CConstaterende datBeemster
Koppel je AI →
Document · PDF

32b. Nota van Beantwoording wensen en opvattingen verstedelijkingsconcept.pdf

Gemeenteraad 30 november 2021, gemeente BeemsterBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken.44.877 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

8 In de raad van Beverwijk is bij de bespreking van de reactie unaniem een motie aangenomen: "Verzoekt het college om in de begeleidende brief te benadrukken dat voor Beverwijk verbetering van de leefomgeving en van de gezondheid van de inwoners van Beverwijk een absolute vereiste is bij de uitwerking van de opgaven in de verstedelijkingstrategie van de MRA; Dit kracht bij te zetten in de verschillende gremia door uit te dragen dat voor Beverwijk de verbetering van de leefomgeving en de gezondheid van de inwoners van Beverwijk absolute prioriteit heeft "

Het zorgen voor een gezondere leefomgeving is expliciet een van de uitgangspunten van de Verstedelijkingsstrategie. Het is een belangrijke opgave. Met de Verstedelijkingsstrategie agenderen we de opgave op dit vlak in de IJmond en worden afspraken gemaakt die verder worden uitgewerkt in de samenwerking onder het NOVI-gebied Noordzeekanaalgebied en het Bestuursplatform Noordzeekanaalgebied. De Verstedelijkingstrategie vormt zo dan ook een ondersteuning voor de door de gemeenteraad van Beverwijk gewenste verbetering van de leefomgeving en gezondheidsbevordering.

1 De Haarlemse raad vindt de aandacht voor bereikbaarheid in Zuid-Kennemerland in de verstedelijkingsstrategie onderbelicht. De raad wil met deze zienswijze specifiek aandacht vragen voor de mobiliteitstransitie en de ketenmobiliteit. Het gaat om een aantal bovenregionale projecten die opgenomen zijn in het MRA OV Toekomstbeeld, in relatie staan tot de verstedelijking in het westelijk deel van de MRA en een bovenregionale impact hebben op A9, spoor en de OV schaalsprong in het algemeen: • OV knooppunt Nieuw-Zuid, Oostpoort, Haarlem Centrum • De HOV Corridor Amsterdam-Schiphol-Haarlem (lightrail) • Velserverbinding A9-N208 • MRA fietsroutenetwerk voltooien

We zijn blij met de waardering van de Haarlemse gemeenteraad voor de wijze waarop de ontwikkeling van de HOV-knooppunten Nieuw-Zuid, Oostpoort en Haarlem Centrum in de Verstedelijkingsstrategie zijn geagendeerd. Deze ontwikkeling is ook onderdeel van een paralleltraject waar de investeringen in deze en andere knooppunten worden voorbereid. Het kan zijn dat Rijk en regio niet voor alle gewenste ontwikkelingen op korte termijn afspraken kunnen maken. Voor de HOV-corridor Amsterdam-Schiphol-Haarlem wordt momenteel onderzoek gedaan naar de manier waarop de huidige capaciteit van het hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) verder uitgebreid moet worden, rekening houdend met de toekomstige ontwikkelingen in de regio, zoals de woningbouwopgave. De resultaten worden eind 2021 verwacht. De uitkomsten hiervan kunnen leiden tot Rijk-regio samenwerking op deze corridor, maar vooralsnog is hier geen sprake van. De Velserverbinding is eerder onderzocht, waarbij nut en noodzaak onvoldoende zijn aangetoond. De werkzaamheden aan het MRA fietsnetwerk worden komende jaren voortgezet.

De ontwikkeling van de OV-knooppunten wordt in de Verstedelijkingsstrategie goed geagendeerd, ook in het licht van de noodzakelijke mobiliteitstransitie en de ontwikkeling van nieuwe werkfuncties. Dit geldt zeker voor het nieuwe bovenregionale OV-knooppunt HaarlemNieuw-Zuid, maar ook voor stationsgebied Haarlem centrum en Oostpoort.

18

2 • De Haarlemse raad is positief over de rijk-regio samenwerking De constatering dat de lijn in het Verstedelijkingsconcept MRA goed aansluit op uw inzet, in de Verstedelijkingsstrategie sterkt ons in de opzet en uitwerking van het Verstedelijkingsconcept MRA. Van deze • Het concept van de poly-centrische metropool sluit goed aan constatering is met waardering kennis genomen. op de ambities die Haarlem heeft en de positie van Haarlem in de MRA • Het is goed dat de complexiteit van ruimtelijke ontwikkelingen integraal wordt aangepakt 3 Ondanks dat de Koepel en het C-district vermeld worden in de gebiedsbeschrijving vraagt de raad wel meer aandacht voor de uitwerking van de economische functie. De onderbouwing van de spreiding van werkgelegenheid over de regio is nog mager. De economische ambitie van Haarlem is steviger dan nu in het Verstedelijkingsconcept staat verwoord. Redenerend vanuit het idee van de poly-centrische ontwikkeling van de metropool zou het uitgangspunt moeten zijn dat in de deelregio's de groei van het aantal banen minimaal gelijke tred houdt met de toename van het aantal inwoners. Dit ter voorkoming van het verder scheef trekken van de woonwerkbalans en de hieraan gerelateerde benodigde mobiliteitsinvesteringen. Het toevoegen van werkfuncties rondom de eerdergenoemde drie Haarlemse ov-knooppunten is daarbij cruciaal om deze woon-werkbalans te behouden.

Hierbij is de mate van kwaliteit van de openbare ruimte en de hoogstedelijkheid van deze knooppunten essentieel voor het succes ervan.

Mede naar aanleiding van deze inbreng van de gemeente Haarlem zijn in Versie 3 van het verstedelijkingsconcept de economische profielen van de verschillende deelgebieden van de MRA aangescherpt. Deels bij de algemene teksten van het verstedelijkingsconcept, deels bij de gebiedsspecifieke beschrijvingen. Ten aanzien van de ambitie in te zetten op spreiding van de werkgelegenheidsgroei is de inschatting dat 10% daarvan door de overheid beïnvloedbaar is. Om de spreiding te bewerkstelligen, wordt ingezet op ontwikkeling van de stadsharten – d.w.z. gemengde stedelijke milieus rond ov-knooppunten – van de gemeenten die een fors aandeel hebben in de woningbouwopgave.

4 Veel bestaande bedrijventerreinen worden getransformeerd tot gemengde woonwerklocaties. Het behouden van gezoneerde bedrijventerreinen zoals Waarderpolder Haarlem Business Park is belangrijk om voldoende ruimte voor bedrijvigheid te blijven bieden. Het versterken van de economische samenwerking aan de westflank van de MRA (Zuid-Kennemerland, IJmond, Haarlemmermeer) is belangrijk en biedt kansen. Haarlem en Zuid-Kennemerland zijn meer dan een fijne woon-, leef- en bezoekregio.

Deze reactie onderschrijft de met het Verstedelijkingsconcept ingeslagen koers. We waarderen deze ondersteuning.

5 In de verstedelijkingsstrategie is meer aandacht voor de impact van recreatie en toerisme gewenst. Deze onderwerpen hebben niet alleen een grote economische impact, maar ook effect op de ruimte en op de leefkwaliteit van de inwoners. Voor de coronacrisis was er sprake van een hoge groeiverwachting van het aantal (internationale) toeristen. Nu leidt de groei van het aantal woningen en aantal inwoners en banen ook tot een groei van de recreatiebehoefte, zowel in de steden als in het buitengebied.

Deze reactie van de Haarlemse gemeenteraad is opgepakt door in Versie 3 ook aandacht te schenken aan recreatie en toerisme in het stedelijk gebied, naast de aandacht die in het verstedelijkingsconcept al uitging naar recreatiedruk en verbeteringen van de recreatieve structuren en voorzieningen in het landschap Daarbij is de algemene lijn van het MRA Programma Toerisme leidend: het opvangen van de groei door het ontlasten van drukke plekken en het spreiden van toeristen en de economische voordelen over de regio.

6 Naarmate de verstedelijking toeneemt, is het des te belangrijker te investeren in natuur en recreatie. Dit is bij uitstek een bovenlokale opgave en het is goed dat zowel de investeringskant als de beheerkant in de Verstedelijkingsstrategie worden geagendeerd. Minder duidelijk is tot welke concrete acties dit gaat leiden.

