Woudse Erven I_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Bevoegdheid Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Over het algemeen zijn burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Het kan echter incidenteel voorkomen dat bijvoorbeeld het Rijk dan wel de provincie het bevoegd gezag is. Burgemeester en wethouders zijn altijd bevoegd gezag bij het wijzigen van een plan en het stellen van nadere eisen.
6.1.1 6.1.1.1
Inleidende regels Begrippen
In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing van het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik. Zo staat er bijvoorbeeld een omschrijving van het begrip 'bouwperceel' in artikel 1. Een voorbeeld van een bouwperceel is een stuk grond waarop een woning staat met een tuin. De bestemmingen 'Wonen-1' en 'Tuin' horen beiden bij het bouwperceel.
6.1.1.2
Wijze van meten
Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten (die bij het bouwen in acht dienen te worden genomen) moeten worden gemeten.
42
"Woudse Erven I" (vastgesteld)
Woudse Erven I
6.1.2 6.1.2.1
Bestemmingsregels Bestemming 'Groen'
Het structureel groen krijgt de bestemming 'Groen'. Onder structureel groen worden met name de grotere groenelementen op buurt- of blokniveau verstaan. Binnen deze bestemming zijn ook speelvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen en paden toegestaan. De bestemming 'Groen' wordt alleen toegepast op openbare gronden, niet op particuliere terreinen. In de omschrijving van de bestemming 'Groen' staat dat de gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, bermen en beplanting, paden, speelvoorzieningen en waterlopen, waterpartijen en waterberging, met daaraan ondergeschikt verhardingen en parkeervoorzieningen. Het is de bedoeling van de raad dat een relatief klein gedeelte van de gronden kan worden gebruikt als parkeervoorziening: om en nabij 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak. De raad beschouwt de parkeervoorzieningen dan als ondergeschikt. Die 10% is geen harde norm. De regeling is bewust flexibel geformuleerd. Als de parkeervoorzieningen meer dan de helft van de oppervlakte van het bestemmingsvlak beslaan, dan is in elk geval geen sprake van ondergeschiktheid. Op of in gronden met de bestemming 'Groen' mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. Verder zijn mogelijkheden opgenomen voor speeltoestellen (maximaal 4 meter hoog) en voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde (maximaal 2 m hoog).
Speeltoestellen niet echter zijn toegelaten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen uitgesloten - speeltoestellen', wat vooral verband houdt met het voorkomen van hinder en inbreuk op privacy. Het is mogelijk om met een omgevingsvergunning af te wijken van de gebruiksregels voor de aanleg van inen uitritten. Voorts is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming 'Groen' in de bestemming 'Tuin' te wijzigen. Deze wijzigingsbevoegdheid kan toegepast worden wanneer de gemeente grond verkoopt aan particulieren ter uitbreiding van tuinen. Daarnaast is in de zuidwestelijke hoek een aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied' opgenomen om de bestemming te kunnen wijzigen in de bestemming 'Wonen - 1' ten behoeve van maximaal 2 woningen. Het gaat om gronden die tijdelijk voor waterberging benut gaan worden, maar in een later stadium wordt beoogd om deze gronden als onderdeel van Woudse Erven II (fase 2) te ontwikkelen met woningen.
6.1.2.2
Bestemming 'Tuin'
De bestemming 'Tuin' is gelegen bij andere bestemmingen zoals 'Wonen-1'. De bestemming wordt alleen toegepast op terreinen van particulier eigendom. Dit deel van het perceel mag beperkt bebouwd worden. In een tuinbestemming mag verharding worden gerealiseerd. Het is ook mogelijk om binnen een tuinbestemming te parkeren. De grens tussen de bestemming 'Wonen-1' en de bestemming 'Tuin' verspringt. De begrenzing volgt de voorgevel van het hoofdgebouw en springt waar mogelijk tot wel 6 meter terug. Zo is gewaarborgd dat hoofdgebouwen hun prominente positie behouden. Dit is wenselijk vanuit stedenbouwkundig oogpunt. Bebouwing buiten het bouwvlak van 'Wonen-1' is ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Bovendien kan dat van belang zijn om veilig te stellen dat de oprit voldoende ruimte biedt voor parkeren op eigen terrein.
