B. Kadernota 2022-2025.pdf
Tekst van het document
2021
Saldo 1 januari (incl. rekeningsresultaat 2020)
35.116 33.996 36.419 39.464 42.494
2022
2023
2024
2025
Toevoegingen: - Versterking algemene reserve (cf. Begroting 2016)
714
714
714
714
714
-
1.858
929
929
929
- Pva realisatie Integraal Kind Centrum plan De Keyser Middenbeemster (besluit 1534415)
-150
-
-
-
-
- Extra verkeerskundige projecten Beemster (besluit 1536000)
-125
-
-
-
-
- Fusiebudget Purmerend - Beemster (besluit 1480149/1532421)
-801
-12
-
-
-
- Sloop obs de Wheermolen
-270
-
-
-
-
- Waardenproces Beemster uit herindelingsbijdrage
-105
-
-
-
-
- Overheveling budget centrale hal (besluit 1532421)
-50
-
-
-
-
- Overheveling beheerbudget Wheermolen Oost /Overwhere Zuid (besluit 1532421)
-342
-200
-200
-200
-
-1.129
2.360
1.443
1.443
1.643
8
63
1.601
1.587
122
- Frictie uitkering gemeentefonds (tem 2025) Onttrekkingen:
Saldo algemene reserve ontrekkingen/toevoegingen Saldo financieel resultaat Saldo 31 december
33.996 36.419 39.464 42.494 44.259
Per inwoner (Purmerend: 81.000, Beemster: 10.000)
374
400
434
467
486
Op basis van de bestaande besluitvorming, de toevoeging van de frictie uitkering van het Rijk (de frictiekosten zijn voorgefinancierd uit de algemene reserve) en het jaarresultaat is een stijging van de algemene reserve te verwachten. Als tegenhanger van de verwachte schuldgroei is dit ook noodzakelijk. HARMONISATIE EGALISATIE/BESTEMMINGSRESERVES Voor het beleid van de reserves en voorzieningen is het raadsvoorstel reserves en voorzieningen 2017 (besluit 1369635) zoals dat door de raad van Purmerend is vastgesteld op 15 juni 2017 het uitgangspunt. Hierin is onder andere bepaald, dat het drempelbedrag voor het instellen van een bestemmingsreserve € 250.000 is. Wanneer het doel waarvoor een reserve is gevormd op enig moment vervalt of de eventueel vastgestelde einddatum verstreken is, dan wordt de reserve opgeheven. Het opheffen van een reserve gebeurt door een raadsbesluit. Voor de harmonisatie zijn de reserves en voorzieningen die Purmerend en Beemster voorkomen in Programmabegroting 2021-2024 beoordeeld aan de hand van de criteria zoals in deze nota beschreven. Afhankelijk van deze beoordeling wordt voorgesteld de betreffende reserve en/of voorziening te continueren, vrij te laten vallen of om op te heffen. Alle voorzieningen worden gecontinueerd. Met deze harmonisatie wordt een bedrag van € 2.226.138 ten gunste gebracht van de algemene middelen in 2022.
Hieronder worden de volgende voorstellen gedaan voor de egalisatieen bestemmingsreserves. Reserve stelsel basisregistraties Deze reserve is ingesteld voor het opvangen van de incidentele lasten voor de wettelijke verplichting om het stelsel van basisregistraties op te bouwen. Deze implementatie is inmiddels gereed waardoor deze reserve in 2022 kan worden opgeheven.
21
Kadernota 2022-2025 | Balans- en reserveprognoses
Reserve sociaal domein In de raadsbrief 1541448 (februari 2021) bent u geïnformeerd over de nieuwe ontwikkelingen in de uitgaven van de jeugdzorg en de Wmo. Het ontstane tekort is rechtstreeks op de lastenkant van jeugd verwerkt ten laste van het begrotingssaldo. Hierdoor hoeft de bijdrage uit de reserve sociaal domein voor de jaren 2021-2023 niet meer plaats te vinden en kan het restant van de reserve in 2022 vrijvallen. Reserve onderwijshuisvesting Deze reserve zou worden aangewend als de boekwaarde op de her te ontwikkelen locaties niet terugverdiend konden worden. Hiervoor kwamen een tweetal onderwijslocaties in aanmerking: Mercuriusweg 2 en Torenmolen. In februari 2021 is het Integraal HuisvestingsPlan (IHP) vastgesteld (besluit 1538393). Hierbij is geen rekening gehouden met een onttrekking aan deze reserve. De uitgaven voor deze leegkomende onderwijslocaties voor herbestemming/sloop zijn rechtstreeks ten laste van het begrotingssaldo gebracht. Dit is de reden dat deze reserve in 2022 kan vrijvallen. Reserve woonvisie In 2017 heeft de raad besloten (besluit 1361700) om de geactualiseerde woonvisie als dekking aan te wijzen voor aanvullende instrumenten in het kader van de woonvisie Purmerend (o.a. tijdelijke woningen). Op dit moment is het niet duidelijk of bestedingen en toevoegingen nog het doel/motief dienen waarvoor deze reserve destijds is ingesteld.
Het saldo van deze reserve is eind 2021 ruim € 1 miljoen en zal geanalyseerd worden naar de begroting 2022. Reserve uitvoeringsagenda duurzaamheid In 2012 heeft de raad van Beemster middelen beschikbaar gesteld voor de uitvoeringsagenda duurzaamheid. De uitvoering hiervan en daarmee samenhangend de uitgaven kunnen zijn verspreid over meerdere jaren. De stand van deze reserve is naar verwachting eind 2021 € 86.556. Om uitvoering van diverse duurzaamheidsinitiatieven (o.a. duurzaam bouwloket, duurzaamheidsevenementen, duurzaamheidsleningen, laad-infrastructuur elektrisch rijden) ook de komende jaren te waarborgen, wordt voorgesteld deze reserve in 2022 over te hevelen en samen te voegen met de reserve duurzaamheid in Purmerend. Reserve afvalstoffenheffing Het doel van deze reserve is het egaliseren van tariefstijgingen inzake de afvalstoffenheffing. Aan deze reserve ligt een verplichting ten grondslag en is gevormd door uitstel van groot onderhoud en/of investeringen die zijn vertraagd. Hiervoor dient een voorziening te worden ingesteld. Voorgesteld wordt om deze gelden in 2022 (€ 68.500) toe te voegen aan de voorziening afvalstoffenheffing in Purmerend. Reserve rente gronden ZOB II De reserve gronden ZOB II dient voor de structurele dekking van de exploitatie uitgaven (rentelasten). Deze reserve loopt af in 2021 en kan dan worden opgeheven.
Door een lagere toerekening van de renteomslag blijft er een restantbedrag van € 23.713 in de reserve zitten. De reserve kan in 2022 worden opgeheven. Reserve voornemens collegeprogramma De kosten van de daadwerkelijke uitvoering van de voornemens van het collegeprogramma Beemster 2019-2022 worden uit deze reserve gedekt. In 2021 wordt nog een bedrag van € 164.250 aan deze reserve onttrokken voor het omgevingsplan landelijk gebied. De reserve kan in 2022 worden opgeheven. Reserve regionale samenwerking Zaanstreek/Waterland De gemeenten van Zaanstreek-Waterland werken met elkaar samen in projecten o.b.v. de Visie en Samenwerkingsagenda Zaanstreek-Waterland (2017). Deze projecten worden tot op heden bekostigd uit door de voormalige Stadsregio Amsterdam (SRA) teruggestorte middelen bij opheffing van de SRA. De beide colleges
22
Kadernota 2022-2025 | Balans- en reserveprognoses
vinden de samenwerking voortzetten van groot belang voor de nieuwe gemeente en stellen voor deze middelen structureel vanaf 2021 (€ 50.000) op te nemen in de begroting. Hiermee kan de reserve in 2021 worden opgeheven.
