bestemmingsplan Jisperweg 124, toelichting.pdf
Tekst van het document
Weergave van artikel 6.59 van de NH2020
Artikel 6.59 is van toepassing indien sprake is van een ‘nieuwe (ruimtelijke) ontwikkeling’. In navolging aan de toetsing van de Ladder voor duurzame verstedelijking ontwikkeling (zie artikel 3.1.3) is geconcludeerd dat deze ontwikkeling niet ziet op een ‘nieuwe ontwikkeling’.
NL.IMRO.0370.2020Jisperweg124-VA01 Toelichting
Gemeente Beemster
Blad 25 van 61
Bestemmingsplan
augustus 2021
Jisperweg 124 Westbeemster
vastgesteld
Op basis van het geldende bestemmingsplan is reeds sprake van een (agrarische) bedrijfsbestemming in het buitengebied (transportbedrijf) met een geldend bouwvlak en bijbehorende bouwmogelijkheden. Het bouwvlak mag volledig bebouwd worden ten dienste van het bestaande, aanwezige bedrijf. Desalniettemin is het aspect ruimtelijke kwaliteit wel van belang, op grond van de algemene zorgplicht inzake de ruimtelijke kwaliteit alsmede de ligging binnen het werelderfgoed De Beemster. In de beoogde situatie is er sprake van een aan het buitengebied gelieerd bedrijf. De milieuzwaarte van het bedrijf blijft gelijk. Ook wordt bijgebouwd binnen de kaders die ook het geldende bestemmingsplan al bij recht toestaat. Feitelijk gezien is er dan sprake van een bestemmingsplan waarbij sprake is van een herbestemmingsproject zonder toename/uitbreiding van de bouwmogelijkheden en is er geen sprake van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Er is in deze casus sprake van een zogeheten kleinschalige ontwikkeling, dat wil zeggen nieuwe bebouwing voor stedelijke functies die gelet op de kleinschaligheid en beperkte ruimtelijke gevolgen niet wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening.
Aangezien er sprake is van een agrarisch aanverwant bedrijf (definitie =een bedrijf in landelijk gebied dat hoofdzakelijk is gericht op het leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven of het leveren van goederen en diensten ten behoeve van aanleg en onderhoud van groene of recreatieve gebieden, en gebruik maakt van werktuigen, apparatuur of agrarisch loonwerk) is allereerst artikel 6.33 van toepassing. Er is sprake van de verplaatsing van een bestaand fysiek agrarisch aanverwant bedrijf naar een nieuwe locatie aan de Jisperweg 124 te Westbeemster. Hier is ook reeds een bedrijf gevestigd (transportbedrijf), maar het betreft wel een perceel die een nieuwe, positieve bestemming krijgt voor een agrarisch aanverwant bedrijf, in dit geval het agrarisch loonbedrijf Brouwer-Zijp. De noodzaak tot verplaatsing is voldoende gemotiveerd en aangetoond, momenteel is het bedrijf versnipperd gevestigd over verschillende locaties, hetgeen niet efficiënt is. Er is geen reël alternatieve locatie beschikbaar. Ook wordt het bouwvlak enigszins verkleind (van circa 10.000 m2 naar 9.000 m2) en worden de bestaande bouwrechten ingeperkt. Buitenopslag buiten het bouwvlak vindt niet plaats. Artikel 6.59 is van toepassing op alle ‘nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen’ in het landelijk gebied.
Daarmee is de toepassing verbreed ten opzichte van de voorgaande versies van de verordening, waarbij dit strekkende artikel van toepassing was op ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. De nieuwe term dekt beter de lading van de ruimtelijke ingrepen die van invloed zijn op de ruimtelijke kwaliteit. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied gaat het om bijvoorbeeld nieuwe bebouwing, agrarische bedrijven, natuurontwikkeling, infrastructuur of vormen van energieopwekking. Er is sprake van het oprichten van nieuwe bedrijfsbebouwing die wordt gebouwd binnen het bestaande bouwvlak. Er was reeds geconcludeerd dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
NL.IMRO.0370.2020Jisperweg124-VA01 Toelichting
Gemeente Beemster
Blad 26 van 61
Bestemmingsplan
augustus 2021
Jisperweg 124 Westbeemster
vastgesteld
De uitstraling van het gehele perceel zal echter weinig veranderen. Het plan voorziet in het aanpassen van het vigerende bouwvlak en het begrenzen van de bouwmogelijkheden, zodat de ruimtelijke impact op de omgeving planologisch aanzienlijk gereduceerd wordt, maar ook afdoende ontwikkelingsperspectief voor het bedrijf geborgd wordt. Met in achtneming van de reeds aanwezige landschappelijke inpassing versus de openheid van het gebied is een uitwerking c.q nadere aanvulling van de landschappelijke inpassing opgesteld. Belangrijk hierbij is dat het open karakter van deze omgeving behouden blijft. Het bedrijf is nu al deels omgeven door streekeigen beplanting waardoor het voor een deel aan het zicht onttrokken is. Een erfinrichtings- en landschapsplan (bijlage 1) is opgenomen in de bijlagen. Daarnaast kan ook worden gesteld dat omdat onderdelen/materielen van het bedrijf niet meer versnipperd zijn gelegen c.q. zijn verdeeld over ‘de Beemster’, maar nu centraal op één passende bedrijfslocatie geplaatst kunnen worden er ook sprake is van een toename van de ruimtelijke kwaliteit vanuit een groter perspectief. In paragraaf 3.2.3 wordt nader ingegaan op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Op basis van voorgaande en het genoemde in artikel 3.2.3 is afdoende rekening gehouden met het gestelde in artikel 6.59 van de NH2020 c.q. wordt voldaan aan de voorwaarden. 3.2.3
Leidraad Landschap en Cultuurhistorie De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 (Leidraad), zie artikel 5.69, lid 1, is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. De Leidraad geeft gebiedsgerichte én ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. De provincie beoogt met deze Leidraad om samen met bijvoorbeeld gemeenten, ontwikkelaars en initiatiefnemers te werken aan het behouden en versterken van de kwaliteit van het landschap en de cultuurhistorie. De Leidraad is verankerd in artikel 6.59 (zie hiervoor). Doordat sprake is van hergebruik / ontwikkeling binnen een bestaand bestemmingsvlak waarbij het terrein rondom reeds landschappelijk is ingepast overeenkomstig de gebruikelijke wijze van erfbeplanting in de Beemster (zie ook paragraaf 3.5) wordt redelijkerwijs reeds aan het bepaalde in de Leidraad i.c. artikel 6.59, lid 2 en 3, voldaan. Het plangebied is gelegen in het Ensemble Schermer - Beemster. Zie onderstaande figuur.
NL.IMRO.0370.2020Jisperweg124-VA01 Toelichting
Gemeente Beemster
Blad 27 van 61
Bestemmingsplan
augustus 2021
Jisperweg 124 Westbeemster
vastgesteld
Voor het Ensemble Schermer – Beemster zijn door de provincie een drietal kernwaarden bepaald: 1. de landschappelijke karakteristiek: de landschapstypen en de belangrijkste kenmerken van deze landschappen. T.a.v. de Beemster geldt: "De landschappelijke karakteristiek van de Beemster wordt gevormd door een raster met gelijkwaardige wegen en vaarten die allemaal beplant zijn. Dit zorgt voor een droogmakerij met zeer herkenbare indeling in vierkanten. Aan de rand zijn de Beemstervierkanten afgekapt door de ringdijk. De geometrische indeling komt op verschillende schaalniveaus terug in sloot- en wegenpatroon, kavelverdeling, -inrichting en de bebouwing. De vierkante opzet van de erven met een vaste situering van de boerderijen (stolpen) in de Beemster is uniek". 2. openheid en ruimtebeleving: de beleving van de vrije open ruimte, de horizon en de oriëntatiepunten. T.a.v. de Beemster geldt: "In de Beemster begrenzen de laanbeplanting en bebouwing langs rasterwegen de openheid. Hierdoor ontstaan grote vierkante 'kamers' met daarbinnen een verdere opdeling in rechthoekige kavels. Daarnaast liggen er in de Beemster vijf forten die onderdeel zijn van De Stelling van Amsterdam. Ze zorgen elk voor openheid door 'verboden kringen' met een straal van een kilometer vanaf het fort. De zeer grote openheid in de Schermer is ervaarbaar door brede vergezichten over de tochten.