Situering van bijbehorende bouwwerken in de voortuin van woningen Voortuinen vormen een overgang van de bebouwde ruimte naar de verharde straten. Hiermee hebben ze een belangrijke functie en bepalen voor een groot deel de uitstraling en beleving van een straat. Door een bijbehorende bouwwerken in de voortuin te situeren wordt de (groene) openheid beperkt en wordt lucht en ruimte uit de straat ontnomen. Het begrip 'bijbehorende bouwwerken' geeft het al aan, deze dienen ruimtelijk ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw van bestemming 'Wonen-1'. De bouwmassa's op een perceel kennen een hiërarchie waarbij het woonhuis het hoofdgebouw is en het bijbehorende bouwwerk of eventueel de bijbehorende bouwwerken ondergeschikt aan zijn. Het gaat hierbij om uitbouwen, met een maximale diepte van 1,5 meter en balkons met een maximale diepte van 2 meter. De goothoogte hiervan mag niet meer bedragen dan 3 meter. "Woudse Erven I" (vastgesteld)
43
Woudse Erven I Voorts zijn overschrijdingen van de bestemmingsgrenzen mogelijk voor ondergeschikte bouwdelen, zoals pilasters, gevelversieringen, schoorstenen en luifels toegestaan, tot een maximum van 1 meter. Het bevoegd gezag heeft de mogelijkheid om bij een omgevingsvergunning af te wijken van deze bouwregels. Dat is mogelijk ten behoeve van het bouwen van kleine bouwwerken, zoals een prieel, plantenkas, hondenkennel, volière of houtberging, of voor hogere erf- of terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn. Verder zijn bouwwerken geen gebouwen zijnde toegelaten, zoals erf- of terreinafscheidingen, pergola's, palen en masten.
6.1.2.3
Bestemming 'Verkeer'
De bestemming 'Verkeer' wordt opgenomen voor wegen, straten en paden, voet- en rijwielpaden. Daarnaast zijn parkeer-, groen- en speelvoorzieningen mogelijk. Evenals waterhuishoudkundige doeleinden en bermen. Wanneer de aanduiding 'pad' is aangegeven, is de grond alleen voor pad bestemd. Hiermee wordt voorkomen dat auto's gebruik kunnen maken van het pad. Dit is van belang als het fiets- of voetpad twee wijken verbindt. Er zijn geen overkappingen toegelaten. Wel zijn bouwwerken toegelaten, zoals speeltoestellen, palen, fietsenstallingen, tunnels en kunstwerken. Hierbij zijn burgemeester en wethouders bevoegd om nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bedoelde bebouwing. Er is ook voorzien in een afwijkingsbevoegdheid ten behoeve van het bouwen van overige bouwwerken tot een bouwhoogte van 10 m. Tevens is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming 'Verkeer' te wijzigen in de bestemming 'Tuin'. Deze wijzigingsbevoegdheid kan toegepast worden wanneer de gemeente grond verkoopt aan particulieren ter uitbreiding van tuinen.
6.1.2.4
Bestemming 'Water'
Alleen wanneer het water een belangrijk element vormt in zijn omgeving dan wel van groot belang is voor de waterhuishouding is de bestemming 'Water' toegekend. Dat is het geval met de waterpartij aan de oostkant van het plangebied. In alle andere gevallen valt water onder de bestemming 'Groen' en 'Verkeer'.
6.1.2.5
Bestemming 'Wonen-1'
De bestemming 'Wonen-1' wordt opgenomen voor het woonperceel (met eventuele uitbreidingsmogelijkheden van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken) van niet-gestapelde woningen. Het gedeelte van het perceel tussen de woning en de weg krijgt de bestemming 'Tuin'. Bij de bestemming 'Wonen-1' is de functie wonen toegestaan. Het begrip wonen is gedefinieerd als 'het zelfstandig gehuisvest zijn van één afzonderlijk huishouden'. Dit betekent dat kamerverhuur niet zonder meer is toegestaan. Er zijn bouwvlakken aangegeven, waarbij per bouwvlak de bouwwijze is aangeduid (aaneengebouwd, twee-aaneen of vrijstaand). Voor de aaneengebouwde en twee-aaneen-gebouwde woningen is het 'maximum aantal woningen' op de verbeelding aangegeven. De als 'vrijstaand' aangeduide woningen zijn niet voorzien van de aanduiding 'maximum aantal woningen': hier geldt dat per bouwvlak één (vrijstaande) woning is toegelaten. Tevens zijn de gevellijn en de maximale goot- en bouwhoogten aangeduid. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken is een regeling opgenomen waarbij de toegelaten oppervlakte is gekoppeld aan de omvang van het bouwperceel met een maximum van 150 m².
