concept MRA Verstedelijkingsstrategie, versie 2 april 2021.pdf
Tekst van het document
van 175.000 woningen tot 2030. Veel ontwikkellocaties
aanbod. Een deel wordt gebouwd in regionale centra (met
integrale gebiedsplannen uitgewerkt, waarvan de rijks-
kunnen door gemeenten gerealiseerd worden, zonder
name Amstelveen en de spoorzone Beverwijk) en andere
regio-inzet wordt vastgesteld in BO MIRT november 2021.
dat Rijk-regio-samenwerking nodig is. Maar dat geldt
verdichtingslocaties, en een deel in nieuwbouwwijken die
niet voor alle ontwikkellocaties. Prioriteit voor Rijk-
al sinds lang geprojecteerd zijn als onderdeel van Lelystad
In de periode tot 2030 landt een deel van de
regio-samenwerking hebben (1) de ontwikkeling in de
en Almere en bijdragen aan de doorgroei van deze
binnenstedelijke bouwopgave in stedelijke
2 Hier werken Rijk en regio aan binnen de programmalijn Bereikbare Steden, onderdeel van Programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid.
3
programma.
Ontwikkeling tot 2030
nabijheid van knooppunten in en om Amsterdam en (2)
Hierover zijn afspraken gemaakt in het BO-MIRT van najaar 2020.
20
vernieuwingsgebieden. Hier wordt verdichting ingezet
woonwerkmilieus op goed bereikbaar plekken, vooral op
de nieuwbouwopgave te realiseren. Veel lijnen uit de
als deel van een integrale gebiedsgerichte aanpak die de
knooppunten en stadsharten. Vrijkomende woningen in
Verstedelijkingsstrategie komen hierin samen. Denk
leefbaarheid in deze wijken en de sociaaleconomische
de bestaande voorraad lijken te kunnen voorzien in een
aan de bijdrage aan de leefkwaliteit en de sociaal-
positie van de huidige bewoners versterkt. Dat vraagt
groot deel van de vraag naar eengezinswoningen, al blijft
maatschappelijke afwegingen (kansengelijkheid,
om woningen in verschillende woonsegmenten,
er nog wel een kwalitatieve (vervangings)vraag waarvoor
vervoersarmoede, gezondheid). Aan de beoogde
voorzieningen en ruimte voor lokaal onder-nemerschap.
nieuwbouw wenselijk is. Om voldoende en bij de behoefte
evenwichtige ontwikkeling van de MRA, met haar
De ambitie is dat zittende bewoners per saldo baat
passende woningbouw te kunnen realiseren, blijft ook
dimensies van werkgelegenheid en betaalbare
hebben bij de verdichting. In vier gebieden werken Rijk
na 2030 gebouwd worden in kleinere steden en kernen
woningbouw. Aan voorwaarden en afwegingen die
en regio samen aan de stedelijke vernieuwing, binnen
en op grotere, reeds bekende uitbreidingslocaties in
voortkomen uit klimaatadaptiviteit en natuurinclusiviteit,
het Programma Leefbaarheid en Veiligheid: Amsterdam
Flevoland en Haarlemmermeer.
en uit de noodzakelijke transities in de water-, energie-
Zuidoost, Amsterdam Nieuw-West, Lelystad Oost en
en mobiliteitssystemen. En denk aan de verhouding tot
Zaandam Oost. Voor deze gebieden werkt het Rijk samen
Een groot aantal factoren speelt een rol bij de afweging
landschappelijke kwaliteiten en opgaven, waaronder
met decentrale overheden en maatschappelijke partners
waar, wanneer en hoe ruimte kan worden benut om
landbouw, recreatie, cultuurhistorie en natuur.
(zoals scholen, bedrijven, politie en woningcorporaties) aan een langjarige maatwerkaanpak per gebied.
Totale MRA opgave 2030
Ook in andere wijken en buurten met een stedelijke
175.000 woningen
vernieuwingsopgave wordt maatwerk geleverd, waaraan het Programma Leefbaarheid en Veiligheid met kennis, expertise en het stimuleren van doorbraken een bijdrage kan leveren. Een specifieke opgave ligt in de voormalige groeikernen, waar grote delen van de stad gelijktijdig verouderen. Dat gaat om Lelystad, Almere, Purmerend en Haarlemmermeer.
Lange termijn
Stadsharten 53.000 woningen
Amsterdam 70.000 woningen
allemaal binnen 1.200m contour van stations
Na 2030 lijkt de behoefte aan nieuwe woningen af te nemen, maar de prognoses kennen flinke bandbreedtes. Vooralsnog wordt uitgegaan van een bouwopgave van 75.000 woningen tussen 2030 en 2040 en nog eens 75.000 woningen tussen 2040 en 2050. De nieuwbouwvraag lijkt zich meer dan in de periode tot 2030 te concentreren op (hoog) stedelijke milieus, met een groot aandeel woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens die dichtbij voorzieningen, werk en openbaar vervoer willen wonen. De focus blijft zodoende liggen op de ontwikkeling van
overige reguliere woningproductie o.a. Amstelveen en IJmond 52.000 woningen 21
Meerkernige metropool Ontwikkelrichting 2050
N N
schaal 1:100.000
schaal 1:100.000 0 5.000 0
10.000
5.000
15.000
20.000
10.000
15.000
20.000
2.3
Veerkrachtige, schone en inclusieve economie De economie van 2050 is schoon, veerkrachtig, inclusief
We streven een goede match na tussen het aantal banen
en internationaal georiënteerd. Dankzij de brede,
voor bepaalde opleidingsniveaus en de beroepsbevolking
gevarieerde basis en een aantal bijzondere clusters
met die opleiding. Op dit moment laat de MRA een
is er werk in alle categorieën van de arbeidsmarkt.
tekort zien aan werknemers met een middelbare
In stadsharten, regionale centra en bij multimodale
opleiding. De tendens is dat dit tekort zich in de toekomst
knooppunten komen levendige stadsomgevingen
vooral bij praktisch opgeleiden manifesteert. Banen en
tot bloei, met een gemengd gebruik en veel nieuwe
woningen moeten zich bovendien op een afstand van
banen. Daarnaast kent de MRA bovenregionale clusters
elkaar bevinden die bereisbaar is voor de betreffende
van bedrijvigheid en werkgelegenheid die zich niet of
werknemers, zowel qua tijdsbeslag als financieel. Daarin
moeilijk met een stedelijke omgeving laten verenigen:
treedt de grootste discrepantie op bij praktisch en
de haveneconomie van het Noordzeekanaalgebied
middelbaar opgeleiden: betaalbare woningbouw kent een
en Flevokust Haven, de omgeving van de luchthavens,
andere verdeling over de regio dan de werkgelegenheid
moderne glastuinbouw en grootschalige logistiek.
voor deze groepen.
Voor de kennis- en innovatie-economie die vooral in
Economische profielen
stedelijke en hoogstedelijke omgevingen een plek vindt,
Binnen de MRA concentreert de economische groei
is de bereikbaarheid belangrijk, maar ook de leefkwaliteit.
zich met name in Amsterdam en in de Zuidflank. Een
Een hoogwaardige stedelijke omgeving, een levendig
groot deel van de gemengde woonwerkgebieden zal
cultureel klimaat en een aantrekkelijke landschappelijke
ook in de toekomst in de Amsterdamse agglomeratie zijn
omgeving dragen bij aan de internationale
geconcentreerd. Om meer spreiding van werk in de MRA
concurrentiekracht van de metropoolregio. Een andere
mogelijk te maken, versterken we de vestigingsmilieus
vestigingsconditie is de arbeidsmarkt; de aanwezigheid
elders in de regio door ook daar in te zetten op gemengde
van voldoende talent met opleidingen waar behoefte
woonwerkmilieus met een eigen onderscheidend profiel
aan is. In de MRA zetten we in op een goede aansluiting
en een wenkend ontwikkelingsperspectief, voortbouwend
van onderwijs op de arbeidsmarkt met oog voor de
op de bestaande economische karakteristiek. Een
verschillende economische profielen binnen de MRA.
aantal steden heeft al een sterk economisch profiel. Zo
23
is Hilversum mediastad, draait Aalsmeer om de sierteelt,
woonwerkgebieden. Grootschalige woningbouw op
doelen (nieuwe en te verplaatsen bedrijven) te benutten
scheepsbouw en logistiek, is Lelystad een logistieke en
bedrijventerreinen vergroot de sociaaleconomische
en nog onbenutte plancapaciteit gereserveerd te houden,
energiehub met een vliegveld voor zakenluchtvaart
opgave om voldoende ruimte op de locatie of in de
en om deze toekomstige groeilocaties voor het personeel
(dat klaar is voor doorgroei als vakantieluchthaven)
nabijheid te behouden voor lokaal voorzienende
uit de regio goed bereikbaar te maken.
