bestemmingsplan Buitengebied 2012 - Partiele herziening 2021, regels.pdf
Tekst van het document
18.2.3
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c.
uitsluitend op in het achtererfgebied mag worden gebouwd; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; de oppervlakte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 15 m2 .
65
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
66
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
Artikel 19 19.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor "Verkeer" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
wegen; straten en paden; bruggen en viaducten; voet- en fietspaden; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen; water; opslag van goederen en materialen ten behoeve van het beheer van wegen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - steunpunt verkeer'; verkooppunt motorbrandstoffen met lpg, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg'; verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg'
met de voor de hiervoor noodzakelijke gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde en met inachtneming van de aangegeven dwarsprofielen ter plaatse van de aanduiding 'dwarsprofiel' dan wel in de bijlagen opgenomen dwarsprofielen. 19.2
Bouwregels
19.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen geldt dat deze uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduidingen 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg', 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg' en 'specifieke vorm van verkeer - steunpunt verkeer', waarbij de volgende regels in acht worden genomen: a. b. c.
gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%); de goothoogte mag niet meer bedragen dan aangegeven.
19.2.2
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b.
de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer dan 12 m bedragen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, waaronder overkappingen, mag niet meer bedragen dan 10 m.
67
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
68
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
Artikel 20 20.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
waterhuishouding; waterberging; waterlopen; bruggen en dammen, uitsluitend voor zover aanwezig ten tijde van de ter inzage legging van dit bestemmingsplan; steigers ter plaatse van de aanduiding 'steiger'
met de voor de hiervoor en voor het verkeer in en over het water noodzakelijke bouwwerken, geen gebouw zijnde en met inachtneming van de aangegeven dwarsprofielen ter plaatse van de aanduiding 'dwarsprofiel' dan wel in de bijlagen opgenomen dwarsprofielen. 20.2
Bouwregels
20.2.1
Gebouwen
Er mogen geen gebouwen worden gebouwd. 20.2.2
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f.
20.3
per bouwperceel mag maximaal één brug worden gebouwd , met dien verstande dat voor de ontsluiting van (agrarische) bedrijfsactiviteiten in plaats van een brug een dam is toegestaan; bestaande bruggen en dammen mogen op dezelfde locatie worden vervangen; de breedte van bruggen en dammen mag niet meer bedragen dan de breedte ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; een dam dient te worden voorzien van een duiker, waarvan de doorsnede tenminste 1 m bedraagt; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m, gemeten ten opzichte van de hoogte van de aangrenzende oever; er moet worden voldaan aan de regels van de keur en de geldende beleidsregels van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 20.2.2 voor het vervangen van een brug of een dam op een andere locatie, voor het verbreden van een bestaande brug of dam of voor het bouwen van een tweede brug of dam ten behoeve van de ontsluiting van een agrarisch perceel, mits: a. b. c. d. e.
f. g.
bij het vervangen van een brug of dam op een andere locatie de bestaande brug of dam wordt gesloopt; er in geval van het bouwen van een tweede brug of dam sprake is van een bedrijfseconomische noodzaak; de rijbreedte van de brug of dam bij een woonperceel niet meer bedraagt dan 3 m, waarbij de bruto-breedte van de brug of dam in technische verhouding moet staan tot de rijbreedte; de rijbreedte van de brug of dam bij een (agrarisch) bedrijfsperceel niet meer bedraagt dan 10 m, waarbij de bruto-breedte van de brug of dam in technische verhouding moet staan tot de rijbreedte; met de verbrede of nieuwe brug of dam of de verplaatste brug of dam de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster, zoals die in bijlage 4 zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de verkeersveiligheidssituatie; er kan worden voldaan aan de regels uit de keur en de geldende beleidsregels van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.
69
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
20.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een verboden gebruik van deze gronden wordt in ieder geval gerekend het gebruik als ligplaats voor woonschepen of recreatie- of pleziervaartuigen. 20.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 20.5.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, sloten en andere watergangen te vergraven en/of te dempen. 20.5.2
Uitzonderingen
Het onder 20.5.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op: a. b.
werken of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen of die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; bouwwerkzaamheden zoals de aanleg van een dam met duiker overeenkomstig lid 20.2.2.
20.5.3
Toetsingscriteria
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden wordt geweigerd indien door de uitvoering van de onder lid 20.5.1 bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de natuurwaarden en cultuurhistorische waarden in onevenredige mate kunnen worden aangetast.
70
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
Artikel 21 21.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor "Wonen" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor beroeps- en bedrijfsuitoefening aan huis; detailhandel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'; erfpad met bijbehorende beplanting ter plaatse van de aanduiding 'pad'; recreatiewoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning'; drie recreatie-eenheden, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie recreatie-eenheid'
alsmede voor: f. g.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument' het behoud en bescherming van rijksmonumenten; ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' het behoud en bescherming van karakteristiek bouwwerken.
21.2
Bouwregels
21.2.1
Algemeen
a. b.
c. d.
