CConstaterende datBeemster
Koppel je AI →
Document · PDF

c1. Overzicht Beemster, wijzigingen en toelichting APV Beemster 2021.pdf

Gecombineerde commissies Beemster-Purmerend 14 juni 2021, gemeente BeemsterBij agendapunt: 5: Ter meningsvorming: harmonisatie Algemene plaatselijke verordening.45.508 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Overzicht wijzigingen en toelichting Algemene plaatselijke verordening Beemster Leeswijzer: In de linker kolom (‘Tekst Apv 2012’) staat de tekst van de huidige Apv. De teksten die gewijzigd zijn, zijn in deze kolom lichtblauw gemaakt. In de middelste kolom (‘Tekst Apv 2021’) staat de tekst van de nieuwe Apv, waarbij in het rood is aangeven wat er precies is gewijzigd. In de rechter kolom staat een korte toelichting, soms voor een aantal artikelen tezamen. Tekst Apv Beemster 2012 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: - bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen weergegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze verordening ; - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; - bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening Beemster daaronder wordt verstaan; - college: het college van burgemeester en wethouders; - gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan; - handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; - openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze

toegankelijk zijn; - openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; - rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; - weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.

Tekst Apv Beemster 2021 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - bebouwde kom: de bebouwde kom waarvan Gedeputeerde Staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid van de Wegenwet. - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; - bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, met inbegrip van een gedeelte daarvan, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; - bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; - college: het college van burgemeester en wethouders; - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; - gemeente: gemeente Beemster; - handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; - motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; -

openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; - parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

Toelichting Artikel van model Apv overgenomen. Vanwege de harmonisatie is ervoor gekozen om aan te sluiten bij de definitie van ‘bebouwde kom’ die ook in Purmerend wordt gehanteerd, namelijk de definitie van de Wegenwet. Op ons verzoek heeft de provincie NoordHolland bevestigd dat Gedeputeerde Staten de bebouwde kom in Beemster heeft aangewezen. Voor de definitie van ‘bouwwerk’ wordt niet meer aangesloten bij de Bouwverordening van Beemster, omdat de bouwverordening vermoedelijk op korte termijn ingetrokken zal worden. Daarom is de definitie uitgeschreven.

1

Artikel 1.2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn bedoeld in het eerste lid voor ten hoogste acht weken verlengen. 3. Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, wordt de in het eerste en tweede lid bedoelde termijn gesteld op 12 weken. 4. Het bestuursorgaan kan de termijn genoemd in het derde lid met ten hoogste 12 weken verlengen. 5. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 of artikel 4:11. Artikel 1.3 (Vervallen) Artikel 1.4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. Artikel 1.5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of

- rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; - voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; - weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen 8 weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste 8 weken verdagen. 3. Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3:3 bedraagt de in het eerste en tweede lid bedoelde termijn 12 weken. 4. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10 tweede lid, een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, een vergunning als bedoeld in artikel 2:12 of een vergunning als bedoeld in artikel 4:11.

Artikel van model Apv overgenomen, maar het vierde lid is uitgebreider dan het model (hier hebben we meer vergunningen opgenomen). De termijn voor eenmalige verlenging als bedoeld in het tweede lid bedraagt 6 weken. Dit is in lijn met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. In het nieuwe vierde lid is voor de onderdelen waarvoor ook een omgevingsvergunning moet worden ingediend, de termijn van eenmalige verlenging op 6 weken gesteld.

Artikel 1:3 (Vervallen) Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

Ongewijzigd

Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens

Artikel van model Apv overgenomen, maar inhoudelijk ongewijzigd.

Artikel van model Apv overgenomen, maar inhoudelijk ongewijzigd. Op grond van dit artikel kunnen voorschriften en beperkingen aan een vergunning worden verbonden als dit verband houdt met de belangen in verband waarmee de vergunning is gesteld. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat voorschriften en beperkingen betrekking hebben op (het behoud van) de toegankelijkheid van de openbare ruimte.

2

krachtens deze verordening anders is bepaald. Artikel 1.6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn; e. indien de houder of zijn rechtsverkrijgende dit verzoekt. Artikel 1.7 Termijnen 1. Een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. 2.

De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd indien het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft. Artikel 1.8 Weigeringsgronden 1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu.

deze verordening anders is bepaald. Artikel 1:6 Intrekking, wijziging of schorsing van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken, gewijzigd of geschorst als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking, wijziging of schorsing noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. de houder dit verzoekt.