en is Haarlem sterk in de creatieve en culturele
bedrijven en werkgelegenheid voor met name praktisch
sector. Met name voor Almere is het economische
geschoolden. Dat is een voorwaarde om te zorgen
Haveneconomie
profiel nog niet uitgekristalliseerd, vanwege de korte
dat de reis tussen woon- en werkplaats voor praktisch
In de overgang van een fossiele, lineaire economie naar
bestaansgeschiedenis. Hier moet aan worden gewerkt
geschoolden niet te lang en/of te kostbaar wordt.
een circulaire economie is een belangrijke rol weggelegd
door te investeren in de groei van technisch onderwijs
Het ontwikkelen van productieve wijken, waarin een
voor het havengebied. Havens kunnen fungeren
op alle niveaus voor het ontwikkelen van een eigen
deel van de bestaande bedrijven wordt gemengd met
als doorvoerhaven van hoogwaardige producten,
economische kracht1 . Er ligt al een basis door de circulaire
woningbouw, is een cruciale opgave voor een economisch
vestigingsplaats van hoogwaardige industrie en bedrijven,
economie, een groeiende nichemarkt in Almere waar de
evenwichtige metropool en kan bijdragen aan het
proeftuin voor nieuwe bedrijvigheid en als ecosysteem
komende jaren meer op ingezet gaat worden. Door het
economische profiel van het gebied of de deelregio. Dat
met interacterende bedrijven, kennisinstellingen en
profiel in deze richting uit te werken, ontstaan kansen in
vraagt om aandacht bij gebiedsontwikkelingen, ook al
publieke partijen2 . Hier liggen kansen om nieuwe kennis
Almere om nog meer dan nu bij te dragen aan de transities
omdat bedrijfsruimte voor kleinschalige maakbedrijven en
te ontwikkelen, bedrijfsprocessen met elkaar te verbinden,
voor energie en circulaire economie, en op die manier
stadsverzorgende bedrijven (net als sociale woningbouw)
maar ook om grondstoffen op te slaan en te bewerken
te profiteren van de economische groei die daarmee
afhankelijk is van betaalbare huurprijzen en daardoor niet
voor hergebruik.
samenhangt.
vanzelf door marktpartijen wordt gerealiseerd. Ook vraagt het aandacht in de sfeer van de regelgeving.
Regionaal economische profielen zijn niet statisch. Ze
Ook in de energietransitie is een belangrijke rol weggelegd voor havens, vanwege de aanwezigheid
vragen om een regelmatige actualisering op basis van
Ongemengde bedrijventerreinen
trends en ontwikkelingen in de markt. De MRA is dit jaar
Niet ieder bedrijf leent zich voor menging met
eindigende doorvoerfunctie voor grondstoffen zoals
gestart met het opstellen van economische profielen. De
woningbouw in ‘productieve wijken’. Voor deze bedrijven,
kolen. Het Noordzeekanaalgebied ontwikkelt zich
komende jaren wordt dat belangrijker. Ze zijn cruciaal voor
die wel belangrijk zijn voor de werkgelegenheid in de
tot knooppunt van duurzame energie in de regio. De
het kwalitatief versterken van de regionale ontwikkeling,
MRA, blijven ongemengde bedrijventerreinen nodig.
invulling van die functie is afhankelijk van nationale en
zodat optimaal kan worden geprofiteerd van de
Bij grootschalige transformatie van bedrijventerreinen
regionale keuzes (uiteengezet in de paragraaf over het
ontwikkeling van stadsharten en vestiging van bedrijven
ontstaat de noodzaak voor alternatieve vestigingslocaties.
Noordzeekanaalgebied).
op nieuwe regionale groeilocaties.
Tot 2040 heeft de MRA alle beschikbare harde en zachte
van grote energievragers en de traditionele, maar
plancapaciteit nodig om te voorzien in de behoefte aan
Het havengebied is voor een blijvend sterke positie op
bedrijventerreinen, zowel voor nieuwe bedrijven als
het internationale toneel en voor zijn spilfunctie in de
Een diverse en inclusieve economie die kansen biedt op
bedrijven afkomstig van te transformeren terreinen. Die
nationale economie niet meer alleen afhankelijk van
werk voor iedereen, vraagt om ruimte voor de inpassing
harde en zachte plancapaciteit is met name te vinden in
volumes, maar juist ook van de duurzaamheid van de
van productieve bedrijven in de stad. Dat geldt in het
de gemeenten Lelystad en Almere, ten noorden van het IJ
bedrijfsvoering en de innovaties die daarbij horen. De
bijzonder bij transformatie van bedrijventerreinen.
en Purmerend/Volendam-Edam, en in de Zuidflank (waar
haven kan met zijn innoverend vermogen de transitie in
De komende decennia worden tal van stedelijke
de vestigingsdruk van met name nieuwe bedrijven groot
de bredere regionale economie aanjagen.
bedrijventerreinen getransformeerd tot gemengde
is). Het is noodzakelijk om deze ruimte voor deze twee
Productieve wijken
1 Rijk en regio hebben hier afspraken over gemaakt in het BO-MIRT van najaar 2020.
2
Citaat uit de ontwerp-Havennota 2020-2030 van het ministerie van I&W
24
De circulaire economie brengt, naast kennisgeoriënteerde
Op MRA-niveau is het belangrijk om de kansen die hier
Op drie locaties biedt de MRA vestigingsmogelijkheden
bedrijvigheid, ook behoefte met zich mee aan bedrijven
liggen te behouden en te benutten, in het bijzonder voor
voor datacenters die gebruik willen maken van
die materialen opslaan en bewerken voor hergebruik.
praktisch en middelbaar geschoolde werkgelegenheid.
hyperconnectiviteit, om extra digitale snelheid te kunnen
De energietransitie vraagt om nieuwe voorzieningen in
Voorwaarde daarvoor is dat die banen voor voldoende
aanbieden. Deze ‘hyperconnectiviteitshubs’ liggen in
het energienet voor bijvoorbeeld opslag en conversie.
werknemers goed en betaalbaar bereikbaar zijn. De groei
Haarlemmermeer (Schiphol) en Amsterdam (Science
Voor een deel zijn dat activiteiten waar milieucirkels aan
van de woningbouw in de nabijheid (maar ook verderop
Park en Zuidoost). Het beleid is gericht op selectieve,
verbonden zijn. We houden rekening met de mogelijkheid
in de MRA en daarbuiten) loopt tegen beperkingen
geclusterde groei van deze hubs, en tegelijk lijkt in de
dat voorzieningen voor de circulaire economie en de
aan vanwege diezelfde aanwezigheid van Schiphol.
markt behoefte te bestaan aan een vierde hub. Voor de
traditionele economie gedurende enige tijd naast elkaar
Opgave in de Zuidflank is om de ontwikkelingsruimte die
locatie is een zoekgebied in beeld in Oosterwold, in de
zullen bestaan, wat een tijdelijk extra ruimtebeslag tot
er wel is, optimaal te benutten, onder de voorwaarden
gemeenten Almere en Zeewolde. Voor dit zoekgebied
gevolg heeft.
van veiligheid en gezondheid. We zoeken naar
volgt een integraal inpassingsonderzoek (paragraaf
maatwerkoplossingen in de ruimtelijke ontwikkeling
Oostflank).
Transformaties van bedrijventerreinen naar gemengde
en mogelijkheden via de herziening van het luchtruim
stedelijke milieus zijn in beeld in het oostelijk deel van het
en hinderbeperking. Daarnaast zoeken we naar goede
Toerisme
Noordzeekanaalgebied, waar plannen in ontwikkeling zijn
oplossingen voor gebieden waar geen verstedelijking
Na de pandemie zal het (inter)nationale toerisme naar
voor Haven-Stad en ZaanIJ (de Achtersluispolder en het
mogelijk of wenselijk is, maar waar wel kansen liggen
verwachting weer aantrekken. De sector is goed voor
Hembrugterrein), en in het westelijke deel waar plannen
om de bijdrage aan de leefkwaliteit in de omgeving te
veel werkgelegenheid en miljarden omzet. Toeristen
worden ontwikkeld voor de Spoorzone van Beverwijk.
verbeteren met extensieve gebruiksfuncties. De aanpak
dragen bovendien bij aan het draagvlak voor culturele
van verrommelde glastuinbouwgebieden kan daar
voorzieningen, horeca en detailhandel – maar tegelijk zet
onderdeel van zijn.