Een uitzondering vormt de bestaande woning, waar in het vigerende bestemmingsplan 'De Burgt - Veller e.o.' reeds meer bebouwing is toegelaten; dit is specifiek geregeld met een aanduiding 'maximum oppervlakte (m²)' op de verbeelding en in de regels. Omdat aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden (bedrijfs-)activiteiten zowel in de woning als in de aan- en uitbouwen onder voorwaarden zijn toegestaan, is gekozen voor een algemene gebruiksbepaling 44
"Woudse Erven I" (vastgesteld)
Woudse Erven I in een apart artikel. Kleinschalige bedrijven, zoals schilders, stukadoors en elektriciens vallen onder de noemer 'hiermee gelijk te stellen gebied'. Dit zijn bedrijfjes waarbij aan huis hoofdzakelijk administratie-/kantoorwerkzaamheden plaats vinden, er beperkte opslag plaatsvindt en de hoofdwerkzaamheden elders (op locatie) plaats vinden. In de specifieke gebruiksregels staat dat er geen detailhandel mag plaatsvinden. Internetwinkels zonder fysieke bezoekmogelijkheid beschouwt de raad niet als detailhandel. Dergelijke internetwinkels zijn wel toelaatbaar onder de daar genoemde voorwaarden. Het gaat om internetwinkels waarbij de klant op geen enkele manier fysiek in contact staat met de internetwinkel. Alle klantcontacten en verzending van goederen gebeurt uitsluitend digitaal of per post. Van enige consument aantrekkende werking is geen sprake. Deze internetwinkels passen als ondergeschikte functie in de woonbestemming. Als de opslag, logistiek en/of administratie de hoofdfunctie is, is een bestemming als bedrijf of kantoor van toepassing. In artikel 3.1, eerste lid van de Wro is vastgelegd dat de gemeenteraad de bestemming van de in het bestemmingsplan begrepen grond aanwijst en met het oog op de bestemming regels geeft.
De regels kunnen strekken ten behoeve van de uitvoerbaarheid van in het plan opgenomen bestemmingen, met dien verstande dat deze regels ten aanzien van woningbouwcategorieën uitsluitend betrekking hebben op percentages gerelateerd aan het plangebied. Op basis van de genoemde bepaling is in de regels opgenomen welk aandeel van het totale aantal woningen in het plangebied sociale koopwoningen dan wel door particulier opdrachtgeverschap te verwezenlijken woningen dient te zijn. Binnen woningen is het mogelijk af te wijken van de gebruiksregels voor een bed & breakfast. Ter voorkoming van het ontstaan van een zelfstandige wooneenheid wordt geen keukenblok toegestaan in een bed & breakfast. Een keukenblok wordt niet noodzakelijk geacht voor een bed & breakfast, omdat de verzorging van bed & breakfast zich beperkt tot logies en ontbijt. Tevens wordt hiermee de kans op permanente bewoning tegengegaan.
6.1.2.6
Bestemming 'Wonen-2'
De beoogde gestapelde bebouwing is opgenomen in de bestemming 'Wonen-2'. Er is een bouwvlak aangegeven, waar binnen gebouwd moet worden. Dit met uitzondering van trappenhuizen, liftschachten en portieken. Tevens zijn het bebouwingspercentage en de maximale gooten bouwhoogte aangeduid. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken, waaronder balkons, is een regeling opgenomen waarbij de toegelaten niet meer bedragen dan 20% van het bouwperceel, met een maximum van 30 m² en niet meer dan 50% van het bouwvlak. Verder is bepaald dat de diepte van een balkon niet meer mag bedragen dan 2 m. Voor het betreffende appartementenblok is afgesproken dat dit 100% sociale huur wordt. Dit is als zodanig in de Specifieke gebruiksregels vastgelegd. Voor wat betreft de uitoefening van één of meer aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten is geregeld dat hier voor maximaal 35% van het vloeroppervlak van een woning, tot ten hoogste in totaal 50 m² mag worden gebruikt. Er worden geen mogelijkheden geboden voor bed & breakfast.
