bestemmingsplan Jisperweg 21 Westbeemster.pdf
Tekst van het document
afb.15 Het authentieke Beemster erf met een lengtesloot als afscheiding van de hoogstamfruitboomgaard, een laan met laanbomen, bomenrijen op de erfranden en streekeigen beplanting zoals een hakhoutbosje, leibomen voor de boerderij, poortwachtersbij de oprit en solitaire bomen op het erf. (bronL landschap Noord-Holland
28
Toelichting bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
Het perceel Jisperweg transformeert van agrarisch erf naar woonerf. De inrichting zal voor zover als mogelijk volgens principe Beemster Erf worden ingericht, metrespect voor de huidige waterlopen.Bij de ontwikkeling van het plan voor de schuur is rekening gehouden met het karakter van de boerderij en de inrichting van het erf. De bebouwing wordt op voldoende afstand van de waterloop gerealiseerd. Afweging niveau Beemster erf: Door de functiewijziging blijft de typerende stolpboerderij en het groene erf behouden. Het oorspronkelijke erf is een samenhangend geheel van sloten, beplantingen bebouwing. Uit de interpretatie van het oorspronkelijke erf, op basis vanhistorische kaarten, en het Ervenhandboek, komen de volgende ‘bouwstenen’ naar voren, die in het plan zijn verwerkt: • • • • • • •
het erf is toegankelijk via een toegangshek (brug of dam/duiker over het water) en erfpad met herstelt doorzicht over het erf; het toegangspad wordt begeleidt door een bomenrij op de erfrand; het erf heeft eenmarkant hoofdgebouw (authentieke stolpboerderij met enkel vierkant); op het woonerf wordt beplanting op de erfranden aangebracht; er is een onderscheid gemaakt tussen een representatief voorerf en een functioneel achtererf: voorerf met gras, sierbeplanting en een enkele boom, achtererf met erfverharding en schuur; de voormalige fruitboomgaard vormt een apart (groen) erfdeel, en blijft open weide. De enkele nog aanwezige hoogstamfruitboom blijft gehandhaafd; het erf wordt omring door sloten, met een herkenbaar restant binnensloot. De oevers van de waterlopen zijn begroeid met gras. Indien noodzakelijk is slechts een lage beschoeiing aanwezig.
afb.16Erfinrichtingsplan met nieuwe schuur, indicatief
Toelichting bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
29
4.3
Beeldkwaliteit
De planlocatie met de nieuwe schuur zal voor zover als mogelijk volgens principe Beemster Erf worden ingericht, met respect voor de huidige waterlopen. De nieuwe schuur krijgt het uiterlijk van een traditionele ‘stal’, passend bij de traditionele stolpboerderij. De schuur heeft een lage vorstrand van roodbruine bakstenen (overeenkomstig de stolpboerderij. De rest van de gevels bestaat uit zwarte houten delen die gepotdekseld worden bevestigd. Kozijnen zijn wit, goten, windveren en dakbedekking antraciet grijs. De bescheiden vormgeving, de donkere kleurstelling en het overwegend traditionele materiaalgebruik zorgt er voor dat de nieuwe schuur ondergeschikt blijft aan de stolpboerderij. De welstandscommissie Beemster toetst concrete plannen op ruimtelijke kwaliteit en beeldkwaliteit. De welstandscommissie heeft op 10 februari 2020 een pre-advies gegeven over het bijgebouw. Ter plaatse van de overige te slopen opstallen zal geenherbouw plaatsvinden. Met het slopen van de overige opstallen wordt het doorzicht over het erfpadnaar het achterliggend landschap hersteld. Dit heeft de Welstandscommissie als positief beoordeeld.
4.4
Conclusie ruimtelijke ontwikkeling
Het initiatief past binnen de landschappelijke context van de locatie: met de bestemmingswijziging blijft de stolpboerderij als karakteristieke woning voor de Beemster behouden • het slopen van de bestaande bebouwing en de bouw van een nieuwe schuur draagt bij aan deruimtelijke kwaliteit van het perceel. Het doorzicht over het erfpad naar het achterliggend landschap wordt hersteld; • de inrichting zal voor zover als mogelijk volgens principe Beemster Erf worden ingericht, met respect voor de huidige waterlopen. In de opzet van het plan wordt de Beemster karakteristiek gerespecteerd en versterkt. Er vindt geen aantasting van het open landschap plaats omdat de gebouwen worden gerealiseerd binnen een bestaand Beemster erf. De opzet van het plan sluit aan bij de landschappelijke en cultuurhistorische context en geeft aan de locatie een passende invulling.
30
Toelichting bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
5.
OMGEVINGSASPECTEN
5.1
Algemeen
5.2
Duurzaam ruimtegebruik
Een belangrijk onderdeel van de verantwoording vormt de afweging van de milieuaspecten (geluid, luchtkwaliteit etc.) en de omgevingsaspecten (water, natuur, cultureel erfgoed etc.). Op basis van het voorgenomen gebruik en de beoogde planlocatie zijn de volgende omgevingsaspecten nader onderzocht: duurzame ruimtelijke ontwikkeling (toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking), watercompensatie, bodemkwaliteit, geluidhinder, natuurbescherming, m.e.r.-plicht. De resultaten van het onderzoek zijn in dit hoofdstuk verwoord. Ook de hier nog niet genoemde omgevingsaspecten zoals duurzaamheid, verkeer en parkeren, arcehologie, cultureel erfgoed, externe veiligheid, m.e.r.-beoordeling worden beschreven.
5.2.1 Toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking
Met onderhavig bestemmingsplan is uitsluitend sprake van een gebruikswijziging. De in het plan voorziene ontwikkeling kan niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Artikel 3.1.6, lid 2 Bro is daarom niet van toepassing. De Ladder voor duurzame verstedelijking hoeft niet te worden doorlopen. Het gebruik van een vrijkomende, karakteristieke stolpwoning zal niet wijzigen: het is en blijft een bedrijfswoning. Het agrarisch bouwvlak wordt wegbestemd. In lijn met de Ladder voor duurzame verstedelijking is bij deze ontwikkeling sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik.