Op deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. Indien een bouwwerk nader is aangeduid als karakteristiek bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dient de uitwendige hoofdvorm van het betrokken bouwwerk, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte gehandhaafd te worden; de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen.
21.2.2
Woningen
Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: a.
b. c. d. e. f.
er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, waarbij per bouwvlak maximaal één woning is toegestaan, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4 m, tenzij anders is aangegeven; het hoofdgebouw moet zijn voorzien van een kap haaks op de weg; op de weg, waarvan de dakhelling niet minder dan 30º en niet meer dan 60º mag bedragen; de inhoud van het woning inclusief aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan 750 m3 ; de afstand van vrijstaande en aan één zijde aaneengebouwde hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens, mag niet minder dan 2,5 m bedragen.
21.2.3
Aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a.
b.
c.
aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen worden gebouwd binnen bestemmingsvlakken, waarbij aanbouwen, uitbouwen en overkappingen niet zijn toegestaan bij karakteristieke bouwwerken; de bouwhoogte van aan- of uitbouwen mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning, met een maximum van 4 m, onverminderd het bepaalde wat betreft de maximum inhoud van 750 m3 ; de diepte van aan- of uitbouwen mag niet meer bedragen dan 3 m loodrecht gemeten vanuit de gevel waaraan wordt aangebouwd, onverminderd het bepaalde wat betreft de inhoud van 750 m3 ;
71
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
d.
e. f. g.
h. i. j.
aan de zijgevel van de woning gebouwde aan- of uitbouwen mogen tot maximaal 1 m achter het verlengde van de achtergevel van de woning worden gebouwd, onverminderd het bepaalde wat betreft de maximum inhoud van 750 m3 ; de goothoogte en bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 6 m; bijgebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg, waarvan de dakhelling niet minder dan 30º en niet meer dan 60º mag bedragen; de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 50% van het bouwperceel met voor bijgebouwen en overkappingen een maximum van 48 m2 , met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' de oppervlakte niet meer mag bedragen dan de oppervlakte van het aanduidingsgebied; in afwijking van het bepaalde in sub g, is ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende oppervlakte (m2 ) een totale oppervlakte aan bijgebouwen toegestaan van maximaal 148 m2 ; ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' is uitsluitend de bestaande bebouwing toegestaan; de karakteristiek van karakteristieke bouwwerken mag niet worden aangetast.
21.2.4
Pronkgevels
Uitsluitend bij een stolpwoning en ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is een verbijzondering van de voorgevel in de vorm van een pronkgevel toegestaan met inachtneming van de volgende regels: a. b. c. d. e. f.
de goothoogte mag niet meer dan tweemaal de bestaande goothoogte van de stolpwoning bedragen; de breedte mag niet meer dan 1/3 van de voorgevel van de stolpwoning bedragen; de bouwdiepte vanaf de voorgevel mag niet meer dan 0,5 m bedragen; het aantal bouwlagen mag niet meer dan 2 bedragen; het midden van de pronkgevel mag uitsluitend op het midden van de voorgevel van het hoofdgebouw liggen; de dakhelling van de kap van de pronkgevel mag niet meer bedragen dan die van het hoofdgebouw.
21.2.5
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b.
21.3
de hoogte van een erf- of terreinafscheiding mag 1 m achter de voorgevel of het verlengde daarvan niet meer dan 2 m en daarvoor niet meer dan 1 m bedragen; de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouw of overkapping zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 m. Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in: a.
b.
c.
d.
lid 21.2.1 sub b, indien de woning ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' door een calamiteit teniet is gegaan en/of handhaving van het in dat lid bepaalde, niet in redelijkheid kan worden gevergd van de eigenaar en/of gebruiker van de woning; lid 21.2.2 sub a voor het splitsen van een bestaande woning met inachtneming van de volgende regels: 1. de uitwendige hoofdvorm van het betrokken gebouw, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte blijft zoveel mogelijk gehandhaafd bij karakteristieke gebouwen; 2. het aantal te splitsen eenheden van een gewoon hoofdgebouw, een woning zijnde, mag niet meer dan 4 bedragen en het aantal te splitsen eenheden van een karakteristiek hoofdgebouw, een woning zijnde, mag niet meer dan 2 bedragen; 3. de inhoud van enige wooneenheid mag niet minder bedragen dan 120 m2 ; 4. lid 21.2.3 sub g is van overeenkomstige toepassing;; lid 21.2.2 sub a ten behoeve van het deels bouwen buiten het bouwvlak en/of het vergroten van de woning met inachtneming van de volgende regel: 1. de afwijking mag uitsluitend worden toegepast op gronden aansluitend aan het bestaande bouwvlak; lid 21.2.2 sub c voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg mits de openheid van het landschap niet wordt aangetast
72
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
e.
f.
g.
lid 21.2.3 sub f voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster, zoals die in bijlage 4 zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt. lid 21.2.3 sub g voor een grotere gezamenlijke oppervlakte dan 48 m2 voor percelen die groter zijn dan 5.000 m2 , met inachtneming van de volgende regels: 1. de afwijking kan worden verleend tot 5 m2 per 0,1 hectare berekend over de eerste hectare, vermeerderd met 10 m2 per hectare berekend over de volgende hectares; 2. voor de berekening worden delen van 0,1 hectare of delen van een hectare naar boven toe op een geheel afgerond; 3. de afwijking mag uitsluitend worden toegepast ten behoeve van bijgebouwen voor hobbyboeren; 4. voor de berekening van de oppervlakte worden gronden met de agrarische bestemming samengeteld met gronden met de bestemming 'Wonen' voor zover deze gronden direct aan elkaar grenzen en de agrarische gronden in eigendom zijn bij de aanvrager; 5.
de gezamenlijke oppervlakte van de met toepassing van deze afwijkingsmogelijkheid op te richten bijgebouwen mag niet meer dan 100 m2 bedragen; lid 21.2.3 sub g voor een grotere gezamenlijke oppervlakte dan 48 m2 ter vervanging of vernieuwing van bestaande legale bijgebouwen, die ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan de in lid 21.2.3 onder b tot en met g genoemde maten overschrijdt, mits de afwijking niet wordt vergroot.
21.4
Specifieke gebruiksregels
21.4.1
Strijdig gebruik
Als strijdig gebruik wordt aangemerkt: a. b.
het aanleggen of aanwezig hebben van een paardenbak, tenzij de gronden zijn aangeduid als 'rijbak'; het aanleggen of aanwezig hebben van een paddock, tenzij de gronden zijn aangeduid als 'specifieke vorm van agrarisch - paddock'.
21.4.2
Beroep- en bedrijfsuitoefening aan huis
Een woning en de daarbij behorende aan-, uit- en bijgebouwen op gronden als bedoeld lid 21.2.3 onder a mogen worden gebruikt voor beroeps- en bedrijfsuitoefening aan huis, mits: a. b. c. d. e.
de gezamenlijke vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van het bruto vloeroppervlakte van de betreffende woning en de bijbehorende aan-, uit- en bijgebouwen; het beroeps- en/of bedrijfsuitoefening aan huis betreft van milieucategorie 1 of 2, zoals vermeld in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering'; het geen detailhandel of horeca betreft; op de bij de betreffende woning behorende gronden geen buitenopslag plaatsvindt van goederen ten behoeve van het aan huisgebonden beroep en bedrijf; in de omgeving van de betreffende woning geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt.
21.5
Afwijken van de gebruiksregels
21.5.1
Paardenbak en/of paddock
In afwijking van lid 21.4.1 mogen een paardenbak en/of paddock worden aangelegd onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.
uitsluitend eigendomspercelen groter dan 5.000 m2 komen voor deze afwijking in aanmerking; per perceel mogen slechts één paardenbak en paddock worden aangelegd op gronden binnen het bestemmingsvlak en buiten het bouwvlak; de oppervlakte van een paardenbak mag niet meer bedragen dan 800 m2 ; de paardenbak en/of paddock dienen in het verlengde van de bestaande bebouwing te worden gesitueerd; lichtmasten mogen worden gebouwd waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 5 m, mits zij niet leiden tot lichtoverlast;
73
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
f.
de paardenbak mag van een omheining worden voorzien waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,5 m.
21.5.2
Kleinschalig kamperen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 21.1 sub a ten behoeve van een kampeerterrein bij woningen die op de verbeelding als 'Karakteristieke bouwwerken' zijn aangeduid, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
b. c. d. e. f.
g. h. i. j. k. l.
er moet sprake zijn van een goede landschappelijke inpassing waarmee de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster of van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in de bijlage 4 en 5 zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; het kampeerterrein mag uitsluitend worden gebruikt gedurende de periode van 1 maart tot en met 31 oktober; het aantal standplaatsen voor kampeermiddelen bedraagt niet meer dan 20; per kampeerterrein worden niet meer dan zes standplaatsen ingenomen door demontabele verblijfsaccommodaties en niet meer dan één standplaats door een trekkershut; de oppervlakte van het kampeerterrein bedraagt niet meer dan 5.500 m2 ; het kampeerterrein is gelegen binnen het bouwvlak en, indien daar onvoldoende ruimte beschikbaar is, ten hoogste 1.500 m2 op gronden buiten het bouwvlak, waarbij het aanvullende kampeerterrein zijdelings direct aansluit op de grens van het agrarisch bouwvlak; sanitaire en andere voorzieningen ten behoeve van het kampeerterrein worden uitsluitend gerealiseerd binnen bestaande gebouwen binnen het bestemmingsvlak; het inrichten of hebben van een kampeerterrein gaat niet gepaard met of wordt gevolgd door uitbreiding van het bouwvlak vanwege de oorspronkelijke bestemming; het kampeerterrein en de daarbij behorende parkeervoorzieningen beginnen achter de achtergevelrooilijn van de agrarische bedrijfswoning;
de trekkershut wordt zo dicht mogelijk tegen de bestaande op het perceel aanwezige bebouwing gesitueerd; de inrichting van het kampeerterrein dient plaats te vinden conform een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan; gedurende de periode van 1 november tot 1 maart mogen geen kampeermiddelen of demontabele verblijfsaccommodaties worden geplaatst en/of geplaatst worden gehouden.
21.5.3
Bed and breakfast
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van bepaalde in lid 21.1 sub a ten behoeve van een bed and breakfast, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.
de bed and breakfast mag uitsluitend worden gerealiseerd in de bestaande woning en/of de bestaande aan- en uitbouwen en/of bijgebouwen; de bed and breakfast verschaft aan niet meer dan 8 personen gelijktijdig nachtverblijf ; parkeren ten behoeve van de bed and breakfast vindt plaats op eigen terrein; een bed and breakfast in de woning is uitsluitend toegestaan in combinatie met de woonfunctie. het gebruik van aan- en uitbouwen en bijgebouwen als bed and breakfast mag niet meer dan 70 m2 bedragen mits wordt voldaan aan lid 21.2.3.
74
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
Artikel 22 22.1
Leiding - Gas
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming mede bestemd voor , het beheer en de instandhouding van hoofdgastransportleidingen met de daarbij behorende belemmeringsstroken; In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 22.2
Bouwregels
In afwijking van hetgeen bij de andere aangewezen bestemmingen is bepaald ten aanzien van het bouwen mogen mag binnen een afstand van 5 m ter weerszijden van de leiding, niet worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de gasleiding, waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan 2 m. 22.3
Afwijking van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 22.2, voor het bouwen ten behoeve van de onderliggende hoofdbestemming, mits: a. b.
de veiligheid van de leiding niet wordt geschaad en geen kwetsbare objecten worden toegelaten; vooraf toestemming is verkregen van de verantwoordelijke leidingbeheerder;
22.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 22.4.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen: a. b. c. d. e.
ontginnen, bodemverlagen of afgraven, ophogen of egaliseren; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond.
22.4.2
Uitzonderingen
Het bepaalde in lid 22.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. b.
het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan.
22.4.3
Toetsingscriteria
De in lid 22.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien: a.
b.
door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de belangen van de in lid 22.1 genoemde leiding ontstaat of kan ontstaan; vooraf advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.
75
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
76
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
Artikel 23 23.1
Leiding - Hoogspanningsverbinding
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming mede bestemd voor het beheer en de instandhouding van een bovengrondse hoogspanningsverbinding, met de daarbij behorende masten en (veiligheids)voorzieningen. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 23.2
Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. b. c.
op of in de In dit artikel bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de hoogspanningsverbinding worden gebouwd; op of in de in dit artikel bedoelde gronden zijn geen gebouwen en bouwwerken toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen en bouwwerken; indien bestaande gebouwen en/of bouwwerken worden vervangen, vemieuwd of veranderd is dit toegestaan indien de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
23.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 24.2 voor bebouwing ten behoeve van de overige binnen de zone aangewezen bestemmingen, mits: a. b.
de veiligheid van de leiding en de leveringszekerheid niet wordt geschaad; vooraf toestemming is verkregen van de verantwoordelijke leidingbeheerder;
23.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 23.4.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werk, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen: a. b. c. d. e. f. g.
het aanbrengen en/of rooien van opgaande beplanting en bomen; het wijzigen van maaiveld- of weghoogte; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (reeds bestaande) watergangen; het opslaan van goederen, (brandbare)stoffen en/of materialen; het aanbrengen en/of slopen van bovengrondse constructies, installaties, opstallen of apparatuur anders dan ten dienste van de in lid 23.1 omschreven bestemming; het aanleggen van wegen en parkeergelegenheden; het aanleggen van zonneparken.
23.4.2
Uitzonderingen
Het bepaalde in lid 23.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. b.
reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; werkzaamheden die worden uitgevoerd door (of in opdracht van) de netbeheerder te behoeve van aanpassing, onderhoud en instandhouding van de verbinding.
77
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
23.4.3
Toetsingscriteria
De in lid 23.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien uit het verkregen positief schriftelijk advies van de netbeheerder is gebleken dat hierdoor de veiligheid en leveringszekerheid niet blijvend onevenredig worden geschaad. Aan de hand daarvan kan het bevoegd gezag desgewenst voorwaarden verbinden aan de vergunning, ter bescherming van bedoelde verbinding.
78
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
Artikel 24 24.1
Leiding - Riool
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming mede bestemd voor het beheer en de instandhouding van een rioolpersleiding. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 24.2
Bouwregels
In afwijking van het bepaalde voor de onderliggende hoofdbestemming mag, binnen een afstand van 5 m ter weerszijden van de leiding, niet worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de leiding, waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan 2 m. 24.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 24.2, voor het bouwen ten behoeve van de onderliggende hoofdbestemming, mits: a. b.
de veiligheid en het doelmatig functioneren van de betreffende leiding niet wordt geschaad; vooraf toestemming is verkregen van de verantwoordelijke leidingbeheerder.
24.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 24.4.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.
het aanbrengen van beplantingen en bomen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers, en andere wateren; het permanent opslaan van goederen.
24.4.2
Uitzonderingen
De in lid 24.4.1 bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die: a. b. c.
verband hebben met de aanleg van de betreffende ondergrondse rioolpersleiding; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; het normale onderhoud betreffen.
24.4.3
Toetsingscriteria
De in lid 24.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend: a. b.
indien de betreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen en de veiligheid van de rioolpersleiding en van de bijbehorende belemmeringenstrook; nadat schriftelijk advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder.
79
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
80
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
Artikel 25 25.1
Leiding - Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming mede bestemd voor het beheer en de instandhouding van een waterleiding, met de daarbij behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 25.2
Bouwregels
In afwijking van het bepaalde voor de onderliggende hoofdbestemming mag, binnen een afstand van 5 m ter weerszijden van de leiding, niet worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de leiding, waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan 2 m. 25.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 25.2 voor het bouwen ten behoeve van de onderliggende hoofdbestemming, mits: a. b.
de veiligheid en het doelmatig functioneren van de betreffende leiding niet wordt geschaad; vooraf toestemming is verkregen van de verantwoordelijke leidingbeheerder.
25.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 25.4.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen: a. b. c. d. e.
ontginnen, bodemverlagen of afgraven, ophogen of egaliseren; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond.
25.4.2
Uitzonderingen
Het bepaalde in lid 25.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. b.
het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.
25.4.3
Toetsingscriteria
De in lid 25.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien: a.
b.
door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de belangen van de in lid 25.1 genoemde leidingen ontstaat of kan ontstaan; vooraf advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.
81
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
82
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
Artikel 26 26.1
Waarde - Archeologie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische waarden. 26.2
Bouwregels
Op de in lid 26.1 bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde': a. b. c.
(swr-1), alsmede de ringdijk ter plaatse van de bestemming Waterstaat - Waterkering, voor zover dit alle grondroerende werkzaamheden betreft; (swr-2) voor zover dit bouwwerkzaamheden betreft die dieper zijn dan 0,40 m zijn en een oppervlakte hebben van >50 m2 ; (swr-3) voor zover dit bouwwerkzaamheden betreft die dieper zijn dan 0,40 m en een oppervlakte hebben van >500 m2 .
In afwijking van het bepaalde in sub b geldt voor molenplaatsen dat voor werkzaamheden < 50 m2 de aanvrager een deskundigenrapport overlegt waaruit blijkt of een doorsnede van opbouw en structuur van kaden en waterlopen kan worden opgemeten. In afwijking van het bepaalde in sub c geldt voor molengangen dat voor werkzaamheden < 500 m2 de aanvrager een deskundigenrapport overlegt waaruit blijkt of een doorsnede van opbouw en structuur van kaden en waterlopen kan worden opgemeten; 26.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 26.2 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de onderliggende bestemmingen, die niet voldoen aan de in lid 26.2 genoemde bouwregels, op voorwaarde dat: a. b. c.
de aanvrager van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit een rapport overlegt waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein dat wordt verstoord in voldoende mate is vastgesteld; het bevoegd gezag, alvorens de omgevingsvergunning te verlenen, advies inwint bij een door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige; er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van het gebied.
26.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 26.4.1
Vergunningplicht
Het is verboden op of in de in lid 26.1 bedoelde gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e. f.
het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het graven van sloten evenals het aanleggen van een drainage, voor zover het niet betreft het aanleggen van drainage met het oog op het vervangen van een al bestaand drainagesysteem ; het verrichten van graafwerkzaamheden; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen
83
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
g. h.
en de daarmee verbandhoudende constructies, installaties of apparatuur, het planten, vellen, rooien of beschadigen van bomen anders dan bij wijze van verzorging van het aanwezige houtgewas; het maken van dammen, kaden en oeververzwaringen; het graven, uitdiepen, verbreden en dempen van watergangen;
voor zover deze de werken, geen bouwwerkzaamheden zijnde, worden verricht in gebieden met de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde': 1. 2. 3.
(swr-1) voor zover zij betreffen alle grondroerende werkzaamheden; (swr-2) voor zover zij betreffen werkzaamheden dieper dan 0,40 m en een oppervlakte hebben van >50 m2 ; (swr-3) voor zover zij betreffen werkzaamheden dieper dan 0,40 m en een oppervlakte hebben van >500 m2.
26.4.2
Uitzonderingen
De in lid 26.4.1 vervatte vereisten zijn niet van toepassing: a. b. c. d. e.
op normale onderhoudswerkzaamheden; op werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; voor het verlagen van de bodem en het afgraven van gronden, voor zover daarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingswet; indien het door de gemeente verlangde archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden en voor zover de gemeente de gronden voorwerken en werkzaamheden heeft vrijgegeven. als er op de plek zelf in het verleden reeds verstoring heeft plaatsgevonden op basis van een afgegeven omgevingsvergunning.
26.4.3
Toelaatbaarheid
Een vergunning als bedoeld in lid 26.4.1 wordt slechts verleend indien: a.
b. c.
de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden een rapport overlegt waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein dat wordt verstoord in voldoende mate is vastgesteld; het bevoegd gezag advies hebben ingewonnen bij een door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige; er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van het gebied.
84
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
Artikel 27 27.1
Waarde - Cultuurhistorie
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bestemd voor het behoud van de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden. 27.2
Bouwregels
Op deze gronden mag ten behoeve van de onderliggende bestemming worden gebouwd met inachtneming van de aanwezige cultuurhistorische waarden. 27.3
Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan voor de bouw van bouwwerken bij afwijking van de bouwregels ten dienste van de onderliggende bestemming eisen dat: a.
b. c.
de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport overlegt waaruit blijkt dat de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het terrein dat wordt verstoord in voldoende mate is vastgesteld en met deze waarden actief rekening wordt gehouden; alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend, advies wordt ingewonnen bij een door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige; de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 en 5 zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt.
85
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
86
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
Artikel 28 28.1
Waterstaat - Waterkering
Bestemmingsomschrijving
De voor "Waterstaat - Waterkering" aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. b.
behoud en bescherming van waterkeringen; waterstaatsdoeleinden.
28.2
Bouwregels
De volgende bouwregels zijn van toepassing: a. b.
op of in deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve waterstaatsdoeleinden; voor het bouwen ten behoeve van waterstaatsdoeleinden geldt dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, niet meer mag bedragen dan 2 m.
28.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 28.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterkering. Alvorens te beslissen op en aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de beheerder van de waterkering. 28.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 28.4.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.
het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
28.4.2
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in lid 28.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. b. c.
reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; het normale onderhoud betreffen; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende (omgevings)vergunning.
28.4.3
Toetsingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 28.4.1 wordt slechts verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de in lid 28.1 omschreven waarden. Voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken. Indien de omgevingsvergunning gevolgen kan hebben voor de waterhuishouding, wordt de aanvraag voor de aanlegvergunning voorgelegd aan het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, met het verzoek de aanvraag te voorzien van een deskundigenadvies.
87
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
88
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
Hoofdstuk 3 Artikel 29 29.1
Algemene regels
Vrijwaringszone - molenbiotoop
Algemeen
Ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - molenbiotoop' geldt dat de gronden, naast de andere aangewezen bestemmingen(en), tevens zijn bestemd voor het instandhouden van de molenbiotoop. 29.2
Bouwregels
Onverminderd het overigens in deze regels met betrekking tot het bouwen bepaalde, mag op gronden genoemd in lid 29.1, als volgt worden gebouwd: a.
b.
c.
29.3
binnen de straal van 100 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, mag geen nieuwe bebouwing worden opgericht of beplanting aanwezig zijn, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek; binnen de straal van 100 tot 400 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, mag de maximale bouwhoogte van nieuwe bebouwing en/of verwachte volwassen hoogte van beplanting niet méér bedragen dan 1/100ste van de afstand tussen het bouwwerk en/of beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek; bestaande bouwwerken of beplantingen waarvan de hoogte afwijkt van hetgeen op grond van sub a en sub b zou zijn toegestaan, worden geacht in overeenstemming te zijn met het bepaalde onder b. Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a.
lid 29.2 sub a en sub b, ten behoeve van het bouwen overeenkomstig het ten aanzien van de bestemmingen bepaalde, mits de windvangzone van de molen en/of de waarde van de molen als landschapsbepalend element daardoor niet onevenredig wordt aangetast.
89
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
90
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
Artikel 30
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
91
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
92
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
Artikel 31 31.1 a.
31.2 a.
b.
c.
Algemene bouwregels
Bouwregels bestaande situatie Wanneer een bestaand gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, een grotere bouwhoogte, een grotere goothoogte, een grotere oppervlakte en/of een grotere dan wel kleinere dakhelling heeft dan in de bouwregels in de van toepassing zijnde bestemming is toegestaan, dan mag: 1. de goot- en/of bouwhoogte en/of oppervlakte en/of dakhelling ten hoogste de bestaande gooten/of bouwhoogte en/of oppervlakte en/of dakhelling bedragen; 2. de dakhelling ten minste de bestaande dakhelling bedragen. Bouwregels bij in acht te nemen onderlinge afstand Het is verboden op een terrein of bouwperceel zodanig te bouwen, dat daardoor op een aangrenzend terrein of bouwperceel een toestand zou ontstaan, die ter plaatse niet meer met de regels zou overeenstemmen, of voor zover al daar een afwijking van de regels bestaat, zodanig te bouwen, dat deze afwijking nog zou worden vergroot. Voor het bouwen van gebouwen op en onder de onder a genoemde gronden geldt dat een op grond van de hoofdbestemming toelaatbaar geluids- en gevaargevoelig gebouw of een uitbreiding van een geluids- en gevaargevoelig gebouw niet mag worden gebouwd. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaald onder b ten behoeve van het bouwen van nieuwe dan wel het uitbreiden van bestaande geluids- en gevaargevoelige gebouwen, mits: 1.
de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein op de gevels van geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verkregen hogere waarde; 2. het externe veiligheidsrisico voor gevaargevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de toegestane waarden voor individueel een groepsrisico in de Wet milieubeheer.
93
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
94
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
Artikel 32 32.1 a.
32.2
Algemene gebruiksregels
Gebruik bestaande situatie Wanneer het bestaand gebruik van gronden of een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, een grotere oppervlakte beslaat dan in de gebruiksregels in de van toepassing zijnde bestemming is toegestaan, dan mag de oppervlakte voor dit gebruik ten hoogste de bestaande oppervlakte bedragen. Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a.
b. c. 32.3 a.
b.
c.
32.4 a.
b.
het bouwen en het gebruik van gronden en bebouwing binnen het plan, indien dit leidt tot een toename van de stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar ten opzichte van de bestaande situatie (stikstofdepositie) - als bedoeld in 1.19 - op de maatgevende voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden; het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, sekswinkel,thuiswerk, raamprostitutie en straatprostitutie; het gebruik van bijgebouwen bij een woning als zelfstandige woning. Parkeervoorzieningen Bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk of het gebruiken van gronden of bouwwerken geldt dat in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het gemiddelde (afronding naar boven) bepaalde in de actuele ASVV. In afwijking van sub a hoeft niet voldaan te worden aan de ASVV-norm in het geval Burgemeester en wethouders besloten hebben af te wijken van deze norm op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, In het geval de gemeenteraad gedurende de planperiode beleidsregels heeft vastgesteld die parkeernormen bevatten, dient hieraan voldaan te worden. Hetzelfde geldt voor eventuele wijzigingen of vervanging van deze beleidsregels.
Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 32.2, voor het bouwen en het gebruik van gronden en bebouwing binnen het plan wanneer dat leidt tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar, mits 1. deze stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar geheel wordt gecompenseerd door vermindering van stikstofdepositie elders én 2. hiervoor een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is verleend óf 3. hiervoor een door GS afgegeven Verklaring van geen bedenkingen is verleend die in het kader van een omgevingsvergunning is verstrekt, waarbij de toestemming op grond van artikel 2.2aa onderdeel a van het Besluit omgevingsrecht is aangehaakt. De onder a.2 bedoelde vergunning of de onder a.3 bedoelde verklaring is niet vereist wanneer het bouwactiviteiten, sloopwerkzaamheden of aanlegactiviteiten betreft die op grond van de in werking getreden Wet stikstofreductie en natuurverbetering hiervoor zijn vrijgesteld.
95
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
96
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
Artikel 33 33.1
Algemene aanduidingsregels
Rijksmonument
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument' zijn de gronden en bouwwerken mede bestemd voor het behoud van de bestaand ecultuurhistorische waarde en is het beaalde in de Monumentenwet van toepassing. 33.2
Milieuzone - zones wet milieubeheer
33.2.1
Aanduidingsomschrijving
Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - zones wet milieubeheer'zijn de gronden naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen tevens bestemd voor de veiligheid van personen in verband met (een) aanwezige lpg-installatie(s). 33.2.2
Bouwregels
Er mag geen toename plaatsvinden van kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten tenzij ze behoren tot de inrichting waartoe ook het vulpunt lpg behoort. 33.3
Milieuzone - geurzone
33.3.1
Aanduidingsomschrijving
Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - geurzone' geldt dat die gronden - naast de andere aangewezen bestemming(en) - tevens bestemd zijn voor de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in verband met de nabijgelegen rioolwaterzuiveringsinstallatie, 33.3.2
Bouwregels
Er mag geen toename plaatsvinden van geurgevoelige objecten of functies, tenzij ze behoren tot de inrichting zelf. 33.4
Geluidzone - industrie
33.4.1
Aanduidingsomschrijving
Ter plaatse van de aanduiding 'Geluidzone - industrie' geldt dat die gronden - naast de andere aangewezen bestemming(en) - tevens bestemd zijn voor de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in verband met een (nabij) aanwezige geluidsbron. 33.4.2
Bouwregels
Voor het bouwen van gebouwen geldt de volgende regel: a.
een op grond van de daar voorkomende bestemming(en) toelaatbaar geluidsgevoelig gebouw, of de uitbreiding daarvan, mag slechts worden gebouwd indien de geluidsbelasting vanwege het bedrijf op de gevel van dit geluidsgevoelige gebouw niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde.