6.1.3 6.1.3.1
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Het doel van de anti-dubbeltelregel is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.
6.1.3.2
Algemene gebruik sregels
Ter verduidelijking van het plan wordt aangegeven dat het gebruiken van gronden ten behoeve van een seksinrichting in ieder geval strijdig is met de bestemming. Ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen wordt in deze regels aangegeven dat er voldoende parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn conform de Nota parkeernormen. Hierbij wordt het vergroten van "Woudse Erven I" (vastgesteld)
45
Woudse Erven I een woning uitgesloten.
6.1.3.3
Algemene afwijkingsregels
Er is een algemene afwijkingsregel opgenomen wanneer dit voor een betere technische realisering van bouwwerken dan wel in verband met de werkelijke toestand van het terrein noodzakelijk is. Deze afwijkingsregel dient bij uitzondering te worden toegepast. De noodzaak om van de bestemmingsregeling af te wijken dient te worden aangetoond. Het is niet de bedoeling dat deze algemene bevoegdheid wordt toegepast in combinatie met het afwijken zoals dat bij een specifieke bestemming is genoemd. Met andere woorden: cumulatie van deze bevoegdheden is uitgesloten. Een voorbeeld: de maximale goothoogte voor een woning is 6 meter. Bij de bestemming 'Wonen-1' is de bevoegdheid opgenomen om met een omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels en die goothoogte te vergroten met maximaal 3 meter. Het is niet de bedoeling dat dan nog eens toepassing wordt gegeven aan de algemene afwijkingsbevoegdheid met een vergroting van nog eens 10% tot gevolg. Het is toegestaan om af te wijken van de goot- en bouwhoogte en inhoud en buiten het bouwvlak te bouwen wanneer de bestaande en eventueel bij te bouwen nieuwe bebouwing op het bouwperceel wordt geïsoleerd.
De uitbreiding is uitsluitend bedoeld wanneer de isolatiemaatregelen een grotere omvang van de bebouwing vragen om eenzelfde oppervlakte te krijgen als wanneer er geen of een beperkter isolatiepakket zou worden gehanteerd dat alleen aan de eisen uit het Bouwbesluit voldoet. Het gaat hier dus bijvoorbeeld om dikkere muren en/of een hoger dak.
6.1.3.4
Algemene wijzigingsregels
In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om bestemmingen te wijzigen ten behoeve van kleine overschrijdingen en wijzigingen van bestemmingsgrenzen. De bevoegdheid is bedoeld voor aanpassing aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein.
6.1.3.5
Algemene procedureregels
Voor het stellen van nadere eisen is geen procedure opgenomen in de wet. Om die reden is de procedure in dit artikel beschreven.
6.1.4 6.1.4.1
Overgangs- en slotregels Overgangsregels
Voor de overgangsregels is onderscheid gemaakt tussen de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken en de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik. Zowel de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken als de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik gelden vanaf inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Uitgangspunt is dat zo weinig mogelijk gebruik wordt gemaakt van het overgangsrecht. Vooraf dient een afweging te worden gemaakt tussen legaliseren (positief bestemmen) dan wel handhaving van illegale situaties. De overgangsbepalingen voor bouwwerken en gebruik zijn overgenomen uit artikelen 3.2.1 en 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
6.1.4.2
Slotregel
Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het voorliggende bestemmingsplan.