In het verstedelijkingsconcept wordt het belang van investeren in natuur en recreatie in relatie tot verdere verstedelijking geagendeerd. De Verstedelijkingsstrategie beschrijft de gezamenlijke koers voor de ontwikkeling van de MRA op hoofdlijnen, inclusief voor de komende jaren de bijbehorende samenwerking en investeringsagenda. De uitwerking in concrete acties is een vervolgstap. Tegelijkertijd wordt daar soms al aan gewerkt, bijvoorbeeld aan het versterken van het Natuurnetwerk Nederland. Op een aantal concrete

19

projecten volgen mogelijk Rijk-regio afspraken die dan opgenomen zullen worden in het bij de Verstedelijkingsstrategie behorende Verstedelijkingsakkoord.

3b

Gemeente Bloemendaal

7 In het kader van het "keuzevraagstuk Noorzeekanaalgebied" wil de raad meegeven dat de Houtrakpolder een belangrijk onderdeel is van de groene buffer tussen Amsterdam en Haarlem. Gelet op het voorgaande punt is de gewenste lijn hier een versterking van de natuurwaarden en de recreatieve mogelijkheden

Wat het NZKG betreft zijn in het Verstedelijkingsconcept in versie 3 alleen die onderdelen opgenomen die als onmisbaar element zijn geïdentificeerd. Elementen waar geen overeenstemming over is of die nader onderzoek vergen, zijn als zodanig aangegeven en zullen in het gezamenlijk proces in het NOVI-gebied NZKG verder worden onderzocht en besproken. Een procesafspraak daarover zal onderdeel uitmaken van het bij het aan de Verstedelijkingsstrategie verbonden Verstedelijkingsakkoord. De Haarlemse raad vraagt in het bijzonder aandacht voor de Houtrakpolder. Ten aanzien van deze polder houdt de Verstedelijkingsstrategie vast aan eerdere afspraken uit de visie NZKG 2040. Dit betekent dat eerst intensiever gebruik moet worden gemaakt van het huidige haventerrein. Eventuele discussie over anders inzetten van gronden verloopt via het Bestuursplatform conform diezelfde afspraken uit de Visie NZKG 2040.

8 Het abstractieniveau van de Verstedelijkingsstrategie en de hieruit voortvloeiende afspraken met Rijk en regio is hoog. De genoemde thema's en opgaven vragen om een degelijke uitwerking in programma's en projecten. De Haarlemse raad blijft graag betrokken bij deze uitwerking.

Ook de MRA wil de Haarlemse raad, net als de andere raden en Staten graag betrokken houden bij het vervolg. In het proces tot de vaststelling van het verstedelijkingsconcept door raden en Staten zal aandacht worden besteed aan het informeren en betrokken houden van raden en Staten. Voor de verdere uitwerking van de Verstedelijkingsstrategie wordt de komende maanden een voorstel uitgewerkt voor de samenwerking met het Rijk. Voor de hand ligt dat hierin, net als tot nu toe, een grote rol is weggelegd voor MRA Platform Ruimte. MRAbestuurders kunnen hierin, met ruggenspraak van hun raden, de belangen van de deelregio naar voren brengen. Daarnaast zullen raden en Staten geïnformeerd worden over de voortgang van en verdere uitwerking van de verstedelijkingsstrategie en zullen belangrijke besluiten aan hen worden voorgelegd.

1 De gemeente Bloemendaal onderschrijft de centrale gedachte De constatering dat de lijn in het Verstedelijkingsconcept MRA goed aansluit op uw inzet, achter de verstedelijkingsstrategie van een polycentrische sterkt ons in de opzet en uitwerking van het Verstedelijkingsconcept MRA. Van deze ontwikkeling. De MRA bestaat uit veel verschillende en krachtige constatering is met waardering kennis genomen. kernen, die elkaars kwaliteiten versterken, Ze liggen in een landschap dat al even gevarieerd is. Het dorpse en groene karakter van Bloemendaal, met de afzonderlijke kernen, is een te behouden kwaliteit voor de metropoolregio. In de verstedelijkingsstrategie wordt ingezet op een goede verdeling van de werkgelegenheid in de MRA en balans in woon- en werklocaties. In de doorontwikkeling van de MRA regio wordt daarnaast niet enkel ingezet op het toevoegen van woningen, maar nagedacht hoe de MRA leefbaar blijft met ook aandacht voor klimaatadaptatie en landschap. Dit zijn logische keuzes en sluiten goed aan op de ambities die de regio ZuidKennemerland heeft en de positie van Zuid-Kennemerland in de MRA. 2 Het verbeteren van de bereikbaarheid is een belangrijke randvoorwaarde voor de verdere ontwikkeling van de regio Zuid-Kennemerland.

In de regio wordt stevig ingezet op een mobiliteitstransitie en hiervoor zijn een schaalsprong van het regionale OV, het versterken van het regionale fietsroutenetwerk en het verbeteren van de voorzieningen voor ketenmobiliteit onontbeerlijk. De ontwikkeling van de OVknooppunten wordt in de verstedelijkingsstrategie goed geagendeerd, ook in het licht van

Deze reactie onderschrijft de inzet op het thema mobiliteit van het Verstedelijkingsconcept. We waarderen deze ondersteuning.

20

de noodzakelijke mobiliteitstransitie en de ontwikkeling van nieuwe werkfuncties. 3 In de verstedeliikingsstrategie is meer aandacht voor de impact van recreatie en toerisme gewenst. Deze onderwerpen hebben niet alleen een grote economische impact, maar ook effect op de ruimte, op de natuurwaarden en landschappelijke kwaliteit en op de leefkwaliteit van de inwoners. voor de coronacrisis was er sprake van een hoge groeiverwachting van het aantal (internationale) toeristen. Nu leidt de groei van het aantal woningen, aantal inwoners en banen ook tot een groei van de recreatiebehoefte, zowel in de steden als in het buitengebied. Naarmate de verstedelijking het toeneemt is des te belangrijker te investeren in natuur en recreatie. Dit is bij uitstek een bovenlokale opgave en het is goed dat zowel de investeringskant als de beheerkant in de verstedelijkingsstrategie worden geagendeerd. Minder duidelijk is tot welke concrete acties dit gaat leiden.

In het verstedelijkingsconcept wordt het belang van investeren in natuur en recreatie in relatie tot verdere verstedelijking geagendeerd. De Verstedelijkingsstrategie beschrijft de gezamenlijke koers voor de ontwikkeling van de MRA op hoofdlijnen, inclusief voor de komende jaren de bijbehorende samenwerking en investeringsagenda. De uitwerking in concrete acties is een vervolgstap. Tegelijkertijd wordt daar soms al aan gewerkt, bijvoorbeeld aan het versterken van het Natuurnetwerk Nederland. Op een aantal concrete projecten volgen mogelijk Rijk-regio afspraken die dan opgenomen zullen worden in het bij de Verstedelijkingsstrategie behorende Verstedelijkingsakkoord.

4 Met betrekking tot de kwaliteitsimpuls van de Noordzeekust Naar aanleiding van deze wens van de gemeente Bloemendaal is de beschrijving in versie 3 vinden wij het belangrijk om in te gaan op de zonering van de aangevuld in hoofdstuk 4.2. verschillende kustplaatsen. In de omschrijving van de opgaven van Zuidprofiel Kennemerland wordt omschreven dat de kustplaatsen een sterk toeristisch profiel hebben en dat dit onder de noemer Amsterdam Beach wordt versterkt. De verscheidenheid van de Noordzeekust komt hier onvoldoende in naar voren, terwijl dit een belangrijke kwaliteit is in de regio die geborgd moet worden. Naast het ontwikkelen van jaarrondvoorzieningen op de recreatiestranden (Zandvoord en IJmuiden aan Zee) is het voor een kwaliteitsimpuls belangrijk dat de verscheidenheid van de kustplaatsen behouden blijft. Dit is van belang voor de leefkwaliteit in de regio en de verschillende doelgroepen die de Noordzeekust bedient. 5 Betreffende het "keuzevraagstuk Noorzeekanaalgebied" zijn wij van mening dat de Houtrakpolder een belangrijk onderdeel is van de groene buffer tussen Amsterdam en Haarlem. Gelet op de recreatieve druk in het buítengebied is de gewenste lijn hier een versterking van de natuurwaarden en de recreatieve mogelijkheden.

Wat het NZKG betreft zijn in het Verstedelijkingsconcept in versie 3 alleen die onderdelen opgenomen die als onmisbaar element zijn geïdentificeerd. Elementen waar geen overeenstemming over is of die nader onderzoek vergen, zijn als zodanig aangegeven en zullen in het gezamenlijk proces in het NOVI-gebied NZKG verder worden onderzocht en besproken. Een procesafspraak daarover zal onderdeel uitmaken van het bij het aan de Verstedelijkingsstrategie verbonden Verstedelijkingsakkoord. De raad van Bloemendaal vraagt in het bijzonder aandacht voor de Houtrakpolder. Ten aanzien van deze polder houdt de Verstedelijkingsstrategie vast aan eerdere afspraken uit de visie NZKG 2040. Dit betekent dat eerst intensiever gebruik moet worden gemaakt van het huidige haventerrein. Eventuele discussie over anders inzetten van gronden verloopt via het Bestuursplatform conform diezelfde afspraken uit de Visie NZKG 2040.

6 De onderbouwing van de spreiding van werkgelegenheid over de MRA-regio is nog mager. De economische ambitie van ZuidKennemerland is steviger dan nu in het verstedelijkingsconcept staat verwoord. Redenerend vanuit het idee van de polycentrische ontwikkeling van de metropool zou het uitgangspunt moeten zijn dat in de deelregio's de groei van het aantal banen minimaal gelijke tred houdt met de toename van

Mede naar aanleiding van deze inbreng van de gemeente Bloemendaal zijn in Versie 3 van het verstedelijkingsconcept de economische profielen van de verschillende deelgebieden van de MRA aangescherpt. Deels bij de algemene teksten van het verstedelijkingsconcept, deels bij de gebiedsspecifieke beschrijvingen. Ten aanzien van de ambitie in te zetten op spreiding van de werkgelegenheidsgroei is de inschatting dat 10% daarvan door de overheid beïnvloedbaar is. Om de spreiding te bewerkstelligen, wordt ingezet op ontwikkeling van de stadsharten –

21

het aantal inwoners. Dit ter voorkoming van verdere scheefgroei van de woon-werkbalans en de hieraan gerelateerde benodigde mobiliteits-investeringen. Het toevoegen van werkfuncties rondom de ov-knooppunten is daarbij cruciaal om deze woon-werkbalans te behouden.

3c

Gemeente Zandvoort

dwz gemengde stedelijke milieus rond ov-knooppunten – van de gemeenten die een fors aandeel hebben in de woningbouwopgave.

7 Veel bestaande bedríjventerreinen worden getransformeerd tot gemengde woonwerklocaties. Het behouden van voldoende gezoneerde bedrijventerreinen zoals waarderpolder Haarlem Business park is belangrijk om voldoende ruimte voor bedrijvigheid te blijven bieden. Het versterken van de economische samenwerking aan de westflank van de MRA (Zuid-Kennemerland, IJmond, Haarlemmermeer) is belangrijk en biedt kansen, Zuid-Kennemerland is meer dan fijne woon-, leef- en bezoekersregio.

Deze reactie onderschrijft de met het Verstedelijkingsconcept ingeslagen koers. We waarderen deze ondersteuning.

8 Het abstractieniveau van de verstedelijkingsstrategie en de hieruit voortvloeiende afspraken met Rijk en regio is hoog. De genoemde thema's en opgaven vragen om een degelijke uitwerking in programma's en projecten. Wij blijven graag betrokken bij deze uitwerking.

Ook de MRA wil de Bloemendaalse raad, net als de andere raden en Staten graag betrokken houden bij het vervolg. In het proces tot de vaststelling van het verstedelijkingsconcept door raden en Staten zal aandacht worden besteed aan het informeren en betrokken houden van raden en Staten. Voor de verdere uitwerking van de Verstedelijkingsstrategie wordt de komende maanden een voorstel uitgewerkt voor de samenwerking met het Rijk. Voor de hand ligt dat hierin, net als tot nu toe, een grote rol is weggelegd voor MRA Platform Ruimte. MRAbestuurders kunnen hierin, met ruggenspraak van hun raden, de belangen van de deelregio naar voren brengen. Daarnaast zullen raden en Staten geïnformeerd worden over de voortgang en verdere uitwerking van de verstedelijkingsstrategie en zullen belangrijke besluiten aan hen worden voorgelegd.

1 De Zandvoortse raad is in beginsel positief over de rijk-regio samenwerking in de Verstedelijkingsstrategie. Wel is de raad kritisch op de (wederom) korte reactietermijn die vanuit het MRA-bureau geboden wordt voor de bestuurlijke behandeling. Graag een volgende keer een realistisch tijdspad aanhouden.

Conform het convenant Versterken Samenwerking in de Metropoolregio Amsterdam (2016) is de reactietermijn van 8 weken gehanteerd.

2 Het concept van de polycentrische metropool sluit goed aan op de waarde die de afzonderlijke deelregio's hebben voor de MRA. Er komen de komende decennia complexe ontwikkelingen op ons af en het is goed dat erop regionale schaal, samen met het Rijk, integraal nagedacht wordt over de ruimtelijke consequenties hiervan.

De constatering dat de lijn in het Verstedelijkingsconcept MRA goed aansluit op uw inzet, sterkt ons in de opzet en uitwerking van het Verstedelijkingsconcept MRA. Van deze constatering is met waardering kennis genomen.

3 De raad vraagt meer aandacht voor de uitwerking van de economische functie. De onderbouwing van de spreiding van werkgelegenheid over de regio is nog mager. De economische en toeristische ambitie van Zandvoort is steviger dan nu in het Verstedelijkingsconcept staat verwoord. Voor ZuidKennemerland en in het bijzonder voor Zandvoort is recreatie en toerisme een hele belangrijke economische pijler. Dit verdient in de Verstedelijkingsstrategie meer aandacht. Zandvoort heeft de ambitie om als dé badplaats van de MRA "werken aan zee" te stimuleren als onderscheidend werkmilieu in de MRA. Deze ontwikkeling hangt sterk samen met de aanwezigheid van het station. Graag zou Zandvoort ook zien dat voor de knooppuntontwikkeling naar de stationsomgeving van Zandvoort wordt gekeken. De omgeving van het station

Mede naar aanleiding van deze inbreng van de gemeenteraad van Zandvoort zijn in Versie 3 van het verstedelijkingsconcept de economische profielen van de verschillende deelgebieden van de MRA aangescherpt. Deels bij de algemene teksten van het verstedelijkingsconcept, deels bij de gebiedsspecifieke beschrijvingen. Ten aanzien van de ambitie in te zetten op spreiding van de werkgelegenheidsgroei is de inschatting dat 10% daarvan door de overheid beïnvloedbaar is. Om de spreiding te bewerkstelligen, wordt ingezet op ontwikkeling van de stadsharten – d.w.z. gemengde stedelijke milieus rond ov-knooppunten – van de gemeenten die een fors aandeel hebben in de woningbouwopgave.

22

Zandvoort aan Zee met het Entreegebied en Badhuisplein biedt kansen voor het toevoegen van werk- en commerciële functies. Hier wordt de uitstraling van Zandvoort de komende jaren fors verbeterd. Het belang van recreatie wordt de komende jaren steeds groter. Voor Zandvoort is naast de kustrecreatie ook de natuurrecreatie van belang. Om in de toenemende recreatieve en toeristische vraag in de MRA te kunnen voorzien gaat Zandvoort graag regionaal het gesprek aan over de ontwikkeling van meer jaarrond voorzieningen aan de kust. 4 Een ander belangrijk punt dat onvoldoende in het Verstedelijkingsconcept naar voren komt is de bereikbaarheid van de kust voor alle modaliteiten. Deze modaliteiten zijn gelijkwaardig en de auto blijft ook in komende jaren belangrijk voor een goede bereikbaarheid; investeringen in infrastructuur kunnen niet achterwege blijven. Eén van de maatregelen die leidt tot een verbetering van de bereikbaarheid van de kust is de aanleg van de verbinding A208-A9 (de zogenaamde "Velserverbinding").

De gemeenteraad van Zandvoort wijst op het belang van de zogeheten Velserverbinding voor de bereikbaarheid. De Velserverbinding is eerder onderzocht, waarbij nut en noodzaak onvoldoende zijn aangetoond. Daarom is deze verbinding niet in de Verstedelijkingsstrategie opgenomen.

5 Uitbreiding van het Nationaal Park is een goede zaak, maar mag Het plan voor uitbreiding van Nationaal Park Zuid-Kennemerland zal worden uitgewerkt in er niet toe leiden dat aan de samenspraak met betrokken gemeenten, waaronder Zandvoort. Deze gemeenten hebben ook kust de ruimte voor economische en toeristische ontwikkeling een rol in de uiteindelijke besluitvorming over uitbreiding. verder ingeperkt wordt.

4

Deelregio Gooi en Vechtstreek

6 Het is een goede zaak dat, in het licht van de klimaatveranderingen, de noodzaak tot versterking van de kustverdediging wordt onderzocht. Zandvoort wil graag met het rijk en de regio verkennen wat dit kan betekenen voor Zandvoort en de ontwikkeling van de boulevardzone.

Dit onderzoek vindt plaats binnen het deltaprogramma voor Nederland. Hierin wordt de kustverdediging in zijn totaliteit beschouwd en gezocht naar mogelijke oplossingen: https://www.deltaprogramma.nl/deltaprogramma/kennisontwikkeling/zeespiegelstijging

1 De raden realiseren zich dat het traject van de Verstedelijkingsstrategie MRA van groot belang is voor het agenderen van agendapunten waarop de samenwerking met het Rijk de komende jaren essentieel is. De afstemming op MRA schaal is daar een belangrijk (lobby) middel voor, mede doordat het Rijk zelf de keuze heeft gemaakt via verstedelijkingsconcepten tot prioriteringen van Rijks inzet te komen. We pleiten voor een zo nauw mogelijke betrokkenheid van de raden en Staten in dit proces. Graag zien we deze democratische legitimiteit ook in het vervolgtraject voldoende geborgd. We vinden de timing van het vaststellen van het verstedelijkingsconcept begin 2022 zo vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen onhandig gepland. Dit had of veel eerder of juist over de verkiezingen heen getild moeten worden.

We onderschrijven het grote belang om de raden en Staten aangehaakt te houden om zo draagvlak, commitment en democratische legitimatie te borgen. Mede naar aanleiding van de reactie van de Gooi en Vechtstreek zal daarom een extra processtap worden ingebouwd voor bespreking van versie 3 in de raden en Staten, voordat tot besluitvorming tussen Rijk en regio zal worden overgegaan. Deze stap is voorzien in de periode november 2021-januari 2022, de exacte planning voor het vaststellen van het verstedelijkingsconcept door raden en Staten wordt voorgelegd aan de Stuurgroep. Het signaal van de regio Gooi en Vechtstreek over de timing in relatie tot de raadsverkiezingen zal daarbij kenbaar gemaakt worden.

2 Wij vinden het een positieve ontwikkeling dat gezamenlijk met het Rijk wordt gewerkt aan de opgaven in het gebied. Als metropool kunnen we een belangrijke bijdrage leveren aan de doelstellingen van de Nationale Omgevingsvisie, zowel op stedelijke als landschappelijke ontwikkeling. Inzet van het Rijk is

In Versie 3 zijn de belangrijkste opgaven in de gebieden en op de verschillende thema's benoemd, waarbij er minder nadruk ligt op het onderscheid tussen Rijk-regio opgaven en regio-opgaven. Op basis van het Verstedelijkingsconcept maken Rijk en regio afspraken om samen te werken aan de ontwikkeling van de regio. In het geval er in de toekomst

23

echter ook onmisbaar voor realisatie van deze doelen. Zeker in Rijksmiddelen voor landschap beschikbaar komen, kunnen mogelijk afspraken gemaakt het licht van de druk die al bij gemeenten aanwezig is door worden over Rijk-regio samenwerking op dat thema. decentralisatie van diverse taken. Daarom willen wij als aandachtspunt meegeven goed te letten op onderwerpen waarop in het verstedelijkingsconcept wordt aangegeven dat dit wel of juist geen Rijk-regio opgave zou zijn. Een belangrijk voorbeeld is de urgentie voor meer Rijksinzet voor landschap. Hier komen wij verder in deze brief op terug. 3 Wij zijn voorstander van het uitwerken van een polycentrisch De constatering dat de lijn in het Verstedelijkingsconcept MRA goed aansluit op uw inzet, model. Een sterke metropool heeft baat bij zowel een kernstad sterkt ons in de opzet van het Verstedelijkingsconcept MRA. Van deze constatering is met als een krachtige regio met kernen daaromheen. Dat draagt bij waardering kennis genomen. aan zowel de leef kwaliteit in Amsterdam, onze regio Gooi en Vechtstreek als ook van de andere gebieden in de metropool. Het versterken van de identiteit van de verschillende gebieden in de metropool complementair aan elkaar helpt om samen de hele metropoolregio te versterken.

Het is dan ook sterk en logisch dat in het stuk de aandacht goed verdeeld is over de verschillende deelgebieden die onze metropool beslaat, o.a. via de uitwerking van verschillende integraal uit te werken gebieden. Als Gooi en Vechtstreek dragen wij bij aan de gehele metropool. We hebben een aantrekkelijk woon- en werkgebied in de metropool met hoge natuur- en recreatieve waarde en een sterk economisch profiel. De regio ontwikkelt zich steeds verder, zoals langs de Gooicorridor en HOV-lijnen (zie het recent gesloten woonakkoord met de provincie) en het landschap (bijvoorbeeld het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen). 4 Doel van de verstedelijkingsstrategie is dat 'in internationaal perspectief de regio zich niet alleen moet (blijven) onderscheiden door economische groeimogelijkheden, maar ook door de goed opgeleide beroepsbevolking, het sociaal evenwicht en de hoge kwaliteit van de leefomgeving'. Het onderdeel sociaal evenwicht of ook wel de inclusiviteit van de regio is misschien wel de lastigste en moeilijkste, maar tegelijk ook de meest essentiële opgave voor de komende jaren. Meer nog dan in de afgelopen periode zal deze pijler, die o.a. vorm en inhoud moet krijgen onder de paraplu van bereikbare steden, de komende tijd volop ontwikkeld moeten worden.

Zo kunnen bijvoorbeeld niet alleen voldoende, maar ook voldoende betaalbare woningen op goed bereikbare plekken voor voldoende praktijkgeschoolde werknemers, de toekomstige welvaart en welzijn in onze regio borgen. Dit onderdeel zou nog verder uitgewerkt moeten worden in het verstedelijkingsconcept.

Het verstedelijkingsconcept is mede naar aanleiding van deze reactie van de deelregio Gooien Vechtstreek aangepast. In Versie 3 zijn de handelingsperspectieven op de sociaalmaatschappelijke verstedelijkingsopgaven daartoe verder uitgewerkt. In de latere uitwerking en uitvoering van de verstedelijkingsstrategie zal hier verder invulling aan worden gegeven. Verder zijn ook in Woondeal tussen Rijk en Regio afspraken gemaakt over de inzet voor voldoende betaalbare woningen. Binnen het traject Bereikbare Steden worden voorts per stadshart integrale gebiedsplannen opgesteld. Betaalbaar wonen zal hier ook een thema in zijn.

5 Wij zijn voorstander van het uitwerken van een polycentrisch model met sterke deelgebieden die economisch complementair zijn aan elkaar. Het genoemde en al bestaande economisch profiel van Media, ICT, zorg en vrijetijdseconomie voor onze regio is sterk. Versterken van het economisch profiel Gooi en Vechtstreek op media met het perspectief van een AI-campus is

In Versie 3 van het verstedelijkingsconcept zijn de economische profielen van de verschillende deelgebieden van de MRA aangescherpt. Deels bij de algemene teksten van het verstedelijkingsconcept, deels bij de gebiedsspecifieke beschrijvingen. De kwalitatieve beschrijving van het economisch profiel van Gooi en Vechtstreek en ambities voor de toekomst zijn hierin meegenomen. Als het gaat om Rijksbetrokkenheid bij lokale/regionale

24

een belangrijke ontwikkeling dat wet degelijk ook inzet en economische ontwikkeling, dan zitten hier voorwaarden aan: de opgave moet van nationaal betrokkenheid van het Rijk vraagt en wij dan ook graag zo zien belang zijn, grote urgentie kennen en niet zonder Rijksinzet kunnen. terugkomen op p.71. Doel is het verder benutten, versterken en verbreden van het bestaande ecosysteem door cross-sectorale vervlechting met ICT, CI en Tech (AI, AR, VR en Gaming), en toepassen vaardigheden in het ecosysteem voor maatschappelijke uitdagingen in bijv. zorg, onderwijs en het verrijken van de mediawijsheid van de Nederlandse bevolking. Het waardevolle landschap is een stevige pijler onder vestigingsvoorwaarden van werkgelegenheid. Ondanks beperkte ruimte in onze regio door het waardevolle landschap is er zeker plaats voor meer werkgelegenheid. Een goede woonwerkbalans en versterkte focus op behoud van praktijkgeschoold werk is relevant voor behoud en versterking van de leefbaarheid.....(p.8 reactie) Wat betreft de opgave van de ontwikkeling van een AI-Campus wordt dit in het verstedelijkingsconcept als regionale opgave gezien. Dat klopt grotendeels, echter wordt ook urgentie van betrokkenheid van de ministeries van BZK en OCW op onderdelen gezien. 6 Een aanvullende opmerking over de kaart op p.26 Het algemene kaartbeeld wordt aangepast op deze reactie van de Gooi- en Vechtstreek.

Per (veerkrachtige, schone en inclusieve economie) wat betreft deelgebied is in Versie 3 tevens een meer gedetailleerd kaartbeeld toegevoegd waarbij het ontwikkelingen rondom knooppunten Hilversum en Hilversum onderscheid tussen Mediapark en station Hilversum duidelijker is. Mediapark: Hoewel het bolletje overlappend op beide knooppunten staat lijkt de kaart te suggereren dat (geplande) economische ontwikkeling rondom station Hilversum wegvallen en alles zich concentreert rondom het Hilversum Mediapark. Dat klopt niet. Hoewel inderdaad kansen worden gezien voor veel banengroei rondom het Mediapark, zijn er ook ontwikkelingen en kansen voor werkgelegenheidsgroei rondom station Hilversum. Wij gaan er vanuit dat deze bollen nu samen zijn genomen en dit niet alleen gaat om ontwikkeling van Mediapark en zien in de volgende versie dit graag verduidelijkt terugkomen in de legenda of met aparte bollen op de kaart. 7 Het valt op dat de mobiliteitsoplossingen voortkomen uit het programma Samen bouwen aan Bereikbaarheid. Dit programma heeft echter niet exact dezelfde doelen en reikwijdte als de Verstedelijkingsstrategie. Ook zijn niet alle deelregio's direct vertegenwoordigd in de besluitvormende gremia in dit programma. Dit vraagt daarom extra aandacht bij de integratieslag.

Het Rijk-regio Programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB) bereidt de grote Rijkregio-opgaven op het gebied van mobiliteit voor. Gooi en Vechtstreek is in dit programma vertegenwoordigd via de provincie Noord-Holland. Er wordt intensief afgestemd tussen de Verstedelijkingsstrategie en SBaB.

8 De doorstroom op de A1, A27 en Gooicorridor is essentieel voor ontwikkelingen en de leefbaarheid in onze regio. We zien deze urgentie met inzet op knelpunten op de doorstroming op de A1 en Gooicorridor in de volgende versie graag nadrukkelijker terug.

De beschrijving van de opgaven in het mobiliteitssysteem is in Versie 3 aangepast op het oplossen van knelpunten in de doorstroming A1, A27, Gooicorridor waar Gooi- en Vechtstreek op wijst.. Ook is de relatie van de opgave op de A1 met de Gooicorridor benoemd in de deelgebied-beschrijving. Het functioneren van de corridors in de MRA is onderdeel van het Multimodaaltoekomstbeeld dat binnen Programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBAB) wordt opgesteld, waarbij ook ontwikkelingen van buiten de MRA worden meegenomen.

De A1 en Gooicorridor zijn van essentieel belang voor de verbindingen met andere metropolen en het oosten van NL. Onterecht is dat de A1 niet wordt genoemd in het

25

systeemvraagstuk mobiliteit en de fasering. Daarnaast is ook de Gooicorridor (trein) een belangrijke ader voor onze regio en een belangrijke verbinder met de regio Amersfoort en verder richting het Oosten. Versterking van de Gooicorridor kan een belangrijke bedrage leveren aan vermindering van NMCA knelpunt A1. De Gooicorridor moet daarom benoemd worden als Rijk-MRA opgave op p.71 en de tekst op p.52 moet hierop worden aangepast. Relevant is de afgesproken (BO MIRT 2020) vervolgstudie naar de gevolgen van besluitvorming OV SAAL voor de trajecten die reistijdverlies ondervinden en waar aanvullende maatregelen mogelijk en nodig zijn, zoals voor de verbinding Hilversum-Amsterdam CS. Voor A1 en Gooicorridor, de verbinding van Oost NL met de MRA, is het belangrijk de opgaven langs deze as bij elkaar op te tellen. De prognose tot 2040 is dat naast de 11.500 woningen en 115.000 banen in de Gooi en Vechtstreek, opgeteld nog eens 62.000 woningen en 367.000 arbeidsplaatsen extra aan deze corridor in de regio Amersfoort en Foodvalley en de Cleantechregio met de MRA worden verbonden. Daar komt bij dat met oog op toename van thuiswerken steeds meer mensen verder van hun werk verhuizen.

Wij pleiten daarom voor een vervolg van het MIRT-onderzoek Oostkant Amsterdam, zowel in maatregelen als nader onderzoek naar de langere termijn via een integraal MIRTonderzoek A1 (multimodaal, incl Gooicorridor). + Moties gem. Laren en Gooise Meren met wens dat hierbij de ondergrondse variant wordt meegenomen, ihkv leefbaarheid en mogelijk te creëren nieuwbouwlocaties en verbindingen. 9 Daarnaast willen we aandacht vragen voor doorwerking op het onderliggend wegennet bij het Re-design van het wegennet, in relatie tot de belasting van de A9. Het effect op onderliggend wegennet moet breder worden onderzocht dan nu onder het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid wordt gedaan. Effecten kunnen ook verderop op het wegennet doorwerking hebben. Om dit uit te kunnen sluiten of beter rekening mee te houden pleiten we ervoor ook hier de N201 en N236 in mee te nemen. Wij willen negatieve effecten voor de leefbaarheid of natuurwaarden voorkomen, zoals in Wijdemeren en Hilversum, waar de N201 door de stad aansluiting vindt op de A27/A1, of langs de N236.

In Programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBAB) wordt het herontwerp van het wegennet onderzocht in het traject Multimodaal toekomstbeeld. Daarbij wordt, naast naar effecten elders in het hoofdwegennet, ook gekeken naar effect op het onderliggend wegennet van N-wegen. Bij een mogelijke verdere uitwerking komen thema's als leefbaarheid en natuurwaarden nadrukkelijk ook aan bod.

10 Verder missen wij in het verstedelijkingsconcept op de kaart in het hoofdstuk mobiliteit de gewenste HOV route GooiAmsterdam Zuid (via Muiden P+R). Het inpassen van ruimte voor haltering op Amsterdam Zuid is hiervoor van belang. Zeker met de keuze voor Amsterdam Autoluw is dit een belangrijke aanvullende kansrijke verbinding. Daarnaast is doorontwikkeling van de HOV-verbinding tussen Almere, Gooi en Utrecht langs de A27 een kans.

Dit betreft een buslijn (321) die op dit moment al rijdt hij als spitslijn (221). Met de Vervoerregio Amsterdam is besproken dat de uiteindelijke route van de bus langs het busstation bij Zuid zal zijn. Hier is momenteel nog geen ruimte voor en tijdens de verbouwing ook niet. Er zijn op dit moment daarvoor een aantal tijdelijke haltes aangelegd. Sinds augustus rijdt lijn 200 van Huizen busstation naar Utrecht Science Park. Op halte Blaricum Carpoolplaats kan op dit moment overgestapt worden van lijn 326 uit Almere naar lijn 200. Er zijn bij de provincie Noord-Holland op dit moment geen plannen om daar iets op aan te

26

passen. Wel staat de doorontwikkeling van de HOV-verbinding tussen Almere, Gooi en Utrecht langs de A27 opgenomen in het OV Toekomstbeeld.

11 Tot slot een opmerking over kaartbeeld mobiliteit op p.22. Hier Het kaartbeeld is op deze reactie aangepast. is Naarden-Bussum onterecht niet als halte gemarkeerd. Dit zien wij graag juist opgenomen in de volgende versie van het verstedelijkingsconcept. 12 Landschap en recreatie is niet alleen een tegenhanger van verstedelijking, ook een zeer belangrijke randvoorwaarde voor verstedelijking als we dat inderdaad op een manier willen doen die bijdraagt aan de leefbaarheid. En leefbaarheid is immers een belangrijk uitgangspunt van het verstedelijkingsconcept. Wij kunnen ons goed vinden in het voorstel op p.36. Behoud van waardevolle cultuurlandschappen in onze regio, maar ook de gehele MRA is een urgente opgave. Daar zou ook het Rijk zich meer aan moeten committeren. Op dit moment ontbreekt een adequaat wettelijk en financieel kader voor beheer van recreatieve voorzieningen, waardoor feitelijk dit vraagstuk vooral bij gemeenten en terreinbeheerders landt. We willen het belang benadrukken om het Rijk vanuit de MRA om hun verantwoordelijkheid hierin te wijzen en vragen aan het Rijk een structurele financiële bijdrage hieraan te gaan leveren.

Het ministerie van OC&W wil dat iedereen cultuur kan beleven. Het stelt ook middelen beschikbaar voor behoud van waardevol cultuurlandschap, bijvoorbeeld via de erfgoeddeal. Het beheer van recreatieve voorzieningen valt in de huidige verdeling van taken niet onder Rijksverantwoordelijkheid, daarom is er hiervoor geen Rijksbudget beschikbaar. Indien er door het beheer aan Rijksdoelen bij wordt gedragen kan er mogelijk aansluiting worden gezocht bij bijbehorende Rijksinstrumenten. Volledig in lijn met deze suggestie van regio Gooi en Vechtstreek willen we vanuit de VS MRA de situatie m.b.t. de beheertekorten in kaart brengen om te agenderen bij het nieuwe kabinet en aan te sturen op het gezamenlijk oplossen ervan.

13 We zijn tevreden over de aandacht die het onderwerp water krijgt in het verstedelijkingsconcept. Dat is immers een belangrijke randvoorwaarde voor verdere verstedelijking, leefbaarheid en natuurwaarden. Wij dragen graag bij aan het voorgenomen Rijk-regio onderzoek naar een waterrobuuste inrichting van Gooi en Vechtstreek en de tijdelijke waterbufferlocaties. Op pagina 40/41 worden de benodigde acties benoemd voor een water robuuste inrichting en klimaatadaptatie. Graag vragen wij daar in het bijzonder de aandacht voor drinkwater, waarvan de noodzaak om voldoende te hebben evident is. Daarnaast speelt hier in het bijzonder de integratieslag met de gebieden, dit wordt ook onderkend. Ook kan de keuze voor een gebied consequenties hebben voor een ander (zoals het Oer IJ en het Amsterdam Rijnkanaal qua waterberging of het IJmeer en onze drinkwaterwinning). Mocht het noodzakelijk zijn dat er ruimte gevonden moet worden in onze regio dan zullen we meedenken wat een meest geschikte plek is. Daarbij dient dan wel gezocht te worden naar passende oplossingen voor de huidige functies in dat gebied. Als lokale overheden hebben wij hier uiteraard een belangrijke stem in....(p9 reactie inz Noordzeekanaalgebied) De keuzevraagstukken die ons gebied wel indirect raakt is de keuze voor waterbuffering in het Oer IJ.

Keuze hierop beïnvloedt de noodzaak van een tijdelijke piekwaterberging in de Vechtstreek. Wij zijn niet tegen een tijdelijke waterberging in het Oer IJ en zien de noodzaak de mogelijkheden daar eerst goed te

We waarderen de ondersteuning van de Gooi en Vechtstreek voor de aandacht in het verstedelijkingsconcept voor het onderwerp water. In Versie 3 is een verdere integratieslag uitgevoerd als het gaat om de verbinding van de wateropgave met andere opgaven. In de uitwerking van het onderzoek naar een waterrobuuste inrichting van Gooi en Vechtstreek en klimaatadaptatie kunnen de benoemde aandachtspunten een plek krijgen, waarbij uiteraard een rol is voor de betrokken gemeenten.

27

onderzoeken. Tevens zullen we niet weglopen voor verantwoordelijkheid voor het zoeken naar een piekwaterberging in de Vechtstreek, waar nodig. Echter dient wel rekening te worden gehouden met beïnvloeding op aanwezige functies en dienen de gemeenten waar gezocht wordt vanaf het begin nauw aangehaakt te worden in het traject. 14 Wij kunnen ons goed vinden in het belang dat het ecologisch systeem goed op orde is. Wij leveren hier als gebied een belangrijke bijdrage aan met een grote hoeveelheid waardevolle natuur. Specifieke opmerking in deze betreft ecologische verbindingen. Dit is een cruciaal onderdeel voor het functioneren van het Nederlandse Natuurnetwerk. Er wordt gesproken over zones, maar daarnaast zijn concrete maatregelen voor ontsnippering minstens zo van belang, zeker als de hoeveelheid infrastructuur toeneemt of verbreed. Deze verbindingen zijn ook niet zo helder aangewezen als het stuk suggereert. In Noord-Holland zijn deze wel met een lijn in de verordening aangeduid, maar hier zit geen aangewezen (wettelijke) taak voor realisatie aan vast en het is dus geen gegeven dat deze er ook komen. Voorbeeld is de verbinding tussen de oostkant van het Gooi en Flevoland langs de A27. Er is en wordt ook veel geïnvesteerd om tussen het Naardermeer en het IJmeer de barrières door wegen te doorbreken voor de natuurverbinding 'Waterlandtak'.

Verder is de verbinding tussen de Vechtstreek (inclusief Diemerscheg) en Waterland erg kwetsbaar, deze missen wij expliciet benoemd....(p.8 reactie) Hierboven hebben wij al het belang van ecologische verbindingen benoemd. Dit speelt zeker in onze regio, waar bijvoorbeeld de verbinding tussen alle heidegebieden afhangt van een ecoduct over de A1. Er is ook een sterke afhankelijkheid van de natte natuur in de Vechtstreek met de droge natuur op de Heuvelrug door het watersysteem. Hierbij kan worden verwezen naar het onderzoek naar dit systeem.

In de provinciale verordening zijn de maatregelen om ecologische barrières te slechten benoemd. Het verstedelijkingsconcept gaat over de hoofdlijnen van inrichtingsvraagstukken en dit meer algemene karakter betekent dat zulke maatregelen daarin niet zijn opgenomen. In de uitwerking van het NOVI-gebied Groene Hart, de groene zones en de uitwerking van de integrale aanpak van het watersysteem komen deze wel concreet aan bod.

15 Wat wij nog missen in het stuk is verbetering van Natura 2000 in tot verstedelijking. Zo wordt weinig gesproken over stikstof. Compensatie van stikstof kan een belangrijke showstopper worden voor de verstedelijkingsopgave, hier zou meer aandacht naar uit moeten gaan in het stuk. Dit geldt ook voor de Kaderrichtlijn water. Wij merken nu al dat beoogde (recreatieve) ontwikkeling stuit op de waterkwaliteit.

In lijn met deze inbreng is in Versie 3 meer expliciet aandacht besteed aan de stikstofproblematiek en de invloed ervan op de verstedelijkingsopgave. Voor wat betreft de Kaderrichtlijn water en de waterkwaliteit is al afdoende aandacht in het verstedelijkingsconcept, zowel in relatie tot het watersysteem als tot ecologie.

16 Daarnaast missen wij voldoende aandacht voor behoud van de leefbaarheid in bestaande kleinere kernen. Inzet op bereikbaarheid (OV, fiets, waar nodig uitbreiding P+R bij OV knooppunten) van deze kleinere kernen naar de regiokernen en (H)OV knooppunten is een gezamenlijke opgave die volgt op de keuze voor met name verstedelijken rondom de regiokernen en overstap op deze OV knooppunten. Ook moet meer aandacht uitgaan naar het op peil kunnen houden van voorzieningen en

Mede naar aanleiding van deze reactie wordt Versie 3 in de tekst expliciet aandacht besteed aan de leefbaarheid in kleine kernen. Vanuit de Provincie Noord-Holland is er inzet op het versterken van de leefbaarheid van kleine kernen, zoals door het tegengaan van winkelleegstand. Ook werkt de provincie aan het versterken van het HOV. De MRA werkt daarnaast met het programma Metropolitane fietsroutes ook in het Gooi aan het verbeteren van de fietsbereikbaarheid.

28

de leefbaarheid in deze kernen. Verdere uitwerking, mede in het licht van voorgaande alinea, verdient de paragraaf over een sociaal sterke metropool. 17 Wat in het stuk gemist wordt is het goed verder kijken over de MRA grenzen heen. De MRA is in verbinding met Utrecht, ZuidHolland, Noord-Holland Noord. De afstemming en verbinding met deze regio's komt weinig terug. Aanvullend op eerdere opmerkingen in deze brief van benodigde aandacht voor verbinding met buiten de MRA (zoals dit ook geldt voor de A1 corridor en Gooicorridor (trein), is dat daarbij juist afstemming goed gezocht moet worden. De verstedelijkingsstrategie MRA komt volgend jaar samen met die van Utrecht in landsdeel NW Nederland. Laat in de verstedelijkingsstrategie het belang van deze corridors sterker terugkomen en zo goed samenvallen met de (gezamenlijke) opgaven van Utrecht. Van belang daar nu al goed op voor te sorteren in dit verstedelijkingsconcept en juiste prioritering aan te geven.

In Versie 3 is de relatie van de MRA met omliggende regio's meer uitgewerkt.

18 Overigens vinden wij dat het relevant dat in het verstedelijkingsconcept de bodem als randvoorwaarde aan de orde wordt gesteld. Deze is randvoorwaardelijk voor veel ruimtelijk te maken keuzes, zoals verstedelijking, waterhuishouding en biodiversiteit.

In Versie 3 is de bodem en ondergrond meer expliciet benoemd als randvoorwaarde voor verstedelijking.

19 Markermeer en IJmeer(kusten) behoren in veel opzichten tot de grote ruimtelijke kwaliteiten van de MRA. Dat wordt ook genoemd in het verstedelijkingsconcept (o.a. p. 67). Het verstedelijkingsconcept laat de grote druk in dit gebied zien. Wij willen in het bijzonder wijzen op de opstapeling van mogelijke ingrepen op dit waardevolle landschap, zoals een mogelijke 380kV leiding en een IJmeerverbinding. De noordelijke Vechtstreek en Diemerscheg zijn al sterk versnipperd en het landschap in dit Unescowerelderfgoed heeft zijn laadvermogen al aardig bereikt. Tegenstrijdig met wat later in de alinea staat: Als nut en noodzaak vaststaan kunnen tracévarianten worden uitgewerkt, al dan niet deels ondergronds. Wij zijn zeer tegen een bovengrondse IJmeerverbinding in het IJmeer. Wat ons betreft zou deze zeker ondergronds moeten worden aangelegd als belangrijke randvoorwaarde. Wij zijn ervan overtuigd dat je bij verstedelijking rond het IJmeer alleen het kwalitatieve ambitieniveau kunt waarmaken als dit niet ten koste gaat van de landschappelijke en ecologische kwaliteit van dit gebied.

Wij zijn het met u eens dat Markermeer en IJmeer(kusten) een stapeling kennen van opgaven en mogelijke ingrepen. De versterkt de noodzaak voor een integrale visie en samenhangende realisatie. Het onderzoek naar de mogelijke komst van een IJmeerverbinding en de ruimtelijke inpassing daarvan verloopt via het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBAB). Daarbij wordt gekeken naar alle relevante belangen.

20 Verder valt op dat het ontwikkelen van de oevers van het Gooimeer gezien wordt als regionale opgave. Wij zien betrokkenheid van het Rijk hier echter ook van essentieel belang. Dit zou een Rijk-regio opgave moeten zijn. Een onderdeel is de waterplantenproblematiek die zowel de waterkwaliteit (Kaderrichtlijn water) als de mogelijkheid tot recreatie beïnvloeden aan beide zijden van het Gooimeer.

De tekst in Versie 3 is hierop aangepast en aangegeven is nu dat dit om een Rijk-regio opgave gaat. Er staan in dit gebied vanuit het Rijk in ieder geval maatregelen vanuit de Kaderrichtlijn Water geprogrammeerd.

29

Behoud van de waarden van dit N2000 gebied is niet alleen een regionale opgave. 21 We erkennen het belang van Almere om te komen tot een eigen economisch profiel. Gezien wordt de urgentie dat het economisch te ontwikkelen profiel niet concurreert met andere profielen in de MRA.

Het is goed om te zien dat de achterliggende analyses breed worden gedeeld.. Binnen de MRA wordt met de regionale economische strategie uitgewerkt wat de huidige en kansrijke economische profielen van de deelgebieden binnen de MRA zijn en hoe die elkaar kunnen versterken. Deze profielen zijn overgenomen in de Verstedelijkingsstrategie.

22 We zijn tevreden over de uitwerking van stadshart Hilversum in het stuk. Wat betreft dit hoofdstuk dat meer inzoomt op het gebied wordt gemist dat dat naast Hilversum er ook aandacht uitgaat naar de andere gemeenten in deze regio. Aanvullende opmerking is op zijn plaats dat naast Hilversum, dat zeker de grootste stempel drukt, ook de hele regio bijdraagt aan werkgelegenheid op het economisch profiel. Dit komt niet sterk tot uiting in de tekst (p70). Het klopt dat de meeste banengroei en woningbouw in Hilversum kan plaatsvinden, echter elders in de regio zijn ook veel kansen voor binnenstedelijke ontwikkelingen, m.n. rondom (H)OV knooppunten.

Naar aanleiding van deze reactie van de Gooi en Vechtstreek is de tekst in Versie 3 aangepast.

23 Keuzes voor dit deel van de MRA zijn ruimtelijk gezien zeer complex. Afweging van lokale overheden uit dit gebied moeten zeer serieus genomen worden. De toekomst/doorontwikkeling van Tata aan de ene kant staat tegenover verhoogde druk bij extra woningen in Amsterdam westelijk Havengebied die de industrie verder de stad uit duwen. Urgent is dat naast aandacht voor economie en wonen ook de leefbaarheid voor bestaande bewoners in het Noordzeekanaalgebied zeer goed worden meegenomen in de afweging bij te maken keuzes.

In versie 3 is een paragraaf over leefkwaliteit en gezondheid opgenomen.

24 Zuidflank: Het is positief dat met de ontwikkelingen rondom We zijn blij dat u de in uw brief geschetste ontwikkelingen onderschrijft. Amsterdam Oost/ Duivendrecht ook aanvullend ingezet wordt op het opvangen van de daarmee toenemende recreatiedruk en daarmee de druk in andere delen van onze metropoolregio (bijvoorbeeld Diemerscheg en Gooi en Vechtstreek) te verlichten 25 Aan de orde komt dat rond Schiphol in een integrale aanpak gekeken wordt naar de leefkwaliteit in het gebied dat onder de invloed van Schiphol ligt, waarin de ruimtelijk economische ontwikkelingen rond Schiphol en de ontwikkeling van Schiphol zelf (in samenhang met de Luchtvaartnota) in samenhang worden bekeken(p77). Wij willen benadrukken dat bij de verdere ontwikkeling van Schiphol en besluitvorming rondom de luchtvaartnota ook goed gekeken (blijft) worden naar bestaand stedelijk gebied ook verder in onze regio waaronder ook de Gooi en Vechtstreek waarover gevlogen wordt. Aanvullende verstedelijking onder de rook van Schiphol kan ook van invloed zijn op toekomstige vliegbewegingen. Deze mogen niet ten nadele gaan van andere gebieden in de metropoolregio waarvan het belang van de leefbaarheid in het kader van de geluidshinder goed moet worden meegenomen in de afwegingen.... (p9 reactie) Zoals al eerder in deze brief aangegeven vinden we de leefbaarheid van inwoners onder de

Een van de uitwerkingsopgaven van het Verstedelijkingsconcept is het uitwerken van een integrale gebiedsaanpak met als doel het verbeteren van de balans tussen leefkwaliteit in het invloedsgebied van Schiphol in de MRA met inzet op vermindering overlast en meer ruimte voor ruimtelijke ontwikkelingen. De wensen van de Gooi en Vechtstreek kunnen hierbij ingebracht worden. Daarnaast kunnen de gemeenten in de Gooi en Vechtstreek hun opstelling kenbaar maken bij de Bestuurlijke Regie Schiphol, het samenwerkingsverband van gemeenten en provincies in de Schipholregio.

30

rook van Schiphol van belang. Zo ook iets verder van Schiphol vandaan waaronder in de Gooi en Vechtstreek. Wij zien Schiphol als een belangrijke motor van Nederland en de MRA. Aanvullend denken we dat verdere verstedelijking mogelijk moet zijn rondom Amsterdam om de bestaande druk en vraag daar deels op te kunnen vangen. Wel is het belangrijk dat hierdoor ook goed naar de belangen van al bestaand stedelijk gebied verder in de MRA waarover gevlogen wordt gekeken of daar de geluidshinder en daarmee de leefbaarheid niet achteruit gaat. Keuze om vliegen te beperken kan een optie zijn, of uit te wijken naar Lelystad Airport. 26 Wij begrijpen het belang van het bevorderen van autoluwe stad voor behoud en versterking van de leefbaarheid in Amsterdam. Meer aandacht zou moeten uitgaan in het verstedelijkingsconcept naar de consequenties voor de andere delen van de metropoolregio, waaronder Gooi en Vechtstreek, omdat dit zal leiden tot een waterbedeffect. Hiervoor hebben de gemeenten in de Gooi en Vechtstreek ook al aandacht gevraagd in de zienswijzereactie op de Omgevingsvisie van Amsterdam. Het wordt lastiger om met de auto locaties binnen Amsterdam te bereiken of er te kunnen parkeren. Om mensen eerder uit de auto op het OV te kunnen laten stappen zijn opvanglocaties nodig, zoals benodigde uitbreiding van P+R locaties bij OV knooppunten elders in de MRA.

Keuzes voor opvanggebieden raken de gebieden rondom Amsterdam. Naast dat dit extra financiële middelen vereist die niet (alleen) door de gemeenten rondom Amsterdam zouden moeten worden betaald, is het ook urgent om in samenspraak met deze gebieden de plekken voor afvang van reizigers te maken. Wij vragen aandacht voor afstemming met Utrecht dat ook autoluwer wordt. Opvang in onze deelregio werkt beide kanten op naar zowel Amsterdam als Utrecht. Wij zien dat het autoluwer maken van Amsterdam ook kansen biedt voor versterking van gebruik van bestaande en nieuwe (H)OV verbindingen op de stad Amsterdam en het urgenter worden van aanleg van het snel- en doorfietsroutenetwerk.

In Versie 3 is meer aandacht besteed aan de consequenties van autoluw-beleid. Binnen de MRA wordt onder Platform Ruimte gewerkt aan verdere ontwikkeling van P+R-locaties, (H)OV-verbindingen en regionale (snel)fietsverbindingen. Waar sprake is van samenwerking met het Rijk, vindt afstemming plaats in Programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBAB).

27 Het is goed dat er al een eerste schets gemaakt wordt van een mogelijke fasering, zodat raads- en statenleden hier ook op kunnen reageren vooraf aan het BO MIRT dit najaar. Zeer positief zijn de raadsleden over de inzet op de integrale aanpak van de veenweidegebieden en van het watersysteem in Gooi en Vechtstreek en in de fasering dit te plaatsen om de komende jaren al verder vorm te geven, naast het verder werken aan de integrale systeemvisie ten behoeve van een klimaatrobuuste regio. Ook de inzet voor stadsharten verspreid over de MRA tot 2030 (en verder) zien wij positief en sluit goed aan bij het daadwerkelijk uitvoeren van het polycentrisch model. Wij begrijpen de keuze voor inzet voor de Noord-Zuidlijn en ontwikkeling van Zuidasdok, wat effecten heeft op het gehele OV en spoorsysteem en daar profiteert iedereen in de regio (en

De fasering in Versie 3 omvat de ideale fasering van ontwikkelingen in de regio. De komende maanden wordt deze verder aangescherpt op basis van onderzoek en mede op basis van samenwerking tussen de programma's MRA Verstedelijkingsstrategie en Programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid. Het onderzoek naar de mogelijke komst van een IJmeerverbinding en de ruimtelijke inpassing daarvan verloopt via het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBAB). De uitkomsten worden meegenomen in de fasering van stedelijke ontwikkelingen in de MRA.

31

zelfs landelijk) van mee. Wel zien we dat, althans bij mobiliteit, het ingezette polycentrisch model minder goed uit de verf komt en in prioritering de aders naar en van de deelregio's niet goed aan bod komen. Waar we van schrikken is dat bij de fasering de A1 totaal niet genoemd wordt. Meer inzet voor de A1 is zeer op zijn plaats. We willen de inzet te komen tot uitvoering van een MIRT onderzoek A1 (multimodaal) opgenomen zien in de fasering tot 2030. Wat betreft fasering voor een mogelijke IJmeerverbinding is het noodzakelijk dat bij eerdere verstedelijking er versneld de nodige maatregelen worden getrokken in het mobiliteitssysteem in de tussentijd, waarbij de bereikbaarheid van de Gooi en Vechtstreek geen nadeel mag ondervinden. Daarnaast moet het ook niet zijn dat de wens om een IJmeerverbinding versneld aan te leggen ertoe leidt dat het een bovengrondse verbinding wordt. Behoud van de kwaliteiten van het IJmeer mogen niet ondergesneeuwd worden. 28 Voor de keuze van het tracé van het 380 kV-netwerk dient goed te worden meegewogen dat verrommeling in waardevolle natuur en landschappen zoveel mogelijk wordt voorkomen. Kijk waar het niet mogelijk is dit uit de weg te gaan en waar mogelijk een tracé deels ondergronds kan lopen. Ook moet worden gerealiseerd dat een 380 kV lijn andere ontwikkelingen beperkt.

Momenteel wordt in het Programma Energiehoofdstructuur onderzoek gedaan naar de behoefte aan uitbreiding van het 380kV-net. Bij uiteindelijke uitbreiding worden voor tracékeuzes verschillende belangen, zoals de genoemde, afgewogen. In het kader van de Verstedelijkingsstrategie hebben Rijk en regio afgesproken intensiever samen te werken ten behoeve van een integrale besluitvorming op nationaal en regionaal niveau over ruimtelijke en economische ontwikkeling aan de ene kant en een robuust en duurzaam hybride energiesysteem aan de andere kant. Op basis van verder onderzoek zijn de 4 abstracte scenario's over de toekomstige energiesystemen vervangen. Door middel van regionale scenario’s, gebaseerd op de nationale scenario’s van de netbeheerders (II3050) en verrijkt met lokale informatie, zijn ruimtelijke gevolgen inzichtelijk gemaakt. Daarbij is gekeken naar de koppeling tussen verstedelijking, zowel op toevoeging woningbouw als industrie en datacenters. Uit de scenario’s is een aantal onmisbare elementen gedestilleerd die hoe dan ook noodzakelijk zijn om ook in de toekomst een robuust energienetwerk te hebben in de MRA en in Nederland: no-regret maatregelen. Verder wordt gekeken naar de mogelijkheden tot het plaatsen van lokale (wijk) opslag voor elektriciteit om het netwerk te ontlasten.

Wanneer elektriciteit lokaal (voor een korte tijd) wordt opgeslagen in batterijen, kan dit zorgen voor een ontlasting van het elektriciteitsnetwerk. Deze en meer elementen zijn opgenomen in hoofdstuk 3.3, systemen van de toekomst. In de komende jaren moet gekoppeld aan de discussie over regionale en landelijke hoofdstructuur voor energie besloten worden welke invulling gekozen wordt

29 Vooraf aan definitieve keuze voor de voorkeurslocatie van een vierde hyperconnectiviteitscluster bij Almere/Zeewolde dient te worden bekeken wat dit vraagt aan benodigd water voor koeling en welke effecten dat heeft voor benodigd water in het Gooimeer of IJmeer. Daarnaast benadrukken we dat een hyperconnectiviteitscluster een nationaal belang is, waardoor afwegingen voor het plaatsen elders buiten de MRA ook een optie kan zijn. Verder zouden investeringen ook vanuit het Rijk moeten komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://beemsterraadsinformatie.purmerend.nl/api/v1/meetings/1274/documents/19839