepaalde intensiteit. Het besluit tot toekenning van een individuele voorziening wordt vastgelegd in een beschikking en bevat dan wel vermeldt: I. welke voorziening in natura of op grond van een pgb wordt verstrekt; II. in geval van zorg in natura of er sprake is van specialistische, hoog specialistische jeugdhulp of verblijf, het ondersteuningsprofiel, de intensiteit bij hoog specialistische jeugdhulp en de geldigheidsduur. De maximale geldigheidsduur is tot het moment waarop de beoogde resultaten zijn behaald en/of de betrokken jeugdhulpaanbieder de jeugdhulp heeft beëindigd en het college (Lokaal Team) daarvan op de hoogte heeft gesteld; III. in geval van een pgb; de hoogte van het budget en hoe dit is berekend, welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb en de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.
Met een in het besluit vastgestelde geldigheidsduur tot maximaal het moment waarop de jeugdige de leeftijd van 18 jaar bereikt, dit alles beschreven in een budgetplan; IV. de beoogde resultaten van de toegekende voorziening; V. het perspectiefplan maakt onderdeel uit van de beschikking. Ook het besluit tot afwijzing van een individuele voorziening wordt vastgelegd in een beschikking en bevat de motivering van de afwijzing. De geldigheid van het besluit vervalt als ouders en/of de jeugdige zich niet binnen een termijn van drie maanden hebben gemeld bij een jeugdzorgaanbieder, dan wel als niet binnen drie maanden gestart is met besteding van het pgb voor het doel waarvoor dit verstrekt is. Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van de segmenten, ondersteuningsprofielen en intensiteit zoals bedoeld in het tweede lid.
Artikel 5.9 Herleven Een toekenningsbesluit herleeft als een jeugdige en of zijn ouder(s) zich binnen vier maanden na een volgens plan beëindigd jeugdhulptraject, dat gericht was op herstel, opnieuw met dezelfde hulpvraag bij de jeugdhulpaanbieder meldt/melden. Artikel 5.10 Geen onderzoek 1. Het onderzoek door het college kan achterwege gelaten worden, wanneer: a. de huisarts, jeugdarts of medisch specialist conform artikel 2.6 eerste lid onder e van de wet verwezen heeft naar specialistische jeugdhulp; b. in crisissituaties waar de onmiddellijke uitvoering van specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp of verblijf geen uitstel duldt. 2. In de gevallen genoemd in het voorgaande lid onder a, neemt het college het verzoek van de betrokken jeugdhulpaanbieder tot zorgtoewijzing over zonder nader onderzoek, met uitzondering van hoog-specialistische jeugdhulp, specialistische jeugdhulp voor multi problem-gezinnen en/of verblijf, of als meer dan één voorziening op grond van de wet is toegekend. In deze gevallen dient het onderzoek van artikel 5.7 te worden uitgevoerd; 3. Wanneer een jeugdige en/of zijn ouders in het geval van hoog-specialistische jeugdhulp zwaarwegende bezwaren hebben tegen de betrokkenheid van het Loket Jeugd kunnen zij gebruik maken van een opt-out-regeling.
Het college neemt dan het besluit enkel op aanwijzing van de jeugdhulpaanbieder dat inzet van hoog-specialistische jeugdhulp, blz. 10 van 36
specialistische jeugdhulp voor multi problem-gezinnen en/of verblijf noodzakelijk is. De jeugdhulpaanbieder voert dan zelf het onderzoek uit zoals bedoeld in artikel 5.7. Gebruik maken van een opt-out regeling is niet mogelijk bij een pgb aanvraag. Artikel 5.11 Crisis-procedure 1. In crisisgevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke maatregel. 2. Een crisis is een onverwachte, ingrijpende en ernstige verstoring van het evenwicht tussen draagkracht en draaglast, waarbij onmiddellijk hulp verleend moet worden om schade bij een jeugdige en/of diens ouders te voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn: a. acute, ernstige onveiligheid als gevolg van huiselijk geweld, (kinder)mishandeling en/of verwaarlozing; b. acute en levensbedreigende situaties; c. huisuitzetting of uithuisplaatsing van een jeugdige inwoner; d. eerwraak. 3. Er hoeft in crisisgevallen niet gewacht te worden op een ondertekende aanvraag. Het besluit (de beschikking) en het perspectiefplan worden binnen vier weken verstrekt. Artikel 5.12 Overbruggingshulp 1. In het geval van een wachttijd langer dan drie maanden vanaf de toekenning van een individuele voorziening is de betreffende jeugdhulpaanbieder verplicht om binnen 2 weken samen met het Loket Jeugd of Gecertificeerde Instelling te bepalen of de jeugdige kan wachten of dat overbruggingshulp geboden moet worden; 2.