overtoerisme het voorzieningenniveau en de leefbaarheid
Luchthaveneconomie In absolute zin waren voor de coronapandemie de
voor inwoners onder druk. Het huidige beleid van
hoogste economische groeicijfers te vinden in de
Datacenters
Zuidflank van de MRA. De aanwezigheid van Schiphol
De digitale infrastructuur groeit en alles wijst erop
metropoolregio te faciliteren, maar het ook te spreiden
is, naast de Greenport Aalsmeer, een belangrijke motor
dat deze groei zich doorzet. Conform de Nationale
in tijd en ruimte. Te grote druk op de meest populaire
de MRA is om toeristisch (en zakelijk) bezoek aan de
voor deze werkgelegenheid . Het gaat om directe
Omgevingsvisie gaat voor hyperscale datacenters (die
toeristische gebieden moet zo worden verlicht. Komend
en indirecte arbeidsplaatsen, zowel voor praktisch,
in bezit zijn van grote techbedrijven en alleen door hen
jaar voert de MRA grootschalig onderzoek uit naar
middelbaar als theoretisch geschoolden; te vinden op
worden gebruikt) de voorkeur uit naar locaties aan de
toeristische ontwikkelruimte in het licht van de gevolgen
het luchthavencomplex, op bedrijventerreinen en in
randen van Nederland, maar voor andere datacenters
voor de leefbaarheid. Afhankelijk daarvan wordt richting
kantoor- en hotelomgevingen. Schiphol is bovendien
liggen er mogelijkheden in de MRA. Daar worden
gekozen.
een belangrijke vestigingsfactor voor internationaal
wel voorwaarden aan verbonden over onder meer de
opererende bedrijven. Met Amsterdam is de Zuidflank het
energievoorziening, en het gebruik en het lozen van water.
enige deel van de MRA waar het aantal arbeidsplaatsen
De MRA heeft een Datacenterstrategie in voorbereiding
groter is dan de beroepsbevolking, vooral onder praktisch
over onder meer de programmering en duurzaamheid.
3
en middelbaar opgeleiden.
3 Uit onderzoek van Decisio (Kamerstuk 31936, Nr.710, januari 2020) blijkt dat er in totaal (direct en indirect) 114.000 banen (93.000 fte) met de aanwezigheid van Schiphol zijn gemoeid. De toegevoegde waarde die hiermee samenhangt bedraagt € 10,4 miljard. Deze cijfers zijn exclusief de bijdrage aan het vestigingsklimaat.
25
Veerkrachtige, schone en inclusieve economie Ontwikkelrichting 2050
N N
schaal 1:100.000
schaal 1:100.000 0 5.000 0
10.000
5.000
15.000
20.000
10.000
15.000
20.000
2.4
Sociaal sterke metropool
Een sociaal-maatschappelijk sterke metropoolregio is
1.
kansengelijkheid en het terugdringen van segregatie,
een metropoolregio zonder grote sociaaleconomische
2.
woonwerkbalans en het tegengaan van vervoersarmoede,
verschillen tussen gebieden, waar sprake is van kansengelijkheid en een hoge leefkwaliteit. De
3.
gezondheid als verstedelijkingsopgave.
Metropoolregio Amsterdam heeft daar een traditie in die we ook in de toekomst willen doorzetten. Met de
Inzet op de versterking van de meerkernige structuur
Verstedelijkingsstrategie willen we bereiken dat de kansen
van de metropool en een samenhangende benadering
en beperkingen die het ruimtelijk systeem biedt aan
van stad en landschap dragen hieraan bij, net als de
individuen en groepen, eerlijk worden verdeeld over de
duurzaamheid van de verstedelijking. Tegelijk is duidelijk
bevolking. Dat is een voorwaarde om met name praktisch
dat op deze punten nog een aantal uitdagingen en
en middelbaar geschoolde groepen voor de MRA te
taaie vraagstukken resteren. Om naar oplossingen
behouden – niet alleen van belang omdat de MRA een
toe te werken worden drie handelingsperspectieven
open metropoolregio voor iedereen wil zijn, maar ook
geformuleerd.
omdat werknemers in deze groepen essentieel zijn voor het instandhouden van maatschappelijke voorzieningen en een compleet economisch aanbod.
Kansengelijkheid en het terugdringen van segregatie •
Belangrijkste uitdaging: tegengaan van
De magneetwerking van de MRA mag niet ten koste gaan
kansenongelijkheid vanwege armoedeproblematiek
van de leefkwaliteit. Extra hinder of gezondheidsschade
en (regionale) segregatie door het verbeteren van
door nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet zoveel
de sociale balans in de MRA en van de kansen van
mogelijk worden beperkt. Dat geldt in het bijzonder voor
(bewoners in) de gebieden met een lage ‘Sociaal-
kwetsbaardere en minder kapitaalkrachtige groepen.
Economische Score’.
Net als iedereen moeten zij kunnen delen in de baten van
•
Handelingsperspectief: o.a. afspraken over
de ruimtelijke ontwikkeling en daar zo mogelijk nieuwe
woningbouw, woonruimteverdeling, betaalbaarheid,
kansen aan ontlenen.
brede armoedeaanpak, voorzieningenplanning, de economische ontwikkeling en bereikbaarheid
Op drie punten is via de Verstedelijkingsstrategie sociaal-
van kwetsbare gebieden; stedelijke vernieuwing als
maatschappelijke versterking wenselijk:
onderdeel van de metropolitane agenda.
27
Woonwerkbalans en het tegengaan van vervoersarmoede •
Belangrijkste uitdaging: zorgen voor een betere match tussen vraag en aanbod op de lokale en regionale arbeidsmarkt, om o.a. (vervoers)armoede, werknemerstekorten en onbenut potentieel tegen te gaan.
•
Handelingsperspectief: o.a. afspraken over differentiëren in (programmering en locaties van) wonen, werken en bereikbaarheid, in samenhang met o.a. arbeidsmarktbeleid en vervoersarmoedebeleid om de bereikbaarheid van werk en arbeidsparticipatie te vergroten.
Gezondheid als verstedelijkingsopgave •
Belangrijkste uitdaging: balans tussen enerzijds de onderlinge nabijheid van wonen, werken, mobiliteit, groen en anderzijds het verbeteren van de fysieke leefomgeving ter bevordering van volksgezondheid en om gebiedsgebonden gezondheidsachterstanden te verkleinen.
•
Handelingsperspectief: o.a. locatiekeuzes wonen, werken, infrastructuur, energie, groen, maatregelen tegen verkeerslawaai, fijnstof en hittestress, investeren in vergroenen van de woonomgeving, verplaatsen van milieuhinderbronnen, en aanleggen van regionaal groen en fietsroutes voor woonwerkverkeer.
28
Sociaal maatschappelijk Verhouding type werkgelegenheid / type werknemers 2020
N N
schaal 1:100.000
schaal 1:100.000 0 5.000 0
10.000
5.000
15.000
20.000
10.000
15.000
20.000
29
2.5
Duurzame metropool
De MRA wil haar aandeel nemen in de forse stappen
Zo is de keuze om woon- en woonwerklocaties vooral
die nu moeten worden gezet voor een klimaatneutraal
binnenstedelijk te ontwikkelen, ook een keuze voor
en klimaatbestendig Nederland met een volledig
duurzaamheid. Stedelijke verdichting nodigt inwoners
circulaire economie en een rijke biodiversiteit in 2050.
en bezoekers van de regio uit om te kiezen voor schone
Nationaal en internationaal zijn daar afspraken over
en actieve vormen van vervoer, bevordert deelmobiliteit
gemaakt, bijvoorbeeld in het Klimaatakkoord van Parijs
en beperkt het ruimtebeslag op het landschap. En
en het daaropvolgende nationale Klimaatakkoord. Een
er ligt een aantal concrete duurzaamheidsopgaven
duurzame ontwikkeling heeft betekenis voor alle vormen
die direct te maken hebben met hoe we de ruimte
van ruimtegebruik en op alle schaalniveaus: van de
gebruiken, met name de bodemdaling van veengronden
individuele woning tot de internationale netwerken.
en droogmakerijen, de overgang naar een circulaire economie en een klimaatadaptieve inrichting binnen
Dit betekent dat de metropoolregio in 2050 is
en buiten stedelijk gebied. Die drie opgaven komen
aangepast aan en voorbereid op klimaatveranderingen,
hieronder aan de orde.
dat het gebruik van eindige grondstoffen drastisch is teruggebracht en dat emissies van CO2 en andere
Bodemdaling
broeikasgassen zijn teruggedrongen. Sleutels voor een
De bodemdaling in veenweidegebieden (Waterland,
duurzame ontwikkeling zitten in transities binnen vier
Amstelscheg, Vechtstreek) is een gevolg van het oxideren
systeemlagen in hun wisselwerking met de ruimtelijke
van veen. Daarbij komen broeikasgassen zoals CO2 vrij.