6.2
Handhaving
De gemeente acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te garanderen. Belangrijke redenen voor handhaven zijn: 46
"Woudse Erven I" (vastgesteld)
Woudse Erven I de regels zijn door de gemeente vastgesteld en de inwoners van de gemeente mogen verwachten dat de gemeente die regels handhaaft: waarom zijn er anders regels opgesteld? Inwoners van de gemeente hebben als het ware recht op handhaving; handhaving gaat oneigenlijk gebruik van en daarmee de achteruitgang van de kwaliteit van het gemeentelijk grondgebied tegen. Een actueel bestemmingsplan beoogt de ruimtelijke kwaliteit van een gebied in stand te houden en te verbeteren; niet daadkrachtig optreden tegen overtredingen van wettelijke regels werkt een toename van het aantal overtredingen in de hand en tast de geloofwaardigheid van daadkrachtig optreden aan. Het in het bestemmingsplan vastgelegde beleid wordt ondermijnd en het bestuur verliest de greep op de gebouwde omgeving. Onderscheid kan gemaakt worden tussen preventieve en repressieve handhavingsinstrumenten. Onder preventieve instrumenten kunnen onder andere goede regelgeving (onder andere in bestemmingsplan), voorlichting, subsidieverlening, afwijken van bouwregels en gebruiksregels en de omgevingsvergunning worden begrepen. Repressieve instrumenten zijn onder meer controle en toezicht, opsporing en het hanteren van sancties als bestuursdwang en dwangsom. In 2016 heeft de gemeente de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, VTH-beleid vastgesteld.
In dit VTH-beleid staat beschreven hoe het college van burgemeester en wethouders op hoofdlijnen omgaat met de uitvoering van VTH-taken en welke prioriteiten hieraan zijn toegekend. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de VTH-taken en heeft de uitvoering van deze taken met ingang van 1 april 2013 grotendeels belegd bij de Omgevingsdienst de Vallei. Bij de handhaafbaarheid van een bestemmingsplan spelen aspecten als communicatie, de planvorm, de normstelling, het daadwerkelijk kunnen handhaven en de controleerbaarheid van normen ook een belangrijke rol. Randvoorwaarde voor handhaving is dat er voldoende basis/grondslag is om te kunnen handhaven. Deze basis wordt gevormd door: de regeling in het bestemmingsplan zelf: de handhaafbaarheid van de planregels; het afwijkingenbeleid. In dit bestemmingsplan is gestreefd naar heldere, eenduidige planregels met zo min mogelijk interpretatiemogelijkheden. Verder zijn aan de in het plan opgenomen afwijkingsbevoegdheden duidelijke voorwaarden verbonden, die voldoende objectief bepaalbaar zijn.
"Woudse Erven I" (vastgesteld)
47
Woudse Erven I
Hoofdstuk 7 7.1
ECONOM ISCHE UIT VOERBAARHEID
Grondexploitatie
Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan voorkomt dat in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) als zodanig is aangewezen. Hiervan is sprake, doordat dit plan de bouw van meerdere woningen (artikel 6.2.1 Bro) mogelijk maakt. Het plan wordt gerealiseerd onder verantwoordelijkheid van CV de Burgt 2. Voor de economische uitvoerbaarheid van het plan is een exploitatieberekening opgesteld als ware de gemeente Barneveld eigenaar van het plangebied. Ter zake van plangebied De Burgt zijn tussen de deelnemende partijen aan de CV/BV-structuur in 1998 een samenwerkingsovereenkomst en in 2015 een (daarop) aanvullende overeenkomst gesloten. Doordat (i) het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden hierdoor anderszins verzekerd is, (ii) het bepalen van een tijdvak of fasering en (iii) het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels niet noodzakelijk is, behoeft de raad op grond van artikel 6.12, tweede lid Wro in dit geval geen exploitatieplan vast te stellen. Voor de kosten van tegemoetkoming in schade, bedoeld in artikel 6.1 van de Wro (planschade) is een bepaling opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst (artikel 2.14.6)
48
"Woudse Erven I" (vastgesteld)
Woudse Erven I
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN M AAT SCHAPPELIJKE UIT VOERBAARHEID De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Conform artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zal het college op de gebruikelijke wijze kennisgeven van het voornemen om het voorliggende bestemmingsplan voor te bereiden. Aangegeven is verder dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart (artikel 3.8 Wro).
8.1
Inspraak
Gedurende een periode van twee weken (6 maart tot en met 19 maart 2020) hebben het voorontwerp van het bestemmingsplan en de daarop betrekking hebbende stukken ter inzage gelegen. Een ieder is in de gelegenheid gesteld een inspraakreactie over het voorontwerp naar voren te brengen. Er zijn vijf inspraakreacties ingediend. In de als Bijlage 10 bijgevoegde Nota inspraak en overleg bestemmingsplan “Woudse Erven I” zijn de ingekomen inspraakreacties samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien.
8.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Op 21 januari 2020 is de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) om advies gevraagd. Bij brief van 11 februari 2020 hebben zij het concept-bestemmingsplan van een reactie voorzien. VGGM adviseerde om, met het oog op het verbeteren van de zelfredzaamheid en rampbestrijding, bij de uitwerking van de plannen rekening te houden met bluswatervoorziening(en), bereikbaarheid (opkomsttijden) en brandpreventieve zaken. Daarnaast wordt gewezen op de geurbelasting van een nabijgelegen veehouderij. Geadviseerd wordt om bij de wadi's rekening te houden met de gezondheidsrisico’s van verontreinigd water na hevige regenbuien. Voorts wordt geconstateerd dat de maximale geluidbelasting bij de nieuwe ontsluitingsweg hoger is dan de voorkeurswaarde van 48 dB en dat hiervoor een hogere waarde wordt vastgesteld. VGGM adviseert de gemeente om erop toe te zien dat in de verdere uitwerking van de plannen, waar nodig, daadwerkelijk een geluidluwe gevel en buitenruimte wordt gerealiseerd.
Daarnaast heeft VGGM nog enkele opmerkingen ten aanzien van: voldoende (natuurlijke) speelruimte voor kinderen op beperkte afstand van de woning; aantrekkelijke en veilige wandel- en fietsroutes naar voorzieningen, scholen en het buitengebied kunnen bijdragen aan het bevorderen van de gezondheid van bewoners; rekening houden met klimaatbestendigheid, vooral als er woningen voor ouderen worden gebouwd; (schaduwrijk) groen in de directe woonomgeving, wat de blootstelling aan schadelijke UV-straling en de omgevingstemperatuur bij hitte verlaagt. De reacties zijn, voor zover relevant in het kader van het bestemmingsplan, verwerkt in het voorontwerpbestemmingsplan. Vervolgens is dat voorontwerpbestemmingsplan in het kader van vooroverleg op 27 mei 2020 aan de overige wettelijke overlegpartners ter kennis gesteld. Vitens, Liander en de Gasunie hebben te kennen gegeven geen opmerkingen te hebben op het voorontwerpbestemmingsplan. De provincie Gelderland geeft aan dat de provinciale belangen ‘Woningbouw’ en Ladder voor duurzame verstedelijking’ hier een rol spelen: "Woudse Erven I" (vastgesteld)
49
Woudse Erven I 1. De ontwikkeling plan past voor wat betreft 'Woningbouw' binnen de afspraken die zijn gemaakt in de Regionale Woonagenda. De provincie vindt het goed om te zien dat het plan ingaat op duurzaamheid (energiezuinige openbare verlichting, voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen) en klimaatadaptatie (zo min mogelijk verharding en waterberging op eigen terrein). De provincie heeft hier daarom verder geen opmerkingen of adviezen bij. 2. Het belang van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is nog onvoldoende meegewogen in het bestemmingsplan. Met name de locatie buiten bestaand stedelijk gebied wordt onvoldoende toegelicht. Reactie gemeente: in toelichting paragraaf 5.7 is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ aanvullend behandeld waarbij is ingegaan op de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan woningen in Barneveld. Tevens wordt de locatie van het plangebied buiten bestaand stedelijk gebied verantwoord.
8.3
Zienswijzen
Het ontwerp-bestemmingsplan en de daarop betrekking hebbende stukken hebben ter inzage gelegen van 30 oktober tot en met 10 december 2020. Een ieder is in de gelegenheid gesteld een zienswijze over het ontwerp naar voren te brengen. Er zijn drie zienswijzen ingekomen in de periode dat het ontwerp-bestemmingsplan ter inzage lag. Eén van die zienswijzen is vervolgens ingetrokken. In de bijgevoegde Nota Zienswijzen bestemmingsplan “Woudse Erven I” (zie Bijlage 16) zijn de zienswijzen samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. Naar aanleiding hiervan zijn de toelichting en de verbeelding op onderdelen aangepast.
50
"Woudse Erven I" (vastgesteld)