Artikel 1:7 Termijnen 1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. 2. De vergunning als bedoeld in artikel 2:25 wordt voor bepaalde tijd verleend. 3. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft. Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke

De schorsing is toegevoegd. Dit instrument komt uit de Apv van Purmerend.

Aan het artikel is toegevoegd dat een evenementenvergunning niet voor onbepaalde tijd verleend kan worden.

Het tweede lid is nieuw en is conform het artikel van de model Apv. Het derde lid is ook nieuw; de regel ten aanzien van de Beemster Feestweek was voorheen in een uitvoeringsbesluit geregeld. Verder is vermeldenswaardig dat men voorheen 12 weken voor aanvang van het evenement een vergunning moest aanvragen. Deze termijn is gewijzigd ter voorbereiding op de aankomende Omgevingswet. Onder de

3

behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. 3. Voor een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 bedraagt de in het tweede lid bedoelde termijn 14 weken. Voor een vergunning voor de Beemster Feestweek geldt dat deze uiterlijk 1 maart van het jaar waarin het evenement plaatsvindt moet zijn ingediend.

Omgevingswet dient een (evenementen)vergunning binnen 8 weken verleend te worden. Daarnaast is het gedurende een periode van 6 weken mogelijk om bezwaar te maken tegen de vergunning. Om de aanvraag en eventueel bezwaar goed af te kunnen handelen is de termijn daarom naar 14 weken gegaan.

Hoofdstuk 2 Openbare orde

Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu

Onder ‘’openbare orde’’ en ‘’openbare veiligheid’’ valt onder andere de toegankelijkheid van de openbare ruimte. Titel van het hoofdstuk geactualiseerd conform model Apv.

Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden

Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden

Titel van de afdeling geactualiseerd conform model Apv. Mede hierdoor zijn een aantal titels van afdelingen in de nieuwe Apv komen te vervallen.

Artikel 2.1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden. 2. Degene die op een openbare plaats a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd gezag in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod. 5. Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een opsporingsambtenaar zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. 5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

Artikel van model Apv overgenomen, maar inhoudelijk ongewijzigd. Alleen voor het tweede lid onder c is er, conform de Apv Purmerend, voor gekozen om het ruimere begrip ‘opsporingsambtenaar’ en niet het beperktere begrip ambtenaar van de politie te hanteren, zodat ook de boa’s van Purmerend een dergelijk bevel mogen geven.

4

6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Afdeling 2 Betogingen Artikel 2.2 Optochten [gereserveerd] Artikel 2.3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis geven aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4.

Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag, van dat tijdstip voorafgaande werkdag 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen. Artikel 2.4 Afwijking termijn [Vervallen; opgenomen in artikel 2:3] Artikel 2.5 Te verstrekken gegevens [Vervallen; opgenomen in artikel 2:3] Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken

n.v.t. Artikel 2:2 (vervallen) Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn van 48 uur verkorten en/of een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen.

Dit artikel is niet meer opgenomen in de model Apv. Artikel van model Apv overgenomen, maar inhoudelijk ongewijzigd.

Artikel 2:4 (Vervallen)

Ongewijzigd.

Artikel 2:5 (Vervallen)

Ongewijzigd.

n.v.t.

5

Artikel 2.6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden, aan te bevelen of bekend te maken op of aan door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg Artikel 2.7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. [gereserveerd] Artikel 2.8 Dienstverlening [gereserveerd] Artikel 2.9 Straatartiest e.d. 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op of aan door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen. 2. De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. 4.

Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg Artikel 2.10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan 1. Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college de weg of een

Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel van model Apv overgenomen.

n.v.t. Artikel 2:7 (Vervallen)

Dit artikel is niet meer opgenomen in de model Apv.

Artikel 2:8 (Vervallen) Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur, gids of met een draaiorgel op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen. 2. De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan een openbare plaats 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats, de openbare weg en het openbaar groen daaronder

Dit artikel is niet meer opgenomen in de model Apv. Artikel van model Apv grotendeels overgenomen. Optreden met een draaiorgel is toegevoegd aan dit artikel. Reden hiervoor is dat in de Apv van Purmerend het optreden met een draaiorgel werd aangemerkt als evenement. Dit middel is echter te zwaar en daarom is in de nieuwe Apv van Purmerend ervoor gekozen om het draaiorgel onder artikel 2:9 te plaatsen. In verband met de harmonisatie wordt het optreden met een draaiorgel daarom ook in Beemster onder artikel 2:9 geplaatst.