Totaal 2022
Programma
Omschrijving reserve
Gemeente
04. Milieu
Uitvoeringsagenda duurzaamheid
Beemster
81.299
Overhevelen
06. Beheer openbare ruimte
Egalisatiereserve afvalstoffenheffing
Beemster
66.500
Overhevelen
Totaal over te hevelen
Actie
149.799
Programma
Omschrijving reserve
Gemeente
Begrotings saldo 2021
Begrotings saldo 2022
Begrotings saldo 2023
01. Publiekdiensten
Stelsel basisregistraties
Beemster
-
45.902
-
02. Samenleving
Sociaal domein
Purmerend
-576.340
1.731.592
-86.630
Vrijval
02. Samenleving
Af te stoten panden onderwijshuisvesting
Purmerend
-
338.365
-
Vrijval
07. Ruimtelijke ordening
Rente gronden ZOB II
Beemster
-
23.713
-
Vrijval
10. Bestuur en concern
Voornemens collegeprogramma
Beemster
-
86.566
-
Opheffen
10. Bestuur en concern
Regionale samenwerking ZW
Purmerend
120.203
-
-
Opheffen
-456.137
2.226.138
-86.630
Totaal aan vrijval/opheffing via algemene middelen
23
Kadernota 2022-2025 | Balans- en reserveprognoses
Actie Opheffen
4
Investeringsprogramma
5.1 INLEIDING Op basis van de financiële verordening kunnen nieuwe uitbreidings- of vervangingsinvesteringen via de Kadernota worden toegevoegd aan het investeringsprogramma. Hiermee wordt bereikt dat de raad een goede integrale afweging kan maken bij het bestemmen van de schaarse financiële ruimte in het meerjarenbeeld. De voorgestane werkwijze is dat in de Kadernota de voor een voorgenomen investering benodigde kapitaal- en exploitatielasten geraamd worden. Het is mogelijk dat een dergelijk raadsvoorstel later ter behandeling aan de raad wordt aangeboden. Met de lasten is dan al rekening gehouden in het meerjarenbeeld, zodat de nadruk kan liggen op de inhoudelijke behandeling van het voorstel. In het meerjarenbeeld van deze Kadernota wordt rekening gehouden met de lasten van onderstaande extra investeringen. Tevens is het van belang dat u hierdoor een goed inzicht krijgt in de totale investeringsopgave en het effect op de schuldpositie van de gemeente. 5.2 ONTWIKKELING TOTALE INVESTERINGSPROGRAMMA Purmerend staat voor grote investeringsuitgaven en het is een opgave om die gerealiseerd te krijgen.
In het onderstaande overzicht zetten we de opgave voor u uiteen: • Kredieten per 1-1-2020: € 46,4 miljoen (Beemster en Purmerend) • Investeringsuitgaven 2020: € 25,9 miljoen (Beemster en Purmerend) • Restant krediet 31-12-2020: € 20,5 miljoen (Beemster en Purmerend) • Krediet 2021 in programmabegroting: € 53,2 miljoen (Beemster en Purmerend) • Voorstellen krediet onvermijdelijk Kadernota: € 6,3 miljoen (2021-2022) • Voorstellen nieuw krediet essentiële keuzes Kadernota: € 38,5 miljoen (2021-2022) • Voorstellen nieuw krediet budgettair-neutraal Kadernota 2022: € 8,1 miljoen (2021-2022) • Verwacht regulier vervangingskrediet 2022 in programmabegroting: € 38,9 miljoen (2022) De totale kredietruimte voor 2021-2022 is daarmee afgerond € 165,5 miljoen. Het investeringsvolume van beide gemeenten samen was in 2020 afgerond € 26 miljoen. Nu hebben de nieuwe aanvragen grotendeels betrekking op investeringen in maatschappelijk vastgoed en die worden projectmatig opgepakt. Het beeld is wel dat dit voor de staande organisatie een hoge ambitie is. Bij de begroting 2022 zal de capaciteit en de uitvoering van de kredieten voor de komende periode goed in beeld worden gebracht om de afgesproken investeringen te realiseren. 5.3 NIEUWE KREDIETEN 2021 - 2025 In deze Kadernota worden enkele kredieten ter besluitvorming aan u voorgelegd.
De kredieten worden hier nog kort samengevat (bedragen x € 1.000). Onderdeel PRG kadernota 2
Krediet Afschr. Budget bedrag term. neutraal
2021
2022
2023
2024
2025
170
-
-
-
-
Nee
20
-
-
-
-
Nee
30
-
-
-
-
10
Nee
30
-
-
-
-
30
10
Nee
30
-
-
-
-
30
10
Nee
30
-
-
-
-
Sportpark Insulindeweg SV Beemster (1x)
15
10
Nee
15
-
-
-
-
Sportpark Jisperweg WBSV (1x)
15
10
Nee
15
-
-
-
-
1.500
3.000
-
-
-
Kantplanken rondom kunstgrasvelden:
170
Onvermijdelijk
Sportpark Flevostraat Rugbyclub (1x)
20
10
Onvermijdelijk
Sportpark Van IJsendijkstraat vpv Purmersteijn (2x)
30
10
Onvermijdelijk
Sportpark Westerweg (2x)
30
Onvermijdelijk
Sportpark Savannestraat FC Purmerend (2x)
Onvermijdelijk
Sportpark Purmerenderweg ZOB (2x)
Onvermijdelijk Onvermijdelijk 2
24
Kredietomschijving
Kredieten kunst en cultuur:
4.500
Onvermijdelijk
Verbouwing Poppodium P3
3.000
20
Ja
-
3.000
-
-
-
Onvermijdelijk
Verbouwing Kerkstraat 18/Purmaryn
1.500
20
Ja
1.500
-
-
-
-
Kadernota 2022-2025 | Investeringsprogramma
Onderdeel PRG kadernota 2
Krediet Afschr. Budget bedrag term. neutraal
2021
2023
2024
2025
Kredieten onderwijshuisvesting:
73.476
7.322 30.532 25.731
4.120
5.771
Essentiele keuzes
Schoolplein bloeiende Perelaar
Essentiele keuzes
Uitbreiding krediet Integraal Huisvestingsplan (IHP)
5
5
Kredietomschijving
60
8
Nee
73.416
40
Nee
60
2022
-
-
-
7.262 30.532 25.731
-
4.120
5.771
Kredieten afvalinzameling:
374
374
-
-
-
-
Neutrale wijzigingen
Aanschaf 2 bestelbussen t.b.v. containeronderhoud
74
8
Ja
74
-
-
-
-
Neutrale wijzigingen
Aanschaf ondergrondse perscontainers op de winkelcentra
300
15
Ja
300
-
-
-
-
Neutrale wijzigingen
Extra krediet casco parkeergarage stadhuis/ plein
40
Ja
6
605
-
605
-
-
-
-
1.590
1.590
1.590
1.590
Nee
-
1.159
1.159
1.159
1.159
25
Nee
-
304
304
304
304
20
Nee
-
94
94
94
94
15
Nee
-
33
33
33
33
Revitalisering Overwhere Zuid:
6.362
Onvermijdelijk
Krediet riolering
4.636
45
Onvermijdelijk
Krediet wegen
1.218
Onvermijdelijk
Krediet OVL
376
Onvermijdelijk
Krediet straatmeubilair
133
Neutrale 6 wijzigingen
Aanvullend krediet riolering Wheermolen Oost
6
Verbeterslagen openbare ruimte:
666
Essentiele keuzes
Aanschaf voertuigen groenonderhoud
336
8
Essentiele keuzes
Vervanging van de openbare verlichting Hoornse Buurt
75
Essentiele keuzes
Onderhoud Wouter Sluislaan tussen Verzetplein en Zuiderweg krediet wegen
Essentiele keuzes
Onderhoud Wouter Sluislaan tussen Verzetplein en Zuiderweg krediet riolering
-
2.875
2.000
2.000
-
436
230
-
-
-
Nee
336
-
-
-
-
20
Ja
75
-
-
-
-
75
30
Ja
-
75
-
-
-
180
45
Ja
25
155
-
-
-
2.000
-
-
2.000
-
-
160
500
100
-
-
9.963 39.332 31.422
7.710
7.361
-558 -2.921 -2.921
-425 -2.442
7 Essentiele keuzes
Bouw buurtcentrum Karekietpark
7
Herinrichting openbare ruimte Van Brug tot Brug
760
Totaal investeringsprogramma/cashflows
95.788
Essentiele keuzes
Ja
6.875
AF: reeds beschikbaar gestelde investeringen: Onvermijdelijk
Integraal HuisvestingsPlan (IHP) Beemster (besluit 1538394)
-9.267
40
Nee
Onvermijdelijk
Aanvullend krediet Obs Wheermolen (besluit 1542637)
-4.841
40
Nee
-2.420 -2.420
-
-
-
Onvermijdelijk
Verbouwing P3 en Kerkstraat 18/ Purmaryn (besluiten 1043164 en 1541567)
-4.500
20
Ja
-1.500 -3.000
-
-
-
5.484 30.990 28.500
7.285
4.920
Beschikbaar te stellen investeringen 2021/mee te nemen in de begroting 2022
77.180
Voor de kredieten met start 2021 worden de voorstellen thans aan u voorgelegd. Voor de kredieten 2022 wordt u gevraagd om deze te verwerken in de primitieve begroting 2022 (behoudens de essentiële keuzes).
