CConstaterende datBeemster
Koppel je AI →
Document · PDF

32b. Nota van Beantwoording wensen en opvattingen verstedelijkingsconcept.pdf

Gemeenteraad 30 november 2021, gemeente BeemsterBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken.44.877 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Momenteel wordt voor de eventuele vestiging van een vierde hyperconnectiviteitscluster bij Almere-Zeewolde een inpassingsonderzoek uitgevoerd, waar de behoefte aan water voor koeling en de consequenties daarvan ook aan bod komen. Ook financiering is onderdeel van dit onderzoek. Het Rijk laat de inpassing van datacenters, ook hyperconnectiviteitsclusters, conform de NOVI aan de regio en speelt alleen een faciliterende rol waar dat nodig is. Rijksinvesteringen zijn daarmee ook niet te verwachten.

30 Tenslotte, en dat geldt voor ieder keuzevraagstuk, hechten wij zeer aan de Unescostatus van de Stelling van Amsterdam (en hopelijk binnenkort Nieuwe Hollandse Waterlinie). Behoud van

Deze reactie onderschrijft het Verstedelijkingsconcept, waarin behoud van erfgoedwaarden, waaronder UNESCO-status, reeds zijn opgenomen. En we zijn natuurlijk met Gooi en Vechtstreek verheugd dat Nieuwe Hollandse Waterlinie inderdaad de Unescostatus heeft verkregen.

32

deze status is wat ons betreft randvoorwaarde en ontwikkelingen dienen zich daartoe te verhouden. 31 Reactie Gemeente Hilversum: In het verstedelijkingsconcept hebben wij een aantal foutieve kaartbeelden geconstateerd: • Pagina 22: hier staat onterecht een rode bol geprojecteerd op Hilversum Noord. Zulke plannen heeft de gemeente Hilversum niet. • Pagina 26: de `stadshartontwikkeling' is ingetekend bij het verkeerde station (Mediapark). Dit moeten de stations Hilversum en Sportpark zijn. • Pagina 37: de Utrechtse Heuvelrug mist als waardevol landschap.

We betreuren het zeer dat door de door de gemeente Hilversum genoemde fouten een beeld van ‘doordrukken’ is ontstaan, want dat is beslist niet onze werkwijze of intentie. In Versie 3 zijn de fouten in het kaartbeeld nu volledig hersteld.

Met name over de eerste twee genoemde kaartbeelden zijn wij buitengewoon ontstemd, omdat zij de politieke realiteit in Hilversum niet lijken te erkennen. In het afgelopen jaar is de MRA bestuurlijk en ambtelijk meermaals op deze fouten gewezen. Wij zijn zeer teleurgesteld dat deze fouten niet gerepareerd zijn en onze gemeenteraad opnieuw met een document is geconfronteerd dat het een bestaand sentiment dat `de MRA-organisatie zaken doordrukt' lijkt te bevestigen. Het niet herstellen van zulke fouten is schadelijk voor het vertrouwen in de bovenregionale samenwerking. De gemeenteraad heeft duidelijk uitgesproken dat als deze fouten niet worden hersteld, de gemeenteraad van Hilversum in 2022 in geen geval zal instemmen met de uiteindelijke verstedelijkingsstrategie MRA. Met andere woorden: herstel van deze fouten is een noodzakelijke voorwaarde om in 2022 vaststelling van de uiteindelijke verstedelijkingsstrategie MRA te willen overwegen. 32 Reactie gemeente Hilversum • Te constateren dat het verstedelijkingsconcept de bestaande ambities, beleid en projecten van Hilversum en Gooi en Vechtstreek in de teksten en verbeelding `verstedelijkingsconcept 2050' op pagina 16 op een juiste manier weergeeft. • Op korte termijn meer helderheid te geven hoe de investeringsstrategie er uit kan zien.

• Dat een zienswijzeprocedure voor gemeenteraden en Provinciale Staten nodig is voor de fasering en investeringsstrategie en deze zienswijzeprocedure voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 of te ronden. • Dat er voldoende tijd moet worden ingeruimd in het besluitvormingsproces na het BO MIRT van 25 november 2021 voor regionale onderlinge afstemming op het niveau van gemeenteraden, voor een toets aan de opbrengst van fase 2 (denkrichtingen) van het proces van de Omgevingsvisie en dat daarvoor naar onze inschatting een kwartaal extra voor nodig is.

De investeringsstrategie werkt verschillende financieringsmogelijkheden voor de benoemde opgaven uit en bestaat daarnaast uit een investeringsagenda die in samenhang met de fasering op regelmatige basis wordt geactualiseerd. In het vigerende convenant 'Versterken Samenwerking in de Metropoolregio Amsterdam' (2016) is afgesproken dat raden en Staten worden geconsulteerd over regionale afspraken, in ieder geval over de MRA Agenda, het werkplan, de begroting en wijzigingen aan het convenant. Daarnaast leggen "de vertegenwoordigers van deelnemers betrokken bij de uitvoering van het convenant aan het eigen college en het vertegenwoordigend orgaan verantwoording af over de door hen in het kader van de MRA gemaakte afspraken. Zij geven daartoe op verzoek van het college of het vertegenwoordigend orgaan alle informatie die zij nodig achten voor de uitoefening van hun taak." De Verstedelijkingsstrategie is niet expliciet benoemd in het convenant. Voor de Verstedelijkingsstrategie is besloten tot een ronde wensen en opvattingen op het verstedelijkingsconcept, aangezien dat raakt aan de gemeentelijke/provinciale omgevingsvisies. De fasering en de investeringsagenda betreffen de onderdelen van de verstedelijkingsstrategie gericht op uitvoering, waarbij sprake is van bovenlokale belangenafwegingen.

Eventuele onderhandelingen hierover in regionaal verband zullen plaats moeten vinden via de bestuurlijke platforms van de MRA. De wens het proces van de verstedelijkingsstrategie af te stemmen de eigen Omgevingsvisie is begrijpelijk. Het regionale proces kan echter niet wachten op lokale beleidsprocessen, wel kan de wisselwerking

33

georganiseerd worden, bijvoorbeeld door deelregio-bijeenkomsten. In het proces tot de vaststelling van het verstedelijkingsconcept door raden en Staten zal aandacht worden besteed aan het informeren en betrokken houden van raden en Staten. Er wordt onder meer een extra processtap ingebouwd voor bespreking van versie 3 in de raden en Staten.

5

Gemeente Amsterdam

33 Reactie Gemeente Hilversum: Aanpassen van de eerste zin op pagina 4 van de inleiding door het toevoegen van de woorden `de gemeenteraden en Provinciale Staten'.

De tekst is conform de wens van Hilversum aangepast.

34 Reactie gemeente Hilversum: Toevoegen van het begrip `kringlooplandbouw' in verband met N2000 gebieden en stikstof.

De tekst is conform de wens van Hilversum aangepast.

35 Reactie gemeente Hilversum: Duidelijker toelichten dat het in de regionale zienswijze aangegeven aantal van 11.500 woningen voor de Gooi en Vechtstreek uit de Regionale Woonvisie komt en dat deze woningen binnen de bestaande plancapaciteit gerealiseerd kunnen worden.

In de gebiedsbeschrijving in Versie 3 is dit nu toegelicht.

1 We zijn zeer tevreden met deze tweede versie met de We zijn blij met deze ondersteuning en waarderen de complimenten. belangrijke boodschap: We bouwen niet alleen woningen maar complete steden. Er is gezamenlijk met het Rijk en de regio veel uitgezocht en er ligt een goed inhoudelijk concept met inzicht in en ambities op de meest prangende ruimteclaims voor de komende 30 en 50 jaar: de enorme woningbouwopgave, de benodigde infrastructuur, de transities op het gebied van energie, (circulaire) economie en de knelpunten op het gebied klimaat en ecologie. 2 De MRA Verstedelijkingsstrategie sluit ook goed aan bij onze eigen Amsterdamse (concept) Omgevingsvisie en ambities. • De 150.000 woningen uit de Omgevingsvisie passen naadloos in de woningbouwambitie van de Verstedelijkingsstrategie • Het Verstedelijkingsconcept is een integraal concept met zowel aandacht voor de enorme woningbouwopgave als de benodigde voorwaarden op het gebied van mobiliteit, energie, klimaat, landschap. • Het polycentrische model voor de regio sluit aan bij de beoogde meerkernigheid binnen de gemeente Amsterdam. De gemeente Amsterdam ondersteunt het streven om een betere spreiding van de economische groei in de regio krijgen. We willen hier graag regionaal in optrekken.