De bebouwingslinten beperken de ruimten aan weerszijden maar zijn niet dicht; de erven met bebouwing en beplanting liggen als losse groene eenheden (eilanden) langs het lint. De dwarswegen zijn, in tegenstelling tot de vaarten, niet beplant. De erven langs de vaarten en lengtewegen vormen groene accenten. De ringdijk begrenst de ruimte".
NL.IMRO.0370.2020Jisperweg124-VA01 Toelichting
Gemeente Beemster
Blad 28 van 61
Bestemmingsplan
augustus 2021
Jisperweg 124 Westbeemster
vastgesteld
3. de ruimtelijke dragers: de driedimensionale structuren en lijnen die in het (vlakke) landschap het beeld. T.a.v. de Beemster geldt: "De ringdijk van de Beemster is in tegenstelling tot die van de Schermer beplant. Het polderraster bestaat uit hoger gelegen, beplante wegen. De hooggelegen en beplante snelweg A7 is aangelegd langs de Oostersloot en volgt daardoor deels het raster van de polder en is als zodanig beeldbepalend". Zonder uitputtend te zijn is het wijzigen van de bestemming voor een Agrarisch – hulpbedrijf, het oprichten van bedrijfsbebouwing met een agrarische bouwstijl/uitstraling binnen een bestaand bouwvlak voor een fysiek bestaand agrarisch aanverwant bedrijf niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting van de kernwaarden van het gebied c.q. de Beemster. De ontwikkeling is in lijn c.q. niet in strijd met de uitgangspunten van de Leidraad. Voor de nadere stedenbouwkundige-, ruimtelijke- en landschappelijke inrichting wordt verwezen naar het inrichtingsplan zoals opgenomen in de bijlage. In paragraaf 3.2.2 is reeds ingegaan op de relatie van voorliggend bestemmingsplan in relatie tot artikel 6.49 en 6.59 van de NH2020.
Conclusie: Op grond van het provinciaal beleid is het initiatief / de ruimtelijke ontwikkeling aan te merken als ‘een kleinschalige ruimtelijke ontwikkeling’, gerelateerd aan de ruimtelijke impact, waarbij de bestaande activiteiten van initiatiefnemer als een bestaand fysiek agrarisch aanverwant bedrijf, formeel geborgd worden. Aan het bepaalde in artikel 6.33, lid 3 onder b en d, wordt voldaan. Het karakteristieke boerenerf blijft behouden c.q. aan de ruimtelijke kwaliteiteis is invulling gegeven. De provinciale belangen zoals opgenomen in de Omgevingsvisie en de omgevingsverordening NH 2020 en in het bijzonder het bepaalde in artikel 6.33, lid 3, artikel 6.49 en artikel 6.59 zijn derhalve niet in het geding. 3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie Beemstermaat De “Structuurvisie Beemstermaat” benoemt de ruimtelijke identiteit van de droogmakerij en maakt deze hanteerbaar voor de ruimtelijke opgaven die nu en vooral ook in de toekomst zullen gaan spelen. De visie bestrijkt de periode 2012 – 2037. De structuurvisie is bindend voor de gemeente zelf, maar bevat geen regels. De structuurvisie is gebaseerd op artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Deze structuurvisie is een strategisch document over de ruimtelijke en functionele ontwikkeling in de gemeente. De structuurvisie is ook een belangrijk sturingsinstrument en is verplicht op grond van artikel 2.1.1 van de Wet ruimtelijke ordening: zij vormt het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen en geeft aan waar welke functies wenselijk zijn en waar niet. De ambitie voor De Beemster is tweeledig: • als werelderfgoed wil de gemeente De Beemster in stand houden en toegankelijk en beleefbaar maken;
NL.IMRO.0370.2020Jisperweg124-VA01 Toelichting
Gemeente Beemster
Blad 29 van 61
Bestemmingsplan
augustus 2021
Jisperweg 124 Westbeemster
•
vastgesteld
De Beemster moet zich ontwikkelen als hoogwaardig agrarisch productiegebied en woon- en werkgebied.
Als kernwaarden van De Beemster worden gezien: de openheid van het polderlandschap, het historisch sloten- en wegenpatroon met beplanting, de ringvaart met ringdijk, de structuur en ligging van de dorpen, het raster van de bebouwing, de indeling van de erven, het functionele, agrarische gebruik van deze droogmakerij en de originele maatvoering en verkaveling. Thema’s bij de uitwerking van de ambitie zijn: • Behoud en herstel van het landschapspatroon • Tegengaan van verrommeling • Behouden en versterken van de ruimtelijke structuur en karakteristiek • Recreatie en duurzaamheid versterken • Oplossen mobiliteitsdruk binnen neutraal raster De vestiging van het agrarisch loonbedrijf beantwoordt in hoge mate aan de ambities en doelstellingen. In de structuurvisie wordt niet specifiek gesproken over agrarische hulpbedrijven, maar wordt wel ruimte aan de agrarische sector geboden en daaronder worden ook de hulpbedrijven geschaard als noodzakelijk schakel. Loonbedrijven in het landelijk gebied worden in Beemster als een belangrijke randvoorwaarde gezien voor het agrarisch beheer van het werelderfgoed. 3.3.2
Beemster Omgevingsnota (10 juli 2012) Om sturing te geven aan de bewaking en stimulering van de bijzondere ruimtelijke kwaliteit beschikt de gemeente over een scala aan instrumenten, die feitelijk de concretisering van bescherming zijn. Het doel van de Beemster Omgevingsnota is het behouden en stimuleren van de ruimtelijke kwaliteit. In het overvolle Nederland is ruimtelijke kwaliteit een gemeenschappelijk bezit, het is geen zaak van de eigenaren van grond of gebouwen alleen, het is een waarde die niet geïndividualiseerd of geprivatiseerd kan worden. Een goede ruimtelijke kwaliteit levert een bijdrage aan de leefbaarheid, de duurzaamheid en de culturele betekenis van een gebied. Het versterkt de ‘eigenheid’ (of identiteit) van een plek of een gemeente. Een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving verhoogt bovendien de waarde van het onroerend goed en versterkt het vestigingsklimaat. Mensen zijn graag in gebieden met een goede ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit is niet eenvoudig te definiëren of te objectiveren. Meestal wordt ruimtelijke kwaliteit benoemd als een optelsom van de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde van een gebouw of van een gebied. Opgemerkt wordt dat op 24 december 2010 het Ruimtelijke kwaliteitskader voor het Beemster Erf “Beemster erven is WereldERFgoed’ vastgesteld.
In dit rapport worden de kernkwaliteiten van het Beemster Erf benoemd en verbeeld. Naast de kwalitatieve bepaling, die interdisciplinair hebben plaatsgevonden, worden de kernkwaliteiten ook gekoppeld aan concrete randvoorwaarden, richtlijnen en inspiratie elementen. Zo is gekomen tot een ruimtelijk kwaliteitskader op erfniveau. De uitgangspunten van dit ruimtelijk kader zijn vertaald in de Beemster omgevingsnota en het vigerende bestemmingsplan Buitengebied 2012.