25
Kadernota 2022-2025 | Investeringsprogramma
5
Risico's, onzekerheden en kansen
Deze Kadernota is net als vorig jaar opgesteld in een roerige tijd met veel risico’s en onzekerheden. Er is weinig tot niets bekend in hoeverre gemeenten de komende jaren compensatie zullen ontvangen voor gestegen kosten voor jeugdzorg en Wmo en voor klimaatbeleid. Inmiddels is wel duidelijk waar de economische gevolgen va de coronacrisis zich zullen voordoen. De economische krimp manifesteert zich op dit moment nagenoeg alleen bij bedrijven en organisaties die te maken hebben met de lockdown. De precieze impact is pas op termijn inzichtelijk. Met dat in het achterhoofd is het lastig keuzes maken en bezuinigingen met impact op inwoners en lastenverzwaring zijn de colleges met deze achtergrond een brug te ver. In de onderstaande opsomming brengen wij u -in aanvulling op de risico’s in de paragraaf weerstands-vermogen van de jaarrekeningen- nog enkele zaken onder de aandacht. Op de belangrijkste zaken gaan we onderstaand in: • De economische krimp als gevolg van de coronacrisis is naar de huidige beelden vooral sectoraal. Naarmate de maatregelen langer nodig zijn, wordt de krimp dieper. Dit kan ook grote lokale gevolgen hebben voor onze gemeente.
Dit zijn in eerste instantie uiteraard de problematiek bij ondernemers en hun families, maar ook sociale problematiek die door corona minder zichtbaar is of juist verergerd wordt en bijvoorbeeld cumulatie van belastingschulden bij de gemeente. In de brieven aan de raden en de tussenrapportages 2021 zullen wij u steeds informeren. • Het herstel van bezoekersaantallen bij locaties met grote bezoekersaantallen zoals Purmaryn en het zwembad zal naar verwachting vele jaren vragen (vergelijkbaar aan bijvoorbeeld het openbaar vervoer). Deze locaties hebben bijvoorbeeld vanwege luchtinstallaties ook te maken met hogere kosten. Hoe dit precies gaat uitwerken is niet bekend, maar is zonder meer een risico te noemen. • De jeugdbudgetten stijgen als gevolg van prijs- en volumewijzigingen. Inmiddels is duidelijk geworden dat dit voor onze gemeente grote financiële gevolgen heeft. De begroting 2021 wordt aangepast met een bepaalde aanname voor kinderen in de jeugdzorg, maar we hebben gezien dat op soorten zorg en aantallen kinderen per kwartaal grote verschillen kunnen ontstaan. • Het AEF rapport over de uitgaven Jeugdzorg geeft aan dat gemeenten veel te weinig compensatie ontvangen voor deze in 2015 overgezette taken. Er is nog geen zicht op compensatie.
Daarnaast is er nog onzekerheid over de stelpost nog te ontvangen Rijksmiddelen jeugdzorg (onderdeel algemene uitkering) voor de jaren 2022, 2023 en 2024. In de begroting is dit structureel doorgetrokken, maar zekerheid over de ontvangst van deze middelen is er nog niet. Dit gaat om € 1,8 miljoen voor Purmerend en Beemster samen. • De regeling kinderopvang bij een sociaal medische indicatie is een open einde regeling. Het gebruik trekt de laatste tijd sterk aan. Er wordt thans bekeken wat hieraan gedaan kan worden en wat de onderliggende redenen zijn. In de tussenrapportages wordt hierop teruggekomen. • De kostenstijging in de WMO door het uniforme abonnementstarief is het afgelopen jaar evident gebleken. De indruk bestaat dat deze door de coronacrisis is gedempt en dat het werkelijk effect nog groter is. Dat zal zonder wetswijzigingen of compensatie door het Rijk tot extra budgettair beslag leiden. • De kosten die mogelijk gemoeid zijn met de energietransitie zijn omvangrijk. In hoeverre deze deels door de gemeente moet worden gedragen is nog niet bekend; dit geldt ook voor de Rijkscompensatie. Wat betreft de pilot aardgasvrij is een bloksgewijze aanpak gekozen waarmee de risico van een budgetoverschrijding kan worden gestuurd.
• Werkom heeft aangegeven een koerswijziging te willen omdat het afbouwen van de WSW (afname medewerkers met een beschutte baan) ervoor zorgt dat de omzet verminderd. Zij hebben aangegeven dat ze dit willen doen door de open vallende plaatsen in te vullen met mensen uit de participatie. Voor deze koerswijziging van Werkom is besluitvorming van de raad nodig. Voor deze beleidswijziging worden meerdere scenario’s uitgewerkt inclusief de optie om de huidige WSW-infrastructuur af te schalen. Voor 2022 ligt er een tekort op basis van het door Werkom voorgestaan beleid. Bij de besluitvorming over de koerswijziging wordt pas duidelijk of dit ook daadwerkelijk en in welke mate ontstaat.
26
Kadernota 2022-2025 | Risico's, onzekerheden en kansen
• Voor het nieuwe verdeelstelsel in de algemene uitkering begint naar verwachting voor de zomer een consultatieronde. De eerste beelden van het financiële effect voor beide gemeenten opgeteld, gaf geen reden tot zorg. Onduidelijk is nog wat dit betekent voor de samengevoegde gemeente. Afhankelijk van de snelheid van de kabinetsformatie, de consultatie van de ROB en gemeenten, het effect op de gefuseerde gemeente, de omvang van het fonds (koek moet groter) en de recente cijfers (nu 2017) is de verwachting dat in de meicirculaire 2022 duidelijk moet gaan worden wat de nieuwe gemeentefondsuitkering per gemeente gaat worden. • De opschalingskorting is door het Rijk in het gemeentefonds ingeboekt in de huidige accressen. In hoeverre een nieuw kabinet ingaat op de vraag van gemeenten om de opschalingskorting (deels) te schrappen is hoogst onzeker. Vanaf 2022 moet er nog € 675 miljoen van de opschalingskorting worden gerealiseerd. De oploop van de huidige opschalingskorting is voor de jaren 2020 en 2021 bevroren, maar daarmee is het inboeken van deze korting van € 160 miljoen uitgesteld naar 2022. In de Kadernota houden wij geen rekening met het afschaffen/bevriezen van de opschalingskorting, maar wordt de laatste tranche van de opschalingskorting in 2025 toegevoegd. • Het gemeentefonds is gekoppeld aan de brede Rijksuitgaven (zogenaamd normeringsystematiek ' trap op trap af').
Voor de jaren 2020 en 2021 is deze koppeling uitgezet vanwege de coronacrisis. Het is nog onzeker op en welk niveau de accressen voor 2022 en verder worden vastgeklikt en of dit nadelig of voordelig uitvalt ten opzichte van de bestaande ramingen. Ook een nieuw coalitieakkoord van de nieuwe regeringspartijen kan hier nog impact op hebben. Bij gebrek aan informatie zijn de accresreeksen uit de septembercirculaire 2020 aangehouden. • Het (voorlopige) nieuwe verdeelmodel en de overgangsregeling voor de integratie-uitkering beschermd wonen is gepubliceerd. Dit betekent dat de uitvoering van de taak beschermd wonen en de bijbehorende middelen over gaan van centrumgemeenten naar alle gemeenten, en de verdeling gaat van historisch naar objectief (vanaf 2023). De overheveling van de uitvoering van de taak beschermd wonen van centrumgemeenten naar alle gemeenten beperkt zich conform de bestuurlijke besluitvorming tot nieuwe cliënten en wordt in een tijdsbestek van 10 jaar geleidelijk gerealiseerd. Het nieuwe verdeelmodel heeft alleen betrekking op de nieuwe cliënten, de centrumgemeenten (w.o. Purmerend) blijven verantwoordelijk voor de bestaande cliënten. De verwachting is dat het ingroeipad (en bijbehorend budget) geleidelijk aan daalt tot en met 2028, en daarna stijgt naar eind 2032. De effecten hiervan worden naar verwachting verwerkt in de septembercirculaire 2021.
• Het huidig beeld is dat de Omgevingswet per 1 januari 2022 wordt ingevoerd. Om te kunnen voldoen aan de door de VNG opgestelde minimale actielijst voor implementatie van de omgevingswet, is het onvermijdelijk om een groot aantal noodzakelijke incidentele en structurele investeringen te doen en hiervoor in de begroting de benodigde financiële middelen op te nemen. Hiervoor wordt in dit voorstel een aanname gedaan. Er is op dit moment weinig bekend over compensatie van de implementatiekosten en of de taakuitvoering in de nieuwe situatie binnen de bestaande begroting en de legesopbrengst kan worden uitgevoerd. Bij de uitwerking in de komende maanden moet hier meer duidelijkheid over komen. • Zoals bekend ziet het hoogheemraadschap wegenbeheer van de wegen in het buiten gebied niet meer als kerntaak en heeft aangegeven deze wegen te willen overdragen naar de gemeenten. Het hoogheemraadschap sluit convenanten met gemeenten om business cases te maken welke inzichtelijk maakt wat het betekent om deze wegen over te dragen. Naast de wegen gaat het ook om de bijbehorende bomen en overige inrichting. In Beemster is dit een omvangrijk areaal. Purmerend en Beemster hebben dit convenant ook getekend.