inrichting: water, ecologie, energie en mobiliteit. In
De bodemdaling in droogmakerijen ontstaat door een
hoofdstuk 3 zetten we uiteen hoe die transitie vorm
combinatie van inklinkende kleigronden en oxidatie van
kan krijgen, zodanig dat de ruimtelijke ontwikkeling
veen. Dalende bodems kunnen ook gevolgen hebben
van de MRA op lange termijn geënt kan worden op
voor onder meer het grondgebruik, het beheer van
robuuste en veerkrachtige systemen. Maar die vier
infrastructuur en de kwaliteit van houten funderingen.
systeemlagen vertellen niet het hele verhaal. Keuzes voor landschappelijke en stedelijke ontwikkeling
Het tempo waarin veen oxideert heeft te maken met
hebben in veel gevallen ook een achtergrond in
het grondwaterpeil. Naarmate de grond natter is,
duurzaamheidsambities.
daalt de bodem trager. Het huidige peilbeheer in veel
30
agrarische veenweidegebieden, waarbij slootwater
richten op de metropoolregio als afzetgebied, en zo aan
is ook een natuur- en landschapsinclusieve landbouw
wordt weggepompt om de bodem voldoende droog
kortere voedselketens en kringlooplandbouw te werken.
die bijdraagt aan het behoud en vergroten van de
te houden voor agrarische productie, draagt bij aan
biodiversiteit. De landbouw binnen de MRA biedt ook
het tempo van de bodemdaling. Een optie om de
Transitie naar een circulaire MRA
bodemdaling in veenweidegebieden tegen te gaan, is
Met de opgave om in 2050 volledig circulair te zijn, zullen
het beheer van de bodem en gewaskeuze daar meer op te
om het grondwaterpeil structureel te verhogen. Dat
stromen en kringlopen meer en meer de structuur van
richten.
heeft al gauw gevolgen voor het grondgebruik. Dat
de regionale economie bepalen. Reststoffen van het ene
zou daarop afgestemd moeten worden, hetzij door een
bedrijf kunnen worden benut door een ander bedrijf,
In de MRA worden proeftuinen voor kringlooplandbouw
aangepaste agrarische bedrijfsvoering, hetzij door een
of door particulieren. Dat kan gaan om grondstoffen,
ingericht – Laag Holland, de Amstelscheg en Flevoland
keuze voor natuur of recreatie, of een combinatie van
restwarmte, CO2, afvalwater. De circulaire economie
komen daar bijvoorbeeld voor in aanmerking. In
de drie. Technische oplossingen (zoals drukdrainage
is een sterk innovatieve sector. Kennisontwikkeling
Lelystad is in samenwerking met het ministerie van
of onderwaterdrainage) zijn ook denkbaar en worden
en –toepassing zijn nauw verbonden. De MRA biedt
LNV de Boerderij van de Toekomst opgezet. Daarnaast
momenteel onderzocht op hun kansen en mogelijke
met haar sterke kenniseconomie goede voorwaarden
is Flevoland een van de vijf experimenteergebieden
effecten.
voor broedplaatsen, zowel in een stedelijke als in een
Kringlooplandbouw in Nederland.
industriële omgeving.
oplossingen om CO2 op te slaan en vast te houden, door
in aanmerking komt, wordt uitgewerkt in integrale
Havens hebben een centrale rol in de transitie naar een
Klimaatbestendige en waterrobuuste metropoolregio
gebiedsprocessen met alle betrokken partijen, zoals in
circulaire economie, die zich ontwikkelt zich tot een
Als gevolg van de klimaatverandering moeten we
Laag-Holland. In deze integrale gebiedsprocessen wordt
kernactiviteit in de haveneconomie. Ook op traditionele
rekening houden met een grotere toevloed van water
gezocht naar oplossingen die de bodemdaling tegengaan
bedrijventerreinen rond wijken en steden zal de circulaire
via de rivieren, een stijgende zeespiegel, extreme buien,
en op maatschappelijk draagvlak kunnen rekenen. Ook in
economie zich manifesteren, bijvoorbeeld voor het laden
maar ook perioden van hitte en extreme droogte. Dat
de Amstelscheg werken gebiedspartijen samen aan een
en lossen van afval en grondstoffen en de voorscheiding,
maakt klimaatadaptatie steeds belangrijker bij keuzes
integraal Gebiedsperspectief, waarin dit onderwerp wordt
en in wijken is bedrijfsruimte noodzakelijk voor lokale
in het ruimtelijk domein. Het vraagt van de regio een
meegenomen.
ambachten, herstelbedrijven en eventuele voorscheiding
klimaatbestendige en waterrobuuste ontwikkeling die
Welke oplossing voor welk veenweidegebied het meest
van materialen. Deze opgave vraagt zowel fysieke als
wateroverlast en waterschaarste zoveel mogelijk beperkt,
Eerste oorzaak van de bodemdaling in Flevoland is
milieuruimte en is niet in alle gevallen combineerbaar met
die het mogelijk maakt om snel en adequaat in te grijpen
het inklinken van klei. Dat is een natuurlijk proces dat
milieugevoelige functies.
in geval toch wateroverlast of -schaarste dreigt en die de gevolgen van zo’n crisis beperkt. Het vraagt daarnaast om
lang niet zoveel uitstoot van broeikasgassen tot gevolg heeft als oxiderend veen, maar wel gevolgen kan
In de agrarische sector neemt de circulaire economie
een inrichting van stedelijk gebied die het ‘hitte-eiland’-
hebben voor het grondgebruik. Daarnaast is er sprake
de vorm aan van kringlooplandbouw. Dat zijn vormen
effect tempert.
van lokale veenpakketten die dicht op het oppervlakte
van landbouw met een duurzaam beheer van de bodem
zitten. Oxidatie van deze veenpakketten heeft (naast de
(waardoor de agrarische productiefunctie op lange
Klimaatbestendigheid en waterrobuustheid in 2050,
inklinking) nog meer daling tot gevolg. Bepaalde vormen
termijn behouden blijft), waarbij zo min mogelijk afval
betekent ook voorbereid zijn op het klimaat van de vijftig
van intensieve akkerbouw kunnen in een aantal gebieden
vrijkomt, de uitstoot van schadelijke stoffen zo klein
jaar erop, tot 2100. Het klimaat verandert snel en in de
op termijn niet meer haalbaar zijn. Dit kan een aanleiding
mogelijk is en grondstoffen en eindproducten met zo min
tweede helft van deze eeuw zal de klimaatverandering
zijn voor betrokken landbouwbedrijven om zich meer te
mogelijk verliezen worden benut. Kringlooplandbouw
waarschijnlijk accelereren. Dat betekent dat ruimtelijke
31
ontwikkelingen van nu gedurende hun levensduur te maken krijgen met een wezenlijk ander klimaat. Dat maakt de urgentie om klimaatbestendig en waterrobuust te zijn des te groter. Het betekent ook dat er steeds kortere tijd zal zijn om keuzes te maken, ontwikkelingen voor te bereiden en maatregelen uit te voeren. Wachten met klimaatadaptieve maatregelen leidt ertoe dat we over enkele jaren de ruimtelijke inrichting en het watersysteem in veel landelijke en stedelijke gebieden opnieuw moeten aanpassen, willen we ze leefbaar houden en mogelijke schade beperken. In gebieden met veel economische waarde, waar veel mensen wonen en werken, is dat ingewikkeld en kostbaar. Enkele jaren voor je uitschuiven of alleen rekenen met mogelijke scenario’s tot 2050 resulteert al snel in miljarden euro’s aan extra investeringen in de ruimtelijke inrichting van met name stedelijk gebied en in het watersysteem. Kortom: hoe eerder we beginnen met aanpassen, hoe beperkter de uiteindelijke totaalkosten. Dat betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen ook op korte termijn moeten worden getoetst aan alle scenario’s voor de lange termijn, met de onzekerheden die hierin zitten. Bij ruimtelijke plannen en projecten moeten we direct al de gehele levensduur in beschouwing nemen en kijken naar de verre horizon van 2100.
32
Bij de transitie naar een klimaatadaptieve regio kan
graden tussen stedelijk en landelijk gebied. Reductie
gebruik worden gemaakt van de resultaten uit het proces
van hittestress werkt door in de inrichting van nieuwe
van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Een regio
en bestaande stedelijke gebieden, in het bijzonder
die klimaatadaptief is, is een regio waar:
bij stedelijke verdichtingsprojecten. Voorbeelden
•
risico’s van overstroming beperkt zijn,
van verkoelende maatregelen zijn het creëren van
•
voldoende ruimte is om water vast te houden en te
meer schaduw in de stad en meer ruimte voor groen
bergen, ook in periodes van hevige neerslag of grote
en bewegend water, zowel in het openbaar domein
toevoer,
(parken, plantsoenen, groenstroken) als in het private
men niet afhankelijk is van meer drinkwater en
domein (inwoners en bedrijven stimuleren om daken,
zoetwater dan beschikbaar is, ook niet bij langdurige
gevels of verharde tuinen te vergroenen). Op een groter
droogte,
schaalniveau kunnen stedenbouwkundige keuzes helpen
stedelijke gebieden voldoende
om verkoelende wind uit het buitengebied diep de stad in
verkoelingsmogelijkheden bieden bij extreme hitte.
te laten waaien.