Indien de jeugdhulpaanbieder de overbruggingshulp gaat bieden, geeft het Loket Jeugd of Gecertificeerde Instelling hiervoor een indicatie af. 3. Wanneer de jeugdhulpaanbieder en het Loket Jeugd of Gecertificeerde Instelling het oneens zijn over de in te zetten overbruggingshulp of over de vraag of de jeugdige kan wachten, kan de casus voorgelegd worden aan een onafhankelijk deskundige. Artikel 5.13 Toegang via de gecertificeerde instellingen Een gecertificeerde instelling kan in overleg met het college, bij een door de rechter opgelegde kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering, een individuele voorziening toekennen. Paragraaf 3. Toegang ernstige dyslexiezorg Artikel 5.14 Toegang dyslexiezorg 1. Het college kent een individuele voorziening voor diagnostisch onderzoek toe om vast te stellen of sprake is van ernstige dyslexie. 2. Indien uit de uitgevoerde diagnostiek blijkt dat sprake is van ernstige dyslexie kent het college een individuele voorziening voor behandeling toe; 3. Het college neemt het besluit als bedoeld in het eerste lid op grond van een controle van het leerling-dossier van de basisschool door de daartoe gemandateerde poortwachter dyslexiezorg of een coördinator werkzaam binnen het samenwerkingsverband of het schoolbestuur; 4.
Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de werkwijze van de poortwachter dyslexiezorg of coördinator bij het samenwerkingsverband of het schoolbestuur en de eisen waaraan het leerling-dossier dient te voldoen.
Paragraaf 4 Persoonsgebonden budget Artikel 5.15 Het Persoonsgebonden budget 1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet; blz. 11 van 36
2.
3.
4.
Bij de aanvraag voor een verstrekking in de vorm van een pgb wordt door de jeugdige en/of zijn ouders hiertoe in aanvulling op het perspectiefplan een budgetplan opgesteld waarin is opgenomen: a. de motivatie waarom zorg in natura niet passend is en een pgb gewenst is; b. de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening; c. de kwalificaties van de uitvoerder; d. op welke wijze de kwaliteit van de hulp is gewaarborgd; e. de kosten, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief, van de uitvoering. Een pgb kan alleen worden aangewend voor jeugdhulp in de zin van de wet zoals omschreven in het perspectiefplan en het budgetplan. Het pgb kan niet worden aangewend voor de betaling van tussenpersonen, belangenbehartigers, begeleidingskosten, cursus(materiaal) of administratieve kosten. Het college kan nadere regels stellen ten behoeve van de uitvoering van het bepaalde in deze paragraaf.
Artikel 5.16 Hoogte van het pgb 1. De hoogte van het pgb is gebaseerd op het budgetplan en: a. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst passende beschikbare voorziening in natura; b. bedraagt niet meer dan de kostprijs van in de betreffende situatie vergelijkbare voorzieningen op grond van vergelijkbare wetten zoals de zorgverzekeringswet, wet langdurige zorg en/of Wet maatschappelijke ondersteuning; c. is toereikend om effectieve en kwalitatieve zorg in te kopen en d. is gebaseerd op de volgende categorieën jeugdhulp: - ambulante jeugdzorg (uurtarief op hbo- en wo-niveau); - dagbehandeling jeugdzorg (dagdeeltarief mbo/hbo-niveau); - verblijf jeugdzorg (etmaaltarieven op mbo-, hbo- en wo-niveau); - generalistische basis ggz (uurtarief op hbo-niveau ); - specialistische ggz (uurtarief op wo-niveau); - begeleiding individueel/groep (uur- en dagdeeltarieven op mbo/hbo-niveau of informeel) - persoonlijke verzorging (uurtarief op mbo-niveau of informeel); - kortdurend verblijf (etmaaltarief op mbo-niveau); - behandeling (licht)verstandelijke beperking (uur- en dagdeeltarieven op mbo-, hbo- en wo-niveau); - verblijf (licht)verstandelijke beperking (etmaaltarief op mbo-, hbo- en wo-niveau); e. voor de categorieën genoemd in het eerste lid onder d.