Het hoogheemraadschap betaalt het onderhoud van de wegen voor een deel uit de bijdragen van gemeenten en voor een deel uit wegenheffing die het HHNK in rekening brengt bij de inwoners van de gemeenten waarvoor zij wegen in beheer en eigendom hebben. Bij het maken van een business case zal duidelijk worden wat de overname van deze taak precies betekent, ook de staat van de wegen wordt meegenomen. Pas als dit in beeld is kan er een besluit over genomen worden. Overname van deze taak zou kunnen betekenen dat er een verschuiving van belastingen plaatsvindt. Dit betekent dat de gezamenlijke OZB-opbrengst omhoog moet om de kosten van deze taak te dragen. Daar staat tegenover de wegenheffing die het HHNK in rekening brengt bij inwoners komt te vervallen.
27
Kadernota 2022-2025 | Risico's, onzekerheden en kansen
6
Wijziging financiële verordening
Deze Kadernota bevat een groot aantal voorstellen voor de begroting en de financiële positie van de nieuwe gemeente. De begrotingen van de huidige gemeenten worden samengevoegd, wijzigingen in de reserves en voorzieningen en in de algemene uitkering worden doorgevoerd, verschillen opgelost, en onvermijdelijke ontwikkelingen en keuzes worden aan de raad voorgelegd. Op deze wijze wordt een financieel kader voorgelegd als start voor de nieuwe gemeente. De raad van de nieuwe gemeente moet uiteindelijk in januari 2022 de begroting goedkeuren waarna (bij een sluitende begroting) het preventief toezicht kan worden opgeheven. Naast dit financieel kader (begroting) is het voorstel om ook de bestaande financiële regels (financiële verordening) bij de start van de nieuwe gemeente vast te leggen. In de financiële verordening van Purmerend en Beemster zitten verschillen (o.a. waar het gaat om grensbedragen) en beide verordeningen zijn op een aantal onderdelen verouderd. In dit hoofdstuk worden de wijzigingen die de colleges willen doorvoeren voor u opgesomd. Bij uw instemming zullen deze worden vertaald in de verordening voor de nieuwe raad. 1.
In de Financiële verordening worden de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vastgelegd. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De verordening is verplicht volgens artikel 212 gemeentewet.
2.
Tussen Purmerend en Beemster zat een verschil in de aanbieding van de Kadernota/Kaderbrief (Beemster: vóór 1 mei, Purmerend: voor het zomerreces), de rapportagegrenzen (Beemster: € 25.000, Purmerend : € 100.000), indexering, de overheadberekening en wat meer tekstuele zaken. Als basis is de verordening van Purmerend aangehouden, maar op de punten met de belangrijkste verschillen worden hierna nieuwe voorstellen geformuleerd. Beide verordeningen worden ingetrokken en vervangen door een nieuwe verordening.
3.
Verduidelijking tekst over wanneer nu bij niet kunnen uitvoeren activiteiten in enig jaar budget moet worden overgeheveld in de tussenrapportage of bij de jaarrekening. Uitgangspunt is bij de tussenrapportages een zo goed mogelijk actueel begrotingskader te hebben. Het minimumbedrag voor budgetoverheveling bij de resultaatbestemming is € 50.000.
4.
Er wordt een nieuw systeem voor overheadtoerekening afgesproken. De overheadkosten die betrekking hebben op bouwgrondexploitaties, particuliere initiatieven (faciliterend grondbeleid), investeringen en doelsubsidies worden aan de betreffende programma's en beleidsvelden toegerekend middels een vast opslagpercentage voor eigen personeel (overeenkomstig een standaard berekeningsmethode met een berekening voor binnendienstmedewerkers en een voor buitendienstmedewerkers). Bij inhuur externe expertise wordt 50% van dit percentage gehanteerd en binnen het overzicht overhead apart als toegerekende overhead geadministreerd. Elk jaar wordt bij de begroting op het overzicht Overhead het percentage voor het dienstjaar vermeld. Bij de kostendekkende heffingen wordt in de tariefsberekening dezelfde methode gehanteerd.
5.
Voorgesteld wordt de afschrijvingstermijnen van ICT hard- en software van respectievelijk 6 en 4 jaar aan te passen naar 5 jaar en herinrichting openbare ruimte wordt opgenomen met een termijn van 40 jaar.
6.
Activa met zowel een economisch als maatschappelijk nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 50.000 worden niet geactiveerd (dit was € 25.000), uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd.
7.
In de tussenrapportages worden de meldingsgrenzen: afwijkingen vanaf 5% op investeringskredieten tot € 2 miljoen, met een materieel minimum van € 10.000 en investeringskredieten van € 2 miljoen of meer met een materieel minimum van € 100.000 op investeringskredieten en afwijkingen groter dan € 100.000 op de raming van de baten en/of lasten per beleidsveld toegelicht. Bij dreigende overschrijdingen actieve meldingsplicht college.
28
Kadernota 2022-2025 | Wijziging financiële verordening
8.
Kredieten voor ICT voor hard- en software en beheersplannen (uitvoeringsprogramma wegen, asfalt) die niet zijn benut en onverdeeld zijn gebleven worden in principe jaarlijks afgesloten om de afschrijving te kunnen starten.
9.
De huidige methode in de financiële verordening voor winstneming van grondexploitaties is niet conform de richtlijnen van het BBV. Hiervoor wordt verwezen naar de geldende regels. Deze worden sinds de jaarrekening 2019 al toegepast.
10. De termijn van de twee tussenrapportages is te laat in het jaar (besluitvorming september) waardoor er de laatste jaren voor wordt gekozen om in de Kadernota ook het lopende begrotingsjaar bij te stellen. Vervolgens wordt er conform de financiële verordening ook een zesmaands rapportage (1e tussenrapportage) opgesteld. Om deze herhaling en bijbehorende werklast te verminderen, is er gekozen om artikel 6, lid 2 hierop aan te passen: de eerste tussenrapportage betreft een vijfmaands rapportage en wordt aan de raad aangeboden voor het zomerreces. Het college kan besluiten om de eerste tussenrapportage te combineren met de Kadernota. De tweede tussenrapportage betreft een negenmaands rapportage en wordt in november aangeboden aan de raad. In de tweede tussenrapportage ligt de nadruk op realisatie van het lopende dienstjaar waarbij een goede eindejaarsverwachting van het resultaat wordt gemaakt. 11. Het opnemen van een grensbedrag voor de niet uit de balans blijkende verplichtingen: indien de financiële meerjarige consequentie uitkomt boven het drempelbedrag van € 400.000.
29
Kadernota 2022-2025 | Wijziging financiële verordening
7
Slot
Voor u ligt een Kadernota met keuzes voor de groei van stad en dorpen, zonder een beroep op de algemene reserve, zonder bezuinigingen of een belastingverhoging. Dit is een bewuste keuze. Door het hoge investeringsprogramma de komende jaren stijgt de komende jaren de behoefte aan financiering. Het is belangrijk dat de algemene reserve daarbij minimaal op peil blijft. Bezuinigingen met impact op inwoners en belastingverhogingen zijn geen goede start voor de nieuwe gemeente. En het kan ook. Het enige wat er moet gebeuren, is dat er de komende maanden duidelijkheid komt over de compensatie waar de gemeenten met elkaar recht op hebben. Wij vertrouwen erop dat dit goed komt en om die reden is hiervoor een bedrag ingerekend. We leggen deze Kadernota aan u voor met de overtuiging dat dit de juiste koers is voor de begroting 2022 en een goede start voor de nieuwe gemeente. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beemster, de secretaris,
de burgemeester,
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend, de secretaris,
30
Kadernota 2022-2025 | Slot
de burgemeester,
B
i
j
l
a
g
e
n
I. A.
32
II. B.
34
31
Kadernota 2022-2025 | Bijlagen
Bijlage I
A.
(FINANCIËLE) KADERS EN UITGANGSPUNTEN VOOR DE OPSTELLING VAN DE KADERNOTA 2022-2025 In deze Kadernota staan de uitgangspunten en kaders waarbinnen beide colleges de begroting 2022 opstelt. • De ontwikkeling van de loonkosten van de gemeenteambtenaren volgt de cao. De in 2019 afgesloten cao heeft een looptijd tot 1-1-2021. De nieuwe cao onderhandelingen worden gevoerd op de inzetbrief van de VNG: een loonbod op een nullijn, waarbij de fiscale aanpassingen die in januari 2021 op het loonstrookje te zien zijn, al voldoende compensatie zou bieden voor de prijsindexering. Aangezien er nog geen nieuwe cao is vanaf 1 januari 2021, heeft de loonkostenbegroting ruimte in 2021. Er is in de begroting 2021 uitgegaan van een stijging van 3% ter dekking van cao aanpassingen en aanpassing van (pensioen-)premies werkgevers per 1-1-2021. Na aftrek van de verhoging werkgeverspremies per 1-1-2021 is er nog krap 1,9% beschikbaar voor cao en incidentele vergoedingen (bijv. thuiswerkvergoeding). De verwachting is dat we richting het voorjaar van 2021 hierover meer duidelijkheid kunnen geven. Voor 2022 heeft het ABP reeds een waarschuwing afgegeven voor een stijging van de pensioenpremie. Een indicatie over deze verhoging wordt medio 2021 verwacht en het definitieve percentage wordt eind 2021 bekend gemaakt.
Voor de meerjarenbegroting 2022-2025 wordt er vanuit gegaan dat de stijging opgevangen kan worden binnen de begrote 3% per jaar voor loonsverhogingen en (pensioen-) premies werkgevers. • De personeelsformatie is gebaseerd op het organogram per 1 februari 2021, inclusief alle wijzigingen en genomen besluiten tot en met januari 2021. De ambtelijke functies begroten we tegen de functionele schaal met een anciënniteit van trede 10. • De domeinen geven per team aan hoe de personeelskosten moeten worden verdeeld over de programma's en beleidsvelden (procentuele verdeling), tenzij er sprake is van tijdschrijven. Een belangrijk onderscheid hierbij is de verdeling tussen overhead- en lijnfuncties. De overheadkosten worden berekend per formatieplaats (fte), waarbij de buitendienst is uitgezonderd. Deze opslag wordt gebruikt bij de activering van investeringsuren, alsmede bij de berekening van de kostendekkenheid van belastingen en leges, grondexploitaties en anterieure overeenkomsten. • Voor de subsidies houden we rekening met een jaarlijkse indexatieverhoging van 2,5%. Indien instellingen zelf een hogere cao-ontwikkeling hebben volgt er geen aanvullende compensatie. Met de instellingen is afgesproken dat voor het lopende jaar niet meer wordt gecompenseerd voor loonkostenstijgingen gekoppeld aan de ambtenaren cao.
De jaarlijkse indexatieverhoging vindt plaats bij de verleningsbeschikking voor het subsidie. • De kosten van derden zijn goederen en diensten die aan de gemeente worden geleverd. Het gaat hier bijvoorbeeld om de kosten van energie, kantoorartikelen, accountantsdiensten, onderhoud aan gebouwen en infrastructuur, schoonmaak en softwarelicenties. In afwijking van de CBS-indexering gaan we uit van een jaarlijkse groei van 1,00%. Hiermee onderstrepen we de blijvende inzet om goedkoper en met een hogere kwaliteit in te kopen. In de budgetten is de groei niet functioneel verwerkt. In het geval van excessieve stijgingen kan met onderbouwing aanspraak worden gemaakt op de collectieve stelpost. Reguliere stijgingen dienen binnen het betreffende programma/beleidsveld te worden opgevangen. • Voor de leges, afvalstoffen- en rioolheffing geldt het criterium van 100% kostendekkenheid. Dit betekent enerzijds dat niet meer mag worden geheven dan de begrote kosten die gedekt worden met de heffing. Het betekent anderzijds dat kostenstijgingen bijvoorbeeld als gevolg van CAO ontwikkelingen in deze tarieven worden doorberekend. De hoogte van deze tarieven zijn onder meer afhankelijk van de tijdsbesteding en de kosten van overhead. De opbrengsten worden gebruikt om de kwaliteit van de activiteit te waarborgen en om personeels-, huisvestings- en materiaalkosten te dekken.
Van een aantal tarieven wordt het maximaal te heffen bedrag vastgesteld door de Rijksoverheid zoals de tarieven voor reisdocumenten, het rijbewijs en de tarieven voor aktes uit de registers van de burgerlijke stand. • De OZB, RZB en de overige heffingen (precario-, toeristen-, honden-, reclame- en parkeerbelasting en marktgelden) stijgen jaarlijks nominaal met de consumentenprijsindex (CPI) zoals gepubliceerd door het CBS in januari van het jaar voorafgaand aan de begroting. Voor 2021 bedraagt de indexering 1,6% (CPI januari 2021). In de meerjarenraming gaan we voor de jaren na 2021 uit van 1,50%. Dit passen we bij de volgende kaderbrief aan
32
Kadernota 2022-2025 | Bijlagen
op basis van de CPI van januari 2022. Door areaaluitbreiding ((ver)bouw woningen en niet-woningen) verhogen wij jaarlijks de opbrengst OZB. Bij een algehele waardedaling c.q. waardestijging van de onroerende zaken verhogen dan wel verlagen wij het tarief van OZB, om de begrote opbrengst te realiseren. • Als gevolg van ontwikkelingen op de kapitaalmarkt wordt het renteomslagpercentage voorlopig voor de Kadernota 2022 1,25% aangehouden. Dit percentage gebruiken we ook als uitgangspunt voor de berekening van de lasten van (toekomstige) investeringen. De renteomslag, zal voor de begroting 2022-2025 nader berekend worden conform de bepalingen, zoals opgenomen in de Financiële verordening en de BBV notitie rente. De verwachting is dat dit op 1% zal uitkomen. • Voor de doorberekening van rente aan Bouwgronden in Exploitatie (BIE’ s) is de toegestane toe te rekenen rente gebaseerd op de daadwerkelijk te betalen rente over het vreemd vermogen. Hierbij wordt het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille naar de verhouding vreemd vermogen/ totaal vermogen berekend. Om te voorkomen dat de renteparameter jaarlijks fluctueert, kiezen we in de meerjarenprognose voor een stabiel rentepercentage van 1,25%. • De afschrijving van de vaste activa vindt lineair plaats.
Voor het afschrijven van de vaste activa hanteren we de afschrijvingstermijnen uit de financiële verordening. De afschrijvingen starten in het jaar na ingebruikname. Op gronden en terreinen schrijven we niet af. Investeringen beneden € 50.000 nemen we rechtstreeks in de exploitatie op, uitgezonderd de jaarlijkse vervanging van kleinere auto’s die samen worden geactiveerd. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. • Voor verbonden partijen gaan we uit van dezelfde financiële uitgangspunten als voor de eigen begroting. De budgetten worden dus ook geïndexeerd. Het betreft de Veiligheidsregio, de Metropoolregio Amsterdam, de GGD, Werkom, de Omgevingsdienst IJmond, het Waterlands archief en het recreatieschap Twiske-Waterland. De meerjarenbegrotingen van de verbonden partijen hebben we verwerkt zoals aangegeven in de zienswijze die door de raad is vastgesteld. Mogelijke financiële effecten uit de zienswijze worden verwerkt via het begrotingssaldo. • Voor de post onvoorzien ramen wij conform de bestendige gedragslijn een jaarlijks bedrag van € 50.000. Dit budget wordt alleen gebruikt om onvoorziene, onuitstelbare en onontkoombare uitgaven op te vangen. Als wij hier een beroep op moeten doen, dan informeren wij uw raad hierover bij de tussenrapportage en/of het jaarverslag.
AUTONOME ONTWIKKELINGEN EN NIET-AUTONOME ONTWIKKELINGEN De volgende ontwikkelingen zien we als autonome ontwikkelingen en zijn direct verwerkt in het financieel kader: • Leerlingenprognoses met een effect op de benodigde hoeveelheid. Dit geldt onder andere voor het leerlingenvervoer en onderwijshuisvesting. • Vervanging van voertuigen en installaties via vervangingsinvesteringen. NIET-AUTONOME ONTWIKKELINGEN ZIJN: • Wijzigingen in de kostentoerekening voor wat betreft het effect op de tariefsverhogingen. Tariefswijzigingen zijn afgezien van aanpassing aan de inflatie altijd een keuze. • Voorstellen waarin het beleid wordt gewijzigd of wanneer nieuwe initiatieven ten opzichte van de meerjarenbegroting 2021-2024 worden gedaan. • Dalende Rijksinkomsten voor specifieke taken. Het uitgangspunt bij Rijksinkomsten is dat het gemeentelijk aandeel in de kosten niet stijgt. Bij een dreigende stijging wordt een bezuiniging als keuze aan uw raad voorgelegd. Samenvatting uitgangspunten 2022-2025: Loonontwikkeling 2021 en 2022-2025
4,25%/3,00%
Prijs-/inflatieontwikkeling
1,00%
Omslagrente en rente voor grondexploitaties
1,25%
Subsidies gesubsidieerde instellingen
2,50%
Leges, afvalstoffen- en rioolheffing (100% kostendekkend)
n.t.b.
Gemeentelijke belastingen en overige heffingen 2022 (CBS-CPI januari 2021) 1,60%
33
Kadernota 2022-2025 | Bijlagen
Bijlage II
B.
BUDGET NEUTRALE WIJZIGINGEN In deze bijlage worden de neutrale mutaties verwerkt en toegelicht per programma (bedragen x € 1.000)
Programma/omschrijving
Gemeente
Product
I/S 2021
2022
2023
2024
2025
-7
-7
-7
-7
Programma 2 Samenleving - Herschikking formatie economie (besluit 1532421)
Purmerend
Hogere last
S
- Subsidie verhoging Historisch Genootschap Beemster (besluit 1532801)
Beemster
Hogere last
S
-5
-5
-5
-5
-5
- Toekenning Onderwijsachterstandbeleid (via SPUK OAB)
Beiden
Hogere last
S
-74
-74
-74
-74
-74
- Toekenning Onderwijsachterstandbeleid (via SPUK OAB)
Beiden
Hogere bate
S
74
74
74
74
74
- Kosten toeslagaffaire
Purmerend
Hogere last
I
-46
-
-
-
-
- Dekking kosten toeslagaffaire via rijksbijdrage (SPUK)
Purmerend
Hogere bate
I
46
-
-
-
-
- Kosten Sportakkoord
Purmerend
Hogere last
I
-170
-90
-
-
-
- Dekking kosten Sportakkoord via rijksbijdrage (SPUK)
Purmerend
Hogere bate
I
170
90
-
-
-
-12
-12
-12
-12
-12
-480
-
-
-
-
-187
-
-
-
-
-2.130 -2.500 -2.500
-
-
Totaal Samenleving
-7
Programma 4 Milieu - Overheveling duurzaamheidsinitiatieven (besluit 1532421)
Purmerend
Hogere last
I
- Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid (besluit 1532801)
Beemster
Hogere last
I
- Proeftuin aardgasvrij (ontwerpbesluit 1537533)
Purmerend
Hogere last
I
- Herschikking afvalbeheer
Purmerend
Lagere last
S
-
392
398
404
404
- Herschikking afvalbeheer
Purmerend
Lagere bate
S
-
-392
-398
-404
-404
- Aanschaf ondergrondse perscontainers op de winkelcentra (krediet 300K)
Purmerend
Hogere last
S
-
-24
-24
-23
-23
- Dekking aanschaf ondergrondse perscontainers op de winkelcentra via tarieven afvalbeheer (voorziening)
Purmerend
Hogere bate
S
-
24
24
23
23
- Aanschaf 2 bestelbussen t.b.v. containeronderhoud (krediet 74K)
Purmerend
Hogere last
S
-
-10
-10
-10
-10
- Dekking aanschaf 2 bestelbussen t.b.v. containeronderhoud via tarieven afvalbeheer (voorziening)
Purmerend
Hogere bate
S
-
10
10
10
10
- Herschikking formatie economie (besluit 1532421)
Purmerend
Hogere last
S
-17
-17
-17
-17
-17
-2.814 -2.517 -2.517
-17
-17
Totaal Milieu Programma 5 Bereikbaarheid - Herschikking formatie economie (besluit 1532421)
Purmerend
Hogere last
S
-25
-25
-25
-25
-25
- Extra krediet Casco parkeergarage stadhuis en plein (krediet 605K)
Purmerend
Hogere last
S
-
-
-23
-22
-22
-25
-25
-48
-47
-47
Totaal Bereikbaarheid Programma 6 Openbare ruimte - Garantiebanen groenbudget (besluit 1532421)
Purmerend
Hogere last
S
-60
-60
-60
-60
-60
- Extra formatie beheer openbare ruimte (differentiatie beheersfunctie en databeheer)
Beiden
Hogere last
S
-
-420
-420
-420
-420
- Dekking formatie BOR via tarieven rioolbeheer (150K voorziening) en exploitatiebudget openbare ruimte (270K)
Beiden
Hogere bate en lagere last
S
-
420
420
420
420
- Herschikking budget hondenbeleid/reiniging (besluit 1527880)
Purmerend
Hogere/ lagere last
S
-7
23
17
12
12
- Herschikking budget hondenbeleid/reiniging (besluit 1527880)
Purmerend
Hogere/ lagere bate
S
3
-23
-17
-12
-12
- Uitbreiding kredieten Wheermolen-Oost (krediet 6.875K)
Purmerend
Hogere last
S
-
-
-100
-170
-240
- Dekking kredieten Wheermolen-Oost via tarieven rioolbeheer (voorziening)
Purmerend
Hogere bate
S
-
-
100
170
240
- Overheveling budget beheer en onderhoud naar facilitair (besluit 1532421)
Purmerend
Lagere last
S
32
32
32
32
32
-32
-28
-28
-28
-28
Totaal Openbare ruimte Programma 7 Ruimtelijke ordening
34
Kadernota 2022-2025 | Bijlagen
Programma/omschrijving
Gemeente
Product
I/S 2021
- Inhuurbudget omgevingswet (besluit 1532421)
Purmerend
Hogere last
I
-105
-
-
-
-
- Aankoop Jaagweg 16
Purmerend
Hogere last
S
-49
-49
-49
-48
-48
- Verliesvoorziening BOL-locaties (besluit 1539414)
Purmerend
Hogere last
I
-433
-
-
-
-
- Voorbereidingsbudget Purmerend Zuid (besluit 1537264)
Purmerend
Hogere last
I
-265
-
-
-
-
- Werkzaamheden Stationsgebied - Waterlandlaan (jaarrekening 2020)
Purmerend
Hogere last
I
-281
-
-
-
-
- Gebiedsvisie de Koog (besluit 1541733)
Purmerend
Hogere last
I
-370
-
-
-
-
- Herschikking formatie economie (besluit 1532421)
Purmerend
Hogere last
S
-111
-111
-111
-111
-111
-1.614
-159
-159
-159
-159
Totaal Ruimtelijke ordening
2022
2023
2024
2025
Programma Economie - Herschikking formatie economie (besluit 1532421)
Purmerend
Lagere last
S
200
200
200
200
200
- Herschikking formatie economie (besluit 1532421)
Purmerend
Hogere last
S
-41
-41
-41
-41
-41
159
159
159
159
159
Totaal Economie Programma Bestuur en concern - Weghalen DVO Beemster
Purmerend
Lagere last
S
- 5.199 5.344 5.494 5.494
- Weghalen DVO Beemster
Purmerend
Lagere bate
S
- -5.199 -5.344 -5.494 -5.494
Totaal Bestuur en concern
-
-
-
-
-
Overzicht Overhead, onvoorzien en VPB - Formatie bedrijfsvoering (besluit 1532421)
Purmerend
Hogere last
S
-299
-308
-317
-326
-326
- Overheveling budget beheer en onderhoud naar facilitair (besluit 1532421)
Purmerend
Hogere last
S
-32
-32
-32
-32
-32
-331
-339
-348
-358
-358
Totaal Overhead, onvoorzien en VPB Overzicht algemene dekkingsmiddelen - Dekking formatie bedrijfsvoering via stelpost prijs/loon
Purmerend
Lagere last
S
299
308
317
326
326
- Dekking garantiebanen groenbudget via stelpost prijs/loon
Purmerend
Lagere last
S
60
60
60
60
60
- Dekking Herschikking budget hondenbeleid/reiniging via prijs/loon
Purmerend
Lagere last
I
3
-
-
-
-
- Dekking structurele verhoging HBG uit stelpost prijs/loon
Beemster
Lagere last
S
5
5
5
5
5
- Belastingmaatregelen 2021 - 2024
Beemster
Hogere bate
S
100
35
35
35
35
- Vrijval herijking gemeentefonds ter dekking OZB baten woningen/niet woningen
Beemster
Lagere bate
S
-100
-35
-35
-35
-35
367
373
382
391
391
-
-
23
22
22
480
-
-
-
-
2.130 2.500 2.500
-
-
Totaal Algemene dekkingsmiddelen Resultaatbestemming - Dekking kapitaallasten uit reserve parkeren (onttrekking)
Purmerend
Hogere bate
I
- Dekking duurzaamheidsinitiatieven uit reserve duurzaamheid (onttrekking)
Purmerend
Hogere bate
I
- Dekking Proeftuin aardgasvrij uit reserve duurzaamheid (onttrekking)
Purmerend
Hogere bate
I
- Dekking verlies binnenwijkse ontwikkellocaties (BOL) uit reserve woningbouwprogrammering (onttrekking)
Purmerend
Hogere bate
I
433
-
-
-
-
- Dekking Voorbereidingsbudget Purmerend Zuid uit reserve gronden (onttrekking)
Purmerend
Hogere bate
I
265
-
-
-
-
- Dekking Inhuurbudget omgevingswet uit reserve gronden (onttrekking)
Purmerend
Hogere bate
I
105
-
-
-
-
- Dekking gebiedsvisie de Koog uit reserve gronden (onttrekking)
Purmerend
Hogere bate
I
370
-
-
-
-
- Dekking werkzaamheden Stationsgebied/Waterlandlaan uit reserve gronden (onttrekking)
Purmerend
Hogere bate
I
281
-
-
-
-
- Dekking Jaagweg 16 uit reserve gronden (onttrekking)
Purmerend
Hogere bate
I
49
49
49
48
48
- Dekking duurzaamheid uit reserve uitvoeringsprogramma Duurzaamheid (onttrekking)
Beemster
Hogere bate
I
187
-
-
-
-
4.300 2.549 2.571
71
70
-
-
Totaal Resultaatbestemming Totaal neutrale budgetneutrale mutaties
35
Kadernota 2022-2025 | Bijlagen
-
-
-
PROGRAMMA 2 SAMENLEVING Herschikking formatie economie Bij de begrotingsbijstelling 2020 is € 200.000 structureel meegenomen voor extra ambtelijke capaciteit economie (ingaande in 2020). In de 2e tussenrapportage 2020 is de procentuele verdeling van de salarissen gewijzigd, waardoor deze post anders is verdeeld over de programma's. Dit is budgettair neutraal tussen de programma's bereikbaarheid, ruimtelijke ordening en economie. Historisch Genootschap Beemster (HGB) De subsidie voor HGB is structureel verhoogd met € 5.000 vanaf 2021. Deze verhoging is gebaseerd op een onderhoudsplan voor museum Betje Wolff. Dit bedrag was wel al toegevoegd aan het subsidieplafond 2021 voor Beemster, maar nog niet financieel verwerkt. De dekking komt uit de centrale stelpost prijs/loon binnen algemene dekkingsmiddelen. Toekenning Onderwijsachterstandbeleid, toeslagaffaire en sportakkoord Voor een drietal specifieke uitkeringen zijn beschikkingen ontvangen: • De voorlopige bedragen voor 2021 voor het gemeentelijk achterstandenbeleid is door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) bekend gemaakt. Hieruit blijkt dat de specifieke uitkering is verhoogd met structureel € 74.000. • Vanuit het nationale sportakkoord is een bijdrage ontvangen voor de jaren 2020-2022. Het budget voor 2020 is niet ingezet en is doorgeschoven naar 2021. Voor 2021 en 2022 staar er incidenteel budget van € 170.000 en € 90.000.
• In 2020 is een éénmalige bijdrage ontvangen inzage de toeslagenaffaire van € 46.000. Deze bijdrage is bedoeld voor hulpverlening aan de gedupeerden en is gekoppeld aan bepaalde voorwaarden. Tegenover deze hogere baten staan ook hogere lasten. De verantwoording over de besteding van deze specifieke uitkeringen verloopt via de verantwoordingsmethode SiSa. PROGRAMMA 4 MILIEU Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid In de 2e tussenrapportages zijn voor Purmerend en Beemster de middelen voor diverse duurzaamheidsinitiatieven in 2020 niet uitgegeven en overgeheveld naar 2021. Deze overheveling loopt neutraal via de reserve duurzaamheid van Purmerend (€ 480.000) en de reserve uitvoeringsprogramma duurzaamheid van Beemster (€ 187.000). Overigens worden restantbudget eind 2021 uit de reserve uitvoeringsprogramma duurzaamheid van Beemster samengevoegd in 2022 bij de reserve duurzaamheid Purmerend. Proeftuin aardgasvrij In het ontwerpbesluit 1537533 heeft de evaluatie pilot aardgasvrij en de uitvoeringsstrategie voor het vervolg van de proeftuin plaatsgevonden. Hierbij is het projectbudget vastgesteld op € 6.770.000 voor de jaren 2021 tem 2023 en is de eis gesteld dat het projectbudget niet mag worden overschreden (we stoppen als het geld op is). Van het deel van het projectbudget dat bestaat uit de initiële Rijksbijdrage mogen alleen de uitvoeringskosten worden betaald van de proeftuin.
Deze uitgaven komen te laste van de reserve duurzaamheid. Herschikking afvalbeheer In verband met de harmonisatie van Purmerend en Beemster zijn de budgetten van afvalbeheer samengevoegd. Om het geheel inzichtelijk te krijgen zijn deze budgetten herschikt vanaf 2022. Deze herschikking verloopt budgetneutraal. Aanschaf ondergrondse perscontainers winkelcentra Bij de kaderbrief 2021 is door het CDA amendement 4.1 ingediend; onderzoek naar ondergrondse inzamelcontainers voor PMD (plastic/blik/drankkartons). Het inzetten van ondergrondse perscontainers voor PMD heeft als voordeel dat er met het plaatsen van één container per locatie voldoende capaciteit beschikbaar is omdat
36
Kadernota 2022-2025 | Bijlagen
het afval door de aanwezige pers flink verdicht wordt en daarmee 4 bovengrondse containers kan vervangen. De ledigingsfrequentie van deze ondergrondse perscontainers zal ook lager liggen door deze verdichting van het afval. Daarnaast zal het straatbeeld sterk verbeteren omdat alleen de inworpzuil boven het maaiveld uitsteekt. Het plaatsen van ondergrondse perscontainers op de winkelcentra zal ook bij mogelijke toekomstige wijziging van inzamelmethodiek niet leiden tot kapitaalvernietiging omdat deze containers ook bij een invoering van een alternatieve inzamelmethode gehandhaafd blijven. De huidige in gebruik zijnde bovengrondse containers kunnen elders in de stad hergebruikt worden ter vervanging van oude containers. De investering van de aanschaf van de drie verzamelcontainers bedraagt € 300.000 en wordt in 15 jaar afgeschreven. De hieruit voortvloeiende kapitaallasten vanaf 2022 worden gedekt uit de afvalstoffenheffing. Aanschaf bestelbussen ten behoeve van containeronderhoud Voor het onderhoud/reparatie aan ondergrondse- en bovengrondse containers en het onderhoud/reparatie aan rolcontainers, wat in eigen beheer wordt uitgevoerd, is het noodzakelijk om service bussen in te zetten. In de huidige situatie wordt gebruik gemaakt van twee reeds lang afgeschreven bestelbussen afkomstig van andere vakdisciplines.
Deze bestelbussen voldoen niet meer aan de gestelde eisen en om het onderhoud aan de containers te kunnen blijven uitvoeren is uitbreiding met twee bestelbussen noodzakelijk. Het in eigen beheer uitvoeren van deze onderhoudstaken is essentieel en verlengt de levensduur van de containers en zorgt voor een snelle oplossing bij storingen. De investering van de aanschaf van twee bestelbussen bedraagt € 74.292 en wordt in 8 jaar afgeschreven. De hieruit voortvloeiende kapitaallasten vanaf 2022 worden gedekt uit de afvalstoffenheffing. PROGRAMMMA 5 BEREIKBAARHEID Extra krediet casco parkeergarage en plein De aanbesteding en de gunning van de opdracht van de parkeergarage is inmiddels afgerond. De aanbesteding is onder het gestelde plafondbedrag gebleven. In de raadsbrief van 23 juni 2020 bent u geïnformeerd over de financiële verwachting van het project. Er is toen reeds aangegeven dat er mogelijk extra budget benodigd is voor een overschrijding op de bouwkosten. Die overschrijding doet zich niet voor. Gelet op de ervaringen in de voorbereiding is ons wel gebleken dat de huidige calculatie voor de bijkomende kosten op termijn te krap is. In de voorbereiding bleek het noodzakelijk bepaalde zaken zelf te onderzoeken en is voor een zorgvuldige uitvoering meer tijd nodig. In totaal verwachten we € 605.000 aan extra kredietruimte nodig te hebben.
Dit bestaat uit € 150.000 voor een vergoeding aan de inschrijvende partijen voor het door hun verrichte werk en € 455.000 voor begeleidingsen advieskosten tot aan de oplevering voor zorgvuldig onderzoek ter beperking van de risico’s, het benodigde archeologisch onderzoek én de noodzaak van meer afstemming als gevolg van complexiteit en de situatie rond covid-19. Het totaal blijft binnen de kaders van de businesscase. Dit extra krediet bedraagt € 605.000 en wordt in 25 jaar afgeschreven. De hieruit voortvloeiende kapitaallasten vanaf 2023 worden gedekt uit de reserve parkeren. PROGRAMMA 6 BEHEER OPENBARE RUIMTE Garantiebanen groenbudget In de 2e tussenrapportage 2020 is de structurele dekking voor drie medewerkers garantiebanen in vaste dienst ten laste gebracht van de stelpost prijs/loon in algemene dekkingsmiddelen. Extra formatie beheer openbare ruimte (differentiatie beheersfunctie en databeheer) Purmerend groeit, hierdoor is binnen de formatie van het beheer van de openbare ruimte meer capaciteit nodig. Daarnaast is het werk veranderd met name op het gebied van, van buiten naar binnen werken, burgerparticipatie, projecten integraal aanpakken om zo onderhoudswerkzaamheden en nieuwbouw te combineren en ook samen te werken met externe partners zoals bijvoorbeeld Stadsverwarming.
Hierdoor is een differentiatie in de beheersfunctie nodig, namelijk een splitsing in operationeel beheer en strategisch beheer. Data en het beheer hiervan worden steeds belangrijker. Op dit moment bestaat de functie van databeheerder niet, maar dit is essentieel voor goed assetmanagement. De formatie uitbreiding vanaf 2022 bedraagt voor differentiatie in de beheersfunctie € 335.000 en voor databeheer € 85.000. De totale formatie uitbreiding bedraagt € 420.000 en wordt voor € 150.000 toegerekend
37
Kadernota 2022-2025 | Bijlagen
aan rioolbeheer en kan worden gedekt uit de rioolheffing. Het overige deel van € 270.000 kan worden gedekt binnen de exploitatie budgetten beheer openbare ruimte. Herschikking hondenbeleid en reiniging In de 2e tussenrapportage 2020 is de procentuele verdeling van de salarissen gewijzigd , waardoor hondenbeleid en reiniging anders is verdeeld over deze producten. Dit is budgettair neutraal tussen de taakvelden verdeeld. Uitbreiding kredieten Wheermolen Oost De grondexploitatie Wheermolen-Oost is op 24 september 2020 vastgesteld. Aangegeven is dat het in 2015 geraamde budget voor de riolering niet toereikend is. Bij het opstellen van deze grondexploitatie is een actuele raming gemaakt waaruit blijkt dat er voor de riolering een aanvullend krediet van € 6.875.000 benodigd is voor de vervanging van de riolering en bestratingen in Wheermolen-Oost. De dekking van de kapitaalslasten loopt via de rioolheffing. In dit extra krediet zijn nog niet de kosten opgenomen welke nodig zijn voor de aansluiting op het gemaal, dit bedraagt € 1.750.000. De dekking loopt voor 50% via de rioolheffing en voor 50% via de Grondexploitatie Wheermolen-Oost. Hierop dient nog verder doorgerekend te worden op basis van diverse aannamens over toekomstige ontwikkelingen. U wordt hierover geïnformeerd in de MeerJarenGrondexploitatie (MPG).
Overheveling budget beheer en onderhoud naar facilitair Dit betreft de overheveling van het onderhoud blusmiddelen en de kosten schoonmaak van onderhoud en beheer naar facilitair. De reden van deze overheveling is efficiënter budgetbeheer. Dit is budgettair neutraal tussen het programma beheer openbare ruimte en het overzicht overhead. PROGRAMMA 7 RUIMTELIJKE ORDENING Inhuurbudget omgevingswet De activiteiten rondom de omgevingswet zijn in 2020 niet geheel uitgevoerd. Door uitstel van de omgevingswet naar 1 januari 2022 is externe ondersteuning voor het ontwikkelen van het plan met een gedegen invoering van de omgevingswet onmisbaar. Enerzijds omdat dit binnen de huidige formatie niet uit te voeren is, anderzijds omdat specifieke expertise gevraagd wordt. Het restantbudget van € 105.000 is in 2020 toegevoegd aan de bestemmingsreserve gronden en in 2021 onttrokken aan deze reserve. Aankoop Jaagweg 16 De verwerving van de aankoop van Jaagweg 16 vindt plaats in het kader van komende gebiedsontwikkelingen. De aankoop bedraagt € 900.000 (incl. kosten koper). Omdat er geen beeld is over de invulling van het pand, zijn er geen baten geraamd en hoeft er geen bijzondere waardevermindering plaats te vinden. Om die reden zal het pand en de grond worden geactiveerd tegen de kredietwaarde. Op het pand zal worden afgeschreven.
De grondwaarde van het perceel is € 385.000, zodat het pand voor € 515.000 op de balans komt. Conform de nota grondbeleid geldt de reserve gronden als dekkingsbron voor strategische verwervingen. Verliesvoorziening Binnenwijkse Ontwikkellocaties (BOL) In het eerdere raadsbesluit voor de herontwikkeling van de BOL is het voornemen opgenomen om te streven naar een zo oog mogelijk sociaal programma. In het verlengde daarvan is onderzocht of het realiseren van (meer) sociale huurwoningen mogelijk en wenselijk is. Dat is mogelijk, maar heeft een negatief effect op het financieel resultaat van de grondexploitatie. Ook het besluit om de locatie Westerdraay niet te ontwikkelen heeft een negatief financieel effect gehad voor de grondexploitatie. Hierdoor is deze taakstelling niet langer haalbaar en laat de grondexploitatie een negatief netto contant resultaat zien van € 432.736 per 1-1-2021. De dekking voor deze verliesvoorziening komt uit de reserve woningbouwprogrammering.
38
Kadernota 2022-2025 | Bijlagen
Voorbereidingsbudget Purmer Zuid In 2021 zal er een ontwikkelingsvisie voor Purmer Zuid Zuid worden uitgewerkt. Hierin worden de volgende punten uitgewerkt: planning/ proces, samenhang met andere omliggende (gebieds-)ontwikkelingen, kansen voor houtbouw, natuurontwikkeling en de bijdrage aan de stad in brede maatschappelijk-/economische zin. Hieruit volgt een stedenbouwkundige opzet, programma en financiële randvoorwaarden. Voor deze ontwikkelingsvisie is een voorbereidingsbudget beschikbaar gesteld van € 265.000 die wordt gedekt uit de reserve gronden. Werkzaamheden Stationsgebied-Waterlandlaan Diverse werkzaamheden rondom het Stationsgebied zijn in 2020 niet uitgevoerd. Dit betreft o.a. stedenbouwkundig raamwerk, beelds kwaliteitsplan, placemaking, historisch onderzoek en taxaties. Het niet bestede budget visie Stationsgebied-Waterlandlaan wordt in 2021 gedekt door een onttrekking aan de reserve gronden van € 281.155. Gebiedsvisie de Koog Om de gebiedsvisie op te stellen is ambtelijke inzet, extern advies en zijn onderzoeken nodig. De kosten van de gebiedsvisie wordt gedragen door de gemeente. De gevraagde ambtelijke inzet valt niet binnen de huidige capaciteit. Daarom is extra budget nodig om dit te kunnen uitvoeren. De geraamde kosten voor 2021 bedragen € 370.000 voor het doen van onderzoeken, begeleiding, ambtelijke kosten en het opstellen van de visie zelf.
Dit bedrag wordt onttrokken aan de reserve gronden. PROGRAMMA BESTUUR EN CONCERN Weghalen Dienstverleningsovereenkomst (DVO) Beemster Deze overeenkomst, gesloten tussen Beemster en Purmerend in 2014, ter uitwerking van de samenwerkingsovereenkomst tussen Beemster en Purmerend, waarin afspraken over de inhoud, kwaliteit, continuïteit en omvang van de dienstverlening waren vastgelegd komt met de fusie en het ontstaan van een nieuwe gemeente per 1 januari 2022 te vervallen. Het opheffen van de DVO per 01-01-2022 betekent dat de structurele bate en last van ruim € 5 miljoen komt te vervallen. PROGRAMMA OVERHEAD Formatie bedrijfsvoering Het team Financiën is uitgebreid met 2,78 fte Contractmanagers en 0,67 fte Subsidieadviseur. Doordat er hierdoor aanbestedingsvoordelen en subsidies binnengehaald worden is er organisatiebreed minder budget nodig en kan ter hoogte van dit bedrag de stelpost prijscompensatie (algemene dekkingsmiddelen) worden afgeraamd voor ruim € 0,3 miljoen ter dekking hiervan. Belastingmaatregelen en vrijval herijking gemeentefonds Beemster In de aanvullende belastingmaatregelen 2021 (besluit 1532527) is abusievelijk is in de vastgestelde begroting 2021 de raming niet woningen 2021 met € 200.000 in plaats van € 100.000 verhoogd.
Dat is gecorrigeerd door een verlaging van de stelpost in de algemene uitkering die was aangehouden voor de herijking van het gemeentefonds die naar de huidige berichten voorlopig niet nodig is. RESULTAATBESTEMMING Deze onderdelen zijn toegelicht in de programma's en de overzichten overhead en algemene dekkingsmiddelen
39
Kadernota 2022-2025 | Bijlagen