•
• •
Een klimaatadaptieve regio moet bovendien weten om te gaan met de onzekerheden in
Omgaan met onzekerheden betekent dat ruimtelijke
klimaatverandering.
ontwikkelingen ook op korte termijn worden getoetst aan alle scenario’s voor de lange termijn. Elke nieuwe
De eerste drie punten bevinden zich op het raakvlak
ontwikkeling is klimaatadaptief ontworpen. Zo kunnen
van de ruimtelijke inrichting en het watersysteem. Dat
ingrepen vermeden worden die op lange termijn tot
watersysteem zit aan zijn limiet. Er is meer ruimte nodig
grote extra risico’s of kosten zullen leiden, en blijven
voor een natuurlijk waterbeheer, naast het technische
verschillende ontwikkelpaden open. Dat hoeft niet
watermanagement, op alle schaalniveaus – van de
altijd tot substantieel extra ruimtebeslag te leiden, want
straat tot het nationale watersysteem. De toenemende
klimaatadaptiviteit laat zich uitstekend combineren met
behoefte aan water moet worden teruggedrongen en de
andere doelstellingen. De landschappelijke structuur
beschikbaarheid van water voor nieuwe functies die veel
in de regio en de openbare ruimte in de stad kunnen
water nodig hebben, spreekt niet overal meer vanzelf.
er aantrekkelijker en in veel opzichten waardevoller
Nieuwe stedelijke ontwikkelingen kunnen leiden tot de
mee worden. Denk aan de landschapsbeleving,
noodzaak om bestaande waterkeringen te versterken.
gezondheidseffecten, de recreatieve kwaliteit,
Bij keuzes in het ruimtegebruik en in de inrichting van
economische kansen, maar zeker ook aan de
ontwikkelingsgebieden moeten die factoren worden
biodiversiteit, natuurkwaliteit en thermische energie
meegewogen en moet erop worden ingespeeld.
vanuit oppervlaktewater en afvalwater.
Het vierde punt, reductie van hittestress, raakt de ambitie van een gezonde leefomgeving. Vooral in stedelijk gebied vormt hitte een steeds groter gezondheidsrisico. Bij een hittegolf ontstaan temperatuurverschillen tot wel acht
33
2.6
Waardevol landschap dat de metropool verbindt De landschappelijke variatie is een unieke,
de lange duur kunnen handhaven en versterken. Dat geldt
onderscheidende kwaliteit van de MRA. De
des te nadrukkelijker in het licht van de economische en
metropoolregio beschikt over cultuur- en
demografische groei. Het behoud van de doorgaande
natuurlandschappen, oude en nieuwe landschappen,
landschappelijke structuur, en de ontwikkeling van de
en natte landschappen in de vorm van plassen, meren
landschapseenheden die daar deel van uitmaken, hebben
en grote wateren zoals het IJmeer-Markermeer en de
een cruciale rol in het borgen van een goede leefkwaliteit
zee. Samen vormen zij één doorgaande groenblauwe
voor iedereen in deze groeiende metropoolregio.
structuur; het landschappelijk raamwerk van de MRA. In de landschapsontwikkeling van de MRA maken we Het aaneengesloten landschap van de MRA versterkt de
onderscheid in vijf pijlers:
steden en is essentieel voor het behouden en vergroten
1.
behoud en versterking van bijzondere landschappelijke waarden,
van de biodiversiteit. Het draagt bij aan de identiteit van het gebied, is een drager van cultuurhistorische waarden,
2.
landschappelijke versterking,
biedt ontspanning en is productief als landbouwareaal.
3.
landschappelijke verbindingen,
Een sterk landschap functioneert bovendien als
4.
landschapsinclusieve ontwikkeling,
leverancier van een aantal groenblauwe diensten die
5.
beleving van het landschap.
stuk voor stuk van belang zijn voor een hoge leefkwaliteit, zoals schone lucht, drinkwater, waterbuffering, verkoeling,
1 - Bijzondere waarden
energie en de mentale gezondheid die verbonden is aan
Een aantal gebieden binnen de MRA kennen bijzondere
een groene leefomgeving.
natuur- of erfgoedwaarden, of hebben een belangrijke functie als recreatiegebied. Het zijn gebieden om te
Hoewel in het spraakgebruik vaak een onderscheid wordt
koesteren, maar die in sommige gevallen wel om een
gemaakt tussen stad en land, is die grens niet zo hard.
kwaliteitsimpuls vragen. De grootste concentraties
Integendeel: landschappelijke structuren zetten zich
van natuurwaarden zijn te vinden in de gebieden die
door in de stad, soms verscholen en soms uitgesproken.
behoren tot het Natuurnetwerk Nederland, waartoe
Verschillende functies van het landschap (zoals natuur,
ook de natuurgebieden behoren die vallen onder het
recreatie, water) kennen haarvaten al in de woonbuurt.
beschermde Europese netwerk Natura 2000. Twee gebieden hebben het predicaat ‘Nationaal Park’: Zuid-
De landschappelijke waarden en groenblauwe diensten
Kennemerland en Nieuw Land. Erfgoedwaarden zijn in het
vragen allemaal aandacht en onderhoud, willen we ze op
34
bijzonder aanwezig in de drie Unesco-werelderfgoederen
al aan. Het zijn de gebieden waarmee we aan de
andere opgaven aan te pakken. Een voorbeeld is PARK21
in de MRA. Naast de grachtengordel van Amsterdam
slag zijn of aan de slag moeten. Dat gaat lang niet
en mogelijk ook de Westeinderscheg.
zijn dat de landschappelijke werelderfgoederen van de
alleen om verstedelijking in de beperkte zin van het
Beemster en de Stelling van Amsterdam. De laatste wordt
woord: de bouw van stedelijke en industriële functies
Vaak is in één gebied meer dan één opgave aan de
in de zomer van 2021 mogelijk uitgebreid met de Nieuwe
en infrastructuur. In veel landschappen wordt de
orde. Ambitie bij de landschappelijke versterking is dat
Hollandse Waterlinie tot het werelderfgoed Hollandse
ontwikkeling aangejaagd door een andere factor. Dat
functionele ingrepen in het landschap steeds ook de
Waterlinies. Andere landschappen met bijzondere
kan de behoefte aan verbetering van de leefkwaliteit
beleving vergroten en bijdragen aan de toegankelijkheid,
cultuurhistorische waarden zijn in Noord-Holland de
van de omgeving zijn, bijvoorbeeld in gebieden met
en andersom, dat ingrepen om de landschappelijke
‘bijzondere provinciale landschappen’.
tekorten aan groen in de woonomgeving of direct bij
beleving te vergroten ook andere doelen dienen.
de kernen (zoals het oosten van Haarlemmermeer en Ook de open en weidse landbouwgebieden
de Westeinderscheg). Meer specifiek kan de opvang
3 - Landschappelijke verbindingen
zijn een belangrijk onderdeel van de cultuur en
of regulering van de groeiende recreatieve druk een
Eigen aan de MRA is niet alleen de diversiteit aan
historie van de regio, maar deze zijn niet altijd
aanleiding zijn. Dat speelt bijvoorbeeld in de scheggen
landschappen, maar ook de aaneengesloten groenblauwe
beschermd. Deze karakteristieke landschappen zijn
rond Amsterdam en in natuur- en landbouwgebieden
structuur. De steden en dorpen liggen in het landschap –
afhankelijk van het agrarische grondgebruik. Goede
rondom de steden van de MRA, maar bijvoorbeeld ook
daarin onderscheidt de MRA zich van de meeste andere
landbouwgronden blijven bovendien noodzakelijk voor
bij kwetsbare natuurgebieden. De noodzaak om tot een
metropolitane gebieden in de wereld. Juist omdat de
de voedselvoorziening en ook voor de transitieopgave
waterrobuuste, klimaatadaptieve inrichting te komen
landschappen verbonden zijn, kunnen ze hun bijdrage
naar kringlooplandbouw, de productie van duurzaam
kan landschappelijke versterking aanjagen in gebieden
leveren aan de leefkwaliteit en menselijke maat in de
streekvoedsel en het verkorten van de voedselketen. Bij
die met verdroging of verzilting te maken hebben en
MRA. Dat maakt de landschappelijke verbindingen
afwegingen over ruimteclaims in het landschap moet het
ook natuurontwikkeling geeft kans op landschappelijke
belangrijk, ook buiten de ecologische verbindingen die
behoud van goede landbouwgronden daarom altijd een
versterking. In de Zuidflank is de noodzakelijke sanering
zijn opgenomen in het Natuurnetwerk Nederland. De
criterium zijn.