is het tarief gebaseerd op de tarieven van 2022 voor zorg in natura welke jaarlijks met ingang van 2023 worden geïndexeerd. 2. Het maximale tarief bij de inzet van een professionele hulpverlener is 85% van het tarief voor gecontracteerde jeugdhulp in natura. 3. Het tarief voor ernstige dyslexiezorg zoals genoemd in artikel 5.4 bedraagt maximaal: a. 100% van de kostprijs van de goedkoopste door het college jaarlijks geïndexeerd ingekochte vergelijkbare voorziening bij de inzet van een medewerker in loondienst bij een zorgaanbieder; b. 85% van de kostprijs van de goedkoopste door het college jaarlijks geïndexeerd ingekochte vergelijkbare voorziening bij een zelfstandige zonder personeel. 4. Het tarief van niet professionele ondersteuning (voor begeleiding en persoonlijke verzorging bedraagt maximaal € 22,- per uur en wordt jaarlijks met ingang van 2023 geïndexeerd. 5. Het college stelt de maximumtarieven vast voor de categorieën genoemd in het eerste lid onder d met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid onder c; 6. Het college kent geen vrij besteedbaar bedrag toe vanuit het pgb. blz. 12 van 36
Artikel 5.17 Onderscheid professionele en niet-professionele hulp 1. Van professionele, ook wel formele hulp, is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de budgethouder: a. personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken en/of werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; b. personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moet men ten aanzien van de voor het persoonsgebonden budget uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; c. personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp (Stichting Kwaliteitsregister Jeugd). 2.
Als de jeugdhulp wordt geboden door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, is altijd sprake van niet-professionele hulp (ook wel informele hulp). 3. Als de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 1 onder a, b of c is altijd sprake van niet-professionele hulp. Artikel 5.18 Algemene Voorwaarden Pgb 1. De regie en het beheer van het pgb mag niet worden neergelegd bij de pgb-hulpverlener tenzij hiervoor door het college toestemming is verleend. 2. De aanvrager, als vertegenwoordiger van de jeugdige, mag het pgb niet aan zichzelf uitkeren als zijnde pgb-hulpverlener tenzij dit de ouders/verzorgers in 1e en 2e graad betreft. 3. De pgb-hulpverlener zorgt voor verslaglegging van de resultaten en dient deze op verzoek van het college te tonen; 4. De pgb-hulpverlener biedt ondersteuning die voldoet aan de eisen van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving en aan de criteria van de verantwoorde werktoedeling. Artikel 5.19 Voorwaarden pgb professionele hulp 1. Het college kent een pgb voor professionele hulp alleen toe indien de zorgverlener: a. voldoet aan de vereisten van artikel 5.17, eerste lid; b. werkt op basis van een hulpverleningsplan; c. werkt met een systeem voor kwaliteitsbewaking; d.
de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, de meldplicht calamiteiten en de meldplicht geweld bij de verlening van jeugdhulp hanteert; en e. een vertrouwenspersoon in staat stelt zijn taak uit te voeren.
Artikel 5.20 Voorwaarden pgb niet-professionele hulp 1. Het college kent een pgb voor niet-professionele hulp alleen toe: a. als wordt gemotiveerd waarom de inzet van niet-professionele hulp leidt tot een gelijk of beter resultaat dan de inzet van professionele hulp; b. indien de persoon die de niet-professionele hulp verleent voldoet aan de volgende minimale (kwaliteits)criteria: blz. 13 van 36
2.
I. beschikt over de voor de hulpvraag benodigde competenties, kennis en vaardigheden om verantwoorde hulp te bieden; II. beschikt over een geldige verklaring omtrent gedrag (VOG) (behalve als de zorgverlener een ouder is, zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet); III. neemt bij (een vermoeden van) huiselijk geweld en kindermishandeling contact op met Veilig Thuis voor advies of het doen van een melding; IV. meldt calamiteiten direct aan het Loket Jeugd; V. werkt op basis van een plan; en c. als de ondersteuning aan de jeugdige of zijn ouders niet leidt tot overbelasting bij de persoon die deze niet-professionele hulp verleent. Ondersteuning kan niet worden geboden door iemand vanuit het sociaal netwerk als die, conform het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeling op basis van het Kwaliteitskader Jeugd, geboden moet worden door een geregistreerde professional.
Hoofdstuk 6 Nieuwe feiten en omstandigheden Artikel 6.1 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking, terugvordering of opschorting 1. Degene aan wie krachtens deze verordening een individuele voorziening is verstrekt is verplicht zo spoedig mogelijk aan het college mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een besluit aangaande een individuele voorziening. 2. Het college kan een besluit aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening zijn aangewezen; c. de individuele voorziening niet meer toereikend is te achten; d. de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening; e. de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het (daarmee samenhangende persoonsgebonden) budget niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd; f. sprake is van (dreigende) overbelasting bij een op basis van pgb ingehuurde nietprofessionele zorgverlener. 3.