5.2.2 Duurzaamheid en energiebesparing
Duurzaam bouwen vertaalt zich in de zorg voor het milieu, zoals het energiezuinig bouwen, het bevorderen van zonne-energie, duurzaam materiaal gebruik en gescheiden afvalverwerking. De eisen aan de particuliere woningbouw staan beschreven in het Bouwbesluit. Het is van belang om al in een vroeg stadium duurzaamheid te zien als integraal onderdeel van de nieuwbouw en de duurzaamheidsambities vanuit het gemeentelijk beleid over te brengen aan de initiatiefnemer. Voor vragen op het gebied van duurzaam (verbouwen, energiebesparing of energie opwekken) kunnen inwoners en ondernemers tegenwoordig bij het Duurzaam Bouwloket terecht. De gemeente Beemster participeert hierin. Van de zijde van de opdrachtgever is aangegeven dat op de volgende wijze energiezuinig en duurzaam wordt gebouwd: • er wordt gebouwd met gebruikmaking van duurzame bouwmaterialen; • de stolpboerderij zal in de loop der jaren worden verduurzaamd, waardoor het energieverbruik daalt; • het ontwerp van de schuur is geschikt om in de toekomst uit het zicht zonnepanelen te kunnen plaatsen. Dit om de stolp te vrijwaren van zonnepanelen. Betekenis voor dit project: Op basis van de toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking betreft het een verantwoorde ontwikkeling. Het betreft de herbestemming van een voormalige agrarische bedrijfswoning. De woning is op dit moment reeds als burgerwoning in gebruik.
Het voorliggende bestemmingsplan staat duurzaamheid niet in de weg, en andersom ook niet. Geconcludeerd wordt dat in onderhavige situatie sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling.
Toelichting bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
31
5.3
Watertoets
De planlocatie valt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Wateradvies korte procedure Via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl) is aan Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) op 31 december 2020 gevraagd een reactie te geven op het plan (zie bijlage 1:Digitale watertoets, 31 december 2020). In dit advies staan de maatregelen die Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier adviseert om wateroverlast te voorkomen en het water in de sloten schoon te houden. Op basis van de door de aanvrager/initiatiefnemer ingevoerde gegevens heeft het hoogheemraadschap een aantal opmerkingen. Daarnaast is er een aantal aspecten die HHNK graag in de uitwerking van het plan verwerkt willen zien. Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing.
Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Integraal en doelmatig waterbeheer is mogelijk door slim samen te werken. HHNK geeft hier invulling aan in het Waterprogramma door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels die op de website van HHNK te vinden zijn (https://www.hhnk.nl/keur/). Verharding en compenserende maatregelen Uit de in de watertoets aangeleverde gegevens blijkt dat er geen / slechts in zeer beperkte mate sprake is van een toename van de verharding. Omdat dit een dermate klein gevolg heeft voor de waterhuishoudkundige situatie hoeven er geen compenserende maatregelen uitgevoerd te worden. Waterkwaliteit en riolering Afvalwater zal worden afgevoerd via het bestaande rioolstelsel. De capaciteit van dit stelsel is afgestemd op de voormalige functie in dit gebied en is daarmee voldoende. De waterkwaliteit wordt voor een belangrijk deel bepaald door de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater in de omgeving.
De ontwikkeling heeft geen verslechtering van de waterkwaliteit tot gevolg. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem geldt bij alle bouwplannen een verbod op het toepassen van zink, lood, koper en PAK'shoudende bouwmaterialen. Betekenis voor dit project Ten aanzien van het aspect water zijn er geen belemmeringen voor deze ontwikkeling.
32
Toelichting bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
afb.17 Waterlopen en kunstwerken in omgeving Jisperweg 21 (bron: legger HHNK)
5.4
Bodemsituatie
In het kader van de onderzoeksplicht dient onder andere de bodemgesteldheid in het plangebied in kaart gebracht te worden. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Daarbij is wettelijk bepaald dat een omgevingsvergunningsplichtig bouwwerk niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers en het milieu. Voor een bestemmingsplanwijziging is het dan ook noodzakelijk dat de kwaliteit van de bodem wordt vastgelegd. In november 2020 is door Landview bv Bodemonderzoekeen verkennend bodem- en asbestonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 uitgevoerd op het perceel Jisperweg 21 in verband met de sloop van de huidige bijgebouwen en de functiewijziging ter plaatse (zie bijlage 2:Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Landview bv Bodemonderzoek, 26 november 2020). Onderzoeksresultaten In de mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn maximaal licht verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters geconstateerd. In het grondwater zijn lichte verhogingen van arseen, barium en molybdeen aangetroffen. De overige onderzochte stoffen zijn niet in verhoogde concentraties aangetroffen. Op de locatie is een verkennend asbestonderzoek NEN 5707 rondom de schuur en het bijgebouw uitgevoerd.
Tijdens de visuele inspectie van het verkennend asbestonderzoek is er geen asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen op het maaiveld. Tijdens het graven van de proefgaten, het zeven/ uitharken van de grond en de monstername is eveneens geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Van de grond rondom het bijgebouw is door het laboratorium een gewogen concentratie van 30 mg/kg dschrysotielasbest aangetroffen. Het betreft hechtgebonden materiaal. In de grond rondom de schuur is geen asbest boven de detectielimiet aangetroffen.
Toelichting bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
33
Afweging Aangetoond is dat er lokaal asbest in de grond aanwezig is. De toetsingswaarde van 50 mg/kg d.s. wordt echter niet overschreden. Op basis van de nu bekende gegevens wordt de onderzochte locatie, ondanks het lokaal aantreffen van asbesthoudend materiaal, als asbestvrij beschouwd en wordt voor aanvullend asbestonderzoek geen aanleiding gezien. De grond elders op de locatie is zintuiglijk vergelijkbaar met de onderzochte grond ter plaatse van de schuur, het is niet de verwachting dat het gehalte aan asbest veel verschilt, aangezien het meest verdachte deel is onderzocht. Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij het beoogde gebruik, wonen met tuin. Betekenis voor dit project Ten aanzien van het aspect bodemverontreiniging zijn er vooralsnog geen belemmeringen voor deze ontwikkeling. Bij graafwerkzaamheden op het terrein bestaan er beperkingen in de mogelijkheid tot hergebruik van eventueel vrijkomende grond buiten de locatie. Voor hergebruik van grond buiten de locatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Op basis van de uitgevoerde onderzoek valt de bovengrond in de klasse "wonen of industrie" (indicatief getoetst). De ondergrond valt indicatief getoetst in de klasse "altijd toepasbaar".