NL.IMRO.0370.2020Jisperweg124-VA01 Toelichting
Gemeente Beemster
Blad 30 van 61
Bestemmingsplan
augustus 2021
Jisperweg 124 Westbeemster
vastgesteld
De begrippen ‘utilitas, venustas, firmitas’ werden al ruim tweeduizend jaar geleden beschreven door de Romeinse bouwmeester Vitruvius. De Omgevingsnota richt zich primair op de belevingswaarde van de omgeving. De Omgevingsnota regelt niet welke functies op welke plek komen en hoe omvangrijk en flexibel het programma is; dat soort zaken worden primair in het bestemmingsplan geregeld. De Omgevingsnota doet wel uitspraken over hoe een toegestane functie en een toegestaan volume het beste kunnen worden ingepast en uitgevoerd. En ‘het beste’ dat is dan: op een manier die de ruimtelijke kwaliteit van De Beemster behoudt en versterkt. Het plan versus De Beemster Schaalvergroting van agrarische bouwwerken in de polder zijn per definitie een aantasting van de openheid van het landschap. In de omgevingsnota is voor agrarische bedrijven opgenomen dat zij kunnen uitbreiden tot een bepaalde aanvaardbare omvang. Indien op de huidige locatie een agrarisch bedrijf gevestigd zou zijn, zou de voorgestane uitbreiding passend zijn voor wat betreft de vergroting van het bouwvlak. Vanuit de Beemster Omgevingsnota dient de kaprichting van de schuur haaks op de Jisperweg te zijn. In het beoogde voornemen van het oprichten van de bebouwing wordt hierin voorzien. De structuur van het erf en de wijze van verkaveling blijft behouden.
Zoals voormeld is het erf landschappelijk ingepast, hetgeen behouden blijft. De structuur met in achtneming van het behoud van de openheid blijft aanwezig. Opgemerkt wordt dat reeds aanwezige bebouwing binnen het plangebied van oudsher niet haaks is gesitueerd ten opzichte van de Jisperweg. Dit plan draagt bij aan het behoud van de kwaliteit van de polder door het scheppen van randvoorwaarden voor het bewerken en behouden van de unieke waarden voor en door het agrarisch gebruik. Het faciliteren van een agrarisch loonbedrijf op een perceel, waarbij de ruimtelijke structuur gewaarborgd is en blijft en zorg is gedragen voor een landschappelijke inpassing met balans voor de openheid van het gebied en aandacht voor de contour van het Beemster Erf. Onderhavig initiatief voldoet aan de beleidsuitgangspunten van de Beemster Omgevingsnota (2012) en daarmee samenhangende of ‘onderliggende’ beleidsdocumenten zoals het ruimtelijke kwaliteitskader De Beemster en de Stelling van Amsterdam (november 2011). Het plan zorgt voor behoud van evenwicht in gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het gebied. 3.4
Overig relevant ruimtelijk beleid Naast het provinciale - en het gemeentelijke beleid dient rekening gehouden te worden met de nationale - en Europese regelgeving betreffende het plangebied. Hierbij hebben de volgende wetten of richtlijnen een relatie met de projectlocatie: de Wet natuurbescherming, de Kaderrichtlijn Water, Wet-/besluit ruimtelijke ordening, Wet geluidhinder, Wet Milieubeheer en dergelijke. De planologische gevolgen van de hiervoor genoemde regelgeving zijn in hoofdstuk 5 nader uitgewerkt.
NL.IMRO.0370.2020Jisperweg124-VA01 Toelichting
Gemeente Beemster
Blad 31 van 61
Bestemmingsplan
augustus 2021
Jisperweg 124 Westbeemster
vastgesteld
- Wet Milieubeheer/ Activiteitenbesluit Inzake de verplichtingen uit de Wet Milieubeheer (ex. art 8.1 juncto art. 8.40) wordt door het bedrijf voldaan. Het bedrijf agrarisch loonbedrijf Brouwer-Zijp is een bedrijf welke qua aard van de activiteiten en huidige voorzieningen onder het activiteitenbesluitbesluit valt (Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (BARIM). Een recente melding dateert van juni 2019. 3.5
Erfinrichtingsplan - / uitwerking Gezien de ligging van het plangebied in De Beemster en met in achtneming van voormelde ruimtelijke beleidsstukken (zie voormelde paragrafen) is het behoud van de reeds aanwezige erfkwaliteit met kenmerken van een Beemster erf, met bijbehorende erfbeplanting en bomen langs de oprit van belang. Voorkomen moet worden dat deze erfkwaliteit door de bedrijfsvoering, zoals het parkeren en verplaatsen van landbouwmachines, wordt aangetast. De bestaande laanbomen blijven behouden. Ook het behoud van het zicht over de erftoegang naar het achtergelegen landschap blijft behouden. In bijgaande figuren is dit nader inzichtelijk gemaakt. Bij de huidige- en toekomstige erfinrichting is / wordt rekening gehouden met het Ruimtelijk Kwaliteitskader Beemster erven van de gemeente (zie paragraaf 3.3.2) en de Leidraad Landschap & Cultuurhistorie (zie paragraaf 3.2.3). De realisatie van een werktuigenberging voor landbouwmaterieel ‘past’ in het karakteristiek i.c. het landschap welke typerend is voor De Beemster. Het erf en de gebouwen hebben c.q. behouden een ‘agrarische’ uitstraling qua situering en positionering (achter de woonboerderij/stolp) en passen in de korrel van het lint aan de Jisperweg. Zie voor een impressie de opgenomen foto’s in paragraaf 2.4 en de weergave in bijlage 1.
De kleur en detaillering zal bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouw plaatsvinden. Voor de omvang van de bebouwing en bouwhoogten wordt naast de benodigde ruimte en doorrijhoogte voor het bedrijfsmaterieel specifiek rekening gehouden met de structuur, kenmerken en uitstraling van het gebied c.q. het landelijke karakter. De huidige karakteristiek (kernkwaliteiten) van het landelijk gebied / de Beemster blijft behouden en is vergelijkbaar met de omliggende boerenbedrijven. Het oprichten van adequate bebouwing voorkomt verrommeling van het erf (nu staat veel materieel in de open lucht). De werktuigenberging zal bovendien binnen het bestaande bouwvlak gerealiseerd worden. De toename aan bedrijfsbebouwing is voor het bedrijf noodzakelijk om voertuigen en materialen die droog moeten staan binnen te kunnen stallen. Combineren of herstructurering van de bestaande bebouwing levert onvoldoende ruimtewinst op. De uitstraling van het gehele perceel zal echter weinig / niet veranderen. Meer landschappelijke winst c.q. verbetering van de ruimtelijke kwaliteit is realiseerbaar door – op termijn – de huidige bebouwing, ten zuiden van de bedrijfswoning te saneren en elders te herbouwen waarbij de nieuwbouw haaks op de weg én met behoud van zicht op het achterliggende gebied gerealiseerd wordt. Conform verzoek c.q.
beoogd perspectief uit 2015 zal een werktuigenberging ter grootte van circa 1.728 m2 worden opgericht. Eveneens wordt beoogd om een nieuwe werkplaats / berging op te richten. Het erfinrichtingsplan en beeldkwaliteit is in bijgevoegde tekeningen (Erf- / landschapsinrichtingstekeningen Jisperweg 124 Westbeemster, MO Tekenbureau d.d. 21 oktober 2020), zie bijlage 1, weergegeven.