Als het college een besluit op grond van het tweede lid, onder a heeft ingetrokken, kan het college geheel of gedeeltelijk de geldwaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb. 4. Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van het pgb. 5. Het college wijst een toezichthouder aan die belast is met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet. 6. Opschorting pgb a. Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken, als er ten aanzien van de persoon aan wie het pgb is verstrekt een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is misbruik. b. Indien de jeugdige langer dan twee maanden verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet kan het college de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname. blz. 14 van 36
Hoofdstuk 7 Cliëntondersteuning, vertrouwenspersoon en klachten Artikel 7.1 Cliëntondersteuning 1. Het college zorgt ervoor dat een jeugdige en/of ouders een beroep kunnen doen op kosteloze onafhankelijke cliëntondersteuning, gericht op het geven van informatie en advies, en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening. 2. Het Loket Jeugd wijst de jeugdige en/of ouders in het eerste gesprek op de mogelijkheid van cliëntondersteuning. Artikel 7.2 Vertrouwenspersoon 1. Het college zorgt ervoor dat jeugdigen en/of hun ouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon, die hen bij kan staan bij problemen in het kader van de geboden jeugdhulp. 2. Het Loket Jeugd wijst jeugdigen en ouders erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door deze onafhankelijke vertrouwenspersoon. Artikel 7.3 Klachten De Jeugdwet regelt het klachtrecht met betrekking tot de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde aanbieders in paragraaf 4.2.a van de wet.
Hoofdstuk 8 Afstemming met andere voorzieningen Artikel 8.1 Toekomstplan naar volwassenheid 1. Voor jeugdigen vanaf het 16e levensjaar dient de aanbieder een “toekomstplan naar volwassenheid” op te stellen met daarin opgenomen: a. of zo ja welke hulp of ondersteuning nodig is vanaf de 18e verjaardag; b. hoe en vanuit welke andere wet (Wmo 2015, Wlz of Zorgverzekeringswet) deze ondersteuning vanaf het 18e levensjaar wordt ingezet. 2. De aanbieder betrekt minimaal een half jaar voordat de jeugdige de leeftijd van 18 jaar bereikt, de jeugdige, het gezin en het Loket Jeugd bij (het opstellen van) het toekomstplan; 3. Het Loket Jeugd monitort of de aanbieder de verplichting uit het eerste lid nakomt. Artikel 8.2 Afstemming gezondheidszorg 1. Het college draagt er zorg voor dat wanneer het Loket Jeugd een besluit neemt over de inzet van zorg die vanaf de 18e verjaardag valt onder het basispakket van de Zorgverzekeringswet en er de reële verwachting is dat deze zorg na de 18e verjaardag van de jeugdige door zal lopen, het besluit voldoet aan de eisen die daaraan gesteld worden door de zorgverzekeraars; 2.
Het college draagt er zorg voor dat het Loket Jeugd, in de gevallen bedoeld in het eerste lid, de jeugdige en zijn ouders wijst op de consequenties dat de zorg vanaf de 18e verjaardag van de jeugdige onder de Zorgverzekeringswet valt en zich inspant voor de continuïteit van de zorg indien noodzakelijk. Artikel 8.3 Afstemming langdurige zorg 1. Het college draagt er zorg voor dat het Loket Jeugd de jeugdige en/of zijn ouders ondersteunt richting het Centraal Indicatieorgaan Zorg, indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg. blz. 15 van 36
2.
Indien de jeugdige en/of zijn ouders weigeren mee te werken aan het verkrijgen van een besluit van het Centraal Indicatieorgaan Zorg, is het college niet gehouden een individuele voorziening toe te kennen op grond van deze verordening.
Artikel 8.4 Afstemming voorschoolse voorzieningen, onderwijs en leerplicht 1. Het college draagt er zorg voor dat alle locaties voor kinderopvang, peuterspeelzaalwerk, primair en voorgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs een contactpersoon hebben bij het Loket Jeugd. 2. Het college draagt zorg voor een goede afstemming tussen de in het eerste lid genoemde partijen en de leerplichtambtenaren. 3. Afspraken over de afstemming van jeugdhulpvoorzieningen, onderwijszorg en leerplichtzaken worden vastgelegd in het perspectiefplan van de jeugdige en zijn ouders. 4. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de afbakening voorschoolse voorzieningen, onderwijs en de Jeugdwet. Artikel 8.5 Afstemming maatschappelijke ondersteuning 1. Het college zorgt voor een goede afstemming binnen het sociaal domein, indien een jeugdige en/of zijn ouders naast jeugdhulpvoorzieningen ook in aanmerking komen voor voorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning. 2. Het college zorgt ervoor dat wanneer de begeleiding van een jeugdige na het achttiende jaar voortgezet moet worden onder de Wet maatschappelijke ondersteuning, de continuïteit gewaarborgd wordt en het Loket Jeugd een besluit hiertoe zo nodig (mede)voorbereidt. Artikel 8.6 Afstemming werk en inkomen 1.
