begroting 2022 OD IJmond.pdf
Tekst van het document
Begroting 2022
Inhoud
Inleiding
4
1. Inhoudelijke ontwikkelingen 2022 Uitgangspunten begroting 2022 De Omgevingswet Decentralisatie bodemgelden: ‘Warme overdracht bodem’ Geurbeleid binnen Omgevingswet Uitvoering Private borging Leges Aanpassingen in de Gemeenschappelijke Regeling Externe veiligheid van incidenteel naar een structurele baten Onvoorziene ontwikkelingen Energie- en warmtetransitie IJmond Bereikbaar Dienstverleningsovereenkomsten Regio IJmond Regio Kennemerland Regio Zaanstreek-Waterland Cao-afspraken Verdeelsleutel
6 6 6 6 7 7 8 8 8 9 9 9 10 10 10 11 11 12 12
2. Programmabegroting Programmaplan Milieu en leefomgeving Doelstellingen Visie Missie Baten en lasten programma Milieu en Leefomgeving
14 14 14 14 14 15
3. Verplichte paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Uitgangspunten en aanpak benodigde weerstandscapaciteit Uitgangspunten beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Beoordeling weerstandsvermogen 2020 Conclusie Ratio’s Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Lening Renteschema Bedrijfsvoering Koers van de organisatie Formatie Kantoorpanden Verbonden partijen VvE Stationsplein
17 17 17 17 18 21 21 22 23 23 24 24 25 25 26 26 26 26
Begroting 2022
•2
4. Financiële begroting Overzicht baten en lasten GR-Bijdrage deelnemers Overige bijdragen, DVO’s en (subsidie)projecten Lasten
29 29 29 30 33
5. Toelichting baten en lasten Toelichting op de baten Wijze van financiering Kostennormering Indexatie Daling van de reguliere bijdragen Toelichting op de lasten Formatie en personele lasten Kapitaallasten en afschrijvingslasten Overige bedrijfslasten Externe projectlasten Aanwending reserves Overzicht incidentele baten en lasten Overheadkosten Begroting 2023 en verder Belastingen Omzetbelasting (BTW) Vennootschapsbelasting (Vpb) Financiële positie Geprognosticeerde balans Investeringen Reserves EMU-saldo
35 35 35 35 35 36 36 36 37 37 38 38 39 43 43 44 44 44 45 45 45 46 47
Bijlage 1 Bijdrage voor bodemformatie Bijdrage voor Impuls Omgeving Veiligheid Bijdrage gemeenschappelijk regeling deelnemers 2022
49 49 49 50
Begroting 2022
•3
Inleiding Voor u ligt de begroting van Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) voor het jaar 2022. Deze begroting is opgesteld op basis van de actuele en bekende informatie per maart 2021. Voordat deze begroting wordt vastgesteld door ons Algemeen Bestuur (AB) voor 15 juli 2021, kunnen de raden en de Provinciale Staten van de verbonden partijen hun zienswijzen over deze begroting kenbaar maken. Ten tijde van dit schrijven verkeren wij in een pandemie door COVID-19. De ontwikkelingen in 2021 zijn niet 100% te voorspellen. Met de vooruitzichten van nu is de verwachting dat, mede door het vaccinatieprogramma in 2021, wij in het jaar 2022 onze uitvoerende taken weer regulier kunnen oppakken. Maar ook wij zien dat de impact van de coronapandemie financieel zijn sporen nalaat. Mede hierdoor én door de taakoverheveling van het Rijk naar gemeenten wordt de financiering van onze deelnemers onder druk gezet. In deze begroting leest u welke ontwikkelingen wij verwachten en hoe wij de ambitie hebben hierop te anticiperen. De druk op het milieu neemt steeds meer toe. Desondanks willen wij rekening houden met de financiële posities van onze deelnemers. In de begroting van 2022 indexeren wij daarom onze tarieven én bijdragen van onze deelnemers niet.
Begroting 2022
•4
1
Inhoudelijke ontwikkelingen
Begroting 2022
•5
1. Inhoudelijke ontwikkelingen 2022
Uitgangspunten begroting 2022 Bij het opstellen van deze begroting hebben wij onder meer rekening gehouden met de uitgangspunten en actualiteiten zoals opgenomen in de Kadernota 2022. De financiële uitwerkingen van deze ontwikkelingen worden in hoofdstuk 4 toegelicht.
De Omgevingswet Naar verwachting treedt per 1 januari 2022 de Omgevingswet in werking. Met recht kunnen we dit één van de grootste stelselwijzigingen ooit noemen in het bestaan van onze dienst. Dat betekent dat onze werkwijze voor de uitvoering van VTH1-taken vanaf dat moment is afgestemd op de Omgevingswet. De kaders voor de toetsing van vergunningaanvragen en de regels waarop wordt toegezien veranderen. Hier hoort ook de grotere afwegingsruimte bij die onze deelnemers bij de inwerkingtreding van de wet krijgen. De Omgevingswet resulteert in een algehele stelselherziening voor de wet- en regelgeving, die gaat over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Deze herziening heeft een grote impact op de manier van werken, de cultuur, het juridisch en technisch instrumentarium. Ook heeft het gevolgen voor de bevoegde gezagen en de organisaties die bij de wet betrokken zijn, zoals onze dienst. De wet beoogt het vergroten van de inzichtelijkheid en het gebruiksgemak voor burgers en bedrijven, het versnellen van besluitvorming door gemeenten en omgevingsdiensten, meer lokale afwegingsruimte en een samenhangende benadering. Decentralisatie bodemgelden: ‘Warme overdracht bodem’ Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vindt voor een aantal taken een herverdeling van bevoegdheden plaats.
Zo wijzigt het bevoegd gezag van bodemverontreiniging Deze bevoegdheid en taken gaan over van provincie naar gemeenten. Een onderdeel van deze overdracht is de verandering in bevoegd gezag voor de VTH-bodemtaken, zoals dat nu in de Wet bodembescherming (Wbb) geregeld is. Op dit moment voeren de vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten deze taken namens provincie Noord-Holland uit. Het gaat hierbij zowel om toezicht, handhaving en vergunningverlening als om de juridische en beleidsmatige advisering. Tegelijkertijd worden de financiële middelen vanuit het Provinciefonds naar Gemeentefonds overgeheveld. Om straks namens gemeenten deze taak op hetzelfde niveau, zorgvuldig en adequaat uit te kunnen blijven voeren, doen wij een beroep op deze middelen. De financiering van de bodemtaken onder de Omgevingswet is echter al langere tijd onduidelijk. De verwachting is dat hier medio 2021 meer over bekend wordt. Het Rijk is daar nu over in overleg met de VNG en het IPO. 1
Vergunningen, toezicht en handhaving Begroting 2022
•6
In onze begroting 2022 houden wij vooralsnog rekening met de volledige financiering van deze taak. We verdelen deze bijdrage na indexatie op basis van de verdeelsleutel die ontleend is aan de inwonersaantallen (per 01-01-2020) van onze deelnemers. De bodemtaken van de gemeenten Haarlem zijn momenteel niet bij ons ondergebracht, hiervoor maken wij een herberekening in de verdeelsleutel. Indien blijkt dat de financiering van het Rijk sterk afwijkt van onze verdeling, dan is een begrotingswijziging mogelijk. Bij uitstel van de Omgevingswet vragen wij de middelen op bij de Provincie Noord-Holland. Hieraan kleeft voor ons een financieel risico voor ons, indien gemeenten besluiten de te decentraliseren taken zelf uit te voeren, de financiering van rijkswege onvoldoende blijkt, of de verdeling van financiën scheef uitpakt. Voor gemeenten betreft daarnaast een aandachtspunt voor gemeenten is de sanering van locaties waar toekomstig bijvoorbeeld woningbouw wordt gepland. Zeker nu, nu onder meer ISV-gelden onder meer zijn opgedroogd. In de begroting van 2022 gaan wij uit van onze bestaande formatie. Het is mogelijk dat door toename van onder andere bouwplannen onze huidige formatie niet toereikend is. Indien dit leidt tot een andere verdeling is het mogelijk dat er een wijziging komt in onze begroting.
Geurbeleid binnen Omgevingswet De overdracht van het provinciaal geurbeleid naar de (uitvoeringsdienst van de) gemeenten (ODIJ) in het kader van de Omgevingswet verandert. Dit betekent dat wij eventueel omgevingswaarden voor geur in de omgevingsplannen moeten opnemen. De provincie blijft alleen bij gemeentegrensoverschrijdende activiteiten een rol houden. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat het geurbeleid rondom Tata Steel bij de provincie blijft. Uitvoering Door onze ervaringen in 2020 weten wij dat de hoogte van kosten die de invoering van de Omgevingswet met zich meebrengen en de eventuele baten ná invoering moeilijk zijn te voorspellen. De invoering van de Omgevingswet lijkt voor de uitvoerende instanties een veel grotere impact te hebben dan vooraf ingeschat. De baten lijken daarentegen vooralsnog uit te blijven en onzeker. De keuze voor de minimale ambitie van gemeenten maakt bovendien dat (het opstellen van) omgevingsvisies en –plannen verder verschoven worden in de tijd. Dit houdt verband met onder andere:
• bij de inrichting van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) kiezen de meeste gemeenten voor de top 10 benadering. Alleen de 10 belangrijkste processen worden uitgewerkt met toepasbare regels in 2021. De andere processen worden later uitgewerkt. Het is aan gemeenten om het DSO hierop in te richten. Dit houdt in dat vergunningaanvragen wel via het loket kunnen worden ingediend maar dat deze, net als nu het geval is, door ODIJ-medewerkers moet worden beoordeeld. Dat is een van de componenten waardoor de kosten en baten van het DSO onzeker zijn; • het opstellen van gemeentelijke omgevingsvisies, de van rechtswege tijdelijk gemeentelijke omgevingsplannen en het opstellen van definitieve gemeentelijke omgevingsplannen lopen door van 2022 tot uiterlijk 2029. Thema’s als stikstof, geluid, PFAS, bodem en andere milieu compartimenten waar wij gemeenten op adviseren, zorgen ervoor dat vooralsnog overgangsbeleid wordt geschreven, die alleen de
Begroting 2022
•7
minimale vereisten uit de Omgevingswet bevatten. Ambities van gemeenten zijn groot als het gaat om bijvoorbeeld woningbouw. Het wordt steeds complexer om advies te geven op dergelijke plannen; • voor de “aanvullingsregeling geluid” is nog niet duidelijk wat de kosten van implementatie zijn; • de meeste deelnemende gemeenten voeren de minimale landelijke vereisten uit, daarmee worden ander verplichtingen verschoven naar de toekomst. Ook wij zullen op 1 januari 2022 aan de minimale vereisten voldoen. Op weg naar 2029 is een nog veel grotere inspanning nodig. De gewenste (keten)samenwerking en deelname in werkgroepen maakten geen onderdeel uit van de begroting 2021. Dit zorgt op er termijn wel voor dat we onze huidige efficiënte werkwijze kunnen handhaven. Op deze manier kan voorkomen worden dat voor onze 15 deelnemers verschillende procesafspraken liggen aan de hand waarvan wij moeten werken. Het uitstel van 2021 naar 2022 en de integrale samenwerking zorgen er voor dat meer uren nodig zijn voor het projectleiderschap. Uit de bestaande formatie hebben we daarom een omgevingsmanager aangesteld die de implementatie coördineert. We werken verdeeld in drie regio’s die ieder hun eigen identiteit hebben. We realiseren dat dit een taakverzwaring met zich meebrengt. Het is onze ambitie om dit met de huidige formatie uit te voeren.
Daarom vragen wij geen extra middelen de ondersteuning op visie en het uitvoeren van omgevingsplannen. Het IT-en het opleidingsbudget is structureel verhoogd met ingang van 2022, met € 35.000. Private borging Wij verwachten in 2022 en 2023 geen effect van de invoering van de wet private borging, waarbij de markt taken overneemt. Vandaar dat wij voorstellen om 2022 en 2023 te beschouwen als overgangsjaren en onze begroting hier niet op aanpassen. Leges Onder de Omgevingswet is het mogelijk om leges te gaan heffen voor milieuvergunningen. Dit moet per gemeente onderzocht worden. In de begroting van 2022 houden we hier geen rekening mee (conform begroting 2021). Wel hebben wij de data en expertise in huis om onze deelnemers hier mee van dienst te zijn. Aanpassingen in de Gemeenschappelijke Regeling De Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJmond (GR) vormt ons juridische kader. De GR Omgevingsdienst IJmond is een openbaar lichaam met 16 deelnemers dat opereert onder de naam Omgevingsdienst IJmond. Binnen het kader van de GR voert de dienst, naast de taken beschreven in de GR, ook taken uit op basis van dienstverleningsovereenkomsten die met deelnemers separaat zijn afgesloten.
Begroting 2022
•8
Externe veiligheid van incidenteel naar een structurele baten De financiering voor externe veiligheid is in 2021 aangepast. Tot en met 2020 was deze gefinancierd met een subsidiebeschikking vanuit provinciale middelen. Vanaf 2021 stort het Rijk deze bijdrage niet gelabeld in het gemeentefonds. In 2021 vragen we deze bijdragen separaat op. We gebruiken hiervoor een verdeelsleutel welke door middel van een projectgroep van het Rijk is vastgesteld. We hebben onze deelnemers geïnformeerd over deze bijdrage. Vanaf de begroting 2022 verwerken we deze bijdragen in de GR-bijdrage omdat het hier gaat om een uitvoeringstaak in het basistakenpakket. Hiermee is de bijdrage van onze deelnemers verhoogt vanaf de begroting van 2022.
Onvoorziene ontwikkelingen Momenteel zitten wij midden in de coronapandemie. Deze heeft ook impact op ons en onze werkzaamheden. Voor een aantal projecten is uitstel verleend, zoals het omvangrijke project Regeling Reductie Energie. Onze medewerkers werken bijna volledig vanaf huis. Daarnaast hebben onderwerpen zoals stikstof, PFAS, alsmede emissies van Tata Steel en Harsco Metal, in de afgelopen anderhalf jaar specifiek in de IJmond geleid tot maatschappelijke onrust. De vele nog onbekende factoren in deze dossiers leiden tot onzekerheid over de realisatie van projecten en de daarbij behorende financiële risico’s voor onze deelnemers. De druk op het realiseren van CO2-reductie gaat na de Urgenda uitspraak van de Hoge Raad van 19 december 2019, alleen maar toenemen. Op dit moment is niet te voorzien wat voornoemde dossiers in 2022 specifiek aan inzet van onze dienst zullen vragen. Wij zijn echter flexibel, (vak)inhoudelijk goed voorbereid en beschikken over kennis en kunde om onze deelnemers van dienst te zijn.
Energie- en warmtetransitie De energietransitie vormt ook in 2022 een majeur thema binnen het overheidsbeleid op het gebied van milieu en duurzaamheid. Eind 2019 is het landelijke Klimaatakkoord vastgesteld. Hierin zijn maatregelen opgenomen op het gebied van elektriciteit, industrie, mobiliteit, gebouwde omgeving en landbouw en landgebruik. Opgeteld dienen de maatregelen te leiden tot een landelijke CO2-reductie van 49% in het jaar 2030 en 95% in 2050 (t.o.v. 1990). Op rijks, provinciaal en regionaal niveau worden verschillende agenda’s en programma’s uitgerold om in 2050 een energie neutrale samenleving te realiseren. Lokale overheden hebben een belangrijke rol bij het behalen van deze doelstelling. Op regionaal niveau worden hiertoe regionale energiestrategieën en op lokaal niveau transitievisies warmte ontwikkeld. De meerwaarde van onze dienst in deze opgave is gelegen in de bundeling van kennis op regionaal vlak, zowel technisch als procesmatig als bij zicht op de regionale ontwikkelingen. Wij ondersteunen gemeenten bij het opstellen van het uitvoeren van de energietransitie. Dit vertaalt zich in werkzaamheden die bijdragen aan het opstellen van de transitievisies warmte en de wijkuitvoeringsplannen. Bij de uitvoering van de wijkuitvoeringsplannen, zullen jaarlijks, per gemeente een aantal wijken worden aangepakt. Deze gaan gepaard met een intensief participatietraject.
Begroting 2022
•9
IJmond Bereikbaar Naar aanleiding van de ambities in het programma Gezondheid & Luchtkwaliteit willen wij het programma IJmond Bereikbaar intensiveren. De ambitie is om het aantal bedrijven waarbij een mobiliteitsscan wordt afgenomen en waar maatregelen worden geïntroduceerd, te verdubbelen. Met de huidige formatie is het niet mogelijk deze intensivering te bereiken. Daarom vragen wij voor de periode van vier jaar één formatie plaats op. Omdat wij in de loop van 2021 de besluitvorming hierover verwachten van de betrokken gemeenten, is deze formatie aanvraag vooralsnog niet in de begroting verwerkt. Een deel van de huidige formatie voor IJmond Bereikbaar dekken wij uit een externe subsidie, welke is beschikt tot en met 2021. In de begroting van 2022 gaan wij ervan uit dat deze gecontinueerd wordt voor 2022. Indien de middelen voor 2022 niet beschikbar worden gesteld kunnen wij dit voor het jaar 2022 dekken uit niet bestede subsidie middelen ten hoeve van dit project. Na het jaar 2022 is de financiering hieromtrent onzeker. Op dit project is vaste formatie gefinancierd.
Dienstverleningsovereenkomsten Wij hebben vanaf 2001 een langdurige intensieve relatie met gemeenten in ZuidKennemerland en Zaanstreek-Waterland opgebouwd op basis van dienstverlenings overeenkomsten. Met het inwerking treden van de Wet verbetering Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving zijn deze partners verplicht tot de GR Omgevingsdienst IJmond toegetreden met hun basistakenpakket (zie ook 3.1 Basistakenpakket). De overige taken voor deze gemeenten worden nog steeds uitgevoerd op basis van een langlopende dienstverleningsovereenkomsten, conform artikel 18 van de GR. Regio IJmond Gemeente Beverwijk, Heemskerk, Velsen Afhankelijk van de besluitvorming omtrent ons programma Gezondheid en Luchtkwaliteit vragen wij voor de uitvoering van dit programma extra middelen op. De intensivering van dit programma is niet mogelijk met de huidige formatie. Deze middelen vragen we alleen op, na besluitvorming hierover. Deze zijn niet in onze begroting verwerkt. Gemeenten Uitgeest Per 1 januari 2022 loopt onze dienstverleningsovereenkomst met de gemeente Uitgeest van rechtswege af. Deze overeenkomst staat ter dekking van onze vaste en flexibele schil. In 2021 gaan wij in gesprek met de gemeente over continuering van de overeenkomst. Met deze dienstverleningsovereenkomst is 2343 uur gemoeid. Gemeente Uitgeest maakt deel uit van onze veiligheidsregio.
In de begroting houden wij rekening met de continuering van in ieder geval de brandveiligheidstaken. Voor de overige taken bezuinigen wij op onze flexibele schil.
Begroting 2022
• 10
NME De formatiedekking van Natuur- en Milieu Educatie Beverwijk en Heemskerk (NME) is niet in overeenstemming met de loonkosten. In 2020 is overeengekomen om via de begrotingen deze in de toekomst op peil te brengen. In 2022 verhogen wij de formatie bijdrage eenmalig niet per educatiecentrum. Wij dekken deze bijdragen in 2022 eenmalig met niet bestede middelen uit het jaar 2020. Regio Kennemerland Gemeenten Zandvoort Voor de gemeente Zandvoort zien wij nog geen daling in de inzet voor vergunningverlening, toezicht en handhaving bouw. Om de extra bijdrage te continueren in 2022 en 2023 zijn wij met de gemeente in gesprek. Het besluit hierover verwachten wij medio 2021. In 2022 hebben wij hiervoor geen middelen in onze begroting verwerkt. De flexibele schil in de formatie is hiervoor verlaagd. Gemeente Haarlem Met de gemeente Haarlem voeren wij momenteel gesprekken voor het inbrengen van de bodemtaken in het kader van het basistakenpakket. Gezien de onzekere uitkomst is in de begroting van 2022 hiermee vooralsnog geen rekening gehouden. Regio Zaanstreek-Waterland Gemeente Beemster De gemeente Beemster heeft aangegeven per 1 januari 2022 haar plustaken terug te trekken. In de begroting van 2022 houden we geen rekening meer met deze baten. In 2021 treden we in overleg met de gemeente Beemster over de overdracht van deze taken.
De formatie dekking die met deze baten zijn gemoeid betreft 1040 uur. (€ 88.688,- op basis van de begroting 2021). Dit betekent dat wij in de begroting van 2022 de vacatureruimte (flexibele schil) voor één formatieplaats verlagen en geen rekening houden met deze baten. Gemeenten met veehouderij activiteiten De regio Zaanstreek-Waterland is rijk aan agrarische activiteiten. Veehouderijbedrijven zijn onder de Omgevingswet volledig vergunning plichtig, waar dit nu nog samenhangt met de grote en inrichting van deze activiteiten. De GR-bijdragen van deze regiogemeenten worden berekend op basis van een vaste bijdrage die is opgesteld voor de uitvoering van het basistakenpakket in de VTH-wetgeving. Er is een projectgroep opgericht om te onderzoeken of deze vaste bijdragen voor het basistakenpakket nog aansluiten op de inhoud van dat pakket onder de Omgevingswet. De verwachting is dat dit voor gemeenten met veel activiteiten op het gebied van veehouderij de huidige vaste bijdrage niet toereikend is. Deze ontwikkelingen worden meegenomen in de aanpassing van onze gemeenschappelijke regeling (GR). Indien blijkt dat de bijdrage van deelnemers waar deze ontwikkeling op van toepassing is, herrekend moet worden, dan verwerken wij deze in een wijziging of aanvulling op onze begroting.
Begroting 2022
• 11
Cao-afspraken Ten tijde van het opstellen van onze begroting zijn er geen cao-afspraken voor 2022 bekend. Wanneer blijkt dat de autonome stijging die volgt uit cao-afspraken lijden tot een begrotingstekort in 2022 dan stellen wij een begrotingswijziging aan het bestuur voor.
Verdeelsleutel De bijdrage van de deelnemers in de verdeelsleutel is gebaseerd op de laatst vastgestelde verdeelsleutel 2019-2021. De herrekening van de verdeelsleutel is op zijn vroegst begin 2022 mogelijk, bij het opstellen van de jaarrekening 2022. Als blijkt uit deze herrekening dat de verdeling van de bijdrage van de deelnemers sterk afwijkt van deze begroting dan stellen wij een begrotingswijziging aan het bestuur voor.
Begroting 2022
• 12
2
Programmabegroting
Begroting 2022
• 13
2. Programmabegroting
Programmaplan Milieu en leefomgeving Alle activiteiten van de ODIJ zijn samengevoegd in de of het Beleidskader VTH-milieu 20192022.
Doelstellingen De beleidslijnen die door de gemeenten Beemster, Beverwijk, Bloemendaal, Edam-Volendam, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Uitgeest Velsen, Waterland en Zandvoort en de provincie Noord-Holland in hun milieubeleidsplannen en overeenkomsten zijn neergelegd, bepalen 2021welke werkzaamheden uitgevoerd worden en welke daarvan worden vastgelegd in ons uitvoeringsprogramma 2022 (UP 2022). Wij hebben zelf geen milieubeleidsdoelstellingen en zijn een uitvoerende dienst. Visie Wij dragen bij aan het bereiken en in stand houden van een veilige en duurzame fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit binnen ons werkgebied. Daarbinnen inspireren wij burgers en bedrijven tot het nemen van eigen verantwoordelijkheid. Het resultaat is een landelijk vooruitstrevende en toekomstbestendige voorbeeldorganisatie waar partners met vertrouwen mee samenwerken. Missie Wij dragen bij aan het bereiken en in stand houden van een veilige en duurzame fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit binnen ons werkgebied. Daarbinnen inspireren wij burgers en bedrijven tot het nemen van eigen verantwoordelijkheid. Het resultaat is een landelijk vooruitstrevende en toekomstbestendige voorbeeldorganisatie waar partners met vertrouwen mee samenwerken.
www.odijmond.nl/over-ons/missie-visie/ Initiatieven van burgers en bedrijven vragen van ons een open houding, gericht op weder zijds vertrouwen. Als kennisorgaan anticiperen wij hierop en faciliteren met een helder inzicht in het speelveld, binnen de kaders van de wet- en regelgeving. Via deze werkwijze bouwen wij, namens onze gemeenten en provincie, elke dag aan een landelijk vooruitstrevende en toekomstbestendige voorbeeldorganisatie.
Begroting 2022
• 14
Baten en lasten programma Milieu en Leefomgeving Het totaaloverzicht van de baten en lasten van het programma Milieu en Leefomgeving en de meerjarenraming zien er voor 2022 als volgt uit. Voor de nadere specificatie van de baten en lasten verwijzen wij u naar hoofdstuk 4 van deze begroting, de financiële begroting. TOTALEN
Realisatie
Begroting
Begroting
Meerjarenraming
2020
2021
2022
2023
2024
2025
€
€
€
€
€
€
Totaal baten
12.883.890
11.369.060
12.009.492
10.282.527
10.433.877
10.686.387
Totaal directe lasten
9.760.617
8.409.521
9.351.392
7.590.070
7.668.533
7.850.745
Overhead
2.681.329
2.992.236
2.689.700
2.721.871
2.780.114
2.840.642
Saldo van baten en lasten
441.944
- 32.697
- 31.600
- 29.414
- 14.770
- 5.000
Onttrekking aan reserves
29.101
32.697
31.600
29.414
14.770
5.000
471.045
0
0
0
0
0
Resultaat
Begroting 2022
• 15
3
Verplichte paragrafen
Begroting 2022
• 16
3. Verplichte paragrafen
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen kan worden gedefinieerd als de mate waarin wij in staat is om omvangrijke tegenvallers op te vangen zonder dat ons beleid aangepast hoeft te worden en/ of ontstane exploitatietekorten met deelnemers aan de regeling moeten worden afgerekend. Het instellen van een buffer in de vorm van weerstandsvermogen draagt bij aan het voorkomen van verzoeken om aanvullende bijdragen achteraf. Aan de andere kant is het voor de eigenaren of deelnemers ook van belang dat de kostprijs van onze dienste laag is en er bij ons niet onnodig veel buffers worden aangehouden.
Uitgangspunten en aanpak benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is de financiële waardering van alle voor het weerstandvermogen relevante risico’s. Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen wordt een risico-inventarisatie uitgevoerd. Risico’s betreffen mogelijke gebeurtenissen die kunnen leiden tot financiële tegenvallers, die niet goed te voorzien zijn of waarvoor geen andere maatregelen zijn getroffen. Of risico’s waarvan na het treffen van beheersmaatregelen nog restrisico’s overblijven van materiële betekenis in relatie tot de financiële positie. Van reguliere risico’s (risico’s die zich regelmatig voordoen, die veelal vrij goed meetbaar zijn en die beperkte financiële gevolgen hebben) worden verondersteld dat deze met continuering van bestaand beleid ondervangen kunnen worden in de vastgestelde begroting. Deze maken daarom geen onderdeel uit van de inventarisatie. In de eerste plaats wordt van alle niet-reguliere risico’s afzonderlijk een inschatting gemaakt wat de kans van optreden is en welke financiële gevolgen het risico met zich meebrengt, bij optreden. Vervolgens zijn door middel van een statische analyse (Monte Carlo-simulatie) alle risico’s doorgerekend en is op basis van de P90-waarde2 de benodigde weerstandscapaciteit bepaald. Wij hebben de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit in 2020 laten uitvoeren.
Deze is opgenomen in het rapport weerstandsvermogen en is op 16 december 2020 door het Algemeen Bestuur (AB) is vastgesteld.
Uitgangspunten beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit wordt door het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) gedefinieerd als de middelen waarover een organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken.
2 De P90-waarde houdt in dat dit bedrag in 90% van de uitgevoerde simulaties (in dit geval 10.000) niet wordt overschreden.
Begroting 2022
• 17
Algemene reserve Het vrij besteedbare deel van de algemene reserve kan voor de berekening van de incidentele weerstandscapaciteit worden ingezet. De huidige omvang van de algemene reserve voor resultaat bestemming van de jaarrekening 2020 bedraagt € 260.000. Bestemmingsreserves Dit zijn reserves met een bestedingsfunctie waarbij geld is weggezet voor toekomstige uitgaven of investeringen. Ondanks deze bestedingsfuncties zou besloten kunnen worden, indien noodzakelijk, de bestemmingsreserve bestedingsvrij te maken om risico’s financieel op te vangen. Omdat dit ten koste zou gaan van bestaand beleid, hebben wij ervoor gekozen om de besloten bestemmingsreserves niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit te rekenen. Begrotingsruimte en stille reserves Onze begroting is sluitend, daarnaast zijn stille reserves niet aanwezig. De eventuele begrotingsruimte worden niet als bestanddeel van de weerstandscapaciteit gerekend. Voorzieningen Ultimo 2020 zijn twee voorzieningen gevormd; voor onderhoudskosten van het kantoorpand en aan financiële verplichtingen aan uit dienst getreden medewerkers.
Gezien het feit dat, naast de uitdiensttreding van deze medewerkers, dit risico aanwezig blijft ten aanzien van huidige medewerkers, wordt het risico en de weging in de benodigde weerstandscapaciteit gehandhaafd en worden de gevormde voorzieningen niet meegerekend in de beschikbare weerstandscapaciteit. Het uitgangspunt is dat alleen de Algemene Reserve en eventueel gerealiseerd resultaat in een boekjaar van onze dienst tot de beschikbare weerstandscapaciteit wordt gerekend.
Benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit (per 31 december 2020, vóór resultaatbestemming 2020) Indicatie beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve
€ 260.000
Totaal
€ 260.000
Benodigde weerstandscapaciteit Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen is een risico-inventarisatie uitgevoerd. Deze heeft tot de onderstaande lijst geleid. Deze tabel is ontleend aan het rapport weerstandsvermogen en is op 16 december 2020 door het Algemeen Bestuur (AB) is vastgesteld.
Begroting 2022
• 18
Risicoanalyse Omgevingsdienst IJmond Nr.
Risico
Oorzaak
Gevolg
1
Salariskosten kosten nemen jaarlijks structureel toe
Het vaste personeel blijft in dienst en heeft recht op een tredenverhoging
- De salariskosten in de begroting dienen met een hoger percentage te worden geïndexeerd
2
Salarissen worden verhoogd jaarlijks of gedurende het jaar
CAO verhogingen vinde plaats
- ODIJ dient rekening te houden met extra salariskosten (voor de begroting)
3
Externe inhuur in 2020 overschrijdt het budget
Er wordt meer ingehuurd in 2020 voor diverse taken, in plaats dat het eigen personeel wordt in gezet
- Toename van de kosten voor externe inhuur - Begrotingstekort
4
Nieuwe wetgeving of werkzaamheden leiden tot extra opleiding bij het personeel
De Omgevingswet en warmteen energietransitie vragen om meer specialistische kennis
- Toename opleidingskosten - Toename externe inhuur
5
Uittreden van een gemeente uit de gemeenschappelijke regeling
Door herindeling wil de gemeente aansluiten bij een andere OD
- Minder baten uit GR bijdragen - Niet alle kosten kunnen verhaald worden op de uittreder
6
DVO’s/projecten lopen af waardoor incidentele baten verdwijnen, terwijl hier structurele lasten tegenover staan
Afloop DVO/project
- Wegvallen van baten uit DVO/projecten - Structurele lasten blijven aanwezig ondanks afloop DVO/project
7
Claims a.g.v. onjuiste advisering
Er ontstaat een calamiteit door nalatigheid van een medewerker van ODIJ
- ODIJ krijgt een claim
8
Toename algemente lasten a.g.v. (vertraging) nieuwe wetgeving
De vertraging van de Omgevingswet zal naar verwachting extra kosten met zich mee brengen
- Meer lasten voor de Omgevingswet/warmte- en energietransitie dan voorzien
9
Ziekteverzuim neemt toe met 1,5%
Diverse oorzaken; langdurige afwezigheid van personeel
- Extra personeelslasten door ziekteverzuim of door inhuur van vervanging (extern)
Op basis van gekwantificeerde risico’s is een Monte Carlo-simulatie uitgevoerd. Het resultaat daarvan is in figuur 1 t/m 3 weergegeven.
Begroting 2022
• 19
Figuur 1: Kansverdeling
Figuur 2: Berekening benodigde weerstandscapaciteit
Figuur 3: Tabel weerstandscapaciteit Zekerheidspercentage
Bedrag
Statistieken
Waarde
10%
€ 88.739
Minimum
€0
25%
€ 172.847
Maximum
€ 2.360.896
50%
€ 267.495
Gemiddeld
€ 296.941
75%
€ 361.807
Standaarddeviatie
€ 227.086
80%
€ 386.926
Absolute maximum
€ 2.797.826
90%
€ 467.360
Trekkingen
€ 100.000
95%
€ 579.216
99%
€ 1.388.389
Uit Figuur 1 valt af te lezen dat bij een zekerheidspercentage van 90% het risicoprofiel € 467.360 bedraagt. Met andere woorden, in 90% van alle uitgevoerde simulaties is het bedrag dat uitgegeven dient te worden aan optredende risico’s niet hoger dan € 467.360.
Begroting 2022
• 20
Beoordeling weerstandsvermogen 2020 Op basis van het in de vorige paragrafen geformuleerd beschikbare en benodigde weerstandsvermogen, kan voor ons de ratio van het weerstandsvermogen worden berekend. Conclusie • Van Berkel Professionals heeft, op basis van de onderkende risico’s, het benodigde weerstandsvermogen gesteld op € 467.360. • In de gemeenschappelijke regeling is in Artikel 31 opgenomen dat positieve resultaten eerst worden aangewend tot aanvulling van de algemene reserve, tot het bedrag € 260.000. • Het Algemeen Bestuur (AB) heeft op 16 december 2020 het rapport vastgesteld en besloten dit saldo aan te passen naar € 467.360. • In 2020 is na uitkering van de reserves € 471.047 aan resultaat om te bestemmen. • De ratio van het weerstandsvermogen is voor resultaatbestemming 0,56 wat ruim onvoldoende is. • Vooruitlopende op de resultaatbestemming heeft het AB op 16 december 2020 besloten minimaal € 115.000 van het resultaat 2020 te willen aanwenden om de Algemene Reserve te verhogen en binnen de termijn van drie jaar het weerstandsvermogen naar € 467.000 te verhogen. • De verwachting is dat het AB op 7 juli 2021 tenminste € 115.000 van het resultaat bestemd door deze toe te voegen aan de Algemene Reserve. Hierdoor is de ratio van het weerstandsvermogen na resultaat bestemming minimaal 0,8. Ratio berekening
Geen extra storting-dotatie
Storting uit resultaat van 2020
Beschikbare weerstandscapaciteit
€ 260.000
€ 375.000
Benodigde weerstandscapaciteit
€ 467.000
€ 467.000
0,56
0,80
Ratio weerstandsvermogen Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4-2,0
Ruim voldoende
C
1,0-1,4
Voldoende
D
0,8-1,0
Matig
E
0,6-0,8
Onvoldoende
F
<0,6
Ruim omvoldoende
Begroting 2022
• 21
Ratio’s In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing worden, ingevolge Artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeente (BBV), zijn kengetallen opgenomen voor: de netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, de solvabiliteitsratio, de structurele exploitatieruimte, de grondexploitatie en de belastingcapaciteit. De kengetallen maken het voor de bestuurders/ eigenaren makkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van ODIJ. Alleen de op ODIJ van toepassing zijnde ratio’s zijn opgenomen. Ratio’s
Realisatie
Begroting
Begroting
2020
2021
2022
Meerjarenraming 2023
2024
2025
Netto schuldquote
0,23%
0,33%
0,23%
0,33%
0,31%
0,30%
Netto schuldquote gecorr. voor verstr. leningen
0,23%
0,33%
0,23%
0,33%
0,31%
0,30%
Solvabiliteitsratio
7,60%
4,70%
9,43%
5,19%
5,01%
4,95%
Structurele exploitatieruimte
2,80%
-0,50%
-2,40%
-0,41%
0,05%
0,14%
Netto schuldquote, al dan niet gecorrigeerd voor alle leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van ODIJ ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de langlopende lening van ODIJ aflossingsvrij is, dat kortlopende schulden grotendeels nog aangewend worden, vooruit ontvangen specifieke uitkeringen betreffen, waarbij geen sprake is van rentelasten. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de dienst in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens Artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te bepalen welke structurele ruimte er is om de lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten nodig is of daling van de lasten. Voor beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten.
De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en de structurele mutaties van reserves, gedeeld door de baten en uitgedrukt in een percentage. Een negatief percentage houdt in dat het saldo van de structurele baten en onttrekkingen lager is dan het saldo van de structurele lasten en dotaties aan reserves.
Begroting 2022
• 22
Onderhoud kapitaalgoederen Ten behoeve van het groot onderhoud is een meer-jaren onderhoudsplan (MJOP) opgesteld door de afdeling Bouwkunde van gemeente Beverwijk. Het MJOP is opgesteld voor al het grote onderhoud van het gehele gebouw en verdeeld in vijf onderdelen, te weten:
• gemeente Beverwijk, het Stadhuis; • gemeente Beverwijk, het Verhuur(of markt)kantoor; • Omgevingsdienst IJmond; • het gezamenlijke deel Verhuur(of markt)kantoor en Omgevingsdienst IJmond; • het gezamenlijke deel Stadhuis, Verhuur(of markt)kantoor en Omgevingsdienst IJmond. Van ieder onderdeel is een aparte MJOP opgesteld. Het MJOP is in oktober 2020 door een extern bureau, in opdracht van gemeente Beverwijk, geactualiseerd. Het geactualiseerde MJOP wordt in de vergadering van maart 2021 vastgesteld door het bestuur van de Vereniging van Eigenaren (VvE) Stationsplein 48. Alle partijen zijn zelf verantwoordelijk voor de inrichting van het door hun gebruikte gebouwdeel. Gekozen is om de gebouwonderdelen, die gezamenlijk gebruikt worden en/of bij alle partijen voorkomen, gelijktijdig uit te voeren. De jaarlijkse kosten voortkomend uit het MJOP maken onderdeel uit van de begroting van de VvE. Deze kosten komen in de begroting tot uitdrukking onder de huisvestingskosten. Vanaf boekjaar 2021 zal het geactualiseerde MJOP de basis vormen voor de begroting van de VvE. In de begroting van 2022 hebben wij een bijdrage van 30.000 opgenomen.
Financiering Wij hebben ultimo 2014 een treasury statuut met daarin een treasury beleid opgesteld. Het treasury statuut heeft tot doel een kader te scheppen waarbinnen de financiële continuïteit van ODIJ kan worden gewaarborgd. Hiervoor zijn enkele doelstellingen opgesteld. ODIJ heeft de volgende treasury doelstellingen geformuleerd: • het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; • het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten van ODIJ tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s; • het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; • het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO), de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (RUDDO), het besluit Leningsvoorwaarden Decentrale Overheden en de limieten en richtlijnen van het treasury statuut;
Begroting 2022
• 23
• het realiseren van informatiestromen ter ondersteuning van de opstelling van het treasury beleid, de uitvoering van het beleid en de verantwoording daarover. Het saldo op de betaalrekening wordt actief bewaakt. Hierbij is het uitgangspunt het saldo op de betaalrekening zo laag mogelijk te houden. Met ingang van 2014 doet ODIJ aan het verplichte Schatkistbankieren. Door de lage (geen) rente zijn gedurende 2020 geen deposito’s in de schatkist afgesloten. Van toepassing zijnde wet- en regelgeving betreft de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO). Lening Ten behoeve van de financiering van ons pand in Beverwijk is een langlopende lening bij de BNG afgesloten op basis van de tien-jaars rente, aflossingsvrij, ingaande per 4 januari 2020 en voor een periode van tien jaar. De lening voldoet aan het Besluit leningsvoorwaarden decentrale overheden. Ultimo 2020 is het totaal van het beschikbare vermogen en de langlopende geldlening lager dan de totaal geactiveerde investeringen. De reden hiervoor is dat ervoor gekozen is de investeringen in inventaris en automatisering, voor zolang dit mogelijk is, te financieren uit eigen middelen.
Bij het aantrekken van vreemd vermogen zijn in de Wet FIDO grenzen gesteld in hoeverre dit mag plaatsvinden met kort vreemd vermogen en de mate waarin renterisico mag worden gelopen over de vaste schulden. De kasgeldlimiet ligt voor gemeenschappelijke regelingen op 8,2% en de renterisiconorm op 20% van de jaarbegroting met een minimumbedrag van € 2.500.000. De kasgeldlimiet is voor ons niet van belang omdat er geen kasgeldleningen zijn aangetrokken. Per 2 januari 2020 is de lening van de BNG voor tien jaren geherfinancierd, waardoor per heden de minimum risiconorm volgens de Wet FIDO niet wordt overschreden. Renteschema Renteschema Externe rentelasten
€ 14.430
Externe rentebaten
-
Saldo rentelasten en rentebaten Verplicht door te rekenen rente aan grondexploitatie Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen
€ 14.430 € 14.430 -
Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente
€ 14.430
De aan taakvelden toegerekende rente (overhead)
€ 14.430
Renteresultaat
-
Begroting 2022
• 24
Bedrijfsvoering Koers van de organisatie Het huidige takenpakket van Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) is divers en verschilt per gemeente. In de afgelopen jaren vonden er binnen de genoemde taakvelden veel veranderingen plaats. Ook de komende jaren staan in het teken van ontwikkelingen zoals het Klimaatakkoord, het inwerking treden van de Omgevingswet, de transitie van een lineaire naar een circulaire economie en de private borging van bouwtoezichttaken. Deze ontwikkelingen veranderen de context waarin ODIJ haar taken uitvoert. Het grote kader stellende effect van deze ontwikkelingen op het toekomstperspectief heeft effecten op ons werk voor de komende jaren. In dit nieuwe krachtenveld is het van belang om voor de komende jaren de koers van de organisatie te bepalen. Deze dient breed gedragen en toekomstbestendig te zijn. Wij hebben ervoor gekozen dit uit te werken in een ODIJmond Bedrijfsplan 2021–2024. Voorafgaand aan het schrijven van dit plan hebben wij onze deelnemende gemeenten en provincie geconsulteerd. Daarnaast hebben verschillende sessies plaatsgevonden met onze ambtelijke opdrachtgevers vanuit de deelnemende partijen. In dit bedrijfsplan wordt niet alleen ingegaan op bovengenoemde ontwikkelingen. Het bedrijfsplan beschrijft ook de huidige situatie, schetst de kaders voor onze bedrijfsvoering en geeft inzicht in de organisatie en de ontwikkeling van de organisatie.
Wij beschrijven de zaken die we nu kunnen overzien. ODIJ en onze omgeving zijn echter voortdurend in beweging. Het plan is dan ook dynamisch en leent zich voor evaluatie. Dit om te kunnen blijven inspelen op huidige en komende ontwikkelingen. In december 2020 heeft het AB het ODIJmond Bedrijfsplan 2021-2024 vastgesteld. Ten aanzien van de kerntaken, te weten: vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn in 2019 meerjarige beleidskaders en uitvoeringsstrategieën voor de middellange termijn vastgesteld.
Begroting 2022
• 25
Formatie Wij hebben als doelstelling te blijven groeien naar een organisatie van professionals waarbij een optimale dienstverlening centraal staat. Met het beëindigen van dienstverlenings overeenkomsten (DVO) zijn wij genoodzaakt te bezuinigen op onze flexibele schil. Hierdoor is de formatie van 2022 gedaald ten opzichte van de begroting 2021. Formatie
Realisatie
Begroting
Begroting
2020
2021
GR-formatie
54,1
60,5
61,1
Formatie overeenkomsten en (subsidie)projecten
31,9
28,4
26,5
Overheadformatie
19,3
22,6
19,7
Formatie Regeling Generatiepact
1,2
1,2
1,6
106,5
112,7
108,9
Totaal formatie
2022
Kantoorpanden Binnen onze kantoorpanden in Beverwijk en Wormer hebben wij gekozen voor een flexibel werkconcept. Daarnaast wordt nagenoeg volledig digitaal gewerkt en gearchiveerd. Het kantoorpand in Beverwijk is in eigendom en dat in Wormer wordt gehuurd. Aandachtspunten zijn heden voldoende vergaderruimtes en werkplekken. In 2021 beoordelen we of ons kantoor nog voldoet aan de verandering van werken als gevolg van de coronapandemie. Aanpassingen aan de kantoren doen wij binnen de investeringsbegroting.
Verbonden partijen Wij zijn primair verbonden aan onze deelnemende gemeenten: Beemster, Beverwijk, Bloemendaal, Edam-Volendam, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Uitgeest, Velsen, Waterland, Wormerland en Zandvoort en de provincie Noord-Holland. VvE Stationsplein ODIJ en gemeente Beverwijk zijn gezamenlijk eigenaar van het pand aan het Stationsplein 48, 48a en 48b. Conform de akte van splitsing is een VvE geformeerd. Het bestuur is tweeledig en bestaat uit een bestuurslid van ODIJ en een bestuurslid vanuit gemeente Beverwijk. Voor beide partijen is sprake van financiële aansprakelijkheid. Indien de VvE haar verplichtingen niet nakomt, wordt dit verhaald bij de eigenaren.
Begroting 2022
• 26
Gegevens over 2020 van de VvE: a.
Naam en vestigingsplaats
VVE Stationsplein 48 te Beverwijk
b.
Openbaar belang dat wordt behartigd
Gezamenlijk onderhoud en beheer van het pand
c.
Verwachte omvang van de bekostiging in het begrotingsjaar
€ 52.000. Dit betreft de bijdrage in de vorm van servicekosten. Gemeente Beverwijk draagt over 2020 circa € 94.000 bij.
d.
Belang in de verbonden partij
1-1-2020 en 31-12-2020: 3/16 deel. De stemverhouding is 50/50
Het belang van ODIJmond bestaat uit 3/16 deel, voor het overige deel is gemeente Beverwijk eigenaar. De stemverhouding is 50/50. e.
Verwachte omvang van het EV
1-1-2020: € 44.000 31-12-2020: € 44.000
Verwachte omvang van het VV
1-1-2020: € 293.000
Het VV bestaat per 31-12-2020 geheel uit het reservefonds voor groot onderhoud.
31-12-2020: € 260.000
f.
Omvang van het financiële resultaat
nihil
g.
Maatschappelijke risico’s
De maatschappelijke risico’s zijn nihil. De VVE is opgericht ten behoeve van het gezamenlijke onderhoud en beheer van het pand.
Gedurende het boekjaar 2020 hebben wij geen bestuurlijke en financiële belangen in andere partijen gehad. Voor de jaren 2021 en 2022 hebben wij eveneens deze verwachting.
Begroting 2022
• 27
4
Financiële begroting
Begroting 2022
• 28
4. Financiële begroting Overzicht baten en lasten GR-Bijdrage deelnemers 3 Financiële begroting (incl. overhead)
Realisatie
Begroting
Begroting
Meerjarenraming
2020
2021
2022
2023
2024
2025
€
€
€
€
€
€
BATEN GR-bijdragen deelnemers inclusief wabo Gemeente Beemster
115.983
117.746
142.349
145.908
149.556
153.294
Gemeente Beverwijk
969.316
984.150
1.080.548
1.107.561
1.135.250
1.163.632
Gemeente Bloemendaal
93.660
95.084
149.042
152.768
156.587
160.502
Gemeente Edam-Volendam
161.028
163.476
248.591
254.805
261.175
267.705
Gemeente Haarlem
1.351.200
1.371.877
1.369.960
1.404.209
1.439.314
1.475.297
Gemeente Heemskerk
540.195
548.464
639.611
655.601
671.991
688.791
Gemeente Heemstede
93.660
95.084
158.451
162.412
166.472
170.634
Gemeente Landsmeer
57.120
57.988
84.665
86.782
88.951
91.175
Provincie Noord-Holland bodemtoezichttaken
218.163
221.498
-
-
-
-
Provincie Noord-Holland VTH plustaken
665.329
675.515
112.889
115.711
118.604
121.569
52.164
52.957
78.664
80.630
82.646
84.712
Gemeente Oostzaan Gemeente Purmerend
152.943
155.268
348.922
357.645
366.586
375.750
Gemeente Uitgeest
226.463
229.929
259.443
265.929
272.577
279.391
Gemeente Velsen
1.791.862
1.819.281
1.976.362
2.025.771
2.076.415
2.128.326
89.880
91.246
131.140
134.419
137.779
141.224
Gemeente Wormerland
116.256
118.023
155.944
159.843
163.839
167.935
Gemeente Zandvoort
113.064
114.783
159.055
163.031
167.107
171.285
6.808.285
6.912.366
7.095.635
7.273.026
7.454.851
7.641.223
Gemeente Waterland
GR-bijdragen deelnemers inclusief wabo
3
Zie bijlage 1
Begroting 2022
• 29
Overige bijdragen, DVO’s en (subsidie)projecten Financiële begroting (incl. overhead)
Realisatie
Begroting
Begroting
Meerjarenraming
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Dienstverleningsovereenkomsten, (subsidie)projecten en overige bijdragen
€
€
€
€
€
€
Baten overeenkomsten en (subs) projecten
6.004.131
BATEN
Beemster DVO
88.688
-
-
-
-
Beverwijk NME (miv ‘19 incl externe kosten)
53.800
54.043
59.043
60.519
62.032
Beverwijk uitvoering MBP/verduurz bedrijven
25.000
-
-
-
-
Beverwijk duurzaam bouwloket
8.000
8.000
Beverwijk meetnet
25.000
25.000
25.000
25.000
25.000
Beverwijk duurzaamheidsleningen
7.500
-
-
-
-
Beverwijk bijdrage MRA warmte/ koude
5.000
-
-
-
-
229.395
226.633
232.298
238.106
244.058
75.825
77.721
79.664
81.655
Bloemendaal DVO Heemskerk DVO Bouw- en woningtoezichtstaken Heemskerk verduurzamen bedrijven terreinen
50.000
50.000
50.000
-
-
Heemskerk- uitvoering wijkuitvoeringsplannen
15.000
15.000
15.000
-
-
Heemskerk- cofinanciering van het Regionaal Energiebesparingsprogramma
30.000
30.000
-
-
-
Heemskerk- onderzoek en advisering warmtenet
15.000
15.000
15.000
-
-
Heemskerk NME (miv ‘19: incl. externe kosten)
53.800
54.043
59.043
60.519
62.032
-
5.000
5.000
5.000
5.000
Heemskerk meetnet
11.000
14.000
14.000
14.000
14.000
Heemskerk bijdrage MRA warmte/ koude
5.000
5.000
-
-
-
Heemstede DVO
184.454
172.544
176.858
181.279
185.811
Interreg subsidie PECS
275.000
-
-
PM
120.000
-
-
-
KIMO personele inzet
67.000
67.000
68.675
70.392
72.152
Landsmeer DVO
257.792
254.688
261.055
267.581
274.271
Heemskerk Duurzaam bouwloket
Interreg subsidie INTERREG_ Up cycle your waste
Landsmeer DVO Openwave VTH Zaaksysteem applicatiebeheer
25.000
Begroting 2022
• 30
Financiële begroting (incl. overhead)
Realisatie
Begroting
Begroting
2020
2021
2022
Meerjarenraming 2023
2024
2025
BATEN Mobiliteitsfonds incl. €20.000 pers dekking
417.000
20.000
Oostzaan DVO
332.580
328.575
PNH bodemtoezicht (miv Omg.wet via gemeenten)
176.000
-
Schipholtaken BUCH-gemeenten + Alkmaar en Haarlem
34.500
Schone en slimme mobiliteit (IJB) Uitgeest uitvoering duurzaamheidsprogramma
336.789
345.209
353.839
47.614
48.804
50.024
51.275
77.500
404.675
-
-
-
100.000
90.000
-
-
-
Uitgeest Brandveiligheidstaken veiligheidsregio *
200.230
46.338
-
-
-
Velsen havenverordening
74.000
74.000
74.000
74.000
74.000
Velsen uitv milieubeleidsplan (o.a. Greenbiz)
30.000
60.000
-
-
-
Velsen duurzaam wonen en bouwen
12.500
-
-
-
-
Velsen collectieve energieprojecten
25.000
107.500
-
-
-
Velsen duurzaam bouwloket
8.000
8.000
-
-
-
Velsen meetnet
39.000
39.000
39.000
39.000
39.000
50.000
-
-
-
Velsen Cofinanciering van het Regionaal Energiebesparingsprogramma Velsen bijdrage MRA warmte/koude
5.000
-
-
-
-
Waterland DVO
85.874
84.840
86.961
89.135
91.363
Wormerland DVO
491.194
485.280
497.412
509.847
522.593
Zandvoort DVO
119.388
117.950
120.899
123.921
127.019
Zandvoort DVO uitvoering Bouw- en woningtoezicht
548.500
541.896
555.443
569.329
583.563
Zandvoort DVO Toeristische verhuur
126.500
133.615
126.500
126.500
126.500
Zandvoort uitbreiding formatie BWT
110.000
-
Zandvoort geluidmetingen
15.000
15.000
15.000
Zandvoort regionale energiebesparingsaanpak
-
-
-
-
-
-
-
-
Voorbereiding en uitvoering geluidsaneringsprojecten
200.000
Regionaal energiebesparingsprogramma
313.000
Begroting 2022
• 31
Financiële begroting (incl. overhead)
Realisatie
Begroting
Begroting
2020
2021
2022
Meerjarenraming 2023
2024
2025
BATEN Regeling Reductie Energie regio IJmond
410.000
-
-
-
OTW
20.000
-
-
-
EED richtlijn
25.000
-
-
-
Nog te besteden subsidie middelen
22.500
Bijdragen personele afspraken
2.300
Overeenkomsten en (subsidie) projecten
6.004.131
4.434.194
4.863.857
2.959.501
2.929.026
2.995.164
Overige baten
71.474
22.500
50.000
50.000
50.000
50.000
12.883.890
11.369.060
12.009.492
10.282.527
10.433.877
10.686.387
Nagekomen baten TOTAAL BATEN
Ad *: De opgenomen bijdrage voor de brandveiligheidstaken in de veiligheidsregio van de gemeente Uitgeest is niet vastgesteld. Deze staat volledig ter dekking van onze lasten.
Begroting 2022
• 32
Lasten Financiële begroting (incl. overhead)
Realisatie
Begroting
Begroting
2020
2021
2022
2023
Meerjarenraming 2024
2025
€
€
€
€
€
€
Salarissen en sociale lasten
8.031.399
8.461.207
8.322.540
8.398.221
8.613.266
8.839.063
Werving & personeelsbeleid
2.983
8.000
8.500
8.713
8.930
9.154
LASTEN Personele lasten
Inhuur derden
559.898
175.000
175.000
100.000
100.000
100.000
Scholing & employability
155.264
165.000
180.000
184.500
189.113
193.840
Overige personeelslasten
143.567
180.000
180.000
184.500
189.113
193.840
Subtotaal personele lasten
8.893.111
8.989.207
8.866.040
8.875.934
9.100.421
9.335.898
Afschrijvingslast Gebouw
65.260
65.300
65.300
65.300
65.300
65.300
Afschrijvingslast Verbouwing & inventaris
88.152
88.000
88.000
88.528
89.059
89.594
Afschrijvingslast Vervoermiddelen
19.826-
26.000
4.000
4.024
4.048
4.072
Kapitaalslasten
Afschrijvingslast ICT
63.942
112.500
82.500
82.995
83.493
83.994
Rentelast vaste schuld (aanschaf pand)
206.518
187.960
14.430
14.430
14.430
14.430
Subtotaal kapitaalslasten
404.047
479.760
254.230
255.277
256.330
257.390
PZ-zaken/ salarisadministratie
33.126
30.000
35.000
35.210
35.421
35.634
Organisatieontwikkeling
14.253
15.000
10.000
10.060
10.120
10.181
Overige bedrijfslasten
Accountants- en advieskosten
63.516
32.500
35.000
35.210
35.421
35.634
Huisvestingskosten
228.555
186.790
258.000
259.548
261.105
262.672
Facilitaire kosten
35.870
19.000
25.000
25.150
25.301
25.453
ICT-kosten
255.286
290.000
346.000
348.076
350.164
352.265
Handhavingskosten
12.329
14.500
12.500
12.575
12.650
12.726
Algemene kosten
222.460
265.000
299.000
300.794
302.599
304.414
Bankkosten
1.075
1.000
1.100
1.107
1.113
1.120
Subtotaal overige bedrijfslasten
866.470
853.790
1.021.600
1.027.730
1.033.896
1.040.099
Externe projectkosten
2.274.182
1.079.000
1.899.222
153.000
58.000
58.000
4.136
-
-
-
-
-
12.441.946
11.401.757
12.041.092
10.311.940
10.448.647
10.691.387
Nagekomen lasten TOTAAL LASTEN
Bij het opstellen van de begroting 2022 is uitgegaan van onder meer de uitgangspunten: • kosten van de totale formatie (108.9 fte) inclusief onze formatie voor bodemtaken; • de GR-deelname van Uitgeest wordt gehandhaafd en voor de voortzetting van de DVO voor brandveiligheidstaken; • de ontwikkelingen zoals toegelicht in onze kadernota.
Begroting 2022
• 33
5
Toelichting baten en lasten
Begroting 2022
• 34
5. Toelichting baten en lasten Toelichting op de baten Wijze van financiering De huidige vastgestelde verdeelsleutel is voor de periode van 2019-2021. De herberekening van de verdeelsleutel kunnen wij pas maken na afsluiten van het jaar 2021. Verdeelsleutel voor de jaren
2019 t/m 2021
Gemeente Beverwijk
16,8%
Gemeente Haarlem
23,3%
Gemeente Heemskerk
9,8%
Gemeente Uitgeest
4,0%
Gemeente Velsen
30,7%
Provincie Noord-Holland (bodemtoezichttaken)
3,1%
Provincie Noord-Holland (plustaken)
12,3%
Totaal
100,0%
De bijdragen van de gemeenten Beemster, Bloemendaal, Edam-Volendam, Heemstede, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Wormerland, Waterland en Zandvoort, zijn gebaseerd op de basistakenpakketten, inclusief de Wabo4-bijdragen, waarvoor de gemeenten zijn toegetreden. Deze takenpakketten zijn eveneens berekend tegen de kostprijs voor 2022. Voor alle deelnemers zijn de Wabo-bijdragen berekend conform de aantallen uit het rapport nulmeting Wabo-decentralisatie en tegen de kostprijs voor 2022. De kostprijs van onze diensten bedraagt voor 2022 € 84,25 (2021 : € 85,28) In 2022 is in bijdrage van onze deelnemers een aanpassing berekend. • De bijdrage is uitgebreid met de bijdrage voor externe veiligheid. Wij gebruiken hiervoor een verdeelsleutel welke door middel van een projectgroep van het Rijk is vastgesteld. We hebben onze deelnemers geïnformeerd over deze bijdrage. • Voor de berekening van de decentralisatie bodemtaken is de verdeelsleutel herrekend op basis van de inwoners aantallen 2020. Kostennormering Het financieel kader is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • Als productiviteitsnorm gaan we uit van 1.340 uur, een percentage van 71,5% van de totale beschikbare uren per fte (1.872). Dit betreft de ‘declarabele’ uren, de uren die direct gerelateerd zijn aan productie voor deelnemers.
Indexatie Voor de indexatie 2022 hebben wij gebruik gemaakt van de prognoses van het CPS5, gegevens uit de kerngegevenstabel middellange termijn van het CPB en de verwachtingen 4
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
5
Centraal Plan Bureau
Begroting 2022
• 35
van het ABP. Het ABP heeft een forse premiestijging aangekondigd voor 2021. De verwachting is dat dit doorwerkt naar 2022. De impact van de coronapandemie heeft financieel zijn sporen achtergelaten. Mede hierdoor en door de taakoverheveling van het Rijk naar gemeenten, wordt de financiering van onze deelnemers onder druk gezet. In de begroting van 2022 berekenen wij geen indexering van ons tarief. Daling van de reguliere bijdragen Als gevolg van een daling in voornamelijk de huisvestingslasten dalen de reguliere bijdragen en onze kostprijs met 1,2%. De bijdragen van onze deelnemers stijgen door decentralisatie van de bodemtaken en de bijdrage voor externe veiligheid.
Toelichting op de lasten Formatie en personele lasten Formatie In deze begroting wordt uitgegaan van de verwachte formatie voor 2022. Formatie
Realisatie
Begroting
Begroting
2020
2021
2022
GR-formatie
54,1
60,5
61,1
Formatie overeenkomsten en (subsidie)projecten
31,9
28,4
26,5
Overheadformatie
19,3
22,6
19,7
Formatie Regeling Generatiepact Totaal formatie
1,2
1,2
1,6
106,5
112,7
108,9
De totale formatie is in totaal lager dan aan de begroting 2021. Dit is een direct gevolg van de daling van dienstverleningsovereenkomsten (DVO) en de bezuiniging van onze flexibele schil. Salarissen en sociale lasten De loonsom stijgt gemiddeld per formatieplek. Dit is het gevolg van doorgroei in inschaling en geringe verwachte stijging van salarissen en pensioen- en overige sociale lasten. Ten tijde van de begroting zijn er nog geen CAO afspraken bekend over de jaren 2022 en verder. Overige personele lasten De lasten voor scholing en employability zijn conform de kadernota vanaf 2022 structureel verhoogd in het kader van vakspecialismen en de thema’s zeer zorgwekkende stoffen, circulaire economie, de energietransitie en het programma- en projectmanagement Omgevingswetgebied. Onder de subpost overige personeelslasten verantwoorden we onder andere reis-en verblijfkosten, ziektekosten, werkkleding, kosten OR en andere vergoedingen.
Begroting 2022
• 36
Kapitaallasten en afschrijvingslasten Gebouwen Uitgangspunt voor de afschrijvingslast vormt, naast de eerder genoemde datum van oplevering van het pand, een afschrijvingstermijn van 50 jaar. Hierbij wordt over 100% van de aanschafwaarde afgeschreven, exclusief de grondkosten en de parkeerplaatsen. De parkeervergunningen zijn voor onbepaalde tijd geldig en verbonden aan het gebouw. Verbouwing en inventaris Onder deze post is tevens de warmtekoude-opslag opgenomen. De afschrijvingstermijnen variëren van 10 tot 15 jaren. De afschrijvingslasten over de verbouwing en inventaris zal toenemen ten gevolge van investeringen in vergaderruimtes. Vervoermiddelen In 2020 hebben wij ons wagenpark vervangen. Wij willen hierbij een voorbeeldfunctie vervullen en hebben gekozen voor een 100% elektrisch wagenpark. Via een operational lease leasen wij dit nieuwe wagenpark voor de duur van vijf jaar. Ons oude wagenpark hebben wij verkocht. Voor de opbrengstwaarde hiervan hebben wij het bestuur gevraagd een bestemmingsreserve te vormen. De onttrekking hiervan loopt gelijk met de duur van het contract (vijf jaar). In de begroting van 2022 betekent dit een daling van de afschrijvingslasten voor vervoermiddelen en een stijging van de algemene kosten. Automatisering Deze post bestaat uit de hard- en software. De afschrijvingstermijnen zijn drie-en-een-half of vijf jaar.
Omdat een groot deel van de investeringen IT-software betreft om aan de RUD6kwaliteitseisen te voldoen, bedraagt de afschrijvingstermijn vijf jaar. Onzeker is hoelang deze systemen aan de externe en interne eisen blijven voldoen. Het uitgangspunt is minimaal vijf jaar. Heden en in de komende jaren zullen, zoals voorgesteld in de kadernota, investeringen worden gedaan in het kader van onder meer de Omgevingswet. Dit betreft vooral software. In 2021 vervangen wij onze hardware en stappen wij gefaseerd over op Office 365. Dit betekent dat er een verschuiving gaat plaatsvinden van de kapitaalslasten naar de automatiseringslasten. Rentelasten Dit betreffen de lasten van de lening voor de aanschaf van ons kantoorpand. In de paragraaf Financiering is het Renteschema opgenomen. Overige bedrijfslasten Onder deze begrotingspost zijn de kosten opgenomen, die te maken hebben met de bedrijfsvoering. De totale overige bedrijfslasten zijn in totaal gestegen ten opzichte van de begroting 2021. Dit betreffen voor een deel de IT-lasten en specifiek de licentiekosten van benodigde softwaresystemen. Daarnaast zijn subposten verhoogt in navolging van realisatie over 2020. De huisvestingslasten zijn gestegen als gevolg van de actualisering van het meerjaren onderhoudsplan van ons pand. 6
Regionale uitvoeringsdienst
Begroting 2022
• 37
Externe projectlasten Conform de begroting 2021 zijn van alle projecten de totale projectkosten opgenomen, dus zowel de bijdragen voor personele dekking als externe kosten. Aanwending reserves Nieuwbouw In de begroting is rekening gehouden met de extra afschrijvingslasten ten gevolge van de nieuwbouw, zoals de BDB-index, de inrichting en de uitbreiding van het aantal werkplekken en automatisering. Deze bedragen worden aan de reserve onttrokken. Transitiekosten RUD Tevens zijn extra kosten opgenomen voor de benodigde IT-investeringen om aan de RUDkwaliteitseisen te voldoen. Deze kosten worden gedekt door de reserve transitiekosten RUD. Dit conform de oorspronkelijk doelstelling van deze gereserveerde bijdrage ten tijde van de RUD-vorming. De reserve is in het jaar 2023 volledig aangewend. Vervoermidden Uit het positief resultaat 2020 hebben wij het bestuur gevraagd een reserve te vormen ter dekking van ons autokosten. Deze reserve loopt gelijk met het contract voor operational lease. Vaststelling verwachten wij op 07-07-2021 door het Algemeen Bestuur. Aanwending bestemmingsreserves