• De sociaal-maatschappelijke achterkant van het succes van stad en metropool (segregatie, ongelijkheid, verdringing, vervoersarmoede etc.) wordt in deze versie goed beschreven. Amsterdam wil met de verstedelijkingsstrategie ook de sociaalmaatschappelijke structuur van de regio versterken. • Amsterdam is blij met de regionale inzet om de landschappen en de scheggen open te houden en te verbeteren, zoals de Westereinderscheg. Dit gaat samen met de regionale inzet om zoveel mogelijk te bouwen binnen bestaand stedelijk gebied door het maken van keuzes en/of transformatie. Met de MRA Verstedelijkingsstrategie kunnen we de beperkte ruimte in de

De constatering dat de lijn in het Verstedelijkingsconcept MRA goed aansluit op de Amsterdamse Omgevingsvisie en ambities sterkt ons in de opzet en uitwerking van het Verstedelijkingsconcept MRA. Van deze constatering is met waardering kennis genomen.

34

MRA zo goed mogelijk benutten door gezamenlijk met zowel de regio als het Rijk ruimtelijke keuzes te maken. 3 De Verstedelijkingsstrategie onderstreept de noodzaak om niet alleen met de regio maar ook met het Rijk samen te werken. Er is in het BO MIRT van vorig jaar afgesproken dat een deel van woningbouwopgave versneld gerealiseerd moet worden. In het BOL van dit jaar is bevestigd dat MRA hier graag aan bijdraagt, maar dat deze opgave alleen (versneld) gerealiseerd kàn worden als het Rijk eveneens inzet pleegt op knelpunten zoals de aanpak van stikstof en geluidscumulatie en de investeringscapaciteit van corporaties en voorwaarden zoals bereikbaarheid (OVschaalsprong), energietransitie, klimaatadaptatie en landschappelijke ontwikkeling. De gemeente Amsterdam is erkentelijk voor de reservering van het Groeifonds, maar er is meer nodig. Als in het komende BO MIRT geen invulling wordt gegeven aan bovenstaande randvoorwaarden en er geen extra financiële middelen (of benodigde regelgeving) beschikbaar komen, dan loopt niet alleen de woningbouwopgave, maar ook de benodigde transities op het gebied van mobiliteit, klimaat en energie onherroepelijk vast.

Wij zijn het eens dat samenwerking tussen Rijk en regio onontbeerlijk is. We zullen ons gezamenlijk in moeten spannen om noodzakelijke randvoorwaarden rond transities, woningbouwambities én het invullen van de daarbij benodigde randvoorwaarden waar te maken. Dit vraagt om een langjarig commitment op een gezamenlijke koers voor de ontwikkeling van de MRA en om afspraken over hoe we aan die gezamenlijke inspanning vormgeven. Deze afspraken leggen we vast in een Verstedelijkingsakkoord tussen Rijk en regio.

4 Van versie 2 naar 3: fasering van het Verstedelijkingsconcept. In deze versie zit al een goede aanzet voor de fasering. Alle systemen zijn benoemd in deze fasering, maar het is nog geen integrale afweging van alle opgaven. Tot 2030 lijken de woningbouwopgave en de infrastructuur bepalend voor de fasering. Mogelijk komt dit omdat er nog veel onzekerheden zijn over opgaven en ruimtelijke consequenties van de energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie. Wij adviseren in de 3e versie duidelijk aan te geven waar onzekerheden zitten, waar onderzoek nodig is, en hoe, ook bij onvolledige informatie, toch keuzes gemaakt kunnen worden.

In versie 3 is fasering verder uitgewerkt ten opzichte van versie 2. Per samenhangend gebied is inzichtelijk gemaakt welke ontwikkelingen samenhangen zowel functioneel als in de tijd. Het gaat om een zogenaamde ideale fasering. Deze fasering dient als een startpunt om na vaststelling van de Verstedelijkingsstrategie als Rijk en regio samen de uitvoering ter hand te nemen. Al naar gelang de (on-)mogelijkheden die er zijn, kunnen Rijk en regio samen bijsturen in tempo en prioritering van de gewenste ontwikkelingen.

5 Uitwerken sociale maatschappelijke effecten van de De sociaal-maatschappelijke onderwerpen uit versie 2 zijn mede naar aanleiding van de verstedelijkingsstrategie. reactie van de gemeente Amsterdam in versie 3 nu voorzien van een handelingsperspectief. De 2e versie van het verstedelijkingsconcept geeft een goed Ze zijn opgenomen in verschillende onderdelen van het verstedelijkingsconcept. inzicht in wat de sociaal-maatschappelijke effecten zijn van de verstedelijking en aandachtspunten zoals een betaalbaar vervoer en woningen, leefbaarheid en veiligheid. Dit inzicht leidt echter nog niet tot een integrale afweging met de andere opgaven en is ook geen onderdeel van de fasering. Wij adviseren deze opgave beter uit te werken in de verstedelijkingsstrategie. Tevens vragen we aandacht om inzicht te geven in de benodigde sociaal-maatschappelijke voorzieningen bij de verstedelijking. 6 Zelfbewoonplicht en anti-speculatiebeding De bouwopgave moet leiden tot betaalbare huur- en koopwoningen. In de MRA wordt veel gespeculeerd. Wij gaan daarom graag met u in overleg over de mogelijkheden voor een anti-speculatiebeding en een zelfwoonplicht voor

De wens van de Amsterdamse gemeenteraad om te komen tot een anti-speculatiebeding en zelfbewoonplicht zijn gericht op het betaalbaar maken én houden van woningen. Voor de MRA is dit een belangrijke inzet om in lijn met de Woondeal als Rijk en regio tot gezamenlijke maatregelen hiervoor te komen, zodat woningen bereikbaar blijven voor alle doelgroepen. Via het MRA programma bouwen en wonen wordt kennis en ervaring uitgewisseld en

35

nieuwbouwwoningen. Zie ook bijgaande Amsterdamse raadsmoties 620 en 621.

samengewerkt op gebied van maatregelen die bijdragen aan de betaalbaarheid van het wonen.

7 Keuzevraagstukken energietransitie, circulaire economie en transformatie van bedrijven. In deze keuzevraagstukken wordt gevraagd of er bereidheid is ten aanzien van de energietransitie, circulaire economie en transformatie extra ruimte te reserveren, deels binnen de MRA, waaronder de Wijkermeerpolder, deels buiten de MRA. Conform haar (concept) Omgevingsvisie wil Amsterdam de bestaande landschappen openhouden en verbeteren. Over een mogelijke uitbreiding van het Havenareaal in de Noordelijke Houtrakpolder zijn afspraken gemaakt in de visie NZKG 2040. Dit geldt niet voor de Wijkermeerpolder. De transformatie van de Houtrakpolder is ook een nee, tenzij. Deze polder komt pas in beeld na maximale intensivering van bestaande terreinen en afstemming met ruimte op terreinen binnen, en buiten, de MRA. Daarnaast zal de uitbreiding samen moeten kunnen gaan met de woningbouwopgave die er ligt in Haven Stad. Tot slot adviseren we inzake de circulaire economie en de energietransitie nadrukkelijk om meer gezamenlijk onderzoek te doen om te komen tot reële, goed onderbouwde ruimteclaims. Er zijn nog te veel onzekerheden. Keuzevraagstuk gezonde leefomgeving nabij NZKG Wij zijn niet zonder meer bereid om de hogere grenswaarden voor geluid en risico maximaal uit te nutten voor nieuwe woningen.

De nieuwe woningen, hoe groot ook in aantal, moeten in principe alle komen te staan in gebieden waar een goede leefkwaliteit gewaarborgd is. Bij twijfel over de leefkwaliteit, bijvoorbeeld in gemengde woonwerkgebieden, moet worden onderzocht hoe de kwaliteit van de leefomgeving alsnog op het gewenste niveau kan worden gebracht.

Voor het keuzevraagstuk rondom het NZKG is nader onderzoek verricht om meer inzicht te krijgen in keuzes en effecten van keuzes in samenhang. Tevens zijn de wensen en opvattingen van raden en staten betrokken bij de voorgestelde wijzigingen in versie 3. Dit heeft ertoe geleid dat het voorstel voor het NZKG in versie 3 als volgt luidt: De Wijkermeerpolder wordt gereserveerd als zoekgebied voor tijdelijke piekwaterberging (en dus niet voor bedrijventerrein). Voor bedrijven die door transformatie een andere plek zoeken wordt een aantal bedrijventerreinen in en net buiten de MRA betrokken (Boekelermeerpolder Alkmaar, Baanstee Noord Purmerend, Flevopolder). Conform de wens van de gemeente Amsterdam en overigens ook de gemeente Haarlemmermeer blijven de afspraken over de Houtrakpolder onveranderd. Dit betekent eerst maximaal intensiveren van het huidige haventerrein en het betrekken van andere locaties binnen en buiten de MRA waaronder Almere en Lelystad. Er wordt ruimte gereserveerd voor nationale en regionale waterstofleidingentracés. Waterstof wordt grotendeels geïmporteerd via deze leidingen van elders in Nederland en via de internationale scheepvaart. Tata verduurzaamt. In het kader van Het Novigebied NZKG wordt nader onderzoek uitgevoerd naar exactere ruimteclaims van energietransitie en circulaire economie

8 Omgeving Schiphol, Zuidflank: Keuzevraagstukken leefkwaliteit en verrommeld glas (Westeinderscheg). De vraag wat de juiste balans is tussen woningbouw, leefomgevingskwaliteit, gezondheid en de ruimte voor luchtvaart in de Zuidflank van de MRA is een nogal academische. Niettemin staat het buiten kijf dat het een uiterst belangrijk gebied is om in te investeren, met name in allerlei landschapsaspecten. De leefkwaliteit staat er sterk onder druk door Schiphol, maar ook door de aanwezigheid van rijkswegen en bedrijventerreinen met logistieke en aan de luchthaven verbonden functies (‘dozenlandschap’) en het verrommeld glas van de tuinbouw. Dat neemt niet weg dat een kwalitatieve impuls geven aan dit gebied een kostbare en ingewikkelde operatie is. Ook liggen hier verantwoordelijkheden van betrokken gemeenten, provincie en het Rijk. Om zicht te krijgen op de mogelijkheden en consequenties van deze investering, adviseren wij voor dit gebied een nadere uitwerking te maken over de mogelijke financiering, regelgeving en verantwoordelijkheden van de verschillende partijen in dit gebied (Schiphol, bedrijven, Rijk, Provincie en betrokken

Het advies van de gemeente Amsterdam voor een nadere uitwerking wordt overgenomen en zal worden opgenomen in de bij de Verstedelijkingsstrategie behorende afspraken in het Verstedelijkingsakkoord. Het belang van de multimodale knoop Schiphol voor (inter)nationaal treinverkeer wordt onderkend en zal mede bijdragen aan de ambitie voor een substitutie van middellang vliegverkeer naar het spoor. Reeds gemaakte afspraken over het versterken van de multimodale knoop Schiphol en de voorgenomen doortrekking van de NoordZuidlijn onderstrepen dit belang.

36

gemeenten). Het recent opgeleverde Toekomstperspectief Oostflank Haarlemmermeer kan hierbij benut worden. Ten aanzien van mobiliteit willen we voor dit gebied het volgende meegeven. De trend van substitutie draagt bij duurzaamheidsdoelen en minder overlast voor de leefomgeving. Ook voor het treinverkeer zien wij Schiphol daarom in toenemende mate als het internationale knooppunt (en niet meer als een eindpunt). 9 Keuzevraagstuk waterbuffering: Door de klimaatverandering zijn extra mogelijkheden voor waterberging in de MRA vereist. Allereerst moeten hiertoe de lokale bergingsmogelijkheden worden geoptimaliseerd of daar waar mogelijk gerealiseerd (op daken, in de haarvaten van veenweidegebieden in combinatie met tegengaan bodemdaling). Dit is waarschijnlijk niet voldoende, dus daarnaast moet rekening gehouden worden met ruimteclaims voor grootschalige extra waterbuffering. Onderzoek of het Oer-IJ gereserveerd kan worden voor waterbuffering. Daarnaast is Vechtplassengebied (nabij het Amsterdam-Rijnkanaal)een goed zoekgebied. Beide opties bieden goede mogelijkheden om de opgaven inzake water en landschap met elkaar te combineren en om water beschikbaar te hebben in drogere perioden. Een laatste, maar beduidend minder wenselijke keuze, is een peilverhoging van Noordzeekanaal en Amsterdam-Rijnkanaal.

Deze optie heeft verstrekkende gevolgen voor doorvaarthoogten van zowel het Amsterdam-Rijnkanaal, IJ en Noordzeekanaal als op de Amstel en hiermee verbonden waterwegen zoals de grachten binnen Amsterdam. Daarnaast werkt een hoger waterpeil door op de bebouwing en gebiedsontwikkelingen direct langs het IJ en Noordzeekanaal. Voordat kan worden overgegaan tot besluitvorming over waterbuffering en bijhorende locaties, zullen de ruimtelijke en economische effecten in beeld moeten worden gebracht. Zolang deze nog niet duidelijk zijn, adviseren we om voor locaties die onder druk staan (zoals de Houtrakpolder en Wijkermeerpolder) nog geen onomkeerbare besluiten te nemen die eventuele waterbuffering in de weg staan. De waterbuffering dient ook meegenomen worden in de fasering.

De steun voor het aanwijzen van zoekgebieden van onder meer Amsterdam heeft geresulteerd in het aanwijzen van een tweetal zoekgebieden voor waterbuffering in versie 3, opgenomen in hoofdstuk 3.3 onder watersysteem en hoofdstuk 4.1 Noordzeekanaalgebied. Peilverhoging als mogelijke oplossing en de voor- en nadelige effecten daarvan worden meegenomen in het onderzoek van het project Toekomstbestendig watersysteem NKG/ARK.

10 Keuzevraagstuk Hyperconnectiviteitshub. Ten aanzien van de Vierde Hyperconnectiviteitshub (in samenhang met onderzoek 4e HCH/datacenterstrategie MRA) sluiten wij aan bij de MRA Datastrategie.

Amsterdam onderschrijft de met het Verstedelijkingsconcept ingeslagen koers ten aanzien van de datastrategie. We waarderen deze ondersteuning. De voorlopige resultaten zijn reeds verwerkt in het Verstedelijkingsconcept versie 2. Het Rijk is blij met de inzet van de MRA op de datacenterstrategie, staat daarover in contact met de MRA en is ermee akkoord dat dit document leidend is in de regionale keuzes.

11 De Verstedelijkingsstrategie bevat een goede samenhang tussen verstedelijking en mobiliteit voor de hoofdstructuren. Wij benadrukken het belang van een MRA-brede duurzame mobiliteitstransitie van regio en Rijk om de druk op het verkeerssysteem te verlichten. Een belangrijk onderdeel hiervan is het doortrekken van de Noord Zuidlijn en het sluiten van de

We ontvangen het uitgesproken compliment met waardering. Overige benodigde investeringen voor stedelijke mobiliteit worden meegenomen in het programma Samen Bouwen aan bereikbaarheid (SBAB) bij het onderdeel Bereikbare steden. Daarnaast zal dit onderwerp onderdeel uitmaken van de gezamenlijke inspanning richting uitvoering na vaststelling van de verstedelijkingsstrategie.

37

kleine ring. We zijn erkentelijk voor de reservering hiervoor in het Groeifonds. Daarnaast vragen wij aandacht voor overige benodigde investeringen in stedelijke mobiliteit. Met name die bijdragen aan de grote woningbouwopgave in de MRA.

6

Deelregio Amstelland Meerlanden

12 Publieksversie: Het verreist specifieke kennis om het verstedelijkingsconcept te lezen. Wij adviseren om van de 3e versie ook een publieksversie te maken, die de toegankelijkheid van de informatie verder vergroot.

Deze suggestie nemen we graag over. Van het definitieve verstedelijkingsconcept zal een (digitale) publieksversie worden gemaakt.

13 Overwegende dat er binnen de MRA veel gespeculeerd wordt met woningen; speculatie leidt tot minder kansen voor starters en middeninkomens op een eigen woning, verzoek om met andere gemeenten binnen de MRA in gesprek te gaan over de invoering van een anti-speculatiebeding voor nieuwbouwwoningen en indien gewenst de mogelijkheden voor de invoering van een anti-speculatiebeding gezamenlijk te verkennen.

Deze wens sluit direct aan op wat in punt 6 van de reactie van de gemeente Amsterdam staat. We zetten in lijn met de Woondeal als rijk en regio gezamenlijk in op maatregelen om woningen betaalbaar te maken én te houden, voor alle doelgroepen. Via het MRA programma bouwen en wonen wordt kennis en ervaring uitgewisseld en samengewerkt op gebied van maatregelen die bijdragen aan de betaalbaarheid van het wonen.

14 overwegende dat er in de MRA veel wordt gespeculeerd op vastgoed; speculatie leidt tot verminderde kansen voor starters en middeninkomens op de woningmarkt. Verzoek om met gemeenten in de MRA in gesprek te gaan over een zelfwoonplicht voor nieuwbouw; met gemeenten in de MRA te lobbyen bij het Rijk voor een zelfwoonplicht voor nieuwbouw.

Er bestaat al de mogelijkheid voor een zelfbewoningplicht voor nieuwbouw. Een aantal gemeenten hebben dit ook al ingevoerd, voor betaalbare nieuwbouw (grenzen verschillen) of specifiek project. Nieuw is de zelfbewoningsplicht – opkoopbescherming- in (een specifiek deel van) de bestaande voorraad die per 1 januari 2022 mogelijk wordt gemaakt door het ministerie van BZK. Gemeenten zijn nu bezig met de voorbereiding. We zijn van plan komende tijd te inventariseren of gemeenten in de MRA bezig zijn of interesse hebben in opkoopbescherming, en of we hierin samen kunnen optrekken.

1 verzoek om mee betrokkenheid van de gemeenteraden in de stap van versie 2 naar versie 3

We onderschrijven het grote belang om de raden en Staten aangehaakt te houden om zo draagvlak, commitment en democratische legitimatie te borgen. Mede naar aanleiding van de reactie van de deelregio Amstel Meerlanden zal daarom een extra processtap worden ingebouwd voor bespreking van versie 3 in de raden en Staten, voordat tot besluitvorming tussen Rijk en regio zal worden overgegaan. Deze stap is voorzien in de periode november 2021-januari 2022, de exacte planning voor het vaststellen van het verstedelijkingsconcept door raden en Staten wordt voorgelegd aan de Stuurgroep. Daarbij merken we op dat de Verstedelijkingsstrategie en het daarbij behorende Verstedelijkingsconcept voor de MRA van begin af aan mét de Rijksoverheid wordt opgesteld. De grondgedachte bij de start van de opdracht is om niet over maar met elkaar te praten over mogelijke gezamenlijke inspanningen van Rijk en regio om de MRA-ontwikkelingen te ondersteunen. Dat betekent dat alle versies, dus ook deze Versie 3, samen met het Rijk worden opgesteld.

Nogmaals dank dat de raden en staten in de MRA de kans krijgen om wensen en opvattingen in te dienen op Verstedelijkingsconcept 2 van de MRA Verstedelijkingsstrategie. Hiermee kunnen de raden hun mening geven op versie 2, maar in het proces is nog geen stap opgenomen dat Raden ook betrokken worden bij versie 3 vóórdat deze met het Rijk besproken wordt. Wij zijn uiteraard benieuwd wat er met de ingediende opmerkingen gebeurt en of dat al dan niet tot wijzigingen leidt in de derde versie. De aangekondigde Reactienota helpt daarbij, maar deze dient ter informatie terwijl mogelijk juist discussie of reflectie/toelichting nodig is. Vaststelling van de derde versie ná het BO MIRT zonder tussentijds betrekken van de Raad, zoals nu voorgesteld is, kan dan ook niet op onze goedkeuring rekenen. Graag dus procesmatig een extra stap inbouwen. 2 versie 2 is nog niet compleet, er is ook nog geen investeringsstrategie: hoe worden gemeenteraden hierbij betrokken? In aansluiting op het vorige punt merken wij op dat wij nu reageren op een Verstedelijkingsconcept dat nog niet compleet is. In het tweede concept mist bijvoorbeeld de uitwerking van de sociale component. Er zijn hier weliswaar een aantal

Aan het begin van het proces is met raden en Staten afgesproken dat zij tijdens het maakproces op tussenproducten kunnen reageren. Dat betekent dat er een onvoltooid product wordt voorgelegd met de idee dat via wensen en opvattingen invloed kan worden uitgeoefend op het definitieve product. In de nu voorliggende Versie 3, zijn naast de wensen en opvattingen ook de laatste onderzoeksresultaten meegenomen op de door AmstellandMeerlanden genoemde onderwerpen sociaal en economie alsmede energie. Zoals aangegeven bij de reactie van Amstelland Meerlanden onder 1 wordt deze versie in een extra processtap aan de raden en Staten voorgelegd.

38

keuzevraagstukken genoemd, maar nog niet bekend is tot welke (concrete) afspraken dit gaat leiden. Ook voor het onderwerp economie volgt een inhoudelijk uitwerking, zoals in versie 2 is aangekondigd “De MRA is dit jaar gestart met het opstellen van economische profielen”. De uitwerking betreft een kwalitatief economische bouwsteen in aanvulling op de (reeds ingebrachte) kwantitatief economische bouwsteen. Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande informatie zoals (economische) onderzoeken en gemeentelijke visies. Ander aandachtspunt betreft het maken van afspraken. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over afspraken over verdeling van ruimte voor wonen en werken. Deze afspraken kunnen op MRAschaalniveau niet gemaakt worden, dat is aan de gemeenteraden. De MRA stelt immers niks vast, die bevoegdheid is aan de raden en staten. Daarnaast ontbreekt de Investeringsstrategie nog volledig. Dit document zouden wij ook graag nog beoordelen alvorens dit met het Rijk besproken wordt. 3 Uitwerking keuzevraagstuk Leefkwaliteit Schiphol

De hier onder de punten 3, 4, 5 en 6 weergegeven wensen en opvattingen van de deelregio Amstel-Meerlanden hebben betrekking op de samenhang van complexe vraagstukken als Wij zijn blij te vernemen dat het keuzevraagstuk Leefkwaliteit leefkwaliteit, woningbouw, mobiliteit en economie. In de Verstedelijkingsstrategie worden Schiphol als één van de belangrijke keuzevraagstukken wordt deze vraagstukken in hun onderlinge verwevenheid bezien. Rijk en regio staan de integrale genoemd in de MRA Verstedelijkingsstrategie. Schiphol levert de benadering van het vraagstuk verhogen leefkwaliteit en een duurzame en robuuste gemeenten in de AM-regio lusten, maar ook lasten. Wij hebben ontwikkeling van Schiphol voor. Dit vergt een nadere uitwerking die we als Rijk en regio de afgelopen jaren gemerkt dat het luchtvaartbelang regelmatig gezamenlijke willen oppakken. Daartoe wordt een afspraak aan de Verstedelijkingsstrategie voor het bredere integrale ruimte-, milieu- en gekoppeld die zal worden opgenomen in het Verstedelijkingsakkoord MRA. De wensen van de gezondheidsbelang wordt gesteld. We zien de MRA deelregio Amstelland Meerlanden kunnen hierbij ingebracht worden.

Daarnaast kan de Verstedelijkingsstrategie als een goed podium om de wonendeelregio haar opstelling kenbaar maken bij de Bestuurlijke Regie Schiphol, het vliegen discussie integraal en vanuit wederkerigheid te voeren, samenwerkingsverband van gemeenten en provincies in de Schipholregio. inclusief de afwegingen ten aanzien van leefkwaliteit. De teksten in het tweede concept bieden hier al eerste aanzetten toe, maar wij zien de balans toch regelmatig uitslaan richting de luchtvaart en een groei van Schiphol. Dat is voor ons geen gegeven. Wij gaan uit van een integrale aanpak leidend tot vergroting van de leefkwaliteit in de AM-regio (vermindering overlast, meer ruimte voor ruimtelijke ontwikkelingen, kansen voor opruimen verrommeld glas en vergroening) én een duurzame en robuuste ontwikkeling van Schiphol. De Corona crisis en de (harde) gevolgen voor de luchtvaart geeft hiervoor ook kansen. Inwoners moeten weer centraal staan.

4 De grote opgaven in onze regio op het gebied van woningbouw, Zie de reactie op punt 3 hiervoor. economie, mobiliteit, energietransitie en groen vragen om een brede belangenafweging en een zorgvuldige toedeling van functies aan de schaarse ruimte. Drie cruciale en soms conflicterende factoren spelen in dit keuzevraagstuk een rol: (1) de nodige verbetering van de leefkwaliteit voor onze inwoners, o.a. op het gebied van geluidhinder, luchtkwaliteit en gezondheid, (2) de grote bouwopgave in de regio en (3) de ontwikkeling van Schiphol. De luchthaven is van waarde voor de regio, net zoals woningbouw van waarde is voor het versterken

39

van het vestigingsklimaat en als bijdrage aan de bouwopgave. De luchtvaart is in beweging, net zoals ontwikkelingen op de grond. Uitgangspunt voor de regio is het principe van wederkerigheid tussen ‘de lucht’ en ‘de grond’: Schiphol houdt rekening met ruimtelijke ontwikkelingen op de grond en vice versa. Bovendien staat vanuit de regio leefkwaliteit centraal. Bewoners van onze regio moeten daar van op aan kunnen, rechtszekerheid op dit punt is noodzakelijk. Uiteraard verliezen wij ook het economische en luchtvaartbelang niet uit het oog. De belangen van de luchtvaart, de ruimtelijk-economische ontwikkeling en de leefkwaliteit moeten met elkaar in evenwicht zijn. Dat vergt een integrale afweging. Ook de Commissie m.e.r. heeft recentelijk in haar adviezen met betrekking tot de LVB en Luchtruimherziening weer het belang van een integrale afweging en transparante keuzes tussen verschillende belangen benadrukt. 5 Deze afwegingen moeten voor de korte en middellange termijn (tot 2030 en daarna) worden uitgewerkt. Vragen die daarbij spelen zijn onder andere:

Zie de reactie op punt 3 hiervoor.

hoe kan de luchtvaart de ruimte geven aan de leefkwaliteit in de regio? Alleen innovatie en vlootvernieuwing geven onvoldoende perspectief op de noodzakelijke verbetering van de leefkwaliteit, daar is meer voor nodig. welke basisleefkwaliteit hanteert de rijksoverheid als norm (normstelling), voldoet de leefsituatie van omwonenden hier ook inderdaad aan (monitoring), waarop kunnen de betreffende omwonenden aanspraak maken indien hun leefsituatie hier niet aan voldoet (wat) en waar kunnen zij zich daarvoor melden (hoe)? Conform het advies van Van Geel. of en zo ja hoe stedelijke ontwikkelingen met maatwerk en een brede belangenafweging vorm kunnen krijgen ondanks de beperkingen die de luchtvaart in beginsel met zich meebrengt? hoe wij in een gezamenlijke rijk-regio inspanning de leefkwaliteit versterken door vergroening? In gebieden waar geen woningen gebouwd kunnen worden wegens veiligheid of te veel hinder vanuit de lucht(haven), zou versterking van groen, recreatie en natuur bij kunnen dragen aan de leefkwaliteit in de regio. Hier ligt wel een gezamenlijke verantwoordelijkheid van partijen.

hoe geven we, met ook hier wederkerigheid als vertrekpunt, vorm aan nieuwe rekenregels voor cumulatie van vliegtuiggeluid in combinatie met een gewijzigde omvang van het werkingsgebied voor die cumulatie? Het zondermeer verzwaren van de bijdrage van luchtvaart in het gecumuleerde geluidniveau (zoals werd voorgesteld in de Aanvullingsregeling

40

geluid) zet de woningbouwopgave in de regio gevaarlijk onder druk. Naast verhoogde procesrisico’s gaat het om vertraging en zelfs uitval van (delen van) belangrijke locaties. 6 Alleen het keuzevraagstuk Leefkwaliteit Schiphol noemen in de Verstedelijkingsstrategie leidt nog niet tot actie. Dit keuzevraagstuk moet leiden tot een concrete Rijk-regio afspraak in het BO MIRT van november 2021. Het MIRT zien wij als de plek waar op een integraal vlak rijk-regio belangen samenkomen en vanuit AM stellen wij dan ook het volgende besluit voor:

Zoals aangeven in de reactie bij punt 3 zal de integrale aanpak van het vraagstuk verhogen leefkwaliteit en een duurzame en robuuste ontwikkeling van Schiphol door Rijk en regio gezamenlijk worden uitgewerkt. Bezien zal worden welke systematiek het meest passend is voor deze gezamenlijke uitwerking. Centraal staat in ieder geval de gezamenlijke integrale afweging.

Rijk en regio spreken af voor het keuzevraagstuk Leefkwaliteit Schiphol een MIRT Onderzoek te starten met als doel de vraagstukken rond dit keuzevraagstuk integraal op te pakken. Dit MIRT Onderzoek start eind 2021 en de resultaten worden besproken in het BO MIRT van het najaar 2022. Vanuit het ministerie van IenW is in 2020 al een visie neergelegd in de Luchtvaartnota waarbij een bijbehorende Uitvoeringsagenda is opgesteld. Deze stukken en de rijk-regio overleggen, bijvoorbeeld met de BRS, worden bij het MIRT traject betrokken. Het MIRT traject kan het vraagstuk echter breder trekken in een integraal ruimtelijk onderzoek, zodat een brede en transparante belangenafweging tot zijn recht komt. 7 Onderzoek naar afwaarderen A10 Om de autobereikbaarheid in de MRA te behouden, is het van belang dat de draaischijf (de ring A10) draaiende blijft. Daar zijn wij het over eens. Eén van de opties is om het doorgaand verkeer meer via de A5 en de A9 te leiden als “tweede ring” om Amsterdam heen. Hier wordt komende maanden binnen het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB) onderzoek naar verricht. Het is van belang dat dit in het Verstedelijkingsconcept ook als onderzoek wordt genoemd en er niet vooruit wordt gelopen op nog te nemen besluiten. In het kaartmateriaal zien wij bijvoorbeeld al de tweede ring ingetekend en de huidige Ring A10 wat vager, nauwelijks zichtbaar gemaakt.

Dit klopt niet en dient (voorlopig) aangepast te worden. Voor de AM-gemeenten is het van belang om uit te zoeken of het extra verkeer op de A5 en de A9 past, zowel qua doorstroming als qua leefkwaliteit / milieueffecten. Daarnaast willen wij in het onderzoek ook graag de effecten op de belangrijkste provinciale wegen (in ieder geval de N201 en N522) en op het onderliggend wegennet in de Zuidoostlob (Diemen/Ouder Amstel/ Amsterdam Zuidoost) meegenomen hebben. Pas na afronding van en akkoord op het SBaBonderzoek kan het definitieve verhaal in het Verstedelijkingsconcept opgenomen worden, en niet eerder. 6a

Mede naar aanleiding van deze inbreng van Amstelland Meerlanden is de aanduiding van een tweede ring in Versie 3 van de kaart verwijderd. Het onderzoek naar het toekomstig functioneren van de ring A10, een eventueel functioneren van een tweede ring en de effecten op het onderliggend wegennet worden in het genoemde onderzoek binnen het programma Samen Bouwen aan bereikbaarheid (SBAB) uitgevoerd. Volstaan wordt met een beschrijving in de tekst van het onderzoek.

1

41

De leefkwaliteit van onze gemeente wordt voor een groot deel bepaald door de nadrukkelijke aanwezigheid van de luchthaven Schiphol. Zowel qua overlast (geluid en lucht/fijnstof) als qua ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden ervaren wij de negatieve consequenties voor de enorme beperkingen in de leefkwaliteit in onze gemeente en in de regio. Om de ervaren overlast van Schiphol voor onze gemeente op te lossen, zien voorlopig wij maar één echte oplossing: krimp in het aantal vluchten. In de toekomst zouden technologische ontwikkelingen mogelijk kunnen helpen, maar dat helpt voor nu nog niet. Gesprekken met het Rijk over Schiphol zijn de afgelopen jaren vooral gevoerd vanuit het luchtvaartbelang en dit belang gaat duidelijk voor alle andere belangen. Wij verwachten dat vanuit het Schiphol-keuzevraagstuk in de Verstedelijkingsstrategie er een evenwichtig integraal Rijk-regio traject gaat lopen vanuit wederkerigheid. Een MIRT-onderzoek vinden wij daarvoor het meest geschikte traject.

Gemeente Aalsmeer

Rijk en regio staan de integrale benadering van het vraagstuk verhogen leefkwaliteit en een duurzame en robuuste ontwikkeling van Schiphol voor. Dit vergt een nadere uitwerking die we als Rijk en regio gezamenlijke willen oppakken. Daartoe wordt een afspraak aan de Verstedelijkingsstrategie gekoppeld die zal worden opgenomen in het Verstedelijkingsakkoord MRA. Bezien zal worden welke systematiek het meest passend is voor deze gezamenlijke uitwerking. Centraal staat in ieder geval de gezamenlijke integrale afweging.

2 Voor de regionale bereikbaarheid van Aalsmeer en ook voor bereikbaarheid van de Greenport Aalsmeer is doorstroming van de N201 van groot belang. Eventueel extra verkeer mag ook niet ten koste gaan van de leefbaarheid in de nabijheid van deze weg. In het onderzoek over afwaardering van de A10 dient dan ook gekeken te worden naar de gevolgen voor de N201 zijn wanneer er meer verkeer over de A5 en de A9 wordt geleid. Wanneer deze wegen vast staan, zal het verkeer automatisch een ring verder kijken en dan komt de N201 in beeld. Vooruitlopend op resultaten van het onderzoek moet derhalve niet de indruk gewekt worden dat er al sprake is van een tweede ring en het verplaatsen van verkeer naar de A9 en de A5. Daarnaast is bereikbaarheid per openbaar vervoer en (elektrische) fiets voor gemeenten aan de randen van de MRA van groot belang. Juist door hier op in te zetten wordt er een volwaardig alternatief voor de auto geboden. Voor Aalsmeer en Kudelstaart gaat het niet alleen om directe verbinding met hoogwaardig openbaar vervoer, maar ook om mobiliteitshubs (zoals de hub die nu onderzocht wordt bij bedrijventerrein Amstelveen Zuid) om over te kunnen stappen op het openbaar vervoer. Zoek ook aansluiting bij de noordkant van ZuidHolland: de MRA houdt wel op na Aalsmeer, maar de verbindingen lopen door.

Mede naar aanleiding van deze inbreng van de gemeente Aalsmeer is de aanduiding van een tweede ring in Versie 3 van de kaart verwijderd. Het onderzoek naar het toekomstig functioneren van de ring A10, een eventueel functioneren van een tweede ring en de effecten op het onderliggend wegennet worden in het genoemde onderzoek binnen het programma Samen Bouwen aan bereikbaarheid (SBAB) uitgevoerd. Volstaan wordt met een beschrijving in de tekst van het onderzoek. Verbetering van de regionale fietsstructuur is inderdaad van belang en loopt in via de regionale programma's van de vervoerregio in samenspraak met de provincie. Hierbij wordt in lijn met de inbreng van Aalsmeer ook contact gelegd met de provincie Zuid-Holland.

3 Aanvullend hebben wij een tweetal aandachtspunten bij de ontwikkeling van de Westeinderscheg. In dit gebied komen tal van ruimtelijke opgaven samen. En er liggen unieke kansen voor meer natuur, ecologische en recreatieve verbindingen en versterking van cultureel erfgoed zoals de Stelling van Amsterdam, de Ringvaart en de Amstel. Voor Aalsmeer zijn de volgende onderwerpen van belang: transformatie van tuinbouw naar een groen/recreatief landschap, de vergroting van de recreatieve bereikbaarheid van de Westeinderplassen en de Bovenlanden, de groen/recreatieve verbindingen naar en tussen

In het Verstedelijkingsconcept is in Versie 3 een direct verband gelegd tussen de elementen zoals in deze inbreng van de gemeente Aalsmeer wordt voorgesteld. Dat sluit ook goed aan op de tekst en beelden in het verstedelijkingsconcept en we waarderen de ondersteuning voor de achterliggende visie. Voor een vervolgactie naar concrete afspraken over de koppeling van de bossenstrategie en invulling van de Westeinderscheg, wordt een afspraak opgenomen in het bijbehorende Verstedelijkingsakkoord.

42

de deelgebieden van de Westeinderscheg, de Drechtdoorsteek, de vergroting van de leefbaarheid en beleving van Aalsmeer via de thema's water, bloemen, fietsen en wandelen op basis van het plan Villagedressing Aalsmeer, de versterking van de promotie van het gebied. Eerste aandachtspunt betreft de bossenstrategie van het Ministerie van LNV. In de Verstedelijkingsstrategie wordt namelijk regelmatig gesproken over deze bossenstrategie als een kansrijk traject om de Westeinderscheg door het aanplanten van bossen meer groen en leefbaar te maken. Hier zijn echter nog geen concrete afspraken over gemaakt en wij zien dat wel graag gebeuren. Tweede aandachtspunt is dat wij een directe link zien tussen het keuzevraagstuk leefkwaliteit Schiphol en de Westeinderscheg om daadwerkelijk stappen te zetten in het transformeren van 850 hectare verouderde glastuinbouw. Dit zorgt voor een vergroting van de leefkwaliteit van Aalsmeer en geeft een boost aan de ontwikkeling van de Westeinderscheg. Die versterking van de leefkwaliteit zit in de Zuidflank van de MRA in wonen en recreatie. Ontwikkelingen in dit gebied zouden hierop moeten aansluiten.

8

Provincie NoordHolland

4 Opmerkingen over gevolgen uitgangspunt polycentrische en inclusieve metropool. De Verstedelijkingsstrategie gaat uit van deze gedachte; een MRA waar Amsterdam weliswaar de centrumstad is, de losse kernen zelfstandig functioneren, maar waar ook een meerwaarde ontstaat doordat de kernen onderdeel uitmaken van een stedelijk netwerk. Daarnaast gaat de Verstedelijkingsstrategie uit van een metropool waarin de welvaart gelijkmatig verdeeld is over de deelregio's, een ongedeelde inclusieve metropool. De vraag is of dit een (volledig) haalbare kaart is; theoretisch is het een mooi uitgangspunt maar is het reëel? Wij zijn van mening dat het goed is om zaken af te stemmen binnen de MRA, maar vinden dat de Verstedelijkingsstrategie er niet toe mag leiden dat kansrijke en gewenste (ruimtelijke) ontwikkelingen in Aalsmeer en omgeving niet door kunnen gaan als gevolg van de uitwerking van dit uitgangspunt. Ongedeeldheid moet niet hét belangrijkste criterium worden.

Zoals terecht door de gemeente Aalsmeer opgemerkt is het uitgangspunt voor het Verstedelijkingsconcept een polycentrische ontwikkeling van de MRA. Daarbij is de strategie om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de kernkwaliteiten van de verschillende deelregio's binnen de MRA, zoals die van Aalsmeer. Het doel daarbij is een evenwichtige ontwikkeling van de MRA waarbij zoveel mogelijk kansen en gewenste (ruimtelijke) ontwikkelingen worden benut om in alle delen van de MRA voldoende welvaartsniveau te ontwikkelen en behouden.

5 Een belangrijke notie is dat de deelregio Amstelland-Meerlanden een belangrijke economische regio in de MRA is met een relatief groot aandeel in de (internationale) economie van de MRA. Economische versterking van de verschillende deelregio's buiten de kernstad Amsterdam is daarom van groot belang. Dit mag in de Verstedelijkingsstrategie nadrukkelijk worden benoemd.

Alle deelregio's in de MRA leveren een specifieke bijdrage aan de sterke economie van de MRA als geheel met een nationaal belang. Mede naar aanleiding van deze suggestie van de gemeente Aalsmeer zijn in Versie 3 voor elke deelregio teksten toegevoegd in het onderdeel integraal te ontwikkelen gebieden. Zo worden de bijdragen van de deelregio’s nadrukkelijker weergegeven. Daarbij is gebruik gemaakt van de in het kader van Plabeka opgestelde economische profielen en daarbij behorende strategische lijnen.

1 Wij herkennen in het Verstedelijkingsconcept veel van wat wij eerder in de provinciale Omgevingsvisie hebben gezegd. Het concept is op hoofdlijnen in lijn met het provinciaal beleid, waar wij dan ook blij mee zijn. Het gaat daarbij dan onder meer om de uitgangspunten van binnenstedelijke verdichting, van knooppuntontwikkeling, het doorontwikkelen van het

De constatering dat de lijn in het Verstedelijkingsconcept MRA goed aansluit op uw inzet, sterkt ons in de opzet van het Verstedelijkingsconcept MRA. Van deze constatering is met waardering kennis genomen.

43

metropolitane landschap, de aanpassing van het mobiliteitssysteem, het watersysteem en van het energiesysteem en de ecologische versterking. Het is goed te lezen dat deze uitgangspunten mede in het licht staan van het behouden en versterken van de leefkwaliteit. 2 Maar wij zien ook dat bepaalde onderdelen nog onvoldoende zijn uitgewerkt of tegen elkaar zijn afgewogen. Over de wijze waarop het concept realiteit zou moeten worden en onder welke condities, moet nog wel het nodige worden uitgewerkt en afgesproken. Wij voelen als provincie een verantwoordelijkheid om bestaande kaders en liggende afspraken, of die nu het schaalniveau van de hele MRA betreffen, of het schaalniveau van (delen van) de MRA overstijgen, bij de Verstedelijkingsstrategie te betrekken. Twee belangrijkere nationale economische clusters, Schiphol en het Noordzeekanaalgebied, zijn verbonden aan de metropoolregio en liggen in onze provincie. Die zijn continu onderwerp van maatschappelijke discussie. Uit oogpunt van zorgvuldigheid en duurzaamheid vinden wij het een voorwaarde dat bestaande afspraken en kaders goed bij de afwegingen worden betrokken.

De constatering van de provincie dat onderdelen nog verder uitgewerkt moeten worden is juist. Bestaande afspraken en kaders zijn daarvoor leidend. De opgaven rondom Schiphol en het Noordzeekanaalgebied worden bovendien verder uitgewerkt in verbinding met de reeds bestaande samenwerkingen op deze gebieden.

3 Wij hebben vorig jaar het programma Gezonde Leefomgeving vastgesteld. Een gezonde leefomgeving is een woonwerkomgeving die als prettig wordt ervaren, waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico’s, waar de druk op de gezondheid minimaal is én die uitnodigt tot gezond gedrag. Alle aspecten voorde gezonde leefomgeving zien we in meer of mindere mate wel terug in het Verstedelijkingsconcept. In het verstedelijkingsconcept wordt hierbij de term leefkwaliteit gehanteerd. We stellen voor om dit begrip in het verstedelijkingsconcept te wijzigen in gezonde leefomgeving, zodat het aansluit bij de Omgevingswet.

Naar aanleiding van deze suggestie van de provincie is in Versie 3 van het Verstedelijkingsconcept op de plaatsen waar de term ‘leefkwaliteit’ gewijzigd in ‘gezonde leefomgeving’ als daarop wordt gedoeld. Het begrip leefkwaliteit in Versie 3 betekent nu 'aantrekkelijke leefomgeving'. Ten aanzien van stedelijke ontwikkeling en normen voor een gezonde leefomgeving is in het traject van de MRA Verstedelijkingsstrategie samenwerking gestart met het RIVM. Het RIVM heeft de huidige stand van zaken m.b.t. leefomgeving en gezondheid in de MRA in beeld gebracht, en een inschatting gemaakt waar in de MRA opdrachten, kansen en risico’s liggen om een gezonde leefomgeving te creëren of juist alert te zijn om deze onder verstedelijkingsdruk te behouden. Op basis van deze RIVM-verkenning worden verdere handelingsperspectieven voor het werken aan een gezondere leefomgeving uitgewerkt. Dit is onderdeel van de uitvoering van de Verstedelijkingsstrategie.

In de lijst met keuzevraagstukken roept u de vraag op hoever we willen gaan in het benutten van de maximale wettelijke mogelijkheden voor hogere grenswaarden voor leefkwaliteit. In onze Omgevingsvisie NH2O5O hebben wij uitgesproken te streven naar het behalen van de WHO-normen in 2050, voor de hele provincie. Wij hebben in januari 2020 het Schone lucht Akkoord (SLA) ondertekend net als andere partijen binnen de MRA. Daarbij streven we actief naar het behalen van WHOadvieswaarden voor luchtkwaliteit per 2030 voor de stoffen fijnstof (PM10 en PM2.5) en stikstofdioxide. We beseffen dat dit consequenties heeft voor de mogelijkheden voor woningbouw en willen dan ook inzetten op het vinden van innovatieve oplossingen hiervoor. Voor de korte termijn achten wij een nadere uitwerking nodig naar hoe de stedelijke ontwikkeling in relatie tot gezonde leefomgeving en de normen vorm kan krijgen.

44

4 Schiphol Airport is een essentieel onderdeel van de NoordHollandse economie. Het vormt een belangrijke spil in de internationale connectiviteit van ons land. Maar dit heeft ook een keerzijde, de impact op de leefomgeving is groot. Doel is te komen tot een gezond woon-, werk- en leefklimaat in de Schipholregio. De grote opgaven in onze regio op het gebied van woningbouw, economie, mobiliteit, energietransitie, klimaat, natuur en biodiversiteit vragen om een integrale belangenafweging. Luchtvaart is slechts één van die belangen en staat dus niet op zichzelf (zie ook adviescommissie MER over samenhang lucht en land). De uitdaging is de balans te vinden tussen de verschillende, soms met elkaar schurende opgaven en ambities.

In Versie 3 heeft de integrale opgave rondom Schiphol een centralere plek gekregen. Rijk en regio staan de integrale benadering van het vraagstuk verhogen leefkwaliteit en een duurzame en robuuste ontwikkeling van Schiphol voor. Dit vergt een nadere uitwerking die we als Rijk en regio gezamenlijke willen oppakken. Daartoe wordt een afspraak aan de Verstedelijkingsstrategie gekoppeld die zal worden opgenomen in het Verstedelijkingsakkoord MRA.

Hoewel de problematiek rond luchtvaart prominent aanwezig is in de Zuidflank, speelt het principiële vraagstuk over de integratie van luchtvaart in het stelsel van het omgevingsrecht in de hele MRA en zelfs daarbuiten. Wij pakken dit daarom op vanuit de Bestuurlijke Regie Schiphol om hier richting Rijk gezamenlijk onze koers in te bepalen. Wij willen dan ook voor dit keuzevraagstuk een andere, meer centrale plek in het Verstedelijkingsconcept. 5 Daarbij moeten ook de consequenties van de uitbreiding van We zijn het eens met de provincie en onderkennen dat hier sprake is van een complexe het werkingsgebied voor cumulatie van vliegtuiggeluid in problematiek. De discussie hierover wordt niet via de Verstedelijkingsstrategie MRA maar via combinatie met nieuwe rekenregels worden betrokken. De het proces van de Luchtvaartnota gevoerd. verzwaring van de bijdrage van luchtvaart in het gecumuleerde geluidniveau geeft problemen bij het realiseren van de woningbouwopgave in de hele MRA. Naast verhoogde procesrisico’s gaat het om vertraging en zelfs uitval van (delen van) belangrijke locaties. Om zinvol te kunnen cumuleren moeten eerst principiële vraagstukken rond de regulering van vliegtuiggeluid worden opgelost.

Onze oproep aan het Rijk is om hiermee voortvarend aan de slag te gaan en in de tussentijd te voorkomen dat er via de Aanvullingsregeling geluid Omgevingswet nieuwe belemmeringen voor de gezamenlijke woningbouwopgave in de MRA worden opgeworpen. In afwachting van de uitwerking van een deugdelijk stelsel voor de regulering van luchtvaartgeluid is de beproefde systematiek van het “rekenschap geven”, zoals we dat conform de wonenvliegen-afspraken in LIB 5 doen, een werkbaar alternatief om vliegtuiglawaai op een zorgvuldige manier mee te wegen bij ruimtelijke ontwikkelingen. 6 De provincie werkt al lang samen met gemeenten, Rijk en havenbeheerders in het Bestuursplatform NZKG. In 2013 hebben alle betrokken partners de Visie NZKG 2040 vastgesteld. De provincie heeft ze vervolgens in haar Omgevingsvisie NH2050(2018) overgenomen. Voor ons zijn ze dan ook de basis voor regionale afspraken als het gaat om het NZKG.

Wat het NZKG betreft zijn in het Verstedelijkingsconcept in versie 3 alleen die onderdelen opgenomen die als onmisbaar element zijn geïdentificeerd. Elementen waar geen overeenstemming over is of die nader onderzoek vergen, zijn als zodanig aangegeven en zullen in het gezamenlijk proces in het NOVI-gebied NZKG verder worden onderzocht en besproken. Een procesafspraak daarover zal onderdeel uitmaken van het bij het aan de Verstedelijkingsstrategie verbonden Verstedelijkingsakkoord. Wat de Houtrakpolder betreft, houdt de Verstedelijkingsstrategie vast aan eerdere afspraken uit de visie NZKG 2040. Dit Wij staan nog steeds achter beide visies en de samen gemaakte betekent dat eerst intensiever gebruik moet worden gemaakt van het huidige haventerrein.

45

afspraken. Dat betekent dat we ook nog steeds achter de Eventuele discussie over anders inzetten van gronden verloopt via het Bestuursplatform ambitie staan om bepaalde gebieden te transformeren, mede conform diezelfde afspraken uit de Visie NZKG 2040. gelet op de grote behoefte aan woningen inde regio. We wijzen onder andere op Havenstad, Achtersluispolder en Hembrugterrein. In lijn met de afspraken hebben wij als provincie dan ook meegewerkt aan de dezonering van Sloterdijk I, waarmee daar de ontwikkeling naar een gemengd woonwerkgebied is mogelijk gemaakt. Natuurlijk zijn wij ons ervan bewust dat de wereld sinds 2013 en 2018 niet heeft stilgestaan. Er zijn nieuwe ontwikkelingen met daarbij behorende ruimteclaims waarmee destijds geen of onvoldoende rekening is gehouden. Ook dienen bepaalde ontwikkelingen zich sneller aan dan verwacht. Die ontwikkelingen worden in het Verstedelijkingsconceptgoed beschreven. …Al deze opgaven komen samen in het Noordzeekanaalgebied, wat spanning oplevert voor de manier waarop daaraan aan tegemoet kan worden gekomen. Duidelijk is dat niet alles kan, of dat niet alles tegelijk kan en dat dus een zorgvuldige afweging is vereist. Wat ons betreft bieden de afspraken in het kader van Visie NZKG 2040 nog steeds het kader voor het maken van die afwegingen. Wij onderstrepen de afspraken over de te benutten locaties voor wonen, werken en recreatie.

Echter, wel binnen de daarbij gestelde randvoorwaarden in de Visie NZKG 2040; daar hechten wij sterk aan. Het tempo waarin de gebieden kunnen ontwikkelen of transformatie kan plaatsvinden is afhankelijk van de invulling van die randvoorwaarden. Voor de volledigheid voegen we het rompbesluit uit 2013 als bijlage bij deze brief. 7 De energietransitie vraagt van ons om rekening te houden met alles wat met de aanlanding van de windenergie op land te maken heeft. De omvang van de benodigde ruimte is nog uiterst onzeker. De lopende strategieën en onderzoeken die in dat kader worden uitgevoerd, zoals Regionale Energie Strategie (RES)en Cluster Energie Strategieën (CES), geven ons op afzienbare termijn wel meer inzicht daarin. Voor de aanlanding van wind op zee, alsmede de productie en distributie van waterstof kijken wij verder dan alleen de MRA en het NZKG. Wij dringen aan op een integrale en gezamenlijke ontwikkeling met de gemeenten en bedrijven in de Noordkop en de Port of Den Helder (PoDH). De Noordkop en de haven van Den Helder zijn ideaal gesitueerd voor de aanlanding van wind op zee en de productie van waterstof. Deze samenwerking verlicht niet alleen de druk op de schaarse ruimte in de MRA, het biedt ook een stevige en duurzame economische en werkgelegenheidsimpuls voor deze regio.

In plaats van een ‘ieder voor zich’ benadering zien wij graag een nauwe samenwerking tussen de MRA en de Noordkop/PoDH bij de

Zoals in reactie op de onder punt 6 weergegeven inbreng van de provincie is aangegeven, zijn wat het NZKG betreft in het Verstedelijkingsconcept in versie 3 alleen die onderdelen opgenomen die als onmisbaar element zijn geïdentificeerd. Elementen waar geen overeenstemming over is of die nader onderzoek vergen, zijn als zodanig aangegeven en zullen in het gezamenlijk proces in het NOVI-gebied NZKG verder worden onderzocht en besproken. Een procesafspraak daarover zal onderdeel uitmaken van het bij het aan de Verstedelijkingsstrategie verbonden Verstedelijkingsakkoord. De suggestie van de provincie met betrekking tot de afstemming met de Noordkop en Port of Den Helder betreft, deze kunnen worden meegenomen in de afstemming die plaatsvindt via het Bestuursplatform NZKG en het landelijke programma Hoofdinfrastructuur Energie.

46

verdere uitwerking van de strategie op dit gebied. Heronderzoek naar de benodigde ruimte voor de energietransitie ondersteunen we. We nemen echter niet eerder een standpunt over de ruimte die moet worden gereserveerd in, dan nadat de uitkomsten bekend zijn. 8 Ook de transitie naar circulaire economie gaat met onzekerheden in het ruimtebeslag gepaard. Het is onduidelijk of die geheel binnen de contouren van het bestaande haven- en bedrijventerreincluster kan plaatsvinden; zowel de fysiekruimtelijke contour als de bestaande milieucontouren. De ruimte die nodig is voor circulaire economie moet ons inziens gevonden worden binnen de grenzen van bestaande haven-, industrieën bedrijventerreinen; daarvoor kunnen geen nieuwe gebieden binnen het Noordzeekanaalgebied worden aangewezen. We zijn dan ook niet bereid de Wijkermeerpolder aan te merken als (te reserveren) bedrijventerrein, ook niet voor uit te plaatsen niethaven-gebonden bedrijven. We zijn er voorstander van dergelijke bedrijven te verwijzen naar bestaande terreinen in de omgeving, zoals in Purmerend en Alkmaar. Dit biedt in onze ogen tevens een kans om bij te dragen aan de werkgelegenheidsontwikkeling in deze gebieden.

Zoals eerder aangegeven zijn in het Verstedelijkingsconcept voor het NZKG in versie 3 alleen die onderdelen opgenomen die als onmisbaar element zijn geïdentificeerd. Elementen waar geen overeenstemming over is of die nader onderzoek vergen, zijn als zodanig aangegeven en zullen in het gezamenlijk proces in het NOVI-gebied NZKG verder worden onderzocht en besproken. In lijn met de stellingname van de provincie is de Wijkermeerpolder in het Verstedelijkingsconcept dan ook niet opgenomen als mogelijke bedrijventerreinlocatie. Wel is het gedeeltelijk aangegeven als zoekgebied voor tijdelijke piekwaterberging, aangezien een tijdelijke piekwaterberging als onmisbaar element is geïdentificeerd. Een procesafspraak over hoe verder en waarover verder onderzoek en uitwerking nodig is, zal onderdeel uitmaken van het bij het aan de Verstedelijkingsstrategie verbonden Verstedelijkingsakkoord.

Vanwege de grotere woningbouwopgave dan waarmee eerder rekening is gehouden, wordt onderzocht of bepaalde bedrijventerreinen (zoals Coen- en Vlothaven Amsterdam, Achtersluispolder Zaanstad, De Pijp Beverwijk) nu – al dan niet eerder of in een sneller tempo dan gedacht – kunnen worden getransformeerd. Dat brengt met zich mee dat ruimte gevonden moet worden voor bedrijven die op zoek moeten naar een alternatieve locatie. Vooral als we ze willen behouden voorde regio. 9 Ingebed in een natte en groene omgeving heeft het gebied ook te maken met vraagstukken rond bijvoorbeeld klimaatverandering, groenrecreatief landschap en natuur. Er moeten maatregelen worden getroffen om de piekbelasting van water op te vangen. Niet alleen door het peil van het Noordzeekanaal te verhogen, maar ook door ruimte te zoeken voortijdelijke waterbuffering. Wat betreft waterbuffering in het gebied zien wij mogelijkheden voor en zijn wij bereid om een deel van het Oer-IJ als tijdelijke waterbuffer, in combinatie met recreatie en natuurontwikkeling, te reserveren en in te richten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://beemsterraadsinformatie.purmerend.nl/api/v1/meetings/1274/documents/19839