NL.IMRO.0370.2020Jisperweg124-VA01 Toelichting
Gemeente Beemster
Blad 32 van 61
Bestemmingsplan
augustus 2021
Jisperweg 124 Westbeemster
vastgesteld
De aanwezige streekeigen beplanting c.q. de landschappelijke inpassing blijft behouden (zie onderstaande figuren / foto’s en tekeningen MO in bijlage 1). Aan de voorzijde van het perceel is de bestemming Tuin van toepassing, welke behouden blijft. De bestaande entree / toegangsweg heeft een afdoende breedte ten opzichte van het landbouwmaterieel, zodat de bestaande laanbomen blijven houden (zie ook foto in paragraaf 4.5.2 / bijlage 1). In de volgende figuren is zichtbaar dat het erf / plangebied al voorzien is van een robuuste landschappelijke inpassing (zie ook afbeeldingen / figuur in hoofdstuk 2), waardoor het erf c.q. de gebouwen niet of nauwelijks zichtbaar (zullen) zijn. Een bijdrage aan de kenmerken van het landelijke gebied c.q. de Beemster is reeds geleverd en blijft, ongeacht de wijziging of het oprichten van bedrijfsbebouwing, aanwezig. Rekeninghoudend met het kenmerkende open karakter van De Beemster is teveel toevoegen of verder verdichten van het plangebied / omgeving niet wenselijk. In het plan is de landschappelijke inpassing aan de noord-/zuidzijde ‘strakker’ begrenst, door de beplanting te plaatsen in lijn met de verkaveling (zie Sit02, terreintekening Jisperweg 124, MO tekenbureau d.d. 21 oktober 2020 (bijlage 1).
De bebouwing (1e fase) of bebouwing op termijn (2de fase) wordt dusdanig gepositioneerd dat de open zichtlijn “over het erf’ meer tot zijn recht komt c.q. behouden blijft (zie Sit02 in bijlage 1).
Weergave huidige landschappelijke inpassing (vanuit zuidelijke perspectief) – nieuwbouw komt ‘achter’ woning;
NL.IMRO.0370.2020Jisperweg124-VA01 Toelichting
Gemeente Beemster
Blad 33 van 61
Bestemmingsplan
augustus 2021
Jisperweg 124 Westbeemster
vastgesteld
Weergave huidige landschappelijke inpassing (vanuit noordelijke richting); het plangebied is geheel ‘ingepakt’ c.q. niet zichtbaar. Zowel het bestaande als toekomstige erf voegt zich in de geometrische kavelstructuur van de Beemster en past derhalve, tesamen met de aanwezig streekeigen beplanting, binnen het kenmerkende open landschap van de Beemster. Door het project zal daardoor geen sprake zijn van aantasting van de kernkwaliteiten van werelderfgoed De Beemster. De indeling is in lijn met de uitgangspunten van het Ruimtelijk Kwaliteitskader Beemster erven én de Leidraad Landschap & Cultuurhistorie. Door de Adviescommissie van Ruimtelijke Kwaliteit van de provincie zijn medio januari 2021 enkele aandachtspunten kenbaar gemaakt aangaande het conceptbestemmingsplan (versie december 2020) i.c. de visualisatie zoals opgenomen in het landschapsplan: -
De grote schuur steekt aan de achterzijde van het erf over de kant van de sloot. Wij zouden graag zien dat de schuur iets naar voren schuift of wordt ingekort, zodat de sloot met zachte oever behouden kan blijven. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan adviseren wij de sloot in zijn geheel een paar meter te verleggen. Reactie: Het nieuwe bedrijfsgebouw zal binnen de grenzen van het bestemmings-/ bouwvlak worden gerealiseerd. Op grond van de weergave op de tekening lijkt dat de loods op de kant c.q. nagenoeg in de sloot komt. Feitelijk is dit niet aan de orde.
-
Aan de zijkant van het erf is de erfsloot onderbroken. Indien mogelijk zouden we graag zien dat deze sloot hersteld wordt om het karakter van het Beemstererf te versterken Reactie: Het verwijderen van de ‘onderbreking’ is niet mogelijk. Deze onderbreking welke gelegen is in een watergang/erfsloot welke geen deel uit maakt van de kopergravure dient ter scheiding tussen de waterpeilniveaus van twee afzonderlijke peilgebieden. Voor het water ter hoogte van de Jisperweg is sprake van een peil van – 5,00 NAP. Voor het achtergelegen gebied geldt een peil van – 4,65NAP. Tevens is de ‘onderbreking’ een dam / toegangsmogelijkheid voor de naastgelegen landbouwgronden.
NL.IMRO.0370.2020Jisperweg124-VA01 Toelichting
Gemeente Beemster
Blad 34 van 61
Bestemmingsplan
augustus 2021
Jisperweg 124 Westbeemster
4
vastgesteld
Hoofdstuk 4 Omgevingsfactoren Ruimtelijke plannen kunnen van invloed zijn op de omgeving. Anderzijds kan ook de zichtbare en soms niet zichtbare omgeving van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van de voorgenomen plannen. In dit hoofdstuk worden de omgevingsfactoren beschreven. Daarnaast wordt per omgevingsfactor beoordeeld wat de invloed op het plan kan zijn.
4.1
Archeologie
4.1.1
Aanleiding en doel De toenemende bedreiging van het archeologische erfgoed in heel Europa, niet alleen door natuurlijke processen of ondeskundig gebruik van het bodemarchief, maar ook door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening, gaf aanleiding voor het in 1992 door de Europese lidstaten ondertekende Verdrag van Valletta. Dit verdrag wordt ook wel het Verdrag van Malta genoemd. Doel van het archeologisch (voor)onderzoek is het waar nodig beschermen van archeologische waarden en het streven naar behoud van de waarden in de bodem (in situ). De essentie van het archeologisch (voor)onderzoek is het verkrijgen van gegevens over de archeologische resten in de bodem teneinde in een vroeg stadium een goede afweging te kunnen maken van alle bij een ruimtelijk besluit betrokken belangen.
4.1.2
Doorwerking naar het plan In de toelichting moet worden aangegeven hoe het cultureel erfgoed wordt beschermd in relatie tot de wettelijke bepalingen (Wet op de archeologische monumentenzorg) en hoe met het oog op het noodzakelijk onderzoek met het aspect archeologie is omgegaan. Eventuele onderzoeksrapporten moeten als bijlage bij de toelichting worden gevoegd. Op basis van het vigerende bestemmingsplan geldt de archeologische dubbelbestemming: ‘Waarde – Archeologie’, met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van waarde – 4’. Bij een dergelijke archeologische verwachtingswaarde zou archeologisch onderzoek moeten worden uitgevoerd bij ruimtelijke ingrepen groter dan 50 m2 én dieper dan 35 cm. Echter het volgende is nog van belang ten aanzien van het aspect archeologie. Beleidsnota Archeologie Gemeente Beemster De gemeente Beemster heeft in januari 2003 de “Beleidsnota Archeologie Gemeente Beemster” vastgesteld. Het doel van het archeologiebeleid is om op een effectieve, controleerbare en klantvriendelijke wijze met het archeologisch erfgoed om te gaan. Initiatiefnemers van ruimtelijke plannen kunnen in een vroeg stadium worden geïnformeerd welke archeologiecriteria van toepassing zijn. In de beleidsnota worden archeologische waarden beschreven en wordt voorgesteld hoe de bescherming hiervan in toekomstige ruimtelijke plannen geregeld dient te worden.
