32a. Concept Jaarstukken 2020 Vervoerregio Amsterdam, versie 15 april 2020.pdf
Tekst van het document
JAARSTUKKEN 2020 (CONCEPTVERSIE VERSPREIDING AAN GEMEENTEN) 15 APRIL 2021
15 april 2021
Pagina 1 van 57
INHOUD 1 ALGEMEEN
5
1.1 Inleiding
5
1.2 Ontwikkelingen programma Verkeer & Vervoer
5
1.3 Mijlpalen
6
1.4 Financieel beeld en resultaat 2020
8
2 JAARVERSLAG 2020
12
2.1 Programma Verkeer & vervoer
12
2.1.1 Investeringsagenda Mobiliteit
12
2.1.2 Amsteltram
14
2.1.3 Concessies
16
2.1.4 Beheer en onderhoud rail infrastructuur (BORI) en Meerjaren vervangingsprogramma metro (MVP)
18
2.1.5 Activa gemeentelijk vervoerbedrijf (GVB)
19
2.1.6 Duurzaam & Slim
21
2.1.7 Onderzoek, Studie en Samenwerking
21
2.1.8 Apparaatskosten
24 pagina 2 van 57
2.2 Overhead
24
2.3 Algemene dekkingsmiddelen
25
2.4 Paragrafen
26
2.4.1 Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
26
2.4.2 Paragraaf Financiering
33
2.4.3 Paragraaf Bedrijfsvoering
37
2.4.4 Paragraaf Verbonden partijen
38
3 JAARREKENING 2020
40
3.1 Overzicht van baten en lasten
40
3.1 Overzicht van Baten en Lasten (vervolg)
41
3.2 Balans
41
3.3 Toelichting op de balans en waarderingsgrondslagen
42
3.4 Overzicht toevoegingen/onttrekkingen reserves en verrekening Vooruitontvangen BDU
47
3.5 Wet normering topinkomens (WNT)
48
3.6 Structurele en incidentele baten en lasten
49
3.7 Niet uit de balans blijkende verplichtingen
51
3.8 Sisa verantwoording
52 pagina 3 van 57
3.9 Baten en lasten per taakveld
54
3.10 Overige gegevens: Accountantsverklaring 2020
55
Bijlage: Afkortingenlijst
56
pagina 4 van 57
1 ALGEMEEN De Vervoerregio Amsterdam leidt de mobiliteitsopgave in de drukste regio van ons land. Als gemeenschappelijke regeling van en voor vijftien gemeenten zorgen we er samen voor dat zoveel mogelijk mensen op hun manier comfortabel, snel en duurzaam kunnen reizen. Als opdrachtgever, beleidsmaker en adviseur lopen we voorop in nieuwe ontwikkelingen voor hoogwaardige mobiliteit. Zo dragen we bij aan een bereikbare en vitale regio, nu en in de toekomst.
1.1 INLEIDING Het afgelopen jaar was voor de hele wereld een bijzonder jaar. Het is inmiddels een cliché dat 2020 vooral in het teken stond van de COVID-19 pandemie. De Vervoerregio heeft samen met de gemeenten en andere partners proactief geopereerd om in 2020 zoveel mogelijk voor elkaar te krijgen. En dat lijkt goed gelukt: in 2020 is in de regio doorgebouwd en aangelegd aan de projecten die de Vervoerregio bekostigd, daarmee zijn veel projecten afgerond en is de Investeringsagenda in gelijke mate als voorgaande jaren benut. De Amstelveenlijn is eind 2020 opgeleverd en met vereende inspanningen tussen Rijk, concessieverleners, vervoerders en veel andere samenwerkingspartners is het aanbod van OV in 2020 in heel Nederland in stand gebleven, onder meer door een forse financiële rijksbijdrage. Uiteraard betekent de aanhoudende pandemie en onzekerheid over de toekomst dat we niet op de oude weg door kunnen blijven gaan In 2021 kunnen de meeste activiteiten van de Vervoerregio doorgang blijven vinden, nog redelijk in de luwte van de toekomstige ontwikkelingen, onder meer door een rijksbijdrage in de vorm van de beschikbaarheidsvergoeding OV die ook in 2021 wordt uitgekeerd. Tegelijkertijd zijn we al met elkaar aan het nadenken en overleggen hoe de Vervoerregio in kan spelen op openbaar vervoer vanaf 2022 en op de mobiliteitsontwikkelingen na de pandemie.
De COVID-19 pandemie zorgde voor een enorme daling in het aantal reizigers. De vervoerders hebben hun omzet zien verdampen. In de eerste maanden waarin het virus zich over Nederland heeft verspreid, zijn als gevolg van de maatregelen die de verspreiding zoveel mogelijk tegen moest gaan, de reizigers massaal thuis gebleven, waarmee het
openbaar vervoer 85% minder reizigers had. In de maanden erna is de reizigersstroom enigszins terug gekomen, maar inmiddels is duidelijk dat de effecten van COVID-19 nog jaren de vraag naar openbaar vervoer zullen beïnvloeden. De Vervoerregio heeft in 2020 hierop gereageerd door zoveel mogelijk investeringen die het toekomstige reisgedrag kunnen faciliteren, hoe onzeker de toekomst ook, toch door te zetten, met het motto ‘anticyclisch investeren’. Deze investeringen zijn gevat in de zogenaamde “bestuursopdracht”. Deze opdracht kreeg in september 2020 vorm en is december 2020 aan de Regioraad ter vaststelling voorgelegd. In deze opdracht borduren we voort op nieuwe mobiliteit, met als belangrijke thema’s zero emissie busvervoer, doorstroming van het OV, snellere fietsroutes, verkeersveiligheid, en spitsmijden. In de voorliggende Jaarstukken 2020 geven we aan wat we in 2020 hebben bereikt en daarvoor hebben gedaan en wat dat heeft gekost. De indeling van de Jaarstukken volgt de opzet van de Programmabegroting 2020; de Jaarstukken bestaan uit het Jaarverslag (inclusief de programmaverantwoording en de paragrafen) en de Jaarrekening (financiële verantwoording). Voorafgaand aan het Jaarverslag worden de resultaten op hoofdlijnen gepresenteerd. We zoomen in op de ontwikkelingen binnen het programma Verkeer & Vervoer, de beelden over de behaalde mijlpalen en het financieel beeld.
1.2 ONTWIKKELINGEN PROGRAMMA VERKEER & VERVOER Het programma Verkeer en Vervoer is onderverdeeld in een aantal subprogramma’s. In de achtereenvolgende paragrafen van deel 2.1 worden de behaalde doelen, activiteiten en daarvoor ingezette middelen weergegeven. De Investeringsagenda Mobiliteit wordt in paragraaf 2.1.1 toegelicht. Vanaf 2019 zijn de Investeringsagenda’s van de modaliteiten (auto, fiets, weg, verkeersveiligheid) samengevoegd in één Investeringsagenda Mobiliteit, waarmee het accent van modaliteit naar mobiliteit (de reis van deur tot deur) is verschoven. Met 90 kleine en grote projecten die vanuit de Investeringsagenda Mobiliteit zijn opgezet, is de verkeersdoorstroming Pagina 5 van 57
verbeterd, zijn veel faciliteiten bij de stations opgeknapt, zijn rijksmiddelen binnen gehaald om verkeersveiligheidsmaatregelen te financieren. In de gelijktijdig met deze Jaarstukken aangeboden verslag ‘Investeringsagenda mobiliteit 2020’ worden de in dit verslagjaar opgeleverde projecten beschreven. Enkele projecten in de Investeringsagenda Mobiliteit hebben te maken met de problematiek rond om stikstofdepositie in natuurgebieden met name aan de noordkant van de regio. Zo heeft de het project KANS (Knoop A10-N247-S116) vertraging opgelopen, omdat extra onderzoek moet worden verricht hetgeen mogelijk leidt tot meerkosten. Ook bij de voorbereiding van de Zaanse projecten Guisweg en Avant kunnen vergunningprocedures leiden tot vertraging en hogere kosten. In de huidige planning van deze projecten wordt dit meegenomen, waarmee de financiële gevolgen beperkt kunnen worden. In paragraaf 2.1.2 staat de Amsteltram centraal. In december 2020 is de Amstelveenlijn succesvol en binnen budget opgeleverd. In 2020 is het contract met de aannemer getekend en gestart met de uitvoering van de Uithoornlijn. In paragraaf 2.1.3 worden de ontwikkelingen bij de concessies beschreven. De vervoerders hebben het in 2020 zwaar te verduren gehad. Door de COVID-19 maatregelen is het reizigersaantal drastisch afgenomen.
Dankzij de bijdrage van het Rijk kon het lijnennet grotendeels in stand worden gehouden. De toekomst blijft echter onvoorspelbaar, zolang niet duidelijk is hoe het reizigersvervoer zich na de pandemie structureel zal ontwikkelen. Dat is ook de reden waarom de aanbesteding van de concessie Zaanstreek-Waterland is uitgesteld. De instroom van een deel van de elektrische bussen in Amstelland-Meerlanden is tot 2021 vertraagd vanwege leveringsproblemen omdat de productie van enkele onderdelen door COVID-19 tijdelijk was stilgelegd. Het beheer en onderhoud van de railinfra voor metro en tram in Amsterdam is ondergebracht in BORI/MVP (zie paragraaf 2.1.4). In 2020 is veel energie gestoken in de voorbereiding om vanaf 2022 tot een effectievere aansturing van het beheer en onderhoud via een vernieuwd governance-model te komen. Daarnaast zijn in 2020 definitieve afspraken gemaakt om tot financiële afronding van enkele grote projecten te
komen, waaronder het project Signalling & Control, dat nu in 2021 wordt afgerond waar dit voordien in 2020 was gepland. Op het gebied van de strategische activa van het GVB (zie paragraaf 2.1.5) is doorgegaan met de bouw en aanschaf van metro- en trammaterieel (M7 en 15G) en is op trams levensduurverlengend onderhoud gepleegd. Ook zijn de eerste elektrische bussen in Amsterdam gaan rijden. In het laatste jaar dat Duurzaam en slim (paragraaf 2.1.6) nog als apart subprogramma bestaat, voordat deze projecten in de Investeringsagenda Mobiliteit worden opgenomen, zijn enkele duurzaamheidsprojecten op de kaart gezet die ontwikkelingen op het gebied van Smart mobility en Zero emissie ondersteunen en mogelijk maken. In paragraaf 2.1.7 wordt beschreven hoe onderzoek, studies en samenwerking in het gelijknamige subprogramma OSS in 2020 vorm heeft gekregen. Met partners in en om de Vervoerregio is samengewerkt in verschillende projecten en op landelijk niveau is naar oplossingen voor mobiliteitsvraagstukken gezocht, onder meer door deelname aan de koepelorganisaties DOVA en KpVV. In paragraaf 2.1.8 tenslotte wordt onder de Apparaatskosten de personele inzet op de bovenstaande subprogramma’s verantwoord. De kosten van deze inzet zijn binnen de beschikbaar gestelde budgetten gebleven.
1.3 MIJLPALEN 5 maart Doortrappen van start Begin maart is het programma Doortrappen gestart. Dit programma richt zich op de veiligheid van fietsende ouderen. 9 maart Week van het verkeer De week van het Verkeer is in 2020 groots aangepakt in de vervoerregio Amsterdam. Tijdens de week van het verkeer vinden extra verkeersactiviteiten plaats op basisscholen.
pagina 6 van 57
11 maart ondertekening gunning Uithoornlijn Op 11 maart is de gunning van de Uithoornlijn getekend. Tijdens een feestelijke bijeenkomst tekenden Gerard Slegers als verantwoordelijk portefuillehouder en Jil Ligterink, directeur bij Dura Vermeer Divisie Infra het contract voor de aanleg van de Uithoornlijn. 1 april start nieuwe secretaris-directeur Vervoerregio Amsterdam Per 1 april treedt Thea de Vries in dienst bij de Vervoerregio als nieuwe secretarisdirecteur. Tijdens bijzondere Regioraadsvergadering op 17 maart 2020 maakte de raad kennis. De raadsleden konden online vragen stellen. Dit leidde tot haar benoeming en start op 1 april. 3 april 5000 zonnepanelen op daken Amsterdamse metrostations Op vrijdag 3 april 2020 zijn de zonnepanelen op de daken van Amsterdamse metrostations officieel in gebruik genomen. Door de COVID-19-maatregelen vond het evenement online plaats. Met dit initiatief dragen gemeente Amsterdam, Vervoerregio Amsterdam en GVB bij aan verduurzaming van de stad. 10 juni oplevering fietsenstalling station Rai De fietsenstalling Rai is dit voorjaar geopend. De fietsenstalling is onderdeel van de renovatie van het gehele station Rai. 2 juli eerste circulaire abri in Landsmeer In de Gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer en Waterland wordt het bestaande haltemeubilair (ook wel bushokjes) vervangen.
De stijl en kwaliteit van de bushokjes verschilde eerder nogal per gemeente. Vrijwel alle materialen zijn herbruikbaar als de haltes aan het eind van hun levensduur zijn. 3 juli Vervoerregio stelt aanbesteding Zaanstreek-Waterland uit De Vervoerregio stelt de aanbesteding van de nieuwe concessie Zaanstreek-Waterland met 1,5 jaar uit door de ontwikkelingen in het OV als gevolg van de COVID-19-crisis. 6 juli opening Cuyperstrap De monumentale hal van Amsterdam Centraal Station heeft nu een snelle, droge, binnendoor verbinding met het ondergelegen metrostation. Met de Cuyperstrap kunnen
reiziger sneller en comfortabel overstappen tussen metro, trein en bus. Voorzitter van de Vervoerregio Sharon Dijksma, opende de trap voor het publiek. 10 juli Samenwerken aan een sociaal veilig OV Het niveau van veiligheid in het openbaar vervoer behouden en waar mogelijk verbeteren door samenwerking in de sector. Met dat doel tekenden alle 28 partijen uit de ov-sector het Landelijk convenant Sociale Veiligheid in het ov. 15 juli start publiekscampagne wielrenners Ronde Hoep Om te voorkomen dat er verkeersonveilige situaties ontstonden werd wielrenners vanaf 16 juli met duidelijke bewegwijzering gevraagd een klein blokje om te fietsen. Slechts 150 meter extra op de pedalen, waarmee wielrenners een groot verschil kunnen maken in het realiseren van een veiligere leefomgeving voor de bewoners in de gemeente OuderAmstel. 24 augustus feestelijke oplevering Fietsinfrastructuur langs Amstelveenlijn Na een ruime periode van omfietsen, was het zover, de fietspaden langs de Amstelveenlijn zijn weer open. Wethouder Ellermeijer reikt bananen uit aan fietsers voor de campagne “gaan met die banaan”. 24 september Werkgeversafspraken over spreiden werktijden en vervoer Ruim 20 grote organisaties in Metropoolregio Amsterdam ondertekenen werkgeversverklaring: spreiden van werktijden en vervoermiddelen tijdens en na COVID19.
Die spreiding zorgt voor merkbaar minder drukte in de trein, bus en tram, op de weg en op de fietspaden. 28 september Vervoerregio Amsterdam investeert 235 miljoen euro extra Vervoerregio Amsterdam investeert 235 miljoen euro extra om Amsterdam en omliggende regio klaar te stomen voor de toekomst. Investeringen in verkeersveiligheids- en ovprojecten, zero emissiebussen en reizen buiten de spits, moet de mobiliteit in de regio na ‘corona’ opnieuw vormgeven, het openbaar vervoer weer aantrekkelijk maken en de economie stimuleren.
pagina 7 van 57
13 oktober Vervoerregio wil iederéén laten reizen
13 december oplevering Amstelveenlijn
Vervoerregio Amsterdam investeert de komende vijf jaar 40 miljoen euro in het toegankelijk maken van haltes voor reizigers met een motorische en/of een visuele beperking. Zo moeten de komende jaren haltes toegankelijker, reisinformatie begrijpelijker en OV-coaches meer mensen met een beperking helpen zelfstandig de bus, tram of trein te pakken.
Met het symbolisch overhalen van een lichtschakelaar en een spectaculaire lichtshow is zondagmiddag 13 december de vernieuwde Amstelveenlijn (lijn 25) in gebruik genomen tezamen met de spiksplinternieuwe 15G trams. De ombouw van de Amstelveenlijn is binnen tijd en binnen budget afgerond.
4 november oplevering knooppunt Ouderkerkerlaan De verbreding van het viaduct was het laatste project vooruitlopend op de werkzaamheden aan de A9. Deze was nodig om de capaciteit van het onderliggend wegennet te vergroten en te zorgen voor een goede doorstroming tijdens de werkzaamheden aan de A9. De Vervoerregio investeerde 8,4 miljoen van de in totaal 11,5 miljoen euro aan dit project. Naast de weg zijn ook de busbanen aangepakt en ontstaat een comfortabel overstappunt van bus op tram.
1.4 FINANCIEEL BEELD EN RESULTAAT 2020 Tabel 1 bevat het overzicht van begrote en gerealiseerde baten en lasten over 2020. Volgens de regelgeving van de BBV is het resultaat per definitie nihil zolang de uitgaven minus inkomsten van de Vervoerregio volledig worden gedekt door de inzet van de BDU. Voor de resultaatbepaling wordt namelijk zowel het deel BDU uit het lopende jaar als het deel dat uit het BDU-saldo van de voorgaande jaren wordt benut, als baten gezien.
13 november 1 miljard euro voor doortrekken Noord/Zuidlijn en sluiten Ringlijn Een nationale alliantie van zeven partijen (Vervoerregio, gemeente Amsterdam, gemeente Haarlemmermeer, provincie Noord-Holland, KLM, NS en Schiphol) heeft een akkoord bereikt voor het leveren van een substantiële bijdrage van 1,025 miljard euro voor het realiseren van twee nieuwe metrolijnen: het doortrekken van de Noord/Zuidlijn richting Schiphol en Hoofddorp en het sluiten van de Ringlijn. 25 november Ruim 70 miljoen euro voor vernieuwing Station Amsterdam Lelylaan Station Amsterdam Lelylaan is toe aan een grondige vernieuwing. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Vervoerregio, gemeente Amsterdam, NS en ProRail investeren daarom gezamenlijk ruim 70 miljoen euro in verschillende aanpassingen. Dit is besloten bij het bestuurlijk overleg MIRT op 25 november. Met de aanpassingen wordt het station een levendig, aantrekkelijk en kwalitatief hoogwaardig OV-knooppunt.
Als gekeken wordt naar het meer- of minderverbruik van de begrote inzet per subprogramma, heeft de Vervoerregio in 2020 € 14,6 mln overgehouden. Daarnaast is € 68,8 mln niet uitgegeven omdat projecten en afrekeningen naar 2021 zijn doorgeschoven (zie tabel 3). Van dit totaal van € 83,4 mln aan niet in 2020 uitgegeven budget, blijft € 0,6 mln beschikbaar in de reserves en neemt het beschikbare saldo BDU uit voorgaande jaren met € 82,8 mln meer toe dan werd begroot na de begrotingswijziging bij de 2e Bestuursrapportage 2020. Als de niet in 2020 benutte € 83,4 mln wordt uitgesplitst naar lasten en baten, is dit terug te zien in lager dan begrote lasten van € 60,9 mln en hoger dan begrote ontvangen baten van € 22,5. Deze afwijkingen worden hierna toegelicht. Eerst nog een algemene opmerking: de gerealiseerde onderbenutting van het budget was bij het opstellen van de 2e Bestuursrapportage niet in die mate voorzien. De niet bij de
pagina 8 van 57
Bestuursrapportage gesignaleerde afwijkingen betreffen geen doelen die niet bereikt zijn of worden, maar deels afrekeningen die voor eind 2020 als afgerond beoogd waren en uiteindelijk niet in 2020 plaats hebben gevonden en deels opleveringen van projecten die over de jaargrens heen getild zijn.
- Ondergrondse fietsenstalling Leidseplein Amsterdam vertraagd - Capaciteitsuitbreiding N201 - A9 (zuid) Amstelveen - Fietsroute luchthaventerrein Schiphol - Fietspad Oostelijke Poeloever Amstelveen Bij de 2e bestuursrapportage was aangegeven dat deze onzekerheid maximaal € 37 mln zou bedragen.
Toelichting op de begrotingsafwijkingen Lasten € 60,9 mln lager dan begroot
Amsteltram € 12,8 mln. Bij de oplevering van de Amstelveenlijn in december 2020 zijn risicobuffers vrijgevallen die niet meer noodzakelijk waren en zijn eindafrekeningen met uitvoerder en gemeente doorgeschoven naar 2021. De meevallers voor 2020 waren niet voorzien bij de 2e Bestuursrapportage, mede omdat de testfase toen nog niet was afgerond.
BORI/MVP € 6,4 mln. Dit betreft een extra post in de beschikking 2020 aan Metro en Tram als buffer zodat geplande uitgaven voor 2021 naar voren gehaald kunnen worden als die mogelijkheid zich zou voordien. Deze buffer werd bij de 2e Bestuursrapportage in stand gehouden om te voorkomen dat bij het aanspreken ervan de begroting ontoereikend zou zijn. Uiteindelijk is geen gebruik van deze mogelijkheid gemaakt.
Investeringen activa GVB € 20,6 mln. Dit heeft grotendeels betrekking op de afronding van het project Signalling & Control, die eind 2020 was voorzien, en de investeringskosten voor aanschaf M7 en 15G metro- en trammaterieel die enigszins vertraagd zijn en daardoor naar 2021 verschuiven. Bij de 2e Bestuursrapportage was de verwachting dat beide projecten in 2020 tot afronding en afrekening zouden komen.
Duurzaam en slim € 3,9 mln. Zoals in de 2e Bestuursrapportage al werd verwacht, zijn de uitgaven voor de projecten Laadinfrastructuur elektrische bussen voor de concessie Amsterdam en het project Cofinanciering laadpalen niet in 2020 tot afronding gekomen.
Onderzoek, studie en samenwerking € 3,1 mln. Een aantal uitgaven is uiteindelijk in 2020 niet doorgegaan, ongeveer de helft van deze begrote uitgaven betreft
Bij de 2e Bestuursrapportage 2020 is de begroting gewijzigd op basis van de toen bekende inzichten. Het lastenbudget en de baten werden bij deze rapportage verhoogd met ruim € 130 mln, voornamelijk als gevolg van het opnemen van de beschikbaarheidsvergoeding OV. Daarbij werd gemeld dat er onzekerheid bestond of een bedrag van nog eens € 44,3 mln wel tot uitgaaf zou komen in 2020. Uiteindelijk is de afwijking bij het opstellen van de jaarrekening 2020 uitgekomen op een overschrijding van de begroting ad € 7,0 mln bij het subprogramma Concessies OV en een onderbesteding bij de overige (sub)programma’s ad € 67,9 mln.
De overschrijding bij de concessies OV is het saldo van meer lasten ad € 23,6 mln en minder uitgaven ad € 16,6 mln. Er is € 23,6 mln meer uitgegeven dan begroot als gevolg van een bij de 2e Bestuursrapportage 2020 nog niet bekende hoogte van de rijksuitkering van de Beschikkingsvergoeding OV van de concessie Amstelland-Meerlanden, die aan de vervoerder is doorbetaald. Daarnaast is een begroot bedrag van € 16,6 mln in 2020 (nog) niet uitgegeven aan diverse onderdelen van de concessies OV, deels door de nog niet geformaliseerde herijking van de concessie Amsterdam in combinatie met de teruggelopen opbrengsten in het OV, deels omdat de bonussen voor 2018 en 2019 nog niet zijn vastgesteld. Deze laatste budgetten ad € 5,5 mln voor de maximaal uit te keren bonussen worden naar de begroting 2021 doorgeschoven.
De lager dan begrote uitgaven in 2020: Investeringsagenda mobiliteit € 19,5 mln. Dit betreft projecten die in 2020 niet zijn opgeleverd, zoals:
pagina 9 van 57
vertraagde uitvoering van projecten die naar 2021 doorlopen en komt terug in het voorstel om het budget naar 2021 over te hevelen. Het andere deel betreft valt vrij ten gunste van het saldo BDU.
Op de overige begrotingsposten (Apparaatskosten, Overhead en Algemene dekkingsmiddelen) is € 1,6 mln minder uitgegeven dan begroot, waaronder de kosten van inzet voor personeel en circa € 0,5 mln als afboeking van enkele oude gereserveerde posten.
Baten € 22,5 mln hoger dan begroot
Tabel 1 Baten & Lasten (x € 1.000) (Sub-)Programma
De hoger dan begrote opbrengsten hebben vooral betrekking op de hiervoor genoemde uitkering van de beschikbaarheidsvergoeding OV die € 23,6 mln hoger is dan in de 2e Bestuursrapportage 2020 was opgenomen.
In de afzonderlijke paragrafen in het jaarverslag wordt nader ingegaan op alle afwijkingen.
Primitieve begroting
2019
2020
De grootste inkomstenbron van de Vervoerregio is de Brede Doeluitkering Verkeer en vervoer (in het vervolg in deze jaarstukken kortweg aangeduid als BDU). Het verschil tussen de jaarlijks ontvangen BDU en de werkelijke uitgaven wordt verrekend met de BDU die in voorgaande jaren is ontvangen en nog niet uitgegeven. Door het voordelig verschil in de exploitatie ten opzichte van de (gewijzigde) begroting kan worden volstaan met een inzet van € 19,2 mln uit dit saldo BDU. Deze inzet is € 84,4 mln minder dan berekend bij de gewijzigde begroting in de 2e Bestuursrapportage 2020. Daarmee blijft een saldo van € 160,0 mln BDU beschikbaar voor de meerjarenbegroting en als buffer voor optredende risico’s die nog niet in de begroting zijn opgenomen.
2020
2020
123.797
137.056
19.534
120.313
88.796
97.817
85.024
12.792
100.622
101.244
235.639
242.612
-6.973
Beheer en Onderhoud Rail
110.596
143.226
138.040
131.669
6.371
Investeringen Activa
4.453
8.046
29.368
8.784
20.584
Duurzaam en Slim
1.161
14.370
5.109
1.189
3.920
Onderzoek, Studie en Samenwerking (OSS)
6.410
8.176
10.654
7.510
Apparaatskosten Verkeer & Vervoer
7.147
8.651
8.025
7.645
380
474.499
512.509
681.241
621.490
59.752
9.048
9.209
9.950
9.320
631
72
798
0
-496
496
483.619
522.516
691.192
630.313
60.879
584
Lasten Overhead
TOTAAL LASTEN
Investeringsagenda
156.590
Verschil (jaarrek. vs 2e burap)
Concessies
Lasten Verkeer en Vervoer
140.000
Jaar-rekening
Amsteltram
3.144
919
17.214
15.521
16.105
Amsteltram
26.192
15.404
15.976
15.976
-0
Concessies
23.615
7.738
6.035
137.253
160.868
Investeringen Activa
0
0
0
0
0
Duurzaam en Slim
229
450
0
105
105
1.102
1.250
1.995
1.646
-349
47
306
206
94
-112
36.227
40.659
170.951
194.794
23.843
Onderzoek, Studie en Samenwerking (OSS) Apparaatskosten Verkeer & Vervoer
Effect op het saldo vooruitontvangen BDU (tabel 2)
Gewijzigde begroting (na 1e en 2e burap) 2020
Investeringsagenda
Lasten Algemene dekkingsmiddelen
Jaar-rekening
Baten Verkeer en Vervoer Baten Overhead
312
80
280
343
Jaarbijdrage BDU
418.668
395.117
415.065
415.065
0
Mutatie saldo BDU (dekking uit BDU voorgaande jaren)
28.204
84.522
102.050
19.268
-82.783
Overige algemene inkomsten
63
1.055
798
1.765
360
-1.405
Baten Algemene dekkingsmiddelen
447.927
480.437
518.881
434.692
-84.188
TOTAAL BATEN
484.466
521.176
690.112
629.830
-60.281
847
-1.340
-1.080
-483
597
SALDO VOOR MUTATIE RESERVES Toevoeging aan reserves Onttrekking reserves Saldo mutaties reserves
-1.460
-60
-60
-60
0
613
1.400
1.140
543
-597
-847
1.340
1.080
483
-597
-0
0
-0
0
0
Saldo resultaat
Tabel 2 Ontwikkeling Saldo vooruitontvangen BDU (x € 1.000) Ontwikkeling saldo nog te besteden BDU Beginstand 1-1-2020 Beschikte jaarbijdrage BDU 2020 (niet projectgerelateerd deel) Totaal Beschikbare BDU Inzet BDU saldo oude jaren voor projecten IA mobiliteit in 2020 Inzet BDU 2020 (niet projectgerelateerd deel) Eindstand saldo 'Vooruitontvangen BDU'
207.450
91.224
Gewijzigde begroting 2020 179.246
179.246
0
418.668
412.331
415.065
415.059
-6
626.118
503.555
594.311
594.305
-6
0
0
-1.564
-1.564
0
-446.872 179.246
-496.853 6.702
-517.116 75.632
-432.763 159.979
84.353 84.347
Jaarrekening 2019
Primitieve begroting 2020
Jaarrekening 2020
Verschil
pagina 10 van 57
Tabel 3: Geoormerkte bedragen 2020 (x € 1.000) (Sub-)Programma
Verschil lasten Verschil baten Saldo verschil Beklemd deel jaarrek. vs 2e jaarrek. vs 2e lasten en baten van de burap burap jaarrek. vs 2e begroting 2020, burap over te hevelen naar 2021 2020
2020
Investeringsagenda
19.534
Amsteltram Concessies
2020 584
20.118
18.739
12.792
-0
12.792
12.792
-6.973
23.615
16.642
5.518
Beheer en Onderhoud Rail
6.371
0
6.371
6.371
Investeringen Activa
20.584
0
20.584
20.385
Duurzaam en Slim
3.920
105
4.025
3.917
Onderzoek, Studie en Samenw
3.144
-349
2.795
1.357
Apparaatskosten V&V
380
-112
269
0
Verkeer en Vervoer
59.752
23.843
83.595
69.079
Grafisch weergegeven De linkerkolom geeft aan welke budgetten niet zijn besteed in 2020, de middelste kolom laat zien wat voor 2021 (en verder) gereserveerd moet blijven, de rechterkolom geeft de daadwerkelijke vrijval over 2020 weer. Grafiek 1: Geoormerkte bedragen 2020 (x € 1.000)
Begrotingsoverschotten naar 2021 en vrijval
Overhead
631
63
694
0
Algemene dekkingsmiddelen
496
-84.188
-83.692
0
90.000
60.879
-60.281
597
69.079
80.000
TOTAAL
70.000
Van het overschot 2020 is € 69,1 mln beklemd (zie tabel 3). Dat betekent ook dat van het saldo BDU eind 2020 ad € 160,0 mln een deel van € 69,1 mln geoormerkt is. De in 2020 opgetreden onderbesteding heeft voor deze € 69,1 mln te maken met doorloop van projecten die nog niet geheel of niet volgens planning zijn gerealiseerd (Investeringsagenda mobiliteit, Amsteltram, Activa GVB, Onderzoek, Studies en Samenwerking), uitgavenposten die in 2021 alsnog benut worden (Concessies OV), bedragen die via convenanten meerjarig zijn vastgelegd (BORI/MVP) of meerjarige afspraken met uitvoerders zijn gemaakt (Duurzaam en Slim). Aan de regioraad wordt voorgesteld deze bedragen naar de begroting 2021 over te hevelen. Indien de regioraad daar mee instemt, worden deze bedragen bij de 1e Bestuursrapportage 2021 opgenomen in de begroting 2021.
60.000 50.000 40.000 30.000 20.000 10.000 Saldo t.o.v. begroting
Doorschuif naar 2021
Vrijval in 2020
Activa GVB
IA Mobiliteit
Amsteltram
BORI/MVP
Concessies
Duurzaam en slim
OSS
Overhead
Apparaatskosten
pagina 11 van 57
2 JAARVERSLAG 2020 De begroting van de Vervoerregio Amsterdam is ook in 2020 opgedeeld in drie programma’s. Het programma Verkeer & Vervoer bevat de uitvoeringstaken van de Vervoerregio. In het tweede programma, Overhead, worden de ondersteunende werkzaamheden van de Vervoerregio verantwoord. Het derde programma bevat het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen; de middelen waarmee de taken en werkzaamheden van de Vervoerregio worden bekostigd. De verantwoording over het jaar 2020 volgt de indeling van de begroting 2020.
2.1 PROGRAMMA VERKEER & VERVOER 2.1.1 INVESTERINGSAGENDA MOBILITEIT Om onze regio aantrekkelijk te houden voor bewoners en bezoekers investeert de Vervoerregio in de bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Alle maatregelen en projecten zijn opgenomen in de Investeringsagenda Mobiliteit. De Vervoerregio verlegt daarin de aandacht steeds meer van modaliteit naar mobiliteit. Dat doen we om beter in te spelen op de grote ruimtelijke ontwikkelingen in onze gemeenten. Meer vanuit de behoefte aan bereikbaarheid in plaats van apart vanuit weg, fiets of openbaar vervoer. Nieuwe thema’s zoals Zero Emissie, voor iedereen toegankelijke mobiliteit en duurzaamheid spelen daarin een steeds grotere rol. Met de jaarlijkse voortgangsrapportage over de Investeringsagenda die tegelijk met de Jaarstukken van de Vervoerregio verschijnt, wordt uitgebreid ingegaan op alle resultaten en effecten over 2020. Wat hebben we bereikt? 2020 was een jaar waarin een groot aantal projecten uit de Investeringsagenda Mobiliteit is gerealiseerd. Het ging in totaal om meer dan 90 grote en kleine projecten die zijn
opgeleverd en in gebruik genomen. Hierbij gaat het om onder andere verkeersveiligheidsmaatregelen, fietspaden, haltevoorzieningen, en infrastructuur voor het openbaar vervoer, en ook om verkeersveiligheidscampagnes en pilots met slimme mobiliteitsoplossingen. Veel projecten hebben betrekking op het verbeteren van knooppunten. Zo zijn bij het Amsterdamse station RAI de vernieuwde stationshal en de fietsenstalling in gebruik genomen en heeft de gemeente Zaanstad bij station Zaandam de nieuwe bebouwing over het spoor, een fietspad en de fietsenstalling tegelijk geopend. Nieuwe fietsenstallingen werden recent ook gerealiseerd bij station Amsterdam Zuid, het station Rokin van de Noord/Zuidlijn en bij diverse haltes van het R-net in de hele regio. In totaal is de regio bijna 4.000 stallingsplekken ‘rijker’ geworden. De Cuyperspassage tussen het metro- en het treinstation bij Amsterdam CS ging afgelopen zomer open. Op het Amsterdamse Zeeburgereiland werd de uitgebreide en vernieuwde IJtramstalling geopend, waardoor nu ook de eerste gekoppelde trams op lijn 26 kunnen gaan rijden. In de categorie middelgrote projecten is overal in de regio resultaat geboekt. Op de Amsterdamse Binnenring en op de verbinding Uithoorn-Aalsmeer-Schiphol Zuid – Hoofddorp (HOVASZ) is een aantal deelprojecten opgeleverd.
In Amstelveen werden de rotonde bij de Sportlaan en de nieuwe Knoop Ouderkerkerlaan in gebruik genomen, een project dat samenhangt met de vernieuwing van de in 2020 opnieuw in gebruik genomen Amstelveenlijn. Dit soort projecten vinden plaats op een corridor, en zijn vaak te beschouwen als een verzameling van meerdere kleine projecten. Deze projecten dragen vooral bij tot het optimaliseren van mobiliteitsnetwerken fiets, weg, openbaar vervoer en logistiek en verbeteren tegelijk de verkeersveiligheid. Belangrijke verbeteringen voor het Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) zijn gerealiseerd. De Westtangent in Amsterdam is in exploitatie genomen, waarmee de reistijd met minuten is verkort en er is een belangrijke stap gezet om de busbaan Schiphol Rijk af te maken. De Vervoerregio levert bijdragen aan het veiliger maken van de infrastructuur op vier onderdelen: Duurzaam & Veilig, Veilige Fietsinfrastructuur, Veilige Schoolomgeving en aanpak van ongevallenlocaties. Deze activiteiten bestaan uit een reeks kleine projecten, die volgens verwachting zijn uitgevoerd, zoals de Fanny Blankers-Koenlaan in Hoofddorp, het fietspad in het Amsterdamse Bos bij de Bosrandweg en enkele ongevallenlocaties (black-spots). Diverse verkeersveiligheidsmaatregelen werden gerealiseerd in Purmerend Pagina 12 van 57
en de Haarlemmermeer en in Volendam met het nieuw ingerichte Europaplein. Gedragsbeïnvloeding wordt opgepakt in het programma Verkeer en Meer met bijdragen aan educaties en campagnes voor onder meer scholieren en ouderen. We werkten in 2020 ook aan de aantrekkelijkheid en toegankelijkheid van het openbaar vervoer: nieuwe duurzame haltevoorzieningen verschenen in Landsmeer, de Hempont kreeg een wachtvoorziening en bij een aantal R-nethaltes kwamen klokken en displays met wachttijden. Bij een aantal grote projecten is weer een belangrijke mijlpaal bereikt. Zo is in Zaanstad de planuitwerking voor de Thorbeckeweg bijna afgerond en zijn er nu twee basisalternatieven voor de Guisweg. In Diemen is een start gemaakt met de werkzaamheden bij de onderdoorgang van het spoor bij station Diemen. Voor de aanpak van de Knoop Amsterdam Lelylaan zijn belangrijke stappen gezet, zo is in het najaar met het ministerie een afspraak over de gezamenlijke financiering gemaakt, zodat dit omvangrijke project nu uitgevoerd kan gaan worden. Voor het project Duinpolderweg is de scope aangepast: dit project gaat nu verder als de Nieuwe Bennebroekerweg in de gemeente Haarlemmermeer. Voor de verbindingen die deel uitmaken van de Sprong over het IJ is afgelopen jaar een advies uitgebracht door de commissie d’Hooghe, waardoor de samenwerkende partijen nu een nieuwe start kunnen maken met de planuitwerking.
Voor al deze projecten geldt dat het niet slechts gaat om verbeteringen die ten goede komen aan één vervoerswijze, we werken tenslotte aan de strategische opgave ‘Van modaliteit naar mobiliteit’, waarbij we tegelijk de verkeersveiligheid verbeteren.
Wat hebben we daarvoor gedaan? De Vervoerregio leverde bij de meeste projecten financiële bijdragen, kennis en expertise. Daarnaast coördineerde de Vervoerregio de aanvragen voor rijksbijdragen aan projecten in onze regio, zoals bij de MIRT-afspraken over station Lelylaan, de uitbreidingen van station stallingen en verkeersveiligheidsgelden vanuit de nieuwe rijksimpuls voor verkeersveiligheid (SPV) waar alle inliggende gemeenten aanvragen voor hebben gedaan. De uitvoering van alle opgeleverde projecten lag bij de wegbeheerders. Om te bepalen aan welke projecten de Vervoerregio een financiële bijdrage levert, vond er een toets plaats aan de beleidsdoelen en kosteneffectiviteit. Bij sommige projecten verzorgt de
Vervoerregio ook de uitvoering in de voorbereidende fasen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de projecten Guisweg en de Aanpak Verkeersdruk op de Thorbeckeweg (AVANT) in Zaanstad. Op het gebied van verkeersgedrag verzorgde de Vervoerregio in opdracht van de gemeenten de projectleiding om acties en onderwijs op straat en in de gemeente te organiseren.
Wat heeft het gekost? Tabel 4 Investeringsagenda Mobiliteit | Baten & Lasten (x € 1.000) Jaarrekening 2019
140.000
156.590
137.056
Verschil Jaarrekening Gewijzigde begroting 2020 19.534
123.797
140.000
156.590
137.056
19.534
Bijdragen derden BDU Absoluut
919 -
17.214
15.521
665 15.440
665 -82
Totaal baten
919
17.214
15.521
16.105
584
-122.878
-122.786
-141.069
-120.951
20.118
Investeringsagenda Mobiliteit
IA Uitvoeringsbudgetten en studies
123.797
Totaal lasten
Saldo Investeringsagenda Mobiliteit
Primitieve Gewijzigde begroting Begroting 2020 1e en 2e Burap 2020
Jaarrekening 2020
Toelichting op tabel 4 Van het beschikbaar budget ad € 157 mln in 2020 is € 137 mln (87,5%) aan projecten daadwerkelijk uitbetaald. Bij de uitvoering van de projecten over de jaarschijven is in sommige gevallen afgeweken van de planning. Projecten zoals de OostWest-As in Diemen en De Entree bij Amsterdam Centraal station konden door het rustige verkeersbeeld in de afgelopen maanden in een versneld tempo worden uitgevoerd. De aanpak van de N247 in Waterland is door de provincie Noord-Holland aanbesteed en er kan nu snel met de werkzaamheden worden begonnen, waardoor de eerste betaling naar voren kon worden gehaald. Bij enkele projecten trad vertraging op. Project Zuidasdok is verder vertraagd en in afwachting van definitieve besluitvorming. Projecten zoals de brug over de Weespertrekvaart, OV-verbeteringen in Amsterdam, waaronder in de Rivierenbuurt en het Museumkwartier en de uitrol van Signalling & Control (S&C) op het metrosysteem
pagina 13 van 57
verschuiven naar 2021. Dit wordt onder andere veroorzaakt door complexere voorbereiding en vertraagde leveringen als gevolg van het werken in COVID-19-tijd. Deze komen op een later moment tot uitbetaling. Per saldo is sprake van enige onderbesteding van € 20 mln (12,5%). Dit valt binnen de bandbreedte die daarover bij de prognose in de 2e Bestuursrapportage 2020 is afgegeven. De reden dat een dergelijke ruime bandbreedte wordt aangehouden is de onvoorspelbaarheid en afhankelijkheid van aanvragen en afrekeningen die elk jaar van de deelnemende gemeenten in de laatste maanden van het jaar worden ontvangen. De ene keer vinden deze nog in het verantwoordingsjaar plaats, de andere keer schuift dit door naar het volgende jaar. Dit jaar betreft het projecten zoals: Ondergrondse fietsenstalling Leidseplein Amsterdam vertraagd, uitvoering nadert nu voltooiing Capaciteitsuitbreiding N201 - A9 (zuid) Amstelveen is uitgesteld Fietsroute luchthaventerrein Schiphol niet in uitvoering gegaan in 2020 Fietspad Oostelijke Poeloever Amstelveen uitgestelde oplevering nu in mei 2021 Bij de 2e bestuursrapportage was aangegeven dat deze onzekerheid maximaal € 37 mln zou bedragen.
De baten zijn, net als in voorgaande jaren, verantwoord in het programma Algemene Dekkingsmiddelen, met uitzondering van bedragen die geoormerkt voor specifieke projecten zijn bijgedragen (het zogenaamde absolute deel van de BDU). In 2020 is de laatste tranche uit het programma Actieprogramma Regionaal Openbaar Vervoer (AROV) uitgekeerd. Dat programma is in 2010 gestart. De realisatie van projecten die met deze middelen worden bekostigd moeten uiterlijk in 2025 zijn voltooid. De middelen daarvoor zijn binnen de Investeringsagenda als verplichting in de komende jaren opgenomen. Is er sprake van een geoormerkt resultaat?
vastgehouden voor deze projecten en als geoormerkt bedrag toegevoegd aan het (project)budget 2021. Daarmee heeft het resultaat 2020 geen effect op het meerjarig projectbudget.
2.1.2 AMSTELTRAM De Vervoerregio is opdrachtgever voor de uitwerking en de realisatie van de Amsteltram: de ombouw van de Amstelveenlijn en de verlenging naar Uithoorn (Uithoornlijn). De Amsteltram zorgt voor kortere reistijden van deur tot deur. Het versterken van het OVnetwerk levert een bijdrage aan het reduceren van de CO2-uitstoot. Aandacht is er voor beleving en inpassing in de omgeving. De Amsteltram vergroot de bereikbaarheid van het zuiden van de regio en zorgt voor een kostenefficiënter mobiliteitssysteem. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Amstelveenlijn: Tijdens de fase van Opleiden, Trainen en Oefenen (OTO) die vanaf 1 september is gestart, moest door het project worden aangetoond dat uiterlijk bij live gang op 13 december sprake is van een werkend vervoersysteem. In de laatste twee weken van de OTO fase bleek aan het begin van het proefbedrijf het systeem te kampen met diverse kinderziektes aan het materieel, verstoringen in het wisselbeveiligingssysteem en bedienfouten van trambestuurders. Mede door de inzet van de testcrew en een intensieve samenwerking tussen GVB, de projectorganisatie van Metro en Tram en relevante opdrachtnemers is het gelukt om de problemen op te lossen en live te gaan.
Met gepaste trots is op zondag 13 december 2020 de exploitatie van lijn 25, in aanwezigheid van een beperkt aantal genodigden vanwege de coronamaatregelen, ingeleid met een feestelijke starthandeling op het opstelterrein in de Legmeerpolder. Daarmee was de bij het Uitvoeringsbesluit van eind 2015 gestelde bestuurlijke mijlpaal voor start exploitatie een feit.
Over 2020 is een bedrag van € 20 mln van het beschikbaar budget niet besteed. Dit budget valt niet vrij: er rust een verplichting op dat bedrag, omdat de bijdragen voor de projecten via beschikkingen zijn toegezegd aan de partners/wegbeheerders. De € 20 mln wordt
pagina 14 van 57
Op 30 december 2020 heeft hoofdaannemer Vital het Verzoek tot Aanvaarding ingediend bij de projectorganisatie. Dit houdt in dat het werk conform de eindmijlpaal per 31 december 2020 is opgeleverd met enkele restpunten. Het project is echter nog niet klaar. Voor live gang waren al een aantal restpunten en optimalisaties gepland om na 13 december nog uit te voeren. Mede op basis van de ervaringen van de eerste weken dienstregeling en een schouw van de Reizigers Adviesraad (RAR) blijken er nog wat optimalisaties nodig te zijn om tot een robuust werkend vervoer systeem te komen. Deze werkzaamheden worden in het eerste en tweede kwartaal van 2021 voltooid. Uithoornlijn: Op 11 maart 2020 is het hoofdcontract met aannemer Dura Vermeer getekend, kort daarna brak de COVID-19 crisis uit. Als gevolg van de beperkingen door coronamaatregelen heeft deze opstart op alternatieve wijze plaatsgevonden. In plaats van de geplande bouwweek waarin Dura Vermeer en projectteam Uithoornlijn maar ook projectpartners met elkaar de toekomstige samenwerking nader zouden gaan vormgeven, hebben de kennismakingen met elkaar in een digitale vorm plaatsgevonden. Ondanks de beperkingen is een goede aanvang gemaakt in de opstart van de samenwerking. Daarna is Dura Vermeer conform de planning gestart met werkzaamheden in het kader van het systeem- en voorlopig ontwerp.
Het voorlopig ontwerp is mede vanwege COVID-19 vier weken later dan gepland opgeleverd. De opmerkingen uit de diverse reviews ten aanzien van het voorlopig ontwerp zullen tijdens de fase van het definitief ontwerp worden verwerkt. Mede op basis van de ervaringen bij de Ombouw Amstelveenlijn heeft voortschrijdend inzicht geleid tot een aantal scopewijzigingen die noodzakelijk zijn om tot een werkend vervoer systeem te komen.
Tabel 5 Amsteltram | Baten & Lasten (x € 1.000) Jaarrekening 2019
Amstelveenlijn Uithoornlijn
117.793 2.520
81.796 7.000
90.167 7.650
73.866 11.159
Verschil Jaarrekening Gewijzigde begroting 2020 16.301 -3.509
Totaal lasten
120.313
88.796
97.817
85.024
12.792
Bijdragen derden BDU Absoluut
26.192 -
15.404 -
15.976 -
15.976 -
-
Totaal baten
26.192
15.404
15.976
15.976
-0
Saldo Amsteltram
-94.122
-73.392
-81.841
-69.049
12.792
Amsteltram
Primitieve Gewijzigde begroting Begroting 2020 1e en 2e Burap 2020
Jaarrekening 2020
-0
Toelichting op tabel 5 Amstelveenlijn: De kosten in 2020 zijn € 16,3 mln lager uitgekomen mede door bijstelling van de risicoreservering (€ 4,9 mln, zie ook de 2e Bestuursrapportage 2020). Daarnaast wordt een eerder toegezegde bijdrage aan de S&C kosten pas in 2021 bij het project in rekening gebracht (€ 3,1 mln), zijn de indexatie kosten lager uitgevallen als gevolg van het niet indexeren van de compensatie overeenkomst ten aanzien van de ontwerporganisatie van de hoofdaannemer (€ 1,2 mln), is de risicoreservering nog verder terug gebracht (€ 2,2 mln) en is de eindafrekening van het hoofdcontract (€ 3,5 mln) en eindafrekening van de inzet van gemeente Amsterdam, RVE Metro en Tram, Eigendom & Beheer (E&B) ( € 1,4 mln) doorgeschoven naar 2021. Uithoornlijn: De kosten in 2020 zijn € 3,5 mln hoger uitgekomen mede door de in de 2e Bestuursrapportage genoemde herziening van het termijnschema van de aannemer (€ 4,6 mln), de afrekening van de inzet van E&B (-/- € 0,4 mln) is verschoven naar 2021 en de VAT kosten zijn lager uitgevallen (-/- € 0,7 mln).
Tevens hebben de eerste conditioneringswerkzaamheden plaatsgevonden door kappen van bomen op de voormalige spoordijk waar straks de tram komt te rijden. Wat heeft het gekost (en wat hadden we gedacht dat het zou kosten)?
Is er sprake van een geoormerkt resultaat? Het positief (gesaldeerde) resultaat blijft binnen het subprogramma en heeft geen effect op het meerjarig programmabudget van de Amsteltram, omdat het uiteindelijke
pagina 15 van 57
projectresultaat ongewijzigd blijft. Het positief resultaat van de Amstelveenlijn zal worden gebruikt om de verwachte budgetspanning bij de Uithoornlijn op te vangen.
2.1.3 CONCESSIES 2020 was een moeilijk jaar voor de OV-sector. Als gevolg van de COVID-19 pandemie is het aantal reizigers sterk afgenomen, en daarmee liepen ook de reizigersinkomsten fors terug. Na een terugval met circa 85% tijdens de eerste lockdown is het aantal reizigers eind 2020 uitgekomen op ongeveer 30 tot 40% ten opzichte van 2019. Vanuit de Vervoerregio is samen met andere opdrachtgevende overheden - gelobbyd bij het Rijk voor een passend pakket van maatregelen. Dit heeft vorm gekregen in de Beschikbaarheidsvergoeding OV (BVOV). De Vervoerregio Amsterdam is concessieverlener voor een viertal openbaar vervoerconcessies, te weten (met tussen haakjes de gereserveerde subsidiebijdrage over 2020):
Amstelland-Meerlanden (€ 45,6 miljoen)
Amsterdam (€ 20 miljoen, met name voor sociale veiligheid, de exploitatie is nagenoeg kostendekkend)
Waterland (€ 19,3 miljoen)
Zaanstreek (€ 12,5 miljoen)
Wat hebben we bereikt? Door de BVOV is het aanbod van openbaar vervoer in 2020 voor een groot deel in stand kunnen blijven. Samen met de vervoerders is een enorme inspanningskracht geleverd om in 2020 het openbaar vervoer op een goede manier open te houden voor de reizigers met alle COVID-19 maatregelen die daarvoor benodigd waren. Ook heeft veel overleg met de gemeenten en adviesorganen plaatsgevonden over de gevolgen van de maatregelen. Voor 2021 is bereikt dat de BVOV wordt gecontinueerd tot en met het derde kwartaal. Over het resterende kwartaal van 2021 en over 2022 lopen de gesprekken met het Rijk. Als gevolg van de COVID-19 pandemie is de aanbesteding Zaanstreek-Waterland vroegtijdig stopgezet, omdat er geen perspectief was op inschrijvers voor deze nieuwe concessie (die per 12 december 2021 zou moeten ingaan). Om het openbaar vervoer na 12 december 2021 te continueren, bereidt de Vervoerregio een noodmaatregel (noodconcessie) voor.
pagina 16 van 57
In de concessie Amsterdam zijn in 2020 de eerste elektrische bussen in gebruik genomen.
Toelichting op tabel 6
In Amstelland-Meerlanden was het de bedoeling dat een tranche elektrische bussen van 111 stuks per december 2020 zouden instromen, maar o.a. vanwege COVID-19 zal die instroom in 2021 plaatsvinden.
Voor alle concessies geldt dat de bonus/malus over 2018 en 2019 nog niet is vastgesteld. In het dagelijks bestuur van maart 2021 zullen deze bonussen, malussen en boetes vastgesteld worden. Dit is geen vrijvallend budget, maar schuift daardoor naar 2021. Concessie Amstelland Meerlanden:
Wat hebben we daarvoor gedaan? De Vervoerregio Amsterdam heeft voor al haar concessies in het najaar van 2020 (extreem) verkorte vervoerplanprocedures moeten doorlopen om het aanpassen van het vervoeraanbod te kunnen laten plaatsvinden. Alle formele adviesorganen zijn daarbij betrokken geweest. Tevens heeft het Dagelijks Bestuur uitgangspunten vastgesteld om richting te geven aan het naar beneden aanpassen van het vervoeraanbod. Aan het begin van de uitbraak van COVID-19 heeft de Vervoerregio Amsterdam zich flexibel opgesteld richting vervoerders, daar waar het gaat om het acuut afschalen van het vervoeraanbod.
De bonus/malus over 2018 en 2019 is nog niet vastgesteld. Dit betreft een bedrag van € 1,4 mln Dit is geen vrij geld maar schuift door naar 2021. De monitoringskosten ad € 0,2 mln zijn eveneens niet uitgegeven. Dit bedrag valt vrij. Verder is er een verschil van € 0,5 mln meerkosten doordat het dienstregelingjaar niet samenvalt met het kalenderjaar. De Beschikbaarheidsvergoeding van het Rijk is niet vastgelegd in een begrotingswijziging. Dit is een verschil van € 23,6 mln welke ook zichtbaar is in de baten. Concessie Amsterdam De bonus/malus over 2018 en 2019 is nog niet vastgesteld. Dit betreft een bedrag van maximaal € 2,1 mln. Dit is geen vrij geld maar schuift door naar 2021. De monitoringskosten van € 0,5 mln zijn niet besteed in 2020. Dit budget kan vrijvallen.
Wat heeft het gekost?
De herijking 2019 is gerealiseerd, dit betreft een vrijval van € 11,3 mln. Voorgesteld wordt om dit vrijvallend geld beschikbaar te houden voor de transitieopgave.
Tabel 6 Concessies | Baten & Lasten (x € 1.000) Jaarrekening 2019 Concessies
Primitieve Gewijzigde begroting Begroting 2020 1e en 2e Burap 2020
47.403 22.771 18.242 11.768 100 94 244
1.100
140 25
138 7
2 18
Totaal lasten
100.622
101.244
235.639
242.612
-6.973
7.738 -
6.035 -
137.253 -
160.868 -
23.615 -
7.738
6.035
137.253
160.868
23.615
-92.884
-95.209
-98.386
-81.744
16.642
Totaal baten Saldo Concessies
47.204 144.359 30.498 13.315 98 -
69.782 130.412 29.518 12.495 260 -
Verschil Jaarrekening Gewijzigde begroting 2020 -22.577 13.947 980 820 -162 -
Amstelland Meerlanden Amsterdam (Exploitatie) Waterland Zaanstreek CVV en buurtbussen Innovatiefonds Voorfinanciering laadinfrastructuur concessie Zanstreek-Waterland R-net Uitvoeringskosten Bijdragen derden BDU Absoluut
45.360 21.502 19.433 12.628 221 1.000
Jaarrekening 2020
Concessie Waterland De bonus/malus over 2018 en 2019 is nog niet vastgesteld. Dit betreft maximaal € 1,2 mln. Dit is geen vrij geld maar schuift door naar 2021. Verder is er een verschil van € 0,2 mln meerkosten doordat het dienstregelingjaar niet samenvalt met het kalenderjaar. Concessie Zaanstreek De bonus/malus over 2018 en 2019 is nog niet vastgesteld. Dit betreft maximaal € 0,8 mln. Dit is geen vrij geld maar schuift door naar 2021.
pagina 17 van 57
De monitoringskosten van € 0,04 mln zijn niet uitgegeven. Dit bedrag valt vrij. Verder is er een verschil van € 0,14 mln meerkosten doordat het dienstregelingjaar niet samenvalt met het kalenderjaar. Daarnaast is een boete opgelegd van € 0,12 mln voor de late inzet van ZE-midibussen.
Is er sprake van een geoormerkt resultaat? Het herijkingsresultaat van de concessie Amsterdam bedroeg € 11,3 mln voor 2020. Voorstel aan de Regioraad is om dit bedrag in 2021 in te zetten voor de transitieopgave. De nog niet uitbetaalde bonussen van alle concessies over 2018 en 2019 blijven gereserveerd voor de genoemde concessies. Dit is een bedrag van maximaal € 5,5 miljoen.
2.1.4 BEHEER EN ONDERHOUD RAIL INFRASTRUCTUUR (BORI) EN MEERJAREN VERVANGINGSPROGRAMMA METRO (MVP) Goed functionerende en veilige tram- en metro-infrastructuur is essentieel voor het openbaar vervoer in Amsterdam en regio. Om dit te bereiken verleent de Vervoerregio subsidie aan de gemeente Amsterdam voor het beheren en onderhouden van deze railinfrastructuur. Het werk betreft zowel het dagelijks onderhoud als het vervangingsonderhoud. De gemeente fungeert als opdrachtgever richting GVB railservices. Wat hebben we bereikt? De Vervoerregio heeft samen met de gemeente Amsterdam en GVB gezorgd voor een goed presterende infrastructuur in termen van beschikbaarheid en veiligheid in 2020. Dit draagt bij aan een betrouwbare en veilige tram- of metroreis wat weer bijdraagt aan de mobiliteit van Amsterdam en regio.
De Vervoerregio is samen met GVB en gemeente bezig met het verbeteren van de governance van de concessie Amsterdam mede in combinatie met het beheer en onderhoud van de railinfrastructuur. In 2020 zijn bestuurlijke afspraken gemaakt om de rollen en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen te herdefiniëren. Doel hierbij is om de sturing vanaf 2022 eenvoudiger en efficiënter te maken met als doel de reiziger beter te bedienen en de kosten te reduceren. In 2020 heeft de Vervoerregio gezamenlijk met de gemeente Amsterdam en GVB de reguliere kosten voor het beheer en onderhoud van de railinfrastructuur doorgelicht. Door de digitalisering, intensiever gebruik en de huidige organisatiestructuur staat het beheer en onderhoud van de railinfrastructuur onder financiële druk. De drie partijen voorzien een uitdaging om de benodigde beheer en onderhoudsactiviteiten binnen het financieel kader te programmeren en moeten daarom een aantal activiteiten en programma’s bijsturen. Dit gaat naar verwachting impact hebben op de betrokken organisaties, benodigde activiteiten in de toekomst en mogelijk de kwaliteit van het openbaar vervoer. In samenwerking met de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) is een onderzoek uitgevoerd waarin de onderhoudskosten van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag met elkaar zijn vergeleken.
De betrokken partijen gebruiken de resultaten van dit onderzoek om de effectiviteit en efficiency verder te verbeteren. Dit wordt eveneens betrokken bij de invulling van de nieuwe governance per 1 januari 2022. Door goede samenwerking hebben Vervoerregio en gemeente Amsterdam in 2020, onder voorwaarden, overeenstemming bereikt over de financiële afronding van de renovatie Oostlijn, kosten omtrent het programma tunnelveiligheid Oostbuis en de kosten van cybersecurity en het beheer en onderhoud van het nieuwe metrobeveiligingssysteem Signalling & Control (S&C). In 2021 worden deze posten afgewikkeld binnen de beschikbare bedragen van het meerjarig convenant. Wat hebben we daarvoor gedaan? In 2020 is er op diverse dossiers binnen het onderwerp intensief samengewerkt met de gemeente Amsterdam en GVB. Deze goede samenwerking legt de basis voor de nieuwe governance.
pagina 18 van 57
Wat heeft het gekost?
2.1.5 ACTIVA GEMEENTELIJK VERVOERBEDRIJF (GVB)
Tabel 7 BORI/MVP | Baten & Lasten (x € 1.000)
Binnen de concessie Amsterdam hebben GVB, gemeente Amsterdam en Vervoerregio afspraken gemaakt over de strategische activa die GVB gebruikt om de concessie uit te kunnen voeren. In dit kader subsidieert de Vervoerregio een aantal grote materieelbestellingen die GVB uitvoert. Het nieuwe materieel bestaat uit zowel trams, metro’s als elektrische bussen. Deze bestellingen dragen bij aan de doelstellingen die de Vervoerregio heeft op het vlak van verminderen van CO2 uitstoot en het verbeteren van reizen.
Jaarrekening 2019
Beheer & Onderhoud Meerjaren Vervangingsprogramma
68.678 41.918
143.226 -
138.040 -
131.669 -
Verschil Jaarrekening Gewijzigde begroting 2020 6.371 -
Totaal lasten
110.596
143.226
138.040
131.669
6.371
-
-
-
-
-
BORI/MVP
Bijdragen derden BDU Absoluut
Totaal baten Saldo BORI/MVP
-110.596
Primitieve Gewijzigde begroting Begroting 2020 1e en 2e Burap 2020
-143.226
-138.040
Jaarrekening 2020
-131.669
6.371
Toelichting op tabel 7
Wat hebben we bereikt (en wat hadden we willen bereiken)?
De Vervoerregio heeft voor 2020 een gemaximeerde subsidiebijdrage van in totaal € 138 mln beschikbaar gesteld. De definitieve vaststelling van de subsidiehoogte zal naar verwachting in Q3 2021 plaatsvinden. In deze € 138 mln is een bedrag gereserveerd van € 6,1 mln voor facturatieonzekerheid met betrekking tot het vervangingsonderhoud. Dit is een buffer voor als de uitvoering voorspoediger gaat en er daardoor budget naar voren (uit 2021 naar 2020) gehaald kan worden. Dit bedrag is in 2020 niet benut en verklaart daarmee de onderuitputting in 2020. Dit bedrag blijft wel beschikbaar binnen het convenant voor de resterende jaren.
Ondanks belemmeringen gedurende de eerste lockdown als gevolg van COVID-19 is de levering van de nieuwe 15G tramvoertuigen in 2020 gestaag doorgegaan. Eigenlijk was het de bedoeling dat het vervoerbedrijf in het al eerder vorig jaar door de stad zou gaan rijden met de 15G. De oplevering van de 15G trams is vanwege corona vorig jaar, iets vertraagd. Gelukkig heeft dit geen effect gehad op de geplande datum waarop we de Amstelveenlijn in gebruik zouden nemen. De levering van de 15G voertuigen ligt begin 2021 in termen van geld en tijd weer op schema. Ook is de vergunningverlening voor de inzet van enkele en gekoppelde trams op het Amsterdamse net afgerond.. Met de beschikbare voertuigen is het de bedoeling om in het voorjaar 2021 te starten met inzet van 15G’s elders op het netwerk.
Is er sprake van een geoormerkt resultaat?
De Regioraad heeft verder in mei 2020 besloten om, vanuit ruimte binnen het oorspronkelijke budget van € 209 mln, nog eens 9 extra 15G trams te bestellen vanuit de optieregeling die hoort bij het contract. Deze 9 trams waren nodig voor de vervanging van de bestaande trams. In december 2020 heeft het dagelijks bestuur besloten vooralsnog niet nog meer extra voertuigen bovenop deze 9 trams te bestellen. Dit blijft de komende jaren overigens nog wel mogelijk.
De budgetten van het beheer en onderhoud van de railinfrastructuur zijn vastgelegd in het convenant Beheer en onderhoud railinfrastructuur Amsterdam 2013 tot en met 2024 ter hoogte van € 648 mln (prijspeil 2013) en het convenant Meerjaren Vervangingsonderhoud Programma Metro 2015 tot en met 2031 ter hoogte van € 609,3 mln (prijspeil 2014). Het resultaat van € 6,1 mln uit 2020 blijft daarom geoormerkt beschikbaar voor het resterende budget uit de convenanten.
Omdat de instroom van de 15G weer op schema ligt en inzet op de rest van het netwerk aanstaande is, heeft het dagelijks bestuur in december 2020 besloten in te stemmen met het verzoek van GVB Activa om de trams van het type 11G/12G uit te stromen. Dit zal in de loop van 2021 plaatsvinden.
pagina 19 van 57
Een andere grote materieelbestelling die loopt is de aanschaf van de M7 metro. Van dit nieuwe voertuig is in 2019 de mock up gepresenteerd. Eind 2019 is de productie van de casco-onderdelen gestart en in 2020 is de productie voortgezet. De eerste nieuwe voertuigen worden in de zomer van 2021 verwacht. Verder heeft de Vervoerregio in 2020 een besluit genomen over het verlenen van een subsidie voor het verlengen van de levensduur van de metro’s type S1 en S2, zodat deze voertuigen in ieder geval tot 2024 inzetbaar zijn, wanneer de M7 serie volledig is ingestroomd. Tenslotte zijn in 2020 de eerste 31 elektrische bussen in gebruik genomen die ingezet worden op de buslijnen 15, 22, 61 en 231. De bestuurders zijn zeer tevreden en de eerste signalen van de reizigers zijn positief. Er zijn momenteel nog 13 gelede elektrische bussen in bestelling die in de zomer van 2021 gaan rijden op de R-Netlijn 369 tussen Sloterdijk en Schiphol. Nog eens 31 bussen stromen begin 2022 in. Voor de vervanging van het resterende deel van de dieselbussen bereidt GVB een nieuwe aanbesteding voor. Wat hebben we daarvoor gedaan (en wat hadden we gepland daarvoor te doen)? De Vervoerregio verstrekt subsidie voor de kapitaallasten van de materieelbestellingen M7, 15G en de elektrische bussen. Per 31 december 2020 zijn 30 15G voertuigen afgenomen door GVB.
Met een verwachte instroom van 3 voertuigen per maand wordt de basisbestelling van in totaal 63 trams waarschijnlijk in 2021 afgerond. Daarnaast is er een optie voor 9 extra voertuigen, die in 2022 volgen. In 2020 hebben de eerste uitgaven aan kapitaallasten voor de eerste 31 elektrische bussen plaatsgevonden. De eerste uitgave voor de tweede serie van 13 bussen is door productievertraging als gevolg van COVID-19 vertraagd naar 2021.
Wat heeft het gekost? Tabel 8 Investeringen Activa | Baten & Lasten (x € 1.000) Jaarrekening 2019
Strategische Activa
4.453
8.046
29.368
8.784
Verschil Jaarrekening Gewijzigde begroting 2020 20.584
Totaal lasten
4.453
8.046
29.368
8.784
20.584
Bijdragen derden BDU Absoluut
-
-
-
-
-
Totaal baten
-
-
-
-
-
-4.453
-8.046
-29.368
-8.784
20.584
Activa GVB
Saldo Activa GVB
Primitieve Gewijzigde begroting Begroting 2020 1e en 2e Burap 2020
Jaarrekening 2020
Toelichting op tabel 8 De uitgaven bedroegen € 8,8 mln, volgens de gewijzigde begroting € 29,4 mln. De aanvullende subsidie voor introductiekosten van het beveiligingssysteem Signalling & Control (S&C) voor de metro van € 11,2 mln zijn door vertraging in het project als gevolg van COVID-19 nog niet uitgegeven. Door vertragingen in uitleveringen van 15G en M7 is de realisatie eveneens lager dan begroot voor een bedrag van € 9,6 mln. Doordat de oplevering van kleinere projecten bij GVB iets achterlopen is € 0,2 mln minder dan begroot vergoed aan GVB voor kapitaallasten. Dit bedrag valt in 2020 vrij maar zal in toekomstige jaren alsnog tot kapitaallasten leiden. Is er sprake van een geoormerkt resultaat? De subsidie van € 11,2 mln S&C schuift door naar 2021, het jaar waarin dit project in gebruik wordt gesteld. De overige lagere verstrekte subsidies ten bedrage van € 9,4 mln voor Activa schuiven eveneens door naar 2021 en verder. Het zijn beklemde bedragen voor investeringen in strategische activa.
pagina 20 van 57
2.1.6 DUURZAAM & SLIM
van laadpalen voor particuliere elektrische auto’s in de hele regio wordt daarom doorgeschoven naar 2021.
Het jaar 2020 was het laatste jaar dat het subprogramma Duurzaam & Slim als afzonderlijk subprogramma op de begroting stond. Vanaf 2021 is Duurzaam & Slim opgenomen in de IA Mobiliteit.
In totaal wordt ongeveer € 3,9 mln overgeheveld naar 2021. Bijna € 3,2 mln daarvan is bestemd voor bovenstaande twee bijdragen aan ZE laadinfra en laadpalen.
Het subprogramma Duurzaam & Slim kent verschillende onderdelen: Smart Mobility, Zero Emissie en OV-Coach. De nadruk ligt daarmee op het bevorderen van duurzaamheid en innovatie, door het investeren in ZE bussen, laadinfrastructuur en laadpalen voor particulieren alsmede door het bijdragen aan innovatieve pilots zoals MaaS Zuidas en Olli Fleet Challenge Marineterrein. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Zoals ook in de 2e Bestuursrapportage 2020 al werd gememoreerd was 2020 een bijzonder en turbulent jaar. Ook op het subprogramma Duurzaam & Slim heeft dat zijn impact gehad. De pilot Olli Fleet Challenge Marineterrein is uitgesteld omdat de doelgroep van de pilot niet bereikt kon worden. Doel van deze pilot is met name de interactie tussen reizigers en het zelfrijdende voertuig. De bijdrage aan de pilot MaaS Zuidas is in 2020 wel uitgekeerd. De voorbereiding van die pilot gaat nog door en de lancering staat gepland voor het eerste kwartaal van 2021. Ook zijn er in 2020 bijdragen gedaan aan Mobiliteitsprogramma’s van Eisen (MPvE’s) bij nieuwe gebiedsontwikkelingen. Daardoor hebben we meer inzicht gekregen in hoe we mobiliteit al in een vroeg stadium van gebiedsontwikkeling een plek hebben kunnen geven. Voor ZE Bus Amsterdam was in 2020 een uitgave van € 3,1 mln euro voorzien. Die bijdrage is in 2020 niet nodig geweest.