van verouderde glastuinbouwgebieden een directe
beoogde landschappelijke verbindingen versterken
aanleiding.
zowel de recreatieve mogelijkheden voor bewoners en bezoekers, als de biodiversiteit en de vitaliteit van de
In de gebieden met bijzondere waarden kunnen maatregelen nodig zijn om de landschappelijke
Het kan ook om duurzaamheidsambities gaan: het
natuur. Als ze historische lijnen of structuren volgen, zoals
hoofdfunctie of kernwaarde (voor natuur, recreatie,
beperken van de bodemdaling of de aanleg van nieuwe
het Oer-IJ of de Stelling van Amsterdam, ondersteunen
cultuurhistorie en landbouw) te behouden of te
bossen. Het Rijk en de twaalf provincies hebben zich
ze ook de cultuurhistorische waarde van het landschap.
versterken. Het kan bijvoorbeeld wenselijk zijn om de
voorgenomen om 37.000 hectare nieuw bos aan te
Veel verbindingen moeten worden verbeterd om goed
recreatiedruk weg te leiden van gebieden met kwetsbare
planten. Het vasthouden van CO2 en het vergroten van
te functioneren. Ze hebben niet altijd een inrichting die
natuurwaarden (zoals de duinen) door de aanleg van
de biodiversiteit behoren tot de beweegredenen achter
bij de verbindende functie past en er moeten barrières
recreatiegebieden en toegankelijk agrarisch landschap
deze nationale Bossenstrategie, net als de functie voor
worden genomen, vooral van grote infrastructuur.
nabij steden en dorpen.
de recreatie, de bijdrage aan de klimaatadaptiviteit en de productie van hout als duurzaam en hoogwaardig
4 - Landschapsinclusieve ontwikkeling
bouwmateriaal. Een deel van de 37.000 hectare kan goed
De groei in de MRA brengt ook ingrepen met zich mee
Het landschap is voortdurend in beweging en in
in de MRA worden aangelegd, in landschapstypen die
die zich moeilijk laten combineren met de beleving
een aantal gebieden kondigt de verandering zich
zich daarvoor lenen en waar bossen kunnen helpen om
van het landschap. Die spanning bestaat vooral bij
2 - Landschappelijke versterking
35
nieuwe verkeersinfrastructuur en uitbreidingen van
als de steden drukker worden. Dat maakt aandacht voor
verhelpen, maar ook om toe te werken naar een beter
het energienetwerk (zoals leidingen en opwekking)
beleving, de recreatieve functie, toegankelijkheid en stad-
systeem om het beheer te bekostigen.
en bij bedrijventerreinen en nieuwe woonwijken. Het
landverbindingen (de scheggen en stadsranden) op zijn
ontwikkelprincipe van een ‘landschapsinclusieve
plaats bij ruimtelijke ingrepen die invloed hebben op het
2.
ontwikkeling’ betekent dat als voor zo’n ingreep wordt
landschap.
recreatieve structuur. Dit behelst onder meer de
Het doorontwikkelen van de bestaande
lopende ontwikkeling van landschapsparken (zoals
gekozen, de landschappelijke kwaliteit deel uitmaakt van de afweging en zo mogelijk geïntegreerd wordt in de
Aan de basis van de landschapsbeleving staat een uit
PARK21 in Haarlemmermeer en de Noorder IJplas
oplossing. Dat gaat verder dan een zorgvuldige inpassing;
te bouwen MRA-dekkende recreatieve structuur. Die
tussen Amsterdam en Zaandam), de doorontwikkeling
het betekent ook dat parallel of anticiperend wordt
begint idealiter bij de voordeur, loopt via groenzones
van Spaarnwoude en de lopende ontwikkeling van
geïnvesteerd in compensatie van de verloren gegane
in de stad naar stadsparken en via aantrekkelijke
gebieden rondom de natuurkernen van Nationale Parken
waarden, op of direct rondom de locatie of het tracé.
stad-landverbindingen naar het buitengebied.
Zuid-Kennemerland en Nieuw Land, die de natuur
Cultuurhistorische structuren spelen hier een belangrijke
beleefbaar en toegankelijk moeten maken zonder de
Ruimtedruk van infrastructuur en/of stedelijke en
rol in, zoals rivieren, waterlopen en dijken. Onderdelen zijn
ecologische waarde van de natuurkernen zelf aan te
economische functies kan leiden keuzesituaties die zich
zowel landschapsparken1 als goede routestructuren en
tasten. Bij het doorontwikkelen vragen vooral stadsranden
niet of niet eenvoudig met het ontwikkelprincipe van
spreiding van bestemmingen.
en groene verbindingen in de stad aandacht, zeker waar de recreatieve druk hoog is. Onderdeel van het
een landschapsinclusieve ontwikkeling laten oplossen. Op locaties waar infrastructuur en/of stedelijke en
Om te komen tot een MRA-dekkende recreatieve
‘doorontwikkelen’ is ook het op orde houden dan wel
economische ontwikkeling noodzakelijk wordt bevonden,
structuur van goede kwaliteit, die berekend is op
verbeteren van de bereikbaarheid. Sommige gebieden
en landschappelijke waarden daar niet zonder netto
de verwachte bevolkingsgroei en toename van de
kennen een hoge recreatiedruk en het verkeer erheen
kwaliteitsverlies in geïntegreerd kunnen worden, krijgt het
gebruiksdruk van de MRA, is een schaalsprong nodig in
zorgt op topdagen voor congestie. Om de bereikbaarheid
ontwikkel- en inrichtingsprincipe van een ‘ruimhartige
het recreatieve netwerk. Dat vraagt om een drievoudige
per openbaar vervoer te verbeteren, wordt het concept
compensatie’ invulling op grotere afstand. Dat laat de
aanpak:
van de ‘buitenpoorten’ doorontwikkeld. Dit zijn halteplaatsen die direct toegang bieden tot recreatie- en
noodzaak van een goede landschappelijke inpassing Versterking van de bestaande recreatieve
natuurgebieden. De eerste pilot is afgerond (Santpoort-
structuur (waar deze sleets is en/of schakels mist).
Noord) en vier nieuwe potentiële buitenpoorten worden
Verantwoordelijkheden voor recreatieve voorzieningen
onderzocht (Bussum-Zuid, Wormerveer, Haarlem-
Dankzij de meerkernige stedelijke structuur van de
die niet onder een recreatieschap vallen, zijn versnipperd
Spaarnwoude en Castricum).
MRA is het landschap nooit ver weg. Een van de
over een groot aantal organisaties en een adequaat
ontwikkelprincipes in de Verstedelijkingsstrategie luidt
en helder financieel kader ontbreekt. Deze situatie
3.
dat vanaf iedere woning binnen vijftien minuten fietsen
leidt tot achterstanden in het beheer en ontbrekende
en de recreatieve behoefte van de bewoners. Hierin
een aantrekkelijk landschap bereikbaar is. Zo levert het
schakels in het netwerk. Aanleg van nieuwe gebieden
hebben de gebieden die hierboven zijn benoemd voor
landschap een belangrijke bijdrage aan de leefkwaliteit
en verbindingen vermindert de recreatieve druk op
‘landschappelijke versterking’ en ‘landschappelijke
en de menselijke maat. Of het nu is om stil te genieten van
kwetsbare natuurgebieden. De opgave is niet alleen om
verbindingen’ een belangrijke rol. Hier liggen de beste
de natuur of om een festival te bezoeken, om een rondje
deze knelpunten in de huidige recreatieve structuur te
kansen om de aantrekkelijkheid en capaciteit voor
te sporten of een dag op het water door te brengen. De
1 Onder een landschapspark verstaan we een deel van het natuur- of cultuurlandschap, gelegen direct binnen de stedelijke invloedssfeer, waar specifieke voorzieningen zijn getroffen voor openbare openluchtrecreatie en hoge recreatieve gebruiksdruk. Landschapsparken hebben een flinke maat en schaal, ze zijn groter dan parken in het stedelijk gebied en kleiner dan de oorspronkelijke landschappelijke eenheden. Door deze maat is er veel ruimte om recreatieve, productieve, cultuurhistorische en ecologische waarden te verenigen. Het zijn dan ook vaak rijk gevarieerde gebieden (denk aan het Twiske, het Amsterdamse Bos, de Tuinen van West, het Diemerbos en Spaarnwoude).
recreatief bezoek te vergroten, respectievelijk het
onverlet.
5 - Beleving van het landschap
behoefte aan recreatie in landschap nabij de steden groeit
1.
Het anticiperen op de toekomstige groei
recreatieve netwerk uit te breiden.
36
Waardevol en verbindend landschap Ontwikkelrichting 2050
N N
schaal 1:100.000
schaal 1:100.000 0 5.000 0
10.000
5.000
15.000
20.000
10.000
15.000
20.000
3. Toekomstbestendige systemen 38
3.1
Water Voldoende water met goede kwaliteit, veilig en voorbereid op de toekomst
Tot dusver slagen we er doorgaans in om het
De ambitie is om ervoor te zorgen dat de MRA op zo’n
watersysteem met technische middelen aan te passen
manier wordt ontwikkeld, dat er geen onvoorziene,
aan het bestaande of gewenste grondgebruik, verzekerd
nadelige effecten (afwenteling) ontstaan voor het
te blijven van voldoende zoetwater, én watersnood en
watersysteem en de klimaatbestendigheid van de
substantiële wateroverlast te voorkomen. Maar de druk
regio. Dit betekent onder meer dat we streven naar
op het watersysteem loopt op. Klimaatverandering vraagt
een metropoolregio waar de wijze van bouwen (op
een klimaatadaptieve en waterrobuuste ruimtelijke
niveau van woningen, wijken en regio) niet leidt tot extra
inrichting. Naast de klimaatverandering zorgen ook
belasting van het watersysteem of tot een hoger risico bij
ruimtelijk-economische ontwikkelingen voor toenemende
overstromingen. Of, als dat niet mogelijk is, een oplossing
druk op het watersysteem. Stedelijke en economische
voor het watersysteem waarbij de consequenties (kosten,
ontwikkeling hebben een toenemende vraag naar water
planning, ruimte) expliciet worden meegenomen in de
tot gevolg, waar niet voor alle doeleinden zonder meer in
businesscase van de verstedelijking. Met name in landelijk
voorzien kan worden. Het beïnvloedt ook de belasting van
gebied kunnen de effecten van klimaatverandering ook
het watersysteem, bijvoorbeeld doordat extra verharding
tot gevolg hebben dat het huidige grondgebruik niet
bij extreme buien leidt tot een grotere waterafvoer en
meer houdbaar is, bijvoorbeeld in tijden van droogte.
doordat meer afvalstoffen in het watersysteem terecht
Dat kan aanpassing van het grondgebruik en/of
komen. Dit vergroot de opgaves om wateroverlast,
functieverandering tot gevolg hebben.
watertekort en verzilting tegen te gaan en om te werken aan een structureel betere waterkwaliteit. Ook
De klimaatverandering zet ook na 2050 door. De
de druk op waterveiligheid neemt toe. Uitbreidingen
zeespiegel zal nog lange tijd doorstijgen. Vandaar ook dat
van woningbouw en bedrijvigheid kunnen zwaardere
voor dit vraagstuk maar ook de doorwerking hiervan in de
waterkeringen noodzakelijk maken. Daarnaast neemt de
ruimtelijke ontwikkeling verder gekeken moet worden dan
druk op waterkeringen toe door klimaatverandering en
2050.
keuzes in waterbeschikbaarheid (bijvoorbeeld peilopzet).
39
Waterrobuuste inrichting
is van een hoog plaatselijk risico, ofwel worden
Zo’n oplossing zou van agrariërs vragen om na te denken
Voor een waterrobuuste inrichting is een betere
voldoende robuust aangelegd. Bij ontwikkelingen
over andere teelten of om een ander grondgebruik. De
wisselwerking tussen ruimtegebruik en watersysteem
in kwetsbare gebieden is voldoende aandacht voor
inrichting van de stad kan bijdragen aan de kwaliteit van
noodzakelijk. Dat betekent:
calamiteitenbeheersing, bijvoorbeeld door rekening
grond- en oppervlaktewater door plekken met een hoge
te houden met evacuatieroutes en bereikbare veilige
gebruiksdruk in en naast het water (denk aan steigers,
De bekende drieslag in het waterbeleid van
plekken in de buurt. Bij nieuwbouw is dat relatief
vaarroutes, drijvende objecten) af te wisselen met rustige
vasthouden, bergen en afvoeren strikter toepassen.
eenvoudig, in bestaande woon- en werkgebieden
natuurvriendelijke plekken in en op het water. Maar
Waarbij meer dan in het verleden de grootste
is dat uitdagender. Toch moeten ook die aangepakt
ook het bouwrijp maken zonder drainage op klei- en
nadruk ligt op vasthouden, vasthouden en nog
worden. Een oplossing is om bestaand stedelijk
veengronden bevordert de waterkwaliteit.
eens vasthouden, in groen, op alle schalen en in
gebied en nieuwe ontwikkelingen in samenhang aan
alle gebieden. Op daken en percelen, in straten en
te pakken.
1.
beïnvloed door indringing van zout water via de
wijken, lokaal in sloten en polders, in het regionale watersysteem en aan en in het hoofdwatersysteem. 2.
zeesluizen. De toenemende droogte kan het zoutgehalte
De beschikbaarheid van water sturender laten zijn
Verbeteren van de waterkwaliteit
voor de situering van functies die afhankelijk zijn
Een goede kwaliteit van het water is belangrijk voor
geen bezwaar en zelfs wenselijk voor natuurwaarden
van veel water en kwetsbaar zijn in periodes van
de natuur, maar ook voor een leefbare en gezonde
langs de oevers. Te veel verzilting is echter schadelijk
droogte, zoals bedrijven die veel koel- of proceswater
metropoolregio. Op dit moment worden de normen
voor de landbouw, de natuur en de industrie (die het
gebruiken, maar ook agrarische bedrijvigheid en
van de Kaderrichtlijn Water op veel plaatsen niet
water gebruikt als koel- en/of proceswater), en het
natuur. Dat vraagt ook om zo mogelijk technieken toe
gehaald. Verontreiniging is onder meer afkomstig
bemoeilijkt de drinkwaterproductie. Om een teveel aan
te passen die de afhankelijkheid van water beperken,
van medicijnresten, gewasbeschermingsmiddelen en
zoutwatertoevoer te voorkomen, wordt bij de zeesluizen
zoals voor de koeling van datacenters. Zoetwater is
bemesting. Verstedelijking en klimaatverandering (met
een constructie gebouwd voor ‘selectieve onttrekking’,
niet onbeperkt beschikbaar. Bij ernstige tekorten
bijbehorende droogte en verzilting) kunnen leiden tot
waardoor een deel van het zoute water weer terugstroomt
wordt het beschikbare zoete oppervlaktewater
een verdere vermindering van de waterkwaliteit. Om dat
naar zee. Verdere ontwikkeling van de haveneconomie
verdeeld volgens de landelijke verdringingsreeks.
te voorkomen en juist tot een verbetering te komen, is de
kan leiden tot meer scheepvaartverkeer, en daardoor
Het gebruik van drinkwater is geen alternatief voor
landelijke voorkeursvolgorde ‘schoonhouden, scheiden,
een grotere zoutindringing. Deze verzilting kan via de
functies die deze waterkwaliteit niet per se nodig
zuiveren’ van belang.
Oranjesluizen ook de waterkwaliteit van Markermeer-
verder doen toenemen. Enige mate van verzilting is
IJmeer beïnvloeden, zeker als een toename van de
hebben. Water van drinkwaterkwaliteit is schaars en
3.
De waterkwaliteit van het Noordzeekanaal wordt
wordt alleen gebruikt als dat noodzakelijk is of als er
De waterkwaliteit hoeft niet overal hetzelfde te zijn. Van
binnenvaart op die route tot meer schutbewegingen
geen alternatief voorhanden is.
belang is dat er in het watersysteem een ordening ontstaat
leidt. De omvang van dit effect is onbekend en moet
Nieuwe ontwikkelingen zodanig vormgeven dat de
van schoon naar minder schoon water en van zilt naar
worden onderzocht. Daaruit zal moeten blijken of het een
gevolgen van wateroverlast door regen, mogelijke
zoet water, en dat deze ordening is afgestemd met het
potentieel knelpunt is en wat eraan gedaan kan worden,
overstromingen en zeespiegelstijging zoveel mogelijk
bestaande en verwachte ruimtegebruik. De behoefte aan
en of technische middelen zoals de selectieve onttrekking
beperkt blijven. Vitale en kwetsbare functies worden
zoet water neemt bijvoorbeeld af als het grondgebruik in
een afdoende oplossing vormen.
bij voorkeur niet op plekken ontwikkeld waar sprake
verziltende gebieden op die verzilting wordt afgestemd.
40
Rijk en regio stellen een integrale systeemvisie op
Acties waterrobuuste inrichting en klimaatadaptatie
voor een waterrobuuste en klimaatbestendige regio.
Om te komen tot een waterrobuuste inrichting en
de manier waarop wordt omgegaan met cumulatieve
Deze systeemvisie geeft onder meer aan hoe en waar
een klimaatadaptieve ontwikkeling worden (naast
effecten van vitale en kwetsbare infrastructuur op
de ruimtelijke ordening mede rekening zou moeten
bovenstaande integrale systeemvisie) de volgende acties
bijvoorbeeld de aanwezige waterbeschikbaarheid
houden met ruimte voor vasthouden, bergen en
uitgewerkt:
en bodemstructuren, maken Rijk en regio afspraken
afvoeren van water, de effecten van zeespiegelstijging
•
Integrale systeemvisie
•
Voor het klimaatbestendig en waterrobuust aanleggen van vitale en kwetsbare infrastructuur, en
Bij (binnen)stedelijke ontwikkelingen wordt
over de invulling en uitvoering van de rol die beide
en klimaatverandering op mogelijke locatiekeuzes, het
de inrichting van het stedelijk gebied zodanig
pakken richting de verschillende sectoren waar zij
openhouden van verschillende toekomstscenario’s
ontworpen, dat er voldoende ruimte is om water vast
verantwoordelijk voor zijn (bijv. energie en data).
(adaptatiepaden) in de ruimtelijke inrichting, en de
te houden op het niveau van het perceel, de straat
afweging of bepaalde gebruiksfuncties op lange termijn
en de wijk. Daarnaast wordt er voldoende rekening
integrale aanpak uit voor een waterrobuuste
nog kunnen worden gefaciliteerd. Daarnaast wordt
gehouden met het terugdringen van hittestress in het
inrichting (zie de paragraaf Gooi en Vechtstreek in
gekeken naar ruimtelijke en economische effecten én
stedelijk gebied.
welke randvoorwaarden de ruimtelijke en economische
•
Bij alle nieuwe ontwikkelingen inzetten
•
Rijk en regio werken in Gooi en Vechtstreek een
hoofdstuk 4). •
Rijk en regio starten een onderzoek naar tijdelijke
ontwikkeling stelt aan het watersysteem en vice versa,
op klimaatrobuuste ontwikkelingen en
waterbufferlocaties nabij het hoofdwatersysteem
welke koppelingsmogelijkheden er zijn en welke
gevolgbeperking (waaronder ruimte voor
(Noordzeekanaal en Amsterdam-Rijnkanaal) met als
potenties. De systeemvisie wordt opgesteld in samenhang
verticale evacuatiemogelijkheden op gebieds-
zoekgebieden Oer-IJ en bij Gooi en Vechtstreek. Dit
met programma’s als ‘Toekomstbestendig watersysteem
of perceelniveau), met inachtneming van de
is in aanvulling op het nieuwe noodoverloopgebied
Amsterdam-Rijnkanaal/Noordzeekanaal’ en de
fysische bodemgesteldheid. Essentieel is dat daar
in De Ronde Hoep en de tijdelijke waterberging in de
Deltaprogramma’s.
vooruitlopend op nieuwe gebiedsontwikkelingen
zuidpunt van Haarlemmermeer, waartoe al besloten
al op wordt voorgesorteerd, door het vroegtijdig
is. Tijdelijke waterbufferlocaties moeten, afhankelijk
nemen van klimaatadaptieve en watergerelateerde
van de inrichting, deels samenvallen met andere
maatregelen (bijvoorbeeld in laaggelegen
functies in deze gebieden zoals natuur, recreatie en
poldergebieden als Almere Pampus eerst reliëf en
energie.
natuurontwikkeling aanbrengen; dit ondersteunt
•
In de duinen en de binnenduinrand wordt ruimte
klimaatadaptieve ontwikkeling en de ecologische
gezocht om schoon kwelwater in het gebied vast te
structuur).
houden en beter te benutten, met mogelijk beperking of aanpassing van agrarische functies tot gevolg.
41
De volgende acties worden geagendeerd op andere tafels
de piekwaterberging. Dit vraagt om een grotere
om klimaatadaptieve verstedelijking in de MRA mogelijk
aan- en afvoercapaciteit richting het Markermeer,
te maken:
waarvoor de gemaalcapaciteit bij omgeving Muiden
•
Bij de integrale gebiedsprocessen om de
en Amsterdam-Rijnkanaal vergroot zou moeten
bodemdaling in veenweidegebieden te beperken,
worden. Bij deze actie moeten ook de ruimtelijke
agenderen van het tegengaan van fragmentatie
en economische consequenties, de doorwerking
in peilvakken (voor zover daar sprake van is). Deze
en effecten op de aangrenzende watersystemen
fragmentatie zorgt ervoor dat het waterbeheer steeds
en de infrastructuur (zoals doorvaarhoogten)
complexer en kostbaarder wordt.
in beeld worden gebracht (o.a. agenderen bij
Voor de gebruiksfunctie in de droogmakerijen
Toekomstbestendig Watersysteem Amsterdam-
Haarlemmermeer en Flevoland in overleg met
Rijnkanaal/ Noordzeekanaal, Deltaprogramma’s,
•
Programma Grote Wateren).
zittende gebruikers een transitie inzetten naar functieverandering passend bij de gebiedseigen
•
•
Onderzoek naar de mogelijkheden voor een
waterkwaliteit en grondwaterstanden, ook op lange
grotere en efficiënte aan- en afvoercapaciteit
termijn, zodanig dat er minder water hoeft te worden
voor het watersysteem: naast de aan- en
ingelaten voor doorspoeling met zoetwater. (o.a.
afvoercapaciteit op het Markermeer gaat dat om de
agenderen bij Deltaprogramma Zoet Water)
aan- en afvoercapaciteit van en naar de Lek en de
Onderzoek naar de mogelijkheden om het huidige
mogelijkheden om meer water naar zee te kunnen
hoofdwatersysteem in te zetten voor het vasthouden
afvoeren via de gemalen in IJmuiden en Katwijk (o.a.
van water; waarbij gedacht kan worden aan het
agenderen bij Toekomstbestendig Watersysteem
benutten van de ruimte in het Amsterdam-Rijnkanaal
Amsterdam-Rijnkanaal/Noordzeekanaal,
(via het incidenteel accepteren van hogere peilen
Deltaprogramma’s).
bij een dreigende calamiteit), en een grotere
•
Investeringen in dijken vanwege de toename
functie van het Markermeer en IJmeer als buffer
van inwonersaantallen en economische
voor waterbeschikbaarheid dan nu voorzien (ten
waarde, en de klimaatverandering (o.a.
behoeve van zoetwater- en drinkwatervoorziening,
agenderen bij Deltaprogramma Veiligheid en
mogelijk ook voor Gooi en Vechtstreek) en voor
Hoogwaterbeschermingsprogramma / Deltafonds).
42
Watersysteem Meerkernige Metropool en klimaatadaptatie
Ontwikkelrichting 2050 Ontwikkelrichting 2050
N N
schaal 1:100.000
schaal 1:100.000 0 5.000 0
10.000
5.000
15.000
20.000
10.000
15.000
20.000
43
3.2
Ecologie Ruimte voor flora en fauna in en om de stad De MRA onderscheidt zich van de meeste andere
Natuurnetwerk Nederland
metropolen door de aaneengesloten en gevarieerde
De komende jaren zijn nog veel inspanningen nodig
landschappelijke structuur. Zee, strand, duinen, bos,
om het Natuurnetwerk Nederland af te ronden, en ook
heide, veenweiden, moerassen, polders en de grote meren
daarna vraagt dit netwerk inspanningen voor beheer
– ze kennen allemaal eigen en belangrijke natuurwaarden.
en verbetering. Dat geldt in het bijzonder voor de
Tezamen vormen ze een leefomgeving voor duizenden
instandhoudingsverplichting in Natura 2000-gebieden.
plant- en diersoorten. Die landschappelijke en
Zo gaat de agenda voor het ‘Toekomstbestendig
ecologische variatie neemt niet weg dat de biodiversiteit
Ecologisch Systeem’ in en om Markermeer en IJmeer
in de loop van de twintigste eeuw dramatisch is
veel verder dan 2027. De ambitie met het Nationaal
afgenomen. Die afname is de laatste jaren afgeremd, maar
Park Nieuw Land (bestaande uit Markermeer,
nog steeds ligt er een grote herstelopgave.
Trintelzand, Marker Wadden, Oostvaardersplassen en Lepelaarplassen) is om dit systeem robuust en