Titel van de afdeling geactualiseerd conform model Apv. Het artikel van de model Apv is overgenomen. Het betreft hier variant 1. Het nieuwe artikel is breder geformuleerd. Voorheen had het artikel betrekking op het plaatsen van voorwerpen of stoffen op, in, boven of over de

6

weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2. Een vergunning kan worden geweigerd: a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18. 4. Het verbod in het eerste lid geldt tevens niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard of voor zover in het daarin geregelde wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet of het Provinciaal wegenreglement. 5. Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het verbod in het eerste lid niet geldt. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

begrepen, anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd: a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; b. als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 4. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid; c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; d. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; e. door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen; f. situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening Noord-Holland. 5.

De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 6. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. 7. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 8. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

weg. In de nieuwe Apv heeft het artikel betrekking op het plaatsen van voorwerpen op of aan een openbare plaats. De openbare weg en het openbaar groen worden daaronder begrepen. Op verzoek van collega's is ''openbaar groen'' expliciet opgenomen in het nieuwe artikel. Een aantal aannemers hebben namelijk de neiging om keten en containers op het openbaar groen te plaatsen. Vanuit schadebeperking en beheer willen we dat niet.

7

n.v.t.

Artikel 2:10a Vastmaken van voorwerpen 1. Het is verboden voorwerpen vast te maken aan bomen of aan objecten die zijn bestemd voor of gebruikt worden ten behoeve van de openbare dienst. 2. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.

Artikel 2.11 (Omgevingsvergunning) voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking vergunning van het bevoegd gezag een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend: a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; of b. door het college in de overige gevallen. 3. Het verbod geldt is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht. 4. Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening zoals vastgesteld bij besluit van 14 december 2000, of zoals later is gewijzigd. 5. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3

Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, de aard of de breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van de aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur, de Wegenverordening Noord-Holland, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Algemene verordening ondergrondse infrastructuur Beemster. 5. Op de aanvraag om een vergunning, bedoeld in het eerste en tweede lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Op advies van handhaving is dit artikel nieuw toegevoegd aan de Apv. Reden hiervoor is dat tot op heden geen grondslag is voor het verwijderen van voorwerpen (bijvoorbeeld fietsen een aanhangwagens) die zijn bevestigd aan bomen, lantaarnpalen en andere gemeentelijke objecten die een belemmering vormen bij werkzaamheden of anderszins overlast veroorzaken. Artikel 2.10a bevat een algemeen verbod op het vastmaken van voorwerpen aan voorwerpen bestemd voor de openbare dienst (bijvoorbeeld lantaarnpalen, straatmeubilair en bomen). Van dit verbod kan in uitzonderlijke gevallen ontheffing worden verleend. Artikel van model Apv overgenomen, maar inhoudelijk ongewijzigd.

8

van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2.12 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. De vergunning kan worden geweigerd indien: a. daardoor gevaar of hinder ontstaat of dreigt te ontstaan voor het wegverkeer ter plaatse; b. dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast. 3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin gestelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement. 4. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Afdeling 6 Veiligheid op de weg

Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de Wegenverordening Noord-Holland. n.v.t.

Artikel 2.13 Veroorzaken van gladheid [gereserveerd]

Artikel 2:13 (Vervallen)

Artikel 2.14 Winkelwagentjes [gereserveerd]

Artikel 2:14 Winkelwagentjes 1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt, is verplicht de wagens: a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en b. die zich bevinden binnen een straal van 200 meter van zijn bedrijf terstond te verwijderen of te doen verwijderen. 2. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik

Artikel van model Apv overgenomen, maar inhoudelijk ongewijzigd. Daarom zijn de weigeringsgronden anders geformuleerd (in plaats van kan weigeren naar wordt slechts geweigerd) en is de weigeringsgrond onder d toegevoegd.

De titel van deze afdeling is niet meer opgenomen in de model Apv. Dit artikel is niet meer opgenomen in de model Apv. Reden hiervoor is dat strijd met Europese verdragen is aangenomen (dwangarbeid). Jurisprudentie hierover luidt dat bewoners de verplichting hebben ingevolge de Apv om gladheid op aangrenzend trottoir te bestrijden. Van bewoners kan niet worden gevergd dat zij bij sneeuwval hun trottoir voortdurend sneeuwvrij houden. Rb Amsterdam d.d. 20 01 1993, VR 1994, 158. Dit artikel volgt uit de model Apv en was al opgenomen in de Apv van Purmerend. Vanwege de harmonisatie is dit artikel daarom ook in de nieuwe Apv van Beemster opgenomen. Het tweede lid van het nieuwe artikel 2:14 richt zich tot de gebruiker (bijvoorbeeld degene die boodschappen doet). Degene die een winkelwagentje gebruikt mag deze na gebruik niet onbeheerd op een openbare plaats achterlaten.

9

Artikel 2.15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar ontstaat.

Artikel 2.16 Openen straatkolken e.d. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken. Artikel 2.17 Kelderingangen e.d. 1. Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de veiligheid van de weggebruikers opleveren. 2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2.18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen [gereserveerd]

Artikel 2.19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp 1. Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of

onbeheerd op een openbare plaats achter te laten. 3. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer. Artikel 2:15 Hinderlijke of gevaarlijke beplanting of voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.

Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken. Artikel 2:17 Kelderingangen en dergelijke 1. Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de veiligheid van de weggebruikers opleveren. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen 1. Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan: a. te roken gedurende een door het college aangewezen periode; b. voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3˚, van het Wetboek van Strafrecht. 3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven. Artikel 2:19 (Vervallen)

Artikel van model Apv overgenomen. Dit artikel omvat mede de inhoud van het vervallen artikel 2:19. Het begrip ‘wegverkeer’ moet ruim worden geïnterpreteerd. Dit begrip omvat al het verkeer op de weg, zoals auto’s, fietsen en voetgangers. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat een gevaarlijke situatie ontstaat doordat overstekende voetgangers het zicht wordt belemmerd. Een dergelijke situatie valt ook onder dit artikel. En dergelijke is uitgeschreven. Verder ongewijzigd.

Artikel van model Apv overgenomen, maar inhoudelijk ongewijzigd.

Dit artikel volgt uit de model Apv en was al opgenomen in de Apv van Purmerend. Vanwege de harmonisatie is dit artikel daarom ook in de nieuwe Apv van Beemster opgenomen.

Dit artikel is niet meer opgenomen in de model Apv. Het nieuwe artikel 2:15 omvat mede de inhoud van dit vervallen artikel.

10

(brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2 meter boven dat gedeelte van de weg. 2. Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grote afstand dan 0,25 meter uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn aangebracht. 3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel 2.20 Vallende voorwerpen Het is verboden aan de weg of enig deel van een bouwwerk een voorwerp te hebben dat niet deugdelijk beveiligd is tegen neervallen op de weg. Artikel 2.21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer, de openbare verlichting of de aanduiding van openbare brandkranen worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.

Artikel 2.22 Objecten onder hoogspanningslijn 1. Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger

Artikel 2:20 (Vervallen)

Dit artikel is niet meer opgenomen in de model Apv.

Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting en dergelijke 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer, de openbare verlichting, de openbare orde en veiligheid, de stadsverwarming of de brandweer worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het college maakt van tevoren aan de rechthebbende als bedoeld in het eerste lid zijn besluit bekend over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening als bedoeld in het eerste lid. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht. Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn 1. Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben.

Vanwege de harmonisatie is de tekst van het Apv artikel van Purmerend overgenomen.

Artikel van model Apv overgenomen. Overigens is op deze kaart is te zien dat er een hoogspanningslijn door Beemster en door een heel klein deel van Purmerend loopt. http://geodata.rivm.nl/netkaart.html

11

dan twee meter te plaatsen of te hebben. 2. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2.23 Veiligheid op het ijs 1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale vaarwegenverordening. Afdeling 7 Evenementen Artikel 2.24 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen; b.

markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5.22 van deze verordening; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze verordening. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie;

2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als de elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat. 3. Het verbod is niet van toepassing op objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale vaarwegenverordening.

Artikel van model Apv overgenomen, maar inhoudelijk ongewijzigd.

Afdeling 3. Evenementen Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen die worden georganiseerd in een gebouw overeenkomstig de bestemming van dit gebouw; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39; g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f.

Gewijzigde nummering. Artikel van model Apv grotendeels overgenomen. Ten opzichte van het artikel van de model Apv zijn de volgende onderdelen toegevoegd aan het artikel in de nieuwe Apv van Beemster: - Lid 1 sub a: zinsnede ‘’die worden georganiseerd in een gebouw overeenkomstig de bestemming van dit gebouw’’ toegevoegd. - lid 1 sub h. - lid 2 sub g. - de voorwaarden genoemd onder lid 3 sub d. Deze voorwaarden zijn uitgebreider dan het model. Verder worden theatervoorstellingen (met de toevoeging: in de daarvoor bestemde gebouwen) (lid 1 sub a) en sportwedstrijden (lid 1 sub g) niet gerekend tot evenement. Lid 1 sub h is overgenomen van de Apv Purmerend. Ook lid 2 sub g is nieuw.

12

c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3, op de weg; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg. e. een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein evenement)

Artikel 2.25 Evenement 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 50 personen; b. het evenement tussen 08.00 en 24.00 uur plaatsvindt; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur;

h. activiteiten, niet zijnde door de burgemeester aangewezen vechtsportevenementen, in een gebouw of op een terrein overeenkomstig de bestemming van dat gebouw of terrein. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een straatfeest of buurtbarbecue; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. g. een markt in de openbare ruimte waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden. 3. In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen; b. de activiteiten plaatsvinden tussen 08.00 uur en 23.00 uur en op zondag tussen 13.00 en 23.00 uur; c. de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; d. met betrekking tot het plaatsen van objecten geldt dat 1. slechts kleine objecten worden geplaatst van minder dan 25m2 en het totaal van de objecten tezamen niet meer dan 50m2 bedraagt; 2. een strook van de weg van tenminste 3,5 meter obstakelvrij wordt gehouden voor hulpdiensten; 3.

er geen tent geplaatst wordt waarvoor een gebruiksmelding is vereist; en 4. er een contactpersoon aanwezig en bereikbaar is tijdens het evenement. Artikel 2:25 Evenementenvergunning 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel

De definities van ‘klein evenement’, die voorheen in artikel 2:25 stonden, zijn eveneens overgenomen uit de Apv van Purmerend.

Artikel van model Apv grotendeels overgenomen. Ten opzichte van het artikel van de model Apv zijn de volgende onderdelen toegevoegd aan het artikel in de nieuwe Apv van Beemster: - Lid 7 sub b. - Lid 9. - Lid 10. Verder is het tweede en zesde lid nieuw. De weigeringsgrond van lid 7 sub b is nieuw en volgt uit het

13

d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object; f. er een organisator is; en g. de organisator ten minste 14 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 3. De burgemeester kan binnen 10 dagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 4. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 6. De organisator c.q. vergunningaanvraaer van door de burgemeester aan te wijzen categorieën vergunningplichtige vechtsportwedstrijden of - gala's, is niet van slecht levensgedrag. 7. De burgemeester weigert een vergunning als de organisator c.q. vergunningsaanvrager van een evenement als bedoeld in lid 5 van slecht levensgedrag is.

Artikel 2.26 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste 14 dagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 4. De burgemeester kan binnen 10 dagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 6. Het derde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning weigeren als: a. de organisator of de aanvrager van de vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, in enig opzicht van slecht levensgedrag is; b. van een evenement voor het aankomend jaar niet vóór 25 oktober van het voorgaande jaar melding is gedaan aan de burgemeester. 8. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 9.

De burgemeester stelt ieder kalenderjaar een evenementenkalender vast. 10. De burgemeester kan nadere regels stellen voor het organiseren van evenementen als bedoeld in deze afdeling. Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of

evenementenbeleid van Purmerend. Ook lid 9 (evenementenkalender) volgt uit het evenementenbeleid van Purmerend en lid 10 volgt uit de Apv van Purmerend. De termijn genoemd in het derde lid is gewijzigd om lange procedures te voorkomen. Er wordt namelijk gewerkt met dagen en niet meer met werkdagen.

Artikel geactualiseerd conform model Apv. Hierdoor zijn het tweede en derde lid nieuw toegevoegd. Zie voor een toelichting in dit verband de VNG ledenbrief 20/075 - Wijziging Model-APV (OMG) van 15 oktober 2020.

14

Afdeling 8 Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2.27 Begripsbepalingen 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. openbare inrichting: i. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis; ii. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid; b. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar staof zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. 2. Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.

Artikel 2.28 Exploitatie openbare inrichting [gereserveerd]

werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2:27 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, motel, restaurant, pension, café, cafetaria, een inrichting waar waterpijp wordt gerookt, snackbar, bar, automatiek, croissanterie, crêperie, broodjeswinkel, afhaal- en bezorgzaak, shoarmazaak, koffiehuis, ijssalon, discotheek, buurthuis, clubhuis of daaraan verwante inrichting waar tegen vergoeding logies wordt verstrekt, dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid en/of verstrekt. 2.

Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte. Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De vergunningplicht treedt voor degenen die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel reeds een openbare inrichting exploiteren zes maanden na inwerkingtreding van dit artikel in werking. 3. De burgemeester weigert de vergunning als: - de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit;

Artikel van model Apv grotendeels overgenomen. Ten opzichte van het artikel van de model Apv zijn de volgende onderdelen toegevoegd aan het artikel in de nieuwe Apv van Beemster: - Een inrichting waar waterpijp wordt gerookt en afhaal- en bezorgzaak zijn toegevoegd aan lid 1. Verder is de definitie ‘openbare inrichting’ uitgebreid. Onder openbare inrichting wordt ook verstaan een afhaal- en bezorgzaak, waardoor het verboden is om een dergelijke zaak zonder vergunning van de burgemeester te exploiteren. Net zoals in de Apv 2012, maakt een terras, ook in de nieuwe Apv, onderdeel uit van de openbare inrichting, al is dit in de nieuwe Apv iets anders omschreven.

Dit artikel volgt grotendeels uit de model Apv en was al opgenomen in de Apv van Purmerend. Vanwege de harmonisatie is de exploitatievergunning daarom ook in de nieuwe Apv van Beemster opgenomen. Omdat het een nieuwe vergunning is voor de Beemster exploitanten, geldt een overgangstermijn van zes maanden. Ook geldt een overgangstermijn voor degenen die reeds een afhaal- en bezorgzaak exploiteren en met de inwerkingtreding van de nieuwe Apv vergunningplichtig worden. Ten opzichte van het artikel van de model Apv zijn de volgende

15

Artikel 2.29 Sluitingstijd 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 07.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 07.00 uur. 2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 4. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

- de aanvrager geen VOG van zichzelf, en indien hij niet zelf de leidinggevende is met betrekking tot de leidinggevende, overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven. 4. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 5. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; d. bedrijfskantine of -restaurant; of e. crematorium en uitvaartcentrum 6. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Het is verboden openbare inrichtingen voor bezoekers geopend te hebben en bezoekers toe te laten of te verblijven tussen 01:00 uur en 07:00 uur. 2.

De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 3. De burgemeester kan middels een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 1:4 andere sluitingsvoorschriften vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras. 4. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vijfde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 5. Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht

onderdelen toegevoegd aan het artikel in de nieuwe Apv van Beemster: - Lid 2. - Lid 5 sub e. - Een ambtshalve vrijstelling van het verbod een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning, zoals in de model Apv is opgenomen, is niet overgenomen. In de toelichting op de model Apv is te lezen dat de exploitant van de inrichting een belangrijke rol speelt in de wijze van exploitatie en dus ook in de wijze waarop deze exploitatie het woon- en leefklimaat en de openbare orde beïnvloedt. Volgens de VNG kan het daarom raadzaam zijn om een verplichting voor de aanvrager op te nemen om een recente VOG voor de leidinggevende te overleggen. Gelet op het voorgaande en het gegeven dat in Purmerend al om een VOG werd gevraagd is de VOG plicht ook in de nieuwe Apv van Beemster opgenomen. De leidinggevende kan de aanvrager zelf zijn, maar ook een werknemer.

De sluitingstijden zijn geharmoniseerd. Er zat een verschil in de tijden die in de Apv’s van Purmerend en Beemster waren opgenomen. In de Apv van Purmerend was geregeld dat openbare inrichtingen zonder ontheffing tot 01:00 uur open mogen zijn. In het kader van de harmonisatie is ervoor gekozen om een eenduidige tijd voor de gehele nieuwe gemeente te hanteren en in dat verband is ervoor gekozen om 01:00 uur te hanteren. Uiteraard kan de burgemeester ontheffing van dit verbod verlenen. Daarnaast zijn de leden 1 en 2 van de Apv 2012 in de nieuwe Apv samengevoegd tot één artikellid. Het derde lid is niet in de model Apv opgenomen, maar volgt uit de Apv Purmerend 2003. Het vierde lid is nieuw en is conform de model Apv.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://beemsterraadsinformatie.purmerend.nl/api/v1/meetings/1304/documents/18238