Voor het afvoeren van grond van de locatie kan het noodzakelijk zijn om de grond aanvullend te laten onderzoeken op PFAS-verbindingen. Graafwerkzaamheden kunnen volgens de CROW400 worden uitgevoerd, zonder dat er een veiligheidsklasse van toepassing is. De uiteindelijke klasse dient bepaald te worden door een veiligheidsdeskundige.
5.5
Erfgoed
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verplicht gemeenten om rekening te houden met cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologische monumenten. Archeologie is sinds 1 juli 2016 geregeld in de Erfgoedwet. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 die op termijn naar de Omgevingswet over gaan, blijven van kracht tot die wet in werking treedt. Ze zijn opgenomen in het overgangsrecht van de Erfgoedwet.
5.5.1 Landschap en cultuurhistorie
De locatie ligt in de karakteristieke droogmakerij de Beemsterin de lintbebouwing langs de Jisperweg. Het betreft een traditioneel Beemster erf. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (2018) is geraadpleegd om inzicht te krijgen in de cultuurhistorische waarden van de planlocatie. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie verdeelt en beschrijft 20 ensembles en 10 provinciale structuren die zich onderscheiden in de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van landschap en cultuurhistorie. Ambities en ontwikkelprincipes in de Leidraad geven richting bij het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Op basis van de (algemene) informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie zijn voor de planlocatie Jisperweg 21 Westbeemster cultuurhistorische aspecten die via het ruimtelijke traject worden beschermd van belang, zoals de stolpenstructuur, de Stelling van Amsterdam, het karakteristieke landschapspatroon (lintbebouwing in een droogmakerij) en de ruimtelijke context van de planlocatie.
34
Toelichting bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
Verantwoording landschap en cultuurhistorie De algemene ambitie volgens de Leidraad is om ruimtelijke ontwikkelingen: • bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek, • bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en • helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. In het gemeentelijk beleid worden drie schaalniveaus onderscheiden die ook in deze Leidraad gehanteerd worden: De Beemster als geheel, het niveau van de Beemster kamer en het niveau van het Beemster erf. De beoogde planonwikkeling ondersteunt op de volgende wijze de ruimtelijke kwaliteit in de (zie hiervoor ook hoofdstuk 4): Beemster als geheel De beoogde ontwikkeling behoud het vierkante raster (grid) van waterlopen, wegen en rechthoekige poldervlakken. In de waterhuishouding, beplanting van de wegen of openheid van het gebied vindt geen verandering plaats. De plaats van de bebouwing blijft eenzelfde, waardoor de lintbebouwing langs de weg transparant blijft, met de bebouwing op enige afstand van de weg. Niveau Beemster kamer De Beemster wordt gekenmerkt door een zeer grote openheid, onderverdeeld in open kamers van 1800 bij 1800 meter. Het zicht vanaf de weg op het landschap in de kamers blijft met de beoogde ontwikkeling open.
De beoogde ontwikkeling vindt plaats op een bestaand erf ter vervanging van bestaande bebouwing. Dit heeft geen negatief effect op de openheid in de kamers. Ten behoeve van de ontwikkeling vindt er geen aantasting van de laanstructuur plaats. Niveau Beemster erf Het betreft een voormalige agrarisch perceel. De bestemmingswijziging maakt het mogelijk voor initiatiefnemers de voormalige stolpboerderij te behouden. Het erf zal zoveel mogelijk volgens het traditionele groen, Beemster erf worden ingericht, met een opzet in kwadranten. De stolp is beeldbepalend. Het erf kent een representatief voorerf en functioneel achtererf. De weide naast het woonerf (de traditionele boomgaard) blijft onbeplant om het open doorzicht vanaf de weg te behouden. Met het slopen van een groot deel van de bestaande erfbebouwing kan het oorspronkelijke erfpad met beplanting naast de boerderij worden hersteld. De beoogde ontwikkeling past daarmee binnen de kwaliteitseisen uit de Leidraad. Betekenis voor dit project: Er zijn met onderhavige ontwikkeling geen belangrijke nadelige gevolgen op het gebied van cultureel erfgoed te verwachten. Het plan behoudt en versterkt een karakteristiek Beemster erf.
5.5.2 Archeologie
Het Verdrag van Malta (1992), beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Hiermee worden de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'. Voor de ruimtelijke ordening is het van belang dat de Wamz uitgaat van de koppeling van archeologische waarden aan de ruimtelijke ordening. Voor bestemmingswijzigingen betekent dit dat de verplichting is neergelegd om bij de vaststelling van de wijziging rekening te houden met in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Zo nodig dient door de initiatiefnemer, voorafgaand aan bodemingrepen, archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. De planlocatie heeft in het bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Archeologie – waarde 4’. Dit betekent dat voor het roeren van de ondergrond een archeologisch onderzoek moet worden
Toelichting bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
35
overlegd, indien het bouwwerkzaamheden betreffen dieper dan 0,35 m en een oppervlakte hebben van >50 m2. Onderzoeksresultaten Het onderzoek naar archeologie is niet uitgevoerd, omdat de raad in 2008 heeft besloten dat voor gebieden met waarde-4 een geringe trefkans op archeologische vondsten aanwezig is en aanvullend onderzoek daarom niet noodzakelijk is. Deze beleidswijziging is echter nog niet verwerkt in het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied 2012’. Afweging Op basis van het gemeentelijke beleid heeft de planlocatie een lage archeologische trefkans. Op basis van het gemeentelijk archeologiebeleid hoeft op voorhand geen onderzoek te worden uitgevoerd. Betekenis voor dit project: Het aspect archeologie staat de ontwikkeling niet in de weg. Indien bij bodemingrepen archeologische resten worden aangetroffen, geldt op grond van artikel 5.10 van deErfgoedwet een meldingsplicht.
5.6
Natuurtoets
Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze zijn de oude Boswet, Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet samengevoegd tot één Natuurwet. Uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan. In de praktijk betekent dit dat bij een ruimtelijke ingreep of voorgenomen activiteit bekeken moet worden of er sprake is van effecten of beschermde dieren en planten (soortenbescherming) en in bepaalde gevallen op natuurgebieden (gebiedsbescherming).