33.4.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze aanduiding, wordt in ieder geval gerekend: a.
het gebruik van niet-geluidsgevoelige gronden en bouwwerken als geluidsgevoelig object.
97
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
33.5
Veiligheidszone - bedrijven
Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - bedrijven' zijn de gronden naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen tevens bestemd voor het aanhouden van veiligheidsafstanden rondom het meet- en regelstation, om te voorkomen dat er kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten worden gerealiseerd. 33.5.1
Bouwregels
In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, gelden op of in de gronden ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - bedrijven'de volgende bouwregels: a. b.
er mogen ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - bedrijven 1' geen beperkt kwetsbare objecten en kwetsbare objecten worden gebouwd; er mogen ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - bedrijven 2' geen kwetsbare objecten worden gebouwd.
33.5.2
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik wordt begrepen: a. b.
het gebruik van de gronden en bouwwerken binnen de aanduiding 'Veiligheidszone - Bedrijven 1' voor beperkt kwetsbare objecten en kwetsbare objecten; het gebruik van de gronden en bouwwerken binnen de aanduiding 'Veiligheidszone - Bedrijven 2' voor kwetsbare objecten.
33.6
Vrijwaringszone - DME SPY
De voor 'vrijwaringszone - DME SPY' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het voorkomen van verstoring van het DME systeem van de Luchthaven Schiphol. 33.6.1
Bouwregels
Op de met 'vrijwaringszone - DME SPY' aangeduide gronden zal de bouwhoogte van bouwwerken binnen de ter plaatse voorkomende bestemmingen ten hoogste de binnen de gebiedaanduiding 'vrijwaringszone DME SPY' aangegeven 'maximum hoogte (m)', ten opzichte van NAP, dan wel de bestaande bouw- of tiphoogte bedragen. De maximaal toelaatbare bouwhoogte tussen de aangegeven contouren wordt door lineaire interpolatie bepaald. 33.6.2
Afwijkingsbevoegdheid
Van het bepaalde in artikel 33.6.1 kan door het college van burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning worden afgeweken nadat de minister hierover is geraadpleegd.
98
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
Artikel 34 34.1
Algemene afwijkingsregels
Algemeen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van de in het plan gestelde regels ten aanzien van de navolgende afwijkingsmogelijkheden, met uitzondering van de gronden met de bestemming 'Natuur': a.
b.
c.
voor het afwijken van de in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages. Deze afwijking is niet van toepassing op woningen, bedrijfswoningen en recreatiewoningen en bebouwing binnen 18 m van de gevellijn in de agrarische bestemming; voor het afwijken voor de bouw van utilitaire bouwwerken, waaronder transformatorhuisjes, gasdrukregel- en meetstations en gemalen, met inachtneming van de volgende regels: 1. de oppervlakte mag niet meer dan 25 m bedragen; 2. de goothoogte mag niet meer dan 3,5 m bedragen; 3. de bouwhoogte mag niet meer dan 6 m bedragen; het afwijken voor het overschrijden van de voorgeschreven bouwregels voor (bedrijfs)woningen ten behoeve van een vervangende (bedrijfs)woning, met inachtneming van de volgende regels: 1. de afwijking van de goothoogte en voorgevelbreedte voor woningen mag niet meer dan 60 cm bedragen; 2. de inhoud van de (bedrijfs) woning mag niet meer dan de bestaande inhoud van de (bedrijfs)woning of maximaal 750 m3 bedragen; 3.
een (bedrijfs)woning mag vervangen worden door een stolp, met inachtneming van de volgende regels: het bouwperceel heeft een oppervlakte van niet minder dan 1 ha; de oppervlakte van de stolp mag niet minder dan 225 m2 (15 x 15 m) en niet meer dan 400 m2 (20 x 20 m) bedragen; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m; de dakhelling mag niet minder dan 45º en niet meer dan 52 º bedragen; de afstand van de stolp tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 5 m; het met niet meer dan 5 m afwijken van een vastgesteld onderdeel van de grens, richting of het profiel van een weg, indien bij definitieve uitmeting blijkt, dat een zodanige afwijking noodzakelijk is; 4. voor het afwijken van in de bouwregels aangegeven minimale afstand van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige sloten; 5. voor het afwijken van in de bouwregels aangegeven minimale afstand van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten; 6. voor het afwijken van de in de bouwregels opgenomen verplichting om binnen een bouwvlak te bouwen, waarbij tot maximaal 5 m buiten de grens van een bouwvlak mag worden gebouwd.
De bovengenoemde afwijkingen kunnen uitsluitend worden verleend, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 en 5 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt én mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e.
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
De bovengenoemde afwijkingen genoemd onder d. tot en met f. kunnen uitsluitend worden verleend, wanneer er sprake is van een goede landschappelijke/stedenbouwkundige inpassing die uitgevoerd en duurzaam in stand wordt gehouden.
99