begroting 2022 VrZW.pdf
Tekst van het document
Hierna wordt pas duidelijk wat dit in 2022 gaat betekenen voor het beleid, de werkprocessen en de capaciteit (taakstelling). Door de invoering van de WKB vervalt een (beperkt) deel van adviesaanvragen wat, zoals in 2019 is bepaald, mogelijk tot een taakstelling leidt. In 2022 wordt daarom in kaart gebracht in welke mate de invoering van de WKB van invloed is op het volume van de WABO-advisering. WABO-advisering VrZW adviseert diverse gemeenten in de regio op het onderdeel brandveiligheid van de WABO. De afspraken hierover worden vastgelegd in de uitvoeringsprogramma’s VTH van die gemeenten. Voor zover nu inzichtelijk is zal, bij inwerkintreding van de WKB in 2022 een beperkt deel van de adviestaak voor de veiligheidsregio verdwijnen. Daar tegenover staat dat de verkorte termijn van advisering (maximaal acht weken in plaats van 26 weken) extra druk op de adviestaak zal leggen. Van de veiligheidsregio wordt daarnaast meer gevraagd om onderdeel te zijn van vooroverleggen. Dit is in lijn met de werkwijze van de Omgevingswet. Toezicht VrZW voert toezicht uit voor diverse gemeenten in de regio. Het toezicht richt zich voornamelijk op het onderdeel brandveiligheid bij een Omgevingsvergunning of melding brandveilig gebruik. Op verzoek van de gemeente kunnen er ook themagerichte activiteiten worden uitgevoerd.
Afspraken over de uitvoering worden vastgelegd in de uitvoeringsprogramma’s VTH van de gemeente. Prioritering van werkzaamheden vindt ook in overleg met de gemeente plaats.
Begroting 2022 Versie 1.0
24
Zelftoezicht Risicogericht werken vraagt om inzet van nieuwe manieren van toezicht. In 2021 start een pilot in de gemeente Zaanstad met zelftoezicht. Zelftoezicht wordt ingezet voor die objecten die voor risicogericht toezicht geschikt zijn. Aan de hand van een digitale checklist (app) voert de ondernemer zelf het toezicht uit. Aan de hand van de teruggestuurde checklists worden steekproefsgewijs controles uitvoeren. In 2022 wordt (afhankelijk van het succes van de pilot), in die gemeenten waar wij toezichttaken uitvoeren, zelftoezicht ingevoerd. Veiligheid ‘nieuwe’ energiebronnen Het beleid in Nederland is er op gericht dat in 2050 uitsluitend gebruik wordt gemaakt van duurzame energie en dat CO2 neutraal wordt geproduceerd. Hiervoor is een overgang naar (meer) duurzame bronnen van energie essentieel, zoals biomassa, windenergie, zonne-energie en geothermie. Deze energietransitie heeft impact op de fysieke leefomgeving en daarmee op de fysieke veiligheid van inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden. Veiligheid is naast betrouwbaarheid en betaalbaarheid een voorwaarde voor het ontwikkelen van nieuwe energieprojecten. Het in kaart brengen van de risico’s van de energietransitie voor de fysieke veiligheid is een veelomvattend project.
Daarom zijn de verschillende onderwerpen die spelen op het gebied van de energietransitie in 2020 verdeeld over de verschillende districten in Nederland. Het IFV heeft hierbij de regie. Landelijk wordt de kennis en kunde over de verschillende onderwerpen gedeeld. Producten die in 2021 landelijk zijn ontwikkeld, worden in 2022 uitgerold. VrZW sluit aan bij initiatieven in de regio waar deskundigheid op het gebied van fysieke veiligheid noodzakelijk is. Omdat er (nog) geen wet- en regelgeving is over het veilig gebruik van ‘nieuwe’ energiebronnen wordt maatwerk geleverd. Om dit te realiseren is actief verbinding gezocht met de gemeenten, omgevingsdiensten en andere partijen binnen dit werkveld. In NW4 verband heeft een projectgroep in 2020 het veilig gebruik van transport en opslag van waterstof als onderwerp geadopteerd. Door middel van het in kaart brengen van risico’s worden veiligheidsmaatregelen geïmplementeerd. Samen met het IFV worden vervolgens landelijke richtlijnen ontwikkeld op het gebied van risicobeheersing. Daarnaast zijn wij vertegenwoordigd in landelijke vakgroepen en platforms zoals de door het IFV opgerichte Communities of Practice waterstof (COP H2). De vakgroep incidentbestrijding is in NW4 verband aangesloten bij het project van de vakgroep risicobeheersing. Netwerkomgeving Op het gebied van risicobeheersing wordt verdergaand samengewerkt met partners.
Er wordt verbinding gezocht met partijen die betrokken zijn bij de onderwerpen die in 2022 aan de orde komen. Dit zijn onder andere: gemeentes, omgevingsdiensten, woningcorporaties, zorginstellingen en onderwijsinstellingen. De regionale samenwerking wordt gecontinueerd en als onderwerpen daarom vragen, uitgebreid.
Begroting 2022 Versie 1.0
25
De samenwerking in NW4 verband wordt ook gecontinueerd en geïntensiveerd. Onderwerpen die niet regio gebonden zijn, zoals de energietransitie, de invoering van de Omgevingswet en brandveilig leven, worden hier afgestemd en/of gezamenlijk opgepakt. Landelijk levert VrZW een bijdrage aan ontwikkelingen, als dit relevant is voor het verwezenlijken van onze ambities en doelstellingen.
3.2.3 Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000
Tabel 6: Risicobeheersing Bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
Baten €
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
Salarissen en inhuur
€
2.096
€
2.096
€
2.096
€
2.096
Kapitaallasten
€
4
€
4
€
4
€
4
Overige kosten
€
Opbrengsten
Lasten
SALDO
258 €
258 €
258 €
258
€
2.358
€
2.358
€
2.358
€
2.358
€
2.358
€
2.358
€
2.358
€
2.358
Toelichting
De kosten van risicobeheersing betreffen met name de salariskosten van medewerkers. De overige kosten bestaan met name uit kosten voor voorlichting en bijdragen aan enkele bovenregionale samenwerkingsverbanden (omgevingsvergunningen).
Begroting 2022 Versie 1.0
26
3.3 Thema Vakbekwaamheid 3.3.1 Wat willen we bereiken? Beleidskader
De brandweer beschikt over een breed pallet aan op maat gesneden kennis en kunde op het gebied van vakbekwaamheid. Dit realiseren we door eenheid aan te brengen in de noodzakelijke onderdelen, met als uitgangspunten de regionale vraag en oog voor het talent van de individuele medewerkers’’.
3.3.2 Wat gaan we doen? Prioriteiten in 2022
Vakmanschap versterken Invulling geven aan professionaliteit en vakbekwaamheid vraagt een vitaal brandweeronderwijsstelsel. De Brandweerschool Noord-Holland, IFV en enkele particuliere bedrijven verzorgen de brandweeropleidingen. Vakbekwaam blijven (oefenen, trainen en bijscholen) doen we voornamelijk binnen de eigen organisatie. Door COVID-19 is er zowel bij vakbekwaam worden (opleiden) als blijven (oefenen) een achterstand ontstaan. Bij het opstellen van de oefencyclus vakbekwaamheid 2021 is er nog geen helder beeld over de gevolgen en het verdere verloop van de coronacrisis voor onze organisatie en netwerkpartners. De geschetste ambities kunnen daardoor mogelijk onder druk komen te staan. Dat is afhankelijk van de duur en de ernst van de huidige situatie. De komende periode kunnen evaluaties van de coronacrisis mogelijk leiden tot het verleggen van de focus in de oefencyclus 2021 naar 2022. Aanbesteding realistisch oefenen Onder realistisch oefenen wordt in deze aanbesteding verstaan: Inzetoefeningen in teamverband met verschillende rollen voor ieder individu met een tankautospuit primair gericht op routine en snelheid en met als onderwerp brandbestrijding in het algemeen en gebouwbrandbestrijding in het bijzonder (facultatief: complexe technische hulpverlening of een combinatie van brandbestrijding en hulpverlening).
Er wordt geoefend op onderwerpen waarop personen al initieel geschoold of bijgeschoold zijn. De landelijke leergangen Manschap A en Bevelvoerder vormen daarbij de basis. Men kan zich door realistisch te oefenen doorontwikkelen van beginnend beroepsbeoefenaar tot gevorderd beroepsbeoefenaar. Opleiden en bijscholing specialistische voertuigen Binnen de brandweer wordt er met diverse specialistische voertuigen (Redvoertuigen, schuimblusvoertuigen, blusvaartuigen, enz.) gewerkt. We zien door marktontwikkelingen en vraag vanuit de gemeenschap dat deze voertuigen steeds complexer worden.
27
Om als team Vakbekwaamheid goed aan deze nieuwe vraag en ontwikkelingen te voldoen, moeten we onze opleidingen en oefencapaciteit aanpassen. Dit betekent een grotere belasting voor de medewerkers van het team Vakbekwaamheid alsmede de bedieners van de voertuigen.
3.3.3 Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000
Tabel 7: Vakbekwaamheid Bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
€
-325 €
-325 €
-325 €
-325
€
-325 €
-325 €
-325 €
-325
Salarissen en inhuur
€
1.644
€
1.644
€
1.644
€
1.644
Kapitaallasten
€
16
€
16
€
16
€
16
Overige kosten
€
1.684
€
1.684
€
1.684
€
1.684
€
3.344
€
3.344
€
3.344
€
3.344
€
3.019
€
3.019
€
3.019
€
3.019
Baten Opbrengsten
Lasten
SALDO
Toelichting
De opbrengsten van ‘Vakbekwaamheid’ ontstaan met name door verhuur van het oefengebouw aan externe partijen en Brandweerschool Noord-Holland. VrZW verricht de exploitatie van dit oefencentrum in opdracht van gemeente Zaanstad (eigenaar gebouw). Na afloop wordt een eventueel overschot of tekort verrekend met Zaanstad. De kosten bestaan (naast salarislasten) met name uit kosten voor opleiden/ oefenen van manschappen en een bijdrage aan de Brandweerschool NoordHolland. (bovenregionaal samenwerkingsverband op het gebied van vakbekwaamheid, zie ook de paragraaf ‘verbonden partijen’).
Begroting 2022 Versie 1.0
28
3.4 Thema Gemeenschappelijke meldkamer 3.4.1 Wat willen we bereiken? Beleidskader
‘’De Meldkamer Noord-Holland staat aan het begin van de veiligheidsketen en draagt eraan bij burgers in nood sneller en efficiënter te helpen en de ambulancezorg, brandweer, marechaussee en politie beter te faciliteren bij hulpverlening en bij bestrijding van crises en rampen.
3.4.2 Wat gaan we doen? Prioriteiten in 2022
Meldkamer Noord-Holland De Meldkamer Noord-Holland is nog jong in haar bestaansrecht (14 mei 2019). Het (digitale) meldkamerdomein is daarmee nog nieuw van aard en daardoor nog volop in ontwikkeling. Zowel op (inter)regionaal als landelijk niveau. Dit vraagt een grote inspanning om e.e.a. op elkaar af te stemmen en vorm te geven qua werkprocessen dan wel werkwijzen. De komende jaren zullen hier de benodigde inspanningen en investeringen voor worden geleverd. Met de komst van de Meldkamer Noord-Holland is de verantwoordelijkheid voor het beheer van de meldkamer verschoven van de veiligheidsregio naar de Nationale Politie. Dit is vastgelegd in de Politiewet. De Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) beheert dit netwerk. De ontwikkelingen binnen het meldkamerdomein zijn dan ook sterk afhankelijk van dit samenwerkingsverband. Binnen het Meldkamerdomein wordt komende periode ingezet op de volgende speerpunten: -
-
-
-
Begroting 2022 Versie 1.0
Invoeren van nieuwe (digitale) technologieën, het aanpassen van bestaande werkprocessen (geprotocolleerd uitvragen en het systeem Manual Master) én real time beschikbaarheid van informatie (Business Intelligence) en informatiebeveiliging; Initiatieven met betrekking tot de doorontwikkeling in de huidige soften hardware systemen, dit ten behoeve van een meer betrouwbare en stabiele (IV/ICT) werkomgeving; Ten aanzien van de systemen gaat het om de vervanging van het GMS door het NMS systeem en de vernieuwing van het C2000 netwerk inclusief het in gebruik nemen en beheren van de vernieuwde radiobediening, dit zijn daarmee grote opgaven; Programmatisch en projectmatig zijn ontwikkelingen in gang gezet gericht op de menskant (cultuurgericht), arbeidsvoorwaardelijke vraagstukken en het door ontwikkelen van het vakmanschap. Met betrekking tot dit vakmanschap is een landelijke ontwikkeling gaande te komen tot een kwalificatieprofiel centralist 2025.
29
Voornoemde speerpunten dienen in samenhang te worden gezien met de beleidsplannen van de participerende regio’s binnen de Meldkamer NoordHolland en het beleids-en bestedingsplan van de LMS. Gezamenlijk wordt gestuurd op de gewenste eindresultaten.
3.4.3 Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000
Tabel 8: Gemeenschappelijke meldkamer Bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
€
-546 €
-546 €
-546 €
-546
€
-546 €
-546 €
-546 €
-546
Salarissen en inhuur
€
544 €
544 €
544 €
544
Kapitaallasten
€
-
€
-
Overige kosten
€
Baten Opbrengsten
Lasten
€ SALDO
Toelichting
Begroting 2022 Versie 1.0
€
€
567 € 1.111
€
564 €
-
€
567 € 1.111
€
564 €
-
567 €
567
€
1.111
564 €
564
1.111
De gemeenschappelijke meldkamer is operationeel vanaf het voorjaar 2019. De kosten van centralisten en calamiteitencoordinatoren (die in dienst zijn van VrZW) worden periodiek verrekend met de gemeenschappelijke meldkamer. Dit leidt tot de opgenomen opbrengsten in bovenstaande tabel. Aanvullend verrekend de meldkamer periodiek de gemeenschappelijke kosten over de deelnemende partijen (onderdeel van ‘overige kosten’).
30
3.5 Thema Kazernes 3.5.1 Wat willen we bereiken? Beleidskader
VrZW zal de panden die in gebruik zijn van de gemeenten gebruiken zoals van een goed huurder verwacht mag worden.
3.5.2 Wat gaan we doen? Prioriteit in 2022
Panden in eigendom Als hoofdlijn is er 13 september 2013 voor gekozen om de panden in eigendom/beheer van de gemeente te laten en deze op basis van een bruikleen overeenkomst om niet ter beschikking te stellen aan VrZW. Omdat VrZW ook voor de regionalisering huur betaalde voor het gebruik van gemeenschappelijke ruimten in het pand aan het Prins Bernardplein in Zaandam, is dit bij de regionalisering gecontinueerd. Vanwege de BTW herziening en de mogelijke negatieve financiële consequenties die dit zou kunnen hebben is op 5 juli 2013 besloten dat VrZW de panden die nog vielen onder de BTW herziening voor de duur van die termijn in eigendom zou kunnen nemen onder de voorwaarde dat de kosten daarvoor in een gesloten systeem met de desbetreffende gemeente 1 op 1 zouden worden afgerekend. In 2022 is er alleen nog sprake van het eigendom van de brandweerpost in Wormerveer. Drie andere panden zijn reeds aan de gemeenten teruggeleverd i.v.m. het aflopen van de BTW herzieningstermijn. Huisvesting - gebruikslasten De gebruikerslasten van de panden (gas, water, licht, gemeentelijke belastingen en schoonmaak) zijn bij de regionalisering overgedragen aan VrZW en werden tot 2017 in een gesloten systeem afgerekend met de desbetreffende gemeente.
Het bestuur heeft besloten de gebruikerslasten vanaf 2017 niet meer jaarlijks via een gesloten systeem te verrekenen maar VrZW daarvoor een vast budget te geven, waardoor zowel de voor- als nadelen voor rekening zijn van VrZW. Huisvesting – onderhoud via facilitair concept. In 2019 is in samenwerking met de 8 gemeenten gestart om middels een ‘nieuw facilitair concept’ meer bevoegdheden voor dagelijks en correctief onderhoud bij VrZW te leggen. Deze werkwijze is in 2020 geevalueerd. Bij die evaluatie is als uitgangspunt geformuleerd dat in 2021 onderzocht wordt om deze werkwijze verder uit te breiden zodat een reguliere verhouding zal ontstaan als tussen verhuurder (gemeenten) en huurder (VrZW). In 2022 zal bij een positieve uitkomst van deze werkwijze een voorstel worden gedaan over een definitieve overheveling van bevoegdheden en budgetten. Deze begroting houdt nog geen rekening met eventuele overgehevelde budgetten.
Begroting 2022 Versie 1.0
31
3.5.3 Wat gaat het kosten? Bedragen x € 1.000
Tabel 9: Brandweerkazernes Bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
Baten Opbrengsten
€
-1.073
€
-1.066
€
-1.064
€
-1.062
€
-1.073
€
-1.066
€
-1.064
€
-1.062
€
-
€
-
Lasten Salarissen en inhuur
€
-
Kapitaallasten
€
144 €
Overige kosten
€
1.121
€
1.121
€
€
1.265
€
1.257
€
€
SALDO
Toelichting
Begroting 2022 Versie 1.0
192 €
137 €
192 €
€
-
135 €
133
1.121
€
1.121
1.255
€
1.253
192 €
192
Nvt.
32
4. Programma Organisatie (Overhead) 4.1. Thema Bedrijfsvoering 4.1.1. Wat willen we bereiken? Beleidskader
‘’Gerichte sturing en aandacht voor bedrijfsvoering die toekomstbestendig is, maakt het voor de organisatie mogelijk om in te kunnen spelen op ontwikkelingen, mee te kunnen bewegen met de omgeving en haar taken optimaal te kunnen blijven uitvoeren’’.
4.1.2. Wat gaan we doen? Bedrijfsvoering algemeen Een belangrijke doelstelling van de afdeling Bedrijfsvoering voor 2022 is het verder versterken van de integraliteit van de advisering en van de uitvoering van de werkzaamheden. Samen met de afdelingen kijken en denken we verder dan het eigen domein. Organisatie en Ontwikkeling Medewerkers Onze medewerkers zijn mensen met hart voor de (veiligheids-)zaak. Zij zetten zich 24/7 in voor de veiligheid in onze regio. Medewerkers krijgen bij VrZW de ruimte om zelf verantwoordelijkheid te nemen waarbij we eigenaarschap en resultaatgericht werken stimuleren. We spreken elkaar aan wanneer zaken niet lopen zoals gewenst en waarderen goede resultaten. We vinden het belangrijk dat medewerkers ook in de toekomst goed blijven aansluiten op onze doelstellingen en in verbinding staat met onze omgeving. Een divers samengesteld personeelsbestand draagt hieraan bij. In voorgaande jaren is aan diversiteit/inclusiviteit nadrukkelijk aandacht besteed. Dit programma vraagt om een langjarige inspanning, derhalve zal er ook in 2022 nadrukkelijk werk van gemaakt worden om vrouwen en mensen met een migratie- achtergrond te werven en zich thuis te laten voelen in onze organisatie. We investeren in onze medewerkers, zodat zij zich mee ontwikkelen en nieuwe kennis en vaardigheden opdoen en duurzaam inzetbaar zijn en blijven.
Daar waar nieuwe kennis of vaardigheden niet (in potentie) beschikbaar zijn binnen de organisatie, richten wij ons in de werving en selectie op het binnenhalen van medewerkers met deze competenties. In het kader van de wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA) worden de ontwikkelingen nauwlettend gevolgd ten aanzien van het opvangen van de mogelijke consequenties die dit met zich zal gaan brengen voor VrZW. De verwachting is dat ze in 2022 geeffectueerd worden. Een andere grote landelijke ontwikkeling, die hier aan verbonden is en waar we op aansluiten, is het oprichten van een eigen werkgeversvereniging voor de Veiligheidsregio's. Daarbij is het nog wel de bedoeling in basis de arbeidsvoorwaarden van de gemeenten (onze opdrachtgevers) te volgen. Planmatig werken Sinds 2020 hebben we ‘planmatig werken’ ingevoerd. In 2021 volgen alle projectleiders een verdiepingstraining ‘projectmanagement’. Verder borgen we het projectmatig werken door A3 jaarplannen te integreren in de P&C-cyclus en te koppelen aan de functionerings- en beoordelingscyclus. Collega’s worden uitgedaagd om grotere acties nader te specificeren en van een planning te voorzien.
Begroting 2022 Versie 1.0
33
Door voor medewerkers helder de vertaling te maken vanuit de visie/missie van de organisatie naar hun eigen bijdrage daaraan versterken we de directe betrokkenheid en het eigenaarschap. In 2022 evalueren we of dat gelukt is. Continu leren en verbeteren in 2022 De komende jaren pakken we door met planmatig werken als basis. Vanaf 2022 voeren we niet alleen grotere projecten en programma’s uit volgens de stappen van deze methode. In 2022 stimuleren we dat ook veranderingen op team- of afdelingsniveau door en met medewerkers planmatig opgepakt worden. Met de ingezette verandering om verantwoordelijkheden lager in de organisatie te leggen en positief te evalueren op verbeter initiatieven bieden we een belangrijk fundament om continu te leren en te verbeteren. We overwegen om continu verbeteren methodisch te borgen met bijvoorbeeld Lean of Agile werken. Informatievoorziening en ICT De samenleving digitaliseert in een hoog tempo. Met het toepassen van nieuwe technologieën op het gebied van de informatievoorziening kan de organisatie efficiënter en effectiever invulling geven aan haar taken. Het uitgangspunt is dat digitale informatie eenmalig wordt opgeslagen en continu voor meervoudig gebruik beschikbaar is, onafhankelijk van het tijdstip en de plaats.
Dit draagt bij aan een adequate rampenbestrijding en crisisbeheersing, maar ook aan de kwaliteit van de ondersteunende bedrijfsvoeringsprocessen. De hogere mate van digitalisering maakt de organisatie meer afhankelijk van een ongestoorde werking van de informatietechnologie. De digitale risico’s en bedreigingen zijn vandaag de dag steeds talrijker. We anticiperen daarom constant op de bedreigingen op het gebied van de informatieveiligheid om de continuïteit van onze dienstverlening zo goed mogelijk te borgen. De informatiebeveiliging en privacybescherming is een van de belangrijkste thema’s in onze visie op de informatievoorziening. We willen wel minimaal voldoen aan de kaders van de geldende wet- en regelgeving, zoals vastgelegd in de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Een tweede thema is de verdere digitalisering van de documentstromen. We streven naar een duurzame informatievoorziening waarin het papierverbruik verder wordt teruggedrongen. Het derde thema is het informatiegestuurd werken. Dit om snel trends en patronen te identificeren. Daardoor kunnen we, naast goed onderbouwde beleidskeuzes maken, scherper zicht houden op aanwezige risico’s in onze regio en daadkrachtig optreden bij incidenten. Het vierde thema omvat het toepassen van virtual reality.
Deze ontwikkeling biedt mogelijkheden om flexibeler en efficiënter invulling te geven aan het opleiden en trainen van ons brandweerpersoneel. Met betrekking tot de inrichting van onze informatievoorziening zoeken we zoveel mogelijk de samenwerking op met de aangrenzende veiligheidsregio’s (NW4) en de landelijke ontwikkelingen. De 25 veiligheidsregio’s hebben bijvoorbeeld een gezamenlijk programma informatievoorziening opgesteld voor de periode 2020-2025. De ambitie van dit programma is om samenhangend en doelmatig te sturen op de realisatie van een gemeenschappelijke en uniforme informatievoorziening, gericht op het ondersteunen van de primaire processen van de veiligheidsregio’s. Dit gebeurt op basis van vier strategische thema’s: informatiegestuurd werken, continuïteit van de eigen organisatie, samenwerken in ketens en netwerken en een grondplaat (robuuste basisvoorziening). We stemmen ook in 2022 de ontwikkeling van onze eigen informatievoorziening goed af op deze landelijke ontwikkelingen. Financiën Als overheidsorganisatie hebben wij de ambitie zo efficiënt mogelijk te werken om zoveel mogelijk kwaliteit te realiseren tegen beperkte kosten. Nieuwe ambities financieren we in principe vanuit de bestaande middelen. Om dit meerjarig te realiseren, hebben wij veel aandacht voor de inrichting van onze processen, helemaal waar die raken aan de processen van partnerorganisaties.
In 2022 besteden wij verder aandacht aan de verdere digitalisering en inrichting van de financiele werkprocessen. Begroting 2022 Versie 1.0
34
Vanuit het perspectief van kwaliteitsmanagement zoeken we voortdurend naar mogelijkheden om ons zelf te verbeteren. Daarom vergelijken wij ons periodiek met andere veiligheidsregio’s. Dat doen wij door het periodiek uitvoeren van benchmarkonderzoeken. Op basis van benchmarkonderzoeken toetsen wij voortdurend de efficiency van onze organisatie. Zo wordt er in 2021 een benchmark uitgevoerd op de inkoopfunctie. Aanbevelingen zullen in 2022 waar mogelijk worden opgevolgd. Ook levert VrZW sinds 2021 landelijk managementinformatie aan met betrekking tot materiële- en ongevalsschades. Hieruit worden vergelijkingscijfers getrokken en kunnen schades op basis van preventieve maatregelen worden verminderd. Naar verwachting wordt in de loop van 2021 de zogeheten rechtmatigheidsverklaring ingevoerd waarbij VrZW zelf verklaard in het afgelopen boekjaar rechtmatig te hebben gehandeld. Deze eigen verklaring zal door de accountant worden geaudit. Daar waar de accountant mogelijkheden ter verbetering van deze nieuwe werkwijze ziet, zal VrZW deze in 2022 implementeren. Om het administratieve proces te vereenvoudigen heeft het Algemeen Bestuur op 6 april 2018 besloten VrZW op de panden de rol en verantwoordelijkheid van een ‘’huurder” te geven.
De panden blijven in eigendom van de gemeenten, maar een belangrijk deel van het dagelijks en correctief onderhoud gaat uitgevoerd worden onder regie van VrZW. Begin 2021 is dit besluit ambtelijk geëvalueerd en volgt er medio 2021 een bestuurlijk voorstel om deze werkwijze voor gebouwenonderhoud uit te breiden naar een reguliere verhouding van verhuurder (gemeenten) en huurder (VrZW). In 2022 zal deze werkwijze naar verwachting definitief worden ingevoerd en wordt er een voorstel verwacht voor de overdracht van facilitaire budgetten naar VrZW. Communicatie Bij VrZW zijn we ons ervan bewust dat in alle processen communicatie een rol speelt: van ondersteunend tot sturend en van intern tot extern. Communicatie zit in het hart van het beleid waarbij we organisatie-breed steeds meer volgens Factor C-methode werken. Communicatie is een verantwoordelijkheid voor de hele organisatie waarbij samenwerking, transparantie en betrouwbaarheid voorop staan. We stimuleren het communicatie- en omgevingsbewustzijn van onze medewerkers. Dit doen we onder andere door onder andere interne communicatietrainingen te verzorgen en hen te begeleiden in effectieve communicatie om organisatiedoelen te bereiken. Ook in 2022 zorgen we ervoor dat er in de media een juist beeld is van VrZW en zo veel als mogelijk ook bij de burgers en bedrijven in onze regio.
Door middel van omgevingsanalyse houden we beeld bij wat er leeft en speelt in de samenleving en gebruiken deze data om onze communicatiestrategie bij te sturen. We analyseren het bezoek en gebruik van onze (online) media om te komen tot een effectieve en gewogen middelenmix voor onze interne - en externe communicatie . Met doelgroepgerichte arbeidsmarktcommunicatie dragen we bij aan het verder vergroten van de diversiteit in de organisatie. We werken op het gebied van communicatie samen met veiligheidspartners en participeren in bovenregionale en landelijke netwerken om kennis te brengen en te halen. Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van communicatie volgen we goed en sluiten daar zoveel als mogelijk bij aan. Duurzaamheid Als decentrale overheid neemt VrZW ook haar verantwoordelijkheid op het gebied van duurzaamheid. Zo wordt bij de aanbesteding van voertuigen al nadrukkelijk duurzaamheid meegenomen in de weging van de aanbiedingen. In 2021 voert VrZW een onderzoek uit naar mogelijkheden tot ‘verdere verduurzaming van de eigen bedrijfsvoering’. In 2022 willen we uitvoering geven aan de resultaten van dat onderzoek voor zover die binnen de bestaande financiële middelen kunnen worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld als gebruiker van gemeentelijk panden werken we graag mee aan initiatieven van de gemeenten om het gebruik van panden duurzamer te maken.
Maar ook kunnen we eigen initiatieven nemen om bijv. het autogebruik of energieverbruik te verminderen of gebruik van papier en plastic terug te dringen. Begroting 2022 Versie 1.0
35
Naast het eigen handelen en aanpassingen in de bedrijfsvoering liggen er zeker op het gebied van inkoop kansen om verder te verduurzamen. VrZW koopt in 2022 nog bewuster duurzaam in om daarmee duurzaamheid bevorderen. Duurzaam inkopen doen we door alle milieu- en sociale aspecten van een product of dienst te beoordelen en mee te wegen in het inkoopproces.
4.1.3 Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000
Tabel 9: Organisatie (overhead) Bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
€
-518 €
-518 €
-518 €
-518
€
-518 €
-518 €
-518 €
-518
Salarissen en inhuur
€
4.898
€
4.898
Kapitaallasten
€
766 €
903
Overige kosten
€
2.213
€
2.213
€
2.213
€
2.213
€
7.820
€
7.835
€
7.877
€
8.013
€
7.302
€
7.317
€
7.359
€
7.495
Baten Opbrengsten
Lasten
SALDO
Toelichting
Begroting 2022 Versie 1.0
€
710 €
4.898
€
724 €
4.898
De (licht) oplopende kapitaallasten zijn het gevolg van investeringen op het gebied van ICT.
36
5. Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Bedragen x € 1.000
Tabel 10: Overzicht algemene dekkingsmiddelen Bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
Baten BDUR
€
-3.825
€
-3.825
€
-3.825
€
-3.825
Bijdragen gemeenten
€
-26.672
€
-26.672
€
-26.672
€
-26.672
€
-30.496
€
-30.496
€
-30.496
€
-30.496
€
-
€
-
Lasten Salarissen en inhuur
€
-
Kapitaallasten
€
-213 €
Overige kosten
€
-
Rentelasten
€
214 €
Renteresultaat
€
1
€
-14
€
SALDO
€
-30.495
€
-30.511
€
Toelichting
-221 €
€
-
€
-
-223 €
-233
€
-
220 €
241
-2
€
8
-30.499
€
-30.488
€
-
207 €
Het renteresultaat aan de lastenkant bestaat uit het verschil tussen de toegerekende rente op de investeringen, oftewel de omslagrente, en de werkelijk betaalde rentelasten. Een nadere toelichting is opgenomen in de financieringsparagraaf.
6. Specificatie gemeentelijke bijdragen Tabel 11: Gemeentelijke bijdrage 2022 Gemeente
Begroting
Index. 2022
Aanv. huur-
Bijdrage
2021*
2,20%
kosten PBP
2022
Beemster
€
822.554 €
Edam-Volendam
€
2.584.532 €
56.860 €
11.139 €
2.652.530
Landsmeer
€
784.088 €
17.250 €
3.379 €
804.717
Oostzaan
€
683.488 €
15.037 €
2.946 €
701.470
Purmerend
€
6.165.741 €
135.646 €
30.117 €
7.172.155
Waterland
€
1.495.685 €
32.905 €
6.446 €
1.535.036
Wormerland
€
1.318.155 €
28.999 €
5.681 €
1.352.835
Zaanstad
€
12.133.687 €
266.941 €
52.292 €
12.452.921
Totaal
€
25.987.930 €
571.734 €
112.000 €
26.671.664
18.096 Samengevoegd met Purmerend
* incl. opgelegde taak stelling 2020-2021
Toelichting
Begroting 2022 Versie 1.0
Vanwege de voorgenomen herindeling van de gemeenten Beemster en Purmerend (per 1-1-2022) is de bijdrage van de gemeente Beemster vanaf 2022 samengevoegd met die van gemeente Purmerend. De indexering is gebasseerd op de uitgangspunten van de kaderbrief 2022 (zie ook onder paragraaf 1.4).
37
Tabel 12: bijdrage gebouwen-gebruikers 2022
Toelichting
Beemster Edam-Volendam Landsmeer Oostzaan Purmerend Waterland Wormerland Zaanstad
€ € € € € € € €
gebouwen gebruikers 2021 11.404 45.182 5.458 10.546 88.942 36.007 33.117 523.193
Totaal
€
753.848
2022
€ € € € € € €
2,20% overgeheveld 994 120 232 2.208 792 729 11.510
€
16.585
gebouwen gebruikers 2022 Purmerend € 46.176 € 5.578 € 10.778 € 102.554 € 36.799 € 33.846 € 534.703 €
770.433
Vanaf 2017 worden de gebruikerslasten niet meer jaarlijks via een gesloten systeem verrekend, maar wordt aan VrZW een taakstellend budget toegekend op basis van het gemiddelde van de werkelijke uitgaven over de jaren 2014 tot en met 2016 verhoogd met de jaarlijkse indexering tegen gewogen prijsindex gemeentelijke bijdrage.
Tabel 13: Recapitulatiestaat Bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
saldo
saldo
saldo
saldo
Crisisbeheersing Geneeskundigehulpverlening(GHOR) Risicobeheersing Brandweerzorg algemeen Gemeenschappelijke meldkamer Vakbekwaamheid Brandweerkazernes Organisatie(Overhead) Algemene dekkingsmiddelen
€
1.532 €
1.532 €
1.532 €
1.532
€
1.179 €
1.178 €
1.249 €
1.323
€
2.358 €
2.358 €
2.358 €
2.358
€
14.194 €
14.331 €
14.201 €
14.000
€
564 €
564 €
564 €
564
€
3.019 €
3.019 €
3.019 €
3.019
€
192 €
192 €
192 €
192
€
7.302 €
7.317 €
7.359 €
7.495
€
-30.495 €
-30.511 €
-30.499 €
-30.488
Subtotaal
€
-155 €
-20 €
-24 €
-5
Toevoeging reserve
€
- €
- €
- €
-
Onttrekking reserve
€
- €
- €
- €
-
Totaal
€
-155 €
-20 €
-24 €
-5
7. Heffing Vennootschapsbelasting (VpB) Toelichting
Begroting 2022 Versie 1.0
Op basis van de huidige inzichten en ervaring uit eerdere jaren, is de verwachting dat VrZW over de geplande activiteiten geen vennootschapsbelasting hoeft af te dragen.
38
8 Mutaties reserves en voorzieningen Tabel 14: Overzicht reserves Omschrijving Algemene reserve Algemene reserve
CAT
Bestemmingsreserves* Bestemmingsreserve meldkamer Bestemmingsreserve WNRA Bestemmingsreserve Covid-19 Subtotaal bestemmingsreserves Totaal eigen vermogen
Saldo Toevoeging Onttrekking 31-12-2020 2021 2021 691 0 0 691 0 0
B2 B2 B2
220 400 333 953
0 0 0
220 400 333 953
1.644
0
953
Saldo 31-12-2022 691 691
Saldo 31-12-2023 691 691
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0
0 0
0 0
0
0
0
691
691
691
691
691
691
691
691
691
Weerstandsvermogen 691 691 * Conform de nota weerstandsvermogen en risicobeheersting VrZW tellen alleen de bestemmingsreserves met de typering A1, A2 en B1 mee in de berekening van de weerstandscapaciteit
Toelichting
Bedragen x € 1.000 Saldo Saldo 31-12-2024 31-12-2025 691 691 691 691
Saldo 31-12-2021 691 691
Bestemmingsreserve meldkamer In 2018 is de bestemmingsreserve meldkamer ingesteld ter dekking van achterblijvende kosten meldkamer. Naar verwachting zal het restantbedrag uit de reserve in 2021 worden ingezet ter dekking van de laatste kostenverrekeningen. Bestemmingsreserve WNRA In de resultaatsbestemming 2018 is een bestemmingsreserve WNRA ingesteld. Hierin is voorgesorteerd op (mogelijke) implementatiekosten van de wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (zie ook toelichting in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing). Vanwege de landelijke discussie rondom dit onderwerp is de daadwerkelijke implementatiedatum (en onttrekking van de bestemmingsreserve) nog niet met zekerheid te noemen Bestemmingsreserve Covid-19 Deze reserve is eind 2020 ingesteld met als doel budgetten welke in 2020 niet zijn uitgegeven als gevolg van de Covid-19 crisis, over te zetten naar 2021. Naar verwachting zal de reserve niet meer op de eindbalans 2021 staan.
Bedragen x € 1.000
Tabel 15: Overzicht voorzieningen
Omschrijving
Saldo 31-12-2020
Voorziening wachtgeldverplichtingen Voorziening BTW claim GHOR
90 500
Totaal voorzieningen
590
Toelichting
Dotatie 2021
Aanwending 2021
Vrijval 2021
Saldo 31-12-2021
Saldo 31-12-2022
Saldo 31-12-2023
Saldo 31-12-2024
Saldo 31-12-2025
140
0 360
0 218
0 73
0 0
0 0
140
360
218
73
0
0
90
0
90
Voorziening wachtgeldverplichting Het bedrag dat op de beginbalans voorkomt, is bepaald op basis van de per 11-2021 bekende verplichtingen. De verwachte kosten worden veroorzaakt door het eigen risicodragerschap van VrZW. De geplande aanwending in 2022 is ter dekking van deze kosten. Voorziening BTW claim GHOR Deze voorziening is gevormd ter dekking van het risico op naheffing van BTW op uitbestede GHOR taken over de afgelopen vijf jaar. Door de inhuizing van de GHOR (in 2019) wordt niet meer gedoteerd aan de voorziening. Jaarlijks valt het deel dat buiten de herzieningsperiode vrij ten gunste van de exploitatie.
Begroting 2022 Versie 1.0
39
9. Meerjarenraming 2022-2025 Bedragen x € 1.000
Tabel 16: Overzicht geraamde baten en lasten per programma/taakveld Programma
Taakveld
2021*
2022
2023
2024
2025
Baten Crisisbeheersing Brandweerzorg
Crisisbeheersing
€
- €
-
Geneeskundige hulpverlening
€
-140
€
-158
€
-159
€
-88
€
-14
Brandweerzorg
€
-590
€
-317
€
-317
€
-317
€
-317
Risicobeheersing
€
Gemeenschappelijke meldkamer
€
- €
- € -508
€ €
Vakbekwaamheid
€
-93
Brandweerkazernes
€
-1.011 € -368
Organisatie (Overhead)
Organisatie (Overhead)
€
Alg. dekkingsmiddelen
Algemene dekkingsmiddelen
€ -29.823
Bedrag onvoorzien
Onvoorzien
€
- € -546
€
-325
€
-1.073 € -518
€ -30.496
- €
€ -32.532
Totaal baten
€
- €
€
- € -546
€
-325
€
-1.066 € -518
€ -30.496
- €
€ -33.434
- €
€
-
-546
€
-546
-325
€
-325
-1.064 €
-1.062
€
-518
-518
€ -30.496
- €
€ -33.427
- €
€ -30.496
- €
€ -33.354
-
€ -33.278
Lasten Crisisbeheersing
€
1.502 €
1.532 €
1.532 €
1.532 €
1.532
Geneeskundige hulpverlening
€
1.056 €
1.337 €
1.337 €
1.337 €
1.337
Brandweerzorg
€ 13.663
Risicobeheersing
€
2.480 €
2.358 €
2.358 €
2.358 €
2.358
Gemeenschappelijke meldkamer
€
1.090 €
1.111 €
1.111 €
1.111 €
1.111
Vakbekwaamheid
€
3.445 €
3.344 €
3.344 €
3.344 €
3.344
Brandweerkazernes
€
1.205 €
1.265 €
1.257 €
1.255 €
1.253
Organisatie (Overhead)
Organisatie (Overhead)
€
8.011 €
7.820 €
7.835 €
7.877 €
8.013
Alg. dekkingsmiddelen
Algemene dekkingsmiddelen
€
-10
€
8
Bedrag onvoorzien
Onvoorzien
€
- €
-
Crisisbeheersing Brandweerzorg
€ 14.511
€
- €
1
€ 14.648
€
- €
-14
€ 14.518
€
- €
-2
€ 14.317
Totaal lasten
€ 32.441
€ 33.279
€ 33.408
€ 33.330
€ 33.273
Saldo van baten en lasten
€
€
€
€
€
-5
Toevoegingen reserves
€
- €
- €
- €
- €
-
Onttrekkingen reserves
€
- €
- €
- €
- €
-
Resultaat
€
€
-5
-90
-90
€
-155
-155
€
-20
-20
€
-24
-24
* Herrekend o.b.v. de hernieuwde programma-indeling (beleidsplan 2021-2024)
Begroting 2022 Versie 1.0
40
10. Overzicht incidentele baten en lasten Tabel 17: Overzicht Incidentele baten en lasten Bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
BATEN Programma's: Crisisbeheersing - Crisisbeheersing
€
- €
- €
- €
-
- Geneeskundige hulpverlening
€
- €
- €
- €
-
-vrijval voorziening BTW-claim GHOR
€
€
-73 €
-
-142
€
-145
Brandweerzorg - Brandweerzorg
€
- €
- €
- €
-
- Risicobeheersing
€
- €
- €
- €
-
- Gemeenschappelijke meldkamer
€
- €
- €
- €
-
- Vakbekwaamheid
€
- €
- €
- €
-
- Brandweerkazernes
€
- €
- €
- €
-
- Organisatie (Overhead)
€
- €
- €
- €
-
- Algemene dekkingsmiddelen
€
- €
- €
-
Totaal incidentele baten
€
€
-73 €
-
Organisatie (Overhead) - € -142
€
-145
LASTEN Programma's: Crisisbeheersing - Crisisbeheersing
€
- €
- €
- €
-
- Geneeskundige hulpverlening
€
- €
- €
- €
-
- Brandweerzorg
€
- €
- €
- €
-
- Risicobeheersing
€
- €
- €
- €
-
- Gemeenschappelijke meldkamer
€
- €
- €
- €
-
- Vakbekwaamheid
€
- €
- €
- €
-
- Brandweerkazernes
€
- €
- €
- €
-
- Organisatie (Overhead)
€
- €
- €
- €
-
- Algemene dekkingsmiddelen
€
- €
- €
- €
-
Totaal Incidentele lasten
€
- €
- €
- €
-
Saldo baten minus lasten
€
€
-73 €
-
Brandweerzorg
Organisatie (Overhead)
Begroting 2022 Versie 1.0
-142
€
-145
41
11. Geprognosticeerde balans 2020-2025 Tabel 18: Geprognosticeerde balans
Bedragen x € 1.000 2024 2025
2021
2022
2023
18.612 18.612
18.644 18.644
18.454 18.454
18.415 18.415
19.036 19.036
250
250
250
250
250
353 517 1.120
353 517 1.120
353 517 1.120
353 517 1.120
353 517 1.120
0 250 250
0 250 250
0 250 250
0 250 250
0 250 250
340 340
340 340
340 340
340 340
340 340
Totaal vlottende activa
1.710
1.710
1.710
1.710
1.710
Totaal activa
20.323
20.354
20.165
20.125
20.746
Activa Vaste activa Materiële vaste activa -Investeringen met economisch nut Totaal vaste activa
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar -Rekening-courantverhouding met het Rijk -Rekening-courant met niet-financiële instellingen -Vorderingen op openbare lichamen -Overige vorderingen
Liquide middelen -Kassaldi -Banksaldi
Overlopende activa - de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel - Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
In de jaarkolommen is telkens de (verwachte) stand aan het einde van het betreffende boekjaar opgenomen (ultimo-standen).
Begroting 2022 Versie 1.0
42
Bedragen x € 1.000 2024 2025
2021
2022
2023
691 0 0 691
691 0 0 691
691 0 0 691
691 0 0 691
691 0 0 691
360 0 0 360
218 0 0 218
73 0 0 73
0 0 0 0
0 0 0 0
13.572 0 13.572
16.246 0 16.246
16.202 0 16.202
16.235 0 16.235
16.856 0 16.856
14.623
17.154
16.965
16.925
17.546
2.500 0 1.300 3.800
0 0 1.300 1.300
0 0 1.300 1.300
0 0 1.300 1.300
0 0 1.300 1.300
1.800
1.800
1.800
1.800
1.800
100 1.900
100 1.900
100 1.900
100 1.900
100 1.900
Totaal vlottende passiva
5.700
3.200
3.200
3.200
3.200
Totaal passiva
20.323
20.354
20.165
20.125
20.746
Passiva Vaste passiva Eigen vermogen -Algemene reserve -Bestemmingsreserves -Resultaat voorgaand boekjaar
Voorzieningen - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's - Egalisatievoorzieningen - Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van: - Binnenlandse banken en overige financiële instellingen - Waarborgsommen
Totaal vaste passiva
Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar -Kasgeldleningen -Banksaldi -Overige schulden
Overlopende passiva -Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen -De van overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten in volgende begrotingsjaren -Overige vooruit ontvangen baten die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
Begroting 2022 Versie 1.0
43
12. EMU Saldo Tabel 19: EMU saldo
Bedragen x € 1.000 2021
Omschrijving
2022
2023
2024
2025
Exploitatie vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
€
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
€ 2.292 € 2.774 € 2.910 € 3.043 € 3.192
Bruto dotaties aan de post voorziening ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie
€
Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd
€ 3.087 € 2.806 € 2.721 € 3.003 € 3.812
Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4
€
- €
- €
- €
- €
-
Desinvesteringen in (Im)materiele vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiele vaste actieva (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord
€
- €
- €
- €
- €
-
Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met deren die niet op de exploitatie staan)
€
- €
- €
- €
- €
-
Baten Bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord
€
- €
- €
- €
- €
-
Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord
€
- €
- €
- €
- €
-
Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fonden en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten
€
- €
- €
- €
- €
-
90 €
-140
€
155 €
-142
€
20 €
-145
€
24 €
-73 €
5
-
Verkoop van effecten: Gaat u effecten verkopen? (ja/nee)
nee
nee
nee
nee
nee
Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie?
€
- €
- €
- €
- €
-
Berekend EMU- saldo
€
-846 €
-18 €
64 €
-10 €
-615
Note: Onder ‘investeringen’ zijn ook investeringen die zijn doorgeschoven uit eerdere jaren opgenomen.
Begroting 2022 Versie 1.0
44
Paragrafen Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Aanleiding en achtergrond Het Algemeen Bestuur van VrZW acht het wenselijk om risico’s die mogelijk van invloed zijn op de organisatie beheersbaar te maken. Door inzicht in de risico’s is de organisatie in staat om op verantwoorde wijze beheersmaatregelen te nemen. Hierdoor staan de resterende risico’s van nu en die gerelateerd zijn aan toekomstige investeringen in verhouding tot de vermogenspositie van de organisatie. Ook vermelden wij belangrijke ontwikkelingen in de nabije toekomst die redelijkerwijs geen risico vormen, maar wel impact hebben op de organisatie. Het beleid van VrZW is vastgelegd in de Nota weerstandsvermogen en risicobeheersing VrZW (vastgesteld op 18 december 2013). Hierin is opgenomen dat VrZW minimaal jaarlijks haar risico’s actualiseert. Hieronder wordt verslag gedaan van de resultaten van de risico-inventarisatie, Op basis van de geïnventariseerde risico’s is tevens het weerstandsvermogen berekend. Op 20 oktober 2017 heeft het Algemeen Bestuur besloten om met ingang van de jaarrekening 2017 voor het vaststellen van het weerstandsvermogen een waardering C (voldoende) toe te passen. Deze uitgangspunten worden ook voor de begroting 2022 gehanteerd. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit wordt daarbij uitgegaan van de stand per eind 2020.
Risicoprofiel Om de risico’s van VrZW te actualiseren is een risicoprofiel opgesteld. Dit risicoprofiel is opgesteld in een bijeenkomst met het managementteam waarbij gebruik is gemaakt van het softwareprogramma NARIS® (NAR Risicomanagement Informatie Systeem; een systeem waarmee risico’s systematisch in kaart kunnen worden gebracht en beoordeeld). Het opstellen van een risicoprofiel in tijden van de Covid-19 pandemie is vanzelfsprekend een bijzonder lastige opgave. De risico’s met betrekking tot COVID-19 daar waar het direct gaat om de eigen bedrijfsvoering (continuïteit, vakbekwaamheid, huisvesting etc.) zijn beschreven in hoofdstuk 1 In bijeenkomsten met de organisatie en het management zijn de overige reguliere risico’s besproken en december 2020 geactualiseerd. Zo zijn er risico’s vervallen omdat de juiste maatregelen zijn getroffen of zijn er nieuwe risico’s bijgekomen op basis van externe ontwikkelingen. Hierbij is uitgegaan van een reguliere bedrijfsvoering. De korte termijn risico’s van COVID-19 worden in 2020 en 2021 door het Rijk gedekt. Op lange termijn risico’s en impact van COVID-19 kunnen nog voldoende maatregelen getroffen worden in termen van beleidskeuzes. De netto inschatting van deze risico’s is daarmee dan ook beperkt. Op basis van de geactualiseerde risico’s is met behulp van NARIS een top-10 vastgesteld zoals onderstaand opgenomen.
Dit zijn de risico’s die gezamenlijk ca. 99% van de totale benodigde weerstandcapaciteit voor rekening nemen. Overige risico’s hebben een dermate kleine impact dat ze in deze paragraaf niet zijn opgenomen. Alle risico’s zijn opgenomen in het NARIS systeem zodat deze periodiek kunnen worden geactualiseerd op het risico zelf, de inschattingen en/of te nemen maatregelen.
Begroting 2022 Versie 1.0
45
Risico Onvoorziene claim beroepsziekten/arbeidson gevallen
Meer langdurige (grootschalige) inzet dan waarmee bij het opstellen van de begroting rekening is gehouden (inhoud, complexitieit, weersomstandigheden etc)
Niet verzekerde financiële gevolgen van schades
Onvoorziene acute uitgaven om paraatheid op peil te houden
Kosten van investeringen/inkoop blijken na aanbesteding hoger dan voorzien (ten opzichte van meerjaren investeringsbedragen)
Toekennen van schadevergoedingen als gevolg van inadequaat operationeel optreden
Begroting 2022 Versie 1.0
Maatregelen Actief - Continue aandacht voor schoon en veilig werken, Actief - De beheersing van arbeid gerelateerde risico's wordt op peil gehouden door regelmatige RI&E en indien noodzakelijk aanpassing van procedures/aanvullende investeringen, Actief - Voor financiële gevolgen van aansprakelijkheid voor arbeidsongevallen is een verzekering afgesloten Actief - Tegen dit risico en de gevolgen daarvan zijn geen maatregelen te treffen door VRZW. Wanneer sprake is van een (stijgende) trend is het mogelijk de begroting hierop aan te passen. De begroting zodanig aanpassen dat hierdoor geen uitschieters naar boven ontstaan is niet wenselijk omdat dit een sterk kosten opdrijvend effect zou hebben voor de deelnemers in de GR. Actief - inzet op preventie o.b.v. schade analyse Actief – in landelijk project wordt verkend of Veiligheidsregio’s gezamenlijk risico’s kunnen afdekken door b.v. fondsvorming
Kans 10%
Maximaal financieel gevolg € 1.000.000
Invloed van risico 21%
25%
€ 250.000
13%
10%
€ 500.000
11%
In voorbereiding - Meer rekening houden met beschikbaarheid in opstellen dekkingsplan om acute problemen te voorkomen, Actief - Verbeteren van de opbrengsten van werving van vrijwilligers, Actief - Verbeteren beleving bij vrijwilligers op basis van uitkomsten belevingsonderzoeken, Actief Diversificatie vrijwilligers Geimplementeerd - aanpassen investeringsramingen als dit zich voordoet
50%
€ 100.000
11%
50%
€ 100.000
11%
In voorbereiding - In informatiebeleidsplan aandacht besteden aan maatregelen voor optimaal benutten beschikbare informatie. Actief - Op basis van regelmatige evaluatie indien nodig bijstellen van
5%
€ 1.000.000
10%
46
Excedentrisico materieel
procedures Actief - Medewerkers toerusten met de juiste digitale hulpmiddelen Actief - inzet op preventie o.b.v. analyse schades op landelijk niveau
10%
€ 500.000
8%
oprichting werkgeversorganisatie (2021) en inrichting eigen CAO (2022)
Actief – Volgen van ontwikkelingen en zoveel als mogelijk anticiperen op deze ontwikkelingen
70%
€ 50.000
7%
Boete als gevolg van niet naleven AVG
In voorbereiding - Verschillende typen maatregelen (technisch, organisatorisch, personeel) opnemen in informatiebeleidsplan en regelmatig toetsen op werking, Actief - Continue aandacht voor bewustzijn bij medewerkers In voorbereiding - cyberverzekering (netto van 500k naar 15k eigen risico), Actief - Back-up afspraken, bijvoorbeeld met andere regio's, Actief - Kritische systemen zijn minimaal dubbel uitgevoerd
10%
€ 250.000
5%
5%
€ 150.000
2%
Uitval kritische systemen (uitrukalarmering, mobiele systemen auto's, eigen administratiesystemen)
Op basis van de vastgelegde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag ongewenst is. De risico’s zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. De simulatie maakt 100.000 verschillende scenario’s op basis van de verschillende risico inschattingen. Figuur 1 en de bijhorende tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie.
Begroting 2022 Versie 1.0
47
Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage Bedrag 75% € 302.051 80% € 359.249 90% € 578.233 95% € 831.611 In de grafiek en de tabel worden de simulatieresultaten weergegeven met verschillende zekerheidspercentage. In Nederland wordt geadviseerd om 90% van alle voorkomende scneario’s uit de simulatie te kunnen afdekken met financiele middelen (benodigde weerstandcapaciteit). Dat betekent dat de benodigde capaciteit ca. 578k bedraagt. Beschikbare weerstandscapaciteit De verwachte beschikbare weerstandscapaciteit van VrZW (per ultimo 2021) bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico’s in financiële zin af te dekken Beschikbare weerstandscapaciteit per ultimo 2021 (bedragen x € 1.000) Onderdeel Startcapaciteit Toevoeging Onttrekking Algemene reserve Bestemmingsreserves* Totaal
691 € 691
€0
€0
Huidige capaciteit 691 0 € 691
* Conform de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing VrZW tellen alleen de bestemmingsreserves met de typering A1, A2 en B1 mee in de berekening van de weerstandscapaciteit Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in volgend figuur weergegeven.
Risico’s:
Weerstandscapaciteit:
Bedrijfsproces Financieel Imago / politiek Informatie / strategie Juridisch / Aansprakelijkheid Letsel / Veiligheid Materieel Milieu Personeel / Arbo Product
Algemene reserve Bestemmingsreserves
↘ Weerstandsvermogen
Begroting 2022 Versie 1.0
↙
48
De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Beschikbare weerstandscapaciteit € 691.000 Ratio weerstandsvermogen = = = 1,20 Benodigde € 578.000 weerstandscapaciteit Onderstaande normtabel is ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit Twente. Deze biedt een waardering van de berekende ratio. Tabel X: Weerstandsnorm Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio > 2.0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Het Algemeen bestuur heeft op 20 oktober 2017 besloten dat een ratio van ‘voldoende’ kan worden aangehouden (categorie C) ter afdekking van bekende risico’s. Het berekende ratio valt precies in het midden van de bandbreedte van categorie C. Aanpassing van de beschikbare weerstandscapaciteit is daarmee niet nodig. Conclusies Ten opzichte van de vorige update van het risicoprofiel is de benodigde weerstandcapaciteit met 4% toegenomen. Dit wordt mede veroorzaakt door een hogere inschatting van het risico op onverwachte claims ten aanzien van beroepsziekte, waarbij met name de financiële gevolgen hoger ingeschat zijn. De aanwezige weerstandscapaciteit geeft voor deze lichte stijging voldoende dekking. Ontwikkelingen in de (nabije) toekomst Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra)/Wet Gelijke Behandeling De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) is voor de meeste overheden per 1 januari 2020 in werking getreden. De veiligheidsregio’s hebben uitstel van de invoering van de wet gekregen van de minister van Justitie en Veiligheid. Een speciaal aandachtspunt is de positie van de brandweervrijwilliger. Bij naleving van Europese regelgeving kan er een aanzienlijke kostenverhoging ontstaan. Op basis van de huidige inzichten vindt er bij alle Veiligheidsregio’s mogelijk een aanzienlijke kostenverhoging voor inschakeling van vrijwilligers plaats.
Aanvullend brengt invoering van de wet ook (eenmalige) aanloopkosten met zich mee. In landelijk overleg wordt bekeken wat de opties zijn om hier verder mee om te gaan. Zo wordt er ook naar taakdifferentiatie bij de inzet van vrijwilligers gekeken. Om te kunnen anticiperen op de invoering van de wet is bij de resultaatbestemming 2019 ingestemd met de vorming van een nieuwe bestemmingsreserve, ter dekking van verwachte implementatiekosten en de eerste exploitatiekosten. Door de voortdurende onduidelijkheid zijn de mogelijk hogere kosten voor de inschakeling van vrijwilligers nog niet in deze begroting opgenomen en is de hoogte van de bestemmingsreserve niet aangepast.
Begroting 2022 Versie 1.0
49
Kengetallen financiële positie De volgende kengetallen zijn van toepassing: Tabel 20: Kengetallen Ratio's
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Netto Schuldquote
43,5%
54,0%
53,0%
52,9%
53,1%
55,1%
Netto Schuldquote (gecorrigeerd voor verstrekte leningen)
43,5%
54,0%
53,0%
52,9%
53,1%
55,1%
Solvabiliteitsratio
14,8%
3,4%
3,4%
3,4%
3,4%
3,3%
Structurele exploitatieruimte
3,6%
-0,2%
0,0%
-0,4%
-0,1%
0,0%
Toelichting kengetallen: Netto (gecorrigeerde) schuldquote Met dit kengetal wordt zichtbaar hoeveel schuld VrZW heeft ten opzichte van de jaarlijkse inkomsten. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. Een quote van 100% of lager wordt als voldoende beschouwd. De quote van VrZW is oplopend maar nog voldoende. Het oplopen van de quote wordt veroorzaakt door het aangaan van nieuwe leningen ter financiering van verwachte investeringen in materiaal, materieel en ICT middelen. De waarden van de netto schuldquote en netto gecorrigeerde schuldquote zijn bij VrZW gelijk omdat VrZW geen geldleningen heeft verstrekt aan andere partijen. Solvabiliteitsratio Met dit kengetal wordt zichtbaar in hoeverre VrZW voldoende eigen vermogen heeft om aan de verplichtingen te voldoen. Een percentage van 30% of hoger wordt gezien als voldoende. VrZW scoort op de solvabiliteit zeer laag, dit wordt met name veroorzaakt door het aanhouden van een zeer beperkt eigen vermogen (enkel in het kader van de beschikbare weerstandcapaciteit). Structurele exploitatieruimte Met dit kengetal wordt zichtbaar in hoeverre de structurele baten voldoende zijn om de structurele lasten te dekken. Zichtbaar is dat beiden nagenoeg in evenwicht zijn en dat er feitelijk geen structurele ruimte beschikbaar is.
De (licht) negatieve waarden onstaat als gevolg van een incidentele vrijval van een voorziening (hiervoor gecorrigeerd zijn de structurele baten licht lager dan de structurele lasten). Omdat de jaarlijkse bijdrage van de gemeenten is afgestemd op het lastenniveau van VrZW, ligt het in de lijn der verwachting dat de structurele exploitatieruimte beperkt is.
Begroting 2022 Versie 1.0
50
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Kapitaalgoederen zijn goederen welke een meerjarig nut hebben ten behoeve van de reguliere taakuitoefening. Aanschaf van kapitaalgoederen (zowel initieel als voor vervanging) vindt vanuit het meerjarige investeringsprogramma plaats. Het gaat daarbij veelal om zaken die na de eerste aanschaf regelmatig onderhoud vergen. Binnen de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland zijn de belangrijkste kapitaalgoederen de verschillende brandweervoertuigen, de persoonlijke uitrusting van het brandweerpersoneel en de ict-omgeving. VrZW heeft geen voorziening gevormd voor het eventuele (achterstallige) onderhoud aan kapitaalgoederen om de volgende redenen: Gebouwen De 23 panden waarin onze Veiligheidsregio gehuisvest is, zijn op één pand na in eigendom van de gemeenten. Voor het meerjarig groot onderhoud blijven de gemeenten zelf verantwoordelijk. Hiervoor worden door VrZW geen voorzieningen gevormd. De werkwijze ten aanzien van huisvesting is opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering. Voor het pand dat nog in eigendom van VrZW is, geldt dat de onderhoudskosten via een gesloten systeem verrekend worden met de gemeenten.
Voertuigen en brandweerspecifiek materieel Gezien de hoge mate van aandacht voor de voertuigen en materieel omdat de brandweer en GHOR moeten voldoen aan de hoogste standaarden qua snelheid en kwaliteit van optreden, is het niet noodzakelijk om een voorziening voor onderhoud op te nemen. Genoemde hoge eisen zorgen ervoor dat het noodzakelijk onderhoud adequaat en tijdig plaatsvindt. De voertuigen worden jaarlijks gekeurd en conform planning onderhouden. Wanneer gebreken tussentijds worden geconstateerd, vindt direct onderhoud plaats. Vervanging van de voertuigen is opgenomen in het meerjareninvesteringsplan. Het onderhoud is opgenomen in de exploitatiebegroting. Beschermende kleding wordt direct na een incident geïnspecteerd. Bij schade vindt reparatie of vervanging plaats. Voor incidentele vervanging en onderhoud is budget beschikbaar in de exploitatiebegroting. Grootschalige vervanging wordt in het meerjareninvesteringsplan opgenomen.
Begroting 2022 Versie 1.0
51
Paragraaf Financiering Algemene Ontwikkelingen (verwachtingen BNG Bank)1 De economische vooruitzichten worden bepaald door de ontwikkeling van de pandemie. Eind 2020 en begin 2021 is het aantal besmettingen in veel landen toegenomen, waardoor regeringen beperkende maatregelen moesten nemen. Indien de vaccinatie van de bevolking volgens de verwachtingen verloopt, dan kan de bedrijvigheid in de tweede helft van 2021 aantrekken, de onzekerheden blijven evenwel groot. De vaccinatie is een enorme logistieke operatie die mee of tegen kan vallen. Bovendien moet worden afgewacht hoe lang de vaccins bescherming bieden en of de vaccins ook effectief zijn tegen nieuwe varianten van het virus. Voor Nederland wordt voor 2021 een gematigde economische groei verwacht, namelijk van -3,8% in 2020 naar 1,7% in 2021. De inflatie komt in 2021 uit op ca. 1,2%. Rentevisie BNG Bank2 De ECB blijft in de komende twaalf maanden een ruim monetair beleid voeren. De lange rentetarieven blijven op een zeer laag niveau. De prognose van de BNG bank voor het 10-jaars rentetarief (waartegen de staat kan lenen) wordt begin 2021 geschat op - 0,3%.
Financieringsbehoefte Rekening houdende met de investeringsbehoefte uit het meerjareninvesteringsplan (zie bijlage 1), de boekwaarde van bestaande activa en de beschikbare financieringsmiddelen (opgenomen geldleningen en reserves) is er in 2022 sprake van een financieringsbehoefte van circa € 2,5 miljoen. In 2021 is een (aanvullende) financiering van ca. € 2,6 miljoen vereist. Om te voorzien in deze financieringsboefte is in de begroting en meerjarenraming uitgegaan van het aantrekken van enkele langlopende geldleningen. Deze kunnen naar verwachting tegen een zeer laag rentepercentage worden aangetrokken. Met de rentelasten van deze geldleningen is in de begroting en bij de berekening van de omslagrente rekening gehouden. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is het bedrag dat de VrZW met kort geld (geldleningen met een looptijd van één jaar of minder) mag financieren. Dit is vooral bedoeld om een eventuele tijdelijke behoefte aan geldmiddelen op te vangen, omdat dat lasten en baten zich niet gelijktijdig voordoen. De wettelijke kasgeldlimiet bedraagt 8,2% en wordt berekend over de totale begrote lasten. Per 1 januari 2022 bedraagt de kasgeldlimiet ca. € 2,73 miljoen.
Omdat de gemeentelijke bijdragen voor 50% aan het begin van het jaar worden ontvangen en de overige 50% op de helft van het jaar en de BDUR bijdrage per kwartaal vooruit, is de verwachting dat de kasgeldlimiet niet wordt overschreden. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel de rentegevoeligheid van de portefeuille van leningen met een looptijd van één jaar of langer te beperken. Dit komt erop neer dat het renterisico in een bepaald jaar niet meer mag bedragen dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. Voor VrZW is dit 20% van het begrotingstotaal, oftewel € 6,6 miljoen. Dit betekent dat het totaal van de aflossingen en renteherziening van geldleningen niet boven dit bedrag mogen uitkomen. De aflossingen op de huidige leningen bedragen in 2022 totaal circa € 214.000. Er zijn geen leningen waarvan de rente in 2022 kan worden herzien. Daarmee voldoet VrZW aan de renterisiconorm en heeft VrZW voldoende ruimte om nieuwe langlopende leningen af te sluiten voor investeringen. 1 2
Bron BNG Bank, economische berichten 22 februari 2021 Idem
Begroting 2022 Versie 1.0
52
Omslagrente Bij de wijzigingen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de invoering van de Vennootschapsbelasting (Vpb) voor lagere overheden is de toerekening van rente een belangrijk aandachtspunt. Doelstelling is het bevorderen van een eenduidige handelwijze met betrekking tot rente door alle overheidsinstellingen. Daar waar voorheen een rekenrente op de investeringen gehanteerd werd van 4%, is het nu niet (meer) toegestaan meer toe te rekenen dan de verwachte werkelijke rentelasten. De omslagrente wordt berekend door de aan taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. Het bij de begroting (voor)gecalculeerde omslagrentepercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond. Onderstaand renteschema geeft inzicht in de rentelasten van de externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. In het schema zijn de werkelijke rentelasten verdeeld over rentelasten i.v.m. projectfinanciering (4%) en de taakvelden (0,75%). De rente op projectfinanciering houdt verband met de overname van kazernes (2014) en de daarvoor verstrekte geldleningen. Het gehanteerde rentepercentage is gelijk aan dat van de achterliggende geldleningen.