5.6.1 Toetsing in het kader van de Wet Natuurbescherming
Ecologisch onderzoeks- en adviesbureauGroot Eco Advies heeft in november 2020, ten behoeve van de sloop van het schuur en overige opstallen op het terrein, en de realisatie van een nieuwe schuur, een quickscan opgemaakt van de aanwezige natuurwaarden op de planlocatie. De op de planlocatie aanwezige natuurwaarden zijn als volgt beoordeeld (zie bijlage 3: Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming, Groot Eco Advies, 11 november 2020): Soortenbescherming Bouwwerken zijn zowel van de binnenzijde als de buitenzijde beoordeeld. Op basis van deze quickscan wordt geconstateerd dat de locatie geen potenties heeft voor beschermde soorten als Huismus, Gierzwaluw, roofvogels en vleermuizen. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op minder dan 1.250 meter van het Natura 2000-gebied Eilandspolder en op ruimere afstand van de Natura 2000-gebieden Wormer- en Jisperveld (7.250 meter), Markermeer & IJmeer (8.400 meter) en Polder Zeevang (6.700 meter). NNN-gebied en weidevogelleefgebied liggen op 1.250 meter (Eilandspolder). Gezien de aard van de werkzaamheden en de ligging ten opzichte van de betrokken Natura 2000-gebieden zijn negatieve effecten als verstoring, geluid en licht op voorhand uit te sluiten. In het kader van de stikstofproblematiek is wel nadere toetsing met betrekking tot stikstofdepositie noodzakelijk.
36
Toelichting bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
afb.18 Overzicht omliggende Natura 2000-gebieden
5.6.2 Aanvullend onderzoek stikstofdepositie
Om vast te stellen of het project kan leiden tot verhoogde emissie van stikstof is een stikstofberekening gemaakt met behulp van het rekenprogramma AERIUS 2020. AERIUS 2020 berekent de stikstofdepositie als gevolg van plannen en projecten op Natura 2000-gebieden (zie bijlage 4: Stikstofberekening met AERIUS 2020, Groot Eco Advies, 18 november 2020). Bij de berekening van stikstofemissie zijn twee fases te onderscheiden: de sloop- en aanlegfase (bouw) en de gebruiksfase (gebruik schuur en de verkeersbewegingen van bewoners). In dit geval is de gebruiksfase niet berekend, aangezien de nieuwe schuur niet wordt gas-gestookten de schuur geen extra verkeersbewegingen genereert. De ontwikkeling is verantwoord. Uit de berekeningen blijkt dat de beoogde ontwikkeling in de realisatiefase als in de ontwikkelingsfase niet leidt tot een stikstofdepositie die hoger is dan 0,00 mol/ha/jr. op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Een ontheffing is niet nodig. Hieruit volgend kan geconcludeerd worden dat er voor het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen zijn geconstateerd voor de realisatie van het plan. Betekenis voor dit project • Gebiedsbescherming in het kader Natura 2000, weidevogelleefgebied en NNN is niet aan de orde. De ontwikkeling is verantwoord.
Uit de berekeningen blijkt dat de beoogde ontwikkeling zowel in de realisatiefase als in de ontwikkelingsfase niet leidt tot een stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Een ontheffing is niet nodig. • Het beoogde bouwplan veroorzaakt geen conflict met de Wet natuurbescherming. Er is ecologisch onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van beschermde soorten, deze zijn niet aangetroffen. • Daarnaast is een belangrijk aspect van de flora- en faunawet het voorzorgsbeginsel. Van grond-eigenaren en gebruikers mag worden verwacht dat ingrepen en handelingen die negatieve effecten kunnen hebben op planten- of diersoorten, zodanig worden uitgevoerd dat schade tot een minimum beperkt blijft.
Toelichting bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
37
5.7
Geluidhinder
Ten aanzien van de geluidhinder is de Wet geluidhinder van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. De Wet geluidhinder kent drie geluidsbronnen: wegverkeer, spoorweg- en industrielawaai. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) moet bij het realiseren van geluidsgevoelige objecten onderzocht worden of aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan. De Wet geluidhinder kent het begrip bedrijfswoning niet. Een bedrijfswoning wordt in de Het plan omvat de functiewijziging van een bedrijfswoning in een burgerwoning. Het wonen is op de locatie reeds toegestaan. Met de bestemmingswijziging van 'agrarisch' naar 'wonen' is er géén sprake van een nieuwe geluidsgevoelige bestemming. Betekenis voor dit project Op grond van de Wet geluidhinder dient de geluidbelasting afkomstig van geluidgezoneerde wegen op nieuwe woningen te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden. Omdat enkel sprake is van een gebruikswijziging en wonen ter plaatse reeds is toegestaan, is een toets aan de Wet geluidhinder niet noodzakelijk. Ten aanzien van het aspect geluid zijn er geen belemmeringen voor deze ontwikkeling.
5.8
Verkeer en parkeren
Verkeer Het verkeer ontsluit via de bestaande inrit op de Jisperweg. De Jisperweg is een belangrijke ontsluitingsweg in de Beemster. De toegestane snelheid bedraagt maximaal 60 kilometer per uur. De huidige uitrit blijft gehandhaafd en vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid of verkeersbelasting levert dit geen probleem op. Het zicht op de weg is goed en de uitrit is voldoende breed aangelegd. Ten opzichte van de huidige situatie zal de nieuwe bestemming geen extra verkeersaantrekkende werking hebben. In de verkeersopbouw wordt een verbetering verwacht vanwege de (planologische) afwezigheid van landbouwmachines. Parkeren Het perceel voorziet in parkeren op eigen erf. Hiervoor is voldoende ruimte aanwezig. In het paraplubestemmingsplan ‘Parkeernormen Beemster 2018’ staat beschreven dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk geldt dat in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Dit wordt bepaald aan de hand van de gemiddelde bepaalde parkeernormen in de “Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom” (ASVV/CROW). Het perceel aan de Jisperweg is groot genoeg om auto’s op eigen terrein te parkeren. Per woning wordt een norm (ASVV/CROW) van gemiddeld 2,4 parkeerplaatsen gehanteerd, maar op het perceel is ruimte voor meer parkeerplaatsen.
Betekenis voor het project: • De gebruikswijziging zal slechts zeer beperkt leiden tot extra verkeersgeneratie in relatie tot de huidige situatie. In vergelijking met de planologische situatie (agrarisch bedrijf) is slechts eerder een afname te verwachten. • Op eigen terrein is voldoende ruimte voor parkeren voor de woning. In dit bestemmingsplan is geborgd dat wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen.
38
Toelichting bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
5.9
Bedrijven en milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en bevorderen. Ten aanzien van bedrijven die onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer vallen, geldt deze Wet en de verschillende Algemene Maatregelen van Bestuur als toetsingskader voor de toegestane bedrijfshinder ten gevolge van deze bedrijven. In bestemmingsplannen wordt gebruik gemaakt van milieuzonering: het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie zoals geluid, geur, gevaar en stof. Richtlijnen voor afstanden zijn opgenomen in de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’.De afstanden in de tabel van de uitgave “Bedrijven en milieuzonering” geven slechts indicatieve informatie en zijn niet als standaard-norm bedoeld. Akkerbouwbedrijf Jisperweg 22 Voor akkerbouw en veeteelt (SBI 011, 0113) is in de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ een richtafstand tot woningen opgenomen van 30 meter op basis van geluidhinder. De bedrijfsbestemming op de locatie Jisperweg 22 ligt op meer dan 30 meter afstand van de stolp aan de Jisperweg 21.
Op grond hiervan kan er van worden uitgegaan dat van geluidhinder geen sprake zal zijn. De kortste gemeten afstand tussen de voorgevel van de stolpboerderij Jisperweg 21 en het 1e emissiepunt van de inrichting op Jisperweg 22 bedraagt meer dan 30 meter, namelijk circa 74 meter. Dit veroorzaakt daarom geen milieuhinder op de planlocatie. Omdat binnen het plangebied reeds sprake is van een agrarische bedrijfswoning, wordt dit bedrijf niet in de bedrijfsvoering beperkt als gevolg van de voorgenomen gebruikswijziging. Wonen is namelijk al toegestaan in de huidige bedrijfswoning. In de omgeving van de planlocatie bevinden zich in een straal van 100 m geen andere (agrarische) bedrijven. Aannemersbedrijf Jisperweg 21 Andersom mag ook het aannemersbedrijf geen hinder veroorzaken op de omliggende woningen. De activiteiten van het aannemersbedrijf beperken zich op de locatie tot opslag van materialen in de schuur. Bouwwerkzaamheden vinden op een andere locatie plaats. In de schuur is een kleine machinale inrichting aanwezig. Het aannemersbedrijf valt daarom op basis van de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ in de categorie ‘Aannemersbedrijf met werkplaats: b.o. < 1000 m2’. De richtafstand tot woningen is 30 meter. Het bedrijf voldoet hieraan. Betekenis voor dit project: • Bestaande bedrijven in de ruime omgeving van de planlocatie worden niet belemmerd in het functioneren.
Er is voor de stolpboerderijsprake van een aantoonbaar aanvaardbaar woon- en leefklimaat en er bestaat vanuit milieuhygiënische overwegingen geen bezwaar tegen het plan. • De beoogde functiewijziging veroorzaakt ook geen milieuhinder voor de omliggende woningen.
5.10
Luchtkwaliteit
Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. Hiermee wordt de wijziging van de Wet milieubeheer op het gebied van luchtkwaliteitseisen (hoofdstuk 5 titel 2) bedoeld. Deze wet vervangt het Besluit luchtkwaliteit uit 2005 en is een implementatie van de Europese kaderrichtlijn luchtkwaliteit en de vier dochterrichtlijnen waarin onder andere grenswaarden voor de luchtkwaliteit ter bescherming van mens en milieu zijn vastgesteld. De wetgever noemt ‘gevoelige bestemmingen’ (zoals scholen en kinderdagverblijven) en maakt onderscheid tussen projecten die “in betekende mate” (IBM) en “niet in betekende mate”(NIBM) leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Tevens is voorzien in het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Met de projecten “niet in betekende
Toelichting bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
39
mate” van de Wet luchtkwaliteit is in de NSL rekening gehouden. In de NSL is het begrip “niet in betekenende mate” gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor fijn stof en stikstofdioxide. Op grond van de Regeling niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met 1 ontsluitingsweg en minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Met dit bestemmingsplan wordt enkel de functie gewijzigd, er worden geen nieuwe woningen gebouwd.
afb.19 Uitsnede NSL-kaart luchtkwaliteit
De huidige luchtkwaliteit ter plaatse / in de omgeving van het plangebied is op basis van de meeste recente lokale gegevens zoals te vinden op de site www.nsl-monitoring.nl goed. De toetspunten op de Jisperweg blijven onder de 35 μg/m3. Dit ligt ruim onder de grenswaarde van 40 μg/m3. Samengevat kan worden gesteld dat de huidige lokale luchtkwaliteit (ruim) voldoet aan de wettelijke normen. Met het voorgenomen plan is er geen toename van het personenverkeer, van invloed op de luchtkwaliteit, ten opzichte van de huidige situatie. Er vinden enkel verkeersbewegingen ten behoeve van zwaarder verkeer plaats in de aanlegfase. In de gebruiksfase vindt alleen verkeer plaats die samenhangt met het huidige gebruik als wonen met bedrijf aan huis (aannemersbedrijf). Het voorgenomen plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Betekenis voor dit project: Er is sprake van een ‘klein project’ welke niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging. In combinatie met de lage achtergrondwaarden in het gebied is luchtkwaliteit geen belemmering voor het wijzigen van het bestemmingsplan.