Het college zorgt ervoor dat het Loket Jeugd en de gecertificeerde instellingen financiële belemmeringen voor het slagen van preventie en jeugdhulp vroegtijdig signaleren en waar nodig jeugdigen en hun ouders helpen de juiste ondersteuning vanuit de gemeentelijke of landelijke voorzieningen te verkrijgen om deze belemmeringen weg te nemen. 2. Wanneer een jeugdhulpaanbieder bij de jeugdige en/of zijn ouders betrokken is in het kader van specialistische of hoog-specialistische jeugdhulp, ondersteunt deze de jeugdige en/of zijn ouders bij het verminderen van de belemmeringen die armoede- en schuldenproblematiek vormen voor het slagen van de jeugdhulp. 3. Wanneer de jeugdhulpaanbieder er niet in slaagt om de financiële belemmeringen voor het slagen van de jeugdhulp weg te nemen, stelt zij hiervan het Loket Jeugd dan wel de betrokken gecertificeerde instelling op de hoogte, die zich vervolgens inspant de jeugdige en/of zijn ouders naar de betreffende gemeentelijke voorzieningen toe te leiden. Artikel 8.7 Afstemming wonen 1. Wanneer de woonsituatie in fysiek, sociaal of financieel opzicht, de juiste jeugdhulp voor de jeugdige en/of zijn ouders in de weg staat en daardoor een verhuizing noodzakelijk is, kan het gezin voorgedragen worden voor urgentie. 2.
Het college zorgt voor de begeleiding wanneer een in het eerste lid bedoelde gezin op grond van de afgegeven urgentie een woning toegewezen krijgt, en legt zo nodig afspraken vast in een bewonersovereenkomst. Artikel 8.8 Afstemming met gecertificeerde instellingen 1. Het college maakt afspraken met de gecertificeerde instellingen over de aansluiting tussen de algemene voorzieningen als bedoeld in hoofdstuk 3 en de gecertificeerde instellingen. 2. Het college maakt afspraken met de gecertificeerde instellingen over: blz. 16 van 36
3.
a. het overleg over de aangewezen jeugdhulp in het kader van de kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering, zoals bedoeld in art.3.5 lid 1 van de wet; b. het overleg over de eventuele gewenste jeugdhulp na beëindiging van de kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering; c. de vorm en inhoud van het besluit tot inzet van jeugdhulp van de gecertificeerde instelling en hoe het college daarvan op de hoogte wordt gesteld; d. wanneer en onder welke voorwaarden de gecertificeerde instelling budgethouder van een pgb kan zijn namens de jeugdige en zijn ouders; e. hoe te handelen wanneer een gecertificeerde instelling meent dat niet gecontracteerde jeugdhulp ingezet dient te worden. Het college en de gecertificeerde instelling leggen de afspraken vast in een protocol als bedoeld in art. 3.5 lid 3 van de wet.
Artikel 8.9 Afstemming met het justitiedomein 1. Het college maakt afspraken met de gecertificeerde instellingen, de Raad voor de Kinderbescherming en Justitiële Jeugdinrichtingen over het overleg over de inzet van jeugdhulp bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing en jeugdreclassering als bedoeld in artikel 2.4 lid 2 onderdeel b van de wet; 2. Het college en de betrokken instellingen nemen de afspraken zoals bedoeld in het eerste lid op in het protocol zoals bedoeld in artikel 8.8 lid 3 van deze verordening en het protocol bedoeld in artikel 3.1 lid 5 van de wet. Hoofdstuk 9 Waarborging prijs-kwaliteit Artikel 9 Waarborging prijs-kwaliteit Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, in ieder geval rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten taken; b. de voor de sector toepasselijke cao-schalen in relatie tot de zwaarte van de functies; c. een redelijke toeslag voor overheadskosten; d. een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg, en; e. kosten voor bijscholing van het personeel.
Hoofdstuk 10 Cliëntparticipatie Artikel 10 Cliëntparticipatie In de vigerende Verordening adviesraad sociaal domein Beemster heeft de gemeente uitvoering gegeven aan onder andere artikel 2.10 van de Jeugdwet waarin is aangegeven dat jeugdigen en/ of hun ouders vroegtijdig worden betrokken bij onder andere de totstandkoming van verordeningen en beleid.
Hoofdstuk 11 Slotbepalingen Artikel 11.1 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige en/of zijn ouders afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. blz. 17 van 36
Artikel 11.2 Evaluatie Het college zendt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze verordening en de nadere regels in de praktijk. Artikel 11.3 Inwerkingtreding, citeertitel en overgangsrecht 1. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Jeugdhulp gemeente Beemster 2022. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022 onder gelijktijdige intrekking van de Verordening Jeugdhulp gemeente Beemster 2018. Indien deze verordening niet voor of op 1 januari 2022 gepubliceerd is, treedt deze verordening in werking op de dag na die waarop het is bekendgemaakt en werkt terug tot 1 januari 2022; 3. Een jeugdige en/of ouder houdt recht op een lopende voorziening, verstrekt op grond van de Verordening Jeugdhulp gemeente Beemster 2018 tot het moment dat een nieuw besluit is genomen; 4. Meldingen en aanvragen die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening waar nog niet op is beslist, worden afgehandeld op grond van deze verordening.
blz. 18 van 36
Artikelsgewijze toelichting Verordening Jeugdhulp Gemeente Beemster 2022 Alleen die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder behandeld. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen Begrippen die in de Jeugdwet (en Besluit Jeugdwet) gedefinieerd worden, worden – in de regel – niet opgenomen in de begripsbepaling van de verordening. Melding Een door de jeugdige, ouders of namens de jeugdige en/of ouders ingediend verzoek om ondersteuning. De jeugdige en/of ouders kunnen de melding ook door bijvoorbeeld een schoolmaatschappelijk werker of huisarts laten doen. Aanvraag Een uit het onderzoek (na de melding) voortkomend schriftelijk verzoek om jeugdhulp in de vorm van een individuele voorziening bestaande uit een ondertekend perspectiefplan. Het kan ook een verzoek om toewijzing jeugdhulp betreffen zoals genoemd in artikel 5.10, eerste en tweede lid van deze Verordening. Algemene voorziening De term ‘algemene voorziening’ komt uit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. In de Jeugdwet wordt (maar alleen in artikel 2.9) van ‘overige voorziening’ gesproken. Deze laatste term kan verwarrend werken en doet geen recht aan de belangrijke positie van de vrij toegankelijke voorzieningen in het nieuwe jeugdstelsel. Zij zijn geen restcategorie. Andere voorziening Alle voorzieningen die niet onder de Jeugdwet vallen.
Dit kan gaan om voorzieningen op grond van een ander wettelijk kader zoals de Wmo, Wlz, Zorgverzekeringswet, Onderwijswetten of Participatiewet. Nu het gaat om alle voorzieningen die niet onder de Jeugdwet vallen is dit echter niet beperkt tot andere wettelijke voorzieningen. Ook voorzieningen die bijvoorbeeld met behulp van een fonds verkregen worden vallen onder deze definitie. Daar waar een andere voorziening kan voorzien in de hulpvraag gaat deze voorziening voor op een individuele voorziening op grond van de jeugdwet. Hoog-specialistische jeugdhulp In de verordening wordt als het gaat om niet vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen een onderscheid gemaakt tussen specialistische en hoog-specialistische jeugdhulp. Het onderscheidende karakter van de hoog-specialistische jeugdhulp ten opzichte van specialistische jeugdhulp is vooral gelegen in de hoogte van de kosten en de schaarste van het aanbod. Hoog-specialistische jeugdhulp kan vanuit de aard van de zorg slechts geboden worden door een beperkt aantal jeugdhulpaanbieders, die vaak bovenregionaal of zelfs landelijk werken. De kosten van de trajecten voor hoog-specialistische jeugdhulp liggen in de regel aanmerkelijk boven die van specialistische jeugdhulp (zie hieronder).
Individuele voorziening ‘Individuele voorziening’ is de term die in de Jeugdwet gebruikt wordt voor wat in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 een ‘maatwerkvoorziening’ heet. De term individuele voorziening wordt in de Jeugdwet niet gedefinieerd, vandaar dat in de verordening een begripsbepaling is toegevoegd. Ofschoon de term (net als de term ‘overige voorziening’) blz. 19 van 36
verwarring op kan roepen – het gaat niet noodzakelijkerwijze om individueel geboden hulp, maar ook om groepsaanbod– is in dit geval er voor gekozen om de formele term uit de Jeugdwet te gebruiken, aangezien deze in meerdere bepalingen van de Jeugdwet een rol speelt. Intensiteit In de specialistische en hoog-specialistische jeugdhulp worden diverse ondersteuningsprofielen onderscheiden (zie onder ondersteuningsprofiel). Elke ondersteuningsprofiel kent een zekere ‘intensiteit’ die iets zegt over de duur en omvang (en daarmee de kosten) van de jeugdhulp. Er worden in de nadere regels vier intensiteiten onderscheiden: perspectief, intensief, duurzaam licht en duurzaam zwaar voor specialistische jeugdhulp en voor hoog-specialistische jeugdhulp gelden acht intensiteiten voor herstel en acht intensiteiten voor duurzame trajecten. Ondersteuningsprofiel Het ondersteuningsprofiel probeert de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en zijn ouders in te delen naar verschillende categorieën. Dit is vooral belangrijk in het kader van het inkoop- en toewijzingsproces richting aanbieders. Op deze manier kan de specifieke expertise van aanbieders goed beschreven worden.
Het perspectiefplan (zie hieronder) is bedoeld om de hulpvraag breed in beeld te brengen, maar uiteindelijk wordt (indien van toepassing) de toegang naar specialistische of hoog-specialistische jeugdhulp altijd geformuleerd in termen van één ondersteuningsprofiel. Gekozen wordt dan voor het ondersteuningsprofiel dat het beste bij de hulpvraag van de jeugdige en/of zijn ouders past, ook al zouden wellicht meerdere profielen passend zijn. Ouder: Het begrip ouder is overgenomen van de Jeugdwet. De pleegouder wordt in de begripsomschrijving in de wet van dit begrip uitgesloten. Dit omdat de pleegouder niet in de plaats treedt van de ouder. De pleegouder moet worden gezien als onderdeel uitmakend van de jeugdhulp en in dit kader vallend onder de verantwoordelijkheid van de jeugdhulpaanbieder. Op grond van de Jeugdwet, artikel 4.1.3, derde lid vindt naast overleg met de ouder ook met de pleegouder overleg plaats over het hulpverleningsplan. Perspectiefplan Het perspectiefplan is van de jeugdige en/of zijn ouders. Zij stellen het op al dan niet in samenspraak met de betrokken professional(s) van het Loket Jeugd, huisarts, jeugdarts en/of medisch specialist en eventueel ook anderen uit het bredere sociale netwerk van de jeugdige en zijn ouders.
Het perspectiefplan bundelt hulpvraag en afspraken over de ondersteuning, niet alleen op het terrein van jeugdhulp, maar ook op andere terreinen, indien van toepassing voor de jeugdhulp. Denk hierbij aan hulp voor een van de ouder(s), het bestaan van broertjes en/of zusjes met een hulpvraag, schuldproblematiek, huisvestingsproblematiek en zo verder. Deze context kan van belang zijn bij het bepalen van de hulpvraag voor de jeugdige en is specifiek van belang bij de inzet van hoogspecialistische jeugdhulp en jeugdhulp met verblijf. Uit onderzoek is meerdere malen gebleken dat de inzet van hoog-specialistische jeugdhulp en jeugdhulp met verblijf voor een kind altijd in samenhang dient te worden bepaald met de gezinssituatie, omdat deze nagenoeg nooit los van elkaar staan. Met andere woorden: schulden, of woonproblemen, of andere problemen van de ouders kunnen invloed hebben op de hulpvraag van de jeugdige. Wanneer besloten wordt dat de inzet van specialistische, hoog-specialistische jeugdhulp of jeugdhulp met verblijf nodig is, wordt ook dit in het perspectiefplan vastgelegd. Voor de jeugdhulpaanbieder is het perspectiefplan vervolgens uitgangspunt voor het verder vormgeven van het hulpverleningstraject. Het perspectiefplan kan echter ook gebruikt blz. 20 van 36
worden wanneer specialistische jeugdhulp (nog) niet nodig is en een professional uit het jeugdoverleg bijvoorbeeld met de jeugdige en zijn ouders de hulpvragen oppakt. Het perspectiefplan onderscheidt zich van het hulpverleningsplan van de jeugdhulpaanbieder (vaak behandelplan genoemd), het plan van aanpak van de gecertificeerde instelling en het familiegroepsplan van het gezin – die alle in de Jeugdwet zelf verankerd zijn. Het hulpverleningsplan (of behandelplan) is een nadere uitwerking van (het jeugdhulpdeel van) het perspectiefplan door de jeugdhulpaanbieder. Het plan van aanpak van de gecertificeerde instelling is goed vergelijkbaar met het perspectiefplan, omdat hierin ook altijd breed de gezinssituatie in ogenschouw genomen wordt. Het verschil met het perspectiefplan is gelegen in het feit dat het plan van aanpak door de gecertificeerde instelling opgesteld wordt in het kader van een rechterlijke dwangmaatregel. De veiligheid van de jeugdige zal daarin dus altijd een prominente(ere) plek hebben. Het familiegroepsplan is het gezinsplan dat zonder betrokkenheid van hulpverleners (Loket Jeugd, jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling) wordt opgesteld. Als een familiegroepsplan is opgesteld dient dit als basis van het perspectiefplan.
Specialistische jeugdhulp Het onderscheidende karakter van specialistische jeugdhulp ten opzichte van hoogspecialistische jeugdhulp is dat zij in de regel minder specifieke kennis en een minder intensieve en veelomvattende aanpak vraagt. De kosten zijn daardoor in de regel lager. Specialistische jeugdhulp kan door een grote groep jeugdhulpaanbieders geboden worden (waaronder vrijgevestigde), waarvoor ook een eenvoudiger proces geldt om gecontracteerd te worden. Hoofdstuk 2 Algemene uitgangspunten Artikel 2.1 Transformatiedoelen De met de Jeugdwet bedoelde transformatiedoelen zijn als algemeen uitgangspunt opgenomen in deze verordening om kenbaar maken dat deze doelen centraal staan bij alle overwegingen op grond van deze verordening. Een van de transformatiedoelen is de inzet van het sociaal netwerk. Tot het sociaal netwerk worden gerekend de personen uit de huiselijke kring (waaronder (ex-) partners, gezinsleden, familieleden, of mantelzorgers) en andere personen met wie iemand een sociale relatie onderhoudt. Met dat laatste worden personen bedoeld, met wie de jeugdige of ouder regelmatig contacten onderhoudt, zoals buren, medeleden van een vereniging, vrienden enz. Het begrip ‘sociaal netwerk’ komt ook voor in de Wmo 2015. Bij de uitvoering van de Jeugdwet wordt aangesloten bij deze begripsomschrijving.
De vraag of er personen in het sociaal netwerk zijn die betrokken zijn bij de oplossing van de hulpvraag, komt aan de orde bij het onderzoek dat de gemeente verricht als een jeugdige of ouder zich meldt met een ondersteuningsvraag. Wanneer dit niet het geval is kan het versterken van iemands sociaal netwerk onderdeel zijn van het perspectiefplan. In een ander transformatiedoel wordt het woord ontzorgen gebruikt. Met ontzorgen wordt bedoeld dat kwetsbaarheid weliswaar lastig kan zijn, maar het ook hoort bij het dagelijks leven. Onnodig problematiseren en etiketteren dient te worden tegengegaan (normaliseren). Kwetsbare gezinnen hebben naast een veilige en stimulerende opvoedomgeving ook een vorm van zorg nodig die de eigen kracht weet te versterken en de sociale omgeving kan activeren en benutten (ontzorgen). Ontzorgen van dagelijkse opvoedproblemen en het (weer) zelfstandig kunnen organiseren van het gewone dagelijks leven. Dat hoeft nadrukkelijk geen zware zorg te zijn, maar ondersteuning dicht bij huis vanuit de mogelijkheden in het gezin en in een vertrouwde sociale omgeving. Ontzorgen betekent niet blz. 21 van 36
dat iemand of iets alles overneemt, integendeel. Ontzorgen betekent dat je die zaken oplost en wegneemt waardoor jeugdige en/of gezin toekomt aan het begrijpen van de situatie waarin hij zich bevindt. De principes van ontzorgen en normaliseren behoren aan de basis van de eerstelijns jeugd- en gezinszorg te liggen. Denk hierbij onder meer aan het opvoedkundig klimaat versterken in gezinnen, wijken, scholen en in voorzieningen als kinderopvang en peuterspeelzalen. Vanuit deze uitgangspunten kan gewerkt worden aan een eenvoudiger jeugdzorgsysteem, waarin de veerkracht van gezinnen de basis is en ondersteund wordt door vakbekwame en betrokken professionals. Artikel 2.2 Geen voorziening op grond van de Jeugdwet In dit artikel zijn de afwijzing algemene voorziening en andere voorziening opgenomen. Als de hulpvraag ook opgelost kan worden met een algemene voorziening óf er aanspraak bestaat op grond van een ander wettelijke kader, dan wordt geen voorziening getroffen op grond van de Jeugdwet. Hoofdstuk 3 Algemene Voorzieningen Artikel 3.1 Toegang Algemene voorziening Een groot deel van de algemene voorzieningen is vrij toegankelijk voor jongeren en/of ouders. In sommige gevallen is een lichte toegangsbeoordeling nodig. Denk bijvoorbeeld aan toegang tot een voorziening als een autisme-café of een brusjesgroep. Dit is een algemene voorziening, maar wel voor een specifieke doelgroep.