32a. MRA verstedelijkingsconcept 2050 geanonimiseerd.pdf
Tekst van het document
In de MRA worden proeftuinen voor kringlooplandbouw ingericht – Laag Holland, de Amstelscheg en Flevoland komen
Westeinderscheg). Rond kwetsbare natuurgebieden kan
daar bijvoorbeeld voor in aanmerking. In Lelystad is in samenwerking met het ministerie van LNV de Boerderij van de
ook de opvang of regulering van groeiende recreatieve
Toekomst opgezet. Daarnaast is Flevoland een van de vijf experimenteergebieden voor kringlooplandbouw in Nederland.
druk een aanleiding zijn en ook natuurontwikkeling
8
De Tweede Kamer heeft in september 2021 een motie aangenomen die de regering vraagt om te onderzoeken hoe met oog voor de ruimteclaims voor onder andere woningbouw en energie,
hoogwaardige landbouwgronden in Nederland beschermd kunnen worden (motie Boswijk c.s. kamerstuk 33037-391),
50
geeft kans op landschappelijke versterking. In de Zuidflank is de noodzakelijke sanering van verouderde glastuinbouwgebieden een directe aanleiding. Het kan ook om duurzaamheidsambities gaan, zoals het beperken van de bodemdaling of de aanleg van nieuwe bossen. Het Rijk en de twaalf provincies hebben zich voorgenomen om 37.000 hectare nieuw bos aan te planten. Het vasthouden van CO2 en het vergroten van
Biodiversiteit vergroten, ook buiten natuurgebieden In het nationale Programma Natuur wordt het begrip ‘basiskwaliteit natuur’ gehanteerd, als tweede spoor naast het verbeteren van de ecologische kwaliteit van het Natuurnetwerk Nederland (door maatregelen binnen en buiten dat netwerk). De Basiskwaliteit Natuur is een instrument om biodiversiteit buiten natuurgebieden te versterken. Het is gericht op een natuurinclusieve ruimtelijke inrichting bij verstedelijking, infrastructuur, industrie en de energietransitie, dus in de gehele samenleving. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat al voorafgaand aan investeringen in woningbouw, economische projecten of infrastructuur maatregelen genomen worden om het ecologische systeem te versterken, ook als de instandhouding van de ecologische kwaliteit in Natura 2000-gebieden daar niet toe verplicht.
de biodiversiteit behoren tot de beweegredenen achter deze nationale Bossenstrategie, net als de functie voor de recreatie, de bijdrage aan de klimaatadaptiviteit en
kunnen, afhankelijk van de inrichting, deels samenvallen
Om ervoor te zorgen dat deze ‘groene zones’ aan
de productie van hout als duurzaam en hoogwaardig
met andere functies in deze gebieden zoals landbouw,
meerdere ambities tegelijk bijdragen (bijvoorbeeld op
bouwmateriaal. Een deel van de 37.000 hectare kan goed
natuur, recreatie en energie.
het gebied van gezondheid, klimaatadaptatie, erfgoed en biodiversiteit) is menging van functies een uitgangspunt
in de MRA worden aangelegd, in landschapstypen die zich daarvoor lenen en waar bossen kunnen helpen om
Meer in het algemeen is in één gebied vaak meer dan
(zoals natuur, landbouw, waterbuffering, en recreatie).
andere opgaven aan te pakken. Zo wordt in Flevoland
één opgave aan de orde. Ambitie bij de landschappelijke
De verhouding tussen deze functies verschilt per zone.
1700 hectare bos bij de nieuwe woningbouwlocaties
versterking is dat functionele ingrepen in het landschap
Verbindingen lopen over land en over water en vaak
aangeplant en kunnen ook PARK21 en de
steeds ook de beleving vergroten en bijdragen aan de
ook langs oevers en dijken. Als ze historische lijnen of
Westeinderscheg mogelijkheden bieden.
toegankelijkheid, en andersom, dat ingrepen om de
structuren volgen, zoals het Oer-IJ of de Stelling van
landschappelijke beleving te vergroten ook andere doelen
Amsterdam, ondersteunen ze ook de cultuurhistorische
dienen.
waarde van het landschap. Veel verbindingen moeten
De noodzaak om tot een waterrobuuste, klimaatadaptieve inrichting te komen, kan landschappelijke versterking
worden verbeterd om goed te functioneren. Ze hebben
verdroging (zoals de Heuvelrug) of verzilting
Groene zones: landschappelijke verbindingen
(zoals de droogmakerijen). De noodzaak voor
Eigen aan de MRA is niet alleen de diversiteit aan
grote infrastructuur. Hetzelfde geldt voor ecologische
grootschalige tijdelijke piekwaterbuffering vanuit
landschappen, maar ook het aaneengesloten karakter
verbindingen binnen het Natuurnetwerk Nederland.
het hoofdwatersysteem kan ook een aanleiding zijn.
ervan. De steden en dorpen liggen in het landschap –
Sommige moeten nog worden aangelegd. Andere
Zoekgebieden daarvoor liggen in het Oer-IJ en bij de
daarin onderscheidt de MRA zich van de meeste andere
zijn kwetsbaar, bijvoorbeeld op plekken waar ze grote
Gooi en Vechtstreek. Vanwege de klimaatverandering
metropolitane gebieden in de wereld. Juist omdat de
infrastructuur kruisen.
is tijdelijke piekwaterbuffering in deze gebieden
landschappen verbonden zijn, kunnen ze hun bijdrage
noodzakelijk voor de waterveiligheid van de MRA
leveren aan de leefkwaliteit, de menselijke maat en de
als geheel. Ze vormen een aanvulling op het nieuwe
biodiversiteit in de MRA. Dat maakt de landschappelijke
Landschaps- en natuurinclusieve verstedelijking
noodoverloopgebied in De Ronde Hoep en de tijdelijke
verbindingen belangrijk, ook buiten de ecologische
De groei in de MRA brengt ook ingrepen met zich mee
waterberging in de zuidpunt van Haarlemmermeer,
verbindingen die zijn opgenomen in het Natuurnetwerk
die zich moeilijk laten combineren met de beleving
waartoe al besloten is. Tijdelijke piekwaterbufferlocaties
Nederland.
van het landschap, een belangrijk aspect van een
aanjagen in gebieden die te maken hebben met
niet altijd een inrichting die bij de verbindende functie past en er moeten barrières worden genomen, vooral van
51
gezonde leefomgeving. Die spanning bestaat vooral
in de stad naar stadsparken en via aantrekkelijke
gebieden rondom de natuurkernen van Nationale
bij nieuwe verkeersinfrastructuur en uitbreidingen van
stad-landverbindingen naar het buitengebied.
Parken Zuid-Kennemerland en Nieuw Land, die de
het energienetwerk (zoals leidingen en opwekking)
Cultuurhistorische structuren spelen hier een belangrijke
natuur beleefbaar en toegankelijk moeten maken
en bij bedrijventerreinen en nieuwe woonwijken. Het
rol in, zoals rivieren, waterlopen en dijken. Onderdelen zijn
zonder de ecologische waarde van de natuurkernen
ontwikkelprincipe van een ‘landschapsinclusieve
zowel landschapsparken7 als goede routestructuren en
zelf aan te tasten. Bij het doorontwikkelen vragen
ontwikkeling’ betekent dat als voor zo’n ingreep wordt
spreiding van bestemmingen. Om te komen tot een MRA-
vooral stadsranden en groene verbindingen in de
gekozen, de landschappelijke kwaliteit deel uitmaakt
dekkende recreatieve structuur van goede kwaliteit, die
stad aandacht, zeker daar waar de recreatieve druk
van de afweging en zo mogelijk geïntegreerd wordt in de
berekend is op de verwachte bevolkingsgroei en toename
hoog is of waar sprake is van relatief veel bewoners
oplossing. Dat gaat verder dan een zorgvuldige inpassing;
van de gebruiksdruk van de MRA, is een schaalsprong
met een kwetsbare gezondheid en waar kwalitatief
het betekent ook dat parallel of anticiperend wordt
nodig in het recreatieve netwerk. Dat vraagt om een
groen schaars is en recreatief groen buiten de
geïnvesteerd in compensatie van de verloren gegane
drievoudige aanpak:
bebouwde kom slecht bereikbaar is. Onderdeel van
waarden, op of direct rondom de locatie of het tracé.
1.
Versterking van de bestaande recreatieve
het ‘doorontwikkelen’ is ook het op orde houden
structuur (waar deze sleets is en/of schakels
dan wel verbeteren van de bereikbaarheid. Sommige
Ruimtedruk van infrastructuur en/of stedelijke en
mist). Verantwoordelijkheden voor recreatieve
gebieden kennen een hoge recreatiedruk en het
economische functies kan leiden tot keuzesituaties die
voorzieningen die niet onder een recreatieschap
verkeer erheen zorgt op topdagen voor congestie.
zich niet of niet eenvoudig met het ontwikkelprincipe van
vallen, zijn versnipperd over een groot aantal
Om de bereikbaarheid per openbaar vervoer te
een landschapsinclusieve ontwikkeling laten oplossen.
organisaties en een adequaat en helder financieel
verbeteren, wordt het concept van de ‘buitenpoorten’
Op locaties waar infrastructuur en/of stedelijke en
kader ontbreekt. Deze situatie leidt tot achterstanden
doorontwikkeld. Dit zijn halteplaatsen die direct
economische ontwikkeling noodzakelijk wordt bevonden,
in het beheer en ontbrekende schakels in
toegang bieden tot recreatie- en natuurgebieden.
en landschappelijke waarden daar niet zonder netto
het netwerk. Aanleg van nieuwe gebieden en
De eerste pilot is afgerond (Santpoort-Noord) en vier
kwaliteitsverlies in geïntegreerd kunnen worden, krijgt het
verbindingen vermindert de recreatieve druk op
nieuwe potentiële buitenpoorten worden onderzocht
ontwikkel- en inrichtingsprincipe van een ‘ruimhartige
kwetsbare natuurgebieden. De opgave is niet alleen
(Bussum-Zuid, Wormerveer, Haarlem-Spaarnwoude
compensatie’ invulling op grotere afstand. Dat laat de
om deze knelpunten in de huidige recreatieve
noodzaak van een goede landschappelijke inpassing
structuur te verhelpen, maar ook om toe te werken
onverlet.
Uitbouwen van een MRA-dekkende recreatieve structuur
2.
en Castricum). 3.
Het anticiperen op de toekomstige groei en
naar een beter systeem om het beheer te bekostigen.
de recreatieve behoefte van de bewoners.
Het doorontwikkelen van de bestaande recreatieve
Hierin hebben de gebieden die hierboven zijn
structuur. Dit behelst onder meer de lopende
benoemd voor ‘landschappelijke versterking’ en
ontwikkeling van landschapsparken (zoals PARK21
‘landschappelijke verbindingen’ een belangrijke rol.
Aan de basis van de landschapsbeleving staat een uit
in Haarlemmermeer en de Noorder IJplas tussen
Hier liggen de beste kansen om de aantrekkelijkheid
te bouwen MRA-dekkende recreatieve structuur. Die
Amsterdam en Zaandam), de doorontwikkeling
en capaciteit voor recreatief bezoek te vergroten,
begint idealiter bij de voordeur, loopt via groenzones
van Spaarnwoude en de lopende ontwikkeling van
respectievelijk het recreatieve netwerk uit te breiden.
7
Onder een landschapspark verstaan we een deel van het natuur- of cultuurlandschap, gelegen direct binnen de stedelijke invloedssfeer, waar specifieke voorzieningen zijn getroffen voor openbare
openluchtrecreatie en hoge recreatieve gebruiksdruk. Landschapsparken hebben een flinke maat en schaal, ze zijn groter dan parken in het stedelijk gebied en kleiner dan de oorspronkelijke landschappelijke eenheden. Door deze maat is er veel ruimte om recreatieve, productieve, cultuurhistorische en ecologische waarden te verenigen. Het zijn dan ook vaak rijk gevarieerde gebieden (denk aan het Twiske, het Amsterdamse Bos, de Tuinen van West, het Diemerbos en Spaarnwoude).
52
3.3
Systemen voor de toekomst Keuzes voor de meerkernige ontwikkeling en het groenblauwe netwerk hangen nauw samen met de ontwikkeling van de belangrijkste ‘systemen’: die voor water, ecologie, mobiliteit en energie. Uit deze systemen volgen voorwaarden voor de ruimtelijke ontwikkeling en andersom zullen de systemen op sommige punten moeten worden aangepast aan ruimtelijke ontwikkelingen. Eigen aan al deze vier MRA-systemen is dat ze deel uitmaken van nationale en internationale systemen. Keuzes voor de MRA kunnen niet los worden gezien van de (inter)nationale context. Dat maakt samenwerking tussen Rijk en regio tot een voorwaarde.
53
Watersysteem en klimaatadaptatie Ontwikkelrichting 2050
N
schaal 1:100.000 0
5.000
10.000
15.000
20.000
Watersysteem
betere waterkwaliteit. Ook de druk op waterkeringen
2.
De beschikbaarheid van water sturender te laten
neemt toe, door uitbreidingen van woningbouw en
zijn voor de situering van functies die afhankelijk
Waterrobuuste ontwikkeling
bedrijvigheid, door de klimaatverandering en door keuzes
zijn van veel water en kwetsbaar zijn in periodes van
Tot dusver slagen we er doorgaans in om het
in waterbeschikbaarheid (bijvoorbeeld peilopzet).
droogte, zoals bedrijven die veel koel- of proceswater
watersysteem met technische middelen aan te passen
gebruiken, maar ook agrarische bedrijvigheid en
aan het bestaande of gewenste grondgebruik, verzekerd
Betere wisselwerking tussen ruimtegebruik en
natuur. Dat vraagt ook om zo mogelijk technieken toe
te blijven van voldoende zoetwater, én watersnood en
watersysteem
te passen die de afhankelijkheid van water inperken,
substantiële wateroverlast te voorkomen. Maar de druk
Het watersysteem zit aan zijn limiet. Er is meer ruimte
zoals voor de koeling van datacenters. Zoetwater is
op het watersysteem loopt op. Klimaatverandering
nodig voor een natuurlijk waterbeheer, naast het
niet onbeperkt beschikbaar. Bij ernstige tekorten
vraagt een klimaatadaptieve en waterrobuuste
technische watermanagement, op alle schaalniveaus –
wordt het beschikbare zoete oppervlaktewater
ruimtelijke inrichting. Naast de klimaatverandering
van de straat tot het nationale watersysteem. Dat vraagt
verdeeld volgens de landelijke verdringingsreeks.
zorgen ook ruimtelijk-economische ontwikkelingen voor
om een betere wisselwerking tussen ruimtegebruik en
Het gebruik van drinkwater is geen alternatief voor
toenemende druk op het watersysteem. Stedelijke en
watersysteem door:
functies die deze waterkwaliteit niet per se nodig
economische ontwikkeling hebben een toenemende
1.
De bekende drieslag in het waterbeleid van
hebben. Water van drinkwaterkwaliteit is schaars en
vraag naar water tot gevolg, waar niet voor alle doeleinden
vasthouden, bergen en afvoeren strikter toe te
wordt alleen gebruikt als dat noodzakelijk is of als er
zonder meer in voorzien kan worden. Het beïnvloedt
passen. Waarbij meer dan in het verleden de grootste
geen alternatief voorhanden is.
ook de belasting van het watersysteem, bijvoorbeeld
nadruk ligt op vasthouden, vasthouden en nog
doordat extra verharding bij extreme buien leidt tot
eens vasthouden, in groen, op alle schalen en in
de gevolgen van wateroverlast door regen, mogelijke
een grotere waterafvoer en doordat meer afvalstoffen
alle gebieden. Op daken en percelen, in straten en
overstromingen en zeespiegelstijging zoveel mogelijk
in het watersysteem terecht komen. Dit vergroot de
wijken, lokaal in sloten en polders, in het regionale
beperkt blijven. Vitale en kwetsbare functies worden
opgaves om wateroverlast, watertekort en verzilting
watersysteem en aan en in het hoofdwatersysteem.
bij voorkeur niet op plekken ontwikkeld waar sprake
3.
Nieuwe ontwikkelingen zodanig vorm te geven dat
tegen te gaan en om te werken aan een structureel
afbeelding 12 - Klimaatrisico, tijdshorizon en levensduur (uit Resilience by Design)
55
is van een hoog plaatselijk risico, ofwel worden
Investeringen in het hoofdwatersysteem
IJmeer voor de piekwaterberging en als buffer voor
voldoende robuust aangelegd. Bij ontwikkelingen
De noodzaak van een klimaatadaptieve ontwikkeling
waterbeschikbaarheid dan nu voorzien (ten behoeve
in kwetsbare gebieden is voldoende aandacht voor
werkt door in de voorwaarden voor meerkernige
van zoetwater- en drinkwatervoorziening, mogelijk ook
calamiteitenbeheersing, bijvoorbeeld door rekening
ontwikkeling en de stedelijke inrichting, en in de
voor Gooi en Vechtstreek). Dit vraagt om een grotere
te houden met evacuatieroutes en bereikbare veilige
ontwikkeling van het groenblauwe netwerk. Op een
aan- en afvoercapaciteit richting het Markermeer,
plekken in de buurt. Bij nieuwbouw is dat relatief
aantal punten is onderzoek nodig naar investeringen in
waarvoor de gemaalcapaciteit bij omgeving Muiden en
eenvoudig, in bestaande woon- en werkgebieden
het hoofdwatersysteem voor het vasthouden, bergen en
Amsterdam-Rijnkanaal vergroot zou moeten worden. Bij
is dat uitdagender. Toch moeten ook die aangepakt
afvoeren van water.
deze actie moeten ook de ruimtelijke en economische
worden. Een oplossing is om bestaand stedelijk
consequenties, de doorwerking en effecten op de
gebied en nieuwe ontwikkelingen in samenhang aan
Zo is onderzoek nodig naar de mogelijkheden om het
aangrenzende watersystemen en de infrastructuur (zoals
te pakken.
huidige hoofdwatersysteem in te zetten voor het tijdelijk
doorvaarhoogten) in beeld worden gebracht. Ook moet
vasthouden van water, als mogelijk noodzakelijke
onderzoek worden gedaan naar de mogelijkheden voor
Met name in landelijk gebied kunnen de effecten van
aanvulling op het vasthouden van water in de bebouwde
een grotere en efficiënte aan- en afvoercapaciteit voor
klimaatverandering ook tot gevolg hebben dat het huidige
gebieden, polders en regionale watersystemen en het
het watersysteem. Naast de aan- en afvoercapaciteit op
grondgebruik niet meer houdbaar is, bijvoorbeeld in tijden
tijdelijk bergen van water in piekwaterbufferingsgebieden
het Markermeer gaat dat om de aan- en afvoercapaciteit
van droogte. Dat kan aanpassing van het grondgebruik
aan het hoofdwatersysteem (waarvoor zoekgebieden zijn
van en naar de Lek en de mogelijkheden om meer water
en/of functieverandering tot gevolg hebben.
geïdentificeerd in het Oer-IJ en het Vechtplassengebied).
naar zee te kunnen afvoeren via de gemalen in IJmuiden
Daarnaast kan gedacht worden aan het benutten
en Katwijk. Dit wordt uitgewerkt in het programma
De komende jaren werken we aan een integrale
van de ruimte in het Amsterdam-Rijnkanaal en het
‘Toekomstbestendig Watersysteem Amsterdam-
systeemuitwerking voor een robuuste en
Noordzeekanaal (via het incidenteel accepteren
Rijnkanaal/Noordzeekanaal’ en het Deltaprogramma
klimaatbestendige regio, die moet bijdragen aan een
van hogere peilen bij een dreigende calamiteit),
IJsselmeergebied.
betere wisselwerking tussen het watersysteem en
en een grotere functie van het Markermeer en
de ruimtelijke inrichting. In deze systeemuitwerking zal ook gekeken worden naar de effecten van de zeespiegelstijging en klimaatverandering op locatiekeuzes, naar hoe de verschillende toekomstscenario’s (adaptatiepaden) in de ruimtelijke inrichting opengehouden kunnen worden, en naar de afweging welke gebruiksfuncties op lange termijn nog kunnen worden gefaciliteerd. Daarnaast geeft deze systeemuitwerking aan hoe en waar de ruimtelijke planning rekening moet houden met ruimte voor vasthouden, bergen en afvoeren van water.
Verzilting via het Noordzeekanaal De waterkwaliteit van het Noordzeekanaal wordt beïnvloed door indringing van zout water via de zeesluizen. De toenemende droogte kan het zoutgehalte verder doen toenemen. Enige mate van verzilting is geen bezwaar en zelfs wenselijk voor natuurwaarden langs de oevers. Te veel verzilting is echter schadelijk voor de landbouw, de natuur en de industrie (die het water gebruikt als koel- en/of proceswater), en het bemoeilijkt de drinkwaterproductie. Om een teveel aan zoutwatertoevoer te voorkomen, wordt bij de zeesluizen een constructie gebouwd voor ‘selectieve onttrekking’, waardoor een deel van het zoute water weer terugstroomt naar zee. Verdere ontwikkeling van de haveneconomie kan leiden tot meer scheepvaartverkeer, en daardoor een grotere zoutindringing. Deze verzilting kan via de Oranjesluizen ook de waterkwaliteit van Markermeer-IJmeer beïnvloeden, zeker als een toename van de binnenvaart op die route tot meer schutbewegingen leidt. De omvang van dit effect is onbekend en moet worden onderzocht. Daaruit zal moeten blijken of het een potentieel knelpunt is en wat eraan gedaan kan worden, en of technische middelen zoals de selectieve onttrekking een afdoende oplossing vormen.
56
Ecologisch systeem
Ontwikkelrichting 2050
N
schaal 1:100.000 0
5.000
10.000
15.000
20.000
Ecologisch systeem
omvangrijke populaties trekvogels ontvangen – een
nieuwe ‘groene zones’ op regionale schaal voor de
belangrijke maatstaf voor dit deel van de MRA-natuur.
natuur geïntegreerd in de landschappelijke verbindingen
Een toekomstbestendig ecologisch systeem draagt in de
Ook elders in de regio moeten nog verbindingen worden
(paragraaf 3.2), en is menging met andere functies (zoals
eerste plaats bij aan onze ambitie om de biodiversiteit te
aangelegd of zijn ze kwetsbaar, bijvoorbeeld op plekken
landbouw, waterbuffering, klimaatadaptatie, gezondheid
vergroten, maar er zijn meer redenen om te investeren
waar ze grote infrastructuur kruisen.
en recreatie) een uitgangspunt. De landbouw kan hier, gezien haar grote aanwezigheid in en impact op de
in de natuur. Een vitale natuur draagt bij aan een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving, zowel
De verdrogingsproblematiek en de stikstofcrisis tonen
omgeving, een belangrijke rol in spelen door kringlopen
binnen de stad als daarbuiten. De versterking van het
indringend aan dat de robuustheid en veerkracht van
te sluiten en om te schakelen naar een natuurinclusieve
groenblauwe netwerk, met zijn functies voor bijvoorbeeld
het Natuurnetwerk Nederland sterk wordt beïnvloed
bedrijfsvoering. Voorwaarde is dat voldoende
recreatie, erfgoed, schone lucht, waterwinning voor de
door het ruimtegebruik buiten het Natuurnetwerk zelf.
landbouwgrond behouden blijft voor de landbouw, zoals
drinkwaterproductie, waterbuffering en verkoeling is
Een robuust ‘groengehalte’, reductie van emissies en
toegelicht wordt in hoofdstuk 3.2. Natuurontwikkeling
mede afhankelijk van de natuurkwaliteit.
een klimaatbestendige waterhuishouding buiten de
is ook een krachtig middel om de landschapsbeleving
natuurgebieden zijn ook van belang voor de kwaliteit
te vergroten en daarmee de recreatieve kwaliteit te
Tot 2027 werken we aan de afronding van het
van het Natuurnetwerk Nederland. Natuur kan een
versterken. Verbindingen lopen over land en over water en
Natuurnetwerk Nederland (het netwerk van onderling
zuiverende werking hebben op lucht en water, maar lijdt
vaak ook langs oevers en dijken.
verbonden natuurgebieden, waaronder de Natura
ook onder lucht- en waterverontreiniging. Die invloed
2000-gebieden). Dat legt de basis voor zo’n robuust en
kan vooral consequenties hebben als een grote bron van
De volgende groene zones/ecologische verbindingen op
veerkrachtig systeem. Tegelijk werken we op de korte en
emissies zich nabij een bestaand of gewenst natuurgebied
regionale schaal zijn in beeld:
lange termijn aan een ‘natuurinclusieve ontwikkeling’,
bevindt. De kwaliteit van grond- en oppervlaktewater en
•
met versterkte aandacht voor de biodiversiteit in de nabije
de waterpeilen hebben eveneens invloed. De normen van
omgeving, dus niet alleen in natuurgebieden.
de Kaderrichtlijn Water, onder meer afgestemd op een vitale natuur, worden nog lang niet overal gehaald.
Tussen de duinen en het Groene Hart (via PARK21 in Haarlemmermeer, de Westeinderplassen en de Amstelscheg)
•
Natuurnetwerk Nederland
Tussen Spaarnwoude en de Zaanstreek (in combinatie met het zoekgebied voor tijdelijke
De komende jaren zijn nog veel inspanningen nodig
Het verbeteren van de ecologische kwaliteit buiten
om het Natuurnetwerk Nederland af te ronden, en
het Natuurnetwerk Nederland (inclusief de Natura
•
Tussen de Zaanstreek en IJmeer (via Waterland)
ook daarna vraagt dit netwerk inspanningen voor
2000-gebieden), maar wel ten behoeve van dat
•
De Oostvaardersoevers als schakel tussen
beheer en verbetering. Zo gaat de agenda voor het
Natuurnetwerk, is onderdeel van het nationale
de Oostvaardersplassen/Lepelaarplassen,
‘Toekomstbestendig Ecologisch Systeem’ in en om
Programma Natuur dat het Rijk en de provincies
IJmeer/Markermeer en Kustzone Lelystad (de
Markermeer en IJmeer veel verder dan 2027. De
uitwerken.
kustontwikkeling aan het Markermeer is onderdeel
waterbuffering, via het gebied van het Oer-IJ)
ambitie met het Nationaal Park Nieuw Land (bestaande
van het Toekomstbestendig Ecologisch Systeem
uit Markermeer, Trintelzand, Marker Wadden,
Groene zones: ecologische verbindingen
rond Markermeer en IJmeer, en maakt deel uit
Oostvaardersplassen en Lepelaarplassen) is om dit
Natuurverbindingen kunnen verschillende vormen
van de Natte As tussen de Noord-Hollandse
systeem robuust en veerkrachtig te maken, zodanig dat
aannemen, afhankelijk van de ecologische functie. Binnen
laagveengebieden, het Markermeer en randmeren,
het bestand is tegen de jaarlijkse schommelingen die
het in 2027 af te ronden Natuurnetwerk Nederland
inherent zijn aan elk ecosysteem. Ook in perioden van
zijn ecologische verbindingen aangewezen met een
schaarste, door welke oorzaak dan ook, kan Nieuw Land
heldere functie binnen dat netwerk. Na 2027 worden
en de laagveengebieden in Overijssel) •
Groenblauwe dooradering van het landbouwgebied van Flevoland en Noord-Holland
59
Mobiliteitssysteem Ontwikkelrichting 2050
N
schaal 1:100.000 0
5.000
10.000
15.000
20.000
Mobiliteitssysteem
Met een samenhangende aanpak van de verstedelijking
Afremmen en spreiden van de mobiliteitsgroei
en het mobiliteitssysteem dragen we naast aan
Om de verkeersdruk op het regionale en nationale
Om de groei van de bevolking en de economie op te
bereikbaarheid en leefkwaliteit ook bij aan doelstellingen
mobiliteitssysteem zoveel mogelijk te beperken zetten
kunnen vangen is in de hele Metropoolregio Amsterdam
op het gebied van duurzaamheid, gezondheid en
we allereerst in op het afremmen en spreiden van de
een volgende stap nodig in de ontwikkeling naar slim,
inclusiviteit. Daarvoor is een mix van maatregelen
mobiliteitsgroei. Dit doen we door ervoor te zorgen dat
duurzaam en ruimte-efficiënt vervoer. Door de snelle
noodzakelijk die elkaar versterken. Cruciaal is het
veel nieuwe (betaalbare) woningen, werkplekken en
verstedelijking fungeert de MRA meer en meer als één
afremmen en spreiden van de mobiliteitsgroei, het
voorzieningen in (hoog)stedelijke woonmilieus goed
stedelijk systeem. Dit vraagt om een daarmee nauw
versneld doorzetten van de (ingezette) mobiliteitstransitie
bereikbaar zijn per openbaar vervoer en fiets en dat
samenhangend en multimodaal vervoersysteem voor
en het nauw afstemmen van verstedelijking op nabijheid
deze zich op loop- en fietsafstand bevinden van een
personen en goederen én om een versneld ander en
en bereikbaarheidskwaliteit. Dit laatste geven we invulling
groot aantal bestaande woningen, werkplekken en
meer duurzaam reisgedrag van bezoekers, bestaande en
met de meerkernige ontwikkeling en het realiseren
voorzieningen als winkels, scholen en gezondheidscentra.
nieuwe bewoners. Er is een mobiliteitstransitie nodig in
van gemengde woon-werkmilieus met het accent op
Hiermee wordt de behoefte aan automobiliteit
de MRA om de bereikbaarheid van en naar de MRA en de
binnenstedelijke ontwikkelingslocaties, vooral op en rond
verminderd. Ook draagt dit bij aan een leefbare, veilige,
leefkwaliteit in de steden te borgen. Dit doen we met een
belangrijke ov-locaties.
gezonde openbare ruimte, door het aandeel van de auto in de openbare ruimte minder te laten zijn ten opzichte
mix van gedragsverandering, investeren in de netwerken voor fiets, openbaar vervoer en weg en slim verstedelijken.
Om meer inzicht in het complexe functioneren van het
van groen en verblijfsruimte. Daarnaast blijft er in delen
vervoersysteem in de MRA te krijgen is een Multimodaal
van de MRA en ook elders behoefte bestaan aan andere
Als er niets wordt gedaan aan extra verdichting met
Toekomstbeeld 2040 MRA (MTB 2040) in ontwikkeling
minder gemengde en verdichte woonmilieus. Deze zijn
gemengde woon-werkmilieus en bijbehorende
als verdiepingsslag op de Netwerkstrategie MRA.
niet altijd even goed aangesloten op het regionale en
mobiliteitstransitie wordt het fors drukker in het OV
Dit MTB 2040 geeft richting aan de keuzes die op
landelijke OV-systeem. De auto houdt in deze gebieden
en op de weg met 70% meer OV-ritten en 50% meer
netwerkniveau moeten worden gemaakt om de groei
een rol van betekenis. Wel kunnen we bevorderen dat de
autoverplaatsingen in 2040. Uitgaande van een
van alle modaliteiten en de verstedelijking tot 2040 in de
rit per auto deel wordt van een ketenverplaatsing, met
verstedelijkingstempo van +175.000 woningen tot 2030,
MRA zo goed mogelijk op te kunnen vangen met behoud
overstappen op de fiets of openbaar vervoer, en dat het
is circa 75% van deze groei al in 2030 een feit. Ondanks
of verbetering van de leefkwaliteit in de regio. Daarvoor
aandeel deelauto’s toeneemt.
de geplande investeringen de komende 10 jaar lopen al
worden onder andere het Landelijk OV Toekomstbeeld
in 2030 de netwerken vol, en raken op veel plekken en
en Regionaal OV Toekomstbeeld als basis gebruikt.
Eén samenhangend, multimodaal systeem
voor alle modaliteiten de netwerken verzadigd. Op MRA-
In de vervolgstap van het MTB zal bezien worden
Verdichting en mobiliteitstransitie dragen bij aan
niveau verslechtert dan de bereikbaarheid van banen en
welke investeringen, aanscherpingen in beleidskeuzes
minder en/of kortere verplaatsingen. Ze geven
economische centra en zorgt de groeiende ruimteclaim
en aanscherpingen op het verstedelijkingsconcept
lucht aan het mobiliteitssysteem en verbeteren de
vanuit (auto)mobiliteit voor verminderde leefbaarheid. Als
(woonmilieus en vestigingsklimaat) nodig zijn. Die worden
bereikbaarheid en leefkwaliteit van economische centra
het gaat om de duurzaamheidsdoelen, dan worden deze
vervolgens weer ingebracht in het vervolgtraject van de
en woningbouwlocaties. We kunnen daar echter niet alle
met louter elektrificatie van het wagenpark bij lange na
Verstedelijkingsstrategie.
(voorspelbare) knelpunten direct mee oplossen. Naast
niet gehaald. Ook kan voor met name lager opgeleiden de
een krachtige inzet op gedragsbeïnvloeding zijn flinke
vervoersarmoede toenemen.
investeringen nodig in alle netwerken en bijbehorende knopen.
62
Het mobiliteitssysteem functioneert als één
en duurzame vorm van regionale mobiliteit is. Extra inzet
en filevrij busverkeer en mogelijk tram/lightrail (vooral
samenhangend systeem van verschillende modaliteiten
op de fiets draagt sterk bij aan het behalen van doelen van
HOV Haarlem-Schiphol-Amsterdam Zuid en HOV
voor personen- en goederenvervoer: spoor en openbaar
leefbaarheid en duurzaamheid. De fiets leent zich naast
ZaanIJ). Op het hoofdrailnet gaat het om het ontvlechten
vervoer, weg, waterweg, fiets en lopen. Het MTB 2040
voor de volledige verplaatsing ook uitstekend voor de ‘first
van het regionale spoor (Intercity of Sprinter) en meer
is nog in ontwikkeling, maar duidelijk is al wel dat in
& last mile’ in de keten van verplaatsingen met openbaar
capaciteitsruimte op het nationale spoor.
alle onderdelen/facetten van dit mobiliteitssysteem
vervoer of auto. Daarnaast zijn kwalitatief goede loop- en
maatregelen nodig zijn.
fietsroutes naar ov-knopen in de steden en het bieden
De overstapcapaciteit van de hoofdknopen bereikt zijn
van voldoende veilige stallingscapaciteit van belang.
grens. Het spreiden van het aantal overstappen door
Multimodale en integrale aanpak noodzakelijk
De E-bike en speed pedelec bieden een hoogwaardig
een betere benutting van kleinere ov-knopen zoals in
Om doelstellingen op het gebied van duurzaamheid
alternatief voor verplaatsingen tot 20 kilometer en leiden
de regio Haarlem-IJmond en middelgrote ov-knopen in
en leefkwaliteit te halen en het functioneren van de
tot een toenemend fietsgebruik op stedelijke en regionale
Amsterdam (bijv. Muiderpoort en Lelylaan) sluit beter aan
netwerken te verbeteren, is een mix van maatregelen
fietsroutes. Investeren in het regionale en stedelijke
bij de mobiliteits- en verstedelijkingsdoelen.
noodzakelijk.
fietsnetwerk is daarmee een belangrijke stap. Dat doen we
•
onder meer door de ontwikkeling van doorfietsroutes. Dat
In het onderliggende ov-systeem blijft de fijnmazigheid,
Gedragsmaatregelen/beleid
zijn veilige, comfortabele en snelle fietsroutes, met weinig
betaalbaarheid en beschikbaarheid in de tijd van groot
De groei van het autoverkeer wordt getemperd
stops en in een aantrekkelijke omgeving.
belang om vervoersongelijkheid onder specifieke
door het versterken en uitbouwen van de
doelgroepen tegen te gaan en de nabijheid en
inzet van integrale gedragsmaatregelen
De verstedelijking en inzet op mobiliteitstransitie
bereisbaarheid van voorzieningen en werklocaties (24
zoals financiële prikkels, autoluwe steden,
leiden tot extra druk op het openbaar vervoer. Een
uurseconomie) te vergroten.
multimodale gebiedsontwikkeling, onderwijs- en
stapsgewijze schaalsprong van het regionale openbaar
werkgeversaanpak. Dit leidt tot meer ruimte in de
vervoer (metro, HOV) speelt ruimte vrij op het (inter)
Investeringen in fiets en openbaar vervoer zijn – ook in
steden voor verblijven, lopen en fietsen, én betere
nationale spoornetwerk en versterkt de (inter)nationale
combinatie met gedragsmaatregelen – onvoldoende om
bereikbaarheid van onder meer de economische
concurrentiepositie en de agglomeratiekracht van de
in het autonetwerk de doorstroming op de ringwegen
centra.
MRA, en de ontsluiting van bestaande steden en nieuwe
rond Amsterdam te borgen. Het blijft van belang dat we
stedelijke ontwikkelgebieden. De beste manier om meer
ook in de toekomst het autoverkeer op de ringwegen
Investeren in de netwerken
capaciteit te creëren in het openbaar vervoer en de
kunnen blijven sturen en verdelen over het netwerk.
Ondanks de positieve effecten van
betrouwbaarheid te verbeteren, is het zoveel mogelijk
Hierbij zou gedacht kunnen worden aan maatregelen
gedragsmaatregelen zijn stevige investeringen
ontvlechten van lokale/regionale netwerken en het (inter)
die het huidig areaal/asfalt slim en vraagafhankelijk
onontkoombaar. Het gaat om investeringen in de
nationale netwerk. Het gaat hier om investeringen in het
maximaal benutten, bijvoorbeeld met dynamische
stedelijke, regionale en nationale netwerken van fiets,
regionale metronetwerk vanuit cruciale netwerk-ingrepen
snelheden en flexibele (doelgroep)stroken. Het is niet
openbaar vervoer, auto en hubs ten behoeve van
of gekoppeld aan grootschalige woningbouwlocaties
opportuun om een keuze te maken tussen de grote ring
de verbetering van de bereikbaarheid, inclusiviteit,
(doortrekken van de Noord/Zuidlijn tussen Amsterdam-
(A5, A9, A10 Noord en Oost) en de kleine ring (A10).
leefkwaliteit, gezondheid en duurzaamheid.
Zuid en Hoofddorp, het sluiten van de Amsterdamse
Beide verdeelringen zijn ook nodig bij de afwikkeling
metroring tussen Isolatorweg en Amsterdam Centraal
van incidenten en de robuustheid van het systeem.
Investeren in het fietsnetwerk en -gebruik is cruciaal
en aanleg van de IJmeerverbinding). Daarnaast gaat
Afhankelijk van het oplossend vermogen van maatregelen
omdat de (e-)fiets de meest ruimte-efficiënte, gezonde
het om het uitbreiden en versterken van snel, frequent
die de vraag reduceren, zijn grootschaligere investeringen
•
63
in het wegennet nodig. Deze investeringen dienen
Voorkom vervoersongelijkheid
twee samenhangende opgaven uit het Toekomstbeeld
bij te dragen aan de doorstroming op de ringwegen.
Voor praktisch en middelbaar opgeleiden verdient de
OV: een voor het hele spoorsysteem cruciale ontvlechting
Op de A10-noord en de A9 Raasdorp – Holendrecht
bereisbaarheid en betaalbaarheid blijvende aandacht.
van de ‘dedicated’ Goederenroute Noordoost Europa
liggen opgaves, alsmede op enkele knooppunten zoals
Binnen stedelijke centrumgebieden zijn werk en
en vanuit de haven is een directe toegang gewenst
Watergraafsmeer en Holendrecht.
voorzieningen goed bereikbaar omdat openbaar vervoer
naar de Aziëhaven in het Noordzeekanaalgebied.
en fiets concurrerend zijn in woon-werkverplaatsingen
Zo wordt ruimte vrijgespeeld op het (inter)nationale
Naast deze hoofdkeuzes zijn er voor weg en openbaar
met de auto. Buiten die stedelijke centrumgebieden
spoornetwerk en ontstaan betere ruimtelijke condities
vervoer ook opgaven op vrijwel alle corridors naar en van
zijn openbaar vervoer en fiets minder concurrerend
voor verstedelijking (ruimte, veiligheid, milieuwinst).
Amsterdam en op de verbinding Flevoland-Utrecht.
met de auto in tijd en prijs. Ook vanuit het oogpunt van
De omvang van stadslogistiek groeit door toenemende
vervoersarmoede is de opgave om de betaalbaarheid
online-aankopen, verdichting en bouwlogistiek. We willen
Regionale en stedelijke bereikbaarheid
en kwaliteit van openbaar vervoer, de kwaliteit van
deze stapsgewijs duurzamer, slimmer en (waar nodig)
Onderdeel van het multimodale netwerk zijn ringen van
fietsvoorzieningen en spreiding van werkgelegenheid in
compacter en lichter organiseren, bijvoorbeeld met hubs
regionale hubs langs de corridors richting Amsterdam
de regio te versterken en zo vervoersongelijkheid tegen te
voor goederenvervoer of bouwlogistiek, vervoer over
om autoverkeer naar de hoofdwegen vroegtijdig af te
gaan. Dit draagt bij aan de bereikbaarheid van banen voor
water en ruimte voor technologische ontwikkelingen zoals
vangen en om over te stappen op (e-)fiets en HOV. Een
het schaarser wordend personeel in de cruciale beroepen
cargoloop en laadinfrastructuur.
succesvolle hubs-strategie is afhankelijk van flankerend
(onderwijs, zorg en veiligheid) en de concurrentiepositie
beleid en de mobiliteitstransitie in het hele netwerk.
van bedrijven in de MRA.
Autoluwe binnensteden en kernen, met minder
Goederenvervoer
hiervan op het mobiliteitssysteem, zetten we in op een
ruimte voor (vooral privé auto)mobiliteit, vergroten de
Nauw verbonden aan het mobiliteitssysteem voor
integrale ontwikkeling van de ontwikkeling van nieuwe
aantrekkelijkheid en leefkwaliteit in steden en dorpen.
personen zijn de logistieke stromen. Op (inter)nationale
woon- en werklocaties en het mobiliteitssysteem,
Het vergroten van verblijfsgebieden (30 km/u) in het
relaties stimuleren we een efficiënte bundeling van
zowel in de tijd als qua functiemenging. Door integrale
onderliggende stedelijke netwerk (50 km/u) verbetert
goederenstromen door slim gebruik te maken van
besluitvorming over de investeringskeuzes voorkomen we
de verkeersveiligheid en draagt bij aan de afname van
het wegennet, spoornetwerk en de vaarwegen. Over
zo veel mogelijk dat de bereikbaarheid en de leefkwaliteit
milieu- en gezondheidsrisico’s. Om dit te bereiken
het spoor zetten we stevig in op het stapsgewijs
in de regio eerst afneemt voordat er weer verbetering
moet geïnvesteerd worden in de openbare ruimte en de
ontvlechten van personen- en goederenvervoer in een
mogelijk is.
stedelijke fiets- en ov-netwerken.
toekomstbestendig en efficiënt Basisnet. Het gaat om
Verstedelijking en mobiliteit lopen samen op Gezien de omvang van de verstedelijking en het effect
64
Energiesysteem
Voor de ontwikkeling van het energiesysteem op lange
Basispad 2030
We werken toe naar een geïntegreerd, hybride
termijn gelden de volgende ontwikkelingsprincipes:
De energietransitie volstrekt zich in een hoog tempo
energiesysteem. Dat is een systeem dat gebruik maakt
•
De capaciteit van de energie-infrastructuur
en dat gaat gepaard met de nodige onzekerheden.
van verschillende duurzame bronnen, dat kleinschalige
(opwekking, transport, conversie, opslag) wordt
Omdat het doorgaans om grote projecten met een lange
energiewinning tot op buurtniveau integreert met
meegewogen in de keuze en inrichting van stedelijke
doorlooptijd gaat, kunnen we voor de periode tot 2030
grootschalige energieprojecten zoals aanlanding of
ontwikkelingslocaties. Daarbij wordt rekening
al wel met redelijke zekerheid stellen wat er zal gaan
elektrificatie en daarbij een stabiele energievoorziening
gehouden met de verwachte omslag naar een
gebeuren. Die projecten zijn nu immers al in voorbereiding
en gezonde leefomgeving waarborgt. Deze aanpassingen
‘geïntegreerd hybride energiesysteem’ dat meerdere
en als ze dat niet zijn, is de kans op realisatie voor 2030
zijn nodig om onze energievoorziening betrouwbaar te
duurzame energiebronnen en -modaliteiten
heel klein. We noemen dat het basispad. Hierin zien we
houden en om functies zoals vervoer en industrie in staat
(elektriciteit, waterstof, warmte en CO2) benut en
projecten terug die zijn opgenomen in stukken zoals de
te stellen om de uitstoot terug te dringen.
vraag en aanbod ook op wijk- en buurtniveau koppelt.
Regionale Energiestrategieën (RES), investeringsplannen
Met name grote energieverbruikers worden
van TenneT, Gasunie en Liander en de Cluster
De komende jaren moet de ombouw naar dit
gesitueerd in de buurt van locaties waar
Energiestrategie van het Noordzeekanaalgebied.
geïntegreerde, hybride systeem van de toekomst vorm
duurzame energie gewonnen wordt en nabij de
Voorbeelden zijn:
krijgen, in samenwerking met alle betrokken partijen
hoofdverbindingen in het energienet tussen het
•
en in samenhang met keuzes die voor het nationale
MRA-gebied en de rest van Nederland (voor
schaalniveau worden gemaakt. Dat zijn bijvoorbeeld
elektriciteit en mogelijk ook voor waterstof, als de
keuzes over de capaciteit van de aanlandingspunten
huidige aardgasleidingen deels worden omgevormd
opgenomen in de RES van Noord-Holland Noord,
voor windenergie afkomstig van de Noordzee, of over
tot waterstofleiding).
Noord-Holland Zuid en Flevoland
•
de inzet op waterstof en warmte als energiemodaliteiten.
•
Op plekken en in gebieden die een rol spelen in
De ombouw van het energiesysteem als geheel krijgt op
het toekomstige energiesysteem of daarvoor (na
lange termijn gestalte.
integrale afweging) in aanmerking komen, kunnen
Aanlanding 2,1 gigawatt windenergie in de IJmond zoals vastgelegd in de inpassingsplannen
•
•
Zoekgebieden wind- en zonne-energie zoals
Nationale waterstofbackbone, HyWay27. En de Regional Integrated Backbone NZKG
•
Realisatie groene waterstoffabriek, opslag en
strategische ruimtereserveringen worden gemaakt.
bunkerplaats bij Lelystad als stap richting de
Aan de keuzes voor het energiesysteem op lange termijn
De aanwezige milieuruimte blijft daar in stand en
ontwikkeling van een multimodaal energieknooppunt
zijn ruimtelijke consequenties verbonden, niet alleen
wordt, indien nodig en acceptabel, uitgebreid. Bij
vanwege het ruimtebeslag van de energie-infrastructuur
eventuele uitbreiding moet het belang van een
uitbreiding van 150/380 kV-leidingen naar Noord-
zelf, maar ook omdat het energiesysteem in toenemende
gezonde leefomgeving integraal onderdeel van de
Holland Noord danwel door Flevoland, en het
afweging zijn.
uitbreiden en bijbouwen van onderstations. Een
mate sturend wordt in de keuze en inrichting van
•
Versterken van het elektriciteitsnetwerk door de
stedelijke en economische ontwikkelingslocaties. De
Daarnaast hangt de in ontwikkeling zijnde
goede inpassing (ruimtelijke, landschappelijk en
huidige praktijk waarin het energiesysteem volgend is op
datacenterstrategie (hoofdstuk 2) nauw samen met de
wat betreft leefbaarheid/gezondheid) is hierbij van
ruimtelijke ontwikkelingen, is op de lange termijn niet vol
ontwikkeling van het energiesysteem, vanwege de grote
belang
te houden. Met de keuzes voor de verstedelijking in de
vraag naar energie die van datacenters uitgaat.
MRA willen we daar, voor zover mogelijk, op anticiperen.
66
Ontwikkelrichting 2050
er in 2050 uit kan zien, uitgaande van sterk verschillende
Rond 2030 zal een kantelpunt in het energiesysteem
infrastructuurbehoeften. Uit die verschillende
import, opslag en conversie van energie. Ongeacht
ontstaan, onder meer door de sluiting van
ontwikkelrichtingen volgt ook welke de no regret-
in welke richting het energiesysteem zich gaat
energiecentrales Velsen Cluster, de ontwikkeling van
maatregelen voor het energiesysteem zijn. Dit zijn
ontwikkelen, blijft het Noordzeekanaalgebied
windparken op de Noordzee en de uitvoering van de
ontwikkelingen bovenop de verwachte ontwikkelingen
belangrijk in het energiesysteem. Daarvoor is ruimte
RES’sen. De energievoorziening zal in de periode 2030-
voor 2030 (het Basispad). Het gaat om de volgende no
nodig. Als bij ruimtereserveringen sprake is van
2050 drastisch gaan veranderen. Dat is onvermijdelijk,
regret-maatregelen:
uitbreiding van milieuruimte, moet het belang van
willen we de gestelde klimaatdoelen behalen. Maar hoe
•
Het aanleggen van nieuwe onderstations. Zowel
een gezonde leefomgeving een zwaarwegend en
precies, is nu nog onduidelijk. Het is bijvoorbeeld nog
voor 2030 als 2050 is door een toenemende vraag
integraal onderdeel van de afweging zijn.
onzeker:
en teruglevering van elektriciteit versterking van het
•
Waar, hoeveel en in welke vorm energie van wind op
netwerk nodig. Welke onderstations na 2030 moeten
ondergronds als bovengronds, zodat de uitvoering
zee gaat aanlanden
worden bijgebouwd en uitgebreid, is op dit moment
van de verschillende werkzaamheden op elkaar kan
De mate waarin zoekgebieden uit de RES Noord-
nog niet bekend. Dat hangt af van de ontwikkelingen
worden afgestemd en werk met werk kan worden
Holland Zuid en de RES Flevoland worden
in het elektriciteitsnet. Bij ontwikkelingen in de buurt
gemaakt.
gerealiseerd
van onderstations kan rekening worden gehouden
Welke rol de strategische locaties rond de bestaande
met een toekomstige toenemende ruimtevraag van
gebied. Er zijn meerdere (rest)warmtebronnen
deze onderstations.
aanwezig in de MRA. Door de ontwikkeling
Het plaatsen van lokale (wijk)opslag voor elektriciteit
van warmtenetten vermindert de behoefte aan
– deze locaties aan de hoofdverbindingen in het
om het netwerk te ontlasten. Wanneer elektriciteit
elektrische verwarming en kan het toekomstige
energienet lijken geschikt voor de vestiging grote
lokaal (voor korte tijd) wordt opgeslagen in
elektriciteitsnet worden ontlast.
energievragers vanuit het principe om vraag en
batterijen kan dit zorgen voor een ontlasting van het
aanbod van energie bij elkaar te brengen
elektriciteitsnetwerk.
Impact op de gezondheid en leefkwaliteit in IJmond
De ontwikkeling van de regionale waterstofbackbone
De ruimtelijke indeling van de MRA is zodanig dat de
en de aansluiting op de nationale waterstofbackbone
IJmond een knooppunt is voor industrie (als grote
•
•
centrales Velsen, Hemweg, Diemen en Lelystad zullen innemen in het toekomstige energiesysteem
•
Hoe de ontwikkeling rondom waterstof en het bijbehorend netwerk verloopt
•
•
•
•
•
Ruimte reserveren in de MRA voor aanlanding,
Het maken van integrale uitvoeringsplannen, zowel
Het ontwikkelen van warmtenetten in het stedelijk
(opgenomen in het basispad) zijn cruciaal om te
energievrager) en energie (aanbod en transport). Dat
Om meer houvast te hebben voor de periode na
kunnen voldoen aan de waterstofvraag in de regio.
heeft impact op de gezondheid en leefkwaliteit in
2030, is op basis van de scenario’s uit de Integrale
Daarnaast is het van belang om op de strategische
IJmond. In de gezondheidsscan die het RIVM voor de
Infrastructuurverkenning 2030-2050 onderzocht welke
locaties Velsen en Hemweg koppelingen te maken
Verstedelijkingsstrategie heeft uitgevoerd (hoofdstuk
maatregelen in ieder geval genomen kunnen worden. De
tussen het waterstof- en elektriciteitsnetwerk. Via
2; ‘Zorgen voor een gezonde leefomgeving’) komt
zogenaamde ‘no regret-maatregelen’: maatregelen die in
deze energiehubs kan het elektriciteitsnetwerk
IJmond naar voren als een gebied waar de omgeving
alle scenario’s voorkomen. Centrale vraag in dit onderzoek
worden ontlast en energie kan worden opgeslagen.
ongezond is, en waar bovendien relatief veel mensen
is hoeveel ruimte (waar en wanneer) in de Metropoolregio
Dit gaat zowel om elektrolyzers die elektriciteit
wonen die kwetsbaar zijn voor fysieke en mentale
Amsterdam gereserveerd moet worden voor het
naar waterstof omzetten als centrales die waterstof
gezondheidsrisico’s. Andere recente RIVM-rapporten
toekomstige energiesysteem en wat de effecten daarvan
omzetten in elektriciteit. Ook import van waterstof
geven eveneens aan dat de belastbaarheid van een
zijn. Het resultaat laat verschillende ontwikkelrichtingen
per schip kan bijdragen aan de beschikbaarheid.
deel van de IJmond als gevolg van industrie, mobiliteit
zien, die beschrijven hoe een duurzaam energiesysteem
(over land, lucht en water) en energie-infrastructuur
67
4. Integraal te ontwikkelen gebieden Alle ambities in dit Verstedelijkingsconcept landen uiteindelijk in de landschappen, steden en economische centra van de MRA. Om de kansen, consequenties en potentiële dilemma’s zichtbaar te maken, zetten we een vergrootglas op zeven samenhangende deelgebieden. Deelgebieden kennen geen harde grenzen. Daarin onderscheiden ze zich van de deelregio’s in de MRA. Ze zijn bepaald op basis van de ruimtelijke samenhang en ze overlappen. Zo hoort bij vrijwel elk deelgebied een deel van het grondgebied van de gemeente Amsterdam. Het deelgebied ‘Amsterdam’ zelf is in dit hoofdstuk gereserveerd voor ontwikkelingen met regionale betekenis binnen die gemeente zelf. De integrale ontwikkeling van deze deelgebieden vraagt op onderdelen gezamenlijke inzet van Rijk en regio, en op onderdelen inzet op regionaal niveau. In veel gevallen kan worden aangesloten op lopende beleidsprogramma’s. Het op te stellen Verstedelijkingsakkoord van Rijk en regio maakt die inzet concreet. 4.1
Noordzeekanaalgebied
4.2
IJmond, Noord- en Zuid-Kennemerland
4.3
Zaanstreek, Waterland, corridor Amsterdam-Hoorn
4.4
Oostflank en Markermeer/IJmeer
4.5
Gooi en Vechtstreek
4.6
Zuidflank MRA
4.7
Amsterdam
69
4.1
Noordzeekanaalgebied Ontwikkeling en verduurzaming Rijk en regio hebben in 2013 in de Visie
Voor het Verstedelijkingsconcept MRA is een
Noordzeekanaalgebied 2040 keuzes gemaakt voor de
verkenning uitgevoerd naar de ontwikkelrichting van
ontwikkeling van het Noordzeekanaalgebied. In deze visie
het Noordzeekanaalgebied.10 De resultaten hiervan
komen ruimtelijke functies op het gebied van haven en
staan mede aan de basis van de samenwerking in het
havenlogistiek, industrie, wonen, bereikbaarheid, natuur
NOVI-gebied. Op zeven punten maken Rijk en regio nu
en recreatie samen. In aanvulling daarop liggen er nu ook
al een keuze, waardoor duidelijkheid ontstaat over de te
nieuwe grote opgaven ten aanzien van de energietransitie,
volgen koers. Op zes andere punten ligt er een concrete
circulaire economie, vergrote en versnelde
uitwerkingsopgave voor het NOVI-gebied.
woningbouwopgaven en stedelijke vernieuwing, de gezondheid van de leefomgeving, het watersysteem
Op basis van deze verkenning en in navolging en
en klimaatadaptiviteit. De ruimteclaims die uit deze
aanvulling op de Visie Noordzeekanaalgebied
opgaven volgen, wijzen niet automatisch dezelfde kant
2040 maken (c.q. bevestigen) we met dit
op. Om deze complexe opgaven te beantwoorden en de
Verstedelijkingsconcept de volgende keuzes:
verbinding met het schaalniveau van MRA en daarbuiten te borgen is het Noordzeekanaalgebied aangewezen
Voor de ontwikkeling van het havencomplex:
als NOVI-gebied. Bestuursplatform NZKG, waarin alle
•
gemeenten rond het NZKG vertegenwoordigd zijn, is samen met het Rijk bestuurlijk opdrachtgever van deze NOVI-gebiedsaanpak voor het NZKG. Voor vraagstukken
Verduurzaming, waaronder verduurzaming van Tata Steel
•
Aansluiten op waterstofbackbone en overige in het CES-traject besloten onderdelen
die niet in het NOVI-gebied kunnen worden opgelost of een bredere reikwijdte hebben, wordt de afweging gemaakt op het schaalniveau van MRA en daarbuiten.
10
Advies Ontwikkelrichting Noordzeekanaalgebied, Breen Stedenbouw, 9 september 2021. De gezonde leefomgeving als
randvoorwaarde en uit te werken punt is een aanvulling ten opzichte van het advies.
70
Noordzeekanaalgebied Ontwikkeling en verduurzaming
afbeelding 16 Een zoektocht naar ruimte voor het faciliteren van de huidige economie, transitie naar circulaire economie, energietransitie, tijdelijke waterbuffers in een aantrekkelijk en gezondlandschap
Voor de ontwikkeling van de woon- en leefomgeving: •
Ontwikkeling van transformatiegebieden onder de
Voor de ontwikkeling van de woon- en leefomgeving:
(inclusief milieuzones) is sterk afhankelijk van keuzes
•
over het nationale energiesysteem. Aanleg van een
Verbeteren van de gezondheid en de leefkwaliteit
waterstofleiding met regionale vertakking is onmisbaar.
voorwaarden van de Visie NZKG 2040 •
Het niet inzetten van de Wijkermeerpolder voor
Voor de ontwikkeling van het groenblauwe netwerk:
droge bedrijventerreinen inclusief de acceptatie
•
consequentie dat ruimte voor uitbreiding zal moeten
versa kan het stroomnet worden ontlast en ontstaat een
piekwaterbuffering in het Oer-IJ
alternatief voor processen die hoge temperatuur nodig hebben en niet kunnen elektrificeren. We kiezen daarom
worden gezocht op andere locaties. Mogelijke
•
Door conversie van elektriciteit naar waterstof en vice
Locatiekeuze, omvang en inrichting van de tijdelijke
locaties: Boekelermeer in Alkmaar, Baanstee Noord
In onderstaande tekst worden deze keuzes en
voor aansluiting op de nationale waterstofbackbone
Purmerend, De Vaart Almere en Flevokust Lelystad
uitwerkingspunten toegelicht, met een aantal daarmee
(vanaf 2028).
Verbeteren gezondheid en leefkwaliteit als
samenhangende opgaven, achtereenvolgens voor
randvoorwaarde voor toekomstige ontwikkelingen
de ontwikkeling van het havencomplex, de woon- en
In de CES (de Cluster Energie Strategie voor het
leefomgeving en het groenblauwe netwerk.
Noordzeekanaalgebied) is een aantal andere maatregelen
Voor de ontwikkeling van het groenblauwe raamwerk:
ten behoeve van de energietransitie benoemd. In
•
Borgen en ontwikkelen natuur- en recreatiegebieden
Ontwikkeling van het havencomplex
•
Identificeren van een zoekgebied voor tijdelijke
Het Noordzeekanaalgebied geldt als cluster van
onder het MIEK (het nationale Meerjarenprogramma
piekwaterberging in het Oer-IJ
stuwende, industriële economie en werkgelegenheid,
Infrastructuur Energie en Klimaat) zullen vallen. Met
Behoud van de status van Unesco-werelderfgoed
kennis- en energiehotspot aan zee, nautische
dat voorbehoud gaat het om de volgende benodigde
voor de Stelling van Amsterdam als randvoorwaarde
toegangspoort van de MRA en proeftuin voor toegepaste
energie-infrastructuurprojecten van nationaal belang:
voor toekomstige ontwikkelingen
innovatie op het gebied van duurzaamheid en circulaire
•
Een verzwaring van het elektriciteitsnet
economie. We willen dat het havencomplex zijn sterke
•
Een ‘Regional Integrated Backbone’ (RIB) voor
•
november wordt besloten welke projecten definitief
Een aantal punten werken we verder uit, voordat
internationale concurrentiepositie behoudt en bijdraagt
we keuzes kunnen maken. Deze uitwerking vindt
aan een duurzame economische ontwikkeling. Daarvoor,
en van regionaal belang:
waterstof
plaats in het kader van de NOVI-gebiedsaanpak
en om de gezondheid en leefkwaliteit in de MRA te
•
Een stoomnet in de haven
Noordzeekanaalgebied in afstemming met de
verbeteren, is verduurzaming noodzakelijk. Dat gaat met
•
Een lokaal waterstofnet in de haven (H2avennet)
Verstedelijkingsstrategie MRA. Naar aanleiding van
name om de energie-infrastructuur, de verduurzaming
•
Een waterstofnet voor Zaandam (ZaannetH2)
de ruimtelijke verkenning, agenderen we vanuit het
van de industrie (waaronder de omslag naar een
•
Een regionale verzwaring van het elektriciteitsnet.
Verstedelijkingsconcept de volgende uitwerkingspunten
circulaire economie) en het aanbod aan geschikte
voor het NOVI-gebied:
bedrijventerreinen.
Voor de ontwikkeling van het havencomplex:
Energietransitie
om met name de CO2-uitstoot van Tata Steel te
Transitie haven naar hub voor duurzame brandstof en
In de Havennota 2020-2030 zet het Rijk in op een
reduceren. Tata heeft echter gekozen voor een andere
goederenstromen
sterke offshore windhaven, een (inter)nationale
route om te verduurzamen (eerst staalproductie middels
•
Ruimte voor circulaire economie
waterstofhub, CO2 als grondstof, schone brandstoffen
aardgas, daarna via waterstof). CO2-afvang wordt daarbij
•
Ruimte voor bedrijventerreinen
met sterke focus op ontwikkeling van synthetische
nog steeds voorzien, maar op een zoveel kleinere schaal
•
Uitwerking strategische reservering Houtrakpolder
kerosine op basis van groene waterstof en groene CO2
dat Athos is gestaakt. Bezien moet worden hoe in de
en (rest)warmte. Omvang en aard van het ruimtebeslag
resterende CO2-afvang en opslag voorzien kan worden.
In de CES is daarnaast sprake van een systeem voor afvang en distributie van CO2 (Athos). Dit was voorzien
•
72
Aanlanding van extra op zee opgewekte windenergie
een circulaire economie houden we rekening met de
De bedrijventerreinen in het Noordzeekanaalgebied
is niet mogelijk voor 2030, omdat eerst ruimte moet
mogelijkheid van een tijdelijk extra ruimtebeslag, waarin
spelen een grote rol als bron van werkgelegenheid
worden vrijgemaakt. Voor de periode daarna zijn nog
voorzieningen zowel voor de ‘oude’ als de circulaire
voor praktisch, middelbaar en theoretisch
keuzes te maken. Als niet gekozen wordt voor extra
economie nodig zijn. In het NOVI-gebied zijn vragen aan
geschoolden. Het heeft de voorkeur deze banen
aanlandingscapaciteit in de IJmond, kunnen extra
de orde rond de ruimtelijk impact van de reststromen,
parallel te laten groeien met de woningbouwopgave
380 kV-hoogspanningsleidingen nodig blijken om
de bedrijven die in het Noordzeekanaalgebied
in het Noordzeekanaalgebied. Vier locaties buiten
de elektriciteit van de aanlandingspunten naar het
moeten worden geaccommodeerd en welke elders
het Noordzeekanaalgebied worden onderzocht op
Noordzeekanaalgebied te brengen. Als wel gekozen
gevestigd kunnen worden, wat de beste plek in het
de vraag of ze in een deel van de behoefte aan droge
wordt voor extra aanlanding in de IJmond, dan vraagt dit
Noordzeekanaalgebied is voor deze bedrijven en of dat
en/of natte bedrijventerreinen kunnen voorzien: de
ruimte.
ten koste gaat van het havenareaal. Uitwijk naar Lelystad
Baanstee (Purmerend / Edam-Volendam), Flevokust
of Almere, in aansluiting op de ‘circulaire as’ die daar
Haven (Lelystad), De Vaart (Almere) en buiten de MRA
Verduurzaming en circulaire economie
in ontwikkeling is, kan een optie zijn voor bedrijven die
Boekelermeer (Alkmaar). Dit is een belangrijk onderdeel
Nauw verbonden aan de energietransitie is de keuze
niet gebonden zijn aan korte ketenrelaties binnen het
van de regionale bedrijventerreinenstrategie die wordt
om Tata Steel en de rest van het Noordzeekanaalgebied
Noordzeekanaalgebied en niet diepgeworteld zijn in het
opgesteld in MRA-verband in samenwerking met de
te verduurzamen. Dat is een randvoorwaarde voor het
Noordzeekanaalgebied.
NOVI-gebied-samenwerking.
de IJmond en voor het behalen van de klimaatdoelen.
Ruimte voor bedrijventerreinen
Voor de Houtrakpolder is in de Visie NZKG 2040 een
Projecten uit de CES zijn randvoorwaardelijk voor de
De transitie naar duurzame energie, de hubfunctie
strategische reservering gemaakt voor havengerelateerde
gewenste transitie van Tata Steel en de overige industrie in
voor duurzame brandstof en goederenstromen en de
bedrijven. De Visie is vastgesteld door de gemeenteraden
het Noordzeekanaalgebied.
omslag naar een circulaire economie brengen allemaal
in het Noordzeekanaalgebied, Provinciale Staten
een ruimtebehoefte met zich mee, al dan niet in de
van Noord-Holland en het Rijk, en opgenomen in de
Andere opgaven rond verduurzaming worden uitgewerkt
overgangsfase van de oude naar de nieuwe economie.
Provinciale Omgevingsvisie, maar wordt op dit punt niet
in het NOVI-gebied Noordzeekanaalgebied. Dat gaat om
Daarnaast kent de dynamiek van het bedrijfsleven in de
onderschreven door de gemeente Haarlemmermeer. In
de transitie van de haven naar een hub voor duurzame
haven zijn eigen ruimtebehoefte en leidt de transformatie
de Visie zijn ook procedurele afspraken gemaakt over de
productie en brandstof- en goederenstromen. Deze en
van bedrijventerreinen naar gemengde stedelijke
wijze waarop gekomen wordt tot een besluit over het al
de andere transities vragen alle om inpassing in de fysieke
gebieden (in en buiten het Noordzeekanaalgebied)
dan niet inzetten van deze strategische reservering. De
ruimte, milieuruimte, veiligheidscontouren en ruimte voor
tot een ruimtebehoefte voor bedrijven. De
voorwaarden en procedurele afspraken die in de Visie
ondergrondse infrastructuur.
verplaatsingsbehoeften kunnen worden beperkt
NZKG 2040 zijn gesteld aan het benutten van deze
door maatregelen en innovaties die de milieuhinder
strategische reservering, blijven van kracht. Een van
In de context van een omslag naar een circulaire
beperken, aan de zijde van de bron en/of de ontvanger.
die voorwaarden luidt dat het huidige havenareaal in
economie gaat de transitie wat betreft goederenstromen
Niet iedere kavel is echter geschikt voor elk bedrijf, met
voldoende mate is geïntensiveerd.
met name om installaties voor opslag en bewerking van
name in de hogere milieucategorieën. Sinds de Visie
te hergebruiken materialen met hun milieucontouren.
Noordzeekanaalgebied 2040 is de Wijkermeerpolder niet
In het NOVI-gebied wordt de strategische reservering
Transities als deze kennen geen lineair verloop, waardoor
meer in beeld als mogelijke locatie voor bedrijvigheid.
van de Houtrakpolder uitgewerkt. Het gaat om de vraag
verbeteren van de gezondheid en de leefkwaliteit in
onduidelijk is of hiervoor in de toekomst significante
wanneer er een noodzaak is om de Houtrakpolder te
additionele ruimte nodig is. In de overgangsperiode naar
transformeren (internationale concurrentiepositie,
73
energietransitie, circulaire economie), en of dit dan
maatregelen relatief eenvoudig te realiseren. In nieuwe
die op zichzelf een claim leggen op de leefomgeving,
ten koste gaat van het hele gereserveerde gebied of
gebiedsontwikkelingen moet met de maaiveldhoogte
maar het daarna mogelijk maken dat meer vervuilende
een deel. De Houtrakpolder maakt deel uit van het