5.11
Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om de veiligheid van mensen in een plangebied in relatie tot de opslag, het gebruik, de productie en het transport van gevaarlijke stoffen in of nabij het plangebied, voor zover die activiteiten risico’s voor de bevolking kunnen geven. Het beleid voor inrichtingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Voor het transport van gevaarlijke stoffen geldt de Handreiking Risicoanalyse Transport (HART) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wet ruimtelijke ordening getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en groepsrisico. Afweging De locaties van risicobronnen en risicocontouren zijn terug te vinden op www.risicokaart.nl. De planlocatie ligt in de nabijheid van een putlocatie van de NAM (ca. 850 m), en een
40
Toelichting bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
gastransportleiding (ca. 650 m). Op de risicokaart is te zien dat de planlocatie buiten de plaatsgebonden risicocontouren van de risicobronnen ligt. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk. Ook worden er geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die kunnen leiden tot een relevante toename van de personendichtheden in het gebied. In de directe omgeving van het plangebied zijn evenmin routes gevaarlijke stoffen of buisleidingen. De uitvoering van het bestemmingsplan zal dan ook geen gevolgen hebben voor de hoogte van het GR.
afb.20Uitsnede Risicokaart.nl
Betekenis voor dit project De Risicokaart geeft in de directe omgeving van het plangebied geen inrichtingen, buisleidingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen aan die van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Er zijn voor het plan dan ook geen belemmeringen aanwezig op het gebied van externe veiligheid.
5.12
Kabels en Leidingen
Ten behoeve van het plan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse kabels en planologisch relevante leidingen. In de bodem van het plangebied liggen voor zover bekend geen primaire hoofdleidingen die beperkingen kunnen opleggen aan het gebruik in de omgeving. Betekenis voor dit project: In en rondom de planlocatie zijn geen kabels en leidingen bekend die de ontwikkeling belemmeren.
Toelichting bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
41
5.13
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Voor activiteiten die zijn genoemd in lijst C en D in de bijlage bij het Besluit m.e.r. moet worden nagegaan of er sprake is van een geval waarin een m.e.r.- beoordelingsbesluit moet worden genomen (D-lijst) of een MER moet worden opgesteld en een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen (C-lijst). Voor elke activiteit zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Onderdeel D.11.2 bijlage bij het Besluit m.e.r. noemt de activiteit “aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject“. De functiewijziging blijft ruim binnen deze drempelwaarden, maar een ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ is wel verplicht. Hiervoor is een aanmeldingsnotitie opgesteld (zie bijlage 5: Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling, HzA stedebouw & landschap, 13 april 2021). Uit de resultaten van de Natuurtoets (zie hoofdstuk 5.5) blijkt dat een passende beoordeling in het kader van de natuurbeschermingswet niet noodzakelijk is. Er is daarom geen sprake van een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht. Gelet op de kenmerken van het plan, de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten treden er geen belangrijke negatieve milieugevolgen op. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten zoals deze in dit hoofdstuk zijn opgenomen.
Op basis van de toets op Bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn, op basis van de milieubeoordelingen en op basis van de aanmeldnotitie zullen zich, op basis van de aard van de activiteiten en de gebiedskenmerken, geen aanzienlijke potentiële milieugevolgen als gevolg van de beoogde functiewijziging van de planlocatie Jisperweg 21 Westbeemster voordoen. De aanmeldnotitie is bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd (zie bijlage 5), zodat deze procedureel wordt verankerd. Betekenis voor dit project: Er is sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals bedoeld in categorie D 11.2 van het bijlage bij het Besluit m.e.r. Uit de doorlopen vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat op voorhand kan worden geconcludeerd dat met de voorgenomen ontwikkeling geen significant negatieve effecten op het milieu aan de orde zijn die een m.e.r.-beoordeling of milieueffectrapportage rechtvaardigen.
5.14
Conclusie toets van de omgevingsaspecten
Het in de voorgaande paragrafen beschreven onderzoek naar milieuaspecten geeft aan dat belangrijke nadelige milieugevolgen, als gevolg van de in dit bestemmingsplan voorgenomen ontwikkeling, zijn uitgesloten. Er is sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling.
42
Toelichting bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
6.
JURIDISCHE PLANOPZET
6.1
Algemeen
Voorliggend bestemmingsplan is gericht op functiewijziging van agrarisch naar bedrijf en hieruit voortvloeiend de sloop van alle bestaande agrarische opstallen op het erf en de herbouw van een nieuwe schuur van max. 360 m2 bij de bestaande (dienst) woning. De Wet ruimtelijke ordening geeft het bestemmingsplan als instrument aan de gemeente voor het mogelijk maken van deze ontwikkeling. In het bestemmingsplan moet aan ieder stuk grond een bepaalde bestemming (en omschrijving van het toegestane gebruik) worden gegeven. Uitgangspunt voor dit bestemmingsplan is het op een zodanige manier inpassen van de nieuwe ontwikkelingen dat recht wordt gedaan aan de aanwezige kwaliteiten van de nabijgelegen gebieden. Het bestemmingsplan zoektzoveel mogelijk aansluiting bij de voorschriften van het bestemmingsplan Buitengebied 2012en recente bestemmingsplannen in de gemeente Beemster. Dit bestemmingsplan biedt een direct bouwtitel voor de beoogde ontwikkeling.
6.2
Juridische vormgeving
6.2.1 Wettelijke vereisten
De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.
6.2.2 Opzet planregels
Overeenkomstig de SVBP 2012 kennen de planregels van het bestemmingsplan de volgende hoofdstuk indeling: Hoofdstuk 1: Inleidende regels Dit hoofdstuk begint met de begripsbepalingen, waarin - om misverstanden bij de toepassing van het bestemmingsplan te voorkomen - een aantal in het bestemmingsplan gehanteerde begrippen wordt toegelicht. In het daarop volgende artikel, de wijze van meten, wordt aangegeven op welke wijze de in het bestemmingsplan opgenomen maatvoering moet worden berekend. Ook dit artikel dient om interpretatieproblemen te vermijden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de voorschriften opgenomen die behoren bij de verschillende op de plankaart opgenomen bestemmingen die aan de gronden zijn toegekend. Ieder artikel begint met een bestemmingsomschrijving, waarin duidelijk de bestemmingen zijn weergegeven, waarvoor de gronden met de betreffende bestemming gebruikt mogen worden. Vervolgens wordt door middel van de bouwregels aangegeven wat en in welke mate op de gronden met deze bestemming mag worden bebouwd. In de ontheffing van de bouwregels staat onder welke voorwaarde van welk bouwvoorschrift mag worden afgeweken. De gebruiksregels geven aan wat verboden gebruik is en tenslotte wordt in de strafbepaling beschreven wat strafbaar is in dit kader. Onder voorwaarden mag soms ook van de gebruiksregels worden afgeweken.
Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk zijn de anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene afwijkingsregels en algemene gebruiksregels opgenomen. Dit zijn regels die in hun algemeenheid voor het gehele bestemmingsplan gelden en min of meer losstaan van de bestemmingsbepalingen.
Toelichting bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
43
In de Algemene afwijkingsregels zijn mogelijkheden opgenomen om af te wijken van de verschillende maatvoeringen in het plan. Deze afwijkingen zijn uitdrukkelijk bedoeld om op onvoorziene ontwikkelingen te kunnen inspelen. Het bestemmingsplan wordt afgesloten met de Overgangs- en slotregels, hoofdstuk 4.
6.2.3 Verbeelding
Met de digitalisering van ruimtelijke plannen is het lezen en interpreteren van de verbeelding (voorheen plankaart) veranderd. Via de website www.ruimtelijkeplannen.nl kunnen bestemmingsplannen (ook in voorbereiding zijnde plannen voor zover deze ter inzage zijn gelegd) worden ingezien. Alhoewel de digitale verbeelding het uitgangspunt vormt, blijft het mogelijk het bestemmingsplan analoog in te zien. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. Bestemmingsvlak en bouwvlak De in het plan voorkomende bestemming bestaat uit twee vlakken: een bestemmingsvlak én een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik is toegestaan. Het bouwvlak is een gebied dat op de verbeelding is aangeduid waarvoor de mogelijkheden om gebouwen te bouwen in de regels zijn aangegeven. Het bestemmingsvlak is op de verbeelding voorzien van aanduidingen.
6.3
Verantwoording keuze van de bestemmingen
De regels bij het bestemmingsplan sluiten aan op de regels in het bestemmingsplan Buitengebied 2012, en recente bestemmingsplannen van de gemeente Beemster. Het plan kent drieenkelbestemmingen en een dubbelbestemming: Agrarisch De bestemming 'Agrarisch' geldt voor de gronden van het voormalige agrarische bouwvlak die buiten het woonperceel ‘Jisperweg 21’ vallen. De agrarische bestemming sluit aan op de aangrenzende agrarische gronden. Het agrarische bouwvlak vervalt met deze bestemmingswijziging. Bedrijf De bestemming ‘Bedrijf’ sluit aan bij het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2012, maar is locatiespecifiek geregeld. De gronden met de bestemming Bedrijf zijn bestemd voor een aannemersbedrijf en wonen ten behoeve van het bedrijf. Binnen het bestemmingsvlak zijn twee bouwvlakken getekend, die functioneel aan elkaar gekoppeld zijn. Op deze wijze wordt voorkomen dat extra bebouwing op het erf wordt gebouwd buiten de stolpboerderij en de te herbouwen schuur. In de gebouwen is een bedrijfswoning toegestaan, opslag ten behoeve van het aannemersbedrijf, en een werkplaats met een maximale omvang van 70 m2 (dit is 20% van de schuur). Daarbij wordt uitgegaan van het feit dat de hoofdactiviteit van het aannemersbedrijf op locatie elders plaatsvindt. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is de maximale goot- en bouwhoogte geregeld.
In de planregels is de realisatie van voldoende parkeergelegenheid vastgelegd. Binnen de bestemming is een erfpad om sturend te kunnen zijn in de inrichting van het perceel als Beemster erf. Tuin Ten behoeve van een aantrekkelijk dorpsbeeld acht de gemeente het wenselijk om op delen van de erven geen gebouwen toe te staan, met uitzondering van erkers en gebouwtjes voor nutsvoorzieningen. Die delen van de erven hebben de bestemming ‘Tuin’ gekregen. De voorerven dienen in algemene zin vrij te blijven van bebouwing, omdat dat ten koste gaat van de historische bebouwingsstructuur en/of de stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteit. Binnen de bestemming is een erfpad om sturend te kunnen zijn in de inrichting van het perceel als Beemster erf.
44
Toelichting bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
Waarde - cultuurhistorie Het plan bevat de dubbelbestemming ‘Waarde – cultuurhistorie’. Dubbelbestemmingen zijn bestemmingen die dienen ter bescherming van een specifiek ruimtelijk belang. In dit geval de bescherming van de cultuurhistorische waarden. De dubbelbestemming valt over ‘onderliggende’ inhoudelijke bestemmingen heen en houdt beperkingen in voor de bouw- en of gebruiksmogelijkheden van die gronden.
6.4
Handhaving
De Wet ruimtelijke ordening bevat een algemeen verbod om de gronden en bebouwing in strijd met het bestemmingsplan te gebruiken. Een belangrijk juridisch aspect in de uitvoering van het plan is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen ‘vasthouden’. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: de grondeigenaren en gebruikers dienen door de gemeente op een zelfde wijze daadwerkelijk aan het plan te worden gehouden. In het bestemmingsplan is in dit verband gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van, in het bijzonder, de planregels van het plan.
Toelichting bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
45
7.
HAALBAARHEID
7.1
Algemeen
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Ingevolge artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient er in het kader van het bestemmingsplan een onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
7.2.1 Overleg direct omwonenden
Initiatiefnemer heeft mondeling overleg gehad met de bewoners van de tegenoverliggende (dienst)woning Jisperweg 22. Zij hebben aangegevengeen bezwaar te hebben tegen het realiseren van de nieuw te plaatsen schuur en de noodzakelijke bestemmingsplanwijziging hiervoor. Overige woningen en bedrijven liggen op enige afstand.
7.2.2 Bestemmingsplanprocedure
Het ontwerpbestemmingsplan wordt op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbij door een ieder zienswijzen bij de gemeenteraad kunnen worden ingediend. De zienswijzen worden vervolgens bij de besluitvorming in het kader van de vaststelling door de gemeenteraad betrokken. Daarnaast wordt het plan ook voorgelegd aan de provincie voor overleg ex artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening. De opmerkingen van de provinciezullen in het bestemmingsplan worden verwerkt.
7.3
Economische uitvoerbaarheid en grondexploitatie
In artikel 6.12 van de WRO is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de grond waarop een bouwplan is voorgenomen. De zgn. Grondexploitatiewet heeft als doelstelling een goede regeling te treffen voor het kostenverhaal en locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Het verhalen van kosten kan de gemeente zowel op basis van de publiekrechtelijke (via een exploitatieplan), als de privaatrechtelijke weg (via een overeenkomst). Een exploitatieplan is verplicht, tenzij het kostenverhaal anderszins (bijvoorbeeld door een overeenkomst) is verzekerd. Het betreft hier een private ontwikkeling waarbij het risico geheel gedragen wordt door de eigenaar. Het plan voorziet niet in een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, waardoor voor de betrokken gronden geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12Wro hoeft te worden vastgesteld. In het onderhavige geval is slechts sprake van een gebruikswijziging, het aantal woningen blijft gelijk. Het gemeentelijk kostenverhaal (plankosten) wordt vergoedvia de leges. Daarmee is het kostenverhaal anderszins verzekerd. Het plan wordt hiermeeeconomisch uitvoerbaar geacht. Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het project voldoende is gegarandeerd.
46
Toelichting bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
Planregels Bestemmingsplan Jisperweg 21, Westbeemster
Concept ontwerp 7 juli 2021
INHOUDSOPGAVE
HOOFDSTUK 1 Artikel 1 Artikel 2
INLEIDENDE REGELS .......................................................................................... 3 Begrippen................................................................................................................. 3 Wijze van meten ...................................................................................................... 8
HOOFDSTUK 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
BESTEMMINGSREGELS....................................................................................... 9 Agrarisch .................................................................................................................. 9 Bedrijf ..................................................................................................................... 11 Tuin ........................................................................................................................ 13 Waarde – Cultuurhistorie ....................................................................................... 14
HOOFDSTUK 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
ALGEMENE REGELS .......................................................................................... 15 Anti-dubbeltelregel ................................................................................................. 15 Algemene bouwregels ........................................................................................... 15 Algemene gebruiksregels ...................................................................................... 16 Algemene afwijkingsregels..................................................................................... 16
HOOFDSTUK 4 Artikel 11 Artikel 12
OVERGANGS- EN SLOTREGELS ...................................................................... 18 Overgangsrecht ..................................................................................................... 18 Slotregel ................................................................................................................. 18
2
Regels bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
HOOFDSTUK 1
Artikel 1
INLEIDENDE REGELS
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder:
1.1
het plan:
1.2
het bestemmingsplan:
1.3
aanbouw:
1.4
aanduiding:
1.5
aanduidingsgrens:
1.6
aan-huis-verbonden beroep
1.7
aan-huis-verbonden bedrijf:
1.8
aannemersbedrijf:
het bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’ met identificatienummer NL.IMRO.0370.2021BPJisperweg21-ON01 van de gemeente Beemster; de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;
een gebouw met een primaire woonfunctie dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; een grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruik(st)er, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
een bedrijf dat in een (gedeelte van) een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, door de gebruik(st)er van de woning, en dat niet krachtens een milieuwet vergunning- of meldingplichtig is;
een bedrijf dat een bouwproject van begin tot einde begeleid en zorgt voor coördinatie en communicatie tussen opdrachtgever, onderaannemers en vakmannen;
Regels bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
3
1.9
achtererf:
1.10
agrarisch bedrijf:
1.11
bebouwing:
1.12
bed & breakfast:
1.13
bestaand:
erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; een aan het buitengebied gebonden bedrijf groter dan 10 NGE, waar uitsluitend of in hoofdzaak door middel van het telen van gewassen of het houden van dieren producten worden voortgebracht, waaronder mede wordt verstaan de met die activiteiten qua aard vergelijkbare activiteiten zoals paarden fokken/melken;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; een kleinschalige vorm van verblijfsrecreatie zonder eigen kookvoorziening die zich met name richt op de trekkende toeristen, die voor één of enkele nachten een onderkomen zoeken; de indeling en invulling van de kamers is sterk afhankelijk van de bestaande bebouwing; • •
bij bouwwerken:bestaand ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; bij gebruik: bestaand ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan;
1.14
bestemmingsgrens:
1.15
bestemmingsvlak:
1.16
bijgebouw:
1.17
bouwen:
1.18
bouwgrens:
1.19
bouwperceel:
1.20
bouwperceelgrens:
4
de grens van een bestemmingsvlak; een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; de grens van een bouwvlak;
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; de grens van een bouwperceel;
Regels bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
1.21
bouwvlak:
1.22
bouwwerk:
1.23
buitenopslag
1.24
cultuurhistorisch deskundige:
1.25
cultuurhistorische waarde:
1.26
dakkapel:
1.27
dakoverstek:
1.28
detailhandel:
1.29
erf:
1.30
gebouw:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; het opslaan, of opgeslagen houden van voorwerpen, stoffen of producten en andere materialen op de onbebouwde gronden van de bedrijfspercelen; een door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen inzake cultuurhistorie;
de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied. een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst;
de breedte van de dakrand (inclusief de goot) welke zich buiten de verticale projectie van de gevel bevindt; het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt; al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
Regels bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
5
1.31
hoofdgebouw;
1.32
horeca:
1.33
landschapswaarde:
1.34
maatschappelijke voorzieningen:
1.35
maatschappelijke voorzieningen
1.36
nutsvoorzieningen
1.37
overig bouwwerk
1.38
overkapping:
1.39
peil:
1.40
perceelsgrens:
6
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, waaronder een discotheek, feestzaal en partyboerderij.;
de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van de aardoppervlakte, die wordt bepaald door de herkenbaarheid en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet-levende natuur;
voorzieningen inzake welzijn, volksgezondheid, cultuur, religie, sport, onderwijs, openbare orde en veiligheid en daarmee gelijk te stellen sectoren.
voorzieningen inzake welzijn, volksgezondheid, cultuur, religie, sport, onderwijs, openbare orde en veiligheid en daarmee gelijk te stellen sectoren.
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en met aan ten hoogste één zijde een gesloten wand;
a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabij gelegen punt waar het water grenst aan het vaste land;
de grens van een bouwperceel;
Regels bestemmingsplan ‘Jisperweg 21, Westbeemster’, gemeente Beemster
1.41
prostitutie:
1.42
rijksmonument: