2. Conceptbegroting 2027 VRZL
Tekst van het document
Daarnaast wordt Kaderstelling ingezet bij ad hoc vraagstukken op tactisch niveau. Kaderstellend betekent dat het team binnen de diverse thema’s coördineert, faciliteert en de (brandweer)organisatie continu verbetert. De resultaten van het team Kaderstelling zijn onder te verdelen in een drietal thema’s te weten, ‘beleidsmatige ontwikkeling en ondersteuning’, ‘bedrijfsmatige doorontwikkeling en ondersteuning’ en ‘operationele ondersteuning’. De doelstelling van kaderstelling is dat repressieve medewerkers elk moment van het jaar en op elk tijdstip veilig en efficiënt kunnen werken. Naast lopende zaken zal 2026 op basis van het Meerjarenbeleidsplan en Meerjareninvesteringsplan onder andere in het teken staan het toekomstbestendig maken van de officierspiketten binnen de brandweer, de doorontwikkeling van incidentbestrijding en kaderstelling.
Pagina 23 van 60
Daarnaast vaststelling van de ambities en uitgangspunten voor de repressieve en beheersmatige organisatie van de brandweer in 2030 en actualisatie en toegankelijkheid van procedures en werkinstructies. De volgende thema’s komen daarbij aan bod: Thema: lerende organisatie: Ingezet wordt op de implementatie van mono-evaluaties en de daarbij behorende kennisregie, een management of change procedure binnen VRZL en de actualisatie van operationele- en bedrijfsvoering technische (dat wil zeggen aan de service centra gelieerde) procedures. Thema: werken op basis van data: Ingezet wordt op “data gedreven” werken. Daarmee wordt enerzijds bedoeld het vergaren van data voor beleidsontwikkeling en beleidsevaluatie (kengetallen, trend ontwikkeling, prestatieverantwoording) en anderzijds operationele data vergaring zoals realtime dekkingsplan, telemetrie data digitale verkenning en open source intelligence (OSINT) ter ondersteuning van de operaties op straat. In 2026 dienen de systemen ter ondersteuning van “data gedreven” werken geïmplementeerd te zijn. Thema: verbinding in- en extern: Wil Kaderstelling in haar kracht staan dan is het van belang dat Kaderstelling binnen VRZL weet wat er speelt zowel formeel als informeel in de organisatie. Daarom zijn medewerkers van Kaderstelling regelmatig aanwezig op de kazernes en bij andere teams binnen VRZL.
Gezien de vele landelijke ontwikkelingen is het verder belangrijk dat Kaderstelling vertegenwoordigd is in landelijke netwerken van Brandweer Nederland. Net zo belangrijk is echter dat Kaderstelling de samenwerking opzoekt met andere veiligheidsregio’s, private partijen, andere netwerkpartners en de brandweerorganisaties in België en Duitsland. Thema: robuust en duurzaam: Kijkend naar alle ontwikkelingen wordt de komende periode bij alles wat we doen ingezet op een duurzame en robuuste organisatie van de brandweerzorg. Alleen zo draagt Kaderstelling bij aan een professionele, wendbare en vitale organisatie. Meer concreet wordt ons alarmerings- en inzetsysteem meer in landelijke lijn en meer robuust ingericht. Ook wordt verder verkend hoe we vrijwilligers verbonden houden aan VRZL. Behoud van vrijwilligheid is immers één van onze speerpunten. Thema: (on)voorzienbare projecten: Voorzienbare projecten waar kaderstelling de kar trekt dan wel een rol in speelt in de periode 2025 zijn onder andere het onderzoek naar de mogelijkheden voor repressieve werkzaamheden (blussing maar ook verkenning) door een blusrobot en het project toekomstige piketten. Medewerkers van Kaderstelling kunnen binnen projecten verschillende rollen vervullen (onder andere projectleider, deelnemer, of procesbegeleider).
Maar er zullen onvermijdelijk nog meer ontwikkelingen en daarmee projecten op ons afkomen, die we nu nog niet kunnen voorzien. Ook deze worden uiteraard opgepakt. Persoonlijk leiderschap binnen het programma Brandweerzorg Alle ontwikkelingen om de ambities Brandweerzorg te realiseren maken dat qua veranderbereidheid en onzekerheid, veel van alle medewerkers en leidinggevenden binnen VRZL wordt gevraagd. Vooral van de leidinggevenden wordt daarbij een voorbeeldrol gevraagd om vernieuwend en persoonlijk leiderschap te tonen. Dit type leiderschap is gebaseerd op meer gedeelde verantwoordelijkheid, eigenaarschap en vertrouwen waarbij besluitvorming lager in de organisatie wordt belegd.
Pagina 24 van 60
Medewerkers krijgen meer ruimte om zelf proactief oplossingen aan te dragen. Leidinggevenden faciliteren hun teams, tonen waar nodig leiderschap, dragen de organisatie brede missie, visie en de afdelingsambitie van IB uit en coachen collega’s ten behoeve van hun ontwikkeling en daarmee die van de organisatie. Alleen zo kunnen we als professionele, vitale en wendbare organisatie de ontwikkelingen die op ons afkomen, het hoofd bieden.
1.3.4 Wat gaat het kosten? Programma Brandweerzorg
Rekening 2025
Begroting Begroting Begroting 2026 2027 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Baten Overige inkomsten Baten
69.663 69.663
1.750 1.750
2.105 2.105
2.134 2.134
2.133 2.133
2.088 2.088
Lasten Personeel Opleiding, vorming en training Kantoor Automatisering Huisvesting Voertuigen Materialen Kapitaallasten Lasten
31.283 759 268 96 72.090 669 987 4.481 110.633
33.551 1.050 405 120 3.700 1.100 1.100 6.701 47.727
34.287 1.100 400 141 4.629 1.130 1.020 6.622 49.329
35.682 1.150 400 146 4.195 1.140 1.040 7.356 51.109
36.078 1.225 400 152 4.507 1.152 1.060 7.047 51.621
37.073 1.277 400 156 4.543 1.135 1.080 7.578 53.242
-
-
-
-
-
-
Dotatie voorzieningen Onttrekking voorzieningen Mutatie voorzieningen
3.357 3.357
2.986 2.986
1.788 1.788
1.946 1.946
2.454 2.454
2.507 2.507
Dotatie reserves Onttrekking reserves Mutatie reserves
8.438 5.214 3.224
6.010 7.301 -1.291
6.491 6.983 -492
7.106 7.356 -250
7.763 7.047 716
8.390 7.578 812
-47.551
-47.672
-48.520
-50.671
-52.658
-54.474
Overhead Onvoorzien Totaal
Resultaat
Pagina 25 van 60
1.3.5 Risk Factory Op 5 december 2025 heeft het Algemeen Bestuur van de VRZL ingestemd met het haalbaarheidsonderzoek voor een Risk Factory in Zuid-Limburg. De kern van het concept Risk Factory is een integrale aanpak met meerdere thema’s op het gebied van gezondheid en veiligheid, waarbij beleving centraal staat en dat wetenschappelijk onderbouwd is. Met realistische en interactieve scenario’s ervaren doelgroepen (on)gezondheid en (on)veiligheid én leren ze hoe te handelen. Levensechte ervaringen veranderen de kijk op risico’s. En dat geeft zelfvertrouwen om – als het er echt op aankomt – de juiste beslissingen te nemen. De Risk Factory Zuid-Limburg valt organisatorisch onder de VRZL en zal worden ondergebracht bij het programma Brandweerzorg. De begroting van de Risk Factory is daarom volledig meegenomen in de voorgaande paragraaf met de begroting van het programma Brandweerzorg. Aangezien het echter een afzonderlijk project betreft waaraan de gemeenten zullen bijdragen, is deze begroting hier apart zichtbaar gemaakt.
Risk Factory
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting Begroting 2029 2030
Overige inkomsten
510
495
508
518
279
Baten
510
495
508
518
279
296
303
312
320
164
2
2
2
2
1
Baten
Lasten Personeel Opleiding, vorming en training Kantoor
10
2
2
2
2
Automatisering
30
11
11
11
12
Huisvesting
119
122
124
125
70
Voertuigen
53
55
57
58
30
Materialen
-
-
-
-
-
Kapitaallasten
-
-
-
-
-
Lasten
510
495
508
518
279
Resultaat
-
-
-
-
-
Pagina 26 van 60
2
PARAGRAFEN
2.1 ALGEMEEN De paragrafen handelen vooral over een aantal belangrijke beheersmatige onderwerpen en omvatten de navolgende verplichte paragrafen: • Weerstandsvermogen en risicobeheersing • Onderhoud kapitaalgoederen • Financiering • Bedrijfsvoering • Verbonden partijen De paragrafen grondbeleid en lokale heffingen zijn op de Veiligheidsregio Zuid-Limburg niet van toepassing.
2.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als het vermogen van VRZL om incidenteel en structureel niet begrote kosten die onverwachts en substantieel zijn, te dekken zonder verstoring van de continuïteit in de uitvoering van de reguliere taken van de veiligheidsregio. Het weerstandsvermogen bestaat enerzijds uit de weerstandscapaciteit in beschikbare middelen en mogelijkheden en anderzijds de risico’s waarvoor geen of onvoldoende voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen voor zijn afgesloten. Het weerstandsvermogen is van belang voor het beoordelen van de financiële positie van de Veiligheidsregio. De financiële eindverantwoordelijkheid voor de financiële positie van VRZL wordt door de deelnemende gemeenten gedragen, conform de Gemeenschappelijke Regeling. Onverlet deze eindverantwoordelijkheid heeft VRZL als zelfstandig orgaan een eigen verantwoordelijkheid om voldoende weerstandsvermogen te vormen. Het weerstandsvermogen kan als volgt in een formule worden weergegeven.
Weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen
=
Risico’s
2.2.1 Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit het vrij aanwendbare eigen vermogen (algemene reserve) en de ruimte in de exploitatiebegroting. In oktober 2022 heeft het algemeen bestuur middels de nota reserves en voorzieningen ermee ingestemd de omvang van de algemene reserve van de Veiligheidsregio Zuid Limburg als onderdeel van de weerstandscapaciteit, te maximeren op 4% van de begrotingsomvang (exclusief mutaties in de reserves). 2.2.2 Autonome ontwikkelingen Vanuit de risicoanalyse die door VRZL gemaakt is komen onderstaande autonome ontwikkelingen naar voren die een forse financiële impact kent op VRZL. Deze autonome ontwikkelingen zijn op de organisatieontwikkeling na meegenomen in de risico’s benoemd in paragraaf 2.2.3. Onderstaand de benoemde autonome ontwikkelingen: • • • • •
CAO lonen 2027 Organisatieontwikkeling Inrichting coördinatiepunten Nieuwe taken in relatie tot de kabinetsbrede weerbaarheidsopgave Nieuwe wettelijke taken als gevolg van de geopolitieke situatie
Pagina 27 van 60
Primair doen wij er alles aan om deze forse financiële impact vanuit de bestaande kaders en begroting te mitigeren. Daar waar dit niet lukt zullen wij dit bestuurlijk bespreken om te komen tot een oplossing. Het heeft de voorkeur dit gebundeld te laten terugkomen nadat de loon- en prijsindexcijfers zijn gepubliceerd in de CPB Kerngegevenstabel MEV met als peildatum september 2027. 2.2.3 Inventarisatie risico’s Een risico is de kans dat een gebeurtenis optreedt, met een (negatief) gevolg voor de betrokkene. De omvang van een risico kan worden geschat door de kans dat een bepaalde gebeurtenis zich voordoet te vermenigvuldigen met het gevolg (€) van deze gebeurtenis. De methodiek die wordt toegepast is op basis van een kwantitatieve analyse. De kwantitatieve analyse zorgt ervoor dat de risico’s concreter worden omschreven. Daarnaast wordt duidelijker hoe de risico’s zich ten opzichte van elkaar verhouden en wat het aandeel is in de totale risico-impact. De kwantitatieve analyse vereist ook meer specialistische kennis en is mede daardoor tijdrovender aangezien de risico’s niet alleen in woorden maar ook in termen van impact en kans worden beschreven. Risico's 1. CAO ontwikkelingen 2026 2. Technologische ontwikkelingen 3. Milieu eisen 4. Datalekken / Informatiebeveiliging 5. Krapte arbeidsmarkt 6. Wet open overheid (Woo) 7. Overmatige verlofsaldi 8. Wet digitale toegankelijkheid 9.
PFAS 10. Inrichting coördinatiepunten 11. VRZL als onderdeel vitale infrastructuur 12. Roosterreglement incidentbestrijding
Impact PM € 600.000 € 650.000 € 2.000.000 € 100.000 € 200.000 € 600.000 € 200.000 € 750.000 € 1.300.000 PM € 190.000
Kans 50% 75% 50% 75% 75% 75% 75% 50% 60%
VRZL Brandweerzorg PM € 300.000 € 487.500 € 1.000.000
€ € € €
Bedrijfsvoering
€ 37.500 € €
37.500 150.000
95.000 € 37.500 €
187.500
450.000 150.000 375.000 780.000 €
50%
€ 3.542.500 €
•
C&R
95.000
CAO ontwikkelingen 2025: Risico's 1. CAO ontwikkelingen 2026
Impact PM
Kans
VRZL
Brandweerzorg
C&R
Bedrijfsvoering
PM
In overeenstemming met het besluit van het Algemeen Bestuur wordt de gemeente bijdrage (regulier) jaarlijks geïndexeerd op basis van de indexcijfers van de CPB Kerngegevenstabel MEV met peildatum september van het lopende jaar. Van de indexpercentages voor loon en materieel wordt een gemiddelde index berekend op basis waarvan de gemeentelijke bijdrage zal worden geïndexeerd. Dit gemiddelde wordt berekend op basis van de volgende verhouding tussen de loonkosten en de materiële kosten: 2/3 loonkosten – 1/3 prijzen. De CAO Veiligheidsregio’s liep tot 1 augustus 2025. Er was op 31 december 2025 nog geen nieuwe CAO afgesloten, waardoor het op dit moment onzeker is welke loonstijging hiermee gepaard gaat. Het risico blijft bestaan dat deze loonstijging niet volledig gedekt zal worden door de indexeringssystematiek die met het AB is afgesproken, zoals we dat ook in 2024 hebben ervaren. VRZL zal dit monitoren op basis van de CPB Kerngegevenstabel MEV met peildatum september 2026 en dit vervolgens bespreken met het bestuur. •
Technologische ontwikkelingen: Risico's 2. Technologische ontwikkelingen
€
Impact 600.000
Kans 50%
€
VRZL Brandweerzorg 300.000
C&R
Bedrijfsvoering
Pagina 28 van 60
De snelheid van technologische ontwikkelingen hebben steeds meer invloed op VRZL. Als deze technologische ontwikkelingen elkaar snel opvolgen en daarmee leiden tot een implementatierisico kan dat een operationeel risico met zich meebrengen. Denk hierbij aan artificial intelligence en ontwikkelingen bij brandbestrijdingen zoals digitale verkenning en drones, maar bijvoorbeeld ook de inzet van blusrobots en duikrobots. Ten aanzien van 2025 is de kans dat dit zich voordoet in 2026 gestegen vanwege prijsstijgingen en is de impact gelijk gebleven doordat wij wel enige mate van invloed hebben met welke snelheid wij deze technologische ontwikkelingen willen en kunnen volgen. •
Milieu eisen: Risico's 3. Milieu eisen
€
Impact 650.000
Kans 75%
€
VRZL Brandweerzorg 487.500
C&R
Bedrijfsvoering
Milieu eisen worden regelmatig aangescherpt en deels ad hoc ingevoerd. Dit brengt het risico met zich mee dat er meer kosten gemaakt dienen te worden voor de kazernes die VRZL in eigendom heeft en het mogelijkerwijs buiten werking stellen van materieel. We kunnen niet in de toekomst kijken en weten niet wat de eisen gaan worden in de toekomst maar kunnen hier wel op korte(re) termijn mee geconfronteerd worden waardoor we extra kosten dienen te maken om aan gewijzigde milieu eisen te voldoen. Ten opzichte van 2025 is dit risico in 2026 gestegen als gevolg van het bestuurlijk besluit met betrekking tot het dossier toekomstbestendige huisvesting VRZL waarbij de kans dat dit zich voordoet gelijk is gebleven. •
Datalekken / informatiebeveiliging: Risico's 4. Datalekken / Informatiebeveiliging
Impact € 2.000.000
Kans 50%
VRZL Brandweerzorg € 1.000.000
C&R
Bedrijfsvoering
De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is een Europese verordening die de regels voor verwerking van persoonsgegevens door bedrijven en overheidsorganisaties in de hele Europese Unie standaardiseert en worden gemonitord door de Autoriteit Persoonsgegevens. Datalekken die ontstaan kunnen leiden tot het opleggen van een boete. Daarnaast is het van groot belang dat de informatiebeveiliging op orde is om zo beter bestand te zijn tegen cyberaanvallen door kwaadwillende. Dit risico is ten opzichte van 2025 gelijk gebleven voor zowel kans en impact. Mede omdat we als VRZL als vitale organisatie zijn aangewezen, zijn we een aantrekkelijk doelwit van hackers met daardoor een groter risico in verband met het vervangen van hele systemen. •
Krapte arbeidsmarkt: Risico's 5. Krapte arbeidsmarkt
€
Impact 100.000
Kans 75%
VRZL
Brandweerzorg
C&R Bedrijfsvoering € 37.500 € 37.500
Door de huidige krapte op de arbeidsmarkt kostte het VRZL meer moeite om kwalitatief goede medewerkers aan te trekken binnen de programmalijnen en kan dit leiden tot meer salariskosten. In 2025 zijn wij gestart met een succesvolle dagklas beroepsmedewerkers waarbij alle deelnemers geslaagd zijn voor hun opleiding en geleidelijk aan zullen instromen bij het programma brandweerzorg. Tegelijkertijd is specifieke kennis benodigd voor de programma’s C&R en bedrijfsvoering. Het risico is daarmee in 2025 qua impact fors gedaald ten opzichte van 2025 waarbij de kans dat dit zich voordoet gelijk is gebleven. •
Wet open overheid (Woo): Risico's 6. Wet open overheid (Woo)
€
Impact 200.000
Kans 75%
VRZL
Brandweerzorg
C&R
Bedrijfsvoering € 150.000
De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 (deels) in werking getreden. Het doel van de Woo is overheden en semioverheden transparanter te maken om zo het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling beter te dienen. De wet wil bereiken dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Naast de Woo is er sprake van ‘aanpalende’ informatiewetgeving, al geldend of in behandeling, zoals de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) en de Archiefwet. De Woo (en andere iwetten) brengt voor de veiligheidsregio een aantal verplichtingen met zich mee die zowel een juridische en technische opgave zijn, maar ook nopen tot een cultuurverandering.
Pagina 29 van 60
Met de implementatie van deze wetgeving hangen een aantal andere discussies/opgaven samen zoals het invoeren van elektronische handtekeningen, anonimiseren in openbaar te maken documenten en digitaal toegankelijk maken van documenten. De Wet Openbare Overheid zal tot structurele meerkosten gaan leiden. Gemeenschappelijke regelingen krijgen hier niet zelf een extra bijdrage voor van het rijk, deze kosten zijn onderdeel van de vergoeding die gemeenten extra ontvangen vanuit het gemeentefonds. Hoe meer Woo verzoeken worden gedaan aan VRZL, hoe meer personele en juridische inzet gevraagd wordt om deze Woo verzoeken conform de geldende termijnen te beantwoorden. Het Rijk heeft financiële middelen ter beschikking gesteld aan gemeenten volgens de meicirculaire gemeenten 2021 (zie paragraaf 2.2. punt 18). Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het Rijk gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de Woo. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen. De incidentele middelen (voor de periode 2022 tot en met 2026 € 24,98 miljoen per jaar) zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie.
De structurele middelen (€ 21,03 miljoen in 2022, oplopend naar structureel € 42,06 miljoen vanaf 2026) zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen. Ten opzichte van 2025 is de impact en de kans dat dit risico zich voordoet in 2026 gelijk gebleven. •
Overmatige verlofsaldi: Risico's 7. Overmatige verlofsaldi
€
Impact 600.000
Kans 75%
€
VRZL Brandweerzorg 450.000
C&R
Bedrijfsvoering
Voor een saldo bovenwettelijke uren waarop een werknemer recht heeft, is geen sprake van een gemiddeld gelijkblijvende omvang van opbouw en afbouw van het verlofrecht. Hierdoor is de jaarlijkse omvang van deze arbeidskosten gerelateerde verplichting niet gelijk. Voor deze verlofuren moet dan ook een voorziening op de balans worden opgenomen. Veiligheidsregio Zuid-Limburg heeft een analyse uitgevoerd op de overmatige verlofsaldi en getoetst of er sprake is van een gemiddeld gelijkblijvende omvang van deze verlofsaldi. Bij de bovenwettelijke verlofuren binnen de Veiligheidsregio Zuid Limburg is sprake van een arbeid gerelateerde verplichting met een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook een onvoorspelbare afbouw. De bovenwettelijke verlofuren die binnen 5 jaren worden opgebouwd (en ook binnen vijf jaren moeten worden afgebouwd) kennen deels een overmatig verlofsaldo. De risicoanalyse die Veiligheidsregio Zuid Limburg heeft uitgevoerd van de bovenwettelijke uren betreft de uren zoals deze in de afgelopen 5 jaren zijn opgebouwd. Op basis van de risicoanalyse is het noodzakelijk om de huidige werkwijze voor de berekening van de voorziening overmatige verlofsaldi te herzien.
De verwachte uitstroom van medewerkers binnen nu en vijf jaren maakt dat medewerkers ook de bovenwettelijke uren uit recentere jaren (jaar 4 en 5) gaan gebruiken om eerder te stoppen met werken en dus niet alleen uit de oudste drie jaren waarvoor nu een voorziening is getroffen. De herziening heeft tot gevolg dat op basis van het totaal aan bovenwettelijke uren een voorziening wordt gevormd met een omvang van 80%. De bovenwettelijke uren maken we financieel met het gemiddeld uurtarief van een medewerker, e.e.a. volgens de voorgeschreven systematiek vanuit het BBV. In 2026 zullen wij op basis van ervaringscijfers wederom een risicoanalyse uitvoeren om vast te stellen of de voorziening op basis van 80% van het totaal aan bovenwettelijke uren nog toereikend is, of dat de voorziening uitgebreid dient te worden. De verlofsaldi zoals deze nog openstaan zijn als overmatig te classificeren omdat die onmogelijk nog binnen 1 of twee jaren opgenomen kunnen worden zonder dat de roosters en minimale bezetting in het gedrang komen. Daarnaast bestaat het risico dat deze bovenwettelijke uren omgezet worden naar het verlofsparen. De oudste jaren worden bij het opnemen van het verlof als eerste afgeboekt.
Dit heeft ertoe geleid dat we de omvang van dit risico in 2026 hebben verlaagd, aangezien dit alleen nog geld voor de overmatige verlofsaldi, en dan met name het restant van 20% dat nu niet financieel wordt gemaakt. Het betreft een omvang van 12.000 uren met een gemiddeld uurtarief van € 50. •
Wet digitale toegankelijkheid: Risico's 8. Wet digitale toegankelijkheid
€
Impact 200.000
Kans 75%
€
VRZL Brandweerzorg 150.000
C&R
Bedrijfsvoering
Pagina 30 van 60
Digitale toegankelijkheid is wettelijk verplicht voor Nederlandse overheden (Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen) en instellingen uit de (semi-)publieke sector. Het is verplicht om te voldoen aan de eisen van WCAG 2.1, niveau A en AA. Overheidsinstanties horen toegankelijk te zijn. Je voldoet aan de verplichting door: -
Het toepassen van de toegankelijkheidseisen van WCAG 2.1 op niveau A en AA; Het publiceren van een toegankelijkheidsverklaring op de website. Het blijven verbeteren van de toegankelijkheid van websites, clouds, intranet en mobiele applicaties en het bijhouden van de voortgang in de toegankelijkheidsverklaringen. De verplichting geldt voor websites, apps, en intranetten en extranetten die live gaan of ingrijpend worden aangepast.
Uiteindelijk moet elke website en app status A krijgen. Maar dat hoeft niet in één keer. Je kunt dus met een lagere status beginnen, zoals B, C of D. Met status B of C voldoe je al aan de wet, met status D nog niet. Maar let op: na een tijd moet de status wel beter worden, anders voldoe je niet meer aan de wet. C moet dus B of A worden en B moet A worden. Als wordt voldaan aan alle 50 eisen op niveau A en AA van de norm WCAG 2.1 wordt de status A verkregen. Dit vergt voor VRZL een behoorlijke investering en is een autonome ontwikkeling waarvoor binnen de begroting vooralsnog geen middelen zijn. Ten opzichte van 2025 is de kans en impact gelijk gebleven voor 2026. •
PFAS: Risico's 9. PFAS
€
Impact 750.000
Kans 50%
€
VRZL Brandweerzorg 375.000
C&R
Bedrijfsvoering
PFAS is een verzamelnaam en staat voor per- en polyfluoralkylstoffen. Deze groep chemische stoffen is door mensen gemaakt en komt van nature niet voor in het milieu. PFAS kunnen een negatief effect hebben op milieu en gezondheid. In de buurt van plekken waar met blusschuim is geoefend kunnen PFAS (Per- en polyfluoralkylstoffen) tot boven de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging PFAS (INEV’s) in grond en grondwater worden aangetroffen. Uit een risicobeoordeling moet dan blijken of er onaanvaardbare risico’s zijn. Meestal leiden dit soort lokale verontreinigingen met PFAS niet tot gezondheidsrisico’s. Op een oefenplaats van de brandweer worden namelijk geen gewassen verbouwd. Als er op zo’n plek huizen worden gebouwd, kan het wel nodig zijn eerst de bodem te saneren. Op de lange termijn kan het zijn dat verontreinigingen met PFAS leiden tot aantasting van het drinkwater. In de risicobeoordeling moet daarom ook worden bekeken waar de verontreiniging zich naartoe zal verplaatsen en of zich kwetsbare objecten zoals drinkwaterwinningen in de omgeving bevinden. De provincies hebben opdracht om te onderzoeken op welke locaties een eventuele PFAS verontreiniging aan de orde kan zijn. •
Inrichting coördinatiepunten: Risico's 10. Inrichting coördinatiepunten
Impact € 1.300.000
Kans 60%
€
VRZL Brandweerzorg 780.000
C&R
Bedrijfsvoering
Coördinatiepunten in veiligheidsregio's zijn centrale locaties, De landelijke lijn is dat brandweerkazernes ingericht worden als coördinatiepunten, die lokale noodsteunpunten aansturen en informeren tijdens grootschalige crises. Ze fungeren als informatie- en ondersteuning hub voor inwoners van deelnemende gemeenten VRZL. Vanuit de centrale structuur vindt er coördinatie plaats en is er aansluiting met de bestaande regionale crisisorganisatie. Het Coördinatiepunt zorgt dat de noodsteunpunten binnen de gemeenten kunnen werken en dat de hulpdiensten (ambulance, brandweer, politie) noodmeldingen ontvangen en kunnen ‘’uitrijden’’. Ook kan het coördinatiepunt de coördinatie van distributie van (hulp)middelen naar lokale noodsteunpunten organiseren. Dit vergt een investering op het gebied van communicatie, ICT middelen, het in de lucht houden van de meldkamer et cetera. Op basis van opgevraagde offertes voor zowel hardware, software, digitale ondersteuning en anderszins bedragen de kosten gemiddeld € 50.000 per brandweerkazerne. VRZL telt 26 brandweerkazernes. Op dit moment ontvangen wij daarvoor (nog) geen middelen vanuit het Rijk en aangezien bestuurlijk is afgesproken hier zo snel mogelijk mee te starten neemt VRZL de vlucht naar voren. Dit leidt voor 2026 wel voor een nieuw risico waarbij kans dat dit zich voordoet gespreid wordt over 60% in 2026 en 40% in 2027.
Pagina 31 van 60
•
VRZL als onderdeel van de vitale infrastructuur: Risico's 11. VRZL als onderdeel vitale infrastructuur
Impact PM
Kans
VRZL
Brandweerzorg
C&R
Bedrijfsvoering
VRZL heeft op 10 juli 2025 een brief ontvangen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid waarin VRZL aangemerkt als vitale aanbieder binnen de sector Openbare Orde en Veiligheid (OOV). Daarin staat beschreven dat wij primair verantwoordelijk zijn voor en/of een belangrijke bijdrage levert aan de vitale processen inzet brandweer, crisiscoördinatie en besluitvorming, en communicatie- en informatievoorziening. Daarmee bieden wij dienst aan waarvan de continuïteit van vitaal belang is voor de Nederlandse samenleving en daarom zijn wij aangemerkt als vitale aanbieder. Het zijn van een vitale aanbieder houdt ten eerste in dat wij onderdeel worden van de vitale infrastructuur in Nederland. Overheden, vitale aanbieders (publiek en privaat) en inlichtingen- en veiligheidsdiensten werken voortdurend samen aan het beschermen van onze vitale infrastructuur en aan het verhogen van de weerbaarheid. Ieder vanuit een eigen rol en verantwoordelijkheid. De NCTV heeft een coördinerende rol bij de bescherming van onze vitale infrastructuur. Vitale aanbieders zijn zelf primair verantwoordelijk voor de continuïteit en weerbaarheid van vitale processen en de toeleveranciersketen. Zij hebben inzicht in de weerbaarheid van hun processen en nemen passende maatregelen om zich zoveel als mogelijk te beschermen tegen dreigingen.
Binnen de context van de Nederlandse vitale infrastructuur kunnen vitale aanbieders rekenen op ondersteuning vanuit de rijksoverheid. De wijze waarop wordt nog uitgewerkt in samenspraak met de landelijke vertegenwoordigers van de veiligheidsregio's. Met de aanmerking als vitale aanbieder gaan er voor ons (nog) geen aanvullende wettelijke eisen gelden. Welke aanvullende taken dit met zich mee gaat brengen voor VRZL en hoe mogelijke financiering van die aanvullende taken plaats zal vinden maakt dat we dit risico nu niet financieel kunnen maken en als PM hebben aangemerkt. Zodra hier meer duidelijkheid over ontstaat zullen wij dit met ons Bestuur bespreken. •
Roosterreglement incidentbestrijding: Risico's 12. Roosterreglement incidentbestrijding
€
Impact 190.000
Kans 50%
VRZL
Brandweerzorg € 95.000
C&R
Bedrijfsvoering
Binnen het onderdeel Incidentbestrijding, onderdeel Brandweerprogramma, spelen een aantal ontwikkelingen waardoor het van belang is te onderzoeken of de uitgangspunten van de roostervariant/basis sterkteberekening nog correct zijn. Er is sprake van een aantal ontwikkelingen die niet zijn meegenomen in de huidige berekening, waardoor knelpunten in het rooster ervaren worden. Hierbij valt de denken aan ouderschapsverlof (aanvullend geboorteverlof), toename zorgverlof, en verlofaanpassing na de nieuwe cao. Resultaat van dit onderzoek kan betekenen dat een aantal extra fte benodigd is om een voldoende sluitend rooster te kunnen realiseren. Een voorverkenning laat zien dat er mogelijk 3 fte benodigd zijn om dit te realiseren. De kosten die hiermee gepaard gaan bedragen € 225.000, waarbij een correctie wordt toegepast vanwege de WAZO tegemoetkoming ten bedrage van € 35.000. Op dit moment schatten we de kans dat dit zich in 2026 gaat voordoen op 50%.
In het jaar 2025 zijn de onderstaande risico’s gemitigeerd: •
Omgevingswet: Risico's Omgevingswet
€
Impact 100.000
Kans 75%
VRZL
Brandweerzorg € 75.000
C&R
Bedrijfsvoering
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen van kracht geworden. De betekenis en impact van deze wet is door risicobeheersing succesvol geïmplementeerd binnen de bestaande kaders. •
Huisvesting bestuurlijke dialoog: Risico's Huisvestingbeleid Bestuurlijke dialoog
Impact PM
Kans
VRZL
Brandweerzorg
C&R
Bedrijfsvoering
Pagina 32 van 60
Dit risico is gemitigeerd als gevolg van het bestuurlijk besluit met betrekking tot het dossier toekomstbestendige huisvesting VRZL •
PTSS: Risico's PTSS
€
Impact 600.000
Kans 75%
VRZL
Brandweerzorg € 450.000
C&R
Bedrijfsvoering
Dit risico zag toe op de kosten voortvloeiend uit de aansprakelijkheid van VRZL ten gevolge van medewerkers die een claim konden indienen in overeenstemming met de landelijke modelregeling. In 2025 is daartoe een bestemmingsreserve PTSS gevormd voor deze kosten. 2.2.4 Beleid weerstandscapaciteit en risico’s Het weerstandsvermogen wordt, zoals hierboven is omschreven, bepaald als de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s. Er wordt naar gestreefd dat de weerstandscapaciteit groter is dan de financiële omvang van de risico’s. Cijfermatig betekent dit een weerstandsvermogen dat groter is dan 1. In de volgende tabel is hieraan nadere invulling gegeven. VRZL heeft een kwantitatieve analyse gemaakt die meer inzicht in de risico’s geeft. De kwantitatieve analyse zorgt ervoor dat de risico’s concreter worden omschreven. Daarnaast wordt duidelijker hoe de risico’s zich ten opzichte van elkaar verhouden en wat het aandeel is in de totale risico-impact. De kwantitatieve analyse vereist ook meer specialistische kennis en is mede daardoor tijdrovender aangezien de risico’s niet alleen in woorden maar ook in termen van impact en kans worden beschreven. Weerstandsvermogen
Betekenis
> 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8
Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende
< 0,6
Ruim onvoldoende
2.2.5 Bepaling weerstandsvermogen Op 31 december 2025 is de weerstandcapaciteit als volgt (bedragen x € 1.000): Omschrijving Algemene reserve C&R en Brandweerzorg
Totale weerstandscapaciteit Omschrijving Weerstandsvermogen
31-dec-25 2.550
2.550 31-dec-25 0,66
Op grond van deze cijfers kan worden geconcludeerd dat het geraamde weerstandsvermogen voor de veiligheidsregio als geheel onvoldoende is.
Pagina 33 van 60
2.2.6 Financiële kengetallen Bedragen in onderstaande tabellen zijn x € 1.000. 1A
Netto Schuldquote [1]
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 18.968 28.970 42.500 39.900 36.400 37.500
A
Vaste schulden
B
Netto vlottende schuld
9.915
7.000
7.000
7.000
7.000
7.000
C
Overlopende passiva
14.772
12.000
12.000
12.000
12.000
12.000
D
Financiële activa
E
Uitzettingen
-
-
-
-
-
-
23.295
18.000
18.000
18.000
18.000
18.000 150
F
Liquide middelen
178
150
150
150
150
G
Overlopende activa
5.575
500
500
500
500
500
H
Totale baten
142.850
72.838
74.574
76.928
79.343
81.729
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H*100%
10,23%
40,25%
57,46%
52,32%
46,32%
46,31%
A
Rekening Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen [2] Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Vaste schulden 18.968 28.970 42.500 39.900 36.400 37.500
B
Netto vlottende schuld
9.915
7.000
7.000
7.000
7.000
7.000
C
Overlopende passiva
14.772
12.000
12.000
12.000
12.000
12.000
D
Financiële activa
E
Uitzettingen
1B
-
-
-
-
-
-
23.295
18.000
18.000
18.000
18.000
18.000 150
F
Liquide middelen
178
150
150
150
150
G
Overlopende activa
5.575
500
500
500
500
500
H
Totale baten
142.850
72.838
74.574
76.928
79.343
81.729
10,23%
40,25%
57,46%
52,32%
46,32%
46,31%
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H*100% 2.
Solvabiliteitsratio [3]
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 13.547 8.252 7.144 6.863 7.573 8.349
A
Eigen vermogen
B
Balanstotaal
74.635
50.299
66.378
66.644
67.953
70.422
Solvabiliteit (A/B)*100%
18,15%
16,41%
10,76%
10,30%
11,14%
11,86%
3.
Structurele exploitatieruimte [4]
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 68.432 74.129 75.066 77.178 78.627 80.917
A
Totale structurele lasten
B
Totale structurele baten
69.413
72.838
74.574
76.928
79.343
81.729
C
Totale structurele toevoegingen aan de reserves
5.836
6.010
6.491
7.106
7.763
8.390
D
Totale structurele onttrekkingen aan de reserves
4.481
6.701
6.983
7.356
7.047
7.578
E
Totale baten
147.903
72.838
74.574
76.928
79.343
81.729
-0,25%
-0,82%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
Structurele exploitatieruimte ((B-A) +(D-C))/E*100%
Toelichting financiële kengetallen: De kengetallen zijn voor VRZL minder van belang dan voor een gemeente. Dit heeft te maken met het feit dat de VRZL zelf niet de hoogte van haar eigen vermogen kan bepalen. Door het AB is op basis van de nota reserves en voorzieningen d.d. 14 oktober 2022 het besluit genomen dat de omvang van de algemene reserve van de Veiligheidsregio Zuid Limburg als onderdeel van de weerstandscapaciteit, te maximeren op 4% van de begrotingsomvang (exclusief mutaties in de reserves). Daardoor zijn de kengetallen zoals solvabiliteit en netto schuldquote nauwelijks door VRZL te beïnvloeden. Deze kengetallen zullen door het grote aandeel van het vreemd vermogen in het balanstotaal nooit een positief beeld geven. De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. In 2020 zijn in het kader van de liquiditeitspositie van VRZL en voor de financiering van de investeringen langlopende leningen afgesloten. Aangezien voor het jaar 2027 nieuwbouw gepland staat van bestaande kazernes zullen we tijdig nieuwe langlopende leningen dienen af te sluiten.
Pagina 34 van 60
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio voor de komende jaren is dalende mede als gevolg van het afnemen van de reserves en voorzieningen. Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente of provincie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. In de begroting zijn geen incidentele baten en lasten opgenomen. Dit om te voorkomen dat hierdoor structurele problemen ontstaan.
2.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de realisatie van het beleid ten aanzien van onderhoud van kapitaalgoederen en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties ten opzichte van de begroting. Het gaat hierbij tevens om het gewenste onderhoudsniveau, de (lange termijn) onderhoudsplanning voor alle belangrijke activa en het voorzieningenbeleid ter zake. De kapitaalgoederen van VRZL concentreren zich binnen het programma Brandweerzorg. De kapitaalgoederen betreffen voertuigen, materieel en kazernes. Vervanging van kapitaalgoederen vindt plaats op basis van het meerjarige investeringsplan, op basis van wettelijke eisen of indien kwaliteitsverbetering daartoe aanleiding geeft. Een onderhoudsplan indiceert jaarlijks de kosten. Beleidskader, uitvoering en financiële consequenties In de financiële verordening is bepaald dat periodiek een actualisatie plaatsvindt van het meerjarig onderhoudsplan. Het onderhoudsplan voor de panden is in 2024 geactualiseerd. Op basis van dit onderhoudsplan is een voorziening groot onderhoud gevormd en worden de panden onderhouden. Er is een meerjarig investeringsplan opgesteld ten aanzien van de kapitaalgoederen. Op basis van het meerjarig investeringsplan zullen er vervangingsinvesteringen plaats vinden. Op basis van het geactualiseerd onderhoudsplan zijn de panden onderhouden.
De dotatie aan de voorziening groot onderhoud heeft plaatsgevonden op basis van het onderhoudsplan, de gerealiseerde onderhoudskosten worden onttrokken aan de voorziening.
Pagina 35 van 60
2.4 FINANCIERING De financieringsparagraaf heeft als doel inzicht geven in het Treasury beleid en de beheersing van de financiële risico’s. Het Treasury beleid van VRZL is gericht op het zo optimaal mogelijk financieren van de publieke taak, waarbij beperking van de financiële risico’s centraal staat. Deze financieringsparagraaf en het Treasurystatuut zijn belangrijke instrumenten voor transparantie in de financieringsfunctie. Ingevolge de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) moet de Veiligheidsregio beschikken over een Treasurystatuut. Op 24 juni 2022 is het Treasurystatuut Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg vastgesteld. Voor een actueel overzicht van de aangegane langlopende leningen verwijzen we naar het overzicht van de langlopende geldleningen. De afronding van de bestuurlijke dialoog huisvesting brengt met zich mee dat we in de jaren 2027 en verder langlopende leningen gaan aantrekken, vooruitlopend op de invulling van het huisvestingsbeleid en de op dit moment geldende lage rentestand voor het aantrekken van leningen om zo de rentelast zo goed als mogelijk in te perken. Aangezien voor het jaar 2027 nieuwbouw gepland staat van bestaande kazernes zullen we tijdig nieuwe langlopende leningen afsluiten. 2.4.1 Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft het renterisico op de korte termijn weer.
Hieronder vallen alle kortlopende financieringen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar. De kasgeldlimiet wordt bepaald door een ministerieel vastgesteld percentage (8,2%) van de totale omvang van de begroting (lasten). Hiermee wordt de maximale hoogte aangegeven van de kort aan te trekken middelen. VRZL kent geen overschrijding van de kasgeldlimiet. Kasgeldlimiet
Omvang begroting (lasten) per 1 januari (grondslag) 1.
2.
3.
1e kw. 2027
2e kw. 2027
3e kw. 2027
4e kw. 2027
2027
75.066
75.066
75.066
75.066
75.066
- in procenten van de grondslag
8,20%
8,20%
8,20%
8,20%
8,20%
- in bedrag
6.155
6.155
6.155
6.155
6.155
Opgenomen gelden < 1 jaar
15.000
15.000
15.000
15.000
15.000
Schuld in rekening courant
-
-
-
-
-
Gestorte gelden door derden < 1 jaar
-
-
-
-
-
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
-
-
-
-
-
Toegestane kasgeldlimiet
Gemiddelde omvang vlottende korte schuld
Vlottende middelen (gemiddeld kwartaal) Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar
4.
150
150
150
150
150
25.000
25.000
25.000
25.000
25.000
-10.150
Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld ( 2 - 3 )
-10.150
-10.150
-10.150
-10.150
Toegestane kasgeldlimiet ( 1 )
6.155
6.155
6.155
6.155
6.155
Ruimte ( + ) / Overschrijding ( - ) ( 1- 4 )
16.305
16.305
16.305
16.305
16.305
Pagina 36 van 60
2.4.2 Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt verspreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij herfinanciering. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Het begrotingstotaal komt daarbij in de plaats van de totale vaste schuld. De renterisiconorm heeft betrekking op uitsluitend het begrotingsjaar. VRZL kent geen overschrijding van de risiconorm waardoor renteschokken weinig tot geen effect hebben op de begroting en jaarrekening. Hieronder wordt de renterisiconorm (modelstaat B) weergegeven. Stap
Variabelen renterisiconorm
2027
2028
2029
2030
-
-
-
-
2 Aflossingen
1.170
1.182
1.194
1.208
3 Renterisico (1+2)
1.170
1.182
1.194
1.208
4 Renterisiconorm
15.013
15.436
15.726
16.183
13.843
14.254
14.532
14.975
-
-
-
-
75.066
77.178
78.628
80.917
20%
20%
20%
20%
15.013
15.436
15.726
16.183
1 Renteherzieningen
5a (4>3)
Ruimte onder renterisiconorm
5b (4<3)
Overschrijding risiconorm
Berekening renterisiconorm 4a
Begrotingstotaal
4b
Percentage regeling
4= 4a*4b Renterisiconorm
Pagina 37 van 60
2.4.3 Renteschema
Renteschema
2027
a
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
302
b
De externe rentebaten
200
Saldo rentelasten en rentebaten
102
c1 c2 c3
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken, die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
102
d1
Rente over eigen vermogen
-
d2
Rente over voorzieningen
-
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
102
e
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
f
Renteresultaat op het taakveld Treasury
102
Liquiditeitenbeheer In 2025 waren er bij VRZL voldoende liquiditeiten. De verwachting is dat dit ook voor 2026 en 2027 zo zal zijn. Vaste geldleningen Ultimo 2025 had VRZL negen langlopende geldleningen met een totale waarde van € 18,96 miljoen. Voor een uitgebreide toelichting op deze leningen, wordt verwezen naar het bijgevoegd overzicht van langlopende geldleningen. Schatkistbankieren Aangezien de VRZL geen contracten en/of beleggingen heeft die na 4 juni 2012 zijn aangegaan, heeft de VRZL geen nadelige consequenties hiervan ondervonden. Op grond van de regeling Schatkistbankieren decentrale overheden zijn openbare lichamen verplicht om hun overtollige liquiditeit aan te houden in de schatkist bij het rijk. Deze regeling is ingesteld met als doel dat de totale gerapporteerde EMU-schuld van Nederland lager is. Vorenstaande is van belang in relatie tot de door de Europese Unie gestelde maximum EMU-schuld van 60% van het BBP. Voor de omvang van de op bankrekeningen van VRZL aan te houden liquide middelen geldt het drempelbedrag uit de hiervoor genoemde regeling. Elk kwartaal dient het gemiddelde saldo van de bankrekeningen van de organisatie te worden berekend. Als dit saldo het drempelbedrag overschrijdt, moet het meerdere gestort worden in de schatkist bij het rijk.
Het drempelbedrag bedraagt bij een begrotingstotaal tot € 500 miljoen, hetgeen voor VRZL van toepassing is, 0,75% van het begrotingstotaal. Uit een evaluatie van de regeling is gebleken dat het huidige drempelbedrag te krap is.
Pagina 38 van 60
Voor decentrale overheden met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen is de drempel voor het verplicht schatkistbankieren daarom per 1 juli 2021 verhoogd naar 2% van het begrotingstotaal met een absoluut minimum van € 1 miljoen. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1) (2)
Drempelbedrag Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag
(3a) = (1) > (2) (3b) = (2) > Overschrijding van het (1) drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag
1.501 Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
150
150
150
150
1.351
1.351
1.351
1.351
-
-
-
-
Verslagjaar (4a)
Begrotingstotaal verslagjaar
75.066
(4b)
Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat Drempelbedrag
75.066
(4c)
-
(1) = 1.501 (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van € 1 mln. (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (5a)
(5b) (2) - (5a) / (5b)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
13.500
13.650
13.800
13.800
90
91
92
92
150
150
150
150
EMU-saldo Om deel te kunnen nemen aan de Economische Monetaire Unie (EMU) moeten aangesloten landen onder meer voldoen aan het criterium dat de overheidsschuld (EMU-schuld) lager moet zijn dan 60% van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Ook moet het begrotingstekort (EMU-saldo) lager zijn dan 3% van het BBP. Het EMU-saldo wordt berekend op kasbasis, terwijl VRZL zelf met het stelsel van baten en lasten werkt en op basis daarvan ook haar saldo bepaalt. Deze saldi kunnen dan ook sterk uiteenlopen. Dat VRZL toch het EMUsaldo moet presenteren heeft te maken met de afspraken in Europa over de maximaal toegestane tekorten in de collectieve sector in de landen van de euro. Ook de EMU-saldi van de decentrale overheden tellen daarbij mee. Het EMU- saldo wordt nu nog centraal doorgegeven aan het CBS en telt nog niet mee bij de afzonderlijke gemeenten.
Pagina 39 van 60
2.5 BEDRIJFSVOERING In deze paragraaf worden de beleidsvoornemens over de volgende onderwerpen behandeld: • Investeringsbeleid • Organisatiestructuur • Financiële rechtmatigheidsverantwoording • Informatisering en automatisering 2.5.1 Wie zijn wij? Waar de programma’s brandweerzorg en C&R invulling geven aan de primaire processen, geeft bedrijfsvoering invulling aan de ondersteunende processen. Bedrijfsvoering is een belangrijke partner van de programma’s en draagt bij aan de professionaliteit van de organisatie. Bedrijfsvoering staat ten dienste van de primaire processen met betrekking tot brandweerzorg en C&R en levert gevraagd en ongevraagd advies om deze processen te bevorderen en te verbeteren. Daarnaast heeft bedrijfsvoering (eigen) expertise die van belang is bij het uitzetten van de koers voor de lange(re) termijn. Denk hierbij onder andere aan het vormen van beleid en het aanleveren van relevante en betrouwbare managementinformatie aan de hand waarvan de organisatie (bij)gestuurd kan worden. Binnen bedrijfsvoering kennen wij de onderstaande teams: • Personeel & Organisatieontwikkeling (P & O) • ICT • Facilitair en Vastgoed • Bestuurs- en Directieondersteuning (BDO) • Financiën & Inkoop (F & I) Concern-control heeft een brede scope en is primair op directie en bestuur gericht. Concern control is onder directe aansturing van de directeur van VRZL geplaatst.
De concern controller heeft een onafhankelijke positie die hem in staat stelt direct aan het dagelijks bestuur te rapporteren. Investeringsbeleid Voor 2027 en volgende jaren staan investeringen gepland conform het Meerjareninvesteringsplan dat onderdeel is van de begroting. Organisatiestructuur De volgende onderdelen worden benoemd: • Bestuur: In overeenstemming met de wettelijke bepaling in de Wet gemeenschappelijke regelingen bestaat de bestuursstructuur uit een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. De gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg heeft middels een bestuursovereenkomst de uitvoering van de taken overgedragen aan de Veiligheidsregio ZuidLimburg. Het Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg blijft eindverantwoordelijk voor het beleid en de uitvoering van de taken. • Directie: De directie bestaat in 2025 uit twee leden en is gezamenlijk verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding en het beheer van de organisatie en legt hiervoor verantwoording af aan het dagelijks bestuur. Daarbij heeft de directeur de eindverantwoordelijkheid • Programmalijnen: Onder de directie vallen drie programmalijnen, namelijk het programma Crisisbeheersing en Rampenbestrijding, het programma Brandweerzorg en het programma Bedrijfsvoering.
Pagina 40 van 60
Financiële rechtmatigheidsverantwoording Het interne controleplan zal er ook in 2027 er op gericht zijn dat er een rechtmatigheidsverantwoording afgegeven kan worden. Informatisering en automatisering In verband met de implementatie van de BIO-norm inzake informatiebeveiliging zien wij een sterke stijging van de structurele kosten op ons afkomen. Veel is echter ook nog onzeker. Het benodigde niveau van informatiebeveiliging is nog onderwerp van landelijke discussie, evenals in welke mate we dit samen met andere veiligheidsregio’s kunnen organiseren. Tot slot is nog niet bekend of we vanuit het Rijk een extra bijdrage gaan ontvangen voor dit onderwerp. 2.5.2 Wat willen we bereiken? Bedrijfsvoering wil vanuit vakmanschap en betrokkenheid de verbindende partner zijn in het voeren van het bedrijf. Wij leveren proactief de juiste producten en diensten gericht op permanente verbetering.
We doen dat gestructureerd als één programma en op basis van drie pijlers: • Ontwikkeling: Beleid, projecten en advies • Regievoering: Planning & Control en besluitvormingsproces • Dienstverlening: zowel aan leidinggevenden alsook aan gebruikers We helpen, ondersteunen en adviseren de primaire programma’s om het geheel van personele, financiële en materiële middelen duurzaam efficiënt en effectief in te zetten om de rol en positie van maatschappelijk verbonden partner in het veiligheidsveld te kunnen blijven invullen. Daarnaast hebben we eigen taken en verantwoordelijkheden. De benoemde drie pijlers zullen gedurende de komende jaren verder doorontwikkeld worden. 2.5.3 Wat gaan we daarvoor doen? VRZL heeft de afgelopen jaren grote ontwikkelingen doorgemaakt op het gebied van organisatievorm en de omvang van het takenpakket. Ook staat er een organisatieontwikkeling op de rol om de organisatie voldoende toekomstbestendig te maken en zodoende in te richten dat de organisatie kan voldoen een de Missie, Visie en Strategie. De beheersing daarvan en daarmee van het behoud van de samenhang op organisatieniveau vraagt om voortdurende aandacht. Dat is geen ongewone opgave.
Net als alle overheidsorganisaties in Nederland richten ook wij ons de komende periode op bedrijfsvoering processen zoals kostenbeheersing, informatiemanagement, informatieveiligheid, relatiemanagement en innovatiekracht. Hieronder belichten we een aantal specifieke thema’s. Bedrijfsvoering algemeen Bedrijfsvoering kent één bedrijfsvoering filosofie. Deze filosofie geeft antwoord op de vraag: Hoe willen we de dienstverlening met en naar de andere programma’s efficiënter en effectiever vormgeven? In samenspraak met de programma’s Brandweerzorg en C&R is deze filosofie opgesteld en wordt hier verder invulling aan gegeven. Bij de doorontwikkeling van de bedrijfsvoering filosofie is de samenwerking met de primaire programma’s van belang. De behoeftestelling vanuit die primaire programma’s in combinatie met de expertise binnen de bedrijfsvoering teams maakt dat de organisatie in de gewenste richting kan door ontwikkelen. Een richting waarbij we in gezamenlijkheid invulling geven aan de (be)sturende en ondersteunende processen.
Pagina 41 van 60
Team Personeel en Organisatie (P & O) Mentale Veerkracht In 2025 is inzet gepleegd op het thema Mentale Veerkracht. In 2025 heeft de gehele organisatie een training aangeboden gekregen op dit onderwerp. In de komende jaren vindt herhaling en monitoring hierop plaats. Daarnaast zullen de vrijwilligers van VRZL deze training ook gaan volgen. Dit in het teken van een wendbare, vitale en veerkrachtige organisatie, waarin medewerkers in hun kracht staan en bestand zijn tegen benodigde inzet bij langdurige crisis. Strategische personeelsplanning In 2023 is strategische personeelsplanning nieuw leven ingeblazen. SPP kent een cyclus van 3 jaar. Dat wil zeggen dat eens in de 3 jaar een analyse wordt gedaan van het gewenste personeelsbestand (bepaald door in- en externe ontwikkelingen die de organisatie gaan raken) t.o.v. het zittende personeelsbestand en het bepalen van speerpunten om deze GAP te beperken. De in 2023 benoemde speerpunten zijn in een periode van 3 jaar (2024/2025/2026) opgepakt en behandeld. Zo borgt VRZL dat de ambities van de organisatie met de uitdagingen die op ons afkomen verbonden worden. In 2026 zullen de voorbereidingen worden getroffen voor een nieuwe cyclus van 3 jaar. Organisatieontwikkeling VRZL kent een aantal organisatie ontwikkelingen/vraagstukken (waar onder team overstijgende werkzaamheden, de inrichting van Incidentbestrijding, ICT-ontwikkelingen).
Deze ontwikkelingen vragen om een herijking van de organisatie en organisatie documenten. Dit is van belang om een toekomstbestendige organisatie te kunnen blijven. Hiertoe is in 2025 een start gemaakt door de directie en een hiervoor ingerichte denktank. In 2026 wordt dit vervolgd door een transitieteam dat in opdracht van de directie de transitie zal vormgeven. Daarnaast is binnen Incidentbestrijding in 2025 een functiewaardering onderhoud gestart. Dit ten aanzien van een aantal functie binnen dit onderdeel. In 2026 zal hierover besluitvorming plaatsvinden en dienen de eventuele consequenties hiervan worden vormgegeven. Bedrijfsvoering pakket Het nieuwe bedrijfsvoering pakket is een integraal ERP pakket ter vervanging van het bestaande HRM pakket. Naast de processen van Financiën en Inkoop zijn per 2025 ook de P&O processen ingeregeld in het nieuwe ERP systeem. Dit systeem is zodoende toepasbaar voor de gehele bedrijfsvoering. In 2026 zal een verdere verbetering en uitbreiding van de processen in dit systeem worden opgepakt waarbij we ernaar streven dit in Q1 2027 afgerond te hebben. In 2026 wordt gestart met de uitfasering van het AG5 pakket zodat in 2027 ook een logische koppeling met het ERP pakket wordt gerealiseerd. Werkbelevingsonderzoek In 2026 zal het 3e werkbelevingsonderzoek onder het personeel worden uitgevoerd.
De actiepunten van het vorige werkbelevingsonderzoek (van 2023) zijn opgepakt en uitgevoerd. Harmonisering arbeidsvoorwaarden: Momenteel is er arbeidsvoorwaardelijk nog sprake van een aantal maatwerkregelingen Deze zijn met nane voortgekomen uit een aantal sociaal plannen. Daar waar mogelijk zal in 2026 worden bezien of verdere harmonisering op bepaalde onderdelen mogelijk is.
Pagina 42 van 60
Team ICT Team ICT faciliteert de organisatie in de breedste zin van het woord, op het gebied van ICT en werkplekken in het bijzonder. Zonder onze overige ambities tekort te willen doen, zijn er drie onderwerpen die de komende jaren extra aandacht verdienen: 1.
Informatieveiligheid: Door het toenemende aantal digitale aanvallen en datalekken vragen ook veiligheidsregio’s zich af hoe het is gesteld met hun eigen veiligheid en die van hun stakeholders. Gebrek aan overzicht binnen de afzonderlijke regio’s maar ook landelijk heeft ertoe geleid dat de afzonderlijke veiligheidsregio’s samen de informatiebeveiliging hebben verhoogd. Het referentiekader is de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Dit is ook het basisnormenkader voor informatiebeveiliging binnen alle overheidslagen. De BIO heeft vijf niveaus, waarbij één het laagste en vijf het hoogste niveau is. Alle 25 veiligheidsregio’s hebben in 2021 ingestemd met een inspanningsverplichting om niveau vier te bereiken voor 1 januari 2023. Redelijk snel werd al duidelijk dat dit voornemen niet realistisch was. Ook VRZL voldoet op dit moment niet aan BIO-niveau vier. Uit een analyse blijkt dat er nog veel werk aan de winkel is. Omdat BIO-niveau vier vraagt om een goed ingericht meetbaar stelsel, waarbij de gehele PCDA- of Plan-, Do-, Check-, Act-cyclus is doorlopen voor alle organisatieprocessen waarop de BIO-maatregelen zijn getoetst. Binnen VRZL zijn steeds meer bedrijfsprocessen uitgeschreven en geactualiseerd. De directie heeft de aandacht eerst gericht op de kritische processen. Deze zijn gerealiseerd.
Voor 2026 worden de processen vastgelegd in een kwaliteitsmanagementsysteem (KMS). We beginnen met de bedrijf kritische processen die in een zogenaamd bedrijfscontinuïteitssysteem (BCMS), welke een onderdeel is van het KMS, worden vastgelegd. Ook wordt er in 2025 de focus gelegd op een geactualiseerde informatie visie inclusief bijhorend beleid en actieplan. Eén van de ambities voor 2025 zijn de ISO 27001 certificering. De informatiebeveiliging heeft betrekking op alle bedrijfsprocessen en de bedrijf kritische processen in het bijzonder. We zullen de bijhorende controls uit het ISMS voor deze processen onderdeel maken van onze planning en control (P&C) cyclus. Hiermee wordt een een directe bijdrage geleverd aan het verhogen van ons BIO-niveau. worden meteen de BIO maatregelen gerealiseerd en wordt de organisatie ook verder klaargestoomd om de aankomende NIS2 verplichting (die een iets andere invulling zal krijgen voor de veiligheidsregio’s) snel te kunnen realiseren. Informatie is een groot en waardevol goed binnen onze organisatie.
2.
Digitale werkplek: In 2025 hebben we afscheid genomen van de legacy BRWZL omgeving en alles samengevoegd tot één VRZL omgeving. Deze samenvoeging heeft twee grote voordelen: 1) we kunnen nu op een eenvoudige manier samenwerken en gebruik maken van de laatste moderne werkplektechnologie en 2) de werkplekken zijn dusdanig goed beveiligd dat we voldoen aan de gewenste BIO normering op technisch vlak. Werkplekken worden 24x7 beschermd door een moderne SOC/SIEM oplossing. De ambitie is om deze moderne werkplekomgeving verder door te ontwikkelen en overgebleven legacy software ook te migreren naar de nieuwe omgeving.
3.
Servicedesk: In 2025 is gestart met de implementatie van een eigen servicedesk. We werken nauw samen met onze strategische IT partner om zorg te dragen voor een optimale dienstverlening van onze programma’s.
Pagina 43 van 60
De inzet van een eigen zogenaamde “skilled” servicedesk zorgt ervoor dat we onze crisisfunctionarissen en repressieve medewerkers snel en adequaat kunnen voorzien in hun primaire ICT behoeften. Het doel voor 2026 is deze servicedesk verder te professionaliseren en gereed te maken voor 24x7 dienstverlening. Team Facilitair en Vastgoed Team Facilitair en Vastgoed faciliteert de organisatie in de breedste zin van het woord. Functionele huisvesting en bijbehorende facilitaire ondersteuning zijn belangrijke randvoorwaarden om onze doelstellingen te realiseren. Zonder onze overige ambities tekort te willen doen, is met name huisvesting een onderwerp dat de komende jaren extra aandacht verdiend: Huisvesting: Huisvesting bestaat binnen de context van dit meerjarenbeleidsplan uit twee delen. Allereerst is er de verantwoordelijkheid voor de huisvesting van de organisatie. 26 kazernes, het Centrum voor Vakmanschap (CVV) en het Meld- en Coördinatiecentrum in Maastricht zorgen voor voldoende dynamiek in de huisvestingswerkzaamheden. Op 4 juli 2025 heeft het bestuur positief besloten over de bestuurlijke dialoog huisvesting. Dit houdt in dat de huurcontracten per 1 januari 2026 geharmoniseerd zijn en vanaf 2027 het ingroeipad van start gaat. Dankzij het besluit verschuift de focus steeds meer naar eigenaarschap. De nieuwbouw voor kazerne Kerkrade is in volle gang.
Als alles volgens planning loopt, zal de kazerne in 2027 in gebruik worden genomen. Ook is gestart met de voorbereidingen voor de renovatie van kazerne Heerlen. Momenteel wordt gewerkt aan het ontwerp en aan de tijdelijke huisvesting. Voor kazerne Gulpen, momenteel nog in eigendom van de gemeente, lopen de laatste gesprekken alvorens we duidelijkheid krijgen voor de gewenste locatie. Zodra er zekerheid is over de locatie, kan gestart worden met het ontwerp en verdere verloop van het nieuwbouwproces. Dit alles met als doel om de kazernes Heerlen en Gulpen ook operationeel te maken in 2027. De nieuwbouwkazernes zullen allen in lijn zijn met het nieuwe huisvestingsbeleid. Kernwoorden in deze zijn; duurzaamheid, flexibel, functioneel en uniformiteit. De uniformiteit wordt verder en verder uitgewerkt en vastgelegd. Team Bestuurs- en Directieondersteuning (BDO) Team BDO ondersteunt in brede zin ons bestuur en de directie. Een mooi resultaat van de afgelopen jaren is de verbeterde planning-en-control cyclus. In 2027 wordt verder gewerkt aan de implementatie van de Wet open overheid, waarbij enerzijds procedures voor binnenkomende informatieverzoeken zijn gestroomlijnd. Anderzijds en in navolging van landelijke ontwikkelingen, wordt werk gemaakt van het uit eigen beweging openbaar maken van aangewezen categorieën informatie.