De Jisperweg 124 valt in de archeologische gebiedsbeschrijving voor ‘overig grondgebied’. Het overig grondgebied van de gemeente kan archeologische waarden
NL.IMRO.0370.2020Jisperweg124-VA01 Toelichting
Gemeente Beemster
Blad 35 van 61
Bestemmingsplan
augustus 2021
Jisperweg 124 Westbeemster
vastgesteld
bevatten, maar de ligging daarvan is nog onbekend. Er kunnen zowel resten aanwezig zijn van prehistorische als van vroeg middeleeuwse nederzettingen, waarvan de positie van tevoren niet of moeilijk is in te schatten. Daarnaast zijn ook uit latere tijd nog verschijnselen te verwachten, zoals de onderbemalingsmolentjes, waarvan vrijwel niets bekend is. Voor het ‘overig grondgebied’ van de gemeente Beemster wordt een regulier archeologiebeleid gevoerd. Dit archeologieregime wordt gerealiseerd door het gebied als zone op de verbeelding aan te geven en hieraan een aanlegvergunningenstelsel te verbinden. In geval van grondroerende werkzaamheden dieper dan 40 cm binnen een planomvang van meer dan 5.000 m2 dient met de aanwezigheid van archeologische waarden rekening te worden gehouden, tenzij er omtrent deze werkzaamheden iets anders is geregeld. Op 26 juni 2008 heeft de gemeenteraad besloten het archeologiebeleid te wijzigen. Vanwege de lage trefkans is besloten dat er geen archeologieregime van toepassing is op het ‘overig grondgebied’. Het opnemen van het regime brengt onnodige kosten met zich mee voor aanvrager en gemeente, want een archeologisch onderzoek is dan verplicht terwijl de trefkans laag is. Conclusie Het archeologisch beleid dient vertaald te worden in de regels van het bestemmingsplan.
Voor dit bestemmingsplan geldt dat het plangebied is gelegen in de archeologische gebiedsbeschrijving voor ‘overig grondgebied’. Voor het ‘overige grondgebied’ geldt dat hierop geen archeologieregime van toepassing is (besluit 26 juni 2008). Ten aanzien van archeologie worden in dit bestemmingsplan dan ook geen regels opgenomen voor archeologie. Indien tijdens de werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, geldt een meldingsplicht conform 5.10 van de Erfgoedwet. 4.2
Bodem
4.2.1
Aanleiding en doel De mens gebruikt de bodem op vele manier, voor bijvoorbeeld woningbouw, landbouw, aanleg van wegen en winning van grondstoffen. Om te zorgen dat dit ook in de toekomst mogelijk blijft, is een duurzaam beheer van de bodem belangrijk. Doordat de mens al vele eeuwen gebruik maakt van de bodem heeft hij overal sporen achtergelaten. Deze sporen zijn terug te zien in het landschap en te vinden op en in de bodem. Door bodemsanering worden de ernstige chemische verontreiniging van de bodem aangepakt. Bescherming van de bodem betekent bovendien het voorkomen dat schone grond verontreinigd raakt en het rekening houden met de eigenschappen van de bodem. Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Een bodemonderzoek moet worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Artikel 9 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het
NL.IMRO.0370.2020Jisperweg124-VA01 Toelichting
Gemeente Beemster
Blad 36 van 61
Bestemmingsplan
augustus 2021
Jisperweg 124 Westbeemster
vastgesteld
bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan. 4.2.2
Doorwerking naar het plan In het plan dient aangegeven te worden wat de kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied is. Tevens dient, op basis van de Mor (Ministeriële regeling omgevingsrecht), bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen een rapportage van een recent uitgevoerd verkennend bodemonderzoek toegevoegd te worden. Voor verkennend bodemonderzoek op een locatie wordt de norm NEN 5740 gehanteerd (onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek). De bodemonderzoeksplicht geldt alleen voor bouwwerken waarvoor: • een reguliere omgevingsvergunning is vereist; • waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend (twee of meer uren per dag) mensen zullen verblijven; • die de grond raken; • waarvan het bestaande gebruik wijzigt (interne verbouwing); • die niet naar aard en omvang gelijk zijn aan een bouwwerk genoemd in het Besluit bouwwerken; • waarvan geen reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten aanwezig zijn; • die geen tijdelijk bouwwerk betreffen waarbij uit het vooronderzoek blijkt dat de locatie onverdacht is. Op het perceel aan de Jisperweg 124 werden voorheen al bedrijfsactiviteiten uitgeofend in relatie tot een transportbedrijf. Daarnaast zal aanvullend op de aanwezige bebouwing extra benodigde bedrijfsbebouwing gerealiseerd worden.
De bedrijfsbebouwing wordt niet gezien of ingericht alszijnde een verblijfsruimte waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven (meer als 2 uur per dag). Hierdoor is een verkennend bodemonderzoek in deze casus niet nodig.
4.3
Ecologie
4.3.1
Aanleiding en doel De bescherming van plant- en diersoorten is in Nederland geregeld in Wet Natuurbescherming (verder te noemen WNB). Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermd ruim 900 soorten in Nederland voorkomende planten- en diersoorten. Deze wet vervangt de huidige Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet en Boswet.
4.3.2
Doorwerking naar het plan Hierna is de eventuele ligging van bovengenoemde natuurgebieden weergegeven, waarbij het plangebied centraal in de oranje cirkel ligt en eventuele waardevolle natuurgebieden binnen een straal van 3 kilometer rondom het plangebied zijn weergegeven.
NL.IMRO.0370.2020Jisperweg124-VA01 Toelichting
Gemeente Beemster
Blad 37 van 61
Bestemmingsplan
augustus 2021
Jisperweg 124 Westbeemster
vastgesteld
Nationaal Natuurwerk (NNN) en Natura 2000 (N2000) De onderzochte locatie ligt niet in het NNN. De dichtstbijzijnde grens van het NNN ligt op bijna 3 kilometer afstand van de het plangebied, zodat er geen sprake is van beïnvloeding op deze gebieden. Soortbescherming Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten. De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten: • Vogels met jaarrond beschermde nesten; • Overige vogels; • Soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I); • Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn en waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt; • Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, maar waarvoor provinciaal wel een vrijstelling geldt. Voor vogels geldt dat er twee categorieën zijn: de vogels met jaarrond beschermde nesten (o.a. Huismus, Gierzwaluw en Buizerd) en de overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens de broedseizoen beschermd (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest). Voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikel 3.5 verboden vastgelegd (o.a.
verboden om dieren te doden en voortplantings- of rustplaatsen te vernielen) en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud. In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus.
NL.IMRO.0370.2020Jisperweg124-VA01 Toelichting
Gemeente Beemster
Blad 38 van 61
Bestemmingsplan
augustus 2021
Jisperweg 124 Westbeemster
vastgesteld
Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn. De locatie Jisperweg 124 is niet gelegen in de directe nabijheid van een Habitat- of Vogelrichtlijngebied, waardoor er uitsluitend een oordeel plaatsvindt voor de soortenbescherming. Van belang is daarom om na te gaan of één of meerdere van de genoemde ‘verboden’ ten behoeve van voorliggend initiatief aan de orde is of kan zijn. Op de locatie zullen geen bomen worden gekapt en/of sloten worden gedempt. Ook worden er geen panden gesloopt. De bestemming van het achter terrein blijft het zelfde als nu, er vinden geen veranderingen plaats. Aangezien het hier alleen om de vestiging van een agrarisch loonbedrijf (+ realisatie nieuwe bedrijfsbebouwing) gaat op een locatie waar reeds verharding is aangelegd en bedrijfsmatige activiteiten werden uitgevoerd vinden er geen ingrepen plaats die de flora en/of fauna kan schaden. 4.3.3
Stikstof In navolging van het bepaalde in de Nbw dient voor een plan of project dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied een passende beoordeling gemaakt te worden om te beoordelen of (eventueel met mitigerende maatregelen) met zekerheid kan worden vastgesteld dat het plan of project de natuurwaarden niet aantast. Deze verplichting vloeit voor uit de Habitatrichtlijn. Door Nederland is dit toestemmingsregime geïmplementeerd in de Wnb. Middels het zogenaamde Programma Aanpak Stikstof (PAS) is er vanaf 2015 een integraal programma, waarmee voor activiteiten die stikstof uitstoten en kunnen neerslaan op een Natura-2000 gebied ("stikstofdepositie") bepaald kan worden wat de invloed al dan niet is. Het gaat dan bijvoorbeeld om uitbreidingen van veehouderijen, de aanleg van woonwijken en wegen en industriële activiteiten. Stikstofdepositie kan een negatief effect hebben op de natuur. In veel Natura 2000-gebieden is sprake van een overschrijding van de 'kritische depositiewaarde' voor stikstof voor het specifieke habitattype in het betrokken gebied. Het PAS strekt enerzijds tot herstel en behoud van de in het PAS opgenomen Natura 2000-gebieden en creëert daarmee tegelijkertijd ook ruimte voor economische activiteiten.
In het PAS is een pakket van maatregelen vastgesteld (herstelmaatregelen en PAS-bronmaatregelen) dat samen met autonome ontwikkelingen moet leiden tot vermindering van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Een gedeelte van die toekomstige 'winst' wordt beschikbaar gesteld voor economische activiteiten ("ontwikkelruimte"). Middels een uitspraak van 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (RvS) geoordeeld dat het PAS in strijd met de Habitatrichtlijn is vastgesteld. Bijlage 2 van het PAS, artikel 2 van het (vervallen) Besluit grenswaarden programmatische aanpak stikstof en artikel 2.12 van het Besluit natuurbescherming zijn onverbindend verklaard c.q. vernietigd. Voormelde heeft tot gevolg dat het toetsingskader, zoals opgenomen in het PAS en het daarbij behorende 'rekenprogramma' Aerius, sinds 29 mei 2019 niet meer bruikbaar zijn. De overheid
NL.IMRO.0370.2020Jisperweg124-VA01 Toelichting
Gemeente Beemster
Blad 39 van 61
Bestemmingsplan
augustus 2021
Jisperweg 124 Westbeemster
vastgesteld
(adviescollege / taskforce) beraadt zich nu op de mogelijkheden en onmogelijkheden voor vergunningverlening voor (nieuwe) activiteiten rondom Natura 2000 – gebieden. Alhoewel voor een bestemmingsplan het PAS-beoordelingskader niet van toepassing is (was), dient indien er sprake is van een (ruimtelijke) ontwikkeling c.q. activiteiten waarvan niet redelijkerwijs kan worden aangenomen dat er geen toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is, waar de kritische depositiewaarde is bereikt, wel een passende beoordeling te worden uitgevoerd (artikel 2.8, tweede lid, Wnb). Onderhavige ontwikkeling heeft mogelijk negatieve gevolgen vanwege stikstof depositie op het Natura 2000-gebied Eilandspolder. Wanneer de ontwikkeling bijvoorbeeld gepaard gaat met extra verkeersbewegingen of er nieuwe activiteiten (planologisch) plaats mogen vinden welke leidden tot een toename aan stikstofuitstoot (i.c. depositie) op het Natura-2000 gebied Eilandspolder zal ter onderbouwing een passende beoordeling moeten worden uitgevoerd. Dit initiatief voorziet in de vestiging van een agrarisch hulpbedrijf in plaats van een transportbedrijf. De activiteiten binnen het plangebied blijven gelijk (stalling materieel, verkeersbewegingen) aan de activiteiten van het transportbedrijf. In paragraaf 4.5 is een verantwoording opgenomen van de verkeersbewegingen en de invloed van geluid op de omgeving.
Uit de betreffende toelichting / onderbouwing is eveneens af te leidden dat er sprake is van een afname van vrijkomende stikstof (stillere- en zuinigere motoren, betere verbranding, minder verbruik van brandstof, etc.). Indien 'onnodige' rijbewegingen c.q. het verbruik van brandstof teruggebracht kan worden, leidt dit tot een afname van stikstofuitstoot. Dit plan voorziet in voormelde afname. Voor de beoogde ontwikkeling is een zogenaamde voortoets stikstofdepositie uitgevoerd, waarin de gebruiks-, aanleg- en bouwfase nader is getoetst. Uit de voortoets blijkt dat er geen sprake is van een significante bijdrage van de uitstoot van stikstof gerelateerd aan een reeds voor stikstof overbelast gebied. De voortoets inclusief aerius-berekening is als bijlage (bijlage 2) toegevoegd. De afstand van het bedrijfsperceel tot aan het natura 2000-gebied Eilandspolder wijzigt niet. Het plan / project leidt niet tot een toename c.q. belasting welke groter is dan 0,00 mol / ha / jaar ofwel leidt niet tot een significant gevolg voor de in de omgeving aanwezige Natura 2000-gebieden c.q. de stikstofgevoelige habitat(soorten). 4.4
Externe Veiligheid
4.4.1
Aanleiding en doel Bij het transport, de opslag en bij het be- en verwerken in bedrijven van gevaarlijke stoffen, maar ook nabij luchthavens bestaat de kans op ongevallen waarbij slachtoffers vallen die niet bij de activiteit betrokken zijn. Personen die in bedrijven werken worden door de wetgeving rond arbeidsomstandigheden beschermd. Personen die zich buiten (extern) de bedrijfsgrens bevinden worden beschermd door wet- en regelgeving voor externe veiligheid. De vuurwerkramp in Enschede van mei 2000 heeft geresulteerd in een formalisering en deels aanscherping van wet- en regelgeving om het risico van dergelijke ongevallen te beperken.
NL.IMRO.0370.2020Jisperweg124-VA01 Toelichting
Gemeente Beemster
Blad 40 van 61
Bestemmingsplan
augustus 2021
Jisperweg 124 Westbeemster
vastgesteld
Het doel van de toets op externe veiligheidsaspecten rond ruimtelijke plannen is na te gaan welke risico’s de voorgenomen ontwikkelingen met zich brengen. Dit om de mogelijkheid te bieden een externe veiligheidssituatie te creëren die voldoet aan de behoeften. Daartoe kan het ruimtelijk initiatief of specifieke wijze worden ingevuld en kunnen eventuele aanvullende maatregelen worden getroffen. Het externe veiligheidsonderzoek richt zich eerst op het plaatsgebonden risico. Dit geeft een beeld van de ruimtelijke verdeling van de hoogte van de risico’s rond een bron. Vervolgens wordt nagegaan wat de hoogte van het groepsrisico is. Dit geeft inzicht in de aantallen personen die bij een ongeval kunnen worden betrokken. Als er sprake is van groepsrisico, als een ongeval tot meer dan 10 dodelijke slachtoffers kan leiden, moeten risicogegevens worden verzameld, moet een advies over het voorgenomen initiatief aan de regionale brandweer worden gevraagd en is de initiatiefnemer verplicht de veranderingen in het groepsrisico door de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling te verantwoorden. 4.4.2
Doorwerking naar het plan Het Besluit externe veiligheid inrichtingen richt zich primair op inrichtingen zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. In artikel 2, lid 1 van het Bevi staan de inrichtingen genoemd waarop het besluit van toepassing is. Deze inrichtingen brengen risico’s met zich mee voor de in de omgeving aanwezige risicogevoelige objecten. Het plan aan de Jisperweg 124 te Westbeemster zorg er niet voor dat er een risicoveroorzakende inrichting wordt opgericht. Wel kan de machineberging met een oppervlakte van circa 1.728 m2 worden aangemerkt als een beperkt kwetsbaar object (bedrijfsgebouwen, voor zover zij geen gebouwen zijn waarin grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig plegen te zijn zoals: kantoorgebouwen en hotels met een bruto oppervlak van meer dan 1.500 m2 per object). Zodoende is het van belang na te gaan of zich in of nabij het plangebied bevi-inrichtingen bevinden die van invloed kunnen zijn op het planvoornemen. Daartoe onderstaande weergave van de risicokaart van Nederland.
NL.IMRO.0370.2020Jisperweg124-VA01 Toelichting
Gemeente Beemster
Blad 41 van 61
Bestemmingsplan
augustus 2021
Jisperweg 124 Westbeemster
vastgesteld
Er bevinden zich in of nabij het plangebied geen bevi-inrichtingen, hoogspanningsmasten, transportroutes voor gevaarlijke stoffen e.d. die het plan zouden kunnen beïnvloeden. Op circa 500 meter ten zuiden van de inrichting is een hoge druk aardgastransportleiding gelegen (zie onderstaande figuur). Deze leiding heeft een diameter van 24 inch en een druk van 66 bar. Het loonbedrijf bevindt zich buiten het invloedsgebied. De kortste afstand tussen het perceel en de buisleiding bedraagt ca. 510 meter. Desalniettemin kan het perceel bij een leidingbreuk, waarbij het uitstromend gas ontsteekt (fakkelbrand) worden blootgesteld aan effecten (warmtestraling). Gezien de afstand en de (beperkte) aanwezigheid van personen op het terrein of in de buitenruimte op het perceel is der bij het ontstaan van een leidingbreuk geen direct effect. In de zogenaamde stabiele fase zijn de effecten (nog) kleiner. Als de aanwezige personen zijn binnen in een bedrijfsgebouw bevinden zijn zij afdoende beschermd tegen de effecten. De bebouwing wordt aan de zuidzijde van het perceel gesitueerd, zodat de bebouwing ten opzichte van de leiding een afschermend effect zal hebben (zie figuur in paragraaf 3.5 ter illustratie).
Plangebied t.o.v. aardasleiding Het onderdeel externe veiligheid staat het planvoornemen niet in de weg. 4.5
Geluid
4.5.1
Aanleiding en doel Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de
NL.IMRO.0370.2020Jisperweg124-VA01 Toelichting
Gemeente Beemster
Blad 42 van 61
Bestemmingsplan
augustus 2021
Jisperweg 124 Westbeemster
vastgesteld
lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Op Europees niveau is het voornaamste doel op het gebied van geluidshinder dat niemand wordt blootgesteld aan geluidsniveaus die zijn of haar gezondheid en de kwaliteit van zijn of haar bestaan in gevaar brengen. Voor de bestrijding van geluidshinder kunnen verschillende soorten maatregelen worden getroffen: bestrijding van geluid aan de bron, bijvoorbeeld stillere auto's, stillere wegdekken, het verkeersluw maken van straten, het zachter zetten van de stereo, het dempen van de piano. Maatregelen tussen bron en ontvanger; bijvoorbeeld het plaatsen van een geluidsscherm of -wal of een betere muurisolatie tussen woningen. Maatregelen aan de kant van de ontvanger; meestal gaat het dan om het aanbrengen van (extra) geluidsisolatie aan de woning en het rekening houden met geluidsnormeringseisen bij het ontwerpen van woningen. Het doel van het akoestisch onderzoek bij ruimtelijke plannen is het voorkomen van geluidshinder bij geluidsgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) door het aanhouden van voldoende afstand ten opzichte van geluidsproducenten (industrie, railverkeer etc.) of het treffen van andere maatregelen. De verplichting tot uitvoering van een akoestisch onderzoek is vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh).
De Wgh bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een projectafwijkingsbesluit, indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Een eventueel akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. 4.5.2
Doorwerking naar het plan De Wet geluidhinder (hierna Wgh) schrijft voor dat in ruimtelijke plannen die betrekking hebben op gronden die langs een verkeersweg gelegen zijn, onderzocht wordt of op de gevel van gebouwen de maximaal toegestane geluidsbelasting niet wordt overschreden. Langs alle wegen bevinden zich, als gevolg van de Wgh, geluidszones, met uitzondering van woonerven en 30 km/h-gebieden. Binnen de geluidszone van een weg dient de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen aan bepaalde wettelijke normen te voldoen. In onderhavig geval is sprake van wijzigen van de bestemming in verband met de vestiging van een agrarisch hulpbedrijf. Belangrijk om te weten is dat er (voorheen) een transportbedrijf gevestigd was (vrachtwagens) alsmede een agrarische bedrijfsuitoefening. Dit bedrijf had acht vrachtwagens en was gericht op het vervoer van goederen/stoffen, waarbij ook op/overslag plaatsvond op onderhavig terrein. Dienaangaande mag er redelijkerwijs vanuit gegaan worden dat er tenminste 16 (heen/terug) tot 32 (extra bewegingen i.v.m. overslag e.d.) transportbewegingen per etmaal waren met zware motorvoertuigen en eveneens tenminste 16 - 20
NL.IMRO.0370.2020Jisperweg124-VA01 Toelichting
Gemeente Beemster
Blad 43 van 61
Bestemmingsplan
augustus 2021
Jisperweg 124 Westbeemster
vastgesteld
transportbewegingen per etmaal met lichte motorvoertuigen (werknemers/bezoekers/e.d.). Niet ongebruikelijk bij transportbedrijven is dat deze, vanwege af te leggen afstanden, beschikbaarheid goederen (vracht), etc., in de vroege ochtend (lees: nachtperiode) vertrekken om files voor te zijn, e.d. Op het terrein is weliswaar bebouwing aanwezig maar dit is niet geschikt voor stalling van vrachtwagens, zodat logistieke handelingen en manoeuvreren op het buitenterrein plaats vonden. De uitstraling van geluid vanaf het terrein of ter hoogte van de Jisperweg werd niet specifiek ‘afgeschermd’. Ter illustratie van de omvang van het (transport-) bedrijf en stalling van de voertuigen is een foto bijgevoegd (zie foto in paragraaf 2.1). De activiteiten van een agrarisch hulpbedrijf / loonbedrijf passen beter op de locatie en sluiten aan bij de gebiedskenmerken en het agrarische gebied. Het betreft hier geen geluidsgevoelig object. Omgekeerd dient stil te worden gestaan bij eventuele overlast van geluidsbronnen. Op grond van de richtlijnafstanden uit bijlage 1 van de VNG-publicatie 'bedrijven en milieuzonering' wordt met betrekking tot geluid een richtlijnafstand van 50 m aangegeven voor loonbedrijven (b.o.>500 meter). De kleinste afstand van de bedrijfsbebouwing tot een woning (bouwvlak) van een derde (Jisperweg 123) bedraagt meer dan 50 meter.
Ook de afstand van de in-/uitrit (blijft bestaand), dus de afstand vanaf het terrein tot de grens van een geluidsgevoelig object (bouwvlak) bedraagt – op het kortste punt - 50 meter. Door de aanpassing van de vorm en de oppervlakte van het bouwvlak wordt de feitelijke afstand van de bedrijfsbebouwing tot aan de nabijgelegen geluidsgevoelige objecten vergroot, althans geborgd wordt dat er in de directe nabijheid van de geluidsgevoelige objecten niet gebouwd kan worden in tegenstelling tot de mogelijkheden in het vigerende bestemmingsplan. Op het noordwestelijk deel (buiten het bouwvlak) vinden ook geen verkeersbewegingen plaats (zie ter illustratie het erfinrichtingsplan in paragraaf 3.5), zodat onevenredige directe geluidshinder of -uitstraling binnen een afstand van 50 meter van het nabijgelegen gevoelige object niet plaatsvindt. Bij het loonbedrijf zijn naast de eigenaar/bewoner vier medewerkers in vaste dienst. Tijdens specifieke agrarische – seizoensgebonden – werkzaamheden, waaronder oogst van gras, maïs of voorjaarswerkzaamheden – wordt ook een beroep gedaan op inhuurkrachten. Normaliter bedragen de verkeersbewegingen van zware motorvoertuigen derhalve 10 – 20 bewegingen per etmaal. Op ‘drukke’ momenten in het jaar zal dit aantal hoger zijn.
Mede gezien het feit dat de moderne landbouwmachines steeds minder geluid produceren én bijvoorbeeld niet ‘op lucht hoeven te komen’ (hetgeen bij vrachtauto’s, zeker oudere types, wel gebruikelijk is) en het feit dat de aantallen verkeersbewegingen redelijkerwijs niet toenemen, is het aannemelijk dat er geluidstechnisch geen sprake is van een verslechtering van de situatie ten opzichte van de omgeving. Het bedrijf valt onder het Activiteitenbesluit. Een melding (juni 2019) voor de bedrijfsactiviteiten, milieukundige voorzieningen, geluid-/verkeersbewegingen, etc. is uitgevoerd en geaccepteerd.
NL.IMRO.0370.2020Jisperweg124-VA01 Toelichting
Gemeente Beemster
Blad 44 van 61
Bestemmingsplan
augustus 2021
Jisperweg 124 Westbeemster
vastgesteld
Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek is niet benodigd. Op grond van bovenstaande toelichting is afdoende gemotiveerd dat door onderhavige bestemmingswijziging geen sprake is van een onevenredige aantasting van het woonen leefklimaat ten opzichte van de omgeving i.c. de voorheen toegestane planologische situatie. Tevens geldt dat de beoogde activiteiten van de inrichting evenals de voorgaande moeten voldoen aan de normen van het Activiteitenbesluit.
Afstand oprit circa 48 meter tot aan woning van derde
Zicht op oprit en groene zone richting woning van derde
NL.IMRO.0370.2020Jisperweg124-VA01 Toelichting
Gemeente Beemster
Blad 45 van 61
Bestemmingsplan
augustus 2021
Jisperweg 124 Westbeemster
4.6
Luchtkwaliteit
4.6.1
Aanleiding en doel
vastgesteld
Een gezonde buitenlucht is belangrijk voor de maatschappij. Tot op Europees niveau spant men zich daarom in om de luchtkwaliteit op orde te krijgen door middel van regels en normen. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen decennia in Nederland is verbeterd, voldoet ze nog steeds niet overal aan de normen. Met name fijn stof en stikstofdioxiden leveren problemen op. Een groot aantal bouwprojecten, zoals wegverbredingen en de aanleg van bedrijventerreinen en nieuwbouwwijken, lagen en liggen daarom soms nog steeds stil. Doordat in overschrijdingsgebieden soms ook gewenste of noodzakelijke plannen en projecten worden stilgelegd, ontstond een discussie om gewenste en soms noodzakelijke plannen toch doorgang te kunnen laten vinden. Dat heeft geresulteerd in nieuwe regels voor luchtkwaliteit. Het doel van het luchtkwaliteit onderzoek is het geven van inzicht in de gevolgen van een plan voor de luchtkwaliteit om een goede luchtkwaliteit te kunnen garanderen. Daarom moet luchtkwaliteit al in een vroeg stadium van de planvorming worden meegewogen. Gegevens over de luchtkwaliteit worden verzameld om vervolgens te kunnen bepalen of er voor het doorgaan van het project al dan niet aanvullende maatregelen nodig zijn. In de praktijk zullen met name fijn stof en stikstofdioxiden moeten worden onderzocht.
Daarnaast kan een goede ruimtelijke ordening met zich brengen dat een afweging wordt gemaakt rondom de aanvaardbaarheid van een project op een bepaalde locatie. De luchtkwaliteit hoeft (artikel 5.16 Wet milieubeheer) geen belemmering te vormen voor ruimtelijke ontwikkelingen als: geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een plan of project niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt; een project per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) dat tevens voorziet in maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. 4.6.2
Doorwerking naar het plan Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Projecten die ‘niet in betekende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm. Zo is een project waarbij in totaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg worden gebouwd nog aangemerkt als een Nibm-project. Dit project aan de Jisperweg 124 te Westbeemster is veel kleinschaliger en blijft ruimschoots onder deze drempelnorm. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet nodig.
NL.IMRO.0370.2020Jisperweg124-VA01 Toelichting
Gemeente Beemster
Blad 46 van 61
Bestemmingsplan
augustus 2021
Jisperweg 124 Westbeemster
4.7
M.E.R.-beoordeling
4.7.1
Aanleiding en doel
vastgesteld
De milieueffectrapportage is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de 'moederprocedure'. Dit is de procedure op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt, bijvoorbeeld de bestemmingsplanprocedure, of een milieuvergunningsprocedure. 4.7.2
Doorwerking naar het plan In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling, Industrieterreinen) staat onder artikel 11.3 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (met inbegrip van winkelcentra of parkeerterreinen): indien: De oppervlakte een aaneengesloten gebied betreft van 100 hectare en groter dan 2000 woningen betreft. Qua aard, omvang en ligging is voorliggend ruimtelijk plan niet gelijk te stellen aan de betreffende en omschreven activiteit zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Echter, op 1 april 2011 heeft een wijziging van het Besluit m.e.r. plaatsgevonden. Daardoor is nu een beoordeling van een activiteit zoals die voorkomt op lijst D noodzakelijk, zelfs al is de omvang van de activiteit ver onder de drempelwaarde gelegen. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten.
Deze vormvrije m.e.r.beoordeling kan tot twee uitkomsten leiden: Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.beoordeling noodzakelijk; Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. In bijlage III van de EU-richtlijn m.e.r staan de criteria genoemd waarnaar moet worden gekeken bij de beoordeling. In voorliggende casus is gekeken naar deze Europese criteria. Op basis van de uitkomsten in dit hoofdstuk 4 – Omgevingsfactoren – is inzichtelijk gemaakt dat er geen belangrijk nadelige gevolgen zijn voor de omgeving en het milieu. Verder hebben de locatie en de omgeving verder geen bijzondere kenmerken die geschaad worden door het initiatief. Gezien de aard van de ingrepen zijn verder geen negatieve effecten te verwachten, zodat op basis hiervan verder kan worden afgezien van het verrichten van een (vorm)vrije m.e.r.-beoordeling.
NL.IMRO.0370.2020Jisperweg124-VA01 Toelichting
Gemeente Beemster
Blad 47 van 61
Bestemmingsplan
augustus 2021
Jisperweg 124 Westbeemster
4.8
Milieuhinder
4.8.1
Aanleiding en doel
vastgesteld
Nieuwe functies kunnen milieuhinderlijk zijn voor omringende woningen dan wel bedrijven. Er dient een beoordeling plaats te vinden of de nieuwe functie wel milieuhygiënisch inpasbaar is. Er dient daarom beoordeeld te worden of in de omgeving van het plangebied functies voorkomen die gehinderd kunnen worden door onderhavig project of waarvan het project juist hinder ondervindt. De (indicatieve) lijst “Bedrijven en Milieuzonering 2009”, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse gemeenten, geeft weer wat de richtafstanden zijn voor milieubelastende activiteiten. In deze publicatie worden de indicatieve richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Bij het bepalen van de richtafstanden wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: het betreft gemiddeld moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten; bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten kunnen deze